Tagarchief: opsporing

De recherche game

Burgers willen heel graag met de politie meedenken, zeker over een geruchtmakende?zaak. Daarom werkte de politie in samenwerking met Nederlandse organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek?(TNO) aan een recherchegame (de Social Media Recherchegame), die?bedoeld is om het publiek een actievere rol te geven in de opsporing. Een?uniek en veelbelovend concept. Gaming dringt op dit moment overal door,?bijvoorbeeld in het onderwijs. Logisch ook, want een interactief scherm?biedt nu eenmaal veel meer mogelijkheden dan de bladzijden van een?leerboek. In de recherchegame ? nu nog een pilotproject ? kunnen burgers?met hun eigen (echte) cold case aan de slag. Wat is er gebeurd? Welke sporen?zie ik?

recherchegame3

Door op de plaats delict (PD) op onderzoek te gaan, verzamelen spelers?feitenmateriaal in een casefolder, inclusief eigen notities. Wil een speler iets?nader illustreren, dan kan hij afbeeldingen uploaden in de casefolder of een?video maken en op YouTube plaatsen. Als hij genoeg informatie heeft verzameld,?is het tijd voor een reconstructie en opent hij het reconstructiescherm.

recherchegame4

Het reconstructiescherm is het belangrijkste onderdeel van het spel. Hier?komt alles samen wat er tijdens het onderzoek en de gesprekken met medespelers?is verzameld. Feitenmateriaal, notities, foto?s, betrokkenen en dergelijke?krijgen allemaal een plek in de tijdlijn om aan te geven wanneer bepaalde?belangrijke gebeurtenissen rondom het misdrijf hebben plaatsgevonden.?Spelers kunnen hier dus aangeven hoe zij denken dat het misdrijf gepleegd?is en wie er op welke manier bij betrokken zijn. Via de vriendentab kunnen?spelers zien hoe ver hun vrienden zijn met de game en ook commentaar bij?hun bevindingen zetten. Wil een speler de case van iemand anders inzien,?dan moet hij een bod doen. Het blijft een game, dus een competitie. Is een?speler tevreden over de reconstructie, dan dient hij deze in.

De game werd ontwikkeld omdat het in de praktijk voor de politie niet eenvoudig?is om burgers bij een zaak betrokken te houden. Op de een of andere?manier lijken websurfers een korte aandachtsspanne te hebben. Ze hebben ?voortdurend nieuwe prikkels en uitdagingen nodig, en die krijgen ze in deze?game.

Wat dit spel uniek maakt, is dat het gewoon op Facebook kan worden?gespeeld, door meerdere spelers tegelijk. Is er nu sprake van een zwaar?misdrijf dat snel moet worden opgelost, dan is het mogelijk om die case in?de recherchegame in te brengen en aan het publiek voor te leggen. In feite?is dit een conceptuele doorontwikkeling van het initiatief van de politie?Groningen om het publiek op een andere manier in te schakelen bij de?Zuiderdiepmoord, door burgers te laten meedenken over mogelijke scenario?s.?De ultieme ambitie van de game is om de (kwaliteit van de) input bij?opsporingsonderzoeken te vergroten. Met andere woorden: dit is weer een?handige extra tool om tunnelvisie bij de recherche te helpen voorkomen.

Een bijkomend voordeel van deze game is dat deze ook bijdraagt aan de?digitalisering van de politie. Nieuwe werkwijzen worden altijd met argwaan?bekeken, maar in de toekomst zal de politie veel vaker digitaal moeten werken.

Ten slotte is de game goed voor het imago van de politie en voor het vertrouwen?van de burgers in de politie. Door zware zaken met het publiek te?delen laat de politie niet alleen zien dat ze actief met een zaak bezig is, maar?ook dat ze bereid is informatie met de burgers te delen en ook echt iets doet?met de oplossing die die burgers hebben aangedragen.?De ontwikkeling van de game is momenteel stopgezet, maar is nog wel ?door TNO getest aan de hand van een cold case, de zaak van de duivenmelker. ?Het betreft de onopgeloste moord op Henk Gerritsen, gepleegd op 30 maart 1998?in Apeldoorn. Deze zaak is ook aan de orde geweest in diverse TV programma’s, zoals het Zesde Zintuig waar enkele burgers ook aan meededen:

Een internetgame spelen en daarmee de politie helpen een misdrijf op te lossen. Het idee is ge?nt op de zogeheten ?social games? als Farmville en Maffiawars.?Dat zijn relatief eenvoudige spelprogramma?s binnen sociale netwerken als Facebook die in de afgelopen paar jaar razendsnel aan populariteit hebben gewonnen en – bijzonder – spelers uit alle lagen van de bevolking aanspreken. Elma Bos, detijds?plaatsvervangend divisiechef recherche?van de politie Noord-Oost Gelderland?denkt dat dergelijke games ondersteunend kunnen zijn bij politie-onderzoek:

,,Je moet je voorstellen dat we in zo?n spel elementen aanbrengen die te maken hebben met lopende onderzoeken in de realiteit. Dat kan op diverse manieren. De spelers van het spel krijgen scenario?s voorgeschoteld en moeten daar conclusies uit trekken. Of zelf scenario?s ontwikkelen op basis van omstandigheden op een plaats delict. Achterhalen waar de jutezak vandaan komt waarin delen van een lichaam zijn aangetroffen. Of wat de meest waarschijnlijke route is geweest van een dader van A naar B.?Feitelijk doen we zo een beroep op de creativiteit, de denkkracht en de kennis van een potentieel heel grote groep spelers. Het kan ons aan inzichten en informatie helpen, waar we anders van verstoken waren gebleven. Het hoeft trouwens niet alleen te gaan om het zoeken naar daders. Je kunt spelers ook mee laten denken over alternatieve scenario?s voor bijvoorbeeld de aanpak van drugszaken.?

Zoals gezegd is verdere ontwikkeling en lancering van de game stopgezet, maar wie weet staan dit soort zaken straks op deze manier op het web. Het blijft een interessant idee.

Bronnen: artikel uit De Stentor, vrijdag 12 november 2010.

App: De Politie Zoekt

iPhone schermafdruk 1iPhone schermafdruk 2

Depolitiezoekt is een gratis opsporingsapp, aangeboden door de politie. Deze app biedt een overzicht van onopgeloste zaken van politieregio’s die zaken op depolitiezoekt.nl hebben staan.?Bekijk foto’s en video’s van gezochte personen, ontvang een notificatie als er een nieuwe zaak is, geef tips.?Filter op regio/categorie. Wie wordt in jouw regio gezocht? (Alleen regio’s met zaken op depolitiezoekt.nl zijn te kiezen) en blijf op de hoogte van ontwikkelingen in onderzoeken. Downloaden via?de website??of voor de iPhone? of voor Android

Digitalisering politiewerk

ipalogoOnderstaand artikel verscheen eerder in het magazine van?IPA-Nederland:

De digitalisering van de samenleving is een gegeven.?Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is?de opkomst en het gebruik van internet. Een groot?deel van de Nederlandse bevolking en van het Nederlandse?bedrijfsleven is actief op internet. Omdat?de politie als frontlinieorganisatie midden in de samenleving?staat, is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op het gebied van internet?en in te spelen op de kansen die internet biedt.?Aan alles merk je dat het ons als politie ernst is bij?te blijven en onze medewerkers zodanig toe te rusten,?dat ze de burger op een verantwoorde manier?kunnen helpen bij zaken die op de digitale snelweg?spelen. Verderop in het artikel zal ik ontwikkelingen benoemen, die ons daarbij helpen of moeten gaan?helpen.

Social media: het nieuwe dna
Dit is het boek dat Frank Smilda, kwartiermaker van?de Dienst Regionale lnformatie Organisatie van Noord-Nederland schreef met Arnout de Vries van TNO.?Social media zorgen voor een nieuwe revolutie in de opsporing,?zoals DNA dat dertig jaar geleden was. Maar?social media spelen hierin een dubbelrol. Net als DNA?is het een belangrijke informatiebron. Maar het is tevens?het nieuwe platform waarop de ‘digitale’ rechercheur?en de online Sherlock Holmes (samen) werken aan opsporing.?Social media democratiseren de opsporing en?maakt de rol van burgers hierin nog belangrijker. Dit vereist?een verandering van het ‘DNA’ van iedere agent, een?’gamechanger’ in alle facetten van het politiewerk.

ln ons personeelsblad 24/7 was al een artikel te lezen?over het “Speuren op Social Media”. Daarin konden?we lezen dat de korpsleiding heeft ingestemd met een?meerjarig programma dat als doel heeft het gebruik van?social media in te bedden in alle (operationele) politieprocessen.?Dit is een nobel streven, want we kunnen als?politie natuurlijk niet meer om de digitalisering van de?samenleving heen. ln alle politieprocessen speelt de digitalisering?een rol, of dat nu bij lntake, bij Handhaving?of bij Opsporing is. Martine Vis van de Eenheidsleiding?Rotterdam is landelijk verantwoordelijk voor de inbedding?van social media binnen de politie.

Het programma zelf geeft aan dat social media niet?meer weg te denken zijn uit onze maatschappij. Mensen?gebruiken social media om elkaar te betrekken, te?informeren en te be?nvloeden met in hun kielzog de reguliere media. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn:?voor bestuurders, politie, het Openbaar Ministerie, maar?ook voor de burger zelf. Recente voorbeelden zijn de?publieke verontwaardiging over de verdachten van uitgaansgeweld?in Eindhoven (camerabeelden) en een?ogenschijnlijk onschuldige Facebook-uitnodiging die?leidde tot grote ongeregeldheden in Haren (Project X).?Social media brengen nieuwe mogelijkheden met zich?mee, maar ook vele (bestuurlijke) dilemma’s en vragen.?Het proces lijkt soms ongrijpbaar en het is zelfs de vraag?of ‘grip krijgen’ ?berhaupt nog aan de orde is. Veel overheidsorganisaties?worstelen dan ook met de vraag hoe?men moet omgaan met een verschijnsel dat zo snel, invloedrijk?en schijnbaar stuurloos is.

Om de verbinding met de samenleving niet te verliezen,?moet de politie mee gaan in deze ontwikkeling. Social?media bieden de politie daarbij ook nieuwe mogelijkheden?verbinding te maken in de haarvaten van de maatschappij?met online gemeenschappen en individuele?burgers. Korlom, de komst van social media heeft een?nieuwe dimensie aan het politievak toegevoegd.?Het gebruik van sociale media in het politiewerk is een?steeds belangrijker rol gaan spelen. Onderzoek er naar?staat nog slechts in de kinderschoenen. Tegelijkertijd?kunnen we dus ook constateren dat er al veel in gang?is gezet en dat er talloze praktische toepassingen zijn?ontwikkeld. Belangrijk is het om deze initiatieven ook
met elkaar te delen. Ook hierbij kunnen sociale media?een nuttige rol spelen. Met de komst van sociale media?is een dimensie aan het politievak toegevoegd die niet?genegeerd kan en mag worden , maar waar tegelijkertijd?nog een wereld te winnen valt…

Als politie gebruiken we de social media steeds meer?als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de ‘z??r opvallende’?opmars van social media bij de politie afgelopen?jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook?de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen?hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keren
bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door?ons als politie tot een krachtig middel waarvan steeds?meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen?worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van?social media en het betrekken van burgers bij het politie?werk. We beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten?via eigen profielen op Faeebook en?Twitter. Daarnaast plaatsen we op YouTube bewakingsbeelden?van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen?naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie. Het jaar 20’13 liet zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld.

Ontwikkelingen

Buiten de sociale media moeten we?als politie ook op andere gebieden?binnen de digitale wereld thuis raken.?Vanaf 2008 tot 2013 werkte het Programma?Aanpak Cybercrime (PAC)?samen met de toenmalige regio’s die?op het gebied van digitalisering iets?wilden ontwikkelen. Een greep uit?wat er zoal is ontwikkeld en tot stand?gebracht volgt hier onder.

E-learning lntake

Aanleiding
De burger doet steeds meer aangifte?van cybercrime gerelateerde zaken?(zoals hacken, internetfraude, zedendelicten?via MSN).?Het eerste aanspreekpunt van de?burgers hierbij zijn de intakeorganisaties?en de callcenters.?Wanneer Service & lntake en de?Callcenters niet bekend zijn met?deze vormen van criminaliteit, niet?bekend zijn met de terminologie of?niet weten hoe de melding afgehandeld?dient te worden heeft dit twee?grote gevolgen:

  • De burger voelt zich niet geholpen?en blijft wellicht gedupeerd, een?volgende keer zal de burger dan?ook weinig vertrouwen hebben?om weer aangifte te komen doen.
  • Bepaalde (vormen van) criminaliteit?en strafbare feiten worden?niet aangepakt en blijven onopgemerkt.

Maar ook wanneer de melding?geen strafbaar feit betreft zal aan?de burger uitgelegd moeten worden?waarom dat zo is. Burgers en?bedrijven moeten met vragen of advies,?op het gebied van cybercrime?en cybersafety bij de politie terecht?kunnen.

ln een onderzoek van het Lectoraat?Cybersafety van de Noordelijke Hogeschool?in Leeuwarden in 2009?blijkt dat de kennis over computer-?en internetcriminaliteit op grote?schaal ontbreekt bij Service & lntake?eenheden en de Callcenters. Dit?is onwenselijk omdat zij het eerste?contact vormen met de burger (Politie en Cybercrime Intake en Eerste opvolging, Een onderzoek naar de intake van het werkaanbod cybercrime door de?politie – Lectoraat cybersafety, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, 20 maart 2009. Zie het volledige onderzoek onderaan dit blog).

Doelstelling

De doelstelling van dit project is om?alle (toekomstige) medewerkers lntake?en Service (baliemedewerkers,?medewerkers callcenter, etc.) op te?leiden en te voorzien van de kennis?en kunde op het gebied van cybercrime?die voor hun functie nodig is. Zodanig?dat ook het vertrouwen van de?burger en het bedrijfsleven groeien.?ln het district Noord- en Oost- Gelderland?is deze e-learning op grote?schaal aan de medewerkers aangeboden.

Handreiking lntake

De handreiking intake cybercrime,?”Alledaags Politiewerk in een gedigitaliseerde?omgeving” is een praktische?beschrijving van verschillende?facetten die van belang zijn?voor de intake van aangiften cybercrime?door de politie. lntakers van?de politie kunnen de handreiking?gebruiken wanneer zij een aangifte?cybercrime opnemen. De handreiking?richt zicht op algemene kennis.?Het is een informatief boekwerk?en niet normatief. Het boekwerk?geeft geen procedurebeschrijvingen,?schrijft dus niet voor volgens welke?stappen de intake moet verlopen.?De Handreiking is als boekwerk beschikbaar?binnen de Eenheden, maar?is ook te raadplegen op Politiekennisnet.

Open Bronnen

De training Gebruik Open Bronnen?via lnternet (GOBI) stimuleert het?gebruik van open bronnen en bevordert?kennis op het gebied van een?veilig gebruik van internet. Het is?gericht op het opdoen van ervaring?en delen van kennis van het zoeken?binnen open bronnen op internet.?Deze training is in opdracht van politie?Haaglanden en in samenwerking
met het Programma Aanpak Cybercrime?(PAC) ontwikkeld. Doel van de?training is medewerkers binnen alle?processen te faciliteren en te ondersteunen?in hun werk door ze, op?een veilige manier, gebruik te laten?maken van informatie uit open bronnen?op internet in de dagelijkse politiepraktijk.?Tijdens de projectfase in?Haaglanden heeft het project GOBI?geleid tot belangrijke successen.?Een van de successen is dat het gebruik?van informatie uit open bronnen?binnen de projectperiode aan?meer dan 460 zaken een positieve?bijdrage heeft geleverd.?De training is op dit moment beschikbaar?voor het hele land en zal?via het Programma Social Media?verder worden uitgerold.

Vijfdaagse / e-Iearning tactisch?rechercheurs
Vanaf 2009 tot 31 december 2012 is?het Programma Aanpak Cybercrime?actief met stimulering en organisatie?van een opleidingsaanbod voor de?algemene tactische recherche. Dit?aanbod bestaat uit twee trainingen,?namelijk

  • een 5daagse training via contactonderwijs,?die wordt verzorgd?door de Politieacademie en
  • een variant daarop die deels via elearning?plaatsvindt en wordt verzorgd?door de Deloitte Academy.

lnhoudelijk zijn de trainingen vrijwel?gelijk.

Het vijfdaagse trainingsprogramma ‘Digitalisering in de?Opsporingspraktijk’ van de Politieacademie komt voort?uit het Landelijk Project Digitaal Opsporen (LPDO) en is?sinds 2004 in uitvoering. ln opdracht van de Board Opsporing?heeft het PAC in 2008 de training ge?valueerd.?Daaruit bleek de behoefte van de korpsen aan een flexibele?opleidingsvariant. Als antwoord heeft het PAC in?opdracht van de Board Opsporing in 2009 een verkorte,?deels via e-learning te volgen, opleiding voor tactische?rechercheurs en leidinggevenden laten ontwikkelen.?Sinds 1 januari 2010 worden beide opleidingen aan de?korpsen aangeboden.

Compronet
ComProNet – het Community Protection Network – is?een high-tech sensor- en social mediaproject om sneller?hulp te bieden bij incidenten en te zorgen voor meer?heterdaadjes. Het gaat uit van actieve wederkerigheid?(tweerichtingsverkeer).?Binnen ComProNet werken burgers, particuliere en publieke?bedrijven, professionals, politie, brandweer, ambulance?en sensoren samen om criminaliteit terug te?dringen via de smartphone.?De politie is hierin een hulpverlener of ondersteuner en?daarmee nadrukkelijk (net als de burgers) onderdeel van?ComProNet. Hierdoor werken burgers en overheid samen?aan het veiliger maken van de maatschappij. Om?de burger goed te informeren en te betrekken maakt?ComProNet gebruik van slimme software om incidentmeldingen?en aanvullende informatie te ontvangen, te?verwerken en acties uit te zetten. Het systeem bekijkt de?inzetmogelijkheden van deelnemers in de buurt van een incident, die kunnen bijdragen aan de oplossing van het incident en faciliteert de onderlinge communicatie tussen de deelnemers aan een incident.

ComProNetpic

De pilots, die gehouden werden in Groningen, Assen en?op Schipholwaren een groot succes.?Eind 2012 draaide een ComProNet pilot in Assen. Via?de iPhone stonden ondernemers, politie, beveiliging en?gemeente zes weken lang in contact met elkaar, en het?werkte. Het aantal aanhoudingen en boetes steeg, het?gevoel van veiligheid ook. De politie was meestal zeer?snel ter plaatse, gewapend met de juiste informatie, tot?aan foto’s toe. 85% van de heterdaadjes is te danken?aan een burger.?ComProNet is de ideale tool om de opvolging door de?politie te versnellen en te verbeteren. Of ComProNet landelijk?wordt uitgerold is een beslissing die nog door de?nationale politie moet worden genomen. Het PAC heeft?de portefeuillehouder Digitalisering en Cybercrime verzocht?mogelijkheden te zoeken om de functionaliteit van?ComProNet verder te omtwikkelen.?Op dit moment doet de Nationale Politie er nog niets?mee, terwijl het in de uitvoering erg kan helpen heterdaadkracht?te verhogen. Het ligt “op de plank”.?Mochten er vragen bij jullie leven over hetgeen ik in dit?stuk heb uiteengezet dan kunnen jullie me altijd bellen.

Auteur: Bert Veltman,?Ambtelijk secretaris Hoofden Digitale Expertise

App: Met Self Evident je eigen dossier

selfevidentDe Self Evident app is een voorbeeld van hoe burgers een eigen opsporingsdossier kunnen maken vanaf het plaats incident. Als getuige of slachtoffer kunnen burgers foto’s of video’s toevoegen, een opname maken van hun getuigenverklaring en relevante zaken op een kaartje plotten. Dit dossier kan met een druk op de knop met de politie gedeeld worden.?

Report crime with the Self Evident app

Van honderdduizenden misdaden wordt jaarlijks geen aangifte gedaan. Daar zijn diverse redenen voor, maar het gedoe van aangifte op het bureau of de drempel van een telefoontje naar de politie tellen hierbij mee, aldus de makers. En als van de aangegeven misdaden slechts 20-25% van de misdrijven wordt opgelost, is de motivatie om aangifte te doen niet bij iedereen even hoog. Als burgers iets kunnen bijdragen neemt dat percentage enorm toe. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de misdaden worden opgelost door middel van burgerparticipatie en dat de pakkans groter is als de aangifte snel binnenkomt (de zgn. ‘heterdaadsituatie’). Tijd voor een gratis app moeten de makers?gedacht hebben, waarbij burgers meer mogelijkheden wordt geboden om snel, eenvoudig en doeltreffend aangifte te doen.

Het mini-opsporingsdossier staat op een besloten plaats in de cloud en middels een cocreatieproces wordt het met de politie gedeeld. Of met een verzekeringsmaatschappij. Een getuigenverklaring kan zelfs tot en met de rechtzaal gebruikt worden, omdat het de verklaring van de getuige als audiobestand voor de rechter kan afspelen daar waar een agent aan het bureau nu een getuigeverklaring nog in de computer moet typen wat feitelijk al een vertaling is. De gebruiker kan ook tekst toevoegen of een filmpje maken en toevoegen van verklaringen van eventuele andere getuigen. Ook social media is onderdeel van de app, waarmee je ook anderen kunt informeren over hetgeen gebeurd is.

Burgers kunnen ook zien wanneer hun dossier is geopend of geupdate met informatie vanuit de politie. Ook zouden burgers zelf scenario’s kunnen toevoegen of extra informatie geven mochten zij later nog zaken bedenken. Tevens zit er een feedback mogelijkheid in, om de politie te laten weten wat je over de afhandeling van je zaak vindt. Elk misdaadtype kan worden aangegeven, maar voor noodgevallen dient het noodnummer 112 gebeld te worden dat ook met 1 druk op de knop vanuit de app gedaan kan worden.

Er zit een private partij achter deze dienst, die wat geld vraagt voor het opslaan van deze dossiers die elk zo’n 60MB kunnen bevatten. Daarnaast is de dienst afhankelijk van donaties van onder andere burgers, het Allen Lane Foundation en?Robert Peel Trust?fonds en bijdragen van politiekorpsen. Maar getuigendossiers of slachtofferdossiers die met de politie gedeeld worden zijn (vooralsnog alleen in de UK) gratis. De inkomsten die mogelijk voortvloeien uit politiezaken gaan naar een goed doel tegen misdaad in het gebied waar de incidenten plaatsvonden via het Robert Peel Trust?fonds. Met een credit systeem kopen mensen via PayPal of creditcard dossiers in waarbij deze beveiligd ‘in the cloud’ wordt opgeslagen.

De kracht van online opsporing

De kracht van online opsporing; Een onderzoek naar het gebruik van Twitter binnen de opsporing.

wordcloudZoeyPlanjer

?- Masterscriptie Zoey Planjer,?Universiteit Utrecht

??Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen ??n andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen??.

Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen ??n man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.

Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto?s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto?s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ?? Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken???. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.

De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.

Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?

Centrale vraag in deze masterscriptie is ??Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”?

Het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk

District Zuid van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland maakt gering en ongestructureerd gebruik van sociale media. Hierdoor laat het korps veel kansen liggen in de opsporing. Dat is de boodschap van bijgevoegd onderzoeksrapport van Rebacca van Someren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk van district Zuid en in de wensen en voorkeuren van de doelgroep, om zo een sociale mediastrategie te ontwikkelen voor district Zuid (onderdeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland). Naast het doen van uitvoerig deskresearch, zijn er interviews afgenomen met twee experts op het gebied van sociale media en politie en met zes politiekorpsen, waarvan vijf Nederlandse korpsen en ??n Brits korps. Daarnaast is er een panelgesprek gehouden onder vier doelgroepleden. Uit het panelgesprek is o.a. gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van het huidige sociale media gebruik onder buurtregisseurs en aan het actief onder de aandacht brengen van het sociale media gebruik van district Zuid onder burgers. Daarnaast gaven de panelleden aan dat zij graag een terugkoppeling ontvangen als zij participeren aan de opsporing. Uit de interviews is o.a. gebleken dat het van belang is dat district Zuid het gebruik van sociale media ten eerste intern in kaart brengt voordat er extern wordt gecommuniceerd. Verder is gebleken dat de best practices effectieve werkwijzen gebruiken in hun opsporingspraktijk en dat het belangrijk is om te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van sociale media. Aan de hand van deze uitkomsten zijn er conclusies getrokken en is er een advies opgesteld. Dit advies bestaat uit een passende sociale mediastrategie voor district Zuid en concrete aanbevelingen voor de uitvoering ervan in de opsporingspraktijk. De aanbevelingen voor district Zuid bestaan uit de volgende vijf stappen. Deze stappen dienen in chronologische volgorde uitgevoerd te worden.

1. Inventariseren en structureren: Realiseer eenduidigheid binnen het korps wat betreft het gebruik van sociale media. Breng structuur aan in de Twitteraccounts van buurtregisseurs, zodat deze accounts voor burgers inzichtelijk en makkelijk vindbaar zijn.

2. Uitbreiden en intensiveren: Breid het gebruik van Twitter onder buurtregisseurs uit (elke wijk dient vertegenwoordigd te zijn door minstens ??n buurtregisseur) en maak frequenter gebruik van de drie essenti?le sociale media Twitter, YouTube en Facebook.

3. Strategie?n toepassen: Pas de vier manieren van burgerparticipatie effici?nt toe en maak tegelijkertijd gebruik van de mogelijkheid om (sociale) media te combineren en te verbinden. Houd burgers op de hoogte over wat er – naar aanleiding van een tip of melding – met een zaak is gebeurd.

4. Het gebruik ter kennis brengen: Breng het sociale media gebruik actief onder de aandacht van burgers d.m.v. een campagne of “??oude”?? media.

5. Anticiperen op ontwikkelingen: Leer van fouten en deel elkaars tips. Blijf op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van sociale media en pas werkwijzen voortdurend aan op ontwikkelingen, kennis en bekwaamheid.?

Bachelor thesis (2012) van Rebacca van Someren,?Hogeschool van Amsterdam, begeleiders Bas?Naber, Casper?Muller

 

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde van de Politieacademie uitvoerde in opdracht van politie Zeeland-West-Brabant naar aanleiding van het plaatsen van een moordzaak op het internet (onderzoek Mostafa Talaie zie persbericht 20 dec 2013).

Bij de inzet van van het Dossier Talaie is door 122 burgers een korte enqu?te ingevuld van tien vragen. De inzet van burgers heeft bij dit politieonderzoek zelf niet tot de oplossing van de zaak geleid. De vraag is volgens de onderzoekers of dit ?berhaupt wel lukt, als burgers op een voor hen onvolledig dossier hun scenario’s moeten baseren. Burgers lijken daar zelf ook aan te wijfelen, is gebleken uit de reacties. Voor veel respondenten voelde de hulpvraag als ‘ mosterd na de maaltijd’, aangezien het onderzoek al twee maanden aan de gang was. Ook de vraagstelling moet gerichter, meer op basis van informatie die dan al bekend is. Tegenover die twijfel staan wel grote pluspunten: het publiek vindt het een goed initiatief en waardeert het feit dat ze betrokken wordt. Volgens onderzoekers Henk Sollie en Nicolien Kop dient het rechercheteam ook een ‘ dossierfunctionaris’ aan te stellen dat input bijhoudt en vastlegt. Deze persoon houdt dan overzicht zodat er effici?nter gewerkt kan worden. Ook is het belangrijk burgers direct terugkoppeling te geven over hun bijdrage. Mensen weten dan wat ze wel of niet hoeven aan te dragen. Dit voorkomt dubbel werk bij zowel burgers als politie, aldus de onderzoekers.

Ik ben zelf sinds 2006 actief ten aanzien van het betrekken van burgers bij de opsporing. In Utrecht plaatsten we destijds al een cold case online met het verzoek aan burgers om mee te rechercheren.

In september 2011 vroeg de Groningse politie hulp van burgers bij het onderzoek Zuiderdiep. Hier werd de moordzaak al na een week online gezet. De Rotterdamse politie vroeg in 2012 de hulp van burgers via een website bij de vermissing van Monika Tanova.

Achtergrond
Begin 2011 heeft de politie de Strategie Aanpak Criminaliteit vastgesteld. In deze strategie is cocreatie met burgers en bedrijven benoemd als een van de drie hefbomen om de effectiviteit van de aanpak van criminaliteit te vergroten. De politie vraagt bijvoorbeeld burgers om hulp bij het oplossen van een moord. Het lijkt een moderne variant op het familiespel Cluedo, maar het is een serieuze oproep aan burgers om mee te denken in een lopend recherche-onderzoek. Wie kan het gedaan hebben, hoe kan het gebeurd zijn en wat is het mogelijke motief? Cocreatie is de meest intensieve vorm van burgerparticipatie waarbij een bedrijf of burger en de politie een gedeeld probleem hebben en gezamenlijk werken aan een oplossing die voor beide partijen waarde cre?ert.

Bij al deze zaken werden speciale websites gelanceerd waar burgers werd gevraagd mee te puzzelen en scenario’s aan te leveren ten behoeve van het onderzoek. Na enig recherchewerk werden deze scenario’s door de politie terug geplaatst op de website. Het grote verschil met de traditionele werkwijze is dat burgers niet enkel als informant betrokken werden, maar dat ze ook meedenken in de hypothese- en scenariovorming. Er kwam, zo bleek uit de evaluaties, waardevolle informatie binnen, die echter in deze zaken niet tot een doorbraak hebben geleid.

Positief over de inzet van het online dossier op politie.nl
Uit het onderzoek van de Politieacademie is gebleken dat nagenoeg alle respondenten positief zijn over de inzet van het online dossier op politie.nl. Met name vanwege de grote kennisbron en ?frisse blik? die aangeboord wordt. Iets meer dan de helft van de respondenten leverde ook suggesties voor verbetering van het onlinedossier en/of burgerparticipatie bij de opsporing. Hun aanbevelingen hebben betrekking op de wijze van informatieverstrekking, het design van de website en de interactie tussen burgers en het opsporingsteam en tussen burgers onderling. De resultaten van het onderzoek worden door de politie gebruikt om burgerparticipatie in de opsporing te bevorderen en verbeteren.

Lees hier het volledige rapport:

In de uitzending van Nieuwsuur (3 mei 2013) geven deskundigen een reactie:

Peter van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie aan de Faculteiten der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit, spreekt over diskwalificatie van de recherche

?Wat hier gebeurd, is om burgers te laten meedenken alsof ze zelf rechercheurs zijn. Het is een diskwalificatie van je eigen vak. Want wat je zegt is: ?Ach, dat werk dat jullie als rechercheurs doen, dat kan iedere willekeurige burger doen.? Wat ze in feite doen is goed te vergelijken met een chirurg, die denkt van: ?Ach, ik heb hier een ingewikkeld probleem en hij gaat buiten op straat een paar willekeurige burgers aanhouden: ?Ik heb een ingewikkelde operatie, komen jullie dat even voor mij doen, dan hou ik wel even toezicht van een afstand.? Dat is nou precies wat de recherche nu aan het doen is.?

?Wij vragen burgers mee te denken en dan moet je ze informatie geven. Welke selectie aan informatie geef je ze. Dat is ten eerste een selectie aan informatie die gemaakt wordt door de rechercheurs die kennelijk niet instaat zijn om de zaak op te lossen. En bovendien moet je een zodanige selectie geven dat je niet alle privacy van allerlei mensen gaat schenden. En recherchewerk is nou eenmaal het schenden van de privacy van heel veel mensen. Dat hoort er bij. Als je dus de burgers het goed wilt laten doen, dan is het uitermate onethisch en als je het ethisch wilt doen, dan kunnen ze nooit helpen. We hebben bijvoorbeeld gezien in zaken als Marianne Vaatstra, waar allerlei mensen hun eigen onderzoekje zijn gaan doen op een uitermate onsmakelijke manier. En dat zou je hier ook kunnen verwachten als je mensen oproept om dit soort werk te gaan doen.?

?Wat natuurlijk het probleem is, stel dat burgers enthousiast gaan meewerken, dan gaan ze ontzettend veel gegevens produceren en aan de politie aanleveren. Filmpjes aanleveren, hun eigen bevindingen aanleveren, de scenario?s die ze bedacht hebben aanleveren. En als je burgers serieus neemt in dit project, moet je dat ook serieus gaan onderzoeken. Dus het is heel veel werk voor de politie met een hele kleine kans dat het ergens toe leidt.?

Danny Mekic, ondernemer en internetexpert, spreekt over een goed initiatief, want burgers bemoeien zich hoe dan ook met politieonderzoeken

?Wat je nu ziet gebeuren is dat burgers dus wel op zoek gaan naar daders, die informatie openbaar op sociale media met elkaar gaan lopen delen waar ook foutieve informatie tussen komt te staan en dus kwetsbare onschuldige mensen met naam en toenaam opeens worden gezien als een verdachte van iets. En het zou veel beter zijn als de politie iets zou ontwikkelen, een heel goed, mooi platform, noem het ?crowd-policing?, waarbij burgers dus kunnen zien: ?Dit zijn op dit moment lopende zaken waar wij zelf geen spoor meer hebben?.?

Achtergrondfilmpjes over het moordonderzoek Zuiderdiep:

Brandstichtingen ?t Zandt

?We waren niet blij maar opgelucht toen de dader gepakt werd? -?Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum over de serie brandstichtingen die ?t Zandt in zijn
greep hield.

Met de arrestatie van een 20-jarige verdachte wordt in 2007 een reeks van brandstichtingen in ?t Zandt gestopt. Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum kijkt terug op een periode waarin de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgden en de kleine dorpsgemeenschap op het Groninger platteland werd geteisterd door 19 branden.

De reeks van branden start volgens burgemeester Rodenboog direct met een bijzondere brand.??De eerste brand vond op 4 augustus 2007 plaats in een leegstaand pand, in het midden van het?dorp?, zo vertelt Rodenboog. ?Omdat het een oud huis van een aalmoezenier was, werd van meet?af aan rekening gehouden met het feit dat er mogelijk nog munitie in het huis lag. Het hele dorp?was uitgelopen om te zien wat er gaande was. De hulpverlening was groots opgeschaald. Als?burgemeester moest ik op enig moment zelfs het besluit nemen om een van de muren met een?shovel naar binnen te drukken. Dat maakte de brand in dat opzicht wel bijzonder. Gelukkig bleek?dat er geen munitie in het pand lag en dus spraken we gekscherend nog van een ?mooie oefening?.?Rodenboog weet op dat moment nog niet dat de bewuste brand het werk is van een pyromaan.

Onrust onder bewoners
?Het idee dat er mogelijk sprake was van een pyromaan begon echter al snel te dagen. De tweede?brand vond ook in een leegstaande woning plaats. Ook hier was het gas en licht al afgesloten.Toen zetten wij de eerste vraagtekens. De hulpdiensten maakten al de opmerking dat muizen?niet met vuur spelen. We waren op ons hoede.? De branden volgen elkaar daarna in hoog tempo?op. Naarmate het aantal branden toeneemt, beginnen de lokale media zich ook steeds sterker?op ?t Zandt te richten. ?Week na week kwamen de branden terug. Naarmate de situatie langer?aanhield begon ook de onrust onder de bewoners toe te nemen.? De burgemeester vertelt hoe hij?naar manieren zocht om de rust in het dorp te behouden. ?Ik bemerkte bij mijzelf dat ik keer op?keer hetzelfde verhaal hield tegen de media. Vanuit de gemeenschap kwamen er signalen op mij?af dat de kinderen slechter sliepen, uit angst voor nieuwe branden. Dat was voor mij de aanleiding?om nadrukkelijk iets richting de bevolking te doen. Ik wilde de bevolking bijpraten en laten zien?dat we er vanuit de overheid bovenop zaten.? De politie was op dat moment nog niet zover om?een gezamenlijke bewonersbijeenkomst te organiseren. ?De politie vroeg zich in eerste instantie?af of ?berhaupt iets er verteld kon worden. Het onderzoek was immers nog in volle gang en een?bijeenkomst zou het verloop daarvan kunnen schaden. Na een gezamenlijk overleg waren ze?gelukkig toch bereid om mee te werken aan een ontmoeting met de dorpsbewoners.?Op een besloten bijeenkomst hebben we hen ingelicht en betrokkenheid getoond. De politie heeft?vooral verteld over de dingen die zij sinds de eerste brand had ondernomen. Al met al was het een?goede avond.? Later wordt de bijeenkomst nog drie keer herhaald. ?Er kwamen per keer circa?120 mensen op de bijeenkomsten af. Op een van de bijeenkomsten heb ik mensen erop gewezen?dat er een gerede kans was dat de pyromaan op dat moment in de zaal zat. Op een dergelijk?moment wordt het dan ijzig stil. Later blijkt dat de jongen die als verdachte is opgepakt ook?daadwerkelijk aanwezig is geweest bij een van die bijeenkomsten. We zaten er dus niet ver naast?met onze inschatting.?

Politiepost in het dorp
Omdat de angst en zorgen onder de bevolking blijven, zoekt Rodenboog naar nieuwe strategie?n.??Ik pleitte voor een politiepost in het dorp. Terwijl in heel Nederland her en der politieposten?waren gesloten, pleitte ik ervoor om in een dorp een 24-uurs post te bemannen. Het idee is tot?aan de korpsleiding doorgesproken. Uiteindelijk is in het dorpshuis een post geopend, waar men?in de dagsituatie kon binnenlopen, een babbeltje kon maken en opvallende zaken kon melden.?Dat heeft uiteindelijk erg goed gewerkt.? Waar gedurende de eerste branden vooral de lokale en?regionale media als het Dagblad van het Noorden en RTV Noord op de branden afkomen, merkt?Rodenboog bij de tiende brand dat ?t Zandt inmiddels onderdeel is geworden van een heuse?landelijke mediahype. ?Ik dacht nog, wat gebeurt me hier? Zo? n beetje heel Nederland was naar??t Zandt gekomen om verslag te doen. Om hen tegemoet te komen hebben we op een gegeven?moment een persconferentie gegeven met de laatste stand van zaken.? Rodenboog staat stil?bij deze persconferentie. ?We hebben toen de fout gemaakt om de persconferentie echt aan te?kondigen, waardoor er bij de pers verwachtingen ontstonden dat wij met groot nieuws zouden?komen. Toen bleek dat we alleen het nieuws van de tijdelijke politiepost konden geven en nog niet?met de aanhouding van een mogelijke dader naar buiten kwamen, was dat voor de aanwezige?media een teleurstelling. We dachten alles juist te co?rdineren door de filmploegen tegelijkertijd?te woord te staan. Maar onder deze omstandigheden werkte dat averechts.??Lange tijd is de voormalige blusploeg uit ?t Zandt bij veel dorpsbewoners verdachte nummer ??n.??Het was een buitengewoon vervelende situatie. In 2006 had de gemeenteraad besloten om de?brandweerpost in het dorp op te heffen. Al bij de eerste brand bij het pand van de aalmoezenier?kreeg ik dat besluit weer terug op mijn bord, door dorpsbewoners die me toevertrouwden dat?de ?aig?n brandweer ?t met ain stroaltje nog had kunn?n bluss?n?. Hoe dan ook, het besluit is?indertijd weloverwogen genomen. Via een herverdeling van de posten was de dekking in ?t Zandt?gegarandeerd, waardoor de brandweerpost in het dorp niet langer in stand hoefde te worden?gehouden. Toen de branden ontstonden, hadden veel mensen richting de oude blusgroep iets van??het zal wel iemand van de brandweer zijn?. Dat was voor de betrokken jongens heel ?vervelend,?juist omdat ze zo geworteld zijn in de lokale samenleving. Ze kregen het ook moeilijk toen de?politie hen wilde horen. Er bestaat een verschil tussen ?verhoren? en ?horen?. In het eerste?geval ben je verdachte, in het tweede geval niet. Toch leverde ook het ?horen? van de blusploeg?spanning op in het dorp. Aan de pers hebben ze doorlopend uitgelegd dat zij het niet waren.?Gelukkig had de jongen die uiteindelijk is opgepakt niets van doen met de voormalige blusploeg?uit ?t Zandt?.

Tips van basisscholen
Achter de schermen wordt hard gewerkt om de dader te pakken te krijgen. Ook defensie wordt?betrokken bij de operatie en biedt onder meer technische ondersteuning met nachtkijkers. Op het hoogtepunt zijn veertig rechercheurs betrokken bij het onderzoek. ?De recherche kreeg daarnaast?ondersteuning uit onverwachte hoek?, zo vertelt Rodenboog lachend. ?Op een gegeven moment?kreeg ik een e-mailtje binnen van een basisschool uit Staphorst. Zij hadden in een kringgesprek?over de pyromaan gesproken en mailden een aantal tips door. Ik heb hen keurig teruggemaild?dat ik hen bedankte voor de tips en dat ik deze aan de politie zou doorgeven.? Het e-mailtje uit?Staphorst blijkt de voorbode te zijn voor stapels post die in de dagen daarna op het bureau van?de burgemeester landen. ?Ik wist niet wat me overkwam. Totdat mij later bleek dat er wekelijks?op de basisscholen een actueel thema wordt gekozen, waar de groepen over spreken. Laat?nou net de pyromaan van ?t Zandt die week als landelijk thema voor de basisscholen te zijn?gekozen.? Rodenboog bladert door de mappen vol met tips die hij van basisscholen uit het hele?land mocht ontvangen. ?We kregen tal van tips binnen. Zoals deze: ?Als ze de pyromaan vinden,?sluit hem dan levenslang op, dan kunnen de kinderen rustig slapen. Groetjes van Nathalie? of?deze: ?U moet overal camera?s ophangen en spioneren. Als u de pyromaan pakt dan is mijn?bankrekeningnummer dit-en-dit?.? Een minder wenselijke ?tip? komt van een paragnost, die op?een congres in Groningen zegt dat de pyromaan ?Edwin? heet en uit het dorp komt. ?Dat stond?vervolgens op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden. Diezelfde ochtend hing Edwin?bij mij aan de lijn. Hij woonde middenin het dorp en was helemaal overstuur.? De jongen is gebeld?door RTL4 en SBS6, die al met een filmploeg onderweg zijn naar ?t Zandt om opnamen te maken?van zijn ontkenning. ?In een goed gesprek heb ik hem ervan kunnen overtuigen dat het beter was?om af te zien van het interview, om te voorkomen dat hij de situatie, zowel voor zichzelf als voor?het dorp, van kwaad tot erger zou maken. ?De volgende dag was het vijf december en ik wilde voorkomen dat we dan nog meer heisa in het?dorp zouden krijgen.? Dan slaat het noodlot toch toe. ?We zaten middenin de cyclus van branden,?toen midden op de dag een grote bewoonde boerderij afbrandde. Het hele dorp was weer?overstuur. Later bleek dat het een ?gewone? brand met een technische oorzaak was.?Het leidde tot een vreemd gevoel. Enerzijds was ik opgelucht dat het niet het werk van de?pyromaan was, anderzijds was het een nieuw drama voor iemand wiens huis was afgebrand.??Naarmate het aantal branden groeit, neemt ook de zorg toe dat de medewerking van de burgers?omslaat naar kritiek. ?In totaal heeft het vier maanden geduurd. Je verwacht dat het geduld op?een gegeven moment opraakt. Het is vooral dankzij de grootschalige inzet en de zichtbaarheid?van de politie geweest, dat het omslagpunt nooit is bereikt. Zo zijn huis-aan-huis bezoeken?afgelegd om mensen te bevragen over de mogelijke dader. Het was duidelijk dat ook de politie?alles uit de kast haalde om het probleem uit de wereld te helpen.?

Aanhouding
De opsporing leidt op 19 december 2007 tot de aanhouding van de 20-jarige verdachte, een?inwoner uit het dorp. ?Ik heb gedurende het hele onderzoek tegen de politie gezegd dat ik?geen namen wilde horen. Ik had al moeite genoeg om mij te concentreren op mijn eigen rol als?boegbeeld richting het dorp. Dat wilde ik niet laten vertroebelen door kennis over mensen die?mogelijk verdacht werden van betrokkenheid bij de branden.? Het bericht dat tot een aanhouding?wordt overgegaan bereikt Rodenboog, wanneer hij een bezoek brengt aan de politiepost in het?dorpshuis. ?De politie kwam uit het hele land om het onderzoek te ondersteunen en de post te?bemannen. Daar hing een aparte sfeer. Voor veel van de politieagenten was het een kleine re?nie,?mensen die elkaar jaren niet hadden gezien kwamen elkaar in ?t Zandt tegen.? Als Rodenboog?op de post arriveert wordt hij verzocht om naar Groningen te komen, alwaar hij door het hoofd?van het onderzoeksteam nader zal worden bijgepraat. ?Toen ik daar de naam van de verdachte?vernam en het gegeven dat hij en zijn familie daadwerkelijk uit ?t Zandt kwamen, bekroop mij?direct het gevoel van ?dit is niet best?. Bij de politie was een lichte euforie waar te nemen. Ik had?op dat moment veel meer oog voor de kant van de verdachte en zijn familie. Ik stelde mij een?jonge jongen voor, die hiermee de ruiten van zijn eigen leven ingooide.?

Opgelucht
Op de latere persconferentie kiest Rodenboog, daarin bijgestaan door voorlichter Hans?Coenraads, zijn woorden zorgvuldig. ?Vanuit de Voorlichterspool van de veiligheidsregio ben ik?een aantal weken ondersteund door Hans Coenraads, die toen nog bij de gemeente Stadskanaal?werkte. Samen stelden we vast dat we vooral ?opgelucht? waren. We waren niet zozeer ?blij? dat?we een mogelijke dader te pakken hadden, maar we waren vooral ?opgelucht? omdat het mysterie in ?t Zandt was opgelost en er een einde zou komen aan de periode van onrust.??Nog voor de persconferentie op het hoofdbureau van politie legt Rodenboog contact met de?familie van de verdachte. Ook in de dagen na de aanhouding buigt Rodenboog zich nadrukkelijk?over de familie van de dader. ?Op de afsluitende bewonersbijeenkomst heb ik nog nadrukkelijk het?verzoek gedaan om de familie niet met de nek aan te kijken. Dat is gelukkig ook niet gebeurd.?Die zijn enorm goed opgevangen door het dorp. Daar ben ik ontzettend blij om.’

Collegiaal sparren
‘Ik heb in die weken onder meer contact gehad met Jan Mans en het Genootschap, om te sparren?over de aanpak die we hadden gekozen. Mans stuurde me nog een sms?je, nadat ik in Nova had?toegelicht dat we een verdachte te pakken hadden. Dat zijn zaken die je enorm goed doen.?Ook de betrokkenheid van de korpsleiding, de commissaris van de Koningin en collegaburgemeesters?hebben me goed gedaan. Juist die collegiale betrokkenheid is enorm belangrijk?voor je functioneren in dergelijke unieke situaties.? De waardering richting de burgemeester wordt?ook gedeeld door de eigen inwoners. ?Op de nieuwjaarsbijeenkomst werd aan de branden in??t Zandt gememoreerd. Men sprak zijn waardering uit voor mijn optreden. Mijn echtgenote en ik?werden in het zonnetje gezet. Het was fijn om die waardering ook uit de eigen gemeenschap te?vernemen.?

Bovenstaand stuk is ontleend uit ‘Ingrijpende gebeurtenissen. Bestuurlijke ervairngen bij crises met lokale impact‘ van het?NGB.

Naschrift: In 2008 is Johnny B. door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan?9 voorwaardelijk. Er kwam geen hoger beroep. In 2012 werd hij opnieuw bestraft vanwege een nieuwe reeks brandstichtingen en?(pogingen tot) inbraken. Voor die feiten kreeg hij vijf jaar cel opgelegd.

Impact op de opsporing

Een week nadat de pyromaan van ?t Zandt na een gevangenisstraf van twee jaar vrijkwam, brak er weer een brand uit. Ondanks verwoede pogingen slaagde de politie er niet in de man op heterdaad te betrappen. Opvallend was echter wel dat de man direct toen hij thuiskwam na de brand was gaan kijken of er al iets over op de 112-website te vinden was.