Tagarchief: burgerparticipatie

Schouder aan schouder. Lessen over burger- en politieparticipatie uit de zaak Anne Faber

Bij de vermissing van Anne Faber hadden burgers veel expertise te bieden. Zelfs als dat niet zo is, moet de politie burgers serieus nemen, adviseert de Politieacademie. Nicolien Kop en Jerôme Lam deden onderzoek naar de rol van burgers bij de zoektocht naar Anne Faber. Zij adviseren om beter te inventariseren welke taken aan burgers uitbesteed kunnen worden.

Anne Faber werd in het najaar van 2017 twee weken vermist. Uiteindelijk bleek dat zedendelinquent en psychiatrisch patiënt Michael P. haar had misbruikt en gedood. Voor Schouder aan schouder: Burger- en politieparticipatie tijdens de vermissing van Anne Faber is onder meer aan veertien medewerkers van de politie gevraagd welke lessen ze trekken uit deze periode.

In het NRC valt te lezen:

„De zoektocht naar Anne Faber was een kantelpunt”, zegt Lam. Familieleden gingen voortvarend te werk: ze hadden contacten bij Defensie en vroegen gedetailleerde kaarten op van het gebied waar Anne voor het laatst was gezien. Ze organiseerden een tijdelijk hoofdkantoor en via appgroepen werden verschillende zoekgroepen aangestuurd.

In de eerste dagen van de vermissing vond het zoekproces van de politie en de burgers min of meer onafhankelijk van elkaar plaats, staat in Schouder aan schouder. De politie was in die dagen wel „ter ondersteuning” aanwezig in het gebied waar Anne Faber vermist is geraakt, maar gaf geen sturing omdat ze nog niet zeker wist of ze nog in het gebied was.

De aanwezigheid van de agenten schiep verwarring. „De houding van de politie tegenover de familie werd als storend ervaren”, zegt een van de politiemedewerkers in het onderzoek. Familieleden zagen de politie als een „black box”: de familie deelde al hun bevindingen maar de politie vertelde weinig over wat zij ontdekte.

De samenwerking werd steeds nauwer, onder meer omdat de politie zich aansloot bij het dagelijkse overleg van de familie. Op dag twaalf van de zoektocht liepen burgers en de Mobiele Eenheid van de politie in linie – schouder aan schouder – door het zoekgebied.

„Burgers bieden zich steeds vaker aan”, zegt Lam. „Als je samen kunt werken omdat er zoals bij de familie van Anne Faber veel expertise is, moet je dat doen, maar als je slecht kunt samenwerken moet je er ook iets mee zodat het onderzoek geen schade oploopt.”

Aanbevelingen voor politiepraktijk: ‘judo met burgers’
Burgerparticipatie is niet meer weg te denken uit de moderne samenleving. Burgers pakken steeds vaker gevraagd en ongevraagd hun rol op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Dit vraagt om een cultuuromslag bij de politie: accepteer dat burgerparticipatie een onderdeel is van het moderne politiewerk. Dit betekent niet dat de politie alle burgerinitiatieven klakkeloos moet goedkeuren. Sommige burgeracties zijn waardevol, andere juist onwenselijk vanuit ethisch en/of juridisch perspectief of omdat ze een bedreiging vormen voor het opsporingsonderzoek. Beoordeel per onderzoek welke vormen van burgerinitiatief ontstaan, hoe en waar deze burgerparticipatie versterkt kan worden, of juist bijgestuurd of begrensd moet worden. De essentie voor de politie is om niet tegen burgerinitiatieven te ‘vechten’, maar deze te omarmen en samen de juiste kant op te bewegen: ‘participatie-judo’. Participatiejudo (zie figuur hieronder) voor de politieorganisatie is gebaseerd op drie principes, die hieronder worden toegelicht.

1. Maak contact
Leg in een vroeg stadium contact met betrokkenen, zoals familie of initiatiefnemers. De politie is een actief onderdeel van de samenleving. Wat de politie doet, heeft vaak direct invloed op burgers en omgekeerd. Burgerinitiatieven bij bijvoorbeeld een vermissing, hebben vaak een directe impact op het politiewerk, doordat mensen zelf gaan zoeken of informatie gaan verzamelen. De uitdaging is om hier als politieorganisatie goed op te anticiperen. Een deel van het moderne politiewerk is daarom zien waar burgers mee bezig zijn en daarover contact onderhouden.

Organiseer een duidelijke politiestructuur waarbij de juiste mensen worden geïnformeerd en in positie gebracht. Goed judo vraagt om balans en een basis om stevig te kunnen staan. Dit is te vergelijken met een goede interne organisatiestructuur, zoals bijvoorbeeld de inrichting van het opsporingsproces of het SGBO-structuur. Informatie is vervolgens de energie die door
deze structuur stroomt. Stevig staan houdt in dat de onderdelen van de interne structuur op elkaar afgestemd moeten zijn. Concreet betekent dit goede interne communicatie en duidelijke afstemming van taken, rollen en posities tussen organisatieonderdelen en processen, bijvoorbeeld de verhouding en afstemming tussen TGO en SGBO. Daarnaast vraagt judo om een goede grip, zodat beide partijen elkaar stevig beet kunnen pakken.
Zorg ervoor dat er stevige contactpunten zijn tussen de politieorganisatie en de burgers, bijvoorbeeld in de rollen van familieagent- en rechercheur.
• Ondersteun goede burgerinitiatieven zich zo sterk mogelijk te organiseren De essentie van judo is om gebruik te maken van de kracht en de structuur van de ander. Vergelijkbaar heeft de politie baat bij een duidelijke structuur bij burgerinitiatieven. Een sterke burgerpartner maakt namelijk dat het makkelijker is om contact te onderhouden en informatie te geven of te halen. Of om gezamenlijk afspraken te maken. Help daarom burgers die in staat zijn om zich te organiseren en om waar nodig een structuur op te zetten.

2. Beweeg mee
• Laat de juiste politiemensen aansluiten bij burgerinitiatieven
Hierdoor kan tussentijds worden beoordeeld of de initiatieven waarde hebben voor het zoekproces of het opsporingsonderzoek. Door bijvoorbeeld politiemensen in te zetten die het opsporingsproces goed kennen, kan de toegevoegde waarde of de opbrengsten van de burgerparticipatie beter worden ingeschat. Politiemensen kunnen burgers ook ondersteunen bij initiatieven, waardoor hun waarde wordt vergroot. Activiteiten kunnen gericht zijn op het fysieke zoekproces, alsook van belang zijn voor de intelligence of het opsporingsonderzoek.
• Wees voorbereid op de informatie die door burgers kan worden gegenereerd en worden gevraagd
Net als bij judo, zijn burgers voortdurend aan het duwen tegen en trekken aan de politieorganisatie. Vaak doen zij dit door informatie te geven (duwen) en informatie te vragen (trekken) Wanneer burgers betrokken raken bij een opsporingsonderzoek of een vermissing, kan de politie overspoeld raken met informatie. Tips die via verschillende kanalen binnenkomen, kunnen oplopen tot enkele duizenden. Daarnaast kan het gaan om zowel digitaal als fysiek bewijsmateriaal, bijvoorbeeld camerabeelden die worden veiliggesteld of mogelijke sporen die burgers vinden. Aan de ene kant is deze informatie onmisbaar voor het politieonderzoek, tegelijkertijd vormt het een belasting voor de organisatie. Bovendien vragen burgers, zoals familieleden, ook veel informatie en uitleg. Iets waar de politie niet altijd voldoende op voorbereid is. Zorg daarom dat het effectief en serieus omgaan met deze informatiestromen op de juiste wijze in de organisatiestructuur is ondervangen, zodat de politie kan meebewegen met de informatiebehoefte van burgers.
• Beoordeel informatie van burgers op de wijze waarop deze is verkregen en waar deze op is gebaseerd Burgers kunnen voor het onderzoek allerlei informatie aanleveren op basis van bronnen
die die politie (nog) niet heeft. Denk aan tips, hypotheses of scenario’s. Lang niet alle informatie zal waardevol zijn, sommige zaken echter wel. Een manier om het kaf van het koren te scheiden, is na te gaan hoe burgers tot hun bevindingen zijn gekomen. Dat vraagt van de politie een actieve en open houding in het aangaan van het gesprek: “Als een burger in een moordonderzoek naar je toekomt en zegt: ‘dat doe je echt niet goed, omdat…’. Dan kun je zeggen: ‘Wij zijn al honderd stappen verder’. Maar je kunt ook zeggen: ‘Wij gaan even zitten, want jij hebt een verhaal. Vertel eens’.”

3. Leid waar nodig
• Stel aan het begin van een onderzoek de vraag wat burgerparticipatie voor het onderzoek kan betekenen
Om een opsporingsonderzoek effectief te leiden, is het van belang dat de politieorganisatie een beeld heeft van het te behalen doel en hoe dat te bereiken. Op het moment dat dit doel scherp is, kan de vraag worden gesteld of burgerparticipatie hierin iets kan betekenen. Soms is dat niets, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid van de betrokkenen bij een liquidatieonderzoek. n andere gevallen kunnen burgers met hun kennis en expertise mogelijk een waardevolle bijdrage leveren.
• Communiceer duidelijk over welke partij de regie heeft
Het is niet vanzelfsprekend dat de politie altijd de leidende rol op zich neemt. Soms is het wenselijk of noodzakelijk dat de politie een ondersteunende of faciliterende rol vervult. Bijvoorbeeld omdat de politie (nog) geen concrete aanwijzingen heeft om een onderzoek op te starten of een lopend onderzoek richting te geven. In dergelijke gevallen kan de politie wel informatie geven of op andere wijze ondersteuning bieden. De politieorganisatie moet zich goed bewust zijn van het gegeven dat burgers vaak ‘het uniform’ als autoriteit zien en de politie als expert. Dit maakt dat de burger impliciet of expliciet een leidende rol vanuit de politie verwacht. Om misverstanden en verkeerde verwachtingen te voorkomen, is het van belang om aan het begin de verschillende rollen en verantwoordelijkheden expliciet te benoemen.
• Informeer burgers en wees transparant in keuzes
Het effectief leiden van burgerparticipatie vraagt vaak om de juiste vragen stellen aan burgers. Dit betekent mogelijk dat de politie meer informatie aan burgers geeft dan zij gewend is. Immers, als je de helft geeft, krijg je ook maar de helft terug. Net als bij judo zal de politie soms moeten ‘duwen’, door burgers de informatie te geven en ze de juiste kant op te laten bewegen. Vanzelfsprekend kan de politie niet alle inhoudelijke informatie delen in een onderzoek. Maar daar waar keuzes het publiek raken of verontrusten, kunnen die uitgelegd worden. Bijvoorbeeld waarom de politie in het ene geval maximaal inzet en in een ander geval niet. Voor het behoud van haar legitimiteit en de relatie met burgers, heeft de politie namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid om het goede te doen, maar ook om te verantwoorden wat het goede is.

Lees hier het volledige rapport:

[slideshare id=230327039&doc=19433191211defboekannefaberdi-200316092249]

Het artikel in Tijdschrift voor politie

[slideshare id=230326893&doc=001-048tvdp0819schouderaanschouder-200316091944&type=d]

De infographic:

[slideshare id=230326956&doc=infographicburgerparticipatie-200316092108&type=d]

Radio interview op NPO1 met Carlijn Plancken, Chef Opsporing Midden Nederland:

Bron: Politieacademie, Secondant, NRC, Tijdschrift voor Politie, Website voor politie

Crossing lines together: Waarom en hoe burgers meedoen in het politiedomein

In de afgelopen decennia wordt het sociale kapitaal steeds meer benut door zowel burgers en politieorganisaties bij het bestrijden van criminaliteit en wanorde. Dit is een zeer brede ontwikkeling, bestaande uit een groot scala aan activiteiten. Deze activiteiten kunnen zelfstandig uitgevoerd worden of in samenwerking met andere burgers (bijv. buren of omstanders) en/of in samenwerking met de politie. Activiteiten zijn bijvoorbeeld het melden van criminaliteit en het verstrekken van inlichtingen aan de politie, ingrijpen als getuige van een misdrijf en meedoen aan een (online) buurtwacht. Om te onderzoeken waarom en hoe burgers deelnemen en of burgerparticipatie kan worden versterkt, is inzicht nodig in wat voor gedrag burgers kunnen hebben en of er verschillende psychologische factoren zijn die verband houden met de verschillende vormen van participatie.

In dit proefschrift is onderzocht of participatiegedrag in het politiedomein kan worden geclassificeerd vanuit het perspectief van burgers op basis van daadwerkelijk gedrag. En er is onderzochtof een breed spectrum van individuele, gemeenschaps- en institutionele gerelateerde psychologische factoren ten grondslag liggen aan de verschillende vormen van burgerparticipatiegedrag.

De resultaten toonden aan dat vier soorten participatie konden worden onderscheiden: 1. sociale controle (bijvoorbeeld het bespreken van antisociaal gedrag met buren), 2. responsieve participatie (bijvoorbeeld het melden van een criminele daad bij de politie), 3. collaboratieve participatie (bijvoorbeeld het bijwonen van een vergadering met politieagenten ) en 4. detectie (bijvoorbeeld deelnemen aan een buurtwacht).

Dit onderzoekt toont het belang aan om onderscheid te maken tussen categorieën van participatiegedrag in het politiedomein. De onderzoeken tonen aan dat, afhankelijk van het type participatiegedrag, verschillende individuele, sociale en institutionele gerelateerde psychologische factoren een rol spelen. Wat betreft de psychologische factoren, werd bijvoorbeeld aangetoond dat twee categorieën participatiegedrag werden beïnvloed door emoties, terwijl andere typen niet werden beïnvloed door emoties. Morele emoties bleken geen invloed te hebben op collaboratieve participatie en detectie, terwijl het wel invloed had op sociale controle en responsieve participatie. Concluderend lijkt het erop dat intuïtieve besluitprocessen, zoals morele waarden en emoties, evenals de overtuigingen die mensen hebben over hun eigen en collectieve capaciteiten en het nut van het gedrag belangrijke drijfveren zijn.

Vanuit een praktisch perspectief geeft dit proefschrift professionals inzicht in wat burgers ertoe aanzet deel te nemen aan het politiedomein. In politiecommunicatie met burgers wordt over het algemeen aanbevolen om rekening te houden met wat burgers ertoe drijft om deel te nemen. Wanneer de politie participatiegedrag wil stimuleren, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten participatiegedrag. Op welke manier en of burgerparticipatie kan worden beïnvloed, moet echter nader worden onderzocht.

[slideshare id=192771110&doc=proefschriftwendyschreurs-191112152449&type=d]

Bron: Universiteit Twente

Is generatie Z participatiebereid?

Is generatie Z participatiebereid? – Een verkennend onderzoek naar de participatiebereidheid van de nieuwe generatie burgers in de opsporing naar online criminaliteit, auteur Nicolle Versteeg

Sinds een aantal jaren is er een duidelijke toename te zien van cyberincidenten en ook krijgen traditionele vormen van criminaliteit steeds vaker een digitaal karakter en zullen in de toekomst alle
criminaliteitsvormen een grote digitale component hebben. Veelvoorkomende verschijningsvormen van online criminaliteit zijn volgens Stol en Strikwerda (2017) hacken, e-fraude en kinderporno en in het Cyberbeeld 2018 van Oost-Nederland staan ook voornamelijk vormen van hacken en e-fraude in de top 5 van online criminaliteit in Oost-Nederland, echter uit een recente enquête is gebleken dat anno 2019 het oppakken van digitale criminaliteit of cybercrime voor veel collega’s in Oost-Nederland nog steeds geen gesneden koek is (Vortex NP, 2019). De politieorganisatie is tot op heden niet in staat om de technologische en digitale ontwikkelingen bij te houden en heeft daardoor een flinke achterstand opgelopen ten opzichte van de reeds ‘gedigitaliseerde’ burger en kan hierdoor de hulp van de burger goed gebruiken. Anno 2019 hebben we te maken met vijf verschillende generaties op de arbeidsmarkt, waarvan de laatste net is begonnen deze te betreden. Deze laatste generatie, generatie Z, is de eerste generatie die zich geen leven voor het internet kan bedenken en maximaal online is. Deze nieuwe generatie burgers lijkt, door dit digitale referentiekader, bij uitstek geschikt om te participeren in de opsporing naar online criminaliteit. Echter over de participatiebereidheid van deze burgers, op welke wijze zij bereid zouden zijn te participeren en welke factoren bij hun hierop van invloed zijn, is nog maar weinig bekend. Inzicht hierin is noodzakelijk voor de opsporing om deze nieuwe generatie burgers te betrekken bij de opsporing naar online criminaliteit.

Dit kwalitatieve onderzoek richt zich daarom op het verkrijgen van inzicht in op welke wijze deze nieuwe generatie burgers (tussen de 15 en 19 jaar oud) uit Oost-Nederland bereid is te participeren in de opsporing naar online criminaliteit en welke factoren er van invloed zijn op hun participatiebereidheid. Binnen de politieorganisatie zijn er vijf verschillende participatieniveaus te onderscheiden, waarvan de niveaus raadplegen, adviseren en coproduceren in dit onderzoek zijn meegenomen, mede door een reeds bestaand onderzoek waaruit blijkt dat jongeren met name op deze niveaus van meerwaarde voor de politieorganisatie zouden kunnen zijn. Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat vertrouwen in de organisatie de basis is voor een succesvolle
samenwerking tussen politie en burger en dat een aantal factoren van invloed zijn op de participatiebereidheid van burgers in het algemeen. Deze factoren zijn de perceptie van de burger op
de participatietaak, de perceptie van de burger op de eigen competenties, de intrinsieke karakteristieken van de burger en de motieven van de burger.

Voor dit onderzoek zijn er 12 jongeren, zowel mannen als vrouwen, tussen de 15 en 19 jaar oud, met diverse opleidingsniveaus en wonend verspreid over Oost-Nederland geïnterviewd over hun
participatiebereidheid binnen drie cases van online criminaliteit. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat de motieven en overige factoren die van invloed zijn op de participatiebereidheid van de nieuwe generatie burgers om te participeren in grote lijnen overeenkomen met de resultaten van reeds bestaande onderzoeken binnen andere generaties. De nieuwe generatie burgers staat open voor participatie op alle niveaus van de participatieladder, maar moet zich wel specifiek aangesproken voelen om te participeren in de opsporing naar online criminaliteit. Eén van de belangrijkste conclusies uit dit onderzoek is dat voornamelijk het belang van het onderwerp van het opsporingsonderzoek en het besef van de meerwaarde van participatie door deze burger van invloed is op de participatiebereidheid van de nieuwe generatie burgers. Opvallend is echter dat uit dit onderzoek naar voren is gekomen dat deze nieuwe generatie burgers niet actief politieberichtgeving volgt en hier in het dagelijkse leven niet mee bezig is. Hierdoor weet deze generatie niet ‘echt’ hoe groot de problemen zijn op het gebied van online criminaliteit en hoe belangrijk het aanpakken van deze vorm van criminaliteit werkelijk is. Het besef van het belang van burgerparticipatie door deze nieuwe generatie burgers in de opsporing naar online criminaliteit ontbreekt en voornamelijk daar liggen de kansen voor de opsporing om deze burgers meer te betrekken.

[slideshare id=238425397&doc=isgeneratiezparticipatiebereid-200909071410&type=d]

Bron: Politieacademie

Politie en OM lanceren app voor burgeronderzoek

De politie en het Openbaar Ministerie (OM) lanceren op 1 juni een app waarmee burgers zelf onderzoek kunnen doen als zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf. Het gaat in eerste instantie om een proef in vier eenheden, voor mensen die zijn bestolen.

Politie en OM zien dat burgers steeds vaker zelf actie ondernemen als zij slachtoffer zijn van een misdrijf. ‘Vooral technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat mensen steeds beter in staat zijn om zelf onderzoekshandelingen te verrichten. Met de app “Mijn onderzoek” proberen we op die beweging in te spelen en mensen te faciliteren’, zegt Oscar Dros, portefeuillehouder burgerparticipatie.

Diefstal
Het gaat om een kleinschalige proef in zes basisteams in vier politie-eenheden: Oost-Nederland, Oost-Brabant, Noord-Nederland en Rotterdam. Mensen die aangifte doen van diefstal krijgen de mogelijkheid aangeboden om via de app zelf onderzoek te doen.

Met de app kunnen zij onder meer een getuigeninterview afnemen, onderzoeken of er camerabeelden beschikbaar zijn, foto’s toevoegen van bewijsstukken, buurtonderzoek uitvoeren en online onderzoek verrichten. Het gaat om handelingen die iedere burger mag verrichten. John Lucas, hoofdofficier van justitie: ‘We zien dat burgers dergelijke handelingen nu ook verrichten. Het helpt als ze dat op een wijze doen waardoor wij de opbrengst van dit onderzoek ook in de vervolging kunnen gebruiken.’

Samenwerking
‘Het is niet zo dat wij burgers vragen om ons werk te doen’, benadrukt Dros. ‘We zien het echt als een vorm van samenwerking. Mensen komen steeds vaker zelf in actie, of wij nu wel of niet met hun aangifte aan de slag gaan. Wij proberen het onderzoek door burgers met deze app zo goed mogelijk te ondersteunen.’

Vervolging
Want, hoewel opvolging door politie en OM niet wordt gegarandeerd, de kans bestaat dat de informatie die burgers via de app verzamelen later een rol speelt in de opsporing en vervolging van een verdachte. Dros: ‘We merken dat initiatieven van burgers niet altijd aansluiten op de werkwijze van de politie. Daarom willen we beide werelden bij elkaar brengen. Het is in ieders belang dat onderzoek zorgvuldig gebeurt.’

Zoektocht
De proef, die twee maanden duurt, maakt onderdeel uit van een bredere zoektocht naar effectieve samenwerking tussen burgers en politie. ‘Het is een zoektocht die kansen biedt en dilemma’s met zich meebrengt. Als politie en burgers de handen ineenslaan, kan dat tot prachtige resultaten leiden. Maar burgeronderzoek brengt ook risico’s met zich mee. Hoe voorkomen we bijvoorbeeld dat mensen het recht in eigen hand nemen?’

Bron: Politie.nl

Pas op met de burger als parttime politieman

We nemen steeds vaker zélf het initiatief bij de opsporing van criminaliteit. Daar zitten voordelen maar ook haken en ogen aan. Op 2 mei organiseren RTL Z en Open Universiteit een online seminar over dit thema, Sven Brinkhoff van Open Universiteit licht vast een tipje van de sluier op.

Een Whatsappgroep waar buurtbewoners elkaar waarschuwen als ze tussen de vitrage iets verdachts zien. Bezorgde burgers die in linie door een bos trekken, op zoek naar de verdwenen Anne Faber. Astrid Holleeder die de ruzies met haar broer opneemt. “Steeds vaker doen burgers opsporingswerk dat gewoonlijk was voorbehouden aan politie en recherche.”, zegt Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit. “Een onmiskenbare trend.”

Volgens Brinkhoff komt burgeropsporing voort uit toenemende onvrede bij burgers over het functioneren van de politie. Met name kleine zaken die blijven liggen zorgen voor veel onvrede. Daarnaast is er de beschikbaarheid van digitale apparatuur, zoals smartphones. “Dat maakt het verzamelen van bewijsmateriaal niet alleen makkelijker, het is ook steeds eenvoudiger om die gegevens snel bij de politie aan te leveren.”

Brinkhoff geeft als voorbeeld de app Sherlock van TNO die de burger helpt bij het aanmaken van een opsporingsdossier. Daarin kunnen gegevens zoals locatie en het mogelijke motief worden genoteerd, maar ook zichtbare sporen en een lijst van gestolen goederen. “Heel handig, want zo’n kant-en-klaar dossier neemt de politie veel werk uit handen.”

Sven Brinkhoff van Open Universiteit

Dat politie en justitie meer medewerking vragen van burgers bij de bestrijding en opsporing van criminaliteit begrijpt hij dan ook wel. Ook in het smartphoneloze tijdperk werden burgers al gevraagd om te getuigen, tips te delen of aangifte te doen.

Maar aan de ontwikkeling van burgerparticipatie zitten ook minder rooskleurige kanten. Brinkhoff noemt de Amerikaanse app Vigilante die oproepen stuurde naar burgers om actief mee te zoeken naar daders in de buurt op het moment dat bijvoorbeeld een overval gaande was. “Daar is een stokje voor gestoken. Niet alleen breng je burgers zo in gevaar, je schaadt ook het geweldsmonopolie van de staat.”

Burgers zijn nu eenmaal burgers en geen getrainde opsporingsambtenaren. Ze weten niet hoe ze een plaats delict veilig moeten stellen. Daardoor kunnen sporen verloren gaan of raakt materiaal ‘vervuild’. Ook met al te actieve opsporing van ‘verdachte personen’ in een buurt kan veel mis gaan, benadrukt Brinkhoff: “Dat werkt eigenrichting of racisme in de hand, waarbij de participerende burger misschien wel een paar tikken verkoopt aan een onschuldige.”

Naast de alertheid die een BuurtWhatsapp-groep opwekt en het snel delen van beeldmateriaal en andere informatie is, zitten er echter ook nog andere nadelen aan burgerparticipatie, aldus Brinkhoff. Een valkuil is de juridische houdbaarheid van door burgers verzameld bewijsmateriaal. “De advocaat van de verdachte schiet daar onmiddellijk gaten in. Met als risico dat al het werk voor niks is geweest.”

Steeds vaker ziet Brinkhoff dat door de opkomst van particuliere recherchebureaus en eigenrichting de route langs politie en OM maar helemaal overgeslagen wordt. Volgens hem is dat een groot probleem omdat burgers die het heft in eigen hand nemen, het geweldsmonopolie van de staat ondermijnen. “Dat is echt een glijdende schaal.”

Brinkhoff waarschuwt dan ook voor te grote verwachtingen van de burger die voor politieagent gaat spelen. Burgerparticipatie mag dan wel een reactie zijn op de permanente onderbezetting bij de politie, het uit handen willen nemen van de opsporing hoeft niet tot minder politiewerk te leiden, zegt Brinkhoff: “Als het digitaal steeds makkelijker wordt om een dossier aan te leveren, dan verwacht de meewerkende burger wel dat daar iets mee gedaan wordt. Als dat vervolgens door capaciteitsproblemen niet gebeurt, dan vergroot je de kloof alleen maar.”

Politie en het OM die gebruik willen maken van burgeropsporing, zullen hoe dan ook moeten voorkomen dat ze hun eigen betrouwbaarheid en rechtvaardigheid op het spel zetten door te veel taken naar de burger door te schuiven, aldus Brinkhoff. Ook al is dat vanwege de permanente bezuinigingen wel verleidelijk.

Brinkhoff verwacht dat de rol van burgers bij opsporingswerk hoe dan ook zal toenemen de komende jaren. Dat heeft niet alleen met capaciteit maar ook met kennis te maken, zegt hij. “Kijk maar naar een collectief als Bellingcat. Dat heeft wel de middelen om hoogopgeleide digitale speurneuzen in te zetten, waar de politie geen geld voor heeft. Die expertise van buitenaf, die blijft natuurlijk welkom.”

Kijk en discussieer mee over dit thema

Op 2 mei gingen Sven Brinkhoff (universitair hoofddocent strafrecht) en Emile Kolthoff (hoogleraar criminologie) van Open Universiteit verder in op dit thema tijdens een online seminar bij RTL Z. Ze bespreken recente voorbeelden van burgerparticipatie bij opsporing en belichten de kansen en bedreigingen voor de politie en het OM. Bekijk het online seminar hier terug.

Bron: RTL Nieuws, Open Universiteit

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Burgerparticipatie in het politiedistrict Oost-Utrecht: kwalitatief onderzoek naar de kansen

Auteurs: Roelof Benning en Job Nauta

Onveiligheid wordt in toenemende gezien als maatschappelijk probleem. Dit komt door de nieuwe opvattingen over de verhouding tussen burgers en de overheid sinds de jaren tachtig.
In het verleden werd de burger bij criminaliteit en overlast vooral om een passieve reactie gevraagd (politie bellen en niets doen), terwijl we nu zien dat er een actieve bijdrage wordt verwacht in de strijd tegen onveiligheid. We zien vandaag de dag dan ook steeds vaker allerlei vormen van samenwerking met de burger.

In het politiedistrict Oost-Utrecht hebben een aantal incidenten plaatsgevonden waarbij er sprake was van een grote maatschappelijke impact, grote burgerbetrokkenheid en ook samenwerking met de burger. Denk hierbij aan een serie autobranden in Den Dolder en de zaken Romy en Savannah en Anne Faber.

De omvang van deze zaken, de verwachting dat de intensiteit en frequentie van burgerparticipatie alleen maar toe zal nemen en het gebrek aan kennis over burgerparticipatie binnen het district, zijn aanleiding geweest voor dit onderzoek. De centrale vraag van dit onderzoek luidt:

Waar liggen volgens de literatuur, politiemensen en burgers de kansen voor district Oost- Utrecht met betrekking tot burgerparticipatie?

We hebben deze vraag door middel van een kwalitatief onderzoek beantwoord. Naast het bestuderen van literatuur, hebben wij een vragenlijst onder politiemensen uitgezet en een tweetal focusgroepinterviews uitgevoerd. Deze interviews voerden wij met burgerrechercheurs uit Den Dolder en buurtvaders in Amersfoort.

We hebben onderzocht wat het begrip burgerparticipatie inhoudt en hoe het wordt omschreven. Het begrip burgerparticipatie is geen zwart-wit-begrip. Hoe het wordt gedefinieerd, hangt vaak af van de context waarin het gebruikt wordt en het referentiekader van de betreffende persoon of instantie. De opbrengsten van burgerparticipatie zijn de toename van het veiligheidsgevoel, meer vertrouwen in de politie, een afschrikwekkende preventieve werking op criminaliteit en overlast, een grotere meldingsbereidheid en daarmee samenhangend, een betere informatiepositie.

Vervolgens zijn we in de literatuur op zoek gegaan naar succes- en faalfactoren, randvoorwaarden en aanbevelingen op het gebied van burgerparticipatie. Belangrijke factoren voor burgerparticipatie zijn betrokkenheid, vertrouwen, eigenaarschap, sociale kracht, zelfredzaamheid en respect voor burgers. Best persons, sleutelfiguren in participatienetwerken, hebben een belangrijk aandeel in de samenwerking met burgers.

Onze derde deelvraag richtte zich op hetgeen er binnen het district geregeld is met betrekking tot burgerparticipatie, hoe politiemensen de samenwerking met de burger ervaren en wat zij daarbij nodig hebben. In het Inrichtingsplan en Deelrealisatieplan Midden- Nederland wordt het belang van burgerparticipatie op landelijk en eenheidsniveau benadrukt. In het district is weinig vastgelegd of geborgd. Het is overigens niet zo dat er niets gebeurt.

Op één basisteam na, hebben alle basisteams en de districtelijke recherche een operationeel expert of specialist die burgerparticipatie in zijn portefeuille heeft. De activiteiten richten zich echter voornamelijk op social media en het beheren van WhatsAppgroepen. Daarnaast kent het district de bondgenotenaanpak. Politiemensen geven aan overwegend goede ervaringen met burgerparticipatie te hebben, maar zij missen wel tijd, middelen en kennis. Uit de resultaten van de focusgroepinterviews blijkt dat zij burgerparticipatie voornamelijk zien als het fungeren als ogen en oren voor de politie. Zij spreken overwegend positief over hun samenwerking met de politie. Communicatie en terugkoppeling worden

genoemd als belangrijke punten in de samenwerking. Daar waar de politie duidelijk uitleg gaf en het belang van de samenwerking benadrukte, was te zien dat er daadwerkelijk een gedragsverandering bij de burgers plaatsvond. De kracht van burgerparticipatie is door de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders duidelijk aangetoond.

Conclusie en aanbevelingen
Ons onderzoek laat het belang van burgerparticipatie zien. De twee kansen die wij voor het district Oost-Utrecht op het gebied van samenwerking zien, zijn het ontwikkelen en uitbreiden
van de vormen van burgerparticipatie die momenteel in het district worden uitgevoerd en het uitbreiden van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie.

De eerste kans voor ons district richt zich op het uitbreiden en borgen van burgerparticipatie in het district. Burgerparticipatie zou structureel in meer vormen moeten worden ontplooid. Met uitzondering van de coördinatie van WhatsAppgroepen, het verspreiden van informatie via social media (zoals burgerparticipatie in de meeste portefeuilles is vormgegeven) en de bondgenotenaanpak, kenmerkt burgerparticipatie in het district zich als incidenteel en gericht op improvisatie en ad-hocsituaties. Succesvolle voorbeelden van burgerparticipatie, zoals de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders, komen gefragmenteerd voor.

De tweede kans, het uitbreiden van de rol van de portefeuillehouders, ligt in het feit dat zij als best persons in de organisatie en in de samenwerking met burgers een sleutelrol kunnen vervullen in het ontwikkelen van burgerparticipatie. Op dit moment geven collega’s die met burgerparticipatie zijn belast aan, dat zij over onvoldoende tijd en kennis beschikken om burgerparticipatie te ontwikkelen. Dat resulteert momenteel in een beperkte benutting van het potentieel dat burgerparticipatie in zich heeft.

Aanbevelingen
De aanbevelingen richten zich op de twee ontwikkelingsmogelijkheden die in de conclusie zijn benoemd. De aanbevelingen per kans zijn:

1. De uitbreiding en borging van burgerparticipatie
– Formuleer een gezamenlijke visie op burgerparticipatie.
– Organiseer structurele en functionele samenwerking met burgers.
– Borg kennis en ervaring, maak portefeuillehouders daarvoor verantwoordelijk.
– Faciliteer participerende politiemensen in tijd.

2. De uitbreiding van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie
– Breid het aantal verantwoordelijken voor burgerparticipatie uit.
– Faciliteer portefeuillehouders in tijd en kennis.
– Breid de portefeuille burgerparticipatie uit.
– Organiseer een structureel (ontwikkelings)overleg tussen portefeuillehouders.

Tot slot hebben wij een denkkader opgesteld met onze belangrijkste bevindingen. Deze kan worden gebruikt bij de ontwikkeling van burgerparticipatie in het district en is in het hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen te vinden.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425371&doc=kansenvoorburgerparticipatiedistrictoostutrecht-200909071257&type=d]

Bron: Politieacademie

Vergroten burgerparticipatie bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt

Vergroten burgerparticipatie bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt in Zeeland-West-Brabant, auteur Ayse Demirtas

Zuid-Nederland is een van de concentratiegebieden van ondermijnende criminaliteit, met name op het gebied van hennepproductie. Vooral in Noord-Brabant, maar tevens in Limburg en Zeeland wordt veel hennep geproduceerd, waarbij zeer grote winsten worden gemaakt. Georganiseerde misdaad brengt echter grote schade toe aan de Nederlandse samenleving. Er is sprake van (financiële) vermenging van de onderwereld met de bovenwereld, ondermijning van het openbaar gezag en invloed van criminele macht. Hoewel de politie zich intensief bezig houdt met de aanpak van georganiseerde hennepteelt, vindt de teelt van hennep nog altijd op grote schaal plaats. Derhalve is nog een langdurige en intensieve inzet vereist. De aanpak van georganiseerde hennepteelt is lastig zonder actieve betrokkenheid en bewustwording van maatschappelijke organisaties en burgers. Burgers staan in principe open voor de initiatieven van de politie om hen mee te laten helpen bij de opsporing, zoals de Amber Alert en Burgernet.

De bereidheid ligt echter laag wanneer het de hennepteelt betreft. Burgers blijken dan niet te praten en houden hun mond dicht. Er is behoefte aan het vergroten van burgerparticipatie, specifiek bij de opsporing van georganiseerde hennepteelt in het werkgebied van de eenheid Zeeland-West-Brabant. Er is echter sprake van een gebrek aan kennis over de wijze waarop burgerparticipatie thans plaatsvindt en hoe dit verbeterd kan worden. Eerdere onderzoeken naar de burgerparticipatievormen zijn namelijk gedateerd. Bovendien is het niet specifiek gericht op de aanpak van hennep en ook niet op het werkgebied van de eenheid Zeeland-West-Brabant. Aangezien burgerparticipatie vanwege technologische ontwikkelingen onderhevig is aan veranderingen, is de kans echter groot dat er inmiddels nieuwe burgerparticipatievormen zijn ontstaan. Derhalve is er sprake van een kennislacune op dit gebied en is er behoefte aan dit scriptieonderzoek. Door te achterhalen wat de overwegingen van burgers zijn om al dan niet bij te dragen aan de opsporing, zouden vervolgens de redenen om niet te participeren weggenomen kunnen worden en kan de samenwerking met burgers worden vergroot. De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig. Op de eerste plaats moet het onderzoek inzicht geven in de wijze waarop burgerparticipatie bij de opsporing van georganiseerde hennepteelt thans plaatsvindt in Zeeland-West-Brabant. Ten tweede dient zicht verkregen te worden op de positieve en negatieve overwegingen van burgers die een rol spelen bij de meldingsbereidheid.

Burgers kunnen verschillende redenen hebben om wel of niet te participeren bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt. Zowel positieve, als negatieve overwegingen of belangen kunnen een rol spelen. Betreffende de negatieve overwegingen neemt de burger bewust de beslissing om géén melding te doen. Dat kan bijvoorbeeld komen door angst voor problemen of wraak, vanwege familierelaties of vanwege het eigen belang. Maar de burger kan ook onbewust geremd worden in het doen van meldingen, namelijk vanwege gebrek aan kennis. Daarbij kan gedacht worden aan het gebrek aan kennis over de geur van hennep en de hennep gerelateerde gedragingen, waardoor burgers niet in staat zijn om deze activiteiten eventueel te linken aan hennep. Daardoor blijven meldingen uit. De positieve overwegingen stimuleren de burgers om wel te participeren bij de aanpak van hennep. Middels interviews hebben de respondenten twee extra positieve overwegingen toegevoegd die nog niet uit de literatuur en politie-interviews naar voren kwamen. Burgers worden onder andere gestimuleerd door hun verantwoordelijkheidsgevoel, normen en waarden en de veiligheid van hun kinderen.

Het vergroten van burgerparticipatie kan op twee manieren gerealiseerd worden, namelijk door te investeren in zowel de negatieve als positieve overwegingen. Ten eerste kan dat door de negatieve overwegingen aan te pakken en de belemmeringen die burgers ervaren proberen weg te nemen. In sommige gevallen zal dat echter lastiger zijn dan in andere gevallen. Dat is het geval als er sociale relaties of familiebanden in het spel zijn. Op de tweede plaats kan burgerparticipatie worden vergroot door de positieve overwegingen te stimuleren, want die doorbreken de andere redenen (drempels) waarom burgers niet zouden willen meewerken. Gebleken is dat er voorlichting gewenst is op meerdere gebieden, te weten: MMA, TCI, over de geur van hennep en de hennep gerelateerde gedragingen van criminelen. Bovendien willen burgers terugkoppeling en transparantie. Tot slot is ook voorlichting gewenst ten behoeve van de positieve overwegingen, zodat deze (wederom) aangewakkerd kunnen worden en de burgers triggeren om te melden.

Lees of download hier het gehele onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425354&doc=vergrotenburgerparticipatiebijdehennepteelt-200909071205&type=d]

Bron: Politieacademie

#Burgerparticipatie in de opsporing

Kennis uit afstudeeronderzoeken van recherchekundigen gebundeld voor de politiepraktijk, Auteur: Jerôme Lam (2018).

De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de rol van de burger in het opsporingsproces. In de Strategie Aanpak Criminaliteit 2011-2015 benoemt de Raad van Korpschefs cocreatie met burgers expliciet als een van de hefbomen die bijdragen aan het verhogen van de effectiviteit van het politiewerk. Door samenwerking met burgers kan de slagkracht van de politie verhoogd worden.

De Raad van Korpschefs stelt dan ook vast: ‘Burgerparticipatie als onderdeel van de aanpak van criminaliteit, moet veel meer een structureel en essentieel onderdeel worden van de strategie en aanpak.’ Ook in het koersdocument ‘Naar een toekomstbestendige opsporing’ krijgt de burger een belangrijke rol toebedeeld.

Dit inzicht in het belang van burgers is niet nieuw. Burgers zijn altijd al een belangrijk onderdeel geweest voor het opsporingsproces. Niet in de minste plaats als slachtoffer, aangever en getuige. In de meeste gevallen is hetgeen de burger heeft gedaan, weet of heeft laten weten de start van het onderzoeksproces. Uit onderzoek is bovendien bekend dat de politie grotendeels afhankelijk is van informatie van burgers om haar werk goed te kunnen doen. De burger is daarmee een cruciale factor voor de effectiviteit van de politie.

De rol die de burger speelt binnen het opsporingsproces is echter wel aan verandering onderhevig. Maatschappelijke ontwikkelingen dragen eraan bij dat de burger zelfstandiger, mondiger en kritischer wordt. Burgers nemen steeds vaker zelf het initiatief en worden hier ook toe uitgenodigd door de overheid. Technologische ontwikkelingen maken onder andere dat burgers meer informatie tot hun beschikking hebben en deze sneller en verder kunnen delen. De beschikbaarheid van kennis, expertise en informatie onder burgers maakt de burger niet alleen nog belangrijker als bron van informatie, het maakt ook dat deze steeds beter in staat is om zelfstandig opsporingshandelingen te verrichten. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de relatie van de burger tot de politie en het opsporingsproces.

Eén van de manieren om de relatie tussen burger en overheid, in dit geval politie, weer te geven is de zogenaamde participatieladder. Een veel gebruikte variant die is toegespitst op de Nederlandse situatie is de participatieladder van Edelenbos en Monnikhof. Dit model bestaat uit vijf niveaus, waarbij bij iedere trede de mate van gelijkwaardigheid en wederkerigheid toeneemt.

Het laagste niveau bestaat uit informeren, en neemt vervolgens toe van raadplegen en adviseren naar (bijna) volledige gelijkwaardigheid op de niveaus van coproduceren en meebeslissen.

De treden (niveaus) van de participatieladder worden in de komende paragrafen gebruikt om de geanalyseerde onderzoeken te presenteren. Per trede zal eerst een korte toelichting worden gegeven, waarna het podium wordt gegeven aan de onderzoeken die inzichten bieden met betrekking tot hoe burgerparticipatie op het betreffende niveau kan bijdragen aan de opsporing.

Deze bundel is gebaseerd op originele scripties van recherchekundigen. De credits voor de inhoud van deze uitgave gaan uit naar de recherchekundigen die deze scripties hebben geschreven. De lijst van de recherchekundigen en hun scripties is achter in deze bundel in bijlage 1 opgenomen. Tekstdelen zijn soms letterlijk uit de scripties overgenomen om zo dicht mogelijk bij de brontekst te blijven en zo min mogelijk zelf te interpreteren. Ieder thema in deze reeks start met een korte inleiding waarin de context van de onderwerpen uit de afstudeeronderzoeken wordt geschetst. De voor deze reeks geselecteerde scripties zijn de bron van iedere inleiding, voor de leesbaarheid volstaat hier daarom de eenmalige verwijzing naar de betreffende scripties (bijlage 1) die zijn gebaseerd op het onderzoek van de recherchekundigen (bijlage 2) waarvoor ze wetenschappelijke literatuur (bijlage 3) hebben gebruikt en toegepast. Voor de leesbaarheid wordt hier niet
apart verwezen naar diverse bronnen.

De presentatie van de vergaarde kennis over het thema in deze reeks volgt een vaste structuur. Allereerst wordt het thema ingeleid en dan volgen de onderdelen: korte uitleg van het onderzoek, de conclusies, de aanbevelingen en eventuele kanttekeningen van de auteur van de Reku reeks onder het kopje ‘goed om te weten’. Voor meer achtergrondinformatie zijn de scripties op verzoek in te zien via de betreffende recherchekundigen.

Achterin de bundel is een bijlage opgenomen met relevante literatuur c.q. naslagwerken (aanbevolen literatuur) voor wie meer wil lezen over het onderwerp. Bijlage 2 bevat voor de geïnteresseerden een overzicht met de onderzoeksmethoden die in de scriptie-onderzoeken  zijn gebruikt.

Lees of download het gehele rapport:

[slideshare id=238425325&doc=burgerparticipatieindeopsporing-200909070952&type=d]

Bron: Politieacademie

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl