SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Een verkennend onderzoek naar gamification als incentive voor het duurzaam stimuleren van burgerparticipatie.
Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe gamification kan worden ingezet om burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing duurzaam te stimuleren. In het onderzoek is vastgesteld dat er
behoefte is aan een incentive om duurzame participatie tussen burgers en de politieorganisatie in opsporingsdoeleinden te stimuleren, met name met betrekking tot initiatieven waarin burgers
worden verzocht om met de opsporing mee te denken (crowdsourcing). Aan de hand van een theoretisch kader blijkt dat dit doelgedrag voornamelijk als heuristisch kan worden geclassificeerd. Gamification biedt mogelijkheden als incentive doordat gamification een verschuiving in het motivatiespectrum teweeg kan brengen. In voornoemde context kan gamification voorzien in de basisbehoeften van intrinsieke motivatie, te weten: autonomie, competentie en verbondenheid. Aan de hand van een theoretisch kader zijn aspecten vastgesteld aan de hand waarvan gamification invulling kan geven aan de behoeften van intrinsieke motivatie.
Deze aspecten betreffen:
Keuzevrijheid (autonomie)
Terughoudendheid omtrent straffen en controlerende beloningen (autonomie)
Positieve feedback (competentie)
Optimale uitdagingen (competentie)
Intuïtieve besturing (competentie)
Verbondenheid met doelstelling (verbondenheid)
Verbondenheid met anderen (verbondenheid)
In de vervolgfasen van het onderzoek is bekeken hoe deze aspecten zich verhouden tot de context van burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing. Naast bevindingen van meer algemene aard, lijken twee bevindingen grotendeels typerend te zijn voor de aspecten in relatie tot de context van burgerparticipatie in de opsporing. Allereerst kan de aansluiting van de context met het aspect verbondenheid met de doelstelling deels invulling geven aan de basisbehoefte van verbondenheid. Deze eigenschap kan als typerend worden benoemd voor de context en kan in een gamification-toepassing nader worden benut. Daarnaast komt in het onderzoek naar voren dat feedback essentieel is in de motivatie van de burger met betrekking tot burgerparticipatie, maar dat de context van de opsporingspraktijk zich niet altijd leent voor een terugkoppeling omtrent resultaten en ondernomen stappen. Aan de hand van het theoretisch kader is gesteld dat gamification mogelijkheden biedt om positieve feedback met betrekking tot de gedraging te geven en dat dergelijke feedback eveneens motiverend kan werken door het gevoel van competentie te vergroten.
“We can no longer afford to view games as separate from our real lives and our real work. It is not only a waste of the potential of games to do real good – it is simply untrue. Games don’t distract us from our real lives. They fill our real lives: with positive emotions, positive activity, positive experiences, and positive strengths. Games aren’t leading us to the downfall of human civilization. They’re leading us to its reinvention. The great challenge for us today, and for the remainder of the century, is to integrate games more closely into our everyday lives, and to embrace them as a platform for collaborating on our most important planetary efforts. If we commit to harnessing the power of games for real happiness and real change, then a better reality if more than possible – it is likely. And in that case, our future together will be quite extraordinary.”
(McGonigal, 2011)
De PiP-app voor iPhone en?Android maakt gebruik van gezichtsherkenningstechnologie om verloren huisdieren te herkennen en terug te vinden. Mocht uw huisdier ooit verdwaald raken, gebruik dan het PiP Alert-systeem zodat deze zo snel mogelijk weer terecht kan komen.
Foto’s van gevonden huisdieren worden geupload via de PiP-app en geanalyseerd en vergeleken met foto’s van huisdieren die als verloren zijn aangemeld. Wanneer de foto en unieke identificatiekenmerken van uw huisdier in het PiP systeem zijn geregistreerd, kan PiP snel een overeenkomst maken tussen uw verloren huisdier.
Buurtgericht zoeken
Toegang tot een gevarieerd buurten-netwerk kan helpen om uw verloren huisdier terug te brengen. Het PiP-waarschuwingssysteem van PiP stuurt een melding van uw verloren huisdier aan dierenartsen, dierenbelangen- en reddingsdiensten, PiP-abonnees en gebruikers van sociale media in uw omgeving.
Als je een beetje handig bent kun je tegenwoordig ook zelf al aan de slag met dergelijke herkenningssoftware, bijvoorbeeld om een slim kattenluikje te maken die alleen opgaat voor jouw kat. Zie onderstaande video:
De wereld en onze samenleving veranderen snel en drastisch. Ingrijpende veranderingen hebben grote impact en roepen ingewikkelde vragen op. Binnen ?n buiten de politie. Is de politie hierop toegerust? Wat zijn de gevolgen voor de rol van de politie? En wat betekent dit voor jou persoonlijk? Hoe word je de politie van overmorgen?
In gesprekken over de toekomst van de politie, steekt een aantal thema?s telkens de kop op. Als representanten van politienetwerken Blue M en Next Generation, lichten Jordie van den Heuvel en Amanda Visch een tipje van de sluier op over hun visie op de politie van vandaag en overmorgen.
Om te blijven bestaan zullen we een deel van onze taken echt over moeten laten aan anderen
Amanda: ?Eens. De gemiddelde Nederlander kan prima zelf zijn gestolen fiets terug rechercheren. En er zijn zoveel bedrijven die diepere kennis hebben van cybercriminaliteit. De politie moet zich bij haar kerntaken houden: opsporing en handhaving van de openbare orde.?
Jordie: ?Neem zo?n gestolen fiets. Ik kan me goed voorstellen dat Marktplaats zegt: wij willen geen gestolen goederen op onze site. En als je als burger je fiets daar terugvindt, dat de beveiligingsafdeling van Marktplaats je helpt om ?m terug te krijgen. We kunnen alleen niet van de ene op de andere dag zeggen: ?Met gestolen fietsen doen wij niets meer. Succes ermee.? We zullen partijen een periode moeten helpen om de nieuwe oplossingen op te tuigen of de hulp ergens anders te vinden.?
Amanda: ?Precies. We worden dan meer regisseur. Dat is een rol die je leert bij de politiekundige opleiding, daar kunnen we meer gebruik van maken.?
Hebben je naast webcare nog meer wapenfeiten op je naam staan?
We hebben drie brainstormsessies georganiseerd met collega?s en mensen van buiten. Die laatste werven we via LinkedIn. Als je als oproep plaatst ?Vind je iets van de politie en wil je meedenken??, is er altijd animo. Uit die brainstorms zijn 86 idee?n gekomen. Met drie zijn we aan de slag. Het gaat allereerst om de introductie van agile en scrum werkwijzen bij de Districtsrecherche in Twente en bij de wijkrecherche in Hengelo, daarnaast om experimenten met burgeropsporing en ten slotte om het gebruik van burgerpanels om bij kleinere delicten scenario?s voor ons uit te denken. Eigenlijk gebruiken we zo het capaciteitstekort om tot andere oplossingen te komen. Die hebben een dubbel effect: de samenwerkingen helpen ons bij het verzamelen van bewijsmateriaal, en zorgen tegelijkertijd voor meer openheid en onderling contact.
Leveren die experimenten met inzet van burgers concreet iets op?
Wat je zegt, het zijn experimenten. Dus de uitkomst is onzeker. Neem burgeropsporing. We willen handvatten geven om bijvoorbeeld zelf je gestolen fiets te rechercheren. Onder andere met een handleiding hoe je een getuigenverklaring afneemt. Maar dit is ingewikkeld. Want hoeveel waarde hecht de rechter aan de handtekening van een burger onder zo?n verklaring? Geen idee. Komende tijd willen we vijf van dit soort zaken aan de rechter voorleggen om dit te toetsen.
Wanneer is jouw missie geslaagd?
Veel van wat we doen, is meer middel dan doel. De weg die we met elkaar afleggen, is belangrijker dan de uitkomst. Het verkleint de afstand met de burger en kweekt begrip. Bij burgeropsporing leggen we uit dat we geen capaciteit hebben om een gestolen fiets op te sporen. Omdat er meer criminaliteit is dan politie. Dat begrijpt iedereen. Maar onze experimenten be?nvloeden ook onze eigen mindset en die van collega?s. Hopelijk zorgt het ervoor dat we als politie kritischer naar ons eigen werk durven kijken. Dat we minder de vinger wijzen naar de buitenwereld. Dat we ons kwetsbaar op durven te stellen en daardoor meer kansen gaan zien. Zo?n verandering gaat langzaam. Maar zeker.
Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.
Gastauteur: Stan Duijf
Steeds vaker verrassen burgers, vriend en vijand door in de rol van de politie te kruipen. Nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit starten ze op eigen initiatief met opsporen. Er wordt vaak gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar zeker nog geen werkelijkheid!
Weet u nog? Een vrouw uit Hoorn heeft de man die haar aanrandde zelf opgespoord. De aanrander nam haar iPhone mee en dat bracht haar na een zoektocht uiteindelijk zelf bij de dader. Ze gaf haar informatie door aan de politie. Het duurde vervolgens twee maanden voordat de politie de man wist te pakken. De man bekende en werd door de rechtbank veroordeeld. Een spraakmakend voorbeeld uit 2017 en zeker niet het enige. Met hoge regelmaat duiken er in de media voorbeelden op van burgers die zelf aan het opsporen gaan. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaagd lijkt toe te nemen. Helemaal nieuw is het niet, burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Toch lijkt deze rol aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Omdat de politie hun verwachtingen vaak niet waarmaakt nemen burgers het initiatief en starten zelf het opsporingsonderzoek (1). Soms volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op Instagram en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. De integratie van technologie en internet in ons dagelijks leven lijkt zeer prominent bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze initiatiefrijke burgers.
Noemenswaardig is dat er voornamelijk aandacht is voor het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. De (wetenschappelijke) onderzoekswereld heeft tot op heden opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Deze filosofeert namelijk graag over de wenselijkheid van een participerende politie, waarbij vaak een scherp oog voor de huidige realiteit ontbreekt. Vergezichten en overtuigingen van ?hoe het zou moeten? zijn niet genoeg en lijken te worstelen met de werkelijkheid. Want wanneer de attitude van de politie ten opzichte van deze zelfstartende opsporende burgers niet verandert, komt de legitimiteit van de politionele opsporing nog verder onder druk te staan. In werkelijkheid neemt de politie namelijk nauwelijks deel aan het opsporingsonderzoek waarin burgers leidend zijn.
Werkelijkheden: de wijze waarop de politie reageert
De politie zit niet te wachten op inmenging van zelfstartende burgers in het opsporingsonderzoek. Voor velen is opsporen toch echt alleen de taak van de politie. Er is in werkelijkheid meer sprake van politie-power dan van politieparticipatie. Ondanks dat de politie terughoudend en wantrouwend is, beseffen ze zich dat ze beter kunnen samenwerken. Dit geeft de politie, geredeneerd vanuit eigen belang, de kans om meer invloed en controle te hebben op de opsporingsactiviteiten van deze burgers. Merkwaardig is dat de behoefte aan invloed die de politie wil hebben op deze initiatiefrijke burgers, toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze behoefte van invloed is vele proporties meer dan bij veelvoorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Bij dit soort veelvoorkomende criminaliteit is de politie zelfs in staat om een kwetsbare burgers zelf op onderzoek uit te sturen, met alle risico?s van dien. Het lijkt er op een of ander manier minder toe te doen.
Ondanks dat de politie moeite heeft om deze zelfstartende burger te omarmen in het opsporingsonderzoek, zijn er zo links en rechts wel enige beginnende vormen van participatie waarneembaar in de praktijk. Er wordt onder andere vaak (nuttige) informatie uitgewisseld tussen opsporende burgers en politie. Hierbij is er wel sprake van eenrichtingsverkeer, want voor de politie is het vaak complex door regelgeving om informatie uit te wisselen. Daarnaast geeft de politie, gedreven door o.a. manipulatieve redenen, ook voorlichting en training aan initiatiefrijke burgers. Hiermee hoopt de politie dat zij hetgeen gaan doen wat in het politionele straatje past en het liefst maakt de politie hier op voorhand afspraken over. Past het niet in het politionele straatje en worden volgens de politie ethische en juridische grenzen overtreden, dan is de politie niet te beroerd om burgers tot stoppen te dwingen. Het is overigens ook de flexibiliteit van de politieorganisatie die echte participatie in de weg staat. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief dat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar een vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld, die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.
Dat er de komende tijd gesleuteld moet worden aan wijze waarop de politie reageert op deze opsporende burgers is duidelijk. De huidige attitude resulteert onvoldoende in voortuitgang en dat is toch waar de opsporing naar verlangd. Niet structureel, maar incidenteel is zichtbaar geworden wat we met vooruitgang bedoelen wanneer de politie in staat is om opsporende activiteiten van burgers te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Het opsporend vermogen neemt namelijk significant toe. De politie kan gebruik maken van meer ogen, oren en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast ontstaat er meer gelegenheid om van elkaar te leren en de tevredenheid over de politie neemt toe wanneer ze in staat zijn om burgers te erkennen als serieuze partner in crime.
Verlangen naar vooruitgang: wat helpt?
Het begint bij het erkennen van de realiteit. De politie neemt nauwelijks deel aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn en geleid worden door burgers. Zoals Arnout de Vries en Jose Kerstholt (2) al eerder in dit tijdschrift schreven is alleen het vertrouwen van burgers in de politie onvoldoende. De politie mag wat minder angstig zijn en haar keuzes wat minder baseren op potenti?le risico?s. Handel naar werkelijkheid. Waarheidsvinding en rechtspreking, daar gaat het toch om. Stel dat voorop in het opsporingsonderzoek, omarm de goedwillende opsporende burger en sta toe om meer te vertrouwen. Pas dan komt er echte experimenteerruimte, wordt het wederzijds lerend vermogen benut en kan er weer positief verrast worden in de opsporing. Hiervoor zijn richtinggevende kaders voor opsporende burgers en politieagenten nodig. Ze weten namelijk vaak beiden niet hoe ze met elkaar moeten dealen en wat simpelweg wel en niet legitiem is. Let wel op, kaders impliceren ook ruimte. Metsel deze potenti?le kans voor voortuitgang niet dicht. De politie moet namelijk nog echt beginnen met participeren. Ervaringen in de werkelijkheid kunnen later bijdragen aan het verfijnen van deze kaders.
Afsluitend, kunnen wij een afspraak maken? De eerstvolgende goedwillende burger die zelf start met opsporen krijgt een aantal politieagenten ter ondersteuning. Deze initiatiefrijke burger is en blijft de leider van het onderzoek, ongeacht of het nu gaat om ondermijning, een fietsendiefstal of een ramkraak. Wie doet? Het is namelijk nodig!
Stan Duijf werkt als teamchef van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.
Referenties
Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31; Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34; Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
Kerstholt, J. & de Vries, A. (2018) Agent in burger. Tijdschrift voor de politie, 80 (6).
Duijf, S (2018). Modern Sherlock Holmes. How will the police respond?. Canterbury-Apeldoorn.
Een nieuwe mobiele applicatie is ontwikkeld om de veiligheid te verbeteren op openbare scholen. BullyBox is een mobiele applicatie die is ontworpen om studenten in staat te stellen anoniem pesten of andere zorgen over schoolveiligheid te melden. De app is beschikbaar op iPhone– en Android-platforms.
BullyBox werd woensdag 17 oktober gelanceerd op de middelbare school, als gezamenlijk initiatief van het schooldistrict en de politie van Hannibal. Voordat de app in gebruik werd genomen, werden verschillende maanden getest door het schooldistrict en het politiepersoneel. Volgens het persbericht: “Geeft BullyBox een stem aan degenen die het slachtoffer worden, en geeft mensen de mogelijkheid om op te komen voor zichzelf of anderen, terwijl ze tegelijkertijd ooggetuigen toestaat zich te onthouden van directe betrokkenheid bij incidenten.” Informatie over drugs, wapens en gevechten op de campus wordt ook in app geaddresseerd. Een formulier kan ook worden gedownload van de districtswebsite als een persoon de voorkeur geeft aan het indienen van een schriftelijke melding.
Inmiddels wordt de app ook buiten de VS gebruikt, zie hieronder:
Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.
Door gastauteur: Stan Duijf.
Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?
Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!
De zelfstartende opsporende burger
Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.
Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?
Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.
De zeven cases
Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.
Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?
Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?
Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?
Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)
Inzichten om toe te voegen, de conclusies
Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.
De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.
Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.
Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.
Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.
Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.
Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.
Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.
Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.
Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.
Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.
De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.
Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:
Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?
Referenties
Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.
De Nederlandse politie ontwikkelt een digitale robot die meldingen aanneemt en de meldkamer alarmeert. De chatmachine zorgt voor betere bereikbaarheid en tijdswinst.
We bespraken al eerder chatbots die in politie- en justitiecontext gebruikt worden, zoals de 911 chatbot uit de VS, DoNotPay voor rechtshulpverzoeken, Sweetie at wordt toegepast bij online grooming, of hoe social bots door statelijke actoren en criminele netwerken worden ingezet. Ook de Nederlandse politie experimenteert nu met mogelijkheden om Artifici?le Intelligentie (AI) in te zetten in de interactie met burgers, bijvoorbeeld voor het opnemen van aangiftes. Chatbots, dwz interactie met technologie op basis van natuurlijke taal (tekst of spraak), wordt steeds toegankelijker en potentieel zeer belangrijk (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Alle grote techbedrijven investeren fors in chatbots als platformen voor interactie en dienstverlening.
Communicatie met AI is steeds normaler geworden, niet in de laatste plaats omdat mensen in zijn algemeenheid op een andere manier communiceren (Dale, 2016). Miljoenen Nederlanders gebruiken bijvoorbeeld Whatsapp om met elkaar te communiceren waardoor de acceptatie van korte, getypte, interacties is toegenomen.
De robot, die wordt ontwikkeld door het programma dienstverlening in Oost Nederland, volgt op de start met een?webcareteam?in mei dit jaar bij diezelfde eenheid. ?In eerste instantie is het de bedoeling dat de meest voorkomende meldingen, zoals over geluidsoverlast, via de chatbot kunnen worden doorgegeven?, legt programmamanager Bert Visser van de politie uit aan?De Gelderlander. ?Op die manier zijn we voor burgers veel beter bereikbaar. Niet alleen omdat er aan de telefoon soms wachttijden zijn, maar ook omdat er een extra kanaal is waarop contact kan worden gelegd.?
Gespreksbomen
Een chatgesprek beginnen kan in eerste instantie alleen via Facebook Messenger, waarna Wout de informatie over de problematiek en de locatie opslaat en doorstuurt naar een meldkamer. Vanuit daar worden de dichtstbijzijnde agenten op straat naar de meldlocatie gestuurd. Op termijn moet het mogelijk zijn om via allerlei verschillende media, zoals ook WhatsApp, contact te leggen met de politiebot.
In de eerste week van augustus zijn de eerste testsessies met echte meldingen gehouden. ?We hebben mensen die de politie belden of via social media contact legden, gevraagd of ze hun melding via de robot wilden doorgeven. Het ging in de meeste gevallen om geluidsoverlast of burenoverlast. De ervaringen waren heel positief?, aldus Visser. Achter de chatbot zitten veel verschillende ?gespreksbomen?: combinaties van vragen, mogelijke antwoorden en vervolgvragen die samen het gesprek vormen. Deze gespreksbomen worden door de politie ontwikkeld en moeten alle informatie opleveren om een juiste inschatting te maken over de prioriteit van de melding te kunnen maken.
Privacy belangrijk
De politie omschrijft het verwerken van alle privacygevoelige gegevens als een van de belangrijkste zaken waar aan gewerkt moet worden.??Voor we kunnen beginnen moet helemaal duidelijk zijn waar de gegevens opgeslagen worden, voor hoe lang, en wie er allemaal toegang toe heeft. Maar opvallend genoeg kregen we er van melders tijdens de testsessies helemaal geen vragen over.?
Op termijn moet de chatrobot alle binnenkomende meldingen kunnen verwerken.??In de testfase waren er bijvoorbeeld al mensen die aangaven een woninginbraak wel via de chat te willen registreren. Maar we weten natuurlijk ook dat er incidenten zijn waarbij altijd menselijk contact zal worden gezocht?, aldus Visser. ?Is er bijvoorbeeld sprake van een overval of een verkrachting, dan ga je dat niet aan een robot vertellen.?
Kunstmatige intelligentie
De techniek achter politierobot Wout lijkt op het eerste oog eenvoudig. Maar om de techniek helemaal gebruiksklaar te maken moet er veel ontwikkeld worden.
Wie wil dat politieagenten direct een einde komen maken aan bijvoorbeeld geluidsoverlast of drugsoverlast kan binnenkort op Facebook een gesprek beginnen met chatrobot Wout. De ?politiebot? stelt de eerste vraag – ?waarmee kan ik je helpen?? – en daarna begint de conversatie.
Vooralsnog stelt Wout alleen gesloten vragen. ?Maar op termijn is het de bedoeling dat burgers ook open vragen kunnen stellen?, verduidelijkt Visser. ?Daar moet kunstmatige intelligentie bij gaan helpen, want de robot moet zelflerend worden. Daar zit echter nog een heel ontwikkelproces achter.?
De melder heeft in de proefopstelling de keuze uit verschillende opties: ?overlast?, ?diefstal?, ?gevonden/verloren? of ?anders?. Na een klik op de juiste categorie loodst de robot de melder door een aantal korte vragen, waarmee de benodigde informatie wordt ingewonnen: de oorzaak van het probleem, de locatie, en andere praktische zaken. Vervolgens wordt de meldkamer gealarmeerd om agenten naar de melder te laten gaan, of wordt de melder doorverwezen naar een instantie die het probleem kan oplossen.
Nadat het gesprek op Facebook is afgerond krijgt de melder een link naar een beveiligde website waarop staat wat er met de melding gebeurt. ?Dat biedt de melder ook een voordeel. Je hebt niet alleen altijd zicht op de status van je melding, maar kunt ook extra informatie of foto?s toevoegen. En dat helpt ons ook weer, want onze agenten komen beter voorbereid ter plaatse.?
Wat mag wel en niet?
Toch biedt het schakelen tussen verschillende media – in dit geval Facebook en een internetsite van de politie – ook problemen. ?We moeten voor ieder medium onderzoeken en vastleggen wat er met de informatie gebeurt. We zijn natuurlijk zelf gebonden aan de Wet politiegegevens, maar zijn nu ook afhankelijk van wat Facebook met de gesprekken doet. Dat moeten we goed uitzoeken voor we de techniek in de praktijk gaan gebruiken.?
Een uitdaging voor interactie met AI is om de conversatie nog meer natuurlijk te laten verlopen: in plaats van een dialoog als een reeks ?actie-reacties? te beschouwen, zou ook de? context van de dialoog een rol moeten spelen. Door de context in beschouwing te nemen kunnen uitingen van gebruikers beter op hun betekenis worden beoordeeld en zal de acceptatie en kwaliteit van de interactie toenemen.
In zijn algemeenheid blijkt uit onderzoek dat mensen zich niet ongemakkelijk of onzeker voelen in de interactie met een chatbot (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Ook kunnen ze minder sociaal zijn?in interactie met robots (bijvoorbeeld ongepast of grof taakgebruik) dan met mensen (Mou & Xu, 2017; Shechtman and Horowitz, 2003). De reden dat mensen wat kortere zinnen en minder woorden in interactie met een chatbot gebruiken, is waarschijnlijk omdat zij hun taalgebruik aanpassen aan die van de chatbot, net als bij kinderen of bij mensen die de taal slecht spreken (Hill et al., 2015). Dit zou betekenen dat als de chatbot zich wat natuurlijker zou gedragen de kwaliteit en wellicht acceptatie van de algehele communicatie toe zou nemen.
Ondanks dat er nog veel moet gebeuren om Wout gebruiksklaar te maken, is die inspanning volgens Visser de moeite meer dan waard. ?Informatie is voor de politie het grootste goed. Zonder informatie is opsporen en oplossen voor ons onmogelijk. Daarom moeten we er alles aan doen om informatie zo gemakkelijk mogelijk tot ons te krijgen. En dat betekent dat we daarvoor ook kanalen moeten gaan gebruiken die in de huidige maatschappij populair zijn.?
De politie hoopt robot Wout in het derde kwartaal van 2019 in gebruik te kunnen nemen. De komende tijd zullen verschillende ontwikkelingen en onderzoeken plaatsvinden op dit gebied, waarover we op deze website verslag proberen te blijven doen wanneer mogelijk.
Update januari 2019: Resultaten Proef
85% van de burgers die contact hebben gehad met politie-chatbot Wout, is bereid om opnieuw meldingen te doen via de bot. Driekwart van de respondenten beveelt Wout aan, blijkt uit een evaluatie van de politie Oost-Nederland.
De politie in Hengelo hield eind 2018 een week lang een pilot met de eigen chatbot Wout om meldingen van vuurwerkoverlast te verwerken. De evaluatie leert dat het experiment positief is verlopen. Dankzij de bot nemen burgers vaker contact op met de politie: er is een stijging van 200 meldingen ten opzichte van het jaar ervoor. Respondenten becijferen het contact met Wout gemiddeld met een 7.
Burgerwensen
De survey toont aan dat burgers de snelheid en laagdrempeligheid van het contact prettig vinden. ?Ook al is Wout niet persoonlijk, het is prettig dat je ergens direct terecht kunt?, klinkt het. Tot dusver willen respondenten Wout voornamelijk gebruiken om algemene vragen te stellen (58%). Echter zegt 36 procent van de ondervraagde burgers de bot te willen gebruiken om aangifte te doen.
De website van De Waag plaatste gisteren een artikel over DIY Policing waar stagiair Elodie Mugrefya van De Waag in gesprek ging met Rianne Dekker van de universiteit Utrecht over waarom we ons zorgen (do worry) moeten maken maar ook in mogelijkheden moeten denken (be happy). Precies dat was ook de strekking van de boodschap van Marleen Stikker die onlangs een interessant gesprek had in zomergasten over haar zorgen over de staat van het huidige internet maar zichzelf als mogelijkheidsdenker wil blijven zien (hieronder de samenvatting in 5 minuten).
Lees hieronder het gesprek met Rianne Dekker over de ontwikkeling DIY Policing die mede door internet en social media wordt versterkt en tegelijk wordt omarmt en momenteel wordt verkend door de Nederlandse politie:
In de blogserie ‘Do worry, be happy!’, spreken we met experts uit het veld van technologie, innovatie en ethiek over nieuwe ontwikkelingen. Aan de hand van actualiteiten vragen we hen uit te leggen waarom we ons zorgen moeten maken over de toekomst van technologie in onze samenleving. Maar niet getreurd, we zoeken ook naar de wijze waarop je zelf weer de regie kunt nemen. Do worry, maar be happy dus.
De reden
De laatste jaren zijn er steeds meer DIY-politie-apps bij gekomen die burgers helpen bij het zelf oplossen van misdrijven. Burgers die politiearbeid verrichten zijn niet nieuw, maar sociale media maken het veel gemakkelijker voor mensen om zich te organiseren en samen te werken om dit te doen. Een stap verder zijn DIY Policing-apps platforms die volledig zijn bedoeld om die burgers te helpen die politie-achtig werk doen. In Nederland zal de doe-het-politie-app “Sherlock”, ontwikkeld door wetshandhaving, burgers in staat stellen om een ??misdaad te onderzoeken door bijvoorbeeld bewijs te verzamelen en getuigenverklaringen op te nemen.
De informatie die burgers via de app geven, zou de Nederlandse politie helpen gepaste actie te ondernemen. De samenwerking tussen burgers en politie wordt gezien als het sterke punt van die apps. Maar er ontstaan ??ook zorgen. Kunnen we vertrouwen hebben in burgers die misdaden oplossen waar ze rechtstreeks mee verbonden zijn? Hoe zit het met de vooroordelen die burgers tegen elkaar hebben? Is het ook veilig om gelijk onderzoek door burgers en door een formeel getrainde en ter verantwoording geroepen politie te overwegen? Kunnen die apps bovendien een klimaat van wederzijds toezicht en wantrouwen bij de burgers tot stand brengen?
Rianne Dekker,?universitair docent aan de School of Governance bij de Universiteit van Utrecht, bespreekt met de voor- en nadelen van het beheer van doe-het-zelf apps. Dekker is betrokken bij?MEDI@4SEC, een gemeenschap die ruimte biedt voor degenen die betrokken zijn bij de planning en levering van openbare veiligheid om collectief te informeren en te leren van hun collega’s hoe ze sociale media beter kunnen gebruiken in hun activiteiten.
De reacties van de politie op dit soort individuele of collectieve vormen van doe-het-zelf-politie zijn ambivalent. In sommige gevallen worden ze aan de kaak gesteld, maar in andere worden burgers gestimuleerd om waardevolle informatie aan het politieonderzoek mee te delen. Omdat antwoorden meestal betrekking hebben op zeer specifieke gevallen, waaronder verschillende handelingen om bewijs te verzamelen, informatie te analyseren en verdachten te identificeren, zijn de grenzen van wat wel en niet nuttig is en ethisch en wettelijk toegestaan ??voor burgers onduidelijk.
Wetshandhaving kan deze opkomende doe-het-zelf politie-inspanningen niet stoppen, en dit is ook niet in hun belang, omdat ze waardevolle informatie en kansen zouden mislopen om de samenwerking met burgers te versterken. Deze apps kunnen een positieve invloed hebben op online community’s die zich bezighouden met doe-het-zelf politie omdat het richting en feedback kan geven aan hun activiteiten. Bijvoorbeeld door hen te informeren over hoe bewijs te beveiligen en welke gebieden al zijn doorzocht door de politie of anderen.
DIY-politie-apps kunnen nuttige en schadelijke handelingen onderscheiden en burgers naar nuttige handelingen leiden. Ook kan het helpen om vertrouwen tussen politie en burgers op te bouwen door burgers serieus te nemen als partners in coproductie van openbare veiligheid en gebruik te maken van hun expertise. Mogelijke negatieve effecten zijn dat deze apps de politie kunnen overbelasten met informatie en hulpvragen die niet kunnen worden ingewilligd. Ook kunnen doe-het-politie-apps impliciet burgers aansporen om het heft in eigen hand te nemen, wat de rechten van anderen (vrijheid, privacy, non-discriminatie) zou kunnen schaden en de sociale cohesie zou kunnen ondermijnen. Er zijn hier verschillende voorbeelden van wanneer doe-het-zelf politie nog niet wordt begeleid door politie-apps.
Een voorbeeld van burgers die het heft in eigen hand nemen, is een?Whatsapp-wijkwachtgroep die met behulp van honden en helikopters zelf verdachten opspoort.Voorbeelden van discriminatie en schending van de privacy van anderen zijn een Nederlandse vermiste meisjeszaak toen burgers op sociale media een?ongefundeerde verdenking opriepen van bestuurders van een zwarte auto?en de Boston-marathonbomaanslag die zogenaamd een ‘racist where’s wally’ moest worden. Het begeleiden van doe-het-zelfpolitie met apps kan sommige van deze negatieve effecten helpen verminderen door begeleiding te bieden aan professionaliteit, maar ze kunnen ook een bepaalde litigiousness en wederzijds wantrouwen onder burgers aanwakkeren en vertrouwen geven dat ze politietaken kunnen uitvoeren die onafhankelijk zijn van de politie en het strafrechtsysteem.
Waarom moeten we ons zorgen maken?
Er is reden om aandacht te besteden aan deze mogelijke negatieve gevolgen, maar deze zijn ook aanwezig wanneer doe-het-zelf-politie-activiteiten onafhankelijk worden uitgevoerd – zoals ze nu gebeuren (zij het waarschijnlijk op een kleinere schaal). Wanneer burgers via apps samenwerken met de politie, moeten ze zich bewust zijn van de privacy van informatie over anderen die ze overhandigen. Niet alleen informatie over de direct betrokkenen maar ook mogelijk van andere omstanders en zichzelf. Een ander mogelijk negatief effect van grootschalig gebruik van politie-apps kan een ‘huiveringwekkend’ effect zijn wanneer burgers zelfcensuur beginnen te geven aan online-uitdrukkingen vanwege het risico om te worden gemarkeerd in een politie-app.
Zie je een trend op dit gebied?
Ik weet dat er in Nederland verschillende apps worden ontwikkeld (zie ook?Smit 2017), dus in die zin zou je kunnen zeggen dat er een opkomende trend is. Nederland is echter echt een koploper in deze ontwikkeling en andere landen hebben zich niet in dezelfde mate aangesloten. Wordt het gebruik van deze apps een trend onder de burgers? Ik weet het niet zeker.?Burgernet?en de algemenere?politie-app?zijn zeker heel populair. Dit zijn echter niet alle structureel actieve gebruikers. Groepen burgers die actief bezig zijn met deze apps, vormen meestal ad hoc rond bepaalde kwesties (bijvoorbeeld gevallen van vermiste personen) en dat is maar goed ook.
Hoe kunnen we invloed uitoefenen?
Burgers kunnen helpen bij het besturen van deze apps (wat op grote schaal wordt gedaan) en kritisch volgen en commentaar geven op mogelijke problemen van beveiligingsinbreuken, schending van privacy of risico’s van discriminatie en valse beschuldigingen. Mensenrechtenorganisaties en privacywaakhonden moeten goed werk verrichten bij het monitoren van de ontwikkeling van dit soort apps en mogelijke negatieve gevolgen in de gaten houden in termen van privacy, non-discriminatie en inbreuk op persoonlijke vrijheden.
BuurtApp (iOS, Android) is een buurt app waarbij je ook z?lf je buurt tekent?om te kunnen zien wie er in je buurt wonen,?en om berichten met je buurt?uit te wisselen. Om een handje te helpen als het nodig is, voor buurtpreventie,?en om over activiteiten in de buurt te lezen. De buurt app is heel eenvoudig te gebruiken.
De laatste tijd is er veel behoefte aan buurtpreventie-apps, die helpen om de buurt veiliger te maken.?Je kunt de BuurtApp installeren, een buurtgroep aanmaken op WhatsApp, of een gespecialiseerde preventie-app gebruiken, zoals ‘NL-Alert app’. De laatstgenoemde app is puur gericht op veiligheid in de buurt en heeft allerlei gespecialiseerde functies om ongelukken en criminaliteit in de buurt in kaart te brengen.
Wat maakt BuurtApp anders?
?1) Geen vaststaande buurten: teken z?lf je eigen buurt
?2) Kijk om je heen op 5 niveaus: je huis, straat, buurt, wijk en gemeente
?3) Het enige wat mensen van je te zien krijgen is je voornaam en straatnaam
4) Nederlandse app, de data staan op een Nederlandse beveiligde server
5) BuurtApp is geen Nextdoor. BuurtApp onderscheidt zich van Nextdoor doordat het er wil zijn voor mensen die betrokken zijn bij de buurt, en niet voor mensen die de buurt zien als marktplaats. Daarnaast willen we ruimte bieden aan instellingen en voorzieningen in de wijk en gemeentelijke diensten om informatie aan te bieden op wijkniveau.
Verschil tussen BuurtApp en WhatsApp buurtgroep
BuurtApp
WhatsApp buurtgroep
Meld je bij de BuurtApp aan en kijk wie er al op zit, of meld je samen met met de buren uit je straat aan
Sluit je aan bij een bestaande buurtgroep aan, of richt er z?lf een op, en houd hem up to date
Je hoeft geen mobiele nummers uit te wisselen. Individuele berichten versturen is (nog) niet mogelijk
Uitwisseling van mobiele nummers met de buurtgroep is noodzakelijk. Je kunt wel individuele berichten versturen
Teken bij registratie je buurt op de app; iedere gebruiker binnen het gebied hoort bij?jouw?buurt
Diegene die de Whatsatgroep aanmaakt bepaalt wie er bij de buurtgroep komt
Maak een nieuw onderwerp, of klik op een bestaand onderwerp, en discussieer met je buren over dat onderwerp
Alle berichten over verschillende onderwerpen lopen door elkaar
Klik de notificatie uit van onderwerpen die je niet interesseren
Het uitzetten van specifieke onderwerpen is niet mogelijk
Kijk op 5 niveau’s om je heen: je huis, straat, buurt, wijk of de hele gemeente
Op WhatsApp is dat niet mogelijk
De BuurtApp is van BuurtContact.nl, een Nederlands bedrijf. De database staat op een Nederlandse server
WhatsApp is van Facebook, een Amerikaans bedrijf. De database staat op een buitenlandse server
Na lynchpartijen in?India?- begonnen na het rondsturen van geruchten via?WhatsApp?- komt het sociale platform in actie. In onderstaand artikel van?Amber Dujardin??in Trouw worden deze problemen en oplossingen besproken.
Nu er doden vallen door de verspreiding van nepnieuws, legt WhatsApp het doorsturen van berichten aan banden. Sinds vandaag kunnen mensen hun berichten nog maar aan twintig chats tegelijk doorsturen in plaats van 250. Alleen in India wordt het maximum verder teruggeschroefd: naar vijf of minder.
Dat WhatsApp in India strengere maatregelen neemt, komt doordat het land kampt met massahysterie door valse berichten. Er zijn de laatste maanden tientallen mensen doodgeslagen op basis van nepnieuws. Ze werden abusievelijk aangezien voor kinderhandelaren of andersoortige misdadigers en gelyncht door dorpsbewoners. Met ruim 200 miljoen WhatsApp-gebruikers, veel armoede en laagopgeleiden is het verspreiden van geruchten in India een fluitje van een cent.
WhatsApp liet eerder deze maand weten ?geschokt? te zijn door de lynchpartijen en beloofde meer te doen om het verspreiden van valse ?berichten tegen te gaan. De nieuwe beperkingen ?volgen op een maatregel waarbij het bedrijf een speciaal icoontje toe?voegde aan doorgestuurde ?berichten. Dat moest gebruikers aan het denken zetten over de herkomst van zo?n ?bericht. Door de nieuwe beperkingen hoopt het bedrijf Whats?App ?te behouden zoals het ontworpen is: als een dienst voor priv?berichten?.
“Je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden” -?Arnout de Vries, TNO
Paniek
?Het is een begin?, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en veiligheid. ?Je kunt hiermee voorkomen dat dingen heel snel viraal gaan en er in korte tijd grote paniek ontstaat. Maar je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden.?
Als WhatsApp echt een verschil wil maken, kan het bedrijf volgens De Vries beter een limiet per dag instellen, in plaats van per keer. In een groepschat passen immers 256 mensen, waardoor je met ??n druk op de knop nog steeds meer dan duizend mensen per keer kunt bereiken.
Een ander probleem is dat Whats?App door encryptie niet op de inhoud van berichten kan modereren, zegt De Vries.?Facebook?en Twitter kunnen aanstootgevende berichten gewoon zien en blokkeren, WhatsApp niet. ?Wat ze ook hadden kunnen doen, is accounts blokkeren die telkens berichten aan honderdduizenden mensen tegelijk versturen. Wie heeft er zoveel vrienden? Dat is vrijwel altijd berichtgeving van bots.?
De huidige hysterie door nepnieuws had WhatsApp vanaf het begin kunnen zien aankomen, zegt De Vries. ?Maar ze willen een zo groot mogelijk bereik en zo min mogelijk beperkingen. Pas als de kranten vol staan met problemen, wordt er actie ondernomen. Dat zie je ook bij Facebook en Twitter. Het commerci?le belang gaat altijd voor de veiligheid.?
Ook Facebook neemt maatregelen
Ook Facebook gaat misleidende informatie aanpakken als die kan aanzettend tot geweld, liet het bedrijf deze week weten. De nieuwe regel wordt als eerste van kracht in Sri Lanka en daarna in Burma. De autoriteiten in beide landen verwijten het sociale platform dat het te weinig doet om haatzaaien en geweld tegen moslims tegen te gaan.?
Facebook heeft nu toegezegd om misleidende posts te verwijderen als die kunnen aanzetten tot geweld. Zo niet, dan mag de informatie overigens gewoon blijven staan. Zo mogen Facebook-gebruikers de Holocaust blijven ontkennen, zei CEO Mark Zuckerberg.?