SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
FQ Taskforce app (iOS, Android) is een platform om:
– De betrokkenheid van de gemeenschap te vergroten
– De misdaad te verminderen
– Responstijd te verbeteren
– Patrouilles effectief te beheren via GPS locaties
– De administratietijd te verminderen met onder andere papierloze overdrachten en roosters.
Deel je?locatie
Voeg locaties toe aan je Task Force-app en blijf op de hoogte via de dichtstbijzijnde agent
Houd je omgeving veilig
Met jouw hulp kan App Task Force samen met de politie de veiligheid in de buurt op orde houden
Maak foto’s en stuur ze naar de meldkamer
Bekijk?foto’s of neem een foto met de camera van je mobiele telefoon om?aan je meldingen toe te voegen
Meld incidenten snel
Vertel de politie snel en vertrouwelijk over incidenten die zich voordoen
EverDrive (Apple App Store?of?Google Play)?is een app die rijgedrag meet. Het controleert bijvoorbeeld je snelheid of afwijkend?rijgedrag en geeft je een?score.?Heb je hard geremd? Of reed je te hard door de bocht? De gratis app EverDrive vertelt het je en geeft advies. Je kunt het in je eigen auto gebruiken, maar ook als passagier in de bus.
“Het programma draait op de achtergrond op je telefoon tijdens de autorit. Het begint automatisch wanneer u begint te rijden en het controleert zaken?die erg belangrijk zijn voor veilig en defensief rijden,” zegt de baas van EverQuote Andrew Ressler.?De app neemt in de score mee hoe je met?snelheid omgaat, met je remmen en hoe vaak je de telefoon achter het stuur gebruikt.?”Ik kijk naar een stoplicht en zie om me heen mensen die naar beneden kijken op hun schoot, dan weet ik dat ze op hun telefoon kijken,” zegt Jacky Arness uit Fargo.
De app is ontwikkeld door verzekeringsmarktplaats EverQuote en Cambridge Mobile Telematics.?Maar wordt de informatie ook gedeeld met?verzekeringsmaatschappijen??”Wij geloven dat de klant baas is van zijn eigen gegevens,?dus als de consument die?gegevens met osn wil delen is dat prima. Het is niet ons beleid om die gegevens met bijvoorbeeld?politie of verzekeringsmaatschappijen te delen”, aldus Ressler.
De scores hebben ook een sociaal element. Je kunt zien hoe anderen in jouw buurt het doen, of hoe?vrienden of familie zich gedragen.?”Mensen genieten van games en op die manierbrengen we een vorm van?concurrentie in de app die voor jezelf of anderen een positief resultaat kunnen opleveren,” zegt Arness.
Je kunt de app ook gebruiken als je slechts passagier bent, dus je kunt bijvoorbeeld ook het rijgedrag van de buschauffeur bijhouden. Momenteel is er een wedstrijd waarbij elke dag?prijzen ter waarde van $ 100 worden uitgekeerd aan de 50 gebruikers van de app.
Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking
Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente
Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.
Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.
In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).
Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.
Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.
Inleiding
In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).
Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.
Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.
1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.
Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.
2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).
2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.
Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.
Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.
Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.
Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.
2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:
1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).
De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).
Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)
De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.
1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.
Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).
Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.
Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).
Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.
2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.
3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).
3. CONCLUSIES
3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.
Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.
3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.
3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.
Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);
Big Data-toepassingen bieden vele kansen voor opsporing en surveillance. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico?s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en de vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties.
De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet-en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data ? het zwaartepunt in de huidige juridische kaders ? naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen ?n de grootste risico?s voor.
Met?Oncamera?kun je direct in contact staan met een agent via een tweeweg videoverbinding. Een moeder van twee tieners uit Fargo, Angela Newkirk, vindt het een mooi idee?”Je?neemt meteen de?gezichten op,” zegt ze bij het zien van het promotiefilmpje. Ze zegt dat haar tienerdochter die ’s nachts tot laat werkt haar nerveus maakt. De OnCamera website legt uit hoe je alleen op een?rode knop hoeft te drukken en meteen een videogesprek met een politieagent krijgt, zgn. First Officers. Deze agenten?zijn niet meer actief bij de?politie en werken niet voor een politie-afdeling, maar hebben?er wel ooit gewerkt. OnCamera beweert?dat ze sneller dan 911 zijn. ?De app is momenteel gratis, want het is in een testfase, maar eenmaal gelanceerd zal het wel geld gaan kosten. “Naar mijn bescheiden mening betaalt u ook al voor politiediensten, dus zie dit als iets extra’s” aldus Fargo Police Deputy Chief Joe Anderson die vindt dat mensen hun eigen keuzes moeten maken.
112 is misschien wel de beste uitvinding ooit wat betreft veiligheid. Waar je er vroeger alleen voor stond in een noodgeval, kun je nu bellen en binnen redelijk korte tijd hulp krijgen. Maar laten we wel wezen: die korte tijd kan in een noodgeval nog steeds veel te lang duren. Stel je eens voor dat je ?s avonds op straat loopt, en je opeens achtervolgd wordt door een eng sujet. Wat doe je dan? Het alarmnummer bellen? Binnen de tijd dat het duurt voordat er iemand is, kan de kwaadwillende figuur? je al beroofd, of erger, hebben.
Het team achter OnCamera lijkt een geweldig idee te hebben gehad voor juist dit soort situaties. Vaak gaat het er niet zozeer om dat er daadwerkelijk iemand bij je is om de persoon weg te jagen, maar dat er iemand is die hem ziet. En dat is precies wat de app die het team ontwikkelt, doet. Als je hem gebruikt krijg je een live videoverbinding met ??n van de aangesloten?agenten. Zij werken niet altijd nog voor de politie zelf, maar hebben dit in ieder geval wel ooit gedaan. Zo hebben ze ervaring opgedaan die cruciaal is bij het aanspreken van aanvallers.
Foto: OnCamera
Zodra je een verbinding hebt, verschijnt het beeld van de agent in kwestie op je scherm. Hij of zij zal dan uitleggen dat de persoon een overtreding begaat (voor het geval hij dat nog niet wist) en dat de potenti?le misdaad wordt opgenomen. De beelden, het geluid en je locatie worden allemaal doorgegeven, waardoor er meteen iemand naar je toe kan worden gestuurd als het toch nog misgaat. Maar volgens OnCamera werkt het juist heel goed om misdaden te voorkomen. Als mensen zien dat ze worden gefilmd, worden ze huiverig en kiezen ze sneller het hazenpad. Deze app zou dus niet alleen je veiligheidsgevoel versterken, maar je ook daadwerkelijk veiliger maken.
Nadeel is wel dat de app nog in een b?tafase is, en dat deze nog lang niet overal werkt. Ook is de financiering van de app nog lang niet rond, waardoor er om donaties gevraagd wordt. Het idee van deze ontwikkelaars is echter gewoon heel erg goed.?Stel je voor dat je een dergelijke verbinding zou krijgen als je ?normaal??112 belt: zou je je daarmee veiliger voelen?
RedZone Map (iOS) is een locatiegebaseerde crime map die als navigatiekaart gebruikt kan worden om veilig door de stad te komen. Middels geofencing kun je een veilige route plannen. RedZone maakt enerzijds gebruik van criminaliteitsgegevens van de overheid en nieuws, maar laat ook gebruikers gevaarlijke punten toevoegen middels crowdsourcing. In totaal zijn er meer dan 1400 bronnen die ze gebruiken.
De app laat onder andere verkeersongelukken, schietpartijen, berovingen en vandalisme zien. Ook kunnen eindgebruikers over bepaalde gebeurtenissen met elkaar in gesprek raken.
Vandaag ontving Siebe Riedstra, Secretaris Generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, het boek ?Van Predictive naar Prescriptive Policing? uit handen van Leen van Duijn, directeur Nationale Veiligheid en Crisismanagement TNO. In dit boek adviseert TNO over de invoering van Predictive policing en Prescriptive policing.
Allereerst gaven?Jeff Brantingham en Sean?Malinowski van de LAPD?een presentatie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie over wetenschap en praktijk van Predpol en daarna was het aan Reinder Doeleman van de politie Amsterdam om de ervaringen?van CAS uit de doeken te doen.
Voor TNO de uitgelezen kans om de publicatie “Van Predictive Policing naar Prescriptive Policing” aan te bieden. Jeff heeft het altijd over ‘Beyond the box’ , want predictive policing kan zoveel meer zijn?dan alleen vakjes op een kaart voorspellen waar misdaad volgens kansberekening gaat plaatsvinden. TNO trekt de lijn van ontwikkelingen door van predictive naar prescriptive policing. Van misdaad voorspellen tot voorspellend effect van politiewerk.
Predictive Policing
Predictive Policing is politiewerk aan de hand van voorspellingen. Door verfijnde algoritmen?los te laten op big data kan de politie straks misdaden voorspellen. Predictive Policing biedt?de politie de mogelijkheid om d??r aanwezig te zijn waar de kans op een volgend incident het?grootst is. Het werkt preventief. Ook de politie is al aan de slag met deze ontwikkeling. Deze?publicatie beschrijft de ontwikkeling van Predictive Policing en de basisprincipes ervan. De?auteurs ontkrachten 10 mythen rond dit thema, zoals: crimineel gedrag is niet te voorspellen.?Ook gaan ze in op de verschillende ontwikkelingen, zoals PredPol en het Amsterdamse?Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS).
Invoering van Predictive Policing bij de politie kan, maar wat zijn de uitdagingen? Die spelen?zich op meerdere vlakken af: doel en toepassing, mens en organisatie, proces, informatie en?techniek. Wat zijn bijvoorbeeld de juridische en ethische aspecten van Predictive Policing??Hoe moeten mens en organisatie veranderen om dit instrument effectief te gebruiken? Hoe?betrouwbaar is de informatie die het systeem aanlevert eigenlijk? De effectiviteit van Predictive?Policing hangt in feite af van de informatie die in het systeem wordt ingevoerd. Het gaat?de politie er bovendien niet om zo goed mogelijk te voorspellen waar een incident kan plaatsvinden,?maar om dit incident te voorkomen. De politie zal daarom in kaart moeten brengen?wat de effectiviteit is. Meetbaar maken van het effect van de inzet dus.
Prescriptive Policing
Als Predictive Policing voorspellen is wat er gebeurt als je niets doet, wat is dan Prescriptive?Policing? Prescriptive Policing voorspelt op basis van de kennis van de effecten van bepaalde?interventies wat de effectiviteit van een bepaalde inzet van politiemiddelen zal zijn, gegeven?een specifieke situatie. Het systeem suggereert wat de beste interventie is op basis van
vergelijkbare context, maar de mens beslist uiteindelijk. De ontwikkeling naar Prescriptive?Policing vraagt om een integrale benadering, waarin doel, proces, informatie, techniek en?mens en organisatie in samenhang met elkaar worden aangepakt. In een stappenplan?onderscheiden de auteurs vier implementatieniveaus, inclusief de stappen die de politie?moet zetten om een niveau hoger te komen. Van Intelligence-led Policing naar Predictive Policing?naar Effect-led Policing naar Prescriptive Policing.
Hoe de politie te werk zou kunnen gaan? Een competitieve test uitvoeren, voor een systeem?kiezen en dat langzaam uitrollen. Dat laatste is belangrijk, omdat mensen een gevoel?moeten krijgen voor de mogelijkheden van het systeem. Invoering van Prescriptive Policing?vraagt dus om professionalisering van de politie. Pas als men meetbaar maakt wat het?effect is van een interventie wordt de stap naar het vierde implementatieniveau mogelijk. De?innovatie moet stapsgewijs plaatsvinden in publiek-private samenwerking met leveranciers?en kennisinstellingen, waarbij in Living Labs wetenschappelijke kennis wordt toegepast in de?politieomgeving, samen met technologieleveranciers.
Door: Arnout de Vries en Selmar Smit (beiden werkzaam bij TNO)
Al enige tijd zijn er veel mooie verhalen in diverse media over Predictive Policing. Maar wat is het eigenlijk en werkt het nu echt?
Tijd om de mythes te doorbreken en de diverse oplossingen die er zijn eens op een rijtje te zetten. Ook geven we iets meer theoretische achtergrond voor de liefhebbers, want voor een deel is het oude wijn in nieuwe zakken.
Het Paretoprincipe (?80/20-regel?) en onveiligheid (hot problems).
Delicten (hot crimes): een beperkt aantal soorten delicten vormt het grootste deel van de criminaliteit.
Overlast (hot disorders): een beperkt aantal soorten overlast vormt het grootste deel van alle overlast.
Locaties (hot spots): een groot deel van de criminaliteit en overlast vindt plaats op een beperkt aantal locaties.
Binnensteden, wijken en buurten (hot areas): een groot deel van de criminaliteit en overlast vindt plaats in de binnensteden en in een beperkt aantal wijken en buurten.
Daders (hot shots): een groot deel van de criminaliteit wordt gepleegd door een klein aantal criminelen.
Dadergroepen (hot groups): een groot deel van de criminaliteit wordt gepleegd door een klein aantal criminele samenwerkingsverbanden.
Slachtoffers (hot victims): een klein deel van de slachtoffers is slachtoffer van een groot deel van de delicten.
Tijdstippen (hot times): een groot deel van de criminaliteit en overlast vindt plaats op een beperkt aantal tijdstippen of tijdsperioden.
Buit (hot products): het grootste deel van de diefstallen is gericht op een beperkt aantal buitsoorten.
Voorzieningen (hot facilities): het grootste deel van de criminaliteit wordt gepleegd in een klein deel van de winkels, kantoren, bedrijven, bedrijventerreinen, scholen, sportcomplexen, openbaar vervoer enzovoort.
[Bron: P. Versteegh, e.a. [2010]. ?The best of three worlds. Effectiever politiewerk door een probleemgerichte aanpak van hot crimes, hot spots, hot shots en hot groups.? Politieacademie, Apeldoorn.]
Hot of Hype?
Door de huidige ontwikkelingen neemt predictive policing?een enorme vlucht, ook bij de Nederlandse politie die sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 nu landelijk betere?beschikbaarheid heeft over alle databronnen. Maar ook de complexere ‘Big Data’ ontwikkelingen waarin nieuwe databronnen gebruikt kunnen worden, gecombineerd met verbeterde analysecapaciteiten, visualisatietools en krachtigere smartphones op?straat maken dat predictive policing echt?hot?is. Steeds meer toepassingen zijn denkbaar: van preventie tot handhaving en opsporing waarin door het huidige economische klimaat slimmer gewerkt moet worden (?meer met minder?). Bovendien is de politie dan proactief in plaats van achter de feiten aan te lopen en het gevoel van veiligheid kan stijgen als mensen zien dat de politie boeven altijd net een stapje voor is. Rechercheren verandert in prechercheren. En last but not least wordt de acceptatie van deze technologische aanpak beter, want de politie is al enige tijd toch?vooral een informatie organisatie geworden.
Glazen wazige bol?
Predictive policing als term wordt vooral gebruikt in de VS. Maar wat is het?precies? Heel in het kort: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen. Net zoals het voorspellen van beurskoersen een complexe aangelegenheid is, is dat ook met criminaliteit het geval. Maar de politie heeft inmiddels een goudmijn aan gegevens (big data) over misdaden uit het verleden tot haar beschikking. En Big data is een grondstof die nooit opraakt, juist exponentieel groeit. Door hier een diepe analyse op los te laten kan de politie straks in combinatie met verfijnde algoritmen toekomstige misdaden voorspellen. Computer modellen dus die o.a. gebruik maken van misdaadgegevens. Met andere woorden: op grond van predictive policing kunnen mensen straks worden opgepakt nog voor ze een misdaad hebben begaan. Dat is ook eng, want kan dat allemaal zo maar? In veel media wordt om die reden het angstige vergelijk gemaakt met de film?Minority Report.
Bill Bratton, toenmalig korpschef van de LAPD en voorloper op het gebied van predictive policing en real-time crime monitoring, nam zorgen over de wiskundige abacabra weg door te stellen: ?Crime is just a physical process and if you can explain how offenders move and how they mix with their victims, you can understand an incredible amount.? En hij kreeg bijval van antropoloog en grondlegger van Predpol Jeff?Brantingham: ? “The naysayers want you to believe that humans are?too?complex and too random ? that this sort of math?can’t?be done, but humans are not nearly as random as we?think.??
Onlangs was Bill Bratton nog te gast in “Cities for Tomorrow 2015 – Data Mining in the Modern City”, waarin hij kritiek pareerde op het gebruik van deze technologie?n:
Eerst de theorie
Als we weten hoe criminelen denken en doen, dan kunnen we misschien ook voorspellen waar ze gaan toeslaan. En in een vakgebied wat al jaren bestaat, zoals dat van criminologie, ?is er aan dergelijke theorie?n geen gebrek. De ratio, die ook bij criminelen aanwezig is, in combinatie met gelegenheid maakt dat er al snel patronen ontstaan.
Zo zegt de immens populaire routine activity theory?dat criminelen zullen toeslaan op die locatie waar de virtuele cirkels rond criminelen en geschikte slachtoffers elkaar overlappen. Kortom, zo lang er geen grote volksverhuizingen zijn, zullen steeds dezelfde gebieden worden getroffen.
[Bron: Ronald V. Clarke and Marcus Felson M., 1993, ??Introduction?: Criminology, Routine Activity, and Rational Choice??,?Advances in Criminological Theory: Routine Activity and Rational Choice, vol. 5, pp.?1?14]
De rational choice theory zegt daarentegen juist dat criminelen op zoek zullen gaan naar die locatie waar de afweging tussen risico(pakkans) en buit zo gunstig mogelijk is.
De crime pattern theory tenslotte is een derde populaire theorie over crimineel gedrag,die zegt dat 1) criminelen altijd zullen toeslaan in een buurt die ze kennen; vlak bij huis/werk/sportschool, of op de weg daar naar toe en 2) criminelen nooit zullen toeslaan te dicht bij hun eigen huis.
Naast deze drie basistheorie?n, bestaat er nog een vierde belangrijke, de zogenaamde ?blended theory? die, zoals de naam al zegt, hun combinatie is: een crimineel zal toeslaan op een locatie (routine activity theory) langs zijn activiteiten-routes, maar niet te dicht bij huis (crime pattern theory) daar waar de afweging tussen buit en pakkans positief is (rational crime theory).
Voor predictive policing worden deze theorie?n vaak overboord gegooid, en wordt voornamelijk gekeken naar ?near repeats?. Een methode die er vanuit gaat dat er in de buurt van een incident vaak nog een tweede, derde, etc. incident zal volgen. Hoewel dat niet lijkt op de drie eerdere theorie?n zal, zolang de pakkans, buit en activiteiten van criminelen niet veranderen, het effect hetzelfde zijn. Want daar waar al een keer een incident is geweest was blijkbaar de afweging tussen buit en pakkans positief, en was er blijkbaar ook een crimineel aanwezig. Zolang er niets verandert, zal er dus (volgens de drie theorie?n) zich nog een tweede, derde etc. incident zich in de buurt gaan voordoen.
In bijna alle commerci?le pakketten die nu te koop zijn wordt voor deze versimpelde weg gekozen. Vaak wordt er naast dit trekken van cirkels rond incidenten ook nog gekeken naar tijdsaspecten (spatiotemporele analyse), zowel naar trends zoals verplaatsingen, als naar seizoen, weekdag, of zelfs het specifieke tijdstip. Zo is er al jaren een duidelijke piek van inbraken rond kerst, is een werkdag populairder voor het dievengilde dan een weekend, en is het aantal inbraken rond 08:00 ?s ochtends minimaal. Door dit soort aspecten mee te nemen, kun je dus ook inbouwen dat de pakkans, buit of activiteiten van criminelen (uit de basistheorie?n) veranderen gedurende het jaar/maand/dag/uur.
Voeg bij die tijdaspecten ook nog andere kenmerken zoals omgevingsfactoren (demografie etc.) en weersvoorspellingen (een regressie-analyse/data-mining), en afstanden tot vluchtwegen (aantrekkende werking) en politiebureaus (afstotende werking) en je krijgt een complexe formule met tientallen parameters die zo goed mogelijk moeten worden bepaald uit de historische data.
Hoewel het bepalen van de juiste waarde voor al die parameters nog een hele klus is, is een dergelijk voorspelmodel is dus niet echt rocket-science. Toch levert het al behoorlijk goede voorspellingen op en dat is dan ook de rede dat vrijwel alle softwarepakketten op de markt ook (in meer of minder mate) kiezen voor deze aanpak.?En voorspellen is nog maar een klein deel van het hele verhaal, want het handelen op basis van goede voorspellingen is waar de crux zit.?Laten we eens kijken naar hoe een aantal van deze oplossingen het doen.
In de praktijk
Hoe staat het eigenlijk met de huidige ‘state of the art’, zoals die al geadopteerd is door politie organisaties? TNO bekeek in een korte verkenning enkele oplossingen op het gebied van predictive policing. Daar waar een studie van RAND eerder al keek naar de inpassing van predictive policing in het politiewerk, bespreken wij hieronder een aantal oplossingen die vandaag de dag al gebruikt worden. Een echte gedegen vergelijking vraagt om meer degelijk onderzoek, want de getallen die leveranciers afgeven zijn vaak ontdaan van alle context en niet objectief vastgesteld. Predpol schijnt er zelfs een nogal? dubieuze strategie van gemaakt te hebben om hun klanten vooral zoveel mogelijk positieve verhalen naar buiten te laten brengen. SF Weekly deed uit de doeken hoe de contracten eisen dat politie de technologie promoot, los van de behaalde resultaten.
Maar al zouden de cijfers wel kloppen, de beoogde effecten kan de software niet voorspellen: resultaten uit het verleden bieden geen enkele garantie voor de toekomst. En er zijn nog steeds operationele diensten nodig om boeven te vangen, dat doen de algoritmes niet.
Maar hoe vergelijken de oplossingen dan onder de motorkap? Volledige transparantie staan niet alle leveranciers zomaar toe, omdat hun concurrentiepositie dan gevaar loopt. Toch zal de maatschappij (en de wet) wellicht gaan eisen dat algoritmes volledig transparant zijn, want waarom ben je aangehouden of kwam de politie eigenlijk op jouw spoor?
Onderstaand overzicht helpt veiligheidsorganisaties om een keuze te maken in bestaande oplossingen. Het is verre van volledig, want de markt trekt stevig aan tot een mogelijk oerwoud aan oplossingen. Daarnaast ontbreekt een veelheid aan selectiecriteria, die bovendien per organisatie verschillend zullen zijn. De context en het doel van het gebruik, de bevoegdheden, de beschikbare data, organisatorische en financi?le (on)mogelijkheden alswel het toekomstperspectief bepalen welk middel het beste zal passen.
Predpol
De ontwikkeling van PredPol?begon al in 2008 bij de politie van Los Angeles doordat topchef Bill Bratton het aandurfde om wiskundige technieken toe laten in de politiepraktijk. Samen met?Jeff Brantingham?van de universiteit UCLA hadden ze het idee om de algoritmes die aardbevingen konden voorspellen op basis van het verleden toe te passen op oude misdaadstatistieken. Het bleek een gouden greep. Waar voorheen intelligence gestuurde politie (ook wel Intelligence Led Policing) nog bleef steken bij het maken van hotspotkaartjes, kon men nu ineens veel meer dan alleen een lijntje in een grafiek doortrekken. Een veelvoud aan invloedsfactoren (zoals variaties in criminaliteitstypen, plaatsen en tijden) kon ineens worden meegewogen en de voorspellingen leken beter te zijn. Het kon al snel anderhalf tot twee keer beter risicogebieden inschatten dan politieanalisten deden.
In November 2011, benoemde?TIME?Magazine?predictive policing om deze reden ??n van de 50 beste inventies van 2011. Deze?oplossing is?PredPol?gaan heten en inmiddels is?de software?voor een aardig?bedrag te koop (zo?n 100 kEuro per jaar). De software analyseert oude misdaadstatistieken ? voor accuratesse zijn er wel zo?n paar duizend nodig ? en plot die op een kaart, waarin het surveillancegebied is opgedeeld in echt kleine vakjes (van 45 vierkante meter). Zo kan de politie dus per vakje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen. Dat is wel iets anders dan de misdaadanalist met gekleurde spelden en een stadsplattegrond. In een blinde proef ? de ene dag gingen agenten op pad met een traditionele hotspotkaart en de dag erop met een van PredPol ? bleek al snel dat Predpol tot betere resultaten leidde. Niet alleen meer arrestaties, maar vooral dalende misdaadcijfers.
In feite is dit niet veel anders dan wat een bedrijf als Amazon doet: goed kijken naar de klant en precies uitvinden hoe die koopt, wat die koopt en waarom die koopt. Dit maakt het voor Amazon mogelijk toekomstig gedrag te voorspellen (en het koopgedrag te bevorderen). Welke algoritmen Amazon hiervoor gebruikt is trouwens onduidelijk (dat is bedrijfsgeheim).
PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt en effectief te surveilleren. Het gaat daarbij zeker ook om het voorkomen van een misdrijf. Juist omdat de politie gericht surveilleert op de plekken waar het telt zullen op die plekken minder misdaden worden gepleegd. Niet meer blauw op straat maar gerichter blauw op straat. Dat is althans de theorie. De cijfers laten zien dat die theorie klopt: in het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken daalde de misdaad met 13%. In Santa Cruz, waar ze het ook gebruiken om hotspots te identificeren, ging het aantal inbraken met 27% omlaag. Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet. Predictive policing zal daarom groot worden. Het scheelt mankracht.
De politie uit Kent heeft ook een eigen studie uitgevoerd waarin PredPol 6 maanden lang werd gebruikt. Ze concludeerden dat PredPol een hitscore haalde van 8.47, wat betekent dat er over die periode in 8.47% van de geselecteerde vakjes ook daadwerkelijk een inbraak heeft plaatsgevonden. Dat klinkt als niet zo veel, maar was bijna 60% hoger dan wanneer eenzelfde aantal vakjes handmatig werd gekozen door analisten.
Kent is Predictive policing software breder gaan inzetten na deze kleine test in 2013, waarin het ondervond dat misdaad op straat met 6% afnam. Toch nam misdaad in het eerste jaar daarna toe, iets dat de politie van Kent wijdt aan een slechte implementatie in een periode waarin ook niet alle misdaadgegevens volledig voorhanden waren. Inmiddels lijken de resultaten beter met een afname van 140.000 naar 100.000 misdaden.
In het Amerikaanse Richmond is men inmiddels zelfs gestopt met Predpol, ondanks dat het driejarige contract met Predpol nog niet was uitgediend. Reden: gebrek aan bewijs dat het zou werken. Predpol claimde nog dat misdaad omlaag ging door hun software, maar politiechef Chris Magnus spreekt dat tegen en geeft aan dat na een periode van initi?le afname misdaad de laatste tijd weer met dubbele cijfers omhoog gaat.
En succes hangt ook af van het type interventies en sociale acceptatie. Zo ging de politie van Chicago op basis van Predpol preventief huisbezoeken plegen bij veelplegers. Het idee was dat misdaad voorkomen kon worden als deze doelgroep meer informatie over de inmiddels hogere straffen kregen of begeleidingsprogramma?s kreeg om ze aan het werk te krijgen. Deze interventievorm die in de pers al snel het label ?profiling? kreeg leverde veel kritiek van de lokale bevolking op.
Toch wordt het gebruik van PredPol ?steeds populairder, en is het onder andere in gebruik bij de politiekorpsen in de VS zoals Los Angeles, Seattle, Modesto, Alhambra, Santa Cruz, Atlanta en Little Rock, en krijgt het ook in Europa voeten aan de grond zoals in Kent, Verenigd Koninkrijk.
Daily Crime Forecast
Daily Crime Forecast (DCF) is een volledig via het web benaderbare tool die qua functionaliteit niet onder doet voor PredPol. Ook hier vinden we de bekende vlakjes waarbij voor elk uur wordt bepaald wat daar de dreiging is. En net zoals PredPol is er voor het maken van voorspellingen maar heel weinig data nodig. Uit enkel de datum, tijd en positie van eerdere geregistreerde delicten wordt een voorspelmodel gemaakt voor de komende tijd. Is er recent een inbraak geweest in een vakje of ??n van zijn buurvakjes? Dan stijgt daarmee het risico op nog een inbraak. Wordt er in dit vakje vooral ingebroken op maandag? Dan wordt ook dat meegenomen voor de voorspellingen voor alle komende maandagen.
Het pakket is ontwikkeld in samenspraak met het Edmonton Transit System (ETS), maar via hun website kan iedereen een demonstratie bekijken van de functionaliteiten.
Waar PredPol nog een hitscore vermelde die 60% hoger was dan die van een analist, rapporteert DCF een nog veel hoger getal, namelijk 100% beter. Dat zegt op zich nog niets aangezien het voorspellen van misdaad in een stad toch iets heel anders is dan dat van overlast rond een vervoerssysteem. Maar DCF lijkt zeker te werken, niet omdat ze dergelijke hitscores behalen (wat met wat gegoochel met getallen altijd lukt), maar omdat ze ook daadwerkelijk vermelden dat het aantal keren dat een agent handelend kon optreden in de eerste twee jaar steeg met bijna 60%, terwijl het aantal meldingen van slachtoffers juist daalde met 52%. Dat betekent dat een dergelijk systeem niet enkel kan voorspellen wat er gebeurt, maar ook problemen kan voorkomen.
Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS)
Ligt Predictive policing ver van ons bed? Nee, want hier in Nederland gebeurt het ook al. In het programma Politie en Wetenschap werkte de politie van Amsterdam aan een soortgelijk systeem van geavanceerde plannings- en voorspellingsmethoden om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden. En hoe laat. En sinds enige tijd is het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) in gebruik genomen op districtsniveau en door zogenaamde ?flexteams in Amsterdam, waar jaarlijks alleen al zo?n 7000 woninginbraken plaatsvinden.
Een voorwaarde is wel dat de data goed beschikbaar gemaakt wordt. Het BVH systeem van de politie (Basis Voorziening Handhaving) bevat veel van die benodigde data. Om voorspellingen te verbeteren kan meer data handig zijn, zoals ?gegevens over vluchtroutes bij overvallen, en in andere gevallen de bevolkingssamenstelling of het type bedrijven dat in die buurt zit. Allemaal relevante indicatoren voor criminaliteitspatronen. Als het aantal bronnen toeneemt wordt het ook ingewikkelder. Patronen in de grotere hoeveelheden meervoudige data zijn complex, waarbij het ook de vraag is of de mens die ermee moet werken het systeem nog snapt. Het maakt een directere (sturing op de) inzet van de politiecapaciteit mogelijk, waardoor effici?ntie en in het bijzonder effectiviteit van de inzet wordt vergroot. Het is niet alleen een instrument voor de politie zelf, maar ook voor het bevoegde gezag en veiligheidspartners.
CAS wordt momenteel gebruikt om High Impact Crimes mee te voorspellen (woninginbraak, straatroof en overvallen). Het systeem deelt de eenheid Amsterdam op in vakjes van 125 bij 125 meter. Gebiedjes waarvan de kans op een incident vooraf al laag kan worden ingeschat, zoals weilanden en open water, worden verwijderd. Van de overblijvende vakjes wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld: criminaliteitshistorie, afstand tot bekende verdachten, afstand tot de dichtstbijzijnde snelwegoprit, soort en aantal bedrijven zoals bekend bij de politie, en demografische en socio-economische gegevens van het CBS.
Van ieder vakje wordt op verschillende peilmomenten geregistreerd welke gegevens er op dat moment bekend zijn. Vervolgens wordt bepaald wat er in de twee weken na de peiling aan incidenten kan plaatsvinden. Er wordt kunstmatige neurale netwerktechnologie toegepast om te bepalen welke combinatie van kenmerken indicatief is voor criminaliteit in de nabije toekomst en het resultaat is dat de vakjes op de kaart indicatief worden ingekleurd; een zgn. heat map waarin hoge scores een warmere kleur krijgen.
In onderstaande uitzending van Factchecker legt Dick Willems van de politie Amsterdam uit hoe het globaal werkt (na ongeveer 9 minuten in de uitzending). Zie ook?hier.
Net zoals bij PredPol is ook van CAS een studie gedaan van de hitscore en daar werd een score van 15% gerapporteerd. Merk op dat beide studies niet onderling zijn te vergelijken omdat, naast dat de gebieden (Amsterdam en Kent) logischerwijs volkomen verschillend zijn ook niet hetzelfde aantal vakjes is geselecteerd. Naast deze 15% direct-hits zijn er ook near-hits, namelijk een inbraak of straatroof die niet in het vakje valt, maar er net buiten. In het geval van woninginbraak is dat percentage 40%, voor straatroof zelfs 60%.
HunchLab
HunchLab?is op veel manieren vergelijkbaar met alle eerdere pakketten. Onder andere Philadelphia PD gebruikt het. Ook HunchLab heeft een webinterface (en zelfs ook speciaal voor tablets), heeft ook de bekende vlakjes, en richt zich ook op near-repeat crimes door middel van het analyseren van misdaadpieken. Maar dit pakket heeft nog een aantal andere interessante features. Hij kan bijvoorbeeld zelf detecteren als er een serie van ?buitengewone? incidenten is. Waarbij buitengewoon betekent dat ze buiten het voorspelde gebied lagen. Met de feature ?Hunch Focus? kan een analist daarna met deze, van de norm afwijkende, incidenten aan de gang. Waren het gewoon incidenten? Of is er meer aan de hand, en bestaat er een trend?
Daarnaast biedt HunchLab de mogelijkheid om, de naam zegt het al, ?hunches? te testen. De gebruiker kan via de interface een bepaald vermoeden beschrijven, waarna de tool gaat kijken in hoeverre dit vermoeden waar is. Wat er daarna met die uitkomsten wordt gedaan, niets? en dat is jammer want wat nou als het systeem daar van zou kunnen leren? De mens-machine interactie zou op deze manier een hele sterke combinatie kunnen opleveren.
Precobs
In Z?rich test men sinds oktober 2014 het Precobs systeem?(Pre Crime Observation System). De ouderwetse prikborden op de muur in het bureau van de kriminalpolizei met een kaart vol punaises zijn al sinds langere tijd opgedoekt. Eenvoudige hotspot software werd al enige tijd gebruikt. Precobs gaat verder en gebruikt slimme algoritmes die als een Zwitsers zakmes diverse doorsnijdingen van Big Data maken, om zo patronen naar boven te halen die agenten op straat kunnen inzien op hun smartphone. Na Zwitserland is ook Duitsland deze software nu aan het testen: in N?rnberg (Beieren) en Berlijn is men al begonnen. Noordrijn-Westfalen heeft interesse, maar is terecht nog zeer kritisch over de echte effecten. Want de getallen en gemeten effecten uit dit artikel komen vooral van de softwareleveranciers en de causaliteit tussen de inzet van de software en de criminaliteitscijfers is nog nauwelijks bepaald. En oorzaak-gevolg is in de aanpak van criminaliteit sowieso al niet eenvoudig, ondanks het sturen op cijfers.
Accenture dat in Londen een pilot doet, heeft voor predictive policing een andere invalshoek gekozen. Anders dan de andere producten richt Accenture zich niet op de locatie, maar op de dader. Op basis van een groot aantal daderkenmerken en activiteit op social media kan hun methode een inschatting maken van de mate van risico die een individu vormt.? In deze specifieke pilot kwamen ze op die manier tot een heat-list van 300 namen. De Londense politie bemerkte dat daar zes nieuwe namen bijstonden, waarvan er vijf in de weken daarna een misdaad pleegden.
IBM zou IBM niet zijn als ze niet met ook op deze markt waren gesprongen. Met hun Jeopardy spelende Watson computers en een beroemd pakket als SPSS is het logisch dat zij er vroeg bij waren. Al in 2005 experimenteerden?ze samen met de universiteit van Memphis met Blue CRUSH (Criminal Reduction Utilizing Statistical History) waar de algehele criminaliteit na een aantal jaar met 30% terugliep, en geweldsmisdrijven met 15%. Memphis behoorde in 2009 nog tot de top 3 van Amerikaanse gevaarlijkste steden. De politie van Memphis beschrijft de successen deels aan deze gerichte aanpak: ?de juiste politie inzet op de juiste plek en plaats?. Blue CRUSH gebruikt misdaadgegevens en surveillancedata om de politie gericht en op tijd naar locaties te sturen om daar (soms in burger) te surveilleren, auto?s staande te houden of undercover operaties te plannen. In oktober 2010 waren er 75% minder autodiefstallen en inbraken in bedrijven daalden met 67%. In 2007 leidde Blue CRUSH met ?Operation HeartBreak Hotel? tot het aanpakken en sluiten van vier motels waar structureel drugshandel, prostitutie, overvallen en moorden plaatsvonden. In 2008 werd door de Memphis politie een Real Time Crime Center van 3 miljoen neergezet. Onderzoek van Nucleus Research wees uit dat de opbrengst (oa het aantal agenten dat nodig is voor het verminderen van criminaliteit) van een dergelijk centrum meer dan 7 miljoen per jaar was.
IBM kiest nu, net als bijvoorbeeld Accenture en BAIR analytics, voor een andere aanpak dan PredPol. Niet een gelikte, black-box oplossing maar een volledig analysepakket waarin de analist zoveel mogelijk informatie tot zijn beschikking heeft. Andere software-giganten zoals Oracle die het veiligheidsdomein bedienen maken een soortgelijke beweging. Gezien de populariteit van Predpol lijkt de keuze van ?het grote publiek? echter al gemaakt, en is er meer behoefte aan een simpele, maar duidelijke user-interface dan aan nog meer informatie en analysemogelijkheden. Ook burgers willen simpelweg weten hoe het zit in hun buurt en krijgen vandaag de dag al misdaadkaarten op maat voorgeschoteld (zgn. Crime Maps) op het web of in een app zodat ook zij kunnen meedenken en doen.
Hoewel het overzicht niet compleet is, zitten er wel wat verschillen in de beschikbare producten. Ook hangen er verschillende prijskaartjes aan. Sommige producten zijn niet meer dan software, anderen bieden aanvullende maatwerkdiensten of zelfs analisten van vlees en bloed als je dat deel wilt uitbesteden. Grote partijen als IBM en Microsoft pakken flink uit en daar betaal je ook voor, terwijl Predpol, BAIR en Accenture de middenklasse bedienen. Aan oplossingen als het door de Nationale politie zelf ontwikkelde CAS hangt geen expliciet prijskaartje maar laat wel zien dat technologische oplossingen in deze fase van ontwikkeling nog ook prima zelf gebouwd kunnen worden.
Onderstaande tabel toont de gebruikte methoden (uit de classificatie van RAND) van de genoemde oplossingen. Besef wel dat dit een momentopname is, want de markt groeit momenteel stevig met nieuwe oplossingsrichtingen en nieuwe spelers.
?
Near repeat
Spatio-temporal
RTM
Data Mining
Predpol
X
X
X
Daily Crime Forecast
X
X
Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS)
X
X
X
X
HunchLab
X
X
X
X
Precobs
X
X
Accenture
X
IBM SPSS Crime Prediction
X
X
X
X
BAIR analytics
X
X
X
De toekomst
Slimme, effectieve en proactieve aanpak tegen misdaad is duidelijk beter dan achter criminelen aanhollen. Predictive policing, tesamen met de ontwikkelingen op het gebied van Big Data (het nieuwe goud voor de politie), is daarom een enorme vlucht aan het nemen. Maar ondanks deze ontwikkelingen, moet het verschil uiteindelijk op straat gemaakt worden: door agenten die met deze uiterst relevante informatie op de juiste tijd en plaats slim kunnen ingrijpen.
De meeste van de genoemde methoden hangen nog in wetenschappelijke hoek, maar de politie in Nederland omarmt het al wel. Onlangs schreef intelligenceprofessional Rutger Rienks er namens de politieacademie een toegankelijk boek over en iets eerder al was predictive policing officieel toegevoegd als innovatiedomein aan de business intelligence roadmap van de Nationale Politie
Hoe hard het gaat toont Silicon Valley, waar al een R2D2 robot agent rondrijdt met de naam Knightscope. Het is een volledig autonome robot op Segway wieltjes die kan horen, zien en luisteren (zelfs in de nacht en op social media) en zelf bepaalt waar hij heen moet op basis van predictive policing software. Het algoritme zal hem op het pad van zakkenrollers zetten in het drukke winkelcentrum en even later naar de parkeerplaats sturen op zoek naar autodieven. Het apparaat registreert nu alleen nog en produceert 90 terabytes aan data per jaar. Praten of ingrijpen doet het (nog) niet. Nu kost het ding nog een paar duizend euro, maar over een paar jaar kun je deze digitale agent voor een paar honderd euro in je robot grasmaaier in je voortuin laten rondrijden. Het gebruik van predictive policing zal in de toekomst democratiseren.
Predictive profiling en meer…
Die trend van voorspelling is al lang aan de gang en groeit vooral flink in commerci?le toepassingen. De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Ook dat gaat ver. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien, en gebruik je ook het trefwoord seks een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie inseinen. Dit voorbeeld is trouwens echt gebeurd. Met de politie in de rol van het meisje (op haar computer). Goed, dat een viespeuk wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden. Maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk druggebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen. En Facebook kan dit nu al, juist omdat men alles kan volgen. Zonder gerechtelijk bevel om die priv?gegevens in te zien (dat heeft de politie wel altijd nodig). Dat gaat heel ver.
De universiteit van Virginia lukte het om met hun algoritmes 19 van de 25 onderzochte misdaadvormen?in Chicago te voorspellen. Met Twitter als databron.?Vooral bij misdrijven als stalking, diefstallen en mishandeling blijkt Twitter interessante aanknopingspunten op te leveren. Niet met berichten als: ?Ik ga vanavond mijn ex weer eens stalken.? maar met berichtgeving over ?dronken worden? in een bepaalde geografische omgeving blijkt het een voorspellende gave te hebben.
In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System (DAS). Die kan de beelden van de meer dan 3000 politiecamera?s in de stad analyseren, inclusief alle databases die de politie tot haar beschikking heeft. Het wordt dan mogelijk precies na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd. New York heeft daartoe ook een?Real Time Crime Center?opgezet dat deze forecasting-technieken gebruikt. In New York wordt onder andere RTMDx gebruikt voor voorspellingen:
In 2013 werd DAS nog aangehaald?bij het vinden van de terroristen na de aanslag tijdens de Boston Marathon. Maar van het systeem konden wij helaas enkel anekdotisch bewijs vinden. Zo zouden de camera systemen die met DAS gekoppeld zijn helpen voor kleine diefstallen waar lokale huiseigenaren erg blij mee waren. Er is echter geen structureel en hard bewijs geleverd dat het DAS systeem structureel voor minder misdaad zorgen.
Peter de Kock promoveerde recent aan de universiteit van Tilburg op het gebruik van scenario?s om terroristische aanslagen te voorspellen. Met een achtergrond aan de filmacademie en voormalige carri?re als cameraman, producent en regisseur onderzocht hij de parallel tussen een filmscenario en een aanslag. Beiden hebben een communicatiedoel, een boodschap die een bepaalde beleving teweeg moet brengen bij het publiek om hopelijk een hoger doel te bereiken. Hij kwam tot een lijst van 12 elementen waar zo?n scenario uit kan bestaan: een hoofdrolspeler, een slechterik, een plaats, een tijdstip, een motivatie, een doel, een middel, een modus-operandi, de tegenstand, symboliek en een dwaalspoor. De in het model verzamelde scenario?s (criminele gebeurtenissen) maken trends en relaties zichtbaar die kunnen worden gebruikt om de aannemelijkheid van toekomstige criminele incidenten te berekenen. Sterker nog, in potentie zouden zelfs alle verzonnen scenario?s uit boeken of films een voorspellende waarde kunnen bevatten. Immers: als een terrorist iets bedenkt, is er een kans dat iemand anders op de wereld het idee weleens uitgewerkt heeft in een stripboek, een misdaadroman of krimi op TV.
Zie hieronder het interview dat hij gaf op de dag van zijn promotie in De Wereld Draait Door, met de kern van zijn onderzoek: ??wij zijn [?] nu voor de eerste keer in staat om heel veel data te genereren, heel veel data te wassen [?] Tot voor kort was het belangrijk wie dat opsporingsonderzoek leidde en of die de juiste kennis had. Nu kun je die kennis apart in een database zetten en iedereen heeft daar toegang toe die je daar toegang toe verleent. En dat gaat diegene helpen die de interpretatie moet maken.?
Kritiek
Het gevaar is wel dat de politie of andere partijen straks allerlei mensen gaat oppakken om vervolgens te zeggen: ja, dat moest van mijn algoritmen.
Evgeny Morozo maakt zich ernstige zorgen over predictive policing en wijdt in zijn laatste boek ?To Save Everything, Click Here? een heel hoofdstuk aan deze ontwikkeling, die bovendien de grootste databron van de wereld (het internet) niet links zal laten liggen in zijn analyses waardoor het allemaal heel eng kan worden.
Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv? detective koopt je data. Of op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl we geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt lopen waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen. Die algoritmen weten ook niet alles natuurlijk.
Rutger Rienks van de Nationale Politie beschreef een toegankelijke inleiding op predictive policing met een praktijkvoorbeeld van Nederlandse bodem dat deze risico?s mooi weergeeft:
?In 2011 is in Driebergen een systeem ontwikkeld dat op vergelijkbare wijze drugsrunners kon detecteren die hero?ne over de weg vervoerden (Schakel et al., 2012). Het systeem kon op basis van een tweetal waarnemingen een drugsrunner onderkennen. Enerzijds aan het bewegingspatroon van een voertuig dat op en neer reed tussen twee steden binnen een bepaald (kort) tijdsbestek. Anderzijds aan het feit dat het waargenomen voertuig eerder in verband was gebracht met drugsgerelateerde feiten. Meerdere camera?s konden langs een route voertuigen herkennen met behulp van een referentiebestand met voertuigen die met drugs in aanraking waren geweest. Dit ging op eenzelfde wijze als de herkenning van een gestolen voertuig. Zo reikte het systeem ons op een presenteerblaadje aan welke voertuigen ?controlewaardig? waren. Door de controleploeg te richten op de door het systeem aangewezen voertuigen ging het aantal gevonden grammen hero?ne per gecontroleerd voertuig omhoog van 5 naar 1027 gram. Bovendien was de afhandelcapaciteit vele malen kleiner. Metingen hadden van tevoren aangegeven hoeveel voertuigen de politie gemiddeld op een avond kon verwachten. Hierop werd de capaciteit op ingericht.
Ook hier ging niet alles goed. Een dame, die in haar nieuwe tweedehands auto met een klein poedelhondje een spuitje haalde bij een dokter, werd door het systeem aangewezen als drugsrunner. Aangezien de politie de voertuigen niet heel vriendelijk tot stoppen maande, was in dit geval een bosje bloemen achteraf gerechtvaardigd.?
Een?rechter zal hier waarschijnlijk geen genoegen mee nemen. Ook al weten we dat de meeste misdaad voorkomt in arme, multiculturele wijken, de politie kan niet zo maar ineens alle mensen gaan oppakken op grond van een impuls. Er zal toch minstens een aanwijzing moeten zijn dat voortkomt uit het algoritme: het moet immers controleerbaar zijn.
En wat moeten we met zaken die helemaal niet bij de politie worden aangegeven, zoals veel verkrachtingen en geweld? Voorspellend politiewerk is gebaseerd op misdaadstatistieken. Als die er niet zijn zal de software dus alleen voorspellingen kunnen doen over misdaden die ooit zijn aangegeven. En blijft de rest ? zoals veel andere misdrijven ? ongezien (de zgn. dark number). Predictive Policing richt zich om die reden vooral op veelvoorkomende delicten waar een klein aantal mensen een rol in speelt (zoals veelplegers uit de buurt of rondtrekkende dadergroepen); vermogensdelicten zoals woninginbraken en straatroof waar vaak aangifte van wordt gedaan. Maar op termijn, met meer en betere beschikking van vroegtijdigere signalen, valt te verwachten dat ook bijvoorbeeld liquidaties in de onderwereld, een radicaliseringsproces of zelfs een crime-passionele voorspeld kunnen gaan worden.
Technologisch gezien zou Predictive policing exponentieel verder kunnen groeien. Maar vanuit maatschappelijk en organisatorisch oogpunt zit er nog een rem op. Wil de politie wel zoveel gaan vertrouwen op technologie? Is de organisatie er wel klaar voor? Nemen algoritmes en robots het werk van agenten op diverse vlakken zometeen over? En wat zijn eigenlijk de juridische en ethische haken en ogen? Want we weten allemaal dat een 100% betrouwbare voorspelling een illusie zal blijven.
Tot slot: een handreiking
Predictive policing gaat over het slim toepassen van analytische technieken?om misdadigers of misdaden uit het verleden of voor de toekomst te kunnen vinden middels diverse statistische methoden. Kern van deze methodieken is dat op basis van slimme analyses van beschikbare gegevens de politie in die gebieden versterkt aanwezig is waar de kans op een volgend incident het grootst is. Van deze aanwezigheid gaat een aantoonbare preventieve werking uit.
Er is inmiddels voldoende sterk bewijs dat misdaad voorspelbaar is (in statistische zin), omdat criminelen misdrijven plegen in hun ?comfort zone?, maw in gebieden en op manieren die ze kennen en waar ze in het verleden succes mee geboekt hebben.
Evidence based policing
Het rapport van RAND, maar ook dit artikel geeft weer dat er weinig onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van predictive policing en ook niet naar de effecten van gerichte inzet van politiecapaciteit op basis hiervan. En dat terwijl de politie, maar ook de overheid in het algemeen, het liefst evidence based werkt. Dat geldt voor de beleidsmatige kant, maar zeker ook voor de operationele inzet die nog steeds op cijfers wordt gestuurd. Want als een nieuwe aanpak niet bewezen werkt, waarom zou je er dan op investeren?
Bewijs voor succesvolle politie interventies is om te beginnen al een hele moeilijke discussie. Het centrum voor evidence-based criminaliteitsbeleid van de George Mason universiteit deed onder leiding van David Weisburd en Cynthia Lum onderzoek?naar 89 evaluaties van politie interventies en maakte een driedimensionale matrix die ook interactief op hun website te gebruiken is. Deze of andere soortgelijke evaluaties zijn echter tot nu toe niet gebruikt in de toepassing van predictive policing.
Het voordeel van predictive policing is dat het vaak in ieder geval eerst theoretisch gevalideerd kan worden: even droogoefenen op getallen en kijken of voorspellingen uit het verleden kloppen met zaken die je zelf ook constateerde zonder die voorspelling. En dat is wel zo veilig. Maar de vertaling van een goede voorspellingsmethodiek van theorie naar praktijk kan heel weerbarstig zijn, laat staan dat behaalde successen zijn toe te schrijven aan de verbeterde predictive policing intelligence.? Want wat als de voorspelling niet uit komt? Kwam dat door een verkeerde voorspelling? Of doordat je uitstekend hebt gehandeld op basis van de kennis uit deze voorspelling, en de crimineel door je aanwezigheid werd afgeschrikt?
Intelligence gestuurd werken
Er is veel veranderd in het omgaan met gegevens. Nog geen 3 jaar geleden werkte men met allerlei gegevens en rapportages nog veel op papier. De tijd is snel gegaan en andere manieren van werken hebben hun intrede gedaan. Zo is er bij de politie al sinds jaren een omslag gemaakt naar informatie gestuurd optreden, net zoals het bedrijfsleven dat al jaren zwaar inzet op business intelligence en zo processen optimaliseert. Maar ook gemeenten blijven niet achter. Grote gemeenten hadden al langer eigen onderzoeksafdelingen die op diverse manieren (middels enqu?teresultaten, meldingen en statistische analyses) input gaven voor beleid en operationele processen.
De gemeente Eindhoven bevindt zich in een transitie naar een informatiegestuurde veiligheidsorganisatie en kent nu een heus intelligence cluster. Dat betekent dat er ten aanzien van de beleidsmatige en operationele aanpak gericht wordt gestuurd op de besluitvorming middels (veiligheids)informatieproducten (intelligence). Op allerlei plekken in het proces worden informatieknooppunten ingericht waar data, methodieken en vooral ook slimme mensen uit diverse instanties zich buigen over veiligheids-en leefbaarheidsproblemen in de buurt, wijk, stad of regio. Middels eenvoudige visualisaties van inzichten worden uitvoerende diensten intrinsiek gemotiveerd zelf ook te werken met deze rijke informatie en er zelf aan bij te dragen. Maar ook andere aandachtsgebiedshouders buiten het domein van veiligheid worden geprikkeld door de voornoemde producten.
Iedereen is op zoek naar verbetering en krijgt met meer data en inzichten een steeds beter begrip en gevoel bij de problematiek in de wijk en kan daarmee gezamenlijk de burger beter van dienst zijn. Samen sta je sterker, met Big Data als steun in de rug.
De politie heeft natuurlijk diverse criminaliteitsgegevens en haar eigen informatie en analyseknooppunten, maar de gemeente wil ook andere zaken berekenen om inzicht te krijgen. Bijvoorbeeld de kans dat iemand slachtoffer wordt, zoals het besmettingsrisico bij woninginbraken, om zo meer aan preventie te kunnen doen. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen, en dan zijn niet alleen misdaadcijfers van belang, maar ook meer inzage in mogelijke verklaringen hiervoor. Oorzaken voor woninginbraken kunnen bijvoorbeeld liggen in straatverlichting of veel voorkomen bij bepaalde typen woningen wat weer input geeft voor andere ruimtelijke ordening.
Er is veel discussie over bredere uitwisseling van gegevens en samenwerking. Er zijn namelijk veel gegevens waarvan bekend is dat die er toe doen, maar die niet gebruikt mogen worden om redenen van privacy. Voorspellingen van onveiligheid worden beter als locaties (woonadressen) van veelplegers worden meegenomen. Maar ook risico-profielen van gezinsleden van bekende ‘jeugdcriminelen’ maken een vroegtijdige (en gerichte) preventieve aanpak mogelijk. Ook op een hoger abstractieniveau kunnen geanonimiseerde gegevens over bijvoorbeeld werk en inkomen (uit het Suwinet) helpen om het DNA van de buurt beter te begrijpen en erop in te spelen. Gegevens van de belastingdienst of van woningcorporaties dragen ook bij aan dat inzicht. Doelbinding houdt deze mogelijkheden nu tegen, ook al zou het gaan om geabstraheerde of geanonimiseerde gegevens.
Dataficatie = data fixatie?
Er is exponentieel meer data beschikbaar over de dingen om ons heen en steeds meer dingen uit onze omgeving produceren deze data (Internet of Things). Big Data uit een enorme diversiteit aan bronnen verteld ons steeds meer over menselijk gedrag en kan dit voorspellen. Toch is onze digitale glazen bol met data nog wat wazig. Er wordt hard gewerkt door grote partijen om dit te verbeteren en die ontwikkelingen gaan snel.
De ontwikkelingen zijn exponentieel op velerlei gebied: exponentieel meer data uit exponentieel meer bronnen (alleen al social media kent honderdduizenden verschillende soorten bronnen en dataformaten), steeds meer contexten van toepassing in een complexer wordende maatschappij met steeds meer techniek waar het gedrag van criminelen zich bovendien ook nog op aanpast. Hoe krijg je goede voorspellingen die inspelen op de steeds dynamischere wereld? Vroegsignalering en steeds meer real-time gegevens verwerken is daarin van belang, maar het blijven altijd voorspellingen die getraind zijn op basis van het verleden. Een nieuwe context laat zich moeilijk voorspellen.
Toch is het een gevaarlijke valkuil om vooral aan de technologische ontwikkeling te denken en alleen te blijven werken aan betere computervoorspellingen. Eerder al gaven we aan dat het pareto principe (de 80/20 regel) opgaat in de voorspellingen. Verbeteringen in de techniek zitten dus al snel in de marge. Het is veel belangrijker na te denken over de vraag hoe je met een enigzins betrouwbare voorspelling effectief aan de slag kunt gaan. Het slim inregelen van operationele inzet van mensen en slimme interventies is waar de crux zit. Zonder de juiste acties geen resultaat, hoe goed een voorspelling ook is.
Er zijn daarom al experimenten gaande waarin gekeken wordt hoe ook de juiste inzet door een computer aangestuurd kan worden. Dat gaat verder dan een vrijblijvende voorspelling, maar kent uiteraard ook risico?s. Flitshandel op de beurs laat zien hoe zoiets mis kan gaan, beurskoersen kelderen en worden gemanipuleerd enkel omdat de systemen volledig autonoom functioneren en geen verder besef hebben van context en daarom gewoon uitvoeren hoe ze zijn geprogrammeerd.
Humans in the loop
Toch zou predictive policing meer moeten zijn dan computers die een spelletje cluedo spelen met Big Data en boeven vangen met logisch redeneren. Want boeven aanhouden doen machines nog niet, daarvoor is een goede vertaling naar de operationele inzet van agenten op straat nodig. Heterdaadkracht leunt nog vooral op mensenwerk en daar zit nu juist de crux.
Een belangrijke vraag bij predictive policing is dan ook: Hoe kun je de feedback loop sluiten met informatie van de straat, van professionals en burgers? Ook een goede relatie tussen analisten achter het bureau en agenten op straat die samen zorgen voor het totale intelligence netwerk is essentieel. Zonder mensen sta je nergens met intelligence, en al helemaal in de huidige fase van predictive policing waarin alles nog in de kinderschoenen staat. Human in the loop by design is de essentie van het principe dat wij voorstellen, omdat we de mens als belangrijkste schakel in elke toepassing van predictive policing zien. Alle menselijke schakeltjes moeten ingebakken zitten in het ontwerp van predictive policing: denk aan de analisten, de leiding, beleidsmakers en de agenten op straat. Hoewel de menselijke schakel onder druk staat in de huidige informatiemaatschappij, is veel data die de politie nu gebruikt nog steeds door mensen verzameld, verwerkt en in context geplaatst. Analisten doen vervolgens diverse interpretatieslagen en mensen nemen besluiten op basis van deze adviezen waarna maatregelen door mensen worden genomen, die vervolgens weer door mensen worden beoordeeld op hun effectiviteit. Academici doen al honderden jaren onderzoek naar waarom mensen crimineel worden, en hoe ze zich dan gedragen. Waarom wordt al die informatie, bij al die verschillende mensen, overboord gegooid en platgeslagen tot cirkeltjes rond een positie uit een database?
Het gewoonweg toevoegen van meer data lost dit tekort aan kennis niet op. Correlaties en causale verbanden zijn altijd lastig te bevatten. In gebieden waar veel politie is, is statistisch gezien ook veel misdaad. Dat wil niet zeggen dat misdaad veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van politie. Als je maar genoeg data toevoegt is er altijd wel een correlatie te vinden. Zo kun je het aantal moorden met behulp van stoom of hete vloeistoffen al jarenlang perfect voorspellen door middel van de leeftijd van de Miss America van dat jaar. Maar is dat een nog onbegrepen oorzakelijk verband, of gewoon toeval?
Als je de eigen (jarenlang opgebouwde) kennis van academici, analisten en mensen op de straat wil toevoegen betekent dit dat je daar expliciet van te voren al rekening mee moet houden. Dat betekent dat deze rol in de gebruikte methode(n) moeten inbakken anders komt de mens steeds meer langs de zijlijn te staan. Niemand snapt het systeem dan meer en je gaat ingrijpen ?omdat het systeem dat zegt?. Maar is dat wel voldoende voor een ?probable cause? (NL variant hiervan; een redelijk vermoeden hebben) om iemand staande te houden of zelfs aan te houden?
De mens is slimmer tot de het moment van singularity; het moment waarop computers niet alleen sneller of accurater kunnen rekenen, maar ook creatiever, slimmer en bewuster zijn dan mensen. Dat duurt nog minstens een decennium en zelfs dan is het de vraag of je iets dergelijks in handen van een machine wil leggen, want dan komt Minority Report wel heel dichtbij.
Verbreding van de toepassingen
Doordat steeds meer databronnen eenvoudig voor handen komen nemen de toepassingen ook toe. Zo kan alleen al de politie predictive policing methoden uitbreiden van veelvoorkomende criminaliteit en high impact crime naar ondermijning. En naast een thematische aanpak kan het ook in de opsporing individuele zaken helpen. Of een doorbraak leveren in hele reeks van zaken. Van zakkenrollers tot terrorisme, en van preventie en handhaving tot opsporing: mogelijkheden genoeg. En niet alleen de politie profiteert van predictive policing. De genoemde methoden zijn ook toepasbaar voor diverse andere veiligheidspartijen zoals gemeentes, veiligheidsregio?s, belastingdienst, maar ook het bedrijfsleven. Of bijvoorbeeld de Defensiehoek waar men ontdekte dat het gedrag van opstandelingen enigszins leek op dat van georganiseerde criminelen.
Een toepassingsvoorbeeld uit een andere hoek dan de politie is bijvoorbeeld een nieuw computermodel van TNO dat gebruikt werd om overlastsituaties in wijken te voorspellen en interventies te laten berekenen die het beste zouden moeten werken in die specifieke situatie.
De theorie is gebaseerd op Patricia L. en Paul J. Brantingham die zogenoemde crime attractors introduceerden. Dit zijn plaatsen die potenti?le overlastveroorzakers aantrekken, maar niet noodzakelijk zelf overlast veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is een bankje in een park. Gekoppeld met de theorie van Richard Wortley die juist een verklaring voor de hoeveelheid criminaliteit in een gebied geeft werd een model gevormd. Deze laatste theorie is gebaseerd op crime precipitators. Dan gaat het om omgevingsfactoren die aanmoedigend werken op personen om overlast te veroorzaken. Een caf? en discotheek zijn daar logische voorbeelden van.
Ieder object, gebouw of gebied in een omgeving kan fungeren als precipitator, attractor, of allebei. Want precipitators cre?ren een bepaald niveau van overlast, terwijl attractors bepalen waar de overlast plaatsvindt. In een analyse voor regio Haaglanden, met data van onder andere hoeveiligismijnwijk.nl en Open Street Map? als databron voor omgevingskarakteristieken, bleken de 4 grootste bronnen van overlast bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten te zijn, en hotels of buurthuizen een effectief middel om overlast te verminderen.
Democratisering
De gemeente Eindhoven gebruikt inzetkaarten die voor diverse doelgroepen gebruikt kunnen worden. Zo weten bijvoorbeeld de BOA?s (Buitengewoon Opsporings Ambtenaar) van stadstoezicht welke thema?s waar en wanneer kunnen spelen, zodat hun operationele inzet effectiever ingezet wordt. En burgers ervaren dit ook zo, men ziet merkbaar meer politie en hulp of toezicht daar waar nodig. Men is vaker en sneller op de juiste plek en tijd dan voorheen. Ook door meer en betere samenwerking en prioriteitstelling tussen instanties.
Maar waarom zijn predictive policing methoden niet ook toepasbaar voor bedrijven of burgers die in een Buurt Interventie Team (BIT) of met hun hond (project WAAKS) een rondje in de wijk doen en gericht kijken op de juiste plek en juiste tijd waardoor preventie veel effectiever zou kunnen worden? Welke informatie kun je hun geven? De vraag is natuurlijk of dat altijd wel gewenst is. Als je op huis-niveau kunt bepalen wat de dreiging is van een inbraak, wil je dan echt naar de bewoners communiceren dat er een grote dreiging is? Zelfs als die dreiging enkel een kans van 1 op 100 is?
Handelingsperspectief
Je staat in het rode vakje, en dan? Moet je nog langer wachten? En hoe veel langer dan? Waar moet je op letten? Waar moet je naar kijken? En wat moet je eigenlijk doen? Predictive policing ontbeert nu nog handelingsperspectief.
Voorspellingen maken is namelijk maar het halve werk. Algoritmes vangen geen boeven, dus het gaat er om wat je daadwerkelijk kunt met de voorspelling. En dat is juist hoe je de waarde van een voorspelling zou moeten bepalen. Het correct voorspellen is namelijk niet het primaire doel, effectief ingrijpen is dat wel. Logischerwijs is de waarde van een voorspelling dus heel iets anders dan de correctheid. Daarom zou ook het doel niet moeten zijn om modellen te ontwikkelen die zo goed mogelijk kunnen voorspellen, maar om modellen te maken die leiden tot een zo groot mogelijk effect als er naar gehandeld wordt.
Je kunt zelfs interventies laten doorrekenen en meenemen in de voorspellingen. Bestaan er aantoonbare verbanden tussen patrouille-routes en inbraken? En kun je die informatie gebruiken om je interventies in te richten? Nog beter is zelfs om niet enkel de patrouille mee te nemen in de voorspelling, maar om juist de effectiviteit van de interventie zelf te voorspellen. Welke actie heeft nu een zo groot mogelijk effect? En logischerwijs hoe, en wat communiceer ik dan naar diegene die de interventie dan gaat uitvoeren?
Privacy, transparantie en rechtmatigheid
Er zijn ook nog een aantal aandachtspunten op het gebied van privacy, transparantie en rechtmatigheid. Allereerst is het van belang om te bekijken wat de toepassing van de analytische software betekent voor de privacy van individuele burgers. Dat is met name het geval wanneer gebruik wordt gemaakt van real-time data. Dit impliceert namelijk dat in meer of mindere mate bewegingen van individuen of groepen gevolgd of inkaart gebracht kunnen worden. Indien gegevens herleidbaar zijn tot individuele personen is er sprake van persoonsgegevens en is de dataprotectiewetgeving van toepassing. Vanuit een breder perspectief zou een analyse op grond van artikel 8 EVRM aangaande het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van belang zijn. Ook al gaat het om de publieke ruimte, dan nog is de bewegingsvrijheid van het individu een recht dat door dit artikel beschermd wordt, omdat er ook de vrijheid is om jezelf vrij te bewegen. Een inbreuk op het recht op privacy is wel toegestaan, maar in die gevallen moet er een wettelijke basis voor bestaan en dient tevens aan proportionaliteit en subsidiariteit te zijn voldaan. Die toets is niet altijd eenvoudig. In het bijzonder wanneer, zoals in dit overzicht aangegeven, het causale verband tussen predictive policing en een daling van criminaliteit niet altijd eenduidig vast te stellen is.
Wat betreft transparantie is vereist dat beslissingen, zoals een preventief ingrijpen, te verantwoorden zijn. Ze zijn immers gebaseerd op een voorspelling of afweging. Algoritmen die tot een advies leiden zullen niet altijd even doorgrondelijk zijn. Bovendien geven voorspellingen vaak een probabiliteit aan. Het zijn dus geen harde, feitelijke waarheden, ook al zullen ze in een groot deel van de gevallen juist zijn. Juist daarom is het van belang om de systemen als hulpmiddel te gebruiken om effici?nter en gerichter te kunnen werken. De systemen zijn niet per s? leidend, dat is de kennis en kunde van de ervaren politieagent.
Dan moet de rechtmatigheid van de systemen bekeken worden. Welke waarborgen worden ingebouwd in het systeem of in de organisatie die een systeem gebruikt om te zorgen dat er geen vergissingen worden gemaakt? En in het geval dat er toch iets misgaat, hoe wordt dat dan opgelost? De voorspellingen zijn gebaseerd op patronen en wanneer het om specifieke groepen of personen gaat om profielen. Die profielen zijn ook gemiddelden en geen harde waarheden. Het gevolg kan echter wel zijn dat mensen doordat ze aan een profiel voldoen of daarbij worden ingedeeld een ?stempel? krijgen en verdacht zijn. Of op zijn minst extra aandacht krijgen. Dat zijn risico?s die zoveel mogelijk vermeden moeten worden. In de praktijk kan dit immers betekenen dat latente vooroordelen expliciet worden, omdat causale verbanden onbewust aan die vooroordelen worden gekoppeld, ongeacht of dat terecht is. De onvoorspelbaarheid van een systeem maakt dat er ook extra waarborgen tegenover moeten staan. Een belangrijk deel daarvan bestaat uit de rechtmatigheidstoets. Hoeveel waarde of bewijswaarde kan worden toegekend aan een voorspelling van een systeem en hoeveel aanvullend bewijs is vereist? En wat voor bewijs dan?
Vandaag?beginnen?
Gecontroleerd gaan proberen is gelukkig goed mogelijk. Het is een veilige methode. Je kunt zelfs eerst theoretische tests doen voordat je de praktijk ingaat. Je kunt bestaande producten gebruiken maar met de juiste kennis ook zelf aan de slag. De instap is nu nog laag, omdat het nog eenvoudige methoden betreffen. Als je iets vind of bouwt dat lijkt te werken is het van belang om parallel daaraan de mensen in de loop te nemen. Analisten, maar ook mensen die beslissingen mee nemen op leidinggevend niveau en in de uitvoering.
Je kunt?beginnen door een competitieve test uit te voeren, voor een systeem?kiezen en dat langzaam uitrollen. Dat laatste is belangrijk, omdat mensen een gevoel?moeten krijgen voor de mogelijkheden van het systeem. Invoering van Prescriptive Policing?vraagt dus om professionalisering van de politie. Pas als men meetbaar maakt wat het?effect is van een interventie wordt de stap naar het vierde implementatieniveau mogelijk. De?innovatie moet stapsgewijs plaatsvinden in publiek-private samenwerking met leveranciers?en kennisinstellingen, waarbij in Living Labs wetenschappelijke kennis wordt toegepast in de?politieomgeving, samen met technologieleveranciers.
Vooruitkijkend liggen er op meerdere vlakken nog kansen. Bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven is goed op weg om een van de vele Smart Cities te worden die gebruik maakt van Big Data mogelijkheden om inwoners beter van dienst te zijn. Maar deze ontwikkelingen moeten nog regionaliseren, om grotere patronen te ontdekken. Een stad als Eindhoven kan veel leren van intelligence uit omliggende gemeenten en andersom, vooral omdat de mensen overal doorheen stromen en criminelen zich ook niet aan de stadsgrenzen houden. Verderop gelegen liggen uiteraard landelijke inzichten en onderlinge benchmarks van gebieden die op elkaar lijken en ook internationale samenwerking.
Door: Arnout de Vries, programmamanager intelligence en social media specialist en Selmar Smit, data scientist, beiden werkzaam bij TNO
Van twitterende wijkagenten tot getuigenoproepen op Facebook. De politie zet vol in op Social Media. En ook steeds vaker in beeld en geluid. Agenten met camera’s op de borst filmen opstootjes, arrestaties en invallen. En dat wordt allemaal op YouTube gezet. Het laat politiewerk in de breedte zien, Niet alleen maar mooi opgepoetste foto’s, maar een realistisch beeld. Maar mag dat ook zomaar?
Het antwoord is over het algemeen ja; je mag filmen in de publieke ruimte. En zolang er zorgvuldig met de beelden wordt omgegaan en er enige regie is op een duidelijke boodschap is er helemaal niets mis mee. De beelden van #Pro247 zijn daarvan een goed voorbeeld. Maar live streaming, zoals het gebruik van Periscope door de politie, ?is een stuk riskanter. Live filmen op een uitgaansavond of in andere operationele activiteiten?is riskant. De kans dat er een situatie ontstaat waar burgers onwenselijk in beeld komen is dan groot. Een aanhouding wil je niet zonder filters of regie online streamen. Burgers kunnen dat wel doen, en als politie kun je bodycams gebruiken, maar live als politie die beelden de digitale ether in slingeren is in zo’n geval een hevige inbreuk op de privacy.
De Rotterdamse politie heeft deze week een filmpje online gezet waarin agenten een dronken man arresteren. Ze probeerden de man te helpen, maar die is daar niet echt van gediend. Als ‘dank’ voor hun hulp krijgen de agenten nog een bak gevloek en gescheld over zich heen. Met dit filmpje hopen ze op iets meer respect.
De filmpjes van de politie Rotterdam zijn populair op hun Youtube-kanaal #PRO247. Doordat de camera op de borst van de agent is geplaatst, lijkt het net alsof de kijker er zelf bij is. Maar het laatste filmpje cre?ert veel ophef op Twitter. Want is het wel goed wat deze agenten doen?
Begrip kweken
“De politie wil laten zien hoe het werkt, onze betrokkenheid tonen, maar ook meer begrip kweken voor ons zware werk” zegt Gerrit van de Kamp, van de politievakbond ACP. “Zo begrijpt de burger beter hoe zwaar het werk van een agent is.”
Privacy
Wel brengt het een aantal privacyvragen met zich mee. De politie Tilburg ging begin deze maand haar ‘horecadienst’ livestreamen. Maar hoe zit het dan met de mensen die gewoon een biertje staan te drinken? Hun gezichten zullen gewoon te zien zijn op de livestream.
“Op zich is het goed dat de politie steeds meer en vaker een kijkje achter de schermen biedt. Wel moet er slim worden omgegaan met de beelden, want niet alles mag zomaar online worden gegooid”, zegt Arnout de Vries van TNO.
De filmpjes zijn te zien op het?Youtube-kanaal van de politie #PRO247
Tilburg
De politie in het centrum van Tilburg was?tijdens hun horecadienst virtueel te volgen op Facebook. Agenten plaatsen?de hele nacht?live updates over wat ze meemaken op straat.
Na succesvolle ‘politie-avonden’ op sociale media?in Eindhoven en Rotterdam vond agent Danny Nooijen dat het tijd was om dit ook in Tilburg in te voeren. Hij?startte woensdag?een Facebook-evenement, waar inmiddels al ruim 550 mensen zich voor hebben aangemeld. Doe je dat, dan krijg je de updates in je timeline te zien. ?Danny:?”we gaan vanavond met foto’s, video’s en tekst laten zien hoe een avondje stappen er vanuit?de politie uitziet.”
Meer begrip voor politie-ingrijpen
Op een normale zaterdagavond zijn er in Tilburg tussen de tien en vijftien agenten in touw om de straten veilig te houden. Ook vanavond is dat het geval, zegt de initiatiefnemer. “Er zijn een paar evenementen in kroegen vanavond, dus wij rekenen op een redelijk drukke avond. Er gebeurt van?alles – van mensen die klappen uitdelen tot wildplassers.”
Doel van de actie is om begrip te cre?ren bij het publiek. “Het respect voor de politie is soms ver te zoeken. Dat is met de komst van sociale media behoorlijk afgezwakt,” zegt?agent Danny. “Vaak zie je dat mensen het niet begrijpen als wij ergens actie ondernemen. We hopen dat dit ze een beeld geeft van onze manier van handelen.”
Wildplassend in beeld… en nu?
En als je nu als wildplasser gepakt wordt, ziet de halve stad dan?gelijk je foto of video op Facebook? “Nee, we blurren dat meteen.?Daar hebben we een app voor – zelfs voor video’s.?Als we iemand aanhouden zullen we er in de beschrijving in algemene termen over spreken. Geen achtergrond van degenen die we aanhouden dus.”
Op stapavonden worden niet alleen?flinke hoeveelheden drank gebruikt, ook?ziet agent?Danny steeds vaker drugs en verdovende middelen. “Mensen vergeten dan hoe ze zich hebben?gedragen. Het kan best goed werken om dat naderhand eens op?beeld te zien.”
In Tilburg is op diverse plekken al cameratoezicht aanwezig. Het in beeld vastleggen van incidenten tijdens uitgaansavonden werkt volgens Danny twee kanten op. “Het is goed voor onze veiligheid, en het kan voor uitgaanspubliek een geruststelling zijn dat ook ons handelen wordt vastgelegd.”
Meekijken in de politieauto tijdens een stapavond:?Video afspelen
Sociale media worden volgens Danny steeds vaker gebruikt in het politiewerk. Zo zetten zijn collega’s vanmorgen?nog een video van een achtervolging online, en worden vragen van Tilburgers via de Facebook beantwoord. “Het is een mooie manier om in contact te komen met de burger.?Op deze manier kunnen we Tilburgers snel bereiken, als we bijvoorbeeld een buurtonderzoek doen en op zoek zijn naar tips.”
Ook vanavond zijn de agenten in Tilburg rechtstreeks te bereiken via sociale media. “Als je in een situatie verzeild raakt?waarbij je ons nodig hebt, kun je ons?via sociale media vinden.?Bel dan?wel eerst even met de meldkamer – maar ons via Facebook of Twitter op de hoogte brengen kan daarna?natuurlijk altijd.”
Meer regie met Cameraad
Met?een dienst als Cameraad kun je op afstand de regie inrichten, zoals ook Nu.nl al doet met live video. Hieronder een filmpje erover:
De tool Cameraad is eigenlijk ontwikkeld voor ooggetuigen die livestreams willen maken, die vervolgens kunnen worden geselecteerd, geregisseerd en gebruikt door nieuwsmedia.?Burgers kunnen via de NU.nl app livestreams versturen naar de redactie. Via een directe audioverbinding met een redacteur worden gebruikers onderdeel van het journalistieke proces.
Met Cameraad kan de redactie door een druk op de knop burgers die zich binnen een bepaalde straal van een nieuwswaardig evenement bevinden (de Vierdaagse of politie-acties) vragen om te filmen met hun telefoon. Deze livestreams kunnen vervolgens, na minimale regie vanuit de redactie, worden toegevoegd aan nieuwsartikelen, maar ook rechtstreeks worden bekeken. Daarmee hoopt Nu.nl zijn nieuwsverslaggeving actueler, rijker en multimedialer te maken. Bij?Meerkat of Periscope zijn de mogelijkheden weliswaar verruimd, maar die zijn nog?niet goed te integreren met bestaande platforms, beide applicaties zijn vooral afgestemd op Twitter.
Straat.info is gebouwd door en voor buurtpreventieteams. Ze?streven er naar om de buurtpreventieteams in Nederland te helpen en staan in contact met de praktijk van deze teams om de app verder te verbeteren.
Met Straat.info geef je als buurtpreventieteam eenvoudig je meldingen door aan je gemeente, hou je de status van de meldingen bij en beheer je je eigen ledenadministratie.
Een activeringscode kun je via aangesloten gemeentes krijgen (of anders via contact)?en dan kun je de app gaan gebruiken.
Het gebruik van straat.info door de gemeente is gratis. Aan enkele posten zijn kosten verbonden, zoals het maken van een koppeling met het zaaksysteem van de gemeente, het gebruik van eigen meldcategori?n, het leveren van rapportages en het opmaken van de app conform look en feel van de gemeente.