De kracht van bloggen: verhalen van een politieagent

verhalen

Piet Kats, Brigadier noodhulp Politie eenheid Rotterdam, motorrijder en ANPR verkeersco?rdinator heeft al een paar jaar een succesvol blog waarop hij politieverhalen deelt met de wereld. Hij deelt?op een indringende wijze wat politiewerk is vanuit zijn eigen ervaringen en waarom het soms heel bijzonder werk is. Ook schuwt hij niet om in te gaan op de lastige aspecten van het politiewerk waarin hij soms?met asociale burgers moet omgaan die het werk moeilijk maken. Voor Piet is het?bijzondere en leerzame ontwikkeling geweest om deze verhalen te delen. Zo ontdekte hij na een blogpost?waarin hij het hufterige gedrag van weggebruikers maatschappelijk aan de orde wilde stellen. Als motorrijder begeleidde hij langs een file een vader en een moeder naar hun stervende kind. photoPiet vertelt: “Wat ik onderweg meemaakte, was ongekend. Dat heb ik opgeschreven in mijn blog. Het leidde tot duizenden hits. De dag na mijn blog stond de telefoon roodgloeiend en kon ik zowat in ieder TV programma komen opdraven. Mijn blog waarin ik een professioneel dilemma met mensen deelde, had kennelijk een gevoelige snaar geraakt en een discussie op gang gebracht”.

Piet deelt zijn blog?ervaringen graag met collega?s en laat zie hoe de ?kracht van bloggen? kan bijdragen aan de essentie van politiewerk.

Er zijn ook andere collega’s?van Piet die als blogschrijver hun verhalen met de wereld delen, waarvan sommige blogitems gebundeld ook op politie.nl/blogs staan.

blogger-3-hugo-roossink-met-hond

Hugo Roossink (44)?werkt als brigadier in Noord-Nederland, district Fryslan. Al 22 jaar in ’t blauw en sinds 2001?commandant Mobiele Eenheid (ME)?hondenbrigade, surveillance-hondengeleider?en?informatiemanager en co?rdinator bij de Veiligheidsregio Fryslan. Hugo: ‘In de jaren dat ik dienst draai, heb ik genoeg meegemaakt. Omdat je in een tweet maar 140 leestekens kwijt kunt en ik toch inzichtelijk wil maken dat ons werk zoveel meer is dan alleen bonnen schrijven, ben ik blogs gaan schrijven.?De verhalen van de straat.’

In zijn blog vertelt hondengeleider Hugo Roossink bijvoorbeeld over een groep studenten van verschillende nationaliteiten die met elkaar op de vuist gaat omdat de Chinese maaltijd niet beviel. Lees meer verhalen op het blog van Hugo Roossink

photoOok?Han Tummers?schrijft verhalen over wat hij?tijdens zijn politiediensten op straat meemaak, samen met mijn collega’s. Hij vertelt: “Meestal leveren zijn verhalen geen problemen op. Soms, gevoelsmatig wel en dan laat ik dit achterwege uit pi?teit met de nabestaanden, slachtoffers of de impact van de gebeurtenis”.?

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal “Komt een vrouw aan het bureau“…

anita-tejero-goedAnita Tejero Loijens (48 jaar) werkt sinds?2005?bij de politie?regio Zeeland-West-Brabant, district Breda als medewerker Intake & Service. Ze is het eerste aanspreekpunt voor?burgers die met de politie in contact willen komen. Dit contact kan persoonlijk zijn maar er is?ook interactie?via?telefoon, e-mail of?webcam. Anita bemant de balie,?beantwoordt gesprekken via het landelijke telefoonnummer 0900-8844 en neemt?aangiftes op.

Anita: ‘Kort gezegd is mijn werk?”burgers te woord staan”. Het is echter veel meer dan dat. Wij moeten van veel zaken kennis hebben, zowel in de breedte als in de diepte en binnen en buiten de politie, om?burgers te kunnen helpen. Geen dienst is hetzelfde en daardoor blijft?het werk?een mooie uitdaging. Ook binnen het?politiebureau maken we veel mee. Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn werk en al mijn ervaringen. Misschien dat ik dat ooit nog ga doen maar voorlopig blijft het bij het schrijven van blogs‘.

dirk-jan-grootenboer Dirk-Jan Grootenboer is 34 jaar en werkt als hoofdagent bij de noodhulp in Dordrecht en omstreken. Dirk-Jan: ‘Tussen de 112-meldingen door ben ik dichtbij de burger dankzij het gebruik van social media. Op die manier wil ik laten?zien hoe mooi en uitdagend het politievak kan zijn’.

Lees meer van zijn verhalen op?zijn eigen blog.

 

blogger-arthur-van-der-vliesArthur van der Vlies (46) is voormalig politieman met 21 jaar ervaring. Hij werkte bij de surveillancedienst,?bereden brigade en was buurtagent en lid van het bedrijfsopvangteam.?Nu geeft hij lezingen en advies over de impact van het politiewerk en schrijft voor?www.reflectieinblauw.nl. Verder?geeft hij advies aan leidinggevenden binnen de politie en is hij?gesprekspartner voor diverse politie-eenheden.?Arthur: ?Ik schrijf blogs en verhalen omdat ik aan burgers en collega?s wil laten zien dat politiemensen in hun werk veel dingen meemaken. Veel leuke dingen maar ze komen ook regelmatig?voor dilemma?s te staan. Dilemma?s waar velen niet of nooit over na hoeven te denken. Mijn motto is: politiewerk blijft mensenwerk’.

Lees bijvoorbeeld over zijn ervaring?als?jonge ruiter?bij zijn?eerste voetbaldienst bij de Kuip.

andre-besemsAndr? Besems (53)?werkt als brigadier/wijkagent in Barendrecht, eenheid Rotterdam. 25 jaar in de noodhulp, vier jaar bij de recherche en nu al enkele jaren als wijkagent met een sociale insteek.
‘Op mijn?eerste verhaal kwamen zulke leuke reacties dat ik besloot verder te gaan met schrijven. Daarna zijn mijn verhalen in boekvorm uitgegeven. Mijn doel is de lezer midden in het verhaal te laten staan en te laten zien dat politiewerk veel meer is dan het uitschrijven van een bekeuring’.

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal?over zijn ervaringen op afgelopen koningsdag.

kevin-van-de-breeKevin van Bree is 35 jaar en werkt als brigadier bij de politie in Delfshaven. Hij vervulde de afgelopen?veertien jaar diverse blauwe functies binnen de eenheid Rotterdam.?Kevin: ‘Ik ben al een paar jaar?ambassadeur voor de politie en vertel mijn verhalen om te laten beleven dat het werk meer is dan wat zichtbaar is. Daar gebruik ik nu sociale media voor zoals Twitter en Facebook. Een aantal van mijn belevenissen heb ik opgeschreven; dat zijn mijn blogs.’ Lees een stuk van hem over zijn?rol als brenger van slecht nieuws en hoe die nooit went.

De blogs zijn te lezen op politie.nl/blogs, maar ook op hun eigen blogsites. En een verzamelplaats voor verhalen van hulpverleners, en gastpublicaties op diverse sites als geweldtegenpolitie. ?Bovenstaand overzicht is verre van volledig, want er zijn gelukkig nog meer bloggende agenten en hopelijk zullen er nog vele volgen om alle facetten van het politievak te delen met het publiek.

Aardbevingsmonitor: slimme analyse van tweets zorgt voor snelle alertering en beeldvorming

Inwoners van de provincie Groningen helpen actief mee om hulpdiensten en ?andere partners binnen Veiligheidsregio Groningen te attenderen op aardbevingen. Door slim gebruik te maken van wat mensen toch al doen, twitteren, wordt de buitenwereld binnengehaald en is het mogelijk om snel in actie te komen. Een geautomatiseerd systeem speurt 24 uur per dag naar tweets van Groningers die een aardbeving hebben gevoeld. Bij een toename van het aantal relevante tweets stuurt het systeem een automatische melding, waardoor hulpdiensten en andere betrokken organisaties snel op de hoogte zijn van een aardbeving. En dus in staat om snel te handelen als dat nodig is. Veiligheidsregio Groningen ?nam de aardbevingsmonitor in 2013 als pilot in gebruik en staat nu op het punt om op dezelfde manier ook andere incidenten te monitoren.

Aardbevingen
In het Groninger project komen verschillende ontwikkelingen samen. Om te beginnen vinden in de provincie Groningen als gevolg van de gaswinning meer en zwaardere aardbevingen plaats. Daarnaast is het delen van informatie voor veel mensen een soort tweede natuur geworden. Informatie is veel sneller beschikbaar dan voorheen. De ervaring leert dat veel inwoners direct na een aardbeving berichten op Twitter plaatsen. Het systeem Twitcident scant Twitter op berichten over aardbevingen en bij een piek in de berichtgeving ontvangen verschillende partijen een alertingsbericht. ?Ook de burgemeester van Loppersum ontvangt een sms-bericht. Door de tweets vervolgens te analyseren kan er een hele snelle beeldvorming plaatsvinden en kunnen de juiste acties worden ontplooid. Inwoners leveren hier door te twitteren een concrete bijdrage aan. In de infographic onder aan deze pagina is goed te zien hoe dat werkt.
Snelheid
Een kenmerk van aardbevingen is dat ze zich op de traditionele manier niet snel laten vaststellen. Er zit altijd wat tijd tussen de aardbeving en de bevestiging van het KNMI over de zwaarte. Niet elke voelbare beving leidt tot een telefonische melding, terwijl de hulpdiensten wel behoefte hebben aan informatie. Daarnaast is het bepalen van het betrokken gebied en de effecten van een beving voor de hulpdiensten een lastig en tijdrovend karwei.
De aardbevingsmonitor verkort de ?ontdekkingstijd? enorm. De monitor ? maar dus eigenlijk de inwoners van de regio – helpt de betrokken organisaties snel een beeld te vormen over de zwaarte van de beving, de locatie ?n de gevolgen daarvan. De hulpverlening kan daardoor sneller op gang komen. Daarnaast kan meteen heel gericht informatie worden verstrekt aan de inwoners van het gebied over wat er is gebeurd en wat ze moeten doen. De burgemeester kan snel duiding geven en zo de zelfredzaamheid van de inwoners vergroten.
Het mooie van dit project is dat de burger met zijn tweets direct bijdraagt aan de beeldvorming van de hulpdiensten. Veiligheidsregio Groningen is dus goed op weg naar ?burger intelligence?. Oftewel: de informatie die in de buitenwereld via burgers beschikbaar is, heel snel bruikbaar en toepasbaar te maken voor de eigen organisatie.
Infographic_Aardbevingsmonitor
Wie kunnen worden gealarmeerd?
  • Medewerkers van:
    • Brandweer
    • Politie
    • GHOR
    • Gemeenten
    • Waterschappen
    • Defensie
    • Openbaar Ministerie
    • Provincie
  • Meldkamer Noord-Nederland
  • Dienstdoende voorlichters van brandweer en politie
  • Medewerkers van de Nederlandse Aardolie Maatschappij
Toekomst
De pilot aardbevingsmonitor draait sinds oktober vorig jaar. Vanaf dat moment heeft het systeem elke voelbare aardbeving opgepikt en een bericht verstuurd naar de betrokken partijen. ?Sinds 1 mei jl. werkt Veiligheidsregio Groningen een half jaar lang aan de verbreding van de pilot zodat de monitor ook ingezet kan worden voor andere incidenten zoals brand, hoog water, gaslekken of incidenten met gevaarlijke stoffen.
Meer weten? (zie ook hieronder)
Infographic over de werking van Twitcident en de toekomstplannen
Animatie?over de functie van Twitcident tijdens een aardbeving

Veiligheidsregio Groningen – Loppersum from Joost Drijver on Vimeo.

?Achtergrondartikel Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing december 2013

Je kunt nu stemmen voor dit mooie initiatief:?Don Berghuijs Award 2014
Wil je meer informatie over het project, neem dan contact op met Hans Coenraads?of?Johan Haasjes

Veiligheidsregio Groningen – Loppersum from Joost Drijver on Vimeo.

Crowdfunding en criminelen

wanted

Onlangs was te lezen dat Nederlandse jihadi’s grijpen naar het middel van crowdfunding om geld bijeen te krijgen voor juridische bijstand van gevangen genomen ‘broeders’. Sympathisanten werden op sociale media opgeroepen geld te storten voor ‘onze gedetineerden’. Het Openbaar Ministerie doet inmiddels strafrechtelijk onderzoek naar ‘enkele tientallen’ Nederlandse jihadisten, ronselaars en anderen die betrokken zijn bij de gewapende strijd in het buitenland.

Crowdfunding wordt voor steeds meer zaken ingezet. Dus?ook voor criminele of zelfs terroristische doeleinden. Het aantal?vormen van crowdfunding door en voor criminelen?neemt toe. Soms worden social media als Facebook gebruikt om iemands borgsom te betalen of zelfs een moordstraf?af te kopen, en soms wordt geld ingezameld om juist de moord te plegen. Geld speelt een cruciale rol bij de financiering van allerlei misdaadvormen en Bitcoins?speelt hierin als nieuw betaalmiddel ook een steeds grotere rol. Criminelen vinden steeds meer creatievere manieren om geld in te zamelen uit een anonieme geldschietende crowd. ?In dit blog enkele vormen zoals die de afgelopen tijd in de media naar voren?zijn gekomen:

Crowdfunding voor hitmen

Sander Duivestein schreef al eerder op Frankwatching over de marktplaats genaamd Assassination Market. Op deze site?meld je een slachtoffer aan voor een dodenlijst (een soort?dead pool). Je vult de naam van de kandidaat in en voorziet deze van een kleine bio. Vervolgens bepalen bezoekers gezamenlijk de prijs van het slachtoffer, door anoniem in?Bitcoins?te doneren. De uiteindelijke moordenaar krijgt de pot wanneer hij bewijsmateriaal kan aanleveren. Dit bewijsmateriaal is de datum waarop de moord heeft plaatsgevonden. De moordenaar moet deze datum voordat de moord plaatsvindt, versleuteld in een Bitcoin, opsturen naar de website.

Strafbaar is het natuurlijk.?Zo heeft een rechtbank in Lausanne (Zwitserland) in hoger beroep een man tot vijf jaar celstraf?veroordeeld?die op Facebook een huurmoordenaar zocht voor zijn aanstaande ex. De man bood 20 duizend frank, omgerekend ruim 16 mille in euro?s. De huurmoordenaar die hij al chattend vond, vertelde het echter aan de vrouw. Volgens de rechtbank wilde de man geen alimentatie betalen omdat zijn nieuwe vlam zwanger was.

De Assassination Market maakt onderdeel uit van het ?deep web? aka ?dark web?, het ?onzichtbare? deel van internet, waarvan de internetpagina?s niet door zoekmachines als Google worden ge?ndexeerd. Kuwabatake Sanjuro (uiteraard een pseudoniem), de maker van de site, heeft ervoor gezorgd dat de site draait met behulp van het anonieme netwerk Tor. Hetgeen ervoor zorgt dat hij niet te traceren is. Ook de gebruikers van de website zijn zodoende niet te achterhalen. Via het Tor-netwerk zijn?meerdere soortgelijke initiatieven?te achterhalen. Voorbeelden zijn Unfriendly Solution en C?thulhu Resume, die jouw probleem in het graf stoppen of het Hitman Network, die iedereen vermoorden behalve kinderen onder de 10 jaar en bekende politici.

Assassination market

Sanjuro hoopt met zijn website alle overheden ter wereld te vernietigen. De wereld wordt er volgens hem een betere plaats door. In?een interview?met Andy Greenberg van Forbes liet hij het volgende weten:

?Thanks to this system, a world without wars, dragnet panopticon-style surveillance, nuclear weapons, armies, repression, money manipulation, and limits to trade is firmly within our grasp for but a few bitcoins per person. I also believe that as soon as a few politicians gets offed and they realize they?ve lost the war on privacy, the killings can stop and we can transition to a phase of peace, privacy and laissez-faire.?

Het idee achter een centrale plek om anoniem te handelen in moorden is niet nieuw. Al in 1992 beschreef Tim May in zijn ?The Crypto Anarchist Manifesto? een toekomst waarin encryptie aan de basis staat van een anarchistische samenleving:

?Just as the technology of printing altered and reduced the power of medieval guilds and the social power structure, so too will cryptologic methods fundamentally alter the nature of corporations and of government interference in economic transactions. Combined with emerging information markets, crypto anarchy will create a liquid market for any and all material which can be put into words and pictures.?

Een paar jaar later, in 1997, werkte Jim Bell het idee van een markt voor moordenaars verder uit in zijn essay ?Assassination Politics?. Deze uitwerking vormt de blauwdruk voor Sanjuro?s website:

?If only 0.1% of the population, or one person in a thousand, was willing to pay $1 to see some government slimeball dead, that would be, in effect, a $250,000 bounty on his head. Further, imagine that anyone considering collecting that bounty could do so with the mathematical certainty that he could not be identified, and could collect the reward without meeting, or even talking to, anybody who could later identify him. Perfect anonymity, perfect secrecy, and perfect security. And that, combined with the ease and security with which these contributions could be collected, would make being an abusive government employee an extremely risky proposition. Chances are good that nobody above the level of county commissioner would even risk staying in office.?

Borgsom betalen met crowdfunding

Maar criminelen of verdachten komen soms ook weer vrij middels crowdfunding. Zo kon een crimineel uit de VS zijn borgsom betalen middels een inzamelingsactie via Facebook. En ook tieners kopen zichzelf het steeds vaker op die manier. Soms zelfs zonder dat hun moeder het hoeft te weten. Hier volgen enkele voorbeelden.

Criminelen in de bak kunnen ook een Facebookpagina hebben. Zo is de moeder van een slachtoffer uit New Mexico het zat om postings te zien op de Facebookpagina van de man die haar zoon vermoorde. ?Normaal gesproken hebben gevangenen in de VS geen toegang tot internet. Ook het hebben of onderhouden van een Facebookpagina voor een gedetineerde is niet toegestaan in de meeste gevangenissen, maar vaak zijn het vrienden of familieleden die het doen. Dergelijke pagina’s zijn niet strafbaar. Het enige dat men kan doen is de toegang tot een bezoekuur ontzeggen. Tegelijkertijd is het ondoenlijk voor de meeste inrichtingen, met soms duizenden gevangenen, om ook het hele web in de gaten te houden.

Een gratis telefoontje?

Geen gratis telefoontje, maar een?berichtje?op Facebook is wat jongeren soms verkiezen als ze gearresteerd zijn en moeten zitten in afwachting van de behandeling van hun zaak.?David White, 19 jaar, verkoos Facebook.?Best vreemd vond?Detective Timothy Hegarty, want wie wil nu zijn arrestatie op Facebook zetten??De verdachte kon ook niemand bereiken en tegenwoordig kennen weinig jongeren nog telefoonnummers uit het hoofd. In het geval van David was de borgsom nog laag: $40 dollar. Maar wellicht doet zijn voorbeeld volgen, of zoals de Beverly PD zei “We are now officialy in a new world”:

BPD

Afkopen van moord en voorkomen van doodstraf

In Teheran (Iran) was de 17 jarige?Safar Anghouti als kind uit een arm gezin veroordeeld voor de moord op een minderjarige. Hij was altijd al behendig geweest met het gooien van messen op grote afstand, maar toen gooide hij er eentje in de nek van een andere jongen (Mehdi Rezai)?met de dood als gevolg. Op moord staat in Iran de doodstraf, ook voor een minderjarig kind. In het Iraanse systeem kunnen veroordeelde criminelen, ook moordenaars, hun vrijheid afkopen bij de familie van het slachtoffer. Dankzij een stroming die de doodstraf voor minderjarigen wil afschaffen en de kracht van social media heeft?Anghouti nu geluk. Hij is inmiddels 24 jaar en had 20 januari ge?xecuteerd moeten worden, maar wist met de hulp van de Imam Ali Society?binnen enkele dagen met een Facebook campagne meer dan 50.000 euro binnen te halen. Meer dan genoeg om hem vrij te krijgen.

Bronnen: New York Times, Forbes, Yahoo, Frankwatching, KRQE.com, CBS Boston

Kunnen social media ons in veiligheid brengen?

NSS2014_main_534_267_s_c1_smart_scale (1)

Door: ? 02 juli 2014 ?@DeboraLaaf

Wat komt er kijken bij de online communicatie van een groot evenement? Hoe kan Twitter je helpen bij het managen van een crisis en onze veiligheid? Zomaar even twee vragen die de revue passeerden tijdens de afgelopen social media club Den Haag (SMC070)-avond. Een kijkje in de online socialmediakeuken van grote events en andere spectaculaire gebeurtenissen. Een uitgebreid verslag.

Nuclear Security Summit

2 dagen. 4 organisaties. 53 landen. 58 wereldleiders. 2000 medewerkers. 3000 journalisten. 5000 delegaties. 1 onderwerp: nucleaire veiligheid.

Het duizelt cijfers als Tanja Jans met haar presentatie?begint over het grootste evenement dat Nederland dit jaar organiseerde: de Nuclear Security Summit 2014. In een duizelingwekkende snelheid leidt ze de bezoekers van de smc070-avond enthousiast langs alle online communicatie tijdens deze wereldtop, afgelopen maart.

Gefaseerde aanpak
Zo?n groots evenement kan natuurlijk niet zonder plan. Tanja vertelt hoe de communicatie systematisch vanuit vier fases is ingericht.

Deze aanpak was de leidraad voor alle online communicatiemiddelen die tijdens de Top zijn ingezet.
?Website?kan natuurlijk niet down gaan?
De website kende ook verschillende fases.

  1. Een fase voorafgaand aan het event. De website werd, naarmate het event dichterbij kwam, uitgebreid. Tijdens deze fase was de site vooral bedoeld om informatie te geven over wat de summit inhield. Bezoekers die kwamen voor bijvoorbeeld informatie over de mogelijke consequenties voor omwonenden, werden omgeleid naar de site van de gemeente Den Haag. De drie kernboodschappen van de NSS waren altijd op de homepage zichtbaar. Te weten: 1)?het verminderen van gevaarlijk nucleair materiaal in de wereld, 2) het verbeteren van de veiligheid van alle nucleaire materialen en radioactieve bronnen en 3) het verbeteren van de internationale samenwerking. Tanja: “We hebben heel bewust gekozen voor een drieslag. En niet een vierslag. Dit omdat je een drieslag beter kunt onthouden en oplepelen. Juist doordat iedereen de drie boodschappen kan dromen, is de communicatie heel consistent en wordt die letterlijk overgenomen.”
  2. In de fase tijdens de NSS was de website vooral gericht op de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk? Levendige content met een?livestream maakte dat mensen een beeld kregen van wat er allemaal gebeurde.
  3. De derde fase is die na het evenement en?de huidige site zoals je die nu nog kunt vinden. Deze fase is bedoeld als archief tot dat er een nieuwe summit in 2016 gehouden is.

De uitdaging bij het opzetten van de site was vooral de beveiliging. De site van zo?n wereldtop, met zo?n onderwerp, kan natuurlijk niet ?down? gaan. “Dat was soms wel wringen”, vertelt Tanja. “Want collega?s van ?cyber security?zeggen: ‘Alles wat online is, kun je hacken’. Dus zij gaan uit van de meest haalbare beveiliging. Maar dat is niet altijd het meest werkbare. Je kunt wel een site bouwen, maar daarmee staat die nog niet. Je moet informatie via het CMS-systeem kunnen toevoegen.”

App voor deelnemers en journalisten
Naast de website wilde de organisatie ook de deelnemers zo goed mogelijk informeren, zowel de delegaties als de journalisten. Daarom ontwikkelden ze een app die als het ware fungeerde als een realtime digitaal programmaboekje. Met push-berichten, een smoelenboek en perspools werden deelnemers en journalisten op de hoogte gehouden.

Tanja: “Los van dat het een innovatieve en duurzame manier was, had het ook nog een ander bijkomstig voordeel. Je was altijd up-to-date. Als er een delegatie gewijzigd werd, konden we dat realtime aanpassen en?hoefden we niet duizend programmaboekjes door de shredder te vernietigen.”

Joli(n)ge tweet
Voorafgaand en tijdens de wereldtop werd Twitter ingezet. Daarbij was de Engelse taal het uitgangspunt, maar werden er ook Nederlandse berichten geplaatst. Veelal met een link naar meer informatie of een foto.

Twitter was voornamelijk het kanaal waarop inhoudelijk met stakeholders werd gecommuniceerd. Tenminste, dat was het streven van Tanja en de organisatie. De meest gelezen NSS2014-tweet bleek echter alles behalve inhoudelijk te zijn:

De organisatie heeft bewust geen promoted tweets ingezet. Het is vooral een kanaal geweest dat op inhoud volgers trok. Uiteindelijk is de wereldtop door 13,5 duizend volgers op Twitter gevolgd.

De belangrijkste uitdaging was de snelheid waarmee het twitterkanaal werd ingezet. Door de inhoudelijkheid was afstemming noodzakelijk. “In het begin moest er nog wat snelheid in afstemming ontwikkeld worden. Directe afstemmingslijntjes hielpen daarbij uiteindelijk heel goed.”
Paardenstaartjes in NSS-kleuren op Facebook waren op het randje
Naast Twitter heeft de organisatie van de NSS2014 ook Facebook ingezet. Dit kanaal had ? anders dan Twitter ? een minder inhoudelijke component. De Facebook-pagina was meer gericht op de organisatie achter de wereldtop. Zeg maar: behind the scenes. Bedoeld om vooral de organisatie een gezicht te geven en zo draagvlak te cre?ren onder de Nederlandse bevolking.

Ook dit was inhoudelijk nog best wel zoeken. Want?wat is leuk als informatie ?behind the scenes? en wat niet? “Zo plaatste ik een foto van mijn collega die met paardenstaartjes in NSS-kleuren op kantoor kwam op Facebook. Ik vond dat leuk om te laten zien”, aldus Tanja. “Maar een andere communicatiepartner had daar toch andere gedachten bij. Dat is een spel waar je elkaar zoekt en vindt en uiteindelijk wel uitkomt.”

Op Facebook was alle content Nederlandstalig en laagdrempelig. Wat komt er allemaal kijken bij zo?n wereldtop, die vraag?stond centraal. 80 procent van alle posts op Facebook bevatte dan ook een foto of een video. “Vanaf maart hebben we wel geadverteerd. Dit omdat je bij Facebook een eerste basis van vrienden moet hebben om het daarna door likes en comments organisch te laten groeien.” aldus Jans. “Dit had wel als nadeel dat we meer negatieve reacties kregen.”

Hier had de organisatie een strakke aanpak voor. Negatieve geluiden mogen geplaatst worden, maar niet honderd keer dezelfde. Tanja: “Zodra er meerdere negatieve reacties kwamen van dezelfde persoon met hetzelfde bericht, heb ik een e-mail gestuurd en alle dubbele posts weggehaald. Over het algemeen werkte dit goed. Een keer bleven er negatieve reacties komen van een en dezelfde persoon. Daar zei ik op een gegeven moment tegen: ‘Joh, zullen we even bellen?’ Na het telefoongesprek was het over.?

Ronkende filmpjes en schattige statements
Video werd ook veelvuldig ingezet. Het kende eigenlijk drie inhoudelijke aspecten van de summit. De uitlegvideo?s, de informatievideo?s en de statementvideo?s van de delegaties.

Dat laatste was vooral bedoeld om de top zelf zo interactief mogelijk te houden. Normaal wordt zo?n summit vooral in beslag genomen door het voorlezen van verschillende statements van alle deelnemende wereldleiders. De summit moest vooral interactief worden. Praten over het voorkomen van nucleaire aanvallen. Door de statements vooraf door de delegaties te laten opsturen, was daar meer ruimte voor. Per land is daar verschillend op gereageerd. De Amerikanen maakten (natuurlijk) een ronkend filmpje, terwijl bijvoorbeeld Nigeria het heel braaf hield bij het voorlezen van het statement op camera.

De Amerikaanse statement-video?

Beeld
Naast video werd er ook veel beeld ingezet. De organisatie richtte een speciale NSS2014Flickr-pagina?in waarop alle foto?s rechtenvrij ? en soms ook in hoge resolutie ? zichtbaar waren. Ook?werd deze ge?mbed?in de site.


Samenwerking en voorbereiding
Al met al was het een enorm project. Waarbij onderlinge samenwerking tussen de NSS2014-organisatie, RVD, Rijksoverheid en de gemeente Den Haag cruciaal was. In die samenwerking is vooraf maanden ge?nvesteerd. Die investering betaalde zich tijdens het event uit in een soepel lopende communicatie.

Daarnaast was de cruciale factor voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Met een gedetailleerd draaiboek is de wereldtop op social media geleid, wat er onder andere voor zorgde dat de wereldtop top was.

Twitcident: sociale veiligheid met social media
Waar Tanja vooral inging op de communicatie bij een groot event, zoals de NSS2014, ging?Richard Stronkman van Twitcident vooral in op de monitoring van social media tijdens events of incidenten.?Zijn verhaal begint met een filmpje.

Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Zover ‘geen nieuws’.?Met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel. Ook dat is ‘geen nieuws’.

Twitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven. En zo incidenten te managen. Het probeert als het ware de ?human senses? van alles en iedereen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Oftewel: ‘geen nieuws’ weet Twitcident te scheiden van ‘echt nieuws’.

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Daarnaast verschilt het taalgebruik op social media met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert dat probleem op te lossen. Dat doen ze samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft.

“We werken als het ware als een olieraffinaderij. Enerzijds gaat er heel veel socialmedia-inhoud in de socialmediaraffinaderij en daar proberen we er ?actionable insights? uit te krijgen. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten”, aldus Richard.

Langs allerlei aansprekende voorbeelden licht Richard Stronkman Twitcident toe. Hij begint bij voorbeelden uit de tijd dat Twitident nog niet bestond.

Events uit het pre-Twitcedent-tijdperk
Het begon allemaal in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. “Hadden we dat niet via social media zien aankomen?”, vroeg Stronkman zich af. “Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?”

Een inhoudelijke analyse liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. De oprichter van Twitcedent: “Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.”

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde incident uit het Groningse?Haren,?Project X. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde de ? achteraf bezien niet serieuze tweet ? een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden en de aandacht niet uitging naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Troonswisseling
30 april 2013. Een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid?

Tijdens de Troonswisseling is er wel gebruikgemaakt van Twitcident.?Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. “Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.”

Het is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met?”Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk” is niet interessant,?10 mensen die tweeten “Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk”?mogelijk wel.

De socialmediaraffinaderij van Twitcident is heel complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Rotterdams carnaval bleef een feest
Een voorbeeld waar Twitcident zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Toch een veilig idee dat social media ons in veiligheid kunnen brengen ? Niet?!

Ik merk dat het een lang verhaal is geworden. Top dat je dit dan ook nog leest. Maar met z??n boeiende @smc070-avond wilde ik jullie zo min mogelijk onthouden. Tot een volgende keer!

Bronnen: Marketing Facts

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene

CS-Hazerswoude-groot

Historische misdaden oplossen met een smartphone

Op MediaWijzer stond een interessant stuk van Rowan Huiskes?over een nieuw onderwijsmiddel voor het voortgezet onderwijs waarin social media, apps, geschiedenis en misdaad op educatieve manier samenkomen en de jonge generatie als?Sherlock Holmes aan de slag zet.

Moord en doodslag is van alle tijden. Archieven, musea en bibliotheken herbergen een schat aan spannende geschiedenis. Dit spreekt jongeren erg aan als het ook in de juiste vorm wordt aangeboden. Een mooie kans om jongeren te interesseren voor lokale geschiedenis ?n om ze mediawijzer te maken. Het nieuwe project Crime Scene verbindt mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden met elkaar.

Analoog moordspel in Gouda
Crime Scene is gebaseerd op het (analoge)?Moordspel van BAM?(Bibliotheek, Archief en Museum) dat ontwikkeld is. Met dit Moordspel gaan brugklassers in teams op pad om waargebeurde, historische moorden uit de 17e?en 18e?eeuw op te lossen. Hierbij vinden ze verschillende aanwijzingen in archiefstukken, tussen bibliotheekboeken en op schilderijen. Als een echte Sherlock Holmes reconstrueren ze de historische cold case.

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene
Het?Moordspel was in Gouda een groot succes. Daarom besloten de?Bibliotheek Rijn en Venen?(Alphen aan den Rijn e.o.), met diverse partners een digitale variant van het succesvolle Moordspel uit?Gouda te ontwikkelen gericht op leerlingen van de brugklas vmbo, maar zeker ook geschikt voor havo/vwo. Samen met?Streekarchief Rijnlands Midden?(content) en?books2download?(techniek en realisatie)?werd de digitale variant uitgewerkt: Crime Scene.

Crime Scene is een location-based app (iOS en Android), die zowel op smartphones als tablets is te gebruiken. Officieel is Crime Scene een app voor smartphones, maar deze is qua opzet en resolutie ook op tablets te spelen. Leerlingen beginnen hun zoektocht naar de moordenaar bij de lokale Bibliotheek, waarna ze middels een kompas op hun smartphone langs verschillende plekken in de stad worden geleid. Naarmate ze dichter bij de juiste locatie komen, loopt de pijl steeds verder vol met een groene kleur. Als ze de plek hebben gevonden, lezen ze op hun smartphone de bijbehorende tekst en vragen.

CS-kompasCS-vraagpagina

cs app tekstcs app foto

Voorbeelden uit de app Crime Scene

Leerlingen zijn op deze manier bezig met digital storytelling, waarbij ze hun misdaad stukje voor stukje ontrafelen. Ze komen onder meer langs de locatie waar de misdaad heeft plaatsgevonden, waar het slachtoffer heeft gewoond en waar de dader is berecht.

Het gehele pakket bestaat uit drie lessen:

  • In de eerste les spelen de leerlingen een interactieve quiz in de klas over de verschillen tussen het archief en de Bibliotheek, rechtspraak in de 17e?en 18e?eeuw en informatievaardigheden.
  • Tijdens de tweede les gaan de leerlingen op pad met hun smartphone of tablet.
  • Ten slotte presenteren ze in de klas tijdens de derde les hoe het met hun misdaad is afgelopen.

Trailer Crime Scene

On- en offline gecombineerd
Crime Scene verbind mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden en richt zich op het verbinden van on- en offline elementen. Tijdens hun tocht door de stad komen de leerlingen in contact met cultureel erfgoed, zoals monumenten, de Bibliotheek, het museum en het archief. Ook dienen zij voor het beantwoorden van vragen bijvoorbeeld een foto uit het archief te vergelijken met de huidige situatie. Op deze manier komen ze op eigentijdse wijze in aanraking met cultuureducatie.

Daarnaast is Crime Scene gericht op het trainen van?informatievaardigheden. In de introductieles is ruimschoots aandacht voor het zoeken, vinden en beoordelen van (historische) informatie. Tijdens het spelen van de app dienen de leerlingen relevante informatie uit de teksten op te schrijven in hun notitieblok. Ze kunnen in de app namelijk niet terug in de tekst om het juiste antwoord op de vragen op te zoeken. Bovendien moeten ze voor de eindopdracht in de Bibliotheek informatie opzoeken in gescande archiefstukken en in de krantenbank van de KB. Meer over het?Mediawijsheid Competentiemodel?vind je hier.

Blauwdruk: zelf de app vullen met lokale content
Spannende geschiedenis is in elke stad te vinden. De volgende stap is om deze content te ontsluiten en op een mediawijze manier aan te bieden aan jonge doelgroepen. Daarom is?besloten om een blauwdruk te maken van de app. Dit betekent dat ge?nteresseerde partijen de app gemakkelijk volgens een vaste structuur kunnen vullen met lokale content. Hierdoor hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden door collega?s: het concept en de techniek bestaan immers al.

Inmiddels zijn er vier versies van Crime Scene:?Nieuwkoop,?Hazerswoude,?Oudshoorn?en?Alphen junior, en hopelijk worden er binnenkort meer initiatieven gestart op basis van dit idee.

Bron: MediaWijzer

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

WhereYouApp

WhereYouApp: Waar ben je?
WhereYouApp is een applicatie voor mobiele telefoons waarmee men, nadat men elkaar heeft toegevoegd, in staat wordt gesteld elkaars locatie te volgen. Handig voor de opsporing ook.
Uit onderzoek van Conquergood (1993) blijkt dat bendeleden in Amerika veel waarde hechtten aan het te allen tijde op de hoogte zijn van elkaars locatie. Zij beredeneerden dat zij elkaar moesten kunnen bereiken en lokaliseren als zich een incident voordeed. Deze gangsters leefden weliswaar ver voor de tijd van social media, maar beschikten wel over zogenaamde pager-beepers waarmee zij elkaar op elk moment konden bereiken. In de huidige tijd is het vele malen makkelijker om op de hoogte te blijven van elkaars locatie. Zouden gangs vandaag de dag?nog waarde hechten aan deze ?meldingsplicht? en in hoeverre de opkomst van social media van invloed is geweest op deze ontwikkeling. Jeroen van den Broek deed er onderzoek naar (lees zijn scriptie hieronder).

Keek

Keek is een sociaal platform dat volledig gericht is op video. Het is met Keek dan ook niet mogelijk geschreven berichten op het netwerk te plaatsen. Iedere boodschap die wordt verspreid, is opgesteld in video.?Gebruikers kunnen korte filmpjes van maximaal 35 seconden kunnen plaatsen. Het is een soort?Instragram, maar dan met filmpjes.

Iedere Keek (video) heeft betrekking op een bepaald onderwerp. De uploader van de video kan aangeven over welk onderwerp de video gaat door gebruik te maken van hashtags. Ben je benieuwd welke onderwerpen op dit moment populair zijn? Dan kan je een tagcloud bekijken waarin de onderwerpen die op dat moment veel voorbij komen zijn verzameld. Keek noemt dit ?Klusters?.

Video?s die je naar Keek uploadt, zijn openbaar en kunnen dus door iedereen worden bekeken.

Je kan de app downloaden voor de Mac, een Windows pc en de?iPhone. Voor Android-smartphones is er een Keek-app te vinden in de?Play Store?en BlackBerry-gebruikers kunnen terecht in de?BlackBerry World. De apps zijn op alle platformen gratis beschikbaar. Ook het aanmaken van een account bij Keek is kosteloos.

In het onderzoeksrapport van Straathoek naar Facebook wordt?ook kort ingegaan op het gebruik van Keek onder straatjeugd:

Inline image 2

Twitter reconstructie van een misdaad

reconstructie

De Politie uit Surrey gebruikte Twitter om een ??misdrijf op een plaats delict te reconstrueren en genereerde daarmee voldoende?tips en aanwijzingen om een zaak tegen twee gewelddadige overvallers aan te spannen. De politie plaatste een reeks van foto’s met tijdstippen erbij, op zoek naar een vader en zoon die een gewapende overval pleegden.

Twitter reconstruction

De reconstructie start bij de Chevrolet die rondjes reed?bij de supermarkt?waar de overval later plaatsvond en eindigde bij de vluchtroute met dezelfde verlaten Chevrolet.

De supermarkt Co-op bij Tattenham in Epsom werd overvallen en 45 duizend pond werd buitgemaakt. Een maand na deze overal startte de politie deze vernieuwde Twitteractie en 53 duizend mensen deelden de foto’s en informatie. Het leverde 40 telefoontjes op en de daders zitten nu achter de tralies. De vader kreeg levenslang en de zoon 16 jaar. Voor de rechter werd bovendien aangetoond dat de daders YouTube op hun mobieltje hadden geraadpleegd over hoe een overval te plegen.

De Co-op medewerkers gaven aan dat het een horror scenario was geweest. Een van de?overvallers haalden de trekker over, maar toen die?niet afging sloeg hij er een medewerker hard ?mee naar de grond.

Naast Twitter werden uiteraard traditionele methoden gebruikt, zoals CCTV camera’s van de supermarkt en ANPR (Automatic License Plate Recognition). Voormalig hoofdrechercheur Dave Lattimore, nu adviseur voor forensische wetenschappelijke ?LGC Group zegt dat hij wou dat Twitter er was toen hij nog bij de politie van de Thames Vallei werkte.??Volgens hem was een real-time Twitter reconstructie nog nooit eerder gedaan, maar zal dit met de groeiende volgersaantallen ook bij andere politieeenheden waarschijnlijk snel herhaald worden. “Het is een slimme methode. Met Crimewatch reconstructies moet iedereen op hetzelfde moment achter de buis kruipen en daarna nog bellen. Maar de meesten hebben nu de hele dag een mobieltje bij zich en daarom heb je zoveel respons.”

Dr Paul Reilly van de Leicester Universiteit, vakgroep?media en communicatie, zegt dat de Britse politie social media is gaan omarmen sinds de Londense rellen. “In 2011 ging het vooral over hoe je er informatie vanaf kon halen voor intelligence en het volk kon informeren over gezochte verdachten. Nu is het ingebed in het politiewerk. Er wordt gereageerd op het publiek en interactief ingezet om boeven te vangen.” Naar zijn weten was dit ook de eerste keer dat een dergelijke reconstructie samen met het publiek gedaan werd. De politie gebruikte daarom de hashtags # tweconstruction en #opjadeite.

Twitter reconstruction

De reconstructiekaart die gedeeld werd met de vluchtroute van de overvallers


Bronnen: Telegraph, BBC, MediaBistro.