SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Twee mannen overvielen de juwelier woensdag om 12.30 uur in zijn winkel aan de Beeklaan.?De?overval?van november 2011 had plaats rond 12.30 uur. Politieagenten troffen in de zaak het zwaargewonde slachtoffer aan.?De man werd neergeschoten en overleed in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
De juwelierszaak Lapidee aan de Beeklaan in Den Haag. Na de fatale overval waarna de juwelier overleed, besloot zijn vrouw te stoppen met de winkel.
Die woensdag aan het begin van de middag bracht de 22-jarige man de toen twee 19-jarige mannen met de auto naar de Beeklaan. Zij hadden een tas bij zich met daarin tape, waarmee ze de juwelier hadden willen vastbinden. De twee mannen deden buiten voor de etalage alsof zij de sieraden van de juwelier bekeken en belden daarna aan. De juwelier had de winkel zo beveiligd, dat hij klanten zelf kon binnenlaten door op een knop te drukken. Hij liet de twee mannen, die er netjes uitzagen binnen.
Na in de winkel ringen bekeken te hebben, bedreigden ze de juwelier met hun vuurwapens en droegen hem op om op de grond te gaan liggen, maar de juwelier weigerde dit. Hij maakte duidelijk dat hij niks zou geven en dat de mannen weg moesten gaan. De nu 20-jarige man loste vervolgens drie schoten. Hij raakte het plafond en de juwelier werd twee keer geraakt. De twee mannen lieten de juwelier nog de deur openmaken en gingen er toen vandoor. De juwelier werd naar het ziekenhuis gebracht maar overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen. De overvallers waren, zo bleek later, opgehaald door de 22-jarige man met de auto.
Direct na de fatale overval kamde de politie met honden en een helikopter de omgeving uit. Van de daders ontbreekt elk spoor. De politie heeft 25 rechercheurs op de zaak gezet.?Politie en justitie hebben schokkende beelden vrijgegeven van de dodelijke overval op een juwelier in Den Haag afgelopen woensdag. De beelden zijn gemaakt door bewakingscamera’s. De daders zijn duidelijk te zien. Justitie looft een beloning van 15.000 euro uit voor tips die leiden tot aanhouding.?Een vrouw die zo geraakt is door?het drama, heeft volgens de politie nog eens 5.000 euro extra toegezegd voor de gouden tip.
Het politiebericht met de daarin beelden van beveiligingscamera’s die in de winkel hangen. Op de schokkende beelden zijn de daders duidelijk te zien:
Kritieke toestand
De eigenaar van de zaak werd met spoed naar een ziekenhuis gebracht waar hij later overleed. Over de aard van de verwondingen wil de politie in verband met het onderzoek niets zeggen.?Direct na de fatale overval kamde de politie met honden en een helikopter de omgeving uit. Van de daders ontbrak elk spoor.
De politie heeft na twee dagen al 65 tips en later bijna 100 tips ontvangen over de gewelddadige overval op een juwelierszaak in Den Haag waardoor woensdag de 47-jarige eigenaar om het leven kwam. Een paar dagen daarna weet de politie wie de twee daders zijn van de roofmoord op een juwelier in Den Haag. De politie is de twee mannen op het spoor, maar heeft ze nog niet weten aan te houden.?’We komen steeds een stapje verder. Het onderzoek is in volle gang en stemt hoopvol,’ zegt de politie in een verklaring. Er werken meer dan veertig rechercheurs aan de zaak.
De tweede verdachte van de overval op de Haagse juwelier Ruud Strattman is gisteren aangehouden in Georgi?. Het gaat om de 19-jarige Sandro G. Hij heeft zichzelf gemeld bij de Nederlandse ambassade in de hoofdstad Tbilisi, aldus de politie in Den Haag. De verdachte meldde zich gisteren aan het begin van de avond met enkele familieleden bij de Nederlandse ambassade. De verdachte heeft de komst van de politie afgewacht, waarna hij werd aangehouden. De Georgische en Nederlandse autoriteiten overleggen over zijn moment van uitlevering.
De eerste verdachte van de roofoverval werd dinsdagnacht opgepakt in Den Haag. Bij zijn arrestatie waren 35 agenten betrokken.?’Hij was altijd een rustige jongen, die zelfs bang was voor spinnen’, vertelt hij in het?vragengesprek?met RTL-verslaggever Koen de Regt. ‘Als hij een spin zag, moest zijn moeder of ik komen om die op te pakken.’?’Ik kan het niet begrijpen. Ik snap niet dat mijn zoon zo’n domme, stomme idioot is geweest.’ Usler vindt dat zijn zoon straf moet krijgen voor wat hij heeft gedaan. ‘Ik zou hem met eigen handen naar het politiebureau hebben gebracht als ik het had geweten.’ Hij gaat verder: ‘Ik brand voor die arme man die is overleden. Als hij in zijn been of zijn arm zou zijn geschoten, zou ik mijn eigen arm of been geven als hem dat zou helpen. Maar dat kan niet meer, want hij is dood.’
Later wordt de derde verdacht aangehouden. Het Openbaar Ministerie (OM) meldt dat de 27-jarige?al op 31 mei in Almere is aangehouden. In het belang van het onderzoek is de arrestatie niet eerder bekendgemaakt, aldus het OM.?De 27-jarige zou?de twee hoofdverdachten, de negentienjarige Hagenaars Sandro G. en Ziya B., met de auto naar en van?Stratmanns juwelierswinkel Lapidee?hebben gereden.
Als het aan justitie ligt, gaan de mannen die hebben bekend dat ze de Haagse juwelier Ruud Stratmann hebben overvallen, 18 jaar de gevangenis in. Deze eis geldt voor zowel Sandro G. (20) als Ziya B. (19). Lasha G. (22) zou 15 jaar moeten krijgen. Het Openbaar Ministerie vindt hen alle drie schuldig aan de overval met dodelijke afloop op Stratmann. De overval was op 25 april. Lasha G. heeft volgens het OM Sandro en Ziya naar juwelierszaak Lapidee aan de Beeklaan gereden. Hij heeft daar op hen gewacht en hen ook weer weggereden. Sandro en Ziya pleegden de daadwerkelijke overval, aldus justitie. De aanklager ziet Sandro G. als de schutter, ‘maar degene die niet heeft geschoten, is net zo schuldig’.
Op 5 januari 2011 leidde een zeer grote brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk tot een grootschalige inzet van allerlei crisisbestrijders. De brand trok meteen de aandacht van een groot publiek vanwege de enorme rookontwikkeling. De wind zorgde ervoor dat de gevolgen van deze brand zich niet tot de feitelijke locatie beperkte. De co?rdinatie tussen de bestuurlijke en technisch leidinggevenden vereiste daarom regionale afstemming en dus werd het een GRIP4-crisis. De sirenes werden ingeschakeld om inwoners het basis-alarmsignaal te geven: ?ga naar binnen, houd ramen en deuren gesloten, schakel ventilatie uit en luister naar de regionale zender?. Tijdens de ontwikkeling van deze grote brand bleek dat de overheid er daarmee nog niet is. De sirenes geven slechts een eerste waarschuwing af: er is iets ernstigs aan de hand. Meteen daarna vragen de inwoners zich af wat er dan aan de hand is. Meer informatie is wenselijk of zelfs noodzakelijk.
Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vindt dat de chemiebrand in Moerdijk een ramp kan worden genoemd, en zei maar weinig branden te kennen met zo?n impact. Op zich had de brand qua directe slachtoffers geen enorme impact, er zijn zelfs geen gewonden gevallen, maar? het aantal mensen dat te maken had met de ramp en betrokken was (alleen al via de media) was enorm.
Twee reconstructies:
Knelpunten en dilemma?s in crisiscommunicatie bij Moerdijk:
Bij de brand in het bedrijf Chemie Pack in Moerdijk ging er van alles mis, niet in de laatste plaats bij de informatievoorziening door de overheid. Er zat discrepantie in de moderne veiligheidsnormen versus de ?historische omgeving.
Knelpunt bij het vormgeven van Externe Veiligheid (EV) – beleid is dat je de historie van een stad niet kunt? uitvlakken.”We ervaren de oude stadsdelen veelal als gezellig enleuk, terwijl je juist hier met de huidige normen vanuit veiligheidsoverwegingen nooit zo zou mogen bouwen. Neem mijn? gemeente. Dordrecht heeft te maken met een groot aantal treinen met gevaarlijke stoffen die door dicht bevolkt gebied rijden. Daarnaast is er langs onze historische binnenstad een snelweg over het water met schepen volgeladen met gevaarlijke stoffen. Dit vraagt om een speciale benadering, want je wil zowel de stad als zijn inwoners bescherming bieden. En je wilt de stad toch ook perspectief op ontwikkeling bieden, maar tegelijkertijd een voldoende niveau van veiligheid kunnen handhaven.” Met deze patstelling moet een bestuurder dus zien te handelen.
Risiconiveau is moeilijk te bepalen, niet hard en context afhankelijk
Vanuit de specialisten klinkt meermalen de vraag wat een acceptabel veiligheidsniveau is. Is ??n trein met gevaarlijke stoffen die in de nacht door de stad rijdt al te veel? “Voor mij als wethouder is dat geen reden om een project af te wijzen”, aldus Bas Wienbelt. “E?n trein is geen belemmering.” Maar hoeveel dan wel? Al gauw blijkt dat het geen uitgemaakte zaak is wanneer we iets niet meer acceptabel vinden. Er is niet een maat.wordt. Gaandeweg een project gaat het economisch aspect steeds zwaarder wegen. Gevolg is dat hogere risico’s, ook door de samenleving, acceptabel worden gevonden. Neem een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd. Binnen het College van B&W kan op basis van dezelfde risicoanalyse een nieuw gebouw worden afgewezen en het te renoveren gebouw groen licht krijgen Kortom, er is eenvoudigweg niet ??n maat voor externe veiligheid: een bestuurder moet ook andere aspecten meenemen in de besluitvorming en is daarom voorzichtig met het formuleren van harde grenzen. Er zijn maatstaven voor dodelijke slachtoffers, namelijk het plaatsgebonden risico (hard) en het groepsrisico (zacht), maar nog niet voor gewonden die gered moeten worden door de hulpverleningsdiensten. Hoeveel gewonden mogen er vallen en wat mag de ernst zijn, ook op de lange termijn (denk aan chronische ziekte)?
Welke maatregelen zijn noodzakelijk, en wat is het effect daarvan?
Daarnaast is niet duidelijk wanneer welke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvullend te treffen maatregelen, laat staan wat het effect daarvan is op de reductie van dodelijke slachtoffers en gewonden
Vrijblijvend of dwingend advies van de brandweer?
Een bestuurder zou een advies van de brandweer niet moeten kunnen negeren.”Als er een negatief advies ligt, dan moet het plan veranderd.” Zijn uitspraak leidde onder de specialisten tot veel discussie: een brandweer kan niet negatief adviseren, was de stelling vanuit de brandweerhoek. De praktijk blijkt echter anders te werken. Een brandweeradvies heeft een belangrijke invloed op de besluitvorming en kan niet als ??n van de vele aspecten worden meegewogen: het is een go-or-no-go. Een bestuurder moet dus kunnen uitgaan een gefundeerd brandweeradvies om fiat aan een bedrijfsontwikkeling of andere plannen te kunnen geven.
Voorbereiding, open dialoog en cocreatie
Belangrijk is dat een bestuurder in een vroeg stadium duidelijkheid wordt verschaft. Hans Spigt: “Maak het proces inzichtelijk en vraag betrokken partijen naar verwachtingen en wensen. Geef inzicht in de feiten, in mogelijke alternatieve locaties, in mogelijke maatregelen, in de consequenties van bepaalde keuzes en dit alles nog zonder oordeel. Leg dat voor aan bestuurders. Het is ook belangrijk is dat een EV-visie wordt vastgesteld door het gehele college?.
Meer betrokkenheid van Gemeente vanaf het begin
Wellicht kunnen gemeenten kunnen ook meer grip op dit dossier krijgen door aan risicobedrijven alleen grond in erfpacht uit te geven. Zo houdt de gemeente meer slagkracht om ontwikkelingen? aan te sturen.
Nieuwe media en nieuw gedrag van burgers
Dick Ahles: ? Het kan aan mij liggen maar de bedenkers van scenario’s lijken weinig gevoel te hebben over hoe consumenten anno 2011 bij dreigingen gaan reageren met een smart-phone op zak, een iPad op de salon-tafel, een laptop met een open verbinding met internet en een TV in de hoek aan. We wisten bij andere rampen al dat het (mobile) telefoonnet overbelast raakt, en wat zeker is, is dat met de komst van mobiele telefoons, SMS, Twitter en breedband Internet alle oude senario’s over het consumentengedrag de prullebak in kunnen.
Nieuw is dat door de snelheid van berichten via sociale media er heel snel heel veel mensen gealarmeerd zijn. Ook zij willen graag weten wat er aan de hand is, maar in veel gevallen is dat puur uit nieuwsgierigheid (nice to know informatie). Het probleem is dat er in dat geval een stormloop op de online informatie ontstaat. Zodra de plaats of de regio bekend is, weet iedereen heel snel de website van de gemeente of van de regionale zender te vinden. Met als gevolg: te weinig server-capaciteit om die vraag aan te kunnen. De sites kunnen het niet aan. Voor normale gemeentelijke websites is dat begrijpelijk. Daarom is er de speciale site crisis.nl om een extreme vraag op te vangen. Deze website is ontwikkeld in opdracht van het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en wordt alleen ingezet bij crisissituaties. De afzender van de website verschilt per crisis. De afzender is te herkennen aan het logo op de homepage. Maar ook daar bleek op 5 januari de vraag groter dan de technische mogelijkheden. De website van de gemeente Moerdijk en Crisis.nl konden het niet aan. Uit nader onderzoek is wel gebleken dat bij de laatste de techniek niet functioneerde, maar toch? En ook RTV Rijnmond moest zich beperken tot ??n enkele pagina met de belangrijkste informatie. Omroep Brabant redde het wel, maar de informatie die men van de overheid kreeg was in de ogen van de hoofdredacteur erg weinig om aan de rol van rampenzender goed invulling te kunnen geven: d.w.z. passend bij de informatiebehoefte.
Twitter lawine onder burgers (#Moerdijk)
Bijna vijf dagen na de brand hebben we nog steeds een twitter lawine over #Moerdijk. Tijdens, maar ook daarna gaat de?meme “grote vuurbal jonguh” ?’als een lopend vuurtje’ rond:
En toch weten de rampen-co?rdinatoren, burgemeesters en ministers niet hoe adequaat te reageren op alle berichtgeving op Twitter, terwijl wat men moet doen en welke informatie moet worden (vrij)gegeven gewoon is af te lezen van de twitter feeds. En het probleem in het internet-tijdperk is niet alleen: op welke manier bereik ik het publiek het meest effectief, maar vooral ook dat men niet kan doorgaan op ouderwetse wijze ALLE bij hen beschikbare informatie eerst te bespreken, te beoordelen, te filteren, en te voorzien van betuttelende prietpraat en dan via klassieke persconferenties voor journalisten aan de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid die zo dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid in dit soort gevallen. Zij kunnen en willen in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen op de toon van onwetenden toespreken.
Het ging zo snel dat meestal de individuele tweets niet meer waren te lezen. Opvallend was het dat alle (mis)informatie, inclusief foto’s en videofilmpjes, feitelijk via Twitter liep en niet via de omroepen en de speciaal voor deze situaties in het leven geroepen website. Die Twitter stroom ontgaat kennelijk de verantwoordelijke rampenbestrijders: er was uren geen enkele offici?le reactie op het internet.
Traditionele media gebruikt Twitter als bron bij gebrek aan beter
Opvallend was dat de traditionele media Twitter in eerste instantie gebruikte als hun primaire bron over het melden van acties (sirenes die zouden afgaan, ramen sluiten, radio luisteren) en informatie over wat er aan het branden was (giftig en irriterende stoffen), hoe giftig zijn de rookwolken? Is de brand onder controle of breidt het uit? Hoe ver gaat de (giftige?) wolk over de Randstad? Van de overheid geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg NIETS. De commerciele zender RTL Nieuws was zelfs eerder was dan de NOS.
Informatie over situatie en van overheid komt via burgers op het net
Met name Twitter overstelpte iedereen met berichtgeving vanuit de ‘bedreigde’ gebieden (met name Dordrecht): sirenes, mededelingen dat we naar omroep Brabant, later ook Rijnmond moesten luisteren, dat het een ramp met de hoogste fase (vier) was geworden, Wie waren die mensen in dat landelijke co?rdinatie centrum, wat doen ze, hoe beoordelen ze de situatie, wat zijn ze aan het voorbereiden. Toen eindelijk -een dag later- er een persconferentie werd gegeven (let wel heel klassiek, feitelijk voor de elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken, het idee dat gewone burgers misschien zelf hun vragen hebben komt nog niet bij ze op).
Bij gebrek aan informatie gaan ook klassieke media steeds meer hun eigen gang. Die roepen deskundigen naar de studio en vragen of die misschien weten wat er aan de hand is. Van Duin wijst op een voorval dat veel kwaad heeft gedaan: ?Tot overmaat van ramp was bij een persconferentie over de meetresultaten van het RIVM niet gesproken over de verhoging van lood in een bepaald gebied. Wat denk je dat de kijkers denken als een toxicoloog later op de dag op televisie gaat zeggen dat ergens verderop in het rapport die gegevens stonden??
Geen transparantie van overheid in communicatie
Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) vindt dat ?totale transparantie? rond de brand in Moerdijk vereist is. ?De onderste steen moet boven? zei hij in het Kamerdebat over de?brand bij chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De Tweede Kamer was?bezorgd over de gezondheid van hulpverleners, werknemers en omwonenden na de brand bij Chemie-Pack. Opstelten liet weten dat hij alles doet om de ongerustheid onder de bevolking weg te nemen. Hij gaf toe dat daar tot nu toe fouten in zijn gemaakt.
Menno van Duin is lector aan de Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en de Politieacademie. Hij is het met Siepel eens dat bestuurders zo open mogelijk naar het publiek moeten zijn. ?Hoe lastig dat ook kan zijn. Aan de ene kant vertrouwen uitstralen en ook nog in alle eerlijkheid zeggen: ?Wij weten ook nog niet alles?.?
Van Duin vindt de vergelijking die wordt gemaakt tussen het optreden van burgemeester Van der Laan van Amsterdam in de zaak van het Hofnarretje en het gedrag van de autoriteiten bij de Moerdijk-ramp, niet opgaan. ?Van der Laan krijgt terecht veel lof. Er is meteen open en direct gecommuniceerd naar de ouders van de mogelijke slachtoffertjes van het misbruik. Dat is ook gedaan richting pers. Bij crises als Moerdijk, Enschede of Volendam, ligt het toch anders. De overheid is daar veel meer partij in en draagt een veel grotere verantwoordelijkheid dan bij het seksschandaal in Amsterdam.?
Spagaat
De overheid schiet in de bekende kramp. Misschien is ?spagaat? een beter beeld. Er wordt aan de offici?le media beperkte informatie gegeven, want men realiseert zich dat je daar later op afgerekend kan worden.?
Volgen van media moet veel intensiever
Net als Siepel vindt Van Duin dat er ook een andere les uit ?Moerdijk? getrokken kan worden. Het volgen van media moet veel intensiever. ?Daar is nog onvoldoende aandacht voor? weet hij, ?Het kan bijvoorbeeld gaan om het reageren op een uitzending van SBS. Die zender kwam met het – niet kloppende – bericht dat de evacuatie van Zwijndrecht was begonnen. Daar moet je meteen op anticiperen. Dat gaat ook op voor hardnekkige lariekoek die op internet wordt gespuid. Dat kan veel onterechte angst wegnemen.?
Geen aanwezigheid en reactie van overheden op nieuwe media
Wat we leren van die woensdagmiddag en avond is, dat de overheid best in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen tot weinig notie hebben van wat er buiten hun crisis-centrum zich afspeelt. Men denkt kennelijk dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht rond de radio, luisterend naar Omroep Brabant, geduldig zal wachten op offici?le mededelingen.Zo kopte de Trouw op 12 januari 2011: ?Overheid zweeg op Twitter?
Suggestie (crisiswerkplaats): Juist voor korte tussentijdse berichten is dat een zeer geschikt communicatiekanaal, waarmee snel veel mensen bereikt kunnen worden. Geef daar korte informatie en verwijs vooral niet met een link door naar de eigen site. En geef ook een signaal als er nog geen nieuws te melden is (procesinformatie: ?als je niks weet, zeg dan gewoon dat je niks weet?). Een goed voorbeeld van hoe een gemeente op Twitter actief wordt is volgens Dutchcowboys de gemeente Zwijndrecht http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/21385
Informatie vestrekking was te langzaam en via vele schijven
Als het RIVM de lucht vervuiling meet, kunnen die gegevens misschien vrij snel on-line staan. Waarom moeten burgers daar op wachten, waarom moeten redacties met de wet openbaarheid schermen in plaats van zelf met die gegevens komen.
Burgers en experts zijn het oneens met besluitvorming of verbazen zich erover
Over de openbaarheid van de gevaarlijke stoffen: ? …het openbaar ministerie is ogenblikkelijk een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de oorzaak van de brand. De lijst met stoffen was daarbij een belangrijk document en is in beslag genomen door het OM. Dat is ook de reden waarom de lijst in eerste instantie niet is vrijgegeven buiten de kring van bij deze brand betrokken instanties.” Zou de opsteller van deze proza zich eigenlijk wel realiseren wat voor boodschap hij hiermee aan de burgers van dit land geeft: strafvervolging gaat voor voorlichting aan de burgers. Ook in het verslag ? wijsheid van de massa? – 10 dagen na Moerdijk? van crisiswerkplaats.nl somt een aantal verbazingen op:
Dat er tijdens een crisis fouten gemaakt kunnen worden zal niemand ontkennen, maar soms leek het erop dat de deskundigen beslissingen namen en berichten de wereld instuurden die geheel in strijd leken te zijn met de werkelijkheid die iedereen kon waarnemen. En die verbazing is in deze bundeling artikelen bijeen gebracht.
Imago schade
Wantrouwen
Al snel wordt vermoed dat de bestuurders eventuele fouten of vervelende resultaten van onderzoek af willen dekken. Op twitter werd bijvoorbeeld snel de naam van de burgemeester verhaspeld tot Deny (het Engelse ontkennen), met reacties als ?De burgemeester zegt: ga maar lekker slapen, jaja?
?Busje is symbool voor alles wat misging?
Opstelten betreurt het beeld dat ontstond toen hij samen met minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag een bezoek bracht aan het gebied. Hierbij bleven zij ze in het busje zitten. Opstelten: ?De bedoelingen waren goed: we wilden onze betrokkenheid tonen, maar toen ik de beelden zag, was ik niet blij.?. Het busje staat symbool voor alles wat mis is gegaan bij de communicatie. Alle partijen hebben kritiek op Opstelten en Schippers, zelfs de eigen partijen.?
Ramp of niet?
Het publiek viel over het woord ?ramp? dat door Opstelten zelf werd gebruikt, want ?er was toch niets aan de hand??
Rampinflatie
Communicatiedeskundige Menno van Duin ziet de aandacht voor ?calamiteiten? groeien. De brand in Volendam was alleen al in de eerste maand dertien keer onderwerp van aandacht, waarvan zeven maal hoofdonderwerp.? Dat aantal is na een krappe 2 weken bij ?Moerdijk? nu al gehaald. Van Duin: ?Het begrip ramp werd in 1977 niet gebezigd. Er is, wat mij betreft sprake van ?rampinflatie?. Gebeurtenissen die vroeger weinig tot nauwelijks aandacht kregen, krijgen nu om uiteenlopende redenen veel meer aandacht en worden ook vaker en sneller als ramp betiteld.? De media zwepen elkaar op en daarmee neemt ook de druk op bestuurders toe. ?Zeker omdat internet en de sociale media een snel groeiende rol gaan spelen. Iedereen is een medium geworden.?
Twitter kan gevaarlijk zijn bij een ramp als Moerdijk
In het regionale dagblad?BN/DeStem stond van de week een bericht (met een Poll) over de uitspraak van Nico?van?Mourik?van?de?Veiligheidsregio?Midden- en?West-Brabant. Over Twitter zegt hij letterlijk: “140 tekens kunnen een boel kapot maken.” Dus: verbieden maar als onze overheids rampenbestrijders dat nodig vinden? Want BN/DeStem meldt verder “Ongefundeerde mededelingen van omwonenden of toeschouwers zouden de offici?le informatievoorziening tijdens een ramp kunnen verstoren. Van Mourik deed zijn uitspraken, die geen kritiek mochten heten, woensdagavond (16/3/2011 DA) tijdens een bijeenkomst in het stadhuis van Bergen op Zoom. Gemeenteraadsleden stelden hem daar vragen over de communicatie bij incidenten als de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.” De krant meldt verder nog dat Van Mourik zelf actief is op?Twitter”
Rapportage bevindingen vragenlijstonderzoek:?Hoe hoorde u van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk?
Op woensdag 5 januari 2011 werden diverse communicatiemiddelen ingezet om de bevolking te alarmeren en informeren over de brand die was uitgebroken bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De waarschuwingen op 5 januari en de dag erna richtten zich op mogelijke directe gevaren als gevolg van inademing van de rook. Daarom werd advies afgegeven ramen en deuren te sluiten. Om dit advies kenbaar te maken zijn verschillende middelen ingezet, waaronder de sirene, geluidswagens, sms-alert, de rampenzender, radio, televisie en internet. Daarnaast informeren mensen elkaar en zijn er mensen die zelf de rook waarnemen en zo op de hoogte komen van de gebeurtenis.
Naar aanleiding van de brand heeft de TU Delft een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de vraag: Via welke kanalen heeft de bevolking voor het eerst gehoord van de brand en is er verschil tussen alarmeren en informeren?
De 462 bruikbare reacties zijn ingedeeld op basis van de locatie waar de respondent zich bevond toen de brand ontstond. Deze locatie is bepalend voor het doel van de waarschuwing en informatie over de brand. De resultaten laten zien dat in het als eerst te alarmeren gebied respondenten hoorden van de brand via een andere persoon of organisatie, via een specifiek alarm of waarschuwingsmiddel of via visuele waarneming. De respondenten in dit gebied komen als eerste op hoogte van de brand. Ook in het tweede gebied waar het advies werd afgegeven, maar zonder inzet van alarm of waarschuwingsmiddelen, hoorden respondenten van de brand via andere personen/ organisatie of via informatiekanalen (radio, televisie, internet). Als laatste op de hoogte kwamen de mensen in het derde gebied waar alleen informatie behoefte was. In dit gebied is het advies om ramen en deuren gesloten te houden niet gecommuniceerd. Respondenten in dit gebied kwamen voornamelijk op de hoogte via informatiekanalen. Zij waren later op de hoogte dan de mensen die aanwezig waren in de beide andere gebieden.
In verschillende media opperde College Bescherming Persoonsgegevens (CPB) voorzitter Jacob Kohnstamm de mogelijkheid dat ook mensen die foto’s of filmpjes van dieven en inbrekers op internet zetten daarvoor een boete kunnen krijgen. Hierop werd heftig gereageerd vanuit de maatschappij. Vanwege de rellen in Engeland zijn er interessante ontwikkelingen te zien van burger- en politie initiatieven op dit gebied. Het deed mij denken aan januari 2004 waarbij de toenmalige Utrechtse korpschef Peter Vogelzang opriep om foto’s van veelplegers op het internet te plaatsen.
Sindsdien heeft de tijd niet stil gestaan en gaan de ontwikkelingen razendsnel. Deze blog geeft een overzicht van alle reacties en inzicht in de achtergronden van deze discussie. Als bronnen zijn de volgende kranten geraadpleegd, NRC, Volkskrant, Telegraaf, AD, de Stentor, Elsevier, mediatheek Politieacademie en het internet.
Privacyregels:
De maatschappij is de afgelopen jaren steeds verder gedigitaliseerd. Met de opkomst van slimme telefoons en tablet-pc’s zal die tendens zich de komende jaren alleen maar voortzetten. Deze ontwikkeling heeft er toe geleid dat bedrijven als Google, Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn de afgelopen jaren een gigantische hoeveelheid privacy-gevoelige gegevens over hun gebruikers verzameld hebben. De overheid wil er voor zorgen dat deze bedrijven geen misbruik maken van die gegevens. Daarom stelde de regering in 2009 de commissie-Brouwer-Korf in. Die commissie onder leiding van oud-burgemeester van Utrecht Annie Brouwer-Korf (PvdA) schreef een adviesrapport over de bescherming van privacy. Dat rapport pleitte er al voor boetes te laten uitdelen door het CBP. In april stuurden CDA-minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) de ‘Notitie inzake privacybeleid’ naar de Tweede Kamer. Daarin wordt bevestigd dat het CBP meer macht krijgt. Zo worden overheidsinstellingen straks verplicht het verlies van privacygevoelige gegevens te melden bij het CBP. Dit geldt niet voor elk terrein bijvoorbeeld als het gaat om camerabeelden, moeten burgers het CBP informeren indien zij beelden langer dan 24 uur bewaren. Die termijn wordt opgerekt naar vier weken.
Hieronder het wetsvoorstel, de brief aan de 1e kamer en de notitie inzake privacybeleid:
In verschillende media kwam CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm deze maand met het bericht dat ook mensen die foto’s of filmpjes van dieven en inbrekers op internet zetten daarvoor een boete kunnen krijgen. Volgens Kohnstamm overtreden ook die mensen namelijk de privacyregels .
Gezien de reacties heeft hij daarmee een enorme discussie op gang gebracht. De suggestie die er in doorklinkt, is dat de privacy van inbrekers meer waard is dan de veiligheid van particuliere burgers. In breder perspectief zijn de voorstellen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bedoeld om de online privacy van burgers beter te beschermen, niet die van vermoedelijke daders, waar nu de nadruk op ligt. Het Ministerie wil bijvoorbeeld ook een meldplicht voor bedrijven en overheden als daar persoonsgegevens op straat komen te liggen door verlies of diefstal.
Voorbeelden uit de praktijk:
De discussie begon door een foto in een sigarenwinkel van een demente vrouw. De Amsterdamse sigarenhandelaar Dennis Voet werd in 2004 door de rechter op de vingers getikt omdat hij een foto in zijn winkel had opgehangen van een 79-jarige vrouw die hij aanzag voor een winkeldief. De rechter oordeelde dat hij daarmee in strijd met de Auteurswet handelde: de vrouw had geen toestemming gegeven voor publicatie van het portret. Het was de eerste uitspraak in Nederland over het ophangen van foto’s van winkeldieven. De foto’s zouden kunnen leiden tot eigenrichting, vond de Amsterdamse rechtbank. De 79-jarige vrouw om wie het ging, was dementerend. Daarom had het OM de strafzaak tegen haar over de vermeende diefstal geseponeerd. Het kort geding tegen de sigarenhandelaar was door haar familie aangespannen.
In juni van dit jaar riep de Vereniging Eigen Huis huizenbezitters op camerabeelden op te sturen van inbrekers. De VEH wilde de beelden publiceren op een site over inbreken. Maar het College Bescherming Persoonsgegevens stuurde direct een aangetekende brief waarin stond dat dit niet mag.
Geluidsfragment Hans Andr? de la Porte van de Vereniging Eigen Huis
Geluidsfragment Hoofdofficier van Justitie Diederik Greive
Website GeenStijl publiceert nu nog geregeld beelden waarop plegers van diefstal of geweld te zien zijn. De site roept mensen op de identiteit van de daders bekend te maken als ze die herkennen.
Reacties vanuit de maatschappij:
CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg vindt het onbegrijpelijk dat het Cbp hoge boetes in stelling wil brengen om de privacy van dieven te beschermen. ,,Dit is echt de omgekeerde wereld. Inbrekers schenden moedwillig de privacy door je woning of winkel overhoop te halen. En dan zou je als slachtoffer een torenhoge boete krijgen als je de beelden daarvan op internet plaatst? Dat is een volstrekt verkeerd signaal. De regeringspartij noemt het plan kansloos. Volgens het CDA kan eenvoudig worden geregeld dat filmpjes die ten onrechte op internet verschijnen, snel worden verwijderd. Van Toorenburg heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid & Justitie) inmiddels om opheldering over de nieuwe wet gevraagd.
Totaal ridicuul, zo oordeelt de gedoogpartij PVV. ,,Deze geldstraffen zijn zwaarder dan de boetes die worden opgelegd voor mishandeling. Dat is bezopen, concludeert Kamerlid Lilian Helder. De PVV heeft enkele jaren terug zelf aangedrongen op een digitale schandpaal voor criminelen. De Tweede Kamer is niet bang voor misbruik van een digitale schandpaal. ,,We praten over beelden van jongens met een capuchon op, die in het donker rondhangen bij een woning of winkel, zegt PVV er Helder. ,,Ze weten waar ze aan beginnen, dan moeten ze ook de consequenties dragen.
Ook oppositiepartij PvdA wordt niet erg enthousiast van de plannen die Kohnstamm ontvouwt. PvdA er Jeroen Recourt vindt het juist goed dat burgers de politie helpen bij het opsporen van verdachten. ,,Je moet mensen niet zomaar aan de schandpaal nagelen, maar hulp bij de opsporing is zeker te rechtvaardigen. Het keihard verbieden van publicaties op internet is de verkeerde oplossing.
De PvdA wil wel voorkomen dat de jacht op criminelen via internet uit de hand loopt. Kamerlid Recourt wil slachtoffers van misdrijven daarom verplichten eerst contact op te nemen met de politie, voordat ze beelden op internet zetten. ,,Want we willen natuurlijk geen eigenrichting. We moeten het kritisch kunnen volgen.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW en detailhandelsbond MKB-Nederland noemen het plan ‘veel te voorbarig’. Zij vrezen voor het lot van supermarkten en pompstationhouders die beelden van verdachten publiceren zonder toestemming van de politie.
Jelger Zee van Detailhandel Nederland : ‘De wet geldt voor iedereen, ook voor winkeliers. Maar er wordt in het wetsvoorstel geen rekening gehouden met winkeliers die zich ernstig bedreigd voelen. Het is de wereld op zijn kop als een winkeldief een boete krijgt van euro 150 en een winkelier die zijn medewerkers en klanten tegen criminelen wil beschermen een boete krijgt van euro 25.000. Als dat het boetebedrag wordt, dan kan een flink aantal winkeliers de tent wel sluiten. Dergelijke filmpjes worden niet online gezet omdat de winkelier ’s avonds niets te doen heeft. Deze ondernemers staan met de rug tegen de muur. Er moet in de wet ook rekening gehouden worden met de slachtoffers. Laat de wet de excessen aanpakken, niet ondernemers die met geweld beroofd worden.’
‘Laten de winkeliers en de politie samenwerken en een gezamenlijke website opzetten. Zo’n website is er al voor harde criminelen, waarom niet ook voor overvallers en winkeldieven?’.
Volgens MKB Nederland span je het paard achter de wagen als beroofde winkeliers ook nog een boete wordt opgelegd. Vaak is een filmpje een noodkreet van mensen die nodig is omdat de samenwerking met de politie op een heleboel plekken in ons land niet goed is , zegt secretaris Els Prins.
Ook tankstationhouders mogen niet langer posters van verdachten bij hun pomp ophangen. Ewoud Klok, voorzitter van de belangenvereniging tankstations (BETA), noemt dit de waanzin ten top . Wij investeren miljoenen eigen euro s in beveiligingskosten zoals camera s en een veiligheidskooi. Maar als wij aangifte doen, heeft de politie geen tijd voor ons. Laat ons het daarom maar zelf oplossen. Wij leveren verdachten panklaar aan bij de politie.
Vincent B?hre van Privacy First. ,,Hij had beter een onderwerp kunnen kiezen waardoor de burger denkt, kijk, het CBP gaat m?jn privacy beter beschermen, niet die van inbrekers.”
Ook privacyorganisatie Bits of Freedom ziet de zaak breder. Het is belangrijk dat het CBP eens werkelijk actie kan gaan ondernemen als privacy van burgers wordt geschonden. Maar: niet de kleine winkelier, die van een individu filmmateriaal online zet, is het gevaar. Het zijn grote bedrijven en overheden die onvoorzichtig omgaan met grote hoeveelheden persoonsgegevens, zegt een woordvoerder van Bits of Freedom: ,,Zo gaat Google nu door met de opslag van gegevens van draadloze modems, die het met zijn Streetview-wagens oppikt. Daarvan is de impact enorm.”
Martijn Wildeboer van het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel uit Enschede kan zich maar al te goed voorstellen dat sommige winkeliers camerabeelden van een (vermoedelijke) dief op het internet zetten. “Ik heb er absoluut begrip voor, al is het niet verstandig. Je riskeert als winkelier een hoge boete plus de kans dat de dader wordt vrijgesproken vanwege onrechtmatig verkregen bewijs”, zegt de Enschedese adviseur bestrijding winkelcriminaliteit van het bedrijfschap.
Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel heeft in overleg met het Cbp een alternatief ontwikkeld, dat volgens Wildeboer w?l aan de regels van privacybescherming voldoet. Het is een beveiligd webadres, waar een geselecteerde groep deelnemers onder voorwaarden beelden van verdachten van winkelcriminaliteit mogen delen. “Dit netwerk zorgt ervoor dat deelnemers uit een afgebakend winkelgebied elkaar snel kunnen waarschuwen. Bovendien mag het beeld als bewijsmateriaal worden gebruikt in een strafzaak, bijvoorbeeld om een winkelverbod voor die persoon af te dwingen.”
De regels voor het gebruik van deze naar schatting 125 afgeschermde Nederlandse websites zijn onlangs aangescherpt. Zo mogen bijvoorbeeld de ongeveer 170 deelnemende winkeliers uit de Enschedese binnenstad hun beelden niet uitwisselen met collega’s in Enschede-Zuid, Hengelo of elders. Dat geldt ook andersom. Het gebruik is alleen toegestaan door deelnemers binnen een afgebakend gebied. “Natuurlijk zou het voor de winkeliers mooi zijn om de beelden op Twentse schaal te kunnen gebruiken en zo een nog beter zicht te krijgen op veelplegers. Van de andere kant is het te begrijpen dat iemand die bijvoorbeeld niet meer welkom is in de binnenstad, nog wel elders zijn noodzakelijke boodschappen moet kunnen blijven doen.”
“Privacy is dood”, zegt advocaat Vlug uit Deventer in de lokale krant. “Dat is een begrip uit de twintigste eeuw en bestaat niet meer.” Vlug vindt het echter te ver gaan als slachtoffers of ondernemers zelf beelden op internet gaan plaatsen. “De dader wordt voor eeuwig aan de digitale schandpaal genageld. Je kunt je afvragen of dat bij een incident als dit, hoe vervelend het ook is voor de betrokkenen, nodig is.” Vlug vindt dat alleen politie of justitie moeten bepalen of beelden on-line gaan. Vanwege privacy-aspecten en het gevaar dat mensen bij relatief kleine zaken al beelden op internet zetten. Hij wijst ook op privacy van anderen die op de beelden te zien zijn en kans op verwarring bij onduidelijke beelden.
“Met alle gevolgen vandien. Maar iedereen loopt tegenwoordig met een ‘eenmansstudio’, een telefoon, op zak, maakt beelden en kan ze on-line zetten. Probleem is dat regels ontbreken. Wellicht moet ook het College Bescherming Persoonsgegevens of een andere onafhankelijke instantie gaan beslissen of beelden op internet worden gezet.”
Advocaat Rob Oude Breuil uit Enschede spant een proefproces aan om duidelijkheid te krijgen op de vraag of foto s van criminelen op internet mogen worden gezet. Hij is er van overtuigd dat de wet Bescherming Persoonsgegevens wel degelijk de ruimte biedt om de politie een handje te helpen door filmpjes of foto’s op internet te plaatsen. Het moet dan duidelijk zijn dat het opsporingsbelang ermee is gediend en dat de mensen op de film honderd procent zeker de daders zijn.
Situatie Engeland sinds de rellen en plunderingen
Sinds de rellen in Groot-Brittanni? is te zien dat burgers de mogelijkheden van internet als digitale schandpaal, hebben ontdekt . Op straat weren burgers zich tegen relschoppers met honkbalknuppels, op internet plaatsen ze foto’s van plunderaars met het verzoek extra informatie te sturen. Afgelopen week zijn er twee van zulke ‘name-and-shame’- sites opgericht: ‘Catch a Looter‘ en ‘Identify the London Rioters‘. De oprichter wil laten zien dat gewone mensen dit gedrag niet accepteren en actie ondernemen.
‘Identify the London Rioters’ bestaat uit een lange reeks foto’s van jongens en meisjes die met tassen vol kleding, computers en plasmatv’s door Londen sjouwen. Bij elke foto kan de bezoeker aanklikken of hij de afgebeelde persoon kent en zo ja, extra informatie doorgeven. Ook kunnen nieuwe foto’s worden geplaatst.
Op Google is een discussiegroep ‘London Riots Facial Recognition‘ actief die beveiligingsbeelden en foto’s van de rellen analyseren met gezichtsherkenningstechnieken. Dat is nu nog niet mogelijk, maar in de nabije toekomst misschien wel. De groep gebruikt alleen beelden die zijn vrijgegeven door de politie, en willen niet dat hun techniek wordt gebruikt om mensen direct te beschuldigen.
Ook de Britse politie heeft beelden van mogelijke Londense relschoppers prijsgegeven op internet. Dit deden ze niet alleen op hun eigen website, maar ook via Flickr. De boodschap: weet je wie deze mensen zijn, neem contact op met de politie. In Groot-Brittanni? wordt niet moeilijk gedaan over de privacy van verdachten. Het land heeft de meeste beveiligingscamera’s ter wereld en kranten plaatsen foto’s van verdachten.
Remy Chavannes, advocaat bij Brinkhof advocaten en gespecialiseerd in media-, telecommunicatie- en internetrecht, kan zich voorstellen dat de Britse politie foto’s van verdachten op internet zet zolang de politie maar buitengewoon zorgvuldig te werk gaat. Hij vindt dat de belangen van de gedupeerden en de geschokte samenleving zwaarder wegen in dit geval dan de privacy van plunderaars. Het publiceren van foto’s door particulieren wijst hij deze advocaat af en hij vindt dat opsporing een monopolie is van de overheid.
Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin waarbij de hulp van het publiek wordt ingeroepen via de media en andere openbare berichten, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen. Onder deze ruime definitie vallen opsporingsberichten die gepubliceerd worden via de tv, radio, krant, telefoon of het internet. Ook berichten op publieke beeldschermen, in flyers en berichten die, na overleg met OM en/of politie, in media als resultaat van onderzoeksjournalistiek worden getoond, zijn aan te merken als vormen van opsporingsberichtgeving wanneer daarbij de hulp van het publiek wordt gevraagd.
Hierbij koppelen we graag de resultaten terug van de?enqu?te?op politie 2.0 die in de zomermaanden van 2011 werd afgenomen. Het vormt onderdeel van meerdere initiatieven op het gebied van handhaving en opsporing die TNO uitvoert in samenwerking met diverse korpsen en de Politieacademie waarin gekeken wordt naar (het monitoren en inzetten van) social media. Hierbij bedanken we alle politie 2.0 bezoekers die hebben deelgenomen, wensen we iedereen leesplezier en zijn we uiteraard benieuwd naar jullie reacties op de uitkomst!
Hieronder?de samenvatting, de volledige resultaten zijn?hier?te downloaden
Doelstelling van het onderzoek
Het in kaart brengen van het huidige gebruik en de dilemma’s van social media voor veiligheidsorganisaties. De enqu?te resultaten zijn onderdeel van de input die verzameld wordt voor een toekomstvisie en nieuwe en concrete toepassingen van social media in de praktijk.
Deelnemersveld
De resultaten van deze enqu?te komen uit een brede vertegenwoordiging van veiligheidsorganisaties (in totaal meer dan 30 organisaties of onderdelen), waaronder 18 van de 25 politie korpsen, de Koninklijke Marechaussee,? politieacademie, diverse ministeries en zelfs tot over de grens: korps Politie Sint Maarten en de federale politie Belgi?. De resultaten moeten in het licht gezien worden van het deelnemersveld en het feit dat deze deelnemers (zeer) veel affiniteit hebben met social media, wat in lijn der verwachting was bij het publiek dat op politie 2.0 actief is.
Succesvolle inzet van social media en onbenutte kansen
De grootste kansen voor social media worden gezien in de opsporing, waarna handhaving en intake en noodhulp volgen. Andere belangrijke toepassingsgebieden zijn preventie, grootschalig optreden bij evenementen of incidenten, werving en imago verbetering. ?Er worden nu al veel kansen benut t.a.v. het netwerken, uitwisselen van informatie/kennis met deskundigen en (steeds meer) met burgers. Dit is goed voor de zichtbaarheid en onderling begrip. Bij de interactie met de laatste groep liggen vooral kansen in het samenwerken (dichten van de kloof) middels nieuwe werkwijzen als co-creatie en/of crowdsourcing om de ogen en oren van de massa, maar ook wat er tussen de oren zit, te benutten bij het oplossen van zaken of in de openbare orde.
Belemmeringen en bedreigingen die optimale inzet social media vandaag en voor de toekomst in de weg kunnen staan
Vandaag de dag zijn vooral de mentaliteit/cultuur en de kennis en vaardigheden belemmerend. Daarnaast wordt de inbedding in systemen en processen genoemd, alsmede het investeren in capaciteit en middelen. Weerstand zit er in allerlei lagen van de organisaties. Vooral de jongere, nieuwsgierige of technisch ge?nteresseerde collega?s, meestal medewerkers die vanuit hun functie al contact hebben met burgers zoals wijkagenten en communicatie afdelingen, zijn al aan de slag met social media. Hierbij worden (vaak gratis en eenvoudige) middelen gebruikt en ze ?zeggen? er voordeel van te ondervinden. Het gebrek aan (structureel) bewijs van de effecten van social media gebruik en de beperkte uitwisseling van ervaring zorgen voor veel scepsis. De vraag of inzet van social media nu overschat of onderschat wordt blijft daardoor onbeantwoord.
Bedreigingen die in de toekomst naar verwachting alleen maar groter worden zijn dilemma?s over hoe om te gaan met de toenemende stroom aan informatie en interactie met burgers. Men ziet extra capaciteit, opleiding, betere middelen, processen en verandering in de organisatie als moeilijk te nemen drempels. Verder speculeert men over de afbreukrisico?s t.a.v. privacy (o.a. wetgeving), gebrek aan controle, misbruik in diverse vormen, en het feit dat verdachten dit middel ook steeds beter benutten.
Social media en handhaving
Het nut van social media bij handhaving van de openbare orde, oa ten tijde van grote evenementen en incidenten, scoort hoog. Vooral informatie inwinning, voorlichting en crowd management zijn veelgenoemde toepassingen. Men wenst vooral te monitoren wat er speelt in bepaalde gebieden en op onderwerp. Belangrijk is ook sociale netwerk analyse en zien wie er actief is. Het effect van eigen berichtgeving wenst men ook inzichtelijk te krijgen, zoals het bereik van berichten bij voorlichting of het effect van pogingen om geruchten te weerleggen.? Het vaststellen van betrouwbaarheid van berichten van burgers is minder belangrijk dan bij opsporing.
Social media en opsporing
Opsporingsmogelijkheden scoren zeer hoog en hier zitten volgens de meeste deelnemers nog veel kansen. (Digitaal) buurtonderzoek, het vinden van getuigen middels social media en het inzetten van crowdsourcing en cocreatie op diverse manieren om burgers te betrekken bij het oplossen van zaken. Of dit nu in het eerste uur is (heterdaadkracht) of later in de tijd. Veel vragen die bij diverse zaken spelen kunnen middels social media worden aangevuld. Ofwel doordat informatie te vinden is, ofwel door het te durven vragen. Het gedrag van steeds meer mensen wordt transparant en wanneer gesloten bronnen met open bronnen gecombineerd kunnen worden ontstaat een vollediger beeld. Uiteraard zijn er diverse belemmeringen om de kansen te kunnen benutten. Crowdsourcing wordt in overleg met het OM nog voorzichtig toegepast, de middelen om slim te kunnen monitoren, infiltreren, informatie te valideren, dit als bewijslast op te voeren zijn zaken die nog niet ideaal zijn opgelost.
Conclusie
Hoewel social media al in de praktijk gebruikt wordt voor bepaalde toepassingen, zijn de middelen nog relatief eenvoudig en is het nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Hoewel de adoptie gestaag zal groeien en zowel vanuit de werkvloer als vanuit management plaatsvindt op diverse plekken, is er nog wel wat nodig om structurele stappen te maken. Er is voor de diverse onderdelen een eenduidige visie en strategie nodig die door alle lagen in de organisatie ondersteund wordt. Diverse organisaties voeren momenteel nog experimenten uit. Slechts op een paar plekken heeft dit speelkwartier plaatsgemaakt voor operationele inbedding. Wijkagenten en afdeling communicatie lijken hierin nu voorop te lopen en binnen de opsporing en andere handhavingsgebieden (zoals evenementen en grotere incidenten) liggen veel kansen. Voor een bredere adoptie in de organisatie zullen genoemde belemmeringen weggenomen moeten worden. Een proces dat ondanks organisatie veranderingen en bezuinigingen zowel top-down als bottom-up al in gang is gezet, maar waarvan verdeeldheid is over met welke prioriteit dit zou moeten gebeuren. Gebrek aan inzicht over het structurele effect van het inzetten van social media, is een van de genoemde redenen. Intussen hebben velen deze bewijslast niet nodig en zij nemen vanuit hun passie het voortouw.
Vandaag de dag niet meer actief, maar in april 2007 is de ontwikkeling van de site www.pit.tv bij de politie in Limburg Zuid gestart en in oktober 2007 werd de site gelanceerd. Hiervoor is samenwerking gezocht met een mediabedrijf die een cameraman detacheerde bij de politie. Momenteel kent de site 8.000-10.000 bezoekers per maand en er staan inmiddels bijna 300 filmpjes op (actualiteiten en achtergrondverhalen). Burgers kunnen op een forum reageren op de berichten van de politie. Reacties worden wel eerst bekeken voor ze geplaatst worden. Burgers kunnen ook zelf een filmpje via hun mobiele telefoon versturen via multimedia messaging service (MMS). De site is raadpleegbaar via de mobiele telefoon. Vooralsnog reageert de politie niet terug op deze berichten.
De politie in Limburg Zuid heeft als doel de burger te informeren over het politiewerk op een eenvoudige en aansprekende manier, tevens wil de politie zien dat er aan veiligheid wordt gewerkt. Door gebruik te maken van het internet wil de politie vooral een veel jongere doelgroep bereiken. Uiteraard is ook het helpen van de opsporing en imagoverbetering hierin van belang. De doelgroep bestaat uit alle inwoners van de regio en door de ligging van de regio kan ook biedt de website internationaal een mogelijkheid. Het heeft de potentie landelijk te worden, bijv. met de nog te claimen site?politie.tv. In elk geval ligt het in de lijn van verwachting het voorjaar van 2009 met ?Zuid 6? (de zes zuidelijke korpsen) samen te gaan werken.
Aangezien er nog niet veel opsporingsberichten opstaan heeft het ook nog niet veel opsporingsinformatie opgeleverd. Ook is er nog te weinig ruchtbaarheid gegeven aan de site, waar nu wel verandering in komt door bijv. de slogan van de site op de dienstauto?s te zetten. Verder is er nog te weinig een mix van media/middelen aanwezig. Dit zal uitgevoerd kunnen worden bij de samenwerking met de zuidelijke korpsen.
Korps Limburg-Zuid wil burger kijkje gunnen in de keuken van de agent op straat.
Het politiekorps Limburg-Zuid is gisteren als eerste korps in Nederland begonnen met een eigen televisiezender op internet.?Via www.pit.tv (‘pit’ staat voor ‘politie internet televisie’) kan iedereen het werk van dit korps via bewegende beelden volgen.?De bedoeling is, zegt initiatiefnemer Bert van Klaveren, de burger een kijkje te gunnen in de keuken van de agent op straat. Ook bijvoorbeeld de technische of digitale recherche is te zien, zonder in te gaan op specifieke lopende onderzoeken.
Via een forum kunnen mensen vragen stellen of commentaar leveren, al wordt er wel voor gezorgd dat regelrechte scheldkanonnades er niet doorkomen. Dat interactieve is ook belangrijk om contact te krijgen met jongeren.” Van Klaveren is ongeveer anderhalf jaar bezig geweest met de voorbereidingen.?Voor zover hij weet, heeft de politie Limburg-Zuid hiermee zelfs een wereldprimeur.?De burger kan ook met computer of mobiele telefoon filmpjes doorsturen van een misdrijf waar hij of zij getuige van is geweest.
De politie kan die vervolgens gebruiken voor de opsporing.
Die filmpjes worden ‘absoluut niet’ uitgezonden, zegt korpschef Wim Velings. Een getuigenverklaring stuur ik ook niet naar buiten. We willen gewoon in alle openheid laten zien waar we mee bezig zijn, hoe we prioriteiten stellen, voor welke dilemma’s we af en toe staan. Uit onderzoek is gebleken dat de burger eigenlijk niet veel weet over ons werk en daar wel nieuwsgierig naar is.?Wij werken in een spannend jongensboek. Ik heb ook een beetje de hoop dat we op deze manier mensen enthousiast kunnen maken voor het vak.”?Of het een succes wordt, durft Velings niet te voorspellen. Maar we moeten gebruik maken van de nieuwe mogelijkheden.?Misschien kunnen de brandweer, de hulpdiensten en het openbaar ministerie later aansluiten.”
De politieorganisatie is voor veel burgers een ‘black box’, zegt korpsbeheerder Gerd Leers, die enthousiast is over het initiatief. Je kunt bijvoorbeeld laten zien wat voor eisen er worden gesteld aan een proces verbaal, wat er gebeurt met een 112-melding en preventietips geven. Ik vind het fantastisch.?Waar ik zeer zwaar op zal toezien, is dat de politiezender niet gaat concurreren met de reguliere media.”
De politie-tv-zender op internet is een innovatieproject, dat als zodanig van het ministerie van Binnenlandse Zaken een eenmalige subsidie van 250.000 euro heeft gekregen. Volgens hoofd communicatie Piet Tans van de politie Limburg-Zuid kost het project jaarlijks 150.000 euro. Maar we gaan andere dingen laten. Zoals de krant ‘Blauw’, die elke drie maanden huis-aan-huis wordt bezorgd.”
Het kanaal biedt veel informatie over verschillende onderwerpen zoals opsporing, werving en allerlei nieuwsberichten. Op Politie Internet Televisie (PIT) is dagelijks een nieuwsbulletin te zien, voorzien reportages die zijn gemaakt door de afdeling communicatie.
Iedereen is agent, dankzij het web
16 december 2010 stond een mooi artikel van Roelof van Dalen in het Dagblad van het Noorden over het gebruik van internet bij de politie. De titel van het artikel luidt: Iedereen is agent, dankzij het web. Het is een interessant artikel dat aantoont dat de wereld van social media steeds meer toegepast wordt binnen de opsporing. In het artikel wordt achtergrondinformatie gegeven over de aanpak van overvallen in de provincie Groningen. Hiervoor is afgelopen week een website gelanceerd met de naam www.samentegenovervallen.nl.
Viral over de site www.samentegenovervallen.nl
De politie Groningen is transparanter dan ooit. Met zijn allen kunnen we via Twitter live meelezen wat agenten doen. Op YouTube kunnen we overvallen bekijken en via burgernet en Student@lert worden we gevraagd met de politie mee te denken. De politie Groningen loopt voorop met het gebruik van internet. En wij mogen helpen.
Vorige week is de website www.samentegenovervallen.nl gelanceerd. Het is een stap naar een volledige digitale politieomgeving.
We kunnen er foto’s en video’s uploaden. Op een kaartje zien we waar overvallen gepleegd zijn en in een Twitterbalk zien we de laatste tweets. “Burgers zijn altijd eerder bij een plaats delict dan politie. Nadat ze 112 hebben gebeld, kunnen ze met hun mobieltje een filmpje of foto maken”, zegt Smilda. De informatie die binnenkomt moet zo snel mogelijk online. “De eerste paar uur na een delict zijn cruciaal voor de aanhouding.”
Toch kan een filmpje niet zo snel geplaatst worden, omdat eerst door het Openbaar Ministerie bepaald moet worden of iets online gepubliceerd mag worden. Bij de overval op juwelier Scheich had een voorbijganger haarscherpe beelden van de drie daders. Even later stond het al op YouTube. Een paar dagen daarna publiceerde de politie bewakingsbeelden.
Overval op juwelier Scheich:
“Vroeger dachten heel veel scanner luisteraars met ons mee. Nu we digitaal zijn gegaan, kan dat niet meer. Daarmee hebben we ogen en oren verloren.” Nu zijn die ogen en oren een beetje terug. Zo werden er bewakings beelden gemaakt van overvallers op een tankstation aan de Zonnelaan. Na publicatie stroomden de meldingen met de naam van de dader binnen. Hij gaf zich uiteindelijk zelf aan, omdat hij wist dat hij bekend was.
Verdachten overval Zonnelaan melden zich:
Twitteren, filmpjes plaatsen, website bijhouden; de agenten hebben het er maar druk mee. Komen ze nog wel achter het bureau vandaan? “We zijn altijd op straat. Buurtonderzoek blijven we doen, verhoren blijven plaatsvinden en we gaan altijd naar de plaats delict toe. Internet zetten we vooral in bij de opsporing.”
Omdat er voor de vele overvallen in de stad een zogeheten Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden is ingesteld, is er genoeg capaciteit voor de online-werkzaamheden, geeft het korps aan. Het werk van de Groninger agenten verandert stukje bij beetje. De functieomschrijving is nog niet uitgebreid: “Maar ik kan me voorstellen dat dat wel gaat gebeuren.” Kennis van computers en sociale media is steeds meer een pre. Smilda: “Als je bij de recherche wilt, dan is het handig als je weet hoe je iemand op Hyves kunt vinden.”
De overvallen in de stad Groningen gaan onverminderd door. Het leek er even op dat het minder werd, maar de politie kan er geen peil op trekken en geen trend ontdekken. “Dan piekt het weer, dan daalt het weer. Voor donderdag dachten we dat het de goede kant op ging, maar afgelopen weekeinde waren er weer een paar overvallen”, zegt chef recherche Frans Greve.
Tot nu toe is de teller van het aantal overvallen nog niet hoger uitgekomen dan vorig jaar.Wel is er een forse toename ten opzichte van 2008. Toen was er geen piek te vernemen. De politie zegt dat er meestal een toename van het aantal overvallen is in het najaar. Opvallend is dat die toename dit jaar twee maanden eerder is gestart.
De laatste paar weken zijn er vaker straatroven in de stad. Een duidelijke verklaring kan de politie daarvoor niet geven. Wel is duidelijk dat de daders vaak erg jong zijn, de roven gewelddadiger worden en er vaak maar tientallen euro’s buitgemaakt worden. Greve: “Overvallen op banken zie je bijna niet meer. Die zijn te goed beveiligd. Gevoelsmatig zeg je dat daders daarom op zoek gaan naar makkelijke slachtoffers, maar dat zouden we eerst moeten onderzoeken.” Er is bij de overvallen volgens de politie geen sprake van vaste groepen daders. “We kennen ze soms totaal niet. Laatst hebben we een groepje uit Litouwen aangehouden.”
(Bronnen: Samentegenovervallen.nl,?Dagblad van het Noorden).
Met behulp van iPhones, iPads en Android-telefoons en tablets probeert PublicEye veel processen van de politie, brandweer en andere hulpdiensten te automatiseren. De app levert videostreaming en andere technologie?n en helpt de politie, brandweer en andere hulpdiensten om effectiever samen te werken, maar ook de samenwerking te verbeteren met de eigen gemeenschap of met hun equivalenten in aangrenzende gemeenschappen.
PublicEye speelt in op de vele smartphone-gebruikers die proberen samen te werken met de politie en brandweer door middel van sociale media zoals Twitter, YouTube en Flickr.?Als je een bestuurder, politie of brandweercommandant bent, of je werkt bij een medische spoedhulp, bekijk dan een van onderstaande video’s ter inspiratie:
Guardly?(iOS, Android) is naar eigen zeggen het eerste Indoor Positioning System?voor mobiele apps, waarbij hulpdiensten informatie krijgen over gebouwen, plattegronden en een locatie van de beller. Guardly IPS voegt dit toe aan het huidige GPS localisatie.
Guardly enables the University to extend the reach of its emergency phones on campus by putting a virtual emergency phone onto smartphones carried by students. It also enables us to track changes to the location of an emergency in real-time and communicate with the victim and his/her responding safety network throughout the incident until resolved.”?– Director of Campus Services & Security at OCAD University
Case Study
Op de Campus van de Toronto universiteit wordt Guardly al geruime tijd gebruikt. Hier is de dienst beschikbaar voor 6000 studenten, medewerkers en docenten in het centrum van Ontario. Voorheen was veiligheid beperkt tot een 10 cijferig telefoonnummer, lokaal opgehangen toestellen (zgn blue light phones) of een securitygebouwtje. Guardly verkorte de reactietijd met 44$ doordat onder andere de locatie van de beller bekend was, maar ook omdat nu iedereen heel eenvoudig toegang had tot beveiligingsbeambten. In 96% van de incidenten werd de locatie gedeeld en foto’s waren behulpzaam in 33% van de gevallen. De tijd leek er rijp voor, want de smartphone adoptie op de campus is in 3 jaar tijd gestegen van 29% (2009) tot 69% (2012). De verwachting is dat het in 2014 de 90% zal benaderen (bron: Ball State University). 911 biedt nog steeds geen locatiefunctie en de lokale noodkanaal was te omslachtig. Ook E911 is in eerste instantie nog niet voor iedereen (en zeker niet mobiel) beschikbaar. De gegevens van de beller zijn nu bekend, en men werkt nu om het belprofiel uit te breiden, zodat ook studenten met medische aandoeningen dit vrijwillig kunnen aangeven in de app. De Virginia Tech schietpartij uit 2007 (waarover we eerder een blog schreven) en andere incidenten doet steeds meer universiteitsterreinen besluiten om over te gaan naar moderne middelen.
Hieronder resultaten van de proef in grafiekvorm:
According to the Workplace Violence Research Institute, workplace violence costs U.S. businesses an estimated $36 billion per year. These costs typically include medical and psychiatric care, business and productivity losses, repairs and clean up, higher insurance rates, raised security costs, and the oftentimes crippling loss of valued employees.
Guardly lone worker solutions are ideally suited for realtors, home healthcare workers, social workers, traveling salespeople and oil & gas workers ? jobs that pose a life safety risk to workers
Circle of 6 is een gratis app ter voorkoming van geweld. De gedachte achter de app is dat sociale netwerken een lokale ring van veiligheid bieden.
Met Circle of 6 sta je altijd in verbinding met vrienden in de buurt. Op deze manier blijf je veilig, en voorkom je dat er iets kan gebeuren. Je kiest 6 vrienden die je altijd zou kunnen bereiken met een hulpvraag. Hulp nodig om thuis te komen? Even naar een alternatief op zoek? Twee keer tikken op de app en je kring van 6 weet waar je bent en hoe ze kunnen helpen. De app richt zich met name op studenten die kunnen intikken wat ze van plan zijn te gaan doen. Dit gebeurd daarmee in een zeer besloten omgeving en als er echt hulp nodig is, of je hebt een vraag deel je die activiteit met deze inner circle. Handig voor je studievrienden op de campus of bij een avondje stappen.
Stel: je bent wat laat en je weet niet wat je vrienden van plan zijn. Dan kun je de Circle of 6 gebruiken om in je kleine kring een “pik me op” bericht delen – met een GPS positie. Of stel: je bent op een date die ongemakkelijk begint. Je verontschuldigt jezelf beleeft en gebruikt Circle of 6 om je te bellen en te redden uit die situatie. Of stel: je ziet een nieuw iemand, maar hebt zo je twijfels. Gebruik Circle of 6 om een schat aan online informatie over je date binnen te krijgen via deze besloten kring. En in kritieke situaties gebruik je Circle of 6 om te bellen met twee voorgeprogrammeerde nationale hotlines of een lokaal alarmnummer naar keuze.
Hoe werkt het?
De auto knop: “kom me halen” :?een SMS-bericht wordt verzonden waarin gevraagd wordt of iemand je komt halen. Een GPS co?rdinaat met kaart wordt meegestuurd.
De telefoon knop: Een SMS-bericht wordt verzonden waarin gevraagd wordt: “Bel me en doe alsof je me nodig hebt. Ik moet uit deze situatie gehaald worden. ”
De klets knop: je heb wat advies nodig, dus een SMS-berichtwordt verzonden waarin gevraagd wordt: “Ik heb een one-liner nodig of tips wat ik kan doen met mijn date. Stuur ze me”. Er zijn ook links naar loveisrespect.org en whereisyourline.org. Je kring weet dat je op date bent, maar hoeft niet onmiddellijk in actie te komen.
De NOOD knop: Een voorgeprogrammeerde nationale meldpunt knop en ook een lokaal nummer van hulpdiensten komt in beeld.