Wouter Taal, student veiligheidskunde aan de hogeschool Utrecht, deed onderzoek naar de voor- en nadelen van het gebruik van Big Data bij het voorspellen van (potenti?le verdachten van) misdaden. Hieronder de samenvatting van zijn zojuist afgeronde onderzoek en aan het einde de volledige scriptie.?
Het voorspellen van (potenti?le daders van) misdaden is niet meer louter toekomst muziek. Voorspellingen doen op basis van Big Data wordt al op verschillende manieren toegepast door de overheid, maar beslissingen nemen op basis van computer berekeningen (datamining) roept nog vele vragen op. De aanleiding voor dit onderzoek is dat er een gebrek aan inzicht is wat de voor- en nadelen zijn voor het voorspellen van (potenti?le verdachten van) misdaden doormiddel van Big Data.
De volgende hoofd- en deelvragen zijn geformuleerd voor het onderzoek:
Wat zijn de voor- en nadelen van Big Data gebruik bij het voorspellen van (potenti?le verdachten van) misdaden?
- Op welke manier kan Big Data gebruikt worden om aan de hand van datamining voorspellingen te doen over (potenti?le verdachten van) misdaden?
- In hoeverre bestaan er ethische en juridische bezwaren tegen het gebruik van Big Data bij het voorspellen van (potenti?le verdachten van) misdaden?
- Op welke wijze wordt er rekening gehouden met mogelijke valkuilen in relatie tot het gebruik van Big Data bij het voorspellen van (potenti?le verdachten van) misdaden?
Het benutten van Big Data voor voorspellingen is een nieuwe stap binnen het intelligencegestuurd politiewerk. Als het lukt om tot goede voorspellingen te komen, kan niet alleen de politie effici?nter en effectiever ingezet worden, maar kunnen ook acties ingezet worden die leiden tot het voorkomen van misdrijven. Dit kan veel persoonlijk leed en maatschappelijke schade voorkomen. Het is uiteraard wel de kunst om te komen tot juiste voorspellingen. Dat is nog geen eenvoudige opgave.
Onderzoeksmodel (Cb = confirmation bias, Spur. Corr = Spurious correlation, Funct. creep = function creep, Corr.?? caus. =?Correlatie ? causaliteit).
Uit het onderzoek is gebleken dat het grootste voordeel van Big Data gebruik is, dat er aan de hand van die data verschillende voorspelmodellen zijn ontwikkeld, of nog in ontwikkeling zijn. De ge?nterviewde noemen Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) als voorbeeld waarbij Big Data wordt gebruikt bij het voorspellen van misdaden. Daarnaast is er nog een verzekeringsmaatschappij bezig met het ontwikkelen van een geografisch voorspelmodel van woninginbraken. Waar het gaat over het voorspellen van potenti?le verdachten van misdaden worden Top600 en Prokid-plus genoemd.
Technisch gezien is er met Big Data dus al veel mogelijk, maar de vraag is moeten we dat ook willen? Hierbij gaat het over de balans vrijwillig/verplicht en de rol van de staat in de bescherming van de maatschappij ten opzichte van de vrijheid van het individu. De bezwaren spelen overigens meer waar het gaat over het voorspellen van potenti?le verdachten, dan waar het gaat om het voorspellen van mogelijke misdaden als woninginbraak.
Ook ziet men het bezwaar van een overheid die allerlei priv?gegevens van mensen gebruikt waarmee een beeld ontstaat van een Orwelliaanse samenleving. Dit kan leiden tot een vertrouwensbreuk tussen de overheid en haar burgers (sociaal contract). De burger laat zogenaamd vrijwillig overal sporen achter, maar hoe vrijwillig is dat? De burger is onwetend over wat er met die gegevens mogelijk is en wordt gedaan.
Daarnaast wordt de complexiteit van de materie in relatie tot onvoldoende kennis in de organisatie als risicofactor beschouwd. Mensen met kennis van Big Data zijn schaars en de private sector is bereid om veel te betalen voor deze kennis. Dit zou de overheid op achterstand kunnen plaatsen.
Wettelijke kaders voorkomen dat men doorslaat in het verzamelen van gegevens en het respecteert op deze manier de privacy van betrokkenen. Er worden echter ook belemmeringen ondervonden. Er wordt zoveel gewicht aan de kant van de privacybescherming gelegd (bewaartermijn/bewaarplicht), dat dit ten koste gaat van een effici?nte en effectieve uitvoer van de politietaken. De wetgeving loopt doorgaans achter de maatschappelijke ontwikkelingen aan, dit geldt in het bijzonder bij een terrein als Big Data waar de ontwikkelingen zo snel gaan. Ook noemt men het risico van ‘de glijdende schaal’: een eerste stap kan leiden tot vervolgstappen waarbij grenzen vervagen (proportionaliteit).
Naast de voor- en nadelen zijn er ook mogelijke valkuilen naar voren gekomen die, wanneer er onvoldoende bij stilgestaan wordt, om kunnen slaan in nadelen. Bij confirmation bias en interpretatiefouten lijk de menselijke factor het ?keyword? te zijn. Een voorspelmodel moet louter als hulpmiddel dienen voor de mens en niet andersom. Zo kan bijvoorbeeld het onderbuikgevoel van een wijkagent niet vervangen worden door een voorspelsysteem.
Function creep wordt niet als iets negatief beschouwd; het is inherent aan het gebruik van Big Data. Waar nodig wordt toestemming gevraagd om de desbetreffende gegevens te mogen gebruiken. Als toestemming wordt gegeven is er in feite geen sprake meer van function creep.
Op basis van de resultaten zijn volgende aanbevelingen geformuleerd:
- Kennis over het gebruiken van Big Data is schaars. Er zijn nu twee soorten kennisniveaus. Het kennisniveau van het puur bij elkaar zoeken van data en het bij elkaar voegen, en het kennisniveau om er echt informatie uit te halen. En de laatste soort is vele malen schaarser. De schaarse hoeveelheid kennis die er nu is, lekt snel weg naar de private sector, vooral omdat daar beter wordt betaald. Vooral bij de publieke sector moet hoger worden ingezet op het vergaren en verbeteren van kennis omtrent (het gebruik van) Big Data.
- Onderzoeken of voorspellingen op basis van een voorspelmodel effectiever zijn dan voorspellingen op basis van expertise en ervaring, de menselijke interpretatie van gegevens.
- Het geven van voorlichting en het voeren van een maatschappelijke discussie over de voor- en nadelen van Big Data gebruik door de politie om de burgers bewust te maken en draagvlak te cre?ren en te blijven houden.
- Onderzoek naar de mogelijkheid van een nationale databank, waarbij de burger zelf aangeeft wat er met hun persoonlijke data wel of niet mag gebeuren. Laten we nou eens aan Nederland vragen wij zij vinden wat er met hun data mag gebeuren.






Maurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?


Annemarie Jorritsma-Lebbink werd geboren op 1 juni 1950 te Hengelo (Gld.). Na het behalen van haar MMS-diploma in 1967 volgde zij in Breda de School voor Toeristische Vorming (einddiploma 1969). Vervolgens was zij werkzaam bij een reisbureau en als exportmanager. Zij was voor de VVD van 1978 tot 1989 lid van de gemeenteraad in Bolsward en van 1982 tot 1994 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was gedurende deze periode voor haar fractie woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat.
Diederik Greive is Hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en heeft een levenslange passie voor opleiden. Sinds 1985 geeft hij les en de laatste tien?jaar treedt hij regelmatig op als procesbegeleider/ discussieleider bij workshops en evenementen. De positie bij SSR in het College van Bestuur sluit goed aan bij zijn ervaring en plezier in leren & ontwikkelen.
Mr. dr. J.R. Bac (1969) is hoofdofficier van justitie?parket Midden-Nederland.?Naast zijn studie rechten haalde hij ook zijn propedeuse psychologie. Na zijn studie werkte hij vier jaar aan de VU te Amsterdam, gaf onderwijs en deed daarnaast onderzoek naar jeugd(proces)recht. Van 1998 tot 2003 werkte hij als raio bij de rechtbank in Den Bosch, het parket Utrecht en als tactisch co?rdinator bij de politie Utrecht. Van 2003 tot 2007 werkte hij als officier van justitie in Arnhem. Hij vervulde daar de functies van gebiedsofficier Nijmegen, veelplegerofficier, co?rdinerend officier frontoffice, raio-opleider,?tegenspreker en portefeuillehouder mensenhandel/-smokkel.
In 1971 is Maurice de Hond afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij 15 jaar actief als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d?Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was Maurice de Hond in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara?s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.


