Tagarchief: facebook

Hoe social bots sociale media be?nvloeden

Tay

Zogenoemde ‘social bots’, geautomatiseerde nepprofielen, proberen steeds vaker online mensen en debatten te manipuleren.

Chatbots zijn ouder dan we denken. Origineel noemden we ze ?ChatterBots?, een term die door Michael Mauldin, maker van de eerste?Verbot, werd bedacht in 1994. ?Maar het idee is al veel ouder. In de jaren ?50 bedacht Alan Turing, vooral bekend geworden vanwege zijn aandeel in de Tweede Wereldoorlog, de Turing Test. Daarmee moesten we kunnen aantonen dat een computer intelligent is. Dat doen we door een computerprogramma een mens na te laten doen in een real-time geschreven gesprek met een menselijke ?rechter?. Kan deze ?rechter? de computer niet van mens onderscheiden, dan is de computer intelligent.?Tot nu toe heeft echter geen enkele chatbot deze test behaald.

Verkiezingen in de VS

Begin deze maand merkte een republikeinse blogger op dat 465 accounts op Twitter spam verstuurden ten gunste van Donald Trump. De tweets, voorzien van hashtags en links, riepen op om Ted Cruz aan te geven bij een toezichthoudend agentschap. Maar sommige accounts gaven locaties als Brazili?, Itali? en India aan. Bovendien hadden ze zelden eerder over Trump getweet, volgden ze een verwaarloosbaar aantal andere gebruikers en werden ze zelf niet of nauwelijks gevolgd. De blogger berekende dat in dertig dagen, deze 465 accounts 411.000 tweets over Trump genereerden.

@DeepDrumf is een aardig voorbeeld van een relatief eenvoudig deep learning algoritme dat realistische uitspraken van Donald Trump genereert op Twitter.

drumpf

Politiek debat
‘Bots worden steeds vaker ingezet in het politieke debat’, zegt communicatiewetenschapper Samuel Woolley, die aan de Universiteit van Washington een onderzoek leidt naar het fenomeen. ‘Voorheen werden ze vooral gebruikt om een politicus of campagne populairder te laten lijken, maar tegenwoordig proberen ze steeds geavanceerder publieke opinie te manipuleren.’

Wie stuurt de bots aan?

Of de bots die het op Cruz gemunt hadden afkomstig waren van Trumps campagne is volgens Woolley moeilijk te zeggen. ‘We weten dat bots een actieve rol in de verkiezingen hebben, maar het is moeilijk te zeggen wie de bots aanstuurt.’

Het onderzoeksteam van Woolley heeft nu al moeite om vast te stellen of een account een bot is, mede doordat bots vaak snel uit de lucht worden gehaald en dat de eigenaar zijn bot op non-actief kan zetten om vervolgens zelf vanuit het account te posten.

Vanuit een aantal hoeken is bekend dat social bots worden ingezet. Allereerst waren er commerciele partijen die met bots aanbiedingen via social media als Twitter online wilden posten. Slimmere bots reageerden op Twitter op specifiek gebruikte keywords of mengden zich in trending topics. Al snel werden bots echter ook door regeringen ingezet. Zo is van Rusland bekend dat social bots worden ingezet om het debat te beinvloeden. Maar ook terroristische organisaties als Islamic State gebruiken bots om hun boodschap te propageren.

Groeiend aantal bots

Volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona zijn minstens 7% van alle Twitter accounts social bots. Twitter zelf houdt het bij 5%, maar er zijn onderzoeken die aangeven dat met hun bot detectie tot minstens 9%. Opvallend is dat 50% (!) van alle accounts na 2014 inmiddels suspended zijn. En als het gaat om de hoeveelheid content die bots produceren zegt hetzelfde onderzoek van Arizona dat 24% van alle tweets niet van mensen, maar machines komen. Ook onder Facebook accounts zijn naar schatting 5-11% van alle accounts social bots. Er zijn social bot farms gedetecteerd die wel 750.000 accounts aansturen!

Social bots

facebook bots

Op populaire messaging platformen als KIK, dat vooral onder jongeren zeer populair is (ook in Nederland), wordt steeds meer gebruik gemaakt van social bots. Het is een nieuwe manier ook voor bedrijven om aan marketing te doen (conversational brands) en er zijn al 350 miljoen berichten met social bots zijn uitgewisseld. Ook platformen?als Slack maken er al op grote schaal gebruik van.

Maar juist de grote reuzen van deze aarde zijn er nu groots op aan het inzetten. 2016 wordt het jaar van de social bots genoemd waarin een aantal belangrijke lanceringen gepland staan, zoals de bots van Facebook. Facebook?s varianten blijken nu nog erg?traag, maar?onderstaande video laat zien wat Facebook met chatbots voor ogen heeft:

Remi Zoeten, data scientist bij Bol.com, stelt dat de groei van bots vanuit commerci?le bedrijven?aan meerdere aspecten ligt. ?Er is niet een enkele grote doorbraak geweest in de wereld van chatbots. Maar mogelijk is er een ?tipping point? bereikt welke het verschil maakt tussen wel of niet durven inzetten.? Dat tipping point heeft volgens Zoeten te maken met een aantal verbeteringen die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt. ?We hebben bedacht hoe kunstmatige neurale netwerken kunnen worden gebruikt om met tekst om te gaan.?Neurale netwerken zijn ge?nspireerd op het neurale netwerk dat in ons brein zit. Er zijn dus betere computer-representaties gevonden voor mensentaal. Daarnaast zijn Wikipedia en andere (publieke) tekstbronnen?constant aan het groeien, hier kunnen chatbots van leren.?

Maar ook het aanbod van natuurlijke taalprocessoren als een service en kunstmatige intelligentie als een service dragen hieraan bij, stelt Jerry Wang, ontwikkelaar van chatbots in Silicon Valley. ??Veel verkopers bieden nu natural language processing (natuurlijke taalverwerking) aan als een service. In samenwerking met veel providers die de extra hulpmiddelen aanbieden kan vrijwel iedereen een coole chatbot maken die dingen voor je kan doen, in plaats van alleen maar ?hi? sturen zoals de Cleverbot deed.?

Dat grote bedrijven als Facebook nu op chatbots inspringen heeft volgens Wang en Zoeten ook een logische reden. ?Ik denk dat ze dit doen om dat de meest?intu?tieve interface naast een muis, toetsenbord of touchscreen een gesprek is. Met iemand praten om bepaalde informatie te vinden of een doel te bereiken is iets dat alle mensen doen?, stelt Wang. Zoeten ziet echter ook een commerci?le reden voor de opkomst van chatbots. ?Chatbots hebben veel commerci?le waarde, omdat ze de potentie hebben om veel werk te automatiseren, of zelfs om werk beter te doen dan professionals.
Denk aan chatbots die jou helpen om een goed cadeau te vinden, die zorgen voor een hogere omzet in online retail. Of een chatbot die de klantenservice doet bij online aankopen. Die is misschien wel veel sneller en effectiever dan een menselijke klantenservice.?

june-3-crisis-bot

?Chatbots kunnen leren van bijvoorbeeld Wikipedia of van vijfhonderd dikke boeken over anatomie en medicijnen?, vertelt Zoeten. ?Daar staat vaak het antwoord op een vraag letterlijk in. Maar als het antwoord op een vraag niet letterlijk in een tekst staat, dan kan het moeilijk zijn om het antwoord te bedenken of om het antwoord bij elkaar te verzamelen. Een chatbot kan misschien wel goed communiceren over het weer, of met interessante feitjes komen over een onderwerp, maar vermogen om te redeneren is er nog niet. Bijvoorbeeld: ?Jantje wil graag zijn 7 knikkers verdelen over zijn drie broertjes. Kan hij alle 7 knikkers eerlijk verdelen???Dit soort vragen zijn nog erg lastig. Je zou een programma kunnen maken dat z??r specifiek voor dit soort vragen geschreven is, maar als dan de vraag komt ?De cappuccino van 3.95 wordt afgerekend met een tientje, hoeveel wisselgeld wordt er gegeven??, kun je opnieuw beginnen.?Het moeilijke is om een algemene oplossing te geven voor ?vragen? en om te beslissen of de computer ?berhaupt het juiste antwoord wel heeft.?

Bovendien missen we nog wat features binnen chatbots waar we dankzij smartphones aan gewend zijn geraakt, vertelt Wang. ?Het gaat vooral om het opvragen van je locatie en het doen van betalingen. De Uber-app kan bijvoorbeeld erg goed uitzoeken waar je bent en op basis daarvan een auto naar je toesturen, maar een chatbot die je alleen via SMS spreekt kan dat niet. Tegelijkertijd kan een website als Amazon erg goed bestellingen en betalingen afhandelen, maar een chatbot heeft die mogelijkheid niet.?

Ook Google is achter de schermen druk bezig met hun nieuwste innovatie op het gebied van AI technologie.?En ook Microsoft zet er groots op in. Toch gaat het niet zonder slag of stoot. Onlangs lanceerde Microsoft haar chatbot Tay die leerde van het gedrag van de mensen waarmee de bot in gesprek raakte. De testers wisten dit en gingen zich extreem gedragen met de bot, waardoor de bot al snel rechts-extermistische uitingen deed en binnen korte tijd bekend werd als de nazi bot.

little bingMicrosoft lanceerde in 2015 het kleine zusje van Cortana, de chatbot XiaoIce aka Little Bing, waar miljoenen mensen in China hun diepste geheimen aan toevertrouwen. Volgens Yongdong Wang, de Microsoft medewerker die Xiaolce ontwikkelde, is de chatbot rond middernacht het meest populair. Gemiddeld worden er zo?n 23 berichten heen en weer gestuurd tussen chatbot en mens.

Our vision is we want her to be a friend, not just a professional assistant. A good friend where a user can develop an emotional connection and the trust and the confidence. And someone that the user feels free to talk to.”

?Bots as besties – get ready for a shift from having a bff to a bbf: bot best friend?

Er zijn diverse toepassingen voor social bots en ook veel nieuwe start-ups die bot technologie aanbieden. Magic, Sensay?en Cloe?zijn enkele voorbeelden.

cutting edge bots

Bot en troll farms

Semi-automatisch gebruik van bots lijkt een beproefde methode door de zogenaamde ’troll farms’ in Rusland. Eerder werd bekend dat het Kremlin ook mensen inhuurt om commentaar te leveren op media die zich kritisch uitlaten over Russisch beleid.

Zo werd de Guardian in 2014 gek van de spam die zeer waarschijnlijk afkomstig was van de troll farms. De moderators, mensen die toekijken op de commentaren onder artikelen, verwijderden honderden reacties onder Oekra?ne-gerelateerde artikelen. Ook in landen als China is dit een beproefde methode, en de Verenigde Staten gebruiken vermoedelijk ook al langere tijd social bots.

Het verstoren van het MH17-debat

Voormalig Vrij Nederland-verslaggever Tim de Gier dacht ook te maken te hebben met Kremlin-gestuurd commentaar wanneer het weekblad over MH17-ramp schreef. ‘Er stonden half-afgemaakte zinnen en allerlei opmerkingen die totaal niet logisch waren. Ik durf niet te zeggen of het commentaar geautomatiseerd of menselijk was.’

Probeerden social bots het Nederlandse MH17-debat echt te verstoren? ‘Zeer waarschijnlijk’, zegt Woolley. Zeker is dat de Russen publieke opinie over Oekra?ne probeerden te be?nvloeden, getuige een handleiding van een troll farm in handen van de Volkskrant. In die handleiding wordt de troll farm-medewerkers uitgelegd hoe ze op Twitter, Facebook en andere online media moeten overtuigen dat Oekra?ense politici het land ‘naar de rand van de afgrond’ hebben gebracht.

In de handleiding, gedateerd 7 maart 2015, staan zoekwoorden, casussen en verwijzingen naar media die de Russische trolls kunnen gebruiken in hun reacties. Een van de argumenten die gesuggereerd wordt om de publieke opinie over Oekra?ne te be?nvloeden is door te hameren op het nijpende gebrek aan gas in het land en achterstallige betalingen aan Gazprom, de Russische energiegigant. Een ander argument: Oekra?ense extremisme vormt een bedreiging voor de joodse minderheid. Of: de financi?le steun van het IMF zal vooral naar het leger gaan in plaats van de bevolking.

Tegenwoordig proberen bots steeds geavanceerder de opinies te manipuleren.

Eerlijke en objectieve informatie

Woolley benadrukt dat bots vooral een probleem zijn in landen met een door de overheid gecontroleerd mediabestel, omdat die burgers voor eerlijke en objectieve informatie op sociale media aangewezen zijn.

current_500pxwide_int

Hoe zo’n debat gemanipuleerd kan worden vertelde een hacker onlangs in een interview met Bloomberg Businessweek. De Colombiaan Andr?s Sep?lveda spaarde kosten noch moeite om presidentsverkiezingen te be?nvloeden in negen Latijns-Amerikaanse landen. Hij deed dat vooral door de oppositie digitaal te bespioneren, maar maakte in 2012 ook een Mexicaanse protestbeweging dankzij bots onschadelijk.

#YoSoy 132

De hacker gebruikte een leger van dertigduizend bots om de protestbeweging #YoSoy 132, ook wel de Mexicaanse Lente genoemd, in de kiem te smoren. #YoSoy 132 stelde de warme banden aan de kaak die de partij van presidentskandidaat Enrique Pe?a Nieto tijdens de campagne onderhield met de Mexicaanse media. De beweging benadrukte dat ze geen andere kandidaat steunden.

Sep?lveda’s bots zaaiden verwarring in de onlinediscussie, door #YoSoy 132 nadrukkelijk in verband te brengen met de linkse kandidaat Andr?s Manuel L?pez Obrador. Uit een door hem gehackt campagnememo wist Sep?lveda precies wat de zwakke punten van L?pez Obradors waren, en liet hij de bots die benadrukken. Net als de Occupybeweging en de Arabische Lente had #YoSoy 132 geen centrale leider die de berichten tegen kon spreken. Ongehinderd veroorzaakten de bots een kakofonie op sociale media, waardoor de boodschap van de protesten afzwakte en de beweging uiteindelijk onschadelijk werd gemaakt.

‘Ik werkte voor de donkere kant van de politiek, de kant die niet gezien wordt’, zegt Sep?lveda, die momenteel een straf in Bogot? uitzit vanwege hacken en spionage. Hij zegt zijn verhaal te doen omdat mensen niet bevatten hoeveel invloed hackers kunnen uitoefenen op moderne verkiezingen. Hij is ‘honderd procent zeker’ dat er ook met de Amerikaanse presidentsverkiezingen geknoeid wordt.

Hoe groot het effect van de bots in de Amerikaanse verkiezingen is, valt niet te zeggen. Alleen al omdat het onmogelijk is om in te schatten hoe veel bots er actief zijn. ‘Duizenden, tienduizenden, misschien wel honderdduizenden? Ik weet het niet’, zegt Woolley. Naast zijn onderzoeksteam zijn er nog een handvol mensen die zich met bot-propaganda bezig houden.

Wat zijn bots?

Een chatbot is een geautomatiseerde robot die zo menselijk mogelijk probeert over te komen, bijvoorbeeld op Twitter of Whatsapp. Bots zijn er in allerlei soorten en maten en worden op uiteenlopende manieren gebruikt. Zo zijn er bots die grappen genereren en geen specifiek doel hebben, maar chatbots zijn ook geliefd bij klantenservices van bedrijven. Chatbots kunnen antwoord geven op simpele vragen als ‘wat is de levertijd van het product?’ doordat ze steekwoorden herkennen.

Een chatbot antwoordt door de steekwoorden en zinsopbouw die hij herkent te vergelijken met een database vol voorgeprogrammeerde en aangeleerde woorden en zinnen. De bot hanteert een overeenkomst-percentage zodat hij ook bij taal- en grammaticafouten antwoord kan geven.

Bots worden steeds beter geprogrammeerd. Ze zijn in staat om gesprekken te analyseren en daarvan te leren, waardoor ze steeds menselijker overkomen en langer interacties kunnen volhouden.

Geperfectioneerd zijn ze nog niet – en dat levert nog wel eens problemen op. Zo maakte een bot van de Nederlandse Jeffry van der Goot vorig jaar onbedoeld doodsbedreigingen op Twitter. Tay, een bot die Microsoft ontwikkelde, moest de persoonlijkheid van een 19-jarig meisje nabootsen, maar internetgrappenmakers (trolls) kregen voor elkaar dat Tay racistische opmerkingen ging maken. De social bot paste zich namelijk aan de gesprekspartners aan. In korte tijd werd Tay een geradicaliseerde bot met uitspraken zoals hieronder.

Taytweets

Maar als een bot kan leren en radicaliseren door interactie met anderen, wat zal een social bot dan andersom kunnen doen als de technologie voortschrijdt?

Zero user interface

Maar als we Microsoft en Facebook mogen geloven ligt in de toekomst een grote rol voor bots weggelegd. Met de stevige investeringen die daarbij komen kijken? komt de bot-techniek in een stroomversnelling en zullen bots die door proberen te gaan als menselijke profielen, steeds moeilijker zijn te ontmaskeren.

Lees het rapport van Sander Duivestein en Menno van Doorn over commerci?le trends in social bots:

[slideshare id=63439926&doc=theboteffectfriendingyourbrandmachineintelligencenl-160625124014&type=d]

Bronnen: De Volkskrant, Engadget, The Verge, Global Voices Online,?ReportersOnline

Monitoring en analyse informatie op sociale en online media; van leren naar verbeteren

monitoring roy

Hoe moet de politie omgaan met berichten op sociale media? Hoe serieus moet zij deze nemen, wanneer kan zij hier eveneens via sociale media op reageren en wanneer is meer inzet nodig? Op basis van welke informatie en werkwijzen worden beslissingen hierover genomen? Deze en meer vragen staan centraal in ?het onderzoeksrapport“Monitoring en analyse informatie op sociale en online media”.

[slideshare id=62993415&doc=onderzoeksrapportmonitoringenanalyseinformatiejuni2016-160613054852&type=d]

Het rapport geeft inzicht in de wereld ?chter de website, twitter- en facebookaccounts van de politie. Daar gebeurt veel meer dan wat de gemiddelde sociale mediagebruiker te zien krijgt. Het rapport schetst de ontwikkeling binnen de politie in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe vakgebied en biedt tevens een doorkijk naar de nog te maken slagen op het terrein van verzamelen, analyseren en duiden van berichten op sociale media.

Want dit is en blijft mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Het onderzoek is hier te lezen en te downloaden.

Veel leesplezier, namens Roy Johannink en?Inge Gorissen.

Bronnen: Linkedin Pulse

App: FindFace

facefind
Anonimiteit in het openbaar is binnenkort geschiedenis. Tenminste, als de oprichters van een nieuwe gezichtsherkenningsapp hun zin krijgen. FindFace werd twee maanden geleden gelanceerd en verovert gestaag heel Rusland. De app stelt gebruikers in staat mensen op straat te fotograferen en doorzoekt vervolgens met 70 procent betrouwbaarheid op social media naar de persoon in kwestie.

Op dit moment werkt de app alleen nog in combinatie met Vkontakte, met 200 miljoen gebruikers een van de populairste sociale netwerken in Rusland en de voormalige Sovjetstaten. De makers van FindFace hebben grotere dromen: zij stellen zich een wereld voor waarin je, willekeurig waar ter wereld, voorbijgangers op straat kunt fotograferen en vervolgens al hun op social media gedeelde informatie met ??n druk op de knop naar boven kunt halen. En niet alleen de gewone man op straat, volgens de ontwikkelaars biedt de app oneindig veel mogelijkheden voor winkeliers, reclamemakers en opsporingsdiensten.

In de korte tijd sinds de lancering heeft FindFace al een half miljoen gebruikers verzameld en zijn er inmiddels drie miljoen zoekopdrachten uitgevoerd. Dat zeggen de ontwikkelaars, Artem Kukharenko (26) en Alexander Kabakov (29).

?Drie miljoen zoekopdrachten in een database met bijna een miljard foto?s: dat zijn biljoenen uitgevoerde vergelijkingen en dat op vier doodnormale servers. Met ons algoritme kan je vanaf je eigen computer een miljard foto?s doorzoeken in minder dan een seconde tijd,? zegt Kabakov in een interview met The Guardian. De app geeft je uiteindelijk het profiel dat het meest dichtbij komt, plus nog eens tien profielen die dicht in de buurt komen.

Volgens Kabakov kan de app gebruikt worden als revolutionaire stap in het online daten: ?Wanneer je iemand ziet die je leuk vindt, dan kan je een foto maken, de identiteit van die persoon achterhalen en een vriendschapsverzoek sturen.? Stalkerig? Welnee, zegt Kabakov:

De app zoekt ook naar vergelijkbare mensen. Dus je kan ook gewoon een foto van een filmster of muzikant die je aantrekkelijk vindt uploaden, of van je ex, en dan via de app tien meisjes vinden die op haar lijken om vervolgens berichtjes te kunnen sturen.

Een aantal mensen heeft al alarm geslagen over de verontrustende manieren waarop de app ingezet kan worden. Een fotograaf uit Sint Petersburg heeft met zijn project ?Your Face Is Big Data? al aangetoond hoe goed de app in de praktijk werkt. De kunst van het meta-stalken, noemde hij het. En ook wordt een aantal pornoactrices lastiggevallen nadat FindFace-gebruikers hun foto uploadden om zo hun werkelijke identiteit te achterhalen.

Facebook
De technologie beperkt zich niet tot Vkontakte, maar werkt in theorie op elke fotodatabase. De app is op het moment echter nog niet te gebruiken in combinatie met Facebook, omdat het platform van Mark Zuckerberg de foto?s in een veel complexere database opslaat dat zijn Russische concurrent. Een kwestie van tijd, aldus de makers van FindFace.

Zij noemen FindFace ?niet meer dan een etalage waarin de technologie uitgestald ligt?. De app is gratis, maar wie meer dan dertig zoekopdrachten per maand wil doen, zal moeten betalen. Dat is overigens eerder een manier om de beperkte servercapaciteit niet al te zeer te overbelasten, dan om er daadwerkelijk geld mee te verdienen. Ook mikken Kabakov en Kukharenko helemaal niet op het publiek als de echte gebruikers van de technologie; zij hebben hun zinnen gezet op opsporingsdiensten en de detailhandel als de echte grootgebruikers.

Het tweetal, net terug van een zakenreis naar de VS en op het punt af te reizen naar Macau voor een presentatie voor een casino, zeggen al benaderd te zijn door de Russische politie. Die heeft de app al meerdere malen gebruikt om verdachten op te sporen. ?Het is bizar, zaken die al jaren stilliggen worden nu opeens opgelost,? zegt Kabakov.

Opsporingsmogelijkheden
Het duo bevindt zich in de laatste fase van contractbesprekingen met het stadsbestuur van Moskou. Als de laatste puntjes op de i zijn gezet, zal de technologie worden ge?mplementeerd in het netwerk van 150 duizend CCTV-camera?s door heel de stad. Zodra ergens iets gebeurt, kunnen de camerabeelden direct in het systeem worden ingevoerd om binnen politiedatabases en rechtbankverslagen op zoek te gaan naar de vastgelegde personen. En ja, ook op de sociale netwerken.

Er is niet veel fantasie nodig om te bedenken op welke manieren repressieve overheden de technologie kunnen inzetten. Tijdens ongewenste straatprotesten wordt het een koud kunstje de identiteit van demonstranten vast te stellen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Kabakov en Kukharenko zeggen nog niet benaderd te zijn door de Russische geheime dienst, maar: ?Als de FSB belt, dan luisteren we uiteraard naar wat ze te zeggen hebben.?

Volgens Kabakov klinken de mogelijkheden van FaceFind verontrustender dan ze daadwerkelijk zijn. Kabakov, van huis uit filosoof, meent dat aangezien de technologische ontwikkelingen niet gestopt kunnen worden, die maar beter open en transparant kunnen zijn.

?In de wereld van vandaag zijn we omring door gadgets. Onze telefoons, televisies en zelfs koelkasten, alles om ons heen verzendt in real-time informatie over ons. We weten allang waar mensen gaan en staan, wat hun interesses zijn enzovoorts. Mensen moeten begrijpen dat zij in de moderne wereld in de schijnwerpers van de technologie staan. Je moet er maar mee leren leven.?

Bronnen: Joop, The Guardian, The Washington Post

DIY Detectives: Online pedojagers

pedophiles

De komende dagen plaatsen we?op dit blog een serie over online burgeropsporingsgroepen, met groepen?als het?Online Predator Investigation Team (OPIT),?The Punisher Squad,?Stinson Hunter,?Letzgo Hunting,?Daemon Hunters,?Dark Justice,?Anonymous DeathEaters, The Internet Interceptors,?Creep Catchers?en?Peadophiles Unmasked. Maar ook televisieprogramma’s die dergelijke methodes gebruiken zoals “To Catch A Predator en?Dog The Bounty Hunter?die social media nu ook omarmen in de opsporing van criminelen.

Pedofielen op Facebook en gewone burgers?die ze opsporen, het is een groeiende trend. Wat ook groeit is online?kindermisbruik dat sinds 2010 is verviervoudigd, en zeker in het Verenigd Koninkrijk lijkt de deksel nu echt?van de beerput. Bijna dagelijks is er een geval in de kranten en soms komen er?zaken naar voren met grote namen, zoals?bekendheden in politiek, bedrijfsleven en entertainment industrie.

Maar hoe vind?je de pedofielen?eigenlijk die?verborgen zitten achter een social media profiel?

Nicci Astin scrolde door een?Facebook-groep over stoppen met roken toen ze iets vreemds zag. Tussen de?tips en anekdotes stond een foto?van een kind dat werd misbruikt en geplaatst was door een mannelijke Facebook gebruiker. “Ik dacht eerst dat hij gewoon een trol was. Maar dat?bleek niet zo te zijn. De man had nog meer?soortgelijke foto’s?op zijn profiel”, vertelt ze. Toen ze doorklikte op zijn “vrienden”-lijst zag ze nog veel meer?pagina’s die gevuld waren met dezelfde.

Astin kwam zo voor het eerst in aanraking met de sociale wereld van pedofielen en kindermisbruikers die niet alleen beelden uitwisselen, maar ook connecties aangaan met elkaar en zelfs kinderen op social media benaderen. Ze was niet de enige die dit opmerkte. Ook andere gewone mensen werden meegezogen in dit fenomeen dat vrij open aanwezig was. Katie Ivall?zocht online?pedofielen omdat haar eigen dochter werd benaderd. Ze vertelde de BBC: “Dit is de donkere kant van het internet”.

Allereerst klopte Astin aan bij de politie die haar alleen kon melden: “Het is op Facebook, wat wil je dat we doen?”.

Ze sprak vervolgens met anderen die soortgelijke?ervaringen hadden en ze vormden samen een groep met als?doel meer informatie over deze mensen te verzamelen. Om deze?dan vervolgens door te spelen?aan de politie. Meerdere leden van?de groep deden zich voor als?13 of 14 jarige meisjes en spraken met de mensen die hen benaderden totdat ze hun telefoonnummer onthulden of een ??ontmoetingsplaats hadden afgesproken.

Dit lijkt misschien een vreemde hobby, maar het werd vooral ingegeven door de wettelijke en technologische bureaucratie?waar burgers?die dit soort zaken melden mee worden afgescheept. Het?Facebook beleid stelt dat “seksueel materiaal, seksuele berichten?met minderjarigen, bedreigingen tot het delen van intieme foto’s en aanbiedingen van seksuele diensten worden verbannen van de site”. Toch kunnen?bekende actieve pedofielen de volgende dag met een?nieuw account weer aan de slag.

hackers on steroids

Oisin Sweeney, die ook een lid van de groep werd, schrijft in zijn boek Hackers on Steroids over deze duistere internet subculturen. In zijn boek beschrijft hij een zaak waarin een zekere?Paolo Ghelardini?als “topprioriteit” doelwit werd van?de groep. Toen de politie deze man?arresteerde, vonden ze 9.500 foto’s en 1.000 videobeelden van kinderen in zijn huis. Hij had ten minste 19 Facebook-accounts gehad in de periode tussen?januari 2010 en mei 2011.

De groep beweert ook?direct betrokken te zijn geweest bij?de arrestatie van een aantal andere individuen?die online actief waren en foto’s van kinderen bezaten van wie sommigen actief werden misbruikt. Ze gaven informatie door aan de?Internet Watch Foundation (IWF), een organisatie die samenwerkt met Facebook om kinderen online veilig te houden. De groep stuurde ook bewijsmateriaal aan de?Child Exploitation and Online Protection Agency (CEOP), onderdeel van?de National Crime Agency.

Astin geeft als voorbeeld een zaak?waarin een?aantal leden van de groep zich online voordeed als tiener en met?John Huitema afspraken, een Nederlandse man uit Glasgow. Oisin Sweeney gaf de gegevens vervolgens door?aan de CEOP (de CEOP zegt alleen dat zij blij zijn met tips van burgers, maar wil niet ingaan op individuele zaken).

Toen de politie hem arresteerde bleek dat meneer Huitema 7.333 illegale beelden had op zijn computer. Zoals de groep al dacht, had hij ook een twee jarig meisje misbruikt en er foto’s van online gezet. Hij werd in juli 2012 veroordeeld tot vier en een half jaar gevangenis, en zal na vrijlating worden uitgezet naar?Nederland.

Het Engelse?CEOP ontvangt tips meestal?niet van individuen, zoals Sweeney en Astin, maar van het National Centre for Missing and Exploited Children (NCMEC) uit?de VS, omdat volgens de Amerikaanse wet Facebook en andere social media platformen hun informatie aan hen moeten overdragen als het om?kinderporno gaat. In 2010 ontving CEOP 400 aanwijzingen per maand van de NCMEC. Nu, in 2016, ontvangen ze er elke maand rond de 1800! De toename heeft ook te maken met de eenvoudigere meldingsmogelijkheden, maar meer dan verviervoudiging betekent dat deze illegale activiteiten flink stijgen.

To-catch-A-Preditor

Deze gewone burgers, die het als hun?plicht zien om op pedofielen te jagen, zijn een beetje verworden tot clich? door?televisieprogramma’s als NBC’s To Catch a Predator. Toch zien mensen als Astin geen andere optie als ze?deze verdachten?aanmelden om ze?vervolgens de volgende dag weer verder te zien gaan via een ander account. Astin heeft al langer campagne gevoerd tegen kindermishandeling, zoals in de zaak van Daniel Pelka, die dodelijk verhongerde bij?zijn eigen ouders. Voor Astin?is het onmogelijk om gewoon de andere kant op te kijken, of de beelden simpel weg te klikken.

De IWF werkt rechtstreeks met Facebook om dit soort misbruik?tegen te gaan en zegt?erover: “Als IWF lid heeft Facebook zero tolerance voor seksueel misbruik van kinderen … Facebook is een van de leiders op het gebied van?nieuwe technologie om deze problemen te bestrijden. “?Een woordvoerder van Facebook vertelt dat ze onder andere Microsoft’s?PhotoDNA technologie gebruiken die pornografisch materiaal matcht met een register van bekend materiaal. Dit kan de verspreiding van bestaande beelden op?het web stoppen maar niet zomaar?nieuwe herkennen. Facebook heeft ook een “single point of contact” die hulp bij rechtshandhaving in bestaande onderzoeken mogelijk maakt.

Zowel Sweeney en Astin hebben?gevallen gemeld waarbij ze automatisch een antwoordbericht ontvingen waarin stond dat de beelden “de richtlijnen van Facebook niet hadden overtreden”. In een?BBC onderzoek naar pedofielen online?had de verslaggever exact dezelfde ervaring met Facebook.

Een deel van het probleem is dat de context van een foto doorslaggevend?kan zijn: de?BBC uitzending laat een foto zien van een “meisje van 10 of 11 in een vest” die onder de meeste omstandigheden niet verwijderd zou worden. Dit is een behoorlijke uitdaging voor Facebook, want het zou enorme resources vereisen?om mensen al deze?afzonderlijke berichten te laten bekijken.

Astin en Sweeney denken dat vooral?geheime groepen een groot probleem zijn. Deze zijn niet doorzoekbaar en je moet worden uitgenodigd om mee te doen en pas dan kun je de beelden?zien. “De?ergste dingen die ik ooit in mijn leven heb gezien waren in dergelijke?geheime groepen,” vertelt Astin.?De groepen zijn herkenbaar aan de namen en trefwoorden die deze gebruikers hebben ontwikkeld in deze groepen. In het boek van Sweeney legt hij uit hoe er een?hele pedofiele subcultuur met?eigen woorden, codes en symbolen en ook eigen helden zijn. Onderstaande symbolen zijn gelekt via een?FBI-document op Wikileaks:

 

wikileaks

“Pthc” of “Pre-teen harde kern” was een veel voorkomend acroniem dat nog steeds wordt gebruikt, ook al probeerde Facebook deze te blokkeren. Astin vertelt dat gebruikers gewoon “puntjes tussen de letters zetten” om de beperkingen te omzeilen. Een Facebook woordvoerder vertelt dat ze samenwerken met veel organisaties samenwerken en?de lijst van termen regelmatig aanpassen.

In 2011 vroeg?de politie Astin en Sweeney te stoppen met de pedojagersgroep, want wat ze deden viel in een juridisch grijs gebied. De groep had toegang tot illegaal materiaal en deed zich voor als kind, iets dat de politie liever in een gecontroleerde omgeving deed. In hetzelfde jaar werd een documentaire gemaakt door Mark Williams-Thomas (een ex-politieman die hielp in de ontmaskering van Jimmy Savile) die laat zien dat in Engeland de politie nu dezelfde tactiek gebruikt als de burgerspeurders om online misbruikers aan te pakken.

Toch blijkt uit de?cijfers van de CEOP, en ook uit Astin’s eigen ervaring, dat het probleem juist verslechterd is na 2011. “Ik ben natuurlijk niet meer met nepaccounts actie, maar kan nog wel avanf mijn eigen account kijken en zodra je ??n iemand vindt, vind je de een na de ander.?Er zijn er minstens duizenden, het is absoluut afschuwelijk. ”

Wat zou kunnen helpen? De Metropolitan Police geeft als antwoord:?”Het distributienet voor beeldmateriaal van kindermishandeling kan?worden gesloten als de productie van het materiaal effectief wordt gecontroleerd”. Dit is een mooi?doel, maar het wordt nog veel ingewikkelder als je bedenkt dat er heel veel sociale netwerken zijn waarin dit gebeurt: Facebook, Twitter,?Instagram of de app Kik waar veel jeugd gebruik van maakt:


Astin vindt?dat Facebook meer verantwoordelijkheid moet nemen over wat mensen online plaatsen. De real-name policy, het afdwingen van het gebruik van je eigen naam, ziet zij als een goede mogelijkheid. Aan de andere kant kunnen ze gewoon?verder op andere platformen waar dergelijke regels niet gelden. De beste weg lijkt in ieder geval om meer?samen te werken met de politie om de daders te pakken, in plaats van gewoon hun online accounts?te verwijderen.?Dit lijkt nu ook te gaan gebeuren op een schaal zoals we die niet gekend hebben, omdat politie in Engeland de zedenteams fors aan het uitbreiden is, wellicht zelfs met cyber volunteers als het aan Jim Gamble ligt. Hij is voormalig hoofd van CEOP en vindt dat de overheid bij lange na niet genoeg doet. En de Britse wet maakt het voor burgers steeds moeilijker om in de opsporing bij te dragen, omdat het klikken op of kijken naar?onzedelijke beelden strafbaar kan zijn en ook direct contact met pedofielen riskant is vanuit juridisch oogpunt.

Astin reageert nuchter: “Als de politie evenveel tijd zou hebben als wij zou het een oplossing kunnen zijn. Maar ik kom liever in dergelijke?problemen dan dat er een kind wordt misbruikt. Ik wil best de hele dag in de rechtbank zitten als dat betekent dat ik dergelijk misbruik kan voorkomen. ”

Bronnen: NewStatesman, Liverpool Echo

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

Project X: Motorclubs in Muntendam?

Peter Pijper uit Muntendam besloot een oproep te doen op Facebook. Hij vroeg iedereen een kaartje te sturen voor zijn autistische zoon die jarig was. Ook leek het de vader leuk om een motorritje voor zijn zoon, die?zwakbegaafd is, te organiseren. Maar de man is nu bang dat het uit de hand gaat lopen.

Er wordt namelijk massaal gereageerd op zijn oproep en de vader is bang voor Project X-achtige taferelen. ?Ik krijg reacties uit Duitsland, Itali? en Brazili?. Iedereen is van plan te komen. De aanmeldingen van motorrijders en motorclubs stromen binnen. De telefoon staat echt roodgloeiend. Maar wij willen het graag klein houden. Ook in het belang van Marvin?, aldus de bezorgde Pijper tegenover RTV Noord.

36_6591_8438_1457618687

Driehonderd kaarten

Zoon Marvin heeft al meer dan driehonderd verjaardagskaarten bezorgd gekregen. ?Dit is zo mooi voor Marvin. Als hij straks jarig is en als ik dan zijn koppie zie. Prachtig.??Maar toch vraagt de vader motorrijders niet naar Muntendam te komen. ?Zoveel motoren voor de deur kan hij echt niet aan. We willen graag een motorritje maken, maar dan met een paar motorrijders en niet met honderden.?

Pijper hoopt dat mensen verjaardagskaarten blijven sturen, maar daar moet het wel bij blijven. ?Ik roep de mensen niet op om een feestje bij mijn thuis te komen vieren. Ik heb alleen maar gevraagd een verjaardagskaartje te sturen. En ik hoop nog steeds dat heel veel mensen dat zullen gaan doen.?

Pijper wil ook zijn jongste zoon Tristan in bescherming nemen. “Hij heeft autisme en is ook thuis. Het zou jammer zijn om 2 kereltjes teleurgesteld te krijgen in plaats van dat het de dag van hun leven gaat worden. We zijn en blijven jullie dankbaar en hebben respect voor al het moois, maar het wordt nu even tooo much.”

muntendam

12717962_1257195410961638_5464747455401410204_n

Bronnen: Metronieuws, DvhN, Menterwolde, RTVNoord

Voorbedachten rade door Facebook? Moord of doodslag?

het-boek-van-rob-stoker-foto-uitgeverij-kleine-uil-1

Ruim drie jaar na de doodslag op zijn dochter Kim schreef Emmenaar Rob Stoker het boek ’30 Messteken’ over wat hij doormaakte. ,,Doodslag? Het was gewoon moord.??

Nee, het schrijven van het boek was geen therapie. ,,Absoluut niet.?? Daar heeft hij trouwens een psycholoog voor. Eigenlijk hoopt Rob Stoker de lezer vooral inzicht te geven in de rechtspraak in ons land.

Stoker windt er geen doekjes om. Rauw en zonder opsmuk schreef hij op hoe hij de drie jaar na de doodslag op zijn dochter Kim beleefde. Hoe hij een paar keer probeerde om zijn werk als leraar Nederlands weer op te pakken maar zich uiteindelijk gewonnen gaf. Hoe hij zijn (tweede) vrouw kwijtraakte. ,,Zestig procent van de huwelijken strandt na zo?n ingrijpende gebeurtenis,?? weet Stoker inmiddels.

rob-stoker-201603314233

Fixatie

Stoker weet van alles. Geen wonder, want voordat hij ’s avonds laat achter de computer kroop om te schrijven, had de Emmenaar zich via krant en internet eerst uitgebreid op de hoogte gesteld van wat er zoal aan rechtspraak in Nederland werd gedaan bij moord en doodslag. ,,Ik beet me er als het ware helemaal in vast. Ja, het werd bijna een dwangneurose. Een fixatie.??

Daar is ie nu wel weer af. Daar heeft niet zozeer het schrijven van het boek bij geholpen, maar eerder de reacties erop. De eerste oplage van 3000 stuks is al bijna uitverkocht, volgende week al is er een herdruk. Stoker: ,,En ik krijg veel mooie reacties. Het doet me goed dat er veel mensen zijn die net als ik niet snappen dat, wat vroeger moord was, nu opeens doodslag is.??

Kentering

Hoe de moord op Kim Stoker doodslag werd, is de ondertitel van het boek. ,,De officier had me al gewaarschuwd; er is een kentering gaande in de rechtspraak. Het laatste jaar neigen steeds meer rechters ertoe om in plaats van voor moord iemand voor doodslag te veroordelen. Omdat de voorbedachte rade niet helemaal duidelijk zou zijn. Maar voor mij is het gewoon moord. Hij heeft dit gepland. Hij heeft drie verklaringen afgelegd waarin hij zegt iets gezien te hebben, waardoor, zei hij ?vond dat ze dood moest?. Arjan heeft genoeg momenten gehad om te bedenken dat hij dit niet moest doen. Terwijl Kim al op bed lag, zag hij op Facebook dat er mogelijk sprake was van een andere vriend. Arjan liep naar de keuken en zocht het grootste en scherpste mes uit, 22 centimeter lang. En is daarna nog drie kamers doorgelopen voordat hij op haar instak.??

Rauw en schokkend

Het boek is rauw en vaak schokkend. Het zuigt de lezer mee in Robs moeizame strijd. Nee, met de gedachte om er een roman van te maken heeft hij nooit gespeeld. ,,Dit is het verhaal wat ik wilde vertellen. Het zijn gewoon de feiten, alles wat erin staat is waar.?? Het leest als een afrekening, in de eerste plaats met de rechtspraak en – in het verlengde daarvan – in de tweede plaats met de dader. ,,Ik snap dat je dat zegt, maar het zou jammer zijn als het puur als een afrekening wordt gezien.??

Wrang noemt hij het – het idee dat de dader nog korter in de gevangenis zou zitten als diens eigen advocaat niet in hoger beroep was gegaan. De officier in Assen eiste tot verbijstering van Stoker en zijn familie 9 jaar, die door de rechter in 10 jaar werd omgezet. Na het hoger beroep in Leeuwarden werd de strafmaat bepaald op 12 jaar. Toen Stoker via een brief van Justitie op de hoogte werd gesteld van de vrijlatingsdatum van Arjan stuurde hij een briefje terug met de vraag of de berekening wel klopte. Hij kreeg binnen een week een briefje terug met uitleg over de kwijtschelding van een derde van de straf. ,,Dat wist ik natuurlijk ook wel, maar het was mijn manier om te laten zien hoe belachelijk ik het systeem vind.??

Links intellectualisme

Stoker noemt de huidige rechtspraak een vorm van links intellectualisme. ,,Automatisch een derde eraf, ik snap het niet. En nu de cellen leeg staan is er ook geen reden meer voor. Als je iemand op zo gruwelijke wijze van het leven berooft, heb je in mijn beleving het recht op een vooruitzicht verspeeld. Dan doe je niet meer mee, zei dammer Jannes van der Wal geloof ik ooit. En zo is het.??

,,Ja hoor, doodstraf vind ik ook goed??, zegt hij. En direct daarop volgend, met een glimlach: ,,De nuance ontbreekt nog wel eens in mijn boek, maar als je eigen meisje om onduidelijke redenen met dertig messteken om het leven wordt gebracht, zo?n arm weerloos kind van 50 kilo, nou, dan heb je volgens mij geen recht op een vooruitzicht.?? En ja, als een vertegenwoordiger van ?rechts intellectueel Nederland?, zoals hij het zelf noemt, droeg hij dit standpunt ook al uit v??r de doodslag op zijn dochter. ,,Als leerlingen bij mij een spreekbeurt hadden en het ging over dit soort dingen moest ik altijd erg mijn best doen om er niet al te zeer tegenin te gaan.??

Gestoord

Rob Stoker blikt vooruit. ,,Iedereen die zo?n moord pleegt is gestoord. Maar is dat een reden om weer lekker na een paar jaar vrij te zijn? Hij zit straks weer te lachen in caf? De Brasserie, hij kan weer voetbal gaan kijken, hij kan zelfs weer een nieuw vriendin krijgen.??

Hoe lang had hij dan gestraft moeten worden? ,,Ik snap best dat gestoorde mensen op een gegeven moment gerepareerd moeten worden. Maar begin daar mee als de straf voorbij is – en die zou minstens 20 jaar moeten zijn. Dan zijn de maatschappij en de nabestaanden lang genoeg van hem af en omgekeerd. Nu is er de kans dat ik hem over 5 jaar weer in Emmen tegenkom. ,,Wat er dan gebeurt? Geen idee, maar ik sta niet voor mezelf in.??

kim-stoker

7 voor geluk

Direct na de dood van zijn dochter kon je Rob Stoker bijna opvegen; nu gaat het zichtbaar beter. O zeker, hij heeft financi?le sores, want door de scheiding moet hij de hypotheek van het huis in zijn eentje opbrengen – en dat met alleen een uitkering. Nee, van het boek hoeft hij niet rijk te worden en bovendien, de royalties deelt hij keurig met zijn twee kinderen Els en Bas. Maar toch: ,,Ik voel me ontspannener, ik geef weer muzieklessen en ik zit weer in een band, Puzzle, om live te gaan spelen. Het heeft heel lang geduurd, maar ik kan weer genieten van dingen. Ik geef mezelf een 7 voor geluk. Nou, dat is heel lang een 1 geweest.??

De zaak-Kim Stoker

In de nacht van 10 op 11 februari 2013 wordt Kim Stoker (24) in haar flatje in de wijk Emmermeer in Emmen op gruwelijke wijze om het leven gebracht door haar vriend Arjan. Hij had na een feestje gezien hoe ze haar status op Facebook in vrijgezel had veranderd. Twee jaar later wordt de dader veroordeeld tot 12 jaar voor doodslag. Hij komt op 8 februari 2021 weer vrij.

Kims vader Rob (58) schreef uit frustratie over de rechtspraak in Nederland het boek 30 Messteken. Naar aanleiding van dat boek verschijnt Stoker dinsdagavond bij Humberto Tan in RTL Late Night en een dag later in Hart van Nederland (SBS). Volgende week zaterdag wordt het boek ten doop gehouden tijdens en bijeenkomst in hotel Ten Cate in Emmen. 30 Messteken ligt inmiddels in de boekhandel.

Citaten uit het boek 30 Messteken

  • ?De rechercheur kon ons niet vertellen hoe Kim door haar vriend om het leven was gebracht. Mijn aandacht verslapte meteen. Ik werd hier genaaid, zoveel was duidelijk.?
  • ?Wij zaten aan tafel en luisterden naar Harrie. Ik weet nog dat ik dingen heb gehoord als gehuil, kreten van verbijstering, gevloek. Ik weet niet hoe ik zelf reageerde. Wat ik wel weet is dat iedereen volledig naar de kloten was? .
  • ?De begrafenis verliep als in een roes. Ik weet dat alles door de organisatie is gefilmd. De dvd die ervan gemaakt is heb ik nog nooit bekeken en ik betwijfel of ik dat ooit zal doen?
  • ?Ik kende Arjan goed, zowel priv? als in schoolsituaties, waar ik les aan hem gaf. Een grappige, geslepen leerling die door het grootste deel van mijn collega?s werd uitgekotst, voortdurend voor onrust zorgde, uiterst manipulatief was en er veel plezier in had als hij door zijn stelselmatige leugens ondereen bepaalde strafmaatregel wist uit te komen?
  • ?Tot slot verzocht advocaat Pellinkhof de rechtbank rekening te houden met het feit dat Arjan nog niet eerder met justitie in aanraking was geweest. O, meneer Adolf Hitler, dit was de eerste keer dat u zes miljoen joden heeft uitgeroeid? Aha, dan zullen we u niet te zwaar straffen dit keer maar o wee als u het nog een keer doet!?
  • ?Ik hoop dat Arjan in de gevangenis sterft en zo niet, dat hij daarna snel aan zijn einde komt?
  • “Tijdens de zitting zou ik als enige in de zaal zitten, terwijl mijn familie achter het glas moest plaatsnemen. Op de publieke tribune, waar dus ook de familie en vrienden van Arjan zouden zitten”, schrijft Rob Stoker in het boek. “Ik vond het een afschuwelijke gedachte dat ik tijdens de verhoren waar de meest gruwelijke details aan bod zouden komen, niet naast mijn vrouw en kinderen kon zitten. Ik zou dus zelf geen steun kunnen krijgen, maar wat ik nog erger vond, ik zou ook niet mijn dochter of zoon even kunnen vasthouden als het zwaar zou worden. En dat het zwaar zou worden, hadden we inmiddels wel in de smiezen.”

Bronnen: Dagblad van het Noorden (1, 2), RTV Drenthe (1, 2)

Nextdoor in Nederland

De Amerikaanse startup uit Silicon Valley Nextdoor kiest Nederland als eerste land voor internationale uitbreiding. De buurtapp is gemaakt als laagdrempelig buurtcommunicatieplatform voor alles wat er in de buurt gebeurt. Het wordt het Facebook voor buurten genoemd en is in de VS al erg succesvol.

Aan buurt apps geen gebrek vandaag de dag. Een aantal dagen eerder was indebuurt.nl?al gelanceerd.?Buren weten elkaar inmiddels al voor vanalles in de buurt te vinden, zo lijkt. Van gezellige activiteiten als een buurtborrel, tot nuttige dingen als het lenen van een ladder of verkopen van een kinderfiets, tot belangrijke onderwerpen als buurtpreventie, zorg en veiligheid. Al die sociale verbindingen dragen bij aan een sociaal hechte buurt die stevig in zijn schoenen staat. En daar speelt Nextdoor ook op in, een dienst die in de VS al 4 jaar aan de weg timmert.


In Amerika is al ruim de helft van alle buurten, in totaal ruim 90.000, dagelijks actief op Nextdoor nadat de startup daar vier jaar geleden werd ge?ntroduceerd. Daarnaast zijn er al zo’n 1400 overheidsinstanties aangesloten. Zij kunnen niet in de groepscommunicatie van de buurt kijken, maar wel contact leggen met een groep of individu waardoor het rondom leefbaarheid en veiligheid interessant wordt voor onder andere gemeentes, politie of brandweer.?Nextdoor heeft Nederland aan de hand van CBS-gegevens verdeeld in 12.000 buurten

Elke van den Hout, communicatie-adviseur van de Amsterdamse brandweer, ziet bij voorbeeld mogelijkheden voor preventiecampagnes via de buurtapp. “Het is persoonlijk, lokaal en wijkgericht. En veel groter dan de meeste facebookgroepen.” Maar ze denkt ook aan oproepen om eens even langs te gaan bij de oudere buren. Hebben die een rookmelder, hoe zit het met hun vluchtwegen?
Josien van Cappelle, wethouder van Capelle aan de IJssel, houdt Nextdoor in haar wijk Fascinatio ook goed in de gaten. “Het is een mooie manier om direct in contact te komen met bewoners”, zegt de D66-wethouder. Zij ziet als gemeentebestuurder kansen voor het verspreiden van informatie over wegopbrekingen, afvalscheiding, evenementen etcetera.

In de VS zijn er diverse politiekorpsen die de dienst al succesvol gebruiken voor community policing:

Offici?le lancering vandaag in Amsterdam

Nextdoor zijn buurtapp met een marktwaarde van $1,1 mrd. De zogenoemde unicorn ? een tech start-up met een marktwaarde van minimaal $1 mrd ? wil vanuit Amsterdam komend jaar een groot deel van de 12.000 Nederlandse buurten aan zich binden. Pas daarna wordt gekeken hoe en of er geld kan worden verdiend. Inspiratiebron voor Tolia was een stuk van Robert Putnam: “Bowling Alone” dat analyseert hoe het sociale kapitaal (waaronder sociale cohesie) in veel Amerikaanse communities juist verslechterd en hij vertelt vol passie hoe hij weer terug wil naar hoe het ooit was, omdat de buurten waarin je opgroeit en leeft zo belangrijk zijn. Nextdoor is er voor de kleine hulp tot en met situaties waarin het echt telt. Tolia gaf voorbeelden van het gebruik van Nextdoor bij natuurrampen en crises tot kleine buurtinitiatieven die een groot verschil kunnen maken in iemands leven.

helpful

Nirav Tolia en Tamar van de Paal (rechts).

Verdienmodel

Tolia heeft dezelfde aanpak als Facebook en Google: eerst een community bouwen, zorgen dat mensen bij je terugkomen en daarna pas experimenteren met een verdienmodel. ‘Een community bouwen is echt al heel erg moeilijk’, zegt Tolia. ‘Zeker voor iets wat lokaal is. Dat is lastig schaalbaar te maken. Maar als je succesvol bent, dan heb je een grote markt te pakken. Dan is het ook net als bij Facebook: the winner takes all. De beloning aan het einde van de regenboog is erg groot.’

Investeerders hebben hoog ingezet op die gouden pot met geld. Gebaseerd op de laatste kapitaalinjectie krijgt het bedrijf een marktwaarde van $1,1 mrd. ‘Een van de investeerders is lid van de raad van bestuur van Uber, een ander is de eerste investeerder in Linkedin en Facebook’, zegt Tolia, waarmee hij maar wil aangeven dat het niet de minsten zijn. Zij geloven dat er winst kan worden gemaakt met de buurtapp, hoe precies daar heeft de ceo nog geen pasklaar antwoord op. ‘Daar gaan we in de VS komend jaar mee experimenteren.’

Lokale bedrijvigheid

De kans is groot dat de inkomsten van de lokale ondernemers komen, want de buurtbewoners zullen de app altijd gratis kunnen blijven gebruiken. Of daarmee een significante omzet kan worden gehaald, is lastig te zeggen. De ceo heeft vooral voorbeelden van concurrenten die het niet hebben gered. ‘Toen we in de Verenigde Staten begonnen, waren er zo?n vijftig concurrerende buurtapps. Nu is er niemand meer. Zoiets lokaals opzetten kost veel tijd en geld.’

Maar vooral: gezelligheid

Oprichter Nirav Tolia zegt te kiezen voor ons land, omdat de Nederlanders actief zijn op sociale media, trots zijn op hun buurt ? waar ze vaak al hun hele leven wonen ? en van gezelligheid houden. ‘Wij hebben in Amerika niet eens een vertaling voor dat woord gezelligheid’, zegt Tolia, terwijl hij de harde g uitspreekt als een k.

De app kan qua vorm worden vergeleken met die van Facebook. Met het grote verschil dat alleen buurtgenoten elkaar kunnen uitnodigen. Ook is het de bedoeling dat er alleen nieuws uit de buurt wordt geplaatst, spullen worden verkocht en gedeeld met buren of hulp wordt ingeroepen als een kat of fiets kwijt is. Dat kan overigens ook allemaal met Whatsapp, maar dan is er bij veel buren al snel geen overzicht meer en krijgen ook de buren waarvoor een bericht niet relevant is de appjes binnen. Via Nextdoor kan bovendien iedereen buren via een ander sociaal netwerk of een fysieke postkaart uitnodigen.

In Nederland zien we nu ook een enorm enthousiasme en snelle groei van Nextdoor. Al ruim 80 buurten door heel Nederland zijn actief in de buurtapp en de verwachtingen voor 2016 zijn dan ook veelbelovend.

Het wordt de vraag of Nextdoor een plekje op de markt kan veroveren. Er zijn al?veel buurten die?allang iets dergelijks hebben opgezet in de vorm van een WhatsApp- of Facebook-groep. Zo zijn er in Nederland al meer dan 2000 WhatsApp buurtgroepen actief. Aan de andere kant is er nog veel te ontdekken aan mogelijkheden en is de ene buurt de andere niet.

nextdoor screens

Er waren ook wat leden uit de Nederlandse pilot aanwezig die hun ervaringen met Nextdoor deelden.

nextdoor verhalen

Boeimeer in Breda

Drie jaar geleden was Thijs Willems uit Breda op zoek naar een sociaal netwerk, speciaal voor zijn wijk Boeimeer. Al snel kwam hij uit bij de Amerikaanse app NextDoor, die toen ook in de VS nog in de kinderschoenen stond. ?”Maar toen was dat nog niet mogelijk”, vertelt Willems. “Een paar maanden geleden kreeg ik een mailtje met de vraag of we nog steeds interesse hadden.”

Willems zei onmiddellijk ‘ja’ en sindsdien groeide het NextDoor-netwerk in Boeimeer als kool. Inmiddels zijn ruim 800 inwoners van de buurt lid, dat is bijna een kwart van het totaal aantal inwoners. “En er komen nog steeds elke dag nieuwe leden bij,” vult Willems aan.

Volgens Willems is het in Boeimeer vooral begonnen om de veiligheid in de wijk te verbeteren. “Met waarschuwingen als ‘pas op, er is een inbreker actief’. Of vragen als ‘mijn fiets is gestolen, heeft iemand iets gezien?’ Maar inmiddels wordt er gesproken over allerlei evenementen en worden verschillende diensten en goederen, al dan niet gratis, aangeboden via NextDoor.”
Ook?antiquair Jasper Hooijkaas uit Capelle aan den IJssel zit nu een paar maanden op de buurtapp Nextdoor, en hij kent meer buren van naam, en zwaait vrolijk naar een nieuwe wijkbewoner die zich net heeft gemeld op het burenplatform.?”Absoluut, ik heb meer contact”, zegt de 47-jarige Hooijkaas die in zijn wijk Nextdoor heeft opgezet. ?Op zijn iPad laat de enthousiaste Hooijkaas zien wat zijn medebewoners de laatste dagen allemaal hebben geplaatst. Tips over mechanische ventilatie, een verslag van een gesprek met de beheerder over parkeerproblemen, ergernissen over hardrijders. Maar ook: wie weet een goeie klusjesman, wie heeft een soldeerbout te leen en wat doe je om te ontstressen??Die laatste vraag komt van een ondernemer die reclame wil maken voor zijn handel. Dat kan wel een keertje, zegt Hooijkaas, maar Nextdoor is geen advertentieplatform. Het is een contactpunt voor bewoners. Om elkaar te ontmoeten, spullen te delen, evenementen te organiseren.
Privacy
Zoals bij alle social media diensten zijn er terecht zorgen over de privacy. Want op Nextdoor wordt je naam en e-mail adres ook nog eens geverifieerd en gekoppeld met?je adres, doordat je een aanmeldingsbrief thuisgestuurd krijgt. Nextdoor probeert de?real name policy op deze manier wat verder door te voeren.?Bovendien willen ze graag je interesses, hobbies, functie en andere persoonlijke details weten. Dat gebeurt onder het mom van ?dan weten buren ook wie jij bent?, maar hou er rekening mee dat die gegevens voor Nextdoor ook interessant zijn.

In de privacy-verklaring van Nextdoor staat: ?We delen nooit je gegevens met adverteerders? (maar ze kunnen de data dus wel zelf analyseren).?Verder moet je je realiseren dat Nextdoor een Amerikaans bedrijf is en nergens belooft dat ze hun data op Europese servers zullen opslaan. Als Amerikaanse instanties willen weten met welke buren jij omgaat of welke hobbies jij hebt, dat kunnen ze dat indien nodig geacht achterhalen dankzij de Patriot Act.?Zo?n buurtnetwerk heeft dus iets onschuldigs en sympathieks en je gaat uit van goede bedoelingen van alle deelnemers, maar de standaardinstellingen om te delen zijn nogal ruim. Maak er dus bewust gebruik van.

In?De VS ?beweren ze dat het al positieve effecten heeft op het gebied van sociale interactie:

Bronnen: Nextdoor.nl, Omroep Brabant, EenVandaag, FD, iCulture, Joop, Volkskrant, Bright, Trouw

Bedreigen sociale media de rechtstaat?

De niet te stoppen trend dat burgers en bedrijven internet en sociale media gebruiken als ‘digitale schandpaal’ legt de bijl aan de wortels van onze rechtstaat.?Mensen die slachtoffer van zulke praktijken worden, durven vaak niet naar de rechter te stappen, bijvoorbeeld uit angst voor nog meer publiciteit.

diner

Iedereen eigen Opsporing Verzocht
Chinees-Japans restaurant Bouvigne Paradijs uit Breda heeft op zijn Facebookpagina foto’s gepubliceerd van vier gasten die zondagavond na het nuttigen van een buffet zijn vertrokken zonder af te rekenen.

De twee mannen en twee vrouwen arriveerden rond half zes. Ze hadden geen reservering en kregen nadat de eerste tafel die ze?kregen hen niet beviel een tweede tafel toegewezen. Ze vertrokken uiteindelijk met een openstaande rekening van 75,80 euro. ‘Vergeten te betalen’, zo meldt het restaurant. ‘Maakt niet uit, wij begrijpen dat wel… kan gebeuren, etc. etc…? De zes biertjes, cola en ice tea krijgt u van ons. Voor de moeite zeg maar.’

Bouvigne Paradijs heeft beelden van een bewakingscamera op Facebook gezet. Daarop zijn de gezichten van het viertal onherkenbaar gemaakt. Het restaurant heeft de vier gevraagd zich voor 7 februari te melden en de openstaande rekening te voldoen. Anders ‘helpen wij u en onze volgers op Facebook daarna even een handje door de gezichten herkenbaar te maken.’?Het restaurant roept mensen op om de oproep op Facebook te delen. Dat hebben maandagmorgen rond 11.45 uur al ruim 4.300 mensen gedaan.

In de ochtend meldde in ieder geval een van de eters bij de eigenaar van het restaurant. Deze beloofde rond de middag het diner alsnog af te rekenen. Als dat is gebeurd, haalt Bouvigne Paradijs de foto’s van de Facebookpagina.

Succesvolle actie
De actie van restaurant Bouvigne Paradijs in Breda, dat op Facebook beelden plaatste van vier gasten die zondagavond niet hadden afgerekend, heeft snel succes gehad.?Maandagmiddag is ‘een dame’ uit het gezelschap de rekening alsnog komen betalen. “Met fooi”, lacht de eigenaar van het Chinees-Japanse eethuis.

Volgens de vrouw was er sprake van een misverstand en dachten de mensen in haar gezelschap van elkaar dat ze de rekening hadden voldaan. “De een liep naar het toilet, de andere naar buiten. Zo kwam het volgens de vrouw. Dat ze niet afgerekend hadden, hoorden ze volgens haar pas maandagmorgen. Toen wezen bekenden hen erop dat hun foto op Facebook stond en dat het bericht al door duizenden mensen was gedeeld.

De eigenaar van Bouvigne Paradijs, die liever niet met zijn naam in de publiciteit komt, is blij met de ‘goede afloop’. “Al heb ik wel een beetje twijfels over het verhaal van de dame. “Ze gingen steeds een sigaretje roken buiten, en ineens waren ze alle vier weg.”

‘Dit gebeurt elke maand wel ??n of twee keer’
Hoe dan ook blijkt volgens de uitbater dat het helpt in dit soort gevallen sociale media te gebruiken. “Het is voor mij een principekwestie. Dit gebeurt elke maand wel ??n of twee keer. Nu was ik het helemaal beu. Je kunt dan wel aangifte doen bij de politie, maar het gaat om zo’n klein bedrag. Die heeft er echt geen tijd voor om dat allemaal te gaan onderzoeken.” De ondernemer zegt ook achteraf geen aangifte te doen: “Voor ons is de zaak nu afgedaan.”

Politiewoordvoerder Jeroen Steenmeijer zegt begrip te hebben voor de Facebookactie, maar juicht die niet toe. “We snappen het dat gedupeerde ondernemers sociale media inschakelen, maar eigenlijk moeten ze ons die videobeelden geven. Als wij er dan niet uitkomen, kunnen we de beelden in overleg met het Openbaar Ministerie alsnog publiceren.”

Het is volgens Steenmeijer zelfs wettelijk?verboden om mensen via sociale media – in het openbaar dus – ergens van te beschuldigen. “Dat is een vorm van eigenrichting. Je nagelt iemand tegen de digitale schandaal. Dat kan grote gevolgen hebben, zeker als dat ten onrechte gebeurt, en dat is al vaker voorgekomen.”

‘Vergeten te betalen’
De eigenaar van het restaurant wijst er in dat verband op dat ze de gezichten op Facebook had vervaagd’ en het viertal niet van een misdrijf of overtreding had beschuldigd. Het kwartet had ‘vergeten te betalen’, aldus het bericht. Het restaurant dreigde wel de gezichten herkenbaar te maken als de rekening niet voor 7 februari zou worden voldaan.

Deskundigen waarschuwen voor het gebruik van sociale media bij het opsporen van bijvoorbeeld wanbetalers of het aan de kaak stellen van misdrijven. Ze vinden dat een aantasting van de rechtstaat die kan leiden tot’ middeleeuwse heksenjachten’.

Kijk, wat fijn! De 4 vriendelijke gasten hebben uiteindelijk toch de (gehele) rekening betaald… met fooi! De service…

Posted by Bouvigne Paradijs Chinees-Japans Restaurant on?Sunday, January 31, 2016

Het College Bescherming, de waakhond van de privacy, is er ook niet tegen opgewassen.

Dat zegt Jan van Groesen, voorzitter van de stichting Media-Ombudsman, naar aanleiding van de succesvolle Facebookactie van restaurant Bouvigne Paradijs in Breda tegen vier gasten die waren vertrokken zonder te betalen.

“De eigenaar is blij met zijn publiciteitsactie, het publiek kan het waarschijnlijk ook waarderen, maar het is eigenlijk een schande. Onze normen over privacy zijn echter zo verlaagd, dat niemand zich er nog druk over maakt”, denkt Van Groesen.

De deskundige vindt dat juist de vier gasten wier afbeelding (vervaagd) door het restaurant op Facebook zijn gezet, aangifte zouden moeten doen. “Dat kan op basis van de grondwet en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar bijna niemand durft dat nog. Het ontbreekt de meeste mensen aan persoonlijke moed.”

“Ze zijn bang voor nog meer slechte publiciteit, zelfs als ze niks misdaan hebben. Mede onder invloed van de media is er bovendien zo’n vals beeld van onveiligheid geschapen in Nederland, dat er een atmosfeer is ontstaan waarin burgers kennelijk bereid zijn hun privacy op te offeren.”

Bronnen: AD, BN De Stem, De Ondernemer

Meer blauw op digitale straathoek

blauwe hart
,,Sociale media zijn onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden.??

Een reden dat er minder jeugdoverlast op straat is? Kan er mee te maken hebben dat ze tegenwoordig vooral digitaal een beetje rondhangen. Daar moet je als politie dan op inspelen, vindt Rick de Haan. Voor zijn inspanningen om meer blauw op de digitale hangplekken te krijgen, ontving hij onlangs het Blauwe Hart van de eenheid Noord-Holland.

Door [email protected] – 21-1-2016, 21:25?


Het is nog maar ruim een aantal jaren geleden dat de eerste agent van de Nederlandse politie begon te twitteren. Hij inspireerde daarmee Rick de Haan, destijds werkzaam bij de politie in Beverwijk waar hij onder meer de Bazaar en jeugd onder zijn hoede had. ,,Voor ons was Twitter ook in opkomst als middel om met het publiek in contact te komen. En dan niet alleen als zendmiddel – dus om een boodschap over te brengen – maar echt als interactief communicatiemiddel. Met drie wijkagenten zijn we ermee begonnen en toen ging het balletje snel rollen.??

Aanwezig

Rick de Haan kreeg vanuit de eenheidsleiding de taak om vooral wijkagenten en sinds dit jaar ook andere collega?s in de basisteams te trainen in de nieuwe media zoals Twitter en Facebook om daarmee nieuwe informatiebronnen in hun werk aan te boren. Rick de Haan: ,,Via de sociale media is het bijvoorbeeld mogelijk evenementen en publiek te monitoren zonder dat je er zelf fysiek aanwezig bent. Dat kan bij geplande evenementen zoals Bevrijdingspop maar ook bij spontane demonstraties. Sociale media zijn daarbij onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden die een rol kunnen spelen in opsporing. We willen meer blauw op straat maar een deel van de straat is gedigitaliseerd. Wij moeten waakzaam en dienstbaar op de plek waar ons publiek is. Als politie kunnen we dus niet om sociale media heen en daarom zijn mensen als ik aangesteld om te kijken hoe we samenhang in het gebruik ervan kunnen bereiken. We weten dat het gebruik van Facebook in alle lagen gebeurt, Instagram richt zich meer op jongeren en op Twitter zie je het vele zakelijk gebruik zoals door journalisten en bestuurders. Soms moet je alle drie gebruiken, soms moet je kiezen en je moet weten wat de do?s en don’ts zijn van elk medium.??

Tandarts

Sociale media kennen hun valkuilen voor nieuwe gebruikers, zoals de Amsterdamse wijkagent die na een belediging en bedreiging twitterde: ?De wijkagent beledigen, zeg het dan recht in mijn gezicht als je een goede tandarts hebt?. Rick de Haan: ,,De gouden regel is: Wat je op straat niet doet moet je ook online niet doen. Bij twijfel even overleggen, maar negentig procent wordt zonder problemen en controle gepubliceerd.??

Sociale media worden ook gebruikt om ongenuanceerd gal te spuwen en azijn te pissen maar de Facebooksites van de politie worden daar nog redelijk van gevrijwaard. Rick de Haan: ,,De reacties zijn genuanceerder dan op krantensites of GeenStijl. Kritiek leveren op de politie mag, als het maar niet beledigend wordt. Daar reageren we op, in principe via een priv?bericht. Soms hoeven we ook niet te reageren. We wachten meestal even en dan wordt er vaak voor ons stelling genomen door andere gebruikers. Er is een zelfreinigend vermogen dat discussies vaak in ons voordeel oplost.??

Het gebruik van sociale media gaat lijnrecht in tegen de hi?rarchische structuur die de politie-organisatie van oudsher kent. Facebook, Instagram en Twitter ontstaan door netwerken waarvan de deelnemers op gelijke hoogte staan. Rick de Haan: ,,Dan merk je dat vooral de wijkagenten, die al met hun foto in het wijkblaadje staan, voor sociale media open staan. Sommige lagen van de organisatie, zoals bij rechercheafdelingen die zich met ondermijningsonderzoeken bezighouden, zijn veel terughoudender. Dat is begrijpelijk maar voor hun spelen de sociale media een andere rol. Elk mens laat online zijn digitale voetafdruk achter, ook criminelen.??

Webcare

Net als bij andere grote dienstverleners en bedrijven zou de politie ook over moeten gaan tot zogenaamde webcare. Rick de Haan: ,,65 Procent van de wijkagenten twittert maar zijn niet zeven dagen in de week en 24 uur per dag in dienst. Dan moet je bellen als je een melding wil doen, maar dan gaat tijd verloren. Mijn voorstel is dat naast de telefonische ook de online bereikbaarheid bij de politie 24/7 gegarandeerd is. Via sociale media bereiken ons persoonlijkere berichten dan via 0900-8844. Daar vinden andere gesprekken plaats. Verder zie ik wel iets in een digitaal vragenuurtje van de wijkagent en het informeren van het publiek via video?s op Facebook.??

Binnen

Op dit moment beschikt de politie al over Realtime Intelligence Centers (RTIC?s) bij de meldkamers. Bij meldingen, bijvoorbeeld van een straatroof, wordt binnen het opgegeven gebied online gerechercheerd op informatie die op sociale media wordt gezet. Rick de Haan: ,,Dan heb je de eerste verklaringen vaak al binnen.??

Bron: Haarlems Dagblad