Onderzoek: Buurtpreventie-apps geven burgers veilig gevoel

Het gebruik van buurtpreventie-apps bezorgt de burgers een veiliger gevoel. Het idee dat digitale buurtpreventie burgers juist bang maakt, is onjuist. Dat blijkt uit een onderzoek van Avans Hogeschool dat vandaag gepresenteerd wordt.

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid deed het lectoraat Digitalisering en Veiligheid onderzoek naar de effecten van digitale buurtpreventie. Aangespoord door de politie en gemeentebesturen sluiten steeds meer Nederlanders zich aan bij groepjes die elkaar via smartphones wijzen op verdachte situaties in hun buurt. Zo zijn er al meer dan 650.000 Nederlanders aangesloten bij Whatsapp Buurtpreventie. Onderzoek van de Universiteit Tilburg wees in 2016 uit dat in Tilburgse buurten waar zulke whatsappgroepen actief waren, het aantal inbraken was gehalveerd.

Whatsapp?

Avans-lector Ben Kokkeler ziet de whatsapp-groepen niet als beste platform voor digitale buurtpreventie. ,,Een app als veiligebuurt.nl is veel doelgerichter dan whatsapp. Daar zetten mensen ook hele andere zaken op, die niks met veiligheid te maken hebben. Aan veiligebuurt.nl kun je, anders dan bij whatsapp, ook anoniem meedoen. Het onderzoek laat zien dat de bereidheid om verdachte zaken uit je eigen buurt te melden dan groter is.” De buurtpreventie-app veiligebuurt.nl werd in 2015 in Den Bosch opgericht en kent nu 200.000 deelnemers. In diverse plaatsen werkt de politie al aan deze app mee.

Kokkeler wijst er ook op dat whatsapp een Amerikaanse eigenaar heeft: Facebook. ,,En sinds een jaar weten we hoe makkelijk die gehackt kan worden. We denken dat het voor de politie beter is om samenwerking te zoeken met? Nederlandse apps. Daar denken ze overigens ook al volop over na.”

Houvast

De politie communiceert ook op andere digitale kanalen met de burger, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram en Twitter. Verstandig, vindt Kokkeler: ,,Ze zetten zo veel mogelijk instrumenten in, over een paar jaar zullen de vier of vijf beste overblijven. De digitale samenwerking tussen burgers en politie staat nog maar in de kinderschoenen, het wordt alleen maar meer. Uit ons onderzoek blijkt ook dat de buurtpreventie-apps mensen houvast bieden, ze weten wanneer ze de politie moeten bellen en wanneer niet. Al blijft het wel van belang dat de politie erin slaagt om een vervolg te geven aan de tips die ze krijgt.”

Literatuuronderzoek, expertinterviews en de eigen expertise binnen het lectoraat vormen de basis van het evaluatiemodel. Aan de hand van dit model is?veldonderzoek gedaan?naar Whatsapp-groepen en het gebruik van Veiligebuurt.nl. Lees het onderzoeksrapport hier, of download het:

[slideshare id=117092932&doc=onderzoeksrapportavans-denvdigitalebuurtpreventie-180928125443&type=d]

Het advies over digitale buurtpreventie dat het lectoraat Digitalisering en Veiligheid doet aan het ministerie is een bouwsteen van een meerjarig project over inbraakvrije wijken. In dit project organiseren verschillende gemeenten en de politie diverse pilots. Dit doen zij in opdracht van het ministerie en onder regie van het Dutch Institute for Technology, Safety & Security.

Het lectoraat treedt hierin op als kennispartner, samen met de Jheronimus Academy of Data Science.

Bronnen: BD, Avans

Heksenjacht op commentaren bakfietsdrama Oss

Op sociale media is een enorme heksenjacht gaande op tientallen mensen die grappen plaatsen over de slachtoffertjes van het spoorongeluk in Oss. Sommigen van hen voelen zich zo bedreigd dat ze hun account verwijderen. De politie roept de ‘jagers’ op om niet voor eigen rechter te spelen.

Dat laatste gebeurt echter al op grote schaal. Er zijn al zeker tien pagina’s op Facebook waarop massaal persoonsgegevens, foto’s en namen van werkgevers worden gedeeld. Honderden mensen doen hier aan mee.

Sommigen van hen gaan nog verder en nemen op eigen initiatief contact op met de werkgevers van de daders met als doel hen te laten ontslaan, zo blijkt uit een rondgang van deze krant.

‘Toon wordt harder’

De kwetsende reacties, die vooral over de slachtoffertjes gaan, zijn ook onder de ogen van politiewoordvoerder Manon van der Heijden gekomen. Volgens haar denken veel social media-gebruikers dat ze op Facebook of Twitter ‘veilig kunnen reageren’ en zomaar ‘alles kunnen en mogen zeggen’.

,,De toon waarmee dit gebeurt, wordt ook steeds harder”, vertelt Van der Heijden.?Ze roept iedereen op ‘na te denken wat je als reactie post op social media’.

Tekst gaat verder onder deze foto

Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel

Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel?? Facebook

‘Middeleeuwse toestanden’

Mediahoogleraar Jan van Dijk van Universiteit Twente schrikt van de omvang van de heksenjacht en heeft het over ‘middeleeuwse toestanden’. ,,Deze mensen stoken elkaar op en geven elkaar het gevoel alsof zo’n jacht gerechtvaardigd is. Dat ze hiermee het juiste doen. Er zit geen rem op deze jacht, dat is gevaarlijk.”

Van Dijk doelt met dat laatste op de bedrijven die nu in een kwaad daglicht worden gezet. Zo ligt een Eindhovens metaalbedrijf onder vuur omdat een medewerker zeer ongepaste grappen maakte over de slachtoffertjes van het drama. De directeur is woest op de werknemer en vreest door alle ophef klanten kwijt te raken.

Bedreigingen

,,Ik kan er ook niets aan doen dat hij zo oliedom is”, laat hij aangeslagen aan deze krant weten. ,,Geloof mij dat wij deze jongen hard gaan aanpakken.?Hij heeft er heel veel spijt van. Maar ja, nu is het al te laat. Wij ondervinden hier heel veel last van.”

Volgens de directeur wordt de medewerker overstelpt met ernstige bedreigingen. ,,De impact van zijn opmerkingen heeft hij compleet onderschat. Hij voelt zich niet veilig”, zegt hij. Het bedrijf overweegt aangifte te doen tegen de persoon die de naam van het bedrijf in verband heeft gebracht met de opmerkingen. ,,Onze reputatie staat nu op het spel.”

Tekst gaat verder onder deze foto

Een voorbeeld van een heksenjacht op Facebook

Een voorbeeld van een heksenjacht op Facebook?? Facebook

Ontslag?

Het bedrijf staat hierin niet alleen. Op Facebook circuleren tal van namen van bedrijven die volgens de initiatiefnemers moeten ingrijpen. Ook Viva Zorggroep ligt onder het vergrootglas, nadat een leerling-verzorgende veel te ver ging in haar reactie over het drama.

,,We hebben hier kennis van genomen, we gaan dit intern oplossen”, laat een woordvoerder weten.?Of ze wordt weggestuurd wilde de voorlichter niet zeggen.?Een Haagse basisschooljuf werd onlangs w?l ontslagen na haar kwetsende uitlatingen op social media. Zij haalde hierop haar Facebook en Twitter offline.

Ontslag vanwege social media

Maar mag dat eigenlijk wel: ontslagen worden om iets wat je op Facebook plaatst? In 10 procent van de ontslagen op staande voet is er social media in het spel, blijkt uit onderzoek. Maar wanneer is zo?n ontslag nu gerechtvaardigd? ,,Dat is moeilijk te zeggen,? legde advocaat arbeidsrecht Sharieffa Jbiri eerder uit in een interview. ,,Dat is het lastige van het arbeidsrecht: alles is altijd afhankelijk van de omstandigheden.?

Om in algemeenheden te spreken: Jbiri stelt dat je het als werknemer behoorlijk bont moet hebben gemaakt op je Facebook- of Twitter-tijdlijn om ontslagen te worden. ,,Bij de meeste zaken waar zo?n ontslag w?l lukt, zijn werknemers al een keer gewaarschuwd over hun social media-uitingen. Ze plaatsten meerdere malen berichten met de verschrikkelijkste scheldparades en verwensingen.?

Toch zegt de directeur van het Eindhovense bedrijf dat hij juridisch gezien geen poot heeft om op te staan. ,,Natuurlijk hebben we onderzocht of we hem kunnen wegsturen, maar hij beroept zich op vrijheid van meningsuiting. Hij deed die uitspraken vanuit de eigen persoon, en niet namens ons bedrijf.”

Tekst gaat verder onder deze foto

Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel

Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel?? Facebook

Omstandigheden

Als het tussen een werknemer en bedrijf tot een rechtszaak komt, zal de rechter altijd kijken naar de gegeven omstandigheden. Zo speelt mee of een bedrijf een social mediaprotocol hanteert of niet. Vakcentrale CNV heeft een standaard protocol op haar site staan, dat werkgevers kunnen downloaden en gebruiken.

Waarom zo?n protocol belangrijk is? ,,Het schept duidelijkheid”, zegt Jasper Konijnenbelt van CNV. ,,Social media is een ingewikkeld terrein dat zich tussen het openbare en het priv?domein afspeelt. Mocht het tot een arbeidsconflict komen, dan heb je iets om op terug te grijpen.?

Advies van politie

Terug naar de heksenjacht.?De politie spoort social media-gebruikers aan om goed na te denken voordat ze een reactie achterlaten. ,,Dit kan een enorme impact op slachtoffers, familie, bekenden of nabestaanden hebben. Denk na over wat je als reactie post op social media. Het kan enorm kwetsend zijn. Hoe zou je het zelf vinden als er zo zou worden gereageerd op een ongeval waarbij je broertje, zusje, vader of moeder slachtoffer is geworden?”

Wat moet je doen als je een nare reactie tegenkomt? ,,Meld het bij de politie of bij je wijkagent als iemand te ver gaat, mogelijk dat we met de mensen achter het account in gesprek kunnen gaan. Dit zal echter niet altijd mogelijk zijn omdat vaak vanuit fake accounts of nepnamen wordt gereageerd.”

De naam van het Eindhovense bedrijf en de directeur zijn bij de redactie bekend. Om de heksenjacht op dit bedrijf niet verder uit de hand te laten lopen, heeft de redactie ervoor gekozen de naam niet te noemen.

Bronnen: Brabants Dagblad, GeenStijl

Onderzoek: Social media gebruik onder politiezones Belgi

Op 25 september is er een inspiratiedag voor de politie over het inzetten op sociale media, georganiseerd door socialemediaburo.be en CPL Belgium. Sprekers zijn onder andere Ron De Milde (directeur nieuwe media politie Nederland), procureur des Konings Dominique Reyniers en federaal minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon. In de aanloop van deze dag hebben de organisatoren?een? onderzoek gehouden?naar het gebruik van sociale media bij politiezones, waarvan hieronder een verslag.

Inspiratiedag 25 september

Sociale media zijn uitermate geschikte kanalen om in te zetten voor politiewerk. Niet alleen voor corporate communicatie, maar ook om de dienstverlening uit te bouwen (webcare) en de dialoog aan te gaan op het online dorpsplein. Bovendien bieden sociale media ook heel wat kansen voor de vijf pijlers van de gemeenschapsgerichte politiezorg. Door te monitoren wat reilt en zeilt op dat online dorpsplein, vangt u ook signalen op en weet u wat er leeft. Net?als patrouilleren op de wekelijkse markt. Door sociale media tenslotte, kunnen ploegen aangestuurd worden in de meldkamer. Evenementen worden gemonitord op sociale media, zodat u als organisatie aanwezig en bereikbaar bent vanuit de broekzak.

De inspiratiedag focust op de mogelijkheden van sociale media voor bestuurlijke politie en openbare orde (en niet voor gerechtelijke politie en recherche). Net als de sociale mediaplatformen, trekt de organisatie daar de grens. Ze zoeken de grijze zone op en laten experts hier ook over reflecteren.

Door als politiezone zeer laagdrempelig aanwezig te zijn op sociale media en daar ook open en transparant in interactie te gaan met de bevolking ?n verantwoording af te leggen, kan dit tot meer respect voor politiewerk leiden.

1. Facebook wordt het populairste kanaal

Bij politiezones is Facebook met grote voorsprong het populairste platform. Zo heeft 80% van de Vlaamse politiezones een corporate Facebook-account. Wanneer we naar Twitter kijken is dit 68% en met 21% zien we dat veel politiezones Instagram nog aan het ontdekken zijn, of nog moeten ontdekken.
Voor het eerst is Facebook het populairste kanaal, vorig jaar was dit nog Twitter (met 68% versus Facebook toen 64%).

2. Nog te weinig interactie?

We merken dat politiezones sociale media nog altijd te veel inzetten als ?pushkanaal? om vooral berichten te sturen naar hun doelgroep. Slechts 37% van de politiezones gaan ook effectief de interactie aan op Facebook en 29% op Twitter. We zien wel dat er op Facebook een stijging is in het aantal interacties en conversaties als we vergelijken met 2017 (terwijl dit op Twitter vermindert).

3. Drempels

13% van de politiezones geeft aan geen drempels te hebben om actiever in te zetten op sociale media. Ervaren de zones wel drempels, dan staat een ?gebrek aan capaciteit? op de eerste plaats met bijna 59%. Een andere veel voorkomende drempel is ?tijdsgebrek? (57%). Bijna 20% geeft aan dat het algemeen kennisniveau over sociale media in de organisatie te laag is.? Gebrek aan visie wordt niet als een drempel ervaren, terwijl net visie nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten.

Met wat scoort de politie op sociale media?

Posts over dieren scoren over het algemeen heel goed op sociale media bij de politie. Van een verloren gelopen hond, dieren in de auto tot een zeehondje op het strand. Ook deze inhaker op Werelddierendag met een politiehond deed het bijzonder goed. Andere goed scorende posts gaan over nieuw materiaal zoals voertuigen of verkeerscontroles, zoals een flitsmarathon.

Hoe goed scoort elke politiezone op sociale media?

Ontdek het zelf op?deze interactieve kaart.

Het volledig rapport?van het kwantitatief onderzoek?vind je hier?als download of lees het hieronder online:

[slideshare id=116301516&doc=onderzoekgebruiksocialemediabijpolitiezones2018-180924153204&type=d]

Bronnen: VanDenBroele Uitgeverij, Sociale Media Buro

Workshop Politie en Burgers op Social Media

??? ? ??

Datum: ????????????????????? 12 oktober 2018

Tijd: ?????????????????????????? 13:00-17:00 (inclusief lunch en borrel achteraf)

Locatie: ???????????????????? Universiteit Utrecht: Janskerkhof 2-3, zaal 0.21

Doel:

Social media zijn een onlosmakelijk onderdeel geworden van onze samenleving en ook de politie is niet langer enkel actief in de wijk, maar ook op het web. Inmiddels hebben ruim 1700 politiemedewerkers een social media account en worden verschillende politiediensten online aangeboden. De snel veranderende online omgeving cre?ert allerlei nieuwe mogelijkheden maar roept ook vragen op. Moet de politie op elke vraag van burgers via sociale media ingaan? Hoe kan de politie reageren op burgers die zelf gaan rechercheren? Hoe kan de politie passende ?n pakkende content over politiewerk online plaatsen? Wat is de invloed van het filmen en online plaatsen van politieacties? In deze workshop gaan we samen met wetenschappers, politiemensen en ?gewone burgers? op zoek naar antwoorden op dergelijke vragen.

Tijdens deze workshop staan vier thema?s uit de dagelijkse politiepraktijk centraal:

  • Digitale dienstverlening aan de burger
  • Do-it-yourself policing: burgerparticipatie in politiewerk
  • Politie aanwezigheid op social media
  • Politiewerk in de publiciteit van social media

Na een korte introductie, worden in parallelle ontwerpsessies problemen ge?dentificeerd en nieuwe oplossingen ontworpen. We zoeken hierbij vooral naar originele invalshoeken en baanbrekende idee?n. Ook vertalen we hierbij inzichten uit het Europese onderzoeksproject Medi@4Sec naar de Nederlandse politiepraktijk.

Agenda

13:00-13:30 Ontvangst en lunch

13:30-14:30 Introductie van de thema?s

????????? Politie op social media & digitale dienstverlening -?Ron de Milde ? Dienst nieuwe media en digitale dienstverlening

????????? DIY policing: burgerparticipatie in politiewerk -?Arnout de Vries ? TNO

????????? Politiewerk in de publiciteit van social media -?Rianne Dekker ? Universiteit Utrecht

14:30-14:45 Koffie en thee

14:45-15:45 Parallelle ontwerpsessies:

1.??? Digitale dienstverlening aan de burger

2.??? Do-it-yourself policing: burgerparticipatie in politiewerk

3.??? Politie aanwezigheid op social media

4.??? Politiewerk in de publiciteit van social media

15:45-16:00 Koffie en thee

16:00-17:00 Plenaire presentaties uitkomsten, discussie en afsluiting

17:00- 18:00 Borrel

Voor meer informatie en aanmelden

Rianne Dekker ???????????? [email protected] / 030-253 93 95

I.v.m. catering ontvang zij uw aanmelding per email graag uiterlijk 23 september.

Burgers met eigen radar gun

Burgers mochten een snelheidsmeter al eens vasthouden in een vrijwilligerscursus, en met rent a cop of buurt bestuurt kunnen burgers zelf aangeven waar de politie op snelheid zou moeten controleren. Maar waarom zouden burgers dat niet zelf gewoon doen? Op verschillende plaatsen in het Verenigd Koninkrijk doen ze er testen mee. Op sommige plaatsen heeft de politie er spijt van, omdat ze de opvolging niet kunnen waarmaken, maar burgers willen maar al te graag.

Stel je voor: je woont in een mooie, rustige woonwijk. Je laat je kinderen buiten spelen. Het is idyllisch. Met uitzondering van de snelheidsduivels die van tijd tot tijd langskomen. De politie heeft andere prioriteiten toch? Misschien is dan tijd om zelf wat te doen.

De politie in Edinburgh wil een Community Speedwatch-programma uitrollen waarbij inwoners snelheidsgeweren en andere apparatuur kunnen kopen en training krijgen van de politie over waar ze het kunnen toepassen en hoe ze het veilig kunnen gebruiken.

Daarna kunnen de groepen hun eigen snelheidscontroles uitvoeren en alle meldingen bij de politie kwijt. Dat het veel meldingen kan opleveren, is bekend op andere plaatsen in Engeland waar de politie er al spijt van heeft:

Ook in Schotland was er in Edinburgh enige tegenstand. De Labour Councilor is van mening dat “de Schotse regering onze hardwerkende politie moet voorzien van de middelen die nodig zijn om ons allemaal veilig te houden.” Anderen denken dat het “belachelijk” is dat mensen zelf snelheidslimieten kunnen handhaven zonder de politie erbij.

Toch zijn er veel mensen die het wel wat vinden. Een woordvoerder van het groene transport, Chas Booth, zei:

“Ik ben heel blij met de stappen van de politie en hun advies om vrijwilligers te trainen met dit snelheidsgeschut. Net als de meeste raadsleden maak ik me ook zorgen om enkele gevaarlijke plekken in mijn wijk die ondanks politie inzet en maatregelen me nog steeds zorgen baren. Hoewel ik erken dat vrijwilligers niet volledig opgeleide en uitgeruste politieagenten kunnen en mogen vervangen, kunnen ze een nuttige aanvulling zijn op de reeks maatregelen tegen gevaarlijk rijden. Als dit initiatief voorkomt dat ??n kind in het ziekenhuis wordt opgenomen – of erger -, dan is het de moeite waard. ”

Gaat dit te ver, of is dit een logisch gevolg van de verschuivende prioriteiten van politie waarbij burgers zelf een stap naar voren doen om de veiligheid in hun eigen buurt te verbeteren?

De technologie in een app?

De apparatuur kost nu enkele duizenden euro’s en burgers mogen deze lenen van de overheid. Maar misschien kunnen we dit met de volgende generatie mobiele camera’s in onze smartphone zelf wel meten? Er zijn al een paar apps die in de buurt komen (zie hieronder), en voor de echte hobbyisten staan op internet ook handleidingen hoe je zelf een radar gun kunt maken.

https://www.youtube.com/watch?v=Z_Qw0mwoU3k&feature=youtu.be
https://www.youtube.com/watch?v=FOWopYv-JTM&feature=youtu.be
Er zijn al een paar radar guns in app vorm, hierbij een overzicht van 11 apps voor Android en iPhone:
1. Speed Gun App (Android)

De Speed Gun-app is een van de meest populaire apps. Met deze app kunt u de snelheid van bewegende objecten met ??n druk op de knop meten. Voer de afstand tot het doel zo nauwkeurig mogelijk in, raak het scherm aan en leid het met je vinger naar het doelwit. Als de meetresultaten onnauwkeurig zijn, kunt u het instrument zelf kalibreren. Met behulp van deze app kunt u de huidige bewegingssnelheid zowel te voet als in de auto meten.

2. Real Speed Gun App (Android)

Real Speed ??Gun-app is gemaakt om de snelheid van bewegende objecten te meten. Je kunt alles meten wat je wilt: de snelheid van een fiets, auto, voetganger, dier. enz. Om met de Real Speed ??Gun-app te beginnen, moet u eerst uw eigen lichaamsgewicht invoeren. Je vindt dit bij de instellingen van de app.

Hoe meet je de snelheid van bewegende objecten:

Richt de camera van uw telefoon naar het beginpunt van waaruit u de meting wilt starten. Druk vervolgens op de oranje knop als u klaar bent
De volgende stap is om de camera naar het eindpunt van de meting te wijzen. Druk vervolgens nogmaals op dezelfde knop
Nu kunt u uw telefoon draaien terwijl de camera het bewegende onderwerp richt dat begint v??r het eerste punt en eindigt na het tweede punt. De bovenste balk toont de voortgang

3. Radar Gun App (Android)

Deze eenvoudig te gebruiken app kan je helpen om de snelheid van honkbal-, softbal- of kleine competitie-pitches te meten. Het maakt van uw smartphone een echt radarwapen. U moet gewoon de knop ingedrukt houden om te beginnen met meten.

4. Ball Speed Radar Gun App (Android)

Met behulp van deze app kun je de snelheid van honkbal-, softbalvelden meten, het kan ook worden gebruikt in cricket, bowlen, voetbal, golf, hockey, volleybal, basketbal enzovoort. Het herkent de bal automatisch in de video. De herkenning is gebaseerd op de kleur van de bal en dan wordt de snelheid berekend.

U hoeft alleen maar een video van een bewegende bal op te nemen. Vervolgens kun je de video afspelen en pauzes maken als je de snelheid van de bal wilt weten. U kunt de kleur van het object kiezen om te meten en de app berekent eenvoudig en snel de snelheid.

5. Sports Speed Gun App (Android)

De radar pistool app is een handig hulpmiddel bij het meten van de snelheid van bewegende objecten. Het kan ook worden gebruikt voor balspellen. De instellingen zijn eenvoudig, volg gewoon de instructies en je zult de snelheid van elk voorwerp snel kennen.

6. Simple Speed Gun App?(Android)

Deze app berekent de snelheid van objecten in twee stappen. Voer de afstand tot het object in met behulp van de instelknop. Klik en sleep het object op het scherm. Als de snelheid niet klopt, kunt u de knop “Kalibratie” gebruiken om deze nauwkeuriger te maken.

7. Radarbot Speed Gun App? (Android)

Deze radarapplicatie is een mobiele radar die de geschatte snelheid van het object berekent met een wiskundig algoritme. U kunt de snelheid van voetgangers, auto’s, fietsen meten.

8. Pocket Speed Gun App? (Android)

De Pocket Speed Gun-app is een instrument dat u helpt de snelheid van een bewegend voorwerp te berekenen. De app heeft twee modi. De tweede is nauwkeuriger als het nodig is, maar het kost wat meer moeite. Er is ook een betaalde versie met drie modi:

  1. Live-modus. Deze modus is eenvoudig in gebruik. Je kunt gewoon de afgelegde afstand invoeren tijdens deze tijd en het vertelt je de snelheid. Deze modus is ideaal voor snelle grove metingen.
  2. Tweekleurmodus. In tegenstelling tot in de Live-modus, moet je een video maken. Het maakt het dus mogelijk om nauwkeuriger berekeningen van bewegende objecten te maken.
  3. Zes punten. Deze modus is niet beschikbaar in de gratis versie. Het helpt om hogere snelheden met meer nauwkeurigheid te berekenen.

9. Athla Velocity App (iPhone)

Deze radar-pistool-app voor iPhones heeft veel positieve recensies van zijn gebruikers omdat het een van de nieuwste versies is. U hoeft nu niet langer op het scherm te tikken of iemand te vragen uw apparaat vast te houden. Het werkt ook handsfree. In de app zijn er vandaag vijf sporten beschikbaar: honkbal, softbal, tennis, cricket en voetbal. Na het meten kun je het resultaat delen met je coach om hem je resultaten te laten weten. Je kunt ook je resultaten vergelijken met vrienden.

10. Baseball Radar Gun High Heat App (iPhone)

De Radar Gun-app is gemaakt voor mensen die dol zijn op honkbal.? Het gebruik is heel eenvoudig: druk gewoon op de knop aan het begin en aan het einde. Dan worden de nauwkeurige metingen weergegeven op het scherm van uw smartphone. Het kan overal worden gebruikt: in het park, in het stadion, enz.

11. SPEED Gun App (iPhone)

De Speed Gun-toepassing kan niet worden gebruikt als een professioneel snelheidsmeter maar wel voor de lol. Richt de camera van je telefoon loodrecht op de straat en druk vervolgens op de knop “kalibreren” en begin met het meten van de snelheid door bijvoorbeeld de auto te volgen.

Bronnen: Jalopnik, Free Apps Forme

Trendradar voor Het Nieuwe Melden

Trendradar brengt ontwikkelingen in kaart voor Het Nieuwe Melden (HNM), een programma met visievormend en experimenteel onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen binnen het meldproces. De interactie tussen burgers en hulpverleningsinstanties ten behoeve van veiligheid en dienstverlening staat hierbij centraal.

De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe mogelijkheden voor communicatie tussen mensen onderling en met bedrijven en de overheid scheppen ook verwachtingen voor ?het melden?. De HNM-Trendradar brengt deze ontwikkelingen in kaart.

‘Lifeline voor burgers

Om de veiligheid en (nood)hulpdienstverlening zo goed mogelijk te blijven ondersteunen is het belangrijk te weten wat er speelt qua trends en technologische ontwikkelingen. Deze zullen zowel kansen als potentiele risico?s met zich meebrengen. Vanuit de kennis van deze ontwikkelingen kan een visie en een strategie worden vastgesteld om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven.

De juiste informatie op de juiste plek

Het waarborgen van veiligheid en het zo goed mogelijk inzetten van (nood)hulpdienstverlening is afhankelijk van de snelheid en overdracht van juiste en relevante informatie naar de juiste schakels in de keten. Maar het gaat ook om interpretatie van deze informatie en vandaaruit correcte vertaling naar effici?nt en effectief handelen. In het meldproces zijn een aantal generieke stappen te onderscheiden: Waarnemen ? Melden ? Duiden ? Opvolgen. In de stap Duiden wordt de gemelde informatie ge?nterpreteerd en vertaald naar handelen, dus van: ?Wat is er aan de hand? naar: ?Wat kunnen we doen.? Deze stap is te zien als de kernstap in het meldproces.

De juiste koers voor Het Nieuwe Melden

Het meldproces is onderhevig aan technische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven, dienen we gebruik te maken, dan wel rekening te houden, met deze ontwikkelingen.
Een algemene actie gekoppeld aan maatschappelijke trends is het inspelen op ontwikkelingen in de maatschappij om de voorkant van het meldproces slimmer te organiseren en daarmee het contact tussen hulpdiensten en burgers te behouden en verder te verbeteren. Qua organiseren kan er ingespeeld worden op bestaande ontwikkelingen van netcentrisch werken. Voor wat betreft het beschermen van informatie zal het bewustzijn moeten worden vergroot en er een groei moeten komen in expertise.
De trendradar laat zien aan welke acties gedacht kan worden voor de verschillende stappen of aspecten uit het meldproces. Met deze acties kan door gericht invulling te geven aan experimenteel onderzoek Het Nieuwe Melden de juiste koers inzetten.

Lees hier de hele trendradar:

[slideshare id=115342522&doc=tno-trendradar-hnm-180919062207]

Bronnen: TNO

Misdrijven oplossen met data

De politie die meer criminaliteit weet te voorkomen. Weinig mensen zullen daar op tegen zijn. Maar over de manier waarop valt wel te discussi?ren. De politie in Limburg vertrouwt op de rekenkracht van computers die door een berg data te analyseren rondreizende dieven aanwijzen. Terwijl deskundigen ook een hoop beperkingen van dat zogeheten ‘voorspellende politiewerk’ zien.

Zo heeft een algoritme het lang niet altijd bij het juiste eind, zegt Selmar Smit van het onderzoeksinstituut TNO. “Eigenlijk is het niet meer dan een kansberekening: hoe waarschijnlijk is het dat het hier om een verdacht persoon gaat? En een kansberekening zit er weleens naast.”

Hoeveel personen als gevolg daarvan onterecht als verdacht worden aangemerkt, hangt af van hoe ‘strak’ het algoritme wordt afgesteld. Formuleer je heel specifieke kenmerken, dan worden weinig mensen eruit gefilterd. Dat verkleint de kans op fouten, maar vergroot de kans dat een hoop criminelen over het hoofd worden gezien. Hanteer je ruimere kenmerken, dan pak je mogelijk meer boeven, maar wijst de computer ook meer onschuldigen aan.

De politie zegt fouten te ondervangen door agenten uiteindelijk zelf de afweging te laten maken of ze het advies van de computer opvolgen. Zoals in Roermond, waar de politie met camera’s langs de snelwegen en andere sensoren rondreizende dieven probeert te onderscheppen voordat ze toeslaan in het outletcentrum in de Limburgse stad. Agenten die een melding krijgen, gaan er heus niet direct met groot geschut op af, aldus de politie. Ze kijken eerst of dat wat de computer concludeert terecht is.

Steekproef

Het is belangrijk om maatregelen te nemen om agenten scherp te houden, stelt Smit. “Bijvoorbeeld door er af en toe een willekeurige steekproef tussendoor te gooien, zonder dat de agent op straat dat weet.”

Wat er kan gebeuren als de politie te veel op de computer vertrouwt, bleek uit een eerder project dat gericht was op het onderscheppen van drugskoeriers. Agenten waren gewend dat het systeem het altijd bij het goede eind had. Tot een oude vrouw met groot vertoon werd klemgereden.

Marc Schuilenburg, filosoof en criminoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft meer bezwaren tegen dat voorspellende politiewerk. Iedereen die straks richting het outletcentrum in Roermond rijdt zal door het algoritme worden beoordeeld.

“Dat betekent dat elke burger als potentieel risico wordt gezien. Dat is een wezenlijk verschil met het traditionele politiewerk, waarbij agenten afgaan op een melding over een verdachte situatie of handelen op basis van hun eigen observatie.”

Risico

De ene groep zal bovendien vaker worden aangewezen als verdacht dan de andere, zegt Schuilenburg. “In Roermond zal dat gaan om Oost-Europeanen, omdat veel rondreizende dieven daar vandaan komen. Maar dat betekent nog niet dat elke bezoeker uit het voormalige Oostblok een risico vormt. Toch zullen ze meer kans maken staande te worden gehouden, terwijl ze helemaal geen misdrijf hebben begaan.”

Algoritmes zeggen alleen iets over de groep die wordt gepakt, zegt ook Smit. Want met die kenmerken wordt de computer gevoed. Zo kan een focus op ??n bepaalde groep ontstaan. “De vraag is of je het acceptabel vindt dat een Oost-Europees gezin telkens wordt aangesproken als ze komen winkelen omdat daarmee de veiligheid zou worden vergroot.”

Schuilenburg pleit voor meer toezicht op de algoritmes. “Bij andere opsporingsmethoden, zoals een observatie, moet de rechter-commissaris vooraf toestemming geven. Dat geldt niet voor dit voorspellende werk, waarvoor de politie wettelijke bevoegdheid heeft. Er is hooguit achteraf een toetsing door de rechter, als een verdachte voor moet komen. Dat is veel te beperkt.”

NOS bracht de stand van zaken in andere landen in kaart:

China: score per burger

Het bekendste voorbeeld is wel ver weg: China. En dat is dan ook het voorbeeld dat het verst gaat. Is de politie in Nederland bezig met het opsporen van zakkenrollers en plofkrakers, in China?wil?de overheid ook minder vergaande ‘overtredingen’ bestraffen.

Je ouders niet vaak genoeg bezoeken, zwartrijden, oversteken bij rood licht? Het kan van invloed zijn op je ‘sociale kredietscore’, een cijfer dat invloed heeft op de vraag of je een trein kunt nemen, bepaalde banen kunt krijgen of je kinderen naar de goede scholen kunt sturen.

Het systeem is nog niet operationeel, maar in delen van China wordt er al volop mee getest, met slimme camera’s die gezichten kunnen herkennen.

Verenigde Staten: niet altijd even transparant

Zo ver gaat het in westerse landen nog niet. Maar in de Verenigde Staten is de politie wel al meer dan tien jaar bezig om te zoeken hoe voorspellende technologie?n kunnen worden ingezet tegen criminaliteit.

In Chicago hebben honderdduizenden burgers bijvoorbeeld een score waarmee de politie inschat hoe gevaarlijk ze zijn. Als de politie een burger staande houdt, weet de agent die dat doet hoe gevaarlijk die persoon is. Ook in andere grote steden wordt deze aanpak gebruikt.

Dat gebeurt niet altijd even transparant: vaak zijn de onderliggende algoritmes geheim. In New Orleans bleek zelfs al zes jaar een project te bestaan voor het voorspellen van misdrijven, zonder dat burgers of gemeenteraadsleden dat wisten. Na publiciteit erover trok de gemeente de stekker uit het project.

Duitsland: een brug te ver

Zoiets zou in Duitsland nooit gebeuren, zegt correspondent Kees van Dam. “Privacy is hier een groot goed: we hebben hier geen DigiD, ov-chipkaart en Google Street View.” De afgelopen jaren is veel gedebatteerd over nieuwe wetgeving om de politie makkelijker achter de voordeur te laten kijken, maar die is nog niet aangenomen.

Een uitzondering is er in Beieren: daar is een wet aangenomen die de politie en de inlichtingendiensten preventief laat tappen en arresteren. Ook kunnen er camera’s met gezichtsherkenning worden ingezet en lopen agenten rond met bodycams. “Maar daar gaat het echt om terrorisme. Zoiets inzetten voor zakkenrollers is in Duitsland echt een paar bruggen te ver”, aldus Van Dam.

In Frankrijk heeft de politie meer ervaring met voorspellend rechercheren, maar dat blijkt ondanks een investering van 108 miljoen euro geen succes: agenten zijn onvoldoende opgeleid en de resultaten zijn niet spectaculair.

“Databases werden hierbij gekoppeld om beter te voorspellen waar welke vorm van misdaad zich zou voordoen”, zegt correspondent Frank Renout. “Maar zoals een politiechef die zo’n project leidde, al zei: vroeger plakten we blaadjes met een punaise op een bord, nu hebben we data, maar dat is nog geen voorspellend politiewerk.”

Weliswaar kon de politie in het departement L’Oise, in Noord-Frankrijk, 74 procent van alle strafbare feiten voorspellen met software, maar dat lukte de politiedienst net zo goed door ouderwets veldwerk op straat. Het project werd dan ook stopgezet.

Desondanks schuift de Franse politie digitaal rechercheren nog niet aan de kant: er is vorig jaar een speciale politiedienst opgericht die zich richt op agenten die niet de straat opgaan, maar wetenschappelijke of technische expertise hebben.

Verenigd Koninkrijk: weinig kritiek

In het Verenigd Koninkrijk, het land met de grootste hoeveelheid beveiligingscamera’s per inwoner, is de politie wel blij met de voorspellende technologie. In Kent, bijvoorbeeld, heeft voorspellende software geleid tot 6 procent minder geweldsdelicten op straat. “Ook was de politie vaker in staat om snel aanwezig te zijn en escalatie te voorkomen”, zegt correspondent Tim de Wit. De politie in Kent is nu aan het onderzoeken hoe ook het aantal inbraken kan worden teruggedrongen en ook andere politiekorpsen experimenteren met de technologie.

Burgers vinden het prima. “Ongeveer de helft van de Britten vindt het goed als politie en veiligheidsdiensten meer bevoegdheden krijgen”, zegt De Wit. “Maar privacywaakhonden en ook mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor de gevolgen.”

Bronnen: Trouw, NOS, NOS, Trouw, De Telegraaf

Seminar Burgerparticipatie Politieacademie

Burgerparticipatie kent vele facetten. De overheid betrekt burgers bijvoorbeeld al jaren op diverse manieren bij beleidsvorming. Ook voor de politie is burgerparticipatie een belangrijk thema geworden. Burgers worden namelijk steeds actiever op het gebied van criminaliteitsbeheersing. Onder andere door technologische ontwikkelingen zijn burgers steeds beter in staat om zelfstandig veiligheid vorm te geven. Hierbij valt te denken aan de grootschalige zoektochten bij vermissingen, maar ook aan mensen die zelf gestolen goederen opsporen via internet of ?op jacht gaan? naar daders bij bijvoorbeeld een mishandeling of misbruik van minderjarigen.

Deze ontwikkeling brengt bepaalde risico?s met zich mee. Zo zijn er vaak heftige emoties in het spel en bestaat de dreiging van eigenrichting. Tegelijkertijd is de hulp van burgers een gegeven en biedt de samenwerking met burgers ook nieuwe kansen voor de politie. Burgers bieden naast ?extra ogen en oren? bijvoorbeeld ook kennis en expertise die de politie zelf mogelijk niet of onvoldoende in huis heeft. In ieder geval is burgerparticipatie inmiddels niet meer weg te denken uit de samenleving. De uitdaging voor de politie is dan ook om in verbinding te blijven met de burger.

Hoe de politie met deze risico?s, kansen en dilemma?s omgaat, werd duidelijk tijdens dit gevarieerde seminar, dat op 18 september op de politieacademie werd gehouden, Het bestond uit een plenair gedeelte, gevolgd door workshops. Alle onderdelen werden ge?llustreerd met praktijkvoorbeelden.

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Opsporing, opende het seminar. In zijn verhaal over Burgeropsporing stonden onder andere ambities zoals flexibiliteit en de snelle aanpassing aan nieuwe veiligheidsvraagstukken centraal. Oebele Brouwer, de tweede plenaire spreker, behandelde vervolgens vanuit zijn rol als Officier van Justitie de juridische mogelijkheden van burgerinzet en de bewijswaarde hiervan in het strafrecht. Ook bespreekt hij aan de hand van casu?stiek het managen van emoties bij burgerparticipatie in relatie tot het strafproces. Tenslotte hield?Izanne de Wit, specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland een mooi pleidooi over nieuwe vormen van samenwerking met allerlei burgergroepen in vermissingszaken. In juni van dit jaar gaf zij nog een interessant interview in de Volkskrant?over de worsteling van de politie bij burgerhulp.

Vervolgens was er?een grote verscheidenheid aan workshops:

1. Runnen in de Bovenwereld?(Law Enforcement Only)
De TCI (Team Criminele Inlichtingen) maakt bij uitstek gebruik van burgers in het verkrijgen van informatie. Veelal zijn deze burgers criminelen die om verschillende motieven hun informatie met de TCI willen delen.
Daarnaast is het van belang om informatiepositie te krijgen bij burgers die zich niet in de traditionele criminele omgevingen bevinden, maar een sleutelpositie hebben binnen het maatschappelijke leven (de Bovenwereld).
Een inzicht in de wereld van Criminele Inlichtingen en Runnen in de Bovenwereld.
Coordinator TCI Landelijke Eenheid

2. “Maar even serieus, politieparticipatie?”?
Politieparticipatie? Een streven misschien maar (nog) geen werkelijkheid. Stan Duijf deed onderzoek naar? verschillende vormen van politieparticipatie. Aan de hand van casuistiek neemt deze workshop je mee in de wereld van burgers die zelf starten met opsporen en de wijze waarop de politie op deze burgers reageert. U krijgt in deze workshop antwoord op vragen zoals, hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma’s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn voor het opsporingsonderzoek?
Stan Duijf

3.?Hoe verbetert Opsporingscommunicatie de effectiviteit van de opsporing.
Tijdens deze workshop nemen we je mee in een van de meeste bekende vormen van burgerparticipatie in de opsporing, de inzet van Opsporingscommunicatie. We maken als politie al 35 jaar Opsporing Verzocht en met succes. Wekelijks trekt het programma gemiddeld 1,2 miljoen kijkers en in 43% van de zaken die oa hier worden gebracht worden aanhoudingen verricht. Maar Opsporingscommunicatie gaat inmiddels veel verder alleen een opsporingsprogramma. Tijdens deze workshop laten we jullie ervaren hoe je Opsporingscommunicatie kan inzetten als strategisch interventiemiddel en tonen we jullie toonaangevende praktijkvoorbeelden.
Linda Buitenweg

4. Vrijwillig, getraind en Ready2Help: Samen met de politie zoeken bij urgente vermissingen?
Ready@Help?is een burgernetwerk dat in 2014 door het Rode Kruis is opgezet. Het doel is om samen met aangesloten vrijwilligers tijdens grote incidenten een bijdrage te kunnen leveren aan hulpverlening en veiligheid. Inmiddels bestaat het netwerk uit bijna 40.000 mensen en is Ready2Help sinds 2014 al meer dan 300 keer in actie gekomen. Ongeveer een jaar geleden is er experiment gestart waarbij de politie Rotterdam Ready2Help traint in het zoeken bij vermissingszaken. Tijdens deze workshop wordt ingegaan op deze samenwerking met de Eenheid Rotterdam bij het zoeken naar urgent vermiste personen en wordt een verkenning gedaan naar mogelijke andere samenwerkingsvormen met de politie.
Petra Koster

5. ?oh oh ze denken mee!?. Burger internetrechercheurs in vermissingszaken.
De workshop zal gaan over het feit dat burgers hobbymatig steeds actiever met ons mee speuren in vermissingszaken. Als politie is het lastig handelen met de informatie die zij aanleveren. Welke werkwijze hebben zij gehanteerd die geleid heeft tot het verkrijgen van deze informatie?? Hoe gaan zij om met hypothese en scenario?s?? Maar wat nu als informatie die zij verstrekken klopt?
Izanne de Wit

6. Boeven vangen doen we samen! Lessen uit Kootwijkerbroek.
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar ?n ons op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. Als politie zijn we heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen! Maar wat doen we als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken?
Onderwerpen die in deze workshop aan bod komen zijn onder andere:
? Burgers organiseren zich zelf, maar wat verwachten ze van de overheid?
? Hoe kun je burgerparticipatie goed en slim organiseren?
? En wat zijn de do?s en don?ts voor een goede samenwerking?
Wilma Borren

7. Participeer! Kom je alleen info halen of doe je mee??
In deze workshop nemen twee politiekundigen u mee in hun afstudeeronderzoek naar burgerparticipatie. Zij deden onderzoek naar de kansen voor burgerparticipatie in het district Oost-Utrecht. Daarvoor spraken zij onder andere met burgerrechercheurs en buurtvaders over de samenwerking met de politie. Ook onderzochten zij welk beeld politiemedewerkers van? burgerparticipatie hebben en welke mogelijkheden collega’s zien om paticipatie meer te benutten. Naast het bespreken van de resultaten van het onderzoek gaan zij graag met u in gesprek om samen verder te leren.
Wilma Borren & Bas van der Hee

8. Verschil Maken. Het spanningsveld tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtstaat.
Anne Faber kent u waarschijnlijk wel. Edwin Takens waarschijnlijk niet. Beiden werden eind 2017 in de omgeving van Soest vermist. De zoektocht naar Anne Faber werd een nationale aangelegenheid met tal van burgerinitiatieven. Bij Edwin Takens gebeurde dat niet. Hoe gingen wij om met dat verschil?
We zijn nieuwsgierig naar waar de politie zich door laat leiden bij het bepalen van de inzet van schaarse capaciteit? In het maken van die keuze dienen wij de waarden van de rechtsstaat en staan wij voor gelijkheid. Maar het vermogen om zelf voor veiligheid te zorgen is ongelijk verdeeld in de samenleving. Die maatschappelijke ongelijkheid zouden wij kunnen negeren, nivelleren of juist uitvergroten. Negeren door in alle gevallen gelijke inzet te plegen, nivelleren door een stap terug doen waar burgers participerend en redzaam zijn en andersom. En uitvergroten door juist mee te bewegen met de publieke opinie en inzetten op die zaken die burgers in beweging brengen. Hoe gaan wij om met maatschappelijke ongelijkheid en deugt het wat wij doen? Tijdens deze workshop wordt het denkraam van een onderzoek naar de spanning tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtsstaat gepresenteerd. En willen we op een interactieve manier discussi?ren over dit spanningsveld.
Susanne Huijing & Machteld van den Bosch

9. De Landelijke Deskundigheidheidsmakelaar: Inzet van externe deskundigen
Er is een toenemende vraag naar externe deskundigen (burgers) die een bijdrage kunnen leveren aan het opsporings- en vervolgingsproces. Het kan echter moeilijk zijn om te bepalen wie en op welke wijze een burger/deskundige een bijdrage kan leveren? in een onderzoek. Onduidelijkheid hierover gaat soms ten koste van de kwaliteit van het onderzoek. Er zijn echter veel kwalitatief uitstekende en betrouwbare? externe deskundigen (burgers) die meer en vooral eerder ingezet kunnen worden dan nu het geval is. De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) wil de politie, openbaar ministerie, bijzondere opsporingsdiensten en zittende magistratuur? hierbij graag ondersteunen en adviseren. De LDM heeft een register met daarin gescreende en getoetste externe deskundigen die geraadpleegd kunnen worden.
Mariska van Diepen & Jan Verkaik

10. Wanneer werk je wel of niet samen met burgers in opsporing?
Burgers hebben meer dan alleen ogen en oren, en willen in toenemende mate meedenken en doen in het opsporingsproces. Denk aan meezoeken bij vermissingzaken, of het speuren naar gestolen spullen op internet. Maar wanneer werk je nu als politie echt samen met burgers, en wanneer niet? Wanneer laat je burgers hun gang gaan, en wanneer moet je het in goede banen leiden? Of hoe kun je ingrijpen als het schadelijke gevolgen kent? In deze workshop willen we met jullie in discussie over benodigde instrumenten voor politie en burgers om deze processen in goede banen te leiden. Aan de hand van in ontwikkeling zijnde tools zoals het burgeropsporingsplatform Sherlock willen we interactief op zoek naar voorbeelden uit de praktijk en eindigen met voorlopige antwoorden op deze vragen. Sherlock: https://socialmediadna.nl/sherlock/
Sven Schultz & Arnout de Vries

11. Burgerparticipatie: de buurt en de agent (Veiligebuurt app)
Bewoners starten buurtpreventie initiatieven (m?t en z?nder de wijkagent) om hun buurt veiliger te maken. WhatsApp heeft zijn beperkingen voor bewoners ?n voor de wijkagent. Veiligebuurt.nl app is speciaal ontwikkeld en wordt nu door politie eenheden gebruikt.
In deze workshop wordt de voorbeeldcase met Politie Bommelerwaard uitgediept en de succesfactoren en resultaten vanuit het Ministerie van J&V besproken.
Natuurlijk staan we ook stil bij uw ervaringen, tips en hoe u kunt genieten van de voordelen (zonder eventuele belemmeringen).
Tim van Belkom

12. Ondernemers Alert, ”Ondermijning met een hapje en een drankje”
En dan is het ineens je buurman ondernemer op het industrieterrein waar de hennep zit en waar een ripdeal plaatsvind. De wijkagent komt erachter dat die buurman best wel wat wist.. maar helaas vaak achteraf. We willen naar de voorkant komen, hoe ga je samenspannen met ondernemers en hen bewustmaken van de signalen en weer in verbinding komen met de overheid. We zijn het gewoon gaan doen met ons publiek private netwerk ondermijners, zo’n 2 jaar geleden is het Platform Veilig ondernemen,? MKB- VNO, Politie, gemeenten, ondernemersverenigingen, samen voorlichtingen gaan geven op industrieterrein, daar waar het gebeurd, zoals in de loods waar XTC geproduceerd werd. Met een hapje en een drankje in?informele bijeenkomsten waarbij de burger als ondernemer en 1overheid weer in gesprek komen. Inmiddels landelijk gevolgd, 1200 ondernemers verder een 30 tal lokale bijeenkomsten, Haagse politici tot en met de minister die deze bijeenkomsten ook aanschuiven. In deze workshop vertellen we ons persoonlijke story over hoe een schijnbaar kleine interventie lokale, soms onverwachte, mooie effecten kan hebben in het herstellen van de publiek private verbinding.
Petra van den Bergh

13. Sarea Samen Zoeken?
Jaarlijks worden meer dan 40.000 mensen als vermist opgegeven. Gelukkig zijn 70% van de personen binnen 24 uur teruggevonden. In sommige gevallen helaas niet. Burgers starten vaak zelf een zoekactie voordat de politie in beeld komt. Dat is goed, want juist de eerste 24 uur zijn cruciaal.
Burgers willen graag, maar weten niet altijd hoe ze een zoekactie moeten leiden. Hoe weet je wie waar zoekt? Hoe stuur je mensen aan? De vermissingsapp Sarea helpt door de zoekactie te structureren en te organiseren. Doordat Sarea een afgebakend zoekgebied bepaalt en doordat de co?rdinator overzicht behoudt van waar wel en niet gezocht is, zorgt Sarea voor cruciale afstemming en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het zoeken naar een vermiste persoon. Wat komt erbij kijken als je met een app met burgers wil gaan samenwerken op het gebied van zoekacties? Van idee naar uitvoer, daar gaat de workshop over.
Ronnie Hessels & Henk-Jan Kazemir

14. Als je normale vragen stelt, krijg je ook normale antwoorden. Over de rol van de burger in de opsporing
? Wie vertrouwt zijn DNA toe aan de overheid?
? Wie durft te getuigen over een hennepplantage in de buurt, of over een moord?
? Wat doet de politie als de burger iets van de overheid wil in ruil voor zijn bijdrage?
? Wat mag is de prijs van de vooruitgang?
In deze workshop gaat Maarten Bollen in op de rol van de burger in de opsporing. Welke overeenkomsten hebben de burgers die in Friesland DNA afstonden voor het verwantschapsonderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra met de dealende criminelen die hun celgenoot erbij lapt in ruil voor minder straf? Maarten Bollen was betrokken bij het onderzoek 3D waarin verwantschapsonderzoek voor het eerst werd ingezet. Hij is op dit moment projectleider Bijzondere Getuigen in de regio Oost.
Maarten Bollen

Bron: Politieacademie

Burgemeesters in cyberspace

Als op straat ordeverstoringen plaatsvinden, kunnen burgemeesters maatregelen treffen om de veiligheid en orde te herstellen. De burgervaders en burgermoeders hebben echter niet zomaar bevoegdheden om ook online in te grijpen. Dat kan leiden tot moeilijkheden bij de handhaving van de openbare orde, omdat de aanleiding voor verstoringen van de maatschappelijk rust en veiligheid steeds vaker uitingen op internet zijn. Na eerdere onderzoeken naar virtuele wijkagenten, nu ook een eerste juridische en empirische verkenning naar de haalbaarheid van burgemeesters die hun lokale gezag virtueel verlengen.

Burgemeesters hebben online geen bevoegdheden
Treitervloggers, oproepen voor massale feesten, online drugswinkels: het zijn problemen die razendsnel kunnen escaleren, maar waarbij een burgemeester geen bevoegdheden heeft om in te grijpen, zo beschrijven de onderzoekers in het onderzoek??Burgemeesters in cyberspace.?Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld’, dat in opdracht van Programma Politie & Wetenschap werd uitgevoerd. De onderzoekers maakten gebruik van een juridische bronnenanalyse van openbare ordebevoegdheden van burgemeesters en interviews met 33 experts en 14 burgemeesters. Er zijn meerdere problemen aanwijsbaar, schrijven de onderzoekers. ?Openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een ?online? en ?offline? deel. In werkelijkheid zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.?

Vrijheid van meningsuiting

E?n van de drie grootste problemen is dat digitale bedreigingen zich niet aan fysieke gemeentegrenzen houden. Een burgemeester mag van oudsher alleen binnen zijn eigen gemeente optreden. ?Wanneer iemand uit een andere gemeente oproept tot een massale samenkomst, is de burgemeester van de ontvangende gemeente niet bevoegd om dat te voorkomen.? Een ander probleem is dat ingrijpen al snel een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten betekent, zoals de vrijheid van meningsuiting. ?Preventief ingrijpen via het internet betekent in veel gevallen het aanpassen of verwijderen van berichten van mensen, terwijl de burgemeester daartoe niet bevoegd is.? Ook is het lastig om in te schatten wat de gevolgen op straat kunnen zijn van dreigende berichtgeving. ?Dat maakt de verantwoording bij een eventueel ingrijpen lastig.?

Wetgeving aanpassen

De voor het onderzoek benaderde burgemeesters denken wisselend over de mogelijkheid en wenselijkheid van het online toepassen van hun bevoegdheden, zo geven de onderzoekers aan. ?Sommigen willen geen bevoegdheden op het internet, omdat ze vinden dat burgemeesters zich verre van uitingen van burgers moeten houden en optreden door het Openbaar Ministerie (strafrecht) meer voor hand ligt. Anderen geven aan dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de openbare orde binnen hun gemeente en dat online dreigingen binnen hun gemeente daar ook onder vallen.? Enkele burgemeesters geven de voorkeur aan verandering van wetgeving, waardoor ook online ingrijpen door burgemeesters mogelijk wordt gemaakt. Sommigen pleiten voor de oprichting van een landelijke autoriteit die beter online kan handhaven.

Samenwerking met andere bevoegdheden

Omdat veel vraagstukken voor de openbare orde zonder de inzet van formele bevoegdheden wordt opgelost, bijvoorbeeld door samenwerking met andere bevoegdheden, is er ook een reden om als burgemeester geen extra bevoegdheden te wensen. De onderzoekers pleiten vanwege toenemende digitalisering van de samenleving en de de verwevenheid van online en offline wereld voor het bewuster omgaan met vraagstukken van online ordehandhaving. ?Oplossingen dienen meer toekomstbestendig te zijn. Er kan al veel worden gewonnen met de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen burgemeesters en het Openbaar Ministerie?, schrijven de onderzoekers. Toch zal de wetgever een antwoord moeten geven op fundamentele vragen, zoals in hoeverre ingrijpen in de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd is in het kader van de handhaving van de openbare orde en in welke gevallen het aan de burgemeester is om in te grijpen.

Het volledige rapport is?hier?gratis te downloaden, of hieronder online te lezen:

[slideshare id=115342278&doc=burgemeestersincyberspace-180919062020&type=d]

Bronnen: Binnenlands Bestuur, Politie en Wetenschap, NGB

 

Erik Akerboom: ‘De opsporing moet mee’

De politie staat niet boven de wet. Maar met goede wetgeving kan zij een vuist maken bij moderne problemen. ?We moeten z?lf kunnen optreden, anders zijn straks de Googles en de Apples de politie van de toekomst.? Interview met politiebaas Erik Akerboom.

?De politie is een incidenten-organisatie: wij krijgen 1,5 miljoen spoedoproepen per jaar. Dan is het in mijn vak de kunst om niet alleen daardoor geleefd te worden, maar om ook een paar echt belangrijke lijnen vast te houden. Geweld. Discriminatie. Integriteit en de menselijke maat van de organisatie.?

Tegelijkertijd zie je?bij het OM de indringende wens om de rechtsstatelijkheid te vergroten en de rechtswaarborgen in de samenleving te garanderen. Die twee ? actie en rechtstatelijkheid ? wringen wel eens met elkaar. Want je gaat dan nog in het begin van het strafvorderlijke proces al interveni?ren. Daar zie ik bij het OM een worsteling.

Over burgeropsporing zegt hij:?

Ik zie een gezamenlijke worsteling om effectief om te gaan met die initiatieven van de burger. Je zag het bij de Hoornse zedenzaak. Burgers tikken in: ?Find my iPhone?, weten daarmee de verdachte van een aanranding of verkrachting te traceren, en stappen naar politie en OM: ?Ik h?b hem, gaat u daar even naar toe?? Op dat indringende samenspel zijn wij nog niet goed toegerust. Het vraagt om openheid van beide organisaties om snel te communiceren: bij een indringend delict soms elke twee uur. Klassiek wacht het OM daar liever mee, om niet de vervolging van zo?n zaak te schaden. Maar ik denk dat dat moet worden heroverwogen. De samenleving eist van ons dat we laten zien wat we doen en of we al nieuws hebben. Burgers zitten met de sociale media boven op het onderzoek,? analyseren zelf eigen zaken, gaan desnoods zelf zoeken. Dus, wil je het beste uit die samenwerking met burgers en bedrijven halen? Stap dan als politie en OM naar voren. Daarvan bestaan al succesverhalen. Zo verliep de zoektocht naar Anne Faber heel goed. De politie kon aanwijzen: kunt u ons helpen d??r te zoeken? Vervolgens gingen militairen, familie, vrijwilligers zoeken, en zij vonden uiteindelijk sporen van de kleding.

Is de rechtsstatelijkheid in goede handen bij de speurende burger?

Niet altijd, maar hij is wel hard nodig. Het is zeker wat eng om opsporen wat uit handen te geven. Daarom snap ik die herori?ntatie van het OM op die rechtsstatelijkheid zo goed. Want ik zei al: straks bepalen de Googles en de Apples en de providers nog wie wel en niet mag communiceren, wie wel en niet wordt afgesloten van het internet. Wie wel en niet ?verdachte? is wordt bepaald door individuen die iemand op social media zetten. Sommige individuen hebben daarbij een bepaald belang. Anderen zijn idioten die denken dat ze Sherlock Holmes zijn ? daarmee zijn al grote vergissingen begaan. Weer anderen, dat is de grootste groep, zijn bezorgde burgers die gewoon willen helpen. Al gaat het met horten en stoten: er is geen andere weg. Dan is het zaak dat politie en OM in hoog tempo feiten en informatie kunnen duiden, en daar sterker in worden. Daarmee behouden we het vertrouwen van burgers in ons objectieve onderzoek. Die duiding past bij onze rol in de rechtstaat: de zwakkere beschermen, en soms ook de verdachte.

Lees het hele artikel:

Bron: Opportuun