SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.
Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.
De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.
De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.
Cold cases zijn de afgelopen jaren in Nederland steeds meer een begrip geworden. Vanuit zowel de politie en justitie, als de maatschappij, is de behoefte gegroeid om ernstige onopgeloste zaken te heropenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat onderzoek in cold case zaken loont. Zo blijkt dat ongeveer een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken, jaren na dato, alsnog tot opheldering van het misdrijf heeft geleid. Een andere ontwikkeling die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan, is de ontwikkeling van burgerparticipatie. Zo staat er in het concept inrichtingsplan van de Nationale Politie (2012) het volgende: ‘Wij zijn een politie die intensief samenwerkt met burgers & partners.’
Uit onderzoek is gebleken dat burgers de belangrijkste succesfactor zijn voor effectief en efficiënt opsporen en dat burgers in het algemeen erg positief staan tegenover burgerparticipatie in de opsporing. In de Verenigde Staten werkt de politie in opsporingsonderzoeken ook op diverse manieren samen met burgers. Ook bij het onderzoeken van cold cases worden er burgers ingezet. Bij de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina, wordt er sinds 2003 gebruik gemaakt van een ‘Civilian Review Team’. Het team, voornamelijk bestaande uit gepensioneerde opsporingsambtenaren maakt vast deel uit van het cold case team en is verantwoordelijk voor de ordening en review van cold cases.
Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de inzet van een civilian review team, zoals toegepast bij de CMPD, als een zogenaamde ‘best practice’ wordt beschouwd. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de CMPD met zich meebrengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. Het doel hiervan is dat de inzichten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, door opsporingsafdelingen gebruikt kunnen worden om afwegingen te maken over het al dan niet inzetten van cocreatie bij opsporingsonderzoeken. Om inzicht in deze doelstelling te verkrijgen is de volgende probleemstelling behandeld:
In hoeverre is het mogelijk om bij cold case onderzoeken in Nederland, gebruik te maken van een burger review team, zoals deze is samengesteld en ingezet door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina en wat voor bijdrage levert de inzet van een burger review team aan het onderzoeken van cold cases?
Om tot de beantwoording van de centrale probleemstelling komen, zijn de volgende drie onderzoeksvragen opgesteld:
1. Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?
2. Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?
3. In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd?
METHODE VAN ONDERZOEK
Aan de hand van verschillende onderzoeksmethoden is antwoord gegeven op de drie onderzoeksvragen. Alle onderzoeksvragen zijn deels beantwoord door middel van de methoden literatuuronderzoek en interviews. Hierbij werden zowel semi-gestructureerde (mini)interviews afgenomen als gestructureerde vragenlijsten gebruikt.
Door middel van een studiebezoek heeft onderzoeker enkele teamleden van de cold case unit bij de CMPD persoonlijk geïnterviewd. Daarnaast werd voor dit onderzoek een klankbordbijeenkomst georganiseerd waarbij met een groep deskundigen een discussie heeft plaatsgevonden over de (on)mogelijkheden van de inzet een burger review team zoals toegepast bij de CMPD. De discussiepunten werden gebruikt om onderzoeksvraag 2 te kunnen beantwoorden. Om onderzoeksvraag 3 te kunnen beantwoorden werd er een experiment opgezet. Er is één cold case gereviewd door een groep van acht reviewers. Het experiment is opgezet op basis van de resultaten van de eerste twee onderzoeksvragen. Het kader voor het experiment is vastgesteld met inachtneming van de adviezen van de klankbordgroep. Dat wil zeggen dat de grote lijnen van de werkwijze van de CMPD werden aangehouden, maar dat bepaalde aspecten anders werden ingezet, vanuit het oogpunt van de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zouden brengen bij toepassing ervan in de Nederlandse situatie.
RESULTATEN ONDERZOEKSVRAAG 1
De cold case unit bij de CMPD bestaat uit twee rechercheurs, twee vrijwilligers en twee reviewers en is opgericht onder druk van het gemeentebestuur in verband met het grote aantal onopgeloste kapitale delicten. Momenteel zitten er bij de CMPD zo’n 700 cold cases in het archief.
Het verschil tussen de vrijwilligers en de reviewers is dat de vrijwilligers in overleg met de rechercheurs een cold case verzamelen en ordenen en dat de reviewers de cold case reviewen. Kenmerkend aan de reviewers is dat zij allemaal in meer of mindere mate een opsporingsachtergrond hebben. Een reviewer bestudeert meestal individueel een cold case en krijgt een kopie van de cold case mee naar huis die is samengesteld door de vrijwilliger. Gemiddeld krijgt een reviewer een maand de tijd om een cold case te reviewen. De reviewers maken middels een vaste methodiek een samenvatting van het onderzoek. Deze samenvatting, inclusief aanbevelingen, wordt aan het hele team gepresenteerd, waarbij gezamenlijk wordt bepaald in hoeverre de cold case potentie heeft om opgehelderd te worden.
Het team heeft de afgelopen jaren diverse onderscheidingen ontvangen en werd in literatuurstukken benoemd als succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. De inzet van een civilian review team heeft diverse voordelen. Het onderzoek wordt namelijk met een frisse lik bekeken en er kunnen meer cold cases onderzocht worden omdat de rechercheurs direct aan de slag kunnen met de aanbevelingen. Zij kunnen ook op basis van de review besluiten dat de cold case niet in behandeling wordt genomen. Het succes dat het team boekte, kwam volgens de teamleden niet alleen door de bijdrage van het civilian review team of de bijdrage van de rechercheurs, maar vooral door de onderlinge samenwerking.
Volgens de teamleden waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team zo effectief hebben gemaakt, te weten een zorgvuldige selectie van de reviewers, vertrouwen tussen de reviewers en de rechercheurs en de tijd die de reviewers krijgen om hun werk te verrichten en hun draai in het team, als team te vinden.
RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 2
Er zijn op dit moment diverse initiatieven gaande waarbij de burger op diverse wijzen actief wordt betrokken bij opsporingsonderzoeken. Uit deze initiatieven is gebleken dat er ook in Nederland
gemotiveerde burgers zijn die op vrijwillige basis een bijdrage willen leveren aan opsporingsonderzoeken en dat er mensen binnen de politie zijn die het bestaan van een burger review team een plek willen geven. Er is daarnaast veel aandacht voor de aanpak van cold cases en door de professionalisering in de opsporing op zowel forensisch als op tactisch gebied, is de behoefte om meer zaken te onderzoeken gegroeid. Deze ingrediënten zorgden voor draagvlak en animo bij het cold case team om te experimenteren met de inzet van een burger review team.
Na onderzoek is gebleken dat de structuur die de werkwijze van de CMPD biedt, als positief werd gezien en dat het aanbrengen van structuur in de aanpak van cold cases door burgers, mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van een burger review team in Nederland. Daarnaast werd het aspect van het inzetten van mensen met een politieachtergrond, als kansrijk ervaren.
De bezwaren die naar voren kwamen gingen met name over het feit dat één reviewer één zaak zou moeten reviewen in één maand tijd. Bij de CMPD wordt dit met name gedaan omdat er zich tussen de cold cases een aantal onafgeronde zaken bevinden. Door de andere wijze van het onderzoek naar kapitale delicten in eerste aanleg, zijn er nog veel onderzoeken met ‘open einden’. Daarbij is om die reden het onderzoeksdossier een stuk kleiner dan een Nederlands onderzoeksdossier. Bij de CMPD ligt de nadruk van de review daarom op de kwantiteit. Het uitgangspunt van burgerparticipatie in Nederland is het verbeteren van de kwaliteit van de onderzoeken. Door het inschakelen van burgers hoopt men op nieuwe inzichten die een effectieve bijdrage kunnen leveren aan een opsporingsonderzoek. Om die redenen zou het voor de Nederlandse situatie niet effectief zijn om zoals bij de CMPD, één reviewer één zaak toe te wijzen.
Hoewel de rol van vrijwilliger in het reviewproces als nuttig werd ervaren, werd in verband met de haalbaarheid van het experiment besloten om de rol van vrijwilliger bij het reviewproces buitenwegen te laten.
RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 3
De review heeft drie maanden geduurd. Een door de teamleider geselecteerde cold case werd gedigitaliseerd, op een beveiligde USB stick geplaatst en verstrekt aan de reviewers. Alle reviewers hadden een politieachtergrond maar zijn overgestapt naar het bedrijfsleven.
Net als bij de CMPD hebben de reviewers een samenvatting gemaakt. Deze samenvatting werd inclusief de aanbevelingen besproken met leden van het cold case team tijdens de reviewbijeenkomst. Zowel bij het cold case team als bij het burger review team was er na deze bijeenkomst sprake van enthousiasme en de bereidheid om samen te werken. Zowel het burger review team als de leden van het cold case team gaven aan positief te kijken naar een samenwerkingsverband in de toekomst, mits de review op enkele punten verder zou worden ontwikkeld. Het is namelijk van groot belang te concluderen dat de ontwikkeling van een burger review team moet worden gezien als ‘work in progress’. Het overnemen van de werkwijze van de CMPD, bij dit experiment heeft nog niet geleid tot de meest optimale inzet van een burger review team, maar het kan wel worden gezien als een stap in de goede richting. Volgens de cold case teamleden hebben de reviewleden namelijk enkele relevante aanbevelingen gegeven. De meerwaarde voor de teamleider van het cold case team van de review door het burgerteam is dat een stapel dozen in de hoek van zijn kantoor nu een zaak is die potentie heeft om opnieuw bekeken te worden.
De samenstelling van het team, de inhoud van de samenvatting en de invulling van de reviewbijeenkomst, zijn punten die door zowel de reviewleden als cold case teamleden als ontwikkelpunten werden benoemd. Zoals eerder omschreven waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team bij de CMPD zo effectief hebben gemaakt. Uit het experiment is gebleken dat investering in deze factoren bij zou kunnen dragen aan een positieve ontwikkeling van het burger review team.
Uit de review is gebleken dat naast een individuele selectie, de samenstelling van de groep ook een belangrijke factor is waar rekening mee gehouden moet worden indien er een burger review team zou worden geformeerd. De groepsleden voldeden als individu ruimschoots aan de selectiecriteria, maar als groep was de samenstelling mogelijk te eenzijdig. Om een cold case vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te bekijken werd deelname van vrouwelijke reviewers en reviewers met een gevarieerde leeftijd en (politie)achtergrond als wenselijk werd gezien.
Door het enthousiasme van de burger reviewers en de cold case teamleden is er een goede vertrouwensbasis om de inzet van een burger review team verder te ontwikkelen. Het inzetten van een burger review team betreft een vorm van cocreatie. Dit is een actieve vorm van burgerparticipatie, die wederkerigheid vereist van beide partijen. Dit brengt met zich mee dat bij het invoeren van een soortgelijke werkwijze er wederzijdse verwachtingen en verplichtingen zullen ontstaan. Er zal dus het een en ander aan verwachtingsmanagement moeten worden gedaan.
Als het team daarnaast de tijd en ruimte krijgt om zijn draai te vinden, is de kans groot dat het in de toekomst zijn meerwaarde zou kunnen bewijzen.
AANBEVELINGEN
• Investeer in de ontwikkeling van een burger review team bij cold case onderzoeken en plan daarvoor een periode van ongeveer één jaar. Gebruik deze periode om met diverse werkwijzen te
experimenteren en om deze werkwijzen te evalueren en daar waar nodig te ontwikkelen.
• Stel in de opstartperiode een speciaal geselecteerde werkgroep samen die zich richt op de voortgang en ontwikkeling van het burger review team.
• Stel in de opstartperiode een procesbegeleider aan die fungeert als aanspreekpunt voor de burger reviewers en de cold case teamleden. De procesbegeleider is verantwoordelijk voor het faciliteren van de reviewers en begeleidt daarnaast het groepsproces en de brainstormsessies tijdens de review bijeenkomsten. Deze procesbegeleider kan tevens de samenwerking tussen het cold case team en het burger reviewteam monitoren en waar mogelijk verbeteren.
• Investeer in een goede selectie van reviewers en experimenteer met de samenstelling van het team. Onderzoek daarbij de mogelijkheid van één of meerdere burger reviewers zonder politieachtergrond.
• Zorg voor voldoende draagvlak voor zowel binnen als buiten de politie door de samenwerking en de eventuele successen van een burger review team te communiceren. Mogelijk kan dit bevorderd worden door een communicatieadviseur deel te laten nemen aan de eerder genoemde werkgroep.
• Bij dit onderzoek is het juridisch aspect van de inzet van een burger review team nauwelijks belicht. Zorg in overleg met het openbaar ministerie voor een duidelijke juridische afbakening van het burger review team en de werkwijze van het team en zorg dat dit in een protocol wordt vastgelegd.
Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.
De beelden die hier en daar opduiken van een brandend vliegtuig komen uit deze video van 6 juni. #MH17http://t.co/Wt8U3hFkYY
De snelheid van informatie via sociale media is ongekend. Erg veel namen vd passagierslijst al bekend via Facebook en Twitter #rip.#MH17 ? Ed Sabel (@EdSabel) July 17, 2014
Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.
Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images
Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?
Bellingcat
De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:
Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder).Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.
Content curatie: Storyful Open Newsroom
Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.
Crowdsourcing van de MH17 crash
Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”
Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.
Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”
Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.
De man die te snel tweette
De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.
Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.
Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.
In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).
Self-proclaimed PM of pro-Russian separatist “Donetsk People’s Republic” Alexander Borodai (C) arrives at #MH17 site pic.twitter.com/Hi32obBNZu
De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.
Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.
#MH17 till now, there are 57 geocoded tweets from the crash area, over 100 Instagram photos and 2 YouTube videos pic.twitter.com/QwprgblWvR ? Henk van Ess (@henkvaness) July 17, 2014
Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media
Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?
?
De hele wereld onderzoekt?mee
Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?
Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?
Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?
Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?
Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:
Bijna wekelijks ontvang ik ze: phishing-mails. Doorgaans komen ze niet door mijn Mailwasher-filter heen, maar soms glipt er eentje tussendoor en belandt die al snel met een geroutineerde handeling in de prullenbak van mijn mailprogramma. Ongeveer een maandje geleden heb ik zo’n phishing-mail al eens door de mangel gehaald en maakte ik daar?instructie-afbeelding van. De tweet daarover werd 41 keer geretweet. Voor mijn doen aardig veel. Kennelijk voorziet uitleg hoe je een phishing-mail kunt ontleden in een behoefte. Tijd om het dus weer eens dunnetjes over te doen!
In het onderzoekstraject SON-M onderzoekt TNO vanuit verschillende disciplines de kracht van online sociale be?nvloeding. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe deze vorm van be?nvloeding werkt. Op basis daarvan kan het ontstaan van online (collectief) gedrag worden waargenomen en kan de kennis over de mechanismen achter online sociale be?nvloeding worden ingezet om dit gedrag te voorspellen en waar wenselijk te be?nvloeden. Dit artikel zet een aantal resultaten van dat onderzoek op een rij.
Mensen zijn sociale wezens. Elk individu maakt onderdeel uit van een sociaal netwerk, dat bestaat uit familie, vrienden en collega?s, maar ook onbekenden. En naast het feit dat al die individuen eigen behoeften, waarden en wensen hebben die hun gedrag bepalen, wordt hun gedrag ook sterk be?nvloed door expliciete en vooral ook impliciete regels van hun sociale omgeving. De kracht van sociale be?nvloeding is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren die dankzij social media steeds zichtbaarder lijken.
Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter, Hyves en Facebook, heeft deze kracht aan dimensies gewonnen. Het aantal mensen binnen een (actief) sociaal netwerk groeit en de specifiekheid van de contacten neemt toe. Bovendien is de snelheid van de communicatie door de komst van sociale netwerksites enorm toegenomen en is communicatie tijd en plaats onafhankelijk. Deze verschillende kenmerken van Internet maken dat de kennis over sociale be?nvloeding niet ??n op ??n vertaalbaar is naar de online wereld.
Online sociale be?nvloeding
Op sociale netwerken kunnen willekeurige individuen zich verenigen en zich sterk maken voor een gezamenlijk doel. We hebben de macht vanuit de massa, vanuit de publieke opinie al een aantal keer in de praktijk gezien: de ?twitter-revoluties? in Moldavi? en recentelijk in Egypte, en de KitKat-campagne van Greenpeace tegen het gebruik van niet duurzame palmolie door Nestl?. Bedrijven en overheden worden hiermee geconfronteerd, en TNO biedt kennis en kunde om dit soort ontwikkelingen te monitoren, de kracht en duur te bepalen en reactief of proactief hierop te reageren.
Ook op individueel niveau laten we keuzes steeds meer afhangen van die van vrienden/ onbekenden. Gingen we vroeger af op het advies van de verkoper en de buurman, tegenwoordig krijgen we online advies uit de hele wereld. Via TNO krijgen organisaties inzicht in welke impact sociale be?nvloeding heeft op individueel gedrag en op keuzes en hoe ze hier in hun interactie met burgers en klanten op kunnen inspelen.
SON-M: het onderzoek van TNO
TNO kijkt vanuit verschillende perspectieven naar online sociale be?nvloeding:
Macro
TNO maakt patronen inzichtelijk binnen de grote hoeveelheden online data, zoals verspreiding van informatie en omslagen in sentiment. Hiertoe wordt o.a. gebruik gemaakt van datamining, social network analysis, agent-based modelling en visualisatie.
Micro
Op het niveau van het individu worden drie belangrijke aspecten aan online sociale be?nvloeding onderscheiden: actorkenmerken (ontvanger of zender), boodschapkenmerken en kenmerken van het sociale netwerk. Via theorievorming (sociologie en psychologie) en data-analyse wordt inzicht verkregen in de wijze waarop deze aspecten van invloed zijn.
Reflectief
TNO kijkt naar de impact die online sociale media hebben op de samenleving en naar de ethische kant van het bewust gebruik van online sociale be?nvloeding.
TNO wil organisaties de tools te geven om beter inzicht te krijgen in online sociale netwerken, en gericht te handelen. Eerder organiseerde TNO een symposium?waarin op hoofdlijnen enkele resultaten gedeeld werden. Ook werd er een quickscan gepubliceerd waarin de issues die op dit moment door overheid en bedrijfsleven worden ervaren bij het gebruik van sociale media en het verkrijgen van inzicht in online sociale be?nvloeding duidelijk werden.
Inmiddels zijn er ook heel wat wetenschappelijke papers gepubliceerd voor diegenen die iets meer diepgang wensen. Hieronder een overzicht van een aantal artikelen:
Eerder stond er ook een interessant artikel over de principes van gedragsverandering in online platformen (bron: Ministerie van Algemene Zaken), waarin mediapsycholoog Mischa Coster laat zien dat gedragsprincipes uit de sociale- en mediapsychologie ook van toepassing zijn op sociale media:
District Zuid van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland maakt gering en ongestructureerd gebruik van sociale media. Hierdoor laat het korps veel kansen liggen in de opsporing. Dat is de boodschap van bijgevoegd onderzoeksrapport van Rebacca van Someren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk van district Zuid en in de wensen en voorkeuren van de doelgroep, om zo een sociale mediastrategie te ontwikkelen voor district Zuid (onderdeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland). Naast het doen van uitvoerig deskresearch, zijn er interviews afgenomen met twee experts op het gebied van sociale media en politie en met zes politiekorpsen, waarvan vijf Nederlandse korpsen en ??n Brits korps. Daarnaast is er een panelgesprek gehouden onder vier doelgroepleden. Uit het panelgesprek is o.a. gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van het huidige sociale media gebruik onder buurtregisseurs en aan het actief onder de aandacht brengen van het sociale media gebruik van district Zuid onder burgers. Daarnaast gaven de panelleden aan dat zij graag een terugkoppeling ontvangen als zij participeren aan de opsporing. Uit de interviews is o.a. gebleken dat het van belang is dat district Zuid het gebruik van sociale media ten eerste intern in kaart brengt voordat er extern wordt gecommuniceerd. Verder is gebleken dat de best practices effectieve werkwijzen gebruiken in hun opsporingspraktijk en dat het belangrijk is om te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van sociale media. Aan de hand van deze uitkomsten zijn er conclusies getrokken en is er een advies opgesteld. Dit advies bestaat uit een passende sociale mediastrategie voor district Zuid en concrete aanbevelingen voor de uitvoering ervan in de opsporingspraktijk. De aanbevelingen voor district Zuid bestaan uit de volgende vijf stappen. Deze stappen dienen in chronologische volgorde uitgevoerd te worden.
1. Inventariseren en structureren: Realiseer eenduidigheid binnen het korps wat betreft het gebruik van sociale media. Breng structuur aan in de Twitteraccounts van buurtregisseurs, zodat deze accounts voor burgers inzichtelijk en makkelijk vindbaar zijn.
2. Uitbreiden en intensiveren: Breid het gebruik van Twitter onder buurtregisseurs uit (elke wijk dient vertegenwoordigd te zijn door minstens ??n buurtregisseur) en maak frequenter gebruik van de drie essenti?le sociale media Twitter, YouTube en Facebook.
3. Strategie?n toepassen: Pas de vier manieren van burgerparticipatie effici?nt toe en maak tegelijkertijd gebruik van de mogelijkheid om (sociale) media te combineren en te verbinden. Houd burgers op de hoogte over wat er – naar aanleiding van een tip of melding – met een zaak is gebeurd.
4. Het gebruik ter kennis brengen: Breng het sociale media gebruik actief onder de aandacht van burgers d.m.v. een campagne of “??oude”?? media.
5. Anticiperen op ontwikkelingen: Leer van fouten en deel elkaars tips. Blijf op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van sociale media en pas werkwijzen voortdurend aan op ontwikkelingen, kennis en bekwaamheid.?
Bachelor thesis (2012) van Rebacca van Someren,?Hogeschool van Amsterdam, begeleiders Bas?Naber, Casper?Muller
?Fantastisch dat we actief aan de slag gaan met social media! Maar ??n ding: zou jij daar op jouw dossier niets mee willen doen? Dat ligt nogal gevoelig.? Deze ? waargebeurde ? conversatie tussen een ambtenaar en zijn manager legt precies de paradox bloot rond ambtenaren in de openbaarheid, waar EMMA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek naar verrichtte.
Enerzijds erkennen ambtenaren het belang van een transparante en interactieve overheid, anderzijds zijn ze heel goed in staat uit te leggen waarom ze zich hier in veel gevallen niet naar (kunnen) gedragen. Dat blijkt uit ons verkennende onderzoek De uitzondering op de regel, waarin we hebben gekeken naar het gedrag van ambtenaren in de openbaarheid en de factoren die hierop van invloed zijn. Dat deden we aan de hand van een literatuuronderzoek, een enqu?te onder 1.522 Rijksambtenaren, een social media-analyse van ambtelijk gedrag en een tweetal expertsessies.
Naar binnen gericht professioneel netwerk
Wat doen ambtenaren in de openbaarheid en wat zijn hun motieven? Of, als ze niet in de openbaarheid treden: welke obstakels houden hen dan tegen? Uit de enqu?te bleek dat iets meer dan een vijfde van de 1.522 ondervraagde ambtenaren het afgelopen jaar in de openbaarheid is getreden, zowel op online als offline platforms. Onze data-analyse laat zien dat hogere inkomens en opleidingen relatief vaker naar buiten treden, net als ambtenaren met bepaalde functieomschrijvingen (bijvoorbeeld internationaal werk en beleidsontwikkeling). Wel blijft het online netwerk van twitterende ambtenaren een naar binnen gericht professioneel netwerk: vrijwel alle actoren zijn (direct of indirect) verbonden aan de overheid; het maatschappelijke middenveld ontbreekt.
Ambtelijke dilemma?s
Ambtenaren herkennen dit beeld. Hun verklaringen over het feit dat slechts een klein gedeelte van hun beroepgroep in de openbaarheid treedt, hebben we opgedeeld in vier categorie?n:
Politiek-bestuurlijk: Ondanks dat de samenleving steeds horizontaler geori?nteerd is, blijven binnen de overheid verticale structuren zichtbaar. ?We zijn er voor de samenleving, maar werken voor de minister?, aldus een ambtenaar tijdens de expertsessie.
Maatschappelijk: De overheid ligt onder een vergrootglas, vooral in de nieuwe media. En in hoeverre is de netwerksamenleving ge?nteresseerd in lineaire beleidsprocessen?
Media: Er bestaat een paradoxaal verband tussen een interactieve en snelle overheid enerzijds en een betrouwbare en precieze overheid anderzijds. Het is niet altijd even gemakkelijk om de berg aan (digitale) informatie (snel) te duiden en hierop in te spelen.
Priv?: Niet iedere ambtenaar wil even herkenbaar zijn als ambtenaar. Hoe ver kun je gaan in het verspreiden van je eigen mening over maatschappelijke kwesties? Sommige ambtenaren zien dit overigens juist als manier om hun carri?re een boost te geven.
Paradox
Blijkbaar zijn ambtenaren het wel eens met de opvatting dat de overheid moet kantelen en zich de horizontale structuur eigen moet maken. Hun daadwerkelijke gedrag sluit hier echter niet bij aan. Hun dossier ligt gevoelig, de samenleving is er druk over in gesprek, niets doen lijkt misschien de veilige oplossing. Kunnen we dat ook omdraaien? Hoe kunnen ambtenaren op een positieve manier onderdeel worden van het gesprek en hun kennis delen? Dat is de uitdaging voor de komende jaren.
Natuurlijk was er wel wat aan de hand in Haren: Een paar duizend jongeren trokken naar het dorp, er werden winkelruiten ingegooid, sigaretten bij de Albert Heijn geplunderd, en er waren een aantal voornamelijk licht gewonden. Eigenlijk was ?Project X Haren? vergelijkbaar met een uit de hand gelopen voetbalwedstrijd. De aandacht die de ?Facebookrellen? kregen was echter enorm. Het beheerste het nationale nieuws, kwam op CNN en Al Jazeera. Er zou zelfs een kleine wereldoorlog zijn uitgebroken.
Uit het antropologische onderzoek van Erik B?hre en Gerard van den Broek blijkt dat de zware veroordeling van de Facebookrellen voor een belangrijk deel het gevolg is van morele paniek en verontwaardiging. ?Project X Haren? werd een podium waarop mensen hun zorgen kwijt konden over de jeugd in tijden van crisis, over de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologie?n. Misschien was Haren ook niet zo?n toevallige locatie. Haren groeide uit tot het stereotype, elitaire dorp dat weinig last leek te hebben van de recessie.
Onderstaand artikel is van Nicole Nederhoed dat eerder op Frankwatching verscheen en is een mooie inleiding op haar onderzoek (onderaan deze post).
Sinds de komst van social media verplaatst het sociale leven van de burger zich steeds meer naar de online wereld. Voor een dienstverlenende organisatie als de politie is het dan ook belangrijk om mee te gaan met de ontwikkelingen in de samenleving en om zich aan te sluiten bij de online actieve burger.
Social media bekeken vanuit de wijkagent
De afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar het gebruik van?social media binnen de politieorganisatie.?Deze onderzoeken richtten zich voornamelijk op de bijdrage die social media kunnen leveren aan het politiewerk, de effecten van het gebruik op het veiligheidsgevoel van de burger en de vraag of het gebruik van social media bijdraagt aan positieve beeldvorming over de politieorganisatie. Maar hoe ervaren politieagenten het gebruik van social media? En wat is de invloed van social media op het politiewerk? Heeft de komst van social media de werkzaamheden van de politie veranderd? Daarover is nog maar weinig bekend. In mijn onderzoek heb ik social media bekeken vanuit een ander perspectief, namelijk dat van?de wijkagent.?De wijkagent vormt een belangrijke schakel tussen de politieorganisatie, burgers en/of externe partijen met betrekking tot het geven en verkrijgen van informatie. Bovendien is de twitterende wijkagent tegenwoordig niet meer weg te denken als het gaat om externe communicatie door de politieorganisatie. Het doel van mijn onderzoek was om inzicht te verkrijgen in de manier waarop social media invloed hebben op de dagelijkse werkzaamheden van de wijkagent. Daarnaast heb ik onderzocht in hoeverre het gebruik van social media de werkzaamheden van de wijkagent hebben veranderd.
De inzet van social media
Omdat social media een nieuwe sociale omgeving hebben gecre?erd waar de burger volop actief is, kan de politie op dit vlak niet achterblijven. De inzet van de social media door de politieorganisatie wordt dan ook ervaren als een zeer positieve ontwikkeling. Respondenten geven aan dat het gebruik van social media tegenwoordig zelfs onmisbaar is in het politiewerk, omdat het d? manier is om de burger te bereiken. “Tegenwoordig leest bijna niemand meer een krant, je moet alles via de televisie of de radio doen. En als je de jeugd wilt bereiken, die luisteren amper naar een radiozender waarop gepraat wordt. Door het gebruik van social media kunnen we ze wel bereiken.? Ondanks het feit dat wijkagenten veel gebruik maken van social media (met name Twitter), geven zij aan (nog) geen duidelijke invloed te ervaren op de werkzaamheden of de manier waarop deze worden uitgevoerd. Maar als we kijken naar de resultaten van het onderzoek lijken social media wel degelijk hun sporen na te laten.
Zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en bereikbaarheid
De dagelijkse werkzaamheden van de wijkagent bestaan voornamelijk uit het opbouwen en in stand houden van contacten en een vertrouwensrelatie met de burger. Hierbij gaat het om het bevorderen van de zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en bereikbaarheid van de politie. Door gebruik te maken van Twitter draagt de wijkagent bij aan het vergroten van de zichtbaarheid, want ondanks het feit dat de wijkagent het liefst fysiek aanwezig is in de wijk, ziet de burger de wijkagent maar zelden op straat.
Offline contact blijft voorop staan
Door (actieve) aanwezigheid op een sociaal medium als Twitter is de wijkagent online zichtbaar. Dit geldt ook voor de aanspreekbaarheid en bereikbaarheid. De burger kan hierdoor snel en gemakkelijk in contact komen met de wijkagent en deze lijkt 24/7 bereikbaar. Toch beseffen de ondervraagde wijkagenten maar al te goed dat een groot deel van de bevolking (nog) niet actief is op social media. Het ?offline? contact met de burger blijft daarom voor hen vooropstaan.
Een van de respondenten merkte echter het volgende op: ?je hebt een beetje een verschuiving van zichtbaarheid naar bereikbaarheid. Veel burgers roepen altijd ?we zien de politie nooit!?. Maar wil jij een politieagent zien? Nee, pas als er iets is en als je hem nodig hebt, d?n wil je een politieagent zien. Je wilt dan weten waar die bereikbaar is. Het is belangrijk dat men weet dat wij er zijn als er politie nodig is. Ook al zijn we niet altijd zichtbaar aanwezig, we zijn er wel, alleen zijn we soms met andere dingen bezig. Bereikbaarheid is heel belangrijk.?
Toename aanspreekbaarheid
Met het toenemen van het aantal twitterende wijkagenten neemt ook de aanspreekbaarheid toe. Doordat Twitter laagdrempelig contact mogelijk maakt, lijken burgers sneller geneigd de wijkagent aan te spreken. ?Mensen laten ook weten dat ze het prettiger vinden via Twitter contact te zoeken met de politie. Wanneer burgers 0900-8844 moeten bellen, dan zijn ze zo een half uur verder. Met een persoonlijk bericht via Twitter hebben ze direct contact met de desbetreffende wijkagent.? Snelle en gemakkelijke aanspreekbaarheid en bereikbaarheid van de wijkagent via social media lijken dus aan terrein te winnen. Het gebruik van social media draagt ook bij aan het kennen en gekend worden, een belangrijk kenmerk van de wijkagent. ?Mensen herkennen mij als ?die twitterende wijkagent?, en stappen sneller op me af om een praatje te maken.? In sommige gevallen wordt offline contact dus gemakkelijker gelegd en komen gesprekken sneller op gang.
Transparantie en imago
Door zijn schakelfunctie neemt de wijkagent ook een belangrijke positie in als het gaat om het imago van de politieorganisatie. Een goed imago en ook vertrouwen en begrip van de burger zijn van groot belang voor een dienstverlenende organisatie als de politie. Een goede relatie met de (betrokken) burger zorgt ervoor dat de veiligheid beter gehandhaafd kan worden. Door het gebruik van Twitter kan de wijkagent transparant zijn met betrekking tot zijn werkzaamheden en kan actuele informatie aan de burger worden verstrekt.
Bewoners Timorstraat-Bandoengstraat-Medanstraat per brief op de hoogte gesteld van nieuwe parkeerverbodzone. Binnenkort handhaven. #bekeuren ? Wijkagent Nederhoed (@a_nederhoed) November 27, 2012
Door de burger op deze laagdrempelige manier op de hoogte te houden van spelende problemen in de wijk en door resultaten terug te koppelen, lijkt de burger meer begrip te krijgen voor het politiewerk en lijkt het vertrouwen in de politie te groeien.
Opsporing
Social media hebben dus invloed op de communicatie met de burger, anders dan voorheen kan op een snelle, gemakkelijke en laagdrempelige manier met de burger gecommuniceerd worden. Daarnaast maakt het gebruik van social media het werk van de wijkagent in zekere zin gemakkelijker door bijvoorbeeld de mogelijkheid om op een snelle en eenvoudige manier aan (opsporings-)informatie te komen. Vooralsnog lijkt het er niet op dat de wijkagent zijn werkzaamheden op een andere manier uitoefent, social media worden met name gezien als hulpmiddel bij de uitoefening van de werkzaamheden. Toch is opvallend dat met de inzet van social media door de politieorganisatie de opsporing in een aantal gevallen anders aangepakt lijkt te worden. Burgerparticipatie bij opsporing Sinds het gebruik van social media kan de politie de burger snel en gemakkelijk laten participeren in de opsporing, daar wordt dan ook veel gebruik van gemaakt. De politie is immers een informatieafhankelijke organisatie. ?De inwoners in mijn wijk zijn mijn extra oren en ogen, als wij niet in de wijk zijn dan weten we niet wat er gebeurt, de wijkbewoners wel. We zijn natuurlijk een bedrijf dat met lege handen staat tot iemand een melding of aangifte komt doen, vervolgens kunnen wij handelingen gaan verrichten.? Door de hulp van de burger in te roepen krijgt de politie snel (extra) informatie aangereikt, waardoor zij soms minder afhankelijk is van hetgeen uit eigen onderzoek volgt.
Bij verdachte omstandigheden kunt u altijd bellen met 112. De meeste aanhoudingen van woninginbraken vinden plaats na meldingen van burgers. ? Politie Nederland (@Politie) December 2, 2012
Social media maken preventieve aanpak mogelijk De informatie die de wijkagent ontvangt via social media kan de werkzaamheden en de aanpak van problemen in bepaalde mate sturen. Veel meldingen via Twitter vereisen een reactieve aanpak, maar social media kunnen ook een preventieve aanpak mogelijk maken. Door het gebruik van social media kan de wijkagent conflicten en spanningen in de wijk, maar ook bij evenementen ontdekken. Daar kan vervolgens door de politie op ingespeeld worden. Aan de andere kant kan de wijkagent door het gebruik van social media de burger op een eenvoudige manier sturen of be?nvloeden. Zo kan snel gereageerd worden op geruchten en onwaarheden en kan de burger bij heersende onrust rondom misdrijven gerustgesteld worden.
Werk en priv?
Het gebruik van Twitter lijkt de meeste invloed te hebben op de scheiding tussen werk en priv?. De wijkagent heeft over het algemeen een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en is nieuwsgierig van aard. Omdat de wijkagent priv? gebruik mag maken van de werktelefoon, is hij ook buiten werktijd gemakkelijk bereikbaar en sneller betrokken bij het werk. Bovendien houdt de berichtenstroom via social media nooit op, met als gevolg dat men thuis sneller de telefoon pakt en de berichten van Twitter even snel doorleest en eventueel doorstuurt.
Geen hype, maar realiteit
Door de verschuiving van sociale contacten naar de online wereld is de politieorganisatie gedwongen hierin mee te gaan. De politieorganisatie heeft hier een enorme omslag gemaakt, de hi?rarchische en gesloten organisatiecultuur stond haaks op het sociale en openbare karakter van social media. Tegenwoordig is er sprake van een (meer) open en transparante organisatiecultuur, de burger krijgt inzicht in de werkzaamheden en wordt steeds meer betrokken bij het politiewerk. Rubik’s CubeHoewel social media een relatief nieuw fenomeen zijn, is gebleken dat het nu al onmisbaar is in het politiewerk. De ontwikkelingen op dit gebied zullen zich voort blijven zetten, waardoor het gebruik van social media in de komende jaren een steeds belangrijkere rol zal gaan spelen in het werk van de wijkagent. Social media zijn geen hype meer, maar een realiteit.
Download het complete onderzoek?hier in PDF-formaat, of bekijk het in slideshare:
Burgers kunnen via internet helpen overvallers op te sporen. Op de site www.overvallersgezocht.nl worden overvallers in Amsterdam op een website gezet. Bezoekers die het profiel van de overvaller herkennen, kunnen via een tipformulier reageren of gewoon de politie bellen. De site is een proef en ging in juli 2008 in de lucht. Het lijkt het tv-programma Opsporing Verzocht, alleen dan op internet. Politiekorps Amsterdam Amstelland is zeker niet de eerste die beelden van overvallers op internet plaatst. Via de rubriek ‘Smile, je staat op GeenStijl’, waar filmpjes van misdrijven staan worden regelmatig zaken in beeld gebracht.
De site?www.overvallersgezocht.nl is een initiatief van de politie Amsterdam en richt zich specifiek op overvallers. Zoals?www.politieonderzoeken.nl zich bevindt in de long tail van moord en doodslag, zo richt deze site zich alleen op overvallers. Foto?s van daders worden aan het publiek getoond in de hoop dat deze overvallers worden herkend. Tevens staat in tekst toegelicht hoe de overvaller te werk is gegaan en op welke locatie hij actief is geweest. Op?www.overvallersgezocht.nl kan naar foto?s van overvallers gekeken worden en bestaat de mogelijkheid een abonnement te nemen op een RSS-feed. Tevens kan de bezoeker zich aanmelden voor een nieuwsbrief. Bezoekers kunnen reageren op onderzoeken door eigen tips, visies en scenario?s in te sturen. In de toekomst zal de site worden uitgebreid waarbij het mogelijk wordt zeer snel na een overval een onderzoek op de site te plaatsen.