SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Een interessant artikel van Mark van Staalduinen,?innovatieconsultant bij TNO, over innovatie bij het herkennen digitale informatie in het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing. Dit artikel is aangevuld met de bijbehorende documenten.
Het Internet verandert de wereld razend snel. Wie kon een paar jaar geleden?bedenken dat bijna iedereen in het bezit is van een smartphone en continu?actief is in sociale netwerken? Dat alle TV?s connected zijn en dat wij?voornamelijk online winkelen en betalen? Als gevolg daarvan ontstaan grote?hoeveelheden data in open bronnen, met consequenties voor de veiligheid?van burgers en de maatschappij. Vanuit TNO werken we aan intelligente?tooling, die ondersteuning biedt bij het duiden en interpreteren van die data?binnen de juridische, privacy en ?forensische kaders. Dit noemen we media?mining. De afgelopen twee jaar hebben we in opdracht van de NCTV in?samenwerking met verschillende veiligheidsdiensten gewerkt aan een aantal?innovatieve tools.?Niet elke website is eenvoudig te analyseren, zoals Flash websites. De meeste zijn?zelfs niet doorzoekbaar met Google. Deze webtechnologie?n worden bewust ingezet om informatie te presenteren voor mensen, die onzichtbaar is voor computers. De conclusie leidde tot een slimme ?clickbot?, die als een mens door een website klikt en alle binnenkomende data afvangt. De ontwikkelde testsoftware verzamelt significant meer data dan standaard oplossingen. Diversiteit van mogelijke oplossingen is bereikt door een inspiratielunch, waar?verschillende diensten hun ervaringen konden delen. Daarnaast is een workshop georganiseerd door het Public Services Innovation Center (PSIC), waar studenten samen met domeinexperts hebben meegewerkt. Omdat de oplossing menselijk gedrag vertoont, blijkt het ontwikkelde?mechanisme ook geschikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om honeypots te versterken.
Naast tekst staat het internet vol met foto?s en video?s. Er zijn weinig tools, die de?potentie van dit beeldmateriaal benutten. Binnen het beeldmerkenproject zijn drie?ICT-diensten onderzocht aan de hand van het STOF-model. Dat model stelt dat een?ICT-dienst succesvol kan worden als de geboden dienst (Service) waardevol is, de Technologie werkt, de Organisatie van gebruikers en leveranciers op orde is en de Financi?n passend zijn. Dit verklaart, waarom verschillende projecten niet tot bruikbare tools hebben geleid, omdat veelal op ??n domein wordt gefocust. Drie diensten zijn uitgewerkt: locatieherkenning met?Twitter-foto?s, scannen van nieuwe YouTube video?s en het spotten van trends in ?beeldmateriaal. Conclusie: de operationele kosten zijn van die orde dat zij op nationale?schaal te realiseren moeten zijn.
Sinds 2011 werkt TNO als strategisch kennispartner?mee aan het iRN (Internet Research Network).?Het iRN levert diensten aan ongeveer 6000 gebruikers bij verschillende overheden?die toezicht-, opsporing- en handhavingstaken hebben op het internet. Van politie, Belastingdienst en DNB tot en met gemeenten. Binnen het iRN wordt een innovatieve?dienst ontwikkeld voor de ondersteuning van internetonderzoek: iColumbo. Kortom, innovatie is essentieel voor het iRN, en daarom is de samenwerking met TNO vruchtbaar. Het iRN biedt een landingsplaats en inspiratiebron voor innovatieve oplossingen, waarmee continu?teit ontstaat in de innovatieketen van wetenschappelijk onderzoek tot de nieuwste oplossingen voor?eindgebruikers. Wat maakt innovatie succesvol? Essentieel zijn: diversiteit en continu?teit. Diversiteit in mensen, expertises, organisaties, functies en processen. Diversiteit binnen het projectteam, maar ook in de contacten tussen het team en de dagelijkse praktijk om zoveel?mogelijk goede idee?n door te laten dringen en tunnelvisie te voorkomen. Diversiteit is?essentieel om de juiste oplossing te vinden. Continu?teit is vereist in het projectteam, de?doelstelling en vooral in de innovatieketen richting eindgebruikers. Dit betekent dat?innovatieve oplossingen een landingsplaats vereisen. Niets is frustrerender dan resultaten?boeken, die niet gebruikt worden. Continu?teit is essentieel, zodat een goede?oplossing ook waardevol kan worden.
Eerder publiceerde TNO ook het?boek ?Veiligheid schreeuwt om innovatie? waarin TNO onder meer wil inspireren met visieontwikkeling, praktische handvatten, praktijkvoorbeelden en interviews. Verschillende experts van TNO en een aantal vooraanstaande en relevante partners uit het veiligheidsdomein hebben met veel enthousiasme een bijdrage geleverd, waaronder onze minister van Veiligheid en Justitie, Mr. I.W. Opstelten. Hij was bereid het voorwoord te schrijven. Om zichtbaar te maken dat wij met elkaar daadwerkelijke innovaties in de praktijk brengen, is in het boek een viertal voorbeelden opgenomen: The Hague Security Delta, Museumveiligheid, Twitcident en Beveiliging van de waterkant. De digitale versie van dit boek is hier te downloaden.
16 februari 2013 was in de Volkskrant een interessant stuk te lezen “Gevaren op het web – vrees de little sisters” met daarin?Raj Goel, ICT expert, waarin de gevaren van social media duidelijk worden, en waarbij je ook als Nederlander moet nadenken of je geen dingen doet die in andere landen ten strengste verboden zijn. Hieronder de meest interessante quotes en voorbeelden uit dat stuk:
Een Amerikaan die op Facebook een Thais boek in het Engels vertaalde, werd gearresteerd toen hij zijn familie in Bangkok bezocht. Het boek was kritisch over de Thaise koning en dat is volgens de Thaise wet verboden. Het aanbod van de politie: zeg dat je schuldig bent, dan hoef je maar een paar jaar te zitten; pleit je onschuldig dan geven we je 20 jaar. De man zit nu een straf van 2,5 jaar cel uit. Alle Facebookvrienden die de vertaling konden lezen, zijn volgens de Thaise wet medeschuldig aan majesteitsschennis. Voor hen zit een vakantie naar Thailand er niet meer in.?ICT-expert Raj Goel zegt: ‘Maar wat men zich niet realiseert, is dat je blogs, mails, tweets en foto’s als bewijs tegen je kunnen worden gebruikt. En dat tekstjes die in een westerse democratie op internet worden geplaatst, in andere landen soms strafbaar zijn. Internet kent geen grenzen.’
Zo zette de echtgenote van John Sawer, hoofd van de Britse geheime inlichtingendienst MI 6, drie jaar geleden foto’s van haar gezin op Facebook tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Facebookvrienden konden niet alleen de Sawers in hun zwembroek bewonderen, maar via de metadata in de digitale foto’s ook hun – geheime – locatie achterhalen. Het gevolg: het verblijfadres en alle bodyguards op de foto’s moesten worden vervangen, gefotografeerde vrienden kregen beveiliging aangeboden. De operatie heeft de Britse overheid miljoenen aan belastinggeld gekost.
Een andere computermagnaat, John McAfee, oprichter van het gelijknamige antivirussoftwarebedrijf, werd begin januari in Guatemala gearresteerd. Hij was al enkele weken op de vlucht na de verdenking dat hij zijn buurman in Belize zou hebben vermoord. De journalist die McAfee heimelijk in Guatemala interviewde, had foto’s van hem op zijn website geplaatst. Binnen een dag klopte de politie op de deur van McAfees schuilplaats.
De New York Police Department ontdekte in de computer van een pedofiel het complete profiel van een 12-jarig meisje in Pennsylvania, honderden kilometers verderop. Via social media kende hij haar vrienden, klasgenoten, hobby’s, huisdier, cheerleadingteam en favoriete kledingmerk. Hij was onder een alias digitaal niet alleen met het meisje bevriend, maar ook met sommige van haar vrienden. ‘Hij wist meer van haar dan haar ouders en leraar’, zegt Goel. Volgens de recherche had de man een gijzeling en misbruik van de 12-jarige op het oog; in zijn computer was heel nauwkeurig de route in kaart gebracht die ze naar en van school reisde, met details over de plekken en tijdstippen waarop ze onderweg stopte. ‘Hij had dit kunnen vaststellen zonder ook maar ??n keer in haar nabijheid te zijn geweest.’
Afgelopen jaar werd de FBI door een rechtbank teruggefloten wegens het plaatsen van gps-trackers onder voertuigen van verdachten; een ongeoorloofde inbreuk op de privacy, oordeelde de rechter. Toen de FBI vervolgens de gps-gegevens van de mobiele telefoons aan het dossier toevoegde, werd dit w?l als legitiem bewijs geaccepteerd. Waarom? ‘Omdat je zelf niet de beheerder bent van de locatiedata van je telefoon’, zegt Goel. ‘Omdat je provider daarvan de rechtmatige eigenaar is, hoeft de recherche niet eens een rechterlijk bevel te laten zien bij het opvragen ervan. Het wapperen met een insigne is voldoende.’
Hetzelfde gold voor de ontdekking van liefdesbrieven die CIA-voorman David Petraeus in zijn Gmail-account had opgeslagen. Als hij de brieven van zijn minnares via de post had ontvangen, hadden FBI-agenten een doorzoekingsbevel van een rechter-commissaris nodig gehad om ze te vinden, stelt Goel. Nu kostte de toevallige ontdekking van die brieven Petraeus zijn functie.
Paula Broadwell en Generaal David Petraeus die via gmail hun relatie onderhielden.
Goel vindt juist dat de soevereiniteit van de individuele burger al te zeer is aangetast. De Amerikaanse Patriot Act, die na de aanslagen op het World Trade Centre in 2001 van kracht werd, schrijft voor dat elke provider en webwinkel alle data van een computergebruiker aan de politie moet verstrekken als die daarom vraagt. De verstrekker mag de klant daarover vervolgens niet informeren. Google heeft bekendgemaakt dat de zoekmachine annex Gmail-beheerder in 2012 van ruim 54 duizend gebruikers (uit verschillende landen, ook Nederland) gegevens of de personalia achter een IP-adres aan opsporingsdiensten heeft moeten afstaan. Andere social media, als Twitter, Facebook en LinkedIn, en webwinkels als Amazon publiceren die gegevens niet, maar het totale aantal verstrekte gegevens aan de politie zal daarvan een veelvoud zijn.
‘Niet Big Brother, maar een samenleving vol?Little Sisters?moeten we vrezen‘, stelt Goel. ‘Als ergens iets gebeurt, staat het via smartphonecamera’s en social media onmiddellijk voor de eeuwigheid online. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.’
In New York werd een 51-jarige man die een aantal lokale politieagenten bedreigde met een mes na een achtervolging te voet doodgeschoten. Het gebeurde na een korte achtervolging waar honderden mensen getuige van waren. Agenten wilden de man aanspreken omdat hij cannabis rookte. Hij raakte daarop ge?rriteerd, haalde een slagersmes tevoorschijn, bond een bandana om zijn hoofd en begon achteruit te lopen.Tientallen politieagenten volgden de man tot een paar straten verderop, gadegeslagen door honderden New Yorkers en toeristen. Uiteindelijk gebruikten agenten pepperspray om hem te overmeesteren, maar de man bleef dreigen met het mes. Toen hij uithaalde naar een agent, werd hij neergeschoten.
In de uren na het incident zijn de nodige foto’s en video’s opdoken die door de vele getuigen werden gemaakt met hun mobiele telefoons. Veel mobiele toestellen werden direct na afloop door de aanwezige politiemacht in beslag genomen, terwijl de live verslaggeving voor een groot deel al op internet te vinden was. De New Yorkse politie wil daar echter niet op reageren. Nu moet je een filmpje nog uploaden naar YouTube, maar de komende generatie mobieltje maakt live streaming standaard mogelijk, zoals met apps als Bambuser nu al kan.?Hieronder kun je een ander filmpje bekijken van het incident. Daarop is goed te zien hoeveel omstanders achter de agenten aan lopen met hun mobiele telefoon in de ‘aanslag’.
Een interessant artikel uit de Volkskrant van journaliste Heleen van Lier. Zij schreef over de macht van sociale media waarin ze voorbeelden noemt van zogenaamde ‘foute’ bedrijven die onder druk worden gezet via websites. Dit fenomeen zie je de laatste tijd ook veel bij de politie. Met name Geenstijl is zeer actief, bijvoorbeeld zoals ze rondom het thema ‘bonnenfabriek bij de politie’ waren. Hieronder is het artikel van Heleen van Lier op een 2.0 wijze samengevat. Tenslotte laten we een aantal politievoorbeelden zien.
Greenpeace actie Nestl?
Actieclubs gebruiken sociale media als Twitter, Hyves, Facebook en YouTube om ‘foute’ bedrijven tot goede en eerlijke producten te bewegen. En zie, het werkt. Honderdduizenden consumenten helpen graag mee. Het voedingsmiddelenconcern Nestl? was in maart het slachtoffer van een sociale-mediacampagne van Greenpeace. De activistische milieuorganisatie beschuldigde Nestl? ervan populaire chocoladeproducten als KitKat te produceren met palmolie van leveranciers die hiervoor regenwoud kapten. Dit zou tot de ondergang van dieren leiden, zoals de Orang Oetan. Greenpeace spoorde mensen via onder andere Facebook en Twitter aan om het bedrijf te mailen met de oproep: stop met palmolie waarvoor regenwoud is verwoest in KitKats.
Het filmpje over de palmolieactie
Nestl? werd bestookt met 300 duizend e-mails van mensen uit de hele wereld. Ook op de Facebook-pagina van het concern stonden woedende reacties van Facebookers. Het bedrijf reageerde op een totaal foute manier: het beriep zich op het auteursrecht en wilde alle uitingen waarin het Nestl?-logo werd gebruikt, laten verwijderen. Ook de Facebook-pagina werd in zijn geheel verwijderd. Hierdoor trok de campagne alleen maar meer aandacht. Uiteindelijk zwichtte het Zwitserse concern voor de actie en zegde de samenwerking met dubieuze palmolieleveranciers op.
Oxfam Novib
De ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Oxfam Novib wist afgelopen winter met een sociale-mediacampagne zeven winkelketens zover te krijgen om meer ‘eerlijke’ chocolade te verkopen, afkomstig van leveranciers die boeren een redelijke prijs voor hun cacao betaten. Met de ‘Groene Sint-actie’ konden Hyvers zelf een actieheld samenstellen, waarmee ze samen met de Groene Sint gingen strijden voor eerlijke chocolade. De deelnemer kon virtuele winkelpuien van ‘foute’ winkels besmeuren met teksten. Dit leverde 150 duizend afbeeldingen van besmeurde winkelpuien op, die weer werden verspreid via sociale netwerken. De consument was er op een leuke manier van op de hoogte gebracht welke chocoladeletters ze vooral niet moesten kopen, en de supermarkten pasten nog tijdens de campagne hun assortiment aan.
Het resultaat van de actie werd geplaatst op de fotowebsite Flickr. Door alle foto’s goed zichtbaar te voorzien van de winkelnamen, kwamen ze hoog terug in Google als er op de naam van de supermarktketen werd gezocht. De winkels waren natuurlijk niet blij met deze prominente negatieve publiciteit, en zeven ketens beloofden nog tijdens de campagne meer eerlijke chocolade te gaan verkopen. Volgens Oxfam zullen in 2012 alleen nog maar eerlijke en duurzame chocoladeletters in Nederland verkrijgbaar zijn. In 2010 krijgt de Groene Sint-campagne een vervolg. Dan richt Oxfam Novib de pijlen op oneerlijke koffie.
Groene Sint actie
Hyves en de Groene Sint actie
Bob Overbeeke van Oxfam Novib weet hoe het werkt met de sociale media. Hij zette als medeverantwoordelijke voor de sociale-media-activiteiten meerdere succesvolle campagnes op. ‘De kunst is om ervoor te zorgen dat mensen je boodschap voor je gaan verspreiden’, zegt Overbeeke. ‘We lokken mensen met entertainment, zoals het maken van je eigen actieheld, en vragen ze dan iets terug te doen’, zegt hij.
Oxfam Novib probeert campagnes altijd zo aantrekkelijk en leuk mogelijk te maken. ‘Ook moet je het zo makkelijk mogelijk maken om dingen te delen met andere sociale netwerkers’, zegt Overbeeke. ‘Alleen zo zorg je ervoor dat mensen het naar elkaar doorsturen.’ Dat is belangrijk, want het overgrote deel van de mensen, volgens Greenpeace zo’n 80 procent, wordt via sociale netwerken bereikt doordat ze door anderen worden uitgenodigd om mee te doen. De honderden miljoenen gebruikers van Facebook, Hyves, Twitter en YouTube zijn genegen dit te doen, dat maakt het makkelijker dan ooit om een goede zaak te steunen. In een economisch ongunstige tijd, als mensen de hand het liefst op de knip houden, kunnen ze toch bijdragen aan een betere wereld. Ze krijgen gratis een goed gevoel en kunnen aan hun vrienden laten zien hoe ge?ngageerd ze zijn.
Goede doelen, Oxfam Novib en Greenpeace voorop, zetten sociale media steeds vaker in om mensen bewust te maken van een probleem, en om druk uit te oefenen op foute bedrijven. Sociale media en goede doelen vormen een logische combinatie. Via sociale media kunnen grote groepen mensen gemobiliseerd worden om hun misgenoegen over kwalijke zaken kenbaar te maken. Sociale-media-acties zijn eigenlijk niet veel meer dan een moderne, snellere, openbare versie van de petitie. ‘De macht van sociale netwerken ligt vooral in de hoeveelheid consumenten die ermee bereikt kunnen worden’, zegt Elroy Bos, hoofd communicatie van Greenpeace. ‘Bedrijven kunnen honderdduizenden consumenten die hun onvrede laten blijken, niet negeren.’ Zij worden hierdoor gedwongen hun beleid aan te passen, hun assortiment te verduurzamen of vervuilende activiteiten te staken.
Greenpeace en Oxfam Novib krijgen ‘foute’ bedrijven met behulp van Facebook, Twitter, Hyves en YouTube succesvol op de knie?n. Zij hebben een voorsprong op organisaties die nog niet weten hoe ze met sociale media moeten omgaan.
Regie
Een nadeel van de kettingreacties is dat sociale media-acties een eigen leven kunnen gaan leiden en de goede doelen organisaties de regie over hun campagnes kwijtraken. Lang nadat campagnes zijn afgelopen, kan de achterban een merk achterna blijven zitten. Zo bleven Facebookers maar anti-Nestl?-pagina’s aanmaken en zich negatief uitlaten op reactiefora, ook al had Greenpeace zijn doel al bereikt.’Sociale media zijn een machtig middel, je hebt er niet altijd controle over’, zegt Bos van Greenpeace.
Zowel Bos als Overbeeke ziet het opzetten van een pressiecampagne via sociale media dan ook als laatste middel. Bos: ‘Pas als we merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, gaan we naar de consumenten. We waarschuwen bedrijven altijd eerst dat we dat van plan zijn.’ Oxfam Novib heeft een code voor zichzelf opgesteld. ‘We passen uitgebreid hoor en wederhoor toe en geven bedrijven altijd de kans om intenties uit te spreken. Pas als we in lobbygesprekken merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, roepen we de hulp in van de consumenten.’
Greenpeace actie Facebook
Greenpeace zet niet alleen sociale netwerken in, maar houdt ze ook kritisch in de gaten. Dat blijkt uit de nieuwste actie. Het datacenter van Facebook, waar de foto’s en andere gegevens van de 500 miljoen Facebookers op servers zijn opgeslagen, draait op de energie van vuile steenkoolcentrales. Voor de internationale milieuorganisatie was dat reden om een Unfriend Coal-actie te beginnen. De actie richt zich tegen Facebook, via Facebook. Greenpeace maakte een tekenfilmpje waarin Facebook-oprichter Mark Zuckerberg wordt opgeroepen om windenergie te gebruiken. De kijkers worden opgeroepen Zuckerberg te ‘unfrienden’ en er via Facebook-pagina’s op aan te dringen dat Facebook schone energie gaat gebruiken. Inmiddels hebben 500 duizend mensen zich aangesloten bij Facebookpagina’s waarop ’s werelds grootste sociale netwerk wordt opgeroepen de servers op duurzame energie te laten draaien. Facebook heeft daar afwijzend op gereageerd. Volgens Facebook heeft het bedrijf geen invloed op de herkomst van de elekticiteit; de onderneming zegt verder dat het datacenter weliswaar relatief veel steenkool gebruikt, maar dat de energie effici?nt wordt benut. De actie loopt nog, en de anti-Facebook Facebookpagina’s bestaan nog steeds.
Greenpeace actie Facebook
Greenpeace actie BP
De olieramp in de Golf van Mexico bezorgt olieconcern BP niet alleen een miljardenrekening, maar ook flinke imagoschade. Het Britse Greenpeace riep mensen op een nieuw logo en een nieuwe slogan voor het bedrijf te bedenken. Dit leverde tweeduizend logo’s op, die werden geplaatst op de fotosite Flickr. Bijna 900 duizend mensen bekeken de nieuwe logo’s bij Flickr, en nog veel meer mensen zagen de logo’s op de websites en kranten die de creatieve uitspattingen hadden overgenomen. Slogans die zoal langskwamen, waren: ‘BP is Big Problem’, ‘BP is Broken Pipes’ en ‘BP is Best Polluter’. In tegenstelling tot de meeste bedrijven onderging BP de campagne niet lijdzaam. Op een eigen Flickr-pagina heeft BP al bijna duizend foto’s geplaatst van schoonmaakploegen die de stranden en het water reinigen. Ook zijn er foto’s van indrukwekkende schookmaakinstallaties, voorlichtingsevenementen en dieren die kerngezond lijken te zijn, ondanks de olie.
Greenpeace oproep nieuwe logo BP
Hieronder hyperlinks van www.geenstijl.nl over enkele politievoorbeelden:
De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger ?tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, ?16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen ?sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm ?van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te ?kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar ?gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de ?betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We ?hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de ?wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden ?en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet ?via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.?Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag ?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een ?wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de ?menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme ?sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, ?zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens ?een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de ?beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie ?van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.
De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is ?groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, 16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.
Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.?Inmiddels zijn er meerdere potenti?le wereldwoedebanken in wording. In Nederland lobbyt de Eerlijke Bankwijzer over maatschappelijk verantwoord bankieren, waarbij hun website consumenten helpt om banken te vergelijken en een persoonlijk overstapadvies in te winnen. Internationaal is het digitale protestnetwerk Avaaz de grootste online campagnevoerder, waarbij een gedeelte van de 19 miljoen leden meebeslist over de doelwitten voor hun woedekanon. Toen mediamagnaat Rupert Murdoch zijn imperium wilde uitbreiden met het Britse satelliettelevisienetwerk BSkyB, kwam Avaaz met een protestcampagne waaraan een miljoen leden meededen. Met succes: de overname werd uitgesteld en van uitstel kwam afstel. De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al gaat het nog met vallen en opstaan. Het bedrijf dat de opmars van de online activist aan zijn laars lapt, kan flink in de kou komen te staan.
Wel bevindt online actievoeren zich nog in een soort wildwesttijdperk, waarin we enerzijds met elkaar leren wat werkt en anderzijds wat wettelijk mag. Neem de online campagne van journalist Jelle Brandt Corstiustegen de bonus van SNS Reaal-topman Sjoerd van Keulen. Brandt Cortius publiceerde Van Keulens e-mailadres en riep tegen zijn digitale achterban op de ex-bankier met berichten te bestoken totdat hij zijn bonus zou teruggeven. Advocaat Gerard Spong noemde de oproep een vorm van kwaadaardige stalking en daarom mogelijk strafbaar. Een spannende affaire: hoewel actievoerders in de fysieke wereld wel vaker de wettelijke grenzen opzoeken, zijn de wettelijke kaders van het digitale Wilde Westen vager. De komende tijd zal blijken of deze manier om massale woede te verbinden en op een doel te richten wettelijk is toegestaan en algemeen geaccepteerd wordt.
Wil je meer weten over slacktivisme of e-herding? Dan is o.a. het werk van?David Langley?of Tijs van den Broek van TNO iets om verder op te zoeken. Hier?staat een overzicht van enkele artikelen uit het project over online be?nvloeding van gedrag.
Boevenvangen.nl is een opsporingssite waar alle opsporingsberichten van politie en justitie in Nederland op staan. Weggeplukt van internet en op geheel eigen wijze gepresenteerd. Alle gezochte verdachten zijn gerangschikt: van (benzine)dieven tot oplichters en van moordenaars tot zedendelinquenten. Misdrijven zijn voor bezoekers ook per provincie te bekijken. Boevenvangen.nl houdt zich aan de richtlijnen die het Openbaar Ministerie heeft opgesteld ten aanzien van opsporingsberichtgeving.
Boevenvangen.nl plaatst dus alleen beeldmateriaal waarvoor justitie toestemming heeft gegeven. Het heeft geen zin om beeldmateriaal aan boevenvangen.nl te leveren met het verzoek dit te plaatsen. De enige manier om beeldmateriaal op boevenvangen.nl te krijgen is aangifte doen en aan de politie vragen of men de zaak wil aanbieden aan opsporingsmedia. Zodra dat gebeurt en een officier van justitie geeft toestemming is de weg naar boevenvangen.nl vrij.
De website kent ook een eigen Twitter-account: @Boevenvangen.nl?,?Facebook pagina?en app.
Boevenvangen.nl levert stickers met daarop waarschuwende teksten voor winkeldieven. Hier een uitlegfilmpje:
De Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft het programma Herkenning Digitale Informatie en Fingerprinting (HDIeF) uitgevoerd in de periode 2009-2012.
Het HDIeF programma is gestart omdat de massaliteit van gegevens die via Internet gewisseld wordt, het steeds moeilijker maakt om die specifieke informatie te detecteren die voor diensten in het domein van openbare orde en veiligheid van belang zijn. Gezien de explosieve groei van het internetverkeer, is het langzamerhand zoeken naar een speld in een hooiberg. In het kader van de bestrijding van cybercrime in het algemeen, en de opsporing en vervolging van strafbare feiten in het bijzonder, is het goed en snel detecteren van digitale informatie van groot belang om effectief te kunnen opereren. Er is een aantal veelbelovende nieuwe technieken in opkomst. Door middel van deze technieken kan de detectie van bepaalde informatie aanzienlijk worden vergroot, evenals de snelheid waarmee dat gepaard gaat. Het ontwikkelen, verbeteren en toepassen van deze technieken kan dus grote voordelen bieden voor organisaties die belast zijn met toezicht op de naleving van wetgeving, en het optreden tegen illegale handelingen.
Het programma HDIeF bood ruimte voor experimenten en projecten die ertoe kunnen bijdragen dat er beter, sneller en effici?nter gezocht kan worden naar relevante informatie in enerzijds databases (statische informatie) of op internet (dynamische informatie). Bijzonder element van het HDIeF programma is dat de projecten ontstaan zijn op basis van concrete vragen uit het veld.
Het programma heeft onder meer de volgende rapporten opgeleverd:
Instance search11-04-2011 | pdf-document, 3.59 MBEen presentatie van de resultaten van een praktijktest naar het zoeken van objecten in een database met videos.
Advies IRN WOPR Ontwikkeltrajecten11-01-2011 | pdf-document, 0.26 MBEen advies over hoe de intelligente analysemodule binnen het internet Recherche Netwerk (iRN) te ontwikkelen.
Eindrapport Privacy scan iRN02-07-2012 | pdf-document, 1.18 MBEen privacy scan van in dit programma ontwikkelde tools, met name iRN.
FlashReader Guide08-09-2011 | pdf-document, 1.40 MBRapport over hoe de technologie ?Optical Character Recognition? voor internet toe te passen is.
Eindrapport Virtuele Muis08-11-2012 | pdf-document, 1.20 MBRapport over hoe een flash-site met een ?virtuele muis? gelezen kan worden.
Eindrapport Beeldmerkherkenning16-12-2012 | pdf-document, 2.61 MBRapport over de mogelijkheden van technologie voor beeldmerk herkenning.
Eindrapport Dreigtweets28-06-2012 | pdf-document, 0.69 MBRapport over de mogelijkheden om met een semantische analyse serieuze internetbedreigingen via twitter te detecteren.
De politie Rotterdam-Rijnmond wil dat zeventien bureaus straks bemand zijn met 3D-aangifteschermen. Dankzij de schermen kunnen slachtoffers aangifte doen zonder dat een agent fysiek aanwezig is.
Het eerste politiebureau dat gebruik maakt van een 3D-aangiftescherm staat in de deelgemeente Kralingen. In een onbemande kamer spreken slachtoffers met een agent die kilometers verderop zit. Via een scanapparaat kunnen bezoekers direct hun identiteitsgegevens doorsturen. Hierdoor kan een aangifte binnen 15 minuten worden afgehandeld. Een eerder proef met virtuele aangifte bij het politiebureau Feijenoord werd zo’n succes dat de schermen waarschijnlijk landelijke navolging krijgen.
In Breda Vandaag pleitte de politicus Klaas Dijkhoff (VVD) voor een online meldoptie bij Meld Misdaad Anoniem. Dat kan nu alleen nog maar anoniem via te telefoon. De beruchte Kopschoppers van Eindhoven hebben daar volgens hem verandering in gebracht. Mensen bellen volgens hem niet meer, maar het wemelde wel van de berichten over deze mishandeling op de social media, waaronder geenstijl.nl, dat er hard inging. Probleem is alleen: als je een misdaad meldt dan laat je wel je IP-adres achter. Hoe anoniem is dat? Technisch moet het kunnen om dat te verhelpen. Het kan namelijk al in Engeland, Canada en Australi?. Meld Misdaad Anoniem heeft succes: in 2012 zijn er 1031 misdrijven opgelost met behulp van tips via Meld Misdaad Anoniem. 23% meer dan in 2011. Maar wordt de drempel echt lager als je online een melding kunt doen? Wie weet. Volgens sommigen is het bittere noodzaak. Jongeren bellen niet maar sturen liever een whatsappje of een tweet.
Ruim 1000 zaken opgelost door anonieme tips
Meld misdaad anoniem is redelijk succesvol te noemen: vorig jaar zijn er 1031 misdrijven opgelost met behulp van tips die bij Meld Misdaad Anoniem zijn binnengekomen. Volgens M. is dat een stijging van 23 procent vergeleken met 2011. Er is vooral vaker gebeld over geweld, overvallen en straatroven. M. zegt dat anonieme tips hebben bijgedragen aan de aanhouding van 1619 verdachten.
Van de 15.000 binnengekomen tips was vorig jaar, net als in 2011, 89 procent bruikbaar voor de politie en andere instanties als verzekeraars en energiebedrijven. Ook het cijfer voor tips die waardevol of zelfs doorslaggevend waren, is voor 2012 hetzelfde als voor 2011: 65 procent.
Stijging gebruik bij jongeren, maar maakt online de drempel nog lager?
M. heeft zich het afgelopen jaar speciaal gericht op jongeren: er zijn workshops gehouden op scholen, omdat jongeren vaak ongewild veel weten van criminaliteit. ”De drempel om iets te melden over een bekende is echter heel hoog. Wij helpen ze bij dit dilemma en dat lijkt nu effect te hebben”, zegt M.-directeur Guus Wesselink. Toch zou het succes onder jongeren wellicht hoger kunnen worden, door meer aan te sluiten bij hun digitale lifestyle.
Meer tips
In 2012 zijn tientallen jonge verdachten opgepakt die betrokken waren bij overvallen, openlijk geweld en mishandeling. Het aantal meldingen over softdrugs kent de grootste stijging. Daarover kwamen maar liefst 85 procent meer meldingen binnen dan in 2011.??Over overvallen zijn 22 procent meer anonieme tips binnengekomen, voor moord en doodslag was de groei 38 procent, voor mensenhandel en -smokkel 46 procent en voor openlijk geweld 51 procent. De in totaal 272 tips over openlijk geweld gingen onder meer over Project X in Haren.
Vanaf zes uur ’s avonds werd het festivalterrein geteisterd door?noodweer, waarbij meerdere doden vielen en rond 140 gewonden.
Over het aantal doden bestond in eerste instantie onduidelijkheid, er was sprake van drie en later van vijf doden, maar uiteindelijk werd dat aantal bijgesteld naar vier. Onder de gewonden waren zes Nederlanders.?Na deze gebeurtenis heeft de organisatie besloten het festival voor de rest van het weekend stop te zetten.?Een van de gewonden overleed bijna een week na het drama in het ziekenhuis waarmee het totaal aantal doden op vijf kwam.?Het was een tijd onduidelijk of er een volgende editie kwam, maar op 13 november 2011 is het bekendgemaakt dat het festival zal blijven doorgaan. Lees een uitgebreidere reconstructie van Humo.
Bekijk hieronder de tijdslijn van gebeurtenissen zoals die vanuit het social media domein werden gerapporteerd en lees de stukken met onze social media analyses van Pukkelpop.
Een interessante scriptie van Danielle Fictorie over de inzet van Twitter ten behoeve van crowd control, waarin ze vanuit de Universiteit Utrecht onder begeleiding van Albert Meijer bij politieregio Haaglanden onderzoek heeft gedaan naar de inzet van Twitter tijdens het EK2012.
Aanleiding
In Den Haag is het in het verleden vaak ?misgegaan? tijdens voetbalwedstrijden van het Neder-lands Elftal. In het bijzonder op het Jonckbloetplein is het steeds raak. Krantenkoppen als ?Grimmig Oranjefeest op Jonckbloetplein? (AD/Haagsche Courant, 7 juli 2010), ?Laakkwartier: d? plek voor reltoeristen? (NRC, 9 juli 2010), ?Weer arrestaties in Laakkwartier na zege Oran-je? (AD/Haagsche Courant, 29 juni 2010) en ?Het Jonckbloetplein ? traditie van feesten en rel-len? (AD/Haagsche Courant, 19 juni 2008) spreken voor zich. Op YouTube staan tientallen filmpjes van burgers die de ongeregeldheden laten zien op het plein. Bervoets, van Oorschot, Esman en Adang (2010: 48-57, 71-78) laten in een analyse zien dat het al sinds 1988 bij elke eindronde uit de hand loopt op het Jonckbloetplein. De overlast wordt alleen maar erger, met tientallen aanhoudingen, veel schade en gewonde politiemedewerkers tot gevolg. De ervaring leert inmiddels dat hoe verder Nederland in het toernooi komt, hoe groter de ongeregeldheden zijn. De kans op ongeregeldheden is groter na een overwinning dan na verlies. Dit beeld werd bevestigd tijdens het EK 2012: hoewel de ongeregeldheden meevielen ten opzichte van eerdere toernooien, was het steeds onrustiger naarmate er meer wedstrijden waren gespeeld.
Inzet van Twitter?
Twitter is een van de middelen die de politie Haaglanden heeft ingezet ten behoeve van crowd control tijdens het EK 2012. De politie Haaglanden heeft reeds ervaring opgedaan met de inzet van Twitter tijdens andere evenementen. Ten opzichte van deze evenementen wijkt het Europees Kampioenschap op twee punten af: de organisatie en de doelgroep. Ten eerste is er geen specifieke organisatie verantwoordelijk voor het evenement, wat bijvoorbeeld bij een demonstratie wel het geval is. Dat heeft als gevolg dat er lastiger afspraken gemaakt kunnen worden over de communicatie via Twitter. Ten tweede is, in vergelijking met bijvoorbeeld de studentendemonstratie uit januari 2011, de doelgroep relatief weinig actief op sociale media. Dat kan het bereik van de berichten via Twitter beperken. Twitter is daarom ingezet als medium dat ondersteunend is aan andere communicatiemiddelen.
Twitter is ingezet om de volgende vijf doelen te bereiken:
1. Burgers informeren over het standpunt/het uitgangspunt van het politieoptreden.
2. Onwaarheden in tweets van anderen ontkrachten.
3. Preventie: mensen waarschuwen, de gevolgen in laten zien van hun daden.
4. Opinievorming over politie optreden positief be?nvloeden.
5. Opsporing: verzenders van opruiende tweets vervolgen.
Tweets van burgers zijn gemonitord met behulp van Twitterfall. Ten dele is er gemonitord tijdens het observeren bij de politie Haaglanden, maar er is ook extra gemonitord buiten deze tijden. Het bereik van de Twittercommunicatie tijdens het EK is hieronder te zien:
Voor de politie Haaglanden is een adviesrapport geschreven waarin is onderzocht in hoeverre deze vijf doelen bereikt zijn tijdens het EK. Ook zijn er aanbevelingen uitgebracht voor de inzet van Twitter tijdens toekomstige evenementen.
Conclusies en aanbevelingen:?
Geconcludeerd wordt, op basis van het (soms ten dele) bereiken van de vijf doelen, dat de inzet van Twitter succesvol is geweest, maar dat er nog wel verbeterpunten zijn. Een belangrijk behaald doel is dat burgers en media via Twitter ge?nformeerd zijn over de inzet van de politie Haaglanden. Dit heeft in positieve zin bijgedragen aan het imago van de politie Haaglanden, een tweede doel. Wat nog beter kan, is het reageren op vragen en opmerkingen van burgers en het preventief inzetten van Twitter.
Het was voor de politie Haaglanden niet mogelijk om twee van de vijf doelen te behalen. Er werden nauwelijks onwaarheden verspreid via Twitter, waardoor het niet mogelijk was voor de politie om deze tegen te spreken. Ook zijn er geen verzenders van opruiende tweets vervolgd, omdat er geen tweets waren die volgens de gehanteerde richtlijnen opruiend genoeg waren. Voor deze twee doelen geldt dat er wel intensieve monitoring van tweets heeft plaatsgevonden. Deze monitoring heeft veel informatie opgeleverd over de situatie op en rondom het Jonckbloetplein en zou daarom een doel op zichzelf kunnen zijn.
De politie Haaglanden blijkt goed op de hoogte te zijn van mogelijke ongewenste effecten van Twitter. Het korps neemt maatregelen om deze effecten tegen te gaan.
Naast een analyse van de inzet van de politie Haaglanden is op verzoek van het korps ook gekeken naar ervaringen van andere korpsen. Drie buitenlandse cases worden in dit rapport beschreven, net als de ervaringen van twee andere Nederlandse korpsen. Over het algemeen bevestigen deze ervaringen dat Haaglanden op de goede weg is met de inzet van Twitter.
Sommige leerpunten die door de andere korpsen genoemd worden, zijn in Den Haag al ge?mplementeerd. Wel kan Haaglanden op diverse kleinere punten nog leren van andere korpsen, zoals een betere samenwerking met partners. Deze lessen zijn opgenomen in de aanbevelingen voor het korps. De ervaringen van andere korpsen bevestigen de indruk dat Twitter een bijdrage levert aan crowd control.
Dit rapport wordt afgesloten met 18 aanbevelingen voor de politie Haaglanden die ingaan op de inhoud van tweets, de doelstellingen voor de inzet en de interne en externe samenwerking. De belangrijkste aanbevelingen, die ervoor kunnen zorgen dat bij een volgend evenement de gestelde doelen nog beter kunnen worden bereikt, zijn:
Besteed meer aandacht aan het reageren op opmerkingen en vragen van burgers. Als besloten wordt om niet te reageren op vragen, communiceer dat dan naar de volgers.
Herhaal bij een meerdaags evenement de uitgangspunten van het politieoptreden na een paar dagen.
Overleg met het Openbaar Ministerie over wat verstaan wordt onder ?opruiing?. Als blijkt dat de nu gehanteerde richtlijn voor een opruiende tweet correct is, neem het vervolgen van verzenders van opruiende tweets dan niet langer op als doelstelling want dit is niet haalbaar. Als de definitie van een opruiende tweet breder is, stem dit dan af en houd hier rekening mee met een volgend evenement.
Neem ?het monitoren van tweets? op als apart doel.
Bedenk met welke partners samengewerkt kan worden tijdens een evenement (zoals HTM of ANWB) en stem met deze partners een Twitterstrategie af.