Tagarchief: politie

Buurtlab: studenten en stadjers dragen bij aan fijne en veilige buurt

Groningse studenten en stadjers uit de Korrewegwijk en Schildersbuurt kunnen via een nieuwe app samenwerken om geluidsoverlast en woninginbraken in hun wijk te verminderen.

Buurtlab Groningen is een proef van TNO, de politie en de gemeente om de wijken veiliger te maken en prettiger om te wonen. Vijftig bewoners hebben zich inmiddels aangemeld. ,,We hopen er nog honderd bij te werven??, zegt Arnout de Vries, onderzoeker maatschappelijke veiligheid van TNO in Groningen.

Hooggespannen verwachtingen

Hij en zijn collega Sven Schultz hebben hooggespannen verwachtingen van de speciaal voor dit project ontwikkelde app. ,,Een platform waarin je mee kunt praten over veiligheid en leefbaarheid in jouw buurt??, licht De Vries toe. Het gaat om een soort WhatsAppgroep, waarin wijkbewoners met elkaar kunnen communiceren. Afspraakjes maken voor een buurtbarbecue bijvoorbeeld of een sportevenement.

De gemeente Groningen en de politie werken mee aan de proef. Onderling worden ervaringen en idee?n uitgewisseld over geluidsoverlast en woninginbraken. Bewoners blijven anoniem.

Schultz: ,,De politie vestigt via de app de aandacht op woninginbraken en geeft anti-inbraaktips.?? Deelnemers wordt gevraagd om zelf met verbeterpunten te komen voor een betere veiligheid en leefbaarheid. ,,Ons doel is om te onderzoeken of meer samenwerking in de preventieve fase effect heeft op de veiligheid en het veiligheidsgevoel en op de bevordering van wederzijds begrip??, aldus De Vries. Een feestje met geluidsoverlast hoeft voor een betere relatie niet bij voorbaat te worden afgeblazen. ,,Vertel dat er een feest komt. Dat is wel zo prettig voor de buren.??

Negen weken

Het project start begin oktober en duurt negen weken. In die periode wordt een aantal campagnes en activiteiten rond geluidsoverlast en woninginbraken georganiseerd. De communicatie verloopt niet alleen via sociale media. Er zijn ook traditionele bijeenkomsten in de wijk, zoals een symposium over woning-inbraken. De inbraakpreventietruck komt naar de buurt. En een ?boef? onderzoekt insluipmogelijkheden. De Vries: ,,Hoe wordt daarop gereageerd? Is het bewustzijn van de bewoners geactiveerd? Dat onderzoeken we.?

De onderzoekers van TNO bereiden politiemedewerkers (wijkagenten, contactfunctionaris studenten) en een aantal gemeenteambtenaren voor op Buurtlab. ,,Hoe communiceer je in een grote groep? Liefst niet al te formeel.??

Hoe de interactie uitpakt is een grote verrassing. ,,Wat als een groot deel reageert? Dan heb je een stroom aan berichten en misschien wel 1001 vragen. Niet allemaal voor de wijkagent natuurlijk. Wie acteren daar nog meer op? Dat gaan we ervaren.??, aldus de Vries.

De Groningse proeftuin Buurtlab is onderdeel van het Europese project INSPEC2T. Dat richt zich op next generation community policing en doet onderzoeken in vijf steden: Belfast, Lancashire, Valencia, Egnomi en Groningen. Voor het project buurtlab in de Korrewegwijk en de Schildersbuurt kunnen bewoners zich aanmelden via TNO.nl/buurtlab.

Bronnen: Dagblad van het Noorden

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Criminelen op de vlucht na politie-infiltratie van darkweb

Wie op dit moment online drugs wil bestellen, doet dat hoogstwaarschijnlijk op Dream Market. Het is de belangrijkste plek op internet om creditcardgegevens, computervirussen en drugs te bestellen nadat zwarte marktplaatsen Hansa en Alphabay vorige maand door de politie offline werden gehaald.

Het lijkt?business as usual?voor wie rondneust op de site. Verkoper ?Onenation? prijst er bijvoorbeeld zijn ketamine aan. ?DiscounterNL? verkoopt xtc-pillen met de naam?Laugh Now, Cry Later.

Maar schijn bedriegt. Het opdoeken van Hansa en Alphabay heeft tot paniek geleid. Een deel van de drugsverkopers verhuisde naar Dream Market ? met een andere gebruikersnaam. Daarmee gooien de handelaren een maanden- of soms jarenlang opgebouwde reputatie weg, cruciaal voor de handel op dergelijke sites.

Van alle verkopers die Alphabay en Hansa verruilden voor Dream Market veranderde minstens 20 procent de verkoopnaam,?blijkt uit onderzoek van TNO dat deze maandag verschijnt. Daarnaast probeerde 14 procent onder de radar te blijven door alleen de PGP-sleutel te veranderen, de unieke code om versleutelde communicatie te kunnen lezen. ?Verkopers veranderen hun PGP-sleutel of verkoopnaam niet als ze niet denken dat het echt moet?, schrijven de TNO-onderzoekers. Bijna honderd verkopers blijken onder hun eigen verkoopnaam te zijn verhuisd van Alphabay naar Dream Market, maar slechts twaalf verkopers durfden onder hun oude verkoopnaam en met dezelfde PGP-sleutel over te stappen vanaf Hansa.

De politie zit al langer achter deze boeven aan, maar dat is lastig. Wanneer agenten een marktplaats sluiten, dan gaan de gebruikers meestal naar een andere website met hun waar. ?Dit noemen we het waterbedeffect?, zegt Rolf van Wegberg. Bij TNO en de TU Delft onderzoekt hij het darkweb. ?Als je bij een waterbed aan de ene kant drukt, dan gaat het aan de andere kant omhoog. Daar komt de naam vandaan.?

Vier verkopers aangehouden

De politie zegt tienduizend adressen van drugskopers te hebben overgedragen aan Europol; er werden vijfhonderd bezorgadressen in Nederland onderschept. Tot nu toe zijn er in Nederland slechts vier vermeende drugsverkopers aangehouden. Het OM zegt druk te zijn met lopende onderzoeken. Wilbert Paulissen, hoofd van de Landelijke Recherche, zegt tegen?NRC?dat een deel van de drugsafnemers in ieder geval nog bezoek krijgt van de politie.

Na de sluiting van Hansa en Alphabay trad er weer het zogeheten waterbedeffect op, schrijven de TNO-onderzoekers. De aanwas bij Dream Market steeg van gemiddeld twintig nieuwe gebruikers per dag naar zestig met uitschieters tot honderdtachtig. Dit effect is bekend. ?In het verleden betekende het neerhalen van een zwarte markt niet meer of minder dan een tijdelijk knikje in het verkoopvolume van zwarte markten?, zegt Rolf van Wegberg, een van de betrokken TNO-onderzoekers. ?De verkopers verplaatsten zich gewoon en hadden slechts even tijd nodig om onder dezelfde naam opnieuw advertenties te plaatsen.? De socioloog Isak Ladegaard stelde zelfs vast dat door media-aandacht voor het ontmantelen van een zwarte markt verkoopvolumes op zwarte markten juist toenamen.

?Het waterbedeffect was natuurlijk ook bij ons bekend?, zegt Martijn Egberts, landelijk officier van justitie belast met computercriminaliteit. Volgens hem was het een van de belangrijkste motieven om het op deze manier aan te pakken. ?We wilden vooral duidelijk maken dat je wel degelijk een risico neemt door te kopen of verkopen op een zwarte markt.?

 

Reputatie

Toen de FBI begin juli de populaire ondergrondse marktplaats Alphabay sloot trad opnieuw het waterbedeffect op. Het aantal gebruikers van de concurrent Hansa Market steeg flink. ?Maar de criminelen wisten niet, dat de Nederlandse politie die site in handen had. Ze konden wekenlang alles zien wat daar gebeurde en ook adressen van criminelen achterhalen?, zegt Van Wegberg. De politie verzamelde op deze manier, tijdens operatie Bayonet, maar liefst tienduizend adressen.

Schermafbeelding 2017 08 28 om 16.09.37

Het aantal gebruikers van Dream Market steeg explosief in juli toen Alphabay en Hansa Market werden gesloten.
?TNO, Rolf van Wegberg.

Van Wegberg signaleerde dat een derde marktplaats, genaamd Dream Market, na de sluiting van Alphabay en Hansa flink populairder werd. De site bestaat sinds 2013 en had tot juli 2017 een gemiddelde van 20 nieuwe gebruikers per dag. Dat aantal steeg na het sluiten van Alphabay en Hansa naar meer dan 60 (met uitschieters van 180), blijkt uit zijn onderzoek.

Tot zover lijkt het op een normaal waterbedeffect. Maar er is nog meer aan de hand. Van Wegberg achterhaalde van veel nieuwe aanmelders van Dream Market waar ze vandaan kwamen. Hij ontdekte dat minimaal vijftien procent van die gebruikers van naam veranderde bij hun aanmelding bij Dream Market.

?Dat is zeer ingrijpend?, zegt hij. ?Want hun reputatie is gekoppeld aan hun username. Net als bijvoorbeeld bij Ebay of Aliexpress, kunnen consumenten cijfers geven voor de geleverde producten of diensten op ondergrondse marktplaatsen. Zo weet je of iemand op tijd levert en de drugs bijvoorbeeld van goede kwaliteit zijn. Een goede reputatie is veel waard, want dan bestellen meer mensen bij je.? In de schimmige, anonieme wereld van het darkweb zorgt een reputatie voor houvast.

Gedragsverandering

Dat zoveel overstappers hun zorgvuldig opgebouwde reputatie weggooien, is ongekend volgens Van Wegberg. ?Ze zijn bang geworden door de succesvolle politie-actie Bayonet. Het heeft een groot effect gehad en geleid tot een gedragsverandering. Je kunt het vergelijken met een restaurant met Michelinsterren, die van de een op de andere dag de naam aanpast, een nieuw telefoonnummer neemt en zich dan ook nog in een andere stad vestigt.? En dan is er ook nog een groep van meer dan een kwart dat de zogeheten PGP-sleutel veranderde, waarmee je berichten kunt versleutelen.

Schermafbeelding 2017 08 28 om 16.11.35

Uit het onderzoek van TNO blijkt dat van de nieuwe aanmelders op Dream Market 26 procent een nieuwe PGP-sleutel koos, 14 procent een andere username aannam en zes procent beide deed.
?TNO, Rolf van Wegberg

Van Wegberg wil graag weten of criminelen op het darkweb nu minder omzet draaien. ?Dat zijn we nu aan het uitzoeken. We gaan ook meer marktplaatsen onderzoeken. Bovendien vonden we dat er veertig procent nieuwe aanmeldingen kwamen bij Dream Market. Wij proberen uit te vinden, onder meer via tekstvergelijkingen, wie dit precies zijn. Het is goed mogelijk dat ze al eerder op andere marktplaatsen actief waren onder een andere username. Dat zou betekenen dat de groep van zo?n vijftien procent die hun gebruikersnaam veranderde bij de overstap naar Dream Market nog veel groter is.?

De Hansa-operatie past in een trend van de politie om online criminaliteit te saboteren. ?De identificatie van computercriminelen is heel ingewikkeld en tijdrovend omdat ze zich online makkelijker kunnen verschuilen?, zegt Egberts. In plaats daarvan worden kinderpornofora offline gehaald. Ook worden in samenwerking met banken rekeningnummers van criminelen geblokkeerd.

?Hetzelfde geldt ook voor?cyber enabled crime?, zegt Paulissen van de Landelijke Recherche. Het lukte de politie bijvoorbeeld om de servers te kopi?ren van het bedrijf Ennetcom, waarop 3,6 miljoen berichten stonden, grotendeels verstuurd door criminelen. Zij dachten in het geheim te hebben gecommuniceerd op zogeheten PGP-telefoons. ?We zijn die gesprekken aan het analyseren, en wat blijkt is dat mensen er honderd procent zeker dachten te zijn van hun anonimiteit,? zegt Paulissen. ?Je moet daarbij denken aan het uitgebreid voorbereiden van liquidaties in deze gesprekken. Men was overtuigd: hier zal de politie nooit kunnen meelezen.?

Dit is een succesvolle actie geweest van de FBI en de Nederlandse politie, benadrukt Van Wegberg. ?Voor ons als wetenschappers levert dit veel nieuwe informatie op, omdat gebruikers van marktplaatsen nog niet eerder op deze manier zijn aangepakt. Het leidt tot een gedragsverandering die we op deze schaal nog niet eerder hebben gezien.?

Bronnen: NRC,?NEMO Kennislink, Alphabay-exit, Hansa-down: Dream on? Examining the effects of operation Bayonet on Dream Market.

Zelfmoord voorkomen via Instagram

Politie voorkomt zelfmoord via Instagram en wil meer doen op social media met?webcare

” Wat gaan jullie doen als iemand zm gaat plegen? En als u niet weet wat zm betekent, dat is dus zelfmoord…”

De bovenstaande twee Instagram-berichten stuurde een meisje naar een politieagent in Enschede. Het is een voorbeeld van het toenemende gebruik van sociale media, waar de politie op inzet.

In Twente loopt een proef met speciale socialmediateams. Zo’n twintig agenten beheren bij toerbeurt de Instagram- Twitter- en Facebookaccounts van de politie in verschillende gemeenten. Ze gaan in op klachten en tips van burgers, maar kunnen ook strafbare feiten signaleren en opsporen.
Sjoerd Obbink is teamchef van de politie Hengelo, waar ook een socialmediateam is. “Het gaat niet zozeer om speuren, maar om in verbinding staan met de burger op straat. De digitale wereld is nou eenmaal een feit en daar willen wij bij aansluiten.”

De proef met speciale teams loopt nu alleen in Midden-Twente en vanaf september in heel Twente. Maar in heel Nederland zijn al 2300 wijkagenten actief op Twitter.
Ron de Milde is bij de landelijke politie verantwoordelijk voor de toepassing van nieuwe media. Hij hoopt dat het gebruik van sociale media bij de politie een vlucht gaat nemen. “We kopen dingen online, boeken reizen, sluiten vriendschappen, dus de politie moet er ook aanwezig zijn.”

En dat gaat voortaan een stuk makkelijker, denkt De Milde. “Er zijn duizenden smartphones uitgereikt aan agenten en zo kunnen ze de kanalen bedienen.”
Volgdiensten

Een van de manieren waarop agenten verbinding proberen te maken is met zogenoemde volgdiensten. “Je kan zeggen: rent-a-cop”, vertelt De Milde. “Dan gaan ze surveilleren in een wijk in en dan kunnen mensen via Facebook-messenger aangeven waar de agenten moeten gaan kijken of waar er overlast vandaan komt.”

De landelijke politie wil dat verschillende afdelingen binnen drie jaar structureel beter georganiseerd zijn op sociale media. Maar het ouderwetse politiewerk blijft natuurlijk ook bestaan, vertelt hij. “Je moet een goede balans vinden, warme contacten in de wijk en aan de andere kant snelle contacten via digitale kanalen.”
Het verhaal in Enschede loopt goed af, maar de politie heeft meer voorbeelden waarin de juiste snaar wordt geraakt op sociale media. De onderstaande brief zette ‘politievlogger’ Jan-Willem Schut een paar dagen geleden op Twitter.

Toch zijn er nog wel stappen te maken erkent De Milde, want agenten vliegen ook weleens uit de bocht. “Ja, het kan ook misgaan. We willen collega’s wel de ruimte geven om hun eigen creativiteit te benutten, maar we geven ook trainingen. Daarbij geven we aan: doe dit wel, doe dit niet.”

Bronnen: NOS, Tubantia (1, 2), De Telegraaf

 

 

Buurtlab Groningen: samenwerken aan een fijne en veilige buurt

Buurtlab Groningen is een proef van TNO, politie en de gemeente om samen met studenten en Stadjers te werken aan een fijne en veilige buurt. De proef richt zich op de thema?s geluidsoverlast en woninginbraken in de Korrewegwijk en de Schildersbuurt. Tijdens de proef zoeken we contact met bewoners en wisselen we onderling ervaringen en idee?n uit. Dit gebeurt via sociale media via Facebook of Twitter en een speciaal ontwikkelde app, maar ook traditioneel op straat en op andere ontmoetingsplekken in de leefomgeving.

Tijdens de proef vragen de partijen aan bewoners om goede voorbeelden en verbeterpunten aan te dragen: Wat vind je nu echt relevant in het samenwerken aan veiligheid en leefbaarheid in je eigen buurt? Waarvoor voelt een ieder zich verantwoordelijk? Wat kun je zelf doen? Het doel hiervan is om te onderzoeken of meer samenwerking in de preventieve fase een positief effect heeft op (het gevoel van) veiligheid en wederzijds begrip en vertrouwen in de buurt. Dit wordt ook wel ?community policing? genoemd.

Arnout de Vries van TNO: ‘We voeren het experiment uit in twee wijken waar veel studenten wonen. Het onderzoek moet uitwijzen of door het gebruik van bijvoorbeeld appgroepen het contact tussen Stadjers en studenten kan verbeteren en daarmee de sociale cohesie in de wijk’.

‘Deelnemers kunnen elkaar via de appgroep bijvoorbeeld laten weten dat er een feestje aan zit te komen, waarbij geluidsoverlast is te verwachten. We hopen dat daarmee het onderlinge begrip toeneemt. Of de deelnemers kunnen elkaar en de politie waarschuwen als er een inbreker in de wijk actief is.’

Start KEI-week

Buurtlab Groningen start tijdens de KEI-week in augustus en duurt tot en met november. Tijdens die periode is er een aantal campagnes en een aantal activiteiten waarin de samenwerking tussen studenten, Stadjers, politie en gemeente nader wordt onderzocht.

Europees Project

De proeftuin in Groningen is onderdeel van het Europese project INSPEC2T dat zicht richt op ?next generation community policing?. Het project voert in vijf steden in Europa onderzoek uit: Belfast, Lancashire, Valencia en Egnomi.? Zie voor meer informatie over het Europese project:?http://inspec2t-project.eu/nl/

Interesse? Meld je dan nu vast aan!

Het aantal deelnemers voor de BuurtLab proef zal beperkt zijn en vol=vol!

Bronnen: Buurtlab, RTVNoord

App: CopCast

Waarom een bodycam aanschaffen als je er al een in je broekzak hebt? Dat moeten de makers van CopCast gedacht hebben toen ze in 2013 de CopCast app (Android, een iPhone versie zal spoedig volgen) ontwikkelden, speciaal voor agenten.

 

De Latijns-Amerikaanse politie, waar deze app is ontstaan, behoort tot de meest gewelddadige in de wereld. Toch is er steeds meer bewijs dat sommige technologie?n, waaronder?bodycams, overmatig geweld kan voorkomen. Het Igarape Instituut ontwikkelde CopCast om de verantwoording van de politie en het vertrouwen van burgers in de politie te verbeteren. CopCast is?open source software waarmee smartphones veranderen in bodycams.

Het biedt een goedkope oplossing voor politieagenten die een bodycam willen gaan gebruiken; ze hadden er altijd al eentje in hun broekzak.

????

 

Jersey City Police Department is de eerste in de Verenigde Staten om?CopCast te gaan testen. Na een aantal testmaanden met 10 agenten, verwacht men deze week een overeenkomst te ondertekenen om de technologie uit te breiden tot 250 agenten. Aangezien de VS nog steeds te maken heeft met?schietpartijen waarin agenten betrokken zijn, kan deze nieuwe technologie een vollediger beeld geven van gewelddadige situaties. “Alle politieleiders moeten begrijpen dat dit de toekomst is,” zei de burgemeester van Jersey City Steven Fulop tegen USAToday.

Het nieuwe systeem werkt als volgt: Agenten downloaden de CopCast app op hun smartphone, en de toezichtcentrale?download een desktop versie. Agenten op straat?kunnen de telefoon op hun borst monteren?en een knop indrukken om een?audio- en video-opname te starten. Er kan?live worden meegekeken door toezichthouders op het hoofdbureau en de exacte locatie van de agent?wordt middels?GPS-technologie op een kaart getoond. De agent?drukt weer op de?knop om die live-stream te stoppen en de gehele situatie wordt automatisch opgeslagen op een server.

Bij veel bodycams die nu op de markt verschijnen?moeten agenten aan het einde van hun dienst hun beelden downloaden uit het apparaat, waarna de beeldne pas beoordeeld kunnen worden.

Chuck Wexler, directeur van het Police Research Research Forum, een wetenschappelijke onderzoeksorganisatie uit Washington D.C. vertelt dat de technologie interessant is?omdat de grootste belemmering bij deinvoer van bodycams in Amerikaanse politiekorpsen de kosten zijn.

Bodycam bedrijven verkopen meestal een heel dienstenpakket bij bodycams. De Bodycams zelf worden gratis weggegeven, vergelijkbaar bij mobiele telefoons. Juist aan het data-abonnement (en opslag of analyse dienstverlening) is de cash-cow met vaak lange termijncontracten.

Gideon Morris, hoofd van de veiligheid voor de West-Kaap in Zuid-Afrika, zei dat hij stond te trillen op zijn benen toen hij een uitvraag deed bij leveranciers voor bodycams.

 

‘Ze geven u een eenheidsprijs en u doet daarna de berekening en dan zegt u:’ Jongens, niet mogelijk in de komende eeuw, ‘vertelt Morris, die ervoor koos om CopCast te gaan gebruiken.

Brian Platt, hoofd?innovatie van Jersey City, zegt dat de smartphone app – die een basisversie heeft die gratis is voor elk politiekorps?- zijn stad in staat stelt om goedkopere opslag- en ondersteuningsdiensten in te richten.

Wexler geeft aan dat er meer?flexibiliteit nodig is in een industrie die nu wordt gedomineerd door een handjevol bedrijven, onder leiding van Taser International, die zijn naam in april in Axon veranderde. Wexler zei dat meer dan de helft van de middelgrote tot grote steden uit de VS gebruik maakt of aan het testen is met bodycams. Maar volgens hem zijn?90% van de 18.000 politiekorpsen in de VS?met 50 agenten of minder, en juist zij worstelen om over te gaan op het gebruik van bodycams. “Als de industrie iets nodig heeft, is het concurrentie en innovatie,” zei Wexler. “We zullen kijken hoe dit zich verder ontwikkeld.”

CopCast is gemaakt door het Igarap? Institute, een Braziliaanse denktank die zich richt op veiligheids- en rechtvaardigheidsproblemen, en Jigsaw, een technologie-incubator van?Eric Schmidt, de voormalige CEO van Google, die nu de uitvoerende voorzitter is van moedermaatschappij Alphabet.

Robert Muggah, onderzoeksdirecteur van Igarap?, zei dat tests in Rio de Janeiro, Zuid-Afrika en Bulgarije hebben aangetoond dat agenten?de app zich snel eigen maken. “De meesten waren jong en handig met techniek en gebruikten hun smartphone al op diverse manieren in hun werk,” zei hij. De technologie maakt het ook mogelijk om de korpsen in staat te stellen snel deze software aan te passen naar hun behoeften. James Shea, veiligheidsdirecteur van de gemeente Jersey City, zei dat zijn agenten een probleem opmerkten toen ze voor het eerst CopCast gingen testen met Samsung Galaxy S6-telefoons. Om een video te starten, moesten de agenten?de telefoon eerst van hun borst halen, een knop op het scherm indrukken?en de telefoon opnieuw inklikken. Zij namen contact op?met de softwareontwikkelaars in Brazili? en zo konden zij dat probleem fixen. De agenten?kunnen?nu de “volume up” -knop ingedrukt houden om de opname te starten en de “volume down”-knop om te stoppen zonder de telefoon uit hun borsthouder te verwijderen. “Het briljante ervan is, omdat het een app is, ze correcties en herzieningen snel kunnen maken en het verder door kunnen ontwikkelen,” zei Shea.

Bronnen: CopCast, USAToday

Bij welke staat behoort de virtuele straat?

Een bijdrage van gastauteur Rick de Haan:

Waarom hebben we politie? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die mijn kleuterzoon zou kunnen stellen om de wereld om zich heen te leren begrijpen. Hoe ouder hij wordt, hoe ingewikkelder de vragen. En dus ook de antwoorden, waarvoor ik steeds vaker de hulp van internet inschakel. Het zal niet lang meer duren tot hij zelf www.google.nl intikt en daar zijn vragen gaat stellen; tot die tijd leer ik er zelf gelukkig ook nog wat dingen bij.

Het meest concrete antwoord op de vraag waarom we politie hebben staat op politie.nl: ?De politie beschermt de democratie, handhaaft de wet en is het gezag op straat.? Persoonlijk vind ik dat nog een beetje te kort door de bocht, want het geeft geen antwoord op de vraag waarom het ?berhaupt nodig is om politie te hebben. Daar zullen ongetwijfeld wat wetenschappelijke, sociologische of antropologische stukken over te vinden zijn. In die richting zou ik het zelf in elk geval zoeken, want het bestaansrecht van de politie is gelegen in het bewaken en handhaven van de regels die gezamenlijk in een samenleving worden afgesproken. Het is onderdeel van hoe mensen met elkaar omgaan. In gezinsverband zijn het, als het goed is, de ouders die de afgesproken leefregels handhaven en de kinderen in het gareel proberen te houden. In een groter gezelschap ligt het gezag bij degenen die de leidersrol hebben. Op het werk is dat doorgaans de leidinggevende. In een nog groter gezelschap, zoals een stad, provincie of land is dit een verantwoordelijkheid van ?de overheid?, in ons geval de democratisch gekozen leiders. En de Nederlandse overheid heeft het uitvoeren van dat gezag, inclusief het alleenrecht om desnoods geweld toe te passen, gedelegeerd aan een organisatie die we de politie noemen. Om het nog een beetje overzichtelijk te houden sla ik de iets ingewikkeldere uitleg van de Trias Politica even over, want dan dwaal ik af. Maar houd voor straks even in het achterhoofd dat we ook nog zoiets als een rechterlijke macht hebben.

De virtuele variant van de maatschappij

In het afgelopen decennium is de interactie en het ?zijn? op internet toegenomen. Het internet, en dan vooral social media, is een ander domein dan telefonie dat al wat langer bestaat. Bij telefonie heeft de een kortstondig contact met de ander. In de meeste gevallen is dat 1-op-1. Op social media communiceren grote groepen met elkaar over van alles en nog wat. Het internet is daarmee meer en meer een virtuele variant van de maatschappij geworden. Ik noem het variant en niet verlengstuk, want die virtuele maatschappij kent geheel andere grenzen dan de fysieke maatschappij. Het onderlinge verkeer is niet begrensd door gemeente- of landsgrenzen. Ook taal is geen barri?re om wel of niet mee te doen. Engels is de voertaal in het westen, maar met vertaalprogramma?s als Google Translate is het een koud kunstje om aan het online maatschappelijk verkeer mee te doen met mensen uit een ander taalgebied. Je hoeft er zelfs niet voor te kunnen lezen dankzij moderne spraakprogramma?s. Tegelijkertijd vinden er op het internet overtredingen plaats die volgens de wetten en regels die ooit in de fysieke wereld zijn afgesproken handhaving behoeven. Als er een Nederlandstalige bedreiging van een (aankomend) politicus plaatsvindt, vanaf een socialmedia-account van een Nederlandse gebruiker, is het niet zo ingewikkeld om dit te behandelen volgens de Nederlandse wet. Als diezelfde bedreiging aan het adres van een buitenlandse politicus wordt gedaan, wordt het opeens veel ingewikkelder. Want is het beledigen of bedreigen van iemand in het buitenland nu wel of niet strafbaar volgens de wet die geldt in de omgeving van degene die deze uiting doet?

Overgeleverd aan de nukken van de internetgiganten

Het stelt niet alleen overheden en politie voor lastige dilemma?s, maar ook internet- en socialmedia-giganten als Facebook, Google en Twitter. Doorgaans hebben deze giganten intussen min of meer gestroomlijnde meldprocedures voor overheden. Zo kan een opsporingsambtenaar bij Facebook bijvoorbeeld via Facebook Records contact opnemen in geval van een opsporingsonderzoek. Twitter heeft weer andere regels waar je je als wetshandhaver aan moet houden voordat je bepaalde informatie kunt krijgen. In alle gevallen zijn het procedures die de bedrijven zelf opstellen, om voor zichzelf een goede balans te vinden tussen de privacy van hun gebruikers en het delen van gebruikersdata met overheidsvertegenwoordigers. Die balans is doorgaans niet transparant, uitgezonderd enige inzage in het aantal aanvragen en ingewilligde verzoeken via transparency reports. Het is echter maar de vraag welke beweegredenen er zijn om wel of niet mee te werken. Opsporingsinstanties vragen om gegevens, en socialmedia-bedrijven geven die of kiezen ervoor om dat juist niet te doen als zij vinden dat ze daartoe moreel of wettelijk niet verplicht zijn. Ze hebben wat dat betreft een zeer machtige positie, waarbij overheden zijn overgeleverd aan de nukken van deze internetgiganten. Wie heeft er nu eigenlijk de leiding om de orde te bewaken en te handhaven? En wie zou dat moeten hebben?

Online leefbaarheid en veiligheid

De leefbaarheid en veiligheid in onze fysieke leefomgeving heeft er sinds de opkomst van online buurtpreventie een dimensie erbij gekregen. Ongeveer 7000 WhatsApp-groepen uit Belgi? en Nederland hebben zich inmiddels aangemeld bij wabp.nl; grote kans dat ook jij en/of jouw buren op deze manier samen een oogje in het zeil houden in jouw wijk. Een belangrijk uitgangspunt van die online buurtgroepen is dat als er stront aan de knikker is er meteen 112 wordt gebeld. Om elkaar te informeren over onwenselijke of onveilige situaties hoeft de politie niet te worden ingeschakeld, maar als iemand getuige is van brandstichting, mishandeling, inbraak of erger is het voor iedereen volstrekt logisch dat de politie erbij wordt gehaald.

Maar hoe zit dat als er ernstige misdragingen plaatsvinden op het internet? Welke overheidsinstantie heeft het gezag wanneer er live moordvideo?s worden gestreamd op Facebook? Wie moet er worden ingeschakeld als de online leefbaarheid of veiligheid in het geding is? De meningen van diverse wetenschappers lopen uiteen over welke verantwoordelijkheden de internetgiganten daarin hebben. Zolang we die internetgiganten blijven zien als gewone bedrijven is het lastig om consensus te vinden over welke rol zij wel en niet zouden moeten spelen. Voor gewone bedrijven is het namelijk heel logisch om winstbelang te laten prevaleren boven het belang van overheden die misstanden willen oplossen. De vraag is of die logica nog wel opgaat. Want de internetgiganten zijn wel iets meer dan alleen maar ?gewone? bedrijven.

Facebook is een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser

Aan het begin van dit artikel schreef ik, dat het internet een virtuele variant van de maatschappij is geworden. In de internetfilmpjes over de social media revolutie wordt al enkele jaren de vergelijking gemaakt met inwoneraantallen van landen en aantallen gebruikers van social media platformen. Facebook heeft vandaag de dag bijna 2 miljard gebruikers. De vergelijking met landen begint steeds logischer te worden; de meesten van ons wonen niet alleen in Nederland maar ook met bijna 2 miljard andere wereldbewoners in de Facebook-cloud. En Facebook is daarmee feitelijk een machtige mogendheid met Mark Zuckerberg als alleenheerser. Een alleenheerser die moderators in dienst heeft om, net als politieagenten, de gebruikers (meer) in het gareel te houden. Onlangs kondigde Facebook aan 3000 extra moderators in te gaan schakelen omdat de handhaving op het platform nog steeds te wensen over laat. Net als de politie in de fysieke maatschappij zullen deze handhavers afhankelijk zijn van meldingen van bezoekers op het platform om gericht tot actie over te kunnen gaan. Alle gebruikers die de moeite nemen om ongewenste content te melden, vormen daarmee de Facebookvariant van de buurtpreventiegroepen. Maar hoe zit het met de rechterlijke macht in Facebookland? Hoe denkt Mark Zuckerberg daar vorm aan te gaan geven? Nou, daarvoor stelt hij zijn vertrouwen in kunstmatige intelligentie (AI). Hij zegt dat niet met zoveel woorden, maar deze AI wordt momenteel doorontwikkeld om het werk van de moderators te vergemakkelijken. Ik ben ervan overtuigd dat dat slechts het begin is van een ontwikkeling en dat beoordeling en sanctie-oplegging mede omwille van de objectiviteit spoedig ook daarvan afhankelijk zal worden gemaakt. Ofwel: kunstmatige intelligentie als de toekomstige rechterlijke macht van Facebook.

Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger

Ik zie meer en meer overeenkomsten tussen social media platformen als virtuele omgevingen waar mensen samenkomen en fysieke omgevingen als steden, provincies en landen. Mijn veronderstelling daarbij is dat internetgiganten als Facebook, Google en Twitter steeds meer behoefte zullen krijgen aan samenwerking met verschillende overheden bij de handhaving van digitale orde en veiligheid op hun platformen. Opvallend was bijvoorbeeld dat onlangs een zelfmoord van een tienermeisje werd voorkomen waarbij ??n van de telefoontjes aan de politie van Facebook zelf kwam. Het feit dat dezelfde internetgiganten door nabestaanden van een schietpartij in San Bernardino voor de rechter worden gesleept omdat ze radicalisering op hun platformen hebben toegelaten, zegt ook wel iets over de toenemende behoefte aan handhaving.

Nu social media platformen allemaal live streaming van video bieden, ontstaat er een situatie waarin willekeurige online gebruikers getuige kunnen zijn van actuele incidenten zoals onder andere moord, verkrachting en zelfmoord. Interventies hierop moeten meestal in de fysieke wereld plaatsvinden. In die fysieke wereld is niet Mark Zuckerberg de leider die bepaalt wat er moet gebeuren, maar zijn dat de lokale overheden waar deze incidenten plaatsvinden. Plotseling is het in een situatie als deze niet een overheid die aan de bel hangt bij Facebook, maar zijn de rollen omgedraaid. Het is best knullig als Facebook dan net als iedereen moet aansluiten in de rij van telefonische melders. Je zou op zijn minst verwachten dat de lijntjes tussen een ?mogendheid? als Facebook en de lokale hulpdiensten korter zouden zijn, zeker in geval van spoed.

De balans in belangen begint de andere kant op te slaan. Internetgiganten en overheden worden gelijkwaardiger. Sterker nog, niet onterecht concludeerde Marc Schuilenburg onlangs in het NRC al dat Mark Zuckerberg Facebook als een nieuw soort overheid ziet. Schuilenburg concludeert: ?Facebook wordt een nieuw soort overheid en gaat veiligheidstaken van de nationale overheid overnemen.? Ook Zuckerberg verruimt zijn horizon, want hij spreekt meer en meer over de rol van Facebook in de offline wereld. Facebook wil invloed op offline gemeenschappen. Facebook wil een rol spelen bij hulp in geval van crisis. Facebook wil zelfs invloed op gezondheidszorg en verkiezingen. Als Facebook het zo belangrijk vindt om een offline rol te spelen, dan kan dat alleen wanneer Facebook de online rol van overheden respecteert. Het moet immers wel van twee kanten komen. Maar tegelijkertijd worden met het uiten van deze ambities zorgen geuit over verregaande overheidsbemoeienis. Je gaat je afvragen welke overheid Zuckerberg in zijn persoonlijke brief bedoelt met: ?In our society, we have personal relationships with friends and family, and then we have institutional relationships with the governments that set the rules.? Ik begin net als Marc Schuilenburg te denken dat Mark Zuckerberg bij zo?n uitspraak Facebook zelf als overheid ziet. Want wie bepaalt de regels in de virtuele straten? In hoeverre heeft de Nederlandse overheid invloed op wat wel en niet is toegestaan door Nederlandse inwoners van de Facebook-cloud?

Internetconsulaat of webambassade

Ik ben dan erg positief over het initiatief van de Europese Commissie om digitaal bewijs en data eenvoudiger op te kunnen vragen en het voorstel van Google om het opvragen van gegevens door de overheid te vereenvoudigen. Misschien ligt de oplossing zelfs wel in de richting van een internetconsulaat of webambassade. Een dienst die op overheidsniveau zorgdraagt voor de belangen van de inwoners van een land en, met enig mandaat, in direct contact staat met het hoogste management van de meestgebruikte internetdiensten. Het is een gedachte waarvan ik niet weet hoe realistisch dat is. Maar dat er iets moet gebeuren staat voor mij wel vast. Als we namelijk niet oppassen, hangt uw en mijn online ?n offline veiligheid straks af van de grillen van de internetgiganten.

Aandacht voor Burgerkracht

Een?projectgroep van veiligheidsregio Haaglanden heeft sinds september 2016 tot juli 2017 onderzoek gedaan naar burgerparticipatie, onder de naam Aandacht voor Burgerkracht. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de wensen en kansen op het gebied van burgerparticipatie bij de incidentbestrijding in de regio Haaglanden. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke visie en praktische handvaten. Zowel de Brandweer, de GHOR en de Politie als het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing zijn hierbij betrokken.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn op het Symposium op 13 juni gedeeld, waarvan hieronder een klein verslag met filmpje, foto-impressie en conclusies van het onderzoek.

De?documentatie is hieronder te lezen of te downloaden:

Projectdocument:

[slideshare id=77144134&doc=projectdocumentburgerparticipatie-170621143258&type=d]

Collage brainstormsessies:

[slideshare id=77144140&doc=collagebrainstormsessies-170621143302]

Literatuurstudie:

[slideshare id=77144131&doc=literatuurstudie-def-170621143255&type=d]

Expert interviews:

[slideshare id=77144130&doc=expertinterviews-conclusiesenaandachtspunten-170621143254&type=d]

Overzicht nulmeting:

[slideshare id=77144133&doc=overzichtnulmeting-170621143257]

Omgevingsanalyse visueel:

[slideshare id=77144132&doc=omgevingsanalyse-visueel-170621143256]

Evaluatie experiment:

[slideshare id=77144128&doc=evaluatieexperimentburgerparticipatie-170621143253&type=d]

Bronnen: Burgerkracht

Rent A Cop: Waar willen burgers blauw op straat zien?

rent-a-cop

Op initiatief van de wijkagent bepaalden een aantal buurten in Breda op dinsdag 13 juni 2017 waaraan drie politie-eenheden aandacht besteedt op die dag. De dag heeft daarom als titel ?Rent a cop-dag? gekregen. ?Oftewel: politie op bestelling?, zoals politieteam Markdal het verwoordt op Facebook.

?We zijn ’s middags en ’s avonds met drie eenheden tot uw beschikking in de wijken Biesdonk-Wisselaar, Doornbos-Linie, Geeren-Noord en -Zuid, in het dorp Teteringen en in Waterdonken en de Krogten?, geeft de politie aan.

De drie eenheden rijden daar naar de meldingen die wijkbewoners op Facebook, Twitter of op het spreekuur van de wijkagent hebben aangegeven. Op Facebook heeft het team om suggesties gevraagd. Die komen er voldoende. ?Parkeren in de Antwerpstraat?, reageert iemand, en een ander vraagt om snelheidscontroles in de Brusselstraat.

Ook uit andere delen van de stad komen verzoeken. In de antwoorden verwijst team Markdal naar de wijkagenten ter plekke.

Mochten er meer kwesties aan de orde komen, dan te behappen valt, dan handelen de drie eenheden ze af volgens het principe meeste stemmen gelden. ?Dan kiezen we de meest besproken thema?s uit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan snelheidscontroles of controles vanwege.?

De gedachte achter ?Rent a Cop? is dat de politie in contact komt met burgers om wijkproblematiek in kaart te brengen. ?Zo kunnen agenten ingezet worden op de plekken waar dat (in de ogen van burgers) ?cht nodig is.?

Op de Facebookpagina was te lezen:

“Vanaf 13:30 uur is er onder andere bij de verschillende basisscholen gecontroleerd op fout parkeren, verkeershinder en andere overlast rondom de scholen. Hierin zijn foutparkeerders vooral gewaarschuwd! Dit was ook het geval op andere locaties waar foutparkeerders werden gemeld.

Op de Bali?ndijk, Lelystraat, Groenedijk, Vlaanderenstraat, Oosterhoutseweg zijn meerdere bekeuringen geschreven voor snelheid.
Verder is voor diverse andere feiten geschreven waarvan buurtbewoners aangaven dit als overlast te ervaren;
– 1x niet op 1e vordering tonen rijbewijs
– 7x niet dragen van de autogordel
– 15x snelheid (op de bovengenoemde locaties, hoogst gemeten snelheid binnen de 30 km/u zone is 56 km/u)
– 1x geen verzekering in stand houden
– 1x parkeren invalidenparkeerplaats zonder invalidenparkeerkaart bij winkelcentrum Hoge Vucht
– 12x parkeren rondom winkelcentrum Hoge Vucht
– 4x voor onnodig ophouden en veroorzaken van overlast op het Groenedijkplein
– 1 minibike in beslag genomen en een goed gesprek met de ouders van de 2 jeugdigen van 9 en 10 jaar oud
– 1x openstaande vordering ? 699 euro ge?nd

Een actie die tot op heden op social media en op straat door wijkbewoners met positieve reacties is ontvangen. We hebben vandaag helaas niet alle verzoeken kunnen controleren, of verslaan op social media. Maar hebben naast de hierboven genoemde ook de genoemde overlast situaties aan de wijkagenten gemeld. Deze zullen de komende tijd door de reguliere diensten heen gecontroleerd worden. We vragen ook zeker om overlast via 0900-8844 te blijven melden zodat het voor wijkagenten inzichtelijk is waar er overlast ervaren wordt.

Wat ons betreft een goede dag, waarop we op de diverse vragen uit de wijk hebben kunnen acteren en actie hebben kunnen ondernemen daar waar dat door buurtbewoners gewenst is.
Vanuit de wijkagenten van Breda-Noord en deelnemende collega’s bedankt voor de participatie, tevens aan de Gemeente Breda.
Een actie die zeker voor herhaling vatbaar is! #wordtvervolgd#resultaten #controles #verkeersonveilig #overlast #rentacop#politieopbestelling #polbrd ^LS”

De politie Weert-Nederweert-Leudal start op maandag 3 juli 2017 ook met het project Rent-A-Cop. In een periode van ??n week wordt er door de politie extra aandacht besteed aan problemen uit de gemeente Nederweert die door jou gemeld kunnen worden. Het probleem dat burgers?doorgeven moet wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • Het probleem moet zich afspelen in een van de dorpen behorende bij de gemeente Nederweert
  • Het moet een ?klein? probleem zijn waar in kort tijdsbestek iets in betekend kan worden;
  • Je bent bereid om desgevraagd meer informatie te verstrekken.

Uit de inzendingen zal een selectie worden gemaakt van problemen die extra aandacht van de politie gaan krijgen. Wanneer je?probleem in die betreffende week niet behandeld kan worden, betekent dit niet dat er niets mee gedaan word. Tot zaterdag 24-06-2017 hebben burgers de tijd om inzendingen te sturen. Dit kunnen ze doen door op dit bericht te reageren en/of een priv?bericht te sturen.

Huur een agent

Ook het politieteam Langstraat wilde weten wat er bij de burger speelt en laat inwoners bepalen waar zij optreden.

Reacties op sociale media zijn wisselend: ,,Daar betalen we toch belasting voor?” Ergert u zich aan hondenpoep? Aan hardrijders in de woonwijk of aan rondhangende jongeren? Rent a cop!
Ofwel: huur een agent. De politie van het team Langstraat (onder meer actief in Rijen en Dongen) gaat er ook mee door. ‘Waar in de gemeente Gilze en Rijen wilt u de politieagenten van team Langstraat en de BOA’s van de gemeente zien?’ Deze oproep plaatste het Team Langstraat op zijn Facebookpagina, zoals het dat afgelopen week ook al deed voor inwoners van onder meer Dongen. Doel: laat de burger het maar eens zeggen. De politie wil meer interactie met de bevolking. Niet iedereen begrijpt dit initiatief overigens. Getuige bijvoorbeeld de reactie van Kay Oomen op Facebook: ,,Ik ben eigenlijk voor minder politie in Gils… dat ze boeven gaan vangen of zo.”

In Dongen leverde de actie vorige week 111 bekeuringen op. Die werden uitgedeeld voor het overschrijden van de maximale snelheid, voor het niet dragen van de autogordel, het niet kunnen tonen van het rijbewijs en mobiel bellen in de auto. In Waalwijk, waar de inwoners in oktober een agent mochten ‘huren’, regende het reacties. Meer dan vijftig inwoners vroegen met name om snelheidsovertreders in de kraag te grijpen. Ook in Waalwijk was niet iedereen even gecharmeerd van de actie: ,,Met alle respect hoor, maar ik hoef de politie toch niet in te huren? Daar betalen we in Nederland belasting voor”, aldus Ton Straver via sociale media. De inwoners van Gilze en Rijen die op de Facebookoproep reageerden, kozen ook in meerderheid voor controles op snelheid. Maar ook vroegen zij om op te treden tegen overlast van jongeren in de omgeving van de Isabella van Spanjestraat en de Monseigneur Ari?nsstraat (locaties basisscholen Oude en Nieuwe Kring) en overlast van loslopende honden en hondenpoep. Dus gingen de agenten en bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) van de gemeente gisteren om 16.00 uur aan de slag. Met in hun kielzog een cameraman en reporter van het televisieprogramma Hallo Nederland van Omroep Max.

De actie startte in de Hannie Schaftlaan, waar 60 kilometer per uur mag worden gereden. Daar werd een agent met laser opgesteld. Collega’s parkeerden hun wagens aan weerszijden van de weg in de Zwarte Dijk. Op de kruising een motoragent, die hardrijders van de weg dirigeerde. De snelste: een motorrijder. Hij werd geklokt met een snelheid van 92 kilometer per uur. Na correctie bleven er daar nog 89 van over. Boete: 374 euro. Een van de aan de controle deelnemende agenten, met veel gevoel: ,,Ik vind het ook altijd hard geld.” Co?rdinator Jarno Leduc had het met zo mogelijk nog meer empathie over ‘bekeuren met zingeving.’ De politie deelde veertien bekeuringen uit op de Hannie Schaftlaan. De overtreders reageerden kalm, een enkeling met begrip. Nog meer enthousiasme was er bij bewoners: ,,Prima dat ze dit doen. Er wordt hier vaak erg hard gereden.” Om 17.15 werd de verkeerscontrole afgeblazen, waarna het team zich onder meer op jongerenoverlast richtte. Hoewel er volgens de politie regelmatig meldingen komen van overlast bij de Oude en Nieuwe Kring, werden er tussen 19.00 en 21.00 uur geen overtredingen waargenomen. Maar het was dan ook erg koud. Nu al staat vast dat het team Langstraat de actie ‘Rent a cop’ ook in 2017 voortzet. Volgens Leduc zullen er in alle vier de gemeenten van het team Langstraat (werkgebied Gilze en Rijen, Dongen, Waalwijk en Loon op Zand) twee dagen lang controles op verzoek worden gehouden. Leduc: ,,Ik hoop dat er dan ook nieuwe idee?n worden ingediend. Misschien wordt er dan ook om persoons- of gezinsgerichte acties gevraagd. We hebben met ‘Rent a cop’ een breder doel voor ogen dan verkeerscontroles alleen.”

Resultaten van de actie in Gilze en Rijen: in totaal zijn er 28 bekeuringen uitgeschreven:
– Snelheidscontrole Hannie Schaftlaan (14 overtredingen, hoogste snelheid 92 km/uur)
– Verkeerscontrole Spoorlaan Noord/Constance Gerlingsstraat: vijf bekeuringen, o.a. voor niet dragen gordel
– Parkeercontrole/geen voorrang verlenen Hoofdstraat t.h.v. winkelcentrum: 1 bekeuring voor fout parkeren
– Parkeren Pastoor Gillisstraat: geen overtredingen
– Controle loslopende honden/niet opruimen hondenpoep Laagstraat: geen overtredingen
– Overlast hangjongeren Oude en Nieuwe Kring: geen overtredingen
– Snelheidscontrole Lange Wagenstraat Gilze: acht bekeuringen voor snelheidsovertreding (4), geen verlichting op fiets (3) en voeren mistverlichting (1)
– Snelheidscontrole Oranjestraat Gilze: geen overtredingen.

Bronnen: BN De Stem (8 december 2016), BredaVandaag

Algoritme als agent

Kan de computer misdaad voorspellen? Binnenkort gebruikt de Nederlandse Politie een algoritme om te bepalen waar de kans op een inbraak of overval het grootst is. De politietop is enthousiast, maar experts zetten vraagtekens bij de effectiviteit.

Onderstaand artikel is eerder gepubliceerd in De Ingenieur, tekst van Marc Seijlhouwer.?

Een schimmig zijstraatje in Amsterdam. Hier is het risico op een inbraak het grootst in de hele stad, zo weet de politie. Daarom houden agenten de straat deze avond extra in de gaten. Statistisch gezien is de kans immers aanzienlijk dat hier straks een roof,
inbraak of autokraak gaat plaatsvinden.

De agenten weten dat niet vanwege hun jarenlange ervaring met criminelen en de stad. Nee, een computer heeft hen verteld hoe het allemaal zit. Een algoritme, om precies te zijn, met de naam CAS. Dit Criminaliteits Anticipatie Systeem voorspelt voor elk gebied van 125 bij 125 m hoe groot de kans is dat er iets gebeurt in de komende twee weken. Dit alles op basis van tientallen informatiebronnen: het aantal inbraken of overvallen, de samenstelling van de bevolking aan de hand van CBS-cijfers, de adressen van veelplegers in een buurt en de geografische eigenschappen van een wijk, zoals de afstand tot een snelwegoprit die als makkelijke vluchtroute kan dienen.

Al die gegevensstromen zijn in drie jaar tijd tweewekelijks verzameld en in een zelflerend algoritme gestopt. Het programma ontwaarde patronen in deze informatie en kon op die manier een overzichtelijke kaart maken: risicovakjes zijn rood, andere oranje of geel. Een commandant ziet in ??n oogopslag waar de politie het meest nodig is en kan daar zijn surveillancerooster op baseren.
In theorie werkt CAS voorbeeldig. De voorspellingen zijn nauwkeurig en de agenten kunnen op de kaarten makkelijk zien waar ze heen moeten. Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Toch springt de politie, in zijn zoektocht naar hulpmiddelen om effici?nter te werken, er fanatiek op. Is dat verantwoord? En wat zijn de gevolgen voor de maatschappij?

Tachtig datastromen
In mei maakte de Nationale Politie bekend CAS te gaan gebruiken bij 168 politieteams. Daarmee is Nederland het eerste land dat landelijk predictive policing (voorspellend politiewerk) toepast. De boodschap kwam na pilot-programma?s in Amsterdam en vier andere gemeentes (Enschede, Groningen-Noord, Hoefkade en Hoorn). Volgens de politie verliepen deze pilots dus succesvol genoeg om het systeem in te voeren. CAS lijkt inderdaad een handig gereedschap voor de drukke roostermakers die met een beperkte hoeveelheid agenten toch zoveel mogelijk misdaad willen voorkomen. Voordat CAS bestond, gebeurde dat goeddeels op basis van ervaring, rapportages van politieanalisten en het gevoel van de agenten. Subjectieve maatstaven dus. CAS, of breder: voorspellend politiewerk, geeft een schijnbaar objectiever advies. Het is immers gebaseerd op harde cijfers.

Predictive policing begon in 2009 in Los Angeles, toen antropoloog dr. Jeffrey Brantingham als eerste een manier bedacht om data te gebruiken om criminaliteit terug te dringen. Hij ontwierp een simpel algoritme waarin drie datastromen ? het soort misdrijf, de misdrijflocatie en het misdrijfmoment ? samenkwamen en een heat map van de Californische superstad opleverden. Die kaart leek al snel een goede voorspelling te geven en de misdaadcijfers daalden mede dankzij het gebruik van PredPol. Predictive policing was een hit. Bij de Nederlandse Politie ontwierp vervolgens dataminer drs. Dick Willems CAS. Dat was qua opzet een stuk ambitieuzer: niet drie, maar tachtig datastromen gingen in eenzelfde soort algoritme. ?Het is begrijpelijk dat de politieagenten hier snel op springen?, stelt ir. Arnout de Vries, sociaal onderzoeker bij onderzoeksorganisatie TNO. Hij kijkt al een aantal jaar naar de mogelijkheden en risico?s van predictive policing. ?Het geeft houvast bij een onzekere kant van het?werk. En het kan volgens onderzoeken in theorie enorm helpen.? Volgens CAS-ontwerper Willems, die een artikel over ?zijn? algoritme schreef in het Tijdschrift voor de Politie, kan 40 % van de inbraken en 60 % van de straatroven worden voorspeld. Dat betekent dat dergelijke misdrijven plaatsvonden in of nabij de voorspelde hokjes op de CAS-kaarten. Als al die misdrijven daarmee ook voorkomen kunnen worden, is dat natuurlijk enorme winst voor de veiligheid in de buurt.

pred1

Voorbeeld van een heat map. Vierkantjes van 125 bij 125 m krijgen een kleur, afhankelijk van de kans dat er een inbraak of roof plaatsvindt. Vervolgens kan de politie bijvoorbeeld meer surveilleren of een extra lantaarnpaal laten plaatsen om het risico te verkleinen.

Meer is niet beter
Toch is predictive policing niet alleen maar rozengeur en maneschijn. De eerste onderzoeken naar het gebruik van CAS, gedaan nadat de pilot ten einde kwam, laten zien dat het effect beperkt is. Dat wil zeggen: de pakkans bij inbraken en roof is vergroot, maar het is moeilijk om te bepalen of dat door CAS komt of doordat er meer agenten zijn ingezet om dergelijke misdrijven aan te pakken. Dat laatste gebeurde de afgelopen jaren namelijk ook, vanwege een wens uit de politiek.

Een onderzoek van de Politieacademie liet verder zien dat de interpretatie van de CAS-kaart problemen oplevert. ?De interpretatie van de kaart ging regelmatig mis, doordat de mensen die dat moeten doen te weinig kennis hebben?, vertelt dr.ir. Marielle den Hengst-Bruggeling, voormalig lector bij de Politieacademie, auteur van het rapport over CAS en universitair docent aan de TU Delft. Het onderzoek laat zien hoe ingewikkeld data-interpretatie kan zijn. ?Als agenten daar niet voor hebben geleerd, kan het effect van een algoritme kleiner zijn. We ontdekten dat de voorspellingen van CAS goed en betrouwbaar waren. Maar het omzetten van een voorspelling in een actie bleek lastig.? Daarnaast waren de reacties op de kaarten vanuit de politieleiding niet altijd adequaat. ?De meest voorkomende reactie was ?meer agenten inzetten op een plek?. Maar dat is lang niet altijd de beste optie. Als er een lantaarnpaal stuk is, werkt een monteur sturen beter om de locatie veiliger te maken.? Het academieonderzoek was voornamelijk kwalitatief; Den Hengst-Bruggeling en collega?s spraken met agenten en leidinggevenden en met de makers van CAS. Zo ontdekten ze wat er goed ging en wat niet. ?Maar harde cijfers hebben we niet, want het is lastig te onderzoeken.?

[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]

Bij PredPol lijken de resultaten wel hoopgevend. Bedenker Brantingham deed een onderzoek naar zijn eigen systeem, waarbij hij wijken die m?t PredPol waren geanalyseerd vergeleek met soortgelijke wijken (qua misdaadcijfers) zonder PredPol. En daaruit bleek dat PredPol werkt: het is twee keer zo goed in het voorspellen van misdrijflocaties als ervaren misdaadanalisten en het vermindert de hoeveelheid criminaliteit met 7 procent.

[slideshare id=53787686&doc=randomizedcontrolledfieldtrialsofpredictivepolicing-151011071940-lva1-app6892&type=d]

Dat zijn opmerkelijke cijfers, die echter ook meteen controversieel werden. Brantinghams onderzoeksmethodologie rammelde; de criteria?voor misdaaddaling waren bijvoorbeeld nogal los en het was niet altijd duidelijk of een daling aan de voorspellingen van PredPol lag of aan andere zaken.

Een onafhankelijk onderzoek naar PredPol of andere in de praktijk gebruikte voorspellingssystemen is er niet. Het dichtst in de buurt komt een Amerikaans onderzoek van de denktank The?RAND Corporation. Die paste een zelfontworpen model toe op het stadje Shreveport in Louisiana en vond niet significant minder misdaad dan in controlewijken. RAND ontkrachtte ook claims van de stad Chicago. Die stad gebruikte een ?voorspellingslijst? van mensen die vermoedelijk binnenkort een misdaad zouden begaan. Volgens Chicago had die lijst effect, RAND ontdekte dat dit effect niet significant was.

[slideshare id=39335396&doc=randrr531-140921011149-phpapp02&type=d]

Of het systeem in Nederland werkt, is nog moeilijker te zeggen; gedegen statistisch onderzoek naar het effect begint nu langzaam te komen, maar is nog lang niet voltooid. De Vries van TNO: ?We werken voor de evaluatie van CAS aan een kwantitatieve analyse die ons wat meer houvast geeft. Het onderzoek in Nederland is tot nu toe voornamelijk kwalitatief.?

Overigens bleek ook uit die kwalitatieve analyse van de Politieacademie geen significant verschil tussen criminaliteit zonder CAS en met. Bij het Nederlandse onderzoek vergeleek men de cijfers van een jaar voordat CAS begon met het jaar met CAS. ?Vergelijken blijft lastig, maar onze bevindingen geven wel een indicatie dat het ergens mis gaat met de voorspellingen?, zegt Den Hengst-Bruggeling. ?We weten dat de voorspelling zelf goed is, dus moet het probleem in de opvolging zitten.?

En ook als we over de bezwaren tegen het positieve onderzoek van Brantingham heen stappen, is dat moeilijk als bewijs voor de effectiviteit van CAS te zien. PredPol is ingezet in de Verenigde Staten, waar de cultuur en manier van werken van de politie totaal anders zijn. Bovendien verschillen de algoritmes behoorlijk. Vooral de veel grotere hoeveelheid datastromen in CAS valt op. ?Misschien zou je denken dat meer data altijd een betere voorspelling oplevert. Maar dat hoeft niet?, zegt de Vries. ?Zoveel data kan de voorspelling ook minder duidelijk maken, of kan ervoor zorgen dat er te veel aandacht wordt gegeven aan de verkeerde data. Meer is niet altijd beter.?

Big Brother Award
De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid kwam vorig jaar met een rapport dat waarschuwde voor de gevolgen van big data in overheidsbeleid. Predictive policing valt daar ook onder en moet volgens de raad dus uiterst voorzichtig worden uitgerold.

[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]

Internetprivacyorganisatie Bits of Freedom is ook kritisch over het gedrag van de politie; in 2015 gaf die de politie de Big Brother Award voor grootschalige privacyschending via een hun dataverzameling en -gebruik. Voorlopig is de data van de politie echter niet te gebruiken om individueel gedrag te detecteren. Dat lijkt men ook niet van plan, maar de mogelijkheid bestaat wel als systemen zoals CAS eenmaal gemeengoed zijn.

Zo objectief mogelijk
PredPol liet tijdens het gebruik ook al een risico zien van dit soort data-analyse. In achterbuurten werden vaker misdaden gepleegd, dus focuste het algoritme zich volledig op die buurten. Daardoor ging er meer politie heen, werd er meer misdaad ontdekt, enzovoort. Aangezien in de achterbuurten relatief veel Afro-Amerikanen woonden, zorgde het algoritme in feite voor een raciale ?bias? bij de politiemacht, ook al was etniciteit geen onderdeel van het model. De politie ging immers vaker naar die wijken en arresteerde daardoor vaker Afro-Amerikanen.
Dat probleem zou hier mogelijk nog groter kunnen zijn dan in de VS. Daar werkt het algoritme puur op criminaliteitscijfers, terwijl CAS onder andere CBS-gegevens over inwoners gebruikt, wat de kans op onbedoelde raciale profilering nog groter maakt.

Maar hoe voorkom je dat dan? De Vries: ?Het is lastig, want dit soort vooroordelen zijn niet geprogrammeerd; ze ontstaan uit de statistische regels van het programma. Dat maakt ze niet waar; de tunnelvisie is een soort glitch in de statistiek. Dat kun je voorkomen door ruis in de data te gooien. Normaal vertroebelt dat de analyse, maar met een beetje ruis kun je het algoritme uit zijn tunnelvisie halen en op een ander pad zetten. Zo maak je vooroordelen minder waarschijnlijk.?
Ook moet je kritisch kijken naar de criteria waarmee je een wijk bestempeld als ?risicovol?, zegt De Vries. ?Zit daar iets in dat te maken heeft met vooroordelen? Dat moet je als ontwerper weten voordat je je algoritme gaat gebruiken.?

Daarnaast proberen de ontwerpers van de algoritmes een zo objectief mogelijke maatstaf te nemen. Dat is doorgaans de aangifte die een slachtoffer doet. Die is niet gebaseerd op de aanwezigheid van politie in de wijk en geeft zodoende een eerlijker beeld van de hoeveelheid misdrijven dan een steeds terugkerende agent. Mede door die maatstaf is predictive policing op dit moment alleen te gebruiken voor zogenoemde high impact crimes: misdrijven die mensen raken in hun levenssfeer en veiligheidsgevoel. Van dat soort misdrijven doet men namelijk bijna altijd aangifte, dus geven ze een vrij volledig beeld van de hoeveelheid misdaad in een wijk.

Inbreekbereik
Terwijl de politie zich gereedmaakt om CAS in het hele land te gebruiken, zijn er ook al onderzoekers en politieonderdelen die naar de volgende stap kijken. CAS is namelijk beperkt: het zegt alleen waar iets gaat gebeuren, niet wat je ertegen moet ondernemen. Dat is echter wel mogelijk, denkt TNO. Daar werkt data-onderzoeker dr. Selmar Smit samen met de Vries en andere onderzoekers aan iets wat ze prescriptive policing noemen. Doel van dit onderzoek: een algoritme dat aan de hand van data voorschrijft wat een agent het beste kan doen. ?We willen de agenten helpen om een keuze te maken, zonder dat ze de vrijheid verliezen om zelf een interventie te kiezen?, vertelt De Vries. Dus voorspelt het systeem van een aantal ingrepen hoe effectief ze kunnen zijn. Als er een donker straatje is waar veel overvallen plaatsvinden, is een straatlamp of een beveiligingscamera misschien wel de beste oplossing. Zijn er veel inbraken? Dan kan een andere patrouilleroute een wereld van verschil maken. ?Ons systeem berekent het effect van elke interventie en geeft die informatie aan agenten. Zij kiezen vervolgens wat de beste optie is, aan de hand van het systeem en hun ervaring op straat.?

Het klinkt als een simpel systeem, maar dat is het niet. ?Om zo?n voorspellend algoritme te maken, moet je niet alleen veel data hebben, je moet ook het effect van een interventie meenemen in je berekening?, vertelt Smit. ?Als je dat niet doet, voorspel je alleen de situatie in vergelijking met het scenario waarin de politie niets doet. Maar dat is onrealistisch; de politie zal hoe dan ook altijd proberen in te grijpen. Daarom zijn de huidige algoritmes ook niet altijd toepasbaar.? Zo?n recursief algoritme, waarin je de uitkomst van de berekeningen terugvoert aan het algoritme, is niet makkelijk te maken. ?Met alleen criminaliteitscijfers of bevolkingsdata ben je er nog niet. Dus moet er kennis over mensen, in dit geval over het gedrag van criminelen, in het algoritme worden verwerkt.?

Al vier jaar werken Smit en collega?s aan hun prescriptive policing, en het gaat stapje voor stapje vooruit. ?De belangrijkste vooruitgang zit eigenlijk op het menselijke vlak. We spreken veel met experts, ervaren rechercheurs en agenten die ons vertellen hoe criminelen werken. Die kennis, vaak kwalitatief van aard, probeer ik in het algoritme te stoppen.? Als voorbeeld noemt Smit inbreekgedrag: ?Een crimineel zal niet bij zijn buren inbreken, maar?zal ook niet tientallen kilometers rijden op zoek naar een goede kraak. Zijn ?kraakgebied? is dus relatief goed te voorspellen. De politie weet dat, en wij proberen een maximaal bereik vanaf het huis van een inbreker te bepalen voor in het algoritme.?

Op die manier produceert het prescriptive algoritme niet alleen heat maps, maar ook een lijstje met mogelijke acties voor agenten. Bij elke actie staan ??n tot vijf ?ballen? om de voorspelde effectiviteit aan te geven. ?Daarbij komt dan een korte motivatie vanuit het algoritme.
Die motivatie komt vooral van vergelijkingen met andere wijken waar we al iets over weten. Dan staat er bijvoorbeeld: ?Een camera ophangen in een donkere straat werkte erg goed in deze
vergelijkbare wijk in Almere.? Op die manier weet de agent waar de voorspelling vandaan komt.

[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Hongerig algoritme
Die vergelijkingen zijn voorlopig de kern van het prescriptive-algoritme. Echt de gevolgen van ingrepen simuleren gaat nog te ver, vindt Smit. ?De toekomst simuleren is een vaag onderzoeksgebied. We kunnen op korte termijn misschien wel iets voorspellen, maar het is onmogelijk om langetermijngevolgen te overzien met zo?n simulatie. Met wijkvergelijkingen weet je dat vaak wel, omdat de ?toekomst? van de ene wijk het verleden van een andere, soortgelijke buurt is.?
Wat TNO doet, is volgens De Vries en Smit op dit moment uniek in de wereld. ?Amerika, en Los Angeles in het bijzonder, volgt ons werk met veel interesse?, zegt De Vries.

Het risico van een bevooroordeeld algoritme geldt hier nog steeds. ?Het zou kunnen dat er eerder dan bij predictive policing al vooringenomenheid voor bepaalde wijken of bepaalde wijksoorten ontstaat doordat eerdere reacties van wijkagenten al is meegenomen.? Voorlopig is dat echter lastig na te gaan, want er is nog niet genoeg data om het hongerige algoritme mee te voeden. Om te weten welke interventies effectief zijn in bepaalde situaties, moet een computerprogramma immers weten of het werkte op een andere plek.
Daarom probeert Smit nu agenten te overtuigen om hun data te delen. Met hun telefoon en een gps-logger, bijvoorbeeld, of met een app waarop een agent kort aangeeft wat hij deed en waarom. ?Dat is meer moeite voor de agent, en het kan een vrij grote privacyinbreuk zijn. Hij of zij kan zich beperkt voelen in zijn of haar vrijheid, omdat elke beweging nu wordt gevolgd en opgeslagen. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat ze als dataproducent met een gps op zak ook meer vrijheid kunnen krijgen op de lange termijn. Denk bijvoorbeeld aan ?een praatje maken?. Nu is dat voor de leidinggevenden vaak geen actie die als werk ?telt?. Als ons algoritme straks aantoont dat praten juist helpt om lokale criminaliteit te verminderen, krijgt de agent mogelijk meer vrijheid in zijn manier van werken.?

Komende vijf jaar is prescriptive policing nog geen realiteit. Maar met de landelijke invoering lijkt het voorspellend politiewerk van CAS moeilijk tegen te houden. Hoewel ze zelf aan de mogelijke opvolger van CAS werken, kijken ook Smit en De Vries niet alleen positief tegen de techniek aan. ?Het risico van bias is alleen te verminderen als de algoritmes transparant blijven. Daar zal bij elke verdere ontwikkeling op gelet moeten worden?, stelt Smit.

Op dit moment zijn de algoritmes in principe nog helder genoeg; predictive policing gebruikt statistische methodes die patronen uit data ontwaren. Zo ?leert? het programma met analyses die terug te volgen zijn tot de bron. Dat is doorzichtiger dan deep learning, waarbij een computer via verschillende ?lagen? een beslissing neemt. Deze methode zorgt nu al voor onnavolgbare uitkomsten bij verschillende zelflerende programma?s van Google en andere softwarebedrijven. Begrijpelijk dat de overheid en politie daar vandaan blijven.

Ondertussen denken de wetenschappers van TNO dat het essentieel is om de voorspellende techniek te ontwikkelen. ?Je houdt dit niet tegen. En ik geloof dat het beter is dat wij het doen, namens de overheid, dan dat een marktpartij een voorspellend ? maar niet transparant ? algoritme bouwt om daar winst mee te maken?, aldus Smit.

Hackrisico
Een vraag die CAS ook oproept, is: moet je bij iets wat misschien niet werkt wel al die gegevens van burgers willen gebruiken? Den Hengst-Bruggeling nuanceert het gevaar van privacy-inbreuk: ?De gegevens die CAS gebruikt, zijn nu in principe ook al beschikbaar voor de politie. Het algoritme maakt er overzichtelijke kaarten van, maar het werkt niet op het niveau van individuen.? Ze vindt de landelijk uitrol dan ook niet vreemd. ?Ik denk dat het een goed moment is. De politie gebruikt veel methodes die niet per se wetenschappelijk bewezen zijn. Dat is logisch, want het is altijd erg moeilijk om aan te tonen dat de criminaliteit daalt door een bepaald beleid. Hopelijk gaat de politie meer inzetten op het duiden van de data. Dat is belangrijk om van CAS een systeem te maken dat ook echt invloed heeft op de hoeveelheid criminaliteit.?

?Je kunt het systeem op een ethische manier invoeren zolang het algoritme maar transparant blijft en er bij elke verdere stap een discussie ontstaat?, zegt De Vries van TNO. Hij geeft wel meteen toe dat er nog de nodige beren op de weg zijn. ?De privacywetgeving en -handhaving zijn op dit moment slecht geregeld, zeker voor zaken als big data. Daar moet meer beleid voor komen. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor het Openbaar Ministerie, rechters en de advocaten van verdachten. Die moeten kritische vragen stellen bij rechtszaken die als gevolg van predictive of prescriptive policing voorkomen: ?Hoe is mijn cli?nt gepakt? Is dat voor de wet te verantwoorden? Alleen als de juridische partijen zich mengen in de discussie krijg je een volledig debat.?
?Wat problematisch is?, voegt De Vries nog toe, ?is het ontbreken van een onafhankelijke landelijke of Europese ICT-autoriteit die initiatieven als CAS toetst aan de wet of aan ethische richtlijnen. Voor veel andere taken van de overheid bestaan zulke commissies wel, maar niet voor dergelijke algoritmes. Dat is eigenlijk vreemd; het zorgt er nu voor dat de controle op het gebruik van dit soort technieken van andere plekken moet komen.?

Los van al deze ethisch-maatschappelijke bezwaren kan het algoritme ook een veiligheidsrisico worden. ?Als criminelen een systeem kunnen hacken of namaken, hebben ze in feite een kaart die altijd de perfecte inbraakplek weergeeft. De dieven kunnen dan immers de politie omzeilen door naar de locatie te gaan waar het algoritme de kans op een inbraak het laagst schat.?
Aangezien de opzet van CAS relatief eenvoudig is, is het kraken van het systeem een realistische optie. Nu CAS prominenter wordt, wordt het ook verleidelijker om tijd en moeite in het hacken te stoppen. Bovendien zijn in Londen de misdaadcijfers openbaar, en er bestaat ook een open source predictive-algoritme. Daarmee kunnen mensen dus makkelijk een ?omgekeerde? misdaadkaart
maken.

Nu CAS landelijk is uitgerold, is voorspellend politiewerk in Nederland realiteit geworden. Of steden zoals Amsterdam daar uiteindelijk ook veiliger van worden, is alleen de vraag. In dit geval is de belofte van een techniek al genoeg geweest om hem door te laten breken. Ondertussen werkt men aan de volgende stap, waarvoor TNO nu data verzamelt bij de politie zelf. Daarmee be?nvloeden nieuwe technieken zoals zelflerende algoritmes en big data nu, naast het zakenleven en de wetenschap, ook het werk van de politie op straat. Dat werk zal er alleen niet per se makkelijker op worden. Er is gespecialiseerde kennis nodig die lang niet iedere agent of informatiewerker nu heeft. Hopelijk geldt dat hoe langer de agenten met het systeem werken, des te beter ze het weten te gebruiken. En wie weet wordt predictive policing daardoor straks effectiever dan het onderzoek tot nu toe laat zien.

Agenten sturen is niet altijd de beste oplossing om misdaad te voorkomen. Ook zorgen voor adequate verlichting kan een goede zet zijn. Op het Hoekenrodeplein bij Station Bijlmer Arena
is er dankzij zogenoemd adaptief licht altijd de juiste sfeer voor optimale veiligheid en gezelligheid. Zo heeft de politie minder werk.

Bronnen: De Ingenieur