Tagarchief: policing

Van kennis naar innovatie voor veiligheid en justitie

venj congres 2016

Wat gebeurt er als prachtige innovaties in de zorg of industrie in?handen vallen van kwaadwillenden? Staan de kansen en risico?s van?3D-printen hoog op de beleidsagenda? Welke kansen en bedreigingen?neemt big data mee voor het domein veiligheid en justitie?

Dat waren enkele vraagstukken die Henk Geveke, directeur Defensie?en Veiligheid van TNO, op 20 mei 2016 op het symposium ?Van?kennis naar innovatie voor Veiligheid en Justitie? onder de aandacht?bracht. Meer dan 200 medewerkers van VenJ en haar ondersteunende?diensten en instellingen en TNO gingen in gesprek om elkaar te?inspireren, kennis en ervaringen te delen en nieuwe verbindingen te?leggen.

Tijdens de bijeenkomst kwamen tal van deelnemers met vragen en?idee?n. Daarvoor was een grote ?innovatiemuur? opgesteld, waar?iedereen zijn ?innovatie- en onderzoeksbehoeften? kon indienen.??Want innovatie, is en blijft een kwestie van kansen zien en pakken?,?benadrukte Riedstra.

siebe riedsma
Het ministerie stimuleert al jaren aandacht voor veiligheid en?justitie binnen de toegepaste wetenschap. Kennisinstituut TNO is?hierin actief met het onderzoeksprogramma ?Vraaggestuurd
Programma Veilige Maatschappij?. Onder regie van het innovatieteam?VenJ wordt dit programma jaarlijks afgestemd met TNO en?worden hierin doorlopend nieuwe onderzoeksvragen verwerkt.
Het toegepaste wetenschappelijk onderzoek helpt toekomstige?uitdagingen het hoofd te bieden waar het ministerie en haar?ondersteunende diensten en instellingen mee te maken hebben.

Samenwerken is informeren en stimuleren
Vragen en nieuwe idee?n voor onderzoek kwamen tijdens het?interactieve symposium van beide kanten. Geveke benadrukte dat?zijn organisatie direct bij VenJ aan de bel trekt als het nieuwe?ontwikkelingen signaleert in wetenschap en technologie die voor?het ministerie van belang kunnen zijn. Omgekeerd zullen zich bij?Veiligheid en Justitie steeds nieuwe vragen aandienen waar TNO?een antwoord op kan geven. Dat is wat hem betreft de kern van de?samenwerking: elkaar doorlopend informeren en stimuleren?nieuwe uitdagingen op te pakken.?Ook voor SG Siebe Riedstra stond vast dat samenwerking met?kennisinstituten, universiteiten en het bedrijfsleven, de sleutel is?tot innovaties binnen het veiligheidsdomein. ?Zo zijn we gezamenlijk?in staat oplossingen te ontwikkelen die voor ons praktisch?bruikbaar zijn”.

Meer dan technologie
Op het symposium kwam helder naar?voren dat TNO zich niet alleen richt op?technisch onderzoek, wat vaak wordt?gedacht. De organisatie ontwikkelt ook?kennis op het gebied van processen,?informatie en de mens. Tijdens de?interactieve sessies kwam naar voren dat?big data een belangrijke rol speelt in het?voorblijven van criminele activiteiten op?het internet. Criminelen ontwikkelen?volgens Riedstra namelijk ?sneller dan?het licht? nieuwe illegale concepten en?businessmodellen. Daar moeten VenJ en?TNO zeer alert op zijn binnen ?n buiten?onze grenzen. Intensieve internationale?samenwerking is voor een veilig internet dan ook essentieel. Geveke?noemde in dat verband de samenwerking tussen zijn organisatie en?INTERPOL, wat heeft geresulteerd in speciale algoritmes die met?succes kinderporno, wapen- en drugshandel en andere criminele?activiteiten op het Dark Web bestrijden.?Big data en algoritmes blijken belangrijke wapens in de strijd tegen?misdaad. Riedstra memoreerde de uitgave Van predictive naar?prescriptive policing die TNO hem in mei dit jaar aanbood. Daarin staat?dat algoritmes het politiewerk ingrijpend zullen veranderen. Zo kan?de politie op basis van eerdere incidenten voorspellen waar de?volgende misdaad zal gaan plaatsvinden. ?Fantastisch? noemde hij?deze ontwikkeling. Maar voor het analyseren van big data hebben?we tools van kennisinstellingen nodig waarmee de politie concreet?aan de slag kan.

Je baan wordt een algoritme
Geveke stond naast de mooie kansen ook stil bij de bedreigingen van?nieuwe technologie?n zoals algoritmes en robots. Als voorbeeld?noemde hij een groot advocatenkantoor in de VS die een machine?inzet in plaats van een geschoolde jurist: ?Meet Ross, the legal robot?

henk geveke

?Who?s next?? vroeg hij zich hardop af. ?Managers? Politieagenten ??Rechters? Beleidsmedewerkers? Misschien verandert uw baan straks?wel in een algoritme. Iets om grondig over na te denken. Welkom in?de wondere en veelzijdige wereld van TNO. Robots, data en?kunstmatige intelligentie zijn vertrouwde onderwerpen in onze?laboratoria. Ook op het terrein van veiligheid en justitie.?

You ain?t seen nothing yet
Geveke riep de periode 2004-2010 in herinnering, toen hij directeur?Nationale Veiligheid bij BZK was. De ontwikkelingen op het gebied?van technologie zijn sindsdien verdrievoudigd. Criminaliteit is?verschoven van de publieke ruimte naar het versleutelde Dark Web.?Meer blauw op straat? Daar is het volgens hem niet langer om te?doen. Mensen melden overlast tegenwoordig via Facebook of apps?en bellen naar alarmnummer 112 is niet meer van deze tijd. Het?woord cybercrisis klonk in 2004 nog als een exotisch begrip, maar?nu blijkt de vitale infrastructuur kwetsbaar voor uitval door iets?waar we slechts tien jaar geleden nauwelijks van hadden gehoord.?En ?you ain?t seen nothing yet?.?De 3D-printer brengt mooie innovaties, maar ook bedreigingen met
zich mee. Nog even en we kunnen eenvoudig bij een printshop?allerlei gebruiksvoorwerpen uitdraaien, tot aan voedsel toe.?Criminelen daarentegen zien 3D-printen als een technologie om
wapens mee te produceren, of drugs. Ze gebruiken daarvoor?grondstoffen die moeiteloos de scans op Schiphol passeren. VenJ en?TNO zijn genoodzaakt nieuwe barri?res te bedenken en te ontwikkelen?om die ontwikkeling tegen te gaan. Er zal toezicht moeten?komen op het digitaal verhandelen van printontwerpen.

Shared Research en Open Innovatie
Op al die snelle veranderingen zullen we volgens Geveke als ministerie?en kennisinstituut samen moeten anticiperen. Dat vraagt om een?intensieve manier van samenwerken. ?Als overheidsorganisatie bent?u gebaat bij het hebben of bereiken van zekerheden, terwijl we bij?TNO dagelijks juist omgaan met en op zoek zijn naar ?nzekerheden.?Innovaties kunnen ook mislukken. Daar leren we juist veel van.??Hij vervolgde: ?We geloven niet in het op eigen houtje onderzoek?doen, maar in shared research, open innovatie. Strategische?kennisopbouw mondt uit in innovaties op de langere termijn, maar?cre?ert tegelijkertijd een cruciale basis voor kort cyclische innovaties?die snel antwoord geven op plotselinge vragen. Intensieve?samenwerking op strategisch niveau helpt zowel lang cyclische als?kort cyclische innovaties mogelijk te maken.?

VenJ en TNO trekken samen op om de samenwerking tussen beide?partijen te versterken. Zij hopen dat de fascinatie en passie van TNO?ers?voor wetenschap en technologie op iedereen aanstekelijk zal werken.?Wij verheugen ons op een versterking van de samenwerking met het?ministerie, in brede zin, voor alle DG?s en uitvoeringsorganisaties.?Het Innovatieteam vormt hierin een belangrijke schakel tussen vraag?en aanbod uit het domein veiligheid en justitie en de kennisexperts?van TNO. Laten we elkaar blijven inspireren, veel experimenteren en?van elkaar leren.

Bron: Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]
[slideshare id=45934998&doc=brochurecybersecurity2015web-150317070257-conversion-gate01&type=d]

App: Kapo Aargau

061515precrime1

Zwitserse politie heeft een “pre-crime ‘smartphone-app (Android) gelanceerd waarmee het burgers over misdaden waarschuwt “voordat ze zich voordoen” op basis van predictive policing software.

De app, aangeboden?door de Aargau politie met?de naam “Kapo Aargau” deelt?een “pre-crime” kaart met burgers?voor het?gebied middels de Precobs forecasting software, die op basis van misdaadgegevens uit het verleden een voorspelling doet.
“De politie van Aargau gebruikte Precobs korte tijd en kwam ook tot deze?conclusie: het systeem heeft herhaaldelijk verbazingwekkend accurate voorspellingen opgeleverd,” schrijft de Aargauer Zeitung bij het testen van de app. “Dat laat andere politiekorpsen?aandachtig meekijken; politiekorpsen uit het hele land zijn ge?nteresseerd in het testen van deze software. ”
En die interesse is er natuurlijk over de hele wereld; tal van politiediensten in bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn ook al met behulp van een vergelijkbare technologie bezig, zoals de Miami Police Dept. waarin de software van Hunchlab dat werk doet.?Hunchlab geeft agenten?”de beste prognose over wanneer en waar misdaden kunnen ontstaan” middels misdaaddata uit het verleden.

“Het gaat?politiewerk niet vervangen,” vertelde Lt. Sean MacDonald aan de Miami Herald. “Het is gewoon politiewerk?met slimmere technologie.”

Maar pre-crime software kent uiteraard ook critici.?”De ervaring leert dat dergelijke apps uitgebreid en gewijzigd worden als ze op de markt komen,” vertelt privacy expert?Matthias Monroyaan Der Spiegel. Hij ziet ook?het risico dat?de politie onschuldige mensen gaat lastigvallen, omdat ze zich toevallig in het rode gebied bevinden.?”Om u te stoppen en te fouilleren, moet een politieagent nog steeds een aannemelijk?vermoeden hebben, dus mijn vraag is hoe dit hun?vermoeden gaat be?nvloeden?” vroeg Andrew Guthrie Ferguson, juridisch hoogleraar aan de Universiteit van het District of Columbia.

Bronnen: Infowars

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Buienradar voor boeven

ProKidx

Onderstaand artikel van Kaya Bouma is eerder gepubliceerd in De Groene Amsterdammer

‘Kijk me aan!’ Howard Marks, de man die net nog op het punt stond zijn vrouw en haar minnaar te lijf te gaan met de keukenschaar, ligt gevangen in de houdgreep van een politieagent. Het is exact vier minuten over acht ’s morgens. De vloer is bezaaid met glas. ‘Mr. Marks, bij volmacht van de afdeling PreCrime van Washington D.C. arresteer ik u voor de toekomstige moord op mrs. Marks en mr. Dubin, die vanmorgen plaats zou vinden om vier minuten over acht.’

precogs

We schrijven het jaar 2054. Misdaad bestaat niet meer. Drie helderzienden op sterk water, gekoppeld aan een ingenieus computersysteem, voorspellen wie wanneer een moord gaat plegen. Aan politieagent en protagonist Tom Cruise de taak om de criminelen in spe in de kraag te vatten v??r ze de fout in gaan. ‘Is er eigenlijk wel sprake van moord als de daad zelf niet gepleegd is?’ vraagt Colin Farrell in de hoedanigheid van kritisch inspecteur. ‘Het feit dat je iets voorkomt wil niet zeggen dat het niet zou gebeuren wanneer je niet had ingegrepen’, kaatst Cruise terug. Kort daarna rolt de politieagent zelf als toekomstig moordenaar uit het systeem en heeft hij een groot probleem.

Steven Spielbergs Minority Report gaat wellicht niet de geschiedenis in als zijn grootste meesterwerk, maar de film uit 2002 haalt nog zeker wekelijks het nieuws. Zodra het over iets nieuws en futuristisch gaat, gaat het over Tom Cruise en zijn drie telepaten in een badkuip. Meestal is dat niet in positieve zin. De actiefilm geldt voor velen als schrikbeeld van een toekomst waarin privacy non-existent is en de politie in de hoofden van burgers kruipt. Des te opvallender dat het omgekeerde geluid ook steeds vaker te horen is: veiligheidsorganisaties mogen graag naar de film verwijzen als inspiratiebron voor het optuigen van een vergelijkbaar voorspellend systeem – minus de helderzienden weliswaar.

Predictive policing heet dat: het voorspellen van misdaad op basis van grote hoeveel?heden data. En dat is niet iets van een verre toekomst. Politiekorpsen overal ter wereld, inclusief Nederland, maken er al gebruik van.

De kristallen bol is de misdaadbestrijding binnengedrongen. Daarbij wordt de blik steeds verder op de toekomst gericht. De allernieuwste ontwikkeling: preventief straffen. De Amerikaanse staat Pennsylvania werkt momenteel aan een systeem dat rechters helpt bij het bepalen van de strafmaat. Op basis van onder meer iemands criminele verleden (eerdere arrestaties en veroordelingen), geslacht, leeftijd en postcode wordt een voorspelling gedaan over zijn toekomstige wandaden. Is de kans statistisch gezien groot dat een dader ooit opnieuw een vergrijp pleegt, dan kan hij bij voorbaat extra zwaar gestraft worden. Andersom kan een dader aan wie een hemelsblauwe toekomst wordt toegedicht strafvermindering krijgen.

De techniek voor dit soort orakelwerk is al ruimschoots voorhanden. Grote techbedrijven buitelen de laatste jaren over elkaar heen in een wedloop van voorspellende software, waarbij de mogelijkheden duizelingwekkende proporties aannemen. Zo belooft IBM?politiekorpsen preventief naar de crime scene te leiden. In een bijbehorend reclamefilmpje staat een politieagent op z’n dooie gemak, koffie erbij, een overvaller op te wachten die op het punt staat toe te slaan.

Het Amerikaanse veiligheidsbedrijf Intrado ontwikkelde Beware, een systeem dat op basis van onder andere iemands adres, uitingen op sociale media en een eventueel strafblad voorspelt hoe groot de kans is dat hij een misdaad begaat. Een 42-jarige Afghanistanveteraan met PTSS?en een strafblad, die op Facebook schrijft over zijn oorlogservaringen? Het levert een dreigingsscore op van 67 van de 100 punten. Microsoft werkt aan een programma dat niet alleen criminaliteit van ver kan zien aankomen, maar ook van elke individuele gevangene kan voorspellen hoe groot de kans is dat hij of zij, eenmaal op vrije voeten, opnieuw de fout in zal gaan.

Politiekorpsen zijn er blij mee. In onder andere de Verenigde Staten, China, Brazili?, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland en Belgi? wordt met predictive policing gewerkt. Amerika loopt voorop: minstens zestig steden gebruiken een of meer vormen van voorspellende software. ‘Minority Report uit 2002 is de realiteit van vandaag‘, zei William Bratton, hoofd van de politie in New York, vorig jaar tijdens een debatavond over big data en veiligheid.

In Nederland neemt predictive policing ook ‘een enorme vlucht’, schrijven onderzoekers van TNO?in een recente publicatie over het onderwerp. Zo heeft de politie een systeem ontwikkeld dat inbraak en straatroof kan voorspellen. In samenwerking met de Universiteit Twente is informatiegestuurde luchtsteun opgezet: politiehelikopters vliegen preventief naar plekken waar high impact crime als overvallen en inbraken verwacht wordt. De politie werkt ook samen met commerci?le aanbieders van voorspellende software, maar noemt geen namen.

Volgens oud-politiemedewerker Rutger Rienks behoort Nederland internationaal tot de voorhoede. Als afdelingshoofd business intelligence bij de politie was Rienks de afgelopen jaren betrokken bij de eerste stappen naar voorspellend politiewerk. ‘Als je als overheids- of politieorganisatie criminaliteit op deze manier kunt uitbannen, dan lijkt mij dat een droom waar je je hard voor moet maken.’

Het is een omstreden droom. De Nationale Politie kreeg in oktober een Big Brother Award uitgereikt vanwege haar activiteiten rondom predictive policing. Met de prijs zet privacy-voorvechter Bits of Freedom jaarlijks ‘de grofste privacy-schenders’ in de schijnwerpers. Uit het juryrapport: ‘De politie van de toekomst houdt iedere burger non-stop en nauwlettend in de gaten. Daar zijn ze nu al mee begonnen.’ Criminoloog Marc Schuilenburg waarschuwt voor een politie die al te diep in de kristallen bol probeert te kijken: ‘Het gevaar is dat je uitkomt bij een gedachtenpolitie die steeds meer in de stoel van de psychiater gaat zitten en probeert criminele intentie te lezen in bepaald gedrag.’

Ook onderzoekers die zelf met voorspellings?modellen werken zijn kritisch. ‘Wij krijgen wel eens de vraag of we niet met heel evil technologie bezig zijn’, zegt Arnout de Vries. Als onderzoeker bij TNO?werkt hij aan verschillende experimenten rond predictive policing. ‘Misschien is dat wel zo, ja. Maar als je als overheid stil blijft staan en denkt: we houden deze enge technologie liever buiten de deur word je links en rechts door bedrijven ingehaald en sta je nergens. Je ziet politiewerk nu al privatiseren.’

In de VS ligt predictive policing al langer onder vuur. Tegenstanders waarschuwen behalve voor privacy-schending voor de groeiende macht van bedrijven die dit soort veiligheidssystemen aanbieden. De techniek zou bovendien leiden tot etnisch profileren, omdat de voorspellingen vooroordelen in de gebruikte data reflecteren.

Een alomtegenwoordige gedachtenpolitie, nog racistisch ook. Het klinkt nogal onheilspellend. Maar is het dat ook? Er is in Nederland nog weinig bekend over predictive policing. De politie geeft maar mondjesmaat informatie prijs. Wat gebeurt er al? Hoe werkt het precies? En wat kunnen we ervan verwachten?

Mark Jules klapt zijn laptop open en weet wat de toekomst in petto heeft. Jules is vice-president Public Safety Visualization bij multinational Hitachi en zodoende binnen de multinational de man met de glazen bol. Hij is vanmorgen overgevlogen uit Philadelphia en zit nu, zonnebril nog in het schouderlange stroblonde haar, in de bedrijfskantine van Hitachi Data Systems in Zaltbommel. Jules is in Nederland om te praten met ‘ge?nteresseerde partijen’ over de predictive-policingsoftware die het bedrijf sinds kort aanbiedt.

‘Even kijken’, hij zoomt in op de kaart van Washington D.C. en beweegt met zijn muis langs een rijtje delicten: diefstal, fraude, gewelddadige overvallen. De keuze valt op ‘sex crimes’. De kaart van de Amerikaanse hoofdstad, in rasters opgedeeld, kleurt hier en daar donkerrood. In die dieprode vierkantjes, elk goed voor twee huizenblokken, gaat het de komende 24 uur gebeuren. Om erachter te komen wat precies klikt Jules op een van de gekleurde vierkantjes. ‘In dit blok is de kans op een zedendelict vandaag 47 procent.’ Het is dat dit een demo-versie is, zegt Jules, anders kon hij per adres een gedetailleerde voorspelling geven.

Dit is predictive policing in de praktijk: een zo precies mogelijke kansberekening, uitgezet op een kaart. Buienradar, maar dan voor boeven. Het systeem van Hitachi is exemplarisch voor de meeste vormen van voorspellende software. Vertrekpunt: een flinke berg data van een stad of buurt. Historische criminaliteitscijfers, sociaal-geografische informatie over inwoners, adressen van bekende overtreders, data afkomstig van sociale media, het weer, het nieuws. Hoe meer hoe beter, liefst gecombineerd met een netwerk van slimme camera’s die in staat zijn gezichten te herkennen en geluidssensoren die geweerschoten detecteren. Zelflerende algoritmes zoeken vervolgens naar patronen. Blijkt er als het regent stelselmatig minder te worden ingebroken, dan wordt die informatie meegenomen in een voorspelling.

‘Ons systeem vindt correlaties die je als mens nooit gezien zou hebben’, zegt Jules. ‘In een van de steden waar wij werken blijkt rond fietsenrekken meer criminaliteit gepleegd te worden. Geen flauw idee waarom dat zo is. Maar zolang het een betrouwbare voorspelling oplevert, zijn wij tevreden.’ Een voorspelling van Hitachi komt volgens Jules in ongeveer 75 procent van de gevallen uit. ‘Dat is vijftien procent beter dan de meeste andere voorspellingsproducten.’ Of dat waar is, valt niet te controleren. Onafhankelijk onderzoek naar verschillende predictive systemen is nog niet gedaan.

Wordt er in Nederland al met de voorspellende software van Hitachi gewerkt? vraag ik.

‘Nee’, zegt Jules. ‘We werken alleen in de VS.’

‘Jawel hoor’, zegt persvoorlichter Bastiaan van Amstel even later, als Jules door is naar zijn volgende afspraak. ‘We mogen alleen niet alles zeggen. Niet alle partijen voor wie wij werken willen publiekelijk bekendmaken dat ze hiermee bezig zijn.’ Volgens de persvoorlichter zegt Jules daarom voor alle zekerheid niks. ‘Maar ik kan je vertellen dat deze software al op meerdere plekken in Nederland wordt uitgeprobeerd.’ Waar precies? Op hoeveel plekken? En voor wie?

‘Het aantal pilots is op ??n hand te tellen’, zegt Van Amstel. ‘We werken nog niet voor private bedrijven, het gaat om overheidspartijen.’ Met een mysterieuze glimlach: ‘Meer kan ik ?cht niet zeggen.’ Het is typerend voor het onderwerp. Predictive policing is in Nederland in nevelen gehuld. De politie maakt niet bekend met welke commerci?le instellingen wordt samen?gewerkt. Bedrijven kunnen op hun beurt vanwege geheimhoudingsovereenkomsten niet zeggen aan wie ze hun diensten verkopen.

Volgens de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg moet het debat over predictive policing in alle openheid worden gevoerd. ‘Stel dat wij huiselijk geweld jegens kinderen kunnen voorspellen’, zei hij in oktober bij de uitreiking van de Big Brother Award. ‘Willen we dat? Het dilemma van het kind dat klappen krijgt tegen de methodiek die erachter zit. Dit zijn de debatten waar wij als politie zelf ook mee worstelen.’ Daarom is maatschappelijke discussie over het onderwerp ook zo belangrijk, zegt de korpschef. ‘Het gaat om openheid, want zonder maatschappelijk debat en democratisch besluit ben je niet een democratische samenleving.’

Toch wijst de politie meerdere interview?verzoeken af. Dat is niet uit onwil, zegt een persvoorlichter. ‘Het is nog te vroeg om naar buiten te treden. We zijn momenteel een belangrijke pilot rond predictive policing aan het afronden.’ Pas als er duidelijke cijfers en definitieve plannen zijn, is het tijd voor de pers. Om dezelfde reden wil de politie niet zeggen welke projecten er al lopen of hoeveel er al in wordt ge?nvesteerd.

Toch valt er op basis van gesprekken met betrokkenen en publicaties die recent over het onderwerp zijn verschenen een beeld te vormen van wat er al gebeurt. De politie werkt, zo blijkt, aan minstens acht projecten rond predictive policing. Daarbij gaat het deels om pilots en deels om systemen met voorspelcapaciteiten die al in gebruik werden genomen voor de bijbehorende allitererende modeterm kwam overwaaien uit de VS. De politie opereert zowel zelfstandig als met hulp van buitenaf. Zo wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met TNO, dat ook voor de AIVD?en MIVD?de mogelijkheden van voorspellingen op basis van big data verkent.

Een rondgang langs grote spelers levert een rijtje bedrijven op die in Nederland al actief zijn. Zo is volgens een woordvoerder behalve Hitachi ook IBM, een van de marktleiders in de voorspellingsindustrie, ‘betrokken’ bij predictive-?policingprojecten. ‘We kunnen geen uitspraken doen over welke korpsen of over de aard van de projecten.’ Zakelijk dienstverlener Deloitte heeft net een pilot voor de politie afgerond, vertelt medewerker Maurice Fransen. ‘We hebben een soort buienradarkaart van Nederland gemaakt, waarmee je twee weken vooruit kunt zien in welke wijk we inbraken kunnen verwachten.’ De politie wil het model volgens hem ook inzetten voor andere vormen van criminaliteit.

Ook het Franse consultancybedrijf Cap?gemini werkt aan voorspellende projecten, valt af te leiden uit de Nationale Innovatieagenda Veiligheid 2015. Daarin wordt het ‘herkennen en voorspellen van afwijkend gedrag’ een landelijk innovatiespeerpunt genoemd. Cap?gemini gaat een voortrekkersrol vervullen, staat te lezen. Wat dat in de praktijk betekent wil het bedrijf niet zeggen. ‘Vraag maar na bij de politie.’

Met kop en schouders het opvallendste initiatief is de samenwerking met de Nederlandse start-up Pandora Intelligence uit het Gelderse Elst. Mede-oprichter Peter de Kock, ooit filmmaker en nu recherchekundige bij de politie, deed een paar jaar geleden promotieonderzoek naar het voorspellen van terrorisme en kwam met een onorthodoxe aanpak. De Kock legde een database aan van zo’n tweehonderdduizend terroristische incidenten die wereldwijd plaatsvonden en combineerde die met een database van filmscenario’s, boeken en theaterstukken waarin terrorisme voorkomt, opgebroken in scenario-elementen. Fictie kan volgens De Kock een krachtige voorspeller zijn. ‘Neem bijvoorbeeld de aanslagen van 11 september. Een vliegtuig dat zich in een wolkenkrabber boort, zoiets had de Amerikaanse schrijver Tom Clancy al jaren eerder beschreven in een van zijn boeken.’

Zie hieronder het interview dat hij gaf op de dag van zijn promotie in De Wereld Draait Door, met de kern van zijn onderzoek: ??wij zijn [?] nu voor de eerste keer in staat om heel veel data te genereren, heel veel data te wassen [?] Tot voor kort was het belangrijk wie dat opsporingsonderzoek leidde en of die de juiste kennis had. Nu kun je die kennis apart in een database zetten en iedereen heeft daar toegang toe die je daar toegang toe verleent. En dat gaat diegene helpen die de interpretatie moet maken.?

De aanpak is veelbelovend. De Kock liet zijn algoritmes voorspellingen doen op basis van terroristische incidenten die gepleegd waren voor 2007 en vergeleek de uitkomsten met aanslagen die werkelijk plaatsvonden na 2007. Zijn systeem bleek in sommige gevallen vijftig tot zeventig procent beter te kunnen voorspellen dan gangbare methodiek. Dat zijn bijzondere scores bij een ongrijpbaar verschijnsel als terrorisme. Niet gek dus dat veiligheidsorganisaties wereldwijd De Kock weten te vinden. ‘Telkens als er een klap is ergens in het Westen gaat bij mij de telefoon: je moet n? komen praten.’ Ook grote softwarebedrijven als IBM?en Oracle hebben interesse getoond. Toch heeft de politiemedewerker ervoor gekozen zijn voorspeller vooralsnog alleen in te zetten voor zijn eigen werkgever. Dit jaar nog koppelt hij zijn databases aan die van de politie en kan het betere orakelwerk beginnen.

Dat betekent overigens niet dat er straks spontaan een naam, een moordwapen en een locatie uit het systeem komt rollen, zegt De Kock: ‘Het werkt eerder zo: stel, een omstreden politicus houdt een boeksigneersessie, of Obama bezoekt Nederland. Dan kan mijn systeem straks alle potenti?le scenario’s bedenken van mogelijke daders en hun werkwijze.’ Daar kan de politie zich dan alvast op voorbereiden.

Maar dat is later. Wat de politie op dit moment zonder hulp van buitenstaanders onderneemt weet Rutger Rienks, een van de grondleggers van predictive policing in Nederland. Rienks, een jongensachtige dertiger, werkte tot een half jaar geleden bij de politie. Hij schreef voor de politieacademie het boek Predictive Policing: Kansen voor een veiligere toekomst, dat vorig jaar verscheen. Inmiddels werkt Rienks voor de gemeente Amsterdam, maar hij wil best nog eens vertellen over zijn ervaringen bij de politie. Want ja, hij is enthousiast. ‘Ik zie kansen, nou en of. Predictive policing kan ons een hele hoop ellende besparen. Er zitten natuurlijk allerlei haken en ogen aan, maar als je vertrouwen hebt in de modellen die die voorspellingen doen en ze goed toetst, dan kun je een hoop narigheid voorkomen.’

Die haken en ogen, daar heeft de oud-?politiemedewerker nog een leuk verhaal over met een poedel in de hoofdrol. Maar dat komt straks, eerst de voorspellende systemen. Rienks noemt in zijn boek een aantal voorbeelden. Het absolute paradepaardje van de politie is het zogenoemde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS), dat in 2012 door de Amsterdamse politiemedewerker Dick Willems is ontwikkeld. Door het combineren van onder meer historische criminaliteitscijfers met CBS-data (denk aan inkomensgegevens, uitkeringen, gezinssamenstelling) en adressen van bekende verdachten kan de politie woninginbraken en straatroven voorspellen. Het systeem is in staat ongeveer veertig procent van de woninginbraken en zestig procent van de straatroven te voorspellen. Het cas wordt inmiddels uitgetest in vier steden, het streven is het systeem over heel Nederland uit te rollen. Ook internationaal is de belangstelling gewekt. Vertegenwoordigers uit onder andere Canada en Turkije zijn al op bezoek geweest om er meer over te weten te komen.

In onderstaande uitzending van Factchecker legt Dick Willems van de politie Amsterdam uit hoe het globaal werkt (na ongeveer 9 minuten in de uitzending). Zie ook?hier.

Een vergelijkbaar systeem in samenwerking met de Universiteit Twente stuurt helikopters preventief af op plekken waar veel misdaad wordt verwacht op basis van historische cijfers. Net als bij de meeste vormen van predictive policing gaat het daarbij om high impact crimes als inbraak, overvallen en straatroof. Deze vormen van criminaliteit hebben prioriteit binnen de politie, bovendien laten ze zich makkelijk voorspellen omdat ze relatief veel voorkomen.

protective_20policiagente

Twee andere projecten van de politie vallen op omdat ze voorspellingen doen over individuen. ProKid, een signaleringsinstrument dat in 2013 landelijk werd ingevoerd, voorspelt van kinderen tot twaalf jaar wie de grootste kans maakt op te groeien tot delinquent. Risicotaxatie-instrument RTI-Geweld schat van elke persoon die bij de politie bekend is (bijvoorbeeld vanwege betrokkenheid bij een incident) hoe groot de kans is op toekomstig geweld. ‘Bepaalde vroeger het aantal delicten dat iemand had gepleegd of hij boven aan de lijst kwam’, schrijft politiemedewerker Remco van der Hoorn in het boek van Rienks, ‘nu is dat het feit of hij het grootste risico laat zien in de toekomst weer over de schreef te gaan.’

Tijd voor het verhaal met de poedel. Daarvoor moeten we nog ??n vorm van predictive policing leren kennen: het voorspellen van drugssmokkel. Door gegevens over kentekens en reis?patronen te combineren kan de politie sinds 2011 auto’s opsporen waarvan de kans statistisch gezien groot is dat er drugs mee gesmokkeld wordt. Die aanpak werpt zijn vruchten af: door de controle te focussen op de voertuigen die de computer aanwijst, is het aantal gevonden grammen hero??ne per gecontroleerd voertuig van 5 naar 1027 gestegen. Rienks: ‘Het werkt erg goed. Maar het gaat ook wel eens mis.’

Zo kon het dat een poos geleden een verdachte auto op de snelweg in de buurt van Rotterdam met veel toeters en bellen werd klemgereden. De bestuurder bleek geen drugssmokkelaar, maar een geschokte oudere dame die net een spuitje voor haar poedel had gehaald. Haar pas aangeschafte tweedehands auto was, zo werd later duidelijk, van een smokkelaar geweest. Het nummerbord stond daarom nog in het systeem. De route die ze die dag reed paste toevallig precies in een verdacht reispatroon. ‘De mevrouw heeft een bosje bloemen gekregen als excuses. Maar zo zijn er natuurlijk wel meer verhalen.’

Het incident met de poedel is een goed voorbeeld van een van de nadelen van predictive policing: de kans op foute positieven. Dat zijn personen, plekken of situaties die ten onrechte als risico worden aangemerkt. Bij de ingebruikname van een nieuw systeem kan dat veel voorkomen. Zo bleek bij de evaluatie van de eerste pilots met ProKid dat meer dan ??n op de drie kinderen (36 procent, in totaal 902 kinderen) ten onrechte als risicokind werd aangemerkt door systeem- of registratiefouten. Ze werden door de computer geselecteerd op basis van incidenten die volgens de betrokken wetenschappers ‘irrelevant’ waren, staat te lezen in een evaluatie uit 2011. Dit soort fouten zijn, ook als een systeem al verder ontwikkeld is, moeilijk helemaal uit te sluiten, zegt Rienks. ‘Er bestaan altijd uitzonderingscategorie?n. Een jongeman in een veel te dure auto kan bijvoorbeeld een crimineel lijken, maar het kan ook een professioneel voetballer zijn.’

De uitzondering op de regel: het is ook een van de bezwaren van universitair docent criminologie Marc Schuilenburg van de Vrije Universiteit. Schuilenburg schreef een aantal artikelen over predictive policing en is, zacht gezegd, geen fan. De lijst met problemen die hij voorziet is lang. Om met de basis te beginnen: wetenschappelijk bewijs dat voorspellend politiewerk werkt is dun gezaaid. ‘Bij voorspellingen over plaatsen lijkt het er inmiddels wel op dat het effect kan hebben’, zegt hij. ‘Je ziet in internationale literatuur dat de criminaliteit afneemt als de politie extra gaat surveilleren in een wijk waar veel misdaad wordt verwacht. Hoewel het risico bestaat dat de criminaliteit zich verplaatst naar een andere wijk.’

Een stuk ingewikkelder wordt het als het om personen gaat. ‘Het is nog maar helemaal de vraag of je op basis van algoritmes kunt bepalen wie een misdaad gaat plegen.’ Daarbij zijn de risicoprofielen die veiligheidsorganisaties gebruiken volgens Schuilenburg te breed: ‘Je ziet dat er te veel personen aan de criteria voldoen. Dat levert een enorm lange lijst individuen op, die de politie onmogelijk allemaal in de gaten kan houden. Neem de aanslagen in Parijs en Brussel: alle daders bleken achteraf al in de kaartenbakken te zitten.’

Belangrijker nog: de gegevens waar voorspellingen op gebaseerd zijn, zijn niet altijd van goede kwaliteit. ‘De politiedata die gebruikt worden zijn vaak vuil. Het zijn haastig gemaakte notities of halve verwijzingen.’ Hoe slechter de data, hoe onbetrouwbaarder de voorspelling, wil de criminoloog maar zeggen. Zo staat in een verantwoordingsrapport uit 2014 over het eerder genoemde RTI-Geweld te lezen dat de gegevens waarop de voorspellingen zijn gebaseerd ‘soms erg vervuild’ zijn. ‘Als voorbeeld: iemand die als verdachte aan een incident is gekoppeld, hoeft dit in werkelijkheid niet geweest te zijn.’

boeven buienradar

Bovendien kunnen de data gekleurd zijn. Daarmee komt Schuilenburg op een vaak gehoorde klacht in de VS: predictive policing zou leiden tot etnisch profileren. ‘Er mogen allerlei slimme algoritmes aan te pas komen, daarmee zijn voorspellende modellen nog niet neutraal.’ De historische criminaliteitscijfers die bij predictive policing standaard worden gebruikt, kunnen bepaalde vooroordelen bevatten, bijvoorbeeld omdat sommige bevolkingsgroepen vaker worden opgepakt voor hetzelfde delict dan andere. Als een algoritme daar patronen in gaat zoeken, kunnen diezelfde vooroordelen weer uit het systeem rollen. Een voorspelling die zichzelf waarmaakt. Schuilenburg: ‘Dat zie je nu ook al gebeuren bij zo’n inbraakvoorspeller van de politie. Daar komen altijd wijken uit waar mensen wonen die al veel met de politie in aanraking zijn gekomen.’

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt ook voor dit zelfversterkende effect. De raad deed de afgelopen twee jaar in opdracht van de regering onderzoek naar het gebruik van big data door veiligheids?instellingen; eind april verscheen het onderzoeksrapport. Predictive policing komt daarin ook aan bod. ‘Een wijk waarin veel gesurveilleerd wordt, zal prominenter terugkomen in de criminaliteitscijfers. De extra aandacht vergroot de bestaande problemen verder uit, hetgeen weer de basis voor nieuw beleid kan zijn, dat op zijn beurt het (negatieve) beeld verder versterkt.’

Nonsens, vindt Jeffrey Brantingham. ‘Burgers doen aangifte van misdaad bij de politie. Als de politie die gegevens vervolgens gebruikt om preventief in bepaalde buurten te surveilleren en daarmee een buurt veiliger te maken, doet ze toch precies wat de maatschappij vraagt?’

Het is niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat Brantingham gevraagd wordt naar de schaduwkant van zijn voorspellingsmodellen. De hoogleraar antropologie in Los Angeles stond hoogstpersoonlijk aan de wieg van predictive policing. ‘Dat was niet gepland: ik deed onderzoek naar iets anders, maar er kwam een techniek uit waar de politie naar smachtte.’ Brantingham onderzocht voor het Amerikaanse leger modellen om aanvallen van rebellen en mogelijke burgerslachtoffers in Irak te voorspellen. Dezelfde software bleek inbraken en straatroof te kunnen voorzien.

Inmiddels staat Brantingham aan het hoofd van een indrukwekkend voorspellings?imperium: PredPol, een bedrijf dat in de VS alleen al in zestig steden actief is en ook in het Verenigd Koninkrijk software verkoopt. De Nederlandse politie heeft ook interesse, zegt Brantingham tijdens een flitsbezoek aan Den Haag. ‘Er zijn gesprekken geweest, maar nog niets formeels.’ Wat betreft die kwestie rond etnische profilering, daar kan de hoogleraar kort over zijn. ‘PredPol maakt geen gebruik van persoonsgegevens. We kijken alleen waar en wanneer iets gebeurd is.’ Racisme, met andere woorden, is uitgesloten. ‘Gemeenschappen krijgen meer politiesurveillance als ze vaker aangifte doen. Ze krijgen dus precies de aandacht waar ze om vragen.’

Toch kan die manier van werken indirect hetzelfde effect hebben, zegt Schuilenburg. Buurten met een slechte reputatie en veel politieaandacht komen eerder als risicolocatie uit de bus. Het gevolg is nog meer politieaandacht, die mogelijk gepaard gaat met etnisch profileren. ‘De politie pakt nu eenmaal eerder een Marokkaan in een hoody op dan iemand zoals ik in een maatpak.’ Dat werd vorige week duidelijk toen Typhoon werd aangehouden. De politie vond de dure auto waarin de rapper van Surinaamse afkomst reed in combinatie met zijn huidskleur verdacht.

De WRR?benoemt daarbij nog een probleem: bij wie ligt de verantwoordelijkheid als een voorspelling de plank volledig misslaat? ‘Aangezien de discriminatie in veel gevallen niet intentioneel is en niet met opzet in het algoritme ingeschreven wordt door de computerprogrammeurs zal het zeer moeilijk te achterhalen zijn wie verantwoordelijk is voor het probleem en om dit te bewijzen in een rechtszaak.’

Op naar Den Haag. Daar wordt op een zogeheten ‘verboden plaats’ gewerkt aan voorspellende modellen. Die verboden plek is een locatie van onderzoeksinstituut TNO?waar aan staats?geheimen wordt gesleuteld. Onderzoekers werken er bijvoorbeeld in opdracht van defensie. Bezoekers moeten hun telefoon bij de receptie achterlaten en mogen alleen onder begeleiding door het gebouw lopen. Het is ook de plek waar Selmar Smit en Arnout de Vries onderzoek doen naar verschillende modellen voor politie en veiligheidsdiensten. De Vries: ‘We proberen uit te zoeken hoe ver we kunnen gaan met voorspellen. Meer kunnen we er niet over zeggen.’

Toch heeft het duo een hoop te vertellen. De onderzoekers publiceerden eind april samen met twee andere collega’s een uitgebreid rapport over predictive policing. ‘Criminelen zijn gewoontedieren’, zegt De Vries. ‘Daardoor kun je makkelijk patronen zien in veel voorkomende vormen van misdaad.’ Hoewel er volgens collega Smit nog meer wetenschappelijk onderzoek moet komen, ‘is het aannemelijk dat predictive policing werkt’. Op dit moment doet tno alleen onderzoek voor overheidspartijen. ‘Maar vanuit de private sector bestaat veel interesse.’ Met name verzekeraars en particuliere beveiligingsbedrijven zien wel brood in een kijkje in de toekomst.

De technologie is veelbelovend, vinden de onderzoekers. Maar ze maken zich ook zorgen. Zo is er de privacy-kwestie. ‘Een goede voorspeller voor inbraken zijn de adressen van bekende inbrekers die net uit de gevangenis komen’, zegt Smit. ‘Maar ja, ze hebben hun straf al uitgezeten. Mag je die gegevens toch gebruiken?’ Andere kwestie: voor het doen van goede voorspellingen zijn data nodig, v??l data. Dat vereist al snel dat meerdere datasets aan elkaar worden gekoppeld. De Vries: ‘Dat is een enorm probleem. Die informatie heb je ooit verzameld met een bepaald doel en nu ga je het ineens voor een ander doel gebruiken, het voorspellen van misdaad.’

Privacy en het verzamelen van grote hoeveelheden data staan per definitie met elkaar op gespannen voet, staat te lezen in het eerder genoemde wrr-rapport. De wet schrijft voor dat gegevens niet voor een ander doel gebruikt mogen worden dan waarvoor ze verzameld zijn, ?n dat er niet meer gebruikt mag worden dan strikt noodzakelijk is. Het grote voordeel van big data-onderzoek zit ‘m nou juist in het ongericht verzamelen en combineren van eindeloze hoeveelheden gegevens, waardoor onverwachte patronen kunnen opduiken. ‘Spanningen met privacy en het gegevensbeschermingsrecht zijn daardoor nooit ver weg.’ Wetgeving schiet daarbij te kort. Of, zoals de wrr het formuleert: er is een ‘mismatch’ tussen wetgeving en het gebruik van big data door veiligheidsorganisaties. Regels over het verzamelen van data zijn er al, maar wat er vervolgens met die gegevens gebeurt, de analyse van die data, moet beter gereguleerd worden, vindt de raad.

Een fundamenteler probleem is dat predictive policing ingaat tegen het idee dat een individu onschuldig is tenzij anders bewezen. ‘De politie is eigenlijk van jou de kans aan het berekenen dat jij verdachte zou kunnen zijn’, zegt De Vries. Dat is in strijd met de onschuldpresumptie – een grondbeginsel van het strafrecht. ‘Het is heel moeilijk daar juridisch mee om te gaan.’

Het gevolg kan zijn dat de politie meer vrijheid krijgt om te handelen zonder rechterlijke controle, zegt Marc Schuilenburg. ‘Normaal gesproken heeft de politie toestemming van de rechter-commissaris nodig om bijvoorbeeld een telefoon te mogen aftappen.’ Bij predictive policing ontbreekt die controle. ‘De politie kan mensen op basis van een voorspelling alvast in de gaten gaan houden, zonder dat daar een zuiver juridische grond voor is’, zegt de criminoloog. ‘Het steeds vroeger willen ingrijpen van de politie schept zo een bijna ongebreidelde vrijheid voor de politie zelf.’

De politie zet met voorspellend politiewerk mogelijk te ruim opsporingsbevoegdheden in, zegt ook Bart Schellekens. Hij is onderzoeker Recht en ICT?bij de Raad voor de Rechtspraak, maar reageert op persoonlijke titel. ‘We moeten ons afvragen of dat past binnen de taak van de politie, en of toezicht en transparantie wel goed geregeld zijn.’ Voor Schuilenburg is dat al niet meer de vraag, maar een zorgwekkende constatering. ‘Met predictive policing rolt de politie een digitaal vangnet uit waarin de rechten van burgers volledig ondergesneeuwd raken aan die van onduidelijke opsporingsbelangen.’

Zo mogelijk nog ingewikkelder wordt het als het voorspellend model afkomstig is van een bedrijf dat het niet wil prijsgeven, zegt De Vries. ‘Mijn grootste zorg is uiteindelijk dat bedrijven de markt overnemen. Daar zit veel meer geld en kan veel meer snelheid gemaakt worden met technologie die al voor het oprapen ligt.’ Alle eerder genoemde risico’s, van etnisch profileren tot privacy-schending, nemen volgens de tno-?onderzoekers alleen maar toe als private partijen de boel overnemen, omdat er veel minder druk is om transparant te opereren. Smit: ‘Dan kan er anarchie ontstaan.’

Zo ver is het nog niet. De Vries: ‘Predictive policing groeit hard, maar staat nog in de kinderschoenen. Of de overheid uiteindelijk de overhand gaat krijgen of het bedrijfsleven gaan we zien. Maar dat de geest uit de fles is als het gaat om het voorspellen van misdaad, is wel duidelijk.’

Het is een veel gehoord geluid als het over voorspellend politiewerk gaat: de opmars van de kristallen bol lijkt onomkeerbaar. Sander Klous, hoogleraar big data aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur ‘big data analytics’ bij KPMG, publiceerde onlangs een rapport met de veelzeggende titel Iedereen wil uiteindelijk die voorspellende glazen bol. ‘Het werkt met big data net als met tandpasta’, licht de hoogleraar toe. ‘Eenmaal uit de tube kun je proberen het terug te duwen, maar dat gaat niet lukken.’ Minder kleurrijk gezegd: als data eenmaal beschikbaar zijn, is het vrijwel onmogelijk deze weer terug te trekken. En er wordt steeds meer gemeten en gedeeld, niet in de laatste plaats dankzij smartphones en sociale media. Het valt te verwachten dat daar, nu voorspellingstechniek ?royaal voorhanden is, alleen maar meer gebruik van gemaakt zal worden.

Het sluipende gevaar is wat de WRR?’data?determinisme’ noemt. Het risico dat individuen worden beoordeeld op basis van wat statistisch gezien aannemelijk is dat ze gaan doen, in plaats van wat ze feitelijk gedaan hebben. Marc Schuilenburg heeft er een andere, meer dramatische term voor: ‘de gedachtenpolitie’ – een politieorganisatie meer gericht op intentie dan op de daad zelf. De verschuiving naar intentie is volgens Schuilenburg deel van een bredere ontwikkeling. ‘Het klassieke strafrecht in Nederland was een daadstrafrecht. Er moest een fysieke handeling hebben plaatsgevonden voordat iemand strafbaar was.’ Dat wordt de laatste twintig jaar steeds verder losgelaten. Voorbereidingshandelingen zijn bijvoorbeeld strafbaar geworden. ‘Als ik met een kalasjnikov in m’n hand en een plattegrond van een bank in m’n zak over straat loop, is dat genoeg voor een veroordeling.’ De daad zelf is daarmee opgerekt tot de voorbereiding ervan. ‘Het gevaar is dat de politie steeds eerder in het hoofd van mensen probeert te kruipen, aan bepaalde gedragingen conclusies gaat verbinden en al ingrijpt voor er iets gebeurd is. Terwijl: het is altijd de vraag of die persoon wel tot die daad was gekomen als je niets had gedaan.’

Daarmee raakt Schuilenburg aan de kern van veel vraagstukken rond voorspellend politiewerk: wat als iemand iets anders doet dan verwacht? Het is het klassieke thema van veel sciencefictionfilms en -boeken: predestinatie versus vrije wil. Tom Cruise krijgt er halverwege Minority Report mee te maken. Volgens de helderzienden staat hij deze keer zelf op het punt een man te vermoorden. De daad lijkt onontkoombaar, de politieagent gelooft heilig in zijn voorspellingsmethode. Hij zal ook bijna wel moeten: als hij de moord niet pleegt is hij het levende bewijs dat zijn methodiek niet werkt. ‘Je hebt w?l een keuze’, fluistert een van de helderzienden hem in.

Dat dit soort onwerkelijke dilemma’s geen volslagen fictie meer zijn, bewijst het voorbeeld uit Pennsylvania. Als de staat inderdaad een rekenmodel invoert dat rechters de strafmaat helpt bepalen, dan worden daders preventief afgerekend op een statistisch gegeven. De kans op recidive wordt met behulp van een punten?systeem berekend, aan de hand van onder andere historische criminaliteitsgegevens. Man-zijn alleen al levert daarbij meer punten op, omdat er nu eenmaal vaker mannen dan vrouwen worden veroordeeld. Hetzelfde geldt voor leeftijd: een jongere is een groter risico dan iemand van boven de veertig. Zelfs de woonplek telt mee: een stadsmens gaat vaker de fout in dan een plattelandsbewoner en kan dus strenger worden gestraft. Cijfermatige voorbestemming gaat zo zwaarder wegen dan vrije wil – de kans dat iemand iets anders doet dan wat statistisch voor de hand ligt.

Dezelfde kwestie in een andere vorm speelde bij de Amerikaan Robert McDaniel. In de zomer van 2013 stonden er drie agenten op de stoep van de toen 22-jarige inwoner van Chicago. De stad had net een voorspellend model in gebruik genomen dat moest bepalen welke inwoners de grootste kans maakten betrokken te raken bij een gewelddadig incident. McDaniel stond op de lijst en kreeg prompt bezoek van de politie. De boodschap: we houden je in de gaten, nog ??n misstap en de gevolgen zijn groot. Het incident haalde de krant omdat niet duidelijk was hoe de jongen op de lijst was beland, aangezien hij behalve een aantal arrestaties voor kleine vergrijpen (waaronder het roken van wiet) een schone lei had. ‘Ik heb niets m??r gedaan dan elke andere jongere die in deze buurt opgroeit’, zei McDaniel destijds in de Chicago Tribune. De doorslaggevende factor was waarschijnlijk dat hij wel vrienden had met een uitgebreid strafblad. Omdat sociale netwerken een goede voorspeller van gedrag zijn, telden die mee.

‘Zien we in de Nederlandse rechtbanken binnenkort ook Pennsylvaniaanse toestanden?’ vroeg de minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur onlangs retorisch bij de ontvangst van het WRR-rapport over big data en veiligheid. ‘Ik zal het nog eens navragen bij de Raad voor de Rechtspraak, maar ik vermoed van niet.’ Tegelijkertijd moeten we ons door dit soort ‘dystopische’ voorbeelden niet laten afschrikken van de mogelijkheden die big data bieden op het gebied van veiligheid, vindt de minister. ‘Als de negentiende-eeuwse boer die zo’n nieuwerwetse trein langs zijn wei vol koeien ziet denderen en denkt: verdomd, straks wordt de melk zuur.’

Dat Nederland die behoudende boer in elk geval niet is, blijkt uit het WRR-onderzoek. Wat de gevolgen daarvan zijn, zal moeten blijken. Volgens Van der Steur moeten we vooral realistisch zijn. ‘Wat geldt voor de zelfrijdende auto’s en drones geldt ook voor big data: het is niet de vraag of het onderdeel wordt van ons dagelijks leven, maar hoe we het vormgeven.’

Dit artikel kwam tot stand met steun van Fonds 1877

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
[slideshare id=46552302&doc=predictivepolicing-kansenvooreenveiligeretoekomst-150401143504-conversion-gate01&type=d]

Bronnen: De Groene Amsterdammer

Is met Predictive Policing de heilige graal gevonden?

Opinie_en_debat_05

Het politiewerk gaat ingrijpend veranderen door de invoering van?Predictive Policing. Door verfijnde algoritmen los te laten op big data over eerdere incidenten ? en die hoeveelheid gegevens neemt alleen maar toe ? kan de politie straks misdaden voorspellen.

Predictive Policing is de heilige graal waar criminaliteits- en terrorismebestrijders naar op zoek zijn. Het biedt de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het grootst is. De methode werkt preventief. Ook de nationale politie is al aan de slag met deze ontwikkeling.
Algoritmen die aardbevingen voorspellen

Predictive policing komt uit de Verenigde Staten, waar het in de praktijk beter lijkt te kunnen voorspellen dan menselijke analisten. De ontwikkeling begon in 2008 bij de politie van Los Angeles. Samen met Jeff Brantingham (UCLA en PredPol) werkte de politie het idee uit om algoritmen die aardbevingen konden voorspellen, toe te passen op oude misdaadstatistieken. Het bleek een gouden greep. Ineens kon men een veelvoud aan invloedsfactoren (zoals variaties in plaatsen en tijden) meewegen. PredPol claimt hiermee 1,5 tot 2 keer beter risicogebieden in te schatten dan de politieanalisten.

Naast PredPol zijn er meer ontwikkelingen, zoals HunchLab en het?Amsterdamse Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS). En er komen er meer. Invoering van Predictive Policing bij de nationale politie is mogelijk onontkoombaar, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. Het vraagt namelijk om een wezenlijke verandering.

Integrale benadering

De ontwikkeling naar Predictive Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel (in welke context en met welk doel gebruiken we het?), proces, informatie, techniek, en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt.

Predictive policing is in essentie niets anders dan vakjes op een kaart

De politie zal dus tal van vragen moeten oplossen. Hoe betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? Wat zijn de juridische en ethische gevolgen van Predictive Policing? En hoe past het in het politieproces? De organisatie bestaat immers traditioneel uit medewerkers, die in hun werk informatie gebruiken, verwerken en leveren. Hoe past een computer daartussen? Is het als een collega die af en toe kritisch met je mee kijkt, of wordt hij de baas die je oplegt wat je moet doen? Technici, analisten, teamleiders, wijkagenten en andere deskundigen moeten samen aan tafel komen om duidelijkheid te krijgen over de (on)mogelijkheden.

Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing

Predictive Policing lijkt de heilige graal, maar is in essentie niets anders dan vakjes op een kaart. Om eenvoudiger, effici?nt en effectief te inzet te plegen is handelingsperspectief en dus Prescriptive Policing onontbeerlijk. Prescriptive Policing voorspelt voor een specifieke situatie wat de effecten zijn van bepaalde interventies en een bepaalde inzet van politiemiddelen. Het systeem doet deze suggestie op basis van gegevens uit soortgelijke situaties in het verleden en daarbij gemeten effectiviteit. Daarbij wordt de menselijke factor expliciet meegenomen, want juist het praatje op straat is een hele effectieve ‘interventie’.

Ook de acceptatie door gebruikers is essentieel

Misschien nog wel meer dan bij Predictive Policing is hier een integrale benadering nodig, waarin doel, proces, informatie, techniek en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In feite zijn er 4 opeenvolgende implementatieniveaus, inclusief bijbehorende uitdagingen:

  • Intelligence-led Policing: informatie delen en deze gebruiken om te sturen.
  • Predictive Policing: analisten en wijkteams?trainen in?de omgang met voorspellende informatie.
  • Effect-led Policing: daadwerkelijke?het effect?registreren van verschillende interventies. Dus ook registreren wat er is gedaan, in plaats van alleen wat daar de resultaten van waren.
  • Prescriptive Policing:?de adviezen?accepteren van een systeem. Dit vraagt om aanpassing van de aansturing (cultuur en organisatie-inrichting) op door een systeem voorgestelde interventies.

Tot besluit: een wezenlijke verandering

De komst van Predictive, Prescriptive, en andere vormen van politieoptreden op basis van computeralgoritmen, vraagt om een wezenlijke verandering in het proces van politieoptreden. Niet alleen moeten ze hun plaats vinden in de informatieketen, ook de acceptatie door gebruikers is essentieel. Om te hoge, of te lage, verwachtingen te voorkomen is een integrale benadering nodig, waarin doel, proces, informatie, techniek en mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt.

Publicatie over Predictive Policing
In Van Predictive naar Prescriptive Policing. Verder dan vakjes voorspellen houden Selmar Smit en Arnout de Vries alle aspecten van Predictive Policing en Prescriptive Policing tegen het licht, inclusief de mythen rond dit thema. De publicatie bevat een stappenplan voor een geleidelijke invoering van deze nieuwe ontwikkelingen.

Bronnen: Secondant

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing

Vandaag ontving Siebe Riedstra, Secretaris Generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het boek ?Van Predictive naar Prescriptive Policing? uit handen van Leen van Duijn, directeur Nationale Veiligheid en Crisismanagement TNO. In dit boek adviseert TNO over de invoering van Predictive policing en Prescriptive policing.

Allereerst gaven?Jeff Brantingham en Sean?Malinowski van de LAPD?een presentatie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie over wetenschap en praktijk van Predpol en daarna was het aan Reinder Doeleman van de politie Amsterdam om de ervaringen?van CAS uit de doeken te doen.

Voor TNO de uitgelezen kans om de publicatie “Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing” aan te bieden. Jeff heeft het altijd over ‘Beyond the box’ , want predictive policing kan zoveel meer zijn?dan alleen vakjes op een kaart voorspellen waar misdaad volgens kansberekening gaat plaatsvinden. TNO trekt de lijn van ontwikkelingen door van predictive naar prescriptive policing. Van misdaad voorspellen tot voorspellend effect van politiewerk.

DSCF5511

Predictive Policing

Predictive Policing is politiewerk aan de hand van voorspellingen. Door verfijnde algoritmen?los te laten op big data kan de politie straks misdaden voorspellen. Predictive Policing biedt?de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het?grootst is. Het werkt preventief. Ook de politie is al aan de slag met deze ontwikkeling. Deze?publicatie beschrijft de ontwikkeling van Predictive Policing en de basisprincipes ervan. De?auteurs ontkrachten 10 mythen rond dit thema, zoals: crimineel gedrag is niet te voorspellen.?Ook gaan ze in op de verschillende ontwikkelingen, zoals PredPol en het Amsterdamse?Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS).

Invoering van Predictive Policing bij de politie kan, maar wat zijn de uitdagingen? Die spelen?zich op meerdere vlakken af: doel en toepassing, mens en organisatie, proces, informatie en?techniek. Wat zijn bijvoorbeeld de juridische en ethische aspecten van Predictive Policing??Hoe moeten mens en organisatie veranderen om dit instrument effectief te gebruiken? Hoe?betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? De effectiviteit van Predictive?Policing hangt in feite af van de informatie die in het systeem wordt ingevoerd. Het gaat?de politie er bovendien niet om zo goed mogelijk te voorspellen waar een incident kan plaatsvinden,?maar om dit incident te voorkomen. De politie zal daarom in kaart moeten brengen?wat de effectiviteit is. Meetbaar maken van het effect van de inzet dus.

Prescriptive Policing

Als Predictive Policing voorspellen is wat er gebeurt als je niets doet, wat is dan Prescriptive?Policing? Prescriptive Policing voorspelt op basis van de kennis van de effecten van bepaalde?interventies wat de effectiviteit van een bepaalde inzet van politiemiddelen zal zijn, gegeven?een specifieke situatie. Het systeem suggereert wat de beste interventie is op basis van
vergelijkbare context, maar de mens beslist uiteindelijk. De ontwikkeling naar Prescriptive?Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel, proces, informatie, techniek en?mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In een stappenplan?onderscheiden de auteurs vier implementatieniveaus, inclusief de stappen die de politie?moet zetten om een niveau hoger te komen. Van Intelligence-led Policing naar Predictive Policing?naar Effect-led Policing naar Prescriptive Policing.

Hoe de politie te werk zou kunnen gaan? Een competitieve test uitvoeren, voor een systeem?kiezen en dat langzaam uitrollen. Dat laatste is belangrijk, omdat mensen een gevoel?moeten krijgen voor de mogelijkheden van het systeem. Invoering van Prescriptive Policing?vraagt dus om professionalisering van de politie. Pas als men meetbaar maakt wat het?effect is van een interventie wordt de stap naar het vierde implementatieniveau mogelijk. De?innovatie moet stapsgewijs plaatsvinden in publiek-private samenwerking met leveranciers?en kennisinstellingen, waarbij in Living Labs wetenschappelijke kennis wordt toegepast in de?politieomgeving, samen met technologieleveranciers.

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Line en de burgerwacht

“Sociale media gaan inbraken tegen” kopte een artikel van Frans Nikkels in Tubantia.?Sinds de invoering van de burgerwacht in augustus 2013 zijn volgens Peter Sjabbens (rechts op de foto) geen inbraken gepleegd in Veeneslagen (gemeente Rijssen).
image-5500882

Door inzet van social media kan criminaliteit worden tegengegaan. In plaats van WhatsApp gebruiken deze burgerwachters de app Line om elkaar op de hoogte te houden van mogelijk onraad.

“Het voordeel van Line is dat deze software een beter overzicht geeft”, zegt Sjabbens. “In WhatsApp moet je soms een heel stuk terugscrollen. In Line kun je makkelijk notities plaatsen en die vind je snel terug.”

Burgers gebruiken WhatsApp als er onraad zou zijn in de wijk. Sjabbens adviseert in buurt-whatsappgroepen lagen aan te brengen om een chaos in het berichtenverkeer te voorkomen. Zo zou er in elke straat een co?rdinator moeten zijn die het eerst wordt aangesproken. Voor de hele wijk is er een buurtregisseur die van de straatco?rdinatoren een telefoontje krijgt als er een serieuze dreiging is. “Anders zie je door de bomen het bos niet meer.”

pic12-slider

http://www.tubantia.nl/regio/rijssen-holten/sociale-media-gaan-inbraken-tegen-1.5500881

De kracht van de wijkagent

wilco

Maak kennis met de wijkagent. Op de omslagfoto zie je een automatische reflex van Wilco Berenschot, omdat hij onmiddellijk iets wil betekenen voor het kind. Dit zijn ?kleine? momenten die dagelijks voorkomen en niet terug te vinden zijn in de misdaadstatistieken.

Het is echter wel belangrijk, contact maken en relaties opbouwen waardoor vertrouwen wordt gewonnen. Deze situatie was niet ingestudeerd, maar kwam uit het hart van de wijkagent. Deze politiemensen zorgen ervoor dat de maatschappij niet uit elkaar valt. Dat is de kracht van de wijkagent. In De kracht van de wijkagent?? de opvolger van De magische wereld van de wijkagent ? is op een aansprekende wijze de cruciale rol ge?llustreerd die de Nederlandse wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Op een eerlijke en persoonlijke wijze vertelt de auteur over situaties van alledag in het leven van een wijkagent.

Als je meer te weten wilt komen over het werk van wijkagenten en mensen die in een wijkteam ?werken, dan heb je met deze publicatie?het goede boek te pakken. Waargebeurde verhalen over politiemensen die dagelijks op pad zijn en hun werk doen met hart voor de zaak en passie voor de burger.

De kracht van de wijkagent

WEP?interviewde?Bennie Beuvink in het oosten van het land en ging terug naar Doorn met de gedachte: ?de wijkagent for president!?.? Een wijkagent, daar kun je zowat elke oorlog mee winnen. Dat is de stellige overtuiging van Bennie Beuvink, zelf wijkagent ?n schrijver. Zijn tweede boek, ?De kracht van de wijkagent? is nu uit. Hierin illustreert hij op aansprekende en overtuigende wijze de belangrijke rol die de wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Of het nu gaat om overlast door een kraaiende haan of een uit de hand gelopen ruzie, de wijkagent zorgt ervoor dat de partijen elkaar vinden en de rust wederkeert.

Na het succes van zijn eerste boek, ?De magische wereld van de wijkagent?, is er nu een tweede verhalenbundel. Met grappige, ontroerende en ook wel spannende belevenissen van hemzelf in zijn wijk in Enschede en van collega?s elders in het land. Collega?s die hun werk met ziel en zaligheid doen, maar daarover niet opscheppen of zo nodig op de voorgrond willen treden. Op de cover van het boek staat de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot, inmiddels beroemd om zijn opklaptafeltje op straat, waar hij spreekuur houdt. Voor Beuvink is Wilco een typisch voorbeeld van een wijkagent met passie. ?Zelf zal hij dat niet zeggen, die doet ?gewoon z?n werk?, maar hij kan heel goed situaties inschatten en oplossingen bedenken. Alles wat hij aanraakt is een 10. Ik vind Wilco een betekenisvolle gebeurtenis.?

Hoor en wederhoor
Een goede wijkagent heeft niet alleen passie voor zijn vak, maar past hoor en wederhoor toe, meent Beuvink. ?Dat is het mooie van politieman zijn. Je kunt meteen in een situatie een oplossing vinden. Zoals de leider van het A-Team altijd zei: I love it when a plan comes together! Als je maar goed luistert, kijkt en alle partijen aan het woord laat. En pas dan een oordeel vellen en in actie komen. Met liefde en oplossingsgericht.? Het beroep van wijkagent heeft volgens Bennie iets ?magisch?. ?Er wordt door veel mensen een beetje tegenop gekeken, bewust of onbewust. Net als de pastoor, de arts of de leraar. Het mooie is ook: de wijkagent komt overal, in de moskee, de kerk, in buurthuizen, op scholen en bij mensen thuis. Hij is overal welkom.?

Spiegel
Beuvink houdt de lezer in het boek een spiegel voor en vraagt: wat zou jij doen in deze situatie? Hij hoopt dat niet alleen collega?s, maar ook bijvoorbeeld wijkraadvoorzitters het boek gaan lezen. ?Dan kunnen ze zien hoe zij de wijkagent kunnen gebruiken. Die kent de buurtbewoners, de scholen, de bedrijven en organisaties en heeft dus de contacten.? Volgens Beuvink wordt er vaak te ingewikkeld gedaan bij problemen en conflicten. ?Ik geef een voorbeeld: onlangs werd in Amsterdam het Maagdenhuis bezet door studenten. Een hele toestand. Wie zou jij erop af sturen als politie? Toch niet de hoogste chef van de eenheid, hoe goed die ook is? Natuurlijk niet! De wijkagent. Het klinkt simpel, maar je moet het ook niet te ingewikkeld maken. De wijkagent weet wat er speelt, kan praten, kan luisteren. Die moet je vaker om advies vragen, daar win je bij wijze van spreken elke oorlog mee. Als de situatie erom vraagt en het echt uit de hand loopt kun je tot de hoogste politiechef opschalen.?

Protocollen
Beuvink vindt het jammer dat collega?s tegenwoordig onder toenemende tijdsdruk moeten werken. ?Om je goed in een buurt in te werken, heb je wel twee jaar nodig, fulltime. Dat is nu vaak lastig omdat je ook in de noodhulp meedraait. En je ziet dat mensen opgesloten zitten in een systeem en protocollen. Het individu verzuipt een beetje in de organisatie en dat is jammer. Die protocollisering trekt overigens over de hele beroepsbevolking, niet alleen over de politie.? Volgens Beuvink worden politiemensen goed opgeleid. Maar: ?Ze zouden tijdens de opleiding vaker de praktijk in moeten. Ga bijvoorbeeld mee met een wijkteam als er onrust is. Zie hoe je in de praktijk, door te luisteren en creatief te zijn, zonder direct het strafrecht erbij te betrekken, tot oplossingen kunt komen. Dat leer je niet alleen in het klaslokaal.?

Groot succes
Beuvink fungeert inmiddels als coach voor menig collega. De aanpak wijkgericht werken werd een groot succes in ?zijn? wijk Velve-Lindenhof in Enschede, een zogenaamde Vogelaarwijk. ?Daar hebben we een duurzame oplossing gevonden die de bewoners van de wijk zelf hebben bedacht.? De bewoners het vertrekpunt laten zijn, luisteren en samenwerken leidt tot succes, is de overtuiging. ?Ik mocht mijn opvolgers inwerken en het is fijn om te zien dat binnenkort een multifunctioneel wijkcentrum wordt geopend.?

De succesvolle aanpak in de Enschedese wijk werd ook internationaal gezien. Beuvink mocht erover vertellen op een congres in Spanje. Hij is trots: ?In het buitenland zie je nog wel eens een afstand tussen burgers en de politie, een gereserveerdheid. Die zie je bij ons niet. Van Harlingen tot Roermond, de wijkagent heeft hier iets magisch.?

Uitspraken
Bennie Beuvink wil graag mensen aan het denken zetten. Tot slot daarom nog enkele uitspraken van Bennie!

?Als je nooit tijd hebt kun je er niet mee omgaan?

?Gevoel is de belangrijkste navigator in jezelf.?

?Je kunt wel alles protocolliseren, maar dat wil niet zeggen dat het goed voelt.?

?Ik zeg tegen leidinggevenden: ga weg uit de cijfers, want daarmee doe je jezelf tekort.?

?Je krijgt geen burnout als je authentiek bent.?

?Ze zeggen: blijf van onze hulpverleners af. Maar je wordt alleen aangevallen als je onbekend bent. Zorg dus dat je gekend wordt.?

?Laat het vanuit de gemeenschap komen. Overal waar je dit doet, werkt het.?

?We doen onszelf tekort door onvoldoende te genieten van de ontmoeting.?

?Zonder afstemming met burgers/bestuur geen handhaving?

De kracht van de wijkagent_COVER

Bennie Beuvink (1957) die het boekje samenstelde is sinds 2015 operationeel expert wijk Nationale Politie, Eenheid Oost, basisteam Enschede.

Bronnen: Reed Business, WEP

Computermodel voorspelt overlast in woonwijken – en wanneer die uitblijft

Computermodel_hoofdfoto

Misschien wel de beste oplossing tegen overlast in woonwijken: een computermodel om overlastsituaties te voorspellen.?Selmar Smit?van TNO ziet re?le kansen voor zo?n model. Daarmee kan een wijk overlastbestendig worden ontworpen. Bijvoorbeeld door een buurthuis te bouwen, of een park aanleggen.

Welke wetenschappelijk onderbouwde handvatten hebben gemeenten om overlast te voorkomen of bestrijden? Modellen om overlast te voorspellen kijken doorgaans naar de sociale en economische eigenschappen van een buurt. Maar ze leveren maar mondjesmaat praktisch bruikbare informatie. De modellen geven bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag of ergens een buurthuis moet worden gebouwd, een uitgaansdistrict moet worden verplaatst, of een park moet worden aangelegd.

Het effect van dit soort ingrepen is namelijk zeer wisselend en sterk afhankelijk van de omgeving. Wat in de ene buurt tot overlast leidt, heeft niet noodzakelijk hetzelfde effect in een andere buurt. Zo zijn er nauwelijks meldingen van problemen bij caf? De Uylenburg aan de rand van Delft. Terwijl de caf?s in het centrum een paar kilometer verderop een hotspot van overlast vormen.

Overlastkaart belangrijk
Om te kunnen bepalen welke overlast een buurt kan verwachten, is het dan ook van belang om te weten welke gebouwen van een bepaald type op welke locatie(s) staan. Er kunnen 3 typen panden worden onderscheiden. Gebouwen die overlast cre?ren, die overlast aantrekken en die er geen enkel effect op lijken te hebben.

De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten

Dit artikel laat zien hoe een computer met een voorspelmodel een zogenoemde overlast-heatmap?kan maken. En hoe die kaart in de praktijk werkt om overlastgevende locaties te identificeren en voorkomen.

2 theoretische verklaringen voor overlast
Op dit moment zijn er 2 theorie?n gangbaar die verklaren waarom op de ene locatie wel overlast plaatsvindt, en op de andere locatie niet.

  1. Patricia L. en Paul J. Brantingham introduceerden zogenoemde?crime attractors. Dit zijn plaatsen die potenti?le overlastveroorzakers aantrekken, maar niet noodzakelijk zelf overlast veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is een bankje in een park.
  2. De theorie van Richard Wortley geeft juist een verklaring voor de hoeveelheid criminaliteit in een gebied. Hij doet dit met het begrip vancrime precipitators. Dan gaat het om omgevingsfactoren die aanmoedigend werken op personen om overlast te veroorzaken. Een caf? en discotheek zijn daar logische voorbeelden van.

Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving

Nieuw voorspelmodel voor overlast
Een nieuw model van TNO gebruikt een wiskundige uitwerking van bovenstaande theorie?n. Ieder object, gebouw of gebied in een omgeving kan fungeren als precipitator, attractor, of allebei. Want precipitators cre?ren een bepaald niveau van overlast, terwijl attractors bepalen waar de overlast.

2 stappen naar overlastvoorspelling
In 2 stappen kan het computermodel een overlastvoorspelling voor een specifieke locatie maken.

pic1

Figuur 1 – Hoeveelheid overlast

Stap 1: Hoeveelheid overlast bepalen
Het caf? is rood gemarkeerd (zie figuur 1). Dit is een precipitator die een bepaalde hoeveelheid overlast kan veroorzaken in alle objecten binnen een bepaalde straal. Daarop duidt de rode balk. In hetzelfde gebied zijn ook 3 attractors aanwezig, namelijk parken. De afstand tussen de precipitator en de attractor ? en de hoogte van de aantrekkingskracht van de attractor ? bepalen hoeveel overlast er daadwerkelijk wordt aangetrokken. Dit is weergegeven in de blauwe balk. Het park dichtbij het caf? trekt een groot gedeelte van de overlast aan, terwijl het park rechtsonder ver genoeg weg ligt om overlastvrij te blijven.

pic2

Figuur 2 – Reikwijdte overlast

Stap 2: Reikwijdte van overlast bepalen
Overlast vindt meestal plaats in een gebied rond de attractor. Voor elk punt binnen de straal van dit gebied kan de hoeveelheid overlast worden voorspeld. De punten zijn aangegeven met een X (zie figuur 2). Vervolgens kan de hoeveelheid overlast in het gebied worden berekend door de effecten van alle attractors in een buurt op te tellen. Het punt in het midden, dat is weergegeven in de gele balk, trekt de meeste problemen aan. Voor de 2 buitenste punten wordt juist geen overlast voorspeld.

Beperkingen van bestaande overlastberekeningen
Maar er is een probleem bij dit soort berekeningen. Hoe weten we welke objecten een precipitator zijn? En welke een attractor? Hoe sterk is het effect van deze objecten? En hoe groot is de straal van verspreiding?

Een antwoord op deze vragen is afhankelijk van gegevens uit het verleden. Deze informatie laat zien waar overlast was, en welke objecten er in de buurt stonden. Deze gebouwen zijn niet noodzakelijkerwijs een precipitator of attractor. Maar met een zogenoemd zelflerend algoritme is dat wel te bepalen.

Oplossing: zelflerend algoritme
Een zelflerend algoritme is een geavanceerd computerprogramma dat in staat is om zelf te bedenken wat een goede oplossing is. Want het rekenmodel wordt ?beloond? bij goed gedrag. Goed gedrag betekent in dit geval: het kiezen van de juiste parameterwaarden om de overlast te voorspellen.

Buurthuizen blijken een effectief middel om overlast te verminderen

Hoewel het algoritme niet precies weet welke waarden correct zijn, zal het een patroon ontdekken door verschillende dingen te proberen en conclusies te trekken uit de beloningen. Dan blijkt onder welke omstandigheden (dat wil zeggen: bij welke van de aanwezige objecten) een hoge voorspelling gepast is.

Voorbeeld: overlast in haaglanden
TNO heeft de beschreven methode toegepast op data over overlastcijfers en omgevingskarakteristieken van de regio Haaglanden. Om zo een voorspelmodel voor de regio te ontwikkelen.

De input over overlast bestaat uit cijfers van hoeveiligismijnwijk.nl. Deze tonen het aantal meldingen op buurtniveau voor diverse vormen van overlast. Het gaat hierbij om jeugdoverlast, overlast van personen, drugsoverlast, geluidsoverlast en een aantal andere soorten overlast in 438 buurten in de periode van 2010 tot en met 2012.

OpenStreetMap dient als databron voor de omgevingskarakteristieken. De regio Haaglanden wordt daarin beschreven in 128 objecttypen met in totaal 10. 545 objecten. Denk aan de functie van gebouwen, en de aanwezigheid van pinautomaten, speeltuinen, bossen, parken en sportfaciliteiten. Met deze gegevens heeft het zelflerende algoritme de effecten van specifieke objecten op overlast in kaart gebracht.

4 grootste bronnen van overlast
De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten. Dit zijn dus de grootste bronnen van overlast. Zolang er geen attractors in de buurt zijn, zoals in woonwijken, hebben ze weinig tot geen effect op de overlastcijfers. Maar in stadskernen en uitgaansgebieden zorgen deze objecten wel voor overlastplegers.

Viswinkels en gebedshuizen: 2 aantrekkers van overlast?
Viswinkels blijken verrassend genoeg de grootste aantrekkers van overlast te zijn. Toch is dit verband te verklaren. Pleinen zijn een notoire aantrekker van overlast, maar zijn niet opgenomen in de gegevens van OpenStreetMap. De viswinkels op de kaart blijken stuk voor stuk op of vlakbij pleinen te liggen.

Niet alle ‘groene’ oplossingen helpen: parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan

Daarmee fungeren ze in het rekenmodel als een vervanging van pleinen. Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving. Een vergelijkbaar verband is te zien bij gebedshuizen. Ook deze liggen vaak op of bij een plein en worden daarom ten onrechte aangewezen als attractors.

3 effectiefste middelen tegen overlast
Hotels en rechtbanken hebben volgens het zelflerend algoritme van TNO een positieve invloed op overlast. Het ontmoedigende effect op overlastveroorzakers is merkwaardigerwijs het grootst in gebieden waar de overlast juist zeer hoog is. En buurthuizen? Die blijken inderdaad een effectief middel om overlast te verminderen.

Niet al het groen helpt tegen overlast
Het rekenmodel van TNO laat zien dat er verschillende mogelijkheden zijn om in woonwijken de overlast te verminderen. Bijvoorbeeld door kunst te plaatsen en plantsoenen aan te leggen. Maar niet alle ‘groene’ oplossingen helpen. Want parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan.

Conclusie: voorspellen ?n aanpakken
Het hier beschreven zelflerende algoritme vormt nog geen eindpunt. Er is behoefte aan extra gegevens om het inzetbaar te maken voor interventies en stadsontwerp. Die data zouden gedetailleerder moeten zijn dan nu beschikbaar is, en afkomstig zijn van verschillende stedelijke gebieden.

Natuurlijk kan het model ook voorspellingen doen over andere onderwerpen dan overlast. Zoals criminaliteit, zorg en welzijn. De voorspellingen daarover zouden dan kunnen worden meegenomen als kwantitatieve onderbouwing van de Veiligheidseffectrapportage. Dan kunnen ze worden gebruikt om concrete interventies te kiezen om overlast effectief te verminderen.

Bronnen: CCV Secondant

Het moderne noaberschap: BUURbook, BUUV, en Wehelpen

Er zijn inmiddels veel participatie initiatieven die moderne media middelen gebruiken om zaken georganiseerd te krijgen. Tijd voor een klein overzicht:

Buurbook noemt zich het dorpsplein voor bewoners en professionals. Het is gestart in Rotterdam, maar de eerste reacties uit andere gemeenten verschijnen.

Maarten van der Velde?(architect) startte BUURbook.nl?na zijn afstudeerscriptie?(zie ook onderaan het blog): ‘Puberen en Loslaten’ een onderzoek naar het effect van social media op de invloed van bewoners op hun leefomgeving. Ook de ervaringen in Oud Krispijn kregen een plaatsje.
“Iedereen heeft het weleens meegemaakt: opeens verandert er iets in jouw buurt waar je niets van wist. Of erger: waar je het niet mee eens bent! Met BUURbook verandert dat en krijg je voortaan meer invloed op je leefomgeving en de leefbaarheid in jouw buurt”, aldus de toelichting op?BUURbook.nl.

Zelf bijdragen

“Staan er geen pinnetjes in jouw buurt? Dan kan het zijn dat er niets gebeurt. Het kan ook zijn dat plannen er nog niet op staan. Weet jij dat er mogelijk iets gaat veranderen of heb jij een idee voor jouw buurt? Aarzel niet en zet het op de kaart.”

BUUV

BUUV is de buurtmarktplaats voor en door bewoners waar vraag en aanbod elkaar vinden. Bij BUUV gaat het om diensten die je als bewoners voor elkaar kan doen zonder dat er iets tegenover staat. In Haarlem, Zaanstad, Amsterdam Zuid en Ijmond zijn er inmiddels dergelijke marktplaatsen.

Logo WeHelpenWehelpen

Ook WeHelpen is een online marktplaats voor het vinden en verbinden, organiseren en delen van hulp. Met wehelpen.nl kun je hulp vragen en aanbieden, maar ook hulp organiseren ? voor jezelf of een ander – binnen een hulpnetwerk van familie en vrienden.?De co?peratie WeHelpen is opgericht door Achmea, BureauVijftig, CZ, Menzis, PGGM, Rabobank, The Caretakers en VitaValley en inmiddels nemen vele andere organisaties deel.

Veconomies

Er zijn ook virtuele economische systemen (Veconomies) om de inzet voor elkaar te organiseren. Zo is er in Rotterdam-Zuid de ruilmunt “zuiderling“. E?n munt is ongeveer een half uur tijd waard. Bewoners kunnen er andere bewoners mee inhuren voor bijvoorbeeld een pianoles of het bereiden van een maaltijd.?In Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en andere plaatsen bestaat al langer een soortgelijk systeem. Daar kunnen diensten en producten worden afgerekend met een?noppes?of met een ster, zoals de munt in Utrecht heet. Ook gaan er geluiden op?voor een ruilmiddel voor humanitaire acties waarin burgers zich gezamenlijk inzetten (oa via social media).

Naast bovenstaande zijn er nog veel meer van dergelijke initiatieven. Kijk ook eens op buurtmarktplaatsen als?Voordebuurt.nl, burenhulpcentrale, burenetnwerk, Buur, Croqqer, Dogether, Hulpinjebuurt, Kopjesuiker, Makkie, Noppes, Tijdvoorelkaar, Peerby, Veur-elkaar, voorelkaarindebuurt, Zoiizo, Zorgvoorelkaar?of op?http://bottomup.ruimtevolk.nl/ voor de (digitale) transformaties?in diverse krimpgebieden.