Tagarchief: gemeente

Wie belt er nog?

De manier waarop we communiceren verandert. Dit heeft invloed op de manier van het?melden van gebeurtenissen aan politie, brandweer, ambulancezorg en bijvoorbeeld?gemeenten. Als er iets bedreigends gebeurt bel je nu natuurlijk 112 of 0900-8844.?Kan het wachten, dan doe je een melding via het web. Maar hoe ziet ?Het Nieuwe Melden??er in 2025 uit?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden heeft een team van TNO-experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld. Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken.

Dit boekje dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden schetst een langere termijn visie en roadmap voor het (spoedeisend) melden in?het domein van de openbare orde, veiligheid en ambulanzezorg. Het beschrijft ?Het Nieuwe?Melden? in uiteenlopende toekomstige leefwerelden en stelt de vragen: wie wil je zijn en?wie moet je zijn als overheid in 2025 (visie), welke keuzes maak je dan om burgers te?bedienen in het (nieuwe) meldproces en hoe kom je daar (roadmap)?

Op de weg naar Het Nieuwe Melden voorziet TNO een aantal transities. Deze transities zijn?al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in?dit boekje is daarom geen eindpunt, maar is bedoeld als startpunt voor een discussie over?dienstverlening en het melden in de toekomst, waaraan ?lle overheden, markt- en?ketenpartijen en ook burgers deelnemen. Op naar een toekomst waarin burgers kunnen?blijven bouwen op de dienstverlening van de overheid.

Bronnen: TNO, Tweede Kamer

BuurtWhatsApp: Goed beheer is complex

De BuurtWhatsApp: ogen en oren van de buurt

Steeds meer burgers melden zich aan voor een BuurtWhatsApp. Via speciale groepen in de berichtendienst WhatsApp waarschuwen ze elkaar als ze iets verdachts zien. Wordt de buurt daar echt veiliger van? Over succesverhalen, kinderziektes en commotie.

Steeds meer burgers delen verdachte situaties digitaal. Dat gebeurt vooral via de berichtendienst WhatsApp. Op de website website www.wabp.nl?kunnen mensen hun zogenaamde BuurtWhatsApp registreren en bijhouden.?Bij het schrijven van dit artikel staan er meer dan duizend?op de site. Via Google zijn allerlei groepen te vinden die zich daar niet hebben geregistreerd, en er zijn ook gemeenten waarin een BuurtWhatsApp gaat starten. Het aantal deelnemers wisselt sterk. In mening gemeente doen honderden bewoners mee.

Dat zoveel burgers een BuurtWhatsApp starten is volkomen logisch, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur bij TNO op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid.??Iedere burger wil in een veilige buurt wonen. En de techniek gaat razendsnel. Aangezien ruim de helft van alle Nederlanders WhatsApp gebruikt, kon je die opmars zien aankomen.?

Het internet staat dan ook vol met succesverhalen. Een kop als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? staat in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Volgens De Vries kan een BuurtWhatsApp zeker helpen de buurt veiliger te maken. ?Dit is nu goede burgerparticipatie in de praktijk. Het is een uitstekende toevoeging aan de opsporing van criminelen. Er komen meer ogen en oren op straat.?

Beginnen met een BuurtWhatsApp is heel simpel. Een nieuwe groep aanmaken, mensen verzamelen die mee willen doen, en delen maar. Een BuurtWhatsApp goed beheren is echter een stuk complexer, benadrukt De Vries.

inbreker

Een BuurtWhatsApp kan een verkeerde werking hebben. Zoals recent in de gemeente Aalburg. Een verslaggever van Omroep Brabant meldde zich aan bij de groep, en kwam in september met een verhaal terug over Oost-Europeanen die gestigmatiseerd zouden worden.?Hier de berichten over de?oprichting?van de groep in februari 2015 ?en daarna diverse berichten (1, 2, 3) over de commotie tot de uiteindelijke?opheffing van de groep in september 2015.?Twee voorbeelden: ‘Er houdt zich een Pools of Roemeens obscuur persoon verdacht op bij de boekenwinkel’ en ‘Er rijden twee busjes met Pools kenteken op een verdachte manier in het dorp Veen, politie wordt gebeld’. Volgens Omroep Brabant zou het slechts?om een kleine selectie te gaan.

stekker

In het Brabants Dagblad reageerden diverse raadsleden kritisch. De meesten benadrukten wel dat een WhatsApp-groep een belangrijke meerwaarde kan zijn. Volgens de twee beheerders van de buurtapp in Aalburg, die gestart naar aanleiding van een inbraakgolf, zagen zij wel degelijk strikt toe op de berichten. ?En wij vertellen het gewoon zoals het is, net als Opsporing Verzocht doet.? Inmiddels zijn de beheerders gestopt. Inhoudelijk wil de gemeente voorlopig niet reageren. Burgemeester Fons Naterop zei in het Brabants Dagblad voorstander te zijn van digitale buurtpreventie, en graag mee te denken over een alternatief.

Ook De Vries weet dat het fout kan gaan. Een sterke beheerder noemt hij essentieel. ?Ik heb ook groepen uit elkaar zien vallen door burenruzies. Als beheerder ben je niet te benijden. Je moet de berichten streng scannen, mensen durven aan te spreken op hun taalgebruik en ze desnoods uit de groep durven gooien. Maar groepen die zo?n sterke beheerder hebben kunnen dan ook echt veel betekenen voor de buurt’.

 


BuurtWhatsApp Vlaardingen

In Vlaardingen doen inmiddels ruim 2.500 inwoners mee aan de BuurtWhatsApp. Kor de Jong en Josette Hogewoning beheren de groepen. De Jong is ook wijkagent in Vlaardingen, maar benadrukt dat hij zijn beheertaken uitvoert als burger. ‘Er is een kort lijntje me de politie, dus dat helpt. Maar we maken deelnemers duidelijk dat wij geen vervanging zijn van de politie. Onze belangrijkste spelregel is: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen.’

‘Dankzij de BuurtWhatsApp zijn al diverse inbrekers opgepakt’, zegt Hogewoning. ‘Dankzij oplettende buurtbewoners zijn ook verdachten aangehouden voor autobranden en fietsen stelen. En er zijn hondjes teruggevonden. Minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn.’

Succesverhalen genoeg, maar bij het beheren komt wel veel kijken, merken ook De Jong en Hogewoning. Problemen zoals in Aalburg kun je volgens hen alleen voorkomen als je als beheerder meteen vanaf het begin helder bent. ‘Iedere nieuwe deelnemer weet bij ons meteen waar hij aan toe is. Houd je je niet aan de regels, gooien we je uit de groep. Dat betekent: niet discrimineren, niet kwetsen, en ook geen zogenaamd grappige acties. Een voorbeeld van dat laatste: de politie zocht een verwarde vrouw, waarop iemand een foto postte van een vrouw in alleen een regenjas. Dat pikken wij dus niet.”

Onderstaande spelregels voor een BuurtWhatsApp komen van de website www.buurtwhatsapp.nl:

  • Een minimumleeftijd van 18 jaar;
  • Momenteel kunnen via WhatsApp maximaal 100 deelnemers in ??n groep;
  • Wijkagent laten meelezen. Onderzoeker Arnout de Vries raadt dit vooralsnog af, oa vanwege (privacy en politie)wetgeving. Hij pleit voor een aparte overleggroep met beheerders, politie en andere partners;
  • Nooit voor eigen rechter spelen;
  • Bij 112 bellen dit ook melden aan de groep, zodat de politie geen vijftig telefoontjes krijgt;
  • Terughoudend zijn met delen van foto’s van personen;
  • Geen overbodige berichten. Voor gezelligheid eventueel een aparte groep openen.

Dienend

?Een groep moet bovenal dienend zijn aan de politie. Dus niet voor eigen rechter spelen, maar puur signalen met elkaar delen. Ziet u een inbreker of denkt u dat er iets verdachts gebeurt, dan 112 bellen. ? Een lastige vraag die altijd om de hoek komt kijken: moet de politie ook meedoen in zo?n groep, of juist niet? De Vries merkt dat bepaalde buurten dat nadrukkelijk niet willen, terwijl anderen de wijkagent juist zelf vragen om mee te kijken.

?Mijn advies is om de wijkagent niet in de groep te laten meekijken. Daar heb ik een aantal redenen voor. Als een wijkagent meekijkt in de groep kan dat te hoge verwachtingen cre?ren. Zo?n groep draait 24/7, maar een wijkagent kan niet overal tegelijk zijn. Ook vanwege de privacy is het af te raden. Bij WhatsApp ziet iedereen je mobiele nummer en de politie heeft die gegevens dan dus ook. Wettelijk gezien kan dat problemen geven. De Wet bescherming persoonsgegevens zegt wel iets over gegevens digitaal delen, maar er is in dit geval nog geen jurisprudentie.?

Korte lijntjes met de politie zijn echter wel heel belangrijk. Daarom stelt De Vries andere varianten voor. ?Laat de beheerders van zo?n BuurtWhatsApp bijvoorbeeld in een aparte WhatsApp-groep overleggen met bijvoorbeeld politie, gemeente, ondernemers en wijkteams. En overleg alleen als je echt moet opschalen. Bijvoorbeeld na een inbraak. Je zit dan nog steeds met de privacy, maar het delen wordt al overzichtelijker.?

Sociale cohesie

De BuurtWhatsApp past in een bredere beweging van digitaal informatie delen. Aan die beweging kunnen professionals in zorg en welzijn ook veel hebben, denkt De Vries. ?Er zijn talloze voorbeelden van effectieve apps en websites die de sociale cohesie versterken. Op de website wehelpen.nl kunnen mensen hulp zoeken en aanbieden in de buurt. Via de app Peerby kunnen buren spullen van elkaar lenen.? Net nieuw is de app Aware, waarmee alleenstaande ouderen aan familie en vrienden kunnen laten weten hoe het met ze gaat. Handig, want als het niet goed gaat kunnen die snel helpen. Het is nog allemaal experimenteren, maar burgers vinden elkaar digitaal toch wel, dus als overheid en als professional kun je maar beter aansluiting zoeken.?

Een sociaal wijkteam zou bijvoorbeeld ook een eigen WhatsApp-groep kunnen beginnen. De initiatiefnemers van de BuurtWhatsApp in Vlaardingen bekijken momenteel of zo?n groep meerwaarde heeft. De Vries verwacht zelf ook veel van de samenwerking met ondernemers. ?Taxichauffeurs en horecapersoneel zien heel veel, dus zij kunnen ook helpen de buurt veiliger te maken. Wij onderzoeken momenteel wat er nodig is om social media effectiever in te zetten. Hoe kun je de informatie die er is nog beter kanaliseren? Welke aanpassingen in de wet zijn nodig, en welke systemen kunnen we het beste gebruiken?? Hij geeft?professionals mee dat zij extra alert moeten zijn op wat burgers doen. ?Bij burgers zit namelijk enorm veel kennis. Cre?er dus mogelijkheden om die kennis effectief te delen en let vervolgens goed op.?

Bronnen: Zorg en Welzijn

Vuurwerk monitoring: Jacht op hinder

Met een geluiddectieysysteem, het monitoren van Twitter en Facebook en een mobiel vuurwerkteam dat surveilleert door de stad, moet de vuurwerkoverlast dit jaar worden teruggedrongen. De gemeente Utrecht zet alles op alles om vuurwerkhinder een halt toe te roepen. Dat blijkt na een dagje meedraaien in de meldkamer en een avond op de fiets nog lastig genoeg.

Anil, Mandy en Joeri staan te wachten voor een rood stoplicht in de Van Hoornekade, Zuilen. Het is tot nu toe een rustige dienst voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente Utrecht. Het trio is samen met een ander team deze avond op pad in Utrecht om te surveilleren en op overlastmeldingen af te gaan.Het licht is nog steeds rood als plots, aan de overkant van de drukke Marnixlaan, een harde knal klinkt. Onmiddellijk spieden de drie met hun ogen de overkant af. Waar is de afsteker heen? Hoe groot is de rookwolk die ervan afkomt? Is dat illegaal vuurwerk? Omdat de boa’s zich aan de verkeersregels moeten houden is dat het enige, dat ze kunnen doen. Als het licht op groen springt, schieten de drie weg, als ware de Tour de France voor heel even terug is in de stad.boa

De opsporingsambtenaren Anil, Mandy en Joeri overleggen met teamleader Geurts over het plan van aanpak.?

Helaas, een ‘heterdaadje’ zit er niet meer in. De bikers zijn te laat. Wat de drie nog kunnen doen, is een melding maken die zowel bij de gemeente meldkamer als bij de politie voorbijkomt. ,,Het kan zijn dat op basis daarvan de politie hier nog even langs komt en bij een paar woningen aanbelt. Dat maakt hopelijk genoeg indruk op die jochies, zodat ze niet nog een keer met vuurwerk gooien,” zegt Joeri.

De melding die het vuurwerkteam net heeft gemaakt komt binnen in de meldkamer op de dertiende verdieping van het Stadskantoor. Daar zitten drie operators te turen naar een aantal schermen, waarop kaarten van de stad zijn geprojecteerd.

media_l_3486358
Op de centrale in het Stadskantoor komen alle meldingen binnen en worden de vuurwerkteams aangestuurd.

Aansturen
Op die kaarten is goed te zien waar de vuurwerkoverlast zich concentreert. ,,Op die manier kunnen we onze mensen op straat goed en snel aansturen,” zegt teamleider Alex Geurts.

,,We hebben vooraf een aantal locaties aanegewezen waar op basis van eerdere meldingen de meeste overlast valt te verwachten. Dat zijn de hotspots. Op de kaarten kunnen we zien of de overlast zich verplaatst van die hotspots naar andere plekken in de stad. En als dat gebeurt kunnen we daar ook onze inzet op straat meteen op aanpassen.”

Dagelijks komen de mannen en vrouwen, die de vuurwerkoverlast tegen moeten gaan, bij elkaar voor een korte briefing. Daarin worden ze – iedere dag opnieuw – bijgepraat over de gevaren van vuurwerk en wat te doen als ze op een grote partij illegaal vuurwerk stuiten. Tassen gevuld met legaal vuurwerk tot 25 kilo mogen de boa’s zelf vervoeren, grotere partijen en illegaal vuurwerk zijn voor de politie. ,,We blijven het erin stampen, want de veiligheid van onze mensen is erg belangrijk,” zegt Geurts. ,,Iedere dag opnieuw het zelfde praatje.”

In de briefing komen ook de resultaten en de meldingen van de voorgaande dagen voorbij. Samenmet de mensen die de straat opgaan wordt besproken welke plekken in de stad nog eens extra bezocht kunnen worden.

“Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn” -?Teamleider Alex Geurts

Geluiddetectie
Ook maakt de gemeente dit jaar voor het eerst gebruik van een geluiddectiesysteem. Op verschillende plekken in de stad zijn er microfoons geplaatst die harde knallen opnemen. ,,Het systeem meet hoe hard die knal is. En als het echt hard is, duidt dat vaak op illegaal vuurwerk. Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn,” zegt teamleider Geurts. Waar die microfoons hangen wil de gemeente om tactische redenen niet kwijt.Daarbij komt dit jaar dat ook social media zoals Facebook, Twitter en Instagram nadrukkelijk worden afgezocht.Abdullah Pehlivan, die daarmee is belast, vertelt dat er via een groot aantal zoektermen gezocht kan worden op welke plekken mensen overlast ervaren. Ook zijn er jongeren die er foto’s en filmpjes plaatsen van ontploffend vuurwerk. ,,Het is een experiment en het kan ondersteunend werken aan alles wat we hier al doen,” aldus Pehlivan.

Terug naar de straat, waar Anil, Mandy en Joeri inmiddels door Overvecht fietsen. Dit is een van de wijken die vooraf als hotspot is aangemerkt en waar veel overlast verwacht wordt. Er is geen steegje of pleintje dat de bikers overslaan. En stuiten ze op een groepje hangjongeren, dan gaan ze een praatje aan.

,,Het is belangrijk dat we ons even laten zien,” verduidelijkt Mandy, terwijl ze stevig doortrapt. ,,Sinds 10 december zijn we iedere middag en avond op straat te vinden. Ze weten dat ze in de gaten gehouden worden.”

?”We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten” -?Opsporingsambtenaar Joeri

Nooit op tijd
Is de aanpak succesvol? Dat moet nog blijken, oudejaarsdag is pas over ruim een week. En hoewel de bikers strak worden aangestuurd en snel kunnen reageren, zijn ze vrijwel nooit op tijd en zijn de daders alweer weg.

Bovendien zijn er slechts zes bikers actief, op een stad die ruim 300.000 inwoners kent. ,,Dat is wel eens frustrerend,” zegt Joeri. ,,We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten.”

,,En”, zegt hij, ,,het is goed voor de conditie. ,,We fietsen zo’n 45 kilometer per dag.”

Bronnen: AD, TaxiPrijzenUtrecht

 

WhatsApp buurtgroepen werken tegen inbrekers

media_xll_3329004

Inbrekers mijden massaal buurten waar bewoners elkaar via Whatsapp waarschuwen voor verdachte personen. Dat blijkt uit onderzoek?door de Universiteit van Tilburg. Het is voor het eerst dat het effect van whatsapp-buurtgroepen wetenschappelijk is onderzocht. In het hele land werken bewoners steeds vaker samen om inbrekers – met behulp van hun mobieltje – te stoppen. Meestal nemen bezorgde burgers het initiatief voor een whatsapp-groep na een inbraakgolf.?Mensen die iets verdachts zagen moesten eerst 112 bellen, en daarna een signalement doorgeven via Whatsapp. De Whatsapp-berichten werden ook ontvangen door de politie.

Het gemiddeld aantal woninginbraken daalde in de wijken met een buurtgroep van zestig naar dertig per maand. Ook?werden?tien inbrekers op heterdaad aangehouden. Het is onduidelijk of dat meer is dan in een situatie zonder buurtgroep.

Onderzoeker Martijn Akkermans zegt verrast te zijn door de scherpe daling van het aantal inbraken. “Inbraken worden vaak gepleegd door lokale inbrekers. Als ze weten dat er een Whatsapp-groep actief is, haken ze af. Ook worden buurtbewoners mogelijk alerter en zijn ze eerder geneigd om de politie te bellen als ze iets verdachts zien.?Dit project kan een schoolvoorbeeld zijn voor de rest van Nederland. Voorwaarde is wel dat er per wijk genoeg mensen meedoen en dat de gemeente de whatsapp-groepen strak co?rdineert.”

,,Door het whatsapp-project gaan mensen waarschijnlijk ook meer doen aan preventie, zoals betere beveiliging van hun woning,” zegt Akkermans. ,,Dat helpt natuurlijk ook om het aantal inbraken omlaag te krijgen.”

De Nationale Politie zegt enthousiast te zijn over het experiment. Het is onduidelijk of er al plannen zijn om dit op meer plaatsen in te voeren. ,,Niet alleen in Tilburg, maar op meer plekken in het land maken buurtbewoners gebruik van whatsapp-groepen voor de veiligheid in hun wijk,” zegt Sybren van der Velden, landelijk co?rdinator woninginbraken. ,,Deze groepen fungeren als extra ogen en oren in de wijk. Op deze manier kan snel veel informatie worden verzameld die de politie kan helpen bij het sneller opsporen van verdachten.”

De onderzoeksvraag van luidde:

Welk effect heeft het WhatsApp-project tot nu toe?gehad op het aantal woninginbraken in aangesloten buurten van de gemeente Tilburg?

Hieronder een samenvatting?uit dat onderzoek met onderaan het volledige rapport.

WhatsApp-project Tilburg

Het WhatsApp-project in de gemeente Tilburg omvat een initiatief waarbij burgers, gemeente?en politie samenwerken om door middel van het communicatiemiddel WhatsApp informatie uit?te wisselen en op die manier woninginbraken tegen te gaan. Deelnemende buurtbewoners van?aangesloten buurten krijgen duidelijke instructies over hoe ze bij het zien van verdachte?situaties moeten handelen conform de regels die hiertoe zijn opgesteld binnen het WhatsAppproject.?Hierbij wordt de zogenoemde SAAR-methode gehanteerd. SAAR staat voor Signaleren,?Alarmeren, Appen en Registreren. Bij het signaleren van een verdachte situatie in de buurt?worden bewoners geacht om eerst meteen de politie te alarmeren via 112. Voorts zijn de?deelnemers ge?nstrueerd de verdachte situatie en de verdachte personen te beschrijven en?deze informatie te delen via de WhatsApp-groep. Na circa 10 minuten worden de WhatsAppberichten?door de co?rdinator van de WhatsApp-groep doorgestuurd naar de politie, en?zodoende geregistreerd. Dit proces blijft in gang totdat er geen verdachte gebeurtenissen meer?worden waargenomen.

Gelijktijdig met de activatie van de WhatsApp-groepen wordt er voor de aangesloten wijk ook?een gesloten Facebook-groep ge?ntroduceerd die gelinkt is aan de WhatsApp-groepen. Deze?Facebook-groepen worden in dit onderzoek dan ook beschouwd als onderdeel van het?WhatsApp-project. Behalve voor het plaatsen van berichten en eventuele foto?s van verdachte?situaties of personen vanuit de berichtgeving in de WhatsApp-groepen, worden de Facebookpagina?s?ook gebruikt voor het delen van informatie over preventieve maatregelen die?bewoners kunnen nemen om de kans op een inbraak te verkleinen.?Het WhatsApp-project in Tilburg is ontstaan nadat een inwoner van de wijk ?De Reeshof? aan de?gemeente en politie het idee voorlegde om in zijn buurt een buurt-WhatsApp te starten om zodoende woninginbraak tegen te gaan. Dit idee werd door de gemeente en politie positief?ontvangen, en vervolgens hebben de drie partijen het idee verder uitgewerkt en ontwikkeld. De?eerste WhatsApp-groepen zijn toen ge?ntroduceerd in de woonbuurt van de initiatiefnemer en?in de overige buurten van deze wijk. Vervolgens zijn in andere buurten van de door de?gemeente geselecteerde wijken in Tilburg WhatsApp-groepen op verschillende tijdsmomenten?ge?ntroduceerd.

Resultaten D

e gemeente Tilburg heeft de gegevens van het aantal geregistreerde inbraken per week per?buurt in Tilburg geleverd voor de tijdsperiode vanaf week 26 van het jaar 2013 tot en met week?19 in 2015. Het gaat dus om paneldata met zowel variatie over de tijd als tussen buurten. In?week 35 van het jaar 2014, op 31 augustus, zijn de eerste WhatsApp-groepen gestart in 11?verschillende buurten.?In week 19 zijn van 2015?zijn in?totaal 35 buurten?WhatsApp-groepen actief.

woninginbraken Tilburg

De resultaten uit de bovenstaande kwantitatieve analyse suggereren dat het WhatsApp-project?een substantieel effect heeft gehad op het aantal inbraken in de buurten waar WhatsApp actief?is geweest. Het effect blijkt bovendien ook niet van korte duur, immers negen maanden na?introductie is het effect nog duidelijk terug te zien in de inbraakcijfers.

Conclusies

De grote impact laat zich op verschillende manieren verklaren. Allereerst kan het project een?afschrikwekkende werking te hebben, puur omdat potenti?le inbrekers lucht krijgen van een?initiatief waarbij bewoners actief worden betrokken. Daarnaast kunnen een verhoogde?alertheid en meldingsbereidheid als gevolg van het WhatsApp-project mogelijk de?heterdaadkracht vergroten. Hoewel we niet over gegevens van het aantal meldingen en?heterdaadbetrappingen beschikken over de periode v??r de introductie van WhatsApp, doet?het zeer geringe aantal meldingen en aanhoudingen in de tijd dat de WhatsApp-groepen actief?zijn vermoeden dat dit kanaal niet in grote mate direct bijdraagt aan de daling van het aantal?inbraken. Ten derde kunnen het aantal en de kwaliteit van preventieve maatregelen genomen?door bewoners tegen woninginbraken toenemen als gevolg van informatieverschaffing over?preventie via de Facebook-pagina?s. Tot slot kan het WhatsApp-project via toegenomen?betrokkenheid van bewoners bij de veiligheid in de buurt en door verbeterde sociale cohesie in?de buurt het effect van de andere initiatieven gericht op het verlagen van het aantal inbraken?versterken. In dat geval hangt het effect van het WhatsApp-project ook samen met de andere?initiatieven die al actief zijn of die er uit voortvloeien. De daling in het aantal inbraken lijkt te?zijn veroorzaakt door een combinatie van de hierboven beschreven effecten gerelateerd aan?het WhatsApp-project. Bovendien is er mogelijk een wisselwerking tussen de genoemde?effecten.

En dit onderzoek brengt weer mooie nieuwe initiatieven teweeg:

Bronnen: AD, NOS, Nu.nl, OmroepBrabant

Met je gemeente op WhatsApp: Terneuzen & Lelystad delen hun ervaringen

WhatsApp_gemeenten-183x133

Door?Frank Bruijninckx en?Imke Kerkhof van HowAboutYou

Appcare, de nieuwe naam voor webcare via WhatsApp, is hot. De berichtendienst is the new kid on the block op webcare-afdelingen. Eerder deelden enkele bedrijven al hun eerste ervaringen. Ook gemeenten ontdekken deze nieuwe vorm van webcare. Enkelen startten een proef, nog meer spreken de ambitie uit om ook via WhatsApp bereikbaar te zijn. Maar wat komt er allemaal bij kijken voor gemeenten om dat te organiseren? We vroegen het enkele gemeenten zelf.

Uit het jaarlijkse onderzoek naar sociale media en gemeenten (dat 15 september verschijnt) blijkt dat 11 procent van de 393 gemeenten WhatsApp gebruikt als extern communicatiekanaal. 2 procent geeft aan al wel een nummer te hebben, maar communiceert dat nog niet naar buiten. Verschillende gemeenten zoals Utrecht, Groningen en ook kleinere gemeenten als Hof van Twente zien kansen om de messengerservice in te zetten.

Gemeente Lelystad startte haar ?appcare? medio augustus. Gemeente Terneuzen is d? ervaringsdeskundige in Nederland en proeft al twee jaar aan WhatsApp als webcarekanaal, maar is nog een positieve uitzondering. We vroegen gemeente Terneuzen en Lelystad naar hun ervaringen bij het nieuwe webcarekanaal. De ervaringen zijn nog pril, maar voor gemeenten niet minder interessant als ori?ntatie op het gebruik van WhatsApp.

WhatsApp het logische, nieuwe webcarekanaal

Met zo?n 9,7 miljoen Nederlandse gebruikers is het eigenlijk gek dat WhatsApp niet eerder voet aan de grond kreeg bij gemeenten. Iedereen kent en gebruikt het. Terneuzen zag er twee jaar geleden wel heil in. Een speciale werkgroep wilde onderzoeken of de dienst ook voor klantcontact gebruikt kon worden:

We zijn op allerlei mogelijke manieren bereikbaar voor onze inwoners. WhatsApp is een mooie, laagdrempelige en gebruiksvriendelijke toevoeging aan deze bestaande kanalen. Het sluit bovendien aan bij het kanalenbeleid van de gemeente en het motto ?digitaal waar het kan?.?

Gemeente Lelystad startte begin augustus 2015 en zet de app in eerste instantie in op projectbasis:

In Lelystad is er momenteel veel onderhoud aan stadswegen. Vanuit de afdeling Ingenieursbureau en Projectmanagement kwam de vraag of ze naast de sociale media kanalen als Twitter en Facebook ook WhatsApp kunnen gebruiken voor vragen over de wegwerkzaamheden. Team Communicatie had dit al in onderzoek, het bleek via ons webcaresysteem OBI4wan te kunnen, dus konden snel schakelen. Zo is de bal gaan rollen. In eerste instantie draaien we dit een aantal maanden als proef waarbij wij vragen specifiek over de wegwerkzaamheden beantwoorden.?

Met het gebruik van WhatsApp heb je te maken met een paar platformspecifieke kenmerken. Zo zitten mensen niet vast aan de 140 tekens zoals bij Twitter. Gemeente Lelystad merkt dat mensen hun vraag concreter en met meer details stellen. Daarnaast werkt het gesloten karakter van WhatsApp drempelverlagend voor het stellen van vragen. Uit de evaluatie van Terneuzen blijkt bovendien dat mensen het fijn vinden dat zij niet meer per se hoeven te bellen.

Ervaringen bij WhatsApp als webcarekanaal gemeenten

Ook medewerkers van de gemeente Terneuzen staan positief tegenover het nieuwe kanaal. Niet alleen worden zij vaker bedankt dan op Facebook of Twitter, ook lijkt de toon wat vriendelijker en rustiger. Een conclusie die ook enkele bedrijven al trokken in hun evaluatie. Zowel Terneuzen als Lelystad geven aan dagelijks ongeveer 5 ? 10 gesprekken via WhatsApp te voeren. De vragen verschillen volgens hen niet heel erg van die van andere kanalen als telefoon, Twitter of Facebook. Veruit de meeste vragen zijn eenvoudige vragen (openingstijden, aanvraag paspoorten & huwelijken) en door het Klant Contact Centrum (KCC) of Burgerzaken prima te beantwoorden.

De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook. Daar willen andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. Dat het medium niet alleen voor jongeren is, blijkt uit de leeftijdsverdeling van WhatsAppcontacten van de gemeente Terneuzen. Zo appten zij ook al eens met iemand van 80 jaar.

Aantal WhatsApp reacties in vergelijking met Twitter en Facebook

De verwachtingen van burgers bij het nieuwe medium zijn extra hoog, zegt Terneuzen:

Burgers verwachten dat je heel snel antwoord geeft. Vaak ook buiten werktijd, ondanks dat we breed bekend maken dat we alleen tijdens kantooruren reageren. Door het medium zelf hebben burgers mogelijk de verwachting dat er altijd iemand naar WhatsApp kijkt.?

Lelystad adviseert ook rekening te houden met een andere verwachting:

Mensen verwachten echt antwoord, ook bij minder concrete vragen. Met antwoorden laten liggen kom je nog wel eens weg op Twitter, maar via WhatsApp moet je echt aan de slag.?

De ervaring zal leren of WhatsApp tot minder klantcontact op andere kanalen zoals de telefoon gaat leiden. Daarover zijn wij ook wel benieuwd naar, maar op dit moment zijn daar nog weinig statistieken over.

Zonder kanaalsturing geen interactie

Wat soms nog wel eens vergeten wordt bij de lancering van nieuw communicatiekanaal, is de aandacht voor de marketing. Hoe laat je burgers weten dat je voortaan ook via WhatsApp bereikbaar bent? Gemeente Lelystad over haar strategie:

We hebben er bekendheid aan gegeven via een persbericht en sociale media. De plaatselijke media heeft het massaal opgepikt, o.a. door een video item met de wethouder op locatie over de proef.?

Gemeente Terneuzen zocht voor de bekendmaking van haar nieuwste, online loket ook actief de publiciteit op. In eerste instantie via reguliere communicatie als een persbericht, huis-aan-huisbladen en eigen sociale media. De primeur van Terneuzen als eerste Nederlandse ?WhatsApp-gemeente?leverde hen lokale, regionale en zelfs landelijke landelijke media-aandacht op. Maar ook nu nog wijzen zij burgers via kruisbestuiving van eigen kanalen herhaaldelijk op de vele manieren om met de gemeente in contact te komen.

Wat heb ik allemaal nodig?

Veel gemeenten hebben hun webcareprocessen voor Twitter en Facebook al aardig opgetuigd. Om grip te houden op klantcontact, is het dus fijn als WhatsApp in al bestaande processen kan worden ge?ntegreerd. Hoewel de toevoeging van WhatsApp enkele platformspecifieke aandachtspunten kent, vraagt het weinig aanpassingen aan dat werkproces. Een boodschappenlijstje:

  1. Een SIM-kaart met 06-nummer
  2. Een profielfoto die als avatar getoond wordt op de smartphone van de ontvanger
  3. Een goede statusmelding (?Hey there, I?m using WhatsApp? is niet handig, vermelding van webcaretijden wel)
  4. Een duidelijke voicemailmelding die gebruikers de weg wijst naar het juiste telefoonnummer van de gemeente (doorschakelen, maar leidt tot extra gesprekskosten)
  5. Een browser die emoticons ondersteunt (niet alle browsers laten de?Smiley WhatsApp,?Thumbs Up Whatsapp,en Drol met ogen WhatsApp zien)
  6. Je online mediamonitor waarmee je ook je webcare organiseert, inregelen voor WhatsApp (ga vooral niet zelf sleutelen of met een telefoon aan de gang)
  7. Een rapport om de prestaties te volgen (hoeveel, hoe snel, hoeveel in ??n keer beantwoord, etc.)

Omdat WhatsApp geen eigen API heeft (kortweg, een stekker die systemen aan elkaar koppelt) zijn op dit moment alle toepassingen nog van eigen makelij. Het is nog geen uitgemaakte zaak wat WhatsApp toelaat aan dataverkeer, maar duidelijk is wel dat het zuinig is op haar persoonlijke karakter. Wie grote campagnes wil uitsturen, loopt het risico geblokkeerd te worden als gebruiker. En daar zit geen enkele organisatie op te wachten.

WhatsApp in online media monitor OBI4wan

Op de vraag wat je andere gemeenten zou adviseren, antwoordt Terneuzen kort: ?Just do it!? Lelystad adviseert om te beginnen met een project dat leeft onder bewoners of waarvan je verwacht dat het reuring veroorzaakt. Ook is een goede organisatie van de backoffice volgens hen een voorwaarde.

Foto intro via Flickr/Jan Persiel/CC BY-SA 2.0/

Bron: Frankwatching

App: MeldStad

MeldStad (Android, iOS) is een applicatie voor smartphones waarmee je makkelijk en overal een melding kunt doen over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de gemeente Groningen.
Wil je een melding doen over een defecte lantaarnpaal, verzakte stoeptegels, zwerfvuil, afgebroken takken, onkruid of hondenpoep? Doe dan een melding met je smartphone.

meldstad1?meldstad2 meldstad3

Hoe werkt MeldStad?

  1. Leg de locatie van het probleem vast via GPS of voer zelf een adres of locatie op de kaart in.
  2. Maak een foto van het probleem.
  3. Selecteer de categorie uit de lijst met veel voorkomende problemen. Geef eventueel een toelichting met meer informatie over het probleem.
  4. Voer je?contactgegevens in. Je mag de melding ook anoniem doen, maar dan krijgt u geen informatie over het vervolg.
  5. Verzend je melding naar de gemeente Groningen.
  6. De gemeente neemt je?melding in behandeling.

Waar vind je de meldingen terug?
Op de digitale meldingenkaart kun je alle openstaande meldingen in de stad zien en kun je ook zelf online een melding doen.

Bronnen: Gemeente Groningen

WhatsApp groepen voor buurtpreventie: gemeente Eersel

whatsapp buurt

Door: Nicky Fischer-van de Vliert en Michiel Oldenhof

Een moderne en digitale vorm van buurtpreventie is WhatsApppreventie. Gebruikers kunnen met de mobiele telefoon via WhatsApp gratis met elkaar berichten uitwisselen en bestanden delen. Er zijn inmiddels steeds meer WhatsAppgroepen die op lokale schaal een buurt veiliger proberen te maken. Het grote voordeel van WhatsApp is dat je elkaar snel een berichtje kunt sturen en elkaar eventueel kunt waarschuwen. Een bijkomend voordeel is dat het tegelijkertijd leidt tot zeer intensieve sociale contacten. WhatsApp is een veel krachtiger middel dan ?de buurtpreventie oude stijl’, waarbij mensen op straat surveilleren. Iemand kan heel snel een heel grote groep mensen waarschuwen en eventueel ook foto’s meesturen.

Gemeente Eersel prikkelt, stimuleert en faciliteert
De gemeente Eersel stimuleert het gebruik van WhatsApp voor buurtpreventie. Michiel Oldenhof, veiligheidsco?rdinator gemeente Eersel: ?We merken dat buurtbewoners dit medium herkennen en priv? regelmatig gebruiken. Ze staan alleen nog niet massaal op als groepsbeheerder.?

Daarom heeft de gemeente onlangs alle secretarissen van de buurtverenigingen, dorpsraden en leefbaarheidsgroepen via e-mail benaderd om het item onder de aandacht te brengen. E?n buurtvereniging heeft vervolgens het initiatief genomen om politie en gemeente uit te nodigen voorlichting te geven over inbraakpreventie. Deze buurtvereniging gaat proberen draagvlak te krijgen voor een WhatsAppgroep. ?Dit is precies de route die we voorstaan. De overheid prikkelt, stimuleert en faciliteert waar mogelijk de initiatieven van de inwoners,? aldus Michiel Oldenhof.

Mensen vinden elkaar, werken samen en delen kennis en idee?n uit. Naast een initi?rende rol, wil de gemeente Eersel de groepsbeheerder per wijk op de website publiceren. Inwoners of ondernemers kunnen zo zien voor welke Whats-Appgroep zij zich willen aanmelden en bij wie. Het is aan groepsbeheerders zelf om op andere wijze kenbaarheid te geven aan hun WhatsAppgroep. Ze kunnen daarbij denken aan buurtverenigingen, leefbaarheidsgroepen of dorpsraden.

De gemeente denkt graag mee over het gebruik van de WhatsAppgroepen in de praktijk. Michiel Oldenhof: ?Mochten er een groter aantal WhatsAppgroepen ontstaan,?dan is het handig per groep ??n persoon (de groepsbeheerder) op te nemen in een aparte groep. In deze beheerdersgroep kunnen dan partners zoals de gemeente, jongerenwerker of andere groepsbeheerders berichten plaatsen die voor alle groepen interessant kunnen zijn?. De wijkagent neemt niet direct deel aan WhatsAppgroepen, maar kan de groepsbeheerders bijvoorbeeld via de telefoon, Twitter of met Burgernet informatie verstrekken die gedeeld kan worden.
Michiel geeft verder aan dat het duidelijk moet zijn dat de politie alleen in actie komt via een melding bij 112 of 0900-88444 (politie). Deelnemers aan een groep moeten zich bewust zijn van het doel en de spelregels die voor een groep gelden. Geef bij de groepsomschrijving bijvoorbeeld aan wat men mag verwachten en ook waarvoor de groep niet bedoeld is (zoals contact/priv?berichten).

Voorbeelden waarbij WhatsAppgroepen ingezet kunnen worden
Drie voorbeelden waarvoor wij denken dat WhatsAppgroepen van meerwaarde kunnen zijn:

?Vorige week liet ik rond de lunch de hond uit en zag in de verte drie jongens door de heg uit een tuin komen. Dankzij mijn melding werden zij op afstand in de buurt in de gaten gehouden. Als zulke jongens ergens een hekel aan hebben, dan is dat het. Ook werd direct de politie gebeld.?

?Twee mannen kwamen in mijn winkel en ??n van hen maakte met mij een praatje over energiezuinigheid. De ander maakte met zijn tablet beelden van mijn hele winkel. Nadat hij zijn verkenningsrondje gemaakt had was het gesprek snel afgekapt. Ik had er geen goed gevoel bij en heb via de WhatsAppgroep van mijn collegawinkeliers gewaarschuwd.?

?Bij de supermarkt zag ik wat rare types bij de winkelwagentjes. Ze hadden een doos met boodschappen laten vallen, spraken me aan en vroegen mijn hulp bij het oprapen. Na het rapen van wat sinasappelen zag ik dat er ??n van de drie bij mijn karretje met daarin mijn handtas stond. Ik vertrouwde het eigenlijk niet en heb een Whats-Appberichtje gemaakt. E?n van de groepsappleden reageerde dat dit wel een melding voor de politie is. Dat hielp me over de drempel om de politie te bellen.?

Whats-app inzetten voor buurtpreventie Eersel

Vijf tips voor het inzetten van WhatsAppgroepen
Vanuit onze ervaringen, hebben we vijf tips opgesteld voor gemeenten die WhatsApp willen gaan inzetten:

1. Denk goed na over de beheerder van de groep
Als beleidsambtenaar of wijkagent kun je natuurlijk zelf een WhatsAppgroep starten. Jij bepaalt dan zelf wie deelnemen in het gesprek. Het voordeel is dat je misbruik van een WhatsAppgroep voor koetjes en kalfjes meteen kan tegengaan. Een nadeel is dat je via WhatsApp ook vragen binnen kunt krijgen die niet bijdragen aan het doel van de groep. Wat doe je als iemand een vraag stelt over openingstijden van het gemeentehuis in een groep die bedoeld is als buurtpreventie? De kans dat iemand een dergelijke vraag stelt aan een willekeurige wijkbewoner is kleiner.

2. Een WhatsAppgroep kan maximaal 50 deelnemers hebben
De meeste voorbeelden van WhatsAppgroepen zijn momenteel buren die gezamenlijk de buurt in de gaten houden. Zij delen informatie over verdachte personen snel?via de WhatsAppgroep. Tot vijftig personen ondersteunt WhatsApp dit uitstekend. Wil je echter een hele wijk bereiken, dan loop je aan tegen de beperking dat Whats-App maar 50 leden in een gesprek toestaat.

3. Ongeveer 75% van de Nederlanders heeft een smartphone
De opmars van de smartphone is heel snel gegaan, maar nog steeds niet iedereen heeft een smartphone. WhatsApp is een app die vrijwel elke bezitter op zijn?smartphone heeft. In februari nam Facebook WhatsApp over en leek het er even op dat veel mensen zouden stoppen met WhatsApp. Dat is echter niet gebeurd. Rond de overname meldden veel mensen zich aan bij bijvoorbeeld Telegram, een soortgelijke dienst als WhatsApp. Maar sociale netwerken zijn afhankelijk van de hoeveelheid gebruikers die ze hebben en omdat de meeste mensen WhatsApp ook bleven gebruiken is Telegram niet echt van de grond gekomen als vervanger van WhatsApp. Uiteindelijk bleek dat er alleen nog meer mensen gebruik zijn gaan maken van WhatsApp. Vooral mensen die voor de overname van Facebook nog niet bekend waren met WhatsApp.

4. WhatsApp is niet het einde van een ontwikkeling, kijk dus ook verder
In feite is WhatsApp een mobiele versie van het vroegere MSN en, nog oudere, ICQ. Het is te verwachten dat deze lijn doorzet. FireChat laat bijvoorbeeld zien dat een techniek als Open Garden – waarbij je contact maakt zonder een internetverbinding – weer hele nieuwe mogelijkheden gaat bieden. In hoeverre wil je daar nu al op inspelen?

5. Zorg ervoor dat niet alleen insiders weten van de WhatsAppgroep
De kracht van ieder netwerk is de flexibiliteit. Maak het bestaan van de groepsgesprekken kenbaar op andere kanalen, zoals Eersel doet via de wijkraden en haar?website. Zo krijgen ook relatieve buitenstaanders de kans om deel te nemen.

Spelregels WhatsAppgroepen
Naast deze tips, vinden wij het handig om van te voren een aantal spelregels af te
spreken over de buurt- en/of ondernermersgroep. Denk daarbij aan zaken als:

  • Deelnemers hebben minimaal de leeftijd van 18 jaar.
  • Deelnemers zijn woonachtig/gevestigd in de gemeente Eersel.
  • WhatsApp is een burgerinitiatief.
  • Laat door middel van een WhatsAppbericht aan elkaar weten of 112 al gebeld is!
  • Let op het taalgebruik. Niet vloeken, schelden, discrimineren en dergelijke.
  • Speel geen eigen rechter en overtreedt geen regels/wetten.
  • Het versturen van foto?s van een verdachte is alleen toegestaan voor het verstrekken?van een signalement, wanneer dit voor de melding noodzakelijk/van meerwaarde?is. Daderkenmerken zoals geslacht, huidskleur, lengte en gezicht kunnen?ook goed beschreven worden.
  • Denk bij voertuigen aan de kleur, het merk, het type en het kenteken.

Hoe werkt WhatsApp en het aanmaken van zo?n groep?
Wanneer je een groep maakt, word je de eigenaar van de groep en heb je het beheer
over wie lid kan worden van de groep. Je kunt een groep maken door:

  • Open WhatsApp en ga naar het scherm Chats.
  • Bovenaan het chats scherm, tik de [New Group] knop. Note: je moet een bestaande?chat hebben voordat je een nieuwe groepschat cre?ert.
  • Typ een onderwerp of titel voor de groepschat. Dit is de naam van de groep die?alle leden zien.
  • Voeg groepsleden toe door de [+] te selecteren, of door de naam van het contact?te typen.
  • Tik op de knop [Maak aan] om het aanmaken van de groep te be?indigen.

Bronnen: Eersel.nl, WhatsApp, Buurt WhatsApp, Emerce?en we plaatsten eerder al een artikel over het gebruik van whatsapp buurtgroepen om de veiligheid te verbeteren.

Dit artikel is eerder geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Digitale dialoog. De sociale media-almanak voor gemeenten

digiloog

Gemeenten zetten stappen bij het inzetten van sociale media. Ten opzichte van 2013 luisteren gemeenten in 2014 beter naar de berichten op sociale media. Vragen worden ook beter beantwoord. Gemeenten begrijpen steeds beter dat sociale media serieus genomen moeten worden en zien het belang ervan in.

We zijn er echter nog niet. Samen met een groep experts uit gemeenten, ontwikkelden David Kok en HowAboutYou daarom een ?groeimodel sociale media voor gemeenten?. In Digitale Dialoog, sociale media-almanak voor gemeenten, wordt het groeimodel in de verschillende hoofdstukken uitgewerkt en het boek biedt zo ambtenaren en bestuurders inspiratie hoe sociale media in te zetten.

Digitale Dialoog is na Sociaal kapitaal en Sociale gemeenten het derde boek dat David Kok samenstelde. De hoofdstukken zijn geschreven door ambtenaren, bestuurders, sociale media-adviseurs, mensen uit het bedrijfsleven en uit het wetenschappelijk onderwijs. Hierdoor wordt het gebruik van sociale media door gemeenten vanuit vele verschillende invalshoeken belicht.

David Kok werkt sinds 1 juli 2013 bij de gemeente Almere als social media manager van de gemeenteraad. Daarvoor werkte hij elf jaar in verschillende functies binnen de gemeente Amsterdam. Het redactiewerk van dit boek doet hij op persoonlijke titel.

Sinds 2012 werkt hij samen met HowAboutYou aan Gemeentebuzz.nl. Gemeentebuzz.nl brengt de inspanningen van gemeenten op sociale media in kaart. HowAboutYou ondersteunt overheden bij het benutten van de kansen die sociale media bieden. HowAboutYou heeft dit jaar het onderzoek naar het gebruik van sociale media door gemeenten uitgevoerd en geholpen bij de realisatie van dit boek.

Het boek is ingedeeld naar de fasen van het groeimodel dat Ewoud de Voogd en Coen G?ebel onlangs hebben gepresenteerd op Frankwatching. In het hoofdstuk In stappen groeien naar de netwerkende gemeente dat in het eerste gedeelte is opgenomen, is het groeimodel tevens nader toegelicht. Tevens is per fase een toelichtend hoofdstuk opgenomen. De hoofdstukken uit de vorige boeken zijn tevens ingedeeld naar het groeimodel.

Voorwoord: op zoek naar een goede wisselwerking tussen overheid en burger ? Bas Eenhoorn
Inleiding: tijd voor de volgende stap online ? Ewoud de Voogd & David Kok

Sociale media en gemeenten: stand van zaken 2014

Sociale media, de laatste cijfers ? David Kok
Maar wat wil die burger nou? ? David Kok
Burgers twitteren niet met de gemeente ? Peter Joosten
Gemeenten en sociale media 2014, van claxoneren naar converseren ? Niels Loeffen, Ewoud de Voogd & David Kok

In stappen groeien naar de netwerkende gemeente ? Coen G?ebel, Niels Loeffen & Ewoud de Voogd
De raadsgriffie en sociale media: op zoek naar content ? David Kok

> Fase 1: introductie

Van ranking the stars naar ranking the ambtenaar ? Lieke en Richard Lamb
De digitale kloof dichten ? Hans Versteegh
welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? ? Chris Aalberts
De Nationale Postcode Loterij als social business ? Selma Hetharia
De gemeentetweet ? het sociale netwerk met twee gedaanten ? Piet Bakker
Waarom alle ambtenaren moeten twitteren (of niet) ? ruim 200 tweets van ongeveer 35 deelnemers aan een tweetup, uitgeschreven door @davidkok
De business case voor sociale media bij gemeenten ? Boyd Hendriks
Interactie en participatie: het wiel is al uitgevonden! ? Ronilla Snellen
Externe ondersteuning bij het opstarten van sociale media ? Niels van Laatum
Interactief communiceren voor politici werkt ? Sanne Kruikemeier

> Fase 2: introductie

Bijblijven op de digitale snelweg ? Coen G?ebel
Want een film zegt eigenlijk veel meer dan een pak papier ? Merel van Kessel
Webinars: vraag het de burgemeester! ? Nico Verspaget & Joris Kok
Netwerken op LinkedIn ? Jan Willem Alphenaar
De kracht van LinkedIn voor de afdeling HR ? Jacco Valkenburg
Webcare: hoe gaat het gemeenten werkelijk af? ? Oliver de Leeuw
De basis van webcare ? Jeroen ?s-Gravendijk
Intern online communiceren: naar slimmer werken ? Huib Koeleman
De kracht van interne sociale media ? Hilda Boerma & Koen Wemmenhove
Organiseren zonder e-mail ? Kim Spinder
Hoe schrijft u een bericht van waarde ? Pieter Flieringa
Webrichtlijnen: waarom ook alweer? ? Gerrit Berkouwer
In een modern archief past ook sociale media ? John Jansen
Hoe om te gaan met privacy van burgers ? Tinga Kleefman
Hoe vrijblijvend is het gebruik van sociale media ? Roy Johannink, Eveline Heijna & Miranda Brummel
Paringsdans van twitterende raadsleden tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ? Niels Loeffen & Aart Paardekooper
Raad uit de spagaat ? Pascale Georgopoulou
Communiceren vanuit de raadsgriffie ? Pascale Georgopoulou & David Kok

> Fase 3: introductie

Utrecht en de ontwikkeling van social ? Peter-Paul Hellings
Bijzondere mensenwerk ? webcare bij de gemeente Rotterdam ? Petra Berrevoets
Co-creatie: bezint eer ge begint ? Joyce van Dijk
Cocreatie met netwerken: samen bereik je meer! ? Abdul Advany & Martijn van der Weijden
?Mensen willen best meehelpen aan het verbeteren van hun buurt, maar van de gemeente willen ze vooral zo min mogelijk last hebben.? ? David Kok in gesprek met Willem Dudok
Doen en duiden in de Doe-Democratie ? portaal voor participatie ? Jens Steensma
Gemeente Eersel voorstander WhatsAppgroepen voor buurtpreventie ? Nicky Fischer-van de Vliert & Michiel Oldenhof
Gemeentelijke ?communiticatie? ? gebruik bestaande buurtcommunities ? Lex de Jong
Heeft het buurtinitiatief toekomst ? Linda Commandeur
De opkomst van online burenhulp platformen ? Roosmarijn Busch
De Open Buurtbegroting: voor participatie en transparantie ? Jeroen van Spijk
Praktijk met digitale en interactieve Planning en Control ? Mark van Dam & Herrie Geuzendam
De (digitale) toekomst van de gezonde wijk ? Janine van Oosten-Bake & Gerco Buijk-Dijkstra
?Luisteren, duiden, doen? in de praktijk ? Aart Paardekooper
Passende communicatie (met Factor-C) ? Carola de Vree-van Wagtendonk
Content is koning, strategie de keizer ? David Kok in gesprek met Xaviera Ringeling
(Be)sturen en verbinden in Losser ? Michael Sijbom & Irma Nadorp
Sociale media voor de wethouder ? Kees Telder

> Fase 4: introductie

Kanteldenken over sociale media bij de overheid ? Nynke Schaaf
Het hernieuwde maakbaarheidsgeloof ? David Kok in gesprek met Dimitri Tokmetzis
Government follows Technology: Online. Altijd. Overal. ? Ger Baron
Een beter imago begint bij jezelf ? David Kok in gesprek met Thomas Marzano
De Online Communicatie Architect ? Annemarie van Campen
Van monitoren naar anders handelen ? Renata Verloop & Marije van den Berg
De burger is koning. Je medewerker superheld! ? Sofie Verhalle & Elien Vanhaesebroeck
Organisatie/gemeente overstijgend samenwerken, hoe doe je dat? ? Robin Albregt
De toekomst van digitaal; hoe ga je om met mobiel, draagbare technologie en het ?internet van dingen? ? Brechtje de Leij

infographic onderzoek sociale media en gemeenten

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van pedofielen leidt tot hetze

Wat doe je als sociale media een gerucht verspreiden dat niet klopt maar waardoor wel een woedende massa wordt gemobiliseerd, zoals bij de Deventer pedo-protesten? Dat is ??n van de de vragen die voorliggen in Lessen uit crises en mini-crises 2013.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid, had samen met collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs de redactie over?het boek dat onlangsuitkwam. De auteurs sommen samen met anderen voorbeelden op van gebeurtenissen waarbij sociale media als Twitter en Facebook een rol hebben gespeeld zoals bij de ‘kopschoppers van Eindhoven‘, de vermissing van de broertjes Ruben en Julian en de scholen in Leiden die sloten vanwege een bericht op 4Chan. De Deventer pedo-protesten passen in dit rijtje:

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van?pedofielen leidt tot hetze

Auteurs: Renate den Elzen, Dick van Gooswilligen

1 Inleiding

Van 28 augustus tot en met 4 september 2013 was er in en rond?Deventer veel maatschappelijke onrust, omdat het verhaal de ronde?deed dat Marthijn Uittenboogaard, de voormalige spreekbuis van Pedofielenvereniging Martijn, zich zou gaan vestigen in deze stad; iets wat hij helemaal niet van plan was. Wel was hij op verschillende plaatsen in de stad gezien. Ondanks tegenwerpingen vanuit de gemeente en politie bleef zijn vermeende voornemen zich in Deventer te vestigen een hardnekkig gerucht, dat via de sociale media leidde tot een lokale hetze die in de media werd omschreven als ?een heksenjacht op pedo?s?. De onrust die ontstond was natuurlijk een op zich begrijpelijke menselijke reactie. Een van de grootst denkbare nachtmerries van iedere ouder is dat je kind slachtoffer wordt van een pedoseksueel. Geruchtmakende zedenzaken als Marc Dutroux, Robert M. en Benno L. zijn zo enkele voorbeelden die de stoppen in de samenleving deden doorslaan. Nuance en verdraagzaamheid zijn dan ver te zoeken. Vanwege de steeds verder aanzwellende onrust in Deventer, werd vanaf?donderdag 29 augustus de hulp van het Crisiscommunicatieteam (CCT) van de nationale politie ingeroepen. Aan de hand van omgevingsanalyses en mediascans is toen de buitenwereld ?naar binnen? gehaald en werd een basis gelegd voor communicatieadviezen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe ?niets uitgroeide tot iets?. We beginnen met het feitenrelaas, waarna we een aantal dilemma?s benoemen en beschrijven. In de afronding doen we, mede op basis van een gesprek met recherchekundige Van Lier, werkzaam als operationeel specialist Zeden, en met Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, enkele aanbevelingen voor de toekomst.

2 Feitenrelaas

Zelfverklaard pedofiel Ricardo Hunefeld is eind augustus 2013 samen met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de pedofielenvereniging Martijn, in Deventer. Het argument om daar te zijn is ?om een verslaafde vriend die al dagen op straat zwierf, te helpen.? Wanneer Hunefeld in het bijzijn van Uittenbogaard door het publiek wordt herkend, worden zij ? tot twee keer toe ? belaagd en bedreigd. De eerste keer is woensdagavond 28 augustus. Nadat zij worden gezien in een supermarkt aan de Beestenmarkt, worden ze door een groep jongeren bedreigd en achtervolgd. Vooral Uittenbogaard is het mikpunt van verwensingen. Van woensdag op donderdag overnachten de twee mannen in Deventer. De volgende dag worden ze opnieuw in de stad gezien, nu in een ijssalon aan de Brink. Via sociale media wordt de locatie bekendgemaakt en dat zorgt voor een razendsnelle toeloop. Het tweetal vlucht de ijssalon in en de politie moet erbij komen om het tweetal van hun belagers te ontzetten.

Een woedende menigte verzamelde zich eerder dit jaar bij de Parkzichtflat in Deventer. Daar zouden de twee pedofielen uithangen.

?Geen bal op tv?

Nadien gaat het gerucht dat de twee zich bevinden in de flat Parkzicht?in de doorgaans rustige Oranjewijk. Een woedende menigte verzamelt?zich die donderdag voor de flat die door sommigen de ?Pedofielenflat??of het ?PedofielenHotel? wordt genoemd (bron: ?Bijnaam pedofielenflat. Dat wil je toch niet?, De Stentor, 2 september 2013). De realiteit is echter dat het?tweetal met een taxi Deventer is ontvlucht. Desondanks vindt er, mede?door mobilisering via sociale media, een anti-pedodemonstratie bij?de flat plaats. Vooral twintigers en dertigers zien het als een verzetje, meldt dagblad de Stentor: ?Er is geen bal op TV en ?t is mooi weer? (?Woedende Deventenaren twee avonden voor flat op Wezenland?, De Stentor, 31 augustus 2013).?Agenten maken de betogers duidelijk dat het tweetal zich niet in de flat bevindt en de rest van de avond verloopt rustig. De volgende avond, vrijdag 30 augustus, vindt er wederom een demonstratie plaats. Rond de 100 tot 200 mensen, voor een deel ?reltoeristen?, komen op de protestactie af (bron: ?Reltoeristen?, De Stentor, 2 september 2013). Hoewel de politie, net als donderdagavond, herhaaldelijk duidelijk maakt dat de mannen niet in de flat zijn, weigert een deel van de betogers te vertrekken. Ze geloven niet dat het tweetal daar niet is en geven geen gehoor aan het verzoek van de agenten om het gebied te verlaten. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en naar agenten gegooid die de sfeer als bedreigend en grimmig ervaren. Nadat er bovendien ruzie ontstaat tussen betogers en bewoners van de flat die overlast ondervinden, grijpt de Mobiele Eenheid (ME) in en veegt het plein en de straten rond de flat schoon. Er wordt een arrestatie verricht. Er raakt niemand gewond. Rond half twee ?s nachts keert de rust in de wijk terug.

?Doodstraf voor pedo?s?

Zaterdagmiddag 31 augustus bezoekt burgemeester Heidema de flat?Parkzicht en spreekt met verontruste bewoners, zo meldt de NOS op Radio 1. Op de regionale omroep RTV Oost uit Heidema zich als volgt: ?Het gedonderjaag moet afgelopen zijn. We houden met alles rekening.?Als er toch mensen zijn die het idee hebben om vanavond weer?gezellig naar de flat te komen, zullen ze ontdekken dat het echt niet?gezellig is.?

De zaterdagavond en -nacht verlopen rustig, constateert politiewoordvoerder?Nijman in de loop van de zondag. Op woensdagmiddag?4 september?lopen echter toch nog ruim 150 mensen mee in een?anti-pedodemonstratie. Op Facebook was een oproep gedaan om te?demonstreren. De demonstranten (waarvan velen hun (klein)kinderen?hebben meegenomen) lopen rustig naar het Stadhuis en dragen?spandoeken met de tekst: ?Wij trekken een grens, een pedo is geen?mens!? Burgemeester Heidema spreekt de demonstranten toe en?noemt pedofilie?een ?open zenuw? in de samenleving. ?Ik deel jullie?weerzin tegen pedofilie; ik ben ook vader en opa.? Maar hij pleit er ook?voor onderscheid te maken tussen pedofielen en pedoseksuelen. De?oproep tot nuance en verdraagzaamheid wordt door de demonstranten?niet gewaardeerd. Zij zijn fel in hun bewoordingen en ?willen niet dat?er eerst een kind misbruikt wordt, voor er actie wordt ondernomen.? De?demonstratie verloopt verder zonder problemen.?Die avond zit een aantal demonstranten, merendeels vrouwen, in?de studio bij Pauw en Witteman, waar het ?Pedoprotest in Deventer??aan de orde komt. Ze zijn woedend en eisen onder meer de doodstraf?voor pedo?s, ?ook als ze zich niet aan een kind hebben vergrepen.?

3 Dilemma?s

In deze casus kunnen we een aantal dilemma?s ontwaren:
1. Ten eerste vindt via sociale media snelle en real-time verspreiding?van (onjuiste) informatie plaats, die ertoe leidt dat mensen in actie?komen en demonstreren bij een flat waar de twee pedofielen zich?niet bevinden. Het zelfreinigend vermogen van sociale media werkt?niet altijd optimaal; geruchten worden ?feiten? die maar moeilijk te?weerleggen zijn.

2. De (sociale) media bereiken ook ?buitenstaanders? en mobiliseren?niet alleen direct betrokkenen, zoals flatbewoners of inwoners van?Deventer, maar een brede groep van anti-pedodemonstranten. Dit?leidt er toe dat op vrijdagavond een andere groep betogers dan op de?eerste demonstratieavond actie voert.

3. Overheden en reguliere media worden niet geloofd. Terwijl de politie?en de media aangeven dat het tweetal niet meer in Deventer is,?vinden er toch demonstraties plaats. De sociale media vergroten het?wantrouwen jegens overheden en media.

4. Ten vierde speelt een privacydilemma. Door meer informatie?te geven over bijvoorbeeld de daadwerkelijke verblijfplaats van?Hunefeld en Uittenbogaard zou de rust in de gemeente Deventer
kunnen terugkeren, maar dit is niet mogelijk, omdat dit de privacy?van het duo schaadt, en niet handig, omdat het kan leiden tot?demonstraties op andere plaatsen.

5. Ook ligt een dilemma besloten in het vinden van een balans tussen?enerzijds het beschermen van de bevolking tegen pedofielen en?anderzijds de bescherming van personen (inclusief het duo) tegen
de betogers.

6. Ten slotte speelt de subjectieve risicoperceptie van de maatschappij?een rol in deze casus. De maatschappelijke inschatting van?het risico op misbruik van kinderen, wijkt af van het wetenschappelijk?ingeschatte risico. Daarbij is de maatschappij zich minder?bewust van het risico op andere vormen van kindermisbruik, zoals?grooming.

Hieronder volgt een verdere toelichting bij de dilemma?s.

4 Analyse

Dat Uittenbogaard en Hunefeld op woensdagavond 28 augustus in een?supermarkt in Deventer werden gespot, kwam door berichten op de?sociale media. Hierdoor kwamen veel mensen naar de Beestenmarkt?toe. De volgende dag herhaalde dit zich, nadat het tweetal bij een ijssalon?werd gezien. Dit keer werd via sociale media bekend dat zij zich?in de buurt van de Brink bevonden. Daar werden ze vervolgens beledigd?en bespuugd. Ze vluchtten de ijssalon in, in afwachting van de?politie die hen een veilige aftocht bood. Volgens De Stentor kregen zij?van de lokale overheid het advies om niet meer naar Deventer toe te?komen om herhaling te voorkomen (bron: ?Agenten bieden aangeslagen tweetal veilige aftocht?, De Stentor, 30 augustus 2013). Enerzijds een begrijpelijk advies.
De gemoederen waren inmiddels flink opgelopen en de kans dat het?tweetal opnieuw zou worden belaagd was groot. Anderzijds hadden?Uittenbogaard en Hunefeld niets misdaan; ze hebben geen strafblad?en zijn nooit veroordeeld. Ze zouden wat dat betreft vrij moeten zijn om?te gaan en staan waar ze willen.

In strafwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen pedofilie (het??verlangen naar seksueel contact? met kinderen) en pedoseksualiteit (het??daadwerkelijk hebben van seks? met kinderen). Slechts seksueel contact?met kinderen, het produceren en in bezit hebben van kinderporno?zijn strafbaar; het verlangen en fantaseren niet. Dit onderscheid wordt echter in maatschappelijke discussies niet gemaakt. Pedoseksualiteit en pedofilie worden veelal over een kam geschoren, omdat het ?verlangen naar? de eerste aanzet kan zijn tot het daadwerkelijk hebben van seks met kinderen. Dit zorgt ervoor dat emoties hoog op kunnen lopen.

Omgevingsanalyses

Naar aanleiding van de onrust in Deventer heeft het Crisiscommunicatieteam?van de politie omgevingsanalyses (ook wel?media-analyses genoemd), verzorgd. Het team werkt volgens het proces
van ? Analyse ? Advies ? Aanpak ? Effectmeting.

Door berichten in zowel de traditionele media als op sociale media?te analyseren, is in kaart gebracht wat het sentiment en de informatiebehoefte??in de buitenwereld? was: wat zijn de meest prangende?vragen, wie zijn de belangrijkste actoren en welke duiding wordt er?aan het incident gegeven? De berichten van dagbladen en omroepen?zijn voor de analyse vaak minder van belang dan de reacties van lezers?daarop. Zo kun je door het scannen van reacties op bijvoorbeeld een?bericht van RTV Oost snel ontdekken welke sentimenten er leven.?Zijn mensen bang, boos of vinden ze het vermakelijk. Deze reacties?worden aangevuld met reacties op Facebook, Twitter of andere?sociale?media-platforms waarop mensen actief over het incident hun?mening geven en discussi?ren. Analyses worden gecompleteerd met?bijvoorbeeld vragen die binnenkomen bij het algemene politienummer?0900-8844 of bij de wijkagent, zo ontstaat een redelijk beeld van het?heersende sentiment en dit vormt de basis voor de communicatiestrategie.?De uitvoering van de communicatiestrategie wordt vervolgens in?een nieuwe analyse gemeten: de zogeheten effectmeting. En zo start?het proces van meet af aan. Dit proces kan desgewenst ieder uur doorlopen?worden, waardoor de afdeling communicatie snel kan inspelen?op nieuwe ontwikkelingen.

Ook in deze casus vormden de analyses de basis voor de communicatiestrategie.?Uit de analyses kwam naar voren op welke doelgroep en?prangende vragen de communicatie zich moest richten; welke geruchten?moesten worden ontkracht; hoeveel mensen er mogelijk op een?demonstratie afkwamen en hoe groot de onrust daadwerkelijk was. De?analyses en adviezen werden via de communicatieadviseur van de politie-eenheid Oost in het gemeentelijk beleidsteam ingebracht.

Politie:

Ruimte voor tegengeluid

Er werden in deze zaak twee Facebookpagina?s opgericht die een grote?rol speelden in de mobilisatie van demonstranten: de Facebookpagina??Weg met Martijn uit Deventer? en een pedo-protestpagina. De?Facebookpagina?s bleken populair, want het aantal ?likes? groeide snel.?Vlak na de oprichting van de pagina ?Weg met Martijn uit Deventer???liken? duizenden mensen de pagina en gaven daarbij aan met de?demonstratie op woensdagmiddag 4 september mee te willen lopen.?Deze middag was bewust gekozen, zodat ook veel kinderen konden?meelopen. Vermoedelijk is niet alleen Facebook gebruikt om mensen?te mobiliseren, maar ook WhatsApp en sms. De politie en de gemeente?stonden voor een dilemma. De boodschap dat het duo Hunefeld en?Uittenbogaard niet in de flat Parkzicht verbleef, werd nog steeds niet?geloofd. Enerzijds wenste de gemeente de bewoners van de flat te?beschermen die zich onveilig voelden omdat er kennelijk een pedofiel?zou wonen, maar ook last ondervonden van de demonstraties en?de relschoppers. Aan de andere kant was het begrijpelijk dat ouders?met kinderen zich minder veilig voelden en wilde de gemeente ruimte
geven voor tegengeluid.

Alleen donderjagen

Op de demonstratie vrijdagavond bij het flatgebouw Parkzicht kwam?een groot aantal demonstranten en relschoppers af. Dit keer niet alleen?uit Deventer, maar ook uit omringende steden. Er werd zwaar vuurwerk?afgestoken en naar agenten gegooid. Uiteindelijk was die avond?inzet van de ME nodig nadat betogers ruzie hadden gekregen met?bewoners. Jongelui zouden onrust hebben veroorzaakt toen ze over de?galerijen van de flat zwierven op zoek naar Uittenbogaard en Hunefeld.?Dit terwijl het duo vanaf donderdag al niet meer in Deventer was en?dit ook regelmatig was gecommuniceerd. Deze boodschap landde niet.?Burgemeester Heidema reageerde hier in de media als volgt op: ?Dan?ben je doof of stom, of ben je er alleen om te donderjagen. Het heeft
niets meer te maken met bezorgdheid over pedofilie, maar met rotzooischoppen.? (bron: ?Geweld bij betoging tegen ex-Martijnlid?, NRC Handelsblad, 2 september 2013). De demonstranten waren dan veelal ook geen ongeruste?inwoners van de flat, zo gaf een journalist van De Stentor aan:

?Wat opviel was dat er van heinde en verre vooral veel nieuwsgierige??reltoeristen? op de schermutselingen afkwamen. Snel ge?nformeerd?via vooral de sociale media kwamen ze in auto?s en op scooters en?fietsen naar de flat Parkzicht.? (bron: ?Reltoerisme?, De Stentor, 2 september 2013).

Om er voor te zorgen dat er zaterdagavond niet opnieuw onrust zou?ontstaan, ondernam de gemeente na vrijdagavond actie en legde contact?met de oprichters van de Facebookpagina?s. Nadat de gemeente?hen had verteld dat eventuele schade die door volgende demonstraties?zou ontstaan, op hen zou worden verhaald, werden de pagina?s offline?gehaald (bron: ?Tweede Facebookpagina die was gewijd aan anti-pedodemonstratie in Deventer ook verwijderd?,?De Stentor, 3 september 2013).

Het recht op vrije meningsuiting werd op deze manier niet?geschaad, maar de keuze werd bij de initiatiefnemers van de pagina?s?neergelegd: stoppen of instaan voor de (financi?le) gevolgen. De Facebookpagina?voor de demonstratie op woensdagmiddag 4 september?werd na het weekend weer online gezet, nadat de initiatiefneemster?zich bij de gemeente had gemeld als aanspreekpunt voor de protestactie.?Op de protestactie kwamen ongeveer 150 mensen af (bron: ?Protest tegen pedofielen ? ?open zenuw??, De Stentor, 5 september 2013).

De demonstratieverliep rustig.

deventer

Geruchten worden feiten

Sociale media hebben een grote rol gespeeld bij het verspreiden van?onjuiste berichten. Terwijl sociale media ook een groot zelfreinigend?vermogen kunnen hebben ? omdat mensen elkaar verbeteren of een?discussie aangaan ? was dat in deze casus niet het geval. Onder andere?de politie en de media hebben vanaf donderdag steeds benadrukt dat?Uittenbogaard en Hunefeld niet in de flat woonden. Ook op Facebook?en via Twitter was dit door de gemeente en politie gemeld. Het bericht?werd echter niet geloofd. Donderdagavond lieten betogers zich bij de?flat nog overtuigen door agenten en gingen ze naar huis. Vrijdagavond?was dat niet meer het geval en moest de ME worden ingezet. Een van?de betogers op vrijdagavond, zo schrijft de Stentor, is een ?opgewonden?knaap?. In discussie met een agent zegt hij: ?We willen zelf beoordelen?of die lui in die flat aanwezig zijn. Bovendien, waarom is hier dan nog zoveel politie aanwezig als die pedofielen er volgens jullie niet zijn??

Het wantrouwen naar de politie en media werd versterkt door een foto?die online werd gedeeld. Op deze foto is een man te zien op een balkon?van de flat Parkzicht. De man lijkt van een afstand op Uittenbogaard,?maar hij is het niet. Mensen waren er echter van overtuigd dat hij?nog steeds in Deventer was. Voor de boodschap ?hij is hier niet? die?ook online (Facebook en Twitter) door de politie (@PolitieIJS) en de?gemeente (?GemeenteDeventer? op Facebook) werd gemeld, stond men?niet open. Mogelijk had het beter gewerkt als men dit meer expliciet en?vaker via sociale media had aangegeven. De vraag of herhaling in deze?meer effect heeft, zou het waard zijn te onderzoeken.

Manhunting

Foutieve informatie die niet wordt ontkracht of kan worden ontkracht,?kan schadelijke gevolgen hebben. De laatste jaren hebben we tal van?voorbeelden gezien waarbij mensen zelf voor rechter dreigden te gaan?spelen. Na de aanslag op de Koningin in Apeldoorn in 2009 plaatste?het Algemeen Dagblad op de voorpagina een foto van de vermoedelijke?dader. Dit bleek echter niet de dader te zijn, maar iemand met dezelfde?achternaam. Deze man werd vervolgens bedreigd en lastig gevallen.?Hetzelfde gebeurde bij de identificatie van de ?kopschoppers? in de?zaak van de ernstige mishandeling in Eindhoven. De?namen van de verdachten werden op de website van GeenStijl gepubliceerd?waarmee de ?reaguurders? een man hunt organiseerden. Een?van de verdachten had een naamgenoot (dezelfde voor- en achternaam)?die werd lastiggevallen, bedreigd en beledigd. Ook zijn er voorbeelden?van zogenaamde ?pedojagers? die de mist in zijn gegaan. Begin november
2013 drongen in Harderwijk vier ?pedojagers? al schreeuwend een?woning binnen. Ze dachten dat daar een man woonde die via Facebook?een jong meisje een oneerbaar voorstel zou hebben gedaan. Toen ze?ontdekten dat ze op het verkeerde adres waren, gingen ze ervandoor.?Het gemak waarmee informatie op sociale media als waarheid wordt?beschouwd, is dan ook zeker een dilemma. Zeker wanneer het tegengeluid?van overheden niet wordt geloofd.

Kans op recidive door isolement

Eigenrichting is in feite een negatieve vorm van burgerparticipatie.?Bij het grote publiek bestaat veel begrip voor dergelijke particuliere?initiatieven richting pedo?s, vooral van ouders van misbruikte kinderen.?Toch zien we dikwijls ook positieve vormen van burgerparticipatie,?zelfs bij de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving. Uit?onderzoek is gebleken dat een sociaal isolement van een pedoseksueel?de kans op recidive vergroot (Boone, Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).?Reclassering Nederland heeft daarom het project COSA (Cirkels voor?Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) omarmd, waarbij?veroordeelde pedoseksuelen na het uitzitten van hun straf in hun?woonomgeving worden bijgestaan door getrainde vrijwilligers en professionals.?In het buitenland is bewezen dat COSA het recidivegevaar?met 80 procent terugdringt. Tijdens de terugkeer van pedoseksueel?Benno L., de oud-zwemleraar uit Den Bosch die vast heeft gezeten voor
kindermisbruik, was er vanuit de bevolking veel weerstand tegen zijn?komst naar de gemeente Leiden. Toch was hier ook een ander geluid?te horen. COSA-vrijwilligers lieten weten Benno L. te gaan begeleiden?en dit zorgde voor relatieve rust. De casus Benno L. dient inmiddels als?voorbeeld hoe maatschappelijke onrust rond dit thema door maatwerk?valt te beteugelen.

Naming and shaming

Op sociale media werd niet alleen verkeerde informatie gedeeld, maar?ook privacy gevoelige gegevens. Naming and shaming (alles met naam?en toenaam noemen en personen aan de schandpaal nagelen) is tegenwoordig?op sociale media volledig ingeburgerd. De volledige namen?van Uittenbogaard en Hunefeld, hun vermoedelijke verblijfplaatsen,?foto?s en video?s werden gedeeld. Mensen laten zich kennelijk niet?weerhouden van het delen van privacygevoelige informatie, terwijl dit?niet zomaar is toegestaan. De overheid heeft zich uiteraard aan deze?regels te houden. Het geven van meer informatie over bijvoorbeeld de?verblijfplaats van Hunefeld en Uittenbogaard had wellicht kunnen leiden?tot meer rust, maar uit privacyoverwegingen konden zowel politie?als gemeente deze informatie niet zomaar vrijgeven. Het geven van?extra informatie over de feitelijke verblijfplaats garandeert bovendien?niet dat het probleem dan is opgelost; de kans dat de onrust zich verplaatst
of juist aanzwelt is aanwezig.

In een recent onderzoek van Boone, Van de Bunt en Siegel (2014, zie onderaan dit blog)?wordt dit privacy-dilemma ook opgemerkt. De onderzoekers bestudeerden?negen zaken waarin maatschappelijk onrust ontstond rond?een zedendelinquent. Daaruit blijkt dat burgemeesters al snel te veel?priv?-informatie over delinquenten delen. In eerste instantie vertellen
bestuurders het liefst zo weinig mogelijk om onrust te voorkomen,?maar als eenmaal bekend is dat er een zedendelinquent in de gemeente?komt wonen / woont, dan willen zij ter geruststelling en in het kader?van openheid en transparantie zoveel mogelijk vertellen, bijvoorbeeld?over de kans op recidive of de psychische toestand. Maar dit is wettelijk
niet toegestaan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat ?de burgemeester?soms met gebonden handen op de barricaden staat? (Boone,?Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).

Risicoperceptie

Burgers hebben niet altijd een re?le risicoperceptie. Uit angst voor?herhaling, reageren burgers soms fel op de komst van een pedofiel in?hun woonomgeving, maar het risico dat een pedofiel via het wereldwijde?web kinderen verleidt is feitelijk veel groter. Men is zich daar?over het algemeen weinig van bewust. Tegenwoordig zijn pedofielen?en pedoseksuelen steeds vaker actief op het internet. Dit digitale kinderlokken?noemen we grooming (inkapselen). Een groomer doet zich?voor als iemand anders en neemt bij het eerste contact ? bijvoorbeeld?via een chatforum ? de leeftijd van het potenti?le slachtoffer aan en?maakt daarbij gebruik van fictieve profielfoto?s. De groomer probeert?het vertrouwen van de minderjarige te winnen door aan te sluiten op de?belevingswereld en een luisterend oor te bieden. Dat gaat heel subtiel.?Vervolgens gaat de groomer over op meer dwingende methoden die?ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer zich bijvoorbeeld uitkleedt voor
de webcam. Deze beelden of chatberichten worden vaak gebruikt als?chantagemiddel richting klasgenoten of ouders. In sommige gevallen?leidt het contact tot een daadwerkelijke ontmoeting met de groomer.?Een groomer richt zich niet op een of enkele slachtoffers, maar vaak op?tientallen of honderden tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat 15 procent van?de Nederlandse middelbare scholieren (13-16 jaar) via internet weleens?het verzoek heeft gehad tot het hebben van seksueel contact. Volgens?Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, zullen we ook of?juist grooming moeten voorkomen, en ligt daar een taak voor iedereen:??We moeten meer investeren in de bewustwording van de risico?s van?grooming bij ouders, opvoeders, leerkrachten en uiteraard de jongeren?zelf.?

5 Afronding

De terugkeer van een (veroordeelde) zedendelinquent lijkt vaak voor?maatschappelijke onrust te zorgen. Volgens recherchekundige Van?Lier, operationeel specialist Zeden, is echter het tegendeel waar. Er?keren per jaar honderden zedendelinquenten terug in de maatschappij?en meestal ontstaat er helemaal geen onrust. Dat betekent volgens?Van Lier niet dat we niets moeten doen.
?Het allerbelangrijkste is dat zoveel mogelijk wordt gedaan om te?voorkomen dat de zedenpleger opnieuw in de fout gaat, zoals behandeling?en adequaat toezicht door de reclassering in samenwerking
met de gemeente en de politie.??Een proactieve, integrale aanpak en gebruikmaken van de ervaringen?die inmiddels met zedenzaken zijn opgedaan (zie bijvoorbeeld Vollenbroek,?2003), lijken de sleutel tot succes. En als er toch onrust ontstaat,?is maatwerk noodzakelijk, aldus Van Lier:

?Het kan gaan om diverse aanjagers van onrust: slachtoffers, buurtbewoners,?pedojagers of relschoppers. Naast huisvesting en hulpverlening?is daarom het communicatietraject belangrijk. De aanpak
is afhankelijk van het type aanjager en van de mate en de aard van de?onrust. Waar bij ongeruste buurtbewoners persoonlijke aandacht en?betekenisgeving goed werken, heeft dit bij pedojagers en relschoppers?een averechts effect.?

Ook Van Kleef meent dat het een kwestie is van communicatief maatwerk.

?Beleg niet direct bij het eerste bericht of gerucht een voorlichtingsavond,?terwijl je weet dat je dan voor een zaal staat zonder antwoord?te kunnen geven op de meest prangende vragen. Dat vergroot alleen?maar de onrust. Het vergt een afweging tussen openheid, snelheid?en zorgvuldigheid.?

Om maatwerk te kunnen leveren, is het van belang om goed op de?hoogte te zijn van wat er in de maatschappij leeft. Omgevingsanalyses?zijn daarvoor een goed instrument en tegenwoordig vrijwel onmisbaar.

App: Melding Openbare Ruimte

meldingen den haag

De ?openbare ruimte? is een verzamelnaam voor de plekken die wij allemaal gebruiken. Zoals pleinen, wegen, sportvelden en parken. Is er iets in de openbare ruimte niet in orde? Doe dan een melding openbare ruimte bij de gemeente via de app Android App store (Google play)?of via?iTunes App store (Apple)

U kunt bijvoorbeeld een melding openbare ruimte doen bij: een verdwenen putdeksel, een verzakte stoep, afval of hondenpoep in uw straat, kapotte speeltoestellen, niet-werkende lantaarnpalen, onkruid, een dood dier in het water en het snoeien van groen. Wilt u meer weten over meldingen en welke meldingen u kunt doen? Kijk dan op denhaag.nl/meldingen.

Nodig bij een melding openbare ruimte

  • uw naam, e-mailadres, telefoonnummer
  • uw adres (bij sommige meldingen)
  • het adres van de plek waar uw melding over gaat

Wij vragen uw telefoonnummer om de melding zo snel mogelijk af te kunnen handelen, bijvoorbeeld als er extra informatie nodig is.

Alle informatie die u ons geeft, wordt vertrouwelijk behandeld. Persoons- of adresgegevens worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor u ze heeft verstrekt.

Hoe lang duurt het?

Hoe lang het duurt voor uw melding wordt opgelost hangt af van het soort melding. Veel meldingen hebben een afhandelingstermijn van 3 werkdagen. Bij weersomstandigheden zoals extreme kou, sneeuw of storm, kan het langer duren voordat een melding is opgelost. Ook wordt veel onderhoud aan de openbare ruimte in vaste rondes en op vaste data gedaan.

Melding doen via de smartphone of tablet

Heeft u een smartphone? Dan kunt u ook meldingen doen via de app. Deze is gratis te downloaden. U heeft een telefoon of tablet nodig met GPS.

Bron: Den Haag