Geen spoed, wel WhatsApp

400politie-whatsapp

Vanaf vorige?week?is het in de politie eenheid Zeeland-West-Brabant mogelijk om via WhatsApp vragen te stellen of meldingen te doen. Het Politie WhatsApp nummer 06 – 52 52 83 36 is geopend?in het bureau in Roosendaal?waar?Sectorhoofd Wiebe Leverman met het eerste bericht de WhatsApp meldapplicatie. De pilot loopt alleen in de eenheid Zeeland-West-Brabant en niet bij andere politie eenheden in Nederland. Het is ook niet hetzelfde als Buurtpreventie WhatsApp, maar een nieuw kanaal om te melden richting politie.

De politie biedt meerdere manieren om meldingen te doen. Via internet, telefoon en aan het bureau kon al gemeld worden. Deze manieren blijven. Nu komt daar deze manier bij. Het is een proef van 18 maart tot 30 juni. Daarna gaat de politie Zeeland-West-Brabant evalueren of het een goed kanaal is voor meldingen en wordt gekeken of het moet worden doorgezet.

De burger stuurt via telefoonnummer 06 – 52 52 83 36 een WhatsAppbericht met zijn melding. Dat kan zijn over overlast, afspraken, aanrijding materieel, zorgmeldingen etc. De politiemedewerker neemt contact op met melder. In principe eerst via WhatsApp, maar terugbellen of eventueel mailen is ook een optie. De melding wordt zoals gewoonlijk opgenomen in de politiesystemen.

De berichten worden uitgelezen van 07.00 uur tot 22.00 uur, 7 dagen in de week. Het is dus niet bedoeld voor 112 spoedmeldingen.

Uit deze pilot zal moeten blijken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Voordelen zijn natuurlijk dat het aansluit op een groeiende behoefte. Er zijn al 10 miljoen WhatsApp gebruikers in Nederland en zeker onder de jongere generatie is bellen geen tweede natuur meer. SOS Wat doe jij? is zelfs een campagne en app voor jongeren om te leren 112 te bellen.

Een ander groot voordeel is dat in tegenstelling tot andere social media er een telefoonnummer bekend is. Na een app-melding kan er dus altijd nog (terug)gebeld worden. Dat mechanisme zal ook het misbruik wat tegengaan. Als de politie je kan terugbellen of je met je telefoonnummer opsporen

De vraag is echter hoe burgers dit nummer in WhatsApp gaan gebruiken. Als het nummer ineens onderdeel wordt van een WhatsApp buurtgroep krijgt de politie wel erg veel meldingen binnen. De politie zal dus wel enige regie moeten voeren en burgers duidelijk maken hoe om te gaan met het nieuwe kanaal.

Nadelen zitten dus in de hoek van verwachtingsmanagement (hoe snel reageert men, neemt men alle meldingen wel in behandeling?) en wetgeving. Met name privacywetging komt in het geding omdat WhatsApp meldingen voordat ze naar de politie gaan eerst langs computersyststemen in de VS gaan (van WhatsApp en de uiteindelijke eigenaar Facebook). Als je dus gevoelige zaken wilt melden, hoe zit het dan? Hoe zit het met de wet politiegegevens? En er zijn mogelijk vreemde consequenties, zoals reclame in Facebook en zometeen WhatsApp die gebaseerd is op de inhoud van je meldingen.?Kortom, nog genoeg vragen om te onderzoeken, en daar is een pilot ook voor. Het is een mooie eerste stap van de analoge wereld van bellen naar digitaal melden middels data.

Bekijk hieronder het item van RTL Editie NL erover:

Gemeenten

Met?een aantal gemeenten konden burgers ook al contact opnemen via WhatsApp.?Appcare, de nieuwe naam voor webcare via WhatsApp, is hot.?Uit een?jaarlijkse onderzoek naar sociale media en gemeenten blijkt dat 11 procent van de 393 gemeenten WhatsApp gebruikt als extern communicatiekanaal. Met zo’n?10 miljoen?Nederlandse gebruikers is het eigenlijk gek dat WhatsApp niet eerder voet aan de grond kreeg bij de overheid. Iedereen kent en gebruikt het.

Zowel Terneuzen als Lelystad geven aan dagelijks ongeveer 5 ? 10 gesprekken via WhatsApp te voeren. De vragen verschillen volgens hen niet heel erg van die van andere kanalen als telefoon, Twitter of Facebook. Veruit de meeste vragen zijn eenvoudige vragen (openingstijden, aanvraag paspoorten & huwelijken) en door het Klant Contact Centrum (KCC) of Burgerzaken prima te beantwoorden.

De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook. Daar willen andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. Dat het medium niet alleen voor jongeren is, blijkt uit de leeftijdsverdeling van WhatsAppcontacten van de gemeente Terneuzen. Zo appten zij ook al eens met iemand van 80 jaar.

Ervaringen bij WhatsApp als webcarekanaal gemeenten

Van Groningen tot…

Inwoners van Groningen kunnen bijvoorbeeld?via de populaire berichtendienst vragen stellen aan de gemeente.

Wethouder dienstverlening Ton Schroor: ?We willen aansluiten bij de communicatiekanalen die inwoners zelf al gebruiken. En omdat veel mensen al whatsappen, is het een heel laagdrempelige en makkelijke manier om met de gemeente in contact te komen.?

Gesprekken via WhatsApp worden ervaren als persoonlijk, omdat het een ??n-op-??n contact is, in tegenstelling tot Twitter en Facebook, aldus de gemeente. De ervaring van de gemeenten die al met WhatsApp werken is zeer positief, de klanttevredenheid is hoog.

Het is niet mogelijk om naar dit nummer te bellen of een sms te sturen. De gemeente probeert tijdens werkdagen zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 24 uur de WhatsApp-berichten te beantwoorden.?WhatsApp-berichten worden door het Klant Contact Centrum behandeld tijdens de uren waarop de gemeente telefonisch bereikbaar is, van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur.

…Maastricht

Ook de gemeente Maastricht is vanaf vandaag ook via WhatsApp bereikbaar. Naast brief, telefoon, e-mail en publieksbalie was het ook al mogelijk om contact op te nemen via Facebook en Twitter. Met de toevoeging van WhatsApp wil het stadsbestuur inspelen op de toenemende behoefte van inwoners om digitaal in contact te komen met de gemeente. Ook wil de gemeente optimaal bereikbaar zijn voor de groeiende (internationale) studentenpopulatie. Wethouder Aarts, portefeuillehouder dienstverlening: ?We willen het onze inwoners en ondernemers zo makkelijk mogelijk maken. Door meerdere contactmogelijkheden aan te bieden, verlagen we de drempel en komen we tegemoet aan de diversiteit van de stad.? Het voordeel van WhatsApp voor gebruikers is dat ze een bericht kunnen sturen wanneer het hen uitkomt. Zelfs ?s nachts of in het weekend. Met een foto of video kunnen ze hun vraag of melding bovendien verduidelijken. De gemeente kan vervolgens snel antwoorden en waar nodig reageren met een hyperlink, zodat de gebruiker zelf zijn of haar zaken digitaal kan afhandelen. De gemeente beantwoordt alle vragen en meldingen binnen 24 uur, met uitzondering van weekenden.

Laagdrempelige communicatie

Burgemeester Penn-te Strake, portefeuillehouder communicatie: ?Communicatiemiddelen zijn constant in verandering. De afgelopen 10 jaar zijn de communicatiemogelijkheden enorm toegenomen. Wij willen beschikbaar zijn via de middelen waar onze inwoners, zeker studenten, veel gebruik van maken.? Op dit moment hoort de gemeente Maastricht bij een beperkte groep gemeenten die experimenteert met WhatsApp als servicekanaal. De eerste resultaten van andere gemeenten zijn positief.

Op Frankwatching heeft HowAboutYou?een boodschappenlijstje gemaakt om aan de slag te gaan:

  1. Een SIM-kaart met 06-nummer
  2. Een profielfoto die als avatar getoond wordt op de smartphone van de ontvanger
  3. Een goede statusmelding (?Hey there, I?m using WhatsApp? is niet handig, vermelding van webcaretijden wel)
  4. Een duidelijke voicemailmelding die gebruikers de weg wijst naar het juiste telefoonnummer van de gemeente (doorschakelen, maar leidt tot extra gesprekskosten)
  5. Een browser die emoticons ondersteunt (niet alle browsers laten de?Smiley WhatsApp,?Thumbs Up Whatsapp,en Drol met ogen WhatsApp zien)
  6. Je online mediamonitor waarmee je ook je webcare organiseert, inregelen voor WhatsApp (ga vooral niet zelf sleutelen of met een telefoon aan de gang)
  7. Een rapport om de prestaties te volgen (hoeveel, hoe snel, hoeveel in ??n keer beantwoord, etc.)

Bronnen: Roosendaal Op Internet, GIC, Frankwatching

 

 

 

 

 

Online agent pesten, mag dat? En: wat doe je eraan?

Hij zet filmpjes op internet waarin hij politieagenten beledigt en uitlacht. Hoofdagent Said noemt deze politietreiteraar zich. Maar mag dat wel, politieagenten op die manier treiteren? Of gaat deze `hoofdagent’ Said te ver?

Dit is Said, alias Hoofdagent Said. Hij houdt van agentje pesten. Hij filmt politiemannen- en vrouwen, daagt ze uit en zet het resultaat online. Maar mag dat eigenlijk?

De man uit Lelystad noemt zich hoofdagent, maar hij is alles behalve dat. Met zijnInstagramaccount?’hoofdagent said’ treitert hij de politie. Met meer dan 16.000 volgers heeft hij een groot bereik.

Said?(hij wil z’n achternaam niet noemen om zijn familie te beschermen) draagt op foto’s soms een?politiejasje. Hij noemt zich ‘de hoofdagent zonder contract en diploma’ en wil alle agenten van Nederland het leven zuur maken. Omdat ze hem in het verleden oneerlijk behandeld hebben, zegt hij.

Dik en lelijk
Hoe dat pesten eraan toegaat? Hij noemt agenten steevast dik en lelijk en lacht ze uit. In het begin moest zijn wijkagent het ontgelden, maar Said neemt in zijn recentere filmpjes steeds een andere agent op de hak.

Volgens advocaat Christiaan Alberdingk Thijm moet Said oppassen. “Je mag agenten niet beledigen. Ze moeten wel wat kunnen hebben, maar als je echt iemand stelselmatig treitert en pest, dan begeef je je wel op glad ijs.”

‘Hoort bij het werk’
?Alberdingk?Thijm?weet dat er in het verleden wel rechtszaken zijn geweest over het nemen van foto’s van agenten. “Dat belemmerde de agenten echt in hun?functie. Maar dat was nog v??r het tijdperk van sociale media waarin we nu leven. Daar zal een rechter nu wel rekening mee houden.”

Pieter Beljon van de?Politieacademie?zegt dat de politie steeds vaker gefilmd wordt. “Maar het werk verandert er niet door. Je moet als agent professioneel blijven. Dat leren we ook op de politieacademie. We geven trainingen in hinder en hoe hiermee om te gaan. Het wordt alleen maar erger, en het hoort natuurlijk een beetje bij een publieke functie. Het moet alleen niet te ver gaan.”

Filmen op de openbare weg is gewoon toegestaan, vult een woordvoerder van politie Midden-Nederland aan. “Dus in die zin doet Said niets verkeerd. Als hij ons wel zou hinderen in het werk, dan houden we hem aan.”

Aangifte van belediging
Een aantal agenten van politie Midden-Nederland heeft inmiddels wel aangifte gedaan wegens smaad, laster en belediging. Een officier van justitie gaat nu bekijken of Said daarvoor kan worden vervolgd. De man uit Lelystad is al een keer aangehouden voor het dragen van een gestolen politiejasje op social media. Maar het jasje werd niet bij hem thuis gevonden, dus kon de politie niet bewijzen dat het echt was en gestolen.

Bronnen: RTL Nieuws

 

Nieuwe media, nieuwe melden

melden

Je ligt onder je bed en je kunt 112 niet bellen omdat een indringer in je huis rondloopt. Of je bent slechthorend en verstaat de instructies van de centralist niet. Wat doe je dan? Je post tekst- of beeldberichten op social media. Maar die komen niet terecht bij de meldkamer, omdat de systemen hier niet op zijn ingericht. TNO?er Arnout de Vries ziet het met lede ogen aan. Hij is dan ook razend enthousiast als hem om hulp wordt gevraagd.

“Meldingen die burgers via social media doen, bereiken de meldkamer echter niet”

De Vries is expert op het gebied van social media en veiligheid. Hij heeft via onderzoek aangetoond dat hulpverleners ter plaatse effectiever handelen als zij informatie van social media tot hun beschikking hebben. Vervolgens helpt hij bij de realisatie van real time intelligence centers in de nieuwe 112-meldkamers. Van daaruit worden hulpverleners 24/7 voorzien van real time social media informatie. Meldingen die burgers via social media doen, bereiken de meldkamer echter niet.

Laat staan dat tekst- en beeldberichten direct naar de meldkamer gestuurd kunnen worden; er is geen digitaal loket. De ICT-systemen lopen achter bij de nieuwe mogelijkheden die er zijn. Terwijl burgers verwachten dat dit al lang geregeld is. Die kloof moet overbrugd worden voordat burgers en bedrijven hun eigen meldkamer gaan organiseren. Dat risico is volgens De Vries levensgroot aanwezig.

Modernisering meldproces

De technologische en maatschappelijke ontwikkelingen gaan razendsnel. Dat zet de overheid onder druk. Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de kwartiermakersorganisatie Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) vragen daarom De Vries om hulp. Zij willen weten waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden stelt De Vries een klein multidisciplinair team samen van TNO-collega?s. Zij zijn futuroloog, weten veel van het meldkamerdomein, zijn thuis in strategic business analysis en roadmapping of zijn expert op het gebied van nieuwe ICT-toepassingen en veiligheid. Met elkaar verkennen zij de toekomst. Als eerste kijken zij naar de manier waarop de maatschappij zich de komende jaren ontwikkelt. Vier verschillende leefwerelden worden geschetst, met ieder een andere uitwerking op het meldproces.

Toekomstgerichte scenario’s

Voor De Vries wordt het op dat moment duidelijk dat ?het nieuwe melden? van veiligheidsincidenten niet alleen gevolgen heeft voor de LMO in oprichting, maar ook voor de politie. Op zijn advies wordt de politie daarom mede-opdrachtgever. Vervolgens stelt hij samen met zijn teamgenoten toekomstgerichte scenario?s op en gaat daarover de discussie aan met professionals uit het meldkamer- en politiedomein. Dit is een beproefde methodiek om bouwstenen te krijgen voor de roadmap die De Vries wil opstellen. Maar dat blijkt nog een behoorlijke klus te zijn. Zij lopen namelijk tegen de complexiteit van het meldkamer- en politiedomein aan.

Veel partijen willen meedenken en hun mening geven

Veel partijen willen meedenken en hun mening geven. Door hun jarenlange kennis en ervaring weten De Vries en zijn mensen hiermee om te gaan en het te benutten. Zij worden daarbij geholpen door hun opdrachtgevers, die stelling durven nemen en met andere partijen zaken helder afstemmen.

In de startblokken

De Vries en zijn team leveren als resultaat een visie op ?het nieuwe melden? en een roadmap richting 2025. Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden laat de roadmap zien welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken. De Tweede Kamer zal deze routekaart in ontvangst nemen. De Vries is trots op de resultaten. Samen met zijn team heeft hij opnieuw een aanzet tot verandering gegeven. Maar hij denkt ook al weer verder. Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met het bedrijfsleven. Ook dat pakt De Vries graag op. Energiek heeft hij de eerste stappen alweer gezet?

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met het bedrijfsleven.

Bronnen: TNO Time

Wie belt er nog?

De manier waarop we communiceren verandert. Dit heeft invloed op de manier van het?melden van gebeurtenissen aan politie, brandweer, ambulancezorg en bijvoorbeeld?gemeenten. Als er iets bedreigends gebeurt bel je nu natuurlijk 112 of 0900-8844.?Kan het wachten, dan doe je een melding via het web. Maar hoe ziet ?Het Nieuwe Melden??er in 2025 uit?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden heeft een team van TNO-experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld. Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken.

Dit boekje dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden schetst een langere termijn visie en roadmap voor het (spoedeisend) melden in?het domein van de openbare orde, veiligheid en ambulanzezorg. Het beschrijft ?Het Nieuwe?Melden? in uiteenlopende toekomstige leefwerelden en stelt de vragen: wie wil je zijn en?wie moet je zijn als overheid in 2025 (visie), welke keuzes maak je dan om burgers te?bedienen in het (nieuwe) meldproces en hoe kom je daar (roadmap)?

Op de weg naar Het Nieuwe Melden voorziet TNO een aantal transities. Deze transities zijn?al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in?dit boekje is daarom geen eindpunt, maar is bedoeld als startpunt voor een discussie over?dienstverlening en het melden in de toekomst, waaraan ?lle overheden, markt- en?ketenpartijen en ook burgers deelnemen. Op naar een toekomst waarin burgers kunnen?blijven bouwen op de dienstverlening van de overheid.

Bronnen: TNO, Tweede Kamer

Nederlandse speurders van Bellingcat

bellingcat_HP_logo_black

Al enige tijd bloggen wij over het Bellingcat?initiatief. Een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek die?op geheel eigen wijze bijdragen?aan de opsporing, zoals een uitgebreide?analyse van de neergehaalde vlucht MH17. Eliot Higgins?startte het initiatief?in de zomer van 2014 op?na?een crowdfunding actie op KickStarter. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn Brown Moses-blog?waarop de destijds werkloze boekhouder op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media begon te analyseren en verifi?ren en erachter kwam hoe het?Syrische leger clusterbommen gebruikte.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met?Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

Inmiddels is er al veel geschreven over Bellingcat, dus hoog tijd om ook wat te horen van de Nederlandse leden die hebben bijgedragen in diverse zaken, waaronder de voor Nederland zo omvangrijke opsporingszaak MH17.

Een interview met?Pieter van Huis

20160224-dwdd-gesprek2_8

Een van die leden is Pieter van Huis. Ik stelde?hem een paar vragen over hoe hij het werk via dit platform ervaart.?Eerder gaf hij een?radio interview?en zat?hij in DWDD:

  1. Kun je wat vertellen over wie je bent en wanneer en hoe je met Bellingcat in aanraking kwam?

Ik ben momenteel aan het afstuderen in geschiedenis. Mijn interesse in de voormalige Sovjet-Unie en de islamitische wereld bracht mij in aanraking met Bellingcat. Ik kende de oprichter, Eliot Higgins, al voordat hij zijn eerste blog was begonnen. Niet persoonlijk, maar we waren actief op hetzelfde forum waarop veel mensen zaten die de conflicten in het Midden-Oosten en later ook Oost-Europa aandachtig volgden. Zo werd ik er getuige van hoe hij, puur als hobby, was begonnen met een blog?waarop hij de wapenhandel richting?Syri? in kaart bracht aan de hand van verzamelde YouTube video?s.

Op een gegeven moment stapte?ik zelf met een onderzoek op hem af?dat uiteindelijk ook op de website werd geplaatst. Nadat hij de eerste opzet van mijn onderzoek had gelezen werd ik uitgenodigd om lid te worden van het Bellingcat MH17-onderzoeksteam. Dit team bestond toen nog slechts uit zeven man. Het team bleef groeien en hield zich uiteindelijk steeds meer bezig met onderwerpen die niet aan de MH17 gerelateerd waren.

  1. Wat is of was jouw motivatie om er zoveel tijd in te stoppen?

Voornamelijk mijn interesse in oorlog en conflicten, maar ook het gevoel iets te willen betekenen voor mensen die groot onrecht is aangedaan. Er komt een soort verantwoordelijkheidsgevoel bij kijken, want veel van de gegevens die wij verzamelen worden weer verwijderd. Als wij deze niet tijdig opslaan dan zijn ze wellicht voorgoed verdwenen.

De meesten van ons, waaronder ikzelf, kunnen echter niet fulltime voor Bellingcat werken. Bijna niemand van ons verdient geld met bijdragen, dus alles gaat ten koste van onze eigen?vrije tijd. Op een gegeven moment bereikt iedereen een punt waarop hij uitgeput lijkt te raken. Zo ben ik zelf ook lange tijd inactief geweest, of semi-actief omdat ik simpelweg geen tijd en energie over had.

  1. Noem een paar voorbeelden van projecten waar jij je voor hebt ingezet.

Mijn eerste onderzoek ging over de gevechten en gewelddadigheden in de stad Marioepol op 9 mei 2014. Oekra?ense soldaten werden er in de media van beschuldigd dat zij opzettelijk op burgers hadden geschoten. Deze beschuldigingen speelden een belangrijke rol in de Russische propaganda en werden soms ook overgenomen in de internationale media. Ze werden echter nooit goed geverifieerd. Vooraf leek het geen groot onderzoek, maar uiteindelijk groeide het uit tot een groot onderzoek dat enkele maanden kostte om in mijn eentje te voltooien.

victim4impact

Met een grondige analyse kon ik aantonen dat er zich in Marioepol iets heel anders had afgespeeld. Uit de beschikbare beelden op social media bleek dat militanten verkleed als burgers bezig waren met de bestorming van een politiebureau. Een aanval die opzettelijk werd gepleegd op een beladen feestdag om zo een confrontatie met het publiek uit te lokken. Ook schoten mensen vanachter de menigte met vuurwapens op de soldaten. Het belangrijkste was echter dat ik kon aantonen dat Oekra?ense soldaten niet opzettelijk op burgers schoten. Wel waren ze onprofessioneel bezig. Zo schoten ze herhaaldelijk voor de voeten van betogers om zo de menigte op afstand te houden. Een getrainde militair weet echter dat hij dat op straat nooit moet doen, want de kogel ketst af (ricochet).

ShootingLocation1

Verder heb ik ook kunnen bijdragen aan het MH17-onderzoek. In eerste instantie leek het lastig om in te haken in een onderzoek dat andere leden al veel langer bezig hield. Echter, op een gegeven moment raakte een aantal van de onderzoekers duidelijk uitgeput. Toen schoot ik te hulp. Mede doordat bleek dat ik goed kon samenwerken met Daniel Romein (hieronder meer over hem), ??n van de meest actieve leden en ook?Nederlander, heb ik uiteindelijk toch belangrijke bijdragen kunnen leveren.

  1. Wat zijn voorbeelden van mooie resultaten die je gezien hebt in de diverse?Bellingcat?projecten?

Dan denk ik meteen aan de onderzoeken naar de gifgasaanval op de buitenwijken van Damascus. Nu heb ik veel heftige beelden uit Syri? voorbij zien komen, maar de video?s van zwaargewonde kinderen door gifgasaanvallen blijven mij het meeste bijstaan. De beelden die Eliot wist te verzamelen en te lokaliseren tonen duidelijk aan dat het Syrische leger verantwoordelijk moet zijn geweest voor deze misdaad. Een belangrijk gegeven, want zowel Syri? als Rusland wijzen tot op de dag van vandaag met de vinger naar hun politieke tegenstanders (een bekende tactiek).

Het onderzoek toonde ook aan dat de buitenlandse inlichtingendiensten nog weinig?gebruik maakten van open-source intelligence. Als reactie op de gifgasaanval leek de VS van plan om militair in te grijpen tegen Assad. Het was dus in hun eigen belang om met goed bewijs te komen. Het Witte Huis gaf vervolgens een kaart vrij met daarop de vermeende frontlinies die de beschuldigingen slecht ondersteunde. De met gifgas gevulde raketten hadden een bereik van maximaal ongeveer drie kilometer, terwijl de kaart van de Amerikanen de illusie gaf dat het Syrische leger op grotere afstand was gestationeerd. Met het verzamelen en lokaliseren van alle relevante beelden kon Eliot echter aantonen?dat het Syrische leger diezelfde dag binnen het bereik van de raketten bezig was met een legeroperatie.

  1. Wat voor soort mensen zijn lid van Bellingcat? (van begin tot nu)

Dat is vrij divers. Ik moet daarbij meteen onderscheid maken tussen de inzenders en de leden van het onderzoeksteam. Veel journalisten, zowel beginners als mensen met een lange staat van dienst, hebben onderzoeken aangeleverd bij Bellingcat die op de website worden geplaatst. Het voordeel voor hen is dat Bellingcat geen woordenlimiet heeft, in tegenstelling tot de meeste mediakanalen. Bovendien wordt alleen goed onderzoek geaccepteerd, waardoor de publicaties meteen al veel aandacht krijgen.

Dan is er nog het onderzoeksteam waar iemand alleen op uitnodiging bij kan komen. Momenteel hebben bijna 20 mensen toegang tot alle lopende onderzoeken, maar slechts de helft daarvan is actief. De leden komen uit verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. De meeste leden daarvan zijn al vaders met een gemiddelde leeftijd van ergens in de 30, maar de laatste tijd zijn er steeds meer studenten bijgekomen. Ook hebben we nu ??n vrouwelijk lid.

De meest actieve leden van het onderzoeksteam heb ik leren kennen als mensen met een grote interesse in internationale betrekkingen en mensenrechten. Een aantal hebben journalistiek of Russisch/ Arabisch gestudeerd en hielden zich eerder al professioneel bezig met gerelateerde onderwerpen. Anderen zijn ICT’er, maar ook bij hen is de interesse in de buitenlandse politiek leidend. In principe hoef je geen bijzondere ICT-kennis te hebben voor open-source onderzoek, maar ik merk wel op dat alle leden bijzonder snel kunnen omgaan met computers en internet.

  1. Hoe blijft Bellingcat objectief en onafhankelijk?

In principe door ook onderzoeken te doen of te accepteren die niet populair zullen zijn bij de eigen regeringen van de leden. Onze critici verspreiden doorgaans het bericht dat wij alleen de belangen behartigen van NAVO-landen. Dit is onterecht, want een aantal onderzoeken op Bellingcat kaarten ook de misstanden aan van NAVO-landen of partners daarvan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat Eliot als eerste bekendheid kreeg toen hij liet zien dat wapens die geleverd werden met hulp van de CIA in de handen waren gekomen van jihadisten. Dit bracht het Witte Huis alleen maar in verlegenheid.

Het blijft voor ons echter het meest uitdagend om tegen staatspropaganda in te gaan en deze is nou eenmaal het sterkst in niet-democratische landen. Dit is ook wat het publiek lijkt te interesseren. Zo werd er door ??n van ons een artikel geschreven?over de Amerikaanse luchtaanvallen op het ziekenhuis in Kunduz (Afghanistan). Dit onderzoek bleek minder populair te zijn, want de VS gaf vrij snel toe verantwoordelijk te zijn geweest voor de burgerslachtoffers. Als zij in de ontkenning waren geschoten, zoals Rusland structureel doet, dan was het onderzoek waarschijnlijk veel populairder geweest.

  1. Hoe verandert Bellingcat? Wordt Bellingcat professioneler? Wordt het commerci?ler? Waar werkt het wel of niet mee samen?

Echt commercieel zal Bellingcat nooit worden, schat ik zo in. In principe geven we de onderzoeken gratis vrij. Soms houden we ongecensureerde versies achterwege die alleen worden gedeeld met politie en justitie. In beide gevallen wordt er geen winst mee gemaakt. Misschien dat in de toekomst onderzoeken voor een geldbedrag aan kranten kunnen worden verkocht, maar ook dat zie ik niet snel gebeuren.

Eliot is wel continu op zoek naar sponsoren om de teamleden zelf te kunnen betalen voor hun diensten. Zelf krijgt hij een beurs van Google, die net hoog genoeg is om ??n ander lid in een salaris te voorzien. Samen beheren zij de website. Ook is er in het verleden samengewerkt met de Atlantic Council (een Amerikaanse denktank) om een rapport over Russische soldaten in Oost-Oekra?ne te promoten. Hier werd uiteindelijk een korte documentaire over gemaakt door Vice. Een salaris voor iedereen lijkt op korte termijn echter niet re?el. Niemand van de teamleden weet zeker of hij of zij lang door kan blijven gaan op puur vrijwillige basis.

  1. Hoe worden taken en werk verdeeld??

We maken gebruik van Slack voor de communicatie en het uitwisselen van bestanden. Elk onderzoek heeft zijn eigen kanaal en leden kiezen zelf of zij zich hiervoor aanmelden. De leden kunnen vervolgens zelf een bijdrage aan een onderzoek doen. Er worden eigenlijk nooit verwachtingen gecre?erd, want het blijft vrijwilligerswerk, maar mensen met een specialisatie of de juiste talenkennis worden doorgaans gevraagd om te assisteren.

  1. Kun je voorbeelden geven van het validatieproces van Bellingcat en eventuele methoden of tools?die daarbij gebruikt worden??

Eigenlijk maken we niet zoveel gebruik van speciale tools. Als we een interessante bron vinden (foto?s, video?s, tweets, facebookberichten, etc.) dan valideren we deze vooral door meer bronnen te verzamelen. E?n bron is geen bron, maar met meerdere bronnen kunnen we echter nagaan of alles overeenstemt.?Letten op de kleinste details, zoals schade aan gebouwen, weersomstandigheden en de stand van de zon is dan belangrijk.

Soms schakelen we de hulp in van derde partijen. Zo hebben journalisten ons in het verleden geholpen door foto?s te nemen van bepaalde plekken om belangrijke filmopnames te verifi?ren. Ook hebben we eerder met behulp van crowdfunding satellietfoto?s opgekocht. Deze tonen aan dat het Russische ministerie van Defensie opzettelijk gemanipuleerd MH-17 bewijs heeft aangeleverd. Zonder crowdfunding was dat niet gelukt, want ??n satellietfoto kost al snel meer dan duizend Euro.

  1. (Wanneer) Zou je het anderen aanraden om ook mee te doen??

Als iemand grote interesse heeft in de buitenlandse politiek en snel is met computers. Ik denk dat het onderzoeken van social media in de toekomst een steeds grotere rol zal geen spelen. Niet alleen in de journalistiek, maar ook in de politiek, het strafrecht, de terreurbestrijding en bij mensenrechtenactivisme. Je specialiseert je daarmee in iets waar nog maar weinig mensen verstand van hebben. Bovendien is het erg interessant; ik heb nog nooit zoveel geleerd over de wereld als in de afgelopen twee jaar.

  1. Welke gevaren zie je voor (werk of leden van) Bellingcat?

Dat is moeilijk in te schatten. In principe is ons werk veel veiliger dan het met een camera naar de frontlinies trekken (wat enkelen van ons ook doen, zoals ons nieuwste Nederlandse lid Christiaan Triebert). Wel zijn er veel mensen die niet blij zijn met ons werk. De meesten van ons werken vanuit landen die bescherming kunnen bieden, mocht het ooit uit de hand lopen. Anderen werken vanuit niet-democratische landen en moeten wel een schuilnaam gebruiken.

  1. Welke kansen of toekomst zou jij graag zien voor Bellingcat of soortgelijke initiatieven?

Ik zou vooral willen zien dat er in de media meer ruimte komt voor langdurige onderzoeksjournalistiek. Nu moeten veel journalisten het doen met een mager salaris en zijn kranten en journalen alsmaar bezig met het samenvatten van de laatste berichtgeving. Vandaag de dag hebben velen van hen steeds meer moeite om op eigen?poten te blijven staan, dus misschien biedt een investering in een andere en nieuwe manier van onderzoek voor hen nieuwe perspectieven.

0ecdd85f-89a0-43d2-9be2-93feea43869d

‘Daniel Romein’

Een ander Nederlands lid is Daniel Romein, een pseudoniem, dat zich stortte op het MH17 onderzoek en er bijna een obsessie van maakte. “Ik ben er in mijn hoofd erg vaak mee bezig”, zegt de man die?met de Volkskrant?sprak in een caf?.

Onwennig gaat hij zitten. Hij heeft een vriendelijk gezicht. Af en toe schiet zijn blik met een ruk naar rechts. Dan kijkt hij wie er buiten in de regen loopt. ‘Ik probeer de tegenstander altijd een stap voor te zijn’, zegt hij. Met tegenstander bedoelt hij de Russen. Hij wil voorzichtig zijn. ‘Als ict’er weet ik welke maatregelen ik moet nemen.’

Hij?werkt in het geheim voor onderzoekscollectief Bellingcat. Bijna niemand die het weet. Familie, vrienden, collega’s: de meesten hebben geen idee. Hij houdt de kring graag klein. Zelf schat hij het aantal op maximaal tien. Het afgelopen jaar onderzocht hij in de avonduren welke Russische militairen betrokken waren bij het neerschieten van vlucht MH17.

Zijn computer als wapen. Urenlang kijkt hij naar dat scherm en struint hij Russische sites en sociale media af. Hij doet het vrijwillig, naast een baan als ict’er. Soms wordt het laat – 2 uur ’s nachts – en zit hij met kleine ogen de volgende morgen op kantoor. Soms ziet hij het even niet meer zitten. Dan gaat het stroef en kan hij er met niemand over praten.

Hoewel hij nooit in Oost-Oekra?ne is geweest, staat de kaart van het rebellengebied in zijn hoofd geprent. Dan praat hij over dat ‘ene weggetje bij de grens met Sjeverny’, alsof hij er staat: ‘Voor de grens, die overigens niet helemaal duidelijk is, moet je door een nauw straatje, door een straat die over een heuvel gaat met een scherpe haarspeldbocht, of door een stuk grasland. De militaire voertuigen kiezen duidelijk voor dit laatste en gaan niet over de heuvel met haarspeldbocht omdat dat een moeilijke manoeuvre is.’

Het begint allemaal met het neerstorten van de MH17 in Oost-Oekra?ne. De beelden kan hij moeilijk loslaten. De ramp is voor hem een mix van ontzetting en obsessie met de landen die het treft: Nederland, Oekra?ne en Rusland. Al langer interesseert hij zich voor die regio. Lang geleden leerde hij Russisch. Toen de Russen de Krim binnenvielen, zocht hij naar informatie over de geschiedenis van de Krim. Net zoals toen de oorlog in Oost-Oekra?ne begon.

Romein is binnen Bellingcat degene die zich honderden, misschien wel meer dan duizend uren verdiepte in het zoeken?naar sporen op social media van militairen die betrokken zijn bij het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines. Dat leidde tot een?rapport?dat vandaag is gepubliceerd.

“De ramp heeft mij enorm aangegrepen”, verklaart Romein?zijn motivatie. “Ik vond het zo afschuwelijk. Ik was zo kwaad. Ook al ken ik geen van de slachtoffers persoonlijk. Ik wilde weten welke idioten hierachter zaten.”

Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.

In het meer dan 100 pagina’s tellende rapport staat niet?wie op de knop van de installatie heeft gedrukt waarmee de?Buk-raket is gelanceerd. Maar binnen een?groep van zo?n twintig?Russische officieren en soldaten van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade uit Koersk weet men volgens Romein wel wie het heeft gedaan. “We weten zeker dat het Tweede Bataljon de Buk-installatie naar de grens met Oekra?ne heeft gebracht.”

Bezeten bezoekt hij allerlei webfora. ‘Ik wilde weten wie het had gedaan.’ Mensen op Nederlandse fora blijken slecht ge?nformeerd. Al snel struint hij Oekra?ense en Russische fora af. De informatiestroom gaat hard.?Onderzoekscollectief Bellingcat komt na een paar dagen al met de eerste rapporten over mogelijke Russische betrokkenheid.?Romein stopt zijn zoektocht. Totdat Bellingcat in september met een nieuw rapport komt en Rusland aanwijst als herkomstland van de BUK. Romein heeft een nieuw onderzoeksdoel: ‘Ik ben daarna gaan kijken naar ander Russisch materieel dat naar Oekra?ne was gegaan.’

Hij bekijkt foto’s die Russische militairen op VKontakte zetten en ontdekt zo steeds meer over het gebied en de Russische militaire aanwezigheid. Zijn topografische kennis heeft hij voornamelijk van Google en de Russische tegenhanger Yandex. Voor het lokaliseren van gevonden foto’s kijkt hij naar amateurbeelden van dashcams – camera’s die de weg filmen tijdens het rijden. Uren dwaalt hij zo vanuit zijn kamer door het grensgebied tussen Rusland en Oekra?ne.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Het overzicht stuurt hij in november naar Elliot Higgins, de Britse oprichter van Bellingcat. Die bedankt hem per kerende post vriendelijk. Twee weken later krijgt hij wederom een mail van Higgins. Romein: ‘Hij was onder de indruk, of ik meer wilde doen.’ Dat doet hij. Er is mailcontact en Higgins vraagt Romein of hij bij ‘de groep’ wil komen.

Wat dat inhoudt, kan Romein moeilijk toelichten. Er is geen selectiecommissie, hij hoeft geen brief te sturen of een telefonisch interview te doen. Hij ontmoet niemand. Higgins heeft hij nooit de hand geschud. Eigenlijk verandert er niets. Nou ja, hij krijgt toegang tot de ‘i-kanalen’ van Bellingcat: een informatieplatform waar leden van Bellingcat elkaar berichten sturen. De berichten zijn versleuteld. Romein is dan het zevende lid van Bellingcat.

Rond Kerst mailde Romein namens Bellingcat de bevindingen naar het Openbaar Ministerie (OM), dat de leiding heeft over het internationale strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17. Het?OM liet weten “de informatie serieus te zullen onderzoeken en beoordelen op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek”. Begin van dit jaar berichtte de?NOS hierover.

Vanaf januari stort hij zich volledig op de 53ste luchtafweergeschutbrigade van het Russische leger. De BUK-installatie is door het tweede bataljon van deze brigade naar de grens met Oekra?ne gebracht. Romein wil de namen en foto’s hebben van de militairen die het transport begeleidden. Zo wil hij de daders van MH17 vinden.

Romein is een van de elf medewerkers van Bellingcat die met het onderzoek bezig zijn geweest; hij schreef het grootste deel van het rapport. Maar over zijn rol wil hij in het openbaar niets vertellen. “Er zit toch een risico aan dit werk, want ik weet dat de Russen echt niet blij zijn met onze onderzoeken.”

Bovendien wil hij dat de aandacht uitgaat naar het vinden van de daders, niet naar hem. En dus wil Romein anoniem blijven. Alleen zijn collega?s bij Bellingcat kennen zijn ware identiteit. “Ik heb soms het gevoel een dubbelleven te leiden.”

Ontdekkingen

Romein is sinds november 2014 actief voor Bellingcat. Niet dat de ICT’er enige ervaring heeft als journalist. Wel beheerst hij de Russische taal enigszins en heeft hij naar eigen zeggen?iets met fotografie. “Voor dit werk moet je veel foto?s bekijken. Ik merk dat ik de gezichten van mensen goed kan herkennen, ook al is de foto niet scherp.”

Maar Romein weet uit eigen ervaring dat je pas iets aan dit soort vaardigheden hebt, als je ook de motivatie en de bereidheid hebt om veel tijd in een onderzoek te steken. Sinds hij voor Bellingcat onderzoek doet, besteedde Romein na zijn werkdag bijna iedere avond aan speurwerk. Ook hele weekeinden gingen eraan op.

Tijdens zijn sessies, die soms tot diep in de nacht duurden, deed hij veel ?ontdekkingen?. “De laatste was afgelopen najaar toen ik een officier op een recente foto herkende. Hij staat ook op een foto van de brigade uit 2013 in dezelfde functie. Het zou raar zijn als hij in 2014 een andere functie had.”

Zijn speurtocht naar de waarheid begon al direct na 17 juli 2014. Lezend op verschillende internationale en Russische internetfora vond hij aanwijzingen: namen, foto’s van militair materieel. Maar met de informatie kon hij niet veel. Pas toen hij een?publicatie van Bellingcat las, over de ontdekking dat MH17 door een Russische Buk-raket is?neergehaald, en toen hij oprichter Eliot Higgins in een televisieprogramma erover hoorde praten, besloot hij contact op te nemen.

Zijn verzamelde ‘bewijs’ werd positief ontvangen en Romein mocht als zevende vrijwilliger meezoeken. Al na een paar maanden publiceerde hij zijn eerste?artikel: de mogelijke lanceerlocatie van de Buk-raket. Daarna stortte hij zich samen met collega?s op het reconstrueren van het Tweede Bataljon van de 53ste Brigade.

Online vindt hij handgeschreven presentielijsten van de brigade. Ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten. Het zijn er veel te veel, hij moet verder selecteren. Hij vindt een pagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Toevallig bezochten zij een legerbasis waar de 53ste brigade was. Zo komt Romein stapje voor stapje dichterbij. Het is een lastig proces. Soms spannend, soms frustrerend en eenzaam. ‘Ik ben er zoveel tijd aan kwijt en vraag mezelf geregeld af: waarom doe ik dit eigenlijk?’

Hoewel hij op het Russische VKontakte steeds meer soldaten in het vizier krijgt, mist hij belangrijke informatie over de officieren. Dat blijkt op een andere profielensite te staan, Odnoklassniki, waar school- en klasgenoten elkaar kunnen vinden. Een goudmijn. ‘Eerst dacht ik: het zou al mooi zijn als we de betrokken soldaten kunnen identificeren. Maar we vonden nu ook de officieren.’

Alle officieren blijken met elkaar gelinkt te zijn in Odnoklassniki. Er is alleen een valkuil: ze kunnen zien wie hun profiel heeft opgevraagd. Romein lost het op door voor een paar euro per maand een profiel te kopen waarmee hij onzichtbaar door andere profielen kan zoeken. ‘Ik ben verbaasd over hoeveel de Russen delen. Het bewijs ligt voor het oprapen.’

De foto's van 'potenti?le getuigen en daders', zoals Bellingcat schrijft, zijn verzameld op sociale media.

Maanden werkt hij eraan om het plaatje compleet te krijgen. Om de officieren te vinden die betrokken moesten zijn bij het transport van de BUK-installatie. In de 53ste brigade zaten ongeveer 300 militairen en zo’n 60 officieren. Ongeveer eenderde daarvan zat bij het tweede bataljon. ‘Ik vond ze bijvoorbeeld doordat ik iemand herkende bij een oefening van de brigade. Als je dat ziet in 2013 en weer in 2015, is het aannemelijk dat die persoon er in 2014 ook bij zat.’

Hij begint weer bezield te vertellen over zijn bevindingen en het gebied. Alsof hij ineens ter plekke is. ‘In dat dorpje kun je allerlei richtingen op. Daarna moet je onder een spoorbrug door. Het gaat de diepte in. De brug blijkt 4,50 meter hoog te zijn en de BUK kan daar niet onderdoor en heeft zeer waarschijnlijk een zijweg genomen. Alleen lagen er barricaden voor een treinrails. Maar die kunnen tijdelijk weggehaald zijn op 17 juli 2014, of ze hebben er iets opgelegd, zodat de BUK er toch over kon rijden.’

In de zomer loopt Romein even vast. Hoewel het rapport bijna af is, vindt hij het niet goed genoeg. Hij heeft er samen met een ander lid van Bellingcat aan gewerkt. Maar hij heeft niet genoeg informatie, niet genoeg namen en niet genoeg bewijs. Hij gaat alleen verder.

In zijn zoektocht naar nieuw bewijs heeft hij in oktober een prettige meevaller. Op de pagina van de officieren van de 53ste verschijnt ineens extra informatie. Meer foto’s, meer bewijsmateriaal. De puzzel is dan bijna af. ‘Ik heb het gevoel dat we de daders op de hielen zitten. We vermoeden wie er betrokken zijn geweest, maar alleen van de commandant staat de betrokkenheid vast.’

Het resterende bewijs zal hij niet kunnen vinden, zegt Romein. Want er zijn belangrijke omissies. Niet iedereen heeft nog een profiel op sociale media. De commandant van de brigade haalde die van hem er al snel af. Ook specifieke informatie over het BUK-transport op de dag van 17 juli 2014 is nauwelijks te vinden.

Het belangrijkste: niemand weet wie de BUK over de grens met Oekra?ne heeft gebracht. Dat valt niet meer uit openbare bronnen te halen. Romein: ‘Dan kom je bij informatie van inlichtingendiensten.’ En dat is een taak voor het internationale team dat een strafrechtelijk onderzoek uitvoert naar het neerhalen van de MH17.

De Nederlander die vanuit huis het MH17-gebied uitkamde

Romein sprak twee keer met ze. Hij gaf hun een paar weken geleden zijn hele rapport, inclusief al het ruwe materiaal. Foto’s, screenshots, routes, uploaddata. Hoewel zij hem niets konden vertellen over het mogelijke bewijsmateriaal, was hij onder de indruk van hun kennis. ‘Zij weten echt veel, dat kon ik opmaken uit de gesprekken. Veel meer dan ze tot nu toe gepubliceerd hebben.’

Getuige

Dat hun werk serieus wordt genomen, blijkt wel uit de reacties die Bellingcat krijgt van het?Joint Investigation Team. Dat voert het strafrechtelijk onderzoek uit naar de ramp met MH17 onder leiding van het Nederlandse OM.?”Ze zijn blij met onze inspanningen en ons werk. Ze prijzen het dat burgers op deze manier de politie bij een onderzoek helpen en moedigen dit zeker aan”, zegt Romein, die geregeld?contact heeft met rechercheurs van het JIT.

Zo heeft hij op uitnodiging van het JIT al meerdere keren informatie met het team gedeeld over het Bellingcat-onderzoek. Oprichter Eliot?Higgins werd twee keer als getuige gehoord.

Ondanks al hun inspanningen heeft?Bellingcat geen hard bewijs kunnen leveren?wie de Buk-raket heeft afgevuurd. “Dat we dat niet hebben kunnen vinden, is jammer. Maar het was?wel te verwachten”, zegt Romein. “Geen enkele Russische soldaat zal na het neerschieten van een vliegtuig met onschuldige passagiers trots op social media zeggen dat hij daarvoor verantwoordelijk was.”

MH17 rusland top

Hij is er nu bijna klaar mee. Romein wil het rustiger aan gaan doen. Het kost hem te veel energie. Ook omdat alles wat over de MH17 gaat gepolitiseerd is. Hij heeft nooit Rusland willen aanwijzen als de hoofddader, hij heeft onderzoek willen doen. ‘Ik heb juist altijd wat met Rusland gehad. Ik ben ook gaan inzien dat je Rusland niet van alles in de oorlog de schuld kunt geven.’ Maar ja, de MH17 werd nu eenmaal neergeschoten door een BUK-raket van de Russen, zegt Romein. Vergoelijkend: ‘Ze hebben het niet met opzet gedaan. Daar heb ik geen twijfel over. Niemand had daar een belang bij. Het zit alleen niet in de Russische cultuur om een fout toe te geven.’

eliot H

Hoe de Nederlandse Bellingcat-onderzoekers tot hunbevindingen kwamen

  • Reconstructie
    Legt foto’s, screenshots, routes en uploaddata naast elkaar om de namen te reconstrueren van de mannen die op 17 juli 2014 in de regio waren
  • Eindrapport
    Geeft alle ruwe materialen, screenshots, profieldata en aantekeningen aan het internationale onderzoeksteam en schrijft eindrapport over MH17
  • Vkontakte
    Speurt op VKontakte, de Russische tegenhanger van Facebook, naar Russische militairen: ontdekt meer over het gebied en de Russische aanwezigheid
  • Route
    Haalt topografische kennis van Google en Yandex (Russische zoekmachine), construeert op die manier de route die Russisch materiaal naar grens aflegt
  • Dashcams
    Lokaliseert gevonden foto’s aan de hand van amateurbeelden van dashcams
  • Namen
    Zoekt afgeschermde profielen op VKontakte met Google, zo achterhaalt hij namen van de 53ste luchtverdedigingsbrigade
  • Presentielijsten
    Vindt online handgeschreven presentielijsten van de brigade, ze vermelden wie er in de cruciale periode in het bataljon zaten
  • Meer namen
    Ziet een webpagina van studenten van een technische universiteit uit Rusland. Zij bezoeken toevallig een basis van de 53ste brigade. Vindt zo meer namen
  • Ontbrekende stukken
    Vindt officieren op de profielensite Odnoklassniki en stuit er onverwachts op de ontbrekende stukken in de puzzel

Het laatste rapport:

Project X: Motorclubs in Muntendam?

Peter Pijper uit Muntendam besloot een oproep te doen op Facebook. Hij vroeg iedereen een kaartje te sturen voor zijn autistische zoon die jarig was. Ook leek het de vader leuk om een motorritje voor zijn zoon, die?zwakbegaafd is, te organiseren. Maar de man is nu bang dat het uit de hand gaat lopen.

Er wordt namelijk massaal gereageerd op zijn oproep en de vader is bang voor Project X-achtige taferelen. ?Ik krijg reacties uit Duitsland, Itali? en Brazili?. Iedereen is van plan te komen. De aanmeldingen van motorrijders en motorclubs stromen binnen. De telefoon staat echt roodgloeiend. Maar wij willen het graag klein houden. Ook in het belang van Marvin?, aldus de bezorgde Pijper tegenover RTV Noord.

36_6591_8438_1457618687

Driehonderd kaarten

Zoon Marvin heeft al meer dan driehonderd verjaardagskaarten bezorgd gekregen. ?Dit is zo mooi voor Marvin. Als hij straks jarig is en als ik dan zijn koppie zie. Prachtig.??Maar toch vraagt de vader motorrijders niet naar Muntendam te komen. ?Zoveel motoren voor de deur kan hij echt niet aan. We willen graag een motorritje maken, maar dan met een paar motorrijders en niet met honderden.?

Pijper hoopt dat mensen verjaardagskaarten blijven sturen, maar daar moet het wel bij blijven. ?Ik roep de mensen niet op om een feestje bij mijn thuis te komen vieren. Ik heb alleen maar gevraagd een verjaardagskaartje te sturen. En ik hoop nog steeds dat heel veel mensen dat zullen gaan doen.?

Pijper wil ook zijn jongste zoon Tristan in bescherming nemen. “Hij heeft autisme en is ook thuis. Het zou jammer zijn om 2 kereltjes teleurgesteld te krijgen in plaats van dat het de dag van hun leven gaat worden. We zijn en blijven jullie dankbaar en hebben respect voor al het moois, maar het wordt nu even tooo much.”

muntendam

12717962_1257195410961638_5464747455401410204_n

Bronnen: Metronieuws, DvhN, Menterwolde, RTVNoord

Zorgt de buurtwacht echt voor een veiligere wijk?

ede buurtwhatsapp

Het aantal vrijwillige buurtpreventieteams is de afgelopen jaren flink toegenomen. Momenteel telt Nederland zo’n 700 van zulke?teams. Ze zijn in grofweg de helft van alle gemeenten te vinden. De politie ziet een steeds grotere rol weggelegd voor dergelijke burgerinitiatieven. Zij zijn direct ter plaatse en kunnen helpen met een goed signalement. Op dit moment worden 70% van de opgeloste woninginbraken opgelost door oplettende burgers. Dit percentage kan volgens de politie nog omhoog.

Het takenpakket van de buurtwacht verschilt per gemeente en wijk. Op sommige plekken worden de preventieteams ook ingezet om het verkeer te regelen of buurtfeesten te begeleiden.?Maar een al te grote rol kan de buurtwacht beter niet toebedeeld krijgen. In het onderzoek komt naar voren dat?buurtwachten die niet alleen signaleren, maar ook ingrijpen, zichzelf nog weleens in gevaar brengen en de verhoudingen in een wijk op scherp kunnen zetten.

Een nadeel van te assertieve buurtwachten is dat de privacy in het geding kan komen. Ook komt stigmatisering voor. Volgens het onderzoek laten met name aspirant-leden zich soms leiden door ‘impulsieve acties’, waarbij ze jongeren of migranten stigmatiseren.

Ook doen buurtpreventieteams geregeld meldingen die later vals alarm blijken.?Goedbedoelde sociale controle van buurtwachten wordt bovendien?niet door alle wijkbewoners gewaardeerd.

Duidelijke strategie nodig

Volgens de onderzoeker zouden buurtwachten vaker stil kunnen staan bij “het realiteitsgehalte van veiligheidsrisico’s en de proportionaliteit van hun handelen”. Gemeenten doen er verder?goed aan om met een?duidelijke strategie te ?komen?als ze buurtpreventieteams inzetten, vindt Lub.

Buurtpreventie

Tot voor kort was er weinig bekend over de Nederlandse?neighbourhood watch. Het onderzoek van Vasco Lub (zie onderaan) werpt licht op de omvang van het fenomeen via een nationale inventarisatie bij gemeenten en observaties van buurtwachten in Rotterdam en Tilburg. Buurtpreventie is een vorm van vrijwilligerswerk die probeert bij te dragen aan de veiligheid en leefbaarheid van woonwijken. Hieronder valt het signaleren en melden door groepen vrijwilligers in de buurt van verdachte handelingen en overlast. Het kan gezien worden als een vorm van coproductie in de publieke dienstverlening.

Meer dan alleen signaleren en melden

Uit het onderzoek blijkt dat in bijna de helft van de Nederlandse gemeenten bijna 700 buurtpreventieteams actief zijn. De meerderheid van die teams beperkt zich niet tot een informatiefunctie (de zgn. WhatsApp-groepen) maar voert actief patrouilles uit in de wijk. Vooral de laatste vijf jaar nam het aantal buurtwachten sterk toe. Het grootste deel is gericht op preventie van woninginbraak. In probleemwijken richten de teams zich ook op fysieke overlast, zoals straatvuil of kapotte infrastructuur. In de praktijk behelst de bijdrage van buurtpreventie echter meer dan alleen signaleren en melden. Informatievoorziening over criminele activiteiten, zoals dealplekken, het ondersteunen van politie bij evenementen of calamiteiten, bijvoorbeeld het regelen van verkeer, en begeleiding van buurtfeesten horen daar ook bij.

(In)effectiviteit buurtpreventieteams

De oprichting van een buurtpreventieteam biedt vaak de gelegenheid voor extra campagnes rond veiligheid (o.a. gecommuniceerd door politie en de gemeente). Vooral in de middenklasse-wijken maakt dit bewoners voor even alerter en attenter op onveilige situaties. Dit kan de gelegenheid tot criminaliteit (tijdelijk) beperken, waardoor het aantal inbraken afneemt. Ook wanneer patrouillerende vrijwilligers informatie doorgeven aan de politie (bijv. over drugspanden), geeft deze criminaliteit en overlast minder kans. Het veldwerk van het onderzoek verschaft diverse voorbeelden van succesvolle uitwisseling tussen buurtwacht en politie. Echter directe interventie ? waarbij buurtwachten overlastgevers expliciet aanspreken of criminelen aanhouden – is geen succesfactor. Het onderzoek wijst uit dat dit de veiligheid van vrijwilligers in het geding kan brengen en verhoudingen in de wijk onnodig op scherp zet.

Praktijk op straat is ambivalent

De praktijk van buurtpreventie is echter niet eenduidig. Ambivalentie maakt dat de taakomschrijving van buurtpreventie complexer is dan alleen signaleren en melden. Op straat lopen feit en beeld vaak door elkaar heen, zoals: wanneer is een persoon of situatie nou ?cht verdacht? Niet zelden blijken meldingen later vals alarm. Ook binnen een en hetzelfde buurtpreventieteam kunnen verschillende interpretaties bestaan van wat geldt als een ?probleem? of ?onveilige situatie?. De vrijwilligers hebben bovendien soms te maken met bewoners of aspirant-leden die zich laten leiden door impulsieve acties waarbij stigmatisering kan optreden tegenover bepaalde groepen, bijvoorbeeld bij jongeren of migranten. Tot slot bestaat soms de neiging om de publieke ruimte louter door de bril van veiligheid te bezien. Dit kan ten koste gaan van andere waarden zoals privacy van bewoners. Goedbedoelde sociale controle van buurtwachten wordt niet door alle wijkbewoners gewaardeerd.

Aanbevelingen bij buurtpreventie

Doordat bij buurtpreventie politi?le en justiti?le informatie wordt gedeeld met burgers, kan het niet gelijk worden geschakeld met ander vrijwilligerswerk. Zo is buurtpreventie niet in elke wijk nodig of is het een geschikt middel, en zouden buurtwachten vaker stil kunnen staan bij het realiteitsgehalte van veiligheidsrisico?s en de proportionaliteit van hun handelen. Meer strategisch beleid hierin vanuit gemeenten is nodig. Concreet betekent dit dat gemeenten buurtpreventie niet gedachteloos moeten omarmen of juist negeren maar inbedden in lokaal veiligheidsbeleid.

Bronnen: Erasmus Universiteit, NOS, NRC, EenVandaag, Gemeente.nu, CCV

Viber

viber logo2

Meer dan 200 miljoen gebruikers hebben Viber ontdekt en profiteren van gratis bellen en chatten via internet.?Kenmerkend voor Viber is dat je, net als bij WhatsApp, geen inloggegevens nodig hebt. Viber werkt met de bestaande lijst van contacten van je telefoon en toont welke contacten de app hebben ge?nstalleerd. De gesprekskwaliteit is niet altijd optimaal en verbindingen worden soms verbroken, maar de kwaliteit is wel verbeterd. Bovendien worden die ongemakken geaccepteerd: het is immers gratis en terugbellen gaat eenvoudig.

Viber gaat ook?end-to-end versleuteling invoeren voor al haar gesprekken, inclusief?video, spraak en tekstberichten. Dat betekent dat het bedrijf zelf ook niet in staat zal zijn om de berichten te lezen, laat staan?overheidsinstellingen die erbij willen.
Viber wil het zelfs nog?veiliger maken met een nieuwe functie: Hidden Chats. Hoewel?gecodeerde berichten niet kunnen worden ontcijferd door Viber, staan ze nog wel op de telefoon van de ontvanger. Met Hidden Chats kun je ook zorgen dat de berichten onzichtbaar zijn, en alleen zichtbaar worden na het invoeren van een viercijferige pincode.

 

Bronnen: Re/code, Viber

 

Cartel Land

In de documentaire Cartel Land gaat regisseur Matthew Heineman heel ver om zijn verhaal over de Mexicaanse drugskartels te vertellen. Hij loopt met gevaar voor eigen leven mee met de Mexicaanse burgerwacht aan de grens met de Verenigde Staten. Deze ruwe en meedogenloze film, die net geen Oscar won, toont wat er gebeurt als een staat faalt in het beschermen van zijn burgers.

De drugsoorlog op de grens van Mexico en Amerika eist ieder jaar meer slachtoffers. De overheid is niet in staat om de veiligheid binnen het grensgebied te waarborgen en sommige inwoners zien geen andere optie dan het heft in eigen handen te nemen. Aan de Mexicaanse kant zien we de Autodefensas die onder leiding van een?charmante dokter Jose Mireles op bendeleden jagen.

cartel land1

Op Amerikaans grondgebied volgt de film Tim “Nailer” Foley, een veteraan en ex-drugsverslaafde. In de onherbergzame woestijn van Arizona spoort hij Mexicaanse immigranten en smokkelaars op en levert ze uit aan de autoriteiten. Heineman dringt diep door tot de duistere wereld van de georganiseerde misdaad. Via zijn lens kijken we van dichtbij mee hoe gemaskerde mannen crystal meth produceren, belanden we in hevige vuurgevechten en krijgen we een inkijkje in de persoonlijke levens van de burgerwachten. Hun doel is helder: de misdaad bestrijden. Maar in het heetst van de strijd vervagen morele waarden en is de grens van goed en kwaad niet altijd even duidelijk.

De documentaire begint bij de bron van het probleem. Het is nacht en bij schaars licht zien we methamfetamine-koks hun werk doen. De drugs die ze brouwen gaan regelrecht naar de VS, het land waar de meeste drugs verkocht worden. ?We hebben geen keuze,? zegt een van de koks. ?We weten dat het schadelijk is. We leven in armoede en willen net zo?n leven als jij.?

Cartel Land, dat zich afspeelt in Mexico nabij de Amerikaans grens, verschuift dan de focus naar de burgers die de strijd aangaan met deze drugskartels. Die kartels terroriseren al jaren het land. Om hun families te beschermen nemen deze burgerwachten het heft in eigen hand. Ook zij gaan daarbij genadeloos te werk. Er wordt gemarteld, de straffeloosheid viert hoogtij. Ook zij hebben geen keus, vinden ze, omdat hun overheid het volledig laat afweten.

De film laat zien dat het een strijd tussen twee kwaden is. Beide draaien om elkaar heen in een cyclus van geweld. En de overheid is niet in staat het monopolie op geweld naar zich toe te trekken. Regisseur Matthew Heineman toont wat de gevolgen zijn van een falende staat. Hij registreert ooggetuigenverhalen van gewone burgers. Zo zien we een vrouw die vertelt hoe haar echtgenoot werd opgepakt door een drugskartel. Voor haar ogen werd hij gemarteld, onthoofd en verbrand. Na deze orgie ?speelden ze met me en deden wat ze maar wilden?. Heineman draait alles zelf, als een camjo. Hij vindt zichzelf geen oorlogsverslaggever. In Mexico filmde hij desondanks soms met gevaar voor eigen leven.

Heineman trok negen maanden embedded op met een groep burgerwachten van de Autodefensas uit Michoac?n. Het kogelvrije vest was hard nodig; op zeker moment belandt hij middenin een shoot-out. Op dat moment denk je als kijker: op wie kan de burger echt vertrouwen? Deze burgerwachten zijn net zo geworden als hun vijand: corrupt en gewelddadig tot op het bot.

?Het was een crazy, wild adventure?, zei Heineman tegen de verslaggever van Vice?die de maker deze zomer volgde bij de premi?re in Mexico-Stad. De recensies zijn lovend, de enige kritiek is dat sommigen duiding missen bij zijn verhaal. Tegenover Vice benadrukt Heineman dat hij bewust geen politieke film wilde maken. Door vooral te registreren en het verhaal van binnenuit te vertellen, hoopt hij dat dit onderwerp niet langer genegeerd kan worden.

Mexico?s narco-oorlog duurt al drie decennia en lijkt inderdaad nooit te stoppen. De oorlog telt bijna honderdduizend doden en 20 duizend vermisten tot nu toe. Waarbij de vermissing van 43 studenten, afgelopen september een jaar geleden, ons het meest helder voor de geest staat. De Mexicaanse overheid doet zijn best de drugskartels de kop in te drukken, en krijgen daarbij ook hulp van de Verenigde Staten, maar geen enkele president lijkt daar in te slagen.

Het heeft daarbij eerder iets weg van een kat-en-muis spel. Neem de ontsnapping van Joaqu?n ‘El Chapo’ Guzm?n. Hoe trots was Mexico-Stad op de vangst van de meest Mexico’s meest gezochte crimineel, drugsbaas. Eerst in 1993. De drugsbaas wist in 2001 echter te ontsnappen, werd begin 2014 opnieuw opgepakt maar flikte afgelopen juli het kunstje opnieuw. Op spectaculaire wijze ontsnapte El Chapo uit de meest beveiligde gevangenis van Mexico, via een anderhalve kilometer lange tunnel die hij zelf had gegraven. Hij zit nu weer vast, want begin januari werd hij wederom gearresteerd.

cartel-land

Bronnen: Cartel Land, VPRO

Hoaxmap: Crowdsourcing en ontkrachting van geruchten over vluchtelingen

hoaxmap

Toen ze de vele?meldingen van vermeende misdaden door vluchteling op social media viral zagen gaan, zonder enige?fact-checking, besloot de Duitse Karolin Schwarz er zelf wat aan te doen. Samen met een vriend Lutz Helm?ontwikkelden ze de?Hoaxmap. Een online platform dat?valse geruchten moet ontkrachten en kaf van het koren moet scheiden tussen de vele waar- en onwaarheden.

Schaarste aan nieuwscontent was niet het probleem.?In?de week na de lancering op 8 februari verzamelde on ontkrachtten zij volgens de S?ddeutsche Zeitung meer?dan 240 gerichten, 187 uit Duitsland en de rest uit Oostenrijk en Zwitserland. De vermeende locatie van elk van de geruchten staat geplot?op de kaart, en bezoekers kunnen zo meer te weten komen over de vermeende incidenten.?Er zijn allerlei soorten geruchten: van zwanenstroperij tot grafschennis. Sommige berichtgeving is door de media uit context gehaald of overdreven, andere berichten zijn regelrechte leugens.

“De ontkrachte incidenten?op de kaart vari?ren van diefstallen tot doodslag – maar een van de meest voorkomende onderwerpen is verkrachting,” laat Schwarz zien.?Een van die verkrachtingsincidenten is het vermeende misbruik van een 13-jarig Russisch-sprekend meisje uit Berlijn. Dit bericht werd breed uitgemeten in de Russische media en zelfs gebruikt als oorzaak van de diplomatieke spanningen tussen Duitsland en Rusland. Maar toen de tiener werd ondervraagd door specialisten gaf ze al snel toe dat ze het verhaal had verzonnen.

In andere gevallen zijn?de gepleegde ‘misdaden’ van vluchtelingen minder ernstig, zoals lokale?klachten van burgers?over het ontbreken van gratis kinderopvang voor Duitse kinderen als gevolg van het onderbrengen van vluchtelingen (waarin bleek dat er inderdaad wachtlijsten waren, maar niet vanwege immigranten).

Al deze berichten zorgen gezamenlijk voor?een sfeer van verdenking en angst, wat weer kan leiden?tot woede en fysiek geweld richting vluchtelingen. De incidenten?in?Keulen verergerde dit anti-immigratie sentiment alleen maar meer.?Facebook en andere sociale media platformen worden veelvuldig?gebruikt om valse geruchten te verspreiden en om strengere strafmaatregelen te nemen. Zozeer zelfs dat Facebook Berlijn onlangs een campagne startte:?het?Online Civil Courage Initiative, tegen extremistische uitingen?op het internet. Facebook trok 1 miljoen uit voor deze campagne. In de tussentijd dragen?Schwarz en Helm ook hun steentje bij, en ze zien dat hun eigen acties in snel tempo een groter crowdsource collectief werd.?”Elke dag krijgen we tientallen tips via Twitter en e-mail, ‘zei ze tegen Deutsche Welle, en ze gaf aan dat sommige individuen en groepen hele?lijsten sturen van incidenten uit bepaalde regio’s.

Bronnen: Forbes