SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
??Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen ??n andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen??.
Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen ??n man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.
Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto?s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto?s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ?? Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken???. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.
De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.
Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?
Centrale vraag in deze masterscriptie is ??Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”?
Maandag 9 december 2013?presenteerde Jan Willem Alphenaar zijn idee over FreezeFrame?in Antwerpen en dinsdag in Amsterdam bij Online Tuesday. Bekijk de videoregistratie hieronder (de presentatie duurt slechts vijf minuten). De bijbehorende slides staan eronder.?Het is een idee rondom moderne media dat burgers en politie kan ondersteunen de meest essenti?le informatie van een misdrijf zo snel mogelijk te achterhalen en verzamelen, om zo zaken effectief en snel opgelost te krijgen. Het idee lijkt simpel, maar tot op heden is er nog geen initiatief die dergelijke mogelijkheden biedt, of toch wel? Laat het aan Jan Willem en ons weten!
Kun je gebeurtenissen zoals Project X in Haren voorspellen aan de hand van Twitterberichten? Is de invloed?van een bericht afhankelijk van de persoon, het sociale netwerk van die persoon of de boodschap in het?bericht? En hoe kun je het gedrag van mensen be?nvloeden via sociale media? Deze en andere vragen?stonden centraal tijdens het symposium ?Voorspellen en be?nvloeden van gedrag met sociale media? dat?TNO op 5 november organiseerde in Soesterberg. Het symposium werd bezocht door ruim 60 deelnemers?afkomstig uit verschillende sectoren, zoals veiligheid, financi?n, mobiliteit, telecom, overheid, media en?NGO?s.
Het doel van dit symposium was om een breed publiek op laagdrempelige manier toegang te geven tot de?resultaten van onderzoek dat TNO heeft gedaan naar hoe je gedrag kun voorspellen en be?nvloeden met?sociale media. Externe sprekers schetsten een breder beeld van de relevantie van het onderwerp en de?toepassing van de resultaten in de praktijk.
Na een inleiding van dagvoorzitter Jan Maarten Schraagen van TNO lichtte Reint?Jan Renes, lector aan de Hogeschool Utrecht, tot hoe menselijk gedrag werkt en?hoe je daar invloed op kunt uitoefenen. Mensen hebben twee systemen, een?impulsief en een reflectief?systeem. Veel communicatie?richt zich op het reflectieve?systeem, oftewel het gezond?verstand. Maar mensen maken?in de praktijk vaak gedachteloos gedragskeuzes op basis van?het impulsieve systeem. Sociale media maken het mogelijk?om op het kritieke moment het gedrag te be?nvloeden en?informatie op maat aan te bieden. Daarbij is het effectiever?om gewenst gedrag te faciliteren (bijvoorbeeld de weg wijzen naar een openbaar toilet) dan om ongewenst?gedrag te verbieden.
Bob Overbeeke, die zich bij Oxfam Novib bezighoudt met internet-campagnes en?innovatie op het internet, gaf een beeld van de activiteiten van Oxfam Novib die
mogelijk worden gemaakt door sociale media. Oxfam Novib kan bij het activeren?van mensen bijvoorbeeld meer maatwerk leveren voor individuen in plaats van
zich te hoeven richten op doelgroepen. Via sociale media steunde Oxfam Novib bovendien activisten bij de opstanden in Egypte en konden zij goed volgen welke
gebeurtenissen plaatsvonden, zoals een demonstratie of een arrestatie van?activisten.
In vier workshops werden de resultaten van het verkennende onderzoek van TNO gepresenteerd en sociale?mediavraagstukken en toepassingservaringen van de workshopdeelnemers met elkaar uitgewisseld.
Twitteren, wie en wat is belangrijk? Olav Aarts introduceerde de deelnemers in de belangrijkste factoren die bepalen of iemand een bericht?verstuurt via sociale media. Daarbij blijkt dat het sociale netwerk van de persoon die het bericht verstuurt?belangrijker is dan de inhoud van het bericht of iemands persoonlijke kenmerken zoals de hoeveelheid volgers.?Het publiek was erg ge?nteresseerd in hoe je sentimentanalyse kunt doen op Twitter vanwege het specifieke?taalgebruik en was benieuwd naar het verband tussen sociale media en de praktijk.
Je organisatie via sociale media promoten, wat werkt? Peter-Paul van Maanen besprak wat het effect is dat een organisatie kan bereiken bij verschillende?doelgroepen met het plaatsen van Twitterberichten, om daarmee de ?impact? van sociale media te meten.?TNO heeft een methode ontwikkeld waarmee de kosten-baten verhouding van Twittercampagnes kan worden?weergegeven. Zo kan worden bepaald hoeveel berichten geplaatst moeten worden om bij een doelgroep een?bepaald effect te sorteren. Vragen uit het publiek hadden onder andere betrekking op de nadere kwalitatieve?segmentering van de doelgroepen: een politieke partij kan wel veel Twitteren over een bepaald onderwerp,?maar slechts weinig zetels in de Tweede Kamer hebben en daarmee weinig impact genereren.
De publieke mening, bestuurbaar of niet? David Langley besprak de uitkomsten van een onderzoek naar de effecten van verschillende strategie?n via?sociale media om de meningen van ouders van 12- en 13-jarige meisjes over het HPV- vaccinatieprogramma te?be?nvloeden. De eerste resultaten laten zien dat bepaalde strategie?n een effect hebben op de groep?twijfelende ouders, maar niet op de groep die hun mening al heeft bepaald. Vanuit het publiek kwam een?levendige discussie op gang over de mate waarin overheidsinstanties als betrouwbaar worden gezien in dit?soort campagnes.
Trends voorspellen, waar staan we? Bob van der Vecht lichtte toe hoe TNO probeert te voorspellen of een briesje op Twitter tot een orkaan zal?uitgroeien aan de hand van een simulatie van berichten die verstuurd zijn vlak voor Project X in Haren. Het?blijkt mogelijk dit met terugwerkende kracht redelijk accuraat te voorspellen, maar om dit beter te laten?werken zullen meer bronnen dan Twitter gebruikt moeten worden in het model. Omdat zich in de toekomst?onverwachte gebeurtenissen voor kunnen doen, is een logische toepassing het doorrekenen van diverse?toekomstscenario?s en interventies. Uit de discussie met het publiek bleek dat een goede volgende stap in het?onderzoek zou zijn om de inhoud en het sentiment van berichten te analyseren. Het publiek stelde onder?andere vragen over hoe je aan kunt geven voor welk onderwerp je de toekomst zou willen voorspellen, en hoe?je deze onderwerpen als organisatie voorafgaand aan een hype of incident al kunt weten.
Arnout de Vries van TNO sloot af met de plenaire presentatie ?Social media: the good, the?bad and the ugly? waarin hij uiteenlopende voorbeelden gaf van goede, slechte en lelijke?kanten van sociale media. Hiermee toonde hij aan dat sociale media groepen mensen?kunnen mobiliseren om samen goede dingen te doen, maar ook kunnen functioneren als?katalysator voor bedreigingen van de maatschappelijke veiligheid en economie.
Eind 2013 heeft de overheid de AlertOnline campagne gelanceerd om het bewustzijn over online veiligheid te vergroten. Nederland behoort tot de landen met de meeste internetaansluitingen, de grootste adoptie van social media en de meeste internetbankierende mensen. We zijn altijd en overal online. Dat geeft Nederland een voorsprong en biedt kansen voor innovatie en economische groei. Maar het betekent ook dat iedereen zich bewust moet zijn van gevaren en risico?s. Want?we moeten constateren dat er op veel plaatsen in de samenleving nog een schrijnend gebrek aan bewustzijn over de eigen en andermans digitale veiligheid bestaat.
Op een verantwoorde manier gebruik maken van social media, internet en van een computer, mobiele telefoons en andere digitale middelen is vaak eenvoudiger dan je denkt. Met een beetje gezond verstand kom je al een heel eind.?Iedereen kent ondertussen?het nut van een goede virusscanner op je priv?-computer, of het gebruik van een sterk wachtwoord. Maar ken je ook het risico van onbetrouwbare WiFi-netwerken? Of weet je wat je moet doen om je smartphone tegen een virus of malware te beschermen?
Naast je priv?-mobiel, computer of tablet heeft je werkgever wellicht ook digitale middelen beschikbaar gesteld. Priv? en zakelijk gebruik lopen steeds meer door elkaar. Apparaten aangesloten op het bedrijfsnetwerk kunnen vaker thuis worden gebruikt. Het is daarom van belang om de computers, netwerken en bedrijfsinformatie goed te beveiligen tegen onder andere hackers, virussen en gegevensdiefstal. Voor je het weet liggen er gevoelige bedrijfs-, personeels- of klantgegevens op straat.
AlertOnline heeft een aantal praktische, makkelijk uit te voeren ?tips voor je op een rij gezet. Zowel voor zakelijk als voor priv? gebruik. Uiteraard is er veel meer mogelijk en is dit overzicht niet compleet.?Meer informatie over wat je als priv?gebruiker of als ondernemer allemaal nog meer kunt doen, vind je onder andere op?www.digibewust.nl?of op?www.beschermjebedrijf.nl. Hier vind je handreikingen over informatiebeveiliging en hoe je hiermee in je eigen organisatie aan de slag kunt. Ook zijn er specifieke sites, zoals bijvoorbeeld over het wisselen van wachtwoorden, waarschuwingsdienst voor virussen. Er is een spel?‘Je bent zichtbaarder dan je denkt’?dat je laat zien welke sporen je digitaal achterlaat.
Hieronder zijn enkele factsheets van het NCSC?die tips geven over social media gevaren of wanneer je uitgelekte gegevens rondzwerven op social media. En ook de NCTV doet mee in de voorlichting met filmpjes en documenten.?En ook vanuit andere landen is er veel informatie beschikbaar, zoals de Engelse site?GetSafeOnline.
In bijna de helft van de gevallen van jeugdprostitutie is er een loverboy in het spel. En in de helft van die gevallen is het slachtoffer geworven via internet. Reden genoeg voor een voorlichtingsactie, Loverboy 2.0. De verleidingstactieken van een loverboy noemen we?grooming: aandacht, vleierij, cadeautjes en indruk maken met status. Voor je het weet heeft een loverboy je ingepalmd en begint de seksuele uitbuiting. Of moet je meedoen met criminele handelingen. In onderstaand filmpje vertelt een Rotterdamse politieman hoe het werkt: ?Het begint met verleiding en misleiding. Daarna volgt chantage, de ronselaar dreigt naaktfoto?s of seksfilmpjes op internet te zetten. Met al die social media heb je tegenwoordig heel veel technieken om iemand te chanteren. Excessief geweld, wat we vooral in het begin zagen, gaat steeds vaker over in psychisch geweld.
De Mooiste Chick van het Web’ is een voorlichtingsfilm over de ‘loverboy 2.0′. De film is bedoeld om jongeren voor te lichten over de risico’s van het gebruik van sociale media – die door loverboys steeds meer als werkterrein gebruikt worden. Daarnaast is de film bedoeld voor de omgeving van de kwetsbare groep slachtoffers; vriendinnen, ouders, leraren. Want hoe merk je nou aan je dochter, vriendin of leerling dat er iets aan de hand is? De film is geproduceerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en zal ingezet worden als voorlichtingsfilm op scholen door het hele land.
Op 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.
Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.
Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.
Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.
Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”
Een voorbeeld
Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.
Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”
Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”
Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.
Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):
Deskundigen
Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”
Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.
Scholen
Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”
Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.
Docenten en ouders
Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”
Innovatie en wetenschap
Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.
Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)
De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.
Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.
Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.
Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).
De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:
Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:
?Fantastisch dat we actief aan de slag gaan met social media! Maar ??n ding: zou jij daar op jouw dossier niets mee willen doen? Dat ligt nogal gevoelig.? Deze ? waargebeurde ? conversatie tussen een ambtenaar en zijn manager legt precies de paradox bloot rond ambtenaren in de openbaarheid, waar EMMA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar verrichtte.
Enerzijds erkennen ambtenaren het belang van een transparante en interactieve overheid, anderzijds zijn ze heel goed in staat uit te leggen waarom ze zich hier in veel gevallen niet naar (kunnen) gedragen. Dat blijkt uit ons verkennende onderzoek De uitzondering op de regel, waarin we hebben gekeken naar het gedrag van ambtenaren in de openbaarheid en de factoren die hierop van invloed zijn. Dat deden we aan de hand van een literatuuronderzoek, een enqu?te onder 1.522 Rijksambtenaren, een social media-analyse van ambtelijk gedrag en een tweetal expertsessies.
Naar binnen gericht professioneel netwerk
Wat doen ambtenaren in de openbaarheid en wat zijn hun motieven? Of, als ze niet in de openbaarheid treden: welke obstakels houden hen dan tegen? Uit de enqu?te bleek dat iets meer dan een vijfde van de 1.522 ondervraagde ambtenaren het afgelopen jaar in de openbaarheid is getreden, zowel op online als offline platforms. Onze data-analyse laat zien dat hogere inkomens en opleidingen relatief vaker naar buiten treden, net als ambtenaren met bepaalde functieomschrijvingen (bijvoorbeeld internationaal werk en beleidsontwikkeling). Wel blijft het online netwerk van twitterende ambtenaren een naar binnen gericht professioneel netwerk: vrijwel alle actoren zijn (direct of indirect) verbonden aan de overheid; het maatschappelijke middenveld ontbreekt.
Ambtelijke dilemma?s
Ambtenaren herkennen dit beeld. Hun verklaringen over het feit dat slechts een klein gedeelte van hun beroepgroep in de openbaarheid treedt, hebben we opgedeeld in vier categorie?n:
Politiek-bestuurlijk: Ondanks dat de samenleving steeds horizontaler geori?nteerd is, blijven binnen de overheid verticale structuren zichtbaar. ?We zijn er voor de samenleving, maar werken voor de minister?, aldus een ambtenaar tijdens de expertsessie.
Maatschappelijk: De overheid ligt onder een vergrootglas, vooral in de nieuwe media. En in hoeverre is de netwerksamenleving ge?nteresseerd in lineaire beleidsprocessen?
Media: Er bestaat een paradoxaal verband tussen een interactieve en snelle overheid enerzijds en een betrouwbare en precieze overheid anderzijds. Het is niet altijd even gemakkelijk om de berg aan (digitale) informatie (snel) te duiden en hierop in te spelen.
Priv?: Niet iedere ambtenaar wil even herkenbaar zijn als ambtenaar. Hoe ver kun je gaan in het verspreiden van je eigen mening over maatschappelijke kwesties? Sommige ambtenaren zien dit overigens juist als manier om hun carri?re een boost te geven.
Paradox
Blijkbaar zijn ambtenaren het wel eens met de opvatting dat de overheid moet kantelen en zich de horizontale structuur eigen moet maken. Hun daadwerkelijke gedrag sluit hier echter niet bij aan. Hun dossier ligt gevoelig, de samenleving is er druk over in gesprek, niets doen lijkt misschien de veilige oplossing. Kunnen we dat ook omdraaien? Hoe kunnen ambtenaren op een positieve manier onderdeel worden van het gesprek en hun kennis delen? Dat is de uitdaging voor de komende jaren.
Op helpwanted.nl kunnen jongeren?die te maken hebben (gehad) met online seksueel misbruik terecht voor hulp.
Je kunt je?probleem melden via een meldformulier of chat, en je mag daarbij anoniem blijven. Ook vind je er informatie over hoe je kunt voorkomen online in de problemen te komen. Opvoeders kunnen er ook terecht voor informatie over online seksueel misbruik en advies. Helpwanted is onderdeel van het Meldpunt Kinderporno op Internet en?onderdeel van de online meldknop voor jongeren,?meldknop.nl. Daarnaast werken ze samen met?De Kindertelefoon.
Voor wie is de hulp?
De hulp is bedoeld voor jongeren die te maken hebben (gehad) met online seksueel misbruik, bijvoorbeeld wanneer je online bent lastig gevallen, je via internet door een loverboy bent benaderd, er een naaktfoto van jou online staat of een chatgesprek uit de hand is gelopen. Ook opvoeders die advies willen, kunnen bij Helpwanted terecht.
Welke hulp biedt Helpwanted?
Helpwanted biedt praktische, emotionele en juridische hulp. Wanneer jij laat weten wat er precies is gebeurd, probeert Helpwanted?je te helpen. Welke stappen moet je ondernemen om jouw probleem op te lossen? Wat is precies strafbaar en wat moet je meenemen om aangifte te kunnen doen? Ze geven?je advies wanneer je dat wilt, maar alleen je hart luchten is ook goed. Samen met jou zoekt Helpwanted?naar een oplossing die voor jou goed voelt.
Boston politiescanners werden live gestreamed en er was een Reddit gebruiker die de belangrijkste berichten uittikte. De 22 jarige Joseph Stuhr die werd geprezen om zijn snelheid typen verdedigde de acties van burgerrechercheurs en benadrukte het verschil met de politie. ?Onschuldige mensen worden altijd wel aangewezen? zei hij, ?Daarom hebben we juist de politie. Wij geven hen tips en zij zijn verantwoordelijk voor het omzetten daarvan in feiten en aanwijzingen.? Hij benadrukte verder dat feiten snel weer werden gecorrigeerd, en dat het beter is om achteraf sorry te zeggen dan helemaal niets te doen. ?Uiteindelijk luisterden 260,000 mensen live naar de politie scanner en waren er zo?n 2.32 miljoen luisteraars op Ustream.tv. Toen de verdachte van de aanslag in de boot gevonden werd werd er veel getwitterd over informatie die uit de scanners kwam over het exacte adres in Watertown.
De politie had goed door dat ze werden beluisterd en nam maatregelen. “Watch your mics. Watch your mics,” zeiden ze frequent tegen elkaar om zo geen gevoelige informatie te delen. “If you’ve got an open mic, watch your mic. Watch the radio.” Want eerder was dit al fout gegaan toen de namen van Sunil Tripathi en Mike Mulugeta over de radio gingen.
Ze twitterden verscheidene malen het bericht “WARNING: Do Not Compromise Officer Safety by Broadcasting Tactical Positions of Homes Being Searched,” welke meer dan 20.000 keer geretweet werd. Toch was die waarschuwing te laat voor de vermiste Brown University student, Sunil Tripathi. “Mike Mulugeta” leek een niet bestaande naam.
Ook in de ontknoping van de zaak waarbij een politiehelicopter?infrarood beelden maakte van de laatste dader die zich in boot had verschanst, werden deze beelden getapt door de media. De?hele afwikkeling werd op diverse media live in beeld gebracht. De hele wereld keek mee?en de druk was hoog voor het tactische team om deze zaak tot een goed?einde te brengen. De autoriteiten hadden op dat moment al besloten de laatste dader levend te willen?arresteren, maar de tactische chef was nog op de juiste strategie aan het kauwen. Op?gegeven moment besloot de politie de beelden uit te zetten en over te gaan tot de arrestatie die gelukkig zonder al te veel geweld plaatsvond.
Op dinsdag 5 februari 2013 was de Dag tegen Pesten met een uitzending van BNN?die een jaar later De TV-beeld?prijs kreeg. Op 15 april 2014 is er weer een dag tegen het pesten met een nieuwe uitzending die aandacht en actie vraagt voor dit fenomeen.
Tim Ribberink: doodgepest of niet?
Op 5 november 2012 verschijnt onderstaande advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er wordt ondubbelzinnig een verband gelegd tussen de zelfmoord van de 20-jarige Tim en pesterijen.? Nederland reageert geschokt. Op internet en social media?is de dood van Tim direct trending topic, iedereen heeft het erover en uit zijn afschuw. Tims dood wordt ook in het buitenland?nieuws.
Woede op social media over de VARA radiodocumentaire DeGids.fm?over de zelfmoord van Tim Ribberink. De jongen zou niet gepest zijn en hij zou ook geen afscheidsbrief hebben geschreven. Bert Molenaar heeft zich verdiept in de zaak.
Meisje is slachtoffer van online pesten en pleegt zelfmoord
Amanda Todd was een meisje dat het slachtoffer werd van online pesten. Een jaar geleden werd ze via de webcam verleid om haar borsten te laten zien. Van dit moment werd een foto genomen die een jaar later werd gebruikt om haar te chanteren. Het trieste verhaal resulteerde in een verpletterende video waarin Amanda haar verhaal vertelt. Vorige week ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde Amanda zelfmoord. RIP.
In Belgi? zijn de twee meisjes die dinsdag een 13-jarig meisje mishandelden en dat filmden, van school gestuurd. Dat heeft de school via Belgische media laten weten.?Het slachtoffer zat op een stoepje op de bus te wachten toen ??n van de pesters haar aan de haren trok en stompte. Ook werd ze in haar gezicht geslagen. Een ander meisje filmde dat.?De 13-jarige Kayleigh uit Tielt heeft aangifte gedaan bij de politie.
Facebook
De pesters hadden het filmpje op YouTube gezet, maar het videokanaal verwijderde de beelden. De moeder van Kayleigh kon de beelden nog net onderscheppen en plaatste ze op haar Facebook-pagina, met daarbij de tekst: ‘Kijk en oordeel. Kayleigh wil zelf dat dit filmpje openbaar wordt. Hiermee wil zij een actie tegen de pesters (en pesten) starten. Klik ‘vind ik leuk’ als je haar een hart onder de riem wil steken en deel het filmpje als je haar actie wil steunen. Bedankt aan iedereen die dit wil doen’.
Het filmpje werd bijna 70.000 keer gedeeld. Inmiddels is het ook op Facebook niet meer te vinden.?Op Facebook staat nu wel een pagina waar mensen hun mening kunnen geven over de pesterij. Kayleigh heeft veel steunbetuigingen gekregen. De meisjes die haar hebben gepest moeten het ontgelden, ook op Twitter.
Bewaking
Vorige week stond er een filmpje online van een Amerikaanse vrouw die in een bus door een groep 12-jarige scholieren uit New York werd gekleineerd en uitgescholden. Een inzamelingsacties om de 68-jarige oma een vakantie aan te bieden, leverde bijna een half miljoen dollar op. De pesters moesten door de politie?worden bewaakt.
Scholieren verhevigen hun leven met mobieletelefoonbeelden van happy slapping, seks en pesterijen
De camera in de mobiele telefoon is onder scholieren een wapen geworden. Je organiseert een afranseling, neemt die op en de hele school kijkt mee. Voor de grap, zegt een dader. Een ‘sociale kanker’, zegt een hoofdcommissaris. De school: “We hebben nu camera’s op de wc.”
De dertienjarige Richard Poot uit Schiedam praat erover alsof hij een mop vertelt.?Iemand loopt voorbij. Dat filmt een vriend met zijn gsm. En dan verkoop jij die voorbijganger een oplawaai. Knalhard.
Paaaf.
En dan
“Lachen.”
Anonieme slapstick in de publieke ruimte. Alleen is het nu echt. Kijk maar op zijn mobiele telefoon. Vrouw in winterjas, van achteren gefilmd, zit op bankje. Jongen komt aansluipen en slaat haar tegen het achterhoofd. Hoofd klapt voorover, vrouw grijpt haar nek en kijkt versuft om zich heen. Terwijl cameraman Richard Poot, holderdebolder, het park uitrent.
Oog in oog met andermans ontreddering ligt de vmbo’er weer in een stuip. Voor hem en zijn vriend is het een vermakelijk tijdverdrijf. Een duivels genoegen. Het idee hebben ze opgedaan van internet en MTV’s Dirty Sanchez, beproefd op afgelegen plekken langs de metrolijn Spijkenisse-Capelle aan den IJssel. Bij voorkeur met capuchon – “dan herkennen ze je niet”. En in de buurt van bosjes waar, let op, g??n beveiligingscamera’s staan.
“Anders ben je net zo’n homo als die gast in Amsterdam.”
Die jongen, vijftien jaar oud, werd afgelopen november door zijn moeder bij het politiebureau afgezet. Zij herkende haar zoon op beelden die het televisieprogramma Opsporing Verzocht uitzond. Op metrostation Bullewijk sloeg hij een vrouw een hersenschudding. Het slachtoffer dacht aan straatroof, maar het was “voor de grap”, vertelde de dader op het politiebureau. Vrienden filmden de actie met hun gsm en stuurden de beelden door naar weer andere vrienden. En ja, hij had het kunstje veel vaker uitgehaald. Slechts drie slachtoffers hadden aangifte gedaan.
Happy slapping, noemt de politie het. Het verwijst naar happy snapping (vrolijke kiekjes maken) en betekent, vrij vertaald, vrolijk meppen. De politiekorpsen van Amsterdam, Den Haag, Landsmeer, Almere en Amstelveen maakten er afgelopen jaar melding van. Typisch Hollands glorie is het niet. Ook in Ierland, Zweden, Duitsland de Verenigde Staten, Japan en vooral Groot-Brittanni? doken gevallen op. De voormalige hoofdcommissaris van de Londense politie, Lord Stevens, betitelde het zelfs als “een sociale kanker” onder jongeren.
In de metro van Londen signaleerden beveiligingscamera’s het voor het eerst in de herfst van 2004. Binnen een half jaar beschikte de British Transport Police in Londen over beelden van 200 ‘slaps’. De daders waren jongens ?n meisjes, van dertien, veertien, vijftien jaar oud. Aanvankelijk gaven ze argeloze voorbijgangers een klap in het gezicht of tegen het achterhoofd en filmden dat, soms deden ze het bij elkaar. En alras breidde het repertoire zich uit naar beelden van billenknijpen, upskirting, panty pulling tot enkele gewelddadige verkrachtingen die nog het meest doen denken aan de uitspattingen van Alex uit Clockwork Orange, de cultfilm van Stanley Kubrick naar het boek van Anthony Burgess. Op basis van onder meer de beelden die ze zelf hadden laten maken kregen de verkrachters zware gevangenisstraffen.
Een rage als in Londen is ‘happy slapping’ in Nederland nooit geworden, constateren woordvoerders bij politie en justitie. Ondanks de lokale media-aandacht en ondanks een oproep van Volkomenkut.com om filmpjes op te sturen.
We krijgen signalen dat het regelmatig gebeurt, zegt een politiewoordvoerder uit Landsmeer, maar het aantal aangiften blijft klein. Begin december arresteerde zijn korps drie “gassies, kinderen nog”. Onder hen ook een meisje van dertien. Ze mishandelden een jongen van vijftien en filmden dat met de gsm. Tot een passerende automobilist ingreep. Vergelijkbare incidenten melden ook de korpsen in Amsterdam en Den Haag. De politie in Utrecht “is ermee bekend”, vertelt een woordvoerder, maar aangifte heeft nog niemand gedaan. Alleen de politie van Rotterdam weet van niks. “En dat houden we graag zo”, zegt een woordvoerder. “Maar dan moet u er natuurlijk n?et over schrijven.”
Media-aandacht of niet, scholen en ook jongerenwerkers signaleren steeds vaker dat kattenkwaad met de nieuwste gsm-technologie wordt vereeuwigd. Van Bergen tot Eindhoven, van Venlo en Rijswijk tot Haren in de provincie Groningen. Pesterijen, roddelarijtjes, scheldpartijen en baldadigheden die voor het bestaan van de mobiele telefoon beperkt bleven tot de beslotenheid van een plek en een paar kinderen, staan nu ineens op beeld. Onuitwisbaar en levensecht. De beelden worden verstuurd naar vrienden, klasgenoten en andere bekenden, via gsm, msn en internet. Als bron voor leedvermaak en voyeurisme, om stoer te doen, of “gewoon om een ander te pesten”.
Dat kan hard aankomen. Met een mobiele cameratelefoon is een reputatie razendsnel geknakt. Neem een vijftienjarig meisje uit Venlo. Haar hele school heeft gezien hoe ze op een slaapfeestje aangeschoten lag te snurken in alleen een string. Of een zeventienjarig meisje van de Berger Scholengemeenschap; ze werd door een ex-vriendje en twee andere klasgenoten te koop gezet op een pornosite. En in Spijkenisse ging een leraar van osg de Eilanden in de klas tegen een paar leerlingen “uit zijn plaat”. Uit frustratie over slechte cijfers had een leerling daar opnamen van gemaakt, vertelt teamleider Rudolf Verheesen. “En bij toeval hoorden we dat die foto’s op internet stonden.”
Dat zijn overzichtelijke gevallen in vergelijking met incidenten die zich voordeden op scholen in Rijswijk en Amstelveen. Een 15-jarige scholier van het Rijswijkse Atlas College had seks met zijn vriendin, terwijl een vriend daarvan, met instemming van het vrijerspaar, live opnamen maakte. Het gsm-filmpje ging de klas rond. In Amstelveen liep een afgesproken vechtpartij tussen twee tweedeklassers uit op een gebroken kaak. Dertig medescholieren keken toe. Het enige dat ze deden: ‘de actie’ filmen met de gsm.
Zulke beelden hebben impact op de hele school, vertellen Koos van den IJssel, schoolleider in Rijswijk en Ton Liefaard, rector van het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Slachtoffers lijden eronder, daders scheppen erover op, klasgenoten en medescholieren praten erover. En vaak nog voordat het schoolpersoneel een glimp van de beelden heeft gezien, staat de sfeer op scherp. In de woorden van rector Van den IJssel: “Vroeger gooide je een propje, nu film je met je telefoon. En de hele school kijkt mee.” “Wegkijken kan niet”, zegt schoolleider Liefaard: “En dan doet het er weinig toe of het kattenkwaad binnen of buiten de schoolmuren wordt uitgehaald.”
Op maandag 12 december vier uur ’s middags, de Amstelveense school was net uit, verzamelde zich een dertigtal leerlingen zevenhonderd meter van het gebouw. Twee jongens hadden daar met elkaar afgesproken. Ze zouden om de beurt een klap uitdelen, hadden ze ge-msn’t. Op buik of borst wilde een van hen nog weten, maar daarop kwam geen antwoord. De eerste klap was gelijk de laatste. Diezelfde avond zat het slachtoffer met een dubbele kaakbreuk op de eerste hulp.
Wat doet een school dan?
Meer dan achtenveertig uur later hoorde de Amstelveense school ervan. Een groep ouders vertelde het een teamleider op een ouderavond. De docenten bekeken direct de opnamen op internet. Liefaard: “Het was schokkend dat niemand van de omstanders zei: stop. Het was ook schokkend dat iedereen zolang had gezwegen. De school was niet ingelicht, niet door leerlingen, niet door de ouders. Alsof zich daar iets had afgespeeld wat niet van deze wereld was.”
Dat laatste ervoer ook rector Koos van den IJssel van het Rijswijkse Atlas College. Als de school niet had ingegrepen, was de seksfilm van zijn vrijende leerlingen ook op het internet beland. Het leek wel of de echtheid van de beelden niet tot de kinderen doordrong, vertelt hij. “Spielerei – alsof ze wat uitproberen in een nep-wereld en dat niet als echt ervaren.” Bovendien snapten ze het morele probleem niet. Hij moest uitleggen dat seksopnamen rondsturen sowieso niet kan, ook al hadden de gefilmden toestemming gegeven. “Dan neem ik de meest v?rstrekkende disciplinaire maatregelen.”
Daarin verschillen scholen nadrukkelijk van elkaar. De filmmakers van het Atlas College zijn van school gestuurd. Dat gebeurde ook met de vechtersbazen uit Amstelveen. Maar de leerlingen die beledigende beelden van een leraar en een klasgenoot op internet hadden gezet, mochten blijven. Na een goed gesprek “was het af”, vertelt Rudolf Verheesen over de jongen die zijn leraar fotografeerde. Datzelfde geldt voor de jongen die zijn ex-vriendin op een pornosite te koop had gezet. Zelfs al had schoolleider Peter Reenalda hem van de Berger Scholengemeenschap willen sturen, dan had dat nog niet gekund. Reden: het wangedrag was niet expliciet genoeg verboden in de schoolregels.
We hebben, vertelt de schooldirecteur, het probleem openlijk besproken in de klas waarin dader en slachtoffer zaten. “Dat werkte therapeutisch.” Het meisje vertelde dat ze om de haverklap werd gebeld door hoerenlopers. Dat ze nachtmerries had. Dat ze niet meer kon eten en drinken. Dat ze vriendinnen kwijt raakte. Daar had haar ex-vriend vooraf nooit bij stil gestaan, reageerde hij. Om stoer te zijn had hij de grap met twee vrienden gekopieerd van internet. Ze werden een paar dagen geschorst.
Incidentele maatregelen alleen volstaan niet, ervaren de scholen. Het digitaal pesten via mobiele telefoon, msn en internet wint terrein – een op de drie schoolkinderen is daar slachtoffer van. Maatschappelijke organisaties als stichting Halt, de kindertelefoon, het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, stichting De Kinderconsument en Sire bedachten allemaal een eigen methode om het tegen te gaan. Terwijl Sire sinds donderdag ouders in radio- en tv-spotjes oproept te kijken wat kinderen op internet uithalen, gaan de stichting Halt en de Kinderconsument zelf de klas in. Halt-medewerkers vertellen leerlingen sinds deze maand in speciale lessen ‘digipesten’ dat ze strafbaar zijn als ze tegen een ander beginnen over ‘dood’ en ‘niet meer thuiskomen’. Stichting De Kinderconsument hamert al drie jaar op ouderavonden en trainingen voor scholen op de noodzaak van een internet- en pestprotocol.
Mobiel misbruik is dan ook niet nieuw voor algemeen directeur Bamber Delver van De Kinderconsument. Twee jaar geleden had hij een lerares Frans in de zaal zitten die door leerlingen op de wc was gefilmd. De laatste tijd hoorde hij verschillende keren dat kinderen elkaar onder de douche filmen. Delvers devies: de telefoon moet uit in school, ook op de gang. En dat moeten scholen opnemen in hun schoolregels. Leerlingen die zich daaraan niet houden, raken hun telefoon kwijt. Een school liet kinderen zelf met een dobbelsteen bepalen hoeveel dagen dat zouden worden. Maar dat vindt Delver “bespottelijk. Je moet zo duidelijk mogelijk zijn.”
Bijna alle betrokken scholen hebben het gebruik van mobiele telefoons in de klas verboden. Alleen de middelbare school in Spijkenisse doet dat niet. Een gsm is anno 2006 je beste maatje, zegt de teamleider, elke seconde van de dag. Bovendien: als iemand aantekeningen van het bord wil fotograferen, “wie ben ik dan om dat te verbieden” Verboden zijn sowieso, vindt hij, een laatste houvast. “Tieners proberen veel uit. Door de gsm-foto’s zien wij meer van die experimenten. Als je dat gaat verbieden, gaan ze het anoniemer doen. Dan verlies je elk grip, en kun je kinderen daarover niks meer leren.”
Dat vindt ook de school in Bergen. Om in contact met de leerlingen te blijven msn’t een aantal leraren en heeft de school een weblog in het leven geroepen. Dat gaat de middelbare school in Rijswijk te ver. “Praten is prima”, zegt rector Van den IJssel, “maar wel op basis van de schoolregels. Onze school is doordesemd van discipline”. Kinderen mogen niet ongevraagd filmen in school, nergens – niet in de klas, op de gang, in de douches of in de wc. Daarom heeft hij het toezicht uitgebreid. Niet met mensen, zegt de rector, maar met camera’s, in de kantine, op de gangen bij de lockers en ook op de wc. “Dat staat zwart op wit in de schoolgids.”
Je moet zo’n gsm-incident op school niet onderschatten, vertelt Ton Liefaard. Eerst is er het detectivewerk, dan de straf, en daarna komt de begeleiding. Twee maanden na dato hebben bij hem op school een medewerker van bureau Halt en een buurtagent met de betrokken groep gesproken. Tijdens een ‘verplichte bezinningsmiddag’. Wat bleek De kinderen bagatelliseerden het incident, vertelt Halt-medewerkster Maria Koolen. Veel leerlingen vonden het “flink overdreven” dat de jongens van school waren gestuurd. De vechtpartij speelde zich af na schooltijd en buiten school. De jongens hadden het zelf afgesproken. En het slachtoffer liep zelf weg, ‘alleen een draadje van zijn beugel zat los’.
Koolen: “We ontdekten dat sommige kinderen de morele intu?tie missen, dus dan moet je nadrukkelijk stelling nemen en zeggen: dat doen we niet.” Rector Liefaard knikt. Daar komt bij, zegt hij, dat in dit geval ook de afwachtende houding van justitie het gezag van de school ondermijnt. Op de aangifte die hij deed – uit angst voor represailles deden de moeder en haar zoon dat zelf niet – heeft hij nog niks gehoord. De krant wel. De politie stuurde direct een persbericht rond: ‘Happy slapping tussen scholieren op internet’, kopte het Amstelveens Nieuwsblad over de vechtpartij.
Eigenlijk, zeggen onderzoekers die zich verdiepen in kinderen en de virtuele wereld van internet, chatboxen en mobiele telefoons, is mobiel misbruik de hedendaagse variant van belletje trekken. Alleen: onderzoek is er nog niet naar gedaan. Los daarvan, zeggen de onderzoekers er stuk voor stuk bij, is mobiel misbruik natuurlijk niet hetzelfde als belletje trekken. Het bereik van de gsm is grenzeloos en razendsnel, beelden zijn tijdloos en eindeloos te manipuleren. En, niet onbelangrijk: kattenkwaad op beeld maakt indruk op kinderen die gevoelig zijn voor groepsdruk. Beelden maken emoties groter, heftiger, echter bijna. Bovendien kunnen er met de kleine apparaatjes ook in het geniep opnamen worden gemaakt.
Nooit eerder konden kinderen zo onbelemmerd met hun identiteit experimenteren, zegt Patti Valkenburg, hoogleraar kind en media aan de Universiteit van Amsterdam. Op internet, in chatboxen en door mobiele telefoons is de communicatie rechtstreeks, “er zit geen opvoeder meer tussen”. Tel daarbij op dat dertig procent van de kinderen vindt dat ze zich vrijer kunnen uiten op internet, en zie: daar ontwikkelt zich een universum waar ze ongeremd kunnen flamen. Zonder ingrijpen en sociale controle van ouders, leraren of welke andere opvoeder ook. Valkenburg: “Als je het zo bekijkt, hebben kinderen meer privacy dan vroeger. Ouders hebben te weinig controle omdat ze die wereld niet kennen. Maar dat beschouw ik als een tijdelijk probleem. Ouders lopen hun kennisachterstand in en deze kinderen worden ook weer ouders.”
Communicatiewetenschapper Jacob van Kokswijk promoveerde aan de Universiteit Twente op een onderzoek naar de leefwereld van jongeren. Hij spreekt over een hybride beleving, een ‘interrealiteit’. Dat is de optelsom van wat kinderen ervaren in de fysieke wereld, de virtuele wereld en in hun fantasie. Hoe de vermenging van die drie werelden doorwerkt op bijvoorbeeld de morele intu?tie van kinderen, is volgens Van Kokswijk nog een grote vraag.
Kinderen gebruiken de cyberwereld als oefenterrein, weet hij. Ze kunnen er een andere identiteit aannemen, doen na wat anderen hen voordoen en “proppen” andermans ervaringen naar binnen. Zien ze happy-slapfilmpjes, dan maken ze die na. In hoeverre die ervaringen tot hen doordringen, weet Van Kokswijk niet. Maar er zijn aanwijzingen dat de gevoelens minder diep doordringen dan wanneer kinderen het in de fysieke wereld meemaken. “Ook dat maakt het zo belangrijk dat ouders, leraren en andere opvoeders niet hun kop in het zand steken maar gaan vragen, zoeken en snappen wat hun pupillen in de cyberwereld beleven.”
Dat beaamt pedagoog Bas Levering, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Maar, zegt hij, dat is niks om van te schrikken. Bij elke nieuwe technische ontwikkeling komen de ethische regels pas als gebruik gemeengoed is. En nieuw is die zogenoemde hybride beleving niet. Denk maar aan een kleuter die met een schaar de buik van een vriendje bewerkt. Die heeft het sprookje van Roodkapje te letterlijk genomen. Wordt hij daardoor een slechter mens Niet als de juf, meester of ouders hem hebben geholpen om het verschil tussen fantasie en werkelijkheid te ontdekken. Levering: “Voor ouders met pubers is het lastiger om contact te krijgen. Pubers zetten elkaar vaak onder druk om ouders buiten hun geheime wereld te houden.”
Het is vier uur als Richard Poot de metro neemt, terug naar huis. Een uur door verlaten bosjes struinen heeft hem en zijn vriend ??n nieuw filmpje opgeleverd. Jongen, bolle wangen en gestoken in een Feyenoordtrainingspak, krijgt een stomp in zijn zij. Razendsnel draait hij zich om en roept. “Richard, pisvlek: mijn vader gaat jou doodmaken.”
Richard Poot zet de beelden “jammer genoeg” niet op internet, vertelt hij. Voor je het weet loopt het slachtoffer ermee naar de politie. Dat overkwam een neef van hem. Maar hij vindt de actie “te vet” om alleen voor zichzelf te houden. Daarom hebben hij en zijn maat het filmpje naar drie jongens uit zijn klas gestuurd.
Als een vriend terug sms’t : nog 1tje F**king cool. Loser met pijn:-), barst Richard Poot in lachen uit.
Waarom
Eerlijk gezegd, zegt Richard Poot, vind ik het grappiger om onbekenden te pakken. “Die schrikken meer. Maar deze jongen zit bij ons op school. Die bolle heeft een vriend gepakt.”
Boontje komt om zijn loontje
“Zoiets. We pakken hem terug.”
En dat filmen, is dat geen probleem
Richard denkt na. “Ik vind van niet”, zegt hij. “Dat doet de politie ook. Overal hangen camera’s. En KPN adverteert ermee.” ‘Deel je speciale momenten met beeldbellen’, is de slogan van het concern.
Richard: “Wij gaan scoren. Morgen op school zijn wij de king .”
‘Een zeventienjarig meisje werd door haar ex-vriendje te koop gezet op een pornosite’
Pesten via internet wordt steeds populairder. Maar scholen zien er geen heil in leerlingen via hun Twitteraccount te volgen. “We willen geen politie spelen.” Ook de scholen van Het Hooghuis in Oss gaan ervan uit dat kwetsende tweets worden gemeld, en gaan niet actief op zoek. “Geen beginnen aan, daar zou ik een dagtaak aan hebben”, zegt techniekdocent en?contentbeheerder Susan Kuijk. Alle scholen spreken leerlingen die kwetsende berichten hebben verstuurd onmiddellijk aan op hun gedrag, zo ook het TBL. “Ik heb wel eens ingegrepen in een ruzie die via Twitter uit de hand liep. Ik heb toen een van die jongens een stapel printjes laten zien van tweets over die ruzie, die steeds maar doorgestuurd werden. Daar schrok hij toen wel van.” Het Mondriaan College gaat een protocol maken over hoe leerlingen met social media moeten omgaan. “Met fatsoen dus”, zegt rector Theo Bekker. “Leerlingen moeten ook op Twitter bepaalde mores in acht nemen.” De Leijgraaf heeft dergelijke richtlijnen al, zegt Van Summeren. “En we hebben net gisteren besloten volgend jaar mediawijsheid op te nemen in de lessen burgerschap.”
Dat het onderwerp leeft op de scholen, blijkt wel uit het feit dat het Maaslandcollege juist deze week besloot een docent van de Universiteit van Utrecht aan te stellen om de school te begeleiden bij de invoering van social media. “En wat de schadelijke kanten betreft”, meldt woordvoerder Hans van de Kraats, “is het zo dat ook wij geen politie willen spelen die alles natrekt. Zodra we iets merken of doorkrijgen dat op pesten via social media lijkt, halen we meteen de ouders van de betreffende leerling erbij. Wat dat betreft trekken we daar heel zwaar aan.”
Cyberpesten vooral via sociale media
Slachtoffers van cyberstalken en -pesten worden vooral belaagd via sociale netwerken. Veel vaker dan via bijvoorbeeld e-mail of telefoon.
Dat blijkt uit nieuw Brits onderzoek (pdf) uitgevoerd door de Universiteit van Bedfordshire. De onderzoekers ondervroegen 353 Britse slachtoffers van cyberpesten en concluderen dat zo?n 62 procent van de ondervraagden digitaal lastiggevallen is via sociale media. Dat percentage ligt veel hoger dan pesten en stalken via werkmail (23 procent), priv?mail (55,5 procent) en mobiel bellen (41,5 procent).
Gevolgen
De onderzoekers zijn naar eigen zeggen geschrokken van de gevolgen van digitaal stalken en pesten. Sommige respondenten hebben zelfmoordpogingen gedaan of durven niet meer over straat. De onderzoekers roepen sociale netwerken dan ook op maatregelen te nemen.
?Ze hebben een verantwoordelijkheid naar hun klanten?, stelt professor Carsten Maple tegenover de?BBC. ?Het moet duidelijk zijn waar een gebruiker de pesterijen kan aangeven en er zou een maximumperiode moeten zijn waarbinnen een sociaal netwerk moet reageren.?
Opvallend is volgens de onderzoekers dat het overgrote deel van stalken en pesten via sociale netwerken anoniem gebeurt en anders veel door onbekende personen. Juist het feit dat niet duidelijk is wie de dader is, kan voor slachtoffers grote gevolgen hebben.
Facebook
Facebook, met wereldwijd 750 miljoen leden, heeft naar aanleiding van het onderzoek aangegeven de procedures rond het melden van ongewenst gedrag te herzien. ?Niets is belangrijk voor ons dan de veiligheid van onze leden?, aldus een woordvoerder.
Netwerksites beschermen kinderen onvoldoende
Veel sociale netwerksites bieden kinderen te weinig bescherming tegen ongewenste contacten met vreemden.
Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda), dat dinsdag is gepresenteerd. Slechts twee sites, Bebo en MySpace, scoorden een voldoende.?De onderzoekers bekeken in totaal 14 sites, waaronder Facebook en Hyves. Dat gebeurde in december van vorig jaar en januari dit jaar. Kroes zei teleurgesteld te zijn dat de sites er niet voor zorgen dat profielen van minderjarige standaard alleen toegankelijk zijn voor de contactpersonen die ze hebben goedgekeurd. Ze gaat er bij de betrokken bedrijven op aandringen minderjarigen beter te beschermen.
Bronnen: Nu.nl (21 juni 2011), Nu.nl (11 juli 2011),?DeJoop,?RTL,?De Gelderlander (10 mei 2012) ‘Ook op Twitter mores in acht nemen’,?NRC Handelsblad (18 maart 2006),?NOS, Sander Duivestein.
Bekijk onderstaande rap track uit de VS dat is gemaakt om er aandacht voor te vragen (let op: beelden kunnen schokkend zijn):
“There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down. There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down. There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down”.