Categoriearchief: Burgeropsporing

Online Predator Investigation Team

vigilantes

Stinson the Pedohunter of Letzo Hunting kenden wel uit Engeland al. Stinson kreeg onlangs online veel steun doordat bijna 2000 mensen hem gezamenlijk 30.00 pond schonken via het het crowdfunding platform kickstarter om zijn werk te doen. Hij claimt dat zijn werk tot nu toe al 15 veroordelingen heeft opgeleverd.

Ook het Online Predator Investigation Team (OPIT) is al enige tijd online actief op zoek naar pedofielen. Dit familie initiatief is opgericht door Brendan Collis?uit Derby die gezamenlijk online op zoek gaan naar pedofielen die zich schuldig maken aan grooming en andere zedendelicten. Ze maken profielen aan van kinderen om in gesprek te komen met deze mensen.

De slachtoffertjes Laura en Roxy van 14 in de zaak van Peter Mitchell konden daarom ook niet als getuige aanwezig zijn bij de rechtszitting afgelopen week. Ze bestonden namelijk niet. In plaats daarvan was het een getrouwd stel dat zich meldde. Zij hadden profielen aangemaakt op Facebook van deze fictieve meisjes.

Mitchell werkte als tuinier op diverse scholen en werd betrapt op bezit van belastend fotomateriaal. Ook stuurde hij de meisjes foto’s van zijn eigen geslachtsdeel terwijl hij op zijn?grasmaaier zat. Hij vroeg de meisjes of hij met ze kon afspreken en gaf aan dat hij ze dronken wilde voeren.

Deze online burgerinitiatieven geven aan dat ze een belangrijk gat invullen dat de politie onvoldoende oppakt. Er zijn al vele succesvolle veroordelingen geweest door deze initiatieven. Het?motief van OPIT is vergelijkbaar met de?vele andere burgeropsporingsintiatieven die te maken hebben met online kindermisbruik. Ze zijn gefrustreerd dat de politie te weinig doet en nemen zelf politietaken op zich?om daders te vinden en te ontmaskeren.?Collis zegt dat hij dit werk is gaan doen omdat hij zelf ook ervaringen heeft met pedofielen, ook in zijn eigen familie leidde dergelijk misbruik tot een zelfmoord. ?”Dit gebeurt niet alleen in Facebook en chatrooms; het gebeurt overal op het internet”.

Maar kritiek is er ook: ze zouden bewijs onbruikbaar maken en het leven van deze verdachten in gevaar brengen. De politie worstelt enorm met deze initiatieven, terwijl experts aangeven dat het fenomeen niet zal verdwijnen. Je kunt het beter in goede banen leiden en daar waar mogelijk samenwerken. Jim Gamble, voormalig directeur van het Britse?Child Exploitation and Online Protection agentschap riep juist op tot meer online burgerwachten en wil ze ondersteunen en tot een online leger vormen van vrijwilligers met 1000 digitale rechercheurs onder leiding van de politie. Hij hekelde de houding en kennis van de overheid en zou het liefst zien dat elk korps 20 vrijwilligers zou trainen en op politiecomputers zou kunnen laten werken om bewijs te verzamelen. Een dergelijke regeling zou landelijk voor 1.5 miljoen pond te doen zijn, gaf hij aan. “De burgerinitiatieven laten zien dat je geen politieagent nodig hebt om de daders te pakken”.

Toby Fawcett-Greaves van de Derby politie zegt erover: “Wij zullen burgers altijd stimuleren om met informatie te komen dat de veiligheid van kinderen ten goede komt. En er bestaat altijd het risico dat het in de rechtzaal niet geaccepteerd wordt. Maar alle informatie?zal eerlijk, onpartijdig en volgens de wet worden behandeld.”

The Guardian kreeg van Collis inzage in honderden berichten die Mitchell verstuurde aan de twee virtuele tienermeisjes. Ze konden uiteindelijk video-opnames maken van Mitchel en met 3500 berichten onder de arm leverden ze het materiaal in bij de politie. Die reageerde met gemengde gevoelens: “Wij adviseren elke vorm van opsporing door de politie te laten uitvoeren. Elke informatie wordt in dank ontvangen, maar hierna gaat de politie het onderzoek verder afhandelen.” Het hof kwam erachter dat Mitchell zijn baantjes zorgvuldig uitkoos om verdenkingen van contact met kinderen te mijden.

Brendan Collis legt uit hoe hij met zijn familie te werk gaat

Bronnen:?BBC, The Guardian, RT

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

Storify case van een verloren telefoon

We hebben eerder al mooie verhalen gedeeld over de jacht op gestolen telefoons, maar onderstaande Storify case van een gestolen telefoon is ook weer een interessant?voorbeeld van burgeropsporing:

Bronnen: Dit bericht werd geplaatst in Burgeropsporing, DIY Detectives, Uncategorized en getagged met , op door .

Letzgo Hunting en Stinson Hunter

Vigilantes: The Facebook homepage of 'Letzgo Hunting', a group of parents exposing alleged paedophiles

Internetgroep?Letzgo Hunting?is bekritiseerd voor de manier waarop ze?pedofielen ontmaskeren. Dit blog beschrijft deze controversi?le groep uit Engeland en hun “MO“.

Het is geen uniek fenomeen: particuliere pedojagers die zelf vaak ook een gevaar vormen voor de veiligheid en soms onschuldige levens verwoest.?Alleen de beschuldiging van pedofilie is al genoeg om levens te verwoesten. Als de geruchtenmachine eenmaal op gang komt staan?huwelijken en carri?res?zo maar ineens op het spel. The Guardian beschrijft twee gevallen?van Letzgo Hunting waarbij mannen gebrandmerkt werden als pedoseksueel door overijverige ‘jagers’ (video), terwijl zij niets hadden gedaan om dat te verdienen. Een derde man werd zelfs door zijn buren mishandeld en in brand gestoken, nadat iemand het totaal ongefundeerde gerucht de wereld in hielp dat hij pedofiel zou zijn. Hij had foto’s gemaakt van jongeren die zijn bloemperkje vernielden en moest het met de dood bekopen.

Ook in Nederland zijn er?pedojagers die in beweging komen als bijvoorbeeld GeenStijl bepaalde zaken aankaart. In de documentaire van Zembla “Allemaal agent” wordt dit fenomeen ook aan de kaak gesteld.?Het is lange tijd een gevoelig onderwerp geweest, en er kwam een belangrijke wending toen de Hoge Raad de pedoclub Martijn verboden had:

Letzgo Hunting

De website van Letzgo Hunting’s toont nu?alleen nog de melding:?”maintenance mode”, zonder dat duidelijk is wat deze mysterieuze groep nog aan activiteiten heeft. Op een gecachte pagina staat nog:?”Letzgo Hunting legt zich toe op het uit de samenleving verwijderen van sluwe en gewetenloze individuen, zoals pedofielen en kinderverkrachters, of iedereen die een bedreiging vormt voor onze kinderen.” De website pocht dat ze een ‘hit-team’ hebben met pseudoniemen als Scumm Buster, Facee Buster en Keeboo Buster. De leden doen zich voor als meisjes van?12 to 15 maken een praatje met online mannen, met name diegenen die op zoek zijn naar seksuele gesprekken. Ze bewaren die?gesprekken als bewijsmateriaal. De groep regelt vervolgens onmoetingen met deze mannen en filmt ze daar terwijl ze geconfronteerd worden met hun vermeende acties. De video, foto’s en social media berichten worden vervolgens online gepubliceerd en doorgegeven aan de politie.

De BBC maakte een Inside Out documentaire over Letzgo Hunting?en?sprak met?de leider van de groep Scumm Buster, die de BBC vertelde:. “Wij doen niemand pijn, wij willen alleen een verklaring.” Hij vertelt dat het doel van de ontmoetingen was “om hun intentie te ontmaskeren” en om aan te tonen dat de mannen de wet overtreden (In Engeland Sexual Offences Act 2003) door kinderen aan te sporen op seksuele handelingen. De groep – allemaal ouders – komt vooral?uit Leicestershire.

Ze hebben ontkend dat ze schuldig zijn aan de recente zelfmoord van een man, ook uit ?Leicestershire. Hij?hing zichzelf thuis vier dagen nadat hij werd gearresteerd door de politie op, nadat hij op borgtocht werd vrijgelaten zonder formele aanklacht. De groep zegt dat zij?bewijs hadden over zijn online contacten online waarin hij zich voordeed als een 14-jarig meisje.

Letzgo Hunting Facebook page
Letzgo Hunting’s Facebook pagina

Letzgo Hunting heeft ook?onderzoek gedaan naar een man uit Nottingham man?dat?leidde tot een veroordeling wegens seksueel misbruik van een 15-jarig meisje. Volgens de politie zocht de moeder van het meisje contact met de groep.

Letzgo Hunting zegt dat ze?aan?12 arrestaties hebben bijgedragen, maar de politie uit Leicestershire zegt dat het niet op de hoogte is van enige?betrokkenheid van Letzgo Hunting bij die zaken. De politie adviseert juist iedereen met informatie over criminele activiteiten om contact op te nemen met de?lokale politie in plaats van zelf op onderzoek uit te gaan. “Op deze manier verzamelen we het bewijs volgens de strikte regels die er zijn en waar de rechtbank op beoordeeld. Het gevaar is namelijk dat handelingen van burgers dit in de weg?zitten”, stelt de politie uit Leicestershire.

Andere voorbeelden

Het Amerikaanse TV propgramma ‘ To Catch A Predator‘ ?dat samenwerkt met de?Perverted-Justice groep, maakt er ook een sport van om misbruikers met virtuele (online) meisjes in de val te lokken. De show werd gestopt toen in 2007 een Texaanse advocaat zich zelf doodschoot toen ze hem thuis filmden en de politie bij hem thuis aanklopte. Ook in Duitsland heeft het TV Programma Tatort Internet geprobeerd online mannen te lokken en waarna deze werd geconfronteerd met de zogenaamde moeder van het meisje (een actrice). Ook deze uitzendingen moesten stoppen na kritiek van de kinderbescherming en diverse advocaten.

Maar volautomatisch kan het lokken ook.?De software van het Spaanse?Negobot gebruikt?Artificial Intelligence (AI) om te kunnen chatten als een tiener. Deze chatbot software cre?ert een ‘virtuele Lolita’ ?en lokt ‘foute mannen’ in de val. Het is ook getest op Google’s chatdienst om te kijken of het in andere talen toegepast kan worden.

Opstelten is in Nederland na een aantal grooming zaken waar we over blogden hard bezig om de politie meer mogelijkheden te geven dergelijk misbruik aan te pakken. Eerder wees de rechter de inzet van een lokpuber af. Opstelten is daarom bezig met een nieuw wetsvoorstel dat inzet van de lokpuber wel mogelijk maakt.

Bovenstaand virtueel meisje ‘Sweetie’, ontwikkeld door kinderrechten organisatie Terre des Hommes, lokt pedofielen in de Philipijnen.

Er zijn grote zorgen over de manier waarop burgergroeperingen?handelen. Jim Gamble, de voormalige topman van het Child Exploitation and Online Protection Centre (CEOP), zei dat deze?”zeer verontrustende” activiteiten zich tegen hen kunnen keren en leiden tot “gevaar voor zichzelf. “Ik begrijp dat de ouders gefrustreerd raken en actie willen ondernemen, maar ze zijn niet in staat?om dit te doen. We hebben meer politiemiddelen nodig om de oorzaken aan te pakken.” CEOP waarschuwt dat burgeropsporing kan leiden tot extra gevaar voor het kind, omdat de misbruiker zich in het nauw gedreven voelt en misschien rare dingen gaat doen.

Jimmy Savile
De onthullingen van?Jimmy Savile zorgde voor veel publieke woede over pedofielen

“De mensen thuis zijn meestal handiger met het internet dan politie agenten. Ze denken daardoor dat ze iets kunnen toevoegen, terwijl je op straat meestal niet veel mensen zichzelf in gevaar ziet brengen om boeven te vangen” zegt?voormalig rechercheur?en criminoloog?Mark Williams-Thomas, bekend van de?ITV documentaire die Jimmy Savile ontmaskerde. Hij snapt waarom mensen willen helpen bij dergelijke enorm emotionele gevallen, maar ziet ook de risico’s: ” Je hebt meestal maar ??n kans om de daders te pakken. Als zo’n dader iets doorkrijgt is hij weg en wordt actief op andere sociale netwerken en krijgt een ander MO. Pedofielen doen alles om niet gepakt te worden, dat hoort bij de spanning die ze ervaren.” Hij bekritiseerd het optreden van de politie, omdat die teveel regionaal georganiseerd is, terwijl een misbruikers daardoorheen werken. Maar hij?waarschuwt burgeropspoorders ook:?”Denk eens terug aan de aanslag in Boston waar iemand onterecht als dader werd gebrandmerkt en een heksenjacht werd gestart?dat voor onnodige afleiding zorgde. Een heksenjacht leidt niet altijd tot het pakken van een echte heks,” voegt hij toe.

Social media: The group posts videos of its sting operations on sites such as Facebook and Twitter, pictured

Arrests: Seven alleged predators have been apprehended over the past few weeks thanks to the group

grooming letzgohunt

In Engeland is onlangs opnieuw?commotie ontstaan?na de zelfmoord van Michael Parkes, een vermeende pedofiel. Parkes dacht via internet een afspraakje te hebben gemaakt met een meisje van 12, maar werd in werkelijkheid opgewacht door een stel ?pedojagers?, onder aanvoering van Stinson Hunter. Die is samen met zijn handlangers ?Stubbs? en ?Grime? al een tijd bezig om pedofielen te ontmaskeren. Ze chatten online met mannen en proberen die over te halen tot ontmoetingen. Die worden dan gefilmd, de beelden worden netjes aan de politie overgedragen. Zo ook de ontmoeting met Parkes, die op het bureau werd ondervraagd. Een paar dagen later pleegde Parkes zelfmoord. Wat leidde tot veel ophef over de werkwijze van Hunter. Een ex van Parkes beschuldigt Hunter nu, en diens gebruik van facebook en andere sociale media, en waarschuwt voor heksenjachten. Waarom mag Hunter wel wat de politie niet mag, vroeg ze. En wat als anderen Hunter gaan nadoen? Hunter pleegt de beelden van zijn ontmoetingen ook op twitter en facebook te zetten en dat leidt tot heftige reacties. Ook de politie zit met de zaak. Woordvoerders van twee korpsen hebben al gezegd dat de zelfmoord van Parkes ?serieuze consequenties? kan hebben voor lopende onderzoeken. Hunter gaat echter gewoon door. De NOS schrijft ook dat de ?Britse Alberto Stegeman? onlangs 30.000 pond?ingezameld?heeft voor een nieuwe pedofielenjacht ?

Meer dan 1400 mensen hebben geld gedoneerd via Hunters Kickstarter-pagina. E?n van hen maakte zelfs 5000 pond over aan de pedofielenjager. Donateurs krijgen als dank een gepersonaliseerde video en nog niet vertoond beeldmateriaal. Bedrijven die nog wat promotie zoeken zijn ook welkom. Voor 1000 pond laat hij de bedrijfsnaam op zijn been tatoe?ren.

Voor de klopjacht heeft Hunter ook nog zijn journalistieke redenen. Op zijn Kickstarterpagina verklaart hij dat “zijn hart ligt bij het beschermen van kinderen. Maar het is tijd voor een revolutie binnen de journalistiek. Het is tijd om bepaalde onderwerpen onder de aandacht te brengen, die andere media niet durven te verslaan.”

Bronnen: BBC, The Guardian, Dailymail (1, 2), Joop, CopsInCyberspace, Independent, NOS, Stinson Hunter

 

The Skeleton Crew

Boek Web Sleuths

 

Recentelijk is er een boek verschenen over (online) communities voor?burgeropsporing?en hoe deze “Do-It-Yourself?Detectives”?zich storten op ‘cold cases’.

“The Skeleton Crew” gaat?over online (burger) opsporingscommunities. Het gaat ook zowel de successen als problemen van deze groepen. Want?vrijwel elke?online community krijgt in haar bestaan met wisselende leden kritiek en zgn. “flame wars“. Het is zoals met veel vrijwillige groepen: het is soms een soap of drama en online wordt dat soms versterkt.?Dus er?waren er vetes, verbanningen van leden (sommige mensen bleken echt ‘freaks’, een beetje eng of gek) en groepen die zich afsplitsten omdat ze vonden dat het anders moet, en?ook waren er?grepen naar macht of roem. Communities met?naamloze onderzoekers hadden minder van deze?persoonlijke conflicten, maar elke groep kampte met ethische dilemma’s en uitdagingen voor hun werkwijzen, zoals bijvoorbeeld de vraag hoe om te gaan?met de rechtshandhaving en de families van de slachtoffers.

Deborah Halber, wetenschappelijk schrijfster voor MIT, onderscheid twee groepen burgerrechercheurs: de “buitenbeentjes” (Mavericks), die de voorkeur geven om snel en naar eigen goeddunken voor oplossingen te gaan, en de?”vertrouwen bouwers” (Trust Builders) die liever eerst?als groep zorgvuldig willen beraadzamen voordat ze de autoriteiten of nabestaanden benaderen. De ‘Mavericks’ klagen dat de Trust Builders te langzaam en te bureaucratisch handelen, terwijl Trust Builders?liever een band van?geloofwaardigheid op willen bouwen naar de gemeenschap en politie en (te) snelle tips meestal zinloos of waanzin zijn.

Zo gaat het boek in op zaken die het Doe network heeft opgelost (oa de zaak van het “tent meisje” waarover we blogden) en ook op andere burgeropspoorders die genetwerkt samenwerken aan zaken, soms decennia lang. Het Doe network weet dat er zeker meer dan 13.000 onge?dentificeerde lichamen zijn in de Verenigde Staten, maar anderen denken dat het er drie keer zoveel zijn. De groepen worden vaak bespot door de lokale politie of soms totaal genegeerd. Toch heeft deze ” Skeleton Crew” eigenhandig een hele reeks cold cases opgelost. Daaronder waren onder andere moorden in Missouri, zwervers in Las Vegas en ook zaken in Canada.

Hieronder een stukje uit het boek:

PROLOGUE

I?m looking around a Cracker Barrel in Georgetown, Kentucky, wondering if I?ll recognize him. The only photos I?ve seen of Wilbur J. Riddle were taken four decades ago, when he stumbled on the corpse wrapped in the carnival tent.

He was forty years old then; with his tousled dark hair and strong jaw, he resembled Joaquin Phoenix with sideburns. Even in black-and-white, Riddle looked tanned, a shadow accentuating the taut plane of his cheek. His short-sleeved shirt unbuttoned jauntily at the neck, he stood slightly apart from three pasty, grim, steely men with buzz cuts, dark suits, and narrow ties. They seemed preoccupied, dealing with a body where a body had no right to be.

Throwing the photographer a sidelong glance and a faint smirk, Riddle alone seemed cocksure and unfazed. In time, he would end up just as invested as the Scott County sheriff and state police, if not more so. He would become the father of sixteen and grandfather of forty and would still be escorting people out to the shoulder of Route 25?X marks the spot?where he found her. Somebody might have been tempted to charge admission.

He?s thought about asking the state of Kentucky to put up a marker along the guardrail: the Tent Girl memorial plaque. She?s a local legend. Parents invoke her?an unidentified murder victim whose face is carved onto her gravestone?as the fear factor that has hurried two generations of children to bed on time.

But she?s more than that.

Tent Girl drew me in. As I delved into the world of the missing and the unidenti?ed, her story would transform the shopworn whodunit into something altogether di?erent?the whowuzit, I?ll call it?in which the identity of the victim, not the culprit, is the conundrum. Her story supplanted the tweedy private eye or world-weary gumshoe of my expectations with a quirky crew of armchair sleuths who frequented the Web?s inner sanctums instead of smoke-?lled cigar bars. Her story was rags to (relative) riches, triumph of the underdog, and revenge of the nerds all rolled into one. Tent Girl, by becoming separated from her name, also invoked a murky psychological morass of death and identity where?judging from my companions? faces whenever I brought it up?most people would rather not go, but that I felt perversely compelled to explore.

The Skeleton Crew by Deborah Halber (Excerpt) by Simon and Schuster

Bronnen: Salon, The Skeleton Crew

Doe Network

DoeNetwork

Het begon allemaal bij de case van het “tent meisje” waarin het Doe Netwerk een 30 jaar oude zaak van een onbekend meisje (een zgn. “Jane Doe“)?oploste. Hieronder die eerste zaak en daarna een andere cold case die ook werd opgelost door het indrukwekkende vrijwilligersnetwerk. In de zomer van 2014?nog werd succesvol een onge?dentificeerd lichaam aan de nog levende moeder gekoppeld die in de zaak van 46 jaar geleden haar tienerdochter uit het oog verloor.

Todd Matthews

Todd Matthews?was toen 17 en had dates met de dochter van een voormalige Kentucky oliewerker, toen hij in aanraking kwam met de mysterieuze zaak van het “tent meisje”. Deze vader had het lichaam gevonden dat in een carnaval tent gewikkeld leek te zijn, al in 1968 in de binnenlanden van Kentucky, twee jaar voordat Matthews werd geboren. Deze vader,?Wilbur Riddle, kon het moeilijk verteren dat ze nooit werd ge?dentificeerd.

Matthews, die met Riddle’s dochter trouwde in 1988, werd aangestoken in?deze obsessie en probeerde de dood van het ” tent meisjes” op te lossen. Onderzoekers waren er toen van uitgegaan dat het meisje een tiener was. Maar Matthews ontdekte bij de FBI dat de handdoek waar ze in gewikkeld was, eigenlijk een luier was. Hij dacht dat ze ouder zou kunnen zijn, en misschien zelfs een moeder was. Een heel?decennium ging hij achter allerlei ‘koude aanwijzingen’?aan. Door?het internet?kon hij veel vanuit huis met?chatrooms en digitale prikborden, op zoek naar een aanwijzing om een lichaam te identificeren.

Op een lange avond?in 1998?zag hij een bericht van een vrouw uit?Arkansas die op zoek was geweest naar haar oudere zus die vermist was sinds 1968. Met hulp van Matthews stuurde deze vrouw de informatie over haar zus naar het forensisch medisch lab van?Kentucky. DNA-onderzoek bevestigde toen dat het ’tent meisje’ Barbara Ann Hackman-Taylor moest zijn, die na haar trouwerij wat verder van haar familie kwam af te staan. Buiten medeweten van haar familie was Hackman-Taylor in Kentucky gaan wonen. Ze had een jonge dochter toen ze verdween uit het restaurant waar ze werkte in Lexington. Ze was getrouwd met een medewerker van het carnaval en was toen 24 jaar. Haar man, sindsdien gestorven, werd nooit ondervraagd over de vrouw die hij bovendien nooit als vermist had opgegeven. Het oplossen van dit mysterie deed?Matthews besluiten om lid te worden van het in oprichting zijnde?Doe Network, een digitaal?prikbord voor vermiste personen, en te helpen om?een landelijke database te koppelen met politiebronnen.

Het?Doe Network werd in 1999 opgericht en omvat nu meer dan 1.000 onge?dentificeerde personen?en meer dan 3.000 vermiste personen. Matthews hielp ook bij het opstarten van EDAN (Everyone Deserves a Name), een organisatie van vrijwilligers die zorgen voor pro bono forensische schetsen en klei reconstructies van gezichten om te helpen bij?identificaties.

“Ik heb mijn draai in het leven gevonden,” zei hij. Voor Matthews, wiens eigen broer en zus jong storven, voorziet het werk inmiddels in zijn levensbehoeften. “Ik denk niet dat ik ooit de leegtes in mijn eigen leven echt kan vullen, maar het geeft een goed gevoel om wat zaken op elkaar te plakken en op deze manier een positieve bijdrage te leveren,” zegt hij.

Carl Koppelman

De hobby van Carl Koppelman als ‘internet-detective’ begon met wat pech. Hij was ooit accountant voor Disney, maar werd plotseling werkloos in het begin?van de kredietcrisis. Maar hij kreeg er een enorme bak tijd voor terug.

In augustus 2009 las hij de krant en vond een verhaal over Jaycee Lee Dugard, een zaak over een ontvoerd meisje uit Californi? van zo’n 18 jaar geleden. De man die haar gevangen had gehouden was net gearresteerd. Hij was geschokt door de zaak en begon op het internet te zoeken naar?informatie. Hij kwam terecht op Websleuths.com, een speciaal forum voor internet detectives. Het bleek dat bezoekers van deze site de?verdwijning van Dugard al jarenlang bespraken. En hoewel Websleuths niet leidde tot de vondst van het meisje, geloofde Koppelman dat het forum wel potentieel had om andere zaken op te lossen.

“Ik las de verhalen op Websleuths en vond het?gewoon fascinerend,” zegt hij. “Hier waren alledaagse, gewone mensen op websites aan het speuren en misdaden aan het oplossen?die de??politie nooit had opgelost.”

(Thinkstock)

Gedurende de?vijf jaar daarna werd Koppelman’s interesse een obsessie. Hij is nu moderator van “The Unidentified” subforum dat zich toespitst op de?matching van ge?dentificeerde overleden personen (met gegevens uit mortuaria) met die van vermiste personen. Hij zegt tot nu toe?drie bevestigde matches te hebben gevonden, waaronder Lynda Jane Hart, wiens skelet in 1988 werd ontdekt?en pas?gekoppeld kon worden aan een vermist persoon in?2011. “De gezinnen tastten tientallen jaren in het duister, en ze kunnen moeilijk verder met hun leven totdat ze bevestiging?krijgen,” legt hij uit. “Dus ja, ik krijg veel voldoening als ik in een van deze gevallen iets kan oplossen.”

Koppelman is niet alleen. Een kleine maar toegewijde groep mensen besteed nu wereldwijd (o.a. uit Mexico, Engeland, Canada) hun vrije tijd aan het oplossen van?mysteries door in social media profielen te zoeken en online high school jaarboeken te scannen, foto’s van mortuaria te bekijken, en nog veel meer. Sommige rechercheurs?zijn dankbaar voor hun inzet, maar in sommige gevallen zijn de zelfbenoemde speurneuzen iets te dicht bij eigenrichting. Want zijn deze internet detectives altijd welwillende vrijwilligers, of zitten er ook bemoeials tussen die hier eigenlijk niet thuishoren?

Bronnen: BBC, Wikipedia, CNN,?Doe Network, SeattlePi

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

VKontakte en homolokkers

anti gay rights protester

Na de pedojagers zijn er sinds enige tijd?ook homolokkers in Rusland die social media gebruiken.?Het was?een nieuwe rage in Rusland: jonge homo?s via de sociale netwerken verleiden tot een afspraak en ze vervolgens vernederd aan de?schandpaal nagelen?op het internet. En dat onder het mom van bestrijding van pedofilie.?Het gaat zo: meestal neemt iemand via VKontakte, het Russische Facebook, contact op met het toekomstige slachtoffer. Vervolgens wordt er wat erotisch heen en weer gechat en dan volgt er een afspraak. De ene keer bij iemand thuis, de andere keer gewoon op straat.

Wat er dan gebeurt loopt uiteen. Soms wordt het slachtoffer ‘alleen maar’ uitgescholden. In andere gevallen dwingen de belagers, meestal in een groep, het slachtoffer zich uit te kleden en naakt in een badkuip te gaan zitten en een ‘bekentenis’ af te leggen, met een kunstpenis in de hand. Of hij krijgt urine over zich heen. Of hij wordt roze geschilderd.

Het slachtoffer wordt gedwongen te vertellen hoe hij heet en waar hij werkt of op school zit. En alles wordt gefilmd en op Youtube, op de site van?antipedofil.org?of op de pagina van de VKontakte-groep gezet. Hoewel de situatie steevast dreigend is, wordt er weinig rechtstreeks fysiek geweld gebruikt. Het gaat in de eerste plaats om de vernedering.?Er zijn maar weinig Russen die homoseksualiteit accepteren, dus de slachtoffers schamen zich dood.

Volgens sommige?bronnen?houden zich in Rusland inmiddels zo’n vijfhonderd groepen met zulke praktijken bezig. De bedenker ervan is Maksim Martsinkevitsj, een beruchte neo-nazi uit Moskou die luister naar de bijnaam Hakmes. Hij heeft laten weten met zijn actie de pedofilie in zijn land te willen bestrijden. Een merkwaardig argument. De slachtoffers zijn juist meestal jonge jongens, die door oudere mannen worden verleid tot seks, al dan niet tegen betaling.

De filmpjes zijn razend populair. De meeste worden tienduizenden keren bekeken.

Gelukkig worden ze wel aangepakt.?De politie heeft in de stad Kamensk-Oeralsky huiszoeking gedaan bij leden van Occupy Paedophilia. Bij de actie werd een flink aantal slag- en steekwapens in beslag genomen. De actie in de Oerol-stad is opmerkelijk: vaak treden de autoriteiten niet of nauwelijks op tegen dit soort verschijnselen. Leden van het Centrum voor Preventie van Extremisme en van de geheime dienst FSB deden invallen op drie adressen. Ze arresteerden elf mensen die worden verdacht van mishandeling. Op YouTube staan meer dan 30.000 filmpjes over?Occupy Paedophilia. Hieronder twee filmpjes die aantonen hoe heftig het kan zijn.?Let op! Onderstaande beelden bevatten schokkend materiaal:


Gelukkig zijn er ook dappere burgers die social media gebruiken. Zo is er?Kirill Maryin, een tiener uit Novosibirsk (een van de 3 grote steden uit Rusland) die vanaf zijn Twitter account (@ru_lgbt_teen) met de beschrijving “Gay Teen from Russia” die een oproep doet met de foto van een SOS logo en bio: ?World, help us! I plead you! History must not happen again!?. Vanaf zijn account vraagt hij aandacht voor de ontwikkelingen. Ook tijdens de aandacht ervoor tijdens de Olympische Spelen in Sochi met alle regenbogen na het aannamen van een wet die ‘gay propaganda’ verbiedt?(net als Uganda recent deed) en de zaak tegen Pussy Riot. Sommige landen zijn voor homoseksuelen die online erg actief zijn dan ook een risico, zoals dit artikel?duidelijk?uitlegt.

De online strijd woekert voort. Op VK is de groep children 404?een van de grootste bewegingen geworden. Het verwijst naar de internet foutmelding ?404 not found? omdat de Russische autoriteiten doen alsof homo’s niet bestaan.

elena_klimova

Lena Klimova?op bovenstaande foto is?oprichter van ‘Children 404’ en is recentelijk gearresteerd?voor homo propaganda. We zullen zien wat de wetgeving zegt over retweeters, likers en bloggers…

 

Bronnen: NOS, Guardian, BBC, Huffington Post, The Atlantic

Allemaal agent?

Als er op websites als GeenStijl een bericht wordt geplaatst over een laffe roofoverval of zinloos geweld zijn wij burgers er als de kippen bij om de daders op te sporen en publiekelijk aan de (moderne internet) schandpaal te nagelen. Maar ook de politie zelf betrekt op grote schaal burgers bij opsporing en veiligheid.?Op 6 maart was er een uitzending van Zembla over burgeropsporing en buurtwachten. Hieronder de beschrijving van de site over de uitzending waarin experts als?Albert Meijer,?Bart de Koning en Diederik Greive hun mening delen.

De veiligheid is niet slecht in Nederland en de cijfers zijn in 2013 gedaald. Op grote schaal worden burgers betrokken bij opsporing en veiligheid. Bijna anderhalf miljoen doen mee aan Burgernet. En in meer dan 200 wijken en buurten zijn burgerwachten de ogen en oren van de politie. ’s Avonds patrouilleren ze door de straten, verdachte situaties worden doorgegeven aan de wijkagent. Veiligheid is een zaak van ons allemaal, zegt het kabinet, en de burger? mag best een handje helpen. Maar steeds vaker nemen burgers zelf het initiatief.? Ondernemers beginnen op Facebook hun eigen Opsporing Verzocht. Op het internet wordt jacht gemaakt op dierenbeulen.? En pedojagers trappen de deur in bij vermeende kindermisbruikers. ZEMBLA onderzoekt: Waarom willen zo veel mensen zelf politieagent spelen? En wat zijn de gevaren?

Op geen enkel ander terrein is de bereidheid van de burger om te participeren zo groot als op gebied van veiligheid.’, zegt Albert Meijer, hoofddocent publiek management verbonden aan de? Universiteit Utrecht. ‘Als mensen de politie helpen, dan is daar natuurlijk helemaal niks mis mee. Maar mensen kunnen? snel een stap te ver gaan.‘?Meijer doet onderzoek naar de rol van sociale media bij de politie.?‘Je ziet dat de politie steeds vaker de sociale media gebruiken om de burger te betrekken bij de veiligheid. Het is snel en goedkoop en je kan op een makkelijke manier veel mensen bereiken.

Zembla laat zien hoe in Nijmegen een twitterbericht van de dierenpolitie over een dode hond uitloopt op een bijna-lynchpartij.

Volgens publicist en privacy expert Bart de Koning lopen de gemoederen vooral hoog op als het gaat om dierenmishandeling of misbruik bij kinderen. ‘Op het internet wordt jacht gemaakt op ?een ponypletter?. Vermeende pedo?s worden ernstig bedreigd.? Als we niet uitkijken gaan er doden vallen.

Hieronder een deel uit de uitzending van ZEMBLA: ?Allemaal agent?, over de aanpak van dierenmishandeling door burgers: