Tagarchief: buurt

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

Samen signaleren

De klassieke verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Iedereen die daartoe in staat is, moet volgens de regering zelf verantwoordelijkheid nemen om zijn eigen leefomgeving veiliger te maken. Dat doen burgers dan ook. Met name met behulp van sociale media dragen burgers uit eigen initiatief bij aan sociale veiligheid. De huidige, nieuwe vormen van burgerparticipatie ? van WhatsApp-groep tot burgerwacht ? stellen gemeenten en politiekorpsen voor de vraag: hoe gaan we zo goed mogelijk om met deze initiatieven? Welke rol pakken we?

Samen Signaleren is het resultaat van een onderzoek van bureau Bervoets en bureau Beke naar nieuwe vormen van burgerinitiatieven en de recente ontwikkelingen daarin. De onderzoekers hebben zich gericht op initiatieven die daadwerkelijk door burgers zelf zijn genomen en opgezet.

Aanleidingen voor nieuwe initiatieven
De opkomst van sociale media heeft een impuls gegeven aan het ontstaan van nieuwe vormen van burgerparticipatie in sociale veiligheid. Maar ook het afnemen van straattoezicht door overheidsdiensten of een lokale toename van woninginbraken kunnen een impuls geven aan burgerinitiatieven.

Samenwerking burger en lokale overheid
*Al komt het initiatief van de burgers, in de praktijk is uiteindelijk altijd wel sprake van een samenspel tussen burger en lokale overheid. Daarin is het voor gemeente en politie soms nog zoeken naar de juiste vorm. Zij lopen tegen dilemma?s aan als zullen we regisseren of faciliteren? Gaan burgers alleen signaleren of ook proberen op te treden? Hoe zorgen we dat er geen mensen deelnemen met onzuivere motieven? In Samen Signaleren geven de onderzoekers praktische aanbevelingen voor deze samenwerking.

“Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel?, Troonrede 2013

Onderstaand rapport is ook te downloaden op Platform31

Auteurs Eric Bervoets, Tom van Ham, Henk Ferwerda

Bronnen: Platform31

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

App: Straat.info

image-2-3

Straat.info is gebouwd door en voor buurtpreventieteams. Ze?streven er naar om de buurtpreventieteams in Nederland te helpen en staan in contact met de praktijk van deze teams om de app verder te verbeteren.

Met Straat.info geef je als buurtpreventieteam eenvoudig je meldingen door aan je gemeente, hou je de status van de meldingen bij en beheer je je eigen ledenadministratie.

Een activeringscode kun je via aangesloten gemeentes krijgen (of anders via contact)?en dan kun je de app gaan gebruiken.

Het gebruik van straat.info door de gemeente is gratis. Aan enkele posten zijn kosten verbonden, zoals het maken van een koppeling met het zaaksysteem van de gemeente, het gebruik van eigen meldcategori?n, het leveren van rapportages en het opmaken van de app conform look en feel van de gemeente.

homepage-header-3

Bronnen: Straat.info

Buren-Alert

2016-02-27-buren-alert-715x408

Niet iedereen is overtuigd van het gebruik van Whatsapp groepen. Roel Jan Rietveld probeert sinds enige tijd ?Buren-Alert? uit te rollen, waarbij?de telefoon als communicatiemiddel wordt gekozen. Luister hier naar een voorbeeldbericht.

?Niet iedereen werkt met apps en die apps vervuilen ook gauw. Daarom heeft Buren-Alert gekozen voor de telefoon?, aldus Roel Jan Rietveld, de man achter dit Nijkerks?initiatief. Iedereen kan meedoen en Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken moet er veiliger door worden en de gemeente staat achter het initiatief.

Bij gevaar waarschuw je elkaar met gratis sociaal alarmeringsservice.?Hiermee hoopt men onder meer?tegenwicht te kunnen bieden aan o.a. het hoge aantal inbraken in de afgelopen periode.

?Het systeem moest eenvoudig zijn en voor iedereen beschikbaar?, vertelt Coos Boomsma van Buren-Alert!. ?Aanmelden gaat via de?website, daarna kun je direct van de service gebruik maken. In geval van een noodsituatie bel je het alarmnummer van Buren-Alert. Daar spreek je de boodschap in die je met jouw buurt wilt delen. Het systeem herkent wie je bent op basis van je telefoonnummer. Vervolgens worden alle andere aangemelde buren in je buurt gebeld en hoort men het ingesproken bericht. Op deze manier kan de buurt snel actie ondernemen en kan er een hoop leed worden voorkomen.?

Rietveld: ?Na aanmelding kan je instellingen aanpassen zoals wanneer je wel en niet gealarmeerd wilt worden. Iemand die bijvoorbeeld ?s nachts tussen bepaalde tijden niet gealarmeerd wilt worden, kan dit instellen. Je kunt de dienst ook tijdelijk uitzetten als je bijvoorbeeld op vakantie bent.?

Je meld je aan per huishouden en er kunnen tot 6 telefoonnummers (vast en mobiel) worden ingegeven. Deze nummers zitten vervolgens gekoppeld aan het betreffende adres. Al deze nummers kunnen meldingen doen, en ontvangen de meldingen die gedaan worden door andere buren.

Buren-Alert! is nu voor alle inwoners van de gemeente Nijkerk gratis te gebruiken. Dit is mede mogelijk gemaakt door een aantal plaatselijke ondernemers. Jan Gardebroek van Expert Nijkerk is ??n van deze betrokken ondernemers en ziet genoeg redenen om dit project te sponsoren: ?Veiligheid is voor iedereen van groot belang. Met Buren-Alert! maken we samen onze mooie gemeente nog beter leefbaar. De sponsoring van dit project is voor ons ??n van de manieren om onze maatschappelijk betrokkenheid te laten blijken?.

Zo werkt Buren-Alert
Wil jij je buurt waarschuwen, dan bel je 085-27 33 225 (?). Je kan direct een bericht inspreken en de verbinding verbreken. Binnen een minuut gaat bij alle deelnemende buren (in een straal van 300 meter) de telefoon over en horen bij opnemen jouw ingesproken bericht. Zo is de buurt razend-snel gewaarschuwd en voorkom je schade en leed met elkaar!

?) Je moet je wel eerst als deelnemer aan Buren-Alert aangemeld hebben. Dat kan hier.

headphonesTip: Beluister hier recente Buren-Alert berichten.?

12342383_906134699483266_943593652454816259_n

  • Na aanmelding ben je automatisch gekoppeld aan deelnemende buren in een straal van 300 meter.
  • Buren-Alert werkt op iedere vaste en mobiele telefoon. Jong en oud kan meedoen.
  • Bij een Buren-Alert melding word je gebeld (geen sms). Op een bel-oproep wordt vele malen sneller gereageerd.
  • Via ?Mijn Buren-Alert? kun je Buren-Alert naar je eigen wensen instellen.
  • Wijkagenten en gemeenten kunnen Buren-Alert Plus gebruiken, dit biedt vele aanvullende mogelijkheden.

 

Bronnen: Nijkerk Nieuws, Buren-Alert

Nextdoor in Nederland

De Amerikaanse startup uit Silicon Valley Nextdoor kiest Nederland als eerste land voor internationale uitbreiding. De buurtapp is gemaakt als laagdrempelig buurtcommunicatieplatform voor alles wat er in de buurt gebeurt. Het wordt het Facebook voor buurten genoemd en is in de VS al erg succesvol.

Aan buurt apps geen gebrek vandaag de dag. Een aantal dagen eerder was indebuurt.nl?al gelanceerd.?Buren weten elkaar inmiddels al voor vanalles in de buurt te vinden, zo lijkt. Van gezellige activiteiten als een buurtborrel, tot nuttige dingen als het lenen van een ladder of verkopen van een kinderfiets, tot belangrijke onderwerpen als buurtpreventie, zorg en veiligheid. Al die sociale verbindingen dragen bij aan een sociaal hechte buurt die stevig in zijn schoenen staat. En daar speelt Nextdoor ook op in, een dienst die in de VS al 4 jaar aan de weg timmert.


In Amerika is al ruim de helft van alle buurten, in totaal ruim 90.000, dagelijks actief op Nextdoor nadat de startup daar vier jaar geleden werd ge?ntroduceerd. Daarnaast zijn er al zo’n 1400 overheidsinstanties aangesloten. Zij kunnen niet in de groepscommunicatie van de buurt kijken, maar wel contact leggen met een groep of individu waardoor het rondom leefbaarheid en veiligheid interessant wordt voor onder andere gemeentes, politie of brandweer.?Nextdoor heeft Nederland aan de hand van CBS-gegevens verdeeld in 12.000 buurten

Elke van den Hout, communicatie-adviseur van de Amsterdamse brandweer, ziet bij voorbeeld mogelijkheden voor preventiecampagnes via de buurtapp. “Het is persoonlijk, lokaal en wijkgericht. En veel groter dan de meeste facebookgroepen.” Maar ze denkt ook aan oproepen om eens even langs te gaan bij de oudere buren. Hebben die een rookmelder, hoe zit het met hun vluchtwegen?
Josien van Cappelle, wethouder van Capelle aan de IJssel, houdt Nextdoor in haar wijk Fascinatio ook goed in de gaten. “Het is een mooie manier om direct in contact te komen met bewoners”, zegt de D66-wethouder. Zij ziet als gemeentebestuurder kansen voor het verspreiden van informatie over wegopbrekingen, afvalscheiding, evenementen etcetera.

In de VS zijn er diverse politiekorpsen die de dienst al succesvol gebruiken voor community policing:

Offici?le lancering vandaag in Amsterdam

Nextdoor zijn buurtapp met een marktwaarde van $1,1 mrd. De zogenoemde unicorn ? een tech start-up met een marktwaarde van minimaal $1 mrd ? wil vanuit Amsterdam komend jaar een groot deel van de 12.000 Nederlandse buurten aan zich binden. Pas daarna wordt gekeken hoe en of er geld kan worden verdiend. Inspiratiebron voor Tolia was een stuk van Robert Putnam: “Bowling Alone” dat analyseert hoe het sociale kapitaal (waaronder sociale cohesie) in veel Amerikaanse communities juist verslechterd en hij vertelt vol passie hoe hij weer terug wil naar hoe het ooit was, omdat de buurten waarin je opgroeit en leeft zo belangrijk zijn. Nextdoor is er voor de kleine hulp tot en met situaties waarin het echt telt. Tolia gaf voorbeelden van het gebruik van Nextdoor bij natuurrampen en crises tot kleine buurtinitiatieven die een groot verschil kunnen maken in iemands leven.

helpful

Nirav Tolia en Tamar van de Paal (rechts).

Verdienmodel

Tolia heeft dezelfde aanpak als Facebook en Google: eerst een community bouwen, zorgen dat mensen bij je terugkomen en daarna pas experimenteren met een verdienmodel. ‘Een community bouwen is echt al heel erg moeilijk’, zegt Tolia. ‘Zeker voor iets wat lokaal is. Dat is lastig schaalbaar te maken. Maar als je succesvol bent, dan heb je een grote markt te pakken. Dan is het ook net als bij Facebook: the winner takes all. De beloning aan het einde van de regenboog is erg groot.’

Investeerders hebben hoog ingezet op die gouden pot met geld. Gebaseerd op de laatste kapitaalinjectie krijgt het bedrijf een marktwaarde van $1,1 mrd. ‘Een van de investeerders is lid van de raad van bestuur van Uber, een ander is de eerste investeerder in Linkedin en Facebook’, zegt Tolia, waarmee hij maar wil aangeven dat het niet de minsten zijn. Zij geloven dat er winst kan worden gemaakt met de buurtapp, hoe precies daar heeft de ceo nog geen pasklaar antwoord op. ‘Daar gaan we in de VS komend jaar mee experimenteren.’

Lokale bedrijvigheid

De kans is groot dat de inkomsten van de lokale ondernemers komen, want de buurtbewoners zullen de app altijd gratis kunnen blijven gebruiken. Of daarmee een significante omzet kan worden gehaald, is lastig te zeggen. De ceo heeft vooral voorbeelden van concurrenten die het niet hebben gered. ‘Toen we in de Verenigde Staten begonnen, waren er zo?n vijftig concurrerende buurtapps. Nu is er niemand meer. Zoiets lokaals opzetten kost veel tijd en geld.’

Maar vooral: gezelligheid

Oprichter Nirav Tolia zegt te kiezen voor ons land, omdat de Nederlanders actief zijn op sociale media, trots zijn op hun buurt ? waar ze vaak al hun hele leven wonen ? en van gezelligheid houden. ‘Wij hebben in Amerika niet eens een vertaling voor dat woord gezelligheid’, zegt Tolia, terwijl hij de harde g uitspreekt als een k.

De app kan qua vorm worden vergeleken met die van Facebook. Met het grote verschil dat alleen buurtgenoten elkaar kunnen uitnodigen. Ook is het de bedoeling dat er alleen nieuws uit de buurt wordt geplaatst, spullen worden verkocht en gedeeld met buren of hulp wordt ingeroepen als een kat of fiets kwijt is. Dat kan overigens ook allemaal met Whatsapp, maar dan is er bij veel buren al snel geen overzicht meer en krijgen ook de buren waarvoor een bericht niet relevant is de appjes binnen. Via Nextdoor kan bovendien iedereen buren via een ander sociaal netwerk of een fysieke postkaart uitnodigen.

In Nederland zien we nu ook een enorm enthousiasme en snelle groei van Nextdoor. Al ruim 80 buurten door heel Nederland zijn actief in de buurtapp en de verwachtingen voor 2016 zijn dan ook veelbelovend.

Het wordt de vraag of Nextdoor een plekje op de markt kan veroveren. Er zijn al?veel buurten die?allang iets dergelijks hebben opgezet in de vorm van een WhatsApp- of Facebook-groep. Zo zijn er in Nederland al meer dan 2000 WhatsApp buurtgroepen actief. Aan de andere kant is er nog veel te ontdekken aan mogelijkheden en is de ene buurt de andere niet.

nextdoor screens

Er waren ook wat leden uit de Nederlandse pilot aanwezig die hun ervaringen met Nextdoor deelden.

nextdoor verhalen

Boeimeer in Breda

Drie jaar geleden was Thijs Willems uit Breda op zoek naar een sociaal netwerk, speciaal voor zijn wijk Boeimeer. Al snel kwam hij uit bij de Amerikaanse app NextDoor, die toen ook in de VS nog in de kinderschoenen stond. ?”Maar toen was dat nog niet mogelijk”, vertelt Willems. “Een paar maanden geleden kreeg ik een mailtje met de vraag of we nog steeds interesse hadden.”

Willems zei onmiddellijk ‘ja’ en sindsdien groeide het NextDoor-netwerk in Boeimeer als kool. Inmiddels zijn ruim 800 inwoners van de buurt lid, dat is bijna een kwart van het totaal aantal inwoners. “En er komen nog steeds elke dag nieuwe leden bij,” vult Willems aan.

Volgens Willems is het in Boeimeer vooral begonnen om de veiligheid in de wijk te verbeteren. “Met waarschuwingen als ‘pas op, er is een inbreker actief’. Of vragen als ‘mijn fiets is gestolen, heeft iemand iets gezien?’ Maar inmiddels wordt er gesproken over allerlei evenementen en worden verschillende diensten en goederen, al dan niet gratis, aangeboden via NextDoor.”
Ook?antiquair Jasper Hooijkaas uit Capelle aan den IJssel zit nu een paar maanden op de buurtapp Nextdoor, en hij kent meer buren van naam, en zwaait vrolijk naar een nieuwe wijkbewoner die zich net heeft gemeld op het burenplatform.?”Absoluut, ik heb meer contact”, zegt de 47-jarige Hooijkaas die in zijn wijk Nextdoor heeft opgezet. ?Op zijn iPad laat de enthousiaste Hooijkaas zien wat zijn medebewoners de laatste dagen allemaal hebben geplaatst. Tips over mechanische ventilatie, een verslag van een gesprek met de beheerder over parkeerproblemen, ergernissen over hardrijders. Maar ook: wie weet een goeie klusjesman, wie heeft een soldeerbout te leen en wat doe je om te ontstressen??Die laatste vraag komt van een ondernemer die reclame wil maken voor zijn handel. Dat kan wel een keertje, zegt Hooijkaas, maar Nextdoor is geen advertentieplatform. Het is een contactpunt voor bewoners. Om elkaar te ontmoeten, spullen te delen, evenementen te organiseren.
Privacy
Zoals bij alle social media diensten zijn er terecht zorgen over de privacy. Want op Nextdoor wordt je naam en e-mail adres ook nog eens geverifieerd en gekoppeld met?je adres, doordat je een aanmeldingsbrief thuisgestuurd krijgt. Nextdoor probeert de?real name policy op deze manier wat verder door te voeren.?Bovendien willen ze graag je interesses, hobbies, functie en andere persoonlijke details weten. Dat gebeurt onder het mom van ?dan weten buren ook wie jij bent?, maar hou er rekening mee dat die gegevens voor Nextdoor ook interessant zijn.

In de privacy-verklaring van Nextdoor staat: ?We delen nooit je gegevens met adverteerders? (maar ze kunnen de data dus wel zelf analyseren).?Verder moet je je realiseren dat Nextdoor een Amerikaans bedrijf is en nergens belooft dat ze hun data op Europese servers zullen opslaan. Als Amerikaanse instanties willen weten met welke buren jij omgaat of welke hobbies jij hebt, dat kunnen ze dat indien nodig geacht achterhalen dankzij de Patriot Act.?Zo?n buurtnetwerk heeft dus iets onschuldigs en sympathieks en je gaat uit van goede bedoelingen van alle deelnemers, maar de standaardinstellingen om te delen zijn nogal ruim. Maak er dus bewust gebruik van.

In?De VS ?beweren ze dat het al positieve effecten heeft op het gebied van sociale interactie:

Bronnen: Nextdoor.nl, Omroep Brabant, EenVandaag, FD, iCulture, Joop, Volkskrant, Bright, Trouw

BuurtWhatsApp: Goed beheer is complex

De BuurtWhatsApp: ogen en oren van de buurt

Steeds meer burgers melden zich aan voor een BuurtWhatsApp. Via speciale groepen in de berichtendienst WhatsApp waarschuwen ze elkaar als ze iets verdachts zien. Wordt de buurt daar echt veiliger van? Over succesverhalen, kinderziektes en commotie.

Steeds meer burgers delen verdachte situaties digitaal. Dat gebeurt vooral via de berichtendienst WhatsApp. Op de website website www.wabp.nl?kunnen mensen hun zogenaamde BuurtWhatsApp registreren en bijhouden.?Bij het schrijven van dit artikel staan er meer dan duizend?op de site. Via Google zijn allerlei groepen te vinden die zich daar niet hebben geregistreerd, en er zijn ook gemeenten waarin een BuurtWhatsApp gaat starten. Het aantal deelnemers wisselt sterk. In mening gemeente doen honderden bewoners mee.

Dat zoveel burgers een BuurtWhatsApp starten is volkomen logisch, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur bij TNO op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid.??Iedere burger wil in een veilige buurt wonen. En de techniek gaat razendsnel. Aangezien ruim de helft van alle Nederlanders WhatsApp gebruikt, kon je die opmars zien aankomen.?

Het internet staat dan ook vol met succesverhalen. Een kop als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? staat in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Volgens De Vries kan een BuurtWhatsApp zeker helpen de buurt veiliger te maken. ?Dit is nu goede burgerparticipatie in de praktijk. Het is een uitstekende toevoeging aan de opsporing van criminelen. Er komen meer ogen en oren op straat.?

Beginnen met een BuurtWhatsApp is heel simpel. Een nieuwe groep aanmaken, mensen verzamelen die mee willen doen, en delen maar. Een BuurtWhatsApp goed beheren is echter een stuk complexer, benadrukt De Vries.

inbreker

Een BuurtWhatsApp kan een verkeerde werking hebben. Zoals recent in de gemeente Aalburg. Een verslaggever van Omroep Brabant meldde zich aan bij de groep, en kwam in september met een verhaal terug over Oost-Europeanen die gestigmatiseerd zouden worden.?Hier de berichten over de?oprichting?van de groep in februari 2015 ?en daarna diverse berichten (1, 2, 3) over de commotie tot de uiteindelijke?opheffing van de groep in september 2015.?Twee voorbeelden: ‘Er houdt zich een Pools of Roemeens obscuur persoon verdacht op bij de boekenwinkel’ en ‘Er rijden twee busjes met Pools kenteken op een verdachte manier in het dorp Veen, politie wordt gebeld’. Volgens Omroep Brabant zou het slechts?om een kleine selectie te gaan.

stekker

In het Brabants Dagblad reageerden diverse raadsleden kritisch. De meesten benadrukten wel dat een WhatsApp-groep een belangrijke meerwaarde kan zijn. Volgens de twee beheerders van de buurtapp in Aalburg, die gestart naar aanleiding van een inbraakgolf, zagen zij wel degelijk strikt toe op de berichten. ?En wij vertellen het gewoon zoals het is, net als Opsporing Verzocht doet.? Inmiddels zijn de beheerders gestopt. Inhoudelijk wil de gemeente voorlopig niet reageren. Burgemeester Fons Naterop zei in het Brabants Dagblad voorstander te zijn van digitale buurtpreventie, en graag mee te denken over een alternatief.

Ook De Vries weet dat het fout kan gaan. Een sterke beheerder noemt hij essentieel. ?Ik heb ook groepen uit elkaar zien vallen door burenruzies. Als beheerder ben je niet te benijden. Je moet de berichten streng scannen, mensen durven aan te spreken op hun taalgebruik en ze desnoods uit de groep durven gooien. Maar groepen die zo?n sterke beheerder hebben kunnen dan ook echt veel betekenen voor de buurt’.

 


BuurtWhatsApp Vlaardingen

In Vlaardingen doen inmiddels ruim 2.500 inwoners mee aan de BuurtWhatsApp. Kor de Jong en Josette Hogewoning beheren de groepen. De Jong is ook wijkagent in Vlaardingen, maar benadrukt dat hij zijn beheertaken uitvoert als burger. ‘Er is een kort lijntje me de politie, dus dat helpt. Maar we maken deelnemers duidelijk dat wij geen vervanging zijn van de politie. Onze belangrijkste spelregel is: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen.’

‘Dankzij de BuurtWhatsApp zijn al diverse inbrekers opgepakt’, zegt Hogewoning. ‘Dankzij oplettende buurtbewoners zijn ook verdachten aangehouden voor autobranden en fietsen stelen. En er zijn hondjes teruggevonden. Minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn.’

Succesverhalen genoeg, maar bij het beheren komt wel veel kijken, merken ook De Jong en Hogewoning. Problemen zoals in Aalburg kun je volgens hen alleen voorkomen als je als beheerder meteen vanaf het begin helder bent. ‘Iedere nieuwe deelnemer weet bij ons meteen waar hij aan toe is. Houd je je niet aan de regels, gooien we je uit de groep. Dat betekent: niet discrimineren, niet kwetsen, en ook geen zogenaamd grappige acties. Een voorbeeld van dat laatste: de politie zocht een verwarde vrouw, waarop iemand een foto postte van een vrouw in alleen een regenjas. Dat pikken wij dus niet.”

Onderstaande spelregels voor een BuurtWhatsApp komen van de website www.buurtwhatsapp.nl:

  • Een minimumleeftijd van 18 jaar;
  • Momenteel kunnen via WhatsApp maximaal 100 deelnemers in ??n groep;
  • Wijkagent laten meelezen. Onderzoeker Arnout de Vries raadt dit vooralsnog af, oa vanwege (privacy en politie)wetgeving. Hij pleit voor een aparte overleggroep met beheerders, politie en andere partners;
  • Nooit voor eigen rechter spelen;
  • Bij 112 bellen dit ook melden aan de groep, zodat de politie geen vijftig telefoontjes krijgt;
  • Terughoudend zijn met delen van foto’s van personen;
  • Geen overbodige berichten. Voor gezelligheid eventueel een aparte groep openen.

Dienend

?Een groep moet bovenal dienend zijn aan de politie. Dus niet voor eigen rechter spelen, maar puur signalen met elkaar delen. Ziet u een inbreker of denkt u dat er iets verdachts gebeurt, dan 112 bellen. ? Een lastige vraag die altijd om de hoek komt kijken: moet de politie ook meedoen in zo?n groep, of juist niet? De Vries merkt dat bepaalde buurten dat nadrukkelijk niet willen, terwijl anderen de wijkagent juist zelf vragen om mee te kijken.

?Mijn advies is om de wijkagent niet in de groep te laten meekijken. Daar heb ik een aantal redenen voor. Als een wijkagent meekijkt in de groep kan dat te hoge verwachtingen cre?ren. Zo?n groep draait 24/7, maar een wijkagent kan niet overal tegelijk zijn. Ook vanwege de privacy is het af te raden. Bij WhatsApp ziet iedereen je mobiele nummer en de politie heeft die gegevens dan dus ook. Wettelijk gezien kan dat problemen geven. De Wet bescherming persoonsgegevens zegt wel iets over gegevens digitaal delen, maar er is in dit geval nog geen jurisprudentie.?

Korte lijntjes met de politie zijn echter wel heel belangrijk. Daarom stelt De Vries andere varianten voor. ?Laat de beheerders van zo?n BuurtWhatsApp bijvoorbeeld in een aparte WhatsApp-groep overleggen met bijvoorbeeld politie, gemeente, ondernemers en wijkteams. En overleg alleen als je echt moet opschalen. Bijvoorbeeld na een inbraak. Je zit dan nog steeds met de privacy, maar het delen wordt al overzichtelijker.?

Sociale cohesie

De BuurtWhatsApp past in een bredere beweging van digitaal informatie delen. Aan die beweging kunnen professionals in zorg en welzijn ook veel hebben, denkt De Vries. ?Er zijn talloze voorbeelden van effectieve apps en websites die de sociale cohesie versterken. Op de website wehelpen.nl kunnen mensen hulp zoeken en aanbieden in de buurt. Via de app Peerby kunnen buren spullen van elkaar lenen.? Net nieuw is de app Aware, waarmee alleenstaande ouderen aan familie en vrienden kunnen laten weten hoe het met ze gaat. Handig, want als het niet goed gaat kunnen die snel helpen. Het is nog allemaal experimenteren, maar burgers vinden elkaar digitaal toch wel, dus als overheid en als professional kun je maar beter aansluiting zoeken.?

Een sociaal wijkteam zou bijvoorbeeld ook een eigen WhatsApp-groep kunnen beginnen. De initiatiefnemers van de BuurtWhatsApp in Vlaardingen bekijken momenteel of zo?n groep meerwaarde heeft. De Vries verwacht zelf ook veel van de samenwerking met ondernemers. ?Taxichauffeurs en horecapersoneel zien heel veel, dus zij kunnen ook helpen de buurt veiliger te maken. Wij onderzoeken momenteel wat er nodig is om social media effectiever in te zetten. Hoe kun je de informatie die er is nog beter kanaliseren? Welke aanpassingen in de wet zijn nodig, en welke systemen kunnen we het beste gebruiken?? Hij geeft?professionals mee dat zij extra alert moeten zijn op wat burgers doen. ?Bij burgers zit namelijk enorm veel kennis. Cre?er dus mogelijkheden om die kennis effectief te delen en let vervolgens goed op.?

Bronnen: Zorg en Welzijn

Ik Waak

ikwaak

Ik Waak“?is een digitaal burgerwacht platform waarmee buurtbewoners verslag kunnen doen van het laatste nieuws uit de buurt. Je kunt er?updates over het laatste nieuws bij jou in de buurt mee ontvangen of delen. Zo kun je op de hoogte blijven van het nieuws waar je samen met je medebuurtbewoners verslag van kunt doet. In Enschede maken nieuwsdiensten die?112 berichtgeving volgen ook al gebruik van het platform, omdat?burgers en andere instanties ook kunnen reageren en nieuwe meldingen kunnen maken. Naast Enschede zien we nu ook berichten uit andere steden.

Buurtbewoners worden automatisch met elkaar verbonden op basis van hun locatie en je kunt de radius instellen waarin je berichten wilt ontvangen. Handmatig burgerwacht groepen organiseren en onderhouden is vanaf nu verleden tijd, want Ik Waak gebruikt eenvoudigweg?de locatiecirkel om mensen te verbinden. De keerzijde van deze eenvoud?is dat iedereen een (anoniem) account kan aanmaken, dus gebruikersvalidatie is niet geavanceerd.?Daarnaast kun je favoriete plaatsen toevoegen waarvan je op de hoogte wilt blijven, zoals je werklocatie of bijvoorbeeld de school van je kinderen.

Naast een website is er ook een Android app?en beiden zijn gratis te gebruiken.

ikWaak1

Ik Waak hoopt door meer informatie te delen samen de buurt veiliger en?vertrouwd te maken.

Bronnne: Ik Waak

Buurtwacht: “Het mooiste is een heterdaadje”

In steeds meer wijken zijn buurtwachten die een oogje in het zeil houden. Werken ze? En hoe dan?

De buurtwacht liep twee man sterk door de straat toen iemand uit de bosjes kwam. Marco Gerritsen (37) richtte zijn zaklamp op de figuur. ,,Wat ben jij aan het doen?” Geplast, antwoordde de man, en verdween. ,,Maar hij droeg handschoenen, dat vonden we vreemd. En hij was helemaal in het zwart gekleed. Dat vonden we verdacht.” Gerritsen belde de politie, die in de buurt was. De man werd gevonden en ontmaskerd: een benzinedief. Dat was in 2014, hun grootste vangst tot nu toe.

Maandereng is een Edese nieuwbouwwijk uit de jaren tachtig, met rijtjeshuizen. In 2013 was er een inbraakgolf; bijna iedereen kende wel een buurtbewoner van wie spullen waren gestolen. ,,Mensen voelden zich minder veilig in hun huis”, zegt Gerritsen. Hij is beveiliger op Schiphol en richtte in 2013 een buurtteam op. Gewoon, door een Facebookpagina aan te maken en een oproep te plaatsen voor buurtbewoners. Nu patrouilleren er meestal zeven dagen per week mensen met gele hesjes door de straten. Zij speuren naar onveilige situaties.
Het team heeft een harde kern van acht leden. ,,Schoonmakers, vuilnismannen, iemand die nog op school zit, beveiligers zoals ik.” Als ze iets verdachts zien, bellen ze de politie, gewoon op 112. Ze hebben geen privileges boven andere burgers.

De afgelopen vijf jaar zijn er in Nederland veel van dit soort ‘buurtpreventieteams’ (BPT) bijgekomen, constateren onderzoekers onafhankelijk van elkaar. Marco van der Land – tot vorig jaar gespecialiseerd in veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit, inmiddels verbonden aan de Haagse Hogeschool – schat dat er zo’n driehonderd van deze teams actief zijn.

bordje-Attentie-Buurtpreventie-WhatsApp

Tegen het plafond
Schoonmaakster Hilda van Stuivenberg (45) loopt meestal twee diensten per week. Vandaag praat ze, sigaretten rokend, met medebuurtwacht John van der Linden (66), gepensioneerd jongerenwerker. Links en rechts schijnen ze met hun zaklantaarn op woningen, auto’s, in steegjes waar de achtertuinen aan grenzen. Als er een raam openstaat en de bewoners lijken niet thuis, doen ze een ,,waarschuwingsbericht” in de bus. Vandaag is dat nergens nodig. Het is stil op straat. Er is een man die zijn bruine labrador uitlaat.

De misdaad in Nederland wordt harder, denkt Van Stuivenberg. Mensen kunnen minder hebben en ,,vliegen snel tegen het plafond”, zegt Van der Linden. Onderzoeker Van der Land filosofeert graag over ,,dat toenemende gevoel van onzekerheid” dat Nederlanders hebben. Ook het ,,gevoel van onbehagen en onveiligheid” is naar zijn idee toegenomen.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde deze maand dat 60 procent van de Nederlanders de indruk heeft dat criminaliteit toeneemt. In 2012 was dat nog 64 procent. Terwijl Nederland volgens het SCP veiliger wordt. Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders in 2014 de ,,minste criminaliteit sinds jaren” rapporteerden.

Voor Hilda van Stuivenberg is de buurtwacht een soort sport. Ze is suikerpati?nt, wil genoeg bewegen, en de spinning bike op zolder is zo saai. Van der Linden heeft in de jeugdzorg gewerkt en wil graag iets betekenen voor zijn wijk. Mensen initi?ren buurtwachten vaak zelf, zegt onderzoeker Van der Land: ,,Het gaat vaak niet zozeer om probleemwijken, maar juist om meer gegoede buurten.” De gemeente verstrekt soms ‘werkkleding’, biedt cursussen en houdt contact met de wachten.

Ongeveer zeven keer heeft buurtwacht Maandereng een ,,heterdaadje” gehad dat tot een aanhouding leidde. Behalve de benzinedief was er ook een man die twee broden stal uit een magazijn.
Vorig jaar met Oud en Nieuw was een groep jongeren fikkie aan het stoken, zegt Van Stuivenberg als ze langs een schutting naast een bedrijventerrein lopen. Ze raakte aan de praat met een van de jongens, die vertelde onder invloed van coke en speed te zijn. ,,Ze wilden naar een of ander partyfeest. Dus toen heb ik de politie gebeld.” De jongen werd opgepakt.

Slecht imago
Buurtwachten hebben soms een slecht imago, zegt Van der Land. ,,Als ze in achtertuinen gaan kijken of de deur op slot zit, vinden sommige mensen dat heel vervelend.” Toen Marco Gerritsen met zijn idee voor een buurtwacht bij de gemeente aanklopte, werd gewaarschuwd: ,,Maar het moet geen knokploeg worden.”

Ook in Maandereng werd geprotesteerd. Het oudste lid van de Edese buurtwacht ging vroeg in de morgen zijn honden uitlaten en ontdekte de leuzen op woonhuizen en stroomhuisjes. Er stonden dingen als ‘BPT weg ermee” en ,,kankerzooi NSB”, herinnert Van Stuivenberg zich. Ze vermoeden dat het een bekende ,,anti-autoritaire” man uit de wijk is, maar de dader is nooit gevonden. Van der Land: ,,Het is een paar keer gebeurd dat iemand van een buurtwacht door bewoners werd belaagd.”

Effecten buurtwacht
In Nederland zijn nog geen resultaatmetingen naar burgerwachten gedaan. Buitenlands onderzoek laat een positief beeld zien, constateert socioloog Vasco Lub, verbonden aan de Erasmus Universiteit. ,,Uit de meerderheid van internationale evaluaties blijkt een grotere reductie of kleinere toename in criminaliteit ten opzichte van vergelijkbare wijken waar geen burgerwachten actief zijn.”

Gemeente Ede denkt dat de buurtwacht in Maandereng heeft geholpen. In 2014 is het aantal inbraken in de hele stad met bijna 45 procent gedaald ten opzichte van 2013 – wijkspecifieke cijfers ontbreken. Vaak gaat dit soort projecten samen met andere initiatieven om de veiligheid te vergroten, zoals inbraakpreventiecampagnes. Dat maakt de directe invloed lastig meetbaar.

In Tilburg zijn het afgelopen jaar opmerkelijke resultaten geboekt met een digitale burgerwacht. In verschillende wijken nemen bewoners deel aan WhatsAppgroepen, waar ze – nadat ze de politie hebben gebeld – melding doen van verontrustende gebeurtenissen. In de 35 Tilburgse buurten waar tot dan toe een digitale burgerwacht was, is het aantal inbraken afgenomen met 40 procent.

Op dit moment zijn in negentig Tilburgse straten en buurten WhatsAppgroepen actief. De wijkagent wordt er ook bij betrokken. Ben Vollaard, hoofddocent economie aan de Universiteit van Tilburg, doet samen met student Martijn Akkermans onderzoek naar de invloed van de WhatsAppgroepen. ,,Die hebben een afschrikwekkend effect”, zegt Vollaard. Vaak zijn potenti?le inbrekers mensen uit de buurt, die horen dat bewoners elkaar waarschuwen als er iets gebeurt, ze weten dat er in de wijk goed wordt opgelet. ,,Ik houd me al heel lang met preventie bezig, en hoe goed dit werkt is echt h??l bijzonder.”

Uit het onderzoek van Marco van der Land blijkt ,, vrij duidelijk”, zo zegt hij, dat buurtwachten kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de overheid en dat het een gevoel van veiligheid kan geven. Dat geldt overigens vooral in wijken waar mensen langere tijd blijven wonen en elkaar al kennen. Als er een hoge ‘omloopsnelheid’ is, worden bewoners juist angstiger als ‘buurtpreventisten’ in gele hesjes door de wijk struinen.

De buurtwacht Maandereng heeft een eigen keet, waar de leden om op te warmen automaatkoffie drinken uit plastic bekertjes. Van der Linden en Van Stuivenberg gaan meestal nog door tot een uur of twaalf ’s nachts. Als het rustig is, kijken ze bij mensen naar binnen. Het is een soort tv-kijken, zeggen ze. ,,Voor ons is het ook leuk als er iets gebeurt.”
Als ze in achtertuinen gaan kijken of de deur op slot zit, vinden sommige mensen dat heel vervelend

Bronnen:?NRC Handelsblad

 

De kracht van de wijkagent

wilco

Maak kennis met de wijkagent. Op de omslagfoto zie je een automatische reflex van Wilco Berenschot, omdat hij onmiddellijk iets wil betekenen voor het kind. Dit zijn ?kleine? momenten die dagelijks voorkomen en niet terug te vinden zijn in de misdaadstatistieken.

Het is echter wel belangrijk, contact maken en relaties opbouwen waardoor vertrouwen wordt gewonnen. Deze situatie was niet ingestudeerd, maar kwam uit het hart van de wijkagent. Deze politiemensen zorgen ervoor dat de maatschappij niet uit elkaar valt. Dat is de kracht van de wijkagent. In De kracht van de wijkagent?? de opvolger van De magische wereld van de wijkagent ? is op een aansprekende wijze de cruciale rol ge?llustreerd die de Nederlandse wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Op een eerlijke en persoonlijke wijze vertelt de auteur over situaties van alledag in het leven van een wijkagent.

Als je meer te weten wilt komen over het werk van wijkagenten en mensen die in een wijkteam ?werken, dan heb je met deze publicatie?het goede boek te pakken. Waargebeurde verhalen over politiemensen die dagelijks op pad zijn en hun werk doen met hart voor de zaak en passie voor de burger.

De kracht van de wijkagent

WEP?interviewde?Bennie Beuvink in het oosten van het land en ging terug naar Doorn met de gedachte: ?de wijkagent for president!?.? Een wijkagent, daar kun je zowat elke oorlog mee winnen. Dat is de stellige overtuiging van Bennie Beuvink, zelf wijkagent ?n schrijver. Zijn tweede boek, ?De kracht van de wijkagent? is nu uit. Hierin illustreert hij op aansprekende en overtuigende wijze de belangrijke rol die de wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Of het nu gaat om overlast door een kraaiende haan of een uit de hand gelopen ruzie, de wijkagent zorgt ervoor dat de partijen elkaar vinden en de rust wederkeert.

Na het succes van zijn eerste boek, ?De magische wereld van de wijkagent?, is er nu een tweede verhalenbundel. Met grappige, ontroerende en ook wel spannende belevenissen van hemzelf in zijn wijk in Enschede en van collega?s elders in het land. Collega?s die hun werk met ziel en zaligheid doen, maar daarover niet opscheppen of zo nodig op de voorgrond willen treden. Op de cover van het boek staat de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot, inmiddels beroemd om zijn opklaptafeltje op straat, waar hij spreekuur houdt. Voor Beuvink is Wilco een typisch voorbeeld van een wijkagent met passie. ?Zelf zal hij dat niet zeggen, die doet ?gewoon z?n werk?, maar hij kan heel goed situaties inschatten en oplossingen bedenken. Alles wat hij aanraakt is een 10. Ik vind Wilco een betekenisvolle gebeurtenis.?

Hoor en wederhoor
Een goede wijkagent heeft niet alleen passie voor zijn vak, maar past hoor en wederhoor toe, meent Beuvink. ?Dat is het mooie van politieman zijn. Je kunt meteen in een situatie een oplossing vinden. Zoals de leider van het A-Team altijd zei: I love it when a plan comes together! Als je maar goed luistert, kijkt en alle partijen aan het woord laat. En pas dan een oordeel vellen en in actie komen. Met liefde en oplossingsgericht.? Het beroep van wijkagent heeft volgens Bennie iets ?magisch?. ?Er wordt door veel mensen een beetje tegenop gekeken, bewust of onbewust. Net als de pastoor, de arts of de leraar. Het mooie is ook: de wijkagent komt overal, in de moskee, de kerk, in buurthuizen, op scholen en bij mensen thuis. Hij is overal welkom.?

Spiegel
Beuvink houdt de lezer in het boek een spiegel voor en vraagt: wat zou jij doen in deze situatie? Hij hoopt dat niet alleen collega?s, maar ook bijvoorbeeld wijkraadvoorzitters het boek gaan lezen. ?Dan kunnen ze zien hoe zij de wijkagent kunnen gebruiken. Die kent de buurtbewoners, de scholen, de bedrijven en organisaties en heeft dus de contacten.? Volgens Beuvink wordt er vaak te ingewikkeld gedaan bij problemen en conflicten. ?Ik geef een voorbeeld: onlangs werd in Amsterdam het Maagdenhuis bezet door studenten. Een hele toestand. Wie zou jij erop af sturen als politie? Toch niet de hoogste chef van de eenheid, hoe goed die ook is? Natuurlijk niet! De wijkagent. Het klinkt simpel, maar je moet het ook niet te ingewikkeld maken. De wijkagent weet wat er speelt, kan praten, kan luisteren. Die moet je vaker om advies vragen, daar win je bij wijze van spreken elke oorlog mee. Als de situatie erom vraagt en het echt uit de hand loopt kun je tot de hoogste politiechef opschalen.?

Protocollen
Beuvink vindt het jammer dat collega?s tegenwoordig onder toenemende tijdsdruk moeten werken. ?Om je goed in een buurt in te werken, heb je wel twee jaar nodig, fulltime. Dat is nu vaak lastig omdat je ook in de noodhulp meedraait. En je ziet dat mensen opgesloten zitten in een systeem en protocollen. Het individu verzuipt een beetje in de organisatie en dat is jammer. Die protocollisering trekt overigens over de hele beroepsbevolking, niet alleen over de politie.? Volgens Beuvink worden politiemensen goed opgeleid. Maar: ?Ze zouden tijdens de opleiding vaker de praktijk in moeten. Ga bijvoorbeeld mee met een wijkteam als er onrust is. Zie hoe je in de praktijk, door te luisteren en creatief te zijn, zonder direct het strafrecht erbij te betrekken, tot oplossingen kunt komen. Dat leer je niet alleen in het klaslokaal.?

Groot succes
Beuvink fungeert inmiddels als coach voor menig collega. De aanpak wijkgericht werken werd een groot succes in ?zijn? wijk Velve-Lindenhof in Enschede, een zogenaamde Vogelaarwijk. ?Daar hebben we een duurzame oplossing gevonden die de bewoners van de wijk zelf hebben bedacht.? De bewoners het vertrekpunt laten zijn, luisteren en samenwerken leidt tot succes, is de overtuiging. ?Ik mocht mijn opvolgers inwerken en het is fijn om te zien dat binnenkort een multifunctioneel wijkcentrum wordt geopend.?

De succesvolle aanpak in de Enschedese wijk werd ook internationaal gezien. Beuvink mocht erover vertellen op een congres in Spanje. Hij is trots: ?In het buitenland zie je nog wel eens een afstand tussen burgers en de politie, een gereserveerdheid. Die zie je bij ons niet. Van Harlingen tot Roermond, de wijkagent heeft hier iets magisch.?

Uitspraken
Bennie Beuvink wil graag mensen aan het denken zetten. Tot slot daarom nog enkele uitspraken van Bennie!

?Als je nooit tijd hebt kun je er niet mee omgaan?

?Gevoel is de belangrijkste navigator in jezelf.?

?Je kunt wel alles protocolliseren, maar dat wil niet zeggen dat het goed voelt.?

?Ik zeg tegen leidinggevenden: ga weg uit de cijfers, want daarmee doe je jezelf tekort.?

?Je krijgt geen burnout als je authentiek bent.?

?Ze zeggen: blijf van onze hulpverleners af. Maar je wordt alleen aangevallen als je onbekend bent. Zorg dus dat je gekend wordt.?

?Laat het vanuit de gemeenschap komen. Overal waar je dit doet, werkt het.?

?We doen onszelf tekort door onvoldoende te genieten van de ontmoeting.?

?Zonder afstemming met burgers/bestuur geen handhaving?

De kracht van de wijkagent_COVER

Bennie Beuvink (1957) die het boekje samenstelde is sinds 2015 operationeel expert wijk Nationale Politie, Eenheid Oost, basisteam Enschede.

Bronnen: Reed Business, WEP