Tagarchief: facebook

Afpersers steeds vaker op Facebook

In Dagblad van het Noorden een artikel van Matthijs Sorgdrager over sextortion, een vorm van afpersing?die?vaker op social media voorkomt en bovendien steeds?gerichter plaatsvindt (zgn. spear phishing):

Steeds meer mannen worden gechanteerd met hun eigen naaktfoto’s. Ze denken met een vrouw te webcammen en kleden zich uit, maar achter de profielfoto schuilt een oplichter die geld eist.

De zaak van het Drentse raadslid Noes Solisa staat niet op zichzelf. Oplichters doen zich massaal voor als vrouwen en zorgen ervoor dat mannen hun kleren uittrekken voor de webcam. Dit wordt opgenomen, waarna de beelden online worden gezet, tenzij het slachtoffer betaalt.

Bij de hulporganisatie Helpwanted die zich bezighoudt met seksueel misbruik op internet, kwamen in 2015 zo’n 370 hulpvragen binnen van mannen als Solisa, twee keer zoveel als in 2014. Dergelijke vormen van afpersing heten in jargon ?sextortion‘, een verbastering van extortion het Engelse woord voor afpersing. Het komt niet meer alleen bij jonge meisjes voor, zegt medewerker Talinay Strehl. ?Dit is echt een trend.? Strehl vermoedt dat het gaat om buitenlandse bendes. ?Vaak moet het geld worden overgemaakt naar het buitenland.? Mensen die zich vroeger via spam-mails voordeden als aan lager wal geraakte Saudische prinsen hebben Facebook ontdekt. ?Het is een nieuwe manier van geld verdienen voor oplichters.?

De politie kan weinig met het fenomeen. Veel mannen schamen zich en doen geen aangifte. Een woordvoerder van de politie bevestigt dit. ?Als we meer aangiftes krijgen dan kunnen we er een hogere prioriteit aan geven.?

Strehl raadt slachtoffers aan niet in te gaan op de chantage. ,,We zien in veel gevallen dat oplichters dan niets doen en zich concentreren op een nieuw slachtoffer. Wat we ook vaak zien is dat iemand die heeft betaald vaker wordt afgeperst.?

De zaak van Noes Solisa is voor Strehl niets nieuws. Iemand vindt een foto van een mooi, jong meisje op internet, maakt een account aan op Facebook met die foto en voegt mannen toe. Een enkeling accepteert de uitnodiging en gaat chatten.

Het gesprek krijgt een erotische lading en er wordt voorgesteld om te verhuizen naar Skype waar de gebruikers elkaar kunnen zien en horen via de webcam. De oplichter heeft dit programma echter zo ingesteld dat de slachtoffers niet hem maar een eerder opgenomen filmpje te zien krijgen, bijvoorbeeld van een vrouw die zich uitkleedt.

Wanneer de man uit de kleren gaat neemt de oplichter dit op. Dit filmpje stuurt hij aan het slachtoffer met het verzoek om geld. ?En om te laten zien dat het menens is, stuurt hij soms ook een foto door van de lijst met vrienden die het slachtoffer heeft op Facebook of erger, soms weet hij al waar het slachtoffer werkt.?

Drie manieren om erachter te komen of je te maken hebt met een ?romance scammer?.

Waar komt hij of zij vandaan?

Schermafbeelding0

Dit is het facebookprofiel van iemand voor wie op internet wordt gewaarschuwd. Ken je werkelijk iemand uit Rockville in Amerika of kun je iemand kennen die daar vandaan komt? Vaak is het antwoord nee en heeft diegene geen reden om je toe te voegen als vriend.

Waar komen de vrienden vandaan?

Dit profiel heeft welgeteld veertien vrienden en ze komen uit verschillende landen waaronder Engeland, Roemeni? en Itali?. Dit komt natuurlijk niet vaak voor en de kans is groot dat dit geen echte vrienden zijn maar dat er willekeurige mensen als vriend zijn toegevoegd.

Zoek de foto op

Schermafbeelding

Via bijvoorbeeld www.tineye.com is het mogelijk om afbeeldingen up te loaden. De zoekmachine zoekt vervolgens waar op het internet deze foto nog meer is gebruikt. Een zoekopdracht met bovenstaande profielfoto leer dat de foto op elf andere sitesstaat waarvan de site www.girlznation.com nog een van de nettere is.

Bekijk hieronder nog enkele voorbeelden van profielen die volgens de FacebookgroepGhana Romance Scammers nep zijn.

Grace Arthur
Venelle McCouy
Sarah Quansah

Protest op sociale media steeds vaker in besloten groepen

Uitingen op Facebook en andere sociale media tegen de komst van asielzoekerscentra liegen er niet om. Voorstanders roeren zich overigens ook volop. Toch kan de politie steeds minder uitwassen volgen, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries in Delft. ?Mensen opereren vaker in besloten groepen.??Zo planden de groep mannen die op 9 oktober een tijdelijke noodopvang voor vluchtelingen in Woerden bestormden alles in een WhatsApp-groep.

?Terugtrappen naar Syri? en hopen dat ze geraakt worden door een Russische clusterbom.? ?Eruit met dat tuig.? ?Genoeg is genoeg. Kom in verzet en mail naar [email protected].? Het zijn slechts enkele uitingen die op Facebookpagina?s zijn te vinden. Openbaar welteverstaan. Gegevens van veel personen die zich op grove wijze uiten tegen asielzoekers zijn vaak eenvoudig te achterhalen.

Pagina?s tegen azc?s worden steevast door veel mensen geliked. Opvallend is de pagina ?Geldermalsen zegt nee tegen AZC?, die maar liefst ruim 4700 vrienden heeft. Er staat een groot aantal berichten op de pagina, met name over de gebeurtenissen in Geldermalsen zelf, maar ook over andere plaatsen. De pagina toont oproepen om te protesteren bij de gemeente, bijvoorbeeld door het schrijven van een brief.

?AZC-Alert? heeft een groot aantal pagina?s. De landelijke site springt er uit, met 2600 vrienden. Ook enkele plaatselijke sites doen het goed, zoals de AZC-Alertpagina van Eindhoven, met bijna 2000 vrienden. In sommige plaatsen is er slechts ??n lid: de beheerder van die pagina zelf.

Ook zijn er tal van sites die voor de komst van azc?s zijn. De Facebookpagina ?Asielzoekers welkom in Geldermalsen?, telt 600 vrienden. ?Gouda zegt JA tegen 500 asielzoekers? heeft 2000 vrienden. Op de pagina staan berichten om asielzoekers te steunen.

TNO-onderzoeker De Vries zegt dat de politie steeds meer moeite heeft om berichten op sociale media te volgen. ?De politie kijkt onder meer op YouTube, Facebook en Twitter. Maar als mensen in besloten groepen te werk gaan, wordt het moeilijker om hen in de gaten te houden.? Wel kan de politie infiltreren in besloten kringen, maar daarvoor is een speciale bevoegdheid nodig.

Een van de redenen dat mensen niet altijd meer vrijuit onder hun eigen naam hun mening verkondigen, is dat steeds meer bedrijven en overheden meekijken. ?Bedrijven kijken of jouw uitingen op sociale media niet schadelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Dat kan ertoe leiden dat mensen worden ontslagen of dat mensen niet worden aangenomen.?

De politie probeert via onder meer monitoringssoftware uit te zoeken of bedreigingen ernstig genoeg zijn om in te grijpen. Toch blijft ook de inzet van mensen nodig, omdat computers niet altijd doorhebben wanneer teksten cynisch bedoeld zijn.

De Vries noemt het een voordeel dat er inmiddels zo?n 2000 twitterende wijkagenten zijn. Zij bekijken de digitale gedragingen van mensen in hun omgeving, maar proberen volgens de onderzoeker ook uitwassen in de kiem te smoren door via Twitter te reageren. Toch zijn er de afgelopen tijd meerdere keren protesten uit de hand gelopen, onder andere tegen azc?s in Geldermalsen en Heesch. De Vries geeft aan dat het niet altijd eenvoudig is om te interpreteren wat er gaat gebeuren. ?Vaak wordt er pas ingegrepen als er al sprake is van een incident. Een incident voorkomen is veel moeilijker.?

Bron: Reformatorisch Dagblad

Vuurwerk monitoring: Jacht op hinder

Met een geluiddectieysysteem, het monitoren van Twitter en Facebook en een mobiel vuurwerkteam dat surveilleert door de stad, moet de vuurwerkoverlast dit jaar worden teruggedrongen. De gemeente Utrecht zet alles op alles om vuurwerkhinder een halt toe te roepen. Dat blijkt na een dagje meedraaien in de meldkamer en een avond op de fiets nog lastig genoeg.

Anil, Mandy en Joeri staan te wachten voor een rood stoplicht in de Van Hoornekade, Zuilen. Het is tot nu toe een rustige dienst voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente Utrecht. Het trio is samen met een ander team deze avond op pad in Utrecht om te surveilleren en op overlastmeldingen af te gaan.Het licht is nog steeds rood als plots, aan de overkant van de drukke Marnixlaan, een harde knal klinkt. Onmiddellijk spieden de drie met hun ogen de overkant af. Waar is de afsteker heen? Hoe groot is de rookwolk die ervan afkomt? Is dat illegaal vuurwerk? Omdat de boa’s zich aan de verkeersregels moeten houden is dat het enige, dat ze kunnen doen. Als het licht op groen springt, schieten de drie weg, als ware de Tour de France voor heel even terug is in de stad.boa

De opsporingsambtenaren Anil, Mandy en Joeri overleggen met teamleader Geurts over het plan van aanpak.?

Helaas, een ‘heterdaadje’ zit er niet meer in. De bikers zijn te laat. Wat de drie nog kunnen doen, is een melding maken die zowel bij de gemeente meldkamer als bij de politie voorbijkomt. ,,Het kan zijn dat op basis daarvan de politie hier nog even langs komt en bij een paar woningen aanbelt. Dat maakt hopelijk genoeg indruk op die jochies, zodat ze niet nog een keer met vuurwerk gooien,” zegt Joeri.

De melding die het vuurwerkteam net heeft gemaakt komt binnen in de meldkamer op de dertiende verdieping van het Stadskantoor. Daar zitten drie operators te turen naar een aantal schermen, waarop kaarten van de stad zijn geprojecteerd.

media_l_3486358
Op de centrale in het Stadskantoor komen alle meldingen binnen en worden de vuurwerkteams aangestuurd.

Aansturen
Op die kaarten is goed te zien waar de vuurwerkoverlast zich concentreert. ,,Op die manier kunnen we onze mensen op straat goed en snel aansturen,” zegt teamleider Alex Geurts.

,,We hebben vooraf een aantal locaties aanegewezen waar op basis van eerdere meldingen de meeste overlast valt te verwachten. Dat zijn de hotspots. Op de kaarten kunnen we zien of de overlast zich verplaatst van die hotspots naar andere plekken in de stad. En als dat gebeurt kunnen we daar ook onze inzet op straat meteen op aanpassen.”

Dagelijks komen de mannen en vrouwen, die de vuurwerkoverlast tegen moeten gaan, bij elkaar voor een korte briefing. Daarin worden ze – iedere dag opnieuw – bijgepraat over de gevaren van vuurwerk en wat te doen als ze op een grote partij illegaal vuurwerk stuiten. Tassen gevuld met legaal vuurwerk tot 25 kilo mogen de boa’s zelf vervoeren, grotere partijen en illegaal vuurwerk zijn voor de politie. ,,We blijven het erin stampen, want de veiligheid van onze mensen is erg belangrijk,” zegt Geurts. ,,Iedere dag opnieuw het zelfde praatje.”

In de briefing komen ook de resultaten en de meldingen van de voorgaande dagen voorbij. Samenmet de mensen die de straat opgaan wordt besproken welke plekken in de stad nog eens extra bezocht kunnen worden.

“Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn” -?Teamleider Alex Geurts

Geluiddetectie
Ook maakt de gemeente dit jaar voor het eerst gebruik van een geluiddectiesysteem. Op verschillende plekken in de stad zijn er microfoons geplaatst die harde knallen opnemen. ,,Het systeem meet hoe hard die knal is. En als het echt hard is, duidt dat vaak op illegaal vuurwerk. Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn,” zegt teamleider Geurts. Waar die microfoons hangen wil de gemeente om tactische redenen niet kwijt.Daarbij komt dit jaar dat ook social media zoals Facebook, Twitter en Instagram nadrukkelijk worden afgezocht.Abdullah Pehlivan, die daarmee is belast, vertelt dat er via een groot aantal zoektermen gezocht kan worden op welke plekken mensen overlast ervaren. Ook zijn er jongeren die er foto’s en filmpjes plaatsen van ontploffend vuurwerk. ,,Het is een experiment en het kan ondersteunend werken aan alles wat we hier al doen,” aldus Pehlivan.

Terug naar de straat, waar Anil, Mandy en Joeri inmiddels door Overvecht fietsen. Dit is een van de wijken die vooraf als hotspot is aangemerkt en waar veel overlast verwacht wordt. Er is geen steegje of pleintje dat de bikers overslaan. En stuiten ze op een groepje hangjongeren, dan gaan ze een praatje aan.

,,Het is belangrijk dat we ons even laten zien,” verduidelijkt Mandy, terwijl ze stevig doortrapt. ,,Sinds 10 december zijn we iedere middag en avond op straat te vinden. Ze weten dat ze in de gaten gehouden worden.”

?”We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten” -?Opsporingsambtenaar Joeri

Nooit op tijd
Is de aanpak succesvol? Dat moet nog blijken, oudejaarsdag is pas over ruim een week. En hoewel de bikers strak worden aangestuurd en snel kunnen reageren, zijn ze vrijwel nooit op tijd en zijn de daders alweer weg.

Bovendien zijn er slechts zes bikers actief, op een stad die ruim 300.000 inwoners kent. ,,Dat is wel eens frustrerend,” zegt Joeri. ,,We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten.”

,,En”, zegt hij, ,,het is goed voor de conditie. ,,We fietsen zo’n 45 kilometer per dag.”

Bronnen: AD, TaxiPrijzenUtrecht

 

Social Media Spear Phishing

Geeta_Bijsterbosch_0

Een nepprofiel op Facebook?? Facebook

Facebook-vriend blijkt hacker

Krijg jij de laatste tijd ook steeds vaker vreemde vriendschapsverzoeken op Facebook van knappe vrijgezelle vrouwen of mannen, die jou graag willen leren kennen? Pas dan maar op, want het gaat hier om ‘spear phishing’.

De kans is vrij groot dat die onbekende dame of jongeman op Facebook eigenlijk een crimineel is, die op jouw geld uit is. Internetcriminelen zoeken steeds naar nieuwe manieren om geld te verdienen door ons op te lichten.

Gerichte acties
“De ouderwetse phishingmails en spam werken niet meer”, zegt Pim Takkenberg, cybersecurity-expert van TNO. Daar trappen we niet meer in. Daarom proberen de criminelen het nu met gerichte acties, ‘spear phishing’ genoemd. “Phishing is uit, spear phishing is in.”

“Criminelen sturen mensen nu heel specifiek een mail waarbij software wordt ge?nstalleerd. Die mail is vaak helemaal op jou toegespitst”, zegt Takkenberg. “En op Facebook proberen ze je vriend te worden, zodat ze toegang krijgen tot jouw vriendengroep, wat hen veel info oplevert. Maar ook zodat ze met je kunnen chatten en een link kunnen sturen, waarmee dan weer software wordt ge?nstalleerd.”

Tips
Hoe voorkom je dat de cybercriminelen jou te grazen nemen? “Allereerst door nooit zomaar een vreemd vriendschapsverzoek te accepteren”, zegt socialmedia-expert Jeroen Bertrams. “Ze misbruiken zo’n Facebook-vriendschap vaak voor datingfraude, om producten te verkopen of om een linkje naar je te sturen met schadelijk software.”

Zijn belangrijkste advies is dus: druk niet gelijk op ja als een knappe vrouw of man vrienden wil worden op Facebook. “Kijk eerst goed naar het profiel van zo iemand. Bestaat het profiel al lang? Wordt er Nederlands op zijn of haar profiel gesproken? En: heb je gemeenschappelijke vrienden of is het een totaal onbekende? Trap er niet in!”

Bronnen: RTL Nieuws

Oproep op Facebook om buren te vermoorden

fb2

Dreigingen via social media zijn geen nieuws meer. Zo hoorden?we al lange tijd geleden dat er naar schatting zo’n 35.000 doodsbedreigingen per dag op alleen al Twitter langskomen. Natuurlijk is veruit het grootste deel onschuldig en uit context geplaatst, maar toch. Soms komen er berichten langs die wat serieuzer genomen dienen te worden, of de schijn daarvan hebben. Zo plaatste een man uit Amsterdam onlangs op Facebook een oproep gedaan om zijn buurvrouw en een vriend van haar te doden.??Ik heb nog ??n verlangen in dit leven: dit duivelsgebroed uit te roeien?, schrijft hij op zijn Facebookpagina. ?Ieder hoofdstuk is mij tienduizend euro waard.?? Hij?heeft op Facebook aangekondigd een ‘gegarandeerde beloning’ van 20.000 euro klaar te hebben liggen voor wie zijn buurvrouw en haar vriend om het leven brengt. Ook schrijft hij: “Iedereen mag mee komen helpen. (?) Als ik maar het genoegen heb eigenhandig de lichtjes uit te doen.??De oproep volgt op een jarenlange burenruzie waarin beide partijen elkaar beschuldigen van overlast en intimidatie, schrijft?De Telegraaf.?De recherche?onderzoekt de oproep op Facebook?en een wijkagent probeert te?bemiddelen in het conflict.

De burenruzie in een appartementencomplex aan het IJ begon zes jaar geleden toen de vrouw zich beklaagde over de honden van haar buurman.?Woningbouwcorporatie Ymere heeft beide partijen een andere woning aangeboden, maar ze weigeren te vertrekken. Ymere is een procedure gestart om de vrouw uit haar woning te zetten, omdat omwonenden vooral last van haar hebben.?De politie zegt daarvan op de hoogte te zijn. “De wijkagent is er al lange tijd zoet mee”, zegt een woordvoerder tegen RTL Nieuws.?”De betrokkenen doen over en weer aangifte tegen elkaar van vernieling, bedreiging en mishandeling. We hebben van deze Facebook-bedreiging ook een aangifte binnen. De recherche doet er onderzoek naar.”?Volgens de politie komt dit soort conflicten ‘gelukkig’ niet veel voor in Amsterdam.

Bronnen: De Telegraaf, NOS, RTL.

 

Klopjacht op paardenbeul

paardenbeul

Ee tijd geleden?nog het Drentse Paterswolde, maar nu weer in het Limburgse Helden slaat de paardenbeul weer toe.?De politie is met een speciaal team al bijna twee?jaar op zoek naar degene die paarden verminkt. Een speciaal politieteam maakt jacht op de paardenbeul. ‘Dit gaat niet zomaar stoppen, dus we moeten de dader of daders zien te pakken’, zegt woordvoerder Paul Heidanus. Het team weet nog niet of er ??n dader is, of meerdere, omdat van Groningen tot Brabant paarden zijn getroffen. Daarom kunnen er ook copycats actief zijn. ‘We koppelen alle zaken, in de hoop deze serie-aanvallen te be?indigen.’

Psycholoog Marie-Jos? Enders vreest dat een arrestatie de enige wijze is om de reeks bij tachtig paarden te laten stoppen. ‘Dit gaat niet zomaar ophouden en je moet ook vrezen voor de veiligheid van de mensen in de omgeving van zo’n dader,’ zegt zij. ‘We weten wel dat dierenmishandeling nooit op zichzelf staat en er vaak een relatie is met andere vormen van geweld, zoals huiselijk geweld. Daders van schietpartijen op Amerikaanse scholen hadden meestal eerder dieren gemarteld.’

We beschreven eerder voorbeelden van dierenmishandeling?in het misdaad ABC waarbij social media werd ingezet tegen misstanden. Hond Argos, de ponypletter, het baasje dat zijn?hond in een tas in het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen dumpte , een?gedood geitje of het arme?katje dat in de magnetron werd gefilmd.

Aandacht voor een paardenbeul was er toen ook al, maar die aandacht is bepaald niet verslapt sinds dien. Nog altijd zijn er een of meerdere paardenmishandelaars actief. Toch?zit de politie met een dillema door?het oprichten van burgerwachten en verspreiding van foto’s van de mogelijke ‘paardenbeul’. Het gevaar voor eigenrichting lijkt groot.
Paardenliefhebbers bundelen de krachten in de strijd tegen de?paardenbeul?die een spoor van mishandelingen achter heeft gelaten. Een burgerwacht moet uitkomst bieden. ‘Ik vind niet dat een burgerwacht te ver gaat’, vertelt Henk ten Napel van Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren. ‘De politie kan moeilijk bij elk weiland iemand neerzetten om deze te bewaken.’

De mishandeling van al meer bijna 100?(!)?paarden in Groningen, Drenthe, Gelderland, Brabant en Noord-Holland doet de emoties hoog oplopen. Op sociale media circuleren inmiddels meerdere foto’s van personen die verantwoordelijk zouden zijn voor de mishandelingen.

De kans dat een foto geplaatst wordt van iemand die niets met de mishandelingen te maken heeft, is groot. Met alle gevolgen van dien. Het gebeurde vorige week al.?Op sociale media circuleerde een foto van iemand die werd omschreven als ‘de paardenbeul’. E?n van de mensen die de foto op Facebook plaatste komt uit Smilde. Een internetmedium zette de foto onlangs online.
,,De betreffende foto is gemaakt in Duisburg. En de man die er op staat heeft niets met de paardenmishandelingen te maken”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus.

De Facebook-pagina Stop de Paardenbeul telt meer dan 30.000 ‘likes’. Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren heeft een beloning van 10.000 euro uitgeloofd voor de gouden tip, die leidt tot de aanhouding van de ‘paardenbeul’. Particulieren hebben het bedrag met 3000 euro verhoogd.

Heidanus: ,,Dierenmishandeling roept altijd veel emoties op. Wij waarderen de betrokkenheid van mensen die met allerlei initiatieven komen enorm. Aan de ene kant hebben we de oplettende mensen ook nodig om ons te helpen de paardenmishandelaars op de sporen. Aan de andere kant kan het enthousiasme en de boosheid leiden tot eigenrichting”, schetst de politiewoordvoerder het dilemma.
De politie doet een oproep aan burgers die denken nuttige informatie te kunnen verstrekken over de paardenmishandelaar of -mishandelaars zich te melden.

Drone moet paardenbeul stoppen

Een landelijke burgerwacht moet de oplossing zijn om de paardenbeul, of paardenbeulen, te pakken. Hierbij zullen ook drones ingezet worden.?Dit plan is bedacht door de Enschede?r Henk ten Napel, de voorzitter van de stichting Zinloos geweld tegen dieren. Met de inzet van drones kan doelgericht in het buitengebied worden gesurveilleerd.



Bronnen:?Nu.nl, NOS (1,2), AD (1,2,3), Telegraaf,?Dagblad van het Noorden (za 6 sept 2014).

Het Facebook profiel van een moordenaar

fb2

Onderzoekers van Birmingham City University hebben zes typen moordenaars onderscheiden die Facebook gebruikten om misdaden te plegen. Het is een van de eerste studies over wat?social media?zegt over crimineel gedrag en hoe het dit kan be?nvloeden.

Dr Elizabeth Yardley en Prof. David Wilson, van het centrum van toegepaste criminologie, analyseerden diverse moorden?waarbij Facebook was vermeld als een belangrijke factor. Ze vonden 48 moorden uit de hele wereld, waaronder die van Wayne Forrester, een vrachtwagen chauffeur die zijn vrouw?Emma in 2008 vermoorde na het lezen van de?Facebook-berichten van zijn vrouw. In de berichten beweerde ze dat ze was gescheiden en andere mensen wilde ontmoeten .

De wetenschappers?identificeerden 6 soorten moordenaars: de reactor, informant, antagonist, fantast, jager?en bedrieger.

1. De reactor ziet iets op Facebook, is woedend en reageert heftig, ‘vaak met dodelijk geweld’;

2. De informant gebruikt Facebook om anderen zijn of haar beoogde moordplannen te delen;

3. De antagonist houdt zich bezig met vijandige berichten die?op Facebook kunnen escaleren met vaak fatale gevolgen;

4. De fantast ziet slechts?een vage grens tussen realiteit en virtuele zaken?en het doden van iemand kan een leugen realiteit maken of juist voorkomen dat het waar wordt;

5. De jager?cre?ert en gebruikt?nep Facebook profielen om met het slachtoffer een echte ontmoeting te organiseren;

6. De bedrieger stuurt berichten?in naam van iemand anders en kan?het slachtoffer op deze manier?be?nvloeden of een uniek inkijkje krijgen in diens leven.

LaShanda Armstrong, een voorbeeld van een informant, vroeg om vergiffenis op haar Facebook-pagina na ruzie met haar partner toeb ze?de rivier de Hudson inreedt en zichzelf en haar drie kinderen ombracht. Ze had geplaatst: “Het spijt me iedereen, ik vraag om vergiffenis voor wat ik ga doen … Dit is?het!!!”

Yardley, hoofdonderzoeker, zei dat zij en haar collega wilden zien of moorden waarin Facebook en rol speelde anders waren dan andere moorden. Zij vonden dat dit over het algemeen niet het geval was – de slachtoffers kenden hun moordenaars in de meeste gevallen en de misdaden bevestigden?wat ze al wisten over deze vorm van criminaliteit. Maar verschillen waren er ook: de leeftijd van de slachtoffers en de daders was relatief laag; vrouwen waren oververtegenwoordigd als slachtoffer; er was een relatief groot aandeel van moord-zelfmoord; en degenen die betrokken waren?bij moorden konden niet allemaal worden omschreven als doorsnee mensen.

Yardley zei dat ze niet geloven dat social media verantwoordelijk gehouden kan worden voor de misdaden en in hun stuk geven ze blijk van een?afkeer van de term “Facebook-moord”.?”We concluderen dat de term ‘Facebook-moord’ niet zinvol is voor criminologen die onderzoek doen naar de?rol van social media?in hedendaagse moorden,” zeiden ze.?Yardley voegde eraan toe dat er niets inherent slechts is aan social media. “Facebook heeft niet de?schuld van deze moorden, net zo min als een mes verantwoordelijk is voor een steekpartij. We moeten ons veel meer verdiepen in de intenties die mensen met deze middelen hebben. ”

 

Bronnen: The Guardian

Rapport Project X Haren revisited

Onderstaand artikel van Peter Vasterman en Huub Wijfjes verscheen in Tijdschrift voor Communicatiewetenschap?en is een?kritische beschouwing over het onderzoek naar media in de?Facebook-rellen van september 2012.

Inleiding
Op 8 maart 2013 verscheen het rapport van een commissie onder leiding van?Job Cohen die, in opdracht van de Groningse gemeente Haren, had onderzocht hoe?ogenschijnlijk onschuldige gebeurtenissen in Haren op 21 september 2012 konden?uitmonden in rellen, plunderingen en gewelddadige confrontaties tussen jongeren?en de politie. Na de presentatie van het rapport Twee werelden. You only live once?? voorzien van drie deelrapporten over de rol van de overheden, de media en de?jeugdcultuur ? trokken de politiek-bestuurlijke kanten de meeste aandacht. Ze hadden?ook de grootste consequenties. Burgemeester van Haren Rob Bats trad enkele?dagen na de presentatie af en het regionale politiekorps nam maatregelen ter verbetering
van het handelen bij eventuele toekomstige rellen.

Daarmee leek de kous af. Maar de rapportage inspireerde ook debatten in professionele?en wetenschappelijke kringen over verschillende deelonderwerpen. E?n daarvan?is de rol van media, een onderwerp waarbij in het bijzonder de interactie van de?traditionele en de nieuwe sociale media in de belangstelling staat.1 Bij het hoofdrapport?was een deelrapport, De weg naar Haren, gevoegd dat deze rol van media en?communicatie centraal stelde, terwijl in het deelrapport over jeugdcultuur, Hoe Dionysos?in Haren verscheen, ook een en ander aan de orde kwam over de plaats en functie?van media in deze cultuur.

Het functioneren van media werd al in de directe nasleep van de rellen stevig bediscussieerd,?zoals de rol van media altijd wel op een of andere manier aan de orde?komt na afloop van ernstige ongeregeldheden of grote maatschappelijke onrust. Dat?effect was hier ook te zien, mede omdat de rellen in Haren hun oorsprong en motor?leken te vinden in de omgeving van de zogenoemde ?sociale media?, waarvan het?gebruik en de betekenis bepaald nog niet solide in kaart zijn gebracht. De rellen in?Haren staan dan ook bekend als de ?Facebook-rellen?, een verwijzing naar het openbaar?plaatsen van een oproep op Facebook op 6 september om de verjaardag van het?16-jarige meisje Merthe te gaan vieren in haar woonplaats Haren. Het was een?oproep die in de sociale media al snel werd ge?dentificeerd als een Nederlands Project?X-feest en vervolgens gekaapt door anonieme internetgebruikers. Op deze?gekaapte Project X-Facebookpagina gaven na twee weken meer dan 30.000 bezoekers?aan naar Haren te komen voor het feestje. Dat werden er uiteindelijk zo?n?5.000, met gevolgen die uitvoerig staan beschreven in het hoofdrapport Twee werelden.

Een belangrijke conclusie van het hoofdrapport was dat jongeren zich ?via een breed?palet aan communicatiemiddelen organiseerden, met Facebook als centraal platform,?en dat het feest door massamedia op de agenda werd gezet?. Die agendasetting?leidde tot acties bij de gemeenten en de politie, maar uiteindelijk ook tot verdere?mobilisatie van jongeren die al een bezoek overwogen (Twee werelden, p. 10 en?13). Deze uitspraak lijkt te contrasteren met de conclusies uit het deelrapport over?media dat ?de rol van massamedia niet doorslaggevend was?, maar dat die gevestigde
media zoals krant, radio en televisie ?juist reageerden op een ontwikkeling binnen?de sociale media? (De weg naar Haren, p. 120). Dit wijkt ook af van de conclusie in?het deelrapport over de jeugdcultuur van het onderzoeksteam onder leiding van de?socioloog Gabri?l van den Brink dat ?een minder opgewonden berichtgeving bij traditionele?media? de mobilisatie die via sociale media onder jongeren gaande was had?kunnen verminderen (Hoe Dionysos in Haren verscheen, p. 138).

De ogenschijnlijke verdeeldheid in de commissie bij de interpretatie van verschillende?onderzoekingen, roept de vraag op hoe het onderzoek naar de rol van media?in Project X Haren, met name ook de interactie van traditionele en sociale media,?inhoud en vorm is gegeven.

Onderzoekstraditie mobilisatie en media
Het onderzoek naar Project X Haren past in een lange traditie van onderzoek naar?de rol van de media bij grootschalige ordeverstoringen en de mobilisatieprocessen?die eraan voorafgaan. Vooral in en na de jaren zestig van de vorige eeuw was de?focus gericht op de manier waarop de media de schijnwerpers richtten op en zo?mede vormgevers werden van nieuwe protestbewegingen of subculturen. Dat?leverde verschillende klassiekers op zoals de studies van Halloran, Elliott en Murdock?(1970) en Gitlin (1980). Baanbrekend was ook Folk devils and moral panics:?the creation of the Mods and Rockers uit 1972, het begin van de onderzoekstraditie?rond moral panics, een typering die overigens naadloos valt toe te passen op de maatschappelijke?reactie na afloop van de Haren-rellen (Cohen, 1972).

In deze sociologische en communicatiewetenschappelijke onderzoekingen kregen?de media een centrale rol toebedeeld bij maatschappelijke escalatieprocessen. Door?er op een stereotiepe manier verslag van te doen ? het centrale frame was gericht op?mogelijke ordeverstoringen ?, wakkerden ze niet alleen de verontrusting aan, maar?be?nvloedden ze ook het gedrag van de vermeende folk devils, die zich juist gingen?vastbijten in hun afwijkend gedrag. Dat proces staat in de criminologie al jaren?bekend als ?deviancy amplification spiral?: de maatschappelijke reactie op het afwijkend
gedrag zorgt juist voor polarisatie en escalatie (O?Brien & Yar, 2008).

Een belangrijke, maar helaas wat onderbelicht gebleven studie in Nederland is het?onderzoek dat de Leidse sociologen Van de Beek, Engbersen en Van der Veen?(1983) deden naar de rol van media bij de rellen rond de inhuldiging van koningin?Beatrix in Amsterdam in april 1980. Op basis van inhoudsanalyse van berichtgeving?in verschillende massamedia en interviews met journalisten legden zij het ?journalistieke?regelsysteem? bloot waarin objectiviteit en feitelijkheid bij de meeste media?weliswaar de basisprincipes waren, maar waarin ideologische voorkeuren van sommige?bij de rellen aanwezige verslaggevers de berichtgeving bepaalden (Van de Beek?et al., 1983). Links ge?ngageerde media zoals VARA, Radio Stad en de Volkskrant die?min of meer de kant kozen van de krakers en de relschoppers, werden achteraf door?autoriteiten (en de ?rechtse? media) aangewezen als een voorname oorzaak van de?escalatie van het geweld (Van de Beek et al., 1983; Wijfjes, 2009, p. 418-425).

In al deze studies lag de nadruk op de zichtbare rol van de media en ontbrak onderzoek?naar de sociale component: wat speelde zich allemaal af in die groepen en subculturen?die betrokken waren bij deze mobilisatie en ordeverstoringen? Tegenwoordig?is daar dankzij de sociale media zoals Facebook en Twitter veel meer zicht op.?Wat vroeger binnenskamers of in de wandelgangen speelde, is tegenwoordig op de?voet te volgen in het openbare domein van de sociale media. Sterker nog, de sociale?media lijken een belangrijk instrument voor sociale mobilisatie geworden. De niethi?rarchische?structuur, het open en internationale karakter en de snelle verbindingen?tussen verschillende netwerken maken die processen makkelijker en groter.?Dat bleek bijvoorbeeld uit het onderzoek naar de onverwachte rellen in een groot?aantal Engelse steden in de zomer van 2011 (House of Commons Home Affairs?Committee, 2011; Baker, 2011). De vroegere studies over demonstraties waren volgens?Cottle (2008) opvallend zwijgzaam over de dynamiek achter de schermen en?concentreerden zich (net zoals de media in hun berichtgeving) vooral op het zichtbare
visuele spektakel van rellen en demonstraties.

Inmiddels is het bestuderen van de mobiliserende werking van de online sociale?netwerken een aparte onderzoekstak geworden rond begrippen als ?information cascades??(Lemieux, 2004), ?availability cascades? (Kuran & Sunstein, 1999), ?tipping?points? (Gladwell, 2001) en ?critical mass? (Marwell & Oliver, 1993). Dat onderzoek?belicht de rol van media bij omslagmomenten in een sociaal systeem waarbij een?zelfversterkend proces ontstaat, zoals bij een echte epidemie (Gonz?lez-Baillon e.a.,?2011). De analogie met epidemische verspreiding van ziektes is geen toeval, want
veel van deze begrippen zijn ontleend aan onderzoek naar bijvoorbeeld complexe?ecosystemen waarin kleine verstoringen grote gevolgen kunnen hebben voor ?critical?transitions? (Scheffer, 2009).

Ook in de sociale wetenschappen hebben deze complexiteitstheorie?n opgang?gedaan, al zijn sociale systemen nog veel onvoorspelbaarder dan ecosystemen. Een?belangrijk uitgangspunt is dat er geen lineaire oorzaak- en gevolgketen is, maar dat?de verschillende zelfsturende componenten of (reflecterende) actoren in het?systeem voortdurend op elkaar reageren. Daarbij kunnen nieuwe macropatronen?ontstaan die weer als feedback het systeem ingaan en zelfversterkende processen?veroorzaken tot er een nieuw (tijdelijk) evenwicht ontstaat (Waldherr, 2012, 2014).?Binnen lineaire systemen zijn oorzaak en gevolg proportioneel, maar in complexe?systemen kunnen kleine gebeurtenissen disproportionele gevolgen opleveren. Dit?zijn onvoorspelbare processen, maar onderzoekers kunnen wel de patronen?beschrijven die leiden tot omslagpunten en zelfversterkende processen, bijvoorbeeld?door mediagebruik in communicatienetwerken (Aarts, Steuten & Van Woerkum,?2014).

In het licht van deze theorievorming is de rapportage van de commissie-Cohen?belangwekkend, want de aanloop naar Haren valt te bezien als een complex systeem?met interacties tussen zowel de verschillende actoren als tussen de online en offline?wereld.

Met inachtneming van het feit dat het rapport onderdeel uitmaakte van een primair?bestuurskundige evaluatie, kunnen we ons afvragen of de onderzoeken nieuwe?inzichten bieden in dit soort processen die onder bepaalde omstandigheden kunnen?leiden tot grootschalige ordeverstoringen. Leveren de studies nieuwe theorie?n op,?of nieuwe definities van bestaande concepten, zoals het veelvuldig gebruikte begrip??mediahype?? En vooral: wat is de wetenschappelijke kwaliteit van dit onderzoek dat?in dienst stond van de vooral bestuurlijke evaluatieopdracht die de commissie meekreeg?

Het Haren-onderzoek op de snijtafel

Het onderzoek naar de sociale media
Het onderzoek in het deelrapport De weg naar Haren is uitgevoerd door een team?onder leiding van de communicatiewetenschapper professor Jan van Dijk van de?Universiteit Twente. Het bestaat uit deelstudies naar de speelfilm Project X als inspiratiebron?en naar de rol van Facebook, Twitter, YouTube en de massamedia als?informatie- en mobilisatiefactor. Daarnaast zijn jongeren ondervraagd over hun?mediagebruik en hun overwegingen om al dan niet naar Haren te gaan. De vragen?die de commissie-Cohen aan het team van Van Dijk gaf waren ook vrij algemeen
geformuleerd: ?Wat kan gezegd worden over de rol van de sociale media bij de?mobilisatie en actieco?rdinatie?? en ?Op welke wijze interacteren nieuwe en traditionele?media met elkaar??. Het is merkwaardig dat de onderzoekers deze algemene?vragen niet hebben vertaald in concrete, onderzoekbare deelvragen. Ze melden?alleen dat de interactie tussen de verschillende media en hoofdrolspelers (bezoekers,?autoriteiten en ouders) centraal staat. Iedere deelanalyse is voornamelijk beschrijvend?van aard, zoals het hoofdstuk over de speelfilm Project X waarin de vraag wordt
opgeworpen (maar niet beantwoord) of er sprake is van een soort virale besmetting?of van imitatiegedrag onder jongeren.

Ook het hoofdstuk over de online mobilisatie op Facebook begint beschrijvend met?Merthe die op 6 september haar vrienden uitnodigt voor een sweet sixteen party en?de optie ?openbaar? aanklikt. Voor de analyse van wat er vervolgens op Facebook en?Twitter gebeurde, maakten de onderzoekers gebruik van twee databases met?52.227 Facebookberichten en ruim 500.000 Twitterberichten.

De vraagstellingen die bij de analyse zijn gehanteerd zijn wederom beschrijvend van?aard: ?Hoe verloopt het berichtenverkeer en het aantal aanmeldingen in de loop van?de tijd? Kunnen bepaalde groepen worden onderscheiden? Hoe ontwikkelt zich het?netwerk in de loop van de tijd? (?) Wat is bijvoorbeeld de rol van de massamedia en?de sociale media zelf geweest??

Een theoretische inbedding ontbreekt, waardoor niet duidelijk is wat de antwoorden?op deze vragen zouden kunnen betekenen. Als er bepaalde groepen zijn te onderscheiden,?wat zegt dat dan? En bij de vraag ?hoe het netwerk zich ontwikkelt?: welke?kanten zou dat dan op kunnen gaan? Gaat het om een ontwikkeling vanuit een centrummodel?of een model met veel zelfstandige nieuwe kernen? Door het ontbreken?van waarom-vragen blijft het onderzoek beschrijvend.

Het eerste deel van het onderzoek is gebaseerd op het tellen van het aantal Facebookberichten?per dag, per bezoeker en per groep. Dat levert een aantal grafieken op?(zoals Figuur 3.2 die hier als Figuur 1 is weergegeven) waaruit volgens de onderzoekers?zou moeten blijken dat het aantal Facebookberichten al op maandag 17 september, de dag v??r de massamedia aandacht gingen besteden aan Haren, sterk?toenam.

Px01

Figuur 1. Figuur 3.2 uit De weg naar Haren, p. 22

Deze lijngrafiek wekt de indruk dat er een stijging plaats vindt van maandag op?dinsdag, maar als de gegevens uit de door de onderzoekers gebruikte database in?een staafdiagram worden weergegeven, wordt duidelijk dat de explosie pas komt op?dinsdagmiddag, direct na de start van de media-aandacht, waar overigens veel?bezoekers in tal van berichten op sociale media melding van maken.

px02
Figuur 2. Aantal Facebookberichten per dag, 9 tot en met 21 september

Dat komt nog duidelijker naar voren als de berichten op dinsdag per uur in beeld?worden gebracht, zoals in figuur 3.

px03
Figuur 3. Aantal Facebookberichten per uur op dinsdag 18 september 2012

Op maandag 17 september waren er inderdaad meer berichten dan op de dagen?daarvoor, namelijk 615 berichten, tegen daarvoor tussen de 100 en de 200. Maar de?grote toename komt pas op dinsdagmiddag nadat de massamedia er aandacht aan?hebben besteed. Binnen enkele uren verschijnen maar liefst 5949 berichten;?tien keer zoveel. Die stroom komt pas eind van de middag op gang wanneer er soms?in een uur tijd meer dan 800 berichten worden gepost. Het is onduidelijk waarom?de onderzoekers deze explosie van berichten niet als het grote omslagpunt beschouwen.
Tot ?s middags 18 september heeft de Project X-pagina nog maar 720 bezoekers?gehad die een bericht hebben achtergelaten, maar die middag en avond komen?er 1696 nieuwe bezoekers bij tegen 201 op maandag 17 september.

Volgens het rapport is echter op maandag 17 september al de zogenoemde ?kritieke?massa? bereikt op Facebook, een omslagmoment waarop het proces ?als het ware
vanzelf gaat lopen?. Helaas geven de onderzoekers geen definitie van dat omslagpunt?en geen criteria voor het vaststellen ervan. In een voetnoot melden ze: ?Een kritieke?massa wordt gevormd bij een niet exact aan te duiden omslagpunt in het aantal?aanmeldingen, verbindingen of andere deelnemingen. Op dit punt vindt in elk?geval een duidelijke versnelling plaats? (De weg naar Haren, p. 27, noot 15). Het gaat?dus blijkbaar niet om het aantal aanmeldingen maar om een ?versnelling?. Maar niet?duidelijk is hoe ?snel? die ?versnelling? dan moet zijn en wanneer het dan ?vanzelf?gaat lopen?. Gezien het verloop van het aantal berichten ligt eerder de conclusie voor?de hand dat het grote omslagpunt plaatsvindt op het moment waarop de massamedia?aandacht gaan besteden aan het Project X-feestje. Daarmee is niet gezegd dat?de massamedia doorslaggevend waren ? er was immers al een zelfversterkend proces?gaande online ? maar wel dat hier een belangrijk tipping point was bereikt.

Naast het kwantificeren en classificeren van de berichten en de bezoekers op de?Facebookpagina is ook een ?netwerkanalyse? uitgevoerd om na te gaan ?of bepaalde
groepen (of zelfs individuen) een cruciale rol hebben gespeeld in het proces?. Dit?levert een kleurrijke figuur op van de ontwikkeling van het netwerk, die in videoanimatievorm?tijdens de persconferentie van de commissie-Cohen op 8 maart 2013?werd vertoond (Videoverslag persconferentie commissie-Cohen 8 maart 2013). Maar?deze figuur biedt feitelijk geen antwoord op de onderzoeksvraag (De weg naar?Haren, p. 26, figuur 3.7). De onderzoekers zeggen geen onderscheid te kunnen?maken tussen ?verschillende clusters van mensen doordat de verbondenheid binnen
het netwerk zeer groot is.? Volgens de Tilburgse socioloog Rense Corten, specialist?in netwerkanalyse, zijn wel degelijk kwantitatieve methoden beschikbaar om dergelijke?clusters op te sporen. Dan zou misschien ook de structuur van het netwerk?beter in beeld komen, want het is van belang om te weten of zich nieuwe knooppunten?ontwikkelen los van het centrum, bijvoorbeeld onder invloed van mediaberichtgeving.?Volgens Corten blijkt uit de netwerkanalyse niet dat er sprake is van?een kritieke massa: ?het enige dat we zien is dat op een bepaald moment het aantal
berichten sterk toeneemt. Of dit komt door de interne dynamiek van het proces of?door externe factoren kunnen we in de plaatjes helemaal niet zien? (Corten, 2013).

De algemene conclusie van het rapport dat er al een kritieke massa op Facebook?bestond voordat de massamedia aandacht gaven, wordt dus niet overtuigend door de?onderzoeksresultaten ondersteund.

Het onderzoeksdeel over het Twitterverkeer is nog beschrijvender van aard, hetgeen?vooral blijkt uit het feit dat conclusies aan het eind ontbreken. De beschrijving laat?zien dat het Twitterverkeer pas goed op gang kwam nadat in Haren de rellen waren?uitgebroken.?Het hoofdstuk over YouTube is zeer beperkt en omvat maar ??n pagina in het rapport,?terwijl sommige ?teasers? in de aanloop (er werden maar liefst 564 unieke?video?s over Project X op YouTube geplaatst) meer dan honderdvijftigduizend hits?kregen. Dat deze video?s vooral populair werden nadat de massamedia ernaar hadden?gelinkt, blijft onbesproken. De ?kijkcijfers? van deze video?s waren makkelijk?achteraf op datum te reconstrueren, maar dat is niet gebeurd. De teasers werden?bovendien vele malen op televisie vertoond bij items over Haren voorafgaand aan?21 september. Vooral bij dit onderdeel over YouTube wreekt zich het gebrek aan een?duidelijke vraagstelling en conclusies.

Het onderzoek naar de massamedia
Het onderzoek naar de rol van de massamedia (kranten, radio, televisie) bestaat uit?een inhoudsanalyse van de berichtgeving over Haren in 34 verschillende media en?een serie interviews met ?redactioneel verantwoordelijken? van deze media. In totaal?zijn 1833 uitspraken onderzocht op de teneur (positief of negatief), de inhoud?(?gezellig? versus ?gevaarlijk?) en de aanwezigheid van (de)mobiliserende uitspraken.?Daartoe is gebruik gemaakt van de methoden die zijn ontwikkeld door de Nederlandse?Nieuwsmonitor, die het onderzoek ook uitvoerde. Methodologisch gezien
valt de vraag naar de effecten van de media bij het publiek niet te beantwoorden met?alleen een inhoudsanalyse, daar zou publieksonderzoek voor nodig zijn. De onderzoekers?zijn zich van die beperking bewust en wijzen erop dat ?mobiliserend? of??demobiliserend? geen betrekking heeft op de wijze waarop deze boodschappen worden?ervaren door de ontvangers.

Volgens deze inhoudsanalyse waren de meeste uitspraken (65%) in de massamedia??neutraal?, 21,2% was ?demobiliserend? en 13,6% ?mobiliserend?. Daarnaast bleek dat?de teneur van de berichtgeving ?overwegend positief? was, met uitschieters als de?landelijke popradiostations en het televisieprogramma De Wereld Draait Door.

Helaas blijft onduidelijk hoe de categorie?n precies zijn geoperationaliseerd en?vooral in welke mate de context van een uitspraak bepalend was voor de classificatie.?De percentages met cijfers achter de komma kunnen echter niet verhullen dat het?hanteren van een zeer beperkt aantal brede inhoudscategorie?n een enorme versimpeling?oplevert van de complexe werkelijkheid achter het nieuws.

Beide conclusies zijn tijdens en na de persconferentie over het rapport sterk generaliserend?vertaald in de conclusie dat de massamedia voornamelijk ?neutraal? hebben?bericht over Haren. Voor veel journalisten was dat natuurlijk een hele opluchting,?want het leek hen vrij te pleiten van mogelijk sturende berichtgeving of stemmingmakerij.?Die medeverantwoordelijkheid van de media was ? zoals gebruikelijk bij?excessieve gebeurtenissen ? meteen na de rellen in allerlei discussies aan de orde?gesteld. Over Project X Haren en de media zijn dan ook voor en na maart 2013 verschillende?debatten georganiseerd, een teken dat de journalistiek wil voldoen aan de?hogere eisen die het publiek tegenwoordig aan dergelijke vormen van accountability?hecht (Groenhart, 2013).

Maar al die debatten stonden alle tamelijk los van de inhoudsanalyses die bij het?rapport van de commissie-Cohen zijn gevoegd. Dat geldt ook de televisiedocumentaire?Project X, de media hebben het gedaan (24 juni 2013) van het Human/VPROprogramma?Argos-TV, waarin verscheidene journalisten ? onder andere Jeroen?Wollaars van de NOS ? de hand dieper in eigen boezem staken dan ze deden direct?na de presentatie van het rapport. Wollaars heeft immers vrijwel onmiddellijk na de?rellen de eventuele medeverantwoordelijkheid van de NOS-berichtgeving bij het verloop van gebeurtenissen van de hand gewezen, veronderstellende dat de rellende?jongeren vast geen mensen waren die met hun ouders op de bank naar het Achtuurjournaal?keken (Wollaars, 2012).

Het is jammer, maar wel verklaarbaar dat de inhoudsanalyses uit De weg naar Haren?nauwelijks een rol hebben gespeeld in de journalistieke reflectie na afloop. Deze analyses zijn namelijk zeer beperkt opgezet en werpen weinig gedetailleerd licht op?specifieke journalistieke gedragingen of op de dynamiek die vanaf dinsdag 18 september?is ontstaan in het journalistieke veld.?Zo komt bijvoorbeeld niet aan bod de kwestie van de niet-bestaande noodverordening?die als ?feit? werd gemeld en die het startschot vormde voor alle mediaaandacht.?Een woordvoerder van de burgemeester van Haren zei namelijk in antwoord?op de vraag van de verslaggever van Trouw welke maatregelen de gemeente?dacht te nemen: ?Het is lastig om in te schatten hoeveel mensen er komen. We hebben?nooit eerder zoiets meegemaakt. De kans dat we de ME gaan inzetten is klein,?maar een noodverordening of samenscholingsverbod behoort tot de mogelijkheden.??Het stuk van Trouw op dinsdagochtend 18 september verscheen onmiddellijk?op allerlei nieuwswebsites onder de stellige kop: ?Noodverordening in Haren om?Facebookfeestje?. Door de noodverordening als voldongen feit te presenteren steeg?de nieuwswaarde van het onderwerp en namen alle media het nieuws over. Meteen?diezelfde dinsdagmiddag volgde de eerdergenoemde explosie van berichten op Facebook.

Het tweede onderdeel van het massamediaonderzoek is gebaseerd op interviews die?volgens de onderzoekers vooral bedoeld zijn om de resultaten van de inhoudsanalyse
te ?duiden?. Ze hebben dus alleen een aanvullende functie gehad. De commissie?maakte interviews met vijftien journalisten, waarbij de non-response bijna?twee derde was. Dat betekent dat de onderzoekers ongeveer 23 journalisten hebben?uitgenodigd. Niet duidelijk is hoe deze selectie tot stand is gekomen, behalve dat het?gaat om de ?verantwoordelijke redacteuren? van 34 media (inclusief hoofd- en eindredacteuren).?Evenmin is duidelijk welke media ontbreken in het onderzoek met 13?van de 34 media (zowel NOS als RTL tellen overigens twee respondenten; waarom
is onduidelijk). Ook hier ontbreekt weer een duidelijke vraagstelling, de twaalf vragen?zijn deels feitelijk en hebben deels betrekking op interpretaties en overwegingen?bij het verslaan van Project X Haren. De weergave van de resultaten is beschrijvend,?met af en toe een citaat ter illustratie. De interviews zijn kennelijk niet op een?systematische manier geanalyseerd.

De slotconclusie van dit onderzoeksdeel is dat de massamedia het aankomende Project?X-feestje pas drie dagen tevoren hebben geagendeerd, en dat de enorme groei in?de hoeveelheid berichtgeving beperkt bleef tot de dag van de rellen. Aangezien de?berichtgeving volgens de inhoudsanalyse overwegend ?neutraal? was, concluderen?de onderzoekers dat de massamedia een beperkte rol hebben gespeeld in de mobilisatie?van de jongeren; een paar uitzonderingen zoals de popmuziekzenders daargelaten.

Het optreden van de verslaggevers ter plekke is wel voor discussie vatbaar, omdat?hun aanwezigheid mogelijk invloed kan hebben gehad op de aanwezige jongeren.?Dit onderwerp is wel aan bod gekomen bij de interviews met journalisten en in het?onderzoeksdeel met reacties van bewoners, maar een systematisch onderzoek ontbreekt.

Het mediagebruik van jongeren en de vraag door wie zij zich hebben laten be?nvloeden?

De onderzoekers van De weg naar Haren concluderen dus dat de massamedia in?tegenstelling tot de sociale media geen doorslaggevende rol hebben gespeeld in de?aanloop naar de rellen. Kijken we wat gerichter naar een empirische ondersteuning?van de bewering dat traditionele media letterlijk achter de feiten in de nieuwe?mediawereld aanlopen, dan zou men ook een andere interpretatie kunnen geven.?Namelijk dat juist de interactie tussen sociale media en massamedia op dinsdag?18 september de motor was achter de mobilisatie van jongeren om zich aan te melden?en naar Haren te komen.

De weg naar Haren bevat uitgebreide paragrafen over de plaats en betekenis van?massamedia in het leven van jongeren. Voor een deel zijn die gebaseerd op een?enqu?te onder 3115 Noord-Nederlandse jongeren tussen 15 en 25 jaar. De enqu?te?kende een respons van 31%. Het blijkt dat de voornaamste bronnen voor het besluit?van deze jongeren om al of niet naar Haren te gaan, de radio en de eigen vriendenkring?waren. Pas daarna noemen ze sociale media als een factor; maar ook televisie?en zelfs kranten noemen de jongeren nog vaak als een informatiebron, waarbij de
goedkope en populaire kranten Metro, Spits en Telegraaf hun voorkeur hebben?(De weg naar Haren, p. 41 en 43).

Deze onderzoeksresultaten bevestigen dat de consumptie door jongeren van een traditioneel?medium zoals televisie nog steeds erg hoog is, ook al blijkt uit tijdbestedingonderzoek?van SPOT dat de leeftijdscategorie van 13 tot 19 jaar de meeste van?haar mediaconsumptietijd besteedt aan internet (als enige categorie; bij alle andere?leeftijden is televisie het belangrijkste medium) (SPOT, 2012). Hetzelfde onderzoek?toont overigens ook aan dat jongeren (die in de daar gebezigde marketingtermen??jonge connectors? worden genoemd) beschikken over de meeste vrije tijd, omdat ze?van alle groepen het minste tijd investeren in media (SPOT, 2012, p. 19, 22 en 48).

Een opvallende uitkomst van de enqu?te is dat jongeren relatief veel naar de radio?luisteren. Het is niet verbazingwekkend dat de door hen meest beluisterde radiostations?programma?s maken die aansluiten bij de jongerencultuur: Radio 538, 3FM?en Slam!FM. Dat is bij een vraag naar hun belangrijke televisieprogramma?s veel?minder evident, wellicht omdat er weinig specifieke televisiezenders en?-programma?s voor jongeren in deze leeftijdsgroep zijn. Gevraagd naar de populairste?informatiebronnen op televisie noemen jongeren dan ook klassieke programma?s
zoals NOS-Journaal, RTL-Nieuws, De Wereld Draait Door, Hart van Nederland?en NoordNieuws (van RTV-Noord). Pas daarna komt een ?nieuw? programma?zoals PowNews, dat om andere kwaliteiten dan een betrouwbare nieuwsbron wordt?gewaardeerd.

Want betrouwbaarheid speelt een belangrijke rol in het nieuwsproces. In dit verband?is het goed om nog eens te herinneren aan de overname van het Trouw-bericht?van 18 september door vrijwel alle massamedia, ANP en NOS voorop. Deze overname,?in het bijzonder de opening van de uitzending van NOS op 3, had tot gevolg?dat de sociale media het massaal als nieuws brachten. Daaruit zou men kunnen?concluderen dat de kracht van massamedia om nieuws ?officieel? en ?belangrijk? te?maken onverminderd aanwezig is, mede dankzij de presentie van die massamedia?in de online omgeving.

Het idee dat er echt iets aan de hand was en er mogelijk sensationele dingen stonden?te gebeuren werd krachtig versterkt toen massamediaorganisaties met een sterk?profiel rond betrouwbare nieuwsvoorziening, zoals NOS, RTL en RTV-Noord,?besloten eigen verslaggevers en cameraploegen naar Haren te zenden. Dat in hun?programma?s vooral demobiliserende uitspraken waren te vinden (van politie,?burgemeester, ouders en andere autoriteiten), betekende vooral extra mobilisering?bij jongeren die, zoals uit het sociologische onderzoek blijkt, een krachtige antiautoriteitenhouding?bezaten. In dat verband was de feestvreugde die De Wereld?Draait Door op vrijdagavond vertolkte met de uitspraak ?Als je dit zo ziet, is het jammer?dat we hier zitten, toch??, een juiste taxatie van de stemming onder jongeren.

De aandacht van dit programma (en andere massamedia die voor jongeren aantrekkelijke?infotainment brengen, zoals popradiostations) bevestigden dat het mogelijke?feestje vooral als een fungebeurtenis zonder weerga moest worden gezien. Daarmee?werd de suggestie gewekt dat hier inderdaad een ideale sensatiegebeurtenis kon ontstaan.?Het is in dit verband opvallend dat de redactie van De Wereld Draait Door zich?heeft onthouden van commentaar bij de commissie-Cohen. Het programma dat?doorgaans zegt het journalistieke gesprek van de dag te willen zijn, vond zichzelf in?dit geval ?amusement?, waaraan verder niet zoveel waarde moet worden gehecht en?waarover het gesprek van de dag in ieder geval niet mag gaan.

Dat zegt overigens veel over de maatschappelijke ontwikkeling naar verminderd?politiek engagement in dertig jaar. Werden in 1980 de journalisten van de VARA en?Radio Stad na afloop bekritiseerd over hun te links betrokken benadering van de?terecht tegen falende autoriteiten vechtende actievoerders, in de nasleep van Haren?kreeg het VARA-programma De Wereld Draait Door ook kritiek over eenzijdigheid te?verwerken. Dit keer ging dat niet over een teveel aan politiek engagement, maar?over een te sterk engagement met de feestende jongeren op zoek naar dynamische?en media-actieve spanning. Dat jonge levensgevoel was misschien wel de meest verklarende?factor bij de rellen in Haren. De commissie-Cohen geeft in ieder geval het?hoofdrapport de ondertitel You only live once mee, een in het socialemediaverkeer?populaire metafoor die verwijst naar een hedonistisch verlangen naar onmiddellijke?en persoonlijke behoeftebevrediging.

Grenzen opzoeken en iets bijzonders meemaken, dat zou de drijfveer van de?moderne jeugd zijn (Twee werelden, p. 24). Maar was zoiets niet al eerder te zien in?een andere constellatie of tijdsperiode? Uit de historische beschouwing is bekend?dat in de jaren zestig van de vorige eeuw een jongerencultuur opkwam waar een?losse organisatie van thrill seeking jongeren onder leiding van zich ?provo? noemden?figuren dagelijks het gezag tartte met ludieke acties. Alternatieve en opzienbarende?figuren zoals Robert Jasper Grootveld lieten manifestaties plaatsvinden rond het
Lieverdje aan het Spui in Amsterdam. Ook dat waren acties waar de toenmalige?massamedia een rol in speelden, hetzij door ze uitbundig te laten zien, hetzij door?ze ostentatief te veroordelen of te verzwijgen (Pas, 2003).

Uit de in dit artikel uitvoerig besproken rapportages rond Haren blijkt dat het?gedrag van jongeren momenteel op dezelfde grondslag is gebaseerd: een levensgevoel?om het leven te genieten en met sensatie te vullen. Daarin schuilt, hoezeer?dat ook verborgen is achter een dikke laag feestelijke activiteiten, een behoefte om?zich als aparte groep te manifesteren ten opzichte van een establishment. Dat establishment?wordt vooral belichaamd door het openbaar gezag, maar ook door massamedia?die met oudere generaties worden geassocieerd. Deze drijfveren in groepen?jongeren kunnen door de communicatiekracht van Facebook in interactie met?massamedia een tot nu toe ongekende schaalgrootte en intensiteit krijgen.

Al met al kan men dus spreken van een behoorlijk prominente rol voor massamedia?in de jongerencultuur, maar men kan deze rol niet isoleren van communicatiepatronen?in sociale media. Uit de enqu?te onder noordelijke jongeren blijkt dat de beslissing?om al of niet naar Haren te gaan, sterk heeft afgehangen van de mening van?vrienden, soms virtueel, soms via sociale media. En natuurlijk was het al langer?bestaande verlangen van jongeren naar spanning en vermaak een factor. De wil om?de dagelijkse verveling te doorbreken en situaties op te zoeken waar men bijzondere,?sleurdoorbrekende gebeurtenissen verwacht vol met spanning, fun en aandacht?is veruit de belangrijkste drijfveer van jongeren.

Dat blijkt ook uit het deelrapport dat de maatschappelijke facetten van Haren onderzocht?en dat de fascinatie van jongeren voor sensatie als een trend uitlichtte (Hoe?Dionysos in Haren verscheen, p. 15-35). De onderzoekers van dat rapport signaleren bij?jongeren zowel een drang om tegen de autoriteit in te gaan van ouders, politie en?andere gezagsdragers als een ontvankelijkheid voor hun argumenten bij de beslissing?om al of niet naar Haren af te reizen (Hoe Dionysos in Haren verscheen,?p. 67-74). In de perceptie van jongeren is er blijkbaar een hi?rarchie in de waardering?van het belang van verscheidene media. Sociale media cre?ren een openbare?virtuele ruimte die gedragingen en opvattingen in selecte groepen gebruikers be?nvloeden.?Massamedia worden vooral gezien als betrouwbare media voor het bevorderen?van gebeurtenissen tot echt belangrijk nieuws met een impact voor de maatschappij,?het openbaar bestuur en de massamedia zelf.

In het bredere licht van de jongerensociologie lijkt de conclusie dat de massamedia?voornamelijk neutraal hebben bericht met veel demobiliserende uitspraken, de?plank over de dynamiek in het mediaveld nogal mis te slaan, ook al zegt men er zelf?bij dat ?de volledige vermenging van nieuws en amusement het bezoek aan Haren?gestimuleerd kan hebben? (De weg naar Haren, p. 68). Traditionele manieren van?inhoudsanalyse, waarbij de inhoud van specifieke media als ge?soleerde verschijnselen?worden beschouwd, lijken niet goed van toepassing op de nieuwe mediawereld.
Zeker voor jongeren geldt volgens een aantal mediawetenschappers dat niet meer?gesproken kan worden van een leven met media, maar in media (Deuze, 2012).

Waarbij de grote empirische vraag is hoe die voortdurende dynamische interactie?van media en sociaal leven er dan uitziet. Dat was in het traditionele denken over?communicatiepatronen een vraag naar kip of ei, waarbij nooit doorslaggevend werd?opgelost of media nu sociale gedragingen be?nvloedden of andersom. Wat we van?het relatief nieuwe onderzoek naar de interactie van media en sociaal gedrag (zoals?dit rapport over Project X) kunnen leren, is dat we eerder moeten spreken van roerei?met kip: er is een permanent samenhangend en interacterend mediaveld dat wel?degelijk een bepaalde hi?rarchie in de waardering van signalen kent. De connecties?tussen allerhande mediavormen en sociale contexten laten amusement en nieuws?volledig in elkaar vervloeien, maar dat wil niet zeggen dat alles in deze wereld evenveel?waarde heeft. Sommige media worden blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd?als het gaat om ?betrouwbaar? en ?echt? dan andere. De berichtgeving van ?betrouwbare?en echte? massamedia loopt weliswaar achter de communicatie op sociale?media aan, maar hun legitimerende kracht is duidelijk versterkend voor het gedrag?dat jongeren daarna vertonen.

Een belangrijke conclusie ten aanzien van de mobilisatieprocessen in het digitale?tijdperk is dat de professionele nieuwsmedia nog steeds belangrijk zijn bij de doorbraak?van issues die spelen binnen sociale netwerken naar de samenleving als?geheel. Nog steeds zorgen de massamedia voor de legitimatie van relevantie van een?onderwerp of ontwikkeling voor bijvoorbeeld politiek en openbaar bestuur. Nieuwswaardecriteria?(drama, de kans op geweld) spelen daarbij nog steeds een belangrijke?rol; in dat opzicht is er voor de protestbewegingen of relschoppers niet veel veranderd.?Volgens Negrine (2014, p. 71) bereiken de mobilisaties op de sociale netwerken maar een fractie van de bevolking, mensen die al overtuigd zijn en veel bereidheid?tot actie tonen. De nieuwsmedia zorgen voor de connectie met de grote massa.?Uit onderzoek naar de rellen in Engeland in de zomer van 2011 blijkt dat de sociale?media een belangrijke rol speelden, niet zozeer voor het mobiliseren van relschoppers,?maar voor de angstige buurtbewoners die elkaar op de hoogte hielden van de?plunderingen en brandstichtingen in hun wijk. Omgekeerd gaven daders in interviews?achteraf aan ge?nspireerd te zijn door de vele dramatische televisiebeelden en?vooral de beeldvorming op tv dat de politie de controle op straat totaal kwijt was?(Lewis et al., 2011). De nieuwsmedia mogen dan nog steeds een belangrijke rol spelen,?duidelijk is ook dat hun berichtgeving steeds meer verknoopt raakt met de?informatiestromen op de sociale media en dat in beide systemen zelfversterkende?effecten optreden.

Een mediahype?
In het hoofdstuk ?Crossmedia: de interactie tussen sociale media, massamedia,?mobiele telefonie en offline mobilisatie? proberen de onderzoekers van De weg naar?Haren tot een synthese te komen. Dat begint met de constatering dat er een ?krachtige mediahype? is ontstaan die niet alleen een zaak is geweest van de traditionele?massamedia, maar ook van de nieuwe media. Dat lijkt in tegenspraak met de eerdere?conclusie dat de berichtgeving over Project X in de massamedia laat op gang?kwam, tamelijk beperkt was en overwegend neutraal van toonzetting.

De onderzoekers hanteren kennelijk een veel bredere definitie van een mediahype?dan in de literatuur gebruikelijk is. Daarin is namelijk een mediahype een mediabrede,?snel escalerende nieuwsgolf die het resultaat is van zelfversterkende processen?die op gang komen zodra de media zich massaal op een onderwerp storten?(Vasterman, 2004; Wien & Elmelund-Praesteker, 2009; Boydstun, Walgrave &?Hardy, forthcoming). In de bredere betekenis van het rapport-Haren is mediahype?een golfbeweging in het maatschappelijk proces waarin alles en iedereen lijkt te participeren,?maar een definitie met criteria ontbreekt. Zodra de media aandacht gaan?besteden aan Haren vormt dat volgens het rapport ?de start van een mediahype die?door de massamedia in wisselwerking met de overige media zoals sociale media en?mobiele telefonie wordt gecre?erd (18-20 september)?. Het is niet duidelijk wat dan?onderscheidend is voor deze ?veelzijdige? en ?alomvattende mediahype?: de omvang?van de informatiestromen of juist de wisselwerking tussen massamedia en sociale?media?

En waar ligt dan de grens tussen een ?gewone? wisselwerking en een mediahype??Een ingewikkeld schema in het rapport (figuur 4) dient om een en ander te illustreren,?maar laat niet meer zien dan dat alles met alles samenhangt in de diverse?fasen. Volgens dit schema bereikt de mediahype een hoogtepunt op de avond van de?rellen, maar wat de ?sterkte? is van de verbanden en invloeden in het schema blijft?onduidelijk.

Zonder een concrete aanwijzing daarvoor te geven beweren de onderzoekers dat?mediahypes steeds vaker voorkomen in de media; het zijn hypes die volgens hen?een directe weerspiegeling in de online wereld kennen. In deze formuleringen spelen?de massamedia weer duidelijk een hoofdrol in het cre?ren van mediahypes die?zich online zouden weerspiegelen. Maar men zou zich evengoed kunnen afvragen?of het niet ook steeds vaker voorkomt dat online hypes zich weerspiegelen in de?massamedia? Het rapport stelt bijvoorbeeld vast dat massamedia ?haast ongemerkt?van toeschouwer tot medespeler? werden en voorts dat ?zij meer doen dan verslaan,?zij worden deel van de enscenering? (Twee werelden, p. 23).?Het subrapport De weg naar Haren is milder: media valt weinig te verwijten met een?enkele uitzondering wellicht. Niettemin knopen de onderzoekers hier wel een tamelijk?vergaande aanbeveling voor massamedia aan vast: ?Wanneer er opgeroepen
wordt voor een bepaald evenement dienen zij zich af te vragen of zij zich voor een?karretje laten spannen. Zo werd de groeiende media-aandacht voor Haren op Facebook?met gejuich ontvangen. Een onafhankelijke en gereserveerde houding verdient?de voorkeur in een tijd waarin zo gemakkelijk mediahypes ontstaan? (De weg naar?Haren, p. 121).?Er zijn inderdaad nieuwe concepten nodig om deze interacties tussen massamedia?en sociale media te kunnen onderzoeken: onder welke omstandigheden vormen de?sociale media de turbo die de nieuwsgolf in de media verder aanjaagt?

px04
Figuur 4. Figuur 7.1 uit De weg naar Haren, p. 86. Oorspronkelijk onderschrift:?De ontwikkeling van het Concept voor ?Haren? in de Publieke Ruimten van?Massamedia, Sociale Media en Bijeenkomsten

Of omgekeerd: hoe versterken de nieuwsmedia escalatieprocessen bij de nieuwe media??Daarbij zou het complexiteitsperspectief een belangrijke rol kunnen spelen: er is?niet ??n mediahype die alles veroorzaakt, het zijn er vele, ?n in verschillende netwerken?die ook weer op elkaar reageren.

De balans opmakend
De onderzoekers van de commissie-Cohen hebben in zeer korte tijd indrukwekkend?veel materiaal verzameld en geanalyseerd. Wellicht onder die tijdsdruk heeft men?zich in de interpretatie te veel laten meeslepen door de enorme fascinatie die?nieuwe, sociale media oproepen. Hun conclusies op dat vlak zijn te stellig en omdat?die conclusies vrijwel kritiekloos in het publieke debat verder zijn uitvergroot, is een?overtrokken beeld van de rol van sociale media ontstaan. Onze evaluatie laat zien dat?er op de wetenschappelijke kwaliteiten van het onderzoek het nodige valt af te dingen.?Het onderzoek is vooral beschrijvend en niet zozeer verklarend van aard: specifieke?vraagstellingen met bijbehorende operationalisaties ontbreken, evenals definities?en criteria voor centrale concepten als kritieke massa of mediahype. De?inhoudsanalyses zijn ontoereikend om de dynamische samenhang tussen sociale en?massamedia te kunnen verklaren. En er is zeer weinig poging gedaan om aan te?sluiten bij de soms toch uitvoerig beschikbare wetenschappelijke literatuur over?mediahypes, morele paniek en jeugdcultuur. Dat is vermoedelijk ook de reden dat
de verschillende deelrapporten elkaar op cruciale punten kunnen tegenspreken.

Desondanks inspireert de rapportage over Project X Haren tot nadenken over de? noodzaak om de bestaande mediatheorie?n te herijken in het licht van de nieuwe?structuur van de openbaarheid en de mobilisatieprocessen die zich daarin kunnen?afspelen. Dat vereist wel een integratie van de verschillende disciplines die nu nog?tamelijk los van elkaar staan, zoals de communicatiewetenschappen en het sociologisch?onderzoek naar sociale mobilisatieprocessen. De complexiteitstheorie?n bieden?daarbij vooral een perspectief in plaats van een kant-en-klare theorie. Maar wel?een andere manier van denken die kan helpen bij het analyseren van allerlei op?elkaar inwerkende en reflexieve systemen.

Literatuur

Het Haren-rapport
Twee werelden. You only live once. Hoofdrapport Commissie ?Project X? Haren, maart 2013.?De weg naar Haren. De rol van jongeren, sociale media, massamedia en autoriteiten bij de mobilisatie voor Project?X Haren. Deelrapport Commissie ?Project X? Haren, maart 2013. Onder redactie van Jan van Dijk?en Thomas Boeschoten.

Hoe Dionysos in Haren verscheen. Maatschappelijke facetten van Project X Haren. Deelrapport Commissie??Project X? Haren, maart 2013. Onder redactie van Gabri?l van den Brink. Ook verschenen in enigszins bewerkte vorm als: G.J.M. van den Brink, M.J. van Hulst, N.J.M. Maalst?, R. Peeters & S.B. Soeparman?(2013). Project X in Haren. Maatschappelijke facetten van een feestje dat in rellen uitmondde.?Amsterdam: Amsterdam University Press.

Videoverslag persconferentie commissie-Cohen 8 maart 2013. Opgehaald via http://vimeo.com/61168563

Aangehaalde literatuur

  • SPOT (2012). Alles over tijd. Tijdsbestedingsonderzoek. Opgehaald via http://www.spot.nl/docs/defaultsource/tijdbestedingsonderzoek/boekje-alles-over-tijd-2012.pdf?sfvrsn=0
  • Aarts, N., Steuten, C., & Van Woerkum, C. (2014). Strategische communicatie, principes en toepassingen.?Assen: Van Gorcum.
  • Baker, S. A. (2011). The mediated crowd: New social media and new forms of rioting. Sociological Research?Online, 16(4), 21.
  • Boydstun, A. E., Walgrave, S., & Hardy. A. (forthcoming). ?Two faces of media attention: Media storms vs.?general coverage?. Political Communication.
  • Deuze, M. (2012). Media life. Cambridge: Polity Press.
  • Cohen, S. (1972). Folk devils and moral panics: The creation of the Mods and Rockers. Oxford: MacGibbon &?Kee.
  • Cottle, S. (2008). Reporting demonstrations: The changing media politics of dissent. Media, Culture &?Society, 30(6), 853-872.
  • Gitlin, T. (1980). The whole world is watching: Mass media in the making and unmaking of the new left. Berkeley,?L.A., London: University of California Press.
  • Gladwell, M. (2001). The tipping point: How little things can make a big difference. London: Little Brown.
  • Gonz?lez-Bail?n, S., Borge-Holthoefer, J., Rivero, A., & Moreno, Y. (2011). ?The dynamics of protest?recruitment through an online network?. Scientific Reports, 197(1).
  • Groenhart, H. (2013). Van boete naar beloning. Publieksverantwoording als prille journalistieke prioriteit.?Proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen.
  • Halloran, D., Elliott, P., & Murdock, G. (1970). Demonstrations and communication: A case study. Harmondsworth:?Penguin.
  • House of Commons Home Affairs Committee (2011). Policing large scale disorder: Lessons from the disturbances?of August 2011. The government response to the sixteenth report of the home affairs committee session?2010?12 hc 1456. UK: The Stationery Office Limited.
  • Kuran, T., & Sunstein, C. (1999) Availability cascades and risk regulation. Stanford Law Review, 51(4),?683-768.
  • Lemieux, P. (2004). Information cascades. Following the herd. Why do some ideas suddenly become?popular, and then die out just as quickly? Regulation, winter 2003-2004, 16-21.
  • Lewis, P., Newburn, T., Taylor, M., Mcgillivray, C., Greenhill, A., Frayman, H., & Proctor, R. (2011). Reading?the riots: Investigating England?s summer of disorder. Reading the riots, The London School of Economics?and Political Science and The Guardian, London, UK.
  • Marwell, G., & Oliver, P. (1993). The critical mass in collective action: A micro-social theory. Cambridge, UK:?Cambridge University Press.
  • Negrine, R. (2014). Demonstration, Protest, and Communication. Changing Media Landscapes, Changing?Media Practices? In R. Werenskjold, K. Fahlenbrach & E. Sivertsen (Eds.). Media and revolt: Strategies?and performances from the 1960s to the present (pp. 59-74). New York: Berghahn Books.
  • O?Brien, M., & Yar, M. (2008). Criminology: The key concepts. New York: Routledge.
  • Pas, N. (2003). Imaazje! De verbeelding van Provo (1965-1967). Amsterdam: Wereldbibliotheek.
  • Scheffer, M. (2009). Critical transitions in nature and society. Princeton: Princeton University Press.
  • Van de Beek, E., Van de Engbersen, G., & Van der Veen, R. (1983). De regels van de journalistiek. Een?onderzoek naar ?de boodschappers? van 30 april 1980. Leiden: Sociologisch Instituut van de Rijksuniversiteit.
  • Vasterman, P. (2004). Mediahype, Amsterdam: Aksant.
  • Waldherr, A. (2012). Die dynamik der medienaufmerksamkeit: Ein simulationsmodell. Baden-Baden: Novos.
  • Waldherr, A. (2014). Emergence of News Waves. A Social Simulation Approach. Journal of Communication,?64(5), 852-873.
  • Wien, C., & Elmelund-Praesteker, C. (2009). An anatomy of media hypes: Developing a model for the?dynamics and structure of intense media coverage of single issues. European Journal of Communication,?24(2), 183-201.
  • Wijfjes, H. (2009). VARA. Biografie van een omroep. Amsterdam: Boom.

Overige bronnen

Noten
1 We treden hier niet in discussie over deze discutabele terminologie, maar hanteren de begrippen
?sociale? en ?traditionele? of ?massamedia? als een praktische manier om bepaalde mediavormen te scheiden.

* Dr. Peter Vasterman (1951) is mediasocioloog. Hij is universitair docent bij de leerstoelgroep Media
en Journalistiek van de afdeling Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam. Ook is hij docent
aan de master Journalistiek. Contactgegevens: Turfdraagsterpad 9, 1012 XT, Amsterdam. Tel.:
020 525 36 47. [email protected]

Prof. dr. Huub Wijfjes (1956) is mediahistoricus. Hij is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van Radio
en Televisie aan de afdeling Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam. Ook is hij als universitair
hoofddocent verbonden aan de masteropleiding Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
Contactgegevens: Oude Kijk in ?t Jatstraat 26, 9712 EK, Groningen. Tel.: 050 363 52 69. h.b.m.wijf
[email protected]

 

Global Pulse, de digitale rooksignalen uit de wereld

De VN-organisatie Global Pulse, vrij vertaald de ‘polsslag van de wereld’, is opgericht na de wereldwijde economische crisis, op verzoek?van Ban Ki-moon (VN-secretaris-generaal). Deze organisatie laat zien dat Big Data enorme kansen biedt om wereldwijd oplossingen aan te reiken. Via analyse van sociale media en van radiogesprekken is deze organisatie sneller in staat om op epidemie?n te reageren, voedselschaarste op te sporen of sneller te weten waar de grootste problemen in Nepal zijn. Robert Kirkpatrick is de directeur van Global Pulse, dat pas sinds?2010 bestaat.

Uit alle uithoeken van de wereld kreeg de VN-secretaris-generaal de vraag wat er elders leefde, of?welk regime?als volgende zou vallen. Naast het hoofdkantoor in New York zijn er ook laboratoria in Jakarta (Indonesi?) en Kampala (Oeganda). In deze laboratoria worden gegevens van digitale gebruikers verwerkt, met het doel die informatie te gebruiken bij wereldwijde ontwikkelingsvraagstukken. Global Pulse werkt samen met priv?bedrijven en universiteiten om informatie te verwerken die via Facebook en Twitter, en via telefoon- en sms-verkeer wordt verspreid. Er wordt alleen gewerkt met gegevens die gebruikers publiek beschikbaar stellen, hun namen worden niet gebruikt. Tevens geeft het sms-verkeer een beeld van het aantal inwoners van een regio.

Als aanvulling op?offici?le data worden deze nieuwe digitale rooksignalen opgevangen, waarmee landen en ontwikkelingsorganisaties aan de slag kunnen gaan. Het laboratorium van Global Pulse heeft al vele vernieuwende projecten rond big data uitgewerkt, in samenwerking met andere VN-organisaties, regeringen en universiteiten. Zo heeft Global Pulse samen met UNAids in Brazili? via sociale media onderzocht in welke mate er een stigma rust op hiv en aids. In Oeganda was het VN-Bevolkingsfonds een partner om de houding van jongeren tegenover anticonceptie en tienerzwangerschappen te onderzoeken. Behalve sociale media is daarbij ook een gratis sms-systeem (‘U-report’, een project van Unicef dat in Oeganda veel succes kent) gebruikt. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat Oegandese jongeren erg vaak praten over condooms, het veel minder vaak hebben over geheelonthouding of de pil, en dat sterilisatie van de man al helemaal bitter weinig gespreksstof oplevert.

In gebieden waar sociale media of mobiele telefoons te weinig worden gebruikt, kunnen radiogolven de digitale kloof dichten. Daarom peilt het laboratorium in Kampala via de radio naar wat er onder de bevolking echt leeft. Als je bedenkt dat Afrikanen voortdurend naar radioprogramma’s bellen om hun mening te geven, en Oeganda alleen al 216 FM-radiostations telt, die vanuit 299 radiomasten uitzenden, dan kan dat een schat aan informatie opleveren. Er hoeft overigens niet naar al die uren radio te worden geluisterd om relevante informatie te detecteren. Via spraaktechnologie en vertaalprogramma’s is er een programma ontwikkeld dat gesproken taal omzet in geschreven tekst. Het computerprogramma kan nu al het gesproken woord herkennen, in het Engels en in de lokale talen. Daarnaast wordt net als elders via Twitter en Facebook geanalyseerd welke thema’s prominent opduiken. Zo kunnen terugkerende thema’s een indruk geven van wat er onder (een deel van) de bevolking leeft.

Jaarverslag 2014

Bronnen:?The New york Times, www.scidev.net, Deccan Herald, De Standaard,