Categoriearchief: Rules

Regels van het spel, rules of engagement, wetgeving, governance

De smartphone is het beste spionagemiddel dat ooit is uitgevonden

16 februari 2013 was in de Volkskrant een interessant stuk te lezen “Gevaren op het web – vrees de little sisters” met daarin?Raj Goel, ICT expert, waarin de gevaren van social media duidelijk worden, en waarbij je ook als Nederlander moet nadenken of je geen dingen doet die in andere landen ten strengste verboden zijn. Hieronder de meest interessante quotes en voorbeelden uit dat stuk:

Thai American Joe Gordon Sentenced to Prison for Insulting KingEen Amerikaan die op Facebook een Thais boek in het Engels vertaalde, werd gearresteerd toen hij zijn familie in Bangkok bezocht. Het boek was kritisch over de Thaise koning en dat is volgens de Thaise wet verboden. Het aanbod van de politie: zeg dat je schuldig bent, dan hoef je maar een paar jaar te zitten; pleit je onschuldig dan geven we je 20 jaar. De man zit nu een straf van 2,5 jaar cel uit. Alle Facebookvrienden die de vertaling konden lezen, zijn volgens de Thaise wet medeschuldig aan majesteitsschennis. Voor hen zit een vakantie naar Thailand er niet meer in.?ICT-expert Raj Goel zegt: ‘Maar wat men zich niet realiseert, is dat je blogs, mails, tweets en foto’s als bewijs tegen je kunnen worden gebruikt. En dat tekstjes die in een westerse democratie op internet worden geplaatst, in andere landen soms strafbaar zijn. Internet kent geen grenzen.’

Sir John Sawers pictured on his wife's Facebook pageZo zette de echtgenote van John Sawer, hoofd van de Britse geheime inlichtingendienst MI 6, drie jaar geleden foto’s van haar gezin op Facebook tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Facebookvrienden konden niet alleen de Sawers in hun zwembroek bewonderen, maar via de metadata in de digitale foto’s ook hun – geheime – locatie achterhalen. Het gevolg: het verblijfadres en alle bodyguards op de foto’s moesten worden vervangen, gefotografeerde vrienden kregen beveiliging aangeboden. De operatie heeft de Britse overheid miljoenen aan belastinggeld gekost.

John McAfee Arrested in Guatemala (ABC News)Een andere computermagnaat, John McAfee, oprichter van het gelijknamige antivirussoftwarebedrijf, werd begin januari in Guatemala gearresteerd. Hij was al enkele weken op de vlucht na de verdenking dat hij zijn buurman in Belize zou hebben vermoord. De journalist die McAfee heimelijk in Guatemala interviewde, had foto’s van hem op zijn website geplaatst. Binnen een dag klopte de politie op de deur van McAfees schuilplaats.

De New York Police Department ontdekte in de computer van een pedofiel het complete profiel van een 12-jarig meisje in Pennsylvania, honderden kilometers verderop. Via social media kende hij haar vrienden, klasgenoten, hobby’s, huisdier, cheerleadingteam en favoriete kledingmerk. Hij was onder een alias digitaal niet alleen met het meisje bevriend, maar ook met sommige van haar vrienden. ‘Hij wist meer van haar dan haar ouders en leraar’, zegt Goel. Volgens de recherche had de man een gijzeling en misbruik van de 12-jarige op het oog; in zijn computer was heel nauwkeurig de route in kaart gebracht die ze naar en van school reisde, met details over de plekken en tijdstippen waarop ze onderweg stopte. ‘Hij had dit kunnen vaststellen zonder ook maar ??n keer in haar nabijheid te zijn geweest.’

Afgelopen jaar werd de FBI door een rechtbank teruggefloten wegens het plaatsen van gps-trackers onder voertuigen van verdachten; een ongeoorloofde inbreuk op de privacy, oordeelde de rechter. Toen de FBI vervolgens de gps-gegevens van de mobiele telefoons aan het dossier toevoegde, werd dit w?l als legitiem bewijs geaccepteerd. Waarom? ‘Omdat je zelf niet de beheerder bent van de locatiedata van je telefoon’, zegt Goel. ‘Omdat je provider daarvan de rechtmatige eigenaar is, hoeft de recherche niet eens een rechterlijk bevel te laten zien bij het opvragen ervan. Het wapperen met een insigne is voldoende.’

Hetzelfde gold voor de ontdekking van liefdesbrieven die CIA-voorman David Petraeus in zijn Gmail-account had opgeslagen. Als hij de brieven van zijn minnares via de post had ontvangen, hadden FBI-agenten een doorzoekingsbevel van een rechter-commissaris nodig gehad om ze te vinden, stelt Goel. Nu kostte de toevallige ontdekking van die brieven Petraeus zijn functie.

Paula Broadwell en Generaal David Petraeus die via gmail hun relatie onderhielden.

Goel vindt juist dat de soevereiniteit van de individuele burger al te zeer is aangetast. De Amerikaanse Patriot Act, die na de aanslagen op het World Trade Centre in 2001 van kracht werd, schrijft voor dat elke provider en webwinkel alle data van een computergebruiker aan de politie moet verstrekken als die daarom vraagt. De verstrekker mag de klant daarover vervolgens niet informeren. Google heeft bekendgemaakt dat de zoekmachine annex Gmail-beheerder in 2012 van ruim 54 duizend gebruikers (uit verschillende landen, ook Nederland) gegevens of de personalia achter een IP-adres aan opsporingsdiensten heeft moeten afstaan. Andere social media, als Twitter, Facebook en LinkedIn, en webwinkels als Amazon publiceren die gegevens niet, maar het totale aantal verstrekte gegevens aan de politie zal daarvan een veelvoud zijn.

Niet Big Brother, maar een samenleving vol?Little Sisters?moeten we vrezen‘, stelt Goel. ‘Als ergens iets gebeurt, staat het via smartphonecamera’s en social media onmiddellijk voor de eeuwigheid online. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.’

Bron: De Volkskrant

Killswitch

killswitch

De Britse premier David Cameron overwoog na de Londense rellen een scenario waarbij de overheid sociale media tijdelijk zou kunnen ‘uitzetten’, een zogenaamde killswitch, om georganiseerde rellen te kunnen voorkomen. Daarover werd hevig gediscussieerd, terwijl men deze maatregel daarna ook achter de hand had bij de trouwerij van Kate en William en de Olympische spelen. De korpschef van Manchester, Peter Fahy, was een van de tegenstanders van dat voorstel. Hij was het niet eens met dergelijke drastische maatregelen. ” Twitter heeft juist een positieve rol gespeeld bij de rellen”, zei hij. “Twitter was een heel waardevolle bron van informatie voor de politie.”

De killswitch werd daadwerkelijk uitgevoerd voor de metropolitie in San Francisco.

Het Bay Area Rapid Transport (BART)-metronetwerk ?sloot op 11 augustus 2011?effectief?zijn mobiele netwerk in metro’s en stations af. Aanleiding was een schietincident waarbij metropolitie een messentrekker had doodgeschoten. Daarop vernam de politie dat er plannen waren om het hele metroverkeer lam ?te leggen: demonstranten zouden zich aan metrostellen vastketenen.
Mandingo, (center) and others managed to shut down the Fruitvale BART station, on Wednesday Jan. 7, 2009, in Oakland, Calif., as hundreds protested the shooting death of Oscar Grant by a BART police officer. Photo: Michael Macor, The Chronicle / SF

Om?geco?rdineerde?acties van bij het begin in de kiem te smoren, schakelde BART het netwerk uit waardoor niemand nog kon bellen, SMS’en of internetten. De organisatie kon dat zelfstandig beslissen omdat ze het netwerk zelf beheert.

Net zoals bij het voorstel van premier Cameron veroorzaakte deze actie heel wat commotie en discussies over het Amerikaanse First Amendment (het recht van vrije meningsuiting).

Op het einde van hetzelfde jaar nog keurde het bestuur van BART een policy goed waarin nadrukkelijk werd beschreven hoe en wanneer het netwerk afgesloten mag en kan worden. ” Indien we nog eens geconfronteerd zouden worden met exact dezelfde situatie, dan zouden we het netwerk niet opnieuw afzetten”, verklaarde voorzitter Bob Franklin.

Bron: ” De Nieuwe Politie” van?Steven de Smet

Foutje 2.0: over huiselijk geweld, spleetogen en zigeuners

?Oom agent krijgt Twitterles?

foutje

Een districtschef die op Twitter over huiselijk geweld rept, terwijl?het dat niet blijkt te zijn. Een agent die in 140 tekens rept over laffe daders die Marokkaans zijn. Het zijn twee pijnlijke ?voorbeelden van Twitterblunders binnen het Nederlandse politiekorps. Een heuse masterclass social media, die in september van start gaat, moet hier een eind aan maken. Het initiatief is mede afkomstig van de afdeling Forensisch Digitale Opsporing. Agenten hebben namelijk vaak moeite om zich op internet goed uit te drukken, stelt Frans-Jan Mulschlegel van deze dienst. Eigenlijk zouden social media een standaard onderdeel van de opleidingen aan de Politieacademie moeten zijn , zegt hij in het jongste nummer van Politieacademie Magazine. De Nederlandse Politiebond vindt dat vooralsnog echter te ver gaan, zegt voorzitter Han Busker in een reactie tegenover Metro. Een masterclass is zeer goed om agenten bij te scholen op het gebied van de ontwikkelingen op internet. Maar of je het zodanig moet inrichten dat dit onderdeel wordt van de opleiding? Dat wil ik niet als keihard uitgangspunt nemen.

Politiechef op non-actief na tweet; ?Districtschef Zuid-West Drenthe wordt ‘ernstig plichtsverzuim’ verwetenTwitter-incident

Een misplaatste tweet lijkt Gerda Dijksman, districtschef van de politie Zuid-West Drenthe, de kop te kosten. Dijksman (53) is maandag door korpschef Frans Bakker van de regiopolitie Drenthe buiten functie gesteld, vanwege haar reactie op Twitter op de vondst van twee jonge doden in een flatwoning in Meppel, op Eerste Kerstdag. ,,Zal wel om huiselijk geweld gaan”, twitterde Dijksman. Maar de doden, een jongen van 23 en zijn 19-jarige vriendin uit het Groningse dorp Doezum, bleken door koolmonoxide te zijn gestikt, terwijl ze logeerden bij de moeder van de jongen.

Dijksman plaatste de, inmiddels verwijderde tweet onder haar priv?naam ‘grotedame’, maar gebruikte informatie uit haar functie die bovendien niet klopte, en dat wordt haar zwaar aangerekend. De districtschef wordt beschuldigd van ernstig plichtsverzuim en mogelijke inbreuk op de integriteit van de slachtoffers en hun nabestaanden. Een intern tuchtrechtelijk onderzoek moet de vraag beantwoorden wat haar bezielde de tweet te plaatsen. Het onderzoek duurt naar schatting vier weken.

Korpsbeheerder van de regiopolitie Drenthe, Sicko Heldoorn, burgemeester van Assen, beslist uiteindelijk over de toekomst van Dijksman bij de politie. Hij wacht de uitkomsten van het tuchtrechtelijk onderzoek af, maar geeft aan dat niet voor niets nu al de zwaarst mogelijke sanctie is getroffen, het op non-actief stellen van de districtschef. ,,De lezer kan zijn conclusie wel trekken.”?Het is niet voor het eerst dat Dijksman, die van 1994 tot 1997 in de Tweede Kamer zat voor de PvdA, aanstootgevend twittert. In augustus noemde ‘grotedame’ de PVV ‘fascistisch’. Hoewel toen geen werkinformatie in het geding was, werd zij wel door korpsbeheerder Heldoorn op het matje geroepen, waarna ze toegaf dat het bericht onhandig en onverstandig was.?Burgemeester Kor Dijkstra van de gemeente Grootegast, waar de slachtoffers vielen, noemt de actie van Dijksman ‘verwerpelijk’. Voor hem is duidelijk dat de hoge politievrouw op moet stappen. Dijksman zelf is onbereikbaar. Een laatste tweet op haar pagina is een kerstgroet gericht aan een twittervriendin op vakantie op Cura?ao, Ans Rietstra, korpschef van de politie Noord-Holland Noord.

Ongelukkige tweets

Eerdere incidenten door onachtzaam gebruik van Twitter, de website voor korte, persoonlijke berichten:?Cornald Maas ‘Mister Songfestival’, presentator Cornald Maas, twitterde in juni: ‘Grappige exportproducten heeft Nederland: Sieneke, Joran van der Sloot en de PVV’. De Tros zag de ironie ervan d niet in en zo verloor het Eurovisiesongfestival zijn commentator.

media_xl_687086

Maxime Verhagen In februari vorig jaar zond Maxime Verhagen een foto van de ministerraad via Twitter de wereld in. Deze sfeerimpressie kwam hem op een reprimande van premier Balkenende te staan. Arend Jan BoekestijnOud-Kamerlid Arend Jan Boekestijn slaagde erin om met ??n tweet ruim een miljard mensen te beledigen: ‘Ja, ik zie ook wel eens een spleetoog over het oog, het zijn er ook zoveel!’ Boekestijn bood zijn excuses aan, maar een slip of the tongue op Twitter heet sindsdien een ‘boekestijntje‘.

boekestijn

Gregory van der WielZich van geen kwaad bewust plaatste voetballer Gregory van der Wiel in oktober 2009 een foto van hem met zijn rappende idool Lil’ Wayne op Twitter. De foto werd begeleid met de tweet ‘Lil wayne and I last night’. Vooral het ‘last night’ was bondscoach Bert Van Marwijk een doorn in het oog. Van der Wiel had zich namelijk vanwege een hersenschudding afgemeld voor de interland in en tegen Australi?. Het incident liep met een sisser af. In de aanloop naar het WK gold er voor de internationals zelfs een algeheel twitterverbod. Voetballer Eljero Elia liet zich via een live op internet uitgezonden videoboodschap op niet al te vleiende manier uit over een vriend. Reden voor de bondscoach om alle sociale media, dus ook Twitter in de ban te doen.

Brandweerlieden van het korps Flevoland mogen sinds 20 december niet meer twitteren als zij aan het blussen zijn. Commandant Gerrit Spruit nam deze maatregel, toen een brandweerman via Twitter een foto van een dodelijk verkeersongeval online zette. Dit gebeurde terwijl hulpverleners nog slachtoffers uit hun beknelde positie haalden. ,,Het kan niet zo zijn dat onze mensen de journalist gaan uithangen”, zegt woordvoerder Wim Maas. ,,Het gaat ook in tegen onze ethische regels, hulpverlening heeft onze prioriteit.”

Twitteren is net leren zwemmen

Politiechef Gerda Dijksman uit Hoogeveen twitterde op 1 september van dit jaar over de in haar ogen fascistische PVV.?Afgelopen week werd ze op non-actief gezet door een tweet over het drama in Meppel tijdens de kerst. Wanneer wordt twitteren een probleem? Onderstaand interview werd afgenomen voor de schorsing van Dijksman.

Erik van Zuidam is plaatsvervangend korpschef van de politie in Groningen. Net als zijn Drentse collega Dijksman is ook hij veel op Twitter te vinden, met dat verschil dat Dijksman veel meer persoonlijke tweets in de strijd gooide. Van Zuidam twittert weliswaar op persoonlijke titel, maar met een meer zakelijke inslag. En niet zonder reden. Hij houdt er rekening mee dat ie bij de politie werkt en met argusogen gevolgd kan worden. Maar Van Zuidam realiseert zich als geen ander dat zoiets ook voordelen heeft. “Ik vergelijk het met de scanner van vroeger”, zegt hij. “Als mensen de politie zo graag volgen kunnen we Twitter dus ook inzetten op een positieve manier.

Het is een geweldig middel om ons werk transparanter te maken. En toegankelijker.”?Van Zuidam introduceert twee collega’s, de 37-jarige Gertjan van Bruggen en de zes jaar oudere Paul Kukler. Buurtagenten in respectievelijk DeWijert en Hoornsemeer.?De eerste is met meer dan zevenhonderd volgers de best gevolgde buurtagent van Nederland. De agenten attenderen de bevolking op problemen, ze schrijven wat ze gaan doen en ze krijgen reacties terug van mensen die bijvoorbeeld ergens een oogje in het zeil houden. “Maar waar het vooral om gaat is dat we nu veel makkelijker contacten leggen met bevolking en instanties.?Laatst twitterde iemand van Verslavingszorg Noord, die een jeugdagent van ons volgt, dat ie een heel ander beeld van de politie heeft gekregen door die tweets.”?Horizontale verbinding, noemt Van Zuidam dat. “De hi?rarchieke organisatie van vroeger was verticaal. Alles kwam van bovenaf.?Nu zitten we mede dankzij Twitter met z’n allen veel meer op ??n lijn. Binnen het politieapparaat, waar de buurtagenten meer verantwoordelijkheid krijgen, maar ook daarbuiten, op straat.” Van Bruggen en Kukler zeggen dat ze tegenwoordig om de tafel zitten en ‘een bakkie doen’ met buurtagenten die ze zonder Twitter nooit gekend?hadden. Dus hoor je veel meer.” Van Zuidam: “Mensen zien buurtagenten niet langer louter als een functionaris, maar ook als een persoon. Dat is goed, want burgers hebben steeds meer behoefte aan de menselijke maat.” Van Zuidam twittert niet over de thuissituatie. “Dat is voor mij een stap te ver. Ik geef wel graag mijn professionele mening over maatschappelijke problemen, maar ook daar moet je uitkijken. Anderen hebben de neiging om er een etiket op te plakken. Terwijl wij als politie helemaal niet voor of tegen een bepaalde politieke partij zijn.

Waar de grens ligt? Lastig. Twitteren is net of je zwemmen moet leren. Gaandeweg krijg je de slag te pakken. Ik twitter niet als functionaris, ik sta ook niet in uniform op Erik van Zuidam: “Iedereen moet voor zichzelf de grens bepalen. Kwestie van oefenen.”?de foto, maar in mijn bio staat wel dat ik plaatsvervangend korpschef ben. “Iedereen moet voor zichzelf de grens bepalen. Kwestie van oefenen.”?”Twitter is als een kroeg. Je hebt kletspraat, gezeur, verdriet, diepzinnige gesprekken, alles. Je kiest zelf naar wie je toe loopt. En als je iemand in het caf? in vertrouwen wilt nemen, kies je voor een DM, een direct message. Kwestie van een vertrouwensband; het is niet gebruikelijk om daaruit in het openbaar te citeren.” Of de wereld leuker is geworden sinds Twitter? “Ja, maar het is wel zoeken naar een nieuwe balans. Je moet ruimte en tijd hebben; het moet niet als een verslaving gaan werken. Het is een klein onderdeel van je dagelijkse leven. Ik vraag me wel eens af: vroeger, toen er nog geen tv of computer was, wat deed je de hele dag? Het leven verandert. Misschien is de volgende stap straks wel dat we stoppen met vergaderen.?Blijkt dat gewoon een gestold overblijfsel uit een ouwe tijd, haha!”

media_l_514258

Politie schaamt zich voor? zigeunertweet

De Drentse politie is op zoek naar? zigeunerachtige? inbrekers. Dat laat de politie Emmen weten op Twitter. Het bericht leidde meteen tot verontwaardigde reacties, onder anderen van zanger Dani?l Lohues. Hij noemt de tweet schandalig . Persvoorlichter Ramona Venema begrijpt de commotie.

Hoe zien zigeunerachtige types eruit??,,Dat weten we ook niet precies. De collega die de tweet heeft verzonden, meent ook dat dit zo niet had gemogen. We kregen meldingen binnen en een van de melders gebruikte deze term. ?Ik moest denken aan het schilderij van het zigeunermeisje.?,,Je kunt er op diverse manieren naar kijken en dat hoort niet. Onze tweets zijn bedoeld voor de opsporing en dan moeten we concreet zijn. Specifiek melden wat voor kleding verdachten aan hebben, bijvoorbeeld. ?Er zijn mensen lichtelijk boos geworden door deze tweet.?,,Dat kunnen we ons voorstellen. De politie mag niet stigmatiseren. Juist wij moeten feitelijk blijven.

Bronnen:?AD (14 mei 2012),?Trouw (29 dec 2010),?Dagblad van het Noorden (31 dec 2010),?Metro NL (3 aug 2011)

Grapje op zijn tijd, of altijd serieus werk?

Wijkagent op de vingers getikt om kruiptweet

De Amsterdamse wijkagent die twitterde over een kruipende sm-slaaf werd door de politie op de vingers getikt. De kruiper in kwestie is inmiddels opgepakt.?De politie had het enige tijd druk met de man, die slechts gekleed in zijn onderbroek door de Westelijke Grachtengordel kroop.

Wijkagent Misha Nauman twitterde dat hij deze week meermaals werd geconfronteerd met een man die in witte onderbroek door de wijk kroop of liep, in opdracht van zijn meesteres.”Hier gaan wij natuurlijk zakelijk mee om……. (maar ondertussen #woehahahaha)”, schreef hij.?”Deze week worden wij, bij herhaling, geconfronteerd met een man met een missie. De eerste keer liep hij, gekleed in slechts een witte onderbroek, met een speen in zijn mond door de wijk. De tweede keer kroop hij, nog steeds gehuld in de befaamde witte onderbroek, maar nu voorzien van hoge zwarte laklaarzen, door de wijk. Dit moest hij allemaal doen van zijn meesteres. Hier gaan wij natuurlijk zakelijk mee om……. (maar ondertussen?#woehahahaha)” (Bron: Twitlonger)

“Wat mij betreft had dit niet mogen gebeuren. Het was een bericht in de categorie leedvermaak. Er is van alles mis met mensen en daar zit meestal een verhaal achter. De wijkagent wordt erop aangesproken”, laat een woordvoerder van politie in Amsterdam weten.?De wijkagent mag de tweet overigens laten staan en zal verder geen consequenties ondervinden van zijn bericht. De ‘slaaf’ is aangehouden wegens ordeverstoring en gehoord.

Bronnen: NRC, Telegraaf

De politie en de jeugd van tegenwoordig

Scholen worstelen regelmatig met de gevolgen van social media. De jeugd van tegenwoordig vliegt nogal eens uit de bocht met hun online gedrag. Maar wie doet er iets aan? Hieronder een verzameling van een aantal voorbeelden en enkele documenten die daarbij voorhanden zijn om het kennisniveau hierover te verhogen.

School wil verbod Twitter en Facebook na veldslag

Het Van der Meij College in Alkmaar heeft een verbod op Facebook, Twitter en Hyves overwogen tijdens lesuren. Dit om te voorkomen dat leerlingen weer massaal gingen vechten. Enige tijd geleden heeft het Petrus Canisius College in Alkmaar heeft een meldingsplicht ingesteld van eventueel Twitter- en Facebookverkeer.?Internetrechercheurs speurden onder meer Facebook, Twitter en Hyves af om te voorkomen dat groepen scholieren elkaar in de haren vliegen. Tot die maatregel was besloten na een mishandeling op het schoolplein van het Clusius College in Alkmaar. Vier gearresteerde jongeren zijn vrijgelaten, twee van hen zijn gedagvaard.

Jonge meisjes geronseld door digitale rovers

De politie Haaglanden heeft onlangs een groot netwerk opgerold dat zich bezig hield met het leegplunderen van bankrekeningen via internet. Jongeren werden door de criminelen geronseld als zogenoemde ?katvanger? om geplunderde bankrekeningen om te zetten in ?cash?.?De jeugd van tegenwoordig denkt niet veel kwaad te doen door hun bankpasje en pincode af te geven, maar krijgen wel een strafblad en hun ouders worden aansprakelijk gesteld voor duizenden euro?s.

Er zijn de afgelopen maanden bijna zestig aanhoudingen gedaan, de leider van de bende is tijdens het onderzoek niet in beeld gekomen. Het onderzoek richtte zich primair op mensen die hun bankrekening en pas ter beschikking stelden van criminelen. Het bleek vooral te gaan om jonge meisjes met een Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse achtergrond. Zodra de criminelen geld naar de rekeningen van de meisjes hadden doorgestuurd, haalde een speciale incassobrigade het er binnen enkele uren cash weer af.

?Helaas staat dit geval in Den Haag niet op zich, het komt in alle grote steden voor, maar deze bende opereerde wel op heel grote schaal?, aldus Gijs Boudewijn van de NVB, belast met de veiligheid van het betalingsverkeer. Omdat de consequenties voor kinderen die hun bankpasje ter beschikking stellen van criminelen enorm zijn, start de NVB een voorlichtingscampagne gericht op middelbare scholen om dit toenemende probleem in heel Nederland in te dammen.

?Die meisjes worden geronseld door wat wij noemen ?digitale loverboys?. Hen wordt geld beloofd als ze hun pasje en code afgeven. In de praktijk zien ze nooit een euro van de ongeveer 5000 euro die op hun rekening wordt gezet en er binnen enkele uren weer af is. De banken gaan dat bedrag echter wel op hen of hun ouders verhalen en ook kunnen deze jongeren acht jaar lang geen nieuwe bankrekening openen of een lening aangaan?, aldus Boudewijn.

Het recept is simpel, de criminelen sturen lukraak 10.000 mailtjes naar mensen, zogenaamd van hun bank. Zij worden met een smoes naar een nepwebsite geloodst en gevraagd hun bankgegevens en codes in te voeren, dit heet in vakjargon phishing. ?Op 10.000 mails trappen er altijd 100 mensen in. Vervolgens kunnen de criminelen bij de rekeningen en zoeken de dikst gevulde uit. Dan gaat alles heel snel, het geld wordt in porties op de rekeningen van de katvangers gestort en dan wordt er gepind, vaak net v??r en na middernacht om twee keer de maximale opnamelimiet mee te pikken. Het feit dat je per keer niet al te veel kunt pinnen begrenst gelukkig voor ons de schade nog?, aldus Gijs Boudewijn.

Hoe groter de bedragen, des te meer katvangrekeningen er nodig zijn om het geld te verdelen in pinbare porties. In het onderzoek van de politie Haaglanden was er uiteindelijk van vier rekeningen in korte tijd 170.000 euro afgehaald.

Schoolwijkagent populair op sociale media

Twitter en Hyves goede aanvulling op dagelijkse contacten.?Meer mensen zijn steeds vaker op Twitter, Hyves of Facebook te vinden. Deze sociale media maken prominent?deel uit van hun manier van leven. Via Twitter babbelen ze, stellen ze vragen en houden zich op de hoogte van?het nieuws. Sinds enkele maanden is ook?Politie Haaglanden?actief op?Twitter.

Kristian Harmelink?van Bureau Segbroek is als schoolwijkagent sinds een half jaar actief op?Twitter?en?Hyves. Hij beantwoordde al de nodige tweets van scholieren en zijn?Hyvespagina?werd ruim zeshonderd keer bezocht. ?Ik merk dat steeds meer leerlingen mij volgen en ook rechtstreeks vragen stellen.? vertelt Kristian. ?Vooral toen een leerling van een van mijn scholen zelfmoord pleegde, kreeg ik veel vragen via Twitter en Hyves binnen. Sommige scholieren wilden bijvoorbeeld weten wanneer de herdenkingsbijeenkomst was en of ik daarbij aanwezig zou zijn.?
Kristian heeft inmiddels ervaren dat de lijnen veel korter zijn en de drempel om hem aan te spreken veel lager is. ?Toen we net waren begonnen, vonden veel leerlingen het wel vreemd dat zij werden gevolgd door een schoolagent. Door op onze Hyvespagina uit te leggen waarom we twitteren en wat we doen, kon ik een hoop vragen wegnemen.? Op Hyves?plaatsen de Segbroekse schoolwijkagenten regelmatig een blog. In de periode rondom de jaarwisseling ging deze over vuurwerk en rond de vakantieperiodes over nepwapens die op vakantie snel en gemakkelijk worden aangeschaft. ?De blogs worden goed gelezen?, zegt Kristian.

Priv?-berichten

Kristian gebruikt social media ook om aan te geven wanneer de schoolwijkagenten aanwezig zijn en wie er gebeld kan worden. Vanuit zijn netwerk krijgt hij vaak te horen dat ze eerst op Twitter kijken om te zien of hij aanwezig is. ?Handig, zo weet ik wie ik kan bellen?, hoort hij vaak. Niet alleen leerlingen volgen Kristian op Twitter, ook docenten doen dat. ?Onlangs benaderde een leraar mij op Twitter omdat een van zijn mentorleerlingen was bedreigd en overvallen. En dat het niet voor het eerst gebeurde. In een direct message heb ik hem verteld dat we ermee aan de slag gingen. Natuurlijk had hij die vraag ook via de geijkte weg kunnen stellen, maar dan was hij waarschijnlijk niet zo snel geholpen?, aldus?Kristian.

Hoeveel tijd kost dat?

Toch moet Kristian nog vaak uitleggen waarom hij op Twitter en Hyves actief is. ?Toen ik begon vroeg een
school mij of ik hun leerlingen ging volgen en hen als ?spion? ging gebruiken. Maar ook tegenover collega?s moet ik vaak uitleggen wat we doen. Zodra je het woord nieuwe media in de mond neemt, krijg je de vraag hoeveel tijd het kost om een blog te schrijven of een tweet te versturen.?Mijn antwoord is steevast dat een blog schrijven net zoveel tijd kost als het schrijven van een artikel voor een wijkkrant. En een tweet is zo geschreven en verstuurd.? Kristian denkt dat Twitter voor veel wijkagenten een goede aanvulling?kan zijn op het werk dat ze doen. ?Het rondje door de wijk en het persoonlijke contact blijft bestaan. Alleen bereik je via Twitter en Hyves mensen die niet in de wijk/school lopen, maar zich wel op de digitale snelweg bevinden. Dankzij Twitter en Hyves heb ik contact met mensen die ik anders niet zou hebben bereikt?, zegt Kristian tot slot.

Dit artikel is?eerder gepubliceerd in januari 2011 nummer 2 van de Korpskrant van Politie Haaglanden.

Politie houdt op internet jeugd in de gaten

De politie gaat de jeugd op internet volgen. Hiermee willen zij een beeld krijgen van wat er binnen jeugdgroepen speelt en mogelijke criminele activiteiten via het web proberen tegen te gaan.

Verlengstuk
Volgens Ido Nap van?het voormalige Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) bevindt de internetsurveillance zich nog in de verkennende fase. ?Ons past bescheidenheid. We hebben als politie nog veel te leren wanneer het aankomt op de mogelijkheden van internet. Toch is het heel belangrijk dat de aandacht daarop gevestigd wordt, er gebeurt zoveel online. Internet is het verlengstuk geworden van de publieke ruimte?.

Eigen werkterrein
De KLPD werkt in het project samen met een zestal verschillende korpsen: Groningen, IJsselland, Flevoland, Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en Brabant-Zuidoost. Ieder regiokorps heeft zijn eigen werkterrein. De focus ligt echter op jeugd. ?Dat is een heel breed begrip natuurlijk. Jongeren zijn echter wel de doelgroep die het meest actief is op internet. Het is voor de politie belangrijk om zich in te leven in deze groep?, aldus Nap.

Internetfora
De politie wil zich richten zich op alle mogelijk denkbare vormen van criminaliteit: opruiing, drugshandel, fraude, geweldpleging die via filmpjes getoond wordt. ?Daarbij is het belangrijk om internetfora goed in de gaten te houden. Het komt?bijvoorbeeld ook voor? dat groepen online afspreken om elkaar ergens te ontmoeten om op de vuist te gaan?.

Youtube
Nap laat weten dat de politie tot dusver al enkele successen geboekt heeft. ?Via filmpjes op youtube hebben wij bijvoorbeeld al regelmatig daders gepakt die zich schuldig hebben gemaakt aan een misdrijf?.

Anoniem
Het verhandelen van drugs is ook een criminele activiteit die online?plaatsvindt en waar de politie? op inzet met het project. Zoiets gebeurt toch anoniem? ?Met behulp van IP-adressen is het voor de politie toch mogelijk om drugshandelaren in de kraag te vatten?, zegt Nap.

Wijkagent
Internetsurveillance wordt een taak van alle politieagenten. Nap: ?Voor een wijkagent is het ook van belang om te weten hoe? de inwoners uit zijn buurt zich op internet bewegen, zodat hij weet wat er speelt?.

Politie wil toegankelijker worden voor jeugd

De politie Haaglanden heeft een website voor jongeren over veiligheid gepubliceerd. Op www.vraaghetdepolitie.nl kunnen tieners terecht met alle vragen over veiligheid die zij mogelijk hebben.?Met het?project?wil de politie toegankelijker worden voor jongeren, aldus een zegsman. Onderzoek heeft uitgewezen dat jeugd in de leeftijd van twaalf tot en met zestien jaar vaak worstelt met vragen over veiligheid.?”Zij zien bijvoorbeeld klasgenoten blowen in de pauze en vragen zich af of dat strafbaar is”, noemt de woordvoerder als voorbeeld.?Op al deze vragen geeft de website vraaghetdepolitie.nl antwoord. De politie denkt dat de website de drempel lager maakt voor jongeren om agenten te benaderen met vragen over allerlei onderwerpen rond veiligheid.?”Jongeren communiceren doorgaans gemakkelijker via internet dan dat ze bij een politiebureau aankloppen??, stelt hij.

Rechtstreeks vragen

Via de website kunnen kinderen niet alleen informatie vinden over onder meer loverboys, drugs, geweld, alcohol en vandalisme, maar zij kunnen ook rechtstreeks vragen stellen aan agenten.?Op deze manier hoopt de politie er ook beter achter te komen wat er op het gebied van veiligheid allemaal speelt onder jongeren.

Twitterconflict leerlingen wordt in kiem gesmoord

Een conflict tussen twee tieners dat via Twitter – een openbare berichtenuitwisseling via mobiele telefoon en internet – werd aangezet is op het plein van Christelijk Lyceum in de kiem gesmoord. Volgens rector Peter Bergambagt hadden twee leerlingen, van wie er een op het Christelijk Lyceum zit, een conflict.

Een leerling van Veluws College Mheenpark kwam naar de school aan de Jachtlaan om verhaal te halen. Daarbij waren ook leerlingen van andere scholen betrokken. Via Twitter werd van tevoren aangekondigd dat er ‘iets’ zou gebeuren en werd mensen gevraagd om mee te gaan. ,,De een wilde met de ander de zaken bepraten”, zegt Bergambagt over de twist tussen de twee leerlingen. Het is onduidelijk waar het conflict precies over ging. Medewerkers van het Christelijk Lyceum hebben de leerlingen die niet op die school zitten weggestuurd. Volgens Bergambagt is er niet gevochten; de politie is niet ingeschakeld. De Christelijk Lyceum-leerling heeft na afloop een gesprek met de school gehad. De leerling van Mheenpark is door de vestigingsleiding ook op het voorval aangesproken, vertelt directeur Ren? de Jonge.

Jeugdagenten aan Twitter en Facebook

Het wijkteam van de politie Dalfsen heeft twee ‘jeugdagenten’ aangewezen, die via sociale media als Facebook en Twitter onderzoek doen naar mogelijke gevallen van overlast en criminaliteit. Ook heeft het korps een VOS-koppel: twee agenten die specifiek worden ingezet om de veiligheid op straat te waarborgen.

Dit punt wordt ook aangepakt in samenspraak met horeca-ondernemers. “We willen de aangiftebereidheid bevorderen en stimuleren dat een ondernemer eerder overgaat tot een lokaalverbod, waardoor een overtreder enkele weken niet meer over de drempel mag komen. Het liefst zien we zo’n verbod uitgebreid worden tot Ommen, Lemele en nog verder, zodat een onruststoker een paar weken niet welkom is in de uitgaanswereld”, licht korpschef Henk Deiman toe.

Bronnen:?Noord Hollands Dagblad, De Telegraaf, Criminaliteitswijzer, De Stentor, Nu.nl, Digitaal Bestuur

Rol van de burger: waakhond

De burger controleert de politie

De?politie?heeft meer baat bij?YouTube?dan dat ze er last van heeft. Ook al zijn daar af en toe beelden op te zien waar het korps allesbehalve blij mee is. Zo was er deze week veel opwinding over een filmpje waarop iemand bij zijn aanhouding in Haarlem een knietje krijgt van een agent.

Hype schopincident irriteert korpschef

Korpschef Frank Paauw van de politie Rotterdam-Rijnmond zegt tegen De Telegraaf dat hij ?verbaasd en ge?rriteerd? is door het feit dat iedereen meteen een mening had over het politieoptreden, waarbij een dronken Let door een agente werd geschopt.Het is volgens Paauw niet meer dan terecht dat het Openbaar Ministerie (OM) de agente die betrokken was bij het zogenoemde schopincident in Rotterdam niet vervolgt. “Bij de aanhouding is inderdaad geweld gebruikt. Noodzakelijk en onvermijdelijk?, aldus Paauw. De arrestant die is geschopt, gedroeg zich volgens Paauw ?zeer onvoorspelbaar en agressief?.

Het stoort Paauw dat er een hype ontstond nadat beelden van het incident op YouTube werden gezet. ?Iedereen heeft een mening over hetgeen op het filmpje te zien is, zonder de context te kennen. De media, de burgers en ook de politiek.” Paauw wijst erop dat de agenten te maken hadden met een ?zwaar beschonken man die een handboei om ??n hand had?. ?De agressie van de verdachte tegen de politieagenten wordt echter niet getoond in het gewraakte filmpje.?

De arrestant is een 29-jarige bewoner van de Riederlaan, de straat waar de aanhouding plaatsvond op zondag 17 juni. Hij zou die dag ongeveer 30 glazen bier en wodka hebben gedronken.

?Dat de politie soms geweld moet gebruiken, is een feit. In deze situatie bleek dat de dronken verdachte fysiek geweld tegen de agenten gebruikte en zich verzette tijdens zijn aanhouding.? Volgens Paauw hebben het Bureau Interne Zaken en het OM ?snel en gedegen? onderzoek gedaan. Paauw is blij dat de politieagente niet wordt vervolgd.

Bron: De Telegraaf?(di 26 jun 2012)

Symposium sociale media 18 april 2012: mythe’s en dilemma’s #NIFV

De hype rond sociale media lijkt zijn hoogtepunt nog niet voorbij te zijn. Bijna elk initiatief rondom sociale media lijkt goud waard. Maar is dat ook zo? Of is het niet veel meer dan een hype? Want hoe zit het met de mythes die er spelen rond sociale media? En hoe gaan we om met de dilemma?s die gebruik van sociale media met zich meebrengt? Bent u een bestuurder, leidinggevende of adviseur en wilt u horen hoe u en uw organisatie nuchter kunnen omgaan met mythes en dilemma?s rondom sociale media in het veiligheidsdomein?

Een terugblik in beeld, verslag en presentaties van een inspirerend en boeiend symposium.

Naast de paneldiscussie met burgmeester Jan Frans Mulder (Gemeente Hulst), directeur GGD Nederland Laurent de Vries en Huib Fransen, afdeling Vakbekwaamheid, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond was er een videobijdrage van Mark Deuze, Professor of Telecommunications, Indiana University, Bloomington (VSt)

en werden er verschillende workshops verzorgd:

Workshop 1: Openbaarheid versus geslotenheid??
Sociale media zijn niet meer weg te denken in het werk van de politie. Bijvoorbeeld bij opsporingsberichtgeving of vermissingen zorgen de inzet van sociale media ervoor dat in korte tijd veel mensen worden bereikt. Maar het levert ook een aantal dilemma’s op. Welke informatie verstrek je wel, en welke niet? Hoe zorg je ervoor dat mensen elke keer blijven meekijken? Een ander dilemma: wat is nog daderwetenschap, als op elke plaats delict iemand met een smartphone staat v??r dat de politie aanwezig is? Deze en andere dilemma’s?zijn behandeld tijdens de workshop.

Nifv openheid of geslotenheid from Marco Leeuwerink,?senior communicatieadviseur Politie Hollands Midden

Workshop 2: Wat pak je op en wat niet?
Sociale media zorgen voor veranderingen op het terrein van criminaliteitsvormen. Dreigtweets zijn daar een voorbeeld van. Hoe ga je om met dreigtweets? Welke is serieus te nemen en welke niet? En wat voor type afhandeling verdienen deze tweets? Aan de hand van voorbeelden worden vragen behandeld als: Is een eenduidige aanpak mogelijk? Is een eenduidige afhandeling voor te schrijven?

http://prezi.com/rgd1w62torhv/symposium-social-media-mythes-en-dilemmas/

Deze workshop is gegeven door Robbin Huigen, sociale media communicatieadviseur Parket Generaal en?Marloes Ham, beleidsmedewerker Openbaar Ministerie

Workshop 3: Wat is waar en wat niet??
Sociale media staan ook bekend om hun geruchten, om het vergroten van de maatschappelijke onrust, om de vele grappen en grollen die er op verschijnen. Hoe weet je nu wat waar is? Hoe valideer je informatie? En zijn sociale media nu wel de wijsheid van velen of is het soms ook een domme massa? De workshop wordt vormgegeven aan de hand van talloze praktijkvoorbeelden en afgesloten met een eenvoudig handelingsperspectief.

Workshop 3 Wat is Waar en Wat Niet

Deze workshop is gegeven door Roy Johannink, senior adviseur Beleid en Onderzoek, VDMMP en Menno van Duin, lector Crisisbeheersing, gezamenlijk lectoraat Crisisbeheersing van het NIFV en de Politieacademie

Workshop 4: Dilemma?s bij de Visie op sociale media en OOV?
Handhaving, opsporing, crisisbeheersing, zelfredzaamheid, activering van burgers: sociale media maken dit allemaal mogelijk. Of niet? In deze workshop wordt dieper ingegaan op algemene dilemma?s: ze worden toegelicht, praktijkvoorbeelden worden gegeven en met de aanwezigen wordt bediscussieerd hoe met deze dilemma?s om te gaan. Bij een aantal dilemma?s speelt mee dat de effecten van de inzet van sociale media niet of nauwelijks worden gekend of gemeten. Tevens wordt ingegaan op hoe deze effecten te meten. Ten slotte krijgen de deelnemers handvatten om een strategie op maat te kiezen bij de inzet van sociale media ten behoeve van fysieke en sociale veiligheid.

Workshop 4 Dilemma’s Bij de Visie Op Sociale Media en OOV
Deze workshop is gegeven door Mirjam Huis in ?t Veld, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO

Workshop 5: Sociale media monitoren: wat wel en wat niet en waarom?
TNO laat zien hoe monitoring en analyse van sociale media, oftewel ?slim kijken? in de grote informatiebron, optimaal kan bijdragen aan slim communiceren en betere risico- en crisisbeheersing. In de workshop worden toepassingsvoorbeelden getoond voor zowel de ‘koude’ als de ‘warme’ fase van crisisbeheersing. Dilemma?s als sociale be?nvloeding en ethiek worden bediscussieerd, maar ook wordt getoond wat er momenteel mogelijk is met diverse sociale media monitoring tools.

Workshop 5 Sociale Media Monitoren Wat Wel en Wat Niet en Waarom

Deze workshop is gegeven door Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO en Richard Stronkman, oprichter Twitcident.

Lees een verslag van @Webgrrlnl en een verslag van Roy Johannink en de samenvatting van?@JaspervanVugt:
Verslag Md12 Symposium NIFV
En enkele interviews:
Interview burgemeester Hulst, Jan Frans Mulder

Interview GGD NL directeur, Laurent de Vries

En last but not least: presentatie van dagvoorzitter Menno van Duin:
Menno Van Duin Md12

Het maturiteitsmodel: adoptie in je organisatie en community

Ladder

Dit derde artikel in de reeks ?Bepaal je online co-creatie of eParticipatiestrategie? gaat dieper in op het artikel van?vorige week, waarin het eParticipatie maturiteitsmodel is besproken. Met dit model kunnen organisaties bepalen waar zij op de eParticipatie ladder willen staan, en hoe het adoptieniveau vergroot kan worden. Hoe je deze stappen zet, dat bespreken we in dit artikel.

 

Online co-creatie, user driven innovation, eParticipatie, co-design, crowdsourcing en open innovatie: aan termen geen gebrek. Maar wat moet je organisatie ermee? Samen met markt- en overheidsorganisaties wordt een beslismodel ontwikkeld waarmee organisaties succesvolle eParticipatiestrategie?n kunnen vaststellen.

maturity model

Figuur 1: Beslismodel in 4 onderdelen voor het bepalen van de juiste co-creatie en eParticipatiestrategie, met daarin aandacht voor het onderdeel maturiteit.

Het maturiteitsmodel kort samengevat

Het artikel van?vorige week?liet zien dat wanneer organisaties met eParticipatie willen starten, een scan van waar je als organisatie precies naartoe wilt erg zinvol kan zijn. De doelstellingen en strategie van de organisatie zijn hierin bepalend. Organisaties kunnen hierbij kiezen voor een van de eParticipatieniveaus die mogelijk zijn. De fasen zijn eerder globaal toegelicht.

schaal

Per fase zal hier worden ingegaan hoe de organisatie hiermee kan omgaan.

Toelichting van het model: maturiteit van de organisatie

Het model geeft, zoals gezegd, inzicht in waar een organisatie staat op het gebied van eParticipatie en waar het wil staan in de toekomst. Om op specifieke onderdelen te kunnen sturen, kan verder ingezoomd worden op de maturiteitsaspecten.

Maturity model organisatie

  1. Organisatiedoelstelling?geeft aan welke doelstelling men heeft met eParticipatie. Dit verschilt per organisatietype en is voor een commerci?le onderneming anders dan voor een publieke instelling. De genoemde doelstellingen zijn dus slechts indicatief. Voor een volledig overzicht van doelstellingen voor commerci?le organisaties verwijzen we naar het?eerdere artikel?over waardecreatie. De meerwaarde voor de organisatie volgt de 4 genoemde adoptiefasen: in fase 1 zal deze vooral gericht zijn op het kweken van awareness; wat gebeurt er in de buitenwereld bij klanten, burgers of partners op eParticipatiegebied en wat zou de eigen organisatie hiermee moeten? In de 2e fase zet de organisatie de eerste stapjes en werkt al op kleine schaal aan een ander imago door de online dialoog aan te gaan. In de laatste 2 fasen wordt eParticipatie doelbewuster en structureler ingezet om significant bij te dragen aan de organisatiedoelstellingen. Voor ondernemingen liggen die op het vlak van een hechte band met de community (o.a. uitgedrukt in draagvlak en loyaliteit), bij overheidsinstellingen zal dit oa legitimiteit en vertrouwen zijn en alle typen organisaties zullen uiteindelijk op een effici?ntere manier meer impact willen bereiken.
  2. Mens & cultuur?gaat over de mate van adoptie in de populatie van de organisatie (medewerkers) en volgt globaal de bekende adoptiecurve van?Rogers. Kennis, (e-) vaardigheden, mentaliteit en de drempels en kansen die de cultuur opwerpt zijn belangrijke randvoorwaarden voor het succes van eParticipatietrajecten in de verschillende fasen. De mensen uit de organisatie zijn een cruciaal onderdeel in de dialoog met klanten, eindgebruikers of burgers en daarmee een belangrijke indicator voor de mate van adoptie van eParticipatie in de organisatie.
  3. Management & Organisatie?gaat over veranderingen in o.a. leiderschap, empowerment van medewerkers, een meer open en platte organisatiestructuur, een visie en strategie van de organisatie. Zo zal bijvoorbeeld leiderschap in afdelingen en projecten tot op directieniveau veranderen bij organisaties die eParticipatie willen stimuleren en gericht zijn op meer vertrouwen (intern en extern).
  4. Processen & beleid?worden formeler ingeregeld wanneer eParticipatie groeit van analyse naar integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Klantprocessen, innovatieprocessen en wellicht zelfs productieprocessen kunnen anders gaan verlopen als gevolg van eParticipatie.
  5. Infrastructuur & Technologie. Zodra eParticipatie cruciaal wordt voor de organisatiedoelstellingen worden ook de infrastructuur, tools en methoden goed geborgd om de organisatie zo goed mogelijk te ondersteunen. In de experimentele fase kunnen verschillende middelen gebruikt worden, vari?rend van eigen tools tot open source, gratis of commercieel beschikbare platformen. Als het bedrijfskritischer wordt zie je dat veel organisaties keuzes maken met vaste partners of de middelen in eigen huis willen hebben. Als eParticipatie de kernwaarde van de organisatie is, zal een organisatie vaak leidend zijn op het gebied van technologie en adoptie.

It takes two? ook een maturiteitsmodel voor de community

MaturitywheelDe mate van adoptie van eParticipatie in de organisatie is belangrijk voor het welslagen van activiteiten die vanuit de organisatie worden ontplooid. Echter, eParticipatie gaat over een dialoog met klanten, burgers of partners, dus is het belangrijk te kijken naar de mate van adoptie in de community waarmee de organisatie de dialoog wil voeren. De maturiteit van beide partijen is van belang om te kijken hoe eParticipatie succesvol kan worden en hoe het eventueel kan groeien naar een structurele dialoog die voor iedereen meerwaarde blijft opleveren.

Toelichting van het model: maturiteit van de community

Het maturiteitsmodel voor de community bevat vergelijkbare aspecten om het te kunnen gebruiken in combinatie met het organisatiemodel. eParticipatie en online co-creatie initiatieven kunnen zowel door een organisatie als een community worden opgestart. In beide gevallen zal de community eigen doelstellingen hebben. Het meest ideaal is dat er intrinsiek gemotiveerde deelnemers zijn wier doelstellingen in elkaars verlengde liggen.

Maturity model community

De aspecten processen en beleid zijn in dit onderdeel geschaard onder Management & organisatie, om plaats te maken voor het community-aspect. Mens en community zijn dusdanig cruciaal voor de mate van adoptie dat ze apart aandacht behoeven. Voor ?mens? geldt dat de adoptiecurve voor communityleden vergelijkbaar is met die van medewerkers in een organisatie. De ontwikkeling van de community (samenstelling, cultuur en groei) is echter sterk richtinggevend voor alle andere aspecten. De community als geheel kan een succes maken of kraken in elke fase van het proces. De macht van de massa heeft zich in tal van situaties bewezen, en de invloed die een organisatie wil uitoefenen op de dialoog is dus een precaire aangelegenheid. Er zijn veel situaties bekend waar het mis is gegaan, zoals de?Dell Hell, de val van de banken,?BP?en de HPV-vaccinaties (baarmoederhalskanker) voor tieners die leidde tot een ?oncontroleerbare angstcampagne?.

Dit model kan door organisaties per doelgroep of segment gebruikt worden. Sommige segmenten kennen een hoge mate van adoptie, andere een lagere mate. Als een organisatie stappen wil maken, is het van belang goed te kijken naar beide aspecten: de mate van adoptie van de organisatie en die van de community. Bij ouderen zie je bijvoorbeeld de adoptie toenemen, maar voor organisaties uit bijvoorbeeld de zorg, is het van belang goed te kijken naar je doelgroep om te kijken hoe je daarmee het beste een dialoog kunt voeren. Let wel: deze modellen geven inzicht in de mogelijkheden van een online dialoog, maar het kan goed zijn dat er geen online dialoog kan plaatsvinden (fasen 0 en 1), waardoor andere communicatie en samenwerkingsvormen bekeken dienen te worden.

Strategisch beslissen

Inzicht in maturiteit is inzicht in de geschiktheid van zowel de organisatie als de community voor eParticipatie. En indien eParticipatie al plaatsvindt, geeft het inzicht in waar men staat op de ladder. Deze huidige plek op de ladder wordt bepaald door de mate van ervaring en adoptie; in welke mate is er nu al een dialoog? Ook is het maturiteitsmodel een hulpmiddel om een stip op de horizon te plaatsen; hoe ver ga je met de eParticipatiedoelstellingen en strategie van de organisatie of community? Kortom, het is een hulpmiddel om te ondersteunen bij strategische beslissingen.

Dit artikel is onderdeel van de reeks ?Bepaal je co-creatie of eParticipatiestrategie?. Het doel? Concreet inzicht krijgen in het hoe, wat en waarom. Wij nodigen je uit online te participeren, gezamenlijk oplossingen te cre?ren voor dit vraagstuk en ons feedback te geven op de bruikbaarheid van dit model.

Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit

Met de komst van nieuwe sociale media zijn individuen voor het eerst in staat om op grote schaal gezamenlijk educatieve informatie te produceren en te delen. Voorbeelden als?Lektion,?Wikiwijs?(winnaar?eParticipatie Award 2010) en?KlasCement?spreken tot de verbeelding. De discussie rond (online) cocreatie in het onderwijs heeft zich dan ook voor een belangrijk deel gericht op de ontwikkeling van digitale leermaterialen en de rol die een veelheid aan actoren (o.a. lerenden, docenten, experts, bedrijven) daarin kunnen spelen. Cocreatie beperkt zich niet alleen tot digitaal leermateriaal, maar kan ook een rol spelen in andere onderdelen van het onderwijs.

Waarom cocreatie in het onderwijs?

Het onderwijs is bij uitstek een sector waarbinnen altijd al grote inbreng is geweest van de verschillende actoren. Bij nieuwe ontwikkelingen in ICT, in het bijzonder binnen het onderwijs, worden vaak mooie vergezichten geschetst. We moeten echter oppassen cocreatie niet te zien als wondermiddel voor alle problemen binnen het onderwijs. Niettemin kan cocreatie wel helpen bij het aanpakken van een aantal grote problemen waar het onderwijs momenteel mee kampt:

  • De eisen vanuit de samenleving voor vaardigheden en specialistische kennis worden steeds hoger. Mensen moeten niet alleen kennis opdoen, maar ook tot kennis kunnen komen, sociale vaardigheden bezitten en om kunnen gaan met interculturele verschillen.
  • Tegelijkertijd zien we dat Nederland in de internationale?PISA scores van de OESO?langzaam zakt op de ranglijsten van landen met het beste onderwijs. Het huidige kabinet heeft de ambitie Nederland in de top 5 te krijgen en zal meer aandacht geven aan basale vakken als taal en wiskunde.
  • Er is een dreigend lerarentekort en een grotere druk op werknemers. De productiviteit zal omhoog moeten en er is daarom baat bij effici?ntie.
  • Lesgevenden beschikken over onvoldoende kennis over het didactisch verantwoord inzetten van ICT-voorzieningen.
  • Vanuit de Europese Unie zijn er streefgetallen opgesteld voor 2020: minimaal 40% van de bevolking moet hoger onderwijs hebben genoten, en minder dan 10% van de kinderen mag school voortijdig verlaten.
  • Te weinig aandacht voor de uiteinden van de onderwijssector: toptalent en de moeilijker lerende kinderen.

Zoals gezegd zal cocreatie niet alle bovengenoemde uitdagingen kunnen oplossen, maar kan het wel een belangrijke bijdrage leveren. Zo is het, door het betrekken van externe gebruikers in het primaire proces en slim gebruik te maken van de digitale studie- en werkomgeving, mogelijk de werkdruk onder docenten enigszins te verminderen. Goede ICT-dienstverlening voor de ondersteunende onderwijsprocessen is hierbij een belangrijke randvoorwaarde.

Binnen welke aspecten van onderwijs kan cocreatie een rol spelen?

In onderstaand model worden de verschillende onderdelen waar cocreatie een rol kan spelen uiteengezet.

Figuur 1 Mogelijke impact van cocreatie op het onderwijs

Voorbeeld: cocreatie docentfuncties

In het kader van de vergrijzing hebben we alle handen nodig die we in het onderwijs kunnen krijgen. De aankomende jaren zullen grote aantallen docenten met pensioen gaan en ontstaat er een lerarentekort. Cocreatie kan hier een rol spelen, doordat externe actoren kunnen worden betrokken in het onderwijs, al dan niet met behulp van ICT. Bijvoorbeeld, een expert binnen het bedrijfsleven kan een aantal uur per week een specialistisch vak doceren en sociale leernetwerken met weblectures kunnen leerlingen ondersteunen in hun onderwijsproces. Er kunnen bijvoorbeeld sociale leernetwerken worden opgezet voor bepaalde nicheonderwerpen waarin leerlingen vanuit verschillende locaties kunnen participeren naast vrijwilligers en docenten.

Eind 2004 begon de Amerikaan Salman Khan met lesgeven aan zijn nichtje dat hulp nodig had bij haar algebra. Khan, die zelf een aantal prestigieuze diploma?s op zak heeft, besloot zijn videolessen op YouTube aan te bieden toen ook zijn neefjes belangstelling toonden.

Op YouTube werden deze lessen al snel door een groot publiek ontdekt. Inmiddels staan er op zijn ?Khan Academy? meer dan 1800 video?s online en zijn er ook lessen over onderwerpen als biologie en scheikunde te vinden. Gezien het daverende succes wordt momenteel een groot gedeelte van de video?s nu door andere gebruikers vertaald. Door individuen als Khan te betrekken bij het onderwijsproces zal de docent meer tijd over hebben voor het onderwijsinhoudelijke gebruik van de beschikbare leermiddelen.

Barri?res voor cocreatie in het onderwijs

De snelle veranderingen die zich dankzij de komst van de informatiesamenleving aandienen, worden niet met dezelfde snelheid door het onderwijs omarmd. Uit onderzoek van TNO blijkt dat er binnen het onderwijs een aantal barri?res zijn, die zorgen dat het concept hiervan niet breder en gestructureerd wordt toegepast binnen het onderwijs. Grotendeels zijn deze barri?res ook van toepassing op de adoptie van eLearning en ICT in het onderwijs in het algemeen:

  • Veel onderwijsinstellingen ontberen voldoende visie over ondersteunende processen en de rol die ICT hierin speelt. Ook wanneer er wel zorgvuldig een strategisch plan is opgesteld, ontbreekt het soms aan het uitdragen ervan. Een gedragen visie is instrumenteel in het cre?ren van een open en ondernemende cultuur.
  • De initiatieven die we nu zien, zijn met name vanuit een?grassroots aanpak?gestart. Dit wordt echter gedaan door docenten die in hun vrije tijd ook bezig zijn met nieuwe technologie. Het merendeel van de lesgevenden heeft geen tijd over om zich te verdiepen in de verschillende mogelijkheden die het internet biedt.
  • Een didactisch verantwoorde inzet van deze middelen is vaak onderbelicht gebleven in de lerarenopleiding, waardoor het belang niet door iedereen gezien wordt. De attitude die docenten hierop nahouden, zorgt samen met het missen van een centrale voorziening voor het raadplegen van best practices dat digitale functionaliteiten niet volledig benut worden.

Indien deze weerstand door de juiste actoren wordt aangesproken zal de?volwassenheid van cocreatiein de onderwijssector langzamerhand toenemen. Er is geen radicale hervorming benodigd, in plaats hiervan kijken we naar nieuwe samenwerkingsvormen om samen tot een slimme en effici?nte organisatie van het onderwijs te komen.

Van hype naar realiteit

Hoewel cocreatie niet alle uitdagingen binnen het onderwijs kan oplossen, kan het wel een zeer waardevolle bijdrage leveren. Hiervoor is het belangrijk om eerst duidelijk te krijgen welke waarde cocreatie levert aan de gebruikers van het onderwijs: docenten en leerlingen. Alleen wanneer het (eind)gebruikersperspectief wordt gekozen door alle partijen uit de keten, wordt cocreatie ook grootschalig ingezet en zal het van hype, realiteit worden. Daarbij is het ook belangrijk om te kijken naar de belangen van de verschillende actoren en vooral naar hoe deze samen kunnen worden gebracht.

Uit onze cocreatie roadmap blijkt dat cocreatie de meeste opbrengsten genereert voor instellingen met een hoge mate van?volwassenheid. Op dit moment zijn er echter nog erg weinig instellingen in het primair, secundair en tertiair onderwijs die in deze fase zitten. Social media en cocreatie zullen de komende jaren alleen maar in belang toenemen. Actoren binnen het onderwijs kunnen er voor kiezen om sceptisch af te wachten of om juist de kansen die het biedt te omarmen. Barri?res voor de adoptie van cocreatieconcepten zullen inzichtelijk en hanteerbaar gemaakt moeten worden om te groeien naar de fase van volwassenheid. Goede voorbeelden en experimenten waarin de opbrengsten van cocreatie inzichtelijk worden gemaakt, zijn hiervoor van groot belang. Onderwijs is van cruciaal belang voor onze samenleving, en door middel van cocreatie kan het onderwijs ook profiteren van de energie en mogelijkheden die de samenleving op haar beurt aan het onderwijs kan bieden.

Naast dit artikel is er ook een?whitepaper?beschikbaar waarin uitgebreider uiteengezet wordt hoe verschillende vormen van cocreatie kunnen worden ingezet binnen verschillende onderdelen van het onderwijs.

Cocreatie: werk in uitvoering

Vanuit de institutionele ivoren toren theorie?n de wereld insturen is een beproefde methode in onderzoeksland. Maar om de waarde van cocreatie te kunnen bevatten is praktijkervaring nodig. Wij beproefden daarom het cocreatie en e-participatiemodel van onze werkgever TNO,?eerder beschreven op Frankwatching, in de praktijk.

 

Lessons learned

Samen met Aegon, Kennisnet, Rijkswaterstaat en enkele TNO-collega?s, verkenden we de (on)mogelijkheden van cocreatie. Om te zorgen dat de kennis die in de drie organisaties is opgedaan niet binnen de organisatie bleef, organiseerden we een gezamenlijke lessons learned-bijeenkomst, waarin ervaringen werden gedeeld. De commerci?le, onderwijs- en overheidsorganisaties werden geconfronteerd met sectorspecifieke uitdagingen, maar herkenden tegelijkertijd veel in elkaars ervaringen. Dit artikel beschrijft de belangrijkste lessons learned die zij deelden tijdens deze bijeenkomst.

Praktijkervaring met cocreatie

Kennisnet heeft een aantal cocreatietrajecten afgerond en is recent een nieuw traject gestart. Het doel van Kennisnet is om het bestaansrecht van de organisatie op cocreatie te baseren. In 2010 won Kennisnet initiatief?Wikiwijs?de?e-participatie award.?Aegonplein is een succesvol intern cocreatieplatform binnen Aegon. Daarnaast werkt het bedrijf met een online klantenpanel? en loopt er op dit moment een?cocreatietraject met ZZP?ers.

Filesophie?was een geslaagd landelijk e-participatietraject van Rijkswaterstaat. Daarnaast werkt het ministerie vaak met klantenpanels. Op dit moment is er een traject voor digitale inspraak van burgers bij infraprojecten in de maak, en wordt de interne cocreatie via intranet en Yammer verder gestimuleerd.

De start

Weet waar je staat

Ook al gaat het fenomeen cocreatie alweer een aantal jaren mee, voor veel organisaties is cocre?ren een fundamenteel nieuwe werkvorm. Stem je ambitieniveau daarom af op de maturiteit van de organisatie. Ben je er nog niet klaar voor om de visie en missie van de organisatie te cocre?ren? Doe dan eens ervaring op met een klein project, begin intern, of start met een laagdrempelige vorm van cocreatie, zoals het verzamelen van (product) idee?n.

Stel duidelijke doelen

Een cocreatietraject zonder doelstellingen kan een ongeleid projectiel worden, of een?eenzame dood sterven. Een klein aantal heldere doelstellingen, die aansluiten bij de organisatiedoelstellingen, is de basis voor een succesvol cocreatietraject. Ze bepalen welke doelgroep je benadert en of het traject aansluit bij de behoefte van je doelgroep (win-win), welke vragen je stelt en hoe je het cocreatieplatform inricht.

Durf! En bereid je goed voor

Cocreatie begint met het lef om de dialoog aan te gaan met je doelgroep. En dat is spannend. Een enthousiast team dat gelooft in cocreatie en support vanuit het management is een goed uitgangspunt. Neem de tijd om binnen de organisatie op zoek te gaan naar supporters, en zorg dat je eventuele barri?res tijdig ontdekt en pareert.

Sectorspecifieke uitdagingen

Hoewel Aegon, Kennisnet en Rijkswaterstaat veel herkennen in elkaars verhalen komen er ook sectorspecifieke uitdagingen boven tafel.

Het bedrijfsleven

Het onderwijs

De overheid

De doelgroep

Wie en waar?

Een cocreatietraject kan alleen een succes worden als er een voldoende grote en gemotiveerde groep deelnemers is. Neem daarom de tijd om de doelgroep in kaart te brengen. Beschrijf je doelgroep zo specifiek mogelijk, bepaal of ze de benodigde kennis en vaardigheden in huis hebben om te kunnen participeren en onderzoek op basis van je beschrijving waar de doelgroep zich bevindt.

Passie, profilering of plicht?

Wat heeft je doelgroep eigenlijk te zoeken op je cocreatieplatform? Met andere woorden ?what is in it for them?? Zijn zij gepassioneerd over het onderwerp, willen ze zich profileren op je platform, of ervaren ze wellicht een (burger)plicht? De motivatie van je doelgroep is een belangrijk uitgangspunt voor de inspanning die je moet steken in de werving en het cocreatieproces.

Verwachtingsmanagement

Leg je doelgroep duidelijk uit wat jouw cocreatietraject inhoudt. Wat kunnen de deelnemers inbrengen? Wat wordt er met hun input gedaan? Wat is de planning van het traject? Beschrijf wat er kan, maar besteed ook aandacht aan wat er niet mogelijk of toegestaan is.

Werk in uitvoering

Modereer met mate

Het kan zinvol zijn om eenvoudige omgangsvormen op te stellen voor je cocreatietraject, zeker als het cocreatieonderwerp gevoelig ligt bij de doelgroep. Gedraag je echter niet als een schoolmeester en behandel de deelnemers als volwassen gesprekspartners. De cocreatiecommunity blijkt vaak over een groot zelfreinigend vermogen te beschikken.

Neem de tijd

Het opzetten van een cocreatietraject kost tijd. Begin ruim voordat je de resultaten wilt hebben, om intern de neuzen dezelfde kant op te krijgen en om eventueel externe partijen te betrekken voor het ontwikkelen van het cocreatieplatform. Zorg bovendien voor interne back-up: er moeten ook mensen aan de slag met de resultaten van cocreatie.

Kosten en baten

Kennis van wat cocreatie kost en wat het kan opleveren is nodig, maar is nog niet gemakkelijk voorhanden. Breng de kosten en baten in kaart, en gebruik dat inzicht voor een volgend cocreatietraject. Evalueer zowel ?harde? als ?zachte? baten.

Deel je resultaten

Er is een grote behoefte aan lessen uit de praktijk. Heb je ervaring opgedaan met cocreatie, deel je geleerde lessen dan zowel binnen als buiten de organisatie.

Wil je je eigen geleerde lessen delen, of wil je meer weten over de geleerde lessen uit onder meer de initiatieven van Rijkswaterstaat, Aegon en Kennisnet? Reageer op dit artikel.