Categoriearchief: DIY Detectives

DIY Detectives

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

VKontakte en homolokkers

anti gay rights protester

Na de pedojagers zijn er sinds enige tijd?ook homolokkers in Rusland die social media gebruiken.?Het was?een nieuwe rage in Rusland: jonge homo?s via de sociale netwerken verleiden tot een afspraak en ze vervolgens vernederd aan de?schandpaal nagelen?op het internet. En dat onder het mom van bestrijding van pedofilie.?Het gaat zo: meestal neemt iemand via VKontakte, het Russische Facebook, contact op met het toekomstige slachtoffer. Vervolgens wordt er wat erotisch heen en weer gechat en dan volgt er een afspraak. De ene keer bij iemand thuis, de andere keer gewoon op straat.

Wat er dan gebeurt loopt uiteen. Soms wordt het slachtoffer ‘alleen maar’ uitgescholden. In andere gevallen dwingen de belagers, meestal in een groep, het slachtoffer zich uit te kleden en naakt in een badkuip te gaan zitten en een ‘bekentenis’ af te leggen, met een kunstpenis in de hand. Of hij krijgt urine over zich heen. Of hij wordt roze geschilderd.

Het slachtoffer wordt gedwongen te vertellen hoe hij heet en waar hij werkt of op school zit. En alles wordt gefilmd en op Youtube, op de site van?antipedofil.org?of op de pagina van de VKontakte-groep gezet. Hoewel de situatie steevast dreigend is, wordt er weinig rechtstreeks fysiek geweld gebruikt. Het gaat in de eerste plaats om de vernedering.?Er zijn maar weinig Russen die homoseksualiteit accepteren, dus de slachtoffers schamen zich dood.

Volgens sommige?bronnen?houden zich in Rusland inmiddels zo’n vijfhonderd groepen met zulke praktijken bezig. De bedenker ervan is Maksim Martsinkevitsj, een beruchte neo-nazi uit Moskou die luister naar de bijnaam Hakmes. Hij heeft laten weten met zijn actie de pedofilie in zijn land te willen bestrijden. Een merkwaardig argument. De slachtoffers zijn juist meestal jonge jongens, die door oudere mannen worden verleid tot seks, al dan niet tegen betaling.

De filmpjes zijn razend populair. De meeste worden tienduizenden keren bekeken.

Gelukkig worden ze wel aangepakt.?De politie heeft in de stad Kamensk-Oeralsky huiszoeking gedaan bij leden van Occupy Paedophilia. Bij de actie werd een flink aantal slag- en steekwapens in beslag genomen. De actie in de Oerol-stad is opmerkelijk: vaak treden de autoriteiten niet of nauwelijks op tegen dit soort verschijnselen. Leden van het Centrum voor Preventie van Extremisme en van de geheime dienst FSB deden invallen op drie adressen. Ze arresteerden elf mensen die worden verdacht van mishandeling. Op YouTube staan meer dan 30.000 filmpjes over?Occupy Paedophilia. Hieronder twee filmpjes die aantonen hoe heftig het kan zijn.?Let op! Onderstaande beelden bevatten schokkend materiaal:


Gelukkig zijn er ook dappere burgers die social media gebruiken. Zo is er?Kirill Maryin, een tiener uit Novosibirsk (een van de 3 grote steden uit Rusland) die vanaf zijn Twitter account (@ru_lgbt_teen) met de beschrijving “Gay Teen from Russia” die een oproep doet met de foto van een SOS logo en bio: ?World, help us! I plead you! History must not happen again!?. Vanaf zijn account vraagt hij aandacht voor de ontwikkelingen. Ook tijdens de aandacht ervoor tijdens de Olympische Spelen in Sochi met alle regenbogen na het aannamen van een wet die ‘gay propaganda’ verbiedt?(net als Uganda recent deed) en de zaak tegen Pussy Riot. Sommige landen zijn voor homoseksuelen die online erg actief zijn dan ook een risico, zoals dit artikel?duidelijk?uitlegt.

De online strijd woekert voort. Op VK is de groep children 404?een van de grootste bewegingen geworden. Het verwijst naar de internet foutmelding ?404 not found? omdat de Russische autoriteiten doen alsof homo’s niet bestaan.

elena_klimova

Lena Klimova?op bovenstaande foto is?oprichter van ‘Children 404’ en is recentelijk gearresteerd?voor homo propaganda. We zullen zien wat de wetgeving zegt over retweeters, likers en bloggers…

 

Bronnen: NOS, Guardian, BBC, Huffington Post, The Atlantic

Allemaal agent?

Als er op websites als GeenStijl een bericht wordt geplaatst over een laffe roofoverval of zinloos geweld zijn wij burgers er als de kippen bij om de daders op te sporen en publiekelijk aan de (moderne internet) schandpaal te nagelen. Maar ook de politie zelf betrekt op grote schaal burgers bij opsporing en veiligheid.?Op 6 maart was er een uitzending van Zembla over burgeropsporing en buurtwachten. Hieronder de beschrijving van de site over de uitzending waarin experts als?Albert Meijer,?Bart de Koning en Diederik Greive hun mening delen.

De veiligheid is niet slecht in Nederland en de cijfers zijn in 2013 gedaald. Op grote schaal worden burgers betrokken bij opsporing en veiligheid. Bijna anderhalf miljoen doen mee aan Burgernet. En in meer dan 200 wijken en buurten zijn burgerwachten de ogen en oren van de politie. ’s Avonds patrouilleren ze door de straten, verdachte situaties worden doorgegeven aan de wijkagent. Veiligheid is een zaak van ons allemaal, zegt het kabinet, en de burger? mag best een handje helpen. Maar steeds vaker nemen burgers zelf het initiatief.? Ondernemers beginnen op Facebook hun eigen Opsporing Verzocht. Op het internet wordt jacht gemaakt op dierenbeulen.? En pedojagers trappen de deur in bij vermeende kindermisbruikers. ZEMBLA onderzoekt: Waarom willen zo veel mensen zelf politieagent spelen? En wat zijn de gevaren?

Op geen enkel ander terrein is de bereidheid van de burger om te participeren zo groot als op gebied van veiligheid.’, zegt Albert Meijer, hoofddocent publiek management verbonden aan de? Universiteit Utrecht. ‘Als mensen de politie helpen, dan is daar natuurlijk helemaal niks mis mee. Maar mensen kunnen? snel een stap te ver gaan.‘?Meijer doet onderzoek naar de rol van sociale media bij de politie.?‘Je ziet dat de politie steeds vaker de sociale media gebruiken om de burger te betrekken bij de veiligheid. Het is snel en goedkoop en je kan op een makkelijke manier veel mensen bereiken.

Zembla laat zien hoe in Nijmegen een twitterbericht van de dierenpolitie over een dode hond uitloopt op een bijna-lynchpartij.

Volgens publicist en privacy expert Bart de Koning lopen de gemoederen vooral hoog op als het gaat om dierenmishandeling of misbruik bij kinderen. ‘Op het internet wordt jacht gemaakt op ?een ponypletter?. Vermeende pedo?s worden ernstig bedreigd.? Als we niet uitkijken gaan er doden vallen.

Hieronder een deel uit de uitzending van ZEMBLA: ?Allemaal agent?, over de aanpak van dierenmishandeling door burgers:

 

Do It Yourself Justice

Hoe kan de politie omgaan met burgeropsporing?

Door:
Dr. A.J. Meijer (projectleider) & Dr. S. Grimmelikhuijsen,?Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)
Prof. Dr. M Thaens & Drs. P. Siep,?Center for Public Innovation (CPI)
Ir. A. de Vries & Dr. M. van Staalduinen,?TNO

De Nederlandse politie heeft in toenemende mate te maken met burgers die zelf initiatieven?nemen gericht op de opsporing. Burgers wachten lang niet altijd op instructies of verzoeken?van de politie maar gaan zelf aan de slag.. Deze ontwikkeling naar ?Do It Yourself Justice??past in een brede trend in de publieke sector: op allerlei terreinen ondernemen burgers zelf?actie om problemen op te lossen en laten ze het initiatief niet aan de overheid. Deze?(spontane) initiatieven cre?ren nieuwe mogelijkheden om de opsporing tot een succesvol?einde te brengen maar cre?ren ook dilemma?s en risico?s. Zowel de mogelijkheden als de?risico?s zijn reden om de burgeropsporing systematisch te onderzoeken om vervolgens te?bepalen hoe de politie hiermee om kan gaan.?In de kranten hebben het afgelopen jaar allerlei voorbeelden gestaan van burgeropsporing en?daarbij ging het om een brede vari?teit aan initiatieven. Deze initiatieven nemen?verschillende vormen aan:

  • Zoeken van vermiste personen. Een recent voorbeeld hiervan is de zoektocht naar de?twee jongens uit Zeist die waren vermist. In reactie op een bericht van de moeder op?Facebook is een groot aantal burgers in de bossen bij Zeist gaan zoeken naar de?vermiste jongens. De zoekactiviteiten werden onafhankelijk van de politie genomen?en de politie was er bezorgd over dat belangrijke sporen verloren zouden gaan door?dit initiatief. De vele aandacht leidde overigens tot zeker drieduizend tips en het?merendeel daarvan leidde naar de omgeving waar de jongens uiteindelijk werden?gevonden.
  • Opsporen van (vermeende) daders van misdrijven. Onlangs loofde een vader van een?vrouw die bij de TT Assen een fles wijn tegen haar hoofd had gekregen en daarna?werd beroofd op Facebook, een beloning uit voor informatie over de dader: ?2500?euro beloning voor degene die kan vertellen wie het gezicht van mijn dochter?beschadigde voor het leven.? Bij deze oproep plaatste hij foto?s van zijn verminkte?dochter en mede door deze foto?s werd de oproep snel verspreid op Facebook.?Opvallend is dat het bericht eerst op Facebook werd geplaatst en daarna pas aangifte?werd gedaan. De politie gaf aan dat zij hierdoor met een achterstand begon. Wel?benadrukte de politie dat de actie tot veel reacties leidde. Ook gaf de moeder van het?meisje aan dat ze via sociale media de namen heeft gekregen van personen die?betrokken waren bij het ?wijnflesdrama?. De dader is op basis van deze informatie?echter (nog) niet aangehouden.
  • Aanpakken eigenaar mishandelde hond in Nijmegen. De politie in Nijmegen had op?11 mei 2013 een mishandelde hond in het kanaal gevonden en had hiervan een foto?openbaar gemaakt om zo te eigenaar terug te vinden. De oproep en de foto?s werden?verspreid via Twitter (@Dierenpolitiegz / @PolitieGLZ). Buurtbewoners herkende de?eigenaar en gingen direct naar het adres van de vermeende dader om ?verhaal te?halen?. Actueel Nieuws Nederland: ?De vondst zorgde voor boze gezichten en een?heksenjacht op de dader. Op Facebook werd een naam, foto en een adres getoond van?de verdachte en dit werd in totaal 2000 keer gedeeld op Facebook. Tientallen mensen?kwamen verhaal halen en stonden opgesteld voor het huis van de verdachte. De politie?is de hele avond bezig geweest om ervoor te zorgen dat alles rustig bleef zodat de?situatie niet zou escaleren.? Of, zoals GeenStijl stelt: ?Facebook schandpaalt de?Hondendoder van Hatert?. ?De politie moest snel komen om de man te ontzetten en?benadrukte dat zij begrip had voor de emoties maar riep op om niet voor eigen rechter?te spelen. De tips resulteerden in de aanhouding van de man die de hond had?mishandeld.
  • Aanpakken mishandelde jongens in Eindhoven. De politie in Eindhoven maakte een?video openbaar waarop te zien viel hoe een jongen in Eindhoven werd mishandeld.?Aan burgers werd gevraagd om informatie over de personen op de video te geven en?de reaguurders van GeenStijl pikten dit direct op. Zij speurden op Internet en wisten?de namen van de ?acht van Eindhoven? (ook aangeduid als ?kopschoppers?) te?achterhalen. Sommigen gingen direct naar de huizen en soms zelfs scholen van?diegenen toe en bedreigden hen. Daarbij ging het ook om de bedreiging van de?verkeerde persoon met dezelfde naam. De daders werden uiteindelijk veroordeeld?maar vanwege de maatschappelijke commotie kregen zij minder hoge straffen.
  • Opsporen via Facebook van daders mishandeling. Twee Haarlemse meiden waren in?februari 2013 getuigen van een zware mishandeling. Zij besloten zelf in actie te?komen en losten de zaak via Facebook op door de politie naar drie jongens te leiden?die schuldig waren aan de mishandeling. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto?te achterhalen van de dader, maar ook twee andere mannen kwamen tijdens het surfen?in beeld. Met dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden?foto’s en de daders werden door hen opnieuw herkend. De verdediging betwistte het?bewijs maar de rechter kon zich wel vinden in deze vorm van burgeropsporing: ‘Dit is?het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs?aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.’

Individuele burgers zijn al langer betrokken bij de opsporingen. Men kan zeggen dat een?oplettende burger die de politie attendeert op een inbraak ook burgerinitiatief toont. Cruciaal?aan de nieuwe burgerinitiatieven zijn de volgende elementen:

  • Burgers doen meer dan hen is gevraagd door de politie. In de laatste twee casus werd?burgers gevraagd informatie te geven aan de politie maar sommigen van hen besloten?direct op te treden tegen de vermeende daders. In het geval van de zoektocht naar de?jongens uit Zeist zochten burgers op veel plaatsen en nauwelijks onder co?rdinatie?van de politie. En in het geval van de TT in Assen werd zelfs eerst actie via sociale?media ondernomen voordat aangifte werd gedaan bij de politie.
  • Burgers treden niet alleen op maar werken samen met anderen. Typerend aan de?bovenstaande gevallen is dat het steeds gaat om (grote) aantallen burgers die?gezamenlijk in actie komen om informatie te verzamelen of op te treden tegen?vermeende daders of om hen te zoeken.
  • Sociale media spelen een belangrijke rol in de samenwerking. In alle bovenstaande?gevallen zien we dat burgers sociale media gebruiken om gezamenlijk informatie te?verzamelen of op te treden tegen vermeende daders. Sociale media stellen burgers in?staat snel en goedkoop te communiceren en zo processen van mobilisatie op gang te?brengen (Bekkers et al., 2011).

Deze elementen maken de nieuwe vormen van opsporing tot een ?pop-up? opsporing (Van?der Steen et al., 2013): spontane vormen van samenwerking tussen burgers ontstaan rondom?een specifieke opsporing. Het gaat niet om langdurige vormen van organisatie ? zoals?burgerwachten in buurten ? maar veeleer om burgers die zich allemaal opwinden over een?specifiek geval en hier gezamenlijk iets aan willen doen. Deze spontane vormen van?samenwerking worden gefaciliteerd door de nieuwe, sociale media die het mogelijk maken?om in een ?flits? groepen te informeren en te mobiliseren.?Burgeropsporing kan snel en direct belangrijke informatie voor de politie opleveren zoals te?zien was bij de informatie over de mishandelde jongens in Eindhoven. Tegelijkertijd kunnen?deze initiatieven echter ook resulteren in desinformatie of ze kunnen de politieopsporing?hinderen zoals in enige mate te zien viel bij de vermiste jongens uit Zeist. Ook aan dezelfde?dynamiek die resulteert in belangrijke informatie ook leiden tot een situatie waarin burgers?denken het recht in eigen hand te moeten nemen. Een ander gevolg van eigenstandig optreden?van burgers op basis van sociale media, is dat dit in de latere strafzaak kan leiden tot lagere?straffen (zie de zaak in Eindhoven). In al deze gevallen staat de politie voor de uitdaging om?burgerinitiatieven zo te kanaliseren dat deze een nuttige bijdrage leveren aan de opsporing
maar niet resulteren in excessen.

In alle vijf de gevallen die in de inleiding zijn?beschreven is er sprake van een vorm van ?coproductie? tussen burgers en politie:

  • In Eindhoven gaf de politie de informatie. Burgers gaven ook informatie maar wilden?ook al een sanctie gaan toepassen. De politie beoogde een coproductie in de?informatieproductie maar er ontstond ook een (ongewenste) coproductie in de?sanctietoepassing.
  • In Nijmegen was dit vergelijkbaar. Ook hier was de politie uit op een coproductie in?de informatieverwerking en deze bleek inderdaad succesvol. Daarnaast ontstond?echter een ongewenste coproductie in de sanctietoepassing.
  • In Roden ging het ook om het zoeken naar informatie met als doel dit door te geven?aan de politie. Opvallend is dat in dit geval het initiatief tot coproductie niet uitging?van de politie maar van de betreffende burger.
  • Ook in Zeist ging het om het zoeken naar informatie. Nu vonden de?informatieprocessen van politie en burgers voor een deel parallel plaats en stonden?politie en burgers voor de vraag hoe deze konden worden afgestemd.
  • In Haarlem lag het initiatief bij de meiden die de mishandeling had gezien maar zij?gaven het verzamelde bewijsmateriaal uiteindelijk aan de politie en die hield op basis?daarvan de verdachten aan.

Het verschil met vormen van coproductie die in eerder onderzoek aan de orde zijn gekomen?(Meijer et al., 2013) is dat nu het initiatief bij burgers ligt. Bekkers & Meijer (2010) hebben?eerder de participatieladder van Arnstein (1969) uitgeklapt en aan de hand van deze?uitgeklapte ladder kunnen de beschreven burgerinitiatieven worden getypeerd:

bp

Figuur: Cocreatie startend bij burgers of overheden

Belangrijk aan dit figuur is dat het laat zien dat het initiatief voor cocreatie niet hoeft te?liggen bij de overheid. Burgers kunnen zelf ook initiatieven nemen en overheden daar wel of?niet bij betrekken. In het geval van het wijnflesincident in Assen zien we dat de politie hier?pas in tweede instantie, na het uitloven van de beloning op Facebook, bij wordt betrokken.?Ook het initiatief voor het zoeken naar de jongens in Zeist ligt bij burgers (na een oproep op?Facebook van de moeder). In de gevallen van de Nijmeegse hond en de Acht van Eindhoven?zien we dat het initiatief wel bij de politie ligt maar dat daarna burgers dit overnemen en naar?de verdachten toegaan om ?verhaal te halen?. Dit laat zien dat het ook van belang is de?ontwikkeling van coproductie als dynamisch proces te analyseren.
Een opsporingsproces bestaat uit een informatieproces ? het verzamelen en verwerken van?informatie opdat de gezochte personen kunnen worden gevonden ? maar ook uit een?interventieproces ? waarbij de gezochte personen worden ingerekend ? en daarna uit een?sanctieproces ? waarbij na een uitspraak van een rechter de veroordeelde een boete of celstraf?wordt opgelegd. In al deze fasen kunnen burgers zelf met initiatieven komen of met?initiatieven van de politie aan de haal gaan.?In de literatuur ligt sterk het accent op de wenselijkheid van coproductie. Centraal staat steeds?de vraag op welke manieren burgers kunnen worden betrokken zodat de kwaliteit van de?coproductie verbetert (Bovaird, 2007; Alford, 2009). Opvallend is dat er nauwelijks aandacht?wordt besteed aan onwenselijkheid van bepaalde vormen van coproductie en de noodzaak om?deze, of hiermee samenhangende risico?s, te voorkomen.

Eerder?onderzoek naar burgerparticipatie (Kuijvenhoven, 2005; Cornelissens en Ferwerda, 2010)?focust nu specifiek op burgeropsporing. Siep & Kool (2013: 60) constateren in hun?onderzoek voor Politie & Wetenschap dat meerdere mensen bij de politie het?zorgelijk vinden dat burgers in toenemende mate zelf beelden verspreiden die gerelateerd zijn?aan misdrijven. De onvoorspelbaarheid van deze dynamieken maakt het lastig om met?standaardprocedures voor de omgang met burgeropsporing te komen. Toch is het belangrijk?om zicht te hebben op de oorzaken, vormen en effecten van deze dynamieken om op een
weloverwogen wijze hierop te kunnen reageren. Daarbij is het van groot belang meer inzicht?te hebben in de groepsdynamieken die hierbij een rol spelen en de wijzen waarop de politie?deze dynamieken kan be?nvloeden.

De Nationale Politie worstelt met de vraag hoe zij kan en moet reageren op initiatieven van?burgeropsporing. De politie wordt vaak verrast door deze initiatieven. De kracht en de?mogelijkheden ervan worden onderkend maar tegelijkertijd gaat er een gevaarlijke kracht?vanuit. Met name wanneer burgers zelf besluiten het recht in eigen hand te nemen ontstaan er?gevaarlijke situaties. De vraag is hoe de kracht van deze initiatieven en de betrokkenheid van?burgers bij de opsporing kan worden benut zonder dat dit tot onwenselijke situaties.

Het terrein van Do It Yourself Justice is juridisch al wel onderzocht ? wanneer mag?men wel of niet optreden tegen een inbreker ? maar het ontbreekt veelal aan inzichten in het?hoe en waarom van het onderliggende gedrag.?Meer?systematische bestuderen van praktijkgevallen zou de politie en maatschappij kunnen helpen meer inzicht te krijgen ingroepsdynamieken van burgers rondom de opsporing.

Referenties

Eigenrichting na online klopjacht

Eigenrichting na een (online) klopjacht. Als het gaat over burgeropsporing, welke in toenemende mate via social media gaat, is dit het grootste bezwaar waarover we in de kranten lezen. Maar wat is eigenrichting eigenlijk en waarom kan het onwenselijk of gevaarlijk zijn?

Eigenrichting

Het (voor) eigen rechter spelen,?eigenhandig optreden?of?vigilantisme?is het eigenhandig vereffenen van een al dan niet vermeend geschil in het?civiele recht?en in strafrechtelijke kwesties bestraffen van (vermeende) daders van?misdrijven?zonder dat hier een (straf)rechterlijke procedure aan te pas komt.

Eigenrechter

Iemand die zich bedient van eigenrichting en het?normale?rechtssysteem?van een land negeert en neemt het recht in eigen hand. De burger treedt bij daden van eigenrichting eigenhandig op als?rechter?en uitvoerder en schendt hiermee veelal het?geweldsmonopolie?van de?overheid.

Eigenrichting wordt in een?rechtsstaat?als onwenselijk beschouwd. Men kan bijvoorbeeld bij een?heksenjacht?op?pedofielen?ook gemakkelijk de buurman met wie men ruzie heeft beschuldigen. Dit geldt ook bij het eigenhandig corrigeren van?civielrechtelijke?geschillen: het leidt gemakkelijk tot misbruik, want als je bij de verschuldigde 1000 euro kan pakken, kan je misschien ook wel 10.000 pakken.

Eigenrichting wordt gezien als een misdaad in veel landen, vooral omdat het soms crimineel gedrag uitlokt bij de vigilantes in kwestie. Veelal worden bij eigenrichting?strafbare handelingen?gepleegd zoals?bedreiging,?mishandeling,?diefstal,?doodslag,?huisvredebreuk?en?wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Vigilantes

De strafbare of onwenselijke handelingen kunnen individueel gepleegd worden (zoals het oneigenlijk innen van civiele vorderingen), maar ook collectief, met een?volksgericht?of?lynchpartij.?Dit vinden we vaak terug bij heksenjachten op vermeende misdadigers zoals dierenmishandelaars, pedoseksuelen,?terroristen, en in tijd van oorlog?landverraders. Men noemt dit wel?vigilantisme?(van?vigilante, oorspronkelijk?Spaans?en?Portugees?voor “wachtpost” of “wachter”, afgeleid van het Latijnse woord “vigilans”).?Mensen van wie men vermoedt dat ze hun straf ontlopen, zijn soms doelwit.?Ook personen en organisaties betrokken bij illegale activiteiten kunnen doelwit zijn. Soms is zelfs de gehele overheid van een land doelwit van een vigilantistische groep, zoals een hackergroep die een aanval doet op een strategisch overheidssysteem.

Het gedrag van ‘burgerwachten’ kan sterk verschillen. Soms blijft het enkel bij een verbale confrontatie om het doelwit te intimideren of angst aan te jagen, maar soms komt het ook tot lichamelijk geweld.

In Hollywoodfilms en stripboeken zijn superhelden vaak ook vigilantes zoals Batman of Robin Hood, of de rauwe politieagent Dirty Harry. In diverse Amerikaanse steden waren er kort na het uitkomen van de Kick-Ass film burgers die de straat opgingen als buurtwacht superheld.

Burgerarrest

Burgers die een persoon die een?misdaad?of een?overtreding?begaat op?heterdaad?betrappen, mogen deze persoon aanhouden zonder daarbij onnodig geweld of wapens gebruiken. Als niet aan die voorwaarde wordt voldaan, dan maken zij zich schuldig aan?eigenrichting, wat wel strafbaar is. Het zogeheten burgerarrest volgt uit artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering.

Een voorbeeld van eigenrichting:

Harderwijk alert op eigenrichting tegen pedofiel
De gemeente Harderwijk is extra alert op mensen die eigen rechter willen spelen tegen een vermeende pedoseksueel die in de stad actief zou zijn. De man zou via Facebook een 8-jarig meisje hebben benaderd.?De familie van het meisje heeft vervolgens een foto van de man op Facebook geplaatst met een waarschuwing. Dit bericht is binnen korte tijd duizenden keren gedeeld en er kwamen veel reacties op. Nadat iemand een adres postte waar de vermoedelijke pedo zou wonen, vielen afgelopen zondagavond vier mannen de woning binnen. De deur werd ingetrapt en de bewoners werden bedreigd. Het ging om een onschuldige familie met dezelfde achternaam als de vermoedelijke pedoseksueel.

Burgemeester van Van Schaik van Harderwijk heeft de bewuste familie inmiddels bezocht. Hij vertelde op radio Gelderland dat de politie extra gaat surveilleren door de straat van de gedupeerde familie om herhaling te voorkomen. Ook de politie laat via Facebook weten dat er een foutief adres rondgaat van de vermeende pedoseksueel.

De familie van het 8-jarige meisje laat weten dat het niet de bedoeling was dat het Facebook-bericht over de vermeende pedoseksueel zo uit de hand zou lopen.

Eigenrichting in andere landen

Iets heftiger gaat eigenrichting eraan toe in bijvoorbeeld Zambia. Roep je daar “dief” in de straat dan volgt een lynchpartij met mogelijk de dood tot gevolg:

De motivatie is vaak dat men het lokale rechtssysteem niet goed genoeg of te laks vindt. Een andere reden is een vervelende persoonlijke ervaring met (bijvoorbeeld) een overheidsinstelling.

Hieronder een hiphop track over Vigilantes:

Bronnen:?Wikipedia?(NL),?Wikipedia?(EN),?Omroep Gelderland,?Leeuwarder Courant (9 jan 2014),?NOS,?Telegraaf,?Trouw.

Homicide Watch

Homicide Watch is een door de gemeenschap ge?nitieerd initiatief uit Washington D.C. dat elke moord in het Columbia district rapporteert. Het is gestart door journalisten Laura en Chris Amico. Ze plaatsen alle?originele dossiers, gerechtelijke documenten, sociale media, en andere informatie met hulp van slachtoffers en verdachten online. “Met vrienden, familie, buren en anderen, bespreken we elke doodslag tot we overtuigd zijn van de toedracht” staat er op de site.

Het voorbeeld uit Washington D.C. is inmiddels ook in andere gebieden van?de Verenigde Staten overgenomen. Ze zijn bekroond met de?Knight Public Service Award door de Online News Association in 2012, en werd ?Open Gov Champion??bij de Sunlight Foundation.

homicide-watch

De site werd in 2011 opnieuw gelanceerd?met een professionelere?database van moordzaken om sporen en aanwijzingen beter op te slaan en te ontsluiten. Het is een van de meest complete openbare bronnen van informatie waar burgers terecht kunnen die dergelijke informatie nodig hebben of er graag iets aan bijdragen: gezinnen van slachtoffers, gezinnen van verdachten en alle anderen die een relatie hebben of iets weten?over criminaliteit in het gebied.

Hieronder een passage uit het Handboek datajournalistiek van Henk van Ess en Hille van der Kaa:

Laura Norton is redacteur van Homicide Watch, een online platform waarop iedere moord in Columbia wordt weergegeven. Haar echtgenoot Chris Amico is journalist en web developer in Washington DC. Hij bouwt een platform voor lokale reporters van radiostation National Public Radio (NPR), het State Impact-project. Daarnaast werkt hij mee aan Homicide Watch.

Laura werkt fulltime voor Homicide Watch, een platform over moord op basis van databases. ?Ik ben de redacteur en eerste verslaggever van onze centrale website en ben daarnaast verantwoordelijk voor de zakelijke kant van het ?merk?. Homicide Watch is het beste wat ik gemaakt heb. Het gaat niet alleen om de data en ook niet alleen om de journalistiek. We voorzien op een innovatieve manier in een behoefte van de gemeenschap. Het idee ervoor kwam voor het eerst in me op toen ik nog maar net in Washington DC woonde en een paar rechtszaken wilde volgen. Het bleek bijna onmogelijk om nieuwsbronnen te vinden. Ik ontdekte dat familie en vrienden van slachtoffers en verdachten vaak informatie plaatsen op ongebruikelijke plekken ? online necrologie?n en herinneringspagina?s over de overledene op Facebook. Toen ging ik nadenken over manieren waarop een nieuwsproduct het nieuws over moordzaken zou kunnen brengen ?n een plek zou kunnen zijn waar de gemeenschap er contact over kan houden.?

?De eerste beschrijving van de site luidde: ?alles wat een verslaggever in zijn notitieboek of op zijn bureau heeft wanneer hij een moordzaak volgt?. Dat is nog steeds een van de uitgangspunten van de site, maar het houdt wel in dat het organiseren van informatie superbelangrijk is. Zo is het publiceren van zittingsdata bijvoorbeeld pas zinvol als je ze in een kalender zet.?

?Een gemiddelde dag begint voor mij met verslaggeving. Ik bekijk het nieuws en post soms wat korte artikelen over wat er die nacht gebeurd is. Daarna ga ik meestal naar de rechtbank om hoorzittingen en rechtszaken bij te wonen, documenten te verzamelen en verslag te doen. Meestal heb ik een lijstje met wat ik die dag wil doen: zakelijke afspraken, freelancers inplannen, een planning maken voor lange-termijnprojecten, interviews geven over de website, et cetera. Ik houd ook nog een persoonlijk blog bij over datajournalistiek. Mijn werkdag is nooit echt voorbij. Tot ik ga slapen ben ik online.?

?Homicide Watch DC was mijn eerste dataproject. Ik heb alles op dat vlak geleerd door te werken aan de website. Homicide Watch begon als een spreadsheet. De start-up kit die we hebben gemaakt voor newsrooms die ook willen beginnen met een Homicide Watch-site, bevat nog steeds een spreadsheet die ingevuld moet worden.?

?Mijn datagereedschapskist bestaat uit de site zelf en de database die erbij hoort, WordPress, WordPress Analytics, Google Analytics, Google Calendar, Twitter, Facebook, Storify, Document Cloud, VINElink, en het archief van de rechtbank waarin je rechtszaken kunt opzoeken.?

?Door het werk aan Homicide Watch weet ik dat nieuws zoveel meer is dan ?verhalen?. In een gemiddeld nieuwsbericht over misdaad staat bijvoorbeeld een heleboel informatie, in ieder geval wie-wat-waar-wanneer. Zodra dat stukje gepubliceerd is, is alle informatie verdwenen. Werken met nieuws apps maakt het mogelijk om die informatie vaker te gebruiken en opnieuw te ?verpakken?. We proberen alles uit onze verslaggeving te halen wat erin zit.?

Bronnen: Homicide Watch,?The Atlantic,?New York Times, Handboek Datajournalistiek.

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1

Burgers lossen misdaad op via Facebook en Twitter

In het Haarlems Dagblad viel onlangs een interessant voorbeeld te lezen van burgeropsporing en bewijslast zoals die door de rechter geaccepteerd werd, met als titel “?Twee Haarlemse meiden hebben de politie via Facebook geleid naar drie jongens die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige mishandeling” .

Twee van de verdachten werden woensdag door de politierechter veroordeeld tot een gevangenis-, een werkstraf en tot betaling van een schadevergoeding van elk ?1000 aan het slachtoffer. De derde jongen, die minderjarig is, moet nog voorkomen.

De meiden waren begin februari in de Haarlemse binnenstad getuige van de mishandeling van een jonge plaatsgenoot. Drie jongens trapten en sloegen hem, ook toen hij al roerloos op de grond lag. Hij liep een gebroken kaak, een hersenschudding en veel blauwe plekken op. Een andere getuige wist de meiden de naam van een van de daders te melden. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto te achterhalen van de dader wiens naam was genoemd. Ook de beide andere knapen kwamen tijdens het surfen in beeld. Op basis van dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden foto’s. De daders werden door hen opnieuw herkend.

De verdediging noemde het politieonderzoek ‘broddelwerk’ en de Facebookbewijzen ‘onrechtmatig’. De rechter niet: ,,Dit is het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.”

Hollandse Zaken over de heilzaamheid van internet bij opsporing door burgers

Afgelopen week werd in het programma Hollandse Zaken van omroep Max aandacht besteed aan burgerparticipatie en invloed van social media. Het discussieprogramma, geleid door Cees Grimbergen, besprak hoe heilzaam internet is bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen?

Er wordt stilgestaan bij de ‘ Helden van Krimpen‘?die verdacht worden van mishandeling van een 9-jarig meisje. De foto werd na 2 dagen door burgers op Facebook geslingerd. Onder andere de vader van een van de verdachten als de advocaat?doen hun verhaal. Een Twitterfoto met de verdachten in beeld op plaats delict werd verstuurd na een oproep van de politie.

Het Algemeen Dagblad besteedde uitgebreid aandacht aan deze zaak.

Bekijk hier de uitzending van Hollandse Zaken terug:

Bron: Haarlems Dagblad, Hollandse zaken