Tagarchief: facebook

Project P

De party rave in Mecosta County kent zelfs jaren na dato nog hardnekkige copycats, die allemaal nog steeds op Project X zijn gebaseerd (deel 2 van de film is overigens nog niet uit). Diverse Facebookgroepen gebaseerd op het orginele ” Project P”. #ProjectP is weliswaar trending op Twitter en Facebook, maar specifiek worden de aankondigingen niet, omdat men weet dat de politie meekijkt. Cryptische beschrijvingen worden gebruikt. Zackary Quick is een goede vriend van de vier originele organistoren van ?Project P? en heeft zijn besmeerde?jeep ingezet als ‘party prop’ ?voor het nieuwe feest.

“Een?oudere dame vervloekte mij in Grand Rapids omdat haar kleinzoon gewond raakte in het vorige feest”, aldus Quick. “Het is niet netjes om te zeggen misschien, maar het was echt hun probleem dat ze er waren.” Ze organiseren nu een derde feest sinds juli.?Ze nodigden onder andere via Facebook weer?meer dan 12.000 mensen uit voor een feest dat misschien in Greenville of Gowen wordt gehouden, ergens begin augustus. De t-shirt verkoop loopt alvast goed. Bekijk de video?waarin het kat-en-muisspel tussen de politie en de feestbeesten duidelijk wordt.

“Grote groepen?jongeren die naar een feest komen is van alle tijden”, zegt Mark Reiss, verantwoordelijk voor de openbare orde in Greenville. Reiss geeft aan alle vertrouwen te hebben in de politie, die in staat zal blijken om voldoende personeel in te zetten en crowd management interventies en tactieken zal gebruiken om alle sin goede banen te leiden.

“Ik denk niet dat we meer kunnen doen dan de tips die we krijgen te bekijken en social media te monitoren, op zoek naar een locatie, en of het wel of niet doorgaat allemaal”, zegt Reiss. “Maar totdat het plaatsvindt?kunnen we geen mensen aanpakken waarvan we vermoeden dat ze iets gaan doen in de toekomst. We kunnen alleen?reageren op wat ze doen.”

Voor het feest is ook een DJ ingehuurd, vertelde iemand aan FOX 17, maar ook die weet nog niet waar ‘ie zijn moet.

In de tussentijd?zullen Sheriff Todd Purcell en hoofdofficier?Pete Jaklevic in?Mecosta County nog een gezamenlijke persconferentie geven over het lopende onderzoek naar het vorige feest en iets aangeven over de schade die is aangericht. Dat terwijl het derde feest alweer in aantocht is…

Update: bekijk in onderstaande reportage hoe eea verliep, waar na afloop 3 jongens zijn aangehouden?na een feest met 2000 mensen:

Bron: FOX 17

 

 

App: I Am OK

Organisator Chokri Mahassine roept voor 2014 alle Pukkelpoppers op om de gratis app ‘I am OK’ te installeren. Hiermee kun je je familie, vrienden of geliefden laten weten dat je OK bent als je in een incident of ramp terecht komt. De app werd drie jaar geleden, na de Pukkelpop-ramp, ontwikkeld door Belgacom.

De festivalorganisatie kondigde een extra reeks veiligheidsmaatregelen aan nadat op Pukkelpop 2014 de Club-tent instortte tijdens een kort maar hevig onweer. Er komen extra verankeringen aan de tenten, een permanente weerdienst en bijkomende keuringen. De organisatie zal de komende dagen de weersituatie op de voet volgen en zal de festivalgangers op alle mogelijke manieren informeren: Twitter, Facebook, lichtkranten, de Pukkelpop-app,…. Op de grote videowalls op het festivalterrein zal een filmpje worden getoond met veiligheidsinstructies.

De organisatie heeft de drie grootste telecomoperatoren uitdrukkelijk aangemaand tot een verhoogde alertheid m.b.t. de capaciteit van de zendmasten. Met ??n druk op de knop verstuurt de gebruiker een sms?je naar vooraf ingestelde telefoonnummers. Dat bericht kan omgezet worden naar Facebook en Twitter. Het vermeldt meteen ook de gps-co?rdinaten van de gebruiker.?’I am OK’ is beschikbaar op?Android?en in?de App Store van iTunes.

iPhone Screenshot 1

iPhone Screenshot 2iPhone Screenshot 3iPhone Screenshot 4

Bronnen: De Standaard,?iTunes

Facebook Maffia

gangster

Nieuwe generatie, nieuwe communicatiemiddelen. Ook bij de maffia. Waar de oude dons alleen pizzini, gecodeerde briefjes, gebruikten, maakt de nieuwe generatie maffialeden volop gebruik van sociale media. Ze hebben facebookpagina?s, liken van alles en nog wat, scheppen op over hun acties en dagen zelfs politie en justitie uit.

The Independent en Telegraph schrijven over Domenico Palazzotto (28, uit Palermo) die op zijn Facebook, weliswaar onder een valse naam, selfies publiceerde: varend op zijn speedboot, kreeft etend op een terras.

Domenico Palazzotto, a Palermo mobster, has created a Facebook page under a false name, posted photos of himself cruising on motorboats, sitting down to sumptuous lobster and champagne dinners and riding in a limousine

Palazzotto likete zanger Kenny Loggins maar ook tv-series over de maffia. Hij beledigt openlijk?de politie en chat openlijk met een man die tot zijn clan wil behoren. Stuur maar een cv, schreef Palazzotto. ?We need to consider your criminal record. We do not take on people with clean records?.

Een ander maffialid schreef op zijn facebook dat hij nu nog ?one of the small sharks? is maar dat ?the moment will come when I rise to the surface and will have no pity for anyone.?

Online actief zijn was voor de oudere generatie ondenkbaar, aldus een maffiaonderzoeker. De nieuwe generatie laat alles zien, omdat ze respect willen. ?Het probleem is echter dat je dan vindbaar bent en opgepakt kan worden?.

De maffiabaas werd steeds invloedrijker in Arenella, een buurt in Palermo, waar hij naar verluid geholpen had met afpersingen. Palazzotto werd juni jl aangehouden als onderdeel van de Operatie Apocalypse, samen met 94 anderen. De politie hoopt hiermee een (tijdelijk?) einde te maken aan de verkiezingsfraude, afpersingen en drugshandel. Maar belangrijker nog: ze probeerden hiermee een fusie te stoppen?met andere groepen. De neef van Domenico, Gregorio (37) scheen een belangrijke schakel te zijn in deze actie, die vanuit de gevangenis zijn orders uitgaf. Ook Gregorio gebruikt Facebook om Maffia?verlinkers een hak te zetten. Hij plaatste: ” Ik ben?niet bang voor handboeien, maar wel voor mensen die beginnen te ‘zingen’ om eruit te komen”.

Bronnen: Independent, Telegraph,?CopsinCyberspace

112 bellen als Facebook eruit ligt?

911Toen Facebook in de VS even niet bereikbaar was,?belden?veel mensen bezorgd naar 112. In New York, Los Angeles en andere plaatsen was Facebook tijdelijk uitgevallen. Gebruikers twitterden daarover, hashtag #facebookdown of #FML erbij, en belden voor de zekerheid ook maar met de politie. Maar dan wel naar het noodnummer: 911. Er belden zo veel mensen dat sergeant Burton Brink van de Los Angeles County Sherrif Department zich genoodzaakt zag te twitteren dat Facebook geen zaak voor de politie was. ?Please don?t call us about it being down, we don?t know when FB will be back up!?

Als vitale infrastructuren uitvallen bellen mensen 911. Wat vitaal is, daar verschillen de meningen over. Zo belden mensen eerder 911 toen de televisie ermee ophield. En dat zie je ook terug op social media, daar stroomt het berichten als een traditioneel of modern mediakanaal eruit ligt. Het is niet vreemd dat er veel gebeld wordt. Amerikanen krijgen van jongs af veel te horen over het bekende telefoonnummer. Voorbeelden zijn er te over van grappige en onzinnige telefoontjes waarin mensen oprecht vinden dat ze in nood zitten.

Hoewel de politie niet verantwoordelijk is voor het functioneren van social media, moeten ze wel elke keer in de digitale pen kruipen om er wat van te zeggen en de 911 lijnen te ontlasten. Want social media is een krachtig en effectief middel, weten de meeste korpsen.?Facebook zelf twitterde alleen dat er hard gewerkt werd aan het oplossen van de storing.

Case: Max Schrems en de strijd om je eigen gegevens

In augustus 2014 deden zo’n 800 Nederlanders mee aan een?Europese strafzaak tegen Facebook.?Facebook mag nu zelfs je sms’jes lezen, want de kleine lettertjes van de Messenger-app geven Facebook ?toestemming om je ongezien af te luisteren en te begluren.?Max?Schrems weet uit ervaring hoe de procedures bij?Facebook werken?en eist voor elk van deze deelnemer 500 euro van Facebook, omdat het sociale netwerk de privacy van haar gebruikers zou schenden. Het totale aantal deelnemers staat nu al op meer dan 12 duizend. Wie is Max Schrems en waarom doen mensen dit? Lees er meer over in onderstaand blog.

De gebruikers zijn van die privacyschending niet altijd op de hoogte, zegt directeur Hans de Zwart van Bits of Freedom, dat zich inzet voor digitale privacy.? “Ik denk dat je niet altijd weet hoeveel data je met Facebook deelt zonder dat je het door hebt.”

Tracken door het hele web
De Zwart: “Een van de dingen waar Schrems aandacht aan wil besteden is het feit dat Facebook jou door het hele web?trackt, ook op pagina?s die niet van Facebook zijn. Als jij naar de website van The New York Times gaat, kan Facebook dat zien en je hebt niet per se door dat Facebook weet welke artikelen jij leest.??De directeur van Bits of Freedom denkt dat Facebook vooral ‘een soort winkelcentrum aan het worden is waarin je moet zoeken naar de posts van je vrienden’. ?Ik merk daarbij dat Facebook steeds meer kort door de bocht gaat als het gaat om Europese privacywetgeving. Daar houden ze zich niet altijd aan en dat moet wel gaan gebeuren.”

Deelname aan PRISM
De rechtszaak maakt dan ook een goede kans, is zijn inschatting. ?Omdat Facebook op een aantal punten echt niet voldoet aan de Europese wetgeving. Ze zijn een Europees bedrijf. Ze zijn gevestigd in Ierland. Alle Facebookgebruikers die niet uit de VS komen zijn klant in Ierland. En Facebook houdt zich bijvoorbeeld met de gebruikersvoorwaarden niet aan de wetgeving. Facebook doet mee aan het PRISM-programma van de NSA. Facebook lekt data aan derden via apps: allemaal manieren die niet kunnen.”

Waarom is het erg dat Facebook zoveel van je weet? Sebastiaan van der Lubben beschreef het aardig op zijn blog

Stel: je wordt verdacht van een ernstig misdrijf en opsporingsambtenaren leggen een link tussen daad en?dader?verdachte door gebruik te maken van sociale media. Mag dat? In Amerika is een debat ontstaan over deze zoekmethode. Een verdachte van ontvoering en moord werd herkent door gebruik te maken van profielen die hij aanmaakte op datingsites. Daarop veel foto?s vanuit verschillende hoeken van de dader. Slimme gezichtsherkenning (denk CSI) deed de rest. Dus kopte NextGov:?Feds turn to dating websites and facial recognition tools to catch crooks. Logisch: de zoekmethode gaat een stuk sneller dan het opsporen en overtuigen van (onwillige) getuigen om mee te werken aan het proces. De techniek doet de rest.

Gezichtsherkenning gaat sneller en beter dan vijf, zes jaar geleden. De technologie wordt goedkoper en het aantal foto?s op internet explodeert. Zoeken in online bestanden naar boefjes is een fluitje van een cent. En precies daartegen maken rechtsgeleerden, de?Federal Trade Commission?en het Congres grote bezwaren. De overheid krijgt zo wel heel veel macht om naast verdachten ook een referentiecheck te maken van iedereen in de (directe) omgeving.?Law enforcement goes 2.0?zou je kunnen zeggen, met alle juridische vraagstukken van dien.

Commerci?le bedrijven profileren gebruikers al op basis van data over hun internetgedrag. En dat gaat heel ver. Zo ervaarde Max Schrems, een Oostenrijkse rechtenstudent. Hij leunt op het resultaat van een simpele vraag aan Facebook. Mag ik van u alle persoonlijke gegevens die u van mij heeft opgeslagen? Facebook, officieel gevestigd in Dublin (Ierland) valt onder Europees privacywetgeving. En daarin staat het recht om te weten welke gegevens instanties of bedrijven van individuen opslaan of gebruiken. Het resultaat van Schrems vraag is overigens 1222 pagina?s. En dat is lang niet alles. Facebook houdt, naar eigen zeggen, gegevens achter.

maxschrems2main-420x0
Wie deze grote databestanden over individuen enerzijds combineert met de operationele vraagstukken van het?opsporingsapparaat?stuit al snel op lastige ?vraagstukken in het?recht. Hoogleraar ICT & Rechtstaat?Mireille Hildebrandt?(Radboud Universiteit Nijmegen) hield precies over over dit onderwerp haar oratie, eind vorig jaar. In een interview over die?oratie?[pdf]?stelde zij: ?Wie volledig doorrekenbaar is, kan volledig worden gemanipuleerd. de rechtsstaat bestaat om ons daartegen te beschermen. De burger moet greep krijgen op die onzichtbare doorzoekingen.? Zoals Schrems probeerde bij Facebook.

Haar standpunt is om ??n belangrijke reden relevant. Nu lijkt privacy vooral een?individuele?keus. Ik moet immers zelf weten of ik wil Facebooken, Twitteren, Flickren. Hildebrandt stelt echter dat de (rechts)staat daarin ??k een taak heeft. Zeker als zo ongecontroleerd en ondoorzichtig van die gegevens gebruik kan worden gemaakt. De taak en rol van de staat als behoeder van individuele rechten dreigt nog wel eens onder te sneeuwen in het debat over privacy op internet. En zij zwengelt dat terecht aan. Mocht je twijfelen over het nut en de noodzaak van dat debat, kijk dan even naar het?filmpje?van Max Schrems.

Als “het recht om vergeten te worden” je niet gegund wordt, kun je onderstaande in ieder geval zelf nog doen [infographic]:

Bronnen: Blog Sebastiaan van der Lubben, BNR, Joop.nl

Van de straathoek naar Facebook

straathoek
Zoals wellicht bekend, staan social media vol met foto?s van dikke stapels geld, dure Gucci-schoenen en Cartier horloges, maken veel jongeren selfies met schotwonden en vereren ze er hun ?voorbeelden?, zoals Willem Holleeder.

Jongeren die voorheen op straat rondhingen, meten zich online ?een criminele identiteit? aan ? ze doen ?alles voor respect?. En wie respect wil, of stoer wil overkomen, moet daarvoor eerst bewijs aanleveren: een foto, een posting, een tweet. Van den Broek bestudeerde een jaar lang berichten en foto?s die straatjongeren, grotendeels uit de Rotterdamse wijk Spangen, op social media zetten.

‘Straatcultuur speelt zich steeds meer af op social media in plaats van op straat.’ Dat zegt criminoloog Jeroen van den Broek tegenover Govrien Oldenburger van Sevendays. Met zijn scriptie over het social mediagedrag van criminele jongeren won hij de Rotterdamse Scriptieprijs 2014. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’? Inmiddels wordt het begrip straatcultuur niet alleen maar toegepast in onderzoek naar (ongewenst) gedrag van jongeren op straat, maar ook op scholen en op social media.

Onderstaande?definitie van de Jong over?straatcultuur lijkt daarmee vandaag de dag wat achterhaald:
?Alle gedeelde ervaringen, kennis, betekenissen en symbolen die relevant zijn in het dagelijkse doen en laten van straatjongens die samen hun vrije tijd doorbrengen in de openbare ruimte van hun
(achterstands)buurt.? (de Jong, 2007: 149).
‘Ik wilde graag de link leggen tussen straatcultuur en social media’, vertelt Van den Broek, die liever social media dan sociale media gebruikt, definieert het als volgt”het geheel aan user generated content dat wordt gecre?erd en gedeeld via digitale platformen die dienen voor het overdragen van informatie”.?Hij begon zijn onderzoek met een YouTube-filmpje van een crimineel jeugdnetwerk dat iemand hem liet zien. ‘Daarna ben ik die jongens ??n voor ??n gaan onderzoeken.’ Daarbij maakte hij uitsluitend gebruikt van openbare netwerken, zoals YouTube, Instagram, Twitter en Keek (waar je filmpjes op kunt zetten). Wat bleek? Online was h??l veel over ze te vinden. ‘Die jongens houden een soort performance om status te krijgen. Ze zetten een beeld van zichzelf neer dat zo straat mogelijk is.’ Daarbij is stapels geld showen heel belangrijk, volgens Van den Broek. Net als het vertonen van criminele activiteiten. ‘Ze poseren met geld, wapens of zakken drugs. En scheppen erover op dat ze iemand beroofd hebben.’ De meesten waren begin twintig, schat hij. ‘Maar er zaten er ook een paar van vijftien en zestien tussen.’
Status
Is het niet een beetje dom om openlijk op te scheppen over je criminele gedrag? ‘Misschien wel, maar ze vinden het respect dat ze op die manier verkrijgen belangrijker. Ik denk dat het een kosten batenafweging is.’ Van den Broek kwam het in ieder geval bijzonder goed uit, voor zijn onderzoek. ‘Ik had nooit gedacht dat ik zoveel informatie over deze groep zou kunnen verzamelen.’ Aanvankelijk probeerde hij zelfs contact met ze te leggen. ‘Ik wilde van h?n horen waarom ze zich zo uiten in het openbaar.’ Dat wilden ze helaas niet. ‘Geeft niet’, oordeelde Van den Broek. ‘Het maakte mijn onderzoek alleen maar sterker. Zo kon ik aantonen hoeveel informatie je al kunt vinden over zo?n netwerk zonder ze ooit gesproken te hebben.’ Hun gegevens anonimiseerde hij. Nooit overwoog hij de politie in te schakelen. ‘Als onderzoeker moet je onafhankelijk zijn.’ Nu hij is afgestudeerd, werkt hij voor de gemeente en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar legt hij uit hoe je social media kunt gebruiken om informatie te krijgen over een jeugdcultuur. Op 1 september moet hij nog even terug naar zijn oude universiteit, de Erasmus Universiteit. Dan krijgt hij zijn oorkonde en 1500 euro uitgereikt. Wat gaat hij met het geld doen? ‘Een mooie auto kopen’, grinnikt hij. ‘Dat is goed voor m?jn status.’
Niet verrassend concludeert hij dat social media ?een dankbaar platform? vormen voor jongeren die zich een crimineel imago willen aanmeten. In een straatcultuur waar het draait om geld en ?laten zien hoeveel je hebt?, zijn deze media bij uitstek geschikt om te pronken ? jongeren posten zelfs foto?s van een bonnetje van twee flessen bacardi ? 150 euro. En een brief van de politie waarin je wordt gevraagd om dna af te staan, bewijst dat je ?een vrij ernstig delict? hebt gepleegd en ?dat is statusverhogend?.
Volgens Van den Broek is er door social media veel veranderd. Jongeren ontmoeten elkaar minder dan voorheen, hun hang naar respect is het allerbelangrijkst. Dat de politie meekijkt op social media, interesseert ze niet. Als ze iets illegaals posten en niet worden gepakt, levert dat extra respect op. Bovendien gebruiken ze straattaal en allerlei verbasteringen, ?voor buitenstaanders onbegrijpelijk?. Volgens Van den Broek heeft zijn onderzoek vooral aangetoond dat het voor de criminologie ?van groot belang is zich op een serieuze manier bezig te (gaan) houden met social media?.

Virtuele etnografie
Van den Broek gebuikte als onderzoeksmethode?virtuele etnografie,?een term die werd ge?ntroduceerd door Christine Hine in 2000 en doelt op?etnografisch onderzoek op het internet. Hij beschrijft het als volgt:

“Doordat veel van onze sociale interactie zich steeds meer richting het digitale domein begeeft, wordt het voor sociale wetenschappers steeds belangrijker om ook deze online gedragingen van mensen in ogenschouw te nemen. Kozinets (2010) definieert in zijn boek virtuele etnografie (door hem omgedoopt tot netnografie) als een gespecialiseerde vorm van etnografie die rekening houdt met de mogelijkheden die digitale communicatie ons biedt binnen onze huidige sociale netwerken. Virtuele etnografie is dus vooral zinvol in onderzoek naar gemeenschappen waarbinnen digitale communicatie een belangrijke rol speelt (Hine, 2000). Volgens Kozinets zijn er een aantal significante verschillen tussen ?normale? etnografie en de virtuele tegenhanger die het bestaansrecht van een zelfstandige methode rechtvaardigen. Ten eerste verschilt het verkrijgen van toegang tot een groep op internet wezenlijk van real life-toegang. Zowel ?participeren? als ?observeren? (etnografie wordt ook wel aangeduid als ?participerende observatie?) betekenen binnen het digitale domein iets wezenlijk anders dan in real life-etnografie. Ten tweede biedt virtuele etnografie zowel enkele nieuwe uitdagingen als nieuwe mogelijkheden ten opzichte van de klassieke vorm. Het gebruik van bijvoorbeeld aantekeningen verandert wezenlijk, omdat men alle tijd en ruimte heeft om precies te noteren wat men tegenkomt. Binnen de virtuele etnografie zijn kladblok en potlood daarom overbodig geworden. Mede door deze ontwikkeling verandert ook de hoeveelheid data die men verkrijgt uit beide vormen enorm. Ten slotte verschilt ook de manier waarop data geanalyseerd dient te worden, vanwege het feit dat bij virtuele etnografie de data al in digitale vorm verkregen wordt. Als derde benoemt Kozinets het verschil met betrekking tot ethische principes op het gebied van veldwerk. Bestaande ethische principes zijn heel duidelijk gebaseerd op de klassieke
vormen van veldwerk en lenen zich niet goed voor toepassing op virtuele etnografie. Dit komt het duidelijkst naar voren op het gebied van informed consent.

Binnen de virtuele etnografie bestaan verschillende onderzoeksmethoden, zoals bijvoorbeeld een sociaalnetwerkanalyse tracht men bepaalde structuren en patronen van relaties tussen bepaalde mensen binnen een netwerk te analyseren (Kozinets, 2010).”