Doe-het-zelfsurveillance

WhatsApp-buurtpreventiegroepen zijn goed voor de sociale cohesie in de buurt, maar je vangt er nauwelijks boeven mee. Dit blijkt uit onderzoek van Mehlbaum onderzoek, de Vrije Universiteit en het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Politie en Wetenschap. De onderzoekers volgden meer dan een jaar zes WhatsApp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg. Politie en gemeente hebben wel baat bij de WhatsApp-buurtgroepen. De wijkagent heeft vaak nauw contact met beheerders en blijft zo op de hoogte van wat er speelt in de wijk. Daarnaast kan de politie de WhatsApp-buurtgroepen voeden met informatie over bijvoorbeeld actieve dadergroepen in de buurt, zodat buurtbewoners hiernaar uit kunnen kijken en preventiemaatregelen kunnen treffen. Hier ligt een kans voor de politie om de verbinding met de wijk te verbeteren, in het bijzonder met buurten die gelden als zogenaamde ?hot spots? of waar weinig contact is met buurtbewoners.

WhatsApp-buurtgroepen zijn een wijdverspreid fenomeen in Nederland en duizenden Nederlanders helpen mee om hun buurt in de gaten te houden en delen verdachte situaties met elkaar. In hoeverre dit daadwerkelijk bijdraagt aan sociale veiligheid is echter nog nauwelijks onderzocht. Dit onderzoek heeft, op basis van een analyse van chatgeschiedenissen en gesprekken met beheerders en andere buurtbewoners, politie- en gemeentemedewerkers, in kaart gebracht wat zich allemaal afspeelt in deze appgroepen. Ook werd gekeken welke maatschappelijke gewenste en ongewenste gevolgen dit met zich meebrengt.

Uit het onderzoek blijkt dat buurtbewoners elkaar door de WhatsApp-buurtgroepen (beter) leren kennen en dit mondt vaak uit in andere vormen van contact, zoals een buurtbarbecue of een gezamenlijke Facebookgroep. Het initiatief voor deze groepen komt vaak vanuit een enthousiaste buurtbewoner die het beheer op zich neemt en de huisregels in de groep handhaaft.
De invloed van de appgroepen op sociale veiligheid lijkt echter beperkt. Respondenten wijzen vooral op de preventieve werking van de appgroepen om inbraken of andere delicten te voorkomen. Of dit daadwerkelijk zo is, is echter lastig hard te maken. Buurtbewoners delen wel verdachte situaties met elkaar, maar dit heeft slechts in 1 casus (Amsterdam) geleid tot aanhoudingen. Behalve dat buurtbewoners relatief weinig verdachte situaties opmerken, vari?rend van 0.08 tot 1,5 per maand, melden ze ook niet alle verdachte situaties aan de politie.

Politie en gemeente hebben wel baat bij de WhatsApp-buurtgroepen. De politie kan buurtbewoners trainen in het melden van verdachte situaties en hoe ze hiermee om kunnen gaan. Het onderzoek wijst uit dat begeleiding en training van politie helpt om ongewenste situaties, zoals eigenrichting of uitsluiting te voorkomen. Deelnemers aan de groepen weten hierdoor wat wel en niet geoorloofd is in de groepen en wijzen elkaar hier op. Ongewenste uitwassen zijn we dan ook nauwelijks tegengekomen in de geanalyseerde appgroepen.
De actieve inzet van buurtbewoners voor de veiligheid van hun buurt, roept echter ook verwachtingen op. Buurtbewoners willen graag terugkoppeling ontvangen, wanneer ze een melding doen bij de politie. Uit het onderzoek blijkt dat dit vaak niet gebeurt, waardoor niet duidelijk is op de meldingen opgevolgd zijn door de politie. Ook verwachten buurtbewoners ondersteuning van de gemeente als het gaat om preventiebordjes of -stickers. Per gemeente wordt hier verschillend mee omgegaan en dit kan leiden tot onvrede onder buurtbewoners.

[slideshare id=120818321&doc=doe-het-zelfsurveillance-181026101007&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap

App: CopsEye

De Madurai districtspolitie heeft de mobiele applicatie ‘Cops Eye‘ (Android) gelanceerd voor het publiek. De politie had al een desktopversie van de app waarmee het politiepersoneel zelf kon werken. Met de app kan nu iedereen zien of iemand gezocht wordt door de politie.

Burgers krijgen de mogelijkheid om foto’s van verdachte personen te maken en deze via WhatsApp naar de politie te sturen. Het personeel in de politiecontrolekamer zal gezichtsherkenning gebruiken nadat burgers beelden uploaden via ‘Cops Eye.’ Als de verdachte een strafblad blijkt te hebben, kan meteen de vereiste actie worden ondernomen. Politiepersoneel van alle rangen kan ook foto’s maken en deze naar de meldkamer sturen, waar het personeel de desktopversie van ‘Cops Eye’ gebruikt. Sinds de lancering van deze nieuwe app zijn in totaal al 143 mensen via de applicatie geverifieerd, aldus de politie.

Bronnen: The Hindu

Landelijke Meldkamer Samenwerking en het Nieuwe Melden

De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen daarvan in de maatschappij volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe communicatiemiddelen tussen mensen onderling, met bedrijven en de overheid zorgen voor nieuwe mogelijkheden voor het melden van ongevallen en noodsituaties. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, de hulpverleningsdiensten (in de vorm van de LMS, de Landelijke Meldkamer Samenwerking) en TNO onderzoeken binnen het programma ?Het Nieuwe Melden? samen hoe de overheid zich slimmer kan organiseren en beter gebruik kan maken van de kansen die nieuwe communicatievormen bieden voor het melden van veiligheidsincidenten. De kennis die deze onderzoeken oplevert, draagt eraan bij om nu en in de toekomst burgers in nood sneller en effici?nter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bestrijding van crisis en rampen.

Bijeenkomst op de CCR Summit 2018

Visie vormen en experimenteren

Visievormend en experimenteel onderzoek is de kern van de aanpak van Het Nieuwe Melden. Met visievormend onderzoek brengen we de huidige trends en transities in kaart en bedenken samen met de verschillende stakeholders in het meldkamerdomein hoe hier effectief op ingespeeld kan worden. Met experimenten onderzoeken we de invloed van technologische ontwikkelingen op de meldkamer en het meldproces. We beantwoorden vragen als: ?Hoe sturen we hulpverleners voorbereid op weg met big data?? of ?Welke input kunnen sensoren leveren aan de meldkamer??. In het programma werken we nauw samen met de LMS. De LMS, de ‘scale-up’ van het programma Landelijke Meldkamer Organisatie, is het nieuwe organisatieonderdeel van de politie en werkt van en voor alle partijen in het meldkamerdomein. E?n van de belangrijke opdrachten van de LMS is het moderniseren en vernieuwen van meldkamerprocessen, -systemen en ?organisatie, onder andere met sensoren, datascience en netcentrisch opereren. In samenwerking met het meldkamerveld kunnen we onderzoek doen met impact ? waarin de eindgebruiker wordt meegenomen. We vertellen graag meer over de trends en transities en lichten twee recente experimenten toe.

Trends

Er zijn verschillende trends in kaart gebracht die van invloed zijn op het meldproces:

  • Smart community: We leven in een smart community, waarin informatie-uitwisseling explosief toeneemt en mensen altijd en overal met elkaar verbonden zijn. Dit betekent dat er meer kanalen komen via welke burgers meldingen kunnen of willen doen. In deze genetwerkte samenleving is iedereen steeds meer altijd en overal met elkaar verbonden. Daarnaast wordt burgerparticipatie, bijvoorbeeld via sociale media, gemakkelijker.
  • Vermenging digitale en werkelijke wereld: De digitale en werkelijke wereld versmelten, waarbij er een toenemende afhankelijkheid is van digitale systemen. De digitale wereld is in staat tot steeds betere nabootsing of zelfs ?verbetering? van de echte wereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Augmented Reality of Mens Machine Interfaces. Activiteiten en systemen in het digitale domein krijgen daarmee steeds meer invloed op onze activiteiten in de fysieke wereld. Digitale veiligheid zal daarmee steeds meer impact hebben op de fysieke veiligheid van de burger.
  • Beeldcultuur: We leven in een beeldcultuur, waar de technologie in een stroomversnelling zit en de behoefte aan beeld steeds groter wordt. De impact van deze trend is momenteel al voelbaar in de meldkamers, die steeds vaker toegang hebben tot (live-)beelden uit de regio. Bij dit toenemende aanbod moet rekening gehouden worden met de regie ? voegt het beeld nog wat toe aan reeds ontvangen informatie en in hoeverre draagt het bij aan snellere hulpverlening? Daarnaast is het van belang om de impact op de centralist te duiden; beelden kunnen schokkender zijn of juist een melding afzwakken.
  • Autonome besluitvorming: Er is steeds meer sprake van autonome besluitvorming op basis van data. Wanneer er geen gebruik gemaakt wordt van de toenemende input van data ten behoeve van veiligheid zal de burger zich afvragen waarom niet. Aan de andere kant moet er ook geen overload zijn aan data of beslismodellen die het hulpverleningsproces kunnen verstoren.
  • Digital trust: We worden ons bewust van de keerzijde van het opslaan en transporteren van data, mede omdat de kwetsbaarheid voor digitale veiligheidsincidenten groter wordt en het onderscheid tussen nep en echt steeds moeilijker. Privacy zal soms opgegeven moeten worden ten behoeve van veiligheid, maar waar ligt deze grens? Transparantie over welke gegevens waarvoor worden gebruikt blijkt hierin een belangrijke factor. Daarnaast moeten nieuwe databronnen (zoals beeld) die aangewend worden voor besluitvorming betrouwbaar zijn.
  • Smarter world: We leven in een smarter world, waarin ?dingen? steeds slimmer worden en mens-machine interfaces steeds intu?tiever. Veiligheidsdiensten moeten dus steeds beter kunnen communiceren met dingen in plaats van mensen. Op deze manier zouden slimme voer-, vaar- en vliegtuigen of gebouwen zelf meldingen kunnen doen.

Transities

Om in te spelen op de hierboven beschreven trends en ontwikkelingen zijn verschillende transities voor de meldkamer gedefinieerd: van beperkte gegevens naar relevante multimediale informatie, van volgend naar voorspellend, van menselijke naar kunstmatige intelligentie, van begrensd naar virtueel grenzeloos, van intern hi?rarchisch naar extern genetwerkt, van blind vertrouwen naar transparantie. Aan deze transities worden samen met stakeholders, zoals de verschillende kolommen en het ministerie, actierichtingen gedefinieerd die eind dit jaar gepubliceerd zullen worden.

Transities op de weg naar Het Nieuwe Melden

Beeld in de meldkamer

?Ja mevrouw, ik zie het?!? Een nieuw geluid op de 112-meldkamer tijdens het experiment ?Melden met beeld?. In oktober is een onderzoek uitgevoerd in de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland om te onderzoeken wat de invloed is van het gebruik van beelden bij 112-meldingen. Beeld kan namelijk het proces versnellen en de juistheid van informatie vergroten maar mogelijk ook tijd kosten om te interpreteren en afleiden van wat wordt gezegd. Centralisten van verschillende disciplines deden mee aan twee experimenten. Het eerste (quasi) experiment richtte zich op het effect van beeld op het proces en met name op de snelheid, juistheid en volledigheid van de verwerkte informatie. Elke centralist handelde tijdens het experiment acht cases af waar tijdens de intake beeldmateriaal aan werd toegevoegd. Op die manier konden onderzoekers van TNO de prestaties van de centralisten die eerder de cases hebben afgehandeld zonder beeldmateriaal worden vergeleken met de prestaties van de centralisten die wel beeldmateriaal kregen aangeboden. Het tweede experiment was verkennend van aard en richtte zich op de emotionele en cognitieve impact van beeld op de centralist. De eerste conclusies en inzichten van de experimenten worden nu verwerkt en later dit jaar gepresenteerd. Want, de toekomst komt in beeld.

Voorspellen van meldingen

Het voorspellen van de spoedvraag is een ander voorbeeld van een experiment, dit keer in samenwerking met de meldkamer Rotterdam. In dit experiment wordt een algoritme ontwikkelt om 112-meldingen te voorspellen op basis van historische en live bronnen. Verschillende databronnen kunnen gebruikt worden door zogeheten ?machine learning algoritmes? om trends te ontdekken en voorspellingen te doen. Politie, brandweer en ambulance maken al gebruik van voorspellende algoritmes om te bepalen waar de kans op incidenten het grootst is. Maar deze algoritmes zijn nu nog voornamelijk gebaseerd op historische incident data. De vraag is of andere (live) databronnen zoals weer en verkeer kunnen worden benut om beter te kunnen anticiperen op de spoedvraag. Deze vraag wordt op het moment van schrijven getoetst waarbij experts van politie, brandweer en TNO samenwerken om voor dit probleem werkbare oplossingen te realiseren.

Conclusie

Door een gedegen visie te vormen over de nabije en verdere toekomst en te leren van experimenteren in de praktijk geeft het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden inzicht in de meldkamer van de toekomst: wat is er mogelijk en hoe pakken we dit aan? Een mooie uitdaging waar nu en in de komende jaren hard aan gewerkt wordt. Doet u mee?

[slideshare id=124470879&doc=20178ccrsummitmagazinev1-181130084220]

Bron: RB&W

17 miljoen agenten: van betrokken burger tot amateur smeris

Wie een vermist kind thuisbrengt of een zakkenroller overmeestert is van oudsher een held. Met gebruik van sociale media lukt het burgers steeds vaker om met succes vermiste personen of daders op te sporen. Maar bewijsmateriaal kan ook zoek raken, aangetast of meegenomen worden. Hoe kan je als burger helpen zonder de politie voor de voeten te lopen? In De Balie onderzoeken burgers en experts waar in onze rechtstaat de grenzen liggen bij burgerparticipatie.

Technologische ontwikkelingen plaatsen de samenwerking tussen politie en burgers in een nieuwe context. Terwijl de politie enerzijds gebaat is bij de inzet en expertise van burgers in opsporingsonderzoek werpt deze samenwerking ook een aantal ethische en rechtsstatelijke vraagstukken op. Onder andere omtrent privacy, burgerexecutie (eigenrichting) en leefbaarheid. Op 15 november confronteert De Balie het publiek met deze vraagstukken. Burgers en experts worden uitgenodigd om hun licht te laten schijnen op misdrijven, opsporing en digitalisering in het heden en de toekomst. We spreken onder andere met?Arnout de Vries?(onderzoeker?TNO),?Karlijn Roex?(socioloog) en?Sven Brinkhof?(strafrechtexpert).


De avond over burgeropsporing is de eerste in een Programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?:
In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? En hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie?Black Mirror?

Peter van der Geer?is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van?Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Arnout de Vries?is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij?TNO. Hij ontwikkelt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals de applicatie ‘Samen Zoeken?. Daarnaast schrijft hij op zijn site?SocialMediaDNA?over sociale media en de maatschappelijke veiligheid.

Karlijn Roex?is socioloog en promoveert eind november aan het?Max Planck Instituut?in Keulen. Daarnaast is zij oprichtster van?Spreekuur 89, een collectief dat opkomt voor mensen die tegen hun wil met de GGZ in aanraking komen. Ze werkt aan een boek over de discussie omtrent ?verwarde personen? en betoogde in het Parool dat de oproep om ?verwarde personen? in de gaten te houden kan zorgen voor een surveillance staat.

Sven Brinkhoff?als strafrechtexpert verbonden aan de Open Universiteit waar hij o.a. onderzoek doet naar de rol van burgers bij opsporing en de gevolgen daarvan voor strafzaken. Hij begon zijn loopbaan bij het openbaar ministerie en is werkzaam geweest in de rechterlijke macht.

Bekijk het debat hier terug:

Redactie:?Ianthe Mosselman (De Balie) en Rokhaya Seck (De Balie) in samenwerking met politie & Openbaar Ministerie

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

Hulp bij opsporing

Een zoektocht naar Jos?, de vriendin van Patrick. Wat weet zij over de moord? Samen met buurman Elmer vond Jos? Patrick in zijn appartement op tweede kerstdag 2002. Was zij de laatste die Patrick zag voordat hij vermoord werd? Heeft zij aanwijzingen wie de dader is? Verder in deze aflevering praat Sanne met TNO-medewerker Arnout de Vries.

Sanne krijgt advies van TNO-onderzoeker Arnout de Vries. Hij is expert op het gebied van internetcriminaliteit. Hij onderzoekt samen met de politie hoe de opsporing via nieuwe technieken verbeterd kan worden. De Vries heeft contact opgenomen om zijn hulp aan te bieden bij de zaak van Patrick.

Recherchekundige Evelien Aangeenbrug werkzaam bij de eenheid Landelijke Recherche vertelt over het onderzoek wat zij voor de Politieacademie naar opgeloste cold cases deed.

Sanne’s gesprek met Arnout de Vries was nog veel langer interessant. Hier kun je daar uitgebreider naar luisteren.

De TNO-wetenschapper gaf haar in aflevering 3 tips voor haar onderzoek. Hij adviseerde Sanne onder andere om meer hulp van luisteraars in te schakelen tijdens haar onderzoek.

De Vries houdt zich al langere tijd bezig met onderzoek naar opsporing via social media en met behulp van burgers. Hoe kun jij als gewone burger bijvoorbeeld je steentje bijdragen aan Europolonderzoeken naar kinderporno?

Mocht je interessante gedachtes hebben over wat er de nacht van Eerste op Tweede Kerstdag 2002 gebeurd kan zijn met Patrick of mocht je concreet iets weten over De moord op Patrick, mail naar:?[email protected]

Bronnen: VPRO

Interview met burgerspeurneuzen van Serendip

Een gesprek met ?Bo?, een anonieme speurneus van Serendip, zie?http://www.serendipov.nl/

1. Wat is Serendip en hoe is het gestart??

Serendip is voortgekomen uit de Nationale Krakercompetitie, een jaarlijkse internetzoekwedstrijd die online wordt gespeeld waarbij de deelnemers moeilijke vragen (hersenkrakers) met behulp van internet oplossen. Deze competitie, georganiseerd door de Nationale bibliotheek en NRC Handelsblad, duurde elke keer een maand en liep van 2003 tot 2010. Serendip oprichter “Gerrit van Keulen” (naam gefingeerd) was daar redactielid maar is na verschil van inzicht in 2007 Serendip gestart.

2. Hoe kwam jij erbij en wat is je persoonlijke motivatie?

Serendip was een zoekwedstrijd van 2007 t/m 2009 die het hele jaar duurde. Het eerste jaar won ik. Gerrit vroeg mij of ik in de redactie wilde. Dat heb ik 2 jaar gedaan.

De schoondochter en vader van Gerrit werken bij de politie. Hij schepte een beetje op dat Serendip zo goed kon zoeken. Uiteindelijk kreeg Serendip een cold case die we binnen 2 1/2 uur oplosten. Daarna ging het goed lopen totdat onze contactpersoon bij de politie plotseling overleed. We kregen daarna een periode steeds een nieuw contactpersoon, of weer een reorganisatie, en konden weer opnieuw beginnen.

Sinds begin 2015 zijn we aangesloten bij de Landelijke DeskundigheidsMakelaar (LDM). Dat is prettig want daarmee hebben we vaste aanspreekpunten.

3. Is het voor jou vrijwillig? Hoeveel tijd kost het je? Werk je veel alleen of juist veel samen?

In mei dit jaar heb ik Serendip overgenomen omdat Gerrit andere dingen wilde gaan doen. Ja, het is vrijwillig, niet fulltime maar velen steken er wel veel tijd in. Meestal werkt men zelfstandig, maar we?discussi?ren wel veel op het forum. Een aantal mensen kent elkaar IRL.?Contact verloopt meestal via DM op het forum en soms via WhatsApp of Facebook.

4. Hoeveel leden zijn er ongeveer en met wat voor soort mensen werk je?

In het begin waren er ongeveer 60 deelnemers maar in de loop der jaren zijn er veel afgevallen en er maar een paar bijgekomen. Het niveau ligt voor de meeste nieuwkomers te hoog, dus die haken al snel af. Nu zijn er nog 30 deelnemers, waarvan ongeveer de helft actief is.

De meeste deelnemers zijn ouder dan 60, zijn breed ge?nteresseerd en hebben verschillende beroepen. Bibliothecarissen, een huisarts, dierenarts, apotheker of conservator bij een museum, etc. Ongeveer 60% is vrouw en het zijn Nederlanders of Belgen.

5. Is Serendip gegroeid? Welke ambities zijn er nog?

Wij zouden best verder willen groeien, maar ik weet niet waar we het talent vandaan zouden moeten halen. De leden die nu lid zijn hebben zich bewezen bij de Nationale Kraker Competitie. Nieuwe leden, die overigens wel heel fanatiek zijn, haken zoals eerder gezegd toch vrij snel af. Ik heb dit ook met Bellingcat besproken en zij lijken hetzelfde te ervaren.

Gerrit wilde de boel ooit opengooien voor iedereen, maar ik blijf liever klein en kwalitatief goed dan groot met een heleboel sensatiezoekers die geen bijdragen leveren.

Ik zou best commerci?le opties willen verkennen, maar de manier van ontstaan en zo?n grote groep lijkt me dat niet eenvoudig. Hoe verdeel je bijvoorbeeld eventuele inkomsten?

6. Aan hoeveel zaken is of wordt ongeveer gewerkt?

We krijgen gemiddeld zo?n 20 a 25 verzoeken per jaar en uit eigen initiatief zoeken we naar evenzoveel zaken. Het zijn de meer ernstige misdrijven zoals moord, overvallen, doodslag en kinderporno.

7. Werkt Serendip ook met anderen samen?

Vanaf 1 juni 2017 werken we aan?https://www.europol.europa.eu/stopchildabuse/?ook in samenwerking met Bellingcat.

8. Welke kansen zie je voor Serendip om nog succesvoller te zijn?

De samenwerking met de LDM vind ik prettig maar soms is er wat gedoe met specifieke afdelingen van de politie. Een voorbeeld daarvan was dat we een afbeelding kregen van een t-shirt. Het beeld was heel klein en heel vaag. We vroegen naar een betere afbeelding maar die hadden ze niet. 2 weken hebben we zonder resultaat gezocht tot de zaak bij Opsporing verzocht kwam en er heel duidelijk beelden van maar liefst 3 camera?s werden uitgezonden. Binnen een half uur hebben we het t-shirt gevonden en ook waar de daders vandaan kwamen. Maar we waren woest, dat begrijp je. Dit soort dingen is vaker voorgekomen. Als ik nu zo?n afbeelding zie en ik vermoed dat het een still van een bewakingscamera is dan zeg ik dat ook. Maar?mijn contact met de LDM is zeer goed, zowel telefonisch als via e-mail. Als ik vragen heb gaat men er achteraan, daar ben ik erg blij mee.

9. Welk advies zou je aan de overheid willen geven?

Ik zou het zo snel niet weten, behalve dan dat ik vind dat ze traag zijn en niet snel genoeg met de tijd meegaan.

10. Hoe gaan jullie meestal te werk?

Ik denk dat iedereen een eigen manier van zoeken heeft. Meestal zoeken we zelfstandig, maar we bespreken de zaak wel op het forum. Ook delen we het als we iets gevonden hebben, en ook hoe we het hebben gevonden. Zo leren we van elkaar.

11. Wat voor type zaken pakken jullie??

Er zijn veel zaken in de media verschenen (zoals oa bij Opsporing Verzocht). Bekend werd Serendip met de Robert M. zaak doordat zij een rol speelden in de eerste fase van de Amsterdamse zedenzaak. In twee uur en tien minuten waren ze erachter. Wat het voor truitje was en waar je het kon kopen. Serendip zocht voor de politie naar de herkomst van het truitje met de Nijntje-opdruk, en hadden op dat moment nog geen idee van de gevolgen die hun ontdekking zou hebben. Acht dagen na de ontdekking zou de politie in het programma Opsporing verzocht dezelfde beelden tonen. Beelden die uiteindelijk de arrestatie van Robert M. tot gevolg hadden. Beelden die het schokkende misbruik blootlegden van ten minste 87 zeer jonge kinderen door hun cr?cheleider en oppas.

In 2010 treft de politie in de Verenigde Staten bij een aangehouden man beelden aan waarop is te zien dat een tweejarig jongetje wordt misbruikt door een man. De politie heeft geen idee wie zij zijn en plaatst in november 2010 drie afbeeldingen op een internationaal computerprogramma ter bestrijding van kinderporno. Het valt het Team Beeld en Internet van het Nederlandse Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) op dat het jongetje een Nijntje-doekje in zijn hand heeft en een Nijntje-truitje aanheeft. De beelden worden vertoond in Opsporing verzocht, een opa herkent zijn kleinzoon en belt met zijn dochter. Die dochter meldt zich bij de politie. Het eerste wat ze zegt, is dat ze bij het zien van de foto’s meteen moest denken aan haar oppas Robert van anderhalf jaar geleden. Wat minder bekend is, is dat de politie voorafgaand aan het tonen van de foto van het jongetje op televisie de hulp heeft ingeroepen van de website Serendip. Op deze website zoeken mensen in competitieverband naar voorwerpen of antwoorden op vragen. Weten jullie meer over de herkomst van dit truitje, is de vraag die Serendip krijgt gesteld door een contactpersoon bij de politie. De politie kwam er niet achter, de speurneuzen van Serendip hadden aan een avondje genoeg.

‘We kregen maar een deel van de foto te zien. Voor ons was de Nijntje-afbeelding niet eens zichtbaar. Net als het gezicht van het jongetje. Heel vaag zagen we op het truitje een klein rechthoekig versierseltje. Na flink uitvergroten en een beetje fotoshoppen zagen we uiteindelijk twee letters en een vlekje. Dat vlekje bleek een &-teken te zijn, gevolgd door de letter z in een heel vreemd lettertype.’ Het betekende het begin van een zoekrichting. ‘We hebben gewoon op internet gezocht en kwamen uiteindelijk uit bij het logo van een bedrijfje in Gouda: Hip & Zo.’ De eigenares wist de politie te vertellen dat ze het truitje zelf heeft gemaakt, in 2004, en dat ze er 21 van heeft verkocht. Op basis van de vermoedelijke leeftijd en de lengte van het jongetje op de beelden kan de maat van het truitje worden geschat. De eigenares heeft in deze maat maar ??n truitje gemaakt en heeft dat verkocht in Nederland. Voor de politie is het nu duidelijk dat het misbruik en de vervaardiging van het kinderpornografische materiaal hoogstwaarschijnlijk hebben plaatsgevonden in Nederland – reden om Opsporing verzocht in te schakelen.

‘Dit hebben we echt s?men gedaan. Met alle deelnemers aan onze website hebben we, ieder vanachter onze eigen computer, mogelijke oplossingen geopperd. We hebben elkaar aan het denken gezet. Uiteindelijk is een van onze vrouwelijke deelnemers met de goede oplossing gekomen.’ Op dat moment en in de dagen erna hadden de mensen van Serendip nog geen idee welke zaak ze een duw in de juiste richting hebben gegeven. ‘Dat hoorden we later pas?. De zoektocht naar het Nijntje-truitje is maar ??n van de wapenfeiten van de internetspeurders. Meerdere keren per jaar schakelt de politie de website Serendip in om duidelijkheid te krijgen over zaken waar ze zelf niet helemaal uitkomt. Zo wisten zij op basis van een niet al te scherpe foto duidelijk te krijgen dat die foto was genomen in een trein die was gebouwd in de Estse hoofdstad Tallinn. En eerder moesten ze bijvoorbeeld aan de hand van een landschap uitzoeken waar die foto was genomen. ‘We vinden het leuk om dingen op te sporen, om zaken uit te zoeken. En als we de politie daarbij een handje kunnen helpen, is dat natuurlijk prachtig.’

12. Wat voor resultaten levert het werk op?

Het werk is heel divers, we zoeken op objecten ?n personen. Ons resultaat ligt misschien rond de 60%.

De ‘Trace an Object’-campagne van Europol vraagt leden van het publiek om uit te zoeken in welk land een item of een bepaalde locatie in beelden van kindermisbruik is gefilmd of gefotografeerd. Europol heeft het project begin juni 2017 gelanceerd en heeft al meer dan 21.000 tips ontvangen?. De meer dan 135 foto?s die vrijgegeven zijn, zijn bijgewerkt om alle illegale inhoud te verwijderen en alleen huishoudelijke voorwerpen achter te laten. Deze items kunnen echter nog steeds aanwijzingen geven.

Bellingcat heeft onlangs een project opgezet op?CheckMedia, een online platform voor het beheren van verificatiechecks, om de Europol campagne te ondersteunen.?Deze vrijwillige speurneuzen hebben met succes meer dan 35 voorwerpen ge?dentificeerd: een paar speelgoedschoenen, een specifiek merk kinderkleding en een paar supermarktzakken die typisch in Noord-Europese landen zijn gevestigd tot een hotelkamer in Taiwan.

Bo, ook lid van de Bellingcat-groep, legt uit hoe hij het paar speelgoedschoenen identificeerde. Ten eerste vond een lid van Serendip een vergelijkbaar plaatje, ook van een speelgoedschoen, waarschijnlijk met Google. Bo deed vervolgens een reverse image search zoekactie op die afbeelding, die via Google zoekt naar visueel vergelijkbare afbeeldingen. Bij de getoonde resultaten stond een speeltje dat sterk leek op het plaatje dat door Europol was gepost. “Het was helemaal niet zo technisch.)” legde Bo uit aan Motherboard via een e-mail.

12. Welke dilemma?s komen jullie tegen in dit werk??

Iedereen heeft een nickname. Ik ken slechts enkelen en dan vaak nog niet eens met de volledige naam.?Op Serendip bedienen de deelnemers zich van namen als Inspector?Morse, Maigret en De Zoeker. Amateurs zijn het. Ze krijgen er geen vergoeding voor, ze doen mee omdat ze graag zaken uitzoeken. ‘G??n hackers’, benadrukken ze. ‘We maken uitsluitend gebruik van openbare bronnen (Open Source Intelligence, OSINT), kijken alleen op die plaatsen waar iedereen kan kijken.??Tijd.

Waarom de politie het werk dan niet zelf doet ? ze hadden de vraag verwacht.”Soms kunnen zij ook wat wij kunnen, maar hebben ze geen tijd of prioriteit. En soms zijn we wat slimmer of handiger dan politie?.?Maar de gemiddelde rechercheur heeft de tijd niet om het onderzoek te doen zoals wij dat doen.’ Serendip heeft de mankracht wel. ‘Wij buigen ons soms met dertig man tegelijk over een voorwerp. Soms zijn we avonden aaneen bezig. Zo hadden ze bijvoorbeeld een foto van een bril. Daar zaten weken werk in en pas veel later kwam er ineens een verlossend bericht van politie: “Weet je nog dat jullie een hele tijd geleden gezocht hebben naar de herkomst van een bril ? Deze bril bleef destijds achter op een plaats delict na een steekpartij. Dankzij jullie zoektocht kwamen we erachter waar de bril bij Hans Anders verkocht werd. Op dat moment leek het of we daardoor niet verder zouden komen, er zijn immers zoveel vestigingen in Nederland. Bij een van de vestigingen van Hans Anders werd de glassterkte doorgemeten, die bleek redelijk uniek. Zo uniek zelfs dat er maar 4 personen in heel Nederland dezelfde sterkte hadden. En ja, daar zat ook de verdachte tussen. DNA aangetroffen op de bril matchte met die van de verdachte. Hij is inmiddels veroordeeld tot een meerjarige gevangenisstraf. Een mooi resultaat, mede dankzij jullie zoektocht!”

De politie waardeert de inzet van de amateurspeurders, zo blijkt wel. Ooit bezocht een delegatie van Serendip de politie om eens nader kennis te maken.?Overheidsinstanties zijn wat log, dat weet iedereen, dus ja maakt samenwerken soms lastig.?’Maar ze zijn blij met wat we allemaal doen en we voelen ons dan ook zeer serieus genomen.’ En terecht. Denk bijvoorbeeld aan die overval op een winkel waarbij op camerabeelden te zien was dat een van de overvallers een grijze capuchontrui droeg. ‘Wij wisten de politie uiteindelijk te melden dat die afkomstig was van een bepaalde winkel in Warschau. Later wist de politie op basis van die informatie uiteindelijk drie leden van een motorclub uit Litouwen aan te houden. Dat is natuurlijk een mooi resultaat.’ En ook de komende tijd is er nog voldoende werk aan de winkel.

13. Welke manieren zijn er tenslotte nog voor jullie om risico?s zoveel mogelijk te voorkomen?

Wij doen niet aan (spel)regels maar aan fatsoen en dat lijkt te werken 😉

Meer informatie: http://www.serendipov.nl/

Lees de publicatie?De valse romantiek van cocreatie?waarin Serendip ook genoemd wordt met hun werk in de Robert M. zaak:

Serendip is?ook te vinden op Facebook en Twitter

Zaanse vlogger: mediastorm over een ‘straatterrorist’

Auteurs: Teun Eikenaar, Vina Wijkhuijs, Menno van Duin

Inleiding
Vlogs zijn videodagboeken op internet, meestal geplaatst op YouTube. Vaak zijn ze onschuldig en hebben ze weinig nieuwswaarde, maar sommige van deze filmpjes zijn erg populair. Sommige vloggers hebben dankzij de advertentie-inkomsten inmiddels hun beroep gemaakt van het maken van dit soort filmpjes.
Aan het einde van de zomer van 2016 is Nederland korte tijd in de ban van dit fenomeen. De reden is een serie vlogs van Ismail Ilgun, een jonge Turkse Nederlander uit Zaandam. Deze ?hoodvlogs?, zoals hij ze zelf noemt, zijn videodagboeken van zijn leven op straat in de Zaanse wijk Poelenburg. Een aantal fragmenten uit die vlogs ligt in september aan de basis van een korte, maar hevige crisis. De fragmenten vertonen een aantal incidenten die een stuk minder onschuldig ogen dan de gemiddelde ?make-upinstructie? of ?gamerecensie? waar de vlogs van anderen meestal over gaan. De consternatie die volgt, maakt van deze jongen in korte tijd een bekende Nederlander. Wat begint met een aantal artikelen in lokale media, wordt opgepikt door alle grote
Nederlandse kranten. De meeste daarvan besteden in meerdere artikelen uitgebreid aandacht aan de Zaanse jongen en zijn vrienden. Ook verschillende televisiezenders pakken het item op. Pauw besteedt er maar liefst drie uitzendingen aan en cameraploegen van RTL Nieuws, Hart van Nederland en PowNews bezoeken (soms meermaals) de wijk.

In dit hoofdstuk bespreken we hoe dit heeft kunnen gebeuren: waarom werd een lokale groep jongeren uit Zaandam in korte tijd het middelpunt van een mediastorm? Uit de grote hoeveelheid berichten destilleren we wat hier nu precies aan de hand was en wat voor de lokale autoriteiten de grootste uitdagingen waren. Daarvoor zijn krantenartikelen en beeldmateriaal (tv-uitzendingen en vlogs) bekeken en is gesproken met de toenmalig burgemeester, een betrokken wethouder, een politiechef en een tweetal ambtenaren van de gemeente Zaanstad.

Feitenrelaas
In juli 2016 plaatst Ismail Ilgun, een 19-jarige jongen uit Zaandam met een Turkse achtergrond, zijn eerst vlogs op YouTube. Deze filmpjes geven een indruk van hoe hij zijn vrije tijd met vrienden beleeft. Ze hangen rond bij de Vomar, de supermarkt in zijn woonwijk Poelenburg, luisteren in de auto of op hun scooter naar muziek. De jongens praten in straattaal tegen Ilguns camera, betuigen respect aan hun vrienden en geven in stoere taal af op anderen. Ook komen soms rappers op bezoek. In enkele filmpjes is te zien hoe ze de politie lijken te provoceren, bijvoorbeeld door hen continu te filmen of door achter hun rug gekke bekken te trekken. Enkele fragmenten tonen incidenten: een man op een fiets krijgt een klap en in ??n filmpje dreigen jongens met
een stroomstootwapen en een boksbeugel.

De vlogs trekken veel aandacht: op internet stijgt het aantal views al snel naar meer dan honderdduizend. In Poelenburg zelf komen veel jongeren en kinderen af op Ismail Ilgun en zijn vrienden. De groep voor de Vomar groeit in augustus uit tot ongeveer vijftig jongeren en kinderen in verschillende leeftijdscategorie?n en uit verschillende delen van de stad en de omgeving. Volgens een groep wijkbewoners ? verenigd in Klankbordgroep Poelenburg ? leidt dat tot onrust en een toename van overlast. Ze sturen eind augustus een brief aan het college van B&W: er moet wat aan de overlast worden gedaan.

De situatie rondom de Zaanse vlogger en zijn vrienden groeit echter pas uit tot een echte crisis wanneer in korte tijd enorm veel media over hen berichten. Het Noordhollands Dagblad pikt de brief van Klankbordgroep Poelenburg op en bericht in een serie artikelen vanaf 6 september dat bewoners rust willen en daadkrachtiger optreden van de politie verlangen. Ook medewerkers van de Vomar zouden zich volgens het hoofdkantoor van die supermarkt bedreigd voelen. Op donderdag 8 september volgen verschillende landelijke media. Als eerste De Telegraaf. In de haar kenmerkende bewoordingen zet deze krant een aantal fragmenten uit de vlogs op haar site en bericht over ?machteloze politie? tegenover ?straatterroristen? en ?tuig? dat de Zaanse wijk in een ?wurggreep? houdt. Diezelfde dag wil een cameraploeg van het programma Hart van Nederland een reportage maken in de wijk, maar een aantal jongeren geeft de cameramensen te kennen dat ze niet welkom zijn. ?s Avonds volgt een uitzending van Pauw over de problemen in de wijk. Aan tafel zitten vlogger Ilgun en gemeenteraadslid Juli?tte Rot, die zich opwerpt als belangenbehartiger van de wijkbewoners. In de studio is ook een aantal van Ilguns vrienden aanwezig van wie enkelen ? tot ergernis van gastheer Jeroen Pauw ? met een zwarte zonnebril. Tijdens de uitzending wordt een korte compilatie van de meest dreigende beelden uit Ilguns vlogs vertoond; het beeld van de man die geslagen wordt, evenals een filmpje van een dansende jongen op het dak van
een politieauto (109). Dat zet kwaad bloed bij de jongeren en ze reageren balsturig op de compilatie en de vragen van Pauw. De uitzending roept
veel reacties op.

De volgende dag, vrijdag 9 september, is de aandacht voor de problemen in de Zaanse wijk compleet. In zijn wekelijkse persconferentie die ochtend besteedt premier Rutte aandacht aan de kwestie. Rutte stelt dat hij zich twee dagen ?kapot heeft zitten ergeren? en dat het hier gaat om ?gewoon tuig van de richel? (110). Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie laat weten dat ?dit gedrag (?) echt niet kan. Het moet ophouden.? Burgemeester Faber bezoekt die middag de wijk en spreekt met de filiaalmanager van de Vomarsupermarkt (111). Zij verklaart aan de verzamelde pers dat het gedrag van de jongeren daar ?onacceptabel? is. ?s Avonds volgt opnieuw een uitzending van het programma Pauw. Hierin vertelt een oud-vrijwilligster uit de wijk, in reactie op de vraag
van de jongeren om een nieuw buurthuis, dat eerdere voorzieningen?door de jongeren zelf zijn vernield. Alle gasten aan tafel laken de ?slappe? houding van de politie en het uitblijven van een reactie van de burgemeester.

109 Later blijkt dat dit fragment maanden eerder en niet in Poelenburg is opgenomen en in een nieuw filmpje is gemonteerd.
110 Diezelfde dag reageert Ilgun zelf ook in een vlog op alle (negatieve) media-aandacht, onder andere op de term ?straatterrorist?: ?Straks zijn we ISIS! […] We zijn hier al jaren, maar nu
[?] krijgen we een beetje bekendheid en zijn we opeens terroristen.? (Algemeen Dagblad, 9 september 2016).
111 Overigens relativeerde deze manager de eerdere uitspraken van de directie van de Vomar: de overlast van de jongeren voor zijn filiaal zou volgens hem erg meevallen.

Ilgun en zijn vrienden stoken zondag 11 september het vuur nog wat hoger op wanneer ze een interviewopname van NH Nieuws met raadslid Juli?tte Rot op intimiderende wijze onderbreken. Rot doet later aangifte van bedreiging. Ook volgen er reacties van anderen. In de nacht van zaterdag op zondag 11 september wordt de Vomar beklad met een hakenkruis en een tekst gericht tegen de jongeren: ?Wat jullie weik? Ons land.? Later wordt er ook op Facebook een oproep gedaan om ?orde op zaken te gaan stellen? in Zaandam en om ?ratten te gaan vangen?.

Op 12 september, de maandag na dit verhitte weekend, volgen aanvullende maatregelen van gemeente, politie en OM: extra cameratoezicht, meer surveillance en een samenscholingsverbod. Die avond wordt er meteen fors meer politie ingezet op het plein voor de Poelenburgse Vomar. Bij die actie wordt een aantal mensen aangehouden, onder andere voor het schenden van het samenscholingsverbod, voor het beledigen van een agent, het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs, en het rijden zonder rijbewijs. Vier krijgen een dagvaarding, waarvan ??n voor de eerdere mishandeling van de man op de fiets en belediging van een agent. ?s Avonds volgt voor de derde keer een uitzending van Pauw met aandacht voor deze casus. Dit keer zitten burgemeester Faber, de plaatsvervangend politiechef van Noord-Holland en een hoofdagent aan tafel. Ze leggen de (nieuwe) aanpak uit en spreken over de vermeend softe benadering van de politie.

Op de ochtend van dinsdag 13 september wordt ook Ismail Ilgun zelf thuis aangehouden op verdenking van opruiing en aanzetten tot geweld.?112 Hij wordt vier dagen vastgezet. Die avond volgt een overleg tussen wethouder, politie en sociaal wijkteam over de overlast.

Toch blijft de sfeer in de wijk gespannen. Dat merkt ook een andere camera ploeg, dit keer van PowNews, als ze donderdag 15 september een?reportage wil maken. Nadat dit team wordt bekogeld vanaf een balkon volgt op straat een opstootje tussen toegestroomde jongeren en agenten. Opnieuw worden meerdere jongens aangehouden. Dezelfde avond vindt er een raadsvergadering plaats. Tegen burgemeester Faber wordt een motie van wantrouwen ingediend, maar deze wordt met een ruime meerderheid verworpen.

112 Het gaat daarbij vooral om het filmpje waarin jongens dreigen met een boksbeugel en een stroomstootwapen. Op 24 juli 2017 liet het OM weten Ilgun daarvoor niet te vervolgen,
maar wel een excuusvlog en een aantal gesprekken met buurtbewoners en de politie te verlangen.

In de dagen die volgen, lijkt in Poelenburg de rust terug te keren. Op vrijdag 16 september komt Ismail Ilgun vrij met een gebiedsverbod en verplichte begeleiding door de reclassering. Ook de media-aandacht neemt af. Op donderdag 22 september biedt Ilgun nog wel zijn excuses aan op Facebook. Hierna komt hij overwegend positief in het landelijke nieuws. Zo wordt hij samen met een aantal vrienden omarmd door Kees de Koning van platenlabel Topnotch. Ze verschijnen op 30 september samen in het tv-programma De Wereld Draait Door, waar ze reageren op de consternatie, onder andere die tijdens en na de eerste uitzending van Pauw. Op 28 oktober tekent Ilgun een contract bij?Topnotch en de dag erna wordt bekend dat hij voor AD.nl een serie
documentaires gaat maken over achterstandswijken waarbij hij ?op een positieve manier de wijk in gaat?. De eerste afleveringen verschijnen in het voorjaar van 2017.

Beeldvorming en beheersing: twee dilemma?s
Bij de gebeurtenissen rondom de Zaanse wijk Poelenburg vallen twee vraagstukken op. Ten eerste is deze casus een typische ?mediacrisis?. Verschillende kranten, online kanalen, programmamakers, tv-ploegen en een grote hoeveelheid sociale mediagebruikers hadden in september 2016 een mening over deze gebeurtenissen. Dat roept op zijn minst de vraag op wat nu precies het probleem was in Poelenburg en (vooral) w?e daar het juiste beeld van had. Het eerste vraagstuk speelt zich daarmee op de voorgrond af ? ?frontstage? dus: wie ?vertelt? het beste
verhaal en wie weet het beste wat er aan de hand is in Poelenburg? Het tweede dat opvalt, is dat het lokaal gezag en de politie moeite hadden om het probleem beheersbaar te houden. Wat een bescheiden lokaal probleem leek, groeide snel uit tot een incident waar verschillende landelijke media en landelijke bestuurders zich mee bemoeiden, tot aan de minister-president toe. Deze tweede observatie roept de vraag op wat lokale bestuurders en professionals zouden kunnen doen in een dergelijk geval. Dit is een vraagstuk dat zich voor een belangrijk deel buiten het zicht van camera?s afspeelt ? ?backstage? dus: hoe een incident van beperkte omvang klein te houden en hoe te reageren op een overdaad aan (media-)aandacht? Deze twee dilemma?s vormen de basis voor de analyse in dit hoofdstuk.

Analyse
Frontstage: een goed verhaal

?Of je doet je zonnebril af, of je houdt je mond?, zei Jeroen Pauw in de uitzending Pauw van 8 september. Het was een van de opvallendste confrontaties uit deze casus. Tijdens deze eerste uitzending van Pauw over de problemen in de Zaanse wijk Poelenburg zette gastheer Jeroen Pauw een van de jongens in de studio autoritair op zijn plaats. Het was een confrontatie die symbool staat voor een spanning die door deze hele casus heen loopt.

Evident was hier de botsing tussen twee mores; die van de oudere, ge?rgerde Pauw die zich opwierp als hoeder van het goede fatsoen, en de jongere, halsstarrige Turkse Nederlanders in de studio, die weigerden zich te plooien naar de gebruiken van het praatprogramma. Ze zaten onderuit gezakt, gniffelden en hielden hun zonnebril op. Pauws moraliserende toon en retorische vragen zetten de confrontatie nog scherper aan: ?Of vind jij het heel normaal om op iemands auto te gaan dansen?? vroeg hij een van hen. Op zijn minst riep het ook de vraag op of Jeroen Pauw niet uiterst gelukkig was met deze zonnebril dragende jongens.

Maar het was meer dan dat. Het was ook een confrontatie over beeldvorming. De reden dat de aanwezige jongens zich zo gedroegen, had namelijk ook te maken met het beeld dat van hen geschetst werd als ?tuig van de richel? of zelfs ?straatterroristen?. De reactie van een van de jongens ? Haki ? op de getoonde compilatie was daarom veelzeggend, evenals Pauws cynische antwoord daarop:

Haki: U doet precies hetzelfde als wat al die anderen, SBS6, RTL en zo, ook doen. U heeft een compilatie gemaakt van beelden en u zet
er ook een bepaald liedje bij. Heel sensationeel. Maar dit is niet wat er constant gebeurt. Er zijn dertig vlogs en dit is het enige wat jullie er uit hebben gehaald.
Ismail Ilgun: Je hebt ook positieve beelden.
Pauw: Die heb ik niet gezien. Zijn dat beelden dat je oude vrouwtjes helpt met oversteken?

Ook op andere momenten kwam dit soort confrontaties terug. Het conflict tussen de gevestigde media en de nieuwe media (vlogs) van de Poelenburgse jongens werd daarmee soms een letterlijke strijd. Ilgun joeg de cameraploeg van Hart van Nederland bijvoorbeeld weg met de woorden: ?Kunnen jullie eindelijk weggaan en niet al die negatieve shit erop zetten (?) het is onze wijk, vriend.? Ook tijdens de confrontaties met journalisten van PowNews ging het over beeldvorming. Te zien was hoe jongeren agressief en afwerend reageerden op de aanwezigheid van het camerateam. Toen Ismail Ilgun het interview met raadslid Juli?tte Rot ruw verstoorde en de cameraman van NH Nieuws opdroeg te stoppen met filmen ? nota bene terwijl Ilgun zelf zijn camera liet draaien ? ontspon zich een felle discussie over negatieve beeldvorming en wie daarvoor verantwoordelijk was.

Het conflict werd nog scherper aangezet door de verschillende belangen die betrokkenen hadden bij het maken van hun ?eigen? verhaal. Zo was Ilgun er zelf bij gebaat om zo veel mogelijk views te
genereren voor zijn filmpjes. Immers, via de advertentie-inkomsten van YouTube leverde hem dat geld op. Hij wist dat goed gemonteerde, sensationele filmpjes waarin agenten geprovoceerd worden meer clicks zouden genereren. Dat YouTube op 9 september de filmpjes van Ilgun aanmerkte als gewelddadig en daarmee advertenties blokkeerde, leek dan ook pijnlijker voor hem dan de terechtwijzingen in de media (113). Maar ook de gevestigde media waren in deze casus gebaat bij een ?goed verhaal?. Een wijk die ?geterroriseerd? werd door ?straattuig?, met?bewoners als ?slachtoffer? (en een raadslid als held ? zie de uitzending van Pauw van 8 september) was zo?n verhaal.

113 Overigens geven verscheidene respondenten aan dat het om deze reden moeilijk was om grip te krijgen op Ilgun: van eerder gemaakte afspraken trok hij zich weinig aan, mede vanwege de inkomsten die hij genereerde met zijn vlogs.

Deze confrontaties over beeldvorming tekenen de commotie rondom de Zaanse vlogger. Wie hier de werkelijkheid voor de Zaanse supermarkt het best verbeeldde, is daarom moeilijk te zeggen: dat was nu juist inzet van de confrontatie. Er is een aantal incidenten aanwijsbaar en de klachten van bewoners zijn duidelijk. Toch waren de gedragingen van de jongens maar tot op zeer beperkte hoogte strafbaar. Bovendien leek hier de beleving een grote rol te spelen: voor sommige bewoners zal de groep voor de Vomar storender zijn geweest dan voor anderen.

Veel media zagen die dimensie van beeldvorming moedwillig over het hoofd. Al speelden de Poelenburgse jongens de vermoorde onschuld, het getuigde van koppigheid dat cameraploegen een item wilden maken voor de Vomar. Sterker nog, door willens en wetens op confrontaties aan te sturen met jongens die de manier waarop ze verbeeld werden niet accepteerden, waren het sommige media die mede aan de basis stonden van deze crisis en haar in korte tijd verder aanwakkerden. Oorzaak en gevolg liepen zodoende door elkaar. Alles voor een goed verhaal.

Mediahypes en jongeren op straat: een vergelijking met de Diamantbuurt, Amsterdam
Het verhaal van de Zaanse vlogger doet denken aan een aantal andere gevallen waarin jongeren op straat veel (negatieve) media-aandacht kregen. Een bekend voorbeeld is de consternatie in 2004 rondom de Amsterdamse Diamantbuurt. In deze wijk leidde een conflict tussen Marokkaans-Nederlandse jongeren en een autochtoon Nederlands stel ? bekend onder het pseudoniem ?Bert en Marja? ? tot een vergelijkbare mediahype en aandacht van landelijke politici en bestuurders. In dit geval werd die consternatie in eerste instantie aangezwengeld door de Volkskrant met een serie artikelen over de lotgevallen van het Nederlandse stel. De aanleiding van die (media)crisis week af van deze Zaanse casus, maar komt sterk overeen waar het de rol van media als scherprechter
betreft. In een tweetal artikelen laat antropologe Anouk de Koning zien hoe dat in het geval van de Diamantbuurt in zijn werk ging en wat daar de gevolgen van waren (De Koning, 2013 en 2015).

Bij de aandacht voor de Diamantbuurt waren het eveneens de jongeren die al snel als de ultieme overlastgevers werden gezien; zij verstoorden de rust voor andere wijkbewoners en zouden uiteindelijk zelfs het Nederlandse, autochtone stel ?Bert en Marja? weggepest hebben. Ook speelde de dimensie van etniciteit in die casus een belangrijke rol. In een constante stroom berichtgeving lag de nadruk op het gegeven dat het hier om Marokkaanse Nederlanders ging (De Koning, 2013 en 2015). Deze dimensie speelt ontegenzeggelijk ook in het Zaanse geval ? zij het dat het hier Turks-Nederlandse jongens betrof. Een serie incidenten in de Diamantbuurt leidde er volgens De Koning toe dat deze wijk als iconische achterbuurt symbool kwam te staan voor het primaire conflict tussen de hardwerkende, autochtone Nederlander en een anonieme groep asociale Marokkaanse jongeren op straat. De term ?straatterrorist? voor de groep jongens voor de Vomar in Poelenburg lijkt zelfs afkomstig uit de hype rondom de Diamantbuurt; fractieleider Geert Wilders van de PVV muntte die term naar aanleiding van dat conflict. Poelenburg is niet de Diamantbuurt ? zeker niet naar reputatie ? maar opmerkelijk is wel dat ook hier sommige media (vooral De Telegraaf) lang nadat de storm was geluwd opnieuw de naam Poelenburg gebruikten als typische probleemwijk met dito issues rondom Turkse jongens.

In beide gevallen wordt bovendien een specifieke groep jonge mannen op basis van enkele incidenten vaandeldrager van het falen van het ?softe? integratiebeleid en van de multiculturele samenleving als zodanig. Daarbij spelen noties van in- en uitsluiting een grote rol. In de oppositie tussen deze jongeren als ?tuig van de richel? of ?straatterroristen? tegenover de ?hardwerkende Nederlanders? en de ?Bert en Marja?s? wordt er een duidelijke grens afgebakend: deze jongens plaatsen zichzelf buiten de Nederlandse fatsoensnormen en daarmee buiten de Nederlandse samenleving. Ze zijn de ?ultieme ander?, in de woorden van De Koning (2015). Zoals gezegd, net als in de Amsterdamse Diamantbuurt bestond de consternatie rondom Ismail Ilgun in Zaandam vooral uit dit soort morele verontwaardiging, en werd de discussie over beeldvorming niet of amper gevoerd, waardoor iedere nuance al gauw verdween. De casus Diamantbuurt laat bovendien op indringende wijze zien hoe die morele verontwaardiging op den duur bepalend kan zijn voor stedelijk beleid. Daarmee blijkt het voor bestuurders dus niet alleen op de korte termijn een uitdaging om niet in symboolpolitieke besluiten van harde handhaving en zero tolerance te vervallen; ook op de langere termijn kan dit soort gemediatiseerde gebeurtenissen een onuitwisbare impact hebben.

Backstage: in het oog van een mediastorm

?Dit is zo wezenlijk, ik heb me hier twee dagen kapot aan lopen ergeren. Dat goedwillende, hardwerkende mensen zich bedreigd voelen door dit tuig van de richel en het gevoel dat ze niet de bescherming van de rechtstaat kunnen genieten. Dus ik ben heel blij dat daar nu hard tegen opgetreden wordt.? (premier Mark Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie van 9 september 2016)

Poelenburg is sinds 2007 een Vogelaarwijk, de bekende benaming voor aandachtwijken met een combinatie van problemen. Zoals in meer Vogelaarwijken zijn er ook in Poelenburg soms spanningen tussen bewoners en groepen jongeren op straat. De klachten over de jongens op straat waren dan ook geen nieuws in Zaandam. Een groep bewoners gaf al langer aan overlast te ondervinden en in december 2015 maakte het college van B&W via een raadsinformatiebrief duidelijk wat er gedaan was en nog gedaan zou worden om de overlast beheersbaar te houden. Drie van die groepen bevonden zich in Poelenburg en waren in beeld bij gemeente en politie. Van deze groepen zorgden de twee groepen aan de rand van de wijk voor de meeste overlast; ze waren tot
2016 geclassificeerd als ?overlast gevend? en ?hinderlijk? (114). Ook de groep voor de Vomar stond al langer bekend als overlast gevend (115). In 2016 waren alle drie de groepen in kaart gebracht met behulp van een ?Plusmin-mee?-methodiek.116 De gemeente had daarmee binnen de jeugdgroepen aangemerkt wie de ?positieve? en de ?negatieve kopstukken? waren en wie de ?meelopers?.

In de zomer van 2016 had de gemeente ook v??r alle mediaaandacht al in de gaten dat de groep voor de Vomar voor enige nieuwe consternatie zorgde; de vlogs bleven niet onopgemerkt, evenmin als de nieuwe klachten van bewoners. Zo had de wijkwethouder op donderdag 8 september ? de dag waarop De Telegraaf voor het eerst over de Zaanse ?straatterroristen? berichtte ? al een overleg gepland staan met de Poelenburgse klankbordgroep. Bovendien was de woensdag daarvoor in het reguliere driehoeksoverleg besloten meer te gaan surveilleren in Poelenburg, mede omdat wijkbewoners om meer zichtbare aandacht voor het probleem hadden verzocht.

114 Deze indeling is afkomstig uit de zogeheten Beke-methodiek, maar wordt sinds 2016 niet meer gebruikt in Zaanstad. Zie: Zaanstad, Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid, 2017.
115 Dat klinkt voor buitenstaanders misschien bedreigend, maar in 2016 kende Nederland honderden van deze groepen. Bovendien bezorgen groepen die aangemerkt zijn als ? crimineel? politie en gemeenten feitelijk veel meer (of ernstiger) problemen.
116 Een omschrijving van deze methodiek is te vinden op de website Wegwijzer Jeugd en Veiligheid.

Voor de gemeente Zaanstad en de Zaanse politie bleek de uitdaging van deze crisis dan ook niet te schuilen in de jeugdgroep zelf, maar in de plotselinge druk vanuit Den Haag en de media om tot actie over te gaan. Ze werden daar simpelweg door overvallen. Op vrijdag 9 september bereikte die druk een hoogtepunt. Die dag stond de pers op het Binnenhof in Den Haag om de reacties van landelijke bestuurders te peilen na de uitzendingen van Pauw en Hart van Nederland. Ontegenzeggelijk speelde ook premier Rutte?s stellingname jegens Turkse Nederlanders hier een duidelijke rol. Een week daarvoor (op 4 september) deed de premier in het programma Zomergasten al een opvallende uitspraak over Turks-Nederlandse jongeren in Rotterdam. ?Pleurt op,? beet hij die jongeren toe nadat in die stad een camerateam was belaagd. Deze daadkrachtige taal zong nog rond toen de Zaanse jongens in beeld kwamen. Het lijkt erop dat politicus Rutte (de verkiezingsstrijd was met deze uitspraken al begonnen) hun acties zag als een nieuwe aantasting van het gezag en het (destijds kwetsbare) imago van de politie. Zo bekeken was de Zaanse casus de gelegenheid om de daad bij het woord te voegen. Hij voerde volgens sommigen de druk op minister Van der Steur op ? niet toevallig ook een VVD-bestuurder ? om op zijn beurt het Zaanse bestuur te bewegen tot steviger ingrijpen.

Zoveel aandacht was voor de lokale autoriteiten nieuw. Hoe om te gaan met deze (negatieve) aandacht? Was het verstandig ook aan te schuiven bij Pauw? Zouden de Zaanse autoriteiten daarmee de hype bevestigen of konden ze dan juist de angel uit de opgefokte berichtgeving halen? Dat gold ook voor de roep om meer en harder optreden. Door daaraan toe te geven kon een duidelijke grens gesteld worden, maar het kon ook gezien worden als een bewijs dat de eerdere aanpak mislukt was en gemeente en politie hadden verzaakt.

Ondertussen leidde alle aandacht tot nieuwe dreigingen uit andere delen van het land. Op Facebook werd tot twee keer toe een oproep geplaatst om in Zaandam orde op zaken te gaan stellen en ook de bekladding van de Vomar met een hakenkruis kan in lijn daarmee ge?nterpreteerd worden. Saillant detail is dan ook dat burgemeester Faber vanwege die dreiging een noodbevel had klaarliggen en er tweemaal een ME-peloton gereedstond.

Die landelijke druk ervoer ook de Zaanse politie. Vanuit het directoraat-generaal Politie van het ministerie van Veiligheid en Justitie kwam de boodschap dat de vlogs schadelijk waren voor het imago van de politie. Ook de Zaanse politie werd dus gevraagd om extra inzet te plegen en meer repressief op te treden. Er was in de media veel verontwaardiging over het ?lacherige? en ?kameraadschappelijke? gedrag van agenten. Agenten zouden te veel tolereren en niet hard genoeg optreden. Daarmee werd genegeerd dat dit zogezegd vriendschappelijke gedrag
een beproefde manier is om contact te houden met jongeren, zoals ook de agenten in Pauw en in een column in het Noordhollands Dagblad uitlegden. Daarnaast was de dansende jongen op de politieauto helemaal niet gefilmd in de wijk Poelenburg. De Zaanse politie had tot dan toe bewust van een hardere lijn afgezien. Meer arrestaties en meer gebruik van geweldsmiddelen zouden naar alle waarschijnlijkheid disproportioneel zijn geweest, meer kwaad bloed hebben gezet bij de Zaanse jongeren en de eerder opgebouwde relatie jarenlang hebben beschadigd.

Opnieuw bestond het dilemma niet zozeer uit de ernst van de incidenten, maar uit het feit dat agenten ogenschijnlijk gekoeioneerd werden en dat van hen verwacht werd daarop met meer gezag te reageren. Daarbij had de politie te maken met een fenomeen dat voor hen feitelijk helemaal nieuw was: vloggende jongeren. Moet je als agent optreden als je gefilmd wordt of niet? Is het zinvol dan je gedrag te wijzigen? Deze jongeren zetten een aantal keer met opzet juist die filmpjes online waarin ze agenten belachelijk maakten. Daardoor ontstond al snel het beeld van ?softe? agenten die niet durfden op te treden en ?gepiepeld? werden. De populariteit van die vlogs en de (landelijke) reactie daarop overviel ook hen. De Zaanse politie kende de filmpjes al twee weken voordat de crisis uitbrak, maar had eenvoudigweg niet bedacht dat het zo mis zou kunnen gaan. Wrang is dat het Zaanse team wel informatie zocht bij andere teams met meer ervaring met vlogs, maar dat die
informatie te laat kwam.

Tot besluit
Al met al duurde de consternatie rondom Poelenburg niet meer dan een ruime week. Zo snel als de crisis opkwam, zo snel verdween zij ook weer. En er was, op de keper beschouwd, eigenlijk weinig bijzonders gebeurd. Er kwam nog wel veel pers af op de raadsvergadering waarin de motie van wantrouwen tegen de burgemeester op de agenda stond: drie cameraploegen en ook schrijvende pers. Er viel tijdens die raadsvergadering echter weinig te beleven ? de motie werd kansloos weggestemd en media verloren al gauw hun interesse, zelfs die avond al.

Ook in Poelenburg was de rust weergekeerd. Waarschijnlijk niet door repressief optreden van de politie, maar doordat voor een groepje van ongeveer tien jongens uit die wijk een individueel begeleidingstraject werd uitgestippeld. Daarbij had het er alle schijn van dat ook zijzelf, evenals hun familie en buurtgenoten, alle aandacht meer dan zat waren. Ook het optreden van de burgemeester en politiechef bij Pauw en het meer bewuste imagomanagement van het Zaanse gezag had mogelijk meer effect dan het handjevol aanhoudingen in Poelenburg (117).

Deze casus draait daarom voor een belangrijk deel om imago?s, de pogingen die betrokkenen doen om hun imago?s te behouden (politie, gemeentebestuur) of te versterken (de jongens voor de Vomar, Haagse politici, media) en de botsingen die daarvan het gevolg zijn. Zo ontstond de crisis voornamelijk omdat verschillende betrokkenen zich wilden profileren ten opzichte van elkaar. Een vlogger met deels tendentieuze filmpjes, gevestigde media met een spannend verhaal, landelijke bestuurders ten overstaan van ogenschijnlijk flagrante aantastingen van het gezag, nota bene aan het begin van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Te midden van die storm stonden de Zaanse gemeente en politie. Aan hen was de uitdaging om dit probleem weer tot lokale proporties terug te brengen. Bestuurders leken het maar moeilijk goed te kunnen doen: door niet ingrijpen zou uitgevent worden dat ze slap waren, wel ingrijpen zou alle aandacht erkennen en eerdere inspanningen in een kwaad daglicht stellen. Mogelijk hadden zij eerder moeten ingrijpen, eerder moeten voorzien wat de effecten van de vlogs zouden zijn, maar voor hen was dit allemaal nieuw; de vlogs zelf, de populariteit en de reacties erop. Er was in Zaanstad ? maar ook in de rest van ons land ? nog maar weinig ervaring opgedaan met dit soort filmpjes en hoe daarop te reageren.

117 Waarbij overigens grotendeels jongeren werden aangehouden die niet in Poelenburg woonden. Saillant is ook dat een aantal bewoners na deze crisis de gemeente en de politie juist verwijten maakte over hun harde optreden: de sfeer in de wijk werd er agressief van.

Als er voor nu ??n les getrokken kan worden uit deze casus, dan is dat wel dat vroege signalen uit sociale media buitengewoon serieus moeten worden genomen aangezien het kleinste incident al grote gevolgen kan hebben. Vlogs als in deze casus moeten niet afgedaan worden als oninteressant stoer gedrag. Integendeel, ze bieden ??k de gelegenheid om iets te begrijpen van de leefwereld van jongeren, hun aspiraties, wensen en frustraties. Bovendien biedt het tijdig oppikken van signalen de gelegenheid om een gepast antwoord te formuleren, te erkennen waaruit consternatie op sociale media (en daarbuiten) bestaat en de controle te behouden alvorens anderen (lees: landelijke media en bestuurders) ermee op de loop gaan. Tegelijkertijd is de mate van beheersing van dergelijke crises beperkt: het is nu eenmaal moeilijk tegenwicht te bieden aan de sterke opvattingen van landelijke media en landelijke politici. Zonder dat je het kan bevroeden ontploft zo?n casus
?waar je bij staat?. Daar hoort ook meer bewust imagomanagement bij, hoe zeer dat sommigen ook tegen de borst mag stuiten. Niet voor niets was deze casus aanleiding voor de nationale politie om een nieuwe richtlijn ?omgaan met vloggers? op te stellen.

[slideshare id=128115592&doc=20171121-ifv-h9-zaanse-vlogger-mediastorm-over-een-straatterrorist-190115204541&type=d]

Landelijk congres: toekomst van buurtpreventie initiatieven

Op zaterdag 13 oktober is het eerste landelijke congres ?De toekomst van buurtpreventie initiatieven? in Lansingerland.

Inmiddels zijn er in Nederlandse gemeenten ca. 800 buurtpreventie/toezicht initiatieven. Zij leveren in samenwerking met de gemeente, de politie en andere veiligheidspartners een bijdrage aan een veilige leefomgeving. Voor goed functionerende buurtpreventie /toezicht initiatieven is een nauwe samenwerking met partners van groot belang. De invulling verschilt per gemeente maar ook per initiatief.

Tijdens het congres wisselen we ervaringen uit en kijken we hoe we elkaar kunnen versterken in de toekomst. De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • Verschillende werkwijzen buurtpreventie/toezicht
  • Praktijkervaringen
  • Samenwerking met partners
  • Benodigdheden voor de toekomst
  • Bekijken mogelijkheden voor het bundelen van krachten.

Locatie en voorlopig programma

Datum:??????????? Zaterdag 13 oktober 2018
Tijd:???????????????? 10.30 uur tot 16.00 uur
Locatie:?????????? Gemeentehuis Lansingerland, Tobias Asserlaan 1, 2662 SB
Bergschenhoek Zuid-Holland

Programma

10.30 uur??????? Inloop en registratie

11.00 uur ?????? Welkomstwoord door burgemeester drs. Pieter van de Stadt

11.10 uur??????? Introductie door de dagvoorzitter Chris van Dam, tweede kamerlid

11.15 uur??????? Visie Burgerparticipatie Nationale Politie door Sybren van der Velden

11.20 uur??????? Presentatie 1:?Onderzoeker dr. Vasco Lub presenteert uitkomsten van zijn onderzoeken naar? buurtpreventie en wijkveiligheid. Hoe ontwikkelt?buurtpreventie zich in Nederland? Waar komt het vandaan? Heeft het alleen positieve effecten? En hoe moeten de overheid en politie omgaan?met al die plotseling signalerende en meldende burgers?

11.45 uur??????? Presentatie 2 door innovator Arnout de Vries van TNO over technologische?en maatschappelijke trends

12.05 uur ?????? Resultaten enqu?te en voorbereiding toelichting discussiegroepen

12.15 uur??????? Lunch

13.15 uur ?????? Start discussiegroepen (informatie ter voorbereiding volgt z.s.m. op?deze website)

13.15 uur??????? Parallel aan de discussie groepen worden de volgende drie presentaties
gegeven. In onderstaand document vindt u de toelichting hierop.

  • Presentatie 3?door Jan Niessen – Stichting WABP
  • Presentatie 4 door Tim van Belkom – Veilige buurt
  • Presentatie 5 door Vincent Kokke – Buurtpreventie Plus

14.00 uur??????? Korte centrale samenvatting van de parallelle presentaties door de?dagvoorzitter

14.15 uur??????? Panel – Presentatie uitkomsten van de discussie groepen door de?dagvoorzitter

14.40 uur? ????? Defini?ring conclusies en mogelijke vervolgstappen

15.00 uur ?????? Informeel napraten onder het genot van een hapje en drankje

16.00 uur??????? Einde

Hieronder een vlog met een impressie van de dag en de sprekers:

Bron: Lansingerland

De toekomst van sensing voor veiligheid

Sensing is het vermogen van een organisatie om relevante informatie te verzamelen met behulp van sensoren, met de intentie tot opvolging. Met de onze publicatie ‘De toekomst van sensing voor veiligheid’ plaatsen we sensing voor veiligheid in een maatschappelijke context en helpen we onze partners om zelf tot een visie te komen.

Een eenzijdige focus op meer data en informatie over burgers en bedrijven is niet de oplossing voor de toekomst van sensing op veiligheid. Dat leidt alleen maar tot minder privacy en dus minder vrijheid. Uitvoerende veiligheidsorganisaties worden door de snelheid en hoeveelheid van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen uitgedaagd om zelf te bepalen welke informatie ze wel ?n welke ze niet nodig hebben.

TNO geeft inzicht in wat er nodig is voor partners actief in openbare veiligheid en vitale infrastructuren, om z?lf een visie op sensing te kunnen ontwikkelen ter ondersteuning van de uitvoering van operationele taken, gestoeld op expliciet beschreven principes die de relatie tussen maatschappij, uitvoerende veiligheidsorganisatie en technologie duiden.

TNO laat tevens zien hoe uitvoerende veiligheidsorganisaties zelf tot een visie op dit zeer actuele onderwerp kunnen komen, zonder dat men vervalt in een welles-nietesdiscussie over kraaltjes en spiegeltjes.

Download of lees de publicatie online:

[slideshare id=117774888&doc=tno-2018-toekomst-181002105901&type=d]

Bron: TNO