SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Voor iedereen tussen de 12 en 18 jaar oud met vragen over veiligheid is er Vraaghetdepolitie.nl, de offici?le jongerenwebsite van de politie. Hier vinden jongeren duidelijke en betrouwbare antwoorden op vragen over onderwerpen als drugs, geweld, alcohol of vernieling. Ook kunnen zij politieprofessionals vragen stellen via de mail of chat.
Vraaghetdepolitie.nl is de offici?le jongerenwebsite van de politie. Jongeren vinden er betrouwbare antwoorden op veel vragen over veiligheid. Misschien wil je als jongere weten wat wel en niet mag, en wat de straffen zijn voor misdrijven. Of je bent op zoek naar hulp omdat je denkt dat je beste vriendin verliefd is op een loverboy. Op politie.nl vind je filmpjes, en vraag- en antwoordteksten over onderwerpen als drugs, geweld, internet of verkeer. Ook is het mogelijk om vragen in te sturen. Wie direct antwoord wil, kan op dinsdag- en donderdagavond tussen 19.00 uur en 21.00 uur chatten met politieprofessionals. Dat kan zowel in een groep als priv?.
Het is gestart als een laagdrempelig platform voor jongeren om vragen te stellen aan de politie. Veel jongeren zitten met een vraag over veiligheid, maar kunnen of durven hier met niemand over te praten. Van de politie verwachten ze een betrouwbaar antwoord. Door online bereikbaar te zijn, probeert de politie de drempel voor jongeren te verlagen. Je hoeft niet naar het politiebureau, maar kunt de juiste informatie gewoon (anoniem) 24/7 online krijgen.
Een beetje slimme crimineel neemt op het web zo een andere identiteit aan. Strafrechtadvocaat B?n?dicte Ficq maakte het mee toen iemand uit haar naam valse berichten verstuurde via Twitter.
Ziet dat er nog betrekkelijk onschuldig uit, criminelen kunnen veel meer dan dat. Neem e-mailspoofing, het vervalsen van e-mailadressen van burgers, bedrijven en overheidsinstanties. Iedereen heeft wel eens zo?n in slecht Nederlands mailtje gekregen met daarin het bericht van zogenaamd je eigen bank en vervolgens de vraag even op een link te klikken om je bankgegevens te controleren. Dat is phishing. Het leeghengelen van je bankrekening vanuit het buitenland.
Rijbewijs gehaald en dat met de wereld delen?
Het AD beschrijft een voorbeeld van identiteitsfraude door social media waarbij gemaakte foto’s van identiteitsbewijzen een rol spelen. ??n van de slachtoffers van dergelijke fraude is Bianca van Dieren (18). Dolblij is ze als ze op 7 juli haar rijbewijs ophaalt bij de gemeente Schoonrewoerd. Ze is geslaagd en dat mag de hele wereld weten. Ze maakt een foto van haar ‘roze trofee’ en zet die op Facebook. De felicitaties stromen binnen, maar nog geen week later wordt ze gebeld door de organisatie van het festival Pukkelpop. Bij de poort staan feestvierders met nepkaartjes die ze van ene ‘Bianca van der Dieren’ hebben gekocht. Ze tonen een e-mail met een foto van haar rijbewijs waarmee ze het vertrouwen van de kopers zou hebben gewonnen. ‘Ik schrok me rot. Ik had helemaal geen kaartjes verkocht. Kende dat festival niet eens.’
In de weken die volgen krijgt ze via Facebook het ene na het andere bericht van boze kopers die vragen waar hun kaarten blijven. ‘Ik geef je nog ??n kans om het geld terug te storten’, stuurt ene ‘Popie Jopie’ haar die 220 euro voor twee kaarten heeft betaald. ‘Ja leuk, maar ik wist nergens van’, zegt Van Dieren. De schrik slaat haar om het hart als ze bij de gedupeerden doorvraagt wat er gaande is. Iemand blijkt met haar identiteit valse kaartjes aan de man te brengen. Om kopers te overtuigen stuurt hij een kopie van haar rijbewijs rond.
‘Heel frustrerend. Ik kan er niets tegen doen. Ik heb het in m’n na?viteit online gezet.’ De politie adviseert haar om op internet te laten weten dat zij geen valse kaarten verkoopt. Het lijkt te werken.
Het is nu rustig. Maar Van Dieren is er niet gerust op. ‘Wie weet wat die persoon nog meer met mijn rijbewijs doet.’
Van Dieren is lang niet de enige die trots haar rijbewijs online deelt. Een zoektocht op internet levert een flinke verzameling op. Zelfs een rijschool uit Almere zet rijbewijzen van leerlingen op de website, om te laten zien ‘hoe blij ze zijn’. ‘Ik ben niet strafbaar en heb toestemming’, laat een rijschoolhouder weten als hij hiermee wordt geconfronteerd. Slim is het volgens de politie in elk geval niet.
Strafrechtadvocaat B?n?dicte Ficq in de wereld draait door:
Hieronder een een 3-tal stappen om het tegen te gaan: Stap 1
Maak melding van het onrechtmatig gebruik van uw identiteit bij Twitter. Dit kan via een e-mail of een webformulier op de Twitter-site. Vaal zal Twitter het nepaccount ? al dan niet uit voorzorg ? spoedig blokkeren. Stap 2
Het is ook mogelijk om bij Twitter een verzoek in te dienen om u de identiteitsgegevens van de fraudeur te verstrekken. Hiertoe is Twitter verplicht op grond van het arrest Lycos/Pessers. In dat arrest besliste de Hoge Raad dat internetprovider Lycos de priv?-gegevens van een klant moest onthullen die op internet ? anoniem ? een postzegelhandelaar had beschuldigd. Het belang van de postzegelhandelaar behoorde zwaarder te wegen dan het belang van vrije meningsuiting van de anonieme klant en de bescherming van zijn persoonsgegevens (art. 8 onder f Wpb). Met dit arrest heeft de Hoge Raad de vrijheid van een internetgebruiker om anoniem zijn mening te uiten vergaand opgeheven. Stap 3
Als de identiteitsgegevens van de fraudeur zijn achterhaald, is het mogelijk hem of haar aansprakelijk te stellen. Te denken aan imago en/of reputatieschade als gevolg van het onrechtmatig handelen.
Hier een rechtstreekse verwijzing naar het wetsvoorstel.
Op 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.
Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.
Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.
Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.
Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”
Een voorbeeld
Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.
Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”
Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”
Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.
Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):
Deskundigen
Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”
Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.
Scholen
Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”
Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.
Docenten en ouders
Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”
Innovatie en wetenschap
Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.
Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)
De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.
Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.
Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.
Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).
De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:
Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:
Woon je?in Mexico-Stad?of heb je er binnenkort een vakantie gepland?
De politie biedt een app die je opspoort als je in nood bent, met slechts een druk op de knop. Installeer deze app dus niet als je niet gevonden wilt worden…
De?Mi Policia app (ofwel Mijn Politie) is beschikbaar op iOS,?Blackberry?en?Android. Hij werd?gelanceerd door het Mexicaanse ministerie van Openbare Veiligheid (SSP), met een politiekorps van zo’n 1000 agenten alleen al in Mexico-Stad. De politie hoopt op dez emanier meer aan community policing te kunnen doen en de samenwerking op heel lokaal niveau te organiseren. En wie weet kan het ook iets doen aan het drugsgeweld in de grootste stad van het westerse halfrond.
De SSP heeft in de afgelopen jaren politie buddy-teams toegewezen aan specifieke wijken, en de agenten zijn getraind in hoe ze moeten communiceren met de lokale burgers (zie document onderaan deze pagina). Dit werd aangevuld in 2009, toen Mexico-Stad 460 miljoen dollar extra investeerde in crime control centers en?8.000 bewakingscamera’s door de hele stad installeerde. Het politiekorps uit de hele stad en omstreken telt zelfs 76.000 (!) agenten, het dubbele van de NYPD. Het nadeel, zo ontdekte ook de koprsleiding in Mexico-Stad, is dat het reuze politiekorps er zeer onpersoonlijk van wordt. Burgers weten vaak niet wie hun lokale politieagenten zijn en vertrouwen hen ook niet erg. Mexico kent het laagste vertrouwen in d epolitie van heel Latijns-Amerika: 2,8 procent, volgens de?Mexico Evalua groep die als waakhond optreedt.
De SSP schat dat 3 miljoen inwoners van Mexico-Stad een?smartphone gebruiken op een bevolking van negen miljoen, exclusief het grootstedelijk gebied. De?bewoners met smartphones zijn meestal wel rijker en wonen niet in de gebieden met de hoogste misdaadcijfers. En in de gebieden waar dat wel zo is, is het de vraag of mensen de app gaan gebruiken vanwege het lage vertrouwen en de hoeveelheid corruptie.
Een tijd geleden stond er een interessant artikel in Trouw over de wijze waarop de Nederlandse Spoorwegen Twitter inzetten. De titel van het artikel luidde: ‘Mensen zijn milder over NS nu we twitteren’. Journalist Dorien Pels schreef over hoe de spoorwegen reageren en helpen via online@ns_online. Deze werkwijze zou de Nederlandse Politie ook toe kunnen passen bij ernstige gebeurtenissen. Ik schreef al eerder over de urgentie van community management. Deze blog is een integrale weergave van het artikel aangevuld met achtergrondmateriaal.
Anoniem de NS afzeiken kan niet meer, want de NS praten terug. En wel via Twitter. Gerjan Vasse (34) houdt zich bij het bedrijf voltijds bezig met hoe de NS op internet besproken worden. Vasse beschikt over engelengeduld. Zijn tweets zijn allemaal even aardig van toon. ,,Sommige mensen sturen iedere dag een paar tweets, berichtjes, die krijgen bijna allemaal een reactie.” Vaak verwijst hij twitteraars door naar een reisplanner op internet, of naar de klantenservice. Soms ook kan hij niet meer dan de twitteraar moed inspreken als diegene in een kapotte trein blijkt te zitten en te laat komt.
Maart vorig jaar begon de NS met twitteren onder de naam NS_online. Afgelopen september had NS_online 4.000 volgers, nu zijn er 14.000 mensen die dagelijks de korte berichtjes van maximaal 140 tekens die Vasse schrijft volgen. Op hun beurt stellen zij allemaal Vasse op de hoogte van hun kleine en grote ongemakken op het spoor. ,,Met name rond de grote verstoringen deze winter kregen we veel meer volgers. Je zag daar wat het medium Twitter kan betekenen. Mensen regelden via Twitter bijvoorbeeld een lift met iemand met de auto als hun trein was uitgevallen.”
Het is volgens Vasse nog niet mogelijk om de meerwaarde van dit nieuwe sociale medium uit te drukken in geld. Maar hij heeft NS-directeur Bert Meerstadt al wel weten te overtuigen van het nut: Vasse krijgt twee nieuwe collega’s. Steeds meer bedrijven proberen zich via Twitter te profileren. Iedereen probeert nu van alles uit, ziet Vasse. ,,De KLM bijvoorbeeld is sinds de aswolk heel actief op Facebook voor persoonlijk contact met hun klanten.”
,,We schijnen in Nederland kampioen mopperen te zijn op Twitter. En dan zijn de NS natuurlijk een dankbaar onderwerp. De NS zijn een beetje als het Nederlands elftal; iedereen heeft een mening over ons.” Dat NS nu ook terugpraten, verzacht de toon, ziet Vasse. ,,Je praat toch anders als je weet dat diegene over wie je het hebt mee luistert.”
Wie een treincoup? binnenloopt dezer dagen, ziet veel mensen bezig met het tikken van berichtjes op hun mobiele telefoon of bijvoorbeeld een iPad. ,,Wij zijn dagelijks ’trending topic’, dat wil zeggen: het meest besproken onderwerp op Twitter. Samen overigens met het onderwerp ‘koffie’. Ongelooflijk veel mensen melden dat ze ‘even lekker koffie gaan drinken’.”
Vasse probeert alle berichten waar het woord #NS in voorkomt dagelijks te volgen. Tachtig procent bestaat uit mededelingen van huishoudelijke aard: mensen die hun eigen volgers laten weten waar ze zijn en hoe laat ze aankomen. Maar twintig procent bestaat uit nuttige informatie waarmee de NS de dienstverlening kunnen verbeteren. Vasse zorgt dat de informatie bij de juiste afdeling terecht komt. Vasse: ,,Als ik een tweet van een conducteur zie over dat ergens een stationskap lekt, dan stuur ik even een e-mailtje dat hij dat beter intern kan melden dan aan de grote klok hangen.”
Enkele tweets:
Waarom werkt #WiFi niet in treinstel 4034 @ns_online
Hulde aan de #NS ik werd gebeld door de medewerkster die mijn laptop heeft gevonden
Waarom heeft @ns_online 5 weken nodig om mijn jaartrajectkaart gereed te maken? Moet spoor nog aangelegd worden voor traject DH HS – Utr?
@ns_online Is 9162 toevallig planmatig met slechts 1 treinstel ingepland? Het is echt veels te krap. 2 treinstellen is wel bittere noodzaak
Wat is de voorkant van het station als voor- en achterzijde identiek aan elkaar zijn? 🙂 #durftevragen #interessant @ns_online @ProRail
Prorail en social media monitoring
Door continu te innoveren probeert Prorail het spoor de meest aantrekkelijke vervoersvorm van Nederland te maken. Met nieuwe oplossingen maakt zij het spoor duurzamer, beter toegankelijk, kosteneffici?nter en biedt ze meer comfort.
Ook het weerbureau van ProRail blijft innoveren en houdt het weer nu ook op Twitter in de gaten. Social media geven namelijk een mooi inzicht in hoe het weer daadwerkelijk ervaren wordt. Sneeuwt het nu bijvoorbeeld echt zo hard als voorspeld? Of is het heftiger dan verwacht? Het weerbureau monitort deze ervaringen aan de hand van tweets ?n bijgevoegde foto?s. Erg relevante informatie voor de spoororganisaties.
Signalering van twitterberichten op de kaart van Nederland
Vaak zijn gebeurtenissen sneller bekend via Twitter dan op een andere manier. Zo ook bij sneeuw. Heel Nederland blijkt dan opgewonden in 140 tekens de sneeuwval te willen delen met hun volgers. Handig voor ProRail, want zo weten we meer over het actuele weerbeeld op locatie. Aan de hand van de informatie kunnen we bijvoorbeeld besluiten om storingsploegen naar een bepaalde locatie te sturen.
Twitcident
Het systeem ?Twitcident? van TNO en TU Delft helpt ons bij de signalering van deze twitterberichten. Op het moment dat er zoals nu gesproken wordt over sneeuw in combinatie met een locatie, bijvoorbeeld Amsterdam, dan verschijnt daar in de kaart van Nederland een ?sneeuw-weericoontje?. Klikkend op dit icoontje kom je bij alle tweets, met daarbij alle relevante foto?s. De politie en brandweer maken er al langer gebruik van. Nu gebruikt dus ook Prorail de informatie van Twitter om dienstverlening te optimaliseren.
Aanvulling voor deweermannen
Het weer voorspellen in samenwerking met Meteoconsult en het KNMI is natuurlijk de? allerbelangrijkste taak van het weerbureau, maar met de kennis over hoe mensen het weer ervaren kan het weerbureau veel aanvullende inzichten verkrijgen. Met de Twitter-analyses zien ze bijvoorbeeld of de verwachte weersvoorspellingen wel kloppen met het beeld dat mensen daadwerkelijk buiten hebben. Mocht er meer sneeuw lijken te vallen dan verwacht, dan kan het weerbureau daar tijdig op inspelen met hun adviezen. Zo helpt Twitcident onze weermannen om hun taken nog beter uit te kunnen voeren.
Flashmobs zoals de Harlem Shake kunnen behoorlijk uit de hand lopen. Hierboven een?”Harlem Shake”, die de school Forest Hills?waar het gehouden werd niet grappig vond, georganiseerd door een 17 jarige high school senior uit Queens. Arnis Mehmetaj werd gearresteerd voor verstoring van de openbare orde en voor vijf dagen van school geschorst toen hij zijn?flashmob video met medestudenten plaatste, welke viral ging als de majorly charting dance craze. Enige tijd later werd?Mehmetaj ontslagen van alle eisen en straffen, maar niet voordat hij van school werd gestuurd. De krant The?Post?wijst er fijntjes op dat andere New Yorkse studenten succesvol filmpjes hebben geupload en hun eigen versie van?Baauer’s ode to trap-rave gentrification?plaatsten, ogenschijnlijk zonder hulp van de school. Maar echt plannen is met dit soort zaken lastig, want zoals?DNAinfo?beschrijft,?had Mehmetaj zijn twijfels en wilde het cancellen een uurtje voor de geplande 9:30 a.m. ontmoetingstijd in de schoollobby. Natuurlijk was het toen voor hem al boven het hoofd gegroeid en zag het zwart van de studenten die wachtten tot het afgesproken moment en “just kinda hung out“. Naar aanleiding van de arrestatie van?Mehmetaj, startten zijn medestudenten van de 3,000 leerlingen een online petitie, ?waarin ze verzochten mild te zijn. “Het is overdreven zoals de school reageert,? zei een van de studenten die werd gedwongen om foto’s en video’s van zijn mobiel te verwijderen en daarnaast ook posts van Facebook en Twitter af te halen.
In Nederland is de Harlem Shake ook overgewaaid, wat leidde tot een aantal gebeurtenissen die de kranten haalde. Natuurlijk ligt het voor de hand dat het dansje gebaseerd op de wijk Harlem New York ook in Haarlem zou plaatsvinden:
De grootste Harem Shake tot nu toe in Nederland werd echter georganiseerd in Leeuwarden p 17 Februari om?14:00uur op het Zaailand?waar zo’n?3000 man zich verzamelden:
Hier de aankondiging ervan door?Renzo Engwerda?and?Remco Krol. Renzo had ook een ‘rolletje’ in de promotie van Project X Haren. Op 18 september publiceerde hij ??n van de meest bekeken?teasers?op Youtube. Na afloop verving hij het oorspronkelijke filmpje door zijn ‘aftermovie’ en had hij ook een rol bij Project X Leeuwarden. Kortom: hij heeft wel wat handigheid opgedaan in het organiseren van Facebook / flashmob achtige feestjes.
Eerder waren de volgende internet ‘memes’ al populair in de publieke ruimte, zoals:
Milking
Owling
Planking
Dat flashmobs ook risico’s kennen voor de openbare orde tot zelfs gewelddadige uitspattingen?kennen is al enige tijd bekend. Er is zelfs een website die daar wat voorbeelden van heeft verzameld: www.violentflashmobs.com?Gelukkig bleef het bij bovenstaande voorbeelden bij minimale incidenten, tot wat gewonden hooguit van plankende of owlende individuen die gevaarlijke toeren uithalen.
Dat het versturen van foto’s via Snapchat gevaarlijk kan zijn wisten we al langer. Met de komst van de app?‘Snap Save’?is het nog een tikkeltje gevaarlijker geworden om g?nante foto’s te versturen, omdat de app ontvangers van ‘Snaps’ in staat stelt de plaatjes automatisch te bewaren zonder de verzender daarvan op de hoogte te stellen.
Snapchat?is een applicatie om foto?s en video?s te versturen met een?tijdslimiet. De app is ongelofelijk populair; er worden dagelijks?zo?n 150 miljoen berichten?uitgewisseld via Snapchat.?Facebook probeerde vorig jaar Snapchat nog tevergeefs over te nemen voor 3 miljard dollar en bracht sindsdien twee alternatieven uit,?Slingshot?en?Bolt. Nu investeert Yahoo in Snapchat.
De populairiteit van Snapchat op Google (via Google Trends)
Het bijzondere is dat deze berichten maar een paar seconden te zien zijn. Jij bepaalt namelijk hoe lang de ontvanger naar jouw foto of filmpje mag kijken, voordat ?ie wordt vernietigd. Perfect dus voor het versturen van vertrouwelijke informatie, maar ook sexting ligt op de loer. Een combinatie van?sex?en?texting?(tekstberichten versturen). Oftewel,?erotisch getinte berichten?en naaktfoto?s naar elkaar sturen. Dit kan uiteindelijk negatieve gevolgen hebben, zoals?cyberpesten.?Los van ethische en wettelijke bezwaren is het algemeen bekend dat Snapchat zijn populariteit te danken heeft aan sexting, ook al wil de makers ons graag?anders doen geloven.
Want helemaal veilig is Snapchat niet: Het is -voor mensen met vlugge vingers of snelle reflexen- namelijk wel mogelijk screenshots van hun telefoon te maken zodra die een ‘Snap’ ontvangt, alleen wordt de verzender daarvan op de hoogte gesteld. Hierdoor is de drempel iets hoger om de plaatjes daadwerkelijk op te slaan, alhoewel kwaadwillenden zich hiervan helemaal niets aantrekken. Dat blijkt wel uit het aantal g?nante Snapchat-plaatjes dat?een enkele google-search oplevert?(NSFW). Ook zijn er al diverse sites die zich wijden aan ‘gelekte’ Snapchat-foto’s. Niet zelden lijkt wraak, door een verbitterde ex bijvoorbeeld, daaraan ten grondslag te liggen.
Nu is er dus een app die ontvangen Snapchat-foto’s opslaat zonder de verzender hiervan op de hoogte te stellen. Wie zich nog liet tegenhouden door de screenshot-waarschuwing aan de verzender, vindt het met deze app wellicht lastiger de verleiding te weerstaan de ontvangen foto verder te verspreiden.
Met andere woorden (en dat geldt natuurlijk voor alle persoonlijke informatie en foto’s die je online publiceert): Denk h??l goed na voor je een Snapchat verstuurt!
Snapchat kan zelfs gehackt worden waarmee een iPhone onbruikbaar wordt, maar hopelijk is dat snel opgelost.
De politie in West Midlands, Engeland is naar verluidt het eerste korps ter wereld dat naast twitter, facebook, Flickr, YouTube en Instagram nu ook Snapchat gebruikt. Het korps, al vele jaren zeer actief op sociale media, met een bereik van vijfhonderdduizend volgers&vrienden, is op Snapchat actief geworden om een jonger publiek aan te spreken, zegt woordvoerder Keiley Gartland. ?What we want is for them to have the confidence to give us a call or speak to their neighbourhood bobby [police officer] when they really need our help?. Op Snapchat, gebruikersnaam WestMidsPolice, stuurt het korps elke dag enkele foto?s van verschillende diensten als het Cannabis Disposal Team, de Traffic Unit, de CID, de neighbourhood officers en de Dogs Unit. ?You never know what you?re going to get when you visit our story on Snapchat, so it?ll be a surprise every day for anyone who follows us!? Na 24 uur verdwijnt de foto. Het korps benadrukt wel dat Snapchat niet geschikt om aangifte of melding te doen.
Tenslotte nog een ‘safety guide’ voor ouders over snapchat:
De zorg voor veiligheid is een verantwoordelijkheid van en voor iedereen, niet alleen voor de overheid. Ook individuen horen bij te dragen aan een veilige samenleving. In de eerste plaats door zichzelf niet onveilig te gedragen. In de tweede plaats door een medemens in nood te hulp te komen.
Dat laatste is niet altijd gemakkelijk. Er kunnen risico?s vastzitten aan het verlenen van hulp aan een ander. Bijvoorbeeld in het water springen om een drenkeling te redden. Of optreden bij een ruzie op straat. Soms kunnen de risico?s groot zijn, bijvoorbeeld bij het overmeesteren van een inbreker of het ingrijpen bij een vechtpartij met halfdronken jongeren. Niet iedereen durft het, niet iedereen kan het.
Naarmate de potenti?le risico?s groter zijn, zijn mensen minder vaak bereid anderen hulp te verlenen of in te grijpen in dreigende situaties. Maar toch blijkt dat er steeds weer mensen zijn die het w?l doen. Die, los van de eventuele gevaren, vinden dat je een ander in nood niet mag laten barsten. Die feitelijke hulp verlenen, die iets zeggen als er op straat iets onbetamelijks gebeurt, die ertussen springen als iemand wordt belaagd, kortom, die iets do?n. Zij brengen actief burgerschap in de praktijk. Stichting Maatschappij en Veiligheid vindt dat belangrijk en meent dat degenen die dat doen zo goed mogelijk juridisch moeten worden beschermd.
Stichting Maatschappij en Veiligheid realiseert zich dat ingrijpen in situaties waarin iemand wordt bedreigd om vele redenen lastig is. Je weet bijvoorbeeld niet wat je eigen gedrag bij de belager zal oproepen en wat daar weer uit voortvloeit. Het is ook moeilijk om de grenzen precies te bepalen, zeker in situaties die gepaard gaan met geweld of dreiging met geweld. Tot hoever mag je gaan bij de verdediging van jezelf of van anderen? Los van de risico?s die een ingrijper loopt bij het feitelijke optreden, blijkt dat hij of zij ook daarna nog kan worden geconfronteerd met bijvoorbeeld reacties van politie/justitie die vinden dat hij te ver is gegaan en voor eigen rechter heeft gespeeld.
Op dit laatste punt ? de reacties van politie/justitie op een mogelijk te ver gaan bij (zelf)verdediging ? is de situatie de afgelopen jaren, in lijn met de adviezen van de SMV, veranderd. Staatssecretaris Teeven schreef hierover in 2011 een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij stelt dat burgers zichzelf moeten kunnen verdedigen en anderen te hulp moeten komen zonder dat politie en justitie al te snel die burger aanspreken op het eventuele overschrijden van grenzen van zorgvuldigheid. Hij vraagt terughoudendheid van politie en justitie. Dit standpunt juicht de SMV toe.
Over de mogelijke?civielrechtelijke consequenties?van het ingrijpen is veel minder bekend. Aan wat voor situaties moeten we hier denken? Een voorbeeld. Iemand ziet dat een jonge man een vrouw berooft. Hij grijpt de jonge man die zich losrukt, daarbij komt te vallen en zijn arm breekt. De jonge man stelt de ingrijper aansprakelijk voor de medische kosten. Een ander voorbeeld.
Een oude man zit achter het raam van zijn woning en heeft het kennelijk erg benauwd. Een voorbijganger ziet dat, heeft geen mogelijkheid om naar binnen te komen en slaat de ruit in om hulp te kunnen verlenen. De woningcorporatie stelt hem aansprakelijk voor het breken van de ruit. De vraag is in dit soort gevallen: wie is verantwoordelijk voor de schade? Die vraag roept weer andere op: Komt het vaak voor dat ingrijpers civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld? Welke situaties laten zich denken en wat is over die situaties bekend? Moet er wat veranderen om de positie van de ingrijper steviger te maken en, zo ja, wat? Deze vragen heeft de Stichting Maatschappij en Veiligheid voorgelegd aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht. In het rapport?Moedige burgers. Onderzoek naar het versterken van de juridische positie van de ingrijpers bij incidenten?van augustus 2012 beantwoorden Evelien de Kezel en Ivo Giesen de belangrijkste civielrechtelijke? vragen inzake de juridische gevolgen voor degene die ingrijpt. Dit rapport bevat een uitgebreide beschrijving en analyse van de problematiek. Dat rapport kan?hier?worden gedownload.
Het rapport komt tot de conclusie dat het heel weinig voorkomt dat ingrijpers juridisch aansprakelijk worden gesteld. Maar, als dat wel het geval is, dan is er geen sprake van een bijzondere positie van de ingrijper. De afhandeling van de schade volgt de gewone juridische procedures en is voor alles een zaak van verzekeringen. De onderzoekers komen tot de conclusies dat het verplicht stellen van een Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren kan bijdrage om eventuele problemen in de toekomst te voorkomen. Dan hebben ingrijpers die tussenbeide komen altijd de mogelijkheid de eventuele schade te verhalen op een verzekeraar. Deze maatregel wijzigt het aansprakelijkheidsrecht niet, maar spreidt het risico. Op het vlak van het ondersteunen van actief burgerschap, heeft deze oplossing tot gevolg dat vrees voor aansprakelijkstelling structureel wordt weggenomen.
De SMV geeft de voorkeur aan een andere benadering. De stichting acht het niet gewenst om dit vraagstuk te benaderen vanuit een risicospreidende, verzekeringsgeori?nteerde aanpak. Iemand die rechtmatig en burgergericht ingrijpt om een medemens te helpen hoort niet alleen z?lf niet voor schade op te draaien, ook zijn verzekeringmaatschappij moet die rekening niet hoeven te betalen. Bovendien blijft het altijd mogelijk dat iemand niet is verzekerd, of dat bepaalde vormen van burgeringrijpen niet onder de dekking vallen. De SMV pleit voor een aparte regeling in het schadevergoedingsrecht die de ingrijper beter beschermt. Zowel waar het gaat om de schade die de ingrijper zelf lijdt als de schade die hij aan een ander toebrengt.
Er staan twee wegen open om dit te bereiken. De eerste kiest als uitgangspunt dat de?veroorzaker van de problemen als individu?verantwoordelijk is voor de schade, en dat die schade dus ten laste moet komen van de veroorzaker of diens verzekering. De afhandeling c.q. het verhaal van die schade kan uiteraard worden overgelaten aan de verzekeringsmaatschappij van de ingrijper. Een verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering blijft overigens een maatregel die bij deze weg van groot belang blijft. De tweede is gebaseerd op het uitgangspunt dat de?overheid eigenlijk altijd als principe heeft geclaimd verantwoordelijk te zijn voor het garanderen van veiligheid.?Vanuit die visie is burgeringrijpen te beschouwen als een aanvulling op een kennelijk tekortschieten van de overheid. Dan is het logisch dat de overheid daarvan de financi?le consequenties draagt, bijvoorbeeld door het vormen van een fonds waarop burgers die ingrijpen een beroep kunnen doen als zij blijven zitten met ongedekte schade. Een combinatie laat zich denken door de eerste weg als uitgangspunt te kiezen (de probleemveroorzaker betaalt), en de oprichting van een fonds als steunmaatregel te gebruiken, voor zover er een restschuld overblijft die niet valt te verhalen
?Fantastisch dat we actief aan de slag gaan met social media! Maar ??n ding: zou jij daar op jouw dossier niets mee willen doen? Dat ligt nogal gevoelig.? Deze ? waargebeurde ? conversatie tussen een ambtenaar en zijn manager legt precies de paradox bloot rond ambtenaren in de openbaarheid, waar EMMA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar verrichtte.
Enerzijds erkennen ambtenaren het belang van een transparante en interactieve overheid, anderzijds zijn ze heel goed in staat uit te leggen waarom ze zich hier in veel gevallen niet naar (kunnen) gedragen. Dat blijkt uit ons verkennende onderzoek De uitzondering op de regel, waarin we hebben gekeken naar het gedrag van ambtenaren in de openbaarheid en de factoren die hierop van invloed zijn. Dat deden we aan de hand van een literatuuronderzoek, een enqu?te onder 1.522 Rijksambtenaren, een social media-analyse van ambtelijk gedrag en een tweetal expertsessies.
Naar binnen gericht professioneel netwerk
Wat doen ambtenaren in de openbaarheid en wat zijn hun motieven? Of, als ze niet in de openbaarheid treden: welke obstakels houden hen dan tegen? Uit de enqu?te bleek dat iets meer dan een vijfde van de 1.522 ondervraagde ambtenaren het afgelopen jaar in de openbaarheid is getreden, zowel op online als offline platforms. Onze data-analyse laat zien dat hogere inkomens en opleidingen relatief vaker naar buiten treden, net als ambtenaren met bepaalde functieomschrijvingen (bijvoorbeeld internationaal werk en beleidsontwikkeling). Wel blijft het online netwerk van twitterende ambtenaren een naar binnen gericht professioneel netwerk: vrijwel alle actoren zijn (direct of indirect) verbonden aan de overheid; het maatschappelijke middenveld ontbreekt.
Ambtelijke dilemma?s
Ambtenaren herkennen dit beeld. Hun verklaringen over het feit dat slechts een klein gedeelte van hun beroepgroep in de openbaarheid treedt, hebben we opgedeeld in vier categorie?n:
Politiek-bestuurlijk: Ondanks dat de samenleving steeds horizontaler geori?nteerd is, blijven binnen de overheid verticale structuren zichtbaar. ?We zijn er voor de samenleving, maar werken voor de minister?, aldus een ambtenaar tijdens de expertsessie.
Maatschappelijk: De overheid ligt onder een vergrootglas, vooral in de nieuwe media. En in hoeverre is de netwerksamenleving ge?nteresseerd in lineaire beleidsprocessen?
Media: Er bestaat een paradoxaal verband tussen een interactieve en snelle overheid enerzijds en een betrouwbare en precieze overheid anderzijds. Het is niet altijd even gemakkelijk om de berg aan (digitale) informatie (snel) te duiden en hierop in te spelen.
Priv?: Niet iedere ambtenaar wil even herkenbaar zijn als ambtenaar. Hoe ver kun je gaan in het verspreiden van je eigen mening over maatschappelijke kwesties? Sommige ambtenaren zien dit overigens juist als manier om hun carri?re een boost te geven.
Paradox
Blijkbaar zijn ambtenaren het wel eens met de opvatting dat de overheid moet kantelen en zich de horizontale structuur eigen moet maken. Hun daadwerkelijke gedrag sluit hier echter niet bij aan. Hun dossier ligt gevoelig, de samenleving is er druk over in gesprek, niets doen lijkt misschien de veilige oplossing. Kunnen we dat ook omdraaien? Hoe kunnen ambtenaren op een positieve manier onderdeel worden van het gesprek en hun kennis delen? Dat is de uitdaging voor de komende jaren.
Een beschrijvend onderzoek naar de corrigerende rol van de politie op Twitter tijdens de rellen in Haren.
Het doel van deze studie was om dieper in te gaan op het gebruik van Twitter door de politie tijdens de rellen in Haren. Hierbij werd verwacht dat zij een corrigerende werking hadden op de informatiestroom op Twitter vanwege hun betrouwbaarheid als autoriteit. Door middel van een dataset waarin alle tweets over de rellen in Haren zijn opgenomen, is het gedrag van de politie in de vorm van crisiscommunicatie op Twitter geanalyseerd. Hierbij is er gefocust op de typen berichten die zij stuurden, het bereik dat zij behaalden met hun tweets en de rol die zij speelden tijdens de verspreiding van een gerucht. De resultaten toonden aan dat de politie voornamelijk adviesgevende tweets verstuurden op Twitter. Bovendien bleek dat zij Twitter niet hebben ingezet om berichtgeving betreffende het gerucht te verspreiden.?