SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Wellicht ge?nspireerd door voorbeelden bij korpsen Amerika en Engeland, gaat de politie Vlaardingen Pok?mon-spelers inzetten als buurtwacht. Immers, wie door elke straat van de wijk wandelt op zoek naar Pok?mon, ziet misschien ook wel een boef of iets anders dat verdacht is. En hoe je het ook wendt of keert, het zijn toch een paar duizend extra ogen en oren. Vanuit die gedachte is het plan bedacht om zogeheten lures te maken. Pok?mon-spelers zien die op hun smartphone en haasten zich vervolgens naar die locaties om de beestjes te vangen. Wijkagent Kor de Jong denkt aan lures bij winkels, rond sluitingstijd. ?Door de drukte van al die Pok?mon Go-spelers worden criminelen afgeschrikt?.
Verder is aan de spelers gevraagd of ze willen meedoen in een Whatsapp-groep. Pok?mon-spelers hebben zo al een fietsendief gespot, aldus De Jong. Het inzetten van lures kost weliswaar geld ? De Jong kocht 180 lures voor 100 euro ? maar gehoopt wordt dat het aantal inbraken omlaag gaat. Het zelf plaatsen van lures is voorlopig niet aan de orde, zegt ontwikkelaar Niantic. Twee problemen zijn er nog wel: z?en Pok?mon-spelers uberhaupt wel wat er om hen heen gebeurt, en wat als de winkeldief nu ook Pok?mon speelt?
Behalve in Vlaardingen blijken ook andere?polities in Nederland druk met Pok?mon! ?Ben jij een fanatieke Pok?mon Go-speler? Dan kun je tijdens je zoektocht naar de stripfiguurtjes de gemeente en politie van dienst zijn?, schreef de politie in de regio Roosendaal, Rucphen, Halderberge, Oudenbosch en Moerdijk al op facebook. Volgens Wietske Muller van het basisteam Roosendaal kunnen de spelers tijdens hun zoektocht de gemeente en politie van dienst zijn. Ze moeten hun?oren en ogen openhouden en verdachte situaties melden via 112, vooral in de strijd tegen woninginbraken, overvallen en straatroven.
Niet iedereen is enthousiast trouwens. Zo heeft buurtco?rdinator Ronald Rensen uit Hoeven een dubbel gevoel. ?Het is fijn om extra oren en ogen te hebben in de wijk, maar het moet niet voor extra overlast gaan zorgen?. De politie benadrukt daarom om vooral ook oog te hebben voor het verkeer en te letten op de veiligheid. De actie volgt op de speurtocht van twee tieners die, half juli, werden gewaarschuwd door de politie toen ze op een afgesloten terrein zochten naar Rattata, Magmar, Onix en andere Pok?mon. De jongens waren over het hek geklommen; agenten hebben ze uitgelegd dat dat niet de bedoeling is.
In Maarssen gaat de politie ?harder optreden? tegen de overlast die Pok?monspelers bij het zwembad veroorzaken. ?Aankomende week zullen we iedereen na 22.00 uur wegsturen?, schrijft de politie op facebook. ?, schreef de politie op Facebook. De actie volgt op klachten van omwonenden die ?het helemaal hebben gehad? met al die Pok?monzoekers. Sommige bewoners slapen in een andere kamer, aldus het bericht. Omdat extra politiecontroles geen effect hadden en zelfs de inzet van een jongerenwerker niet hielp, wordt nu sneller bekeurd.
Ook de politie in Roosendaal roept Pok?mon Go-spelers op om in hun zoektocht naar de virtuele stripfiguurtjes ook hun ogen en oren open te houden op de plekken waar zij komen en verdachte situaties te melden via 112.
Is het inderdaad handig om Pok?mon Go-spelers te betrekken bij de aanpak van veiligheidsproblemen in de wijk, of brengt het misschien juist risico?s met zich mee? Met de informatie in deze factsheet kunnen gemeenten hun afweging om hierbij een rol te spelen, sneller en weloverwogen maken.
Zo’n 15 procent van de Nederlanders zit met andere buurtbewoners in een WhatsApp-groep, om een digitale buurtwacht te vormen.?Met name 50-plussers zijn enthousiast.
Dat blijkt uit?onderzoek van Novio Data in opdracht van de verzekeraar InShared. In totaal werden 1.175 Nederlanders ondervraagd over het onderwerp.
Met name in Limburg en Gelderland zijn de WhatsApp-groepen populair. In die twee provincies zegt 22 procent van de mensen met zijn buren in een chatgroep te zitten.
In totaal zegt 64 procent van de Nederlanders open te staan voor deelname aan een digitale buurtwacht. Met name ouderen denken dat hun buurt hier veiliger van wordt.
Eerder bleek?uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg dat de WhatsApp-buurtwacht in 35 buurten van Tilburg leidde tot een scherpe afname van het aantal inbraken. ?De Nationale Politie was enthousiast over dat resultaat.?In het Tilburgse systeem kwamen de WhatsApp-berichten direct bij de politie binnen. Dat is bij de meeste WhatsApp-buurtwachten niet het geval.
Het is geen wonder dat uitgerekend WhatsApp gebruikt wordt door buurtwachten ? het is immers de grootste chatapp van het moment. In februari tikte de dienst 1 miljard gebruikers aan.
De klassieke verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Iedereen die daartoe in staat is, moet volgens de regering zelf verantwoordelijkheid nemen om zijn eigen leefomgeving veiliger te maken. Dat doen burgers dan ook. Met name met behulp van sociale media dragen burgers uit eigen initiatief bij aan sociale veiligheid. De huidige, nieuwe vormen van burgerparticipatie ? van WhatsApp-groep tot burgerwacht ? stellen gemeenten en politiekorpsen voor de vraag: hoe gaan we zo goed mogelijk om met deze initiatieven? Welke rol pakken we?
Samen Signaleren is het resultaat van een onderzoek van bureau Bervoets en bureau Beke naar nieuwe vormen van burgerinitiatieven en de recente ontwikkelingen daarin. De onderzoekers hebben zich gericht op initiatieven die daadwerkelijk door burgers zelf zijn genomen en opgezet.
Aanleidingen voor nieuwe initiatieven
De opkomst van sociale media heeft een impuls gegeven aan het ontstaan van nieuwe vormen van burgerparticipatie in sociale veiligheid. Maar ook het afnemen van straattoezicht door overheidsdiensten of een lokale toename van woninginbraken kunnen een impuls geven aan burgerinitiatieven.
Samenwerking burger en lokale overheid
*Al komt het initiatief van de burgers, in de praktijk is uiteindelijk altijd wel sprake van een samenspel tussen burger en lokale overheid. Daarin is het voor gemeente en politie soms nog zoeken naar de juiste vorm. Zij lopen tegen dilemma?s aan als zullen we regisseren of faciliteren? Gaan burgers alleen signaleren of ook proberen op te treden? Hoe zorgen we dat er geen mensen deelnemen met onzuivere motieven? In Samen Signaleren geven de onderzoekers praktische aanbevelingen voor deze samenwerking.
“Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel?, Troonrede 2013
Onderstaand rapport is ook te downloaden op Platform31
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Het aantal vrijwillige buurtpreventieteams is de afgelopen jaren flink toegenomen. Momenteel telt Nederland zo’n 700 van zulke?teams. Ze zijn in grofweg de helft van alle gemeenten te vinden. De politie ziet een steeds grotere rol weggelegd voor dergelijke burgerinitiatieven. Zij zijn direct ter plaatse en kunnen helpen met een goed signalement. Op dit moment worden 70% van de opgeloste woninginbraken opgelost door oplettende burgers. Dit percentage kan volgens de politie nog omhoog.
Het takenpakket van de buurtwacht verschilt per gemeente en wijk. Op sommige plekken worden de preventieteams ook ingezet om het verkeer te regelen of buurtfeesten te begeleiden.?Maar een al te grote rol kan de buurtwacht beter niet toebedeeld krijgen. In het onderzoek komt naar voren dat?buurtwachten die niet alleen signaleren, maar ook ingrijpen, zichzelf nog weleens in gevaar brengen en de verhoudingen in een wijk op scherp kunnen zetten.
Een nadeel van te assertieve buurtwachten is dat de privacy in het geding kan komen. Ook komt stigmatisering voor. Volgens het onderzoek laten met name aspirant-leden zich soms leiden door ‘impulsieve acties’, waarbij ze jongeren of migranten stigmatiseren.
Ook doen buurtpreventieteams geregeld meldingen die later vals alarm blijken.?Goedbedoelde sociale controle van buurtwachten wordt bovendien?niet door alle wijkbewoners gewaardeerd.
Duidelijke strategie nodig
Volgens de onderzoeker zouden buurtwachten vaker stil kunnen staan bij “het realiteitsgehalte van veiligheidsrisico’s en de proportionaliteit van hun handelen”. Gemeenten doen er verder?goed aan om met een?duidelijke strategie te ?komen?als ze buurtpreventieteams inzetten, vindt Lub.
Buurtpreventie
Tot voor kort was er weinig bekend over de Nederlandse?neighbourhood watch. Het onderzoek van Vasco Lub (zie onderaan) werpt licht op de omvang van het fenomeen via een nationale inventarisatie bij gemeenten en observaties van buurtwachten in Rotterdam en Tilburg. Buurtpreventie is een vorm van vrijwilligerswerk die probeert bij te dragen aan de veiligheid en leefbaarheid van woonwijken. Hieronder valt het signaleren en melden door groepen vrijwilligers in de buurt van verdachte handelingen en overlast. Het kan gezien worden als een vorm van coproductie in de publieke dienstverlening.
Meer dan alleen signaleren en melden
Uit het onderzoek blijkt dat in bijna de helft van de Nederlandse gemeenten bijna 700 buurtpreventieteams actief zijn. De meerderheid van die teams beperkt zich niet tot een informatiefunctie (de zgn. WhatsApp-groepen) maar voert actief patrouilles uit in de wijk. Vooral de laatste vijf jaar nam het aantal buurtwachten sterk toe. Het grootste deel is gericht op preventie van woninginbraak. In probleemwijken richten de teams zich ook op fysieke overlast, zoals straatvuil of kapotte infrastructuur. In de praktijk behelst de bijdrage van buurtpreventie echter meer dan alleen signaleren en melden. Informatievoorziening over criminele activiteiten, zoals dealplekken, het ondersteunen van politie bij evenementen of calamiteiten, bijvoorbeeld het regelen van verkeer, en begeleiding van buurtfeesten horen daar ook bij.
(In)effectiviteit buurtpreventieteams
De oprichting van een buurtpreventieteam biedt vaak de gelegenheid voor extra campagnes rond veiligheid (o.a. gecommuniceerd door politie en de gemeente). Vooral in de middenklasse-wijken maakt dit bewoners voor even alerter en attenter op onveilige situaties. Dit kan de gelegenheid tot criminaliteit (tijdelijk) beperken, waardoor het aantal inbraken afneemt. Ook wanneer patrouillerende vrijwilligers informatie doorgeven aan de politie (bijv. over drugspanden), geeft deze criminaliteit en overlast minder kans. Het veldwerk van het onderzoek verschaft diverse voorbeelden van succesvolle uitwisseling tussen buurtwacht en politie. Echter directe interventie ? waarbij buurtwachten overlastgevers expliciet aanspreken of criminelen aanhouden – is geen succesfactor. Het onderzoek wijst uit dat dit de veiligheid van vrijwilligers in het geding kan brengen en verhoudingen in de wijk onnodig op scherp zet.
Praktijk op straat is ambivalent
De praktijk van buurtpreventie is echter niet eenduidig. Ambivalentie maakt dat de taakomschrijving van buurtpreventie complexer is dan alleen signaleren en melden. Op straat lopen feit en beeld vaak door elkaar heen, zoals: wanneer is een persoon of situatie nou ?cht verdacht? Niet zelden blijken meldingen later vals alarm. Ook binnen een en hetzelfde buurtpreventieteam kunnen verschillende interpretaties bestaan van wat geldt als een ?probleem? of ?onveilige situatie?. De vrijwilligers hebben bovendien soms te maken met bewoners of aspirant-leden die zich laten leiden door impulsieve acties waarbij stigmatisering kan optreden tegenover bepaalde groepen, bijvoorbeeld bij jongeren of migranten. Tot slot bestaat soms de neiging om de publieke ruimte louter door de bril van veiligheid te bezien. Dit kan ten koste gaan van andere waarden zoals privacy van bewoners. Goedbedoelde sociale controle van buurtwachten wordt niet door alle wijkbewoners gewaardeerd.
Aanbevelingen bij buurtpreventie
Doordat bij buurtpreventie politi?le en justiti?le informatie wordt gedeeld met burgers, kan het niet gelijk worden geschakeld met ander vrijwilligerswerk. Zo is buurtpreventie niet in elke wijk nodig of is het een geschikt middel, en zouden buurtwachten vaker stil kunnen staan bij het realiteitsgehalte van veiligheidsrisico?s en de proportionaliteit van hun handelen. Meer strategisch beleid hierin vanuit gemeenten is nodig. Concreet betekent dit dat gemeenten buurtpreventie niet gedachteloos moeten omarmen of juist negeren maar inbedden in lokaal veiligheidsbeleid.
“Ik Waak“?is een digitaal burgerwacht platform waarmee buurtbewoners verslag kunnen doen van het laatste nieuws uit de buurt. Je kunt er?updates over het laatste nieuws bij jou in de buurt mee ontvangen of delen. Zo kun je op de hoogte blijven van het nieuws waar je samen met je medebuurtbewoners verslag van kunt doet. In Enschede maken nieuwsdiensten die?112 berichtgeving volgen ook al gebruik van het platform, omdat?burgers en andere instanties ook kunnen reageren en nieuwe meldingen kunnen maken. Naast Enschede zien we nu ook berichten uit andere steden.
Buurtbewoners worden automatisch met elkaar verbonden op basis van hun locatie en je kunt de radius instellen waarin je berichten wilt ontvangen. Handmatig burgerwacht groepen organiseren en onderhouden is vanaf nu verleden tijd, want Ik Waak gebruikt eenvoudigweg?de locatiecirkel om mensen te verbinden. De keerzijde van deze eenvoud?is dat iedereen een (anoniem) account kan aanmaken, dus gebruikersvalidatie is niet geavanceerd.?Daarnaast kun je favoriete plaatsen toevoegen waarvan je op de hoogte wilt blijven, zoals je werklocatie of bijvoorbeeld de school van je kinderen.
Naast een website is er ook een Android app?en beiden zijn gratis te gebruiken.
Ik Waak hoopt door meer informatie te delen samen de buurt veiliger en?vertrouwd te maken.
In steeds meer wijken zijn buurtwachten die een oogje in het zeil houden. Werken ze? En hoe dan?
De buurtwacht liep twee man sterk door de straat toen iemand uit de bosjes kwam. Marco Gerritsen (37) richtte zijn zaklamp op de figuur. ,,Wat ben jij aan het doen?” Geplast, antwoordde de man, en verdween. ,,Maar hij droeg handschoenen, dat vonden we vreemd. En hij was helemaal in het zwart gekleed. Dat vonden we verdacht.” Gerritsen belde de politie, die in de buurt was. De man werd gevonden en ontmaskerd: een benzinedief. Dat was in 2014, hun grootste vangst tot nu toe.
Maandereng is een Edese nieuwbouwwijk uit de jaren tachtig, met rijtjeshuizen. In 2013 was er een inbraakgolf; bijna iedereen kende wel een buurtbewoner van wie spullen waren gestolen. ,,Mensen voelden zich minder veilig in hun huis”, zegt Gerritsen. Hij is beveiliger op Schiphol en richtte in 2013 een buurtteam op. Gewoon, door een Facebookpagina aan te maken en een oproep te plaatsen voor buurtbewoners. Nu patrouilleren er meestal zeven dagen per week mensen met gele hesjes door de straten. Zij speuren naar onveilige situaties.
Het team heeft een harde kern van acht leden. ,,Schoonmakers, vuilnismannen, iemand die nog op school zit, beveiligers zoals ik.” Als ze iets verdachts zien, bellen ze de politie, gewoon op 112. Ze hebben geen privileges boven andere burgers.
De afgelopen vijf jaar zijn er in Nederland veel van dit soort ‘buurtpreventieteams’ (BPT) bijgekomen, constateren onderzoekers onafhankelijk van elkaar. Marco van der Land – tot vorig jaar gespecialiseerd in veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit, inmiddels verbonden aan de Haagse Hogeschool – schat dat er zo’n driehonderd van deze teams actief zijn.
Tegen het plafond
Schoonmaakster Hilda van Stuivenberg (45) loopt meestal twee diensten per week. Vandaag praat ze, sigaretten rokend, met medebuurtwacht John van der Linden (66), gepensioneerd jongerenwerker. Links en rechts schijnen ze met hun zaklantaarn op woningen, auto’s, in steegjes waar de achtertuinen aan grenzen. Als er een raam openstaat en de bewoners lijken niet thuis, doen ze een ,,waarschuwingsbericht” in de bus. Vandaag is dat nergens nodig. Het is stil op straat. Er is een man die zijn bruine labrador uitlaat.
De misdaad in Nederland wordt harder, denkt Van Stuivenberg. Mensen kunnen minder hebben en ,,vliegen snel tegen het plafond”, zegt Van der Linden. Onderzoeker Van der Land filosofeert graag over ,,dat toenemende gevoel van onzekerheid” dat Nederlanders hebben. Ook het ,,gevoel van onbehagen en onveiligheid” is naar zijn idee toegenomen.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde deze maand dat 60 procent van de Nederlanders de indruk heeft dat criminaliteit toeneemt. In 2012 was dat nog 64 procent. Terwijl Nederland volgens het SCP veiliger wordt. Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders in 2014 de ,,minste criminaliteit sinds jaren” rapporteerden.
Voor Hilda van Stuivenberg is de buurtwacht een soort sport. Ze is suikerpati?nt, wil genoeg bewegen, en de spinning bike op zolder is zo saai. Van der Linden heeft in de jeugdzorg gewerkt en wil graag iets betekenen voor zijn wijk. Mensen initi?ren buurtwachten vaak zelf, zegt onderzoeker Van der Land: ,,Het gaat vaak niet zozeer om probleemwijken, maar juist om meer gegoede buurten.” De gemeente verstrekt soms ‘werkkleding’, biedt cursussen en houdt contact met de wachten.
Ongeveer zeven keer heeft buurtwacht Maandereng een ,,heterdaadje” gehad dat tot een aanhouding leidde. Behalve de benzinedief was er ook een man die twee broden stal uit een magazijn.
Vorig jaar met Oud en Nieuw was een groep jongeren fikkie aan het stoken, zegt Van Stuivenberg als ze langs een schutting naast een bedrijventerrein lopen. Ze raakte aan de praat met een van de jongens, die vertelde onder invloed van coke en speed te zijn. ,,Ze wilden naar een of ander partyfeest. Dus toen heb ik de politie gebeld.” De jongen werd opgepakt.
Slecht imago
Buurtwachten hebben soms een slecht imago, zegt Van der Land. ,,Als ze in achtertuinen gaan kijken of de deur op slot zit, vinden sommige mensen dat heel vervelend.” Toen Marco Gerritsen met zijn idee voor een buurtwacht bij de gemeente aanklopte, werd gewaarschuwd: ,,Maar het moet geen knokploeg worden.”
Ook in Maandereng werd geprotesteerd. Het oudste lid van de Edese buurtwacht ging vroeg in de morgen zijn honden uitlaten en ontdekte de leuzen op woonhuizen en stroomhuisjes. Er stonden dingen als ‘BPT weg ermee” en ,,kankerzooi NSB”, herinnert Van Stuivenberg zich. Ze vermoeden dat het een bekende ,,anti-autoritaire” man uit de wijk is, maar de dader is nooit gevonden. Van der Land: ,,Het is een paar keer gebeurd dat iemand van een buurtwacht door bewoners werd belaagd.”
Effecten buurtwacht
In Nederland zijn nog geen resultaatmetingen naar burgerwachten gedaan. Buitenlands onderzoek laat een positief beeld zien, constateert socioloog Vasco Lub, verbonden aan de Erasmus Universiteit. ,,Uit de meerderheid van internationale evaluaties blijkt een grotere reductie of kleinere toename in criminaliteit ten opzichte van vergelijkbare wijken waar geen burgerwachten actief zijn.”
Gemeente Ede denkt dat de buurtwacht in Maandereng heeft geholpen. In 2014 is het aantal inbraken in de hele stad met bijna 45 procent gedaald ten opzichte van 2013 – wijkspecifieke cijfers ontbreken. Vaak gaat dit soort projecten samen met andere initiatieven om de veiligheid te vergroten, zoals inbraakpreventiecampagnes. Dat maakt de directe invloed lastig meetbaar.
In Tilburg zijn het afgelopen jaar opmerkelijke resultaten geboekt met een digitale burgerwacht. In verschillende wijken nemen bewoners deel aan WhatsAppgroepen, waar ze – nadat ze de politie hebben gebeld – melding doen van verontrustende gebeurtenissen. In de 35 Tilburgse buurten waar tot dan toe een digitale burgerwacht was, is het aantal inbraken afgenomen met 40 procent.
Op dit moment zijn in negentig Tilburgse straten en buurten WhatsAppgroepen actief. De wijkagent wordt er ook bij betrokken. Ben Vollaard, hoofddocent economie aan de Universiteit van Tilburg, doet samen met student Martijn Akkermans onderzoek naar de invloed van de WhatsAppgroepen. ,,Die hebben een afschrikwekkend effect”, zegt Vollaard. Vaak zijn potenti?le inbrekers mensen uit de buurt, die horen dat bewoners elkaar waarschuwen als er iets gebeurt, ze weten dat er in de wijk goed wordt opgelet. ,,Ik houd me al heel lang met preventie bezig, en hoe goed dit werkt is echt h??l bijzonder.”
Uit het onderzoek van Marco van der Land blijkt ,, vrij duidelijk”, zo zegt hij, dat buurtwachten kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de overheid en dat het een gevoel van veiligheid kan geven. Dat geldt overigens vooral in wijken waar mensen langere tijd blijven wonen en elkaar al kennen. Als er een hoge ‘omloopsnelheid’ is, worden bewoners juist angstiger als ‘buurtpreventisten’ in gele hesjes door de wijk struinen.
De buurtwacht Maandereng heeft een eigen keet, waar de leden om op te warmen automaatkoffie drinken uit plastic bekertjes. Van der Linden en Van Stuivenberg gaan meestal nog door tot een uur of twaalf ’s nachts. Als het rustig is, kijken ze bij mensen naar binnen. Het is een soort tv-kijken, zeggen ze. ,,Voor ons is het ook leuk als er iets gebeurt.”
Als ze in achtertuinen gaan kijken of de deur op slot zit, vinden sommige mensen dat heel vervelend
“Sociale media gaan inbraken tegen” kopte een artikel van Frans Nikkels in Tubantia.?Sinds de invoering van de burgerwacht in augustus 2013 zijn volgens Peter Sjabbens (rechts op de foto) geen inbraken gepleegd in Veeneslagen (gemeente Rijssen).
Door inzet van social media kan criminaliteit worden tegengegaan. In plaats van WhatsApp gebruiken deze burgerwachters de app Line om elkaar op de hoogte te houden van mogelijk onraad.
“Het voordeel van Line is dat deze software een beter overzicht geeft”, zegt Sjabbens. “In WhatsApp moet je soms een heel stuk terugscrollen. In Line kun je makkelijk notities plaatsen en die vind je snel terug.”
Burgers gebruiken WhatsApp als er onraad zou zijn in de wijk. Sjabbens adviseert in buurt-whatsappgroepen lagen aan te brengen om een chaos in het berichtenverkeer te voorkomen. Zo zou er in elke straat een co?rdinator moeten zijn die het eerst wordt aangesproken. Voor de hele wijk is er een buurtregisseur die van de straatco?rdinatoren een telefoontje krijgt als er een serieuze dreiging is. “Anders zie je door de bomen het bos niet meer.”
Inbrekers mijden massaal buurten waar bewoners elkaar via Whatsapp waarschuwen voor verdachte personen. Dat blijkt uit onderzoek?door de Universiteit van Tilburg. Het is voor het eerst dat het effect van whatsapp-buurtgroepen wetenschappelijk is onderzocht. In het hele land werken bewoners steeds vaker samen om inbrekers – met behulp van hun mobieltje – te stoppen. Meestal nemen bezorgde burgers het initiatief voor een whatsapp-groep na een inbraakgolf.?Mensen die iets verdachts zagen moesten eerst 112 bellen, en daarna een signalement doorgeven via Whatsapp. De Whatsapp-berichten werden ook ontvangen door de politie.
Het gemiddeld aantal woninginbraken daalde in de wijken met een buurtgroep van zestig naar dertig per maand. Ook?werden?tien inbrekers op heterdaad aangehouden. Het is onduidelijk of dat meer is dan in een situatie zonder buurtgroep.
Onderzoeker Martijn Akkermans zegt verrast te zijn door de scherpe daling van het aantal inbraken. “Inbraken worden vaak gepleegd door lokale inbrekers. Als ze weten dat er een Whatsapp-groep actief is, haken ze af. Ook worden buurtbewoners mogelijk alerter en zijn ze eerder geneigd om de politie te bellen als ze iets verdachts zien.?Dit project kan een schoolvoorbeeld zijn voor de rest van Nederland. Voorwaarde is wel dat er per wijk genoeg mensen meedoen en dat de gemeente de whatsapp-groepen strak co?rdineert.”
,,Door het whatsapp-project gaan mensen waarschijnlijk ook meer doen aan preventie, zoals betere beveiliging van hun woning,” zegt Akkermans. ,,Dat helpt natuurlijk ook om het aantal inbraken omlaag te krijgen.”
De Nationale Politie zegt enthousiast te zijn over het experiment. Het is onduidelijk of er al plannen zijn om dit op meer plaatsen in te voeren. ,,Niet alleen in Tilburg, maar op meer plekken in het land maken buurtbewoners gebruik van whatsapp-groepen voor de veiligheid in hun wijk,” zegt Sybren van der Velden, landelijk co?rdinator woninginbraken. ,,Deze groepen fungeren als extra ogen en oren in de wijk. Op deze manier kan snel veel informatie worden verzameld die de politie kan helpen bij het sneller opsporen van verdachten.”
De onderzoeksvraag van luidde:
Welk effect heeft het WhatsApp-project tot nu toe?gehad op het aantal woninginbraken in aangesloten buurten van de gemeente Tilburg?
Hieronder een samenvatting?uit dat onderzoek met onderaan het volledige rapport.
WhatsApp-project Tilburg
Het WhatsApp-project in de gemeente Tilburg omvat een initiatief waarbij burgers, gemeente?en politie samenwerken om door middel van het communicatiemiddel WhatsApp informatie uit?te wisselen en op die manier woninginbraken tegen te gaan. Deelnemende buurtbewoners van?aangesloten buurten krijgen duidelijke instructies over hoe ze bij het zien van verdachte?situaties moeten handelen conform de regels die hiertoe zijn opgesteld binnen het WhatsAppproject.?Hierbij wordt de zogenoemde SAAR-methode gehanteerd. SAAR staat voor Signaleren,?Alarmeren, Appen en Registreren. Bij het signaleren van een verdachte situatie in de buurt?worden bewoners geacht om eerst meteen de politie te alarmeren via 112. Voorts zijn de?deelnemers ge?nstrueerd de verdachte situatie en de verdachte personen te beschrijven en?deze informatie te delen via de WhatsApp-groep. Na circa 10 minuten worden de WhatsAppberichten?door de co?rdinator van de WhatsApp-groep doorgestuurd naar de politie, en?zodoende geregistreerd. Dit proces blijft in gang totdat er geen verdachte gebeurtenissen meer?worden waargenomen.
Gelijktijdig met de activatie van de WhatsApp-groepen wordt er voor de aangesloten wijk ook?een gesloten Facebook-groep ge?ntroduceerd die gelinkt is aan de WhatsApp-groepen. Deze?Facebook-groepen worden in dit onderzoek dan ook beschouwd als onderdeel van het?WhatsApp-project. Behalve voor het plaatsen van berichten en eventuele foto?s van verdachte?situaties of personen vanuit de berichtgeving in de WhatsApp-groepen, worden de Facebookpagina?s?ook gebruikt voor het delen van informatie over preventieve maatregelen die?bewoners kunnen nemen om de kans op een inbraak te verkleinen.?Het WhatsApp-project in Tilburg is ontstaan nadat een inwoner van de wijk ?De Reeshof? aan de?gemeente en politie het idee voorlegde om in zijn buurt een buurt-WhatsApp te starten om zodoende woninginbraak tegen te gaan. Dit idee werd door de gemeente en politie positief?ontvangen, en vervolgens hebben de drie partijen het idee verder uitgewerkt en ontwikkeld. De?eerste WhatsApp-groepen zijn toen ge?ntroduceerd in de woonbuurt van de initiatiefnemer en?in de overige buurten van deze wijk. Vervolgens zijn in andere buurten van de door de?gemeente geselecteerde wijken in Tilburg WhatsApp-groepen op verschillende tijdsmomenten?ge?ntroduceerd.
Resultaten D
e gemeente Tilburg heeft de gegevens van het aantal geregistreerde inbraken per week per?buurt in Tilburg geleverd voor de tijdsperiode vanaf week 26 van het jaar 2013 tot en met week?19 in 2015. Het gaat dus om paneldata met zowel variatie over de tijd als tussen buurten. In?week 35 van het jaar 2014, op 31 augustus, zijn de eerste WhatsApp-groepen gestart in 11?verschillende buurten.?In week 19 zijn van 2015?zijn in?totaal 35 buurten?WhatsApp-groepen actief.
De resultaten uit de bovenstaande kwantitatieve analyse suggereren dat het WhatsApp-project?een substantieel effect heeft gehad op het aantal inbraken in de buurten waar WhatsApp actief?is geweest. Het effect blijkt bovendien ook niet van korte duur, immers negen maanden na?introductie is het effect nog duidelijk terug te zien in de inbraakcijfers.
Conclusies
De grote impact laat zich op verschillende manieren verklaren. Allereerst kan het project een?afschrikwekkende werking te hebben, puur omdat potenti?le inbrekers lucht krijgen van een?initiatief waarbij bewoners actief worden betrokken. Daarnaast kunnen een verhoogde?alertheid en meldingsbereidheid als gevolg van het WhatsApp-project mogelijk de?heterdaadkracht vergroten. Hoewel we niet over gegevens van het aantal meldingen en?heterdaadbetrappingen beschikken over de periode v??r de introductie van WhatsApp, doet?het zeer geringe aantal meldingen en aanhoudingen in de tijd dat de WhatsApp-groepen actief?zijn vermoeden dat dit kanaal niet in grote mate direct bijdraagt aan de daling van het aantal?inbraken. Ten derde kunnen het aantal en de kwaliteit van preventieve maatregelen genomen?door bewoners tegen woninginbraken toenemen als gevolg van informatieverschaffing over?preventie via de Facebook-pagina?s. Tot slot kan het WhatsApp-project via toegenomen?betrokkenheid van bewoners bij de veiligheid in de buurt en door verbeterde sociale cohesie in?de buurt het effect van de andere initiatieven gericht op het verlagen van het aantal inbraken?versterken. In dat geval hangt het effect van het WhatsApp-project ook samen met de andere?initiatieven die al actief zijn of die er uit voortvloeien. De daling in het aantal inbraken lijkt te?zijn veroorzaakt door een combinatie van de hierboven beschreven effecten gerelateerd aan?het WhatsApp-project. Bovendien is er mogelijk een wisselwerking tussen de genoemde?effecten.
Waaks is een samenwerkingstraject tussen politie, gemeente en hondenbezitters om de veiligheid in de wijk te verhogen en woninginbraak, auto-inbraak en andere vormen van criminaliteit tegen te gaan.
Hondeneigenaren lopen dagelijks, vaak op gezette tijden op straat en kennen hun eigen wijk goed. Zij herkennen daardoor ook sneller verdachte situaties, zoals personen in de tuin van de buren terwijl deze van huis zijn. Of personen die opvallend in auto?s of woningen kijken. Als gemeente kunt u daarom aan de hondenbezitters vragen om de ogen en de oren van hun wijk te zijn en mee te doen aan Waaks.
Meedoen aan Waaks betekent dat hondenbezitters extra alert zijn op verdachte situaties en deze situaties melden bij de politie. Hierdoor kan de politie snel handelen wat de pakkans vergroot. Het is van belang dat de hondenbezitters niet zelf ingrijpen bij een verdachte situatie, maar dat zij de politie bellen. Hun eigen veiligheid staat uiteraard voorop. Dit geldt voor alle buurtpreventie initiatieven.
Hoe werkt het?
Gemeenten nodigen hondenbezitters uit voor een startbijeenkomst. Daarna kunt u via een nieuwsbrief contact houden met de deelnemers van Waaks over de situatie in de wijk en natuurlijk de resultaten van Waaks.
Waaksdeelnemers krijgen van de politie een training in het signaleren van verdachte situaties en het onthouden van signalementen. Ook is er aandacht voor de veiligheid van de hondenbezitter. Politie en hondenbezitters houden in het project Waaks vaak rechtstreeks contact. De politie laat ze weten wat er met hun melding is gedaan.
Deelnemers
Waaks is niet alleen voorbehouden aan hondenbezitters. Ook deelnemers van buurtpreventieprojecten of Burgernet kunnen deelnemen. Het voordeel is dat deze mensen bekend en bereikbaar zijn en al betrokken bij de veiligheid en leefbaarheid in de buurt.
Ook niet georganiseerde burgers kunnen waaks zijn. In de gemeente Huizen bijvoorbeeld kent men burgerparticipanten: individuele burgers die actief bijdragen aan de veiligheid. Ook zij krijgen een workshop met tips en uitleg van de politie.?Tijdens de bijeenkomst geven politie en gemeente meer uitleg over het project. U wordt meegenomen in de geheimen van het signaleren, opsporen en herkennen van verdachte situaties. Uiteraard is er ook voldoende ruimte om met elkaar in gesprek te gaan. Meedoen is vrijwillig.
Effectiviteit
Er zijn geen cijfers beschikbaar waaruit blijkt dat Waaks een direct positief effect heeft op de inbraakcijfers. Gemeenten passen dit middel toe in combinatie met andere interventies. De inzet van Waaks leidt vaak wel tot meer meldingen bij de politie, maar het is niet te herleiden of deze meldingen ook voor meer aanhoudingen zorgen. Waaks lijkt een positief effect te hebben op de sociale cohesie en veiligheidsbeleving. Bewoners ervaren meer betrokkenheid en meer sociale controle in de wijk.