Tagarchief: opsporing

Studenten Windesheim helpen politie bij opsporen illegaal vuurwerk op Instagram

In de Stentor een bericht over Windesheim-studenten die de politie Oost-Nederland hielp om honderden handelaren in illegaal vuurwerk op te sporen. ?Waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Het verbaasde politieman Remco Aagtjes niet, dat onderzoek op het sociale netwerk Instagram binnen enkele weken leidde tot?bijna 1000 handelaren?in illegaal vuurwerk:??Je ziet overal om je heen hoe sociale media tegenwoordig vervlochten zijn met onze levens. In die zin sta ik niet te kijken van het aantal handelaren. Je weet dat er veel vraag is naar illegaal vuurwerk. En waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Wat Aagtjes wel verbaasde was de openheid waarmee de verkopers te werk gingen. Zo waren veel profielen niet afgeschermd en daardoor voor iedereen zichtbaar. En vaak stond de herkomst van de verkoper in de gebruikersnaam.

In kaart brengen

Om de Instagram-handelaren op te sporen werkte de politie samen met studenten van hogeschool Windesheim. Een van de onderzoekers is Justin Kuiper (22) uit Onna, derdejaars student ict.??Samen met een groep studenten struinden we vier dagen per week Instagram af en brachten we alle accounts in kaart. In veel gevallen niet moeilijk, want op alleen de zoekwoorden ?vuurwerk? en ?handel? kwam al een hele lijst gebruikers naar boven.?

Om geen argwaan te wekken gebruikten de onderzoekers tientallen accounts met fictieve gebruikersnamen. ?Als we maar ??n account zouden hebben gebruikt, zouden we snel zijn opgevallen?, zegt Aagtjes. Gisteren veranderden de profielnamen van alle politie-accounts in ?Vuurwerk Politie?, waardoor de handelaren merkten dat ze erbij waren.

Geen strafbaar gedrag op Instagram

De accounts van de vuurwerkhandelaren worden voor het einde van de week?offline?gehaald, beloofde Instagram aan de politie. Aagtjes: ?In de algemene voorwaarden staat dat Instagram geen strafbaar gedrag tolereert. Daarover hebben we met ze gesproken en ze gewezen op al deze accounts. Die worden weggehaald.?

Verkopers die denken slim te zijn door zelf hun account te verwijderen zijn te laat, zegt de politie: hun gegevens zijn al vastgelegd en een profiel wissen heeft geen zin.?Student Kuiper begrijpt wel dat de politie digitale opsporing inzet in de strijd tegen illegaal vuurwerk. ?Alles tegenhouden aan de grens lukt nooit, daar is geen beginnen aan. Dan kun je natuurlijk gebruikers van illegaal vuurwerk bestraffen, maar de handelaren opsporen is veel effici?nter. En zeker op Instagram, waar het vaak redelijk eenvoudig te vinden was.?

Aagtjes is vooral blij dat het lijkt te zijn gelukt om de verkoop van veel vuurwerk te voorkomen. ?Het spul dat we tegenwoordig aantreffen heeft echt een gigantische kracht. Vier cobra?s (zwaar knalvuurwerk, red.) hebben samen de kracht van een handgranaat. En we zien dozen van twintig stuks gewoon in huizen of schuurtjes liggen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als dat ontploft.?

Drukste tijd van het jaar

Het onderzoek van de politie is met het openbaar maken niet gestopt, zegt Kuiper. ?We zitten nu natuurlijk in de drukste tijd voor de verkoop van vuurwerk. Daarom gaan we nog door tot en met januari. Want ik verwacht dat handelaren toch zullen proberen om van hun spullen af te komen. Maar niet meer via Instagram, als het aan ons ligt.?

Bron: De Stentor

?Facebookvrienden worden met de verdachte.? Over online undercover operaties op internet

In het?themanummer?van Justiti?le Verkenningen over ?De digitalisering van georganiseerde misdaad? is een artikel van Jan-Jaap Oerlemans over online undercover operaties verschenen. In het?artikel?(.pdf) legt hij uit wat?online?undercover operaties zo uniek en aantrekkelijk maken voor de opsporing en welke regels gelden voor de politi?le undercover bevoegdheden.

In het kader van zijn proefschrift (?Investigating Cybercrime?) heeft hij zich al eerder met het onderwerp bezig gehouden. Door recente jurisprudentie over de?accountovername en de?breed uitgelichte online undercover operatie over de darknet market ?Hansa??vond hij het tijd hier nog een artikel over te schrijven. Het artikel is een uitvloeisel van een paper die hij had geschreven voor het NVC-congres van afgelopen zomer.

Wat online undercover operaties zo aantrekkelijk maakt voor de opsporing

In cybercrimezaken kunnen online undercoveroperaties een effectief opsporingsmiddel zijn om bewijs te verzamelen met een online handle als digitaal spoor, zoals een nickname, e-mailadres of profiel op sociale media. Onder de omstandigheid dat verdachten consistent gebruik maken van anonimiseringstechnieken die het IP-adres verhullen van het netwerk waar zij gebruik van maken, is de toepassing van online undercover opsporingsmethoden ??n van de weinige middelen om bewijs te verzamelen in opsporingsonderzoeken met betrekking tot cybercriminaliteit.

Een bijkomende voordeel van de?online?toepassing van undercover opsporingsbevoegdheden, is dat opsporingsambtenaren net zo anoniem kunnen communiceren als de betrokken van het opsporingsonderzoek, zonder (direct) lijflijk risico en zonder de bureaustoel te hoeven verlaten met een wereldwijd bereik van de opsporingsmethode. Bij een accountovername kunnen opsporingsambtenaren zelfs door de bril van een crimineel of een persoon met toegang tot besloten omgevingen meekijken en bewijs verzamelen voor een opsporingsonderzoek. In reguliere opsporingsonderzoeken (geen cybercrime) waarbij verdachten online actief zijn, biedt de toepassing van online undercoverbevoegdheden additionele mogelijkheden ten opzichte van de bevoegdheden die in de fysieke wereld kunnen worden toegepast.

?BOB? gaat digitaal

Dezelfde regels gelden voor de toepassing van undercover bevoegdheden als 20 jaar geleden, zoals die in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) zijn geformuleerd. Toch is de context waarbinnen de bevoegdheden worden toegepast stevig verandert. Dat levert de vraag op of de huidige regeling nieuwe toepassingen nog ?dekt?. In verband met het legaliteitsbeginsel staat namelijk in de wet welke indringende opsporingsmethoden opsporingsinstanties mogen gebruiken. Door de techniekonafhankelijke formulering van de bevoegdheden zijn de BOB-bevoegdheden prima toepasbaar in een online context. Mijn artikel laat zien aan welke toepassingen je in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld moet denken.

Jurisdictie

Het wereldwijde bereik van online undercover opsporingsmethoden levert echter wel een flink jurisdictievraagstuk op. In het artikel ga ik daar kort op in. Daarbij herhaal ik het standpunt dat ik in mijn dissertatie heb ingenomen, namelijk dat unilaterale online opsporing onder dekmantel onder omstandigheden moet worden toegestaan. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de situatie dat verdachten anonimiseringsmaatregelen nemen en de fysieke locatie van de verdachte redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het artikel sluit ik af met een betoog dat de stormachtige ontwikkeling van cybercriminaliteit en de noodzakelijke inzet van digitale opsporingsbevoegdheden om bewijs te verzamelen staten er toe dwingt om afspraken met elkaar te maken onder welke omstandigheden grensoverschrijdende online undercover operaties zijn toegestaan.

Lees het artikel hier:

[slideshare id=123392438&doc=j-181119091946&type=d]

Bron: OerlemansBlog

Burgerrechercheur helpt politie

In zijn dagelijkse leven onderwijst Robert Helder studenten over het vak van notaris. Vanaf oktober van dit jaar is de 52-jarige Zwollenaar?ook politieman. De universitair docent legde eerder in Arnhem de ambtseed af. Robert Helder is daarmee de eerste vrijwillige ‘burgerrechercheur’ van de politie Oost-Nederland die de politie gaat helpen bij het oplossen van ernstige misdrijven. Aart Garssen, recherchechef van de politie Oost-Nederland, wil meer deskundigen van buitenaf bij de opsporing betrekken.

Vakkennis koesteren
De recherche moet specifieke vakkennis van ict’ers, accountants, ondernemers of advocaten gaan benutten, vindt Garssen. ,,Met hun vakmanschap versterken we de kwaliteit van de politie. Ik ben heel blij met de expertise van Robert Helder. Voor ons vormt hij nu ook een verbinding met de Universiteit van Utrecht. Mogelijk kunnen we studenten betrekken bij een casusonderzoek of warm maken om na de studie bij de politie te solliciteren.” Garssen wil verder gepensioneerde rechercheurs inschakelen. ,,Zij dragen nog zoveel vakkennis met zich mee. Het aantrekken van al deze vrijwilligers kost tijd. Iedereen moet gescreend en opgeleid worden.”

“Nu hij is be?digd mag hij onze processen verbaal lezen en mogen we informatie uit recherche?on?der?zoe?ken met hem bespreken.” – Ivonne Seuters-Koopman, chef van het Finec-team

Ondersteunen
Helder kreeg bij zijn be?diging van Garssen alvast een bos bloemen mee bestemd voor zijn echtgenote. Alvast ook als een soort van excuus: een politieman kan op de gekste tijdstippen gebeld worden. De universitair docent zal zich niet in uniform hoeven steken om boeven te arresteren.

De universitair docent gaat het team dat fraude en economische delicten onderzoekt ondersteunen. Bijvoorbeeld naar vreemde geldstromen in het bedrijfsleven of fraude met hypotheekaktes.

Geheimhouding
Zijn ‘nieuwe bijbaan’ is geen alledaagse stap, erkent de Zwollenaar, die vooraf volledig is gescreend. Door het afleggen van de ambtseed heeft hij over gevoelige informatie geheimhouding gezworen. Geen probleem, zegt hij. Een notaris heeft eveneens een geheimhoudingsplicht. ,,Ik heb 22 jaar het notari?le ambt bekleed en doceer nu de notari?le vakken. Mij vallen zaken op die een politieman wellicht niet direct ziet. Er zijn notarissen aan de foute kant terecht gekomen. Zij helpen criminelen bij het witwassen: de aankoop van panden en bedrijven in de legale bovenwereld. Een enkeling kiest daar bewust voor om snel geld te verdienen. Anderen zijn na?ef en worden meegezogen in de criminaliteit. Ze hebben ??n keer toegestemd om de andere kant uit te kijken en dan kom je er niet meer uit.”

Als kind droomde hij er weleens van: bij de politie werken. ?Niet meer dan een ander, hoor?, zegt hij nuchter. ?In mijn omgeving merk ik dat de politie tot de verbeelding spreekt; mijn kinderen vinden het ook interessant.? ‘Het moreel schoonhouden van de samenleving maakt mij enthousiast. Ik vind het mooi om mijn kennis en ervaring daarvoor in te zetten. En het is boeiend deel uit
te mogen maken van de politiewereld. Als ik nu op het bureau kom, hoor ik er echt bij.’

De Zwollenaar woont slechts een paar honderd meter bij het politiebureau vandaan. Geregeld loopt hij er nu even binnen. Hij helpt de politie bij het oplossen van misdrijven als fraude en witwassen van crimineel geld.

Helder wordt vooral ingeschakeld als de politie verdachte documenten vindt. ‘Mijn politiemailbox stroomt nu al vol. De meeste vragen gaan over notari?le documenten zoals overdrachtsakten, hypotheekakten of statuten van afsplitsingen die zijn opgedoken in een onderzoek of in beslag zijn genomen.?Door mijn kennis vallen mij ongebruikelijke dingen op. Dat kunnen zaken zijn die de gemiddelde rechercheur misschien over het hoofd ziet. En ook omgekeerd: soms lijken dingen ongebruikelijk, maar kan ik uitleggen dat het bij de gewone gang van zaken hoort.’

Adviserende rol
Ivonne Seuters-Koopman toont zich als chef van het Finec-team (financieel economische rechercheteam) enthousiast over haar nieuwe ‘notaris-rechercheur’. Zijn aantreden vergroot de slagkracht. ,,Als ik nu een deskundige van buiten de politie wil raadplegen moet ik eerst toestemming vragen aan de rechter-commissaris (RC) en vragen welke informatie uit het dossier wij wettelijk mogen delen. Dat duurt soms maanden. Nu kunnen we direct bij de start van een onderzoek Robert inschakelen. Nu hij is be?digd mag hij onze processen verbaal lezen en mogen we informatie uit rechercheonderzoeken met hem bespreken. Robert geeft advies. Daar leren we zelf van, maar we kunnen vooral sneller werken.”

De politie schakelde Helder als notari?le speurneus al in voordat hij vrijwilliger werd. Zo werd duidelijk dat een vrijwilligerspoule handig zou zijn, zodat de politie vaker over bepaalde kennis kan beschikken. Zijn kennis put de notaris uit zowel theorie als praktijk. ‘Voordat ik universitair docent werd, werkte ik 22 jaar in het notariaat, in verschillende rechtsgebieden. Ik ken de werkwijze, de taal en de cultuur van de notariswereld, maar maak er zelf geen deel meer van uit. Ik kan dus vrijuit mijn mening geven, zonder eigenbelang.’

En werken voor de politie levert hem ook voordeel op: het verrijkt zijn lessen aan de universiteit. ‘Ik zie steeds meer welke problemen zich ?cht voordoen. Daardoor kan ik studenten beter waarschuwen voor dingen die ze in de praktijk kunnen tegenkomen.’ Details van zaken delen mag natuurlijk niet. ‘Daar heb ik de eed voor afgelegd.’

De notaris hoopt in zijn rol als burgerrechercheur vooral de loep te kunnen houden boven stichtingen. ‘In Nederland is het, in tegenstelling tot in andere landen, ongelooflijk gemakkelijk een stichting op te richten. Daardoor worden stichtingen al snel veel voor frauduleuze doeleinden gebruikt. Veel notarissen hebben niet door dat ze een fraudeur voor zich hebben. Daardoor kunnen criminelen ongestoord hun gang gaan. Ik hoop daarin patronen te ontdekken, zodat we notarissen en studenten kunnen leren waar ze op moeten letten.’

Politie wil naar 5000 vrijwilligers
Momenteel werken er 2600 vrijwilligers bij verschillende afdelingen van de politie. Het grootste deel (1600) is surveillant. De overige duizend mensen doen vooral ondersteunend werk, bijvoorbeeld in de logistiek. In sommige politie-eenheden krijgen vrijwilligers een kleine vergoeding; andere eenheden betalen niets. De komende jaren wil de politie groeien naar vijfduizend vrijwilligers, vertelt politiewoordvoerder Mar?l van Steenbergen. ‘Daar horen zeker meer burgerrechercheurs bij. Te denken valt -bijvoorbeeld aan biologen, historici en ICT’ers. We kunnen profiteren van de andere kijk van burgers en van hun deskundigheid over bepaalde onderwerpen.’ De zoektocht naar nieuwe vrijwilligers gaat niet over ??n nacht ijs. ‘Iedere nieuwe politiemedewerker moet uitgebreid gescreend worden, vrijwilliger of niet. Dat kan wel maanden duren, want je krijgt als nieuwe medewerker te maken met gevoelige informatie. Bij de recherche kijken we bovendien gericht welke kennis nodig is. We moeten selectief zijn in wie we binnen-halen.’

Bronnen: Nederlands Dagblad, Gelderlander

17 miljoen agenten: van betrokken burger tot amateur smeris

Wie een vermist kind thuisbrengt of een zakkenroller overmeestert is van oudsher een held. Met gebruik van sociale media lukt het burgers steeds vaker om met succes vermiste personen of daders op te sporen. Maar bewijsmateriaal kan ook zoek raken, aangetast of meegenomen worden. Hoe kan je als burger helpen zonder de politie voor de voeten te lopen? In De Balie onderzoeken burgers en experts waar in onze rechtstaat de grenzen liggen bij burgerparticipatie.

Technologische ontwikkelingen plaatsen de samenwerking tussen politie en burgers in een nieuwe context. Terwijl de politie enerzijds gebaat is bij de inzet en expertise van burgers in opsporingsonderzoek werpt deze samenwerking ook een aantal ethische en rechtsstatelijke vraagstukken op. Onder andere omtrent privacy, burgerexecutie (eigenrichting) en leefbaarheid. Op 15 november confronteert De Balie het publiek met deze vraagstukken. Burgers en experts worden uitgenodigd om hun licht te laten schijnen op misdrijven, opsporing en digitalisering in het heden en de toekomst. We spreken onder andere met?Arnout de Vries?(onderzoeker?TNO),?Karlijn Roex?(socioloog) en?Sven Brinkhof?(strafrechtexpert).


De avond over burgeropsporing is de eerste in een Programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?:
In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? En hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie?Black Mirror?

Peter van der Geer?is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van?Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Arnout de Vries?is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij?TNO. Hij ontwikkelt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals de applicatie ‘Samen Zoeken?. Daarnaast schrijft hij op zijn site?SocialMediaDNA?over sociale media en de maatschappelijke veiligheid.

Karlijn Roex?is socioloog en promoveert eind november aan het?Max Planck Instituut?in Keulen. Daarnaast is zij oprichtster van?Spreekuur 89, een collectief dat opkomt voor mensen die tegen hun wil met de GGZ in aanraking komen. Ze werkt aan een boek over de discussie omtrent ?verwarde personen? en betoogde in het Parool dat de oproep om ?verwarde personen? in de gaten te houden kan zorgen voor een surveillance staat.

Sven Brinkhoff?als strafrechtexpert verbonden aan de Open Universiteit waar hij o.a. onderzoek doet naar de rol van burgers bij opsporing en de gevolgen daarvan voor strafzaken. Hij begon zijn loopbaan bij het openbaar ministerie en is werkzaam geweest in de rechterlijke macht.

Bekijk het debat hier terug:

Redactie:?Ianthe Mosselman (De Balie) en Rokhaya Seck (De Balie) in samenwerking met politie & Openbaar Ministerie

Interview met burgerspeurneuzen van Serendip

Een gesprek met ?Bo?, een anonieme speurneus van Serendip, zie?http://www.serendipov.nl/

1. Wat is Serendip en hoe is het gestart??

Serendip is voortgekomen uit de Nationale Krakercompetitie, een jaarlijkse internetzoekwedstrijd die online wordt gespeeld waarbij de deelnemers moeilijke vragen (hersenkrakers) met behulp van internet oplossen. Deze competitie, georganiseerd door de Nationale bibliotheek en NRC Handelsblad, duurde elke keer een maand en liep van 2003 tot 2010. Serendip oprichter “Gerrit van Keulen” (naam gefingeerd) was daar redactielid maar is na verschil van inzicht in 2007 Serendip gestart.

2. Hoe kwam jij erbij en wat is je persoonlijke motivatie?

Serendip was een zoekwedstrijd van 2007 t/m 2009 die het hele jaar duurde. Het eerste jaar won ik. Gerrit vroeg mij of ik in de redactie wilde. Dat heb ik 2 jaar gedaan.

De schoondochter en vader van Gerrit werken bij de politie. Hij schepte een beetje op dat Serendip zo goed kon zoeken. Uiteindelijk kreeg Serendip een cold case die we binnen 2 1/2 uur oplosten. Daarna ging het goed lopen totdat onze contactpersoon bij de politie plotseling overleed. We kregen daarna een periode steeds een nieuw contactpersoon, of weer een reorganisatie, en konden weer opnieuw beginnen.

Sinds begin 2015 zijn we aangesloten bij de Landelijke DeskundigheidsMakelaar (LDM). Dat is prettig want daarmee hebben we vaste aanspreekpunten.

3. Is het voor jou vrijwillig? Hoeveel tijd kost het je? Werk je veel alleen of juist veel samen?

In mei dit jaar heb ik Serendip overgenomen omdat Gerrit andere dingen wilde gaan doen. Ja, het is vrijwillig, niet fulltime maar velen steken er wel veel tijd in. Meestal werkt men zelfstandig, maar we?discussi?ren wel veel op het forum. Een aantal mensen kent elkaar IRL.?Contact verloopt meestal via DM op het forum en soms via WhatsApp of Facebook.

4. Hoeveel leden zijn er ongeveer en met wat voor soort mensen werk je?

In het begin waren er ongeveer 60 deelnemers maar in de loop der jaren zijn er veel afgevallen en er maar een paar bijgekomen. Het niveau ligt voor de meeste nieuwkomers te hoog, dus die haken al snel af. Nu zijn er nog 30 deelnemers, waarvan ongeveer de helft actief is.

De meeste deelnemers zijn ouder dan 60, zijn breed ge?nteresseerd en hebben verschillende beroepen. Bibliothecarissen, een huisarts, dierenarts, apotheker of conservator bij een museum, etc. Ongeveer 60% is vrouw en het zijn Nederlanders of Belgen.

5. Is Serendip gegroeid? Welke ambities zijn er nog?

Wij zouden best verder willen groeien, maar ik weet niet waar we het talent vandaan zouden moeten halen. De leden die nu lid zijn hebben zich bewezen bij de Nationale Kraker Competitie. Nieuwe leden, die overigens wel heel fanatiek zijn, haken zoals eerder gezegd toch vrij snel af. Ik heb dit ook met Bellingcat besproken en zij lijken hetzelfde te ervaren.

Gerrit wilde de boel ooit opengooien voor iedereen, maar ik blijf liever klein en kwalitatief goed dan groot met een heleboel sensatiezoekers die geen bijdragen leveren.

Ik zou best commerci?le opties willen verkennen, maar de manier van ontstaan en zo?n grote groep lijkt me dat niet eenvoudig. Hoe verdeel je bijvoorbeeld eventuele inkomsten?

6. Aan hoeveel zaken is of wordt ongeveer gewerkt?

We krijgen gemiddeld zo?n 20 a 25 verzoeken per jaar en uit eigen initiatief zoeken we naar evenzoveel zaken. Het zijn de meer ernstige misdrijven zoals moord, overvallen, doodslag en kinderporno.

7. Werkt Serendip ook met anderen samen?

Vanaf 1 juni 2017 werken we aan?https://www.europol.europa.eu/stopchildabuse/?ook in samenwerking met Bellingcat.

8. Welke kansen zie je voor Serendip om nog succesvoller te zijn?

De samenwerking met de LDM vind ik prettig maar soms is er wat gedoe met specifieke afdelingen van de politie. Een voorbeeld daarvan was dat we een afbeelding kregen van een t-shirt. Het beeld was heel klein en heel vaag. We vroegen naar een betere afbeelding maar die hadden ze niet. 2 weken hebben we zonder resultaat gezocht tot de zaak bij Opsporing verzocht kwam en er heel duidelijk beelden van maar liefst 3 camera?s werden uitgezonden. Binnen een half uur hebben we het t-shirt gevonden en ook waar de daders vandaan kwamen. Maar we waren woest, dat begrijp je. Dit soort dingen is vaker voorgekomen. Als ik nu zo?n afbeelding zie en ik vermoed dat het een still van een bewakingscamera is dan zeg ik dat ook. Maar?mijn contact met de LDM is zeer goed, zowel telefonisch als via e-mail. Als ik vragen heb gaat men er achteraan, daar ben ik erg blij mee.

9. Welk advies zou je aan de overheid willen geven?

Ik zou het zo snel niet weten, behalve dan dat ik vind dat ze traag zijn en niet snel genoeg met de tijd meegaan.

10. Hoe gaan jullie meestal te werk?

Ik denk dat iedereen een eigen manier van zoeken heeft. Meestal zoeken we zelfstandig, maar we bespreken de zaak wel op het forum. Ook delen we het als we iets gevonden hebben, en ook hoe we het hebben gevonden. Zo leren we van elkaar.

11. Wat voor type zaken pakken jullie??

Er zijn veel zaken in de media verschenen (zoals oa bij Opsporing Verzocht). Bekend werd Serendip met de Robert M. zaak doordat zij een rol speelden in de eerste fase van de Amsterdamse zedenzaak. In twee uur en tien minuten waren ze erachter. Wat het voor truitje was en waar je het kon kopen. Serendip zocht voor de politie naar de herkomst van het truitje met de Nijntje-opdruk, en hadden op dat moment nog geen idee van de gevolgen die hun ontdekking zou hebben. Acht dagen na de ontdekking zou de politie in het programma Opsporing verzocht dezelfde beelden tonen. Beelden die uiteindelijk de arrestatie van Robert M. tot gevolg hadden. Beelden die het schokkende misbruik blootlegden van ten minste 87 zeer jonge kinderen door hun cr?cheleider en oppas.

In 2010 treft de politie in de Verenigde Staten bij een aangehouden man beelden aan waarop is te zien dat een tweejarig jongetje wordt misbruikt door een man. De politie heeft geen idee wie zij zijn en plaatst in november 2010 drie afbeeldingen op een internationaal computerprogramma ter bestrijding van kinderporno. Het valt het Team Beeld en Internet van het Nederlandse Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) op dat het jongetje een Nijntje-doekje in zijn hand heeft en een Nijntje-truitje aanheeft. De beelden worden vertoond in Opsporing verzocht, een opa herkent zijn kleinzoon en belt met zijn dochter. Die dochter meldt zich bij de politie. Het eerste wat ze zegt, is dat ze bij het zien van de foto’s meteen moest denken aan haar oppas Robert van anderhalf jaar geleden. Wat minder bekend is, is dat de politie voorafgaand aan het tonen van de foto van het jongetje op televisie de hulp heeft ingeroepen van de website Serendip. Op deze website zoeken mensen in competitieverband naar voorwerpen of antwoorden op vragen. Weten jullie meer over de herkomst van dit truitje, is de vraag die Serendip krijgt gesteld door een contactpersoon bij de politie. De politie kwam er niet achter, de speurneuzen van Serendip hadden aan een avondje genoeg.

‘We kregen maar een deel van de foto te zien. Voor ons was de Nijntje-afbeelding niet eens zichtbaar. Net als het gezicht van het jongetje. Heel vaag zagen we op het truitje een klein rechthoekig versierseltje. Na flink uitvergroten en een beetje fotoshoppen zagen we uiteindelijk twee letters en een vlekje. Dat vlekje bleek een &-teken te zijn, gevolgd door de letter z in een heel vreemd lettertype.’ Het betekende het begin van een zoekrichting. ‘We hebben gewoon op internet gezocht en kwamen uiteindelijk uit bij het logo van een bedrijfje in Gouda: Hip & Zo.’ De eigenares wist de politie te vertellen dat ze het truitje zelf heeft gemaakt, in 2004, en dat ze er 21 van heeft verkocht. Op basis van de vermoedelijke leeftijd en de lengte van het jongetje op de beelden kan de maat van het truitje worden geschat. De eigenares heeft in deze maat maar ??n truitje gemaakt en heeft dat verkocht in Nederland. Voor de politie is het nu duidelijk dat het misbruik en de vervaardiging van het kinderpornografische materiaal hoogstwaarschijnlijk hebben plaatsgevonden in Nederland – reden om Opsporing verzocht in te schakelen.

‘Dit hebben we echt s?men gedaan. Met alle deelnemers aan onze website hebben we, ieder vanachter onze eigen computer, mogelijke oplossingen geopperd. We hebben elkaar aan het denken gezet. Uiteindelijk is een van onze vrouwelijke deelnemers met de goede oplossing gekomen.’ Op dat moment en in de dagen erna hadden de mensen van Serendip nog geen idee welke zaak ze een duw in de juiste richting hebben gegeven. ‘Dat hoorden we later pas?. De zoektocht naar het Nijntje-truitje is maar ??n van de wapenfeiten van de internetspeurders. Meerdere keren per jaar schakelt de politie de website Serendip in om duidelijkheid te krijgen over zaken waar ze zelf niet helemaal uitkomt. Zo wisten zij op basis van een niet al te scherpe foto duidelijk te krijgen dat die foto was genomen in een trein die was gebouwd in de Estse hoofdstad Tallinn. En eerder moesten ze bijvoorbeeld aan de hand van een landschap uitzoeken waar die foto was genomen. ‘We vinden het leuk om dingen op te sporen, om zaken uit te zoeken. En als we de politie daarbij een handje kunnen helpen, is dat natuurlijk prachtig.’

12. Wat voor resultaten levert het werk op?

Het werk is heel divers, we zoeken op objecten ?n personen. Ons resultaat ligt misschien rond de 60%.

De ‘Trace an Object’-campagne van Europol vraagt leden van het publiek om uit te zoeken in welk land een item of een bepaalde locatie in beelden van kindermisbruik is gefilmd of gefotografeerd. Europol heeft het project begin juni 2017 gelanceerd en heeft al meer dan 21.000 tips ontvangen?. De meer dan 135 foto?s die vrijgegeven zijn, zijn bijgewerkt om alle illegale inhoud te verwijderen en alleen huishoudelijke voorwerpen achter te laten. Deze items kunnen echter nog steeds aanwijzingen geven.

Bellingcat heeft onlangs een project opgezet op?CheckMedia, een online platform voor het beheren van verificatiechecks, om de Europol campagne te ondersteunen.?Deze vrijwillige speurneuzen hebben met succes meer dan 35 voorwerpen ge?dentificeerd: een paar speelgoedschoenen, een specifiek merk kinderkleding en een paar supermarktzakken die typisch in Noord-Europese landen zijn gevestigd tot een hotelkamer in Taiwan.

Bo, ook lid van de Bellingcat-groep, legt uit hoe hij het paar speelgoedschoenen identificeerde. Ten eerste vond een lid van Serendip een vergelijkbaar plaatje, ook van een speelgoedschoen, waarschijnlijk met Google. Bo deed vervolgens een reverse image search zoekactie op die afbeelding, die via Google zoekt naar visueel vergelijkbare afbeeldingen. Bij de getoonde resultaten stond een speeltje dat sterk leek op het plaatje dat door Europol was gepost. “Het was helemaal niet zo technisch.)” legde Bo uit aan Motherboard via een e-mail.

12. Welke dilemma?s komen jullie tegen in dit werk??

Iedereen heeft een nickname. Ik ken slechts enkelen en dan vaak nog niet eens met de volledige naam.?Op Serendip bedienen de deelnemers zich van namen als Inspector?Morse, Maigret en De Zoeker. Amateurs zijn het. Ze krijgen er geen vergoeding voor, ze doen mee omdat ze graag zaken uitzoeken. ‘G??n hackers’, benadrukken ze. ‘We maken uitsluitend gebruik van openbare bronnen (Open Source Intelligence, OSINT), kijken alleen op die plaatsen waar iedereen kan kijken.??Tijd.

Waarom de politie het werk dan niet zelf doet ? ze hadden de vraag verwacht.”Soms kunnen zij ook wat wij kunnen, maar hebben ze geen tijd of prioriteit. En soms zijn we wat slimmer of handiger dan politie?.?Maar de gemiddelde rechercheur heeft de tijd niet om het onderzoek te doen zoals wij dat doen.’ Serendip heeft de mankracht wel. ‘Wij buigen ons soms met dertig man tegelijk over een voorwerp. Soms zijn we avonden aaneen bezig. Zo hadden ze bijvoorbeeld een foto van een bril. Daar zaten weken werk in en pas veel later kwam er ineens een verlossend bericht van politie: “Weet je nog dat jullie een hele tijd geleden gezocht hebben naar de herkomst van een bril ? Deze bril bleef destijds achter op een plaats delict na een steekpartij. Dankzij jullie zoektocht kwamen we erachter waar de bril bij Hans Anders verkocht werd. Op dat moment leek het of we daardoor niet verder zouden komen, er zijn immers zoveel vestigingen in Nederland. Bij een van de vestigingen van Hans Anders werd de glassterkte doorgemeten, die bleek redelijk uniek. Zo uniek zelfs dat er maar 4 personen in heel Nederland dezelfde sterkte hadden. En ja, daar zat ook de verdachte tussen. DNA aangetroffen op de bril matchte met die van de verdachte. Hij is inmiddels veroordeeld tot een meerjarige gevangenisstraf. Een mooi resultaat, mede dankzij jullie zoektocht!”

De politie waardeert de inzet van de amateurspeurders, zo blijkt wel. Ooit bezocht een delegatie van Serendip de politie om eens nader kennis te maken.?Overheidsinstanties zijn wat log, dat weet iedereen, dus ja maakt samenwerken soms lastig.?’Maar ze zijn blij met wat we allemaal doen en we voelen ons dan ook zeer serieus genomen.’ En terecht. Denk bijvoorbeeld aan die overval op een winkel waarbij op camerabeelden te zien was dat een van de overvallers een grijze capuchontrui droeg. ‘Wij wisten de politie uiteindelijk te melden dat die afkomstig was van een bepaalde winkel in Warschau. Later wist de politie op basis van die informatie uiteindelijk drie leden van een motorclub uit Litouwen aan te houden. Dat is natuurlijk een mooi resultaat.’ En ook de komende tijd is er nog voldoende werk aan de winkel.

13. Welke manieren zijn er tenslotte nog voor jullie om risico?s zoveel mogelijk te voorkomen?

Wij doen niet aan (spel)regels maar aan fatsoen en dat lijkt te werken 😉

Meer informatie: http://www.serendipov.nl/

Lees de publicatie?De valse romantiek van cocreatie?waarin Serendip ook genoemd wordt met hun werk in de Robert M. zaak:

Serendip is?ook te vinden op Facebook en Twitter

De toekomst van sensing voor veiligheid

Sensing is het vermogen van een organisatie om relevante informatie te verzamelen met behulp van sensoren, met de intentie tot opvolging. Met de onze publicatie ‘De toekomst van sensing voor veiligheid’ plaatsen we sensing voor veiligheid in een maatschappelijke context en helpen we onze partners om zelf tot een visie te komen.

Een eenzijdige focus op meer data en informatie over burgers en bedrijven is niet de oplossing voor de toekomst van sensing op veiligheid. Dat leidt alleen maar tot minder privacy en dus minder vrijheid. Uitvoerende veiligheidsorganisaties worden door de snelheid en hoeveelheid van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen uitgedaagd om zelf te bepalen welke informatie ze wel ?n welke ze niet nodig hebben.

TNO geeft inzicht in wat er nodig is voor partners actief in openbare veiligheid en vitale infrastructuren, om z?lf een visie op sensing te kunnen ontwikkelen ter ondersteuning van de uitvoering van operationele taken, gestoeld op expliciet beschreven principes die de relatie tussen maatschappij, uitvoerende veiligheidsorganisatie en technologie duiden.

TNO laat tevens zien hoe uitvoerende veiligheidsorganisaties zelf tot een visie op dit zeer actuele onderwerp kunnen komen, zonder dat men vervalt in een welles-nietesdiscussie over kraaltjes en spiegeltjes.

Download of lees de publicatie online:

[slideshare id=117774888&doc=tno-2018-toekomst-181002105901&type=d]

Bron: TNO

Erik Akerboom: ‘De opsporing moet mee’

De politie staat niet boven de wet. Maar met goede wetgeving kan zij een vuist maken bij moderne problemen. ?We moeten z?lf kunnen optreden, anders zijn straks de Googles en de Apples de politie van de toekomst.? Interview met politiebaas Erik Akerboom.

?De politie is een incidenten-organisatie: wij krijgen 1,5 miljoen spoedoproepen per jaar. Dan is het in mijn vak de kunst om niet alleen daardoor geleefd te worden, maar om ook een paar echt belangrijke lijnen vast te houden. Geweld. Discriminatie. Integriteit en de menselijke maat van de organisatie.?

Tegelijkertijd zie je?bij het OM de indringende wens om de rechtsstatelijkheid te vergroten en de rechtswaarborgen in de samenleving te garanderen. Die twee ? actie en rechtstatelijkheid ? wringen wel eens met elkaar. Want je gaat dan nog in het begin van het strafvorderlijke proces al interveni?ren. Daar zie ik bij het OM een worsteling.

Over burgeropsporing zegt hij:?

Ik zie een gezamenlijke worsteling om effectief om te gaan met die initiatieven van de burger. Je zag het bij de Hoornse zedenzaak. Burgers tikken in: ?Find my iPhone?, weten daarmee de verdachte van een aanranding of verkrachting te traceren, en stappen naar politie en OM: ?Ik h?b hem, gaat u daar even naar toe?? Op dat indringende samenspel zijn wij nog niet goed toegerust. Het vraagt om openheid van beide organisaties om snel te communiceren: bij een indringend delict soms elke twee uur. Klassiek wacht het OM daar liever mee, om niet de vervolging van zo?n zaak te schaden. Maar ik denk dat dat moet worden heroverwogen. De samenleving eist van ons dat we laten zien wat we doen en of we al nieuws hebben. Burgers zitten met de sociale media boven op het onderzoek,? analyseren zelf eigen zaken, gaan desnoods zelf zoeken. Dus, wil je het beste uit die samenwerking met burgers en bedrijven halen? Stap dan als politie en OM naar voren. Daarvan bestaan al succesverhalen. Zo verliep de zoektocht naar Anne Faber heel goed. De politie kon aanwijzen: kunt u ons helpen d??r te zoeken? Vervolgens gingen militairen, familie, vrijwilligers zoeken, en zij vonden uiteindelijk sporen van de kleding.

Is de rechtsstatelijkheid in goede handen bij de speurende burger?

Niet altijd, maar hij is wel hard nodig. Het is zeker wat eng om opsporen wat uit handen te geven. Daarom snap ik die herori?ntatie van het OM op die rechtsstatelijkheid zo goed. Want ik zei al: straks bepalen de Googles en de Apples en de providers nog wie wel en niet mag communiceren, wie wel en niet wordt afgesloten van het internet. Wie wel en niet ?verdachte? is wordt bepaald door individuen die iemand op social media zetten. Sommige individuen hebben daarbij een bepaald belang. Anderen zijn idioten die denken dat ze Sherlock Holmes zijn ? daarmee zijn al grote vergissingen begaan. Weer anderen, dat is de grootste groep, zijn bezorgde burgers die gewoon willen helpen. Al gaat het met horten en stoten: er is geen andere weg. Dan is het zaak dat politie en OM in hoog tempo feiten en informatie kunnen duiden, en daar sterker in worden. Daarmee behouden we het vertrouwen van burgers in ons objectieve onderzoek. Die duiding past bij onze rol in de rechtstaat: de zwakkere beschermen, en soms ook de verdachte.

Lees het hele artikel:

Bron: Opportuun

Gamification in de opsporing: stimulans voor burgerparticipatie?

Een verkennend onderzoek naar gamification als incentive voor het duurzaam stimuleren van burgerparticipatie.

Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe gamification kan worden ingezet om burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing duurzaam te stimuleren. In het onderzoek is vastgesteld dat er
behoefte is aan een incentive om duurzame participatie tussen burgers en de politieorganisatie in opsporingsdoeleinden te stimuleren, met name met betrekking tot initiatieven waarin burgers
worden verzocht om met de opsporing mee te denken (crowdsourcing). Aan de hand van een theoretisch kader blijkt dat dit doelgedrag voornamelijk als heuristisch kan worden geclassificeerd. Gamification biedt mogelijkheden als incentive doordat gamification een verschuiving in het motivatiespectrum teweeg kan brengen. In voornoemde context kan gamification voorzien in de basisbehoeften van intrinsieke motivatie, te weten: autonomie, competentie en verbondenheid. Aan de hand van een theoretisch kader zijn aspecten vastgesteld aan de hand waarvan gamification invulling kan geven aan de behoeften van intrinsieke motivatie.

Deze aspecten betreffen:

  • Keuzevrijheid (autonomie)
  • Terughoudendheid omtrent straffen en controlerende beloningen (autonomie)
  • Positieve feedback (competentie)
  • Optimale uitdagingen (competentie)
  • Intuïtieve besturing (competentie)
  • Verbondenheid met doelstelling (verbondenheid)
  • Verbondenheid met anderen (verbondenheid)

In de vervolgfasen van het onderzoek is bekeken hoe deze aspecten zich verhouden tot de context van burgerparticipatie ten behoeve van de opsporing. Naast bevindingen van meer algemene aard, lijken twee bevindingen grotendeels typerend te zijn voor de aspecten in relatie tot de context van burgerparticipatie in de opsporing. Allereerst kan de aansluiting van de context met het aspect verbondenheid met de doelstelling deels invulling geven aan de basisbehoefte van verbondenheid. Deze eigenschap kan als typerend worden benoemd voor de context en kan in een gamification-toepassing nader worden benut. Daarnaast komt in het onderzoek naar voren dat feedback essentieel is in de motivatie van de burger met betrekking tot burgerparticipatie, maar dat de context van de opsporingspraktijk zich niet altijd leent voor een terugkoppeling omtrent resultaten en ondernomen stappen. Aan de hand van het theoretisch kader is gesteld dat gamification mogelijkheden biedt om positieve feedback met betrekking tot de gedraging te geven en dat dergelijke feedback eveneens motiverend kan werken door het gevoel van competentie te vergroten.

“We can no longer afford to view games as separate from our real lives and our real work. It is
not only a waste of the potential of games to do real good – it is simply untrue.
Games don’t distract us from our real lives. They fill our real lives: with positive emotions, positive
activity, positive experiences, and positive strengths.
Games aren’t leading us to the downfall of human civilization. They’re leading us to its
reinvention.
The great challenge for us today, and for the remainder of the century, is to integrate games
more closely into our everyday lives, and to embrace them as a platform for collaborating on our
most important planetary efforts.
If we commit to harnessing the power of games for real happiness and real change, then a better
reality if more than possible – it is likely.
And in that case, our future together will be quite extraordinary.”
(McGonigal, 2011)

Het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425227&doc=gamificationindeopsporing-200909070414&type=d]

Bron: Politieacademie

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Gastauteur: Stan Duijf

Steeds vaker verrassen burgers, vriend en vijand door in de rol van de politie te kruipen. Nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit starten ze op eigen initiatief met opsporen. Er wordt vaak gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar zeker nog geen werkelijkheid!

Weet u nog? Een vrouw uit Hoorn heeft de man die haar aanrandde zelf opgespoord. De aanrander nam haar iPhone mee en dat bracht haar na een zoektocht uiteindelijk zelf bij de dader. Ze gaf haar informatie door aan de politie. Het duurde vervolgens twee maanden voordat de politie de man wist te pakken. De man bekende en werd door de rechtbank veroordeeld. Een spraakmakend voorbeeld uit 2017 en zeker niet het enige. Met hoge regelmaat duiken er in de media voorbeelden op van burgers die zelf aan het opsporen gaan. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaagd lijkt toe te nemen. Helemaal nieuw is het niet, burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Toch lijkt deze rol aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Omdat de politie hun verwachtingen vaak niet waarmaakt nemen burgers het initiatief en starten zelf het opsporingsonderzoek (1). Soms volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op Instagram en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. De integratie van technologie en internet in ons dagelijks leven lijkt zeer prominent bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze initiatiefrijke burgers.

Noemenswaardig is dat er voornamelijk aandacht is voor het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. De (wetenschappelijke) onderzoekswereld heeft tot op heden opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Deze filosofeert namelijk graag over de wenselijkheid van een participerende politie, waarbij vaak een scherp oog voor de huidige realiteit ontbreekt. Vergezichten en overtuigingen van ?hoe het zou moeten? zijn niet genoeg en lijken te worstelen met de werkelijkheid. Want wanneer de attitude van de politie ten opzichte van deze zelfstartende opsporende burgers niet verandert, komt de legitimiteit van de politionele opsporing nog verder onder druk te staan. In werkelijkheid neemt de politie namelijk nauwelijks deel aan het opsporingsonderzoek waarin burgers leidend zijn.

Werkelijkheden: de wijze waarop de politie reageert

De politie zit niet te wachten op inmenging van zelfstartende burgers in het opsporingsonderzoek. Voor velen is opsporen toch echt alleen de taak van de politie. Er is in werkelijkheid meer sprake van politie-power dan van politieparticipatie. Ondanks dat de politie terughoudend en wantrouwend is, beseffen ze zich dat ze beter kunnen samenwerken. Dit geeft de politie, geredeneerd vanuit eigen belang, de kans om meer invloed en controle te hebben op de opsporingsactiviteiten van deze burgers. Merkwaardig is dat de behoefte aan invloed die de politie wil hebben op deze initiatiefrijke burgers, toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze behoefte van invloed is vele proporties meer dan bij veelvoorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Bij dit soort veelvoorkomende criminaliteit is de politie zelfs in staat om een kwetsbare burgers zelf op onderzoek uit te sturen, met alle risico?s van dien. Het lijkt er op een of ander manier minder toe te doen.

Ondanks dat de politie moeite heeft om deze zelfstartende burger te omarmen in het opsporingsonderzoek, zijn er zo links en rechts wel enige beginnende vormen van participatie waarneembaar in de praktijk. Er wordt onder andere vaak (nuttige) informatie uitgewisseld tussen opsporende burgers en politie. Hierbij is er wel sprake van eenrichtingsverkeer, want voor de politie is het vaak complex door regelgeving om informatie uit te wisselen. Daarnaast geeft de politie, gedreven door o.a. manipulatieve redenen, ook voorlichting en training aan initiatiefrijke burgers. Hiermee hoopt de politie dat zij hetgeen gaan doen wat in het politionele straatje past en het liefst maakt de politie hier op voorhand afspraken over. Past het niet in het politionele straatje en worden volgens de politie ethische en juridische grenzen overtreden, dan is de politie niet te beroerd om burgers tot stoppen te dwingen. Het is overigens ook de flexibiliteit van de politieorganisatie die echte participatie in de weg staat. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief dat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar een vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld, die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Dat er de komende tijd gesleuteld moet worden aan wijze waarop de politie reageert op deze opsporende burgers is duidelijk. De huidige attitude resulteert onvoldoende in voortuitgang en dat is toch waar de opsporing naar verlangd. Niet structureel, maar incidenteel is zichtbaar geworden wat we met vooruitgang bedoelen wanneer de politie in staat is om opsporende activiteiten van burgers te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Het opsporend vermogen neemt namelijk significant toe. De politie kan gebruik maken van meer ogen, oren en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast ontstaat er meer gelegenheid om van elkaar te leren en de tevredenheid over de politie neemt toe wanneer ze in staat zijn om burgers te erkennen als serieuze partner in crime.

Verlangen naar vooruitgang: wat helpt?

Het begint bij het erkennen van de realiteit. De politie neemt nauwelijks deel aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn en geleid worden door burgers. Zoals Arnout de Vries en Jose Kerstholt (2) al eerder in dit tijdschrift schreven is alleen het vertrouwen van burgers in de politie onvoldoende. De politie mag wat minder angstig zijn en haar keuzes wat minder baseren op potenti?le risico?s. Handel naar werkelijkheid. Waarheidsvinding en rechtspreking, daar gaat het toch om. Stel dat voorop in het opsporingsonderzoek, omarm de goedwillende opsporende burger en sta toe om meer te vertrouwen. Pas dan komt er echte experimenteerruimte, wordt het wederzijds lerend vermogen benut en kan er weer positief verrast worden in de opsporing. Hiervoor zijn richtinggevende kaders voor opsporende burgers en politieagenten nodig. Ze weten namelijk vaak beiden niet hoe ze met elkaar moeten dealen en wat simpelweg wel en niet legitiem is. Let wel op, kaders impliceren ook ruimte. Metsel deze potenti?le kans voor voortuitgang niet dicht. De politie moet namelijk nog echt beginnen met participeren. Ervaringen in de werkelijkheid kunnen later bijdragen aan het verfijnen van deze kaders.

Afsluitend, kunnen wij een afspraak maken? De eerstvolgende goedwillende burger die zelf start met opsporen krijgt een aantal politieagenten ter ondersteuning. Deze initiatiefrijke burger is en blijft de leider van het onderzoek, ongeacht of het nu gaat om ondermijning, een fietsendiefstal of een ramkraak. Wie doet? Het is namelijk nodig!

Lees of download hieronder het hele onderzoek:

[slideshare id=111131528&doc=modernsherlockholmes-180823110121&type=d]

Stan Duijf werkt als teamchef van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31; Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34; Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  2. Kerstholt, J. & de Vries, A. (2018) Agent in burger. Tijdschrift voor de politie, 80 (6).
  3. Duijf, S (2018). Modern Sherlock Holmes. How will the police respond?. Canterbury-Apeldoorn.

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.