Tagarchief: tno

Burgers zetten steeds vaker de politiepet op

De rol van burgers in de opsporing van daders en in handhavingstaken groeit. Denk aan burgers die iemand staande houden of online sporen veiligstellen. Er zijn echter ook dilemma?s rondom de bevoegdheden van burgers die via het internet de politie helpen. Welke grenzen stel je daarbij? En wat doe je met het delen van opsporingsbeelden?

Kunnen politie en justitie aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij politiewerk? In menig beleidsstuk en ook vanuit de wetenschap wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. Er lijkt echter een verschuiving gaande van participerende burgers naar een participerende politie. Burgers gaan steeds meer zelf aan de slag en lossen veiligheidszaken op. Het geweldsmonopolie en vervolgingsmonopolie zijn evident en eenduidig in wetgeving vastgelegd, maar een monopolie op andere veiligheidstaken is er niet. Als het de politie lukt om?DIY-policing?(doe-het-zelf) in goede banen te leiden, kan dit gepaard gaan met grote maatschappelijke winsten:

  • toegenomen politiecapaciteit, zonder of met een minimaal financieel prijskaartje;
  • sterkere binding tussen politie en burgers, en tussen burgers onderling;
  • beter beeld van de werkelijke criminaliteit;
  • dalende criminaliteitscijfers door hogere pakkans en meer, met politie samenwerkende ogen op straat.

Informatiepositie van burgers

Door sociale media wordt de informatiepositie van burgers gedemocratiseerd en ook kennis en kunde zijn door het internet steeds meer openbaar. YouTube is een doe-het-zelf-academie. Instructievideo?s en allerlei tools worden door vrijwilligers gratis aangeboden als apps. De adoptie van sociale media is zo groot in Nederland dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Het?rapport?over de MH17 laat zien dat burgers niet schromen hun krachten te bundelen na een ramp. Ook in opsporing laten burgers van zich horen, getuige de?zaak?waarin een vrouw haar eigen aanrander opspoort en in de val lokt. En vanuit hun emoties startten burgers een massale klopjacht op de?‘kopschoppers‘.

Doe-het-zelf-politie

Deze doe-het-zelf-politie verandert het werk van de politie radicaal. Zaken die nu op de plank blijven liggen kunnen worden opgelost door burgers, of met hun hulp. Burgers en politie komen bovendien nader tot elkaar door nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Maar het kan ook helemaal misgaan. Als burgers het recht in eigen hand nemen bijvoorbeeld. Of als zij in gevaarlijke situaties belanden, omdat zij onrecht bestrijden.

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die de politie geniet

Burgers hebben niet de autoriteit of de bevoegdheden die bijvoorbeeld de politie geniet. Nu ontbreekt het bij burgers meestal aan de kennis en middelen om rechtmatig bewijsmateriaal op te bouwen tegen een verdachte. Het zijn processen die in goede banen kunnen worden geleid, als de overheid een faciliterende rol inneemt. Tijdens de eerste internationale?workshop?Do It Yourself Policing in Berlijn zijn niet alleen de sterktes en zwaktes benoemd van burgers die veiligheidstaken op zich nemen, maar ook de kansen en bedreigingen werden ge?nventariseerd. Hier hebben verschillende experts uit wetenschap, politie en bedrijfsleven uit verschillende Europese landen aan bijgedragen. Vanuit Nederland waren onder andere de politie, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Privacy Company en Universiteit Utrecht vertegenwoordigd.? In figuur 1 is deze SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) weergegeven.

Figuur 1>? SWOT-analyse van Do It Yourself Policing

Dilemma’s rondom Doe-het-zelf-politie

Uit bovenstaande analyse zijn verschillende praktische en oplosbare vraagstukken af te leiden, maar ook lastig te slechten dilemma?s. Een praktisch en oplosbaar vraagstuk is bijvoorbeeld het gebrek aan kennis over sociale media, of de wijze waarop politie en burger laagdrempelig en snel met elkaar kunnen samenwerken. In het Europese onderzoeksproject?INSPEC2T?wordt bijvoorbeeld een nieuwe community-policing oplossing ontwikkeld en in meerdere experimenten getest, zoals in?Buurtlab Groningen. Met een online-community-policing-platform kunnen burgers, gemeente en politie op moderne manieren met elkaar contact zoeken en samenwerken. In Den Haag loopt een onderzoek naar een publiek-privaat samenwerkingsconcept genaamd BART!: Burger Alert Real Time.

Project BART! in Den Haag
Lees ook:?Met BART! werken aan een veilige buurt

Lastigere dilemma?s komen om de hoek kijken als het gaat om de bevoegdheden van burgers die via internet van over de hele wereld kunnen meedoen. Welke grenzen stel je wanneer en voor wie? Nieuw beleid moet vastleggen wat burgers (niet) mogen en wat tot de taak van de politie en het OM behoort. Echter, het opstellen van regels en richtlijnen, maar ook het toetsen van praktijksituaties zal niet makkelijk zijn. De vraag is of van een burger, die ook nog persoonlijk betrokken is door een relatie met het slachtoffer, dezelfde zelfbeheersing kan worden verwacht als van een niet-betrokken politiebeambte. Denk aan het voorbeeld van de??wraakvader?, die de vermeende online belager van zijn dochter via Facebook opspoorde.

Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten

Een ander voorbeeld van een lastig dilemma is het delen van beelden. Het gebeurt steeds vaker dat mensen beelden van mogelijke misdrijven online zetten in de hoop de dader(s) op te sporen. ?Zolang het in een neutrale context gebeurt? heeft het OM er geen problemen mee dat mensen op eigen houtje opsporingsbeelden op sociale media zetten, en: ?Het is niet strafbaar?. Het OM stelt dat het online zetten van opsporingsbeelden alleen strafbaar is ?als er een belediging wordt geuit aan het adres van de gefilmde persoon? of wanneer deze wordt beschuldigd van iets wat hij/zij niet heeft gedaan. Toch ligt?naming & shaming?op de loer, een online fenomeen waar niemand momenteel vat op lijkt te hebben.

Groeiende rol van burgers

Niet gehinderd door de uitdagingen en (ethische) dilemma?s zetten burgers steeds vaker de ?Sherlock?-pet op bij opsporing of de politiepet bij handhavingstaken. Burgers wachten niet tot beleid of draaiboeken om met burgers samen te werken zijn uitgekristalliseerd. De duizenden WhatsApp-buurtgroepen in Nederland zijn een goed voorbeeld van Do It Yourself Policing. Buurtbewoners vormen samen met de wijkagent en soms ook gemeente een barri?re tegen criminelen. In het rapport?Worldwide Mapping of Best Practices and Lessons Learnt?zijn vele internationale voorbeelden van Do It Yourself Policing te vinden.

Burgeropsporing, burgerhandhaving, burgerhulpverlening, burgertoezicht ? ? Burgers die eerste hulp verlenen, iemand staande houden of eerste hulp bij opsporing leveren door alvast online sporen veilig te stellen. Het zijn voorbeelden van werkvoorbereiding door burgers die zeer waardevol kunnen zijn. Daarna nemen professionals de zaak over. Burgers bieden een overschot aan denkkracht en capaciteiten die door de politie nog onvoldoende worden benut.

In het in oktober 2017 gepresenteerde programma ter verbetering en vernieuwing van opsporing en vervolging, omarmt de politie deze toenemende rol van burgers (zie ook het rapport?Handelen naar Waarheid,?dat een belangrijke start betekende voor het Programma Herijking Opsporing). Onderzocht wordt hoe de nieuwe, gerechtvaardigde, verwachtingen van burgers waargemaakt kunnen worden. Samenwerking wordt gefaciliteerd door sociale media en webcare, maar ook met apps waarmee burgers zelf kunnen opsporen in geval van bijvoorbeeld een vermissing, autodiefstal of woninginbraak. <<

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het eerste van 6 artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp: ) Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende?artikel?in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Arnout de Vries en Carlijn Broekman zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?arnout.devries(at)tno.nl?en?carlijn.broekman(at)tno.nl.

Bron: Secondant.nl

Sherlock – DIY opsporingsplatform voor burgers

Daar sta je dan. Net terug van een feestje, lijkt er thuis ingebroken te zijn. De sporen van een inbraakpoging zijn duidelijk te zien. De adrenaline giert door je lijf. Die inbreker ga je opsporen! Maar hoe pak je dat aan? Met de Sherlock-app voor burgeropsporing, ontwikkeld door TNO en de politie.

Via de Sherlock-app openen slachtoffers van bijvoorbeeld vernieling, cyberpesten, een poging tot woninginbraak of diefstal hun eigen opsporingsdossier. Daarin leggen ze ? afhankelijk van het misdrijf ? de locatie, zichtbare sporen, mogelijk motief, getuigenverklaringen en gestolen goederen vast. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een compositiefoto van een verdachte. Veel mensen vinden het moeilijk om de juiste ogen, oren of neus op een gezicht te plakken. Daarom bevat de app een trainingsspel, waarmee gezichten van bekende personen ?bij elkaar geklikt? moeten worden. Is het dossier compleet? Dan deelt de gebruiker eenvoudig via diverse socialmediakanalen of e-mail een opsporingsbericht, en stuurt hij het complete dossier naar de politie zodat zij actie kan ondernemen. Vervolgens wisselen de gebruiker en politie updates uit via de app.

Zelf buurtonderzoek doen

?De app maakt het mogelijk om gebruik te maken van ?the wisdom of the crowd??, vertelt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO. ?De politie schakelt burgers nu nog vrij traditioneel in, bijvoorbeeld via Opsporing Verzocht. Maar burgers hebben niet alleen ogen en oren waarmee ze kunnen waarnemen, ze hebben ook hersenen met kennis en denkkracht, en handen en benen om iets te doen. Dat mobiliseren we via de app. Een buurtonderzoek kost bijvoorbeeld veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring? Ik weet wanneer ze thuis zijn en dankzij de app weet ik ook wat ik moet vragen. De politie hoeft niet meer alles zelf te doen. Zij kan haar schaarse capaciteit voortaan zo effectief mogelijk inzetten, waardoor er hopelijk meer zaken worden opgelost.?

?Een buurtonderzoek kost veel tijd en mankracht. Wat is er handiger dan dat ik na een inbraak zelf bij mijn buren langsga voor een verklaring??

Risico’s van zelf daders opsporen

Als burgers zelf daders gaan opsporen, brengt dat risico?s met zich mee. Hoogoplopende emoties kunnen bijvoorbeeld leiden tot eigenhandig optreden. De Vries is zich daarvan bewust, maar stelt dat dit ook zonder de app al het geval is: ?Je kunt burgers niet zomaar tegenhouden. Ze starten nu al hun eigen onderzoek via Facebook, omdat ze merken dat de politie aan lang niet alle zaken prioriteit geeft of te kampen heeft met capaciteitsgebrek.?

Burgeropsporing

Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee.? Daarom helpt de Sherlock-app niet alleen bij de opsporing, maar geeft het burgers ook informatie over preventie en over wat volgens de wet wel en niet mag. Daarnaast maakt de app inzichtelijk wat de consequenties zijn van sommige handelingen, zoals het online delen van namen en foto?s van verdachten en slachtoffers.

?Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen?

Programma ‘herijking opsporing’

Op dit moment is de Sherlock-app nog een prototype en niet daadwerkelijk in gebruik. TNO hoopt deze innovatieve app verder te ontwikkelen, in het kader van het programma ?Herijking opsporing? van de politie. Burgerparticipatie krijgt binnen dit vernieuwingsprogramma de nodige aandacht, omdat het besef binnen de politie doordringt dat een ?chte revolutie nodig is: een actieve rol van, en samenwerking met burgers. De Sherlock-app is daarvoor een goed middel.

Cultuurverandering noodzakelijk

De Vries is realistisch genoeg om te weten dat hiervoor een cultuurverandering nodig is. ?Binnen de politie wordt niet voor niets gesproken over blauw ? de agenten op straat ? en grijs ? de recherche. De opsporingstak van de politie heeft dagelijks te maken met misdrijven en vertrouwt niet zomaar burgerspeurneuzen die zelf hun zaak willen oplossen. Het kost tijd om een meer open houding te realiseren richting goedwillende burgers, en politieprocessen te veranderen.?

?Burgeropsporing is nu nog relatief klein, maar het is wel een trend die steeds belangrijker wordt. Daar moet je wat mee?

Samenwerken met de politie

Daarnaast is een verandering in mindset nodig. Nu wordt burgerparticipatie vaak nog gezien als een laatste redmiddel om een zaak op te lossen. Ook zijn politieprofessionals bang dat burgers een zaak schaden, waardoor een dader niet berecht kan worden. ?Uit de onderzoeken die ik doe, blijkt dat de meeste burgers van goede wil zijn en bereid zijn om samen te werken met de politie. Daarom gaan TNO en de politie na een testfase het in gebruik nemen van de app verkennen. Zo gaan we op bezoek bij slachtoffers van een inbraak en maken we samen met hen een opsporingsdossier. Politie en burgers kunnen de samenwerking op die manier aan den lijve ervaren, waardoor meer respect en vertrouwen in elkaar kan ontstaan. De moderne Sherlock met app heeft de toekomst.?

Bronnen: TNO Time

Kansen en risico’s van burgeropsporing

Burgers helpen graag bij het vinden van een vermiste. Apps maken dat makkelijker. Het risico is dat de burger voor rechercheur, Openbaar Ministerie en rechter speelt. Onderstaand artikel?in NRC van?Kasper van Laarhoven gaat in op de kansen en risico’s van burgeropsporing.

Stel, je dochtertje van vier verdwijnt. Wat doe je? De politie bellen en afwachten? Nee, zegt agent Ronnie Hessels, je gaat direct zelf zoeken. Met die gedachte ontwikkelde hij een app die burgers helpt samen effici?nt op zoek te gaan naar een vermiste.

Vrijdag kreeg Hessels voor deze app de Innovatieprijs 2018, een nieuwe prijs om creatieve idee?n binnen de politie te stimuleren.

Agent Hessels kwam op het idee voor de app doordat het meezoeken van familieleden, vrienden en bezorgde burgers bij vermissingszaken de politie vaak voor problemen plaatst. ?Altijd rijzen dezelfde vragen: hoe kun je de vrijwilligers co?rdineren? Hoe groot is het gebied dat je moet doorzoeken? En waar heeft men al gezocht?? Aan de ene kant is de politie blij dat mensen willen helpen, en dat levert soms ook echt wat op. Zo waren het vrienden van Anne Faber die in oktober haar jas vonden met daarop het DNA-spoor dat uiteindelijk tot de vondst van haar lichaam leidde.

Maar zonder co?rdinatie kan een zoektocht ook leiden tot chaos, dubbel werk, en het voor de voeten lopen van de politie. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2013, toen burgers massaal uitrukten om de vermiste broers Ruben (9) en Julian (7) op te sporen. Zonder overleg met de autoriteiten struinden honderden mensen door de bossen rondom Doorn, Leersum en Rhenen. Gebieden werden niet, onzorgvuldig of juist dubbel doorzocht; bewijsmateriaal werd mogelijk gemist, aangetast of meegenomen.

Zoekgebied op telefoon

De app van agent Hessels, die?Samen Zoeken?heet, kan dit soort problemen voorkomen. Wie meezoekt, krijgt op zijn telefoonscherm een kaartje te zien van het gebied waarin de vermiste zich waarschijnlijk bevindt. Dat zoekgebied bepaalt de app op basis van de leeftijd van de vermiste, de plek van verdwijnen en mogelijke vervoersmiddelen. Over het kaartje ligt een raster heen. Als in ??n van de rastervakjes wordt gezocht, kleurt dit vakje donkerder. Hoe meer burgers daar zoeken, hoe donkerder het vakje. Zo voorkomt de app dat zoekgebieden worden overgeslagen terwijl andere steeds opnieuw worden doorzocht. De politie kan in de app zoektips delen met burgers, en deelnemers kunnen elkaar berichtjes en foto?s sturen, bijvoorbeeld als ze op sporen stuiten.

Het betrekken van burgers bij het oplossen van vermissingen en misdrijven is in Nederland geen nieuw fenomeen. Dat begon ooit met politie-oproepen in kranten en op de radio. Later kwamen daar het tv-programma?Opsporing Verzocht?(1982) en het verzenden van politieberichtjes via Burgernet (2006) en ?Amber Alert? (2008) bij.

Frank Smilda, hoofd van de informatiedienst van de politie Noord-Nederland, zette in 2006 een website op waarop de politie Utrecht zogenoemde ?cold cases? deelde, zaken van lang geleden die de politie niet had kunnen oplossen. Burgers konden op die manier mee rechercheren. ?Wisdom of the crowd, heet dat?, zegt Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO en mede-ontwikkelaar van Samen Zoeken. ?Als je duizend mensen het gewicht van een koe laat raden, dan klopt het gemiddelde behoorlijk goed.?

Een mini-dossier opbouwen

Momenteel werkt hij met Smilda aan een app (werktitel?Sherlock) waarmee slachtoffers van een misdrijf zelf een mini-dossier kunnen opbouwen, nog v??r de politie ter plaatse is. Hoe sneller na het misdrijf getuigenverklaringen vastgelegd worden, hoe betrouwbaarder ze zijn, zegt De Vries. Met deze app kunnen gebruikers straks de vluchtroute van de dader intekenen op een kaartje, een snelle compositietekening in elkaar knutselen en verklaringen van omstanders opnemen.

De Vries ontwikkelde eerder al eens een computerspel met de politie, dat burgers vanuit huis moest laten meehelpen echte zaken op te lossen. Deze game liet een gedetailleerde simulatie zien van de plaats delict, toonde verhoorverslagen en had zelfs een digitaal forensisch lab. Het spel bleek echter te duur en kwam nooit verder dan een prototype.

De Vries, Hessels, en Smilda zien vooral voordelen in het ontwikkelen van nieuwe digitale hulpmiddelen waarmee de burger actief kan bijdragen aan recherchewerk. Strafrechtjurist Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit kijkt daar heel anders tegenaan. Hij doet onderzoek naar de rol van burgers in opsporing en de gevolgen hiervan voor strafzaken. De risico?s zijn volgens hem te groot. ?Stel dat de Samen Zoeken-app wordt ingezet en het vermiste kindje is meegenomen door iemand met kwaad in de zin?, zegt hij, ?wat gebeurt er dan als de zoeker ineens oog in oog komt te staan met de ontvoerder?? De kidnapper kan dan ?iets doen wat hij helemaal niet van plan was?.

Een ander risico is dat een burger die het kind vindt bij een volwassene ervan uitgaat dat diegene de kidnapper is, zegt Brinkhoff. De zoeker zou dan op fysiek geweld kunnen overgaan, terwijl die ander het kindje misschien net zelf gevonden heeft. Een derde gevaar is dat de zoeker de identiteit van de verdachte bekendmaakt nog voor schuld bewezen is.

Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld in 2013 in de Verenigde Staten, toen leden van het forum Reddit probeerden aan de hand van camerabeelden de dader van de aanslag op de Boston Marathon te achterhalen. Het scenario dat de meeste steun kreeg van de forumbezoekers, ging over student Sunil Tripathi. Journalisten pikten de beschuldiging op en binnen enkele uren zag heel Amerika deze Tripathi, die later onschuldig bleek, als hoofdverdachte. Zijn familie werd bedreigd en lastiggevallen door de media, wat de FBI weer dwong vroegtijdig de namen van de echte verdachten prijs te geven.

Onrechtmatig verkregen bewijs

?Het gevaar is dat de burger steeds meer de rol van opspoorder, aanklager ?n rechter op zich neemt?, zegt Brinkhoff. ?Op den duur ondermijnt dit de positie van politie, OM en rechterlijke macht. Zij verliezen niet alleen hun monopolie, maar ook het initiatief en de controle.?

Onrechtmatig verkregen bewijs, dat door burgers aangeleverd is, kan later voor problemen zorgen tijdens de rechtszaak. Brinkhoff: ?De politie is verplicht bij een aanhouding te zeggen dat een verdachte het recht heeft te zwijgen, terwijl een burger die iemand op heterdaad denkt te betrappen, de verdachte soms juist tot een bekentenis dwingt.?

Als zo?n bekentenis met een mobieltje wordt gefilmd, is het de vraag of de opname later gebruikt mag worden in de rechtszaak, aldus Brinkhoff. ?Voor je het weet is bewijs besmet en kan de rechter het niet meer meenemen. Dit verkleint de kans op bestraffing, ook als de verdachte w?l schuldig is.?

De risico?s die Brinkhoff noemt, zijn bekend, zegt Wendy Gehrmann, woordvoerder van de Nationale Politie. Maar voor de politie wegen de voordelen van burgers die meespeuren op tegen de nadelen. Bovendien gaan mensen nu eenmaal zoeken als een dierbare vermist raakt. Het is voor de politie de kunst dit soort burgerzoektochten in goede banen te leiden, en daarbij rekening te houden met de rol van Twitter en Facebook. ?We kunnen niet ontkennen dat social media het hele opsporingsproces be?nvloeden. Daarom is het juist van belang er zelf actief in te investeren.? Vandaar dat de politie de app die agent Hessels ontwikkelde, beloonde met de nieuwe Innovatieprijs.

Brinkhoff vreest dat de politie zich op een glijdende schaal begeeft. ?Het begint met onschuldige apps, maar op de lange termijn moet je je afvragen of je het wel wilt stimuleren dat de burger zich steeds meer uitgenodigd voelt om aan recherchewerk bij te dragen?, zegt hij. ?Je wilt niet in een politiestaat leven, maar al helemaal niet in een amateurpolitiestaat.?

Bronnen: NRC

QUIN helpt opsporingsteam in ?Hunted?

Het tweede seizoen van tv-programma Hunted gaat maandag 6 november van start, bij AvroTros op NPO3. In dit programma proberen veertien deelnemers, de ?voortvluchtigen?, 21 dagen lang uit handen te blijven van een team van professionele opsporingsexperts. Deze ?hunters? worden dit seizoen ondersteund door QUIN, een voorspelmodel voor voortvluchtigen ontwikkeld door TNO.

QUIN ? een afkorting van Question & Investigate ? is het geesteskind van Selmar Smit, onderzoeker artificial intelligence. De software is in samenwerking met de Nationale Politie ontwikkeld met als doel de leeslast voor analisten in liquidatiezaken te verkleinen. ?We hebben de naam QUIN niet voor niets gekozen. De software is vergelijkbaar met het personage Mr. Quin uit de Agatha Christie-boeken, een mystiek individu dat komt en gaat en de hoofdinspecteur in het oor fluistert ?heb je daar wel aan gedacht?? Onze QUIN is een systeem dat gebaseerd is op het feit dat je een misdaad maar op een aantal manieren kunt begaan. Elke misdaad lijkt op een andere misdaad. Dat maakt dat je kunt inschatten wat een verdachte mogelijk gaat doen. QUIN kan analisten helpen om beschikbare data te verwerken en volgende stappen van verdachten te voorspellen?, legt Smit uit.

Hoe werkt het?

Op basis van gegevens die bekend zijn van een huidige casus en dezelfde informatie van oude zaken, kan QUIN voorspellingen doen. Denk aan persoonsgegevens, aan de casus gerelateerde gebeurtenissen zoals tijdstippen, locaties en vervoersmiddelen, en woonplaatsen van familie en vrienden. Smit: ?QUIN berekent de afstanden tussen twee casussen, het model vergelijkt verschillende zaken die op elkaar lijken. En kan aan de hand daarvan voorspellingen doen over waar een verdachte zich bevindt of zal gaan slapen. QUIN kan bijvoorbeeld uitspraken doen over of een verdachte waarschijnlijk in een hotel, bij vrienden of ergens anders zal gaan slapen en inschatten hoe groot de kans is dat diegene nog op een al bekende plek zit.?

Hunted als validatie

Het valideren van de effectiviteit van de ontwikkelde tool is echter lastig zonder toegang tot gevoelige data van (lopende) onderzoeken. ?En logischerwijs krijg je geen toegang tot politiedata zonder indicatie van de effectiviteit en je wil ook een lopend onderzoek niet verstoren met eventueel foutieve inlichtingen. Deelname aan het programma?Hunted?leek ons dan ook een mooie manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken. Er is geen sprake van gevoelige data maar wel (enigszins) realistische scenario?s. We hebben contact opgenomen met de productieleider en gelukkig waren ze enthousiast. We hebben QUIN beschikbaar gesteld aan het opsporingsteam en ik ben zelf als analist aan het team toegevoegd. Het was hartstikke leuk om drie?nhalve week mee te draaien binnen het opsporingsteam. Een mooie ervaring en natuurlijk heel anders dan je normale dagelijkse werkzaamheden?, vertelt Smit.

Goede voorspellingen

Ter voorbereiding zijn alle data van eerdere seizoenen van?Hunted, ook uit het buitenland, verzameld en ingevoerd in QUIN om zo te zien hoe deze voortvluchtigen ? het zijn natuurlijk geen echte voortvluchtigen ? zich gedragen. Bovendien is voor het programma een gelikte interface gebouwd. ?Tijdens de opnames van het nieuwe seizoen hebben we gezien dat QUIN een aantal keer goede voorspellingen heeft gedaan. De tool lijkt dus echt te werken!?, aldus Smit.

Het ontwikkelen van QUIN is natuurlijk een team effort geweest. ?Ik ben zichtbaar op tv, maar er staat een heel team achter me dat QUIN heeft ontwikkeld en gebouwd.?

Pilot

De politie heeft interesse in verdere samenwerking, mogelijk wordt er binnenkort een pilot met QUIN uitgevoerd. ?Met software als QUIN kunnen we de politie helpen te doen waar ze goed in zijn: boeven vangen. Deze tool is bovendien mogelijk ook interessant voor andere veiligheidsorganisaties en -diensten?, benadrukt Smit.

?Het werk van de veiligheidsdiensten wordt de komende jaren steeds meer gedreven door informatie en technologie?, vult Krishna Taneja, directeur National Security TNO, aan. ?Online en via bijvoorbeeld smartphones en auto?s wordt meer data verzameld dan het menselijk brein kan verwerken en analyseren. TNO probeert hiervoor oplossingen te vinden in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten en het bedrijfsleven. QUIN is hier een voorbeeld van en blijkt in de testfase ook de stap te kunnen zetten van ruwe data naar voorspellingen. Dit is de opmaat naar een fundamenteel andere werkwijze in het veld van data-analyse en predictie.?

?I have a certain friend ? his name is Mr Quin, and he can best be described in terms of catalysis. His presence is a sign that things are going to happen, because when he is there strange revelations come to light, discoveries are made.? Agatha Christie – The Mysterious Mr Quin

Bronnen: Hunted, TNO

Wat kunnen politie en justitie in het digitale domein?

Nieuwe communicatiemiddelen zoals sociale media bieden politie en justitie grote kansen. Maar zij zien zich ook voor uitdagingen gesteld. Zo kunnen criminelen via het Dark Web terrorisme financieren en op verzoek misdaden plegen. Hoe gaan veiligheidsinstanties met deze kansen en uitdagingen om?

Rechter geeft stalker ?digitaal straatverbod? kopte de?NRC. EenVandaag maakte een uitgebreide?reportage?onder de titel??Politiewerk onder vergrootglas door social media?. Burgers kijken steeds meer mee met de politie en nemen bijvoorbeeld opsporingstaken (deels) op zich. Digitale burgeropsporing lijkt onvermijdelijk, maar het resultaat kan 2 kanten op rollen. Denk aan de ?kopschoppers van Eindhoven? voor een ongewenste wending van?burgeropsporing?waardoor de daders strafvermindering kregen.?Bellingcats rapport?over de MH17-ramp leverde juist een gewenst resultaat op, dat het Joint Investigation Team dankbaar in ontvangst nam. Om ??n ding kunnen we in ieder geval niet heen: sociale media hebben het veiligheidslandschap flink veranderd.

Nieuwe communicatiemiddelen

Wat doen veiligheidshandhavers in Nederland, maar ook ver daarbuiten nu met deze nieuwe communicatiemiddelen? Wat voor kansen bieden sociale media of het?Dark Web?en worden ze wel voldoende benut? Wat mag nu precies wel en niet? En welke bedreigingen moeten in de gaten gehouden worden? Kortom: wat moeten, mogen en kunnen veiligheidshandhavers, en wat juist n?et?

Het Dark Web is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is

Dit is een eerste artikel van een reeks waarin we antwoorden op deze vragen zoeken, als onderdeel van het Europese onderzoeksproject?MEDI@4SEC. Dat buigt zich over de kansen en bedreigingen die sociale media bieden voor veiligheidsinstanties.

Criminele handelingen op het Clear Web

Nieuwe communicatietechnieken zoals sociale media worden voor steeds meer criminele ? en ongewenste ? handelingen gebruikt. Denk bij ongewenste handelingen bijvoorbeeld aan cyberpesten, stalken, of het versturen van (doods)bedreigingen. In het 3-jarige onderzoeksproject wordt niet alleen gekeken naar wat er op het?Clear Web?gebeurt. Dat is het normale web, dat met een normale webbrowser toegankelijk is en via gebruikelijke zoekmachines als Google kan worden doorzocht.

Figuur 1: Metafoor voor het Clear Web versus het Deep web. Slechts een deel van de content op internet wordt ge?ndexeerd en getoond na een zoekopdracht

Illustratie: het CCV

Anonimiteit van het Dark Web

Juist het Dark Web (onderdeel van het Deep Web) is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is. Voor dit deel van het web heb je een speciale TOR-browser nodig en de webpagina?s worden niet door Google doorzoekbaar gemaakt (figuur 1). Criminelen maken handig gebruik (of eigenlijk misbruik) van deze nieuwe technologische mogelijkheden. Voorbeelden van nieuwe criminele toepassingen zijn:

  • IS-strijders werven, door middel van versleutelde berichten;
  • terrorisme financieren, door anonieme crowdfunding (concept waarbij vele mensen bijdragen aan de financiering. Betaling met Bitcoins waarborgt een bepaalde anonimiteit);
  • criminele cyberaanvallen aanbieden, zoals een DDoS (al vanaf 10 euro per uur);
  • misdaden op verzoek plegen, via?crimesourcing, of?crime as a service;
  • beeldmateriaal anoniem delen, door en voor pedofiel-netwerken.

Maar wat zijn nu eigenlijk de taken van de politie en het OM in deze digitale domeinen? Waar kan of moet het bedrijfsleven de handschoen oppakken? Wat kan, moet en mag men online doen om veiligheid te handhaven?

Internettrollen plaatsten een gerucht dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen

Hebben politie en justitie eigenlijk wel voldoende middelen, kennis en mogelijkheden om de verwachtingen in de digitale samenleving waar te maken? Of is er behoefte aan meer (nieuwe) middelen, zoals technische tools of kennis gericht op gedragsbe?nvloeding?

Kansen voor veiligheidsinstanties

Sociale media bieden voor verschillende operationele processen kansen voor de veiligheidsinstanties, waaronder de politie. Maar deze gaan vaak ook gepaard met uitdagingen en/of bedreigingen. Een aantal van deze kansen beschrijven we hierna.

Crisismanagement en alarmering

Sociale media worden hierbij bijvoorbeeld ingezet om snel een indruk te krijgen van de situatie (situational awareness), om hulpvragen te signaleren en eventueel uit te zetten. Toepassingen zoals Twitter of NL Alert worden hierbij gebruikt om mensen te informeren. De grote hoeveelheden berichten die moeten worden geanalyseerd en de interpretatie hiervan, vormen hierbij grote uitdagingen. Opruiende nepberichten die veel paniek kunnen veroorzaken zijn zelfs een bedreiging. Deze worden ook wel hoaxes genoemd. Een voorbeeld van een hoax is het bericht tijdens Project X Haren. Daarin werd met een foto als ?bewijs? aangekondigd dat er Hell?s Angels onderweg waren die ?wel even zouden komen helpen?. Een ander voorbeeld zijn internettrollen die een gerucht plaatsten dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen, terwijl de orkanen Irene en Sandy over New York raasden.

Surveillance

Analyse van berichten op sociale media kan de effectiviteit en effici?ntie van surveillance vergroten. Capaciteit kan op basis van verkregen inzichten worden ingepland en opgeschaald bij potenti?le incidenten en vermoedens van criminele activiteiten. Men experimenteert door soms vroegtijdig reacties op berichten te plaatsen met als doel gedragsbe?nvloeding. Tijdens grote evenementen gebeurt dit al. Bijvoorbeeld tijdens de Olympische spelen van 2012 in Londen of tijdens diverse evenementen in Nederland.

Voorkomen moet worden dan burgers voor eigen rechters gaan spelen

Er is grote behoefte aan het monitoren van online berichtenverkeer, maar partijen als Twitter en Facebook willen surveillancetoepassingen momenteel juist weer blokkeren om de privacy van hun klanten te beschermen. Wetgeving loopt achter op deze ontwikkelingen, maar er zijn ook kansen voor samenwerking doordat bedrijven, burgers en politie andere wettelijke kaders hebben.

Opsporing na een delict

Het?rapport?van Bellingcat over de MH17-ramp is misschien wel het beste recente voorbeeld van hoe sociale media het mogelijk maken om bij te dragen in een belangrijk politieonderzoek. Met meerdere gemotiveerde speurneuzen zijn vele beelden en inzichten samengebracht tot een serieus onderzoeksrapport met waardevolle informatie. Onderzoek van?Julian Foster?liet zien dat 54 procent van de bevraagde politieorganisaties waardevolle informatie ontvangen via sociale media. In het Verenigd Koninkrijk is zelfs het aantal zaken dat opgelost kon worden door Facebook te gebruiken, met 540 procent?gestegen. Achterblijvende wet- en regelgeving over wat wel en niet mag, ook in de samenwerking met burgers die digitaal sporen veilig proberen te stellen, vormt hierbij nog wel een uitdaging.

Community Policing

Sociale media faciliteren en stimuleren een?Community Policing-strategie?waarin iedereen mee kan werken aan veiligheid. Bekende voorbeelden in Nederland zijn de WhatsApp-buurtgroepen. Een van de uitdagingen bij deze moderne vorm van Community Policing is om de groepsdynamiek en samenwerking in goede banen te leiden. Voorkomen moet worden dat burgers voor eigen rechter gaan spelen. Juridisch ligt het lastig om als wijkagent onderdeel te worden van een WhatsApp-buurtgroep, terwijl men wel op nieuwe manieren met elkaar in contact wil staan.

Intelligence

Sociale media en Dark Web vormen rijke bronnen van informatie die met behulp van (complexe) analyses tot politionele intelligence kunnen worden veredeld. Sociale media bieden bovendien toegang tot een ?wisdom of the crowd?. Zo beschikt de Nederlandse politie over nieuwe organisatieonderdelen zoals Real-Time Intelligence Centers (RTIC), die collega?s van relevante informatie ten tijde van incidenten kunnen voorzien. Ook wordt er ge?xperimenteerd met nieuwe technologie zoals Predictive Policing. De politie van de Australische staat?Victoria?gebruikt sociale media intelligence zelfs om te kijken naar de prestaties van hun eigen medewerkers. De politie moet leren omgaan met blijvende uitdagingen, zoals de overmaat aan berichten die uit verschillende sociale media en fora op het Dark Web moeten worden gedestilleerd en geanalyseerd. Dat geldt ook voor de interpretatie van deze berichten in combinatie met de relatieve anonimiteit van de afzenders.

Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel ging in op algemene kansen en bedreigingen voor veiligheidsinstanties, en in het bijzonder een aantal operationele taakstellingen van de politie. In volgende artikelen zullen 6 specifieke thema?s centraal staan: 1)?Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Carlijn Broekman, Arnout de Vries en Marcel van Berlo zijn werkzaam bij TNO. Zij zijn bereikbaar voor vragen en discussie via e-mail:?carlijn.broekman(at)tno.nl,?arnout.devries(at)tno.nl?en?marcel.vanberlo(at)tno.nl.

Bronnen: Secondant

Buurtlab: studenten en stadjers dragen bij aan fijne en veilige buurt

Groningse studenten en stadjers uit de Korrewegwijk en Schildersbuurt kunnen via een nieuwe app samenwerken om geluidsoverlast en woninginbraken in hun wijk te verminderen.

Buurtlab Groningen is een proef van TNO, de politie en de gemeente om de wijken veiliger te maken en prettiger om te wonen. Vijftig bewoners hebben zich inmiddels aangemeld. ,,We hopen er nog honderd bij te werven??, zegt Arnout de Vries, onderzoeker maatschappelijke veiligheid van TNO in Groningen.

Hooggespannen verwachtingen

Hij en zijn collega Sven Schultz hebben hooggespannen verwachtingen van de speciaal voor dit project ontwikkelde app. ,,Een platform waarin je mee kunt praten over veiligheid en leefbaarheid in jouw buurt??, licht De Vries toe. Het gaat om een soort WhatsAppgroep, waarin wijkbewoners met elkaar kunnen communiceren. Afspraakjes maken voor een buurtbarbecue bijvoorbeeld of een sportevenement.

De gemeente Groningen en de politie werken mee aan de proef. Onderling worden ervaringen en idee?n uitgewisseld over geluidsoverlast en woninginbraken. Bewoners blijven anoniem.

Schultz: ,,De politie vestigt via de app de aandacht op woninginbraken en geeft anti-inbraaktips.?? Deelnemers wordt gevraagd om zelf met verbeterpunten te komen voor een betere veiligheid en leefbaarheid. ,,Ons doel is om te onderzoeken of meer samenwerking in de preventieve fase effect heeft op de veiligheid en het veiligheidsgevoel en op de bevordering van wederzijds begrip??, aldus De Vries. Een feestje met geluidsoverlast hoeft voor een betere relatie niet bij voorbaat te worden afgeblazen. ,,Vertel dat er een feest komt. Dat is wel zo prettig voor de buren.??

Negen weken

Het project start begin oktober en duurt negen weken. In die periode wordt een aantal campagnes en activiteiten rond geluidsoverlast en woninginbraken georganiseerd. De communicatie verloopt niet alleen via sociale media. Er zijn ook traditionele bijeenkomsten in de wijk, zoals een symposium over woning-inbraken. De inbraakpreventietruck komt naar de buurt. En een ?boef? onderzoekt insluipmogelijkheden. De Vries: ,,Hoe wordt daarop gereageerd? Is het bewustzijn van de bewoners geactiveerd? Dat onderzoeken we.?

De onderzoekers van TNO bereiden politiemedewerkers (wijkagenten, contactfunctionaris studenten) en een aantal gemeenteambtenaren voor op Buurtlab. ,,Hoe communiceer je in een grote groep? Liefst niet al te formeel.??

Hoe de interactie uitpakt is een grote verrassing. ,,Wat als een groot deel reageert? Dan heb je een stroom aan berichten en misschien wel 1001 vragen. Niet allemaal voor de wijkagent natuurlijk. Wie acteren daar nog meer op? Dat gaan we ervaren.??, aldus de Vries.

De Groningse proeftuin Buurtlab is onderdeel van het Europese project INSPEC2T. Dat richt zich op next generation community policing en doet onderzoeken in vijf steden: Belfast, Lancashire, Valencia, Egnomi en Groningen. Voor het project buurtlab in de Korrewegwijk en de Schildersbuurt kunnen bewoners zich aanmelden via TNO.nl/buurtlab.

Bronnen: Dagblad van het Noorden

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Criminelen op de vlucht na politie-infiltratie van darkweb

Wie op dit moment online drugs wil bestellen, doet dat hoogstwaarschijnlijk op Dream Market. Het is de belangrijkste plek op internet om creditcardgegevens, computervirussen en drugs te bestellen nadat zwarte marktplaatsen Hansa en Alphabay vorige maand door de politie offline werden gehaald.

Het lijkt?business as usual?voor wie rondneust op de site. Verkoper ?Onenation? prijst er bijvoorbeeld zijn ketamine aan. ?DiscounterNL? verkoopt xtc-pillen met de naam?Laugh Now, Cry Later.

Maar schijn bedriegt. Het opdoeken van Hansa en Alphabay heeft tot paniek geleid. Een deel van de drugsverkopers verhuisde naar Dream Market ? met een andere gebruikersnaam. Daarmee gooien de handelaren een maanden- of soms jarenlang opgebouwde reputatie weg, cruciaal voor de handel op dergelijke sites.

Van alle verkopers die Alphabay en Hansa verruilden voor Dream Market veranderde minstens 20 procent de verkoopnaam,?blijkt uit onderzoek van TNO dat deze maandag verschijnt. Daarnaast probeerde 14 procent onder de radar te blijven door alleen de PGP-sleutel te veranderen, de unieke code om versleutelde communicatie te kunnen lezen. ?Verkopers veranderen hun PGP-sleutel of verkoopnaam niet als ze niet denken dat het echt moet?, schrijven de TNO-onderzoekers. Bijna honderd verkopers blijken onder hun eigen verkoopnaam te zijn verhuisd van Alphabay naar Dream Market, maar slechts twaalf verkopers durfden onder hun oude verkoopnaam en met dezelfde PGP-sleutel over te stappen vanaf Hansa.

De politie zit al langer achter deze boeven aan, maar dat is lastig. Wanneer agenten een marktplaats sluiten, dan gaan de gebruikers meestal naar een andere website met hun waar. ?Dit noemen we het waterbedeffect?, zegt Rolf van Wegberg. Bij TNO en de TU Delft onderzoekt hij het darkweb. ?Als je bij een waterbed aan de ene kant drukt, dan gaat het aan de andere kant omhoog. Daar komt de naam vandaan.?

Vier verkopers aangehouden

De politie zegt tienduizend adressen van drugskopers te hebben overgedragen aan Europol; er werden vijfhonderd bezorgadressen in Nederland onderschept. Tot nu toe zijn er in Nederland slechts vier vermeende drugsverkopers aangehouden. Het OM zegt druk te zijn met lopende onderzoeken. Wilbert Paulissen, hoofd van de Landelijke Recherche, zegt tegen?NRC?dat een deel van de drugsafnemers in ieder geval nog bezoek krijgt van de politie.

Na de sluiting van Hansa en Alphabay trad er weer het zogeheten waterbedeffect op, schrijven de TNO-onderzoekers. De aanwas bij Dream Market steeg van gemiddeld twintig nieuwe gebruikers per dag naar zestig met uitschieters tot honderdtachtig. Dit effect is bekend. ?In het verleden betekende het neerhalen van een zwarte markt niet meer of minder dan een tijdelijk knikje in het verkoopvolume van zwarte markten?, zegt Rolf van Wegberg, een van de betrokken TNO-onderzoekers. ?De verkopers verplaatsten zich gewoon en hadden slechts even tijd nodig om onder dezelfde naam opnieuw advertenties te plaatsen.? De socioloog Isak Ladegaard stelde zelfs vast dat door media-aandacht voor het ontmantelen van een zwarte markt verkoopvolumes op zwarte markten juist toenamen.

?Het waterbedeffect was natuurlijk ook bij ons bekend?, zegt Martijn Egberts, landelijk officier van justitie belast met computercriminaliteit. Volgens hem was het een van de belangrijkste motieven om het op deze manier aan te pakken. ?We wilden vooral duidelijk maken dat je wel degelijk een risico neemt door te kopen of verkopen op een zwarte markt.?

 

Reputatie

Toen de FBI begin juli de populaire ondergrondse marktplaats Alphabay sloot trad opnieuw het waterbedeffect op. Het aantal gebruikers van de concurrent Hansa Market steeg flink. ?Maar de criminelen wisten niet, dat de Nederlandse politie die site in handen had. Ze konden wekenlang alles zien wat daar gebeurde en ook adressen van criminelen achterhalen?, zegt Van Wegberg. De politie verzamelde op deze manier, tijdens operatie Bayonet, maar liefst tienduizend adressen.

Schermafbeelding 2017 08 28 om 16.09.37

Het aantal gebruikers van Dream Market steeg explosief in juli toen Alphabay en Hansa Market werden gesloten.
?TNO, Rolf van Wegberg.

Van Wegberg signaleerde dat een derde marktplaats, genaamd Dream Market, na de sluiting van Alphabay en Hansa flink populairder werd. De site bestaat sinds 2013 en had tot juli 2017 een gemiddelde van 20 nieuwe gebruikers per dag. Dat aantal steeg na het sluiten van Alphabay en Hansa naar meer dan 60 (met uitschieters van 180), blijkt uit zijn onderzoek.

Tot zover lijkt het op een normaal waterbedeffect. Maar er is nog meer aan de hand. Van Wegberg achterhaalde van veel nieuwe aanmelders van Dream Market waar ze vandaan kwamen. Hij ontdekte dat minimaal vijftien procent van die gebruikers van naam veranderde bij hun aanmelding bij Dream Market.

?Dat is zeer ingrijpend?, zegt hij. ?Want hun reputatie is gekoppeld aan hun username. Net als bijvoorbeeld bij Ebay of Aliexpress, kunnen consumenten cijfers geven voor de geleverde producten of diensten op ondergrondse marktplaatsen. Zo weet je of iemand op tijd levert en de drugs bijvoorbeeld van goede kwaliteit zijn. Een goede reputatie is veel waard, want dan bestellen meer mensen bij je.? In de schimmige, anonieme wereld van het darkweb zorgt een reputatie voor houvast.

Gedragsverandering

Dat zoveel overstappers hun zorgvuldig opgebouwde reputatie weggooien, is ongekend volgens Van Wegberg. ?Ze zijn bang geworden door de succesvolle politie-actie Bayonet. Het heeft een groot effect gehad en geleid tot een gedragsverandering. Je kunt het vergelijken met een restaurant met Michelinsterren, die van de een op de andere dag de naam aanpast, een nieuw telefoonnummer neemt en zich dan ook nog in een andere stad vestigt.? En dan is er ook nog een groep van meer dan een kwart dat de zogeheten PGP-sleutel veranderde, waarmee je berichten kunt versleutelen.

Schermafbeelding 2017 08 28 om 16.11.35

Uit het onderzoek van TNO blijkt dat van de nieuwe aanmelders op Dream Market 26 procent een nieuwe PGP-sleutel koos, 14 procent een andere username aannam en zes procent beide deed.
?TNO, Rolf van Wegberg

Van Wegberg wil graag weten of criminelen op het darkweb nu minder omzet draaien. ?Dat zijn we nu aan het uitzoeken. We gaan ook meer marktplaatsen onderzoeken. Bovendien vonden we dat er veertig procent nieuwe aanmeldingen kwamen bij Dream Market. Wij proberen uit te vinden, onder meer via tekstvergelijkingen, wie dit precies zijn. Het is goed mogelijk dat ze al eerder op andere marktplaatsen actief waren onder een andere username. Dat zou betekenen dat de groep van zo?n vijftien procent die hun gebruikersnaam veranderde bij de overstap naar Dream Market nog veel groter is.?

De Hansa-operatie past in een trend van de politie om online criminaliteit te saboteren. ?De identificatie van computercriminelen is heel ingewikkeld en tijdrovend omdat ze zich online makkelijker kunnen verschuilen?, zegt Egberts. In plaats daarvan worden kinderpornofora offline gehaald. Ook worden in samenwerking met banken rekeningnummers van criminelen geblokkeerd.

?Hetzelfde geldt ook voor?cyber enabled crime?, zegt Paulissen van de Landelijke Recherche. Het lukte de politie bijvoorbeeld om de servers te kopi?ren van het bedrijf Ennetcom, waarop 3,6 miljoen berichten stonden, grotendeels verstuurd door criminelen. Zij dachten in het geheim te hebben gecommuniceerd op zogeheten PGP-telefoons. ?We zijn die gesprekken aan het analyseren, en wat blijkt is dat mensen er honderd procent zeker dachten te zijn van hun anonimiteit,? zegt Paulissen. ?Je moet daarbij denken aan het uitgebreid voorbereiden van liquidaties in deze gesprekken. Men was overtuigd: hier zal de politie nooit kunnen meelezen.?

Dit is een succesvolle actie geweest van de FBI en de Nederlandse politie, benadrukt Van Wegberg. ?Voor ons als wetenschappers levert dit veel nieuwe informatie op, omdat gebruikers van marktplaatsen nog niet eerder op deze manier zijn aangepakt. Het leidt tot een gedragsverandering die we op deze schaal nog niet eerder hebben gezien.?

Bronnen: NRC,?NEMO Kennislink, Alphabay-exit, Hansa-down: Dream on? Examining the effects of operation Bayonet on Dream Market.

Buurtlab Groningen: samenwerken aan een fijne en veilige buurt

Buurtlab Groningen is een proef van TNO, politie en de gemeente om samen met studenten en Stadjers te werken aan een fijne en veilige buurt. De proef richt zich op de thema?s geluidsoverlast en woninginbraken in de Korrewegwijk en de Schildersbuurt. Tijdens de proef zoeken we contact met bewoners en wisselen we onderling ervaringen en idee?n uit. Dit gebeurt via sociale media via Facebook of Twitter en een speciaal ontwikkelde app, maar ook traditioneel op straat en op andere ontmoetingsplekken in de leefomgeving.

Tijdens de proef vragen de partijen aan bewoners om goede voorbeelden en verbeterpunten aan te dragen: Wat vind je nu echt relevant in het samenwerken aan veiligheid en leefbaarheid in je eigen buurt? Waarvoor voelt een ieder zich verantwoordelijk? Wat kun je zelf doen? Het doel hiervan is om te onderzoeken of meer samenwerking in de preventieve fase een positief effect heeft op (het gevoel van) veiligheid en wederzijds begrip en vertrouwen in de buurt. Dit wordt ook wel ?community policing? genoemd.

Arnout de Vries van TNO: ‘We voeren het experiment uit in twee wijken waar veel studenten wonen. Het onderzoek moet uitwijzen of door het gebruik van bijvoorbeeld appgroepen het contact tussen Stadjers en studenten kan verbeteren en daarmee de sociale cohesie in de wijk’.

‘Deelnemers kunnen elkaar via de appgroep bijvoorbeeld laten weten dat er een feestje aan zit te komen, waarbij geluidsoverlast is te verwachten. We hopen dat daarmee het onderlinge begrip toeneemt. Of de deelnemers kunnen elkaar en de politie waarschuwen als er een inbreker in de wijk actief is.’

Start KEI-week

Buurtlab Groningen start tijdens de KEI-week in augustus en duurt tot en met november. Tijdens die periode is er een aantal campagnes en een aantal activiteiten waarin de samenwerking tussen studenten, Stadjers, politie en gemeente nader wordt onderzocht.

Europees Project

De proeftuin in Groningen is onderdeel van het Europese project INSPEC2T dat zicht richt op ?next generation community policing?. Het project voert in vijf steden in Europa onderzoek uit: Belfast, Lancashire, Valencia en Egnomi.? Zie voor meer informatie over het Europese project:?http://inspec2t-project.eu/nl/

Interesse? Meld je dan nu vast aan!

Het aantal deelnemers voor de BuurtLab proef zal beperkt zijn en vol=vol!

Bronnen: Buurtlab, RTVNoord

Hoe de burger de politie te hulp kan schieten in de opsporing

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.? De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

Geruchtenmachine

Tal van geruchten zaten de politie in de weg in het onderzoek naar de dood van Romy en Savannah. Lastig, maar als de politie info op sociale media beter weet te stroomlijnen, kan ze er veel aan hebben.

Het politieonderzoek naar de omgekomen meisjes Romy en Savannah is tijdens de pinksterdagen nog in volle gang als de geruchten en verwijten over de sociale media vliegen. Namen en foto’s van onschuldige ‘verdachten’ worden gedeeld via Facebook en Twitter, er gaan paniekerige berichten rond over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lokken. ‘Zulke berichten verspreiden zich razendsnel. En iedereen neemt het voor waar aan, of het nu klopt of niet’, zegt Bernhard Jens, politiewoordvoerder van de regio Midden-Nederland. ‘Daar doe je niks aan, het is de tijd waarin we leven.’

Het zijn de dagen waarop de politie ervaart dat sociale media in de opsporing een zegen en een vloek tegelijk zijn. Jens: ‘Het kan ons ontzettend helpen, maar het kan ons ook in de weg zitten als heel veel mensen ongeverifieerde informatie op het net zetten. Het kost ons ontzettend veel tijd iedereen dan weer terug te brengen in de realiteit.’

Burgers inschakelen?

En toch: als de politie de informatie van burgers in goede banen weet te leiden, kan ze daar veel aan hebben in de opsporing. Dat zegt tenminste Arnout de Vries, onderzoeker bij TNO, en gespecialiseerd in sociale media en opsporing. Hij wijst op ­Europol, dat via Twitter burgers inschakelt bij het vinden van mensen die kinderporno maken en verkopen. Ook noemt hij een geval in Haarlem, waarbij meisjes die in een park in elkaar waren geslagen, via Facebook de daders in no-time hadden gevonden. De recherche hoefde de daders alleen maar te horen, en de zaak was opgelost. Een advocaat die vond dat zijn cli?nten op grond van dit amateurspeurwerk niet veroordeeld konden worden, kreeg van de rechter ongelijk, zegt De Vries: ‘Die zei: dat kan wel degelijk, welkom in de 21e eeuw.’

De Vries snapt de terughoudendheid bij de politie voor de inzet van burgers bij opsporing. ‘Burgers vernielen sporen, ze maken inbreuk op de privacy en kunnen overgaan tot eigenrichting. Dat wil je allemaal niet. Maar ze kunnen ook enorm veel bijdragen.’

De wil om te helpen is ook erg groot, signaleert hij. ‘Mensen kunnen niet op hun handen gaan zitten en afwachten.’

Dat is een gegeven waarmee de politie iets moet, vindt De Vries. ‘Op de site van de politie staat op dit moment niet hoe je als burger kunt bijdragen aan de opsporing. Dat is eigenlijk heel ouderwets. Vertel als politie wat burgers wel en niet mogen: als er bij je is ingebroken, mag je dan zelf buurtonderzoek gaan doen?’ Zo kunnen er ook handreikingen voor burgers komen over wat ze in vermissingszaken wel en niet kunnen doen. Of hoe ze het best een opsporingsbericht de wereld in kunnen sturen. De Vries: ‘Vaak zie je in vermissingszaken dat familieleden een emotionele oproep doen, zonder dat ze aanwijzingen krijgen. Het Openbaar Ministerie heeft daar allerlei tips en trucs voor; dat kun je wel wat behapbaarder maken voor burgers.’

Dat wil allemaal niet zeggen dat de Nederlandse politie op het gebied van sociale media op achterstand staat. Eerder het omgekeerde, zegt Rianne Dekker, die aan de Universiteit Utrecht werkt aan een Europees onderzoeksproject Media4Sec?over de manier waarop de politie sociale media kan gebruiken om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

Voorop?

Volgens haar loopt de Nederlandse politie op dat gebied voorop en leren andere Europese landen daarvan. Duidelijk en consistent communiceren is daarin volgens haar ‘een hele belangrijke’.? Zo zet de politie Twitter en Facebook in bij het bestrijden van cybercrime, en ook bij opsporing, en bij handhaving tijdens grote evenementen. ‘Dat heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een wederkerige relatie, waarbij informatie van burgers door de politie kan worden gebruikt. Vaak pakt dat goed uit, soms wat minder. ‘Soms verspreiden mensen informatie die onwaar of niet relevant is’, zegt Dekker. ‘Geruchten ontstaan nu eenmaal in een situatie van direct gevaar of onzekerheid.’

Vragen en antwoorden

Om de geruchtenstroom in te dammen, besloot de politie Midden-Nederland zondag op internet vragen en antwoorden te publiceren naar aanleiding van de onderzoeken naar de dood van Romy en Savannah. ‘De vragen die we daar stellen en beantwoorden, zijn gebaseerd op wat wij zien dat er in de buitenwereld speelt’, zegt Jens daarover. Zo gaat de politie daar in op de vraag waarom het een tijd duurde voordat de identiteit van Savannah werd bekendgemaakt (Antwoord: ‘De onderzoekers ter plekke benaderden het lichaam uiterst voorzichtig. Zorgvuldigheid is van groot belang om eventuele sporen niet te missen of onbedoeld te wissen’).

Wat de politie verder kan doen? ‘Ja, geef eens goeie tip’, reageert politiewoordvoerder Bernhard Jens. ‘Het is een utopie dat je dat onder controle krijgt. We scannen sociale media om te kijken of we dingen zien die we moeten downsizen.’

Zijn collega Paul Heidanus, co?rdinator woordvoering in Noord-Nederland luchtte op internet zijn hart over ‘aannames en vooroordelen’ op sociale media over het politiewerk. ‘De ongenuanceerdheid, grofheid en respectloosheid van sommige mensen over het werk van mijn collega’s is ronduit stuitend.’

Jens reageert met minder emotie. ‘Dat zijn we wel gewend. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat we de dood van Savannah hadden kunnen voorkomen met een Amber Alert. Tja. Zeg het maar. Ook daar is een gedegen afweging op gemaakt. Maar niet alles kun je een-op-een delen.’

Op Twitter verschenen na de dood van Romy en Savannah veel berichten over mannen in een kleine zwarte auto die meisjes zouden lastigvallen.

De J.H. Donnerschool in De Glind herdacht dinsdag de overleden leerling Romy uit Hoevelaken. ‘De kinderen zijn opgevangen in de klassen. Er was veel verdriet, radeloosheid maar ook saamhorigheid en verbondenheid’, zei directeur Jan Hofman. De school biedt onderwijs aan leerlingen met sociaal-emotionele problematiek. Het schoolprogramma wordt deze week aangepast aan hun behoeften. Op de school van de overleden Savannah, het Oostwende College in Bunschoten, begonnen leerlingen en medewerkers vanmorgen gezamenlijk. Er werd een filmpje getoond met beelden van Savannah, gemaakt door een klasgenoot. Directeur Henk Koelewijn las Psalm 23 en de mentorklas van Savannah sloot af met het lied De kracht van Uw liefde. De school volgt deze week in overleg met slachtofferhulp zo veel mogelijk het reguliere rooster. Donderdag wordt in Bunschoten een stille tocht gehouden voor Savannah.

‘Onbegrijpelijk en ook zorgelijk’, vindt Bernhard Jens, politiewoordvoerder Midden-Nederland, de onzorgvuldigheid waarmee sommige traditionele media over de vermissing en dood van de veertienjarige meisjes Romy en ­Savannah berichtten. Eind vorige week meldde? De Telegraaf? korte tijd dat het lichaam van Savannah was gevonden, terwijl het om Romy ging. Jens: ‘Dat werd op de site geknald zonder enige vorm van wederhoor. Vervolgens werd de familie van Savannah gecondoleerd door mensen in hun omgeving.’ En een andere journalist meldde maandag dat een van de verdachten in vrijheid was gesteld, zonder dat bij de politie of het Openbaar Ministerie te checken. ‘Je wilt niet weten wie daar allemaal over gaat bellen. Men denkt er totaal niet bij na wat het betekent voor de twee gezinnen die een kind kwijt zijn.’

Op sociale media ging het afgelopen weken veel over vermissingen. Na het dramatische nieuws van de dood van twee jonge meisjes in Hoevelaken en Bunschoten draait de geruchtenmolen in andere delen van het land op volle toeren. Iedere vermissing is voer voor geruchten. In de regio Tilburg zijn twee meisjes, allebei op de fiets, sinds zondag spoorloos. Daarvoor is een burgernetmelding uitgestuurd. En ook in Leeuwarden en Groningen waren er vermissingen.

Op Twitter en Facebook leiden zulke berichten tot grote zorgen. Met name uit het Gooi komen er verhalen. Daar zijn er meerdere meldingen van jonge meisjes die klemgereden zouden zijn door een auto. Er zou sprake zijn van poging tot ontvoering. Een eerste melding kwam uit Soest, waar een meisje is achtervolgd door twee mannen in een kleine donkere auto. En een soortgelijke auto met twee mannen werd bij een vergelijkbare melding uit Bunschoten-Spakenburg gezien.

Of deze meldingen te met elkaar te maken hebben is volstrekt onduidelijk, maar het leidt tot enorm veel ophef en ongerustheid op sociale media. Even terug naar Tilburg, op sociale media is veel verontwaardiging over de vaagheid van de burgernet melding. Waarom geen foto?s van de meisjes, is de vraag die op sociale media wordt gesteld.

Een woordvoerster vertelde eerder op Radio1 dat ze de foto?s van de meisjes niet verspreiden omdat dat de kansen van de meisjes in kwestie op het vinden van werk in de toekomst ?zou verkleinen. ?Werkgevers gaan natuurlijk op internet zoeken als er iemand bij ze solliciteert. En dan wil je dit niet tegenkomen?, zei ze. De politiewoordvoerder liet ook weten deze burgernet melding vooral te beschouwen als een oproep aan de meisjes zelf, zodat ze zien dat het serieus en ze zich zullen melden. ?Volgens heel veel mensen is zo?n alarmerende oproep via de media niet bedoeld voor 2 stoute weglopers.

Aandachtspunten bij het gebruik van social media zijn te vinden op de website van het landelijk initiatief ZoekJeMee. Sociale media goede middelen zijn om een vermist persoon te helpen vinden. Ook geven de sociale mediaberichten steun aan de achterblijver (steuntje in de rug) en aan de vermiste persoon. Die ziet achteraf namelijk welke moeite is gedaan om hem of haar terug te vinden. De punten zijn afkomstig uit een onderzoek van?Wieke de Zwart (VU Amsterdam, MA Criminologie) ?Vermist, een onderzoek naar het aandeel en de impact van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?.

Vooraf

  • Het vermelden van de vermissing op de sociale media is een schending van de privacy van de vermiste.
    • Geef niet te veel gevoelige informatie over een vermist persoon, zoals informatie over de toestand (boos of verward). Geef een feitelijke beschrijving van de persoon zodat anderen deze kunnen herkennen
    • De politie kan adviseren over het al dan niet plaatsen van een vermissing op de sociale media. Een andere partij is Stichting ZoekJeMee: specialisten in communicatie rondom vermissingen en voor praktische hulp voor achterblijvers.

Tijdens

  • Naast mogelijk positieve kunnen er ook negatieve reacties gegeven worden, zoals opmerkingen over het uiterlijk of (ongenuanceerde) oordelen, zoals: ?Wie laat nou iemand met Alzheimer alleen op pad gaan??;
  • De bruikbare tips zijn wellicht moeilijk verifieerbaar (zonder hulp van de politie);
  • Meer bekendheid kan soms nadelig uitpakken voor de veiligheid van een vermiste.
    Bijvoorbeeld als deze in handen is van een loverboy of een ontvoerder.

Na afloop

  • Het weghalen van vermissingsbericht lukt niet altijd voor 100%.
    • Er kan een blijvende confrontatie met de vermissing ontstaan, ook lang na afloop.
      Voor de vermiste persoon kan het ook carri?reproblemen opleveren, bijvoorbeeld als nog online staat dat een vermiste in verwarde toestand is weggegaan;
    • Het vermissingsbericht en/of de foto kan door anderen (opnieuw) online worden gedeeld. Het lijkt daardoor dat de vermiste opnieuw o?f nog steeds is vermist.

Bronnen: Nederlands Dagblad, EenVandaag, ZoekJeMee