Tagarchief: politie

Burgemeesters in cyberspace

Als op straat ordeverstoringen plaatsvinden, kunnen burgemeesters maatregelen treffen om de veiligheid en orde te herstellen. De burgervaders en burgermoeders hebben echter niet zomaar bevoegdheden om ook online in te grijpen. Dat kan leiden tot moeilijkheden bij de handhaving van de openbare orde, omdat de aanleiding voor verstoringen van de maatschappelijk rust en veiligheid steeds vaker uitingen op internet zijn. Na eerdere onderzoeken naar virtuele wijkagenten, nu ook een eerste juridische en empirische verkenning naar de haalbaarheid van burgemeesters die hun lokale gezag virtueel verlengen.

Burgemeesters hebben online geen bevoegdheden
Treitervloggers, oproepen voor massale feesten, online drugswinkels: het zijn problemen die razendsnel kunnen escaleren, maar waarbij een burgemeester geen bevoegdheden heeft om in te grijpen, zo beschrijven de onderzoekers in het onderzoek??Burgemeesters in cyberspace.?Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld’, dat in opdracht van Programma Politie & Wetenschap werd uitgevoerd. De onderzoekers maakten gebruik van een juridische bronnenanalyse van openbare ordebevoegdheden van burgemeesters en interviews met 33 experts en 14 burgemeesters. Er zijn meerdere problemen aanwijsbaar, schrijven de onderzoekers. ?Openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester zijn niet goed toepasbaar in cyberspace. Dit komt deels doordat deze bevoegdheden zijn geschreven met een fysieke wereld in gedachte. Het gedrag van mensen in een sterk gedigitaliseerde maatschappij laat zich echter steeds moeilijker scheiden in een ?online? en ?offline? deel. In werkelijkheid zijn die twee werkelijkheden daarvoor te sterk met elkaar verweven.?

Vrijheid van meningsuiting

E?n van de drie grootste problemen is dat digitale bedreigingen zich niet aan fysieke gemeentegrenzen houden. Een burgemeester mag van oudsher alleen binnen zijn eigen gemeente optreden. ?Wanneer iemand uit een andere gemeente oproept tot een massale samenkomst, is de burgemeester van de ontvangende gemeente niet bevoegd om dat te voorkomen.? Een ander probleem is dat ingrijpen al snel een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten betekent, zoals de vrijheid van meningsuiting. ?Preventief ingrijpen via het internet betekent in veel gevallen het aanpassen of verwijderen van berichten van mensen, terwijl de burgemeester daartoe niet bevoegd is.? Ook is het lastig om in te schatten wat de gevolgen op straat kunnen zijn van dreigende berichtgeving. ?Dat maakt de verantwoording bij een eventueel ingrijpen lastig.?

Wetgeving aanpassen

De voor het onderzoek benaderde burgemeesters denken wisselend over de mogelijkheid en wenselijkheid van het online toepassen van hun bevoegdheden, zo geven de onderzoekers aan. ?Sommigen willen geen bevoegdheden op het internet, omdat ze vinden dat burgemeesters zich verre van uitingen van burgers moeten houden en optreden door het Openbaar Ministerie (strafrecht) meer voor hand ligt. Anderen geven aan dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de openbare orde binnen hun gemeente en dat online dreigingen binnen hun gemeente daar ook onder vallen.? Enkele burgemeesters geven de voorkeur aan verandering van wetgeving, waardoor ook online ingrijpen door burgemeesters mogelijk wordt gemaakt. Sommigen pleiten voor de oprichting van een landelijke autoriteit die beter online kan handhaven.

Samenwerking met andere bevoegdheden

Omdat veel vraagstukken voor de openbare orde zonder de inzet van formele bevoegdheden wordt opgelost, bijvoorbeeld door samenwerking met andere bevoegdheden, is er ook een reden om als burgemeester geen extra bevoegdheden te wensen. De onderzoekers pleiten vanwege toenemende digitalisering van de samenleving en de de verwevenheid van online en offline wereld voor het bewuster omgaan met vraagstukken van online ordehandhaving. ?Oplossingen dienen meer toekomstbestendig te zijn. Er kan al veel worden gewonnen met de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen burgemeesters en het Openbaar Ministerie?, schrijven de onderzoekers. Toch zal de wetgever een antwoord moeten geven op fundamentele vragen, zoals in hoeverre ingrijpen in de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd is in het kader van de handhaving van de openbare orde en in welke gevallen het aan de burgemeester is om in te grijpen.

Het volledige rapport is?hier?gratis te downloaden, of hieronder online te lezen:

[slideshare id=115342278&doc=burgemeestersincyberspace-180919062020&type=d]

Bronnen: Binnenlands Bestuur, Politie en Wetenschap, NGB

 

Gemiddelde Nederlander kan prima zelf gestolen fiets rechercheren

De wereld en onze samenleving veranderen snel en drastisch. Ingrijpende veranderingen hebben grote impact en roepen ingewikkelde vragen op. Binnen ?n buiten de politie. Is de politie hierop toegerust? Wat zijn de gevolgen voor de rol van de politie? En wat betekent dit voor jou persoonlijk? Hoe word je de politie van overmorgen?

In gesprekken over de toekomst van de politie, steekt een aantal thema?s telkens de kop op. Als representanten van politienetwerken Blue M en Next Generation, lichten Jordie van den Heuvel en Amanda Visch een tipje van de sluier op over hun visie op de politie van vandaag en overmorgen.

Om te blijven bestaan zullen we een deel van onze taken echt over moeten laten aan anderen

Amanda: ?Eens. De gemiddelde Nederlander kan prima zelf zijn gestolen fiets terug rechercheren. En er zijn zoveel bedrijven die diepere kennis hebben van cybercriminaliteit. De politie moet zich bij haar kerntaken houden: opsporing en handhaving van de openbare orde.?

Jordie: ?Neem zo?n gestolen fiets. Ik kan me goed voorstellen dat Marktplaats zegt: wij willen geen gestolen goederen op onze site. En als je als burger je fiets daar terugvindt, dat de beveiligingsafdeling van Marktplaats je helpt om ?m terug te krijgen. We kunnen alleen niet van de ene op de andere dag zeggen: ?Met gestolen fietsen doen wij niets meer. Succes ermee.? We zullen partijen een periode moeten helpen om de nieuwe oplossingen op te tuigen of de hulp ergens anders te vinden.?

Amanda: ?Precies. We worden dan meer regisseur. Dat is een rol die je leert bij de politiekundige opleiding, daar kunnen we meer gebruik van maken.?

Hebben je naast webcare nog meer wapenfeiten op je naam staan?

We hebben drie brainstormsessies georganiseerd met collega?s en mensen van buiten. Die laatste werven we via LinkedIn. Als je als oproep plaatst ?Vind je iets van de politie en wil je meedenken??, is er altijd animo. Uit die brainstorms zijn 86 idee?n gekomen. Met drie zijn we aan de slag. Het gaat allereerst om de introductie van agile en scrum werkwijzen bij de Districtsrecherche in Twente en bij de wijkrecherche in Hengelo, daarnaast om experimenten met burgeropsporing en ten slotte om het gebruik van burgerpanels om bij kleinere delicten scenario?s voor ons uit te denken. Eigenlijk gebruiken we zo het capaciteitstekort om tot andere oplossingen te komen. Die hebben een dubbel effect: de samenwerkingen helpen ons bij het verzamelen van bewijsmateriaal, en zorgen tegelijkertijd voor meer openheid en onderling contact.

Leveren die experimenten met inzet van burgers concreet iets op?

Wat je zegt, het zijn experimenten. Dus de uitkomst is onzeker. Neem burgeropsporing. We willen handvatten geven om bijvoorbeeld zelf je gestolen fiets te rechercheren. Onder andere met een handleiding hoe je een getuigenverklaring afneemt. Maar dit is ingewikkeld. Want hoeveel waarde hecht de rechter aan de handtekening van een burger onder zo?n verklaring? Geen idee. Komende tijd willen we vijf van dit soort zaken aan de rechter voorleggen om dit te toetsen.

Wanneer is jouw missie geslaagd?

Veel van wat we doen, is meer middel dan doel. De weg die we met elkaar afleggen, is belangrijker dan de uitkomst. Het verkleint de afstand met de burger en kweekt begrip. Bij burgeropsporing leggen we uit dat we geen capaciteit hebben om een gestolen fiets op te sporen. Omdat er meer criminaliteit is dan politie. Dat begrijpt iedereen. Maar onze experimenten be?nvloeden ook onze eigen mindset en die van collega?s. Hopelijk zorgt het ervoor dat we als politie kritischer naar ons eigen werk durven kijken. Dat we minder de vinger wijzen naar de buitenwereld. Dat we ons kwetsbaar op durven te stellen en daardoor meer kansen gaan zien. Zo?n verandering gaat langzaam. Maar zeker.

 

Bronnen: Politie van Overmorgen

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Nederlandse politie schiet burgers te hulp met chatbot Wout

De Nederlandse politie ontwikkelt een digitale robot die meldingen aanneemt en de meldkamer alarmeert. De chatmachine zorgt voor betere bereikbaarheid en tijdswinst.

We bespraken al eerder chatbots die in politie- en justitiecontext gebruikt worden, zoals de 911 chatbot uit de VS, DoNotPay voor rechtshulpverzoeken, Sweetie at wordt toegepast bij online grooming, of hoe social bots door statelijke actoren en criminele netwerken worden ingezet. Ook de Nederlandse politie experimenteert nu met mogelijkheden om Artifici?le Intelligentie (AI) in te zetten in de interactie met burgers, bijvoorbeeld voor het opnemen van aangiftes. Chatbots, dwz interactie met technologie op basis van natuurlijke taal (tekst of spraak), wordt steeds toegankelijker en potentieel zeer belangrijk (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Alle grote techbedrijven investeren fors in chatbots als platformen voor interactie en dienstverlening.

Communicatie met AI is steeds normaler geworden, niet in de laatste plaats omdat mensen in zijn algemeenheid op een andere manier communiceren (Dale, 2016). Miljoenen Nederlanders gebruiken bijvoorbeeld Whatsapp om met elkaar te communiceren waardoor de acceptatie van korte, getypte, interacties is toegenomen.

De robot, die wordt ontwikkeld door het programma dienstverlening in Oost Nederland, volgt op de start met een?webcareteam?in mei dit jaar bij diezelfde eenheid. ?In eerste instantie is het de bedoeling dat de meest voorkomende meldingen, zoals over geluidsoverlast, via de chatbot kunnen worden doorgegeven?, legt programmamanager Bert Visser van de politie uit aan?De Gelderlander. ?Op die manier zijn we voor burgers veel beter bereikbaar. Niet alleen omdat er aan de telefoon soms wachttijden zijn, maar ook omdat er een extra kanaal is waarop contact kan worden gelegd.?

Image result for 911 chatbot

Gespreksbomen
Een chatgesprek beginnen kan in eerste instantie alleen via Facebook Messenger, waarna Wout de informatie over de problematiek en de locatie opslaat en doorstuurt naar een meldkamer. Vanuit daar worden de dichtstbijzijnde agenten op straat naar de meldlocatie gestuurd. Op termijn moet het mogelijk zijn om via allerlei verschillende media, zoals ook WhatsApp, contact te leggen met de politiebot.

In de eerste week van augustus zijn de eerste testsessies met echte meldingen gehouden. ?We hebben mensen die de politie belden of via social media contact legden, gevraagd of ze hun melding via de robot wilden doorgeven. Het ging in de meeste gevallen om geluidsoverlast of burenoverlast. De ervaringen waren heel positief?, aldus Visser. Achter de chatbot zitten veel verschillende ?gespreksbomen?: combinaties van vragen, mogelijke antwoorden en vervolgvragen die samen het gesprek vormen. Deze gespreksbomen worden door de politie ontwikkeld en moeten alle informatie opleveren om een juiste inschatting te maken over de prioriteit van de melding te kunnen maken.

Privacy belangrijk

De politie omschrijft het verwerken van alle privacygevoelige gegevens als een van de belangrijkste zaken waar aan gewerkt moet worden.??Voor we kunnen beginnen moet helemaal duidelijk zijn waar de gegevens opgeslagen worden, voor hoe lang, en wie er allemaal toegang toe heeft. Maar opvallend genoeg kregen we er van melders tijdens de testsessies helemaal geen vragen over.?

Op termijn moet de chatrobot alle binnenkomende meldingen kunnen verwerken.??In de testfase waren er bijvoorbeeld al mensen die aangaven een woninginbraak wel via de chat te willen registreren. Maar we weten natuurlijk ook dat er incidenten zijn waarbij altijd menselijk contact zal worden gezocht?, aldus Visser. ?Is er bijvoorbeeld sprake van een overval of een verkrachting, dan ga je dat niet aan een robot vertellen.?

Kunstmatige intelligentie

De techniek achter politierobot Wout lijkt op het eerste oog eenvoudig. Maar om de techniek helemaal gebruiksklaar te maken moet er veel ontwikkeld worden.

Wie wil dat politieagenten direct een einde komen maken aan bijvoorbeeld geluidsoverlast of drugsoverlast kan binnenkort op Facebook een gesprek beginnen met chatrobot Wout. De ?politiebot? stelt de eerste vraag – ?waarmee kan ik je helpen?? – en daarna begint de conversatie.

Vooralsnog stelt Wout alleen gesloten vragen. ?Maar op termijn is het de bedoeling dat burgers ook open vragen kunnen stellen?, verduidelijkt Visser. ?Daar moet kunstmatige intelligentie bij gaan helpen, want de robot moet zelflerend worden. Daar zit echter nog een heel ontwikkelproces achter.?

De melder heeft in de proefopstelling de keuze uit verschillende opties: ?overlast?, ?diefstal?, ?gevonden/verloren? of ?anders?. Na een klik op de juiste categorie loodst de robot de melder door een aantal korte vragen, waarmee de benodigde informatie wordt ingewonnen: de oorzaak van het probleem, de locatie, en andere praktische zaken. Vervolgens wordt de meldkamer gealarmeerd om agenten naar de melder te laten gaan, of wordt de melder doorverwezen naar een instantie die het probleem kan oplossen.

Nadat het gesprek op Facebook is afgerond krijgt de melder een link naar een beveiligde website waarop staat wat er met de melding gebeurt. ?Dat biedt de melder ook een voordeel. Je hebt niet alleen altijd zicht op de status van je melding, maar kunt ook extra informatie of foto?s toevoegen. En dat helpt ons ook weer, want onze agenten komen beter voorbereid ter plaatse.?

Wat mag wel en niet?

Toch biedt het schakelen tussen verschillende media – in dit geval Facebook en een internetsite van de politie – ook problemen. ?We moeten voor ieder medium onderzoeken en vastleggen wat er met de informatie gebeurt. We zijn natuurlijk zelf gebonden aan de Wet politiegegevens, maar zijn nu ook afhankelijk van wat Facebook met de gesprekken doet. Dat moeten we goed uitzoeken voor we de techniek in de praktijk gaan gebruiken.?

Een uitdaging voor interactie met AI is om de conversatie nog meer natuurlijk te laten verlopen: in plaats van een dialoog als een reeks ?actie-reacties? te beschouwen, zou ook de? context van de dialoog een rol moeten spelen. Door de context in beschouwing te nemen kunnen uitingen van gebruikers beter op hun betekenis worden beoordeeld en zal de acceptatie en kwaliteit van de interactie toenemen.

In zijn algemeenheid blijkt uit onderzoek dat mensen zich niet ongemakkelijk of onzeker voelen in de interactie met een chatbot (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Ook kunnen ze minder sociaal zijn?in interactie met robots (bijvoorbeeld ongepast of grof taakgebruik) dan met mensen (Mou & Xu, 2017; Shechtman and Horowitz, 2003). De reden dat mensen wat kortere zinnen en minder woorden in interactie met een chatbot gebruiken, is waarschijnlijk omdat zij hun taalgebruik aanpassen aan die van de chatbot, net als bij kinderen of bij mensen die de taal slecht spreken (Hill et al., 2015). Dit zou betekenen dat als de chatbot zich wat natuurlijker zou gedragen de kwaliteit en wellicht acceptatie van de algehele communicatie toe zou nemen.

Ondanks dat er nog veel moet gebeuren om Wout gebruiksklaar te maken, is die inspanning volgens Visser de moeite meer dan waard. ?Informatie is voor de politie het grootste goed. Zonder informatie is opsporen en oplossen voor ons onmogelijk. Daarom moeten we er alles aan doen om informatie zo gemakkelijk mogelijk tot ons te krijgen. En dat betekent dat we daarvoor ook kanalen moeten gaan gebruiken die in de huidige maatschappij populair zijn.?

De politie hoopt robot Wout in het derde kwartaal van 2019 in gebruik te kunnen nemen. De komende tijd zullen verschillende ontwikkelingen en onderzoeken plaatsvinden op dit gebied, waarover we op deze website verslag proberen te blijven doen wanneer mogelijk.

Update januari 2019: Resultaten Proef

85% van de burgers die contact hebben gehad met politie-chatbot Wout, is bereid om opnieuw meldingen te doen via de bot. Driekwart van de respondenten beveelt Wout aan, blijkt uit een evaluatie van de politie Oost-Nederland.

De politie in Hengelo hield eind 2018 een week lang een pilot met de eigen chatbot Wout om meldingen van vuurwerkoverlast te verwerken. De evaluatie leert dat het experiment positief is verlopen. Dankzij de bot nemen burgers vaker contact op met de politie: er is een stijging van 200 meldingen ten opzichte van het jaar ervoor. Respondenten becijferen het contact met Wout gemiddeld met een 7.

Burgerwensen
De survey toont aan dat burgers de snelheid en laagdrempeligheid van het contact prettig vinden. ?Ook al is Wout niet persoonlijk, het is prettig dat je ergens direct terecht kunt?, klinkt het. Tot dusver willen respondenten Wout voornamelijk gebruiken om algemene vragen te stellen (58%). Echter zegt 36 procent van de ondervraagde burgers de bot te willen gebruiken om aangifte te doen.

Bronnen: Tubantia, Customer First.

Man and machine: Partners in (preventing) crime?

Onderzoek van Martijn Wessels laat zien hoe politiemensen met artificial intelligence samenwerken binnen de politieorganisatie. Hij heeft daarbij als casus het werken met het predictive policing systeem CAS onderzocht. Hieronder de samenvatting van het onderzoek en de resultaten en het volledige rapport.?

Politieorganisaties over de hele wereld maken steeds meer gebruik van algoritmes die hen helpen om tijdruimtelijke voorspellingen te maken van waar en wanneer criminaliteit de grootste kans heeft om plaats te vinden in de toekomst. Rondom dit zogenaamde predictive policing heerst veel controverse en scepsis. Allereerst wordt eraan getwijfeld in hoeverre deze vorm van politievoering inderdaad leidt tot een verbetering van de effectiviteit en effici?ntie van de politie, aangezien empirisch bewijs schaars is en het lastig is om het effect van predictive policing methoden te isoleren. Daarnaast worden er ook ethische bezwaren aan het gebruik van algoritmen genoemd. Er wordt gesteld dat dergelijke algoritmen niet transparant zijn en het gebruik ervan wellicht kan leiden tot de profilering en stigmatisatie van bevolkingsgroepen. Wat er echter ontbreekt in dit wetenschappelijke debat is hoe politieprofessionals momenteel omgaan met dergelijke algoritmen. Dit is van groot belang voor de evaluatie van deze vorm van politievoering omdat menselijk handelen uiteindelijk bepaalt in hoeverre de (eventuele) onbedoelde consequenties van predictive policing tot uiting kunnen komen.

Om het debat rondom predictive policing te voorzien van context is de Nederlandse politieorganisatie bestudeerd om inzichtelijk te maken hoe een dergelijk algoritme (het Criminaliteitsanticipatiesysteem; CAS) wordt gebruikt. Binnen de Nederlandse Politie hebben de zogenaamde intelligence specialisten de taak om de agenten op straat te adviseren in hun handelen. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van een aantal informatiesystemen, waaronder CAS. Vandaar dat de werkwijze van deze functiegroep binnen een veiligheidsregio in Nederland is bestudeerd. In dit onderzoek is gekeken naar de organisatiestructuren die het gebruik van CAS be?nvloeden, maar ook naar de consequenties die het gebruik van CAS heeft voor de politieorganisatie. Voor deze studie is bewust gekozen om onderzoek te verrichten binnen een regio die al een langere tijd gebruik maakt van CAS.

De hoofdvraag die centraal staat in het onderzoek luidt:

Hoe en in hoeverre gebruiken de intelligence specialisten van de Nationale Politie het Criminaliteitsanticipatiesysteem en interacteren daarbij met bestaande organisatiestructuren?

Orlikowski?s (2000) theorie van technologies-in-practice is gebruikt om te bestuderen hoe technologie wordt gebruikt binnen een organisationele context. Deze practice lens gaat ervan uit dat de manier waarop technologie wordt gebruikt wordt be?nvloed door bestaande organisatiestructuren, maar dat tegelijkertijd diezelfde organisatiestructuren worden be?nvloed door het technologiegebruik. Het model van Orlikowski (2000) is aangepast voor dit onderzoek zodat dit geschikter is voor het bestuderen van het gebruik van algoritmes. Algoritmes verschillen namelijk van traditionele informatiesystemen omdat het gebruik van algoritmes ook vraagt om de evaluatie van de output van het systeem: de verwachtingen van CAS dienen te worden vertrouwd alvorens de intelligence specialisten dit systeem ook echt betrekken in hun werk. Deze notie is daarom toegevoegd aan het analytische model van Orlikowski (2000), wat heeft geresulteerd in een aangepaste analytische lens: de algorithm in practice lens.

Middels een combinatie van semigestructureerde interviews en de analyse van beleidsdocumenten is onderzocht hoe de intelligencespecialisten gebruik maken van CAS en hoe dit gebruik wordt be?nvloed door organisatiestructuren. De eerste structuur die wordt herkend is de trend van de Nederlandse politie richting informatie-gestuurde politievoering. De politie heeft namelijk voor ogen om het gebruik van informatie en data een steeds belangrijkere rol te geven en probeert ook haar organisatieprocessen hieraan aan te passen. Dit heeft ogenschijnlijk geleid tot een verdere standaardisatie van het werk van de intelligence specialisten en een centrale rol van deze functiegroep in het politieproces, waarin de intelligencespecialisten uitgebreid contact hebben met verschillende partijen binnen de politie, waaronder de agenten op straat. Dit is dan ook de tweede
organisatiestructuur die invloed heeft op het gebruik van CAS: de behoeften van de agenten op straat. De intelligence specialisten lijken zeer gericht te zijn op de wensen en (informatie)behoeften van de agenten op straat, waardoor er een continue wisselwerking bestaat tussen beide partijen.

De normen van de intelligence specialisten lijken daarbij sterk te worden be?nvloed door de trend richting het informatie-gestuurde werken ?n door de behoeften van de straatagenten. De normen van de intelligence specialisten worden voornamelijk omschreven als het verschaffen van kwalitatief hoogwaardig advies (in termen van bruikbaarheid voor de agenten op straat). Dit resulteert in het feit dat de percepties en interpretaties van de intelligence specialisten ten aanzien van CAS doorslaggevend zijn: als CAS niet als toegevoegde waarde voor hun advies wordt gezien zal het ook niet worden gebruikt. Deze attitude jegens CAS lijkt door een derde organisationele structuur te worden be?nvloed: de opinie van de directe sociale omgeving van de intelligence specialisten. Omdat een aantal van de ge?nterviewde intelligence specialisten met CAS kennismaakte via een collega, is de mening van die collega over CAS van groot belang. Indien degene die CAS moet uitleggen aan een nieuwe collega negatief is over het gebruik van CAS, is de kans waarschijnlijk groter dat de nieuwe intelligence specialist zijn/haar percepties en interpretaties van het systeem over zal nemen.

Uiteindelijk zijn er drie categorie?n herkend hoe CAS wordt gebruikt:

1) De ondersteunende collega: CAS wordt gebruikt als een ondersteunend middel voor het opstellen van een advies. Hierbij worden meerdere voordelen van CAS genoemd. CAS zou de intelligence specialisten helpen omdat het tunnelvisie kan voorkomen, het anders ?denkt? aangezien het meerde databronnen combineert, het snel is in het verwerken van grote hoeveelheden data en dat intelligence specialisten advies kunnen geven als ze zelf niet over voldoende informatie beschikken. Desalniettemin achten ze hun eigen kennis en expertise als het allerbelangrijkst en verschaffen daarbij ook advies op de actuele trends en gebeurtenissen die zij op dat moment observeren.

2) De ongeschikte of onnodige collega: CAS voegt geen waarde toe aan het advies van de intelligence specialisten omdat het ofwel niet accuraat is in zijn voorspellingen, of omdat de output geen toegevoegde waarde zou zijn voor de operationele laag van de politie. Vandaar dat de intelligence specialisten in deze categorie advies ontwikkelen dat vooral is gebaseerd op eigen kennis en ervaringen.

3) De sturende collega: CAS wordt gebruikt als een middel om direct de operationele laag mee te sturen. De intelligence specialist communiceert de uitkomst van CAS nadrukkelijk omdat dit wordt gezien als een legitiem middel om beslissingen op de baseren.

Deze drie manieren van het gebruik van CAS hebben verschillende consequenties voor de trend richting de informatie-gestuurde politievoering. De adviezen die worden gegeven door de intelligence specialisten in de eerste categorie ontstaan uit een combinatie van eigen ervaringen, kennis, observaties en statistische informatie uit CAS. Dit lijkt de notie van informatie-gestuurde politievoering te versterken omdat het gebruik van expliciete informatie een prominente rol heeft. De intelligence specialist horende bij de derde groep benadrukt het gebruik van data en informatie ogenschijnlijk nog meer aangezien de eigen ervaringen en kennis minder belangrijk lijken te zijn. De intelligence specialisten die CAS niet gebruiken in hun werk baseren hun advies op de eigen assumpties en kennis, waardoor de informatie-gestuurde politietrend afhankelijk blijft van de (impliciete) assumpties van de intelligence specialist.

Dit onderzoek heeft meerdere theoretische contributies. Allereerst laat het zien hoe een algoritme wordt gebruikt binnen een politieorganisatie. Dit kan het debat rondom predictive policing verder helpen. Dit onderzoek laat zien dat er (momenteel) nog steeds voldoende menselijke invloed lijkt te zijn bij de vorming van beslissingen. Daarnaast benadrukt deze studie dat er verder wetenschappelijk onderzoek moet komen naar het gebruik van dergelijke algoritmen. Ook lijken de aanpassingen die zijn gedaan aan het originele model van Orlikowski (2000) geschikt om het gebruik van algoritmen te begrijpen en wordt het aangemoedigd om deze ook toe te passen bij vergelijkbaar onderzoek in de toekomst.

Verder heeft dit onderzoek ook praktische implicaties. Middels dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt hoe CAS wordt gebruikt door intelligence specialisten en welke organisationele processen en mechanismen dit gebruik be?nvloeden. De Nederlandse Politie kan deze inzichten gebruiken om het huidige CAS gebruik te evalueren en om te bepalen wat zou moeten worden aangepast in de politieorganisatie om het gebruik van CAS waar nodig te veranderen. Daarnaast lijkt de grootste groep van respondenten CAS te zien als een ondersteunend systeem. Zij beschouwen de uitkomsten van CAS niet als een absolute waarheid maar zien het voornamelijk als een middel dat ze kunnen gebruiken om de kwaliteit van hun adviezen te vergroten. Vandaar dat er kan worden gesteld dat d?t misschien ook de toegevoegde waarde van CAS is in het politieproces. De politie kan overwegen of en in hoeverre ze CAS een centraal element willen maken voor de politieregio?s die in de toekomst dit systeem gaan gebruiken, of dat het een ondergeschikt systeem moet worden. Tot slot lijkt het erop dat de transparantie en ?uitlegbaarheid? van het systeem moet/kan worden verbeterd om de intelligence specialisten beter te kunnen helpen bij hun werk. Een dergelijke verbetering zal ook een bijdrage leveren aan de beoordeling van de vertrouwelijkheid en accuraatheid van het systeem.

[slideshare id=106562797&doc=masterthesismartijnwessels12072018-180719080416&type=d]

MEDI@4SEC project: Europees onderzoek naar hoe social media voor veiligheid ingezet kan worden

Sociale media verandert de spelregels in onderlinge communicatie tussen mensen en gemeenschappen. De impact ervan kan zowel positief als negatief zijn. Voor de veiligheid en beveiliging van stedelijke omgevingen en de mensen die er wonen, biedt dit een scala aan kansen en uitdagingen.

Hoe kunnen veiligheidsinstanties beter begrijpen op welke manieren sociale media om hen heen worden gebruikt? En hoe kunnen deze organisaties zich aanpassen aan en gebruik maken van sociale media bij het leveren van een veiligere omgeving?

Door middel van dit Europese onderzoek en een reeks thematische workshops voor vakprofessionals biedt MEDI@4SEC een netwerk van veiligheidsinstanties die wereldwijd ervaringen kunnen uitwisselen en het gebruik van sociale media in de dagelijkse praktijk van openbare orde en veiligheid kunnen verbeteren. Partners in dit project zijn de universiteit van Warwick, TNO, Fraunhofer, EOS, Efus, KEMEA, X-Lab, universiteit van Utrecht, Politie Valencia en de Noord-Ierse Politie PSNI.

Het project bestaat uit 6 thematische workshops, met verslagen en rapportages over de opbrengsten ervan:

  1. Do It Yourself Policing
  2. Rellen en grootschalige evenementen
  3. Dark Web
  4. Alledaagse veiligheid
  5. Trolling
  6. Innovatieve marktoplossingen

Naast deze rapportages en verslagen zijn er ook een aantal belangrijke kernpublicaties uit het project die hier gratis beschikbaar zijn. Deze zijn ondermeer de internationale stand van zaken van social media gebruik door veiligheidsinstanties, best practices en geleerde lessen, ethische en juridische aspecten en een framework om social media gebruik te beoordelen. Ook is er een overzicht gemaakt van de social media patronen zoals die door diverse veiligheidsinstanties worden gebruikt.

Bron: MEDI@4SEC

Podcast: De moord op Patrick

Voorbeelden waarin?de politie zelf gebruik maakt van (online) podcasts, waarbij informatie gegeven wordt over misdrijven, criminelen of preventie zijn zeer zeldzaam. Er zijn er wel wat voorbeelden waarmee podcasts vooral gebruikt worden om zo dichter bij de mensen te kunnen staan. Totdat?Serial, een nieuwe podcastserie van de makers van?This American Life?een echte moordzaakserie online slingerden en honderdduizenden volgers kreeg?die deels online zelf op zoek gingen in deze zaak.?Een paar jaar geleden schreven we al?over deze podcast die miljoenen mensen in zijn greep hield, en ook?in het rechtssysteem heel wat teweeg bracht.?Serial?liet zien waar het medium toe in staat is. Nu is er opvolging van dit concept in Nederland door Argos van de VPRO met de Limburgse cold case “De Moord op Patrick”. We zijn benieuwd naar wat het teweeg brengt…

Featured Image for True-crime podcast ???Serial??? will convert you to the format

De moord op Patrick

Op tweede kerstdag 2002 wordt een 36-jarige tennisleraar ?s ochtends dood gevonden in zijn appartement. Hij is vermoord. Twintig rechercheurs worden op de zaak gezet. Vijftien jaar later is de moord op Patrick van der Bolt nog steeds niet opgelost. Sanne Boer duikt in het leven van Patrick en ontdekt dat niets is wat het lijkt. In Argos vertelt Ron, de broer van Patrick, voor het eerst zijn verhaal.

In Nederland zijn er ruim 1500 onopgeloste zaken, cold cases. Waar ging het mis in het politieonderzoek bij Patrick? En wat zegt dit over de kwaliteit van de opsporing in Nederland?

Aflevering 1 – Het bericht

In de eerste aflevering van?De moord op Patrick?hoor je een reconstructie van die Tweede?kerstdag in 2002. De dag dat Patrick gevonden werd.?Waarom is het de politie nog niet gelukt om de moord op te lossen? En wat zegt dit over de kwaliteit van het opsporingsonderzoek? Patricks broer vertelt?voor het eerst zijn kant van het verhaal.

In de tweede aflevering van?De moord op Patrick?gaat het over de ex van Patricks vriendin. Waarom was hij lange tijd de hoofdverdachte en dus volgens de politie de mogelijke moordenaar van Patrick? Bewijs dat hij degene was die met kerst in het appartement is geweest en Patrick vanachter heeft neergeschoten, is er nooit gevonden. De vrienden van Patrick lijken meer te weten.

Politie en justitie hebben in 2013 informatie gekregen over de moord op Patrick van der Bolt uit Heerlen begin deze eeuw. Maar met die aanknopingspunten, aangeleverd door rechtspsycholoog Robert Horselenberg van de Universiteit Maastricht, is tot op heden ogenschijnlijk niets gedaan.

Heropening van de zaak?

Het Openbaar Ministerie in Limburg laat in een reactie weten dat de moordzaak zeker niet gesloten is, of dat informatie terzijde is geschoven. “We bekijken of we deze cold case weer kunnen activeren”, laat een woordvoerder weten. Hij weet niet precies wanneer dat gaat gebeuren. “Soms gaan zaken niet zo snel als we zouden willen.”

Abonneer je via volgende kanalen om niets te missen via??iTunes, ?RSS-feed,??Stitcher?.

Nieuwe afleveringen zijn ook te horen in Argos, iedere zaterdagmiddag van 14.00 tot 15.00 uur op NPO Radio 1. De afleveringen zullen onregelmatig verschijnen omdat de opnames nog lopen. De serie wordt gemaakt door Sanne Boer. Heb je een tip? Mail naar:?[email protected].

Bronnen: VPRO,?De Limburger

Burgeropsporing: Trends in Veiligheid 2018

17 miljoen agenten
In Haarlem werden twee meisjes mishandeld door een aantal jongens, maar ze wisten de daders binnen een paar uur via Facebook te vinden. Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. De advocaat van de jongens vond het belachelijk en zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. De rechter sprak dat tegen en zei: ?Welkom in de 21ste eeuw.?

Highlights

  • De politieorganisatie stuurt door middel van apps en websites actief aan op burgerparticipatie.
  • Burgers worden door technologische ontwikkelingen uitgenodigd om deel te nemen aan preventie en opsporing.
  • Er kleven aanzienlijke risico?s aan het uitvoeren van politiewerk door burgers.
  • Een regiefunctie van de politie is cruciaal.

Burgerparticipatie loont. Van alle aangehouden verdachten wordt 85% op heterdaad betrapt en gearresteerd. Daarvan is een percentage van 60% te danken aan de alertheid en meldingsbereidheid van de burger. Dit komt neer op 51% van het totaal aantal aangehouden verdachten. De samenwerking tussen politie en burgers is wat dit betreft zeker aanwezig. De politie is blij met de oplettende burger, en de burger ondersteunt de politie graag in haar opsporingstaken. Door hun deelname aan het opsporingsproces krijgen burgers bovendien het gevoel dat ze meer grip krijgen op de veiligheidssituatie in hun straat, wijk, stad of land.

Vormen van burgerparticipatie

Buurtpreventieprojecten, al dan niet in combinatie met WhatsApp, zijn misschien wel de meest bekende vorm van burgerparticipatie in het veiligheidsdomein. In dit artikel richten wij ons naast preventieve burgerparticipatie op burgerparticipatie in de opsporing. In bovenstaande tabel worden beide vormen kort uitgelegd4. De burger wordt meer en meer betrokken bij opsporingstaken. Op verschillende terreinen zien we dat de politieorganisatie steeds vaker de burger om hulp vraagt. Experimenten om de burger te betrekken bij de opsporing schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. Voornamelijk social media en mobiele applicaties zijn belangrijke opkomende middelen in het betrekken van de burger bij de opsporing. Hoewel een enkele burger de toenemende burgerparticipatie als een inbreuk op zijn privacy ziet, is het grootste deel van de maatschappij vooral positief over het feit dat de politie steeds vaker de burger inzet, voornamelijk in het terugdringen van criminele activiteiten die ons veiligheidsgevoel aantasten. Dit bleek onder ander uit het Trends in Veiligheid onderzoek dat is uitgevoerd voorafgaand aan de publicatie van dit artikel. De methoden om de burger aan te spreken hebben een flinke groei doorgemaakt. Waar de politie vroeger de burger nog benaderde met posters en televisie-uitzendingen, groeide dit al snel door naar sms, WhatsApp, websites zoals opsporingsonderzoeken.nl, social media zoals Facebook en Twitter, en zelfs mobiele applicaties waarmee de burger op speelse wijze de politie kan ondersteunen.

Q-teams van de politie

Dergelijke applicaties en websites worden door de politie zelf ontwikkeld. Er zijn speciale Q-teams opgericht om hier vorm aan te geven. ?Q is een beweging die werkt aan een toekomstbestendige opsporing door te verbinden, innoveren en experimenteren. Q pakt idee?n op, maakt ze concreet en cre?ert ruimte voor samenwerking5.? De Q-teams zijn ??n van de initiatieven naar aanleiding van de opdracht die de toenmalig minister van Veiligheid en Justitie in de zomer van 2015 aan de politietop gaf. Er werd vastgesteld dat de opsporing, als integraal onderdeel in de aanpak van criminaliteit, tekortschoot en achterbleef op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Binnen de politieorganisatie is het besef doorgedrongen dat burgerparticipatie zo effici?nt en effectief mogelijk moet worden ingezet en dat technologische mogelijkheden hier een belangrijke rol in kunnen spelen6. We zetten een aantal grote innovaties op een rij.

1. Gamification in de opsporing
Momenteel zien we vormen van gamification in de opsporingstechnieken. Door Pok?mon Go-achtige applicaties te ontwikkelen, wil de politie het voor de burger aantrekkelijk maken om deel te nemen aan de opsporing. Een goed voorbeeld is de app ?Automon?, waarmee burgers op zoek kunnen gaan naar auto?s die als vermist of gestolen geregistreerd staan. Automon maakt gebruik van augmented reality, waarmee de echte wereld met de digitale wereld wordt gecombineerd. De speler kan kentekens fotograferen en ziet gelijk of het voertuig als gestolen geregistreerd staat. Daarnaast kunnen spelers opgeroepen worden om in hun omgeving uit te kijken naar een specifiek kenteken. Spelers verdienen punten wanneer ze een ?hit? hebben. Een andere mobiele applicatie, die momenteel nog doorontwikkeld wordt, is ?Samen Zoeken?. Met deze app kan de burger de politie helpen in haar zoektocht naar vermiste personen. In de app kunnen burger en politie van elkaar zien op welke plaatsen al gezocht is, zodat er geen dubbel zoekwerk verricht wordt. Het belang van dit soort apps is in verschillende zoektochten naar vermiste personen duidelijk geworden, want vaak kreeg de politie hierbij veel ondersteuning van burgers.

2. Wearables en dashcams
De ontwikkelingen in sensor- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat deze technologie ieder jaar goedkoper, krachtiger, kleiner en zuiniger wordt. Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie mobiele apparaten die op het lichaam worden gedragen: de zogeheten wearables, zoals smartwatches, fitbands en slimme brillen. Wearables kunnen onder andere de zelfredzaamheid van burgers vergroten. Een voorbeeld is Nimb, een ring die uitgerust is met een waarschuwingsknop. Wanneer de gebruiker op de knop drukt, wordt een waarschuwingsbericht (inclusief gpslocatie) gestuurd naar een vooraf ingesteld contactpersoon of naar de hulpdiensten. Oftewel een panic button die je altijd bij je hebt. Wanneer op deze manier de drempel verlaagd wordt om verdachte of strafbare feiten te melden, zal de burger naar verwachting ook meer participeren in de opsporing. Een ander voorbeeld zijn de dashcams, waarmee burgers gevaarlijk of strafbaar gedrag op de weg kunnen vastleggen. Het Verbond van Verzekeraars stelde onlangs dat inmiddels ongeveer 250.000 Nederlanders een dashcam bezitten.

3. In en rondom huis
Het gebruik van beveiligingscamera?s om inbrekers af te schrikken en strafbaar gedrag mee vast te leggen, is een bekend fenomeen. Naast camera?s zijn slimme speakers in opkomst in veel (vooral nog Amerikaanse) huishoudens. De Amazon Echo kan antwoord geven wanneer de gebruiker bijvoorbeeld vraagt of er files staan. Maar hoewel dit apparaat vooral gebruikt wordt voor het afspelen van muziek en voor simpele zoekopdrachten, wordt in de VS een moordzaak in de staat Arkansas mogelijk opgelost dankzij deze slimme speaker. De politie ontdekte dat het apparaatje per abuis heeft opgenomen hoe zijn eigenaar is vermoord. Naast slimme speakers bevat ook ?slim speelgoed? vaak microfoons en gps-chips. De ontwikkeling zit hem niet alleen in de opnamefunctie van apparaten, maar ook in het feit dat opgenomen data in toenemende mate naar de Cloud geschreven wordt. In theorie wordt deze data dus toegankelijk voor de hele wereld.

Een andere ontwikkeling is het uitrusten van consumentenproducten met chips die het voor de burger mogelijk maken om het product met behulp van een smartphone op te sporen wanneer deze vermist of gestolen is. De telefoon geeft bijvoorbeeld automatisch een melding wanneer een fiets onbedoeld verplaatst wordt. Het is vervolgens aan de burger om de keuze te maken om er zelf achteraan te gaan of de politie in te schakelen.

De digitale schandpaal en de rol van de politie

Zeventien miljoen paar ogen op straat. Het klinkt mooi, en naar de mogelijkheden moet zeker goed gekeken worden. Maar er schuilen ook grote risico?s in deze nieuwe denkwijze. Want burgers zijn niet getraind om politiewerk te doen en kunnen hierdoor in gevaarlijke situaties terechtkomen of trauma?s oplopen, bijvoorbeeld bij het vinden van een lichaam in een zoektocht naar een vermist persoon. Daarnaast bestaat er het risico dat burgers uit vergelding opsporingswerk gaan verrichten, en dus voor eigen rechter gaan spelen. Een ander struikelblok is dat participerende burgers mogelijk belangrijke sporen wissen, waardoor een eventuele veroordeling in het geding komt. Wanneer burgers zelfgemaakte foto?s of video?s als bewijsmateriaal aanleveren, zijn deze vaak van slechte kwaliteit. Burgers zetten de beelden soms ook op social media, waardoor al meerdere malen mensen onterecht als dader zijn aangemerkt en aan de digitale schandpaal zijn genageld. Kortom: het is belangrijk dat de politie de regie pakt daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders van de straat te halen en te houden. Naast het vormgeven en handhaven van de grenzen van burgerparticipatie loopt de politieorganisatie nog tegen een andere uitdaging aan. Want sinds de opkomst van de smartphone en social media wordt er een gigantische hoeveelheid aan foto- en filmmateriaal door burgers vervaardigd. In theorie biedt dit natuurlijk enorm veel mogelijkheden voor opsporingsinstanties. Maar in de praktijk zorgt het vaak voor verwarring, chaos en privacyvraagstukken. Daarnaast vergt het enorm veel politieinzet om alle foto?s en filmpjes daadwerkelijk te analyseren.

Conclusie

De nieuwe vormen van burgerparticipatie kunnen een aanzienlijke verandering in de openbare veiligheid teweegbrengen en kunnen ons huidige begrip van politiewerk aanzienlijk herdefini?ren. Burgerparticipatie bij opsporing is niet te stoppen. Hoewel we ons terdege bewust zijn van de bedreigingen en obstakels die dit nieuwe type van politiewerk in de weg staan, moedigen we beleidsmakers sterk aan om de mogelijkheden en prachtige kansen die de nieuwe vormen van burgerparticipatie bieden niet uit het oog te verliezen. Essentieel is wel dat de politie haar regierol blijft houden en vanuit deze rol de burgerparticipatie in goede banen leidt, zodat burgers niet voor eigen rechter gaan spelen en het vertrouwen van burgers niet geschaad wordt. Maar zoals beschreven gaan de ontwikkelingen enorm snel, en hier moet op geacteerd worden. Als de politie niet snel en adequaat inspeelt op de ontwikkeling van burgerparticipatie, wordt de openbare orde en veiligheid in gevaar gebracht.

[slideshare id=104362228&doc=17-miljoen-agenten-180705123748&type=d]

Bron: Trends In Veiligheid

Politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij oplossing cold case

De politie schakelt de hulp in van een heel dorp bij een onopgeloste vermissing. En dat is vrij uniek. Het gaat om de vermissing van Herman Ploegstra. Hij was 35 jaar toen hij op 26 oktober 2010 verdween.

Hij zou gaan sporten in de plaats Breskens, maar kwam niet meer thuis in zijn woonplaats IJzendijke. Zijn auto is later nog wel gevonden, met daarin zijn sleutels en z’n portemonnee. Na onderzoek gaat de politie inmiddels uit van een misdrijf. Vanavond is er een speciale meedenk-avond. De complete presentatie kun je hieronder bekijken en is geplaatst in een artikel van Omroep Zeeland:

De 35-jarige kraanmachinist Herman Ploegstra uit IJzendijke is in oktober 2010 spoorloos verdwenen, onder verdachte omstandigheden. De politie gaat ervan uit dat hij het slachtoffer is geworden van een misdrijf.

Beloning

De politie wil reuring in IJzendijke brengen om de zaak Ploegstra eindelijk op te lossen. Het cold case team vermoedt dat het antwoord dichtbij is, maar op dit moment zijn er nog geen verdachten in beeld. Er is ook nog altijd een beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 15.000 euro. Die beloning staat al jarenlang uit, maar heeft nog niets opgeleverd.

De familie en het televisieprogramma Vermist hebben in oktober 2014 de beloning?verdubbeld tot 30.000 euro, maar ook die verhoogde beloning leidde niet tot de gouden tip. Inmiddels is die verdubbeling niet meer van kracht en is dus nog ‘alleen’ de originele beloning van politie en justitie van 15.000 euro over.

Vragen

Bij bijeenkomst in het gemeentehuis van de gemeente Sluis, in Oostburg, waren 25 ge?nteresseerden aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werden er ook enkele vragen voorgelegd aan de inwoners van IJzendijke, die de politie graag snel beantwoord wil krijgen:

  • Wie weet er meer over Hermans buitenechtelijke relaties? Het cold case team weet al van meerdere mogelijke buitenechtelijke relaties, maar is nog op zoek naar meer informatie over een Marokkaanse vrouw waar Herman volgens getuigen mee om zou gaan. De politie weet nog niet om wie het gaat.
  • Waar kluste Herman bij ten tijde van zijn verdwijning? Volgens zijn baas verdiende hij een zakcentje bij, mogelijk met zwart werk. De politie wil nu weten waar hij toen bijkluste.
  • Waar is Hermans geheime telefoon? Hij had een tweede telefoon om zo zijn buitenechtelijke escapades geheim te houden. Die telefoon is nooit gevonden.
  • Waar ging Herman heen als hij wegsloop op zijn werk? Tijdens een werkdag ging hij weleens ongeoorloofd weg, de politie wil nu weten waarnaartoe.
  • Naar wie belde Herman vanaf de kraanmachine? Volgens getuigen zat hij urenlang te bellen, de politie wil weten met wie.
  • Werd Herman bedreigd door criminelen? In de periode voor zijn verdwijning zou hij meerdere malen zijn bedreigd, de politie wil nu weten of hij bij criminele activiteiten betrokken was.

De politie hoopt dat dankzij deze zogenoemde bewonersparticipatieavond mensen uit het dorp naar voren komen met nieuwe informatie over de zaak. Tegelijkertijd is het cold case team ook realistisch. De kans is klein dat iemand zijn vinger opsteekt en zegt: “Ik heb het gedaan.” Maar bij het bestuderen van het oorspronkelijke onderzoek is volgens het cold case team gebleken dat nog lang niet alle getuigen het achterste van hun tong hebben laten zien.

Kritisch op het oorspronkelijke onderzoek

Het cold case team is sowieso erg kritisch op het oorspronkelijke onderzoek. Zo zou er niet, of in ieder geval onvoldoende, gekeken zijn op plaatsen waar Herman zich op dat moment mogelijk had kunnen bevinden. Ook zouden niet alle mogelijke getuigen verhoord zijn en waren bij sommige getuigen die w?l ondervraagd zijn volgens het cold case team de verhoren niet grondig genoeg.

Daarom heeft het cold case team besloten om het volledige oorspronkelijke onderzoek opnieuw uit te voeren, inclusief alle verhoren en het forensisch onderzoek. Bovendien zijn er al meerdere bruikbare tips binnengekomen sinds het heropenen van de zaak. De politie is tevreden over het aantal binnengekomen tips, maar hoopt op meer, mede dankzij deze informatieavond.

Emotionele oproep

Tijdens de informatieavond werd ook aandacht besteed aan de impact van deze zaak op de familie. Hermans oudste broer Jan deed daarom een emotionele oproep: “Dit is heel moeilijk, maar ik ben gekomen om te kijken of we dit samen kunnen oplossen, om antwoorden te krijgen op alle vragen. Ik hoop echt dat er antwoorden komen. En aan iedereen die wat weet, zeg ik: meld het. Hoe klein het ook is. Dank u wel.”

Papa, ik mis je

Ook werd een briefje getoond dat dochter Anouk korte tijd na de verdwijning van haar vader schreef. “Papa, ik mis je en ik wil je zien, maar dat gaat niet en ik hoop dat je gevonden wordt”, schreef ze destijds.

Briefje van de dochter van Herman Ploegstra over de verdwijning van haar vader (foto: Politie)

In oktober 2010 verdween de toen 35-jarige Herman Ploegstra spoorloos. Een rechercheonderzoek leverde geen aanwijzingen op. Na bijna acht jaar heeft het Cold Case Team van de politie Zeeland-West-Brabant besloten deze zaak te heropenen.

De feiten op een rij

Tijdens de presentatie zette het cold case team nogmaals de feiten rond Ploegstra’s vermissing op een rij. Herman vertrok thuis rond 19.15 uur en reed naar de sportschool. Daar reed hij tussen 21.15 en 21.30 uur weg, maar hij zou nooit thuis aankomen.

Tussen 23.15 en 23.30 uur vonden vrienden zijn auto, haastig in de berm geparkeerd, met de sleutels nog in het contact en zijn portemonnee en brandweerpieper lagen naast de auto. Bij forensisch onderzoek werden later kleine bloedspatten in de auto gevonden.

Kaart van route die Herman Ploegstra aflegde op dag van zijn verdwijning (foto: Politie)

Het cold case team gaat uit van een misdrijf. Daarbij wordt rekening gehouden met drie scenario’s: dat het gaat om een misdrijf vanuit de familiale kring, de relationele sfeer of het crimineel circuit.

Tweede telefoon

Het cold case team bevestigt het beeld dat eerder in documentaires van misdaadjournalisten Peter R. de Vries en John van den Heuvel werd geschetst, namelijk dat Ploegstra er een dubbelleven op nahield. Hij ging vreemd en onderhield met behulp van een tweede telefoon contact met zijn buitenechtelijke sekspartners.

Het cold case team vermoedt nu dat meerdere ‘bekenden’ van Herman belang hadden bij het laten verdwijnen van zijn ‘geheime vrouwtjes-telefoon’, zoals de politie het toestel omschrijft. Het cold case team hoopt dat er inwoners van IJzendijke zijn die weten wie er mogelijk baat bij zou kunnen hebben om Ploegstra’s tweede telefoon te laten verdwijnen. Verder had Herman volgens het cold case team ruzie met ??n of meer collega-brandweermannen.

Uitgescheurde pagina

In zijn notitieboekje werd een uitgescheurde pagina gevonden. In de pagina eronder stond een vreemde tekst doorgedrukt. Herman schreef daarin onder meer: “Na al die tijd ben ik er vorige week achter je karakter gekomen”, en: “Ik geef om je maar niet op zoo’n manier.” Het cold case team wil nu weten om wie dit gaat.

Notitie van Herman Ploegstra, over wie heeft hij het hier? (foto: Politie)

In Hermans agenda werden ook meerdere vreemde symbolen gevonden. Vermoedelijk waren dit notities voor ontmoetingen met iemand. Mogelijk weet degene met wie Herman die afspraken maakte meer over wat er met hem is gebeurd.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Wat voor symbool dat is, wil teamleider Ralph Nagelkerke van het cold case team niet zeggen. “Ik ga niet vertellen wat wij denken dat het zou kunnen zijn, ik vraag u om aan ons te vertellen wat u denkt dat het is”, zei hij tegen de aanwezigen.

Mysterieuze notities

Het cold case team hoopt dat dorpsgenoten meer weten over deze geheime afspraakjes en mysterieuze notities in zijn agenda. Mogelijk hebben deze notities te maken met Hermans buitenechtelijke escapades, maar het kan ook iets te maken hebben met een ander scenario: dat van zijn vermeende criminele contacten.

Mysterieuze notitie in agenda van Herman Ploegstra (foto: Politie)

Zo heeft Herman voor zijn verdwijning meerdere keren tegen zijn broers gezegd dat hij werd bedreigd, maar niemand kan die bedreigingen bevestigen. “De door Herman geuite bedreigingen zijn door niemand anders waargenomen dan door Herman zelf”, staat te lezen in de presentatie van het cold case team.

Kogel onder de ruitenwisser

Volgens zijn broers had Herman een envelop met daarin een kogel onder zijn ruitenwisser gevonden, waren zijn banden herhaaldelijk lekgestoken, werd hij meerdere malen achtervolgd en kreeg hij ’s nachts vaak dreigende telefoontjes. Volgens het cold case team is daar nog geen hard bewijs voor, maar het is wel een van de scenario’s die nu onderzocht worden.

Sinds de heropening van de zaak heeft het cold case team van de politie al meerdere zaken in beslag genomen die relevant zijn voor het onderzoek. Bij de presentatie kondigt het team aan dat er mogelijk meerdere huiszoekingen zullen volgen en dat de komende tijd meer goederen voor onderzoek in beslag genomen zullen worden.

Nogmaals het briefje van dochter Anouk

Tot besluit van de informatieavond toont het cold case team nogmaals het briefje van dochter Anouk, om alle aanwezigen ervan te doordringen dat nu nog steeds na acht jaar de familie van Herman nog altijd niet weet wat er gebeurd is met hun man, broer, vader of zoon. Iedereen die nog informatie wordt opgeroepen om die nu alsnog te delen, zodat zijn familieleden eindelijk de antwoorden krijgen waar ze nu al bijna acht jaar op wachten.

Bronnen: RTL, Omroep Zeeland

Filmende tienermeiden jagen op zakkenrollers

Tienermeiden Sara en Iris uit Rotterdam hebben een bijzondere hobby. In plaats van de gebruikelijke selfies, leggen ze met hun mobiele telefoon zakkenrollers vast. Dankzij hun inspanning heeft de politie Rotterdam in een jaar tijd zeventig zakkenrollers opgepakt.

Ze willen niet met achternaam of leeftijd genoemd worden. ,,Het liefst blijven ze zo anoniem mogelijk”, legt politiewoordvoerder Willemieke de Vos uit.

Het tweetal begon tussen het winkelend publiek op Zuidplein. Inmiddels lopen ze twee dagen in de week rond in het centrum van Rotterdam en hebben ze contact met wijkagent Henri Appeldoorn. Die geeft hen tips. Onveilig is het nooit, stelt de politie. ,,Ze blijven altijd op gepaste afstand, houden met elkaar contact via de telefoon, en wanneer ze een dief in het vizier hebben stappen ze op beveiliging af of bellen ze ons.”

Het tweetal werd niet direct serieus genomen door beveiligers. ,,Inmiddels kennen ze ons bijna allemaal.?

Niet moeilijk

De politie van Rotterdam liet de meisjes ? geanonimiseerd ? aan het woord. Volgens de twee is het niet moeilijk een zakkenroller te ontdekken tussen het winkelend publiek. Hun signalement? De gauwdieven lopen qua mode drie jaar achter, dievegges lopen vaak op ?afgetrapte ballerina?s?, dieven op afgetrapte sportschoenen. En niet onbelangrijk: de straatstropers gedragen zich vreemd. Zo steken ze ?een winkelstraat vaak meerdere keren over en kijken ze vaak achterom?.

De politie van Rotterdam is dolblij met alle hulp. ?Samenwerking met burgers is essentieel?, zegt Willemieke de Vos van de Rotterdamse politie. ?Maar deze meiden hebben zich in korte tijd ontwikkeld tot een zeer gewiekst koppel. Of ze gevaar lopen? Wij denken van niet. Ze zijn tot nu toe nog nooit herkend en als ze het gevaarlijk vinden worden, dan stoppen ze ermee.?

De twee werken inmiddels samen met beveiligers in het centrum van Rotterdam en dragen zo de zakkenrollers aan de politie over. ?Ze leveren dus ?cht een bijdrage aan de veiligheid van de stad?, aldus De Vos.

Bronnen: AD, Trouw, Hart van Nederland