Bureau Dupin: Burgeropsporing in de nieuwjaarsmoord op Marja Nijholt te Oss in 2013

Bureau Dupin: Een onderzoekscollectief van burgers gaat in samenwerking met justitie en politie een moord uit 2013 onderzoeken. „Ook al heb je als politie 60.000 mensen in dienst, de meeste kennis ligt in de samenleving.”, aldus initiatiefnemer Peter de Kock in het NRC: 

Politie en het Openbaar Ministerie gaan nauw samenwerken met een onderzoekscollectief van burgers. Centraal in de eerste zaak van ‘Bureau Dupin’ staat een raadselachtige cold case uit 2013, de onopgeloste moord op de 48-jarige Marja Nijholt.

„Zoals van de politie verwacht mag worden, willen wij altijd onze opsporing verbeteren”, zegt Stan Duijf, sectorhoofd van de dienst regionale informatie-organisatie van de politie-eenheid Oost-Brabant. Sinds dit voorjaar zijn de gesprekken gaande tussen het onderzoekscollectief Bureau Dupin, een burgerinitiatief van filmmaker, wetenschapper en oud-politieagent Peter de Kock.

Vanaf deze maandag zoekt het bureau – vernoemd naar C. Auguste Dupin, de amateurdetective uit korte verhalen van Edgar Allan Poe – de publiciteit. Door zelf onderzoek te doen en daarover podcasts te publiceren hoopt De Kock met hulp van het publiek de zaak op te lossen.

Het gaat niet alleen om het verzamelen van tips, zegt De Kock. Burgers worden ook betrokken bij de zaak. „Ook al heb je als politie 60.000 mensen in dienst, dan nog ligt de meeste kennis buiten die organisatie, in de samenleving.”

De samenwerking betekent concreet dat politie en het OM bereid zijn om informatie over het onderzoek te delen met Bureau Dupin. De Kock, ook hoofd van de afdeling Data Science in Crime and Safety bij de Jheronimus Academy of Data Science in Den Bosch, begon het onderzoek bij de nabestaanden van Marja Nijholt. Het OM en de politie deelden – nadat de nabestaanden daar toestemming voor hadden gegeven – hun contactgegevens met onderzoekers.

Ook andere informatieverzoeken zal justitie „welwillend” behandelen, zegt Walter Kupers, officier van justitie in Oost-Brabant. „De wet- en regelgeving over wat we mogen delen blijft natuurlijk hetzelfde. Maar in het oude denken zagen we vooral beren op de weg. We zeiden daarom vaak: dat kan niet, want dat is allemaal te spannend. Nu kijken we vooral naar wat wel kan of dat vragen zo gedraaid kunnen worden dat we wel informatie kunnen geven.”

Coldcasekalender

De moord op Marja Nijholt is één van de bijna 1.800 onopgeloste cold cases in Nederland. Nijholt werd op nieuwjaarsdag van 2013 dood aangetroffen op de oprit van een woning in Oss. Ze was door messteken om het leven gekomen. In de uren voor haar dood klampte ze tijdens Oud en Nieuw bang en bezorgd veel mensen aan in de Brabantse stad. Ze was op zoek naar een hotel, en zei te vrezen voor haar leven.

Ondanks een veelbelovend begin en veel media-aandacht liep het onderzoek dood en sloot de politie medio 2014 de zaak. In 2019 stond de zaak voorop de coldcasekalender, waarmee de politie opnieuw aandacht vraagt voor niet-opgehelderde misdrijven. De kalender hangt ook in gevangenissen, tbs-klinieken en bij de reclassering. Het leverde geen bruikbare tips op.

Een voordeel is dat Bureau Dupin het onderzoek helemaal opnieuw doet, „ongehinderd door kennis”, zegt De Kock. En ze zijn daarbij niet beperkt in capaciteit, zoals de politie „per definitie” is. De onderzoekers van bureau Dupin hoeven geen nieuwe zaken te onderzoeken, maar kunnen zich volledig op één zaak storten. „Daarmee heb je een veel langere adem dan de politie ooit kan hebben.” Als inspiratie noemt De Kock het onderzoekscollectief Bellingcat, dat nauw samenwerkte met het OM in het onderzoek naar de crash van vlucht MH17.

Uit gesprekken met de nabestaanden, die straks als podcasts uitgezonden worden, ziet De Kock al aanknopingspunten. „Wat mij opvalt is dat veel van de nabestaanden een ander beeld hebben over wat er nu in de laatste dagen van het leven van Marja Nijholt is gebeurd. En daar komen al heel veel vragen uit naar boven.” Bijvoorbeeld over de vindplaats van de rolkoffer die ze de laatste dag met zich meedroeg. „Dat zou een interessante vraag kunnen zijn voor politie en justitie: wat weten jullie daarvan?”

De Kock heeft twee zorgen. Als te veel burgers meedoen, bestaat de kans dat bureau Dupin verdrinkt in de informatie.

„Het kan heel goed sterven in schoonheid en aan zijn eigen succes ten onder gaan.” In de podcasts en op de website wil hij die informatiestroom richting geven. „We zeggen niet meteen: meld je maar aan. We gaan in die online menigte gericht op zoek naar expertise, bijvoorbeeld naar mensen die veel weten van auto’s als we die kennis nodig hebben om het onderzoek verder te brengen.”

Ethische kant

Een ander punt zijn de ethische kaders van deelnemers. „In een politie-organisatie heeft iedereen min of meer dezelfde ethische en zeker dezelfde juridische grenzen. De angst die ik heb, is dat straks mensen zich ermee gaan bemoeien die er anders over nadenken. Dat zou voor mij de stopknop zijn. Die grenzen moeten wij als Bureau Dupin gaan bewaken.”

De Kock, aangesteld als ‘professor of practice’ bij de datawetenschappendependance van de universiteiten van Tilburg en Eindhoven in Den Bosch, wil met het onderzoekscollectief kijken hoe burgers kunnen helpen met politie-onderzoek. „We hadden dat kunnen vatten in een paper, of academisch kunnen onderzoeken. Maar we hebben besloten om te ontdekken door het te doen. Het zou mooi zijn om de cold case op te lossen, maar het doel is om te kijken of een andere samenwerking tussen burgers en politie meerwaarde heeft. Of dat het gierend uit de bocht loopt. Dat kan natuurlijk ook.”

Arnout de Vries, onderzoeker bij de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) ziet dat burgers steeds vaker willen bijdragen aan politieonderzoek. “Soms is dat op initiatief van de politie zelf. Maar burgers zijn steeds vaker  hoger opgeleid en goed genetwerkt en beginnen met behulp van internet ook vaak zelf een onderzoek.” ‘Politieparticipatie’ noemt hij die nieuwe trend.

De Vries werkt op het moment aan een handleiding voor burgers die zelf willen leren rechercheren. “Bij de politie leeft steeds meer het idee dat je de burgerkennis ook kan benutten, mits het in goede banen worden geleid. Daarom gaan we nu goed uitleggen wat je zelf goed kan doen en wat je echt aan de politie moet overlaten.” Het internet afspeuren op zoek naar clues kunnen burgers best zelf, zegt De Vries. “Maar aan spioneren, of een verhoor waarbij iemand misschien druk voelt om een bekentenis te laten afleggen moet je niet beginnen.”

De Vries heeft wel vertrouwen in de samenwerking met Bureau Dupin. “Hier is de politie vanaf het begin bij betrokken. En de oprichter, Peter de Kock, is een oud-politieman. Die weet waar hij aan begint.”

Op de website van de politie staat:

Het betrekken van burgers bij opsporing is geen nieuw geluid, een concrete samenwerking van politie en OM in Oost-Brabant met een onderzoeksgroep wél. Dat doen we omdat we geloven dat burgeropsporing toegevoegde waarde heeft en bijdraagt aan vernieuwing en verbetering van het opsporingsproces. Zeker omdat burgers met hun kijk op een (doodlopende) zaak juist een ander licht kunnen werpen en daarmee tot mogelijk verrassende inzichten kunnen komen. Daarom zijn dit voorjaar verkennende gesprekken gevoerd met professor De Kock.

Het collectief genaamd Bureau Dupin (www.bureaudupin.org) heeft zich intussen via open bronnen ingelezen in de cold case en via politie en justitie met nabestaanden van Marja Nijholt gesproken. Op dit moment kijken we samen welke informatie politie en OM verder nog kunnen delen. Dat wordt getoetst via de landelijke aanwijzing opsporingscommunicatie en wet- en regelgeving. Dit valt onder verantwoordelijkheid van de officier van justitie. Daarbij is privacy uiteraard een belangrijk element.

“Wij investeren graag in vernieuwing in onze opsporing en zien daarbij zeker potentie in de wijze waarop burgers naar een bepaalde zaak kunnen kijken”, zegt Stan Duijf, hoofd regionale informatieorganisatie van de politie Oost-Brabant. “En juist die kracht van een collectief als Bureau Dupin willen we inzetten. Soms moet je paden durven te bewandelen waarvan je tevoren niet weet hoe die exact gaan lopen. Dat maakt onze samenwerking zo waardevol, met respect voor ieders belangen vol inzetten op de kwaliteit van opsporing.”

Peter de Kock voegt daaraan toe: ”Voor élke organisatie geldt dat de meeste expertise zich buiten de organisatie bevindt. Met dit experiment willen we onderzoeken in hoeverre we de expertise van de maatschappij kunnen gebruiken bij een cold case onderzoek. Dat reikt verder dan mensen vragen naar tips over deze zaak, het gaat ook over het betrekken van burgers met een expertise die voor het onderzoek relevant is.”

Bekijk hier het item van NOS

COLD CASENIEUWJAARSMOORD

Pedojagers: MadeGuys

Pedojagers lokken man naar ‘date met 12-jarig meisje’, passant schopt hem tegen het hoofd

Een groep zogenoemde ‘pedojagers’ uit Tilburg heeft een man naar een parkeerplaats in hun stad gelokt en hem vastgehouden totdat de politie kwam. De groep noemt zichzelf Madeguys. De mannen willen naar eigen zeggen zonder geweld pedofielen ‘arresteren’. Arnout de Vries, onderzoeker maatschappelijke veiligheid bij TNO, is kritisch op hun aanpak.

Een pedofiel opsporen, naar een openbare plek lokken en zonder geweld een ‘burgerarrestatie’ verrichten. Dat is wat de pedojagers van Madeguys uit Tilburg zeggen te doen. Jori is een van hen. Hij richtte de groep samen met drie vrienden op. Pedohunters Tilburg, noemen ze zichzelf ook wel. Ze vinden dat het rechtssysteem faalt. Pedofielen lopen te makkelijk vrij of weer vrij rond in Nederland, zeggen ze.

“We kregen informatie van iemand uit Breda over deze man”, verklaart Jori de actie van de pedojagers. “Hij zou daar al een keer veroordeeld en mishandeld zijn vanwege pedofiel gedrag. Nu zou hij dit in Tilburg doen. We hebben bewijs en alles. Screenshots van gesprekken met een meisje van 14 waar hij het over seks heeft en haar foto’s stuurt van zichzelf met zijn geslachtsdeel in zijn hand.”

Openbare plek
Jori en zijn vrienden legden contact met de man, deden zich voor als een 12-jarig meisje en spraken met hem af. Dit deden ze op een parkeerplaats bij winkelcentrum Westermarkt in Tilburg. “Bewust op zo’n openbare plek. Met camera’s en alles. Het is onze bedoeling om zo iemand te pakken zonder geweld. Als we iemand total loss zouden willen slaan, zouden we niet daar afspreken.”

De man confronteren en vervolgens vasthouden tot de politie komt. Dat was het plan. Maar toen een omstander vroeg waarom ze hem tegen de grond hielden, knapte er volgens Jori iets bij die man. “Hij begon te huilen en vertelde dat hij zelf ook seksueel misbruikt was. Hij heeft ‘m daarom tegen zijn kop geschopt.”

De pedojagers zouden de man die de schop gaf erop hebben gewezen dat ze geen geweld willen gebruiken. De politie heeft de omstander aangehouden. De man die Jori en zijn vrienden als pedofiel zien, is niet opgepakt.

“We zien steeds meer burgers die helpen in de opsporing. En het is op zich prima dat als burgers rare dingen op internet zien, ze informatie verzamelen, een dossier maken en aangifte doen. Wat niet oké is, is dat burgers ook tot vervolging overgaan”, meent De Vries.

De pedojagers deden zich voor als meisje van twaalf jaar. Ze spraken woensdagavond af bij een parkeerplaats bij winkelcentrum Westermarkt in Tilburg. Naar eigen zeggen wilden ze de man zonder geweld arresteren via een burgerarrestatie. Dat ging fout. Een omstander die hoorde wat de man gedaan zou hebben, schopte hem tegen zijn hoofd.

Herkenbaar op internet
Bovendien zetten de pedojagers beelden van de arrestatie op internet, waarbij de man herkenbaar was. “Zo’n man is beschadigd voor het leven, nog even los van de vraag of er daadwerkelijk wat aan de hand was. Hij staat voor de rest van zijn leven te boek als pedofiel”, zegt De Vries.

“Ik snap de motivatie van de burgers, je wilt niet dat er mensen aan je kinderen komen. Maar ze hadden beter het belastend beeldmateriaal en de chat die ze met de man hadden, kunnen inleveren bij de politie, zodat die in actie kon komen.”

Een burgerarrest is toegestaan als je iemand op heterdaad betrapt. De Vries: “Maar je mag geen geweld gebruiken. Ook zijn bij deze arrestatie te veel mensen betrokken.”

‘Smaad en laster’
De politie liet de man gaan, de omstander die hem getrapt had werd wel opgepakt. De pedojagers deden later aangifte op het politiebureau waarbij ze screenshots van een gesprek met een 14-jarige en ander materiaal aan de agenten gaven. Die doen onderzoek.

De Vries: “Als de man wel schuldig is aan pedoseksualiteit, is de kans groot dat hij een lagere straf krijgt, doordat de beelden op internet staan. En als hij niet schuldig is, kan hij de pedojagers aanklagen voor smaad en laster.”

Bekijk de uitzending van Omroep Brabant:

‘Spelen voor eigen rechter’
De politie bevestigt het verhaal over de arrestatie en de uitleg van de pedojagers. “Wij raden dit sterk af”, geeft een woordvoerder aan. “Er wordt al snel voor eigen rechter gespeeld. Dat merk je nu ook. Ook al is het een omstander die het heeft gedaan. De kans is gewoon groot dat er een strafbaar feit wordt gepleegd.”

Volgens de woordvoerder blijft het voorlopig alleen bij de aanhouding voor de mishandeling. “Ik ben echt ontzettend teleurgesteld”, zegt Jori. Hij en zijn vrienden zijn daarom naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen. Het bewijs en materiaal dat ze hebben verzameld, hebben ze aan agenten gegeven. “Ze gaan ernaar kijken”, zegt hij. “Op dat moment pleegde hij geen strafbaar feit en daarom werd hij niet opgepakt.”

Jori en zijn vrienden zijn niet de enigen die op pedofielen jagen. Er zijn steeds meer groepen die ze willen ontmaskeren. In Arnhem werden zaterdag vijf pedojagers en hun doelwit opgepakt. In Groesbeek en Zwolle ontstonden heksenjachten naar aanleiding van filmpjes die werden geplaatst van confrontaties.

Herijking in een digitaal tijdperk

Welke invloed heeft de digitalisering van de maatschappij op de gepercipieerde legitimiteit van de politie? In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt de effecten.  Deel 3: aanbevelingen voor het creëren van een nieuwe balans.

Nieuwe digitale technologieën en interactiemogelijkheden, zoals allerlei sociale media, veranderen de manier waarop burgers en politie met elkaar omgaan. Uitingen via deze nieuwe technologieën beïnvloeden de perceptie van burgers waardoor de legitimiteit van de politie regelmatig ter discussie wordt gesteld. Dit vormt een serieuze uitdaging, maar tegelijkertijd ook een nieuwe kans voor de politie om haar positie in de samenleving een nieuwe vorm te geven.

Slotartikel
Dit artikel is de laatste in een serie van drie over de legitimiteit van de politie en hoe deze als gevolg van digitalisering, opnieuw wordt geëvalueerd. In ons eerste artikel lieten we een nieuw model voor legitimiteitsvorming zien. Hierbij gingen we in op de invloed van sociale media op de individuele percepties van burgers. Deze percepties kunnen optellen tot een verschuiving in onze, doorgaans zeer positieve, collectieve perceptie van de politie in Nederland. In ons tweede artikel gingen we in op de rol van de politie zelf in dit proces en, met name, de invloed van digitale dienstverlening op de perceptie van legitimiteit. In dit slotartikel geven we een aantal aanbevelingen voor het creëren van een nieuwe balans, waardoor de politie haar legitimiteit kan behouden.

Aanbevelingen
Op dit moment is het onmogelijk om te voorspellen hoe die nieuwe balans over vijf of tien jaar eruit zal zien. Nieuwe digitale innovaties ontstaan voortdurend, maatschappelijke organisaties leren nieuwe manieren om aandacht voor hun agenda’s te werven en burgers ontwikkelen nieuwe ideeën over wat de politie in hun leven betekent. Al weten we niet waar dit allemaal op uit komt, het is wel mogelijk om het proces op een constructieve manier in te vullen: wat moet de politie doen in de zoektocht naar een nieuw balans met de gedigitaliseerde samenleving? Hier volgen drie aanbevelingen.

1. Van risico-mijden naar exploratief leren
Naast de basis politie app, is in de zomer van 2019 begonnen met een proef van de “Mijn onderzoek”-app, waarmee burgers die slachtoffer van diefstal zijn zelf onderzoek kunnen doen. Met de app kunnen zij bewijs verzamelen en aanbieden aan de politie, zoals getuigeninterviews, foto’s en camerabeelden, maar ook informatie van online bronnen. Het is natuurlijk zeer de vraag of het op deze manier verzamelde bewijs de werkelijke opsporing zal helpen, maar met dit experiment gaat de politie op zijn minst nuttige ervaring opdoen met het aansluiten van de kennis en betrokkenheid van burgers.

Voor- en nadelen
Daarnaast kan het burgers het gevoel dat zij met de politie samenwerken aan een veilige woonomgeving en inzicht geven in de complexiteit van opsporingswerk. Dit kan resulteren in een positievere houding ten aanzien van de politie. Uitkomsten van dit experiment zijn voor zo ver wij weten nog niet gepubliceerd. Er kleven ook mogelijke nadelen aan dit soort experimenten. Misschien wil een burger verder gaan dan bewijs verzamelen en ook vergelding zoeken.

Dit is deel 3 van een drieluik over digitalisering en legitimiteit.

Deel 1 Over sociale media en maatschappelijke verschuivingen

Deel 2 Over procedurele rechtvaardigheid bij elektronische dienstverlening

Snel ingrijpen
Misschien ontstaat er een achterdochtige sfeer in een wijk waar mensen elkaar met webcams bespioneren. Met de uitvoering van weloverwogen experimenten met applicaties, waarbij snel en zorgvuldig ingegrepen wordt bij ongewenste gevolgen, zal de politie veel leren over hoe digitale media wel en niet de verhouding met de burger verbetert.

2. Van taakgericht communiceren naar maatschappijgerichte samenwerken
Het is fijn als de politie zelf leert van de eigen ervaring met sociale media en het uitvoeren van experimenten, zoals hierboven beschreven, maar dat alleen is onvoldoende. Daarnaast moet een dialoog worden aangegaan om tot een nieuwe balans in de verhouding tussen politie en burger te komen. De politie kan haar ontwikkelingen en ervaringen op het gebied van digitalisering regelmatig delen, bijvoorbeeld via sociale media.

Alle partijen betrekken
Daar is ook een rol voor de zogenaamde validatie instituten, zoals de traditionele media, politici en vak experts, weggelegd om de veranderingen bij de politie openbaar te bespreken. De politie heeft een taak om deze partijen te betrekken in het veranderproces, zodat ze begrijpen hoe het proces verloopt en dat in een brede kader kunnen plaatsen. Dit helpt bij het vormen van het collectieve legitimiteitsoordeel, dat van levensbelang is voor de politie.

Luisteren
Dialoog is uiteraard tweerichtingsverkeer. Naast activiteiten om te laten horen wat de politie doet en leert, is er ook een taak om naar de burger te luisteren. Dat is niet eenvoudig gezien de verscheidenheid aan meningen in Nederland.  Sociale media bieden agenten de mogelijkheid om te luisteren naar burgers in hun wijk. Dat geldt voor normale tijden maar ook voor bijzondere tijden als de coronacrisis. Omdat het dan op straat wat rustiger is, is het belangrijk is om ook digitaal waakzaam en dienstbaar te zijn.

Gelijkwaardige samenwerking
Om de mate van samenwerking uit te drukken wordt vaak de participatieladder van Arnstein gebruikt (Arnstein, 1969). Deze ladder loopt van het zenden van informatie (zoals bijvoorbeeld Burgernet) naar, op het hoogste niveau, een geheel gelijkwaardige samenwerking waar burgers en politie elkaar versterken. Nederland gaat naar een steeds hoger niveau van samenwerking (Kerstholt, Huis in ’t Veld en De Vries, 2016). Dit is niet in de laatste plaats toe te schrijven aan het steeds vaardiger inzetten van sociale media waardoor burgers en politie elkaar makkelijker kunnen vinden en begrijpen.

3. Van vaste structuren naar strategische flexibiliteit
De veranderingen die gepaard gaan met de toenemende digitalisering van interacties tussen burger en politie vragen om significante organisatieveranderingen, zowel in termen van budgetten en departementale structuur als in de zachtere organisatiekenmerken als cultuur en waardering.

Continu proces
Strategische flexibiliteit is het vermogen om significante veranderingen in de buitenwereld te signaleren, middelen aan te wenden en onmiddellijk te handelen wanneer blijkt dat een andere koers moet worden gevaren (Shimizu & Hitt, 2004). Dit is niet iets dat eenmalig gebeurd maar is een continu proces van monitoren en proactief handelen. Het geldt bovendien niet alleen voor de hogere organisatieniveaus maar ook voor de gemiddelde agent op straat (Combe et al., 2012).

Snel reageren
Strategische flexibiliteit stelt medewerkers in staat om te weten wanneer zij van de organisatienormen af mogen stappen om unieke manieren te vinden om maatschappelijke waarde te creëren. De procesaanbeveling is dus dat de politie geld en middelen, waaronder ook kennis van digitaal handelen, op een flexibele manier inzet om snel te reageren op het voortschrijdende inzicht in de wensen en behoeftes van de gedigitaliseerde burger.

Slot
Samengevat, om het proces van herijken van de legitimiteit van de politie in het digitale tijdperk goed laten verlopen is een aantal processtappen van belang. Niemand heeft het eindbeeld in zicht maar door proactief te leren, nieuwe vormen van samenwerking te zoeken en open te staan voor experimenten en verandering kan de politie de perceptie van haar legitimiteit onder burgers hoog houden.

Arnstein, S. R. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of planners, 35(4), 216-224.
Combe, I.A., Rudd, J.M., Leeflang, P.S.H. andGreenley, G.E. (2012). Antecedents to strategic flexibility: management cognition, firm resources and strategic options. European Journal of Marketing, 46, 1320–1339.
Kerstholt, J.H., De Vries, A., Huis in ‘t Veld, M., Mente, R. (2016). Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14).
Shimizu, K. and Hitt, M.A. (2004). Strategic flexibility: organizational preparedness to reverse ineffective strategic decisions. Academy of Management Review, 18, 44–59.

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Over procedurele rechtvaardigheid bij elektronische dienstverlening – pt 2/3

Digitalisering beïnvloedt de perceptie van de legitimiteit van de politie in de samenleving. In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt deze effecten. Deel 2 over de invloed van elektronische diensten.

Nieuwe technologieën en interactiemogelijkheden veranderen de manier waarop burgers en politie met elkaar omgaan. Denk bijvoorbeeld aan contact met de wijkagent via sociale media of elektronisch aangifte doen. Deze vorm van contact wordt vaak als positief gezien. Zoals bijvoorbeeld de Teteringse wijkagent Willem Janssen: “Het digitale spreekuur is ideaal om snel en makkelijk in contact te komen met de inwoners van Teteringen en de diverse bedrijven op de industrieterreinen in Breda-Noord. Met behulp van de eigen pc/tablet (met webcam) kan vanaf iedere locatie rechtstreeks met mij gesproken worden. Ik hoop met deze extra service ook de forensen in het gebied, die fysiek niet het spreekuur bij kunnen wonen, te bereiken.” De wijkagent beschikt zelf ook over een webcam en is tijdens het gesprek in beeld.[1]

Perceptie
In het eerste artikel zagen we hoe de perceptie van de handelswijzen en rol van de politie een wisselwerking is tussen het collectieve beeld van legitimiteit op macroniveau en, op microniveau, de individuele meningen die via sociale media worden geuit. Deze individuele meningen kunnen de perceptie van een groot aantal mensen, en daarmee het collectieve beeld, (negatief) beïnvloeden.  De kernvraag van dit artikel is hoe de politie via elektronische diensten de perceptie van legitimiteit op een positieve manier kan beïnvloeden.

Gebruikersvriendelijkheid
De politie staat uiteraard niet stil wat betreft digitalisering. Tijdrovende fysieke handelingen worden, waar mogelijk, vervangen door digitale dienstverlening. In veel onderzoek naar de effecten van digitale dienstverlening staan vooral de efficiency en de gebruiksvriendelijkheid van het systeem centraal (Meijer & Thaens, 2010). Over het algemeen blijkt uit dat onderzoek dat naarmate de dienst gebruiksvriendelijker is en de gebruiker ook het nut van de dienst inziet, het vaker wordt gebruikt.

Toename transparantie
Daarnaast is een voordeel van digitale diensten dat burgers op een toegankelijke wijze inzicht kunnen krijgen in het functioneren van de organisatie via bijvoorbeeld informatie over beleid, beslissingen en acties. Transparantie alleen leidt echter niet persé tot meer legitimiteit. Zoals het model van gepercipieerde legitimiteit uit het eerste artikel laat zien, wordt de evaluatie van burgers gevoed door wat ze zelf zien en meemaken. Ook bij een interactie tussen burger en politie via een digitaal loket, is het van belang dat de burgers het gevoel hebben dat zij respectvol worden behandeld.

Procedurele rechtvaardigheid
De gepercipieerde legitimiteit van de politie is een belangrijke voorwaarde voor effectief politiewerk en wordt geassocieerd met effectiviteit, tevredenheid en vertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit (Walters & Bolger, 2019). Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers blijkt belangrijker dan de objectieve resultaten.

Vier principes
Procedurele rechtvaardigheid bestaat uit vier principes: burgers een stem geven door het aanmoedigen van hun participatie, het gevoel geven dat besluitvorming neutraal verloopt, het tonen van waardigheid en respect in de interactie en het laten zien dat motieven betrouwbaar zijn (Mazerolle et al., 2013). Wanneer burgers menen dat de politie volgens deze vier principes te werk gaan dan zullen zij de politie meer zien als een betrouwbare en legitieme instantie voor het handhaven van sociale veiligheid.

Openheid
De perceptie van procedurele rechtvaardigheid is dus een belangrijke factor voor het vergroten van legitimiteit en het zou daarom goed zijn als de politie via digitale kanalen haar procedurele rechtvaardigheid meer zou benadrukken. Zo zou je bijvoorbeeld openheid kunnen geven over besluitvormingsprocessen, evaluaties van burgers ten aanzien van dienstverlening weer kunnen geven, of cijfers laten zien over hoeveel online klachten/aangiften/tips/et cetera er zijn binnengekomen (en behandeld).

Presentatie en perceptie
De perceptie die men van een organisatie heeft is niet per se een waarheidsgetrouwe afspiegeling te zijn van de werkelijkheid. Mensen vormen zich een beeld op basis van eigen ervaringen of dat van anderen en ook hoe de organisatie zich presenteert. De manier waarop de politie zich via digitale diensten presenteert, blijkt inderdaad van belang voor de gepercipieerde legitimiteit (Sillince & Brown, 2009).

Aangescherpte identiteit
Door zorgvuldig je narratief op te bouwen kun je de gepercipieerde legitimiteit beïnvloeden, zoals door doelbewust taal te gebruiken die de positie van de politie benadrukt als lid van, of juist apart van, de leefgemeenschap. Dit is een belangrijke manier om onderliggende waarden te communiceren en actief deel te nemen in het proces dat leidt tot een aangescherpte identiteit.

Burgers betrekken
Om elektronische dienstverlening optimaal te benutten voor het vergroten van legitimiteit is het van belang om actief na te denken hoe de vier aspecten van procedurele rechtvaardigheid tot uiting komen en voortdurend te toetsen of burgers de effecten ook beleven zoals bedoeld. Door burgers mee te laten denken in het gehele ontwerptraject kunnen niet alleen innovatieve ideeën worden opgedaan, maar is de kans ook groter dat het uiteindelijke product aansluit bij hun waarden en behoeften.

Dit is deel 2 van een drieluik over digitalisering en legitimiteit.

Deel 1 Over sociale media en maatschappelijke verschuivingen

Leren van de zorg
Partijen in de zorg proberen steeds meer tegemoet te komen aan de mondigere burger en nieuwe mogelijkheid van de patiënt om aan informatie over ziekte en gezondheid te komen. ICT-innovaties helpen om de burger/patiënt centraal te stellen in het zorgproces, via bijvoorbeeld verschillende platformen. Voorbeelden hiervan zijn de personal health records (PHR’s) waarin patiënten zorgdata kunnen opslaan, artsen hun data kunnen uploaden en er vaak ook de mogelijkheden geboden wordt om zelf preventieve maatregelingen te treffen door middel van eHealth. Een burger kan zo zelf metingen bijhouden over zijn of haar gezondheid, makkelijk contact opnemen met een arts en zelf beschikken over de informatie van deze arts; ook zijn er vele apps die de gezondheid ondersteunen.

Mazerolle, L., Bennett, S., Davis, J., Sargeant, E., & Manning, M. (2013). Procedural justice and police legitimacy: A systematic review of the research evidence. Journal of experimental criminology, 9(3), 245-274.
Meijer, A., & Thaens, M. (2010). Alignment 2.0: Strategic use of new internet technologies in government. Government Information Quarterly, 27(2), 113-121.
Sillince, J. A., & Brown, A. D. (2009). Multiple organizational identities and legitimacy: The rhetoric of police websites. Human Relations, 62(12), 1829-1856.
Walters, G. D., & Bolger, P. C. (2019). Procedural justice perceptions, legitimacy beliefs, and compliance with the law: A meta-analysis. Journal of experimental Criminology, 15(3), 341-372.

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Over social media en maatschappelijke verschuivingen – pt 1/3

Welke invloed heeft de digitalisering van de maatschappij op de gepercipieerde legitimiteit van de politie? In een drieluik analyseren David Langley, José Kerstholt, Arnout de Vries en Caroline van der Weerdt de uitwerking van verschillende aspecten van digitalisering.  Deel 1: social media en maatschappelijke verschuivingen.

De wereldwijde aandacht voor het optreden van de politie bij de aanhouding van George Floyd uit Minneapolis heeft de legitimiteit van de Amerikaanse politie serieuze schade toegebracht. Een agent knielde bijna negen minuten lang op Floyd’s nek met dood als gevolg. Aandacht voor deze zaak kwam in de eerste instantie niet via traditionele media, maar via filmpjes van burgers die via sociale media werden gedeeld. Het beeld van geïnstitutionaliseerd racisme en arbitrair machtsmisbruik werd gelijk breed gedeeld, mede omdat het één van een lange reeks soortgelijke incidenten in de VS is.

Mitch Henriquez
Ook in Nederland protesteerden na de dood van George Floyd mensen op het Malieveld in Den Haag en in andere steden. Meerdere betogers legden een relatie met de dood van de Arubaan Mitch Henriquez in 2015 nadat de politie hem lange tijd in een nekklem hield. Ook toen circuleerde een filmpje op sociale media en ontstond er veel maatschappelijk ophef. Die beelden krijgen bij een eventueel nieuw incident snel weer aandacht en vormen een optelsom van bewijs dat ook onze politie haar macht ver te buiten kan gaan. Deze incidenten laten zien dat nieuwe technologieën en interactiemogelijkheden de manier waarop burgers en organisaties met elkaar omgaan drastisch kan veranderen.

Herijking na incident
Legitimiteit is de algemene perceptie of aanname dat de activiteiten van, in dit geval, de politie wenselijk, passend of geschikt zijn (Suchman, 1995). De Nederlandse politie geniet over het algemeen een bijzonder hoge legitimiteit (van der Veer, et al., 2013). Daar denken de meeste mensen in hun dagelijks leven niet over na, maar zij dragen deze positieve perceptie op impliciete wijze met zich mee. Totdat een incident zich voordoet – zoals in de voorbeelden hierboven – en er een proces van expliciete herevaluatie plaatsvindt. Het herijken van de legitimiteit van een organisatie vindt plaats op twee verschillende niveaus (Bitektine & Haack, 2015).

Figuur 1. Model van hoe de gepercipieerde legitimiteit van een organisatie ontstaat uit een wisselwerking tussen het maatschappelijke macroniveau en het individuele microniveau (ontleend aan Bitektine & Haack, 2015). De vetgedrukte lijnen laten zien hoe burgers’ percepties van een organisatie (zoals de politie) opnieuw geëvalueerd worden en, wanneer die meningen afwijken van het collectieve oordeel, ze  actie nemen en meningen uiten, bijvoorbeeld via sociale media. Wanneer genoeg burgers dit doen, worden kranten, experts en politici beïnvloed en kan het collectieve oordeel worden bijgesteld.

Individuele oordelen
Op het collectieve macroniveau van de samenleving wordt de legitimiteit van de politie gezien als een vorm van validiteit. Dat betekent dat er een mening ontstaat die gedeeld wordt door de meerderheid van partijen die worden gezien als erkende autoriteiten zoals politici, journalisten en vakexperts. Op het individuele microniveau is de perceptie van legitimiteit een kwestie van individuele oordelen. Deze oordelen kunnen op zeer uiteenlopende gedachten zijn gebaseerd – de ene persoon gaat uit van een eigen ervaring met de politie, de andere van het algehele gevoel van veiligheid, en weer een andere van de opvatting hoe het nu is ten opzichte van vroeger.

Maatschappelijke verschuiving
In de gedigitaliseerde samenleving verdient dit laatste niveau – de rol van individuele uitingen van persoonlijke oordelen – bijzondere aandacht. Wanneer namelijk genoeg mensen een mening uiten die afwijkt van het collectieve validiteitsbeeld, kan er een maatschappelijke verschuiving optreden. Vroeger was het zeer lastig om voldoende uitingen, van bijvoorbeeld onvrede over de politie, bij elkaar te krijgen – zoals tijdens een protestmars op de Dam. Tegenwoordig is het juist bijzonder makkelijk voor duizenden individuen tegelijk om onvrede te uiten, waardoor organisaties die het betreffen in een lastig parket terecht kunnen komen (Broek, Langley & Hornig, 2017). Daarnaast gaat die onvrede doorgaans gepaard met veel tegengeluid en verontwaardiging, zoals ook wordt geïllustreerd in de zaken van George Floyd en Mitch Henriquez.

Nieuwe kansen
Een sterke legitimiteitsperceptie is dus een behoorlijke uitdaging in een digitale samenleving. Om legitimiteit te handhaven of te verbeteren moet de politie zich daarom mengen in de online discussies, of het nu om onvrede of lof gaat. Daarbij kan het gaan om reacties als het geven van openheid, het tonen van begrip of het in perspectief plaatsen van specifieke gevallen. De digitale media kennen vele innovaties, waardoor het speelveld en de spelregels voortdurend veranderen. Dit biedt nieuwe kansen, zoals de mogelijkheid om meer transparantie te geven en meer betrokkenheid van burgers te stimuleren. Maar het biedt ook nieuwe uitdagingen, zoals het aanleren van vaardigheden om als organisatie en als individuele agenten de nieuwe digitale media op een coherente wijze in te zetten.

Opnieuw uitvinden van rol
De overkoepelende les van bovenstaande is dat communicatie in de digitale samenleving dusdanig is veranderd dat allerlei organisaties – de politie niet uitgezonderd – de eigen rol en relatie tot burgers opnieuw moeten uitvinden. De onderlinge verbondenheid van de maatschappij zorgt er steeds vaker voor dat de handelwijzen en rol van de politie ter discussie worden gesteld. Dit vraagt meer dan een kleine aanpassing als een sociale media cursus. Het voortdurend herzien en verbeteren van de relatie met de burgers is niet eenvoudig, zeker gezien de verdeeldheid van de samenleving rondom maatschappelijke discussies, zoals die over zwarte piet. Het houdt een structurele aanpassing in van hoe de politie in verhouding staat tot burgers die vandaag de dag een zeer hoge mate van verbondenheid en zelfbepaling genieten.

Slacktivisme bedreigt bestaansrecht organisaties
Dat consumenten via sociale media een koersbepalende beweging op kunnen zetten, heeft ook het bedrijfsleven in de afgelopen jaren moeten onderkennen. Online kan iedereen namelijk activist worden vanuit de luie stoel (daarom ook wel “slacktivisme” genoemd; “slack” is lui). Eén van de eerste voorbeelden hiervan was de campagne van Greenpeace in 2010 tegen de bouw van twee kolencentrales in de Eemshaven. Via de website keken tientallen duizenden Nederlanders naar nepreclames van Nuon en Essent die de milieuprestaties van deze energiebedrijven aan de kaak stelden. Met één klik konden de slacktivisten boze e-mails versturen naar de hoofdkantoren.
Al snel gingen de desbetreffende bedrijven hun plannen herzien, onder andere door een “constructieve dialoog” met milieuorganisaties. En het idee van ING uit 2014 om klantdata commercieel in te gaan zetten kon meteen weer in de ijskast toen massa’s mensen hier online op reageerden. Protestorganisaties zoals ‘petities.nl’ worden slimmer en weten steeds beter de macht van de massa te verzamelen en te richten. Ondanks het feit dat het bedrijfsleven een ander perspectief op legitimiteit kent, vooral bepaald door vraag en aanbod, wordt er flink geworsteld met de omgang met het online publiek dat het bestaansrecht van een organisatie danig aan kan tasten.

Prof. dr. José Kerstholt is senior onderzoeker maatschappelijke veiligheid bij TNO en Universiteit Twente.
Ir. A. de Vries is senior onderzoeker maatschappelijke veiligheid bij TNO.
Drs C.A. van der Weerdt is senior consultant consumer behaviour bij TNO.
Prof. dr. ir. David J. Langley is senior onderzoeker bij TNO en hoogleraar Internet, Innovatie en Strategie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Referenties
Bitektine, A., & Haack, P. (2015). The “macro” and the “micro” of legitimacy: Toward a multilevel theory of the legitimacy process. Academy of Management Review, 40(1), 49-75.
Broek, T., van den Langley, D., & Hornig, T. (2017). The effect of online protests and firm responses on shareholder and consumer evaluation. Journal of Business Ethics, 146(2), 279-294.
Suchman, M. C. (1995). Managing legitimacy: Strategic and institutional approaches. Academy of Management Review, 20: 571–610.
Veer, L., van der, Sluis, A., van, Walle, S. van de, & Ringeling, A. (2013). Vertrouwen in de politie. Trends en verklaringen. Erasmus Universiteit Rotterdam. https://www.regioburgemeesters.nl/publish/pages/216/2013_07_vertrouwen_in_de_politie_trends_en_verklaringen_-_erasmus_univ.pdf

Bron: Tijdschrift voor de Politie

Special over de moord op Patrick en de aanpak van cold cases

In een twee uur durende special blikt deze radio uitzending met podcastmaker Sanne Boer terug op het onderzoek naar de moord op Patrick van der Bolt, en zijn gasten aan het woord over de aanpak van cold cases en behandelt het item prangende vragen van luisteraars. Onder andere over de rol van DNA-onderzoek, hoe coldcaseteams te werk gaan en welke rol het publiek kan spelen bij het oplossen van oude moordzaken.

Sanne Boer: is twintig jaar onderzoeksjournalist bij Argos, met als specialisatie justitie en zorg. Ze is de bedenker en de maker van de podcastserie De Moord op Patrick.

Ron van der Bolt: nabestaande, hij is de broer van de vermoorde Patrick van der Bolt.

René Bergwerff: is de leider van het coldcaseteam van de politie-eenheid Rotterdam.

Carina van Leeuwen: is forensisch rechercheur bij het coldcaseteam Amsterdam en auteur van thrillers.

Arnout de Vries: is deskundige op het gebied van opsporing, intelligence, burgerparticipatie en social media bij TNO.

Peter van Koppen: is hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en aan de Universiteit Maastricht. Hij treedt ook op als getuige-deskundige bij ernstige strafzaken.

Meer weten? Ga naar vpro.nl/patrickspecial voor meer achtergronden.


Bron: NPO Radio 1

De burger als collega: Cocreatie in liquidatieonderzoeken

De politie ziet de betrokkenheid van burgers bij de opsporing als noodzakelijk om de slagkracht van de politie te vergroten. Daarbij wil zij de burger inzetten als opsporingsmedewerker en hiermee toewerken naar een intensieve vorm van burgerparticipatie: cocreatie. Bij deze samenwerkingsvorm formuleren politie en burger een gezamenlijke probleemdefinitie en werken ze vervolgens samen aan een oplossing welke meerwaarde heeft voor beide partijen (Bekkers & Meijer, 2010; Centrum Versterking Opsporing, 2011; Van der Hoeven, 2011 in Kop 2012:34). Naast de mogelijkheid om op deze wijze de kennis, kunde en creativiteit van burgers in te zetten in opsporingsonderzoeken, wordt de politie ook gedwongen om de samenwerking met burgers op te zoeken aangezien burgers steeds meer mogelijkheden hebben om zelf op te sporen en hier ook gebruik van maken (De Vries, 2018).

Eenheid Amsterdam is regelmatig belast met liquidatieonderzoeken en vraagt zich of cocreatie met burgers ook geschikt is voor dit type onderzoeken en op welke wijze. Want hoewel de politie de ambitie heeft uitgesproken om te cocreëren met burgers, wordt niet toegelicht hoe dit vervolgens gedaan kan worden.

In deze scriptie is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor cocreatie met burgers in liquidatieonderzoeken. Hierbij is gekeken naar de huidige inzet van burgers in dit type onderzoeken, eerdere vormen van cocreatie met burgers in andere opsporingsonderzoeken en de toegevoegde waarde, voorwaarden en knelpunten van cocreatie met burgers in dit type onderzoeken. De onderzoeksvragen zijn beantwoord middels een literatuurstudie gecombineerd met interviews met teamleiders van liquidatieonderzoeken, een rechercheofficier, experts op het gebied van burgerparticipatie bij de politie en coördinatoren van heimelijke opsporingsmethoden met burgers.

Uit de resultaten is gebleken dat de gevaarzetting in liquidatieonderzoeken een belangrijke al dan niet bepalende rol speelt in hoe samenwerkingen tussen burgers en politie in liquidatieonderzoeken eruit kunnen zien. De politie ervaart dat burgers bang zijn voor represailles uit de kring van de verdachte(n) en daarom niet met de politie willen praten. Ook OM en politie zien een risico dat verdachten burgers die een noemenswaardige bijdrage leveren aan een liquidatieonderzoek, niet met rust zullen laten.

Zolang de criminele samenwerkingsverbanden (CSV’s) niet weten welke burgers samenwerken met de politie in liquidatieonderzoeken kunnen de kansen op represailles verkleind worden alsmede de angst van burgers hiervoor. Oplossingen voor het waarborgen van de anonimiteit van burgers liggen in samenwerkingsvormen die niet in het procesdossier terecht komen en daarmee niet op zitting besproken hoeven te worden. Hoewel de mogelijkheid van afscherming van informatie en identiteit bestaat kunnen politie en OM deze afscherming niet garanderen aangezien de rechtspraak hierover gaat.

Mogelijkheden voor vormen van cocreatie in liquidatieonderzoeken waarbij burgers anoniem kunnen blijven en hun bijdrage niet hoeven te verantwoorden op zitting liggen in :
– (online) brainstormsessies waarbij burgers en politie samen opsporingsstrategieën, hypothesen en scenario’s ontwikkelen.
– een samenwerking met (groepen) burgers die specifieke kennis of kunde bezitten die ze kunnen uitleren aan de politie of samen met de politie kan inzetten. De politie kan zo op eigen titel een proces-verbaal maken en hierover verantwoording afleggen.
– een proactieve samenwerking met burgers door samen met hen barrièremodellen gericht op de liquidatieproblematiek te ontwikkelen en burgert bewust maken van signalen die wijzen op liquidatieproblematiek.

Het aspect van een gelijkwaardige samenwerking kan gewaarborgd worden door de inbreng van alle actoren op gelijke wijze te handelen en mee te laten wegen. Dit kan door elkaar te controleren op inhoud maar eventueel ook door een screening of opstellen van een convenant zodat het wantrouwen richting burgers ten opzichte van contrastrategieën of onbetrouwbare informatie verkleind kan worden. De toegevoegde waarde voor politie en burgers en daarmee de wederzijdse afhankelijkheid wordt op basis van de theorie en enkele ervaringen verwacht maar dient verder onderzocht en in de toekomst getoetst te worden.

[slideshare id=238425419&doc=deburgeralscollega-200909071523&type=d]

Bron: Politieacademie.nl/burgerparticipatie

Waarom de politie moeilijk vat krijgt op reljongeren: ‘Veel speelt zich online af in besloten groepen’

Met alle technische mogelijkheden zou je misschien verwachten dat het voor de politie een eitje moet zijn om reljongeren online in de gaten te houden en te voorkomen dat het misgaat. Toch is dat niet zo. “Er gebeurt veel in besloten groepen.”

In de Schilderswijk in Den Haag en in de wijken Overvecht, Kanaleneiland en Zuilen in Utrecht kwam het deze maand meerdere keren tot geweld tussen relschoppers en de politie. Er werden tientallen arrestaties gedaan en relschoppers kregen gebiedsverboden. De politie krijgt er maar moeilijk vat op en dat heeft meerdere oorzaken.

‘Heftiger geworden’

Jongerenwerker Joselito Hasselnook ziet een toename van oproepen tot rellen via social media. “Het afgelopen halfjaar is het echt heftiger geworden. Rivaliserende wijken jutten elkaar op met video’s. Ze zeggen dat ze naar een andere stad komen en laten daar soms wapens bij zien. ‘Zorg dat je klaar staat’, zeggen ze erbij.”

Joselito Hasselnook, jongerenwerker

Joselito Hasselnook, jongerenwerker, Bron: EenVandaag

Joselito heeft een goede band met de jongeren en ze laten hem geregeld van dit soort video’s zien. “Het is echt steeds gekker aan het worden”, zegt hij. Hij werkt in Apeldoorn. De problemen zijn daar niet zo ernstig als in de Randstad, maar hij is bang dat de trend wel overwaait naar andere gebieden.

Afhankelijk van tips

Onderzoeker maatschappelijke veiligheid Arnout de Vries van TNO ziet dat het lastiger is geworden voor de politie om deze groepen jongeren in de gaten te houden. “Er gebeurt veel in beslotenheid op Instagram, Telegram en Snapchat. Vergeet ook niet online games waar ze elkaar ontmoeten. Allemaal besloten groepen waar de politie geen zicht op kan krijgen.”

Infiltreren in zo’n groep gebeurt maar sporadisch. Alleen als er sterke vermoedens zijn, niet bij elke mogelijke rel. “Ze zijn echt afhankelijk van tips van burgers die dit soort oproepen op social media voorbij zien komen. Het nadeel daarvan is dat het dan vaak al te laat is.” De nieuwe privacywetgeving en socialmediaplatforms die hun gebruikers willen beschermen, maken het de politie niet makkelijker. “Facebook grijpt in als ze berichten zien over terrorisme of kinderporno’ maar op dit gebied nog niet”, zegt De Vries.

Meer mogelijkheden

Om sociale media in de gaten te houden, heeft de politie nu twintig digitale wijkagenten in dienst. Burgemeester Peter den Oudsten van Utrecht wil websites en sociale media waarop wordt opgeroepen tot rellen, sneller uit de lucht kunnen halen.

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen

Burgemeester Den Oudsten tijdens een overleg over de rellen, Bron: ANP

Volgens De Vries is het belangrijk te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om online in te grijpen. “Een burgemeester kan gebieden afsluiten en mensen verwijderen, dat zou online ook moeten kunnen.”

Blijven praten

Jongerenwerker Hasselnook zegt: “Het is belangrijk dat ik blijf praten met de jongeren om op de hoogte te blijven van wat er online speelt. Als het echt uit de hand dreigt te lopen, kan ik de politie waarschuwen. Dat zeg ik ook tegen de jongeren als ik zoiets zie. Hoewel we een goede band hebben, moet ik het dan doorgeven. Dat is soms best een struggle.”

Bronnen: EenVandaag, EenVandaag, Nieuwsuur, AD

Evaluatie Coldcase Hackathon

Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers

Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.

Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.

Doelstelling

In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.

Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.

Onderzoeksrapport

Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.

Lees het of download het rapport via onderstaande link:

[slideshare id=238231040&doc=lamkop2020evaluatiecoldcasehackathon201908271-200825125826&type=d]

FASTNL Hackathon: hulp van burgers en private partijen bij de opsporing

Eind 2018 beleefde ‘Truth in a post-truth world’ zijn wereldpremière op de IDFA. Deze prijswinnende documentaire gaat over Bellingcat, een internationaal burgerjournalistiek netwerk, dat met
slimme online zoektechnieken én door inzet van de ‘wisdom of the crowd’ al voor verschillende baanbrekende onthullingen heeft gezorgd. Dit internationale platform voor burger-onderzoeksjournalistiek is vaak sneller en nauwkeuriger dan de officiële instanties. Het collectief onderzoekt via internet, sociale media en andere online kanalen complexe aanvallen en controversiële incidenten wereldwijd, zoals het neerhalen van de MH17 boven de Oekraïne en de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal.

Geïnspireerd door deze documentaire organiseerde BlueM, een innovatieve beweging binnen de politie, op 24 januari 2019 een masterclass met Eliot Higgins, de oprichter van Bellingcat. Deze
masterclass kreeg een half jaar later een vervolg in de vorm van de Coldcase Hackathon, waarbij 100 Osint (Open Source Intelligence) -experts van binnen en buiten de politie aan de slag gingen
met coldcases, vermissingen en voortvluchtigen. Vooral het opsporen van voortvluchtigen bleek zich goed te lenen voor publiek-private samenwerking.

Daarom werd op dinsdag 21 januari 2020, op de militaire kazerne in Wezep, een 2de hackathon georganiseerd waarbij de opsporing van voortvluchtigen centraal stond. Dit was een gezamenlijk
initiatief van BlueM en het Fugitive Active Search Team Nederland (FASTNL) van de Dienst Landelijke Recherche (DLR). Er werd specifiek gezocht naar voortvluchtige personen die onherroepelijk veroor- deeld zijn en nog minimaal 300 dagen celstraf open hebben staan.

Het doel van de hackathon was om te onderzoeken in hoeverre publiek-private samenwerking bijdraagt aan het rendement van de opsporing. 86 Osint-deskundigen van binnen en buiten de politie beten zich tijdens deze hackathon vast in 85 zaken die door FASTNL werden aangeleverd. Deze manier van samenwerken is te zien als een experiment op het gebied van burgerparticipatie bij de opsporing. De politie wil leren en verbeteren en is blij met deze betrokkenheid van de Politieacademie.

Evaluatie FASTNL Hackathon (Lam & Kop, 2020)

[slideshare id=238231179&doc=lamkop2020fastnlhackathon20200121-200825130609&type=d]

Het is de hoop dat het resultaat van de hackathon bijdraagt aan het nog meer betrekken van burgers en private partijen bij de opsporing. De evaluatie laat er geen misverstand over bestaan; met gedegen open bronnen onderzoek kunnen we gesignaleerden traceren en aanhouden. Deel deze kennis en ervaring en doe mee met opsporingsmogelijkheden waar dat kan!