Tagarchief: opsporing

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

De moderne Sherlock app: innovatieve ondernemingen gezocht!

Het bruist overal van de?idee?n. En zeker als het gaat om veiligheid, zo blijkt wel uit de vele initiatieven en innovaties?die in de afgelopen tijd op dit blog verzameld zijn. Jaarlijks biedt TNO ook een aantal van haar productidee?n aan in het TNO programma ‘Technologie zoekt Ondernemer’. Hiervoor zoekt TNO?innovatieve ondernemers in het MKB, die perspectiefvolle productidee?n verder willen ontwikkelen en commercialiseren. Deze idee?n zijn gebaseerd op onderzoeksresultaten van TNO en sluiten aan bij een maatschappelijk thema of een economische behoefte.

Op 30 september 2014 heeft?Arnout de Vries het idee voor het Moderne Sherlock Holmes platform gepresenteerd. Het idee is simpel en in lijn met wat in het boek Social Media: het nieuwe DNA is beschreven: betere ondersteuning voor burgers die getuige of slachtoffer geweest zijn van een misdrijf in de vorm van een app en web platform. Er zijn al apps die in de buurt komen waarover we eerder blogden, zoals Self Evident, PhotoFit Me. Maar een complete aanpak waarin de burger meer empowered wordt en goed samenwerkt met de politie middels goede ondersteuning in het opsporingsproces is er nog niet. De app is bedoeld voor diverse delictsoorten en ondersteuning in het gehele proces van Plaats Delict?tot rechtsgang

Een voorproefje in de richting van dit idee gaf hij al tijdens de presentatie bij VINT waarvan hieronder de slides en video ook zijn opgenomen:

Arnout de Vries?from?VINTlabs ? The Sogeti Trendlab?on?Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

De moderne Sherlock Holmes?from?socialmediadna

Het SBIR proces voor ondernemers bestaat uit twee fasen:

1. Een haalbaarheidsstudie rond een productidee: maximale bijdrage van TNO is ? 32.500. Hiervan is ? 7.500 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 4 maanden;
2. De verdere uitontwikkeling van het productidee tot product: maximale bijdrage van TNO is ? 250.000. Hiervan is ? 75.000 renteloos krediet en ? 50.000 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 1,5 jaar.

In de verschillende fasen van dit programma werkt TNO samen met een externe beoordelingscommissie van de Technologiestichting STW. De TNO Raad van Bestuur beslist op basis van het advies van de commissie welke ondernemers (of groepen ondernemers) een opdracht krijgen voor de verdere ontwikkeling. Bij het toekennen van de ondersteuning richten wij ons met name op bedrijven die het product zelf kunnen produceren.

Bronnen: SBIR TNO,?VINT blog,?VINTsymposium2014

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

App: Yazula

Yazula is een locatie based communicatie platform. Via de Yazula app (iOS, Android, Windows) kunnen berichten naar een geografisch gebied “verstuurd” worden. Ben je in het gebied en heb je de Yazula app, dan ontvang je automatisch deze berichten.



Recent is het eerste Buurt (Uden Zuid) een informatie Netwerk met Yazula begonnen om buurt preventie berichten via Yazula te versturen.

iPhone schermafdruk 1iPhone schermafdruk 3iPhone schermafdruk 4

Net als Whatsapp is Yazula voor dit soort initiatieven gratis te gebruiken, maar heeft het ook een aantal voordelen tov Whatsapp. Zo krijg je berichten van o.a. de volgende organisaties (location based): National Politie NL ? opsporing ? vermissingen ? nieuws / Amber Alert Nederland ? Amber Alerts / Amber Alert Europe ? Vermissingen kinderen oa in NL, BE, DE, PL, SE, IE, HR, CZ, BG / actuele info over zwemwaterkwaliteit buiten zwemplekken in NL en BE / Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond ? actuele incidenten / RTV Drenthe ? lokaal nieuws / Westland infra ? informatie over storingen in elektriciteitsnet ? aardgasnet / Gladheidsmeldingen provincie Overijssel / Info over waterstoringen in 5 tal provincies / Wegwerkzaamheden provincie Utrecht / Week aanbiedingen van een groot aantal retailers in Nederland (oa: AH, C1000, Jumbo, Spar, Media Markt, Praxis, Karwei, BelCompany, Etos, Action Scapino).

Bronnen: Yazula

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

App: Sherlock – The network

SHERLOCKAPP_iPad_mindpalace

In januari was er al een premium iOS app van, maar nu met de Android versie is het spel gratis te spelen en dus voor iedereen beschikbaar, zelfs via de Amazon appstore.?Het detective spel vraag iedereen om hulp. Wie wil de rol van Sherlock niet ook innemen?en lastige zaken in het Londense oplossen. Je moet wel wat Engels beheersen, want de Sherlockgame is nog niet in andere talen beschikbaar.

In Sherlock – Het netwerk moet je je verdiepen in?een dakloze netwerk van de hoofdpersonen die Benedict Cumberbatch als?Sherlock Holmes ook in het derde seizoen tegenkomt. Je krijgt een?grote Londense straat kaart, waarop steeds nieuwe dingen gebeuren met getuige scenes van criminaliteit die je moet onderzoeken. In Londen zelf beweegt men ofwel met de taxi, te voet of met de metro. Deze reisjes moeten wel worden betaald, alleen niet met geld maar door kleine logische puzzels op te lossen. Tussendoor gaat de telefoon telkens en krijg?je?nieuwe aanwijzingen.

SHERLOCKAPP_iPad_menu

In de tien cases?waar je mee te maken krijgt (overeenkomstig met de derde serie)?moet je de getuigen opzoeken en?oplossingen vinden en?zijn er continu kleine puzzel games, zoals?een PIN-code in een “Mastermind” stijl ontcijferen of het decoderen van een audio-opname met behulp van verschillende geluidsfilters en afspeelsnelheden.

SHERLOCKAPP_iPad_decodergame

SHERLOCKAPP_iPad_hiddenobjectgame

De game trailer:

En wat meer over de gameplay:

Hieronder een volledig overzicht van de gameplay:

  • Exclusief materiaal uit de serie met de stemmen van Benedict Cumberbatch, Martin Freeman en Mark Gatiss in hun rol als Sherlock Holmes, John Watson and Mycroft Holmes.
  • Berichten – berichten van Sherlock, John, Lestrade, Molly en Mycroft ontvangen als e-mails, tekst, video – en voicemail.
  • Cases – Er zijn tien zaken die je dient op te lossen. Verzamel voorwerpen, informatie en geld om uw zoektocht te vervolmaken.
  • Mind Palace – De ‘Mind Palace’ geeft wat inzage in hoe Sherlock informatie in zijn brein opslaat en gebruikt.?In het spel is het de opslagplaats van alle informatie die je in je zaken verzameld.
  • Mini-games?in het spel zijn onder andere:
  • Audio unscrambler – Audiokanalen versnellen of vertragen, afspelen en vooruit of teruggaan.
  • Decoder – decoderen van een drie, vier of vijf cijferige code
  • Afbeelding unscrambler – pas de positie van versnipperde of korrelige beelden aan om de ware?afbeelding te onthullen.
  • Taxi Traffic Jam spel – auto’s verplaatsen die je weg blokkeren zodat je eigen taxi erdoor kan
  • London Underground – Maak een route van?A naar B op de Londense metrokaart
  • Hidden Object – Ontdek sc?nes of aanwijzingen over het misdrijf door verborgen voorwerpen en aanwijzingen te vinden.
  • Kaart van Londen – Reis te voet door Londen te voet, taxi of de metro?en bezoek bekende plaatsen uit de serie met informatie over de belangrijkste locaties uit de TV serie.
  • Inventory Items – Hier kun je gereedschappen kopen of halen met het geld dat je verzameld in het spel. Je kunt ermee sneller door de stad verplaatsen, of het oplossen van puzzels wordt makkelijker.?Ook is het goed voor je overall score.
  • Registratie – Kan ook via Facebook
  • Leaderboard – Wie is de beste speler?op basis van snelheid en nauwkeurigheid bij het oplossen van de?cases?

Hieronder nog enkele screenshots uit de game:

Sherlock-The-Network-3 Sherlock-The-Network-2

En hoe social media gebruik in beeld wordt gebracht in films, waarbij Sherlock als voorbeeld wordt gebruikt:

App: Getuigenverklaringen

witness

Politie van Wales krijgt een ‘whopping’ ? 837.000 pond om een app te bouwen die getuigenverklaringen vanaf de mobiel zal?ondersteunen. Het geld komt van?de?Britse regering uit?een?innovatiefonds. Opmerkelijk is dat de app alleen agenten?zal ondersteunen in het?uploaden van audio en video bij een plaats delict. Dat terwijl burgers dit zelf ook al (deels) kunnen met de Self Evident app. Toch kan betere ondersteuning, ook voor de agent, geen kwaad.

Het idee van de politie uit Gwent en?South Wales is eenvoudig, maar vergt wel zorgvuldigheid in de ontwikkeling ervan. Het zal ze in praktijk voor iedereen veel tijd en moeite gaan schelen, omdat men niet hoeft?te wachten totdat op het bureau aangekomen de?getuigenverklaringen worden opgenomen. De app werkt op mobiele telefoons en tablets en de opgenomen verklaringen worden direct worden geupload naar het datasysteem van de politie. Op deze manier wordt het ook mogelijk om burgers eenvoudiger?te berichten over de status van het?strafrechtelijke dossier.

Politiecommisaris Ian Johnston: “Deze financiering is echt fantastisch nieuws en ik wil graag iedereen bedanken die hun nieuwe en innovatieve idee?n hebben ingediend?en zo hard gewerkt hebben aan de tender.?Dit project zal de kwaliteit van de informatie en het verkregen bewijs van een?plaats delict verbeteren. Het maakt snelle deling van gegevens?mogelijk?en geeft belangrijke partners in de gemeenschap snelle toegang die zowel tijd als geld bespaart.”

Bron: BBC, WalesOnline

Sherlock Holmes: Elementary

Sherlock Holmes is bekend vanwege zijn ongekende intelligentie en oog voor detail. Deze burgerrechercheur kende een scala aan bijzondere interesses en loste met zijn goede vriend Dr. Watson een hele reeks gecompliceerde zaken op. De kunst van het deduceren, of reduceren van mogelijkheden, is zijn handelsmerk geworden. Geen enkel boekenpersonage is zo vaak in een film of een tv-serie opgedoken. De teller stond 3 jaar geleden op 254 producties, maar daar zijn inmiddels enkele tientallen bijgekomen. Rond de 80 acteurs, van diverse nationaliteiten (zelfs uit Rusland), hebben de rol ge?nterpreteerd.

mrHolmes

In de meest recente film over de Britse detective wordt de eigenzinnige eenling Sherlock Holmes als een hoogbejaarde, enigszins dementerende 93-jarige neergezet.?Het is een nieuwe visie op een onuitputtelijk romanpersonage. Met Sherlock Holmes kun je alle kanten op. De creatie van Sir Arthur Conan Doyle is door zijn mysterieuze karakter een dankbaar object voor schrijvers en filmmakers.?,,Hij is nog nooit zo kwetsbaar voorgesteld”, zegt vertolker Sir Ian McKellen in Berlijn, waar Mr. Holmes in wereldpremi?re ging. ,,Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders dan in andere films. Wij stellen Sherlock voor als een man die wel degelijk kan liefhebben. Ook kampt hij met zijn geheugen.”Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders’

sherlockology

Met deze aanpak wijken de makers van Mr. Holmes af van de recente interpretaties van de geniale speurneus die voor acteurs een dankbare kluif is. Een imposante reeks vertolkers hebben zich op hem gestort: Basil Rathbone (een van de eersten), Jeremy Brett (die hem het vaakst in een televisieserie heeft gespeeld), Benedict Cumberbatch (die doorbrak met een eigentijdse BBCserie) en Robert Downey jr. (die binnenkort aan zijn derde speelfilm als Holmes begint).

holmes1

Of de serie Elementary waarin Holmes ook modernere zaken op moest lossen, zoals een ogenschijnlijk onschuldige melkfles in de koelkast wat later een in chemicalien opgelost 3D geprint pistool bleek te zijn. Ook gebruikt hij zeer vaak zijn iPhone in de serie als hij op onderzoek uitgaat.

Elementary_S3_SI_lelementary-video

Waarom is Sherlock Holmes zo aantrekkelijk als filmster?

Daar is zelfs een serieuze studie aan gewijd.?Professor Robert Thompson van Syracuse University heeft zich in de materie verdiept. ,,Sherlock Holmes is voor iedereen op de wereld heel herkenbaar. De kijker weet meteen wie hij is, wat hij kan en wat zijn maatstaven zijn. Toch kunnen de bewerkers zich helemaal op hem uitleven.?Zij hoeven zich niet te houden aan de creatie van Conan Doyle. Holmes is een soort kapstokwaaraan iedereen zijn eigen kleren kan ophangen.
Hij is telkens dezelfde, maar toch ook weer niet.”

Het verhaal bevat meestal onderstaande volgorde en elementen:

3750

3750 (1)

3750 (2)

3750 (3)

3750 (4)

3750 (5)

3750 (6)

3750 (7)

3750 (8)

3750 (9)

3750 (10)

3750 (11)

3750 (12)

3750 (13)

3750 (14)

3750 (15)

3750 (16)

Bronnen: The Guardian

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.