Categoriearchief: Publicaties

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.

De kracht van online opsporing

De kracht van online opsporing; Een onderzoek naar het gebruik van Twitter binnen de opsporing.

wordcloudZoeyPlanjer

?- Masterscriptie Zoey Planjer,?Universiteit Utrecht

??Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen ??n andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen??.

Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen ??n man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.

Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto?s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto?s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ?? Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken???. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.

De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.

Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?

Centrale vraag in deze masterscriptie is ??Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”?

Het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk

District Zuid van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland maakt gering en ongestructureerd gebruik van sociale media. Hierdoor laat het korps veel kansen liggen in de opsporing. Dat is de boodschap van bijgevoegd onderzoeksrapport van Rebacca van Someren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk van district Zuid en in de wensen en voorkeuren van de doelgroep, om zo een sociale mediastrategie te ontwikkelen voor district Zuid (onderdeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland). Naast het doen van uitvoerig deskresearch, zijn er interviews afgenomen met twee experts op het gebied van sociale media en politie en met zes politiekorpsen, waarvan vijf Nederlandse korpsen en ??n Brits korps. Daarnaast is er een panelgesprek gehouden onder vier doelgroepleden. Uit het panelgesprek is o.a. gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van het huidige sociale media gebruik onder buurtregisseurs en aan het actief onder de aandacht brengen van het sociale media gebruik van district Zuid onder burgers. Daarnaast gaven de panelleden aan dat zij graag een terugkoppeling ontvangen als zij participeren aan de opsporing. Uit de interviews is o.a. gebleken dat het van belang is dat district Zuid het gebruik van sociale media ten eerste intern in kaart brengt voordat er extern wordt gecommuniceerd. Verder is gebleken dat de best practices effectieve werkwijzen gebruiken in hun opsporingspraktijk en dat het belangrijk is om te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van sociale media. Aan de hand van deze uitkomsten zijn er conclusies getrokken en is er een advies opgesteld. Dit advies bestaat uit een passende sociale mediastrategie voor district Zuid en concrete aanbevelingen voor de uitvoering ervan in de opsporingspraktijk. De aanbevelingen voor district Zuid bestaan uit de volgende vijf stappen. Deze stappen dienen in chronologische volgorde uitgevoerd te worden.

1. Inventariseren en structureren: Realiseer eenduidigheid binnen het korps wat betreft het gebruik van sociale media. Breng structuur aan in de Twitteraccounts van buurtregisseurs, zodat deze accounts voor burgers inzichtelijk en makkelijk vindbaar zijn.

2. Uitbreiden en intensiveren: Breid het gebruik van Twitter onder buurtregisseurs uit (elke wijk dient vertegenwoordigd te zijn door minstens ??n buurtregisseur) en maak frequenter gebruik van de drie essenti?le sociale media Twitter, YouTube en Facebook.

3. Strategie?n toepassen: Pas de vier manieren van burgerparticipatie effici?nt toe en maak tegelijkertijd gebruik van de mogelijkheid om (sociale) media te combineren en te verbinden. Houd burgers op de hoogte over wat er – naar aanleiding van een tip of melding – met een zaak is gebeurd.

4. Het gebruik ter kennis brengen: Breng het sociale media gebruik actief onder de aandacht van burgers d.m.v. een campagne of “??oude”?? media.

5. Anticiperen op ontwikkelingen: Leer van fouten en deel elkaars tips. Blijf op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van sociale media en pas werkwijzen voortdurend aan op ontwikkelingen, kennis en bekwaamheid.?

Bachelor thesis (2012) van Rebacca van Someren,?Hogeschool van Amsterdam, begeleiders Bas?Naber, Casper?Muller

 

De improvisatiemaatschappij

improvisatiemaatschappij_tcm30-269152Op 2 december 2013 presenteerde Hans Boutellier zijn nieuwe boek: ?De improvisatie- maatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld?.?De improvisatiemaatschappij?werpt een nieuw licht op de complexiteit van de huidige samenleving. Velen ervaren chaos en onoverzichtelijkheid. Er heerst onbehagen onder burgers en er is onzekerheid bij bestuurders. Het lijkt aan perspectief te ontbreken. Maar misschien zien we wel iets over het hoofd?! Hans Boutellier levert een realistische en inspirerende voorstelling van een nieuwe sociale orde. Het boek gaat over identiteit en woede, waarden en normen, participatie en integratie, en over recht en veiligheid. Het biedt een brede, onderbouwde en constructieve visie op de hedendaagse samenleving.
Hieronder twee fragmenten uit het eerste?hoofdstuk.???Het gaat om sociale orde als inrichting van de morele ruimte, vanuit een oogpunt van de continu?teit van de samenleving?.
In een digitaal onbegrensde wereld is identiteit eens temeer een kernopgave van staten, gemeenschappen, instituties en individuen. De ?power of identity? valt moeilijk te overschatten. Een saillant voorbeeld daarvan betreft een uitspraak van prinses Maxima in 2008 dat ze de Nederlandse identiteit had gezocht, maar niet had gevonden. Ze deed die bij de presentatie van een rapport dat, subtiel,?Identificatie met Nederland?(WRR 2007) is getiteld. We identificeren ons volgens dit rapport met vele posities en rollen, hetgeen het idee van een eenduidige nationale identiteit relativeert. Het leek de WRR dan ook aangewezen als overheid niet te veel te tamboereren op het vraagstuk van nationale identiteit.

Nationale identiteit
Deze enigszins voor de hand liggende stelling kwamen Maxima en de WRR op buitengemeen felle reacties te staan. Publicist Paul Scheffer sprak op de tv zelfs van een belediging van de Nederlanders. Waar de natiestaat op diverse fronten onder druk staat ? door de economische globalisering, door de informatiemaatschappij, door de Europese Unie, door de miljoenen nieuwe Nederlanders ? groeit de hoop op een nationale identiteit, die vervolgens niemand weet te defini?ren. Zo werd met veel poeha in 2006 besloten tot een nationaal historisch museum dat vervolgens (althans vooralsnog) naar de postmoderne ratsmodee is geholpen.

Cultuur, integratie, identiteit ? de grote sociale thema?s van alle tijden, zijn dat nu, in onbegrensde vorm, des te meer. Lange tijd hoopte men dat na de verzorgingsstaat ?de markt? als vanzelf de sociale orde zou regelen. Maar de neoliberale hoop staat ? onder meer door de economische crisis ? onder grote druk. De commercialisering van de jaren negentig werkte eerder ontwrichtend dan ordenend voor de sociale verhoudingen. Een onbegrensde wereld wordt als onleefbaar ervaren als aan haar alleen economische betekenis wordt toegekend ? al zal de kosmopolitische elite haar als probleemloos ervaren. De hiervoor gegeven voorbeelden van culturele disputen typeren de onbegrensde, ambivalente wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Zoals auteurs als Bauman en Giddens niet nalaten te benadrukken: onze tijd is er een van onzekerheid. En dat heeft zo zijn consequenties.

Morele kwaliteit
Meermaals is aangetoond dat mensen tevreden zijn met hun eigen leven, maar zich zorgen maken over de morele kwaliteit van de samenleving als geheel. Het is een uiting van een verlangen naar normatieve richting, maar dan vooral voor de ander. De meesten van ons cre?ren voor zichzelf klaarblijkelijk een bevredigende omgeving, maar kunnen deze moeilijk plaatsen ten opzichte van het grotere geheel. De verantwoordelijkheid voor ons handelen is volledig op onze eigen schouders beland, zegt Bauman. We staan voor de psychologisch gesproken niet geringe opgave ons te identificeren met een veelvoud aan rollen, posities en verbanden. Waar vanzelfsprekende identiteitsvormen ontbreken, moeten we zelf zoeken naar onderdak (zonder adres). In dat verband zouden we kunnen spreken van psychologischebricolages: we knutselen onze eigen coherentie in elkaar. Dat lijkt de meeste mensen individueel aardig te lukken, maar ze kunnen zich geen voorstelling maken van de samenleving die daarbij hoort.

De ambivalenties van deze tijd stellen hoge eisen aan gemeenschappen, staten, wijken, instituties, organisaties, families en individuele personen. De gevonden oplossingen voor de identiteitsonzekerheid zijn vaak extreem verschillend. Zo zien we aan de ene kant de hedonistische verheerlijking van het lichaam in sport, mode en cosmetische chirurgie, en aan de andere kant het verschuilen onder hoofddoekjes, in lichaamsbedekkende kleding of zelfs boerka?s. Het zijn voorbeelden van een caleidoscopisch beeld dat overstegen moet worden in een zekere gemeenschappelijke voorstelling. Er schuilt een enorme spanning tussen de fragmenterende krachten van de buitenwereld en het verlangen naar innerlijke coherentie. We weten de eigen omgeving redelijk te organiseren, maar begrijpen nauwelijks hoe die samenhangt met de rest van de onbegrensde wereld.
(?)

Sociale continu?teit
Om misverstanden te voorkomen: ??n enkele geruststellende gedachte zal ik met dit boek niet leveren, maar misschien wel een paar waarmee sociale orde kan worden gedacht. In deze conceptuele?framing?schuilt een wetenschapstheoretisch probleem. Zij is namelijk zowel beschrijvend als normatief. Sterker nog: ik lever commentaar, maar ook een sprankje hoop. Met de articulatie van het actuele sociale ordeningsproces formuleer ik een perspectief dat ik vind passen in de huidige context. Ik probeer tussen het befaamde?Sein?en?Sollen?een positie te vinden die zich laat omschrijven als?K?nnen: ?het zou kunnen zijn?. Daarbij beoog ik bij te dragen aan, wat ik zou willen noemen,?sociale continu?teit. Dat begrip verwijst naar een robuust samenlevingsverband dat zowel standvastig als flexibel is teneinde zijn voortbestaan in de toekomst te garanderen. Het gaat om sociale orde als inrichting van de morele ruimte, vanuit een oogpunt van de continu?teit van de samenleving. De samenleving opgevat als het geheel van betrekkingen tussen mensen die formeel en informeel zijn geregeld of als vanzelfsprekend gelden.

Sociale continu?teit vormt een motief om ordening te realiseren, maar het is nog geen richtinggevend begrip. In zijn toepassing kan het defensief werken, of juist te opdringerig. Het kan libertair zijn, en ook conservatief. Maar het wijst wel op het belang van de relatie tussen ordenende en chaotische krachten. Het gaat om de strijd tussen barbarij en beschaving, tussen lust en realiteit, tussen spontaniteit en veiligheid. Deze tweestrijd voltrekt zich steeds weer onder nieuwe condities. In een onbegrensde wereld ? geografisch en moreel ? neemt zij de vorm aan van een permanent proces van improvisaties. Dat is de centrale stelling van dit boek. Improvisaties die vari?ren van fanatiek structureren tot hopeloos geklungel en schitterende harmonie.

Georganiseerde vrijheid
Het begrip ?improvisatiemaatschappij? biedt een?frame?waarmee de morele incoherentie en de institutionele complexiteit van deze tijd beter begrepen kan worden. In normatieve zin beschouw ik improvisatie als de belofte van?georganiseerde vrijheid. Het gaat om een dynamiek die uitstijgt boven het beeld van chaos versus ordening. In het begrip ?vrijheid? ? zowel positief als negatief ? herkennen we de grandioze premisse van de rechtsstaat, op basis waarvan iedere burger op basis van gelijkwaardigheid en zonder willekeurige overheidsinterventies zijn eigen levensproject kan realiseren. En het woord ?georganiseerd? herinnert aan de onvolkomenheid van diezelfde mens; deze kan niet anders zijn dan in grote afhankelijkheid van medemensen en de ordening die daarvoor nodig zijn: in de gemeenschap, de maatschappij of netwerksamenleving.

Nieuwe omstandigheden vragen om nieuwe vormen van ordening. Na de gemeenschap (Gemeinschaft) met zijn mechanische orde, en de maatschappij (Gesellschaft) met zijn organische orde zouden we kunnen spreken van een?Netzschaftdie zijn ordening realiseert via improvisatie. In netwerkstructuren ontwikkelt zich een nieuwe vorm van samenleven, een sociale ordening van knooppunten en relaties daartussen. Deze kan iedere denkbare gedaante aannemen, afhankelijk van de bewegingen van de omliggende (horizontale en verticale) knooppunten. Over de kenmerken van dit nodale universum kom ik uitgebreid nog te spreken. Voor dit moment constateer ik dat netwerken zich niet aandienen als oorzaak maar als oplossing van complexiteit, mits zij normatief richting krijgen vanuit duidelijke identiteiten.

Hans Boutellier is directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder publiceerde hij ?De veiligheidsutopie, hedendaags onbehagen en verlangen rond misdaad en straf? waaraan in Tegenlicht ook een uitzending werd gewijd.??

Bronnen: Sociale vraagstukken

Moedige burgers

De zorg voor veiligheid is een verantwoordelijkheid van en voor iedereen, niet alleen voor de overheid. Ook individuen horen bij te dragen aan een veilige samenleving. In de eerste plaats door zichzelf niet onveilig te gedragen. In de tweede plaats door een medemens in nood te hulp te komen.

Dat laatste is niet altijd gemakkelijk. Er kunnen risico?s vastzitten aan het verlenen van hulp aan een ander. Bijvoorbeeld in het water springen om een drenkeling te redden. Of optreden bij een ruzie op straat. Soms kunnen de risico?s groot zijn, bijvoorbeeld bij het overmeesteren van een inbreker of het ingrijpen bij een vechtpartij met halfdronken jongeren. Niet iedereen durft het, niet iedereen kan het.

Naarmate de potenti?le risico?s groter zijn, zijn mensen minder vaak bereid anderen hulp te verlenen of in te grijpen in dreigende situaties. Maar toch blijkt dat er steeds weer mensen zijn die het w?l doen. Die, los van de eventuele gevaren, vinden dat je een ander in nood niet mag laten barsten. Die feitelijke hulp verlenen, die iets zeggen als er op straat iets onbetamelijks gebeurt, die ertussen springen als iemand wordt belaagd, kortom, die iets do?n. Zij brengen actief burgerschap in de praktijk. Stichting Maatschappij en Veiligheid vindt dat belangrijk en meent dat degenen die dat doen zo goed mogelijk juridisch moeten worden beschermd.

Stichting Maatschappij en Veiligheid realiseert zich dat ingrijpen in situaties waarin iemand wordt bedreigd om vele redenen lastig is. Je weet bijvoorbeeld niet wat je eigen gedrag bij de belager zal oproepen en wat daar weer uit voortvloeit. Het is ook moeilijk om de grenzen precies te bepalen, zeker in situaties die gepaard gaan met geweld of dreiging met geweld. Tot hoever mag je gaan bij de verdediging van jezelf of van anderen? Los van de risico?s die een ingrijper loopt bij het feitelijke optreden, blijkt dat hij of zij ook daarna nog kan worden geconfronteerd met bijvoorbeeld reacties van politie/justitie die vinden dat hij te ver is gegaan en voor eigen rechter heeft gespeeld.

Op dit laatste punt ? de reacties van politie/justitie op een mogelijk te ver gaan bij (zelf)verdediging ? is de situatie de afgelopen jaren, in lijn met de adviezen van de SMV, veranderd. Staatssecretaris Teeven schreef hierover in 2011 een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij stelt dat burgers zichzelf moeten kunnen verdedigen en anderen te hulp moeten komen zonder dat politie en justitie al te snel die burger aanspreken op het eventuele overschrijden van grenzen van zorgvuldigheid. Hij vraagt terughoudendheid van politie en justitie. Dit standpunt juicht de SMV toe.

Over de mogelijke?civielrechtelijke consequenties?van het ingrijpen is veel minder bekend. Aan wat voor situaties moeten we hier denken? Een voorbeeld. Iemand ziet dat een jonge man een vrouw berooft. Hij grijpt de jonge man die zich losrukt, daarbij komt te vallen en zijn arm breekt. De jonge man stelt de ingrijper aansprakelijk voor de medische kosten. Een ander voorbeeld.

Een oude man zit achter het raam van zijn woning en heeft het kennelijk erg benauwd. Een voorbijganger ziet dat, heeft geen mogelijkheid om naar binnen te komen en slaat de ruit in om hulp te kunnen verlenen. De woningcorporatie stelt hem aansprakelijk voor het breken van de ruit. De vraag is in dit soort gevallen: wie is verantwoordelijk voor de schade? Die vraag roept weer andere op: Komt het vaak voor dat ingrijpers civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld? Welke situaties laten zich denken en wat is over die situaties bekend? Moet er wat veranderen om de positie van de ingrijper steviger te maken en, zo ja, wat? Deze vragen heeft de Stichting Maatschappij en Veiligheid voorgelegd aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht. In het rapport?Moedige burgers. Onderzoek naar het versterken van de juridische positie van de ingrijpers bij incidenten?van augustus 2012 beantwoorden Evelien de Kezel en Ivo Giesen de belangrijkste civielrechtelijke? vragen inzake de juridische gevolgen voor degene die ingrijpt. Dit rapport bevat een uitgebreide beschrijving en analyse van de problematiek. Dat rapport kan?hier?worden gedownload.

Het rapport komt tot de conclusie dat het heel weinig voorkomt dat ingrijpers juridisch aansprakelijk worden gesteld. Maar, als dat wel het geval is, dan is er geen sprake van een bijzondere positie van de ingrijper. De afhandeling van de schade volgt de gewone juridische procedures en is voor alles een zaak van verzekeringen. De onderzoekers komen tot de conclusies dat het verplicht stellen van een Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren kan bijdrage om eventuele problemen in de toekomst te voorkomen. Dan hebben ingrijpers die tussenbeide komen altijd de mogelijkheid de eventuele schade te verhalen op een verzekeraar. Deze maatregel wijzigt het aansprakelijkheidsrecht niet, maar spreidt het risico. Op het vlak van het ondersteunen van actief burgerschap, heeft deze oplossing tot gevolg dat vrees voor aansprakelijkstelling structureel wordt weggenomen.

De SMV geeft de voorkeur aan een andere benadering. De stichting acht het niet gewenst om dit vraagstuk te benaderen vanuit een risicospreidende, verzekeringsgeori?nteerde aanpak. Iemand die rechtmatig en burgergericht ingrijpt om een medemens te helpen hoort niet alleen z?lf niet voor schade op te draaien, ook zijn verzekeringmaatschappij moet die rekening niet hoeven te betalen. Bovendien blijft het altijd mogelijk dat iemand niet is verzekerd, of dat bepaalde vormen van burgeringrijpen niet onder de dekking vallen. De SMV pleit voor een aparte regeling in het schadevergoedingsrecht die de ingrijper beter beschermt. Zowel waar het gaat om de schade die de ingrijper zelf lijdt als de schade die hij aan een ander toebrengt.

Er staan twee wegen open om dit te bereiken. De eerste kiest als uitgangspunt dat de?veroorzaker van de problemen als individu?verantwoordelijk is voor de schade, en dat die schade dus ten laste moet komen van de veroorzaker of diens verzekering. De afhandeling c.q. het verhaal van die schade kan uiteraard worden overgelaten aan de verzekeringsmaatschappij van de ingrijper. Een verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering blijft overigens een maatregel die bij deze weg van groot belang blijft. De tweede is gebaseerd op het uitgangspunt dat de?overheid eigenlijk altijd als principe heeft geclaimd verantwoordelijk te zijn voor het garanderen van veiligheid.?Vanuit die visie is burgeringrijpen te beschouwen als een aanvulling op een kennelijk tekortschieten van de overheid. Dan is het logisch dat de overheid daarvan de financi?le consequenties draagt, bijvoorbeeld door het vormen van een fonds waarop burgers die ingrijpen een beroep kunnen doen als zij blijven zitten met ongedekte schade. Een combinatie laat zich denken door de eerste weg als uitgangspunt te kiezen (de probleemveroorzaker betaalt), en de oprichting van een fonds als steunmaatregel te gebruiken, voor zover er een restschuld overblijft die niet valt te verhalen

De uitzondering op de regel: ambtenaren in de openbaarheid

uitzondering

?Fantastisch dat we actief aan de slag gaan met social media! Maar ??n ding: zou jij daar op jouw dossier niets mee willen doen? Dat ligt nogal gevoelig.? Deze ? waargebeurde ? conversatie tussen een ambtenaar en zijn manager legt precies de paradox bloot rond ambtenaren in de openbaarheid, waar EMMA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar verrichtte.

Enerzijds erkennen ambtenaren het belang van een transparante en interactieve overheid, anderzijds zijn ze heel goed in staat uit te leggen waarom ze zich hier in veel gevallen niet naar (kunnen) gedragen. Dat blijkt uit ons verkennende onderzoek De uitzondering op de regel, waarin we hebben gekeken naar het gedrag van ambtenaren in de openbaarheid en de factoren die hierop van invloed zijn. Dat deden we aan de hand van een literatuuronderzoek, een enqu?te onder 1.522 Rijksambtenaren, een social media-analyse van ambtelijk gedrag en een tweetal expertsessies.

Naar binnen gericht professioneel netwerk
Wat doen ambtenaren in de openbaarheid en wat zijn hun motieven? Of, als ze niet in de openbaarheid treden: welke obstakels houden hen dan tegen? Uit de enqu?te bleek dat iets meer dan een vijfde van de 1.522 ondervraagde ambtenaren het afgelopen jaar in de openbaarheid is getreden, zowel op online als offline platforms. Onze data-analyse laat zien dat hogere inkomens en opleidingen relatief vaker naar buiten treden, net als ambtenaren met bepaalde functieomschrijvingen (bijvoorbeeld internationaal werk en beleidsontwikkeling). Wel blijft het online netwerk van twitterende ambtenaren een naar binnen gericht professioneel netwerk: vrijwel alle actoren zijn (direct of indirect) verbonden aan de overheid; het maatschappelijke middenveld ontbreekt.

Ambtelijke dilemma?s
Ambtenaren herkennen dit beeld. Hun verklaringen over het feit dat slechts een klein gedeelte van hun beroepgroep in de openbaarheid treedt, hebben we opgedeeld in vier categorie?n:

  • Politiek-bestuurlijk: Ondanks dat de samenleving steeds horizontaler geori?nteerd is, blijven binnen de overheid verticale structuren zichtbaar. ?We zijn er voor de samenleving, maar werken voor de minister?, aldus een ambtenaar tijdens de expertsessie.
  • Maatschappelijk: De overheid ligt onder een vergrootglas, vooral in de nieuwe media. En in hoeverre is de netwerksamenleving ge?nteresseerd in lineaire beleidsprocessen?
  • Media: Er bestaat een paradoxaal verband tussen een interactieve en snelle overheid enerzijds en een betrouwbare en precieze overheid anderzijds. Het is niet altijd even gemakkelijk om de berg aan (digitale) informatie (snel) te duiden en hierop in te spelen.
  • Priv?: Niet iedere ambtenaar wil even herkenbaar zijn als ambtenaar. Hoe ver kun je gaan in het verspreiden van je eigen mening over maatschappelijke kwesties? Sommige ambtenaren zien dit overigens juist als manier om hun carri?re een boost te geven.

Paradox
Blijkbaar zijn ambtenaren het wel eens met de opvatting dat de overheid moet kantelen en zich de horizontale structuur eigen moet maken. Hun daadwerkelijke gedrag sluit hier echter niet bij aan. Hun dossier ligt gevoelig, de samenleving is er druk over in gesprek, niets doen lijkt misschien de veilige oplossing. Kunnen we dat ook omdraaien? Hoe kunnen ambtenaren op een positieve manier onderdeel worden van het gesprek en hun kennis delen? Dat is de uitdaging voor de komende jaren.

Bronnen: EMMA,?Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infopuntveiligheid

@Politie tijdens #Haren: crisiscommunicatie op Twitter

Een beschrijvend onderzoek naar de corrigerende rol van de politie op Twitter tijdens de rellen in Haren.

Het doel van deze studie was om dieper in te gaan op het gebruik van Twitter door de politie tijdens de rellen in Haren. Hierbij werd verwacht dat zij een corrigerende werking hadden op de informatiestroom op Twitter vanwege hun betrouwbaarheid als autoriteit. Door middel van een dataset waarin alle tweets over de rellen in Haren zijn opgenomen, is het gedrag van de politie in de vorm van crisiscommunicatie op Twitter geanalyseerd. Hierbij is er gefocust op de typen berichten die zij stuurden, het bereik dat zij behaalden met hun tweets en de rol die zij speelden tijdens de verspreiding van een gerucht. De resultaten toonden aan dat de politie voornamelijk adviesgevende tweets verstuurden op Twitter. Bovendien bleek dat zij Twitter niet hebben ingezet om berichtgeving betreffende het gerucht te verspreiden.?

Project X Haren: morele paniek over jeugd technologie en crisis

Natuurlijk was er wel wat aan de hand in Haren: Een paar duizend jongeren trokken naar het dorp, er werden winkelruiten ingegooid, sigaretten bij de Albert Heijn geplunderd, en er waren een aantal voornamelijk licht gewonden. Eigenlijk was ?Project X Haren? vergelijkbaar met een uit de hand gelopen voetbalwedstrijd. De aandacht die de ?Facebookrellen? kregen was echter enorm. Het beheerste het nationale nieuws, kwam op CNN en Al Jazeera. Er zou zelfs een kleine wereldoorlog zijn uitgebroken.

Uit het antropologische onderzoek van Erik B?hre en Gerard van den Broek blijkt dat de zware veroordeling van de Facebookrellen voor een belangrijk deel het gevolg is van morele paniek en verontwaardiging. ?Project X Haren? werd een podium waarop mensen hun zorgen kwijt konden over de jeugd in tijden van crisis, over de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologie?n. Misschien was Haren ook niet zo?n toevallige locatie. Haren groeide uit tot het stereotype, elitaire dorp dat weinig last leek te hebben van de recessie.

Lees ook het interview met Erik B?hre?(Mare, 22 november 2012)

E-mailadressen Burgernet in Weert gewoon meegestuurd

Weertenaren die zijn aangesloten bij Burgernet kregen afgelopen week weer de lijst mailadressen van hun collega-burgerrechercheurs meegestuurd met een mail.

Weertenaren die zijn aangesloten bij Burgernet kregen afgelopen week de complete lijst mailadressen van hun collega-burgerrechercheurs meegestuurd met een mail. Dat was niet de eerste keer.

CC-veld
Na een autobrand in Swartbroek, gemeente Weert, stuurde de politie een mail aan de 250 ‘burgerrechercheurs’, met het verzoek om oplettendheid en informatie. De mailadressen van de andere Burgernet-deelnemers werden daarbij niet afgeschermd, wat uiteraard wel had gemoeten. Met het onbekommerd rondzenden van de adreslijst, door in plaats van het BCC-veld het CC-veld te gebruiken, maakt de politie geen goede beurt.

Serie autobranden
Burgernet is een netwerk van burgers die in bepaalde gevallen fungeren als extra ‘ogen en oren’ van de politie. In Weert hebben zich relatief veel mensen aangemeld voor Burgernet naar aanleiding van een aantal autobranden. In het eerste mailtje over een dergelijke brand, halverwege 2012, kregen ruim honderd geadresseerde al de mailadressen van hun nieuwe ‘collega’s’ meegestuurd.

‘Protocol is al scherp’
Een woordvoerder van de politie zegt tegenover dagblad De Limburger het opnieuw meesturen van de mailadressen te betreuren. “De protocollen voor het verzenden van dergelijke mails zijn al scherp, maar we gaan ze nog eens bij onze mensen onder de aandacht brengen. Dit mag niet meer gebeuren.”

Bron: Binnenlands Bestuur