Auteursarchief: Arnout de Vries

Crowdfunding en criminelen

wanted

Onlangs was te lezen dat Nederlandse jihadi’s grijpen naar het middel van crowdfunding om geld bijeen te krijgen voor juridische bijstand van gevangen genomen ‘broeders’. Sympathisanten werden op sociale media opgeroepen geld te storten voor ‘onze gedetineerden’. Het Openbaar Ministerie doet inmiddels strafrechtelijk onderzoek naar ‘enkele tientallen’ Nederlandse jihadisten, ronselaars en anderen die betrokken zijn bij de gewapende strijd in het buitenland.

Crowdfunding wordt voor steeds meer zaken ingezet. Dus?ook voor criminele of zelfs terroristische doeleinden. Het aantal?vormen van crowdfunding door en voor criminelen?neemt toe. Soms worden social media als Facebook gebruikt om iemands borgsom te betalen of zelfs een moordstraf?af te kopen, en soms wordt geld ingezameld om juist de moord te plegen. Geld speelt een cruciale rol bij de financiering van allerlei misdaadvormen en Bitcoins?speelt hierin als nieuw betaalmiddel ook een steeds grotere rol. Criminelen vinden steeds meer creatievere manieren om geld in te zamelen uit een anonieme geldschietende crowd. ?In dit blog enkele vormen zoals die de afgelopen tijd in de media naar voren?zijn gekomen:

Crowdfunding voor hitmen

Sander Duivestein schreef al eerder op Frankwatching over de marktplaats genaamd Assassination Market. Op deze site?meld je een slachtoffer aan voor een dodenlijst (een soort?dead pool). Je vult de naam van de kandidaat in en voorziet deze van een kleine bio. Vervolgens bepalen bezoekers gezamenlijk de prijs van het slachtoffer, door anoniem in?Bitcoins?te doneren. De uiteindelijke moordenaar krijgt de pot wanneer hij bewijsmateriaal kan aanleveren. Dit bewijsmateriaal is de datum waarop de moord heeft plaatsgevonden. De moordenaar moet deze datum voordat de moord plaatsvindt, versleuteld in een Bitcoin, opsturen naar de website.

Strafbaar is het natuurlijk.?Zo heeft een rechtbank in Lausanne (Zwitserland) in hoger beroep een man tot vijf jaar celstraf?veroordeeld?die op Facebook een huurmoordenaar zocht voor zijn aanstaande ex. De man bood 20 duizend frank, omgerekend ruim 16 mille in euro?s. De huurmoordenaar die hij al chattend vond, vertelde het echter aan de vrouw. Volgens de rechtbank wilde de man geen alimentatie betalen omdat zijn nieuwe vlam zwanger was.

De Assassination Market maakt onderdeel uit van het ?deep web? aka ?dark web?, het ?onzichtbare? deel van internet, waarvan de internetpagina?s niet door zoekmachines als Google worden ge?ndexeerd. Kuwabatake Sanjuro (uiteraard een pseudoniem), de maker van de site, heeft ervoor gezorgd dat de site draait met behulp van het anonieme netwerk Tor. Hetgeen ervoor zorgt dat hij niet te traceren is. Ook de gebruikers van de website zijn zodoende niet te achterhalen. Via het Tor-netwerk zijn?meerdere soortgelijke initiatieven?te achterhalen. Voorbeelden zijn Unfriendly Solution en C?thulhu Resume, die jouw probleem in het graf stoppen of het Hitman Network, die iedereen vermoorden behalve kinderen onder de 10 jaar en bekende politici.

Assassination market

Sanjuro hoopt met zijn website alle overheden ter wereld te vernietigen. De wereld wordt er volgens hem een betere plaats door. In?een interview?met Andy Greenberg van Forbes liet hij het volgende weten:

?Thanks to this system, a world without wars, dragnet panopticon-style surveillance, nuclear weapons, armies, repression, money manipulation, and limits to trade is firmly within our grasp for but a few bitcoins per person. I also believe that as soon as a few politicians gets offed and they realize they?ve lost the war on privacy, the killings can stop and we can transition to a phase of peace, privacy and laissez-faire.?

Het idee achter een centrale plek om anoniem te handelen in moorden is niet nieuw. Al in 1992 beschreef Tim May in zijn ?The Crypto Anarchist Manifesto? een toekomst waarin encryptie aan de basis staat van een anarchistische samenleving:

?Just as the technology of printing altered and reduced the power of medieval guilds and the social power structure, so too will cryptologic methods fundamentally alter the nature of corporations and of government interference in economic transactions. Combined with emerging information markets, crypto anarchy will create a liquid market for any and all material which can be put into words and pictures.?

Een paar jaar later, in 1997, werkte Jim Bell het idee van een markt voor moordenaars verder uit in zijn essay ?Assassination Politics?. Deze uitwerking vormt de blauwdruk voor Sanjuro?s website:

?If only 0.1% of the population, or one person in a thousand, was willing to pay $1 to see some government slimeball dead, that would be, in effect, a $250,000 bounty on his head. Further, imagine that anyone considering collecting that bounty could do so with the mathematical certainty that he could not be identified, and could collect the reward without meeting, or even talking to, anybody who could later identify him. Perfect anonymity, perfect secrecy, and perfect security. And that, combined with the ease and security with which these contributions could be collected, would make being an abusive government employee an extremely risky proposition. Chances are good that nobody above the level of county commissioner would even risk staying in office.?

Borgsom betalen met crowdfunding

Maar criminelen of verdachten komen soms ook weer vrij middels crowdfunding. Zo kon een crimineel uit de VS zijn borgsom betalen middels een inzamelingsactie via Facebook. En ook tieners kopen zichzelf het steeds vaker op die manier. Soms zelfs zonder dat hun moeder het hoeft te weten. Hier volgen enkele voorbeelden.

Criminelen in de bak kunnen ook een Facebookpagina hebben. Zo is de moeder van een slachtoffer uit New Mexico het zat om postings te zien op de Facebookpagina van de man die haar zoon vermoorde. ?Normaal gesproken hebben gevangenen in de VS geen toegang tot internet. Ook het hebben of onderhouden van een Facebookpagina voor een gedetineerde is niet toegestaan in de meeste gevangenissen, maar vaak zijn het vrienden of familieleden die het doen. Dergelijke pagina’s zijn niet strafbaar. Het enige dat men kan doen is de toegang tot een bezoekuur ontzeggen. Tegelijkertijd is het ondoenlijk voor de meeste inrichtingen, met soms duizenden gevangenen, om ook het hele web in de gaten te houden.

Een gratis telefoontje?

Geen gratis telefoontje, maar een?berichtje?op Facebook is wat jongeren soms verkiezen als ze gearresteerd zijn en moeten zitten in afwachting van de behandeling van hun zaak.?David White, 19 jaar, verkoos Facebook.?Best vreemd vond?Detective Timothy Hegarty, want wie wil nu zijn arrestatie op Facebook zetten??De verdachte kon ook niemand bereiken en tegenwoordig kennen weinig jongeren nog telefoonnummers uit het hoofd. In het geval van David was de borgsom nog laag: $40 dollar. Maar wellicht doet zijn voorbeeld volgen, of zoals de Beverly PD zei “We are now officialy in a new world”:

BPD

Afkopen van moord en voorkomen van doodstraf

In Teheran (Iran) was de 17 jarige?Safar Anghouti als kind uit een arm gezin veroordeeld voor de moord op een minderjarige. Hij was altijd al behendig geweest met het gooien van messen op grote afstand, maar toen gooide hij er eentje in de nek van een andere jongen (Mehdi Rezai)?met de dood als gevolg. Op moord staat in Iran de doodstraf, ook voor een minderjarig kind. In het Iraanse systeem kunnen veroordeelde criminelen, ook moordenaars, hun vrijheid afkopen bij de familie van het slachtoffer. Dankzij een stroming die de doodstraf voor minderjarigen wil afschaffen en de kracht van social media heeft?Anghouti nu geluk. Hij is inmiddels 24 jaar en had 20 januari ge?xecuteerd moeten worden, maar wist met de hulp van de Imam Ali Society?binnen enkele dagen met een Facebook campagne meer dan 50.000 euro binnen te halen. Meer dan genoeg om hem vrij te krijgen.

Bronnen: New York Times, Forbes, Yahoo, Frankwatching, KRQE.com, CBS Boston

Kunnen social media ons in veiligheid brengen?

NSS2014_main_534_267_s_c1_smart_scale (1)

Door: ? 02 juli 2014 ?@DeboraLaaf

Wat komt er kijken bij de online communicatie van een groot evenement? Hoe kan Twitter je helpen bij het managen van een crisis en onze veiligheid? Zomaar even twee vragen die de revue passeerden tijdens de afgelopen social media club Den Haag (SMC070)-avond. Een kijkje in de online socialmediakeuken van grote events en andere spectaculaire gebeurtenissen. Een uitgebreid verslag.

Nuclear Security Summit

2 dagen. 4 organisaties. 53 landen. 58 wereldleiders. 2000 medewerkers. 3000 journalisten. 5000 delegaties. 1 onderwerp: nucleaire veiligheid.

Het duizelt cijfers als Tanja Jans met haar presentatie?begint over het grootste evenement dat Nederland dit jaar organiseerde: de Nuclear Security Summit 2014. In een duizelingwekkende snelheid leidt ze de bezoekers van de smc070-avond enthousiast langs alle online communicatie tijdens deze wereldtop, afgelopen maart.

Gefaseerde aanpak
Zo?n groots evenement kan natuurlijk niet zonder plan. Tanja vertelt hoe de communicatie systematisch vanuit vier fases is ingericht.

Deze aanpak was de leidraad voor alle online communicatiemiddelen die tijdens de Top zijn ingezet.
?Website?kan natuurlijk niet down gaan?
De website kende ook verschillende fases.

  1. Een fase voorafgaand aan het event. De website werd, naarmate het event dichterbij kwam, uitgebreid. Tijdens deze fase was de site vooral bedoeld om informatie te geven over wat de summit inhield. Bezoekers die kwamen voor bijvoorbeeld informatie over de mogelijke consequenties voor omwonenden, werden omgeleid naar de site van de gemeente Den Haag. De drie kernboodschappen van de NSS waren altijd op de homepage zichtbaar. Te weten: 1)?het verminderen van gevaarlijk nucleair materiaal in de wereld, 2) het verbeteren van de veiligheid van alle nucleaire materialen en radioactieve bronnen en 3) het verbeteren van de internationale samenwerking. Tanja: “We hebben heel bewust gekozen voor een drieslag. En niet een vierslag. Dit omdat je een drieslag beter kunt onthouden en oplepelen. Juist doordat iedereen de drie boodschappen kan dromen, is de communicatie heel consistent en wordt die letterlijk overgenomen.”
  2. In de fase tijdens de NSS was de website vooral gericht op de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk? Levendige content met een?livestream maakte dat mensen een beeld kregen van wat er allemaal gebeurde.
  3. De derde fase is die na het evenement en?de huidige site zoals je die nu nog kunt vinden. Deze fase is bedoeld als archief tot dat er een nieuwe summit in 2016 gehouden is.

De uitdaging bij het opzetten van de site was vooral de beveiliging. De site van zo?n wereldtop, met zo?n onderwerp, kan natuurlijk niet ?down? gaan. “Dat was soms wel wringen”, vertelt Tanja. “Want collega?s van ?cyber security?zeggen: ‘Alles wat online is, kun je hacken’. Dus zij gaan uit van de meest haalbare beveiliging. Maar dat is niet altijd het meest werkbare. Je kunt wel een site bouwen, maar daarmee staat die nog niet. Je moet informatie via het CMS-systeem kunnen toevoegen.”

App voor deelnemers en journalisten
Naast de website wilde de organisatie ook de deelnemers zo goed mogelijk informeren, zowel de delegaties als de journalisten. Daarom ontwikkelden ze een app die als het ware fungeerde als een realtime digitaal programmaboekje. Met push-berichten, een smoelenboek en perspools werden deelnemers en journalisten op de hoogte gehouden.

Tanja: “Los van dat het een innovatieve en duurzame manier was, had het ook nog een ander bijkomstig voordeel. Je was altijd up-to-date. Als er een delegatie gewijzigd werd, konden we dat realtime aanpassen en?hoefden we niet duizend programmaboekjes door de shredder te vernietigen.”

Joli(n)ge tweet
Voorafgaand en tijdens de wereldtop werd Twitter ingezet. Daarbij was de Engelse taal het uitgangspunt, maar werden er ook Nederlandse berichten geplaatst. Veelal met een link naar meer informatie of een foto.

Twitter was voornamelijk het kanaal waarop inhoudelijk met stakeholders werd gecommuniceerd. Tenminste, dat was het streven van Tanja en de organisatie. De meest gelezen NSS2014-tweet bleek echter alles behalve inhoudelijk te zijn:

De organisatie heeft bewust geen promoted tweets ingezet. Het is vooral een kanaal geweest dat op inhoud volgers trok. Uiteindelijk is de wereldtop door 13,5 duizend volgers op Twitter gevolgd.

De belangrijkste uitdaging was de snelheid waarmee het twitterkanaal werd ingezet. Door de inhoudelijkheid was afstemming noodzakelijk. “In het begin moest er nog wat snelheid in afstemming ontwikkeld worden. Directe afstemmingslijntjes hielpen daarbij uiteindelijk heel goed.”
Paardenstaartjes in NSS-kleuren op Facebook waren op het randje
Naast Twitter heeft de organisatie van de NSS2014 ook Facebook ingezet. Dit kanaal had ? anders dan Twitter ? een minder inhoudelijke component. De Facebook-pagina was meer gericht op de organisatie achter de wereldtop. Zeg maar: behind the scenes. Bedoeld om vooral de organisatie een gezicht te geven en zo draagvlak te cre?ren onder de Nederlandse bevolking.

Ook dit was inhoudelijk nog best wel zoeken. Want?wat is leuk als informatie ?behind the scenes? en wat niet? “Zo plaatste ik een foto van mijn collega die met paardenstaartjes in NSS-kleuren op kantoor kwam op Facebook. Ik vond dat leuk om te laten zien”, aldus Tanja. “Maar een andere communicatiepartner had daar toch andere gedachten bij. Dat is een spel waar je elkaar zoekt en vindt en uiteindelijk wel uitkomt.”

Op Facebook was alle content Nederlandstalig en laagdrempelig. Wat komt er allemaal kijken bij zo?n wereldtop, die vraag?stond centraal. 80 procent van alle posts op Facebook bevatte dan ook een foto of een video. “Vanaf maart hebben we wel geadverteerd. Dit omdat je bij Facebook een eerste basis van vrienden moet hebben om het daarna door likes en comments organisch te laten groeien.” aldus Jans. “Dit had wel als nadeel dat we meer negatieve reacties kregen.”

Hier had de organisatie een strakke aanpak voor. Negatieve geluiden mogen geplaatst worden, maar niet honderd keer dezelfde. Tanja: “Zodra er meerdere negatieve reacties kwamen van dezelfde persoon met hetzelfde bericht, heb ik een e-mail gestuurd en alle dubbele posts weggehaald. Over het algemeen werkte dit goed. Een keer bleven er negatieve reacties komen van een en dezelfde persoon. Daar zei ik op een gegeven moment tegen: ‘Joh, zullen we even bellen?’ Na het telefoongesprek was het over.?

Ronkende filmpjes en schattige statements
Video werd ook veelvuldig ingezet. Het kende eigenlijk drie inhoudelijke aspecten van de summit. De uitlegvideo?s, de informatievideo?s en de statementvideo?s van de delegaties.

Dat laatste was vooral bedoeld om de top zelf zo interactief mogelijk te houden. Normaal wordt zo?n summit vooral in beslag genomen door het voorlezen van verschillende statements van alle deelnemende wereldleiders. De summit moest vooral interactief worden. Praten over het voorkomen van nucleaire aanvallen. Door de statements vooraf door de delegaties te laten opsturen, was daar meer ruimte voor. Per land is daar verschillend op gereageerd. De Amerikanen maakten (natuurlijk) een ronkend filmpje, terwijl bijvoorbeeld Nigeria het heel braaf hield bij het voorlezen van het statement op camera.

De Amerikaanse statement-video?

Beeld
Naast video werd er ook veel beeld ingezet. De organisatie richtte een speciale NSS2014Flickr-pagina?in waarop alle foto?s rechtenvrij ? en soms ook in hoge resolutie ? zichtbaar waren. Ook?werd deze ge?mbed?in de site.


Samenwerking en voorbereiding
Al met al was het een enorm project. Waarbij onderlinge samenwerking tussen de NSS2014-organisatie, RVD, Rijksoverheid en de gemeente Den Haag cruciaal was. In die samenwerking is vooraf maanden ge?nvesteerd. Die investering betaalde zich tijdens het event uit in een soepel lopende communicatie.

Daarnaast was de cruciale factor voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Met een gedetailleerd draaiboek is de wereldtop op social media geleid, wat er onder andere voor zorgde dat de wereldtop top was.

Twitcident: sociale veiligheid met social media
Waar Tanja vooral inging op de communicatie bij een groot event, zoals de NSS2014, ging?Richard Stronkman van Twitcident vooral in op de monitoring van social media tijdens events of incidenten.?Zijn verhaal begint met een filmpje.

Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Zover ‘geen nieuws’.?Met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel. Ook dat is ‘geen nieuws’.

Twitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven. En zo incidenten te managen. Het probeert als het ware de ?human senses? van alles en iedereen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Oftewel: ‘geen nieuws’ weet Twitcident te scheiden van ‘echt nieuws’.

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Daarnaast verschilt het taalgebruik op social media met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert dat probleem op te lossen. Dat doen ze samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft.

“We werken als het ware als een olieraffinaderij. Enerzijds gaat er heel veel socialmedia-inhoud in de socialmediaraffinaderij en daar proberen we er ?actionable insights? uit te krijgen. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten”, aldus Richard.

Langs allerlei aansprekende voorbeelden licht Richard Stronkman Twitcident toe. Hij begint bij voorbeelden uit de tijd dat Twitident nog niet bestond.

Events uit het pre-Twitcedent-tijdperk
Het begon allemaal in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. “Hadden we dat niet via social media zien aankomen?”, vroeg Stronkman zich af. “Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?”

Een inhoudelijke analyse liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. De oprichter van Twitcedent: “Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.”

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde incident uit het Groningse?Haren,?Project X. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde de ? achteraf bezien niet serieuze tweet ? een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden en de aandacht niet uitging naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Troonswisseling
30 april 2013. Een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid?

Tijdens de Troonswisseling is er wel gebruikgemaakt van Twitcident.?Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. “Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.”

Het is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met?”Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk” is niet interessant,?10 mensen die tweeten “Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk”?mogelijk wel.

De socialmediaraffinaderij van Twitcident is heel complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Rotterdams carnaval bleef een feest
Een voorbeeld waar Twitcident zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Toch een veilig idee dat social media ons in veiligheid kunnen brengen ? Niet?!

Ik merk dat het een lang verhaal is geworden. Top dat je dit dan ook nog leest. Maar met z??n boeiende @smc070-avond wilde ik jullie zo min mogelijk onthouden. Tot een volgende keer!

Bronnen: Marketing Facts

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene

CS-Hazerswoude-groot

Historische misdaden oplossen met een smartphone

Op MediaWijzer stond een interessant stuk van Rowan Huiskes?over een nieuw onderwijsmiddel voor het voortgezet onderwijs waarin social media, apps, geschiedenis en misdaad op educatieve manier samenkomen en de jonge generatie als?Sherlock Holmes aan de slag zet.

Moord en doodslag is van alle tijden. Archieven, musea en bibliotheken herbergen een schat aan spannende geschiedenis. Dit spreekt jongeren erg aan als het ook in de juiste vorm wordt aangeboden. Een mooie kans om jongeren te interesseren voor lokale geschiedenis ?n om ze mediawijzer te maken. Het nieuwe project Crime Scene verbindt mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden met elkaar.

Analoog moordspel in Gouda
Crime Scene is gebaseerd op het (analoge)?Moordspel van BAM?(Bibliotheek, Archief en Museum) dat ontwikkeld is. Met dit Moordspel gaan brugklassers in teams op pad om waargebeurde, historische moorden uit de 17e?en 18e?eeuw op te lossen. Hierbij vinden ze verschillende aanwijzingen in archiefstukken, tussen bibliotheekboeken en op schilderijen. Als een echte Sherlock Holmes reconstrueren ze de historische cold case.

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene
Het?Moordspel was in Gouda een groot succes. Daarom besloten de?Bibliotheek Rijn en Venen?(Alphen aan den Rijn e.o.), met diverse partners een digitale variant van het succesvolle Moordspel uit?Gouda te ontwikkelen gericht op leerlingen van de brugklas vmbo, maar zeker ook geschikt voor havo/vwo. Samen met?Streekarchief Rijnlands Midden?(content) en?books2download?(techniek en realisatie)?werd de digitale variant uitgewerkt: Crime Scene.

Crime Scene is een location-based app (iOS en Android), die zowel op smartphones als tablets is te gebruiken. Officieel is Crime Scene een app voor smartphones, maar deze is qua opzet en resolutie ook op tablets te spelen. Leerlingen beginnen hun zoektocht naar de moordenaar bij de lokale Bibliotheek, waarna ze middels een kompas op hun smartphone langs verschillende plekken in de stad worden geleid. Naarmate ze dichter bij de juiste locatie komen, loopt de pijl steeds verder vol met een groene kleur. Als ze de plek hebben gevonden, lezen ze op hun smartphone de bijbehorende tekst en vragen.

CS-kompasCS-vraagpagina

cs app tekstcs app foto

Voorbeelden uit de app Crime Scene

Leerlingen zijn op deze manier bezig met digital storytelling, waarbij ze hun misdaad stukje voor stukje ontrafelen. Ze komen onder meer langs de locatie waar de misdaad heeft plaatsgevonden, waar het slachtoffer heeft gewoond en waar de dader is berecht.

Het gehele pakket bestaat uit drie lessen:

  • In de eerste les spelen de leerlingen een interactieve quiz in de klas over de verschillen tussen het archief en de Bibliotheek, rechtspraak in de 17e?en 18e?eeuw en informatievaardigheden.
  • Tijdens de tweede les gaan de leerlingen op pad met hun smartphone of tablet.
  • Ten slotte presenteren ze in de klas tijdens de derde les hoe het met hun misdaad is afgelopen.

Trailer Crime Scene

On- en offline gecombineerd
Crime Scene verbind mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden en richt zich op het verbinden van on- en offline elementen. Tijdens hun tocht door de stad komen de leerlingen in contact met cultureel erfgoed, zoals monumenten, de Bibliotheek, het museum en het archief. Ook dienen zij voor het beantwoorden van vragen bijvoorbeeld een foto uit het archief te vergelijken met de huidige situatie. Op deze manier komen ze op eigentijdse wijze in aanraking met cultuureducatie.

Daarnaast is Crime Scene gericht op het trainen van?informatievaardigheden. In de introductieles is ruimschoots aandacht voor het zoeken, vinden en beoordelen van (historische) informatie. Tijdens het spelen van de app dienen de leerlingen relevante informatie uit de teksten op te schrijven in hun notitieblok. Ze kunnen in de app namelijk niet terug in de tekst om het juiste antwoord op de vragen op te zoeken. Bovendien moeten ze voor de eindopdracht in de Bibliotheek informatie opzoeken in gescande archiefstukken en in de krantenbank van de KB. Meer over het?Mediawijsheid Competentiemodel?vind je hier.

Blauwdruk: zelf de app vullen met lokale content
Spannende geschiedenis is in elke stad te vinden. De volgende stap is om deze content te ontsluiten en op een mediawijze manier aan te bieden aan jonge doelgroepen. Daarom is?besloten om een blauwdruk te maken van de app. Dit betekent dat ge?nteresseerde partijen de app gemakkelijk volgens een vaste structuur kunnen vullen met lokale content. Hierdoor hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden door collega?s: het concept en de techniek bestaan immers al.

Inmiddels zijn er vier versies van Crime Scene:?Nieuwkoop,?Hazerswoude,?Oudshoorn?en?Alphen junior, en hopelijk worden er binnenkort meer initiatieven gestart op basis van dit idee.

Bron: MediaWijzer

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

WhereYouApp

WhereYouApp: Waar ben je?
WhereYouApp is een applicatie voor mobiele telefoons waarmee men, nadat men elkaar heeft toegevoegd, in staat wordt gesteld elkaars locatie te volgen. Handig voor de opsporing ook.
Uit onderzoek van Conquergood (1993) blijkt dat bendeleden in Amerika veel waarde hechtten aan het te allen tijde op de hoogte zijn van elkaars locatie. Zij beredeneerden dat zij elkaar moesten kunnen bereiken en lokaliseren als zich een incident voordeed. Deze gangsters leefden weliswaar ver voor de tijd van social media, maar beschikten wel over zogenaamde pager-beepers waarmee zij elkaar op elk moment konden bereiken. In de huidige tijd is het vele malen makkelijker om op de hoogte te blijven van elkaars locatie. Zouden gangs vandaag de dag?nog waarde hechten aan deze ?meldingsplicht? en in hoeverre de opkomst van social media van invloed is geweest op deze ontwikkeling. Jeroen van den Broek deed er onderzoek naar (lees zijn scriptie hieronder).

Keek

Keek is een sociaal platform dat volledig gericht is op video. Het is met Keek dan ook niet mogelijk geschreven berichten op het netwerk te plaatsen. Iedere boodschap die wordt verspreid, is opgesteld in video.?Gebruikers kunnen korte filmpjes van maximaal 35 seconden kunnen plaatsen. Het is een soort?Instragram, maar dan met filmpjes.

Iedere Keek (video) heeft betrekking op een bepaald onderwerp. De uploader van de video kan aangeven over welk onderwerp de video gaat door gebruik te maken van hashtags. Ben je benieuwd welke onderwerpen op dit moment populair zijn? Dan kan je een tagcloud bekijken waarin de onderwerpen die op dat moment veel voorbij komen zijn verzameld. Keek noemt dit ?Klusters?.

Video?s die je naar Keek uploadt, zijn openbaar en kunnen dus door iedereen worden bekeken.

Je kan de app downloaden voor de Mac, een Windows pc en de?iPhone. Voor Android-smartphones is er een Keek-app te vinden in de?Play Store?en BlackBerry-gebruikers kunnen terecht in de?BlackBerry World. De apps zijn op alle platformen gratis beschikbaar. Ook het aanmaken van een account bij Keek is kosteloos.

In het onderzoeksrapport van Straathoek naar Facebook wordt?ook kort ingegaan op het gebruik van Keek onder straatjeugd:

Inline image 2

Twitter reconstructie van een misdaad

reconstructie

De Politie uit Surrey gebruikte Twitter om een ??misdrijf op een plaats delict te reconstrueren en genereerde daarmee voldoende?tips en aanwijzingen om een zaak tegen twee gewelddadige overvallers aan te spannen. De politie plaatste een reeks van foto’s met tijdstippen erbij, op zoek naar een vader en zoon die een gewapende overval pleegden.

Twitter reconstruction

De reconstructie start bij de Chevrolet die rondjes reed?bij de supermarkt?waar de overval later plaatsvond en eindigde bij de vluchtroute met dezelfde verlaten Chevrolet.

De supermarkt Co-op bij Tattenham in Epsom werd overvallen en 45 duizend pond werd buitgemaakt. Een maand na deze overal startte de politie deze vernieuwde Twitteractie en 53 duizend mensen deelden de foto’s en informatie. Het leverde 40 telefoontjes op en de daders zitten nu achter de tralies. De vader kreeg levenslang en de zoon 16 jaar. Voor de rechter werd bovendien aangetoond dat de daders YouTube op hun mobieltje hadden geraadpleegd over hoe een overval te plegen.

De Co-op medewerkers gaven aan dat het een horror scenario was geweest. Een van de?overvallers haalden de trekker over, maar toen die?niet afging sloeg hij er een medewerker hard ?mee naar de grond.

Naast Twitter werden uiteraard traditionele methoden gebruikt, zoals CCTV camera’s van de supermarkt en ANPR (Automatic License Plate Recognition). Voormalig hoofdrechercheur Dave Lattimore, nu adviseur voor forensische wetenschappelijke ?LGC Group zegt dat hij wou dat Twitter er was toen hij nog bij de politie van de Thames Vallei werkte.??Volgens hem was een real-time Twitter reconstructie nog nooit eerder gedaan, maar zal dit met de groeiende volgersaantallen ook bij andere politieeenheden waarschijnlijk snel herhaald worden. “Het is een slimme methode. Met Crimewatch reconstructies moet iedereen op hetzelfde moment achter de buis kruipen en daarna nog bellen. Maar de meesten hebben nu de hele dag een mobieltje bij zich en daarom heb je zoveel respons.”

Dr Paul Reilly van de Leicester Universiteit, vakgroep?media en communicatie, zegt dat de Britse politie social media is gaan omarmen sinds de Londense rellen. “In 2011 ging het vooral over hoe je er informatie vanaf kon halen voor intelligence en het volk kon informeren over gezochte verdachten. Nu is het ingebed in het politiewerk. Er wordt gereageerd op het publiek en interactief ingezet om boeven te vangen.” Naar zijn weten was dit ook de eerste keer dat een dergelijke reconstructie samen met het publiek gedaan werd. De politie gebruikte daarom de hashtags # tweconstruction en #opjadeite.

Twitter reconstruction

De reconstructiekaart die gedeeld werd met de vluchtroute van de overvallers


Bronnen: Telegraph, BBC, MediaBistro.

Canadese schutter “Rambo” in Moncton

RamboMoncton

Bovenstaande dader volgde waarschijnlijk?social media om uit handen te blijven van de politie. De Royal Canadian Mountain Police (RCMP) vroeg daarom op een persconferentie aan de mensen niet te zeggen waar ze agenten hebben gezien.?Omdat de schietpartij in Moncton, Canada, op klaarlichte dag plaatsvond, waren er veel mensen thuis. Daarom zijn er veel foto’s van de schutter, maar ook van?de plekken?waar agenten om het leven kwamen?(pas op, sommige foto’s zijn heftig). De schutter was bovendien zeer actief geweest op Facebook, dat door diverse media en burgers werd uitgeplozen. Hij verzette zich daar tegen de anti-wapen lobby en was ook geen vriend van de politie. Onderstaand bericht zette hij 4 uur voor zijn actie online:

Donderdagochtend ging de 24-jarige Justin Bourque gekleed in een camouflagepak en gewapend met machinepistolen, een kruisboog en een mes door een wijk van de stad. Toen de politie hem wilde aanhouden schoot hij drie van hen dood. Twee andere agenten raakten gewond. Politieagenten zijn geschokt door het extreme geweld waarmee ze te maken kregen en het verlies van hun collega’s “Je hoort vaker dat dit gebeurt over de grens in de Verenigde Staten, dat politieagenten gewond raken en overlijden tijdens hun werk. Maar als het in Canada gebeurt, zo dicht bij huis, komt dat heel hard aan,” aldus een woordvoerder van de Royal Canadian Mounted Police. Dit soort schietincidenten is zeldzaam voor Canada, waar de wapenwetten strenger zijn dan in de VS. Honderden politieagenten deden mee aan de zoektocht. De politie zette helikopters en hondenteams in om de schutter te kunnen vatten. Op 6 juni 2014 werd de dader gearresteerd. Wat zijn motief is, is niet bekend. Moncton was meer dan een etmaal in de greep van de klopjacht op de verdachte. Een ooggetuige vertelde aan de zender CTV hoe de elitetroepen van de Canadese politie de verdachte oppakten achterin zijn huis. ?Ik ben klaar?, zou de 24-jarige man bij zijn arrestatie hebben gezegd.

Canadese schutter opgepakt na grote klopjacht

Hieronder een Twitter reconstructie van de gebeurtenissen: ?



Bronnen: Telegraaf, Vice.com, CBC (1, 2)

Noodweer op Pinkpop

noodweer pinkpop

Op 7, 8 en 9 juni 2014 vond in Landgraaf het jaarlijkse festival Pinkpop plaats.?Elke festivaldag komen 60.000 bezoekers naar het evenement. Zowel landelijke als?regionale media besteden ruim aandacht aan het festival met live-registraties en?nieuwsupdates via radio, tv, gedrukte en online media. De editie van 2014 staat in het?teken van de Rolling Stones en Metallica, maar zeker ook het noodweer.?In de nacht van 8 op 9 juni kregen de festivalgangers al flinke buien te verduren.?Het slechte weer werd al in de ochtend van 9 juni aangekondigd, maar vanaf het?einde van de middag werd duidelijk dat het festival getroffen zou worden. Om 12.30?uur kondigde het KNMI code geel af en al om 12.40 uur code oranje. Om 18.53 uur?kondigt het weerinstituut voor de regio Limburg code rood af. Vanaf 18.40 uur zijn de?hulpdiensten uit voorzorg ook opgeschaald tot GRIP 3. Van 20.00 uur tot 20.40 uur?teisterden fikse onweersbuien het festivalterrein. Kort daarna schaalde het KNMI?af naar code oranje en daarna code geel. De schade beperkte zich tot omgewaaid?materiaal en er vallen geen gewonden. Het incident kan daarom het beste worden?beschreven als predictieve risicocrisis.

Deze analyse, komend uit ?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten? beschrijft de communicatie van de?hulpdiensten en festivalorganisatie in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.

Pinkpop1
1 Feitenrelaas en analyse

Sociale media
Tot het tijdstip dat het KNMI voor de regio Limburg code oranje afkondigt (12.40?uur), versturen de offici?le instanties weinig tot geen berichten over het naderende?onweer. Alleen burgemeester Vlecken adviseert zijn volgers in de ochtend regelmatig?de weersverwachting te bekijken. Op dat moment is het ook nog niet zeker of het?noodweer tijdens het festival Landgraaf aan zal doen. De Pinkpop-organisatie laat?om 14.35 uur op haar Facebookpagina weten dat de weersverwachting tot in de loop?van de avond goed is en dat zij de voorspellingen nauwlettend in de gaten houdt en
bezoekers daarover zal informeren.

Om 18.47 uur kondigt het KNMI voor Limburg code rood af wegens verwacht noodweer.?Dan beginnen met name de politie Limburg, politie Brunssum/Landgraaf en de?Veiligheidsregio Zuid-Limburg via Twitter te communiceren. Om 19.05 uur twittert de?politie Limburg dat overleg tussen de gemeente, politie en de organisatie van Pinkpop?over de weersverwachting niet heeft geleid tot extra maatregelen.?Om 18.40 uur schalen de hulpdiensten op naar GRIP 3. Vanaf 19.58 uur start de?veiligheidsregio Zuid-Limburg de communicatie op Twitter met handelingsperspectieven
voor bezoekers (?ga gehurkt zitten en blijf uit de buurt van bomen?). Om 20.16 uur vraagt?de veiligheidsregio omwonenden hun wifi-poorten open te zetten voor bezoekers.?Tussentijds corrigeert de veiligheidsregio berichtgeving van L1 via Twitter met het?bericht ?bezoekers krijgen instructies en het gerucht ?camping A is niet ontruimd? klopt?niet?. De politie-accounts retweeten het bericht van de veiligheidsregio. De gemeente?communiceert vooral via haar eigen website en gebruikt Twitter om mensen daarop?te wijzen. De gemeentewebsite verwijst door naar de website van Veiligheidsregio?Zuid-Limburg. De Pinkpop-organisatie communiceert tot dat moment niet via Twitter?of Facebook.

Pinkpop2

Vanaf 20.45 uur domineren de politie-accounts de offici?le woordvoering op?Twitter met een herhaling van handelingsperspectieven en ontkrachting van?evacuatiegeruchten. (Enkele sporthallen zijn in gereedheid gebracht voor opvang).?Vanaf 20.54 uur communiceert de Pinkpop-organisatie op Twitter en Facebook dat het?ergste onweer is geweest, er geen gewonden zijn gevallen en ze bedankt alle bezoekers?voor hun medewerking en geduld. De politie-accounts (Twitter) versturen dezelfde?boodschap. De berichten gaan daarna weer over de programmering van Pinkpop en
de verkeersstromen. De politie verwijst naar L1 voor een verslag van het noodweer.?De Veiligheidsregio Zuid-Limburg communiceert in deze periode niet via Twitter.

Pinkpop3

Ook de traditionele media communiceert via Twitter. De regionale omroep L1 is?actief via meerdere accounts (@L1, @L1nws en @L1festival) en ook twitterende?verslaggevers (@nilsrompen en @frankmoonen) berichten veel over het noodweer. De?twitteractiviteit van L1 loopt daarbij parallel aan de totale activiteit op sociale media.

Pinkpop4
Om 00.36 uur verstuurt de Veiligheidsregio Zuid-Limburg een laatste tweet met een?link naar de website van de veiligheidsregio met een verzameling van feiten over het?noodweer op Pinkpop.

Traditionele media
Voor veel landelijke media is het aangekondigde noodweer op 9 juni een alinea in het?nieuws, en niet het centrale onderwerp. Dat komt pas de dag daarna. De afgekondigde?weeralarmen zijn aanleiding voor nieuwsartikelen over onder andere Pinkpop. De?Limburgse regionale omroep L1 duikt vanaf de ochtend wel op het nieuws. Het?noodweer vormt op 9 juni de rode draad van de Pinkpop-uitzending op L1 Radio.?Zij hebben tussen 10.40 uur en 16.30 uur drie extra radio-uitzendingen met daarin?updates over het weer. In interviews om 12.17 uur en 15.36 uur zegt organisator?Jan Smeets zich nergens zorgen over te maken, omdat ze goed voorbereid zijn.?Om 18.30 uur besteedt L1 in het televisienieuws aandacht aan de situatie op Pinkpop.

Er zouden nog geen extra maatregelen nodig zijn, maar bezorgde ouders bellen?ondertussen wel massaal naar Pinkpop, aldus de nieuwszender.?Om 19.30 uur komt L1 weer met een extra tv-uitzending. Deze uitzending is niet?meer beschikbaar op L1.nl, maar uit tweets over de uitzending is af te leiden dat er?opnieuw een crisisoverleg is geweest, dat de hulpdiensten paraat staan en de GGD is?opgeroepen voor mogelijke calamiteiten, en de organisatie nog geen extra maatregelen?getroffen heeft.

Presentator Giel Beelen meldt om 19.30 uur – bij aanvang van de live-uitzending van?Pinkpop (NTR/VARA/VPRO) – dat er noodweer op komst is, maar de meeste aandacht?gaat uit naar de optredens. De uitzending is een combinatie van live-verslag en?dagregistraties. Om 19.57 uur vertelt presentator Eric Corton dat organisator Jan?Smeets zojuist op het hoofdpodium veiligheidsinstructies aan de bezoekers gaf (?weg?bij lichtmasten & gehurkt op de grond gaan zitten?). Ook richt Corton zich speciaal tot?de bezorgde ouders met de boodschap dat ?als we allemaal rustig blijven, het allemaal?goed gaat komen?. In de volgende updates herhalen de presentatoren deze berichten?meerdere malen met de conclusie dat bezoekers zich goed aan de instructies houden.?Ook benoemen de presentatoren het ?spectaculaire wolkendek? dat boven Pinkpop?hangt, maar de meeste aandacht blijft uitgaan naar de optredens en voorgemonteerde
registraties van eerder op de dag. De uitzendingen op radio 3FM en de website 3voor12?volgen hetzelfde patroon.

Als het noodweer volop gaande is, last L1 om 20.30 uur weer een extra?nieuwsuitzending in. L1 neemt de kijker daarin mee in de sfeer en de genomen?maatregelen op Pinkpop. De regionale omroep gaat in op scenario?s aan de hand van:
> verslaggevers die de sfeer op het festivalterrein beschrijven
> een weerman die zijn voorspellingen over het noodweer geeft
> een woordvoerder van de politie die vertelt paraat te staan om vrijwillig vertrekkende?mensen het terrein af te helpen
> burgemeester Raymon Vlecken die concludeert dat alles vlekkeloos verloopt en niet in de?laatste plaats om de kalmte die de bezoekers bewaren; hij geeft aan dat de geleerde lessen
van Pukkelpop onderdeel zijn van het veiligheidsplan van Pinkpop
> een woordvoerder van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg met de boodschap dat er geen?moment paniek heerst op het terrein
> een contactpersoon die in de studio contact onderhoudt met hulpdiensten, uitlegt wat?GRIP-3 betekent en kijkers wijst op het ingestelde publieksnummer voor meer informatie.

Tijdens de uitzending wordt duidelijk dat het optreden van Metallica verlaat doorgaat.?Het nieuwsitem wordt afgesloten met een oproep aan bewoners rondom Megaland?om hun wifi-poorten open te stellen voor de festivalgangers, zodat zij contact kunnen?opnemen met het thuisfront.?In de live-uitzending op Nederland 3 zegt Pinkpop-organisator Jan Smeets om 21.56?uur dat de communicatie ?naar de overheid is verplaatst? vanwege de opschaling naar?GRIP 3. Hij heeft naar eigen zeggen continu overleg met het ROT en de burgemeester,?maar sluit het interview af met het bericht dat ?hij niet teveel mag zeggen, want?de burgemeester en leidinggevenden vinden dat hij de afspraken niet nakomt om?gezamenlijk vragen te beantwoorden.?
Aan het einde van de avond is meteoroloog Margot Ribberink te gast in Knevel & Van?den Brink. Zij geeft aan dat MeteoConsult de gehele dag veelvuldig contact onderhield?met de organisatie van Pinkpop. Ook schakelen Knevel & Van den Brink met Giel Beelen?die persoonlijk verslag doet vanaf het Pinkpopterrein. Beelen geeft toe een beetje?bang te zijn geweest, maar dat iedereen rustig is gebleven en dat het goed is gegaan.?De belangrijkste vraag van Knevel & Van den Brink is of er een ramp is voorkomen?met Pukkelpop in het achterhoofd. De conclusie van Ribberink is dat men de kalmte?wist te bewaren, maar dat er wel risico?s zijn genomen. Burgemeester Vlecken belt?volgens Knevel & Van den Brink op eigen initiatief de redactie en wordt in de uitzending
gehaald. Hij legt uit waarom niet is ge?vacueerd en probeert de conclusies van?Ribberink te ontkrachten.

2 Tijdblokken
Het online gesprek op Facebook en Twitter over het (naderende) noodweer op Pinkpop?is in te delen in drie tijdblokken met elk een dominant thema:
>> 00.00 tot 18.53 uur: Zal het noodweer Pinkpop treffen?
>> 18.53 tot 21.00 uur: Afkondiging code rood; het noodweer barst los.
>> 21.00 tot 24.00 uur: Ergste onweer voorbij; evaluatie komt op gang.
Pinkpop5

00.00 tot 18.53 uur: Treft noodweer wel of niet Pinkpop?
Aangezien bezoekers in de nacht van 8 op 9 juni ook al te maken kregen met flinke?buien, kijken enkelen ?s nachts en in de ochtend al vooruit naar het aangekondigde?slechte weer aan het einde van de dag. Op dat moment is het nog onzeker of het?naderende noodweer ook Pinkpop bedreigt. Op basis van weersverwachtingen,?maar vooral de buienradar trekken mensen de conclusie dat het in de avond kan?gaan spoken op Pinkpop. Op 9 juni is ?s middags de website Buienradar.nl af en toe?niet bereikbaar door een te groot aantal bezoekers tegelijkertijd. Festivalbezoekers
benoemen op hun beurt vooral de enorme hitte en dat zij wel wat verkoeling?kunnen gebruiken.?> Buienradar spiegelt mensen naderend onweer voor (screenshots worden gedeeld).
> ?Vanavond kan heftig worden?.
> Berichten over hitte van bezoekers: ?laat dat noodweer maar komen?.
> Hoop op rustig verloop van de avond onder thuisblijvers.
> Enkele vragen over veiligheid en eventuele maatregelen Pinkpop.
> Eerste associaties met Pukkelpop 2011.
> Quotes van Pinkpop-organisatie ?nog geen directe dreiging?, daarna ?indien noodweer,?dan open ruimtes opzoeken?.
> Enkele berichten van ongeruste ouders met kinderen op Pinkpop.

Vanaf de melding ?code oranje? om 12.40 uur groeit de bezorgdheid onder thuisblijvers.?Thuisblijvers domineren het online gesprek. De weersvoorspellingen zorgen vooral voor?bezorgdheid onder ouders met kinderen op het festival. Vragen gaan met name over de?veiligheid en mogelijke maatregelen die de festivalorganisatie treft. Twitteraars stellen?ze soms, maar meestal niet, direct aan de organisatie van Pinkpop of andere offici?le?instanties, maar krijgen geen reactie. Een enkeling maakt zich ook zorgen over het?optreden van Metallica: ?Heel slecht weer verwacht bij @pinkpopfest. Shit, Martijn en?Marleen zijn daar NU! Metallica speelt toch vanavond wel???
Een kleine groep twitteraars vindt dat het weeralarm al genoeg zegt en dat mensen?weg moeten wezen. Enkele thuisblijvers koppelen het noodweerscenario aan de?ervaringen met Pukkelpop in 2011. Twitteraars op Pinkpop lijken zich nog weinig zorgen?te maken. Op de Facebookpagina?s van 3FM, 3voor12 en Pinkpop wordt op dat moment?nog weinig gesproken over het noodweer.

18.53 tot 21.00 uur: Bezorgdheid gaat over in angst en klachten
Het bericht dat het KNMI code rood afkondigt voor Limburg, werkt als katalysator?voor het aantal berichten over Pinkpop. Bij thuisblijvers leeft veel bezorgdheid, maar?naarmate het noodweer dichterbij komt groeit ook het aantal berichten met angst en?klachten. Veel thuisblijvers snappen niet dat de organisatie het festival toch door laat?gaan ondanks het weeralarm. Tegelijkertijd klinkt een tegengeluid met meer begrip?voor het besluit, omdat grote paniek op het terrein nog erger is en bovendien ?waar?laat je 60.000 bezoekers??. Het online gesprek bestaat tijdens deze twee uur uit de?volgende ingredi?nten.
> Weeralarm ?code rood voor Limburg? zorgt voor flinke toename berichten.
> Ontstaan van twee kampen: ?onverantwoord om Pinkpop door te laten gaan? versus??afgelasting zorgt voor grotere paniek, dus verstandig besluit?.
> Enkele berichten van thuisblijvers die familie of vrienden op het festivalterrein niet?kunnen bereiken.
> Vergelijking met Pukkelpop 2011 wordt vaak getrokken.
> Aantal vragen en klachten over communicatie Pinkpop en Jan Smeets groeit.
> Berichten vanaf terrein beschrijven een minder bezorgde sfeer.
> Klachten over gebrek aan live-beelden vanaf het terrein.

Vanaf ongeveer 19.30 uur valt het mensen op dat de organisatie van Pinkpop?online niet aanwezig is en niet reageert op gestelde vragen. Hier wordt negatief op?gereageerd. De online communicatie ervaren velen als waardeloos, bijvoorbeeld: ?Geen?enkele communicatie via @pinkpopfest. Onbegrijpelijk! #storm #Pinkpop2014 #pkp11?.?Mensen weten niet dat de Pinkpop-organisatie niet kan reageren omdat is afgesproken?dat de woordvoering bij de veiligheidsregio ligt.?Ook het account@PinkpopWeer (geen officieel account) wordt regelmatig bevraagd en
aangesproken over de weersituatie, maar benoemt dat zij geen onderdeel uitmaken?van de Pinkpop-organisatie en dus niet overal antwoord op kunnen geven.
Pinkpop6
Uit de berichten vanaf het festivalterrein klinkt minder bezorgdheid. Enkelen geven?zelfs aan dat er goede instructies worden gegeven en dat er een gemoedelijke sfeer?heerst. Op Facebook klinken vooral lovende geluiden over de duidelijke instructies en?rustige stem van 3FM-dj Eric Corton die op het podium de bezoekers toespreekt, zoals:??@3FM @pinkpopfest geweldig Eric corton Hoe je de moed erin houdt. Ik moet zeggen?best spannend zo op het veld.? Enkele bezoekers melden dat zij toch maar vertrokken?zijn voor naderend noodweer: ?Toch maar een verstandige keuze gemaakt en #PP14?vervroegd verlaten. Noodweer op komst, veel security geeft instructies. Op weg naar trein.?

In het uur voorafgaand en tijdens het noodweer verwijzen mensen naar het tijdelijk?stopzetten van Pinkpop. Vooral ook de onduidelijkheid over het optreden van Metallica?(en of dat live wordt uitgezonden op Nederland 3) speelt parten. Ook duiken enkele?geruchten op:
> De ontruiming van Camping A.
> Georganiseerde evacuaties.
> Naderende tornado in Aken op 20 km afstand van Pinkpop.
> Blikseminslag in tent (Brand Bier stage).
> Een ingestorte tent.
> Afgelasting van optreden Metallica.

De meeste geruchten hebben een beperkt bereik. Alleen de ontruiming van Camping?A en mogelijke evacuaties leiden tot vragen van traditionele media. De hoax van de?naderende tornado op Twitter wordt door tientallen gedeeld, maar ook door anderen?al snel ontmanteld.?Wanneer code rood voorbij is, groeit het aantal complimenten voor het handelen van?de organisatie, maar ook zijn er mensen die vinden dat Pinkpop geluk heeft gehad:??Dat het goed gegaan is op Pinkpop met het noodweer is eerder goed geluk dan ?goed?voorbereid?, denk ik als ik de beelden zo terugzie??. Opnieuw klinkt Pukkelpop als?doemscenario. Regionale zender L1 krijgt veel lof voor haar actuele en volledige?nieuwsvoorziening. Op de live-uitzending van Nederland 3 is meer kritiek en sarcasme,?omdat het volgens enkelen niet genoeg aandacht besteedt aan het noodweer:??#ned3 zendt heerlijke zonnige middagberichten uit, terwijl op #Twitter te lezen is
dat #Pinkpop NOODWEER ondergaat.?. Veel thuisblijvers verwachten op dat moment?nieuwsvoorziening van de NPO.

21.00 tot 00.00 uur: Discussie over handelen organisatie meer in balans
Wanneer de grote storm is gaan liggen, wordt het ook rustiger op Twitter. Toch gaat?de discussie door over de vraag of de organisatie het nu wel of niet goed heeft?gedaan, maar de twee kampen lijken nu wel meer in balans. Critici reageren op de?Facebookpagina van 3voor12 ge?rgerd op de reactie van organisator Jan Smeets die?in een interview met 3FM na afloop zegt: ?mensen die zeggen dat wij hadden moeten?ontruimen, begrijpen niet hoe deze maatschappij in elkaar zit?. Vanaf 22.30 uur (en de?volgende dag) mengen zich ook festivalbezoekers in het debat op Facebook en Twitter.?Veel van hen geven aan dat zij zich niet onveilig hebben gevoeld, dat de organisatie?complimenten verdient en bovendien dat ?Pinkpop geweldig was?. Sommigen vonden
het noodweer zelfs bijdragen aan de sfeer. De belangrijkste thema?s aan het einde van?de avond zijn:
> Discussie over correct handelen van de organisatie meer in balans.
> Klachten over de communicatiestijl van Jan Smeets.
> Gemiste kans dat Pinkpop niet via Twitter communiceerde tijdens het noodweer.
> Enkele klachten over gebrek aan opvang van bezoekers met een gesneuvelde tent.
> Opluchting over het doorgaan van Metallica.
> ?sensatiezoekerij? door Knevel en Van den Brink.

Na 23.00 uur wordt de uitzending van Knevel & Van den Brink doelwit van kritiek. Velen?vinden dat de presentatoren te lang ?zeuren? over een regenbui. Enkelen beschuldigen?het actualiteitenprogramma van ?sensatiezoekerij?, omdat de presentatoren te veel?zoeken naar de conclusie dat ?Pinkpop aan een ramp is ontsnapt?, bijvoorbeeld:??Pinkpop aan een ramp ontsnapt? Wat een sensatie tv #kvdb. Dat de Mart weer komt?om zijn ego te strelen dat vind ik eerder een kleine ramp.?

3 Conclusies
Uit de online discussie over Pinkpop zijn de volgende conclusies te trekken:

1. Bezoekers en thuisblijvers ervoeren de situatie anders
Op sociale media was een duidelijk verschil zichtbaar tussen de ervaringen van de?bezoekers en thuisblijvers. Thuisblijvers waren (zeker tot aan het eind van de avond)?erg dominant in de beeldvorming. De festivalbezoekers spraken in meerderheid over?goede communicatie, rustige omstanders en een geweldig evenement. Thuisblijvers?speculeerden vanaf het moment dat het KNMI code oranje afkondigde over het wel?of niet afgelasten van het festival. Ze spraken hun bezorgdheid uit over de bezoekers of hun kinderen), maar vooral ook over de gebrekkige informatievoorziening. Zij?gingen voor hun oordeel af op beschikbare informatie, zoals de buienradar, beelden op?sociale media en historische ervaringen (Pukkelpop 2011). Al had de veiligheidsregio?een callcenter ingericht waar gedurende de avond vragen van thuisblijvers werden?beantwoord, de communicatie van offici?le instanties was met name gericht op de
festivalbezoekers. Een gebrek aan informatie bij festivalbezoekers over de situatie?werkte vragen, bezorgdheid en klachten in de hand.?Aan het einde van de avond sloten ook festivalbezoekers zich aan in de discussie over?de vraag of de organisatie wel verantwoord handelde. Velen van hen vonden van wel en?hun stem leek zwaar te wegen. De beeldvorming kantelde en het aantal complimenten?oversteeg het aantal klachten.

2. Verwachtingen bepaalden mede bezorgdheid en klachten
Gesignaleerde klachten en vragen gingen over keuzes die de organisatie maakte?(wel/niet afgelasten, wel/niet evacueren) en over het gebrek aan communicatie. Ook?was er kritiek op de landelijke media die te laat of te weinig over het noodweer zouden?hebben bericht. Achter de vragen, klachten en bezorgdheid op sociale media lijkt een?aantal belangrijke verwachtingen en aannames te zitten:
> weeralarmen en GRIP 3 zijn signalen voor serieuze dreiging
> de organisatie van Pinkpop is verantwoordelijk voor de communicatie
> media en organisatie moeten een overzicht geven van de situatie zodat ik zelf een oordeel?kan vellen of de situatie veilig is
> de organisatie moet onze situatie begrijpen en reageren op vragen, klachten en signalen,?zeker als ze over de kanalen beschikken
> media die live uitzenden moeten ook nieuwsvoorzienend zijn in crisistijd.

3. Gebrek aan informatie maakte de weg vrij voor geruchten
Naast klachten en vragen als uitingsvorm van een informatiebehoefte was de?behoefte aan informatie ook op een andere manier zichtbaar, namelijk in het?crowdsourcing. Mensen gingen zelf op zoek naar informatie. Het risico bij het op die?manier verzamelen van informatie is dat het verificatieproces niet altijd optimaal is en?geruchten ontstaan. Zeker als de informatie niet ter plaatse gecheckt kan worden, is er?het risico dat geruchten breed worden verspreid. Na verloop van tijd werden in dit geval?veel geruchten door anderen weer ontkracht.
Om de ernst of het risico van de situatie te kunnen inschatten, grepen veel mensen?terug op situaties uit het (recente) verleden. Vanwege vergelijkbare elementen (festival?en noodweer) lag een vergelijking met Pukkelpop (2011) voor de hand. Bovendien leken?de donkere beelden die online verspreid werden op die van het festival in 2011. De?burgemeester benoemde die zorg in de uitzending van L1, maar het is opvallend dat in?de berichtgeving van 3FM en de live-uitzending op Nederland 3 deze associatie niet?genoemd werd. Het doemscenario van Pukkelpop was online namelijk erg dominant in?de beleving en een veel gekozen frame bij de beschrijving van de bezorgdheid.

4. Publiek meenemen in de nieuwsvoorziening werd gewaardeerd
De boodschap op 3FM en Nederland 3 was vooral dat als iedereen rustig bleef, zich?hield aan de instructies, het dan waarschijnlijk allemaal goed kwam. De berichtgeving?van L1 was anders van aard en nam de mensen mee in de nieuwsvoorziening. Het?voordeel daarvan was dat mensen meer inzicht kregen in de actuele situatie waardoor?zij zelf een oordeel konden vormen of het goed zou komen. Die presentatievorm van?het nieuws sloot aan op de behoefte. Het is aannemelijk dat dit een van de redenen?was dat L1 na afloop veel meer lof kreeg over de nieuwsvoorziening dan de landelijke?nieuwspartijen.

5. Communicatiestijl maakte verschil
Hoewel de inhoudelijke boodschap van organisator Jan Smeets en 3FM-dj Eric Corton?vrijwel identiek was, werd de integriteit en kundigheid van Jan Smeets veel meer?betwist. Natuurlijk droeg Smeets ook de verantwoordelijkheid waardoor hij kritischer?werd bekeken, maar veel kritiek werd vooral geuit op zijn communicatiestijl. Waar?Corton werd geroemd om zijn rust en duidelijke taal, kreeg Smeets kritiek op zijn?nonchalante houding waarmee hij alle adviezen in de wind leek te slaan. Bovendien?uitte hij zich ongelukkig door in de uitzending op Nederland 3 openlijk de burgemeester?te beschuldigen van een gebrek aan vertrouwen en critici te bestempelen als onwetend?over de werking van de maatschappij.

6. Veel klachten betekent niet een negatieve publieke opinie, het is wel een signaal
Hoewel het aantal klachten online relatief groot was, is het gevaarlijk om te zeggen dat?de publieke opinie op dat moment negatief was. Achter een openlijke uiting van een?klacht zit vaak een bewust of onbewust doel, bijvoorbeeld:
>> ik wil gehoord worden
>> ik wil de situatie begrijpen
>> ik wil contact krijgen met mijn bekenden.

De festivalbezoekers waren grotendeels onbereikbaar, omdat het mobiele netwerk?overbelast was of de batterijen van telefoons aan het einde van het weekend leeg?waren. Bij een gebrek aan informatie en direct contact is het risico aanwezig dat het?online beeld negatief gekleurd wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de publieke opinie?in zijn geheel negatief was. Wel is het een signaal dat er een bepaalde behoefte leeft.

Bronnen:?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten

[slideshare id=63640541&doc=rapport-interne-evaluatie-pinkop-2014-160701105227&type=d]