RTIC: Real-Time Intelligence Center

Center: In less than an hour police identified him with the software in their Real Time Crime Center which accesses billions of mugshots, names and nicknames

Al direct vanaf de start van de Nationale Politie is gewerkt aan het opzetten?van tien real-time intelligence centra in Nederland die vrijwel direct in 2013 van start gingen. Van daaruit worden 24 uur?per dag en zeven dagen in de week agenten op straat actief ondersteund met?real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan.

In de VS bestaat dit fenomeen al sinds 2005. In New York en Houston zijn onder andere dergelijke RTCC centra (Real-Time Crime Centers) die agenten op straat helpen met informatie. Dat kan voor hulpverlening, handhaving, crisisbeheersing of opsporing zijn. In dergelijke centra gaat het om snelheid en daadkracht met enorme hoeveelheden informatie. Zo raadpleegt New York meer dan 5 miljoen proces verbalen uit de regio en 31 miljoen landelijke. Ze gebruiken live satellietbeelden waar mogelijk en geavanceerde GIS systemen om informatie slim op de kaart te krijgen. Ook kunnen ze toegang krijgen tot CCTV’s (camera’s) en uiteraard hoort social media ook tot de bronnen.

De politie wordt steeds effectiever en slagvaardiger bij het opsporen van verdachten. Een van de middelen die de politie sinds enkele jaren tot haar beschikking heeft is het Real Time Intelligence Center (RTIC). Sinds de start van de Nationale Politie zijn elf real-time intelligence centra opgezet. Hierin werken politiemensen die 24 uur per dag en zeven dagen in de week rechercheurs en agenten op straat actief ondersteunen met real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan. Agenten op straat worden op deze manier nonstop gevoed met actuele en relevante informatie. Hiervoor wordt informatie uit de politiesystemen gekoppeld aan openbare bronnen zoals websites en social media.

Het doel van het RTIC is het vergroten van de kans op heterdaad en het verhogen van de veiligheid van politiemensen door ze zoveel mogelijk relevante informatie in een zo kort mogelijke tijd
door te geven. In de paar jaar dat het RTIC bestaat zijn inmiddels vele succesverhalen te noemen waar door het juist inzetten van informatie het verschil is gemaakt op straat. Daarnaast worden ook Twitter berichten gevolgd. Dreigtweets die binnen komen bij de politie worden meteen geanalyseerd. Is de verdachte een bekende van de politie? Valt te achterhalen waar hij zich of dat moment bevindt? Hoe serieus is de dreiging? Al deze informatie wordt verzameld en aan elkaar gekoppeld. Als er bijvoorbeeld foto?s van een verdachte persoon bekend zijn, worden deze doorgestuurd naar de agent op straat. Zo kan een RTICmedewerker een zo volledig mogelijk beeld schetsen van een situatie waar een agent op af moet. Hoe meer een agent op de hoogte is van een situatie en verdachte, hoe beter en veiliger deze zijn of haar werk kan doen.

Bekijk het fimpje van het RTI Lab van TNO en de politie hier.

In de visie van TNO?is de kracht van real-time intelligence, dat het bijdraagt aan het cre?ren van?een beter beeld van de situatie waarin ingegrepen moet worden. Real-time?intelligence kan op die manier een grote bijdrage leveren aan het versterken?van de prestatie van de executieve diensten. Wat zou nieuwe technologie als?Google Glass hieraan kunnen bijdragen?

Bronnen: Wikipedia, NYCPoliceFoundation

Bij Eenheid Rotterdam wordt de relatie met social media ook meteen duidelijk, zeker tijdens de @politie24 actie waarover we eerder een blog schreven:

En de Meldkamer Noord Nederland

TGO game

Recherchegame maakt valkuilen in opsporingsproces zichtbaar

Het gebruik van serious games kan rechercheteams helpen om mogelijke valkuilen in het opsporingsproces zichtbaar te maken en trainen hiermee om te gaan. Dat concluderen onderzoekers van Crisislab op basis van een?onderzoek?waarin gekeken is hoe leidinggevenden van Teams Grootschalige Opsporing (TGO’s) in een serious game omgaan met onder andere tunnelvisie. TGO’s zijn rechercheteams die zich bezighouden met zwaardere misdrijven. In de serious game werd het gevaar van tunnelvisie dermate goed onderkend dat eerder het omgekeerde effect optrad: de rechercheteams waren geneigd te weinig focus aan te brengen in het opsporingsonderzoek en teveel opties door te rechercheren. Voor andere, waarschijnlijk mindere bekende, valkuilen bleek de opsporingspraktijk nog wel vatbaar, zo bleek uit de serious game. Zo zochten de teams overwegend naar bekrachtigend bewijs, werd er vaak onbewust gebruik gemaakt van ingesleten vuistregels en was er sprake van ‘informatiezucht’ Deze valkuilen werden door de serious game goed zichtbaar.

Het afgelopen decennium is binnen de Nederlandse opsporingspraktijk veel aandacht besteed aan het beter kunnen onderkennen en voorkomen van tunnelvisie, met name bij de maatschappelijk ‘zwaarder’ ervaren misdrijven. Aanleiding hiervoor was onder meer het onderzoek van de commissie Posthumus uit 2005 naar de oorzaken van een onterechte veroordeling in de Schiedammerparkzaak. Naar aanleiding hiervan is voor de politie het Programma Versterking Opsporing opgestart dat de kwaliteit van de opsporing moet vergroten door onder andere tunnelvisie aan te pakken.

Op basis van interviews en tien serious games, waarin Teams Grootschalige Opsporing in hun gebruikelijke werkomgeving en onder realistische omstandigheden een moordzaak moesten oplossen, concluderen de onderzoekers dat het gevaar voor tunnelvisie breeduit herkend en onderkend wordt. De keerzijde is echter wel dat men uit angst om te ’tunnelen’ onderzoekscapaciteit verspilde tijdens het spelen van de serious game. In zeer beperkte mate werd namelijk focus aangebracht in het opsporingsonderzoek. Op basis van de serious game concluderen de onderzoekers bovendien dat de opsporing voor andere procesvalkuilen vatbaar lijkt. Zo was tijdens het spelen van de game een zekere vorm van informatiezucht zichtbaar, werd veel impliciet besloten op basis van vuistregels en stereotypen en werd er niet actief gezocht naar ontkrachtend bewijs.
De onderzoekers menen dat serious games bruikbaar zijn voor onderzoek naar besluitvormingsprocessen door leidinggevenden van TGO’s. Daarnaast wordt geconcludeerd dat het gebruik van deze games een nuttige bijdrage kan leveren aan rechercheopleiding- en training: het maakt procesmatige valkuilen bij het opsporingsonderzoek voor rechercheurs inzichtelijk op een leuke, goedkope en arbeidsextensieve manier en levert bovendien waardevolle inzichten op om onderwijs en training verder te verbeteren.

Bronnen:?Perssupport?(in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap), ANP, NOS

Flitscrises: heeft luisteren & zenden op social media zin?

?De overheid zou zich moeten onthouden van het gebruik van sociale media tijdens flitscrises.? Op basis van het gebruik van Twitter door de verschillende overheden tijdens de grote brand bij Chemiepak in Moerdijk, of specifieker het ontbreken van de overheid in de sociale media, trekken Groenedaal, De Bas en Helsloot in?hun artikel?de conclusie dat de overheid geen plaats heeft in het veld van de sociale media tijdens een flitscrisis.

Flitsincidenten

We reageren graag op het?artikel ?Twitter tijdens flitscrises; een onderbenut potentieel?? van Jelle Groenedaal, Martine de Bas en Ira?Helsloot in het Tijdschrift voor Veiligheid, nummer 11, 2012. Hierin?wordt gesteld dat luisteren op socialflitscrises-media geen nut heeft en produceren op sociale media ook weinig zin heeft. Het is overigens niet onze intentie om het onderzoek ter discussie te stellen, maar wij leveren (net als?enkele?andere lezers) graag een bijdrage om het gesprek verder aan te gaan.

Beperkingen onderzoeksmethode

Omroep West

De getrokken conclusies van de drie schrijvers zijn gebaseerd op een analyse van het gebruik van sociale media, in feite alleen Twitter, van ??n flitscrisis, de grote brand bij Chemiepak in Moerdijk op 5 januari 2011. De generaliseerbaarheid op basis van ??n crisis vinden wij beperkt, los van de methodologische gronden.

Daarnaast is volgens ons een ?flitscrisis? een rekbaar begrip. De digitale wereld kent bijvoorbeeld een andere?tijdsbeleving (flits)?dan de fysieke wereld. Een flitscrisis mist in aanloop naar de daadwerkelijke crisis zeer waarschijnlijk de fase van vroegsignalering. Echter, deze fase is bij bepaalde crises, die door de buitenwacht wel als ?flits? zijn te typeren, wel aanwezig. De praktijk laat juist zien dat snel, proactief en accuraat monitoren, analyseren en reageren effect genereert bij de beleving en interpretatie van crises.

Tijdens het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011 zijn op verschillende plaatsen in de crisisbeheersingsorganisatie de sociale media grondig in de gaten gehouden. Zo is bijvoorbeeld het gerucht dat er een tweede ?Tristan? zou zijn gesignaleerd, ?evenals een?latere dreiging van een tiener?om het hele drama van Alphen aan den Rijn in Rotterdam nog een keer over te doen.

Verder zijn aanwezige vragen op Twitter beantwoord en is het nieuws actief gebracht via dit sociale medium. Bij kleinere incidenten, zoals branden en ongelukken, blijkt dat een actieve houding op Twitter?positieve effecten?heeft, de (mogelijke) vragen vanuit de omgeving worden snel gesignaleerd en beantwoord. Daarnaast bieden de hulpverleningsdiensten snel handelingsperspectief en neemt de druk van de media? op de woordvoerders af, zo blijkt uit onze praktijkervaring.

Sociale media als communicatiemiddel en als informatiebron

Sinds Moerdijk is ?crisisbeheersing Nederland? wakker geschud als het gaat over de invloed van sociale media, zoals Belgi? is wakker geschud door Pukkelpop. Sindsdien is er een hoop veranderd. Inmiddels is bij iedereen doordrongen dat sociale media twee functies hebben:?informatie brengen?eninformatie halen.
http://www.flickr.com/photos/thenextweb/

Sociale media als communicatiemiddelen

Functie ??n: sociale media zijn communicatiemiddelen. Veel veiligheidsorganisaties zijn op Twitter aanwezig. In het eerste kwartaal van 2012 is door VDMMP een verkennend onderzoek uitgevoerd?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Uit deze voorzichtige verkenning blijkt dat de inzet van sociale media in het veiligheidsdomein zich (nog) vooral concentreert op de inzet van Twitter.

Het veiligheidsdomein zet sociale media vooral in te communiceren over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten (produceren). In mindere mate worden sociale media benut voor het cre?ren van draagvlak, het opbouwen van een relatie met de doelgroepen of het waarborgen van het imago van de organisatie.

Sociale media als bronnen van informatie

Functie twee: sociale media vormen een bron van informatie. Er zijn inmiddels ook veel organisaties in het veiligheidsdomein actief op het gebied van monitoring. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport?Twitter in crisisbeheersing?van TNO en HKV.?Deze twee functies hangen nauw met elkaar samen. Om met een eenduidige boodschap naar buiten te kunnen komen is afstemming over informatie cruciaal, zowel intern als met de betrokken (externe) partners. Het gebruik van sociale media als informatiebron is nog lang niet overal binnen organisaties vanzelfsprekend.

Vraag bijvoorbeeld maar eens binnen een Veiligheidsregio: wie verzorgt de monitoring van sociale media van de gezondheidsprocessen? Grote kans dat dit niet structureel is geborgd.

Reageren op nieuwe informatie

?De constatering is dat de tweets van burgers geen nieuwe relevante feiten bevatten. (?) nieuw nieuws (ook) op Twitter is schaars.?

?Het monitoren van het Twitterverkeer is niet noodzakelijk om te weten dat dergelijke vragen emoties en speculaties zullen opkomen en om hierop adequaat te kunnen reageren (al dan niet via sociale media waaronder Twitter).? ? Tijdschrift voor Veiligheid, 2012 (11), 4 p.13

http://www.flickr.com/photos/omroepbrabant/

De eerste constatering lijkt logisch op basis van de inhoudelijk bestudering van afzonderlijke tweets. Let wel: bij Moerdijk waren burgers niet direct bij het incident betrokken en namen zij alleen op afstand rook waar. Bovendien konden zij geen nieuwe feiten toevoegen, omdat de crisissituatie zich verder weinig ontwikkelde, behalve meer rookwolken.

Wij zijn het niet eens met Groenendaal, De Bas en Helsloot waar ze het hebben over Pukkelpop. Wij denken dat het al dan niet kunnen reageren binnen de 30 minuten, waarin de risico?s van de weersontwikkeling waarneembaar waren, niet direct te maken heeft met de informatiewaarde van Twitter, maar meer met de organisatorische aspecten en competenties van de crisismanagementorganisatie. Als dit daadwerkelijk barri?res zijn, dan ligt de uitdaging erin om deze weg te nemen, in plaats van de toegevoegde waarde ter discussie te stellen. Het wegnemen kan door hier verantwoordelijke mensen over op te leiden.

De dataset van TNO en HKV

Zou Twitter daarmee geen vroegsignaleringsfunctie kunnen hebben gehad bij Pukkelpop? In dat geval moet toch echt worden gekeken naar de volledige dataset die TNO en HKV ter beschikking heeft. Zij analyseerden alle 343 tweets (exclusief retweets) gepubliceerd tussen 16.45 en 18.15 uur (90 minuten voor de storm), met behulp van?Twitcident. In totaal vonden ze 56 tweets (16%) uit de nabije omgeving die refereerden aan het veranderende weer, waarvan 35 tweets (10%) observaties bevatten van extreem weer.

Deze tweets deden verslag van wolkbreuken, hagel, storm en bliksem, meestal in bovenwinds gelegen plaatsen, waarlangs de storm zich verplaatste richting het festival (bijvoorbeeld, Brussel, Leuven en Hasselt). In 22 tweets (6%) uitten Twitteraars hun zorgen dat de storm Pukkelpop zou kunnen raken (duiding gekoppeld aan risico?s voor Pukkelpop). Een belangrijke vraag is of het mogelijk zou zijn deze ?hoge perceptie?-tweets automatisch te filteren.

Tweets die observaties & intensiteit weerspiegelen

Een nadere inhoudsanalyse van deze 22 tweets liet zien dat Twitteraars vaak woorden zoals ?storm?, ?donder?, ?bliksem?, ?wolkbreuk?, ?hagel? en ?zwarte lucht??gebruikten om de extreme weersomstandigheden te duiden. Ook kwamen er veel woorden in voor die betrekking hadden op de ernst van de weersomstandigheden, en die zelfs een enigszins emotionele toon hadden: ?zwaar?, ?intens?, ?serieus?, ?gigantisch?, ?dreigend?, ?hevig?, ?help?, ?crazy?, ?oh nee?, ?oh my?, ?hel?, ?drama??en het gebruik van uitroeptekens. 15 van de 22 tweets bevatten zowel observaties over het weer als woorden die de intensiteit weerspiegelden.

Veel mensen uit omliggende plaatsen geven aan onheilspellend weer mee te maken, laden dat met ernst (uitroeptekens, hoofdletters, bewoordingen) en sommigen koppelen het zelfs aan zorgen over Pukkelpop. E?n bericht is zeker niet voldoende, en het voorspelt uiteraard niet de gevolgen, maar het volume en de lading van dergelijke risico?s en dreigingen zijn volgens ons waardevolle?aanvullendeinformatie. Zo onderzoekt Prorail nu de rol van Twitter bij onder andere?sneeuwval. Twitteraars blijken voor hen een waardevolle aanvulling te zijn op lokale weerstations en kunnen aan enige duiding doen met tekst, foto of filmmateriaal.

TNO

Informatiewaarde is meer dan tekst

Echter, bij omgevingsanalyses gaat het om meer zaken dan de afzonderlijke informatiewaarde. Zo wordt bijvoorbeeld ?sentiment? gedetecteerd door omvang van verschillende verzamelingen berichten en de trend in de berichtenstroom (sociale onrust-sensor). Er is een gemis in de gedane analyse wat betreft de informatiewaarde in relatie tot de beelden die via Twitter door berichten worden verspreid.

Informatiewaarde is meer dan tekst. Sociale media gaan immers over het delen van tekst, maar ook foto?s, video?s en audio in een sociale omgeving.?De incidenten in?Moerdijk en Alphen zijn situaties waar zich feitelijk weinig niets meer ontwikkeld anders dan rook en de afvoer van gewonden (mede vanwege feit dat het plaats incident beperkt toegankelijk is).

Twitter kan met name een rol spelen als er een?situatie?is zoals Pukkelpop, of ?andere crisissituaties waarbij zich ontwikkelingen voordoen. Dan kan al het beeld- en tekstmateriaal dat zich via?Twitter?verspreidt input leveren voor de crisisorganisatie. Uiteraard is elke crisissituatie anders, maar het artikel over?Sociale media als voorspellers?laat een heldere analyse zien wat betreft de Facebook-rellen in Haren.

Analyseren en interpreteren

?..is het de vraag of het wel haalbaar is om als overheid tijdens een grote brand zoals die in Moerdijk alle tweets te analyseren en in te gaan op alle speculaties en geruchten. De snelheid en massaliteit van het medium maken immers dat de stroom aan informatie voor crisismanagers lastig is bij te houden.?

?Bovendien is het de vraag in hoeverre operationeel beslissers in staat zijn om de informatie uit de tweets op een juiste wijze te interpreteren en er vervolgens iets mee te doen.? ? Tijdschrift voor Veiligheid, 2012 (11), 4 p.14

In de crisiscommunicatieteams van gemeenten en veiligheidsregio?s neemt omgevingsanalyse een steeds belangrijkere plaats in. Op basis van deze analyses wordt aan de operationeel beslissers een beeld van de buitenwereld gepresenteerd. De omgevingsanalyse is ??n van de belangrijke ingredi?nten van de communicatiestrategie tijdens een crisis. In de meeste veiligheidsregio?s is deze werkwijze al gewoon aan het worden, veel operationeel leiders hechten grote waarde aan dit beeld.

Een omgevingsanalyse voegt een belangrijke component toe aan het totaalbeeld. Het eerste citaat geeft wel het belang aan van zeer competente omgevingsanalisten waar het gaat over de vertaalslag van de stroom aan informatie. Maar onmogelijk is het zeer zeker niet, met de ondersteuning van onder meer monitoringstools. Daarnaast gebruiken ze op dit moment?Twitter al om aardbevingen?te ontdekken.

http://www.flickr.com/photos/mdgovpics/

Tot slot: snelheid en relevantie

?Het maakt daarmee niet zozeer uit welk communicatiekanaal overheden gebruiken om te communiceren met burgers; belangrijker is de snelheid waarmee overheden feitelijke informatie delen en de relevantie van informatie.? ? Tijdschrift voor Veiligheid, 2012 (11), 4 p.13

De communicatieteams die in een crisissituatie actief aan de slag zijn moeten zich dit terdege realiseren. Focus niet op dat ene middel, zorg voor een mix van middelen die als een ketting aan elkaar geregen worden, en naar elkaar verwijzen. Zorg dat de boodschap van het ene middel verifieerbaar is via een ander kanaal.

En begin niet met een nieuw communicatiemiddel als Twitter op het moment van de crisis. De betrouwbaarheid van het communicatiemiddel is groter als het middel al langer gebruikt wordt en ontvangers het middel herkennen als betrouwbaar. De auteurs sluiten graag af met een simpele boodschap. Bij sociale media gaat het erom in gesprek te komen en te blijven. Hierdoor zijn ?sociale media sociaal. Mocht een organisatie dit nog niet kunnen, vanwege welke redenen dan ook: zorg dan in elk geval dat je wel luistert naar wat er gebeurt op sociale media. De basis van communicatie is ook weten of je boodschap helder en duidelijk is voor de ontvangers.

Bron: Frankwatching?en?het Excel bestand met de geanalyseerde tweets is hier?te downloaden.

E-mailadressen Burgernet in Weert gewoon meegestuurd

Weertenaren die zijn aangesloten bij Burgernet kregen afgelopen week weer de lijst mailadressen van hun collega-burgerrechercheurs meegestuurd met een mail.

Weertenaren die zijn aangesloten bij Burgernet kregen afgelopen week de complete lijst mailadressen van hun collega-burgerrechercheurs meegestuurd met een mail. Dat was niet de eerste keer.

CC-veld
Na een autobrand in Swartbroek, gemeente Weert, stuurde de politie een mail aan de 250 ‘burgerrechercheurs’, met het verzoek om oplettendheid en informatie. De mailadressen van de andere Burgernet-deelnemers werden daarbij niet afgeschermd, wat uiteraard wel had gemoeten. Met het onbekommerd rondzenden van de adreslijst, door in plaats van het BCC-veld het CC-veld te gebruiken, maakt de politie geen goede beurt.

Serie autobranden
Burgernet is een netwerk van burgers die in bepaalde gevallen fungeren als extra ‘ogen en oren’ van de politie. In Weert hebben zich relatief veel mensen aangemeld voor Burgernet naar aanleiding van een aantal autobranden. In het eerste mailtje over een dergelijke brand, halverwege 2012, kregen ruim honderd geadresseerde al de mailadressen van hun nieuwe ‘collega’s’ meegestuurd.

‘Protocol is al scherp’
Een woordvoerder van de politie zegt tegenover dagblad De Limburger het opnieuw meesturen van de mailadressen te betreuren. “De protocollen voor het verzenden van dergelijke mails zijn al scherp, maar we gaan ze nog eens bij onze mensen onder de aandacht brengen. Dit mag niet meer gebeuren.”

Bron: Binnenlands Bestuur

Social media tijdens overstromingen Queensland 2011

Zelfredzaamheid is een begrip dat in veel beleidsdocumenten terug komt maar niet vaak een concrete uitwerking krijgt. Logisch, omdat de gewenste, uit zelfredzaamheid voortkomende activiteiten tijdens een overstroming per definitie flexibel en afhankelijk van de situatie zijn. Bovendien is het moeilijk om samen te werken met een niet of nauwelijks georganiseerde ?tegenspeler? (de burger). Maatregelen die de zelfredzaamheid proberen te vergroten blijven dan ook vaak hangen in goede intenties en ?symptoombeleid?.

Zelfredzaamheid en samenlevingen in het algemeen zijn geen statische objecten. Door constante dialoog en innovatie zijn ook de gemeenschappen die beschermd moeten worden tegen overstromingen en die ‘hun zelfredzaamheid moeten vergroten’ altijd in beweging. Een van de opvallendste veranderingen van de laatste tijd heeft te maken met de manier waarop we met elkaar communiceren. Online sociale media platforms zoals FaceBook, YouTube en Twitter zijn een integraal onderdeel geworden van ons sociale leven en van hoe we tegenwoordig met elkaar omgaan. Deze nieuwe manieren van communiceren introduceren een nieuwe standaard in omgangsvormen. Omgangsvormen in een samenleving refereren direct aan de essenti?le kenmerken van zelfredzaamheid, de introductie van online sociale media zou langs die weg weleens de essentie van onze zelfredzaamheid kunnen veranderen. Zelfredzaamheid zou met behulp van deze nieuwe ontwikkelingen zelfs beter bestuurbaar kunnen blijken dan een aantal jaren terug. Uitgangspunt in dit rapport is dan ook dat ?het publiek? niet hulpeloos is en er een inherente veerkracht in een samenleving zit die met de juiste maatregelen benut en verstrekt kan worden ten behoeve van de crisisbeheersing. Zou met de juiste inzet van sociale media het voorheen hulpeloze slachtoffer van tegenspeler een medestander kunnen worden?

In?het project ?Sociale Netwerken onder druk? is de reikwijdte van dit effect onderzocht tegen de achtergrond van de overstromingen in Queensland begin 2011, waar sociale media een belangrijke rol speelden in de response en recovery. Met behulp van voorbeelden van andere crises in binnen en buitenland hebben we in deze rapportage de resultaten van dit onderzoek willen verifieren en de betekenis ervan voor het Nederlandse beleid willen duiden. Als maatregel in de rampbeheersing zijn zelfredzaamheid en samenredzaamheid vaak gelinkt aan risicoperceptie, die bij weinig frequente rampen laag is. Als eigenschap van een gemeenschap worden ze echter gebouwd uit elementen die altijd in meer of mindere mate aanwezig zijn. Als zelfredzaamheid op de juiste manier gebruikt en gefaciliteerd wordt kan er te allen tijde, dus ook tijdens een crisis, een beroep op gedaan worden. Om zelfredzaamheid grijpbaar te maken hebben we de vier kwadranten van het model voor community resileince van Norris (2007) gebruikt. Dit model deelt Community Resilience (gezamenlijke zelfredzaamheid) onder in vier karakteristieken. Vrij vertaald bouwen zij zelfredzaamheid op uit: Informatie en Communicatie, Maatschappelijk Kapitaal, Collectieve Competentie en Sociale Gelijkheid.?

Bron: Nationaal CrisisCentrum (NCC), Zelfredzaamheid?dossier Infopuntveiligheid

Politiekids in de wijk

In multiculturele wijken als de Schilderswijk in Den Haag zijn kinderen en jongeren vaak weinig?betrokken bij hun woon- en leefomgeving en zij voelen zich daar ook niet (mede)verantwoordelijk voor.?Zij hebben meestal weinig respect en een negatief beeld over de politie en willen daar dan ook niet mee?samenwerken. In wijken zoals de Schilderswijk werken veel professionele en vrijwilligersorganisaties aan?dezelfde problemen, maar vaak langs elkaar heen.?Al enkele decennia is er enerzijds een daling van de geregistreerde criminaliteit zichtbaar, maar?anderzijds een concentratie van veelvoorkomende criminaliteit op bepaalde plekken en een groeiende??twaalfminners? problematiek. Ook tekent zich een tendens af dat bevolkingsgroepen negatiever over?elkaar en over instituties gaan denken.

Het project Politiekids zet kinderen van 7-10 jaar in voor de veiligheid van de wijk door hen informatie te?laten verstrekken aan bewoners en verkeersdeelnemers. De kinderen ontwikkelen vaardigheden en?verwerven kennis die nodig is om deze taak adequaat te vervullen. Ouders, scholen en?welzijnsinstellingen worden actief bij de uitvoering betrokken. De ca. 55 deelnemertjes zijn afkomstig?van scholen in de buurt en van een kinderproject van een welzijnsinstelling.?Inmiddels is er een stabiele groep ?Kids? gevormd die qua omvang rond de 50 is gebleven. De acties vallen?goed in de buurt. De scholen zien dat de deelnemertjes ?groeien?. Er is belangstelling uit andere?stadsdelen om ook daar met Politiekids te starten.

Burgemeester van Aartsen be?digd Politiekids

De kinderen, tussen de 7 en 10 jaar oud, kregen een echte Politiekids-badge en bijbehorende ?werkkleding?, waarmee ze meteen aan de slag mochten. De kersverse Politiekids gingen in groepjes met een politieagent en enkele ouders de straat op. De dagen worden steeds korter en sneller donker, daarom stond deze middag in het teken van ?Licht zet inbrekers in het zicht?. De Politiekids spraken, onder het toeziend oog van een politieagent en enkele ouders, buurtbewoners aan en reikten een preventiefolder uit met tips hoe zij het beste inbrekers buiten de deur kunnen houden.

Acties

Met een herkenbare pet en geel hesje met daarop politiekids gaan de kinderen aan de slag

Politiekids is een initiatief van de politie in Amsterdam dat nu dus ook in de Schilderswijk is gestart. Twee keer per maand gaat een groep van ongeveer 50 kinderen uit de Schilderswijk, die zich vrijwillig hebben aangemeld, een bepaalde actie onder de aandacht van wijkbewoners brengen. Zij helpen op die manier mee om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. De politiekids spreken bijvoorbeeld fietsers op de stoep aan op hun gedrag of waarschuwen bewoners tegen inbraak of zakkenrollers. De Politiekids, herkenbaar door pet met daarop Politiekids en een geel hesje, krijgen vooraf instructies van een politieagent en helpen bij het uitreiken van preventie- en promotiemateriaal.

Samen met een politieagent de straat op

Kracht

De kracht van het project is dat jongeren onder de 10 jaar op een positieve manier in aanraking komen met de politie. De kinderen leren tijdens de acties over normen en waarden, wat goed en slecht is en worden zich bewust van de gevolgen van ontoelaatbaar gedrag in hun woonomgeving. Samen met de politie en hun ouders werken ze aan een betere buurt.

De politiekids delen flyers uit

Bronnen: Politie.nl, CCV

S – Sexting

Sexting ?is het verspreiden of delen van seksueel getinte foto’s of berichten via mobiele telefoons of andere mobiele media. De term komt van seks (dus met seksuele inhoud) en texting (sms). Social media hebben sexting nog makkelijker gemaakt. Een studie van Internet Watch Foundation heeft aangetoond dat 88% van de verspreide foto?s of video’s worden doorgestuurd of op andere websites worden gezet, soms zelfs op pornosites.

Van vier op de tien Nederlanders staan ?ongewenste foto?s op internet, blijkt uit onderzoek van Multiscope. De helft daarvan doet daar vervolgens niks mee, de andere helft vraagt of de foto er weer af kan. Het plaatsen van foto?s op internet vinden we heel normaal, zo blijkt. Driekwart van de ondervraagden doet dat wel eens, vooral facebook scoort heel hoog. Een kwart vraagt echter nooit toestemming aan anderen om die foto online te zetten.

This screen image of a Kik chat from an unrelated investigation shows how predators target children in the app.

Een bekende app voor sexting is Snapchat, een populair sociaal netwerk dat op 19% van alle iPhones is ge?nstalleerd en goed is voor meer dan vijftig miljoen zichzelf vernietigende fotoberichten. Maar dat was vroeger. De profielgegevens?in Snapchat laten immers zien met wie je allemaal communiceert en bovendien is er nu de app Snap Save?, zodat ontvanger de foto?s kunnen bewaren zonder dat de verzender hiervan op de hoogte is.

Jongeren die ongewenst pikante foto’s verspreiden van leefstijdsgenoten via internet, moeten vaker een taakstraf krijgen. Nu krijgen de daders vaak een straf van de rechter en dus ook een strafblad. De PvdA wil dit veranderen:

Sexting komt op vrijwel alle scholen voor

Seksfilmpjes die op middelbare scholen circuleren is een stijgende trend. Dat zegt het landelijk Meldpunt Kinderporno. Donderdag werd bekend dat onder meer op het Pius X-College in Bladel en het Strafrecht College in Geldrop zulke filmpjes onder leerlingen rondgaan. Volgens het Meldpunt komt ‘sexting’, het versturen van naaktfoto’s of seksfilmpjes via de smartphone, inmiddels?op bijna alle scholen?voor. “Je kunt zeggen dat het inmiddels onderdeel is van de seksuele ontwikkeling van kinderen.’

“Ouders zijn vaak radeloos als ze ons bellen”, zegt Maaike Pekelharing. Ze wenden zich tot het Meldpunt als ze op de telefoon van hun zoon of dochter een?seksfilmpje?of naaktfoto’s vinden, soms gemaakt door hun eigen kind. “We adviseren altijd om aangifte te doen als iemand zo’n filmpje heeft doorgestuurd en de filmpjes meteen te verwijderen.”?Ook kinderen bellen het Meldpunt Kinderporno, met volgens Maaike Pekelharing, ‘sterk uiteenlopende reacties’. ” Sommige kinderen zijn in paniek en willen zichzelf om het leven brengen, terwijl anderen er totaal onverschillig onder blijven.”?Volgens Pekelharing kunnen ouders maar beter hun kinderen niet het gebruik van internet of smartphones verbieden. “Dat is precies de reden waarom kinderen er niet meer over willen praten.” Voorlichting op scholen is volgens haar het allerbelangrijkste. “En wacht niet tot een incident dat noodzakelijk maakt.”

Forse stijging van meldingen
Vorig jaar kwamen er bij het Meldpunt?honderden meldingen meer?binnen dan het jaar ervoor. “Maar die stijging kan ook te maken hebben met onze grotere bekendheid”, zegt Maaike Pekelharing van het Meldpunt. “Vooral ouders weten ons steeds beter te vinden.”

? Sinds kort is er een website met een campagne tegen sexting in Nederland. Want de risico?s van sexting zijn letterlijk grenzeloos.

sexting_poster_1

Sexting is spannend, leuk en gevaarlijk tegelijk.

Als sexting beelden door anderen verspreid worden zijn de gevolgen niet te overzien. Precies op dit punt ontstaat de problematiek rondom sexting. Zolang de beelden binnen een gelijkwaardige relatie uitgewisseld worden en daar blijven, lopen verzender en ontvanger weinig risico en kan het zelfs ervaren worden als een meerwaarde voor de relatie. Het wordt een ander verhaal als die sexy foto of dat pikante filmpje van jou door anderen verspreid wordt via social media. Waarschijnlijk is dit beeldmateriaal in vertrouwen verstuurd en zonder toestemming openbaar gemaakt. Degene die te zien is op de sexting beelden verliest er de controle over. Dit kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan (cyber)pesten, ernstig persoonlijk leed, schooluitval, schaamte, problemen bij het vinden van een baan, angst, onzekerheid en in sommige gevallen neiging tot zelfdoding. Daarnaast verkeer je als geportretteerde in een chantabele positie wat je nog kwetsbaarder maakt.

Jongeren en social media

Social media is erg belangrijk voor jongeren. Zo benoemt Prof. Dr. Leo Van Audenhove, Directeur Mediawijs.be, het belang van social media voor jongeren. Via social media communiceren ze, kunnen ze zich op een creatieve wijze uitdrukken en ontwikkelen ze hiermee een eigen online- en offline- identiteit. ?Het heeft weinig zin hier een verbiedende houding aan te nemen. Omgaan met sociale media leert jongeren immers op een speelse wijze omspringen met media in de brede zin van het woord. Bovendien werken ze op deze manier aan ruimere computer- en mediacompetenties die ze nodig hebben in hun opleiding, hun beroepstraject en hun sociale leven? (Walrave & Van Ouytsel, 2014, p.6). Begeleiding van jongeren door docenten, ouders, jeugdwerkers en andere opvoeders bij het ontdekken en gebruiken van social media is belangrijk. Zij hebben een belangrijke taak om jongeren mediawijs te maken.

Stappenplan van Bureau Jeugd en Media:

HELP2_A4_2_medium

En als laatste nog een interessant?filmpje over het bespreekbaar maken van sexting in de klas…

Bronnen: Wikipedia, Gizmodo, DutchCowboys, SaferInternet.org, Omroep Brabant, Onuitwisbaar.nu, BureauJeugdEnMedia