Kijk uit! Burger op de uitkijk

In het coalitieakkoord (mei 2018) heeft de gemeente Den Haag aangegeven dat ze WhatsApp-groepen in de buurt willen ondersteunen (Neighbourhood WhatsApp Groups: NWAG’s). Het doel van de ondersteuning is het vergroten van de burgerparticipatie en het verbeteren van het veiligheids- en veiligheidsgevoel in de wijk. Momenteel is er geen stadsbrede benadering om buurtwhatsappgroepen te ondersteunen.

Momenteel is er geen stadsbrede benadering om NWAG’s te ondersteunen. De vraag is dus: hoe kan een ondersteuningsstructuur worden opgezet voor het succes op lange termijn van NWAG’s? Dit wordt in dit ontwerpproject beantwoord en ondersteund door het onderzoek dat gedurende het project is uitgevoerd.

Voor het opzetten van een succesvolle ondersteuningsstructuur is inzicht verkregen in de wensen voor ondersteuning en de bijdragen van de steun die in andere gemeenten wordt gegeven. De moeilijkheid voor politie en gemeente is dat ze veel aannames hebben met betrekking tot het ondersteunen van NWAG’s. Hoewel deze veronderstellingen in werkelijkheid niet bestaan of opgelost kunnen worden, houden ze de politie en de gemeente tegen om te beginnen met het geven van (delen van) de steun die bewoners verlangen.

Het onderzoek toonde ook aan dat ondersteuning zeer wenselijk is voor bewoners. Het aantal inwoners dat een NWAG start en onderhoudt, neemt toe als er enige vorm van ondersteuning wordt gegeven. Bewoners willen hulpmiddelen ontvangen om een NWAG op te zetten en willen informatie uitwisselen met politie en gemeente over hun buurt. Bewoners vinden het evident en vanzelfsprekend dat de gemeente de NWAG’s op deze manier ondersteunt en begrijpt niet waarom dit nog niet het geval is.

De co?rdinator van een NWAG heeft een centrale rol, aangezien hij de NWAG beheert. Daarom was het doel van het ontwerp om ondersteuning te cre?ren voor co?rdinatoren. Het principe van het maken van een WhatsApp-beheerdersgroep (WWAG) wordt gebruikt, omdat die groep alle co?rdinatoren in een wijk, een gemeentebeambte en (wijk) politie bevat. De focus ligt op het helpen van bewoners om een NWAG te starten, co?rdinatoren aan te sluiten bij de WWAG en te schetsen wat WWAG zou moeten doen.

Op basis van het gebruikersonderzoek zijn de volgende ontwerprichtlijnen opgesteld om ondersteuning te bieden aan co?rdinatoren:

1. Houd informatie bij evenals activiteiten over veiligheidsgerelateerde onderwerpen.

2. Presenteer informatie en activiteiten eenvoudig, zodat het doel duidelijk is.

3. Streef ernaar om co?rdinatoren bij de besluitvorming te betrekken bij het instellen en uitvoeren van WWAG van bepaalde taken die de WWAG onderhouden.

4. Leg geen verplichtingen op aan co?rdinatoren om lid te worden van de WWAG.

5. Maak duidelijke afspraken tussen alle WWAG-leden voor wederzijds begrip.

6. Toon waardering voor de co?rdinatoren in persoon.

7. Bied praktische hulpmiddelen die co?rdinatoren ondersteunen, voornamelijk in de startfase.

De ontworpen?ondersteuningsservice bestaat uit twaalf contactpunten. Touchpoints zijn middelen om interacties tussen co?rdinatoren en de ondersteuningsdienst tot stand te brengen. De touchpoints tonen de minimale middelen die de gemeente zou moeten gebruiken om ondersteuning te bieden aan NWAG’s.

De ondersteunende dienst helpt bewoners bij te dragen aan een veilige buurt om in zichzelf te leven. Dit verhoogt de participatie van bewoners evenals gemeentelijke en politie-ambtenaren in de buurt.

Dit rapport toont het proces van het ontwikkelen van de touchpoints en legt de richtlijnen en touchpoints in detail uit, evenals de implementatie van de touchpoints.?

E. Wennekers (2018). Watch it! Resident on the lookout: Design of a support service for neighborhood WhatsApp groups.

[slideshare id=126175212&doc=masterthesiselkewennekers-181218082009&type=d]

[slideshare id=126175394&doc=posterelkewennekers-181218082328&type=d]

[slideshare id=126175606&doc=appendixelkewennekers-181218082725&type=d]
Bronnen: TUDelft

Eerste hulp bij cyberincidenten? Update het meldproces!

Door: Petra Vermeulen en Arnout de Vries, eerder?gepubliceerd in tijdschrift voor de politie

Een nepmail van de bank, online shoppen op een malafide website, een naaktfoto die op het internet belandt, bitcoins moeten betalen om toegang tot een computer terug te krijgen, of niet kunnen internetbankieren door een DDoS aanval. Cyberincidenten treffen onze samenleving steeds vaker.[1]?De impact van deze cyberincidenten kan groot zijn. Zelfs z? groot dat iemand besluit een einde aan het leven te maken. In 2017 pleegde de 15-jarige scholier Onur zelfmoord, na het ontdekken van naaktfoto?s op sociale media.[2]

Hoewel de gevolgen ernstig kunnen zijn, blijft het aantal meldingen van cyberincidenten beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde in september 2017 dat driekwart van de cyberdelicten niet wordt gemeld.[3]?Dit terwijl er naar schatting ruim 2,5 miljoen cyberdelicten werden gepleegd en melden belangrijk is een compleet beeld van cyberincidenten (online diefstal, verstoringen, configuratiefouten, et cetera) te krijgen om trends te kunnen signaleren, te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en om te prioriteren in wat er moet worden aangepakt. Volgens de?Cyber Security Raad?(CSR) moeten het meld- en aangifteproces plus de opvolging ervan dan ook worden verbeterd door het proces eenvoudiger te maken.[4]?Maar hoe ziet het huidige proces er precies uit? Waar is nog ruimte voor verbetering? En wat betekent dit voor de?Landelijke Meldkamer Samenwerking? De door TNO uitgevoerde korte verkenning ?Melden Cyberincidenten? pakt deze vragen op.

De korte verkenning leert dat het meldproces voor cyberincidenten nu nog is ingericht vanuit een klassiek veiligheidsoogpunt. Voor vitale aanbieders met een directe link naar de nationale veiligheid is er een centraal meldpunt ingericht. Vanuit veiligheidsoogpunt is dit begrijpelijk. Vitale processen zijn essentieel voor onze samenleving. Uitval of verstoring van deze processen leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting of vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. De overheid werkt via het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) dan ook samen met de vitale aanbieders, inlichtingendiensten, en hulpverleners om crisisbeheersing goed te regelen.[5]?Maar voor andere partijen als bedrijven en burgers, die vooral persoonlijke schade ondervinden, is er geen centraal meldpunt. En dat is een gemiste kans, want een dergelijk centraal en landelijk meldpunt is wel nodig.

In de eerste plaats zijn incidenten in de cyberwereld niet los te zien van de fysieke wereld. Toegegeven, cyberincidenten bij bedrijven of burgers hebben veelal geen directe gevolgen voor de nationale veiligheid. Ook hebben dergelijke incidenten niet altijd gevolgen voor de fysieke veiligheid. Daarom is de noodzaak van het melden bij deze doelgroepen anders dan bij vitale aanbieders of klassiek 1-1-2 gebruik. Maar er kunnen wel degelijk fysieke gevolgen voortkomen uit een cyberincident. Cyberincidenten hebben zelfs steeds vaker fysieke impact op personen, bedrijven, overheid of de openbare orde en, zoals de zaak van de 15-jarige Onur aantoont, kunnen incidenten verregaande schade veroorzaken waarbij zelfs mensenlevens in gevaar komen.[6]

Ten tweede is er voor burgers nu geen centrale partij die helpt dreigingen zoveel mogelijk te mitigeren, waardoor deze groep relatief kwetsbaar is. Zeker, er zijn veel meldpunten beschikbaar, verdeeld over diverse type incidenten. Zo kan men voor spam terecht bij de website spamklacht (onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt), voor kinderporno bij het Meldpunt Kinderporno, voor grooming, sexting, sextortion, voor online seksueel misbruik bij helpwanted.nl, voor identiteitsfraude bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI) van de rijksoverheid en voor phishing (bankfraude) bij de eigen bank, internetprovider of politie. Maar de veelvoud aan meldpunten maakt het voor burgers lastig om snel het juiste meldpunt te vinden.

Weinig prikkels
Een centraal meldpunt zou dus een verbetering zijn, maar er valt meer te verbeteren blijkt uit de verkenning. Zo toont de verkenning aan dat er weinig handelingsperspectieven worden geboden, zelfs niet als er bij de politie aangifte wordt gedaan. Hierdoor zijn er vermoedelijk weinig prikkels om (nogmaals) te gaan melden. Ook de 1-1-2 meldkamer biedt nog geen eenduidige handelingsperspectieven bij cyberincidenten. Dit terwijl de meldkamer voor burgers een essenti?le ?lifeline? is, een reddingsboei bij alle acute hulpvragen.[7]

Een centraal (uit maatschappelijk oogpunt ingericht) meldpunt of noodnummer zou dan ook een plek moeten zijn waar burgers terecht kunnen voor zowel informatie over bijvoorbeeld aanwezige kwetsbaarheden en dreigingen, als voor preventieadvies (wat te doen om te voorkomen dat je slachtoffer wordt) en hulpverlening (wat te doen als je t?ch slachtoffer wordt).

Het niet-vitale bedrijfsleven bevindt zich overigens in een vergelijkbare situatie als de burgers. Ook hier kennen online incidenten regelmatig fysieke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan verstoring door een DDoS aanval, of een datalek zoals bij de commerci?le datingsite Ashley Madison waarbij (e-mail)adressen, telefoonnummers, geboortedata, foto?s en versleutelde wachtwoorden op straat kwamen te liggen. Leden ontvingen daarop ook fysieke bedreigingen en vreesden zelfs voor hun leven.[8]

Net als bij burgers heeft ook deze doelgroep te maken met versnippering in het meldlandschap en een gebrek aan handelingsperspectieven. Men heeft het gevoel dat melden geen zin heeft.[9]?Voor concrete hulp zijn bedrijven nu aangewezen op (kostbare) private ICT-dienstverleners. Er is nog geen eenduidige (nood)hulp bij maatschappelijke onrust of schade in de keten als gevolg van een cyberincident. Weliswaar heeft de overheid in 2018 een?Digital Trust Center?(DTC) opgezet om de cyberweerbaarheid van bedrijven te verbeteren, maar het DTC biedt slechts enkele handelingsperspectieven via een doorverwijspagina, en is op zichzelf geen meldpunt (dus ook geen noodnummer) of CERT.[10][11]?Het DTC is momenteel vooral gericht op het beperken van economische schade via informatiedeling, niet op het inrichten van maatschappelijke hulpverlening.

Concluderend zijn er voor vitale aanbieders en niet-vitale bedrijven diverse processen opgezet om de cyberweerbaarheid te verhogen en cybercrises te mitigeren. Voor burgers is dit echter nog niet het geval, waardoor deze groep bijzonder kwetsbaar is. Bij cyberincidenten is er daarnaast geen enkele vorm van hulpverlening beschikbaar: spoed of niet.

Dit alles zorgt ervoor dat bedrijven en burgers weinig worden gestimuleerd om incidenten te melden. Men heeft het gevoel dat dit geen zin heeft. Om het melden van cyberincidenten voor deze groepen te stimuleren en om ervoor te zorgen dat ook in de online wereld burgers en bedrijven geholpen worden bij acute hulpvragen, is een update nodig: een update naar ??n online meldpunt, een update van de samenwerking tussen meldpunten en vooral een update van de geboden handelingsperspectieven. Alleen zo zal het melden van cyberincidenten meer zin krijgen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden. Dit multidisciplinaire onderzoeksprogramma voert TNO uit in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid, het programma LMS en de verschillende partners in het meldkamerdomein. De publicatie wordt breed verspreid om de opgebouwde kennis ten goede te laten komen aan het gehele meldkamerdomein en ook aan aanpalende domeinen. De publicatie kan tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven niet gezien worden als het beleidsstandpunt van betrokken partijen.

[1]?VTM Groep, 2018. ?Aantal cybersecurity incidenten in 2017 bijna verdubbeld?. Februari 2018. Beschikbaar via:?https://www.vtmgroep.nl/nieuws/aantal-cybersecurity-incidenten-in-2017-bijna-verdubbeld

[2]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[3]?Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2017. Driekwart van de cybercrimedelicten niet gemeld. Datum: 25-09-2017. Beschikbaar via:?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/39/drie-kwart-cybercrimedelicten-niet-gemeld

[4]?Cyber Security Raad (CSR), 2017. Naar een landelijk dekkend stelsel informatieknooppunten ? Advies inzake informatie-uitwisseling met betrekking tot cybersecurity en cybercrime. CSR-advies 2017 nr 2. Beschikbaar via:?https://www.cybersecurityraad.nl/binaries/CSR-advies%202017%20nr.%202%20-%20Naar%20een%20landelijk%20dekkend%20stelsel%20van%20informatieknooppunten_tcm56-269317.pdf

[5]?Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), 2018. ?ICT Response Board? ; ?Information Sharing and Analysis Centers (ISAC?s)?; en ?Weerbare Vitale Infrastructuur?. 2018. Beschikbaar via:?https://www.ncsc.nl/samenwerking/ict-response-board.html?en?https://www.ncsc.nl/samenwerking/isacs.html?en?https://www.nctv.nl/binaries/18.%20Factsheet%20Vitale%20Infrastructuur_tcm31-32336.pdf

[6]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[7]?Gebaseerd op Wet Veiligheidsregio?s, ? 6., artikel 35

[8]?Vice News, 2015. ?How the Ashley Madison Hack Could Threaten People?s Lives?. Beschikbaar via:?https://news.vice.com/article/how-the-ashley-madison-hack-could-threaten-peoples-lives

[9]?Forum, VNO-NCW, 2016. Forum-onderzoek: nationale politie heeft ondernemers niets opgeleverd. En opiniestuk: Help, ik ben gehackt! D?t kun je dan verwachten van de politie. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/forum/forum-onderzoek-nationale-politie-heeft-ondernemers-niets-opgeleverd. En:?https://www.vno-ncw.nl/forum/help-ik-ben-gehackt-d%C3%ADt-kun-je-dan-verwachten-van-de-politie-0

[10]?VNO-NCW, 2018. ?Factsheet Digital Trust Centre (DTC)?. Maart 2018. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/meer-informatie/factsheet-digital-trust-centre-dtc

[11]?CERT staat voor Computer Emergency Response Team, en wordt ook wel CSIRT (Computer Security Incident Response Team) genoemd. Het zijn aparte organisaties of organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, isoleren en mitigeren van computer- en informatiebeveiligingsincidenten in computers of netwerken. Daarmee wordt de beschikbaarheid van informatiestromen en diensten gegarandeerd. In Nederland hebben de vitale aanbieders vaak een eigen CERT/CSIRT. Daarnaast is er een nationale CERT/CSIRT voor de rijksoverheid: NCSC-NL. Zie ook:?https://www.cert.nl/

Bron: Tijdschrift voor de politie

Burgerparticipatie in het politiedistrict Oost-Utrecht: kwalitatief onderzoek naar de kansen

Auteurs: Roelof Benning en Job Nauta

Onveiligheid wordt in toenemende gezien als maatschappelijk probleem. Dit komt door de nieuwe opvattingen over de verhouding tussen burgers en de overheid sinds de jaren tachtig.
In het verleden werd de burger bij criminaliteit en overlast vooral om een passieve reactie gevraagd (politie bellen en niets doen), terwijl we nu zien dat er een actieve bijdrage wordt verwacht in de strijd tegen onveiligheid. We zien vandaag de dag dan ook steeds vaker allerlei vormen van samenwerking met de burger.

In het politiedistrict Oost-Utrecht hebben een aantal incidenten plaatsgevonden waarbij er sprake was van een grote maatschappelijke impact, grote burgerbetrokkenheid en ook samenwerking met de burger. Denk hierbij aan een serie autobranden in Den Dolder en de zaken Romy en Savannah en Anne Faber.

De omvang van deze zaken, de verwachting dat de intensiteit en frequentie van burgerparticipatie alleen maar toe zal nemen en het gebrek aan kennis over burgerparticipatie binnen het district, zijn aanleiding geweest voor dit onderzoek. De centrale vraag van dit onderzoek luidt:

Waar liggen volgens de literatuur, politiemensen en burgers de kansen voor district Oost- Utrecht met betrekking tot burgerparticipatie?

We hebben deze vraag door middel van een kwalitatief onderzoek beantwoord. Naast het bestuderen van literatuur, hebben wij een vragenlijst onder politiemensen uitgezet en een tweetal focusgroepinterviews uitgevoerd. Deze interviews voerden wij met burgerrechercheurs uit Den Dolder en buurtvaders in Amersfoort.

We hebben onderzocht wat het begrip burgerparticipatie inhoudt en hoe het wordt omschreven. Het begrip burgerparticipatie is geen zwart-wit-begrip. Hoe het wordt gedefinieerd, hangt vaak af van de context waarin het gebruikt wordt en het referentiekader van de betreffende persoon of instantie. De opbrengsten van burgerparticipatie zijn de toename van het veiligheidsgevoel, meer vertrouwen in de politie, een afschrikwekkende preventieve werking op criminaliteit en overlast, een grotere meldingsbereidheid en daarmee samenhangend, een betere informatiepositie.

Vervolgens zijn we in de literatuur op zoek gegaan naar succes- en faalfactoren, randvoorwaarden en aanbevelingen op het gebied van burgerparticipatie. Belangrijke factoren voor burgerparticipatie zijn betrokkenheid, vertrouwen, eigenaarschap, sociale kracht, zelfredzaamheid en respect voor burgers. Best persons, sleutelfiguren in participatienetwerken, hebben een belangrijk aandeel in de samenwerking met burgers.

Onze derde deelvraag richtte zich op hetgeen er binnen het district geregeld is met betrekking tot burgerparticipatie, hoe politiemensen de samenwerking met de burger ervaren en wat zij daarbij nodig hebben. In het Inrichtingsplan en Deelrealisatieplan Midden- Nederland wordt het belang van burgerparticipatie op landelijk en eenheidsniveau benadrukt. In het district is weinig vastgelegd of geborgd. Het is overigens niet zo dat er niets gebeurt.

Op één basisteam na, hebben alle basisteams en de districtelijke recherche een operationeel expert of specialist die burgerparticipatie in zijn portefeuille heeft. De activiteiten richten zich echter voornamelijk op social media en het beheren van WhatsAppgroepen. Daarnaast kent het district de bondgenotenaanpak. Politiemensen geven aan overwegend goede ervaringen met burgerparticipatie te hebben, maar zij missen wel tijd, middelen en kennis. Uit de resultaten van de focusgroepinterviews blijkt dat zij burgerparticipatie voornamelijk zien als het fungeren als ogen en oren voor de politie. Zij spreken overwegend positief over hun samenwerking met de politie. Communicatie en terugkoppeling worden

genoemd als belangrijke punten in de samenwerking. Daar waar de politie duidelijk uitleg gaf en het belang van de samenwerking benadrukte, was te zien dat er daadwerkelijk een gedragsverandering bij de burgers plaatsvond. De kracht van burgerparticipatie is door de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders duidelijk aangetoond.

Conclusie en aanbevelingen
Ons onderzoek laat het belang van burgerparticipatie zien. De twee kansen die wij voor het district Oost-Utrecht op het gebied van samenwerking zien, zijn het ontwikkelen en uitbreiden
van de vormen van burgerparticipatie die momenteel in het district worden uitgevoerd en het uitbreiden van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie.

De eerste kans voor ons district richt zich op het uitbreiden en borgen van burgerparticipatie in het district. Burgerparticipatie zou structureel in meer vormen moeten worden ontplooid. Met uitzondering van de coördinatie van WhatsAppgroepen, het verspreiden van informatie via social media (zoals burgerparticipatie in de meeste portefeuilles is vormgegeven) en de bondgenotenaanpak, kenmerkt burgerparticipatie in het district zich als incidenteel en gericht op improvisatie en ad-hocsituaties. Succesvolle voorbeelden van burgerparticipatie, zoals de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders, komen gefragmenteerd voor.

De tweede kans, het uitbreiden van de rol van de portefeuillehouders, ligt in het feit dat zij als best persons in de organisatie en in de samenwerking met burgers een sleutelrol kunnen vervullen in het ontwikkelen van burgerparticipatie. Op dit moment geven collega’s die met burgerparticipatie zijn belast aan, dat zij over onvoldoende tijd en kennis beschikken om burgerparticipatie te ontwikkelen. Dat resulteert momenteel in een beperkte benutting van het potentieel dat burgerparticipatie in zich heeft.

Aanbevelingen
De aanbevelingen richten zich op de twee ontwikkelingsmogelijkheden die in de conclusie zijn benoemd. De aanbevelingen per kans zijn:

1. De uitbreiding en borging van burgerparticipatie
– Formuleer een gezamenlijke visie op burgerparticipatie.
– Organiseer structurele en functionele samenwerking met burgers.
– Borg kennis en ervaring, maak portefeuillehouders daarvoor verantwoordelijk.
– Faciliteer participerende politiemensen in tijd.

2. De uitbreiding van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie
– Breid het aantal verantwoordelijken voor burgerparticipatie uit.
– Faciliteer portefeuillehouders in tijd en kennis.
– Breid de portefeuille burgerparticipatie uit.
– Organiseer een structureel (ontwikkelings)overleg tussen portefeuillehouders.

Tot slot hebben wij een denkkader opgesteld met onze belangrijkste bevindingen. Deze kan worden gebruikt bij de ontwikkeling van burgerparticipatie in het district en is in het hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen te vinden.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425371&doc=kansenvoorburgerparticipatiedistrictoostutrecht-200909071257&type=d]

Bron: Politieacademie

Vergroten burgerparticipatie bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt

Vergroten burgerparticipatie bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt in Zeeland-West-Brabant, auteur Ayse Demirtas

Zuid-Nederland is een van de concentratiegebieden van ondermijnende criminaliteit, met name op het gebied van hennepproductie. Vooral in Noord-Brabant, maar tevens in Limburg en Zeeland wordt veel hennep geproduceerd, waarbij zeer grote winsten worden gemaakt. Georganiseerde misdaad brengt echter grote schade toe aan de Nederlandse samenleving. Er is sprake van (financiële) vermenging van de onderwereld met de bovenwereld, ondermijning van het openbaar gezag en invloed van criminele macht. Hoewel de politie zich intensief bezig houdt met de aanpak van georganiseerde hennepteelt, vindt de teelt van hennep nog altijd op grote schaal plaats. Derhalve is nog een langdurige en intensieve inzet vereist. De aanpak van georganiseerde hennepteelt is lastig zonder actieve betrokkenheid en bewustwording van maatschappelijke organisaties en burgers. Burgers staan in principe open voor de initiatieven van de politie om hen mee te laten helpen bij de opsporing, zoals de Amber Alert en Burgernet.

De bereidheid ligt echter laag wanneer het de hennepteelt betreft. Burgers blijken dan niet te praten en houden hun mond dicht. Er is behoefte aan het vergroten van burgerparticipatie, specifiek bij de opsporing van georganiseerde hennepteelt in het werkgebied van de eenheid Zeeland-West-Brabant. Er is echter sprake van een gebrek aan kennis over de wijze waarop burgerparticipatie thans plaatsvindt en hoe dit verbeterd kan worden. Eerdere onderzoeken naar de burgerparticipatievormen zijn namelijk gedateerd. Bovendien is het niet specifiek gericht op de aanpak van hennep en ook niet op het werkgebied van de eenheid Zeeland-West-Brabant. Aangezien burgerparticipatie vanwege technologische ontwikkelingen onderhevig is aan veranderingen, is de kans echter groot dat er inmiddels nieuwe burgerparticipatievormen zijn ontstaan. Derhalve is er sprake van een kennislacune op dit gebied en is er behoefte aan dit scriptieonderzoek. Door te achterhalen wat de overwegingen van burgers zijn om al dan niet bij te dragen aan de opsporing, zouden vervolgens de redenen om niet te participeren weggenomen kunnen worden en kan de samenwerking met burgers worden vergroot. De doelstelling van dit onderzoek is tweeledig. Op de eerste plaats moet het onderzoek inzicht geven in de wijze waarop burgerparticipatie bij de opsporing van georganiseerde hennepteelt thans plaatsvindt in Zeeland-West-Brabant. Ten tweede dient zicht verkregen te worden op de positieve en negatieve overwegingen van burgers die een rol spelen bij de meldingsbereidheid.

Burgers kunnen verschillende redenen hebben om wel of niet te participeren bij de aanpak van georganiseerde hennepteelt. Zowel positieve, als negatieve overwegingen of belangen kunnen een rol spelen. Betreffende de negatieve overwegingen neemt de burger bewust de beslissing om géén melding te doen. Dat kan bijvoorbeeld komen door angst voor problemen of wraak, vanwege familierelaties of vanwege het eigen belang. Maar de burger kan ook onbewust geremd worden in het doen van meldingen, namelijk vanwege gebrek aan kennis. Daarbij kan gedacht worden aan het gebrek aan kennis over de geur van hennep en de hennep gerelateerde gedragingen, waardoor burgers niet in staat zijn om deze activiteiten eventueel te linken aan hennep. Daardoor blijven meldingen uit. De positieve overwegingen stimuleren de burgers om wel te participeren bij de aanpak van hennep. Middels interviews hebben de respondenten twee extra positieve overwegingen toegevoegd die nog niet uit de literatuur en politie-interviews naar voren kwamen. Burgers worden onder andere gestimuleerd door hun verantwoordelijkheidsgevoel, normen en waarden en de veiligheid van hun kinderen.

Het vergroten van burgerparticipatie kan op twee manieren gerealiseerd worden, namelijk door te investeren in zowel de negatieve als positieve overwegingen. Ten eerste kan dat door de negatieve overwegingen aan te pakken en de belemmeringen die burgers ervaren proberen weg te nemen. In sommige gevallen zal dat echter lastiger zijn dan in andere gevallen. Dat is het geval als er sociale relaties of familiebanden in het spel zijn. Op de tweede plaats kan burgerparticipatie worden vergroot door de positieve overwegingen te stimuleren, want die doorbreken de andere redenen (drempels) waarom burgers niet zouden willen meewerken. Gebleken is dat er voorlichting gewenst is op meerdere gebieden, te weten: MMA, TCI, over de geur van hennep en de hennep gerelateerde gedragingen van criminelen. Bovendien willen burgers terugkoppeling en transparantie. Tot slot is ook voorlichting gewenst ten behoeve van de positieve overwegingen, zodat deze (wederom) aangewakkerd kunnen worden en de burgers triggeren om te melden.

Lees of download hier het gehele onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425354&doc=vergrotenburgerparticipatiebijdehennepteelt-200909071205&type=d]

Bron: Politieacademie

#Burgerparticipatie in de opsporing

Kennis uit afstudeeronderzoeken van recherchekundigen gebundeld voor de politiepraktijk, Auteur: Jerôme Lam (2018).

De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de rol van de burger in het opsporingsproces. In de Strategie Aanpak Criminaliteit 2011-2015 benoemt de Raad van Korpschefs cocreatie met burgers expliciet als een van de hefbomen die bijdragen aan het verhogen van de effectiviteit van het politiewerk. Door samenwerking met burgers kan de slagkracht van de politie verhoogd worden.

De Raad van Korpschefs stelt dan ook vast: ‘Burgerparticipatie als onderdeel van de aanpak van criminaliteit, moet veel meer een structureel en essentieel onderdeel worden van de strategie en aanpak.’ Ook in het koersdocument ‘Naar een toekomstbestendige opsporing’ krijgt de burger een belangrijke rol toebedeeld.

Dit inzicht in het belang van burgers is niet nieuw. Burgers zijn altijd al een belangrijk onderdeel geweest voor het opsporingsproces. Niet in de minste plaats als slachtoffer, aangever en getuige. In de meeste gevallen is hetgeen de burger heeft gedaan, weet of heeft laten weten de start van het onderzoeksproces. Uit onderzoek is bovendien bekend dat de politie grotendeels afhankelijk is van informatie van burgers om haar werk goed te kunnen doen. De burger is daarmee een cruciale factor voor de effectiviteit van de politie.

De rol die de burger speelt binnen het opsporingsproces is echter wel aan verandering onderhevig. Maatschappelijke ontwikkelingen dragen eraan bij dat de burger zelfstandiger, mondiger en kritischer wordt. Burgers nemen steeds vaker zelf het initiatief en worden hier ook toe uitgenodigd door de overheid. Technologische ontwikkelingen maken onder andere dat burgers meer informatie tot hun beschikking hebben en deze sneller en verder kunnen delen. De beschikbaarheid van kennis, expertise en informatie onder burgers maakt de burger niet alleen nog belangrijker als bron van informatie, het maakt ook dat deze steeds beter in staat is om zelfstandig opsporingshandelingen te verrichten. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de relatie van de burger tot de politie en het opsporingsproces.

Eén van de manieren om de relatie tussen burger en overheid, in dit geval politie, weer te geven is de zogenaamde participatieladder. Een veel gebruikte variant die is toegespitst op de Nederlandse situatie is de participatieladder van Edelenbos en Monnikhof. Dit model bestaat uit vijf niveaus, waarbij bij iedere trede de mate van gelijkwaardigheid en wederkerigheid toeneemt.

Het laagste niveau bestaat uit informeren, en neemt vervolgens toe van raadplegen en adviseren naar (bijna) volledige gelijkwaardigheid op de niveaus van coproduceren en meebeslissen.

De treden (niveaus) van de participatieladder worden in de komende paragrafen gebruikt om de geanalyseerde onderzoeken te presenteren. Per trede zal eerst een korte toelichting worden gegeven, waarna het podium wordt gegeven aan de onderzoeken die inzichten bieden met betrekking tot hoe burgerparticipatie op het betreffende niveau kan bijdragen aan de opsporing.

Deze bundel is gebaseerd op originele scripties van recherchekundigen. De credits voor de inhoud van deze uitgave gaan uit naar de recherchekundigen die deze scripties hebben geschreven. De lijst van de recherchekundigen en hun scripties is achter in deze bundel in bijlage 1 opgenomen. Tekstdelen zijn soms letterlijk uit de scripties overgenomen om zo dicht mogelijk bij de brontekst te blijven en zo min mogelijk zelf te interpreteren. Ieder thema in deze reeks start met een korte inleiding waarin de context van de onderwerpen uit de afstudeeronderzoeken wordt geschetst. De voor deze reeks geselecteerde scripties zijn de bron van iedere inleiding, voor de leesbaarheid volstaat hier daarom de eenmalige verwijzing naar de betreffende scripties (bijlage 1) die zijn gebaseerd op het onderzoek van de recherchekundigen (bijlage 2) waarvoor ze wetenschappelijke literatuur (bijlage 3) hebben gebruikt en toegepast. Voor de leesbaarheid wordt hier niet
apart verwezen naar diverse bronnen.

De presentatie van de vergaarde kennis over het thema in deze reeks volgt een vaste structuur. Allereerst wordt het thema ingeleid en dan volgen de onderdelen: korte uitleg van het onderzoek, de conclusies, de aanbevelingen en eventuele kanttekeningen van de auteur van de Reku reeks onder het kopje ‘goed om te weten’. Voor meer achtergrondinformatie zijn de scripties op verzoek in te zien via de betreffende recherchekundigen.

Achterin de bundel is een bijlage opgenomen met relevante literatuur c.q. naslagwerken (aanbevolen literatuur) voor wie meer wil lezen over het onderwerp. Bijlage 2 bevat voor de geïnteresseerden een overzicht met de onderzoeksmethoden die in de scriptie-onderzoeken  zijn gebruikt.

Lees of download het gehele rapport:

[slideshare id=238425325&doc=burgerparticipatieindeopsporing-200909070952&type=d]

Bron: Politieacademie

Facebook haalt Project X Katwijk offline

In het Brabantse Katwijk is voor vrijdag een groot Project X-feest aangekondigd. Enkele uren nadat de oproep op Facebook was gezet, hadden al 7000 mensen aangegeven te komen.?’Feest! In Katwijk’, dat is het enige dat er aan info is gegeven op?de Facebook-pagina?van het aangekondigde ‘feestje’ in het dorpje Katwijk. Toch hebben ondertussen zo’n 6800 mensen aangegeven dat ze vrijdag komen. Nog eens 16.000 mensen zijn ge?nteresseerd zo is te zien op de pagina.?Het aantal liep snel op.

De politie en?gemeente Cuijk, waar Katwijk onder valt, zijn op de hoogte van het feest.?Op dit moment overleggen ze welke maatregelen er moeten worden genomen.?In verschillende WhatsApp-groepen worden afspraken gemaakt om naar het feest te komen en om van tevoren ‘in te drinken’.?Aan het begin van de avond heeft Facebook de pagina offline gehaald.

‘Iedereen mag komen’

Aanleiding voor het feest in Cuijk is een bericht van Noor op Snapchat waarin ze schrijft: “Vrijdag feest bij mij, iedereen mag komen.”?En: “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.”?Wie het evenement op Facebook heeft aangemaakt, is onbekend

De gemeente Cuijk houdt rekening met rellen na een aangekondigd ‘Project X’ in het Brabantse dorp Katwijk en is van plan vrijdag mensen “met verkeerde bedoelingen” tegen te houden.

Een 15-jarig meisje uit Katwijk nodigde gisteren via Snapchat mensen uit voor haar verjaardagsfeest bij haar thuis. “Vrijdag feest bij mij iedereen mag komen”, had ze op het sociale medium gezet. “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.” Haar bericht zou niet openbaar zijn geweest.

Daarop werd gisteren op Facebook een evenementenpagina aangemaakt die al snel viral ging. Vanavond haalde het sociale medium de pagina offline. Hij is gemaakt door een “niet authentiek account”, liet een woordvoerder weten.

Verontruste bewoners

Cuijk verwijst in een persbericht naar Project X in het Groningse Haren in 2012. Daar gingen duizenden jongeren rellen, nadat een meisje de uitnodiging voor haar zestiende verjaardag op openbaar had gezet.

“Gezien de omstandigheden kunnen we niet anders dan ons voorbereiden op alle scenario’s”, zegt burgemeester Hillenaar, die het over verontruste bewoners in het kerkdorp Katwijk heeft. “Onze inzet is en blijft om ervoor te zorgen dat personen van buiten Cuijk, die vrijdag met verkeerde bedoelingen hiernaartoe komen, worden tegengehouden.”

In de discussie bij het evenement werd gesproken over drugs, vervoer en outfits. Rond zes uur vanavond hadden 8600 mensen aangegeven dat ze vrijdag naar Katwijk zouden gaan en waren nog eens 20.000 mensen ge?nteresseerd.

Feest afgeblazen

De politie is naar het meisje in Katwijk gegaan, waarop ze het feest afblies, schreef ze op Snapchat. “De politie is ervan op de hoogte en ik wil er niet verantwoordelijk voor worden en ik ben er niet verantwoordelijk voor.” Een man die tegen?Omroep Brabant?zegt dat hij de oom van het meisje is, zegt dat zijn nichtje is ondergedoken. “Er werden hele verschrikkelijke bedreigingen geuit. Ook dat ramen zouden worden ingegooid.” De man zegt dat het meisje de uitnodiging binnen haar contactenlijst heeft geplaatst. “Een van haar vrienden heeft gemeend dat in de grote multimediawereld te moeten gooien. Met alle gevolgen van dien.”

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Noodverordening van kracht in Katwijk vanwege Project X-feest: <a href=”https://t.co/sdpvJ6nWRL”>https://t.co/sdpvJ6nWRL</a></p>&mdash; NU.nl (@NUnl) <a href=”https://twitter.com/NUnl/status/1071114196178362368?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Twee aanhoudingen voor opruiing <a href=”https://twitter.com/hashtag/ProjectX?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#ProjectX</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a>. Daarnaast hebben we ruim twintig stopgesprekken gevoerd met jongeren. <a href=”https://t.co/OuCDh4eF7b”>https://t.co/OuCDh4eF7b</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a> via <a href=”https://twitter.com/Politie?ref_src=twsrc%5Etfw”>@Politie</a> <a href=”https://t.co/vSwmvYQ71r”>pic.twitter.com/vSwmvYQ71r</a></p>&mdash; Politie Oost-Brabant (@politieob) <a href=”https://twitter.com/politieob/status/1071139241428688901?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Zes aanhoudingen rond &#39;Project X&#39; Katwijk, maar het blijft rustig: <a href=”https://t.co/KazXtbKTrU”>https://t.co/KazXtbKTrU</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1071300214118670336?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 8, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Gemeente en politie bedankt na Project X: ?Hebben stinkend hun best gedaan? <a href=”https://t.co/64fxbrPKnG”>https://t.co/64fxbrPKnG</a></p>&mdash; Wouter Jong (@WouterJong) <a href=”https://twitter.com/WouterJong/status/1071697397531709440?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 9, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Onderzoek of kosten Project X Katwijk verhaald kunnen worden <a href=”https://t.co/wOt1Qh2aKv”>https://t.co/wOt1Qh2aKv</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1072961660812517376?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 12, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

 

Bronnen: NOS, Telegraaf, RTL, Omroep Brabant

Dark Web, spannend voor politievrijwilligers

De politie zet vanaf deze week zogenoemde cybervrijwilligers in. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat bij de politie ruim tweehonderd vrijwilligers werken die relevante ICT-kennis hebben die nog niet werd gebruikt. Veertien van hen hebben inmiddels aanvullende trainingen gedaan en kunnen nu aan de slag.

Onder die geselecteerde vrijwilligers bevinden zich meerdere ICT-consultants, een gepensioneerde natuurkundige, een kankeronderzoeker en een bio-informaticus, aldus de politie. ,,Eigenlijk lagen deze kwaliteiten van de vrijwillige collega?s voor het grijpen, maar werden hun vaardigheden nog niet door ons benut??, aldus programmadirecteur cybercrime Theo van der Plas.

Een deel gaat aan de slag bij het cybercrimeteam in Rotterdam, maar de meeste vrijwilligers worden ingezet bij het darkwebteam. Het darkweb is een afgeschermd deel van het internet waar naar schatting van de politie 57 procent van alle daar actieve zogenoemde domeinen zich bezighoudt met illegale activiteiten. ,,Je kunt ze zien als een flink aantal extra ogen en expertise voor de surveillance op het darkweb??, aldus Van der Plas.

Zo moet het zelfs mogelijk worden ict?ers een bedrijfsdagje bij de politie te laten houden. Zij kunnen dan deelnemen aan bijvoorbeeld een ?hackathon?, een fenomeen waarbij binnen een korte tijd gezamenlijk digitaal wordt gewerkt aan het oplossen van een probleem.

Met het salaris kan de politie techneuten lang niet altijd weglokken bij grote bedrijven. Maar de spanning en betekenis die politiewerk kan geven, zorgt dat expertise wel op deze manier binnen kan worden gehaald, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime. ,,Burgers willen heel graag een steentje bijdragen. Bij ons kunnen ze hun kennis maatschappelijke betekenis geven.??

?We werken al samen met universiteiten, hogescholen en bedrijven en in dit geval met politievrijwilligers die in hun baan met die ontwikkelingen in aanraking komen?, zegt Van der Plas. ?Zo halen we actuele kennis die buiten de politie beschikbaar is ook naar binnen bij ons.? Volgens de programmadirecteur moet de inzet van de vrijwilligers het onderzoek op internet een ?extra impuls?.

Dit gebeurt deels simpelweg door kennis die al aanwezig is aan te wenden. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat tweehonderd van de huidige vrijwilligers voor de politie relevante expertise bezit. Een ?groot deel? van die groep bleek bereid die kennis voor de politie in te zetten. Tegelijk moet de samenwerking uitdrukkelijk de banden tussen experts uit het bedrijfsleven en de politie zelf versterken. Er wordt vanuit de politie zelfs actief contact gezocht met specialisten bij bedrijven die kennis en kunde kunnen bijdragen.

De vrijwilligers hebben een training gehad waarbij hun onder meer is geleerd hoe ze een proces-verbaal over cyberzaken moeten opstellen. Ook wordt aan hun ?mentale weerbaarheid? gewerkt zodat ze beter kunnen omgaan met bijvoorbeeld gewelddadige beelden of kinderporno, mochten ze daar onbedoeld op stuiten. ?Ik denk dat het belangrijk is dat mensen wat ze tegenkomen kunnen verwerken.? Hun hoofdtaak ligt voorlopig echter elders. Ze zullen in eerste instantie vooral op zoek gaan naar informatie over verkooppunten voor wapentuig en verdovende middelen.

Darkwebteam

De vrijwilligers is op het hart gedrukt dat ze in hun zoektocht niets mogen bestellen, zegt Van der Plas. ?Daar hebben we anderen voor, onder gezag van het Openbaar Ministerie.? Uitlokking ligt op de loer, net als vermenging van commerci?le belangen en mogelijke problemen met de veiligheid. Duidelijke briefings vooraf, goede begeleiding en controle op de rapportage die de vrijwilligers indienen, moet ervoor zorgen dat ze binnen de kaders van de wet blijven opereren.

Een supermarktketen heeft al aangeboden data-analisten uit te lenen aan de politie. Daar onderzoeken ze dan niet het gedrag van consumenten, maar van daders van misdaden. Zij kunnen bijvoorbeeld kijken naar patronen die te halen zijn uit drugsdumpingen. Informatie over zo?n onderwerp is via openbare bronnen terug te vinden, waardoor geen directe toegang tot politie-informatie nodig is. In andere gevallen wordt vertrouwelijke informatie wel gedeeld. Van der Plas benadrukt dat er echter geen concessies aan de veiligheid worden gedaan.

Een van de cybervrijwilligers die nu al zijn aangesteld is Arieh Tal. ?Ik heb tijd genoeg en ik vind het fascinerend.? De pas gepensioneerde Tal, van huis uit natuurkundige, werkte twintig jaar als ict-manager aan de?Technische Universiteit Eindhoven. De laatste jaren was hij bio-informaticus bij het Nederlands Kanker Instituut.

Tal: ?Ik houd van uitdagingen, dit vrijwilligerswerk voor de politie is een interessante puzzel.? De oud-ict-manager helpt het Darkwebteam. ?Veel details mag ik er niet over geven, maar we kijken rond en als we iets crimineels vinden, nemen we contact op met justitie.? Tal is zo enthousiast over het werk, dat hij grotendeels vanuit huis doet, dat hij er naar eigen zeggen 7 dagen per week voor uittrekt. ?Ik vind het belangrijk om te doen. Ik ben als student lang geleden vanuit?Tel Aviv?naar Nederland gekomen om onderzoek te doen en ik ben gebleven. Ik vind dit een fijn land en voel me hier thuis. Nu ik met pensioen ben, wil ik graag wat terugdoen.?

Bronnen: AD, Dagblad van het Noorden, De Volkskrant, NRC

Lessen uit crises en mini-crises 2017

De angst voor fipronil in eieren zorgde er in de zomer van 2017 voor dat de consumptie van eieren drastisch afnam. Dit terwijl de hoeveelheid fipronil in de besmette eieren dermate laag was dat het gezondheidsrisico verwaarloosbaar was. Hoe manage je een crisis waarbij de risicoperceptie groter is dan het daadwerkelijke risico? Met welke dilemma’s heb je te maken in de crisiscommunicatie? Dit is een van de casus die beschreven worden in de nieuwe bundel Lessen uit crises en mini-crises 2017.

“Met dit zesde jaarboek staat de teller inmiddels op 99 casus”, vertelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin. “En ook dit keer is er weer een aantal rode draden te ontdekken. In verschillende casus speelt opzet een rol bij het veroorzaken van het probleem. Dat gold voor de fipronil-casus, maar ook voor de cyberaanval op Maersk en voor de Friese actievoerders die de anti-zwartepietenlobby een halt wilden toeroepen.” Een ander terugkerend thema is de timing van maatregelen. “Zo zijn er crisissituaties waarbij de timing wordt ingegeven door de bron van het probleem. Toen orkaan Irma over Sint Maarten en Caribisch Nederland getrokken was, werd direct noodhulp verleend. Daarnaast zijn er situaties waarin min of meer gestuurd kan worden op het moment of de wijze van ingrijpen. Een goed voorbeeld daarvan is de sluiting en ontruiming van camping Fort Oranje, waarbij de veiligheidsregio een bijzondere rol vervulde”, aldus Van Duin.

Rotterdamse aanpak van mini-crises

De uitgave werd vanmiddag gepresenteerd tijdens een plug-in kennissessie waarin werd stilgestaan bij enkele mini-crises. Frank Paauw, politiechef in Rotterdam, vertelde over de komst van de Turkse minister en het kampioenschap van Feyenoord en hoe de lokale driehoek deze twee totaal verschillende mini-crises heeft aangepakt. Arjen Boin, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, reflecteerde op mini-crises en ontwikkelingen in crisismanagement. De veranderende rol van de GGD bij crisissituaties werd belicht door Annemieke van der Zijden, directeur bij GGD West-Brabant.

Voor wie?

Lessen uit crises en mini-crises 2017 is geschreven voor bestuurders en professionals werkzaam op het terrein van crisisbeheersing en veiligheidsmanagement.

[slideshare id=238339635&doc=2018-ifv-lessen-uit-crises-en-mini-crises-2017-200831110034&type=d]

Download Lessen uit crises en mini-crises 2017

Lessen uit crises en mini-crises 2017

Bron: IFV

Volgers op social media als valse valuta

Programmamaker Nicolaas Veul duikt in de financi?le wereld achter Instagram. Op dit sociale platform is een compleet nieuw verdienmodel ontstaan: likes en followers zijn keiharde valuta geworden. Maar welke schaduweconomie ontstaat hierdoor? Wat is echt en wat is nep? Hoe voer je de strijd tegen het algoritme? Wie zijn de winnaars en wie de verliezers? En wat merk jij daarvan als je door je feed scrollt? Met #followme produceert de VPRO de eerste documentaire over Instagram op Instagram.

#followme is een crossmediaal onderzoek naar de economie die sinds de oprichting van Instagram is ontstaan: soms creatief en vernieuwend maar soms ook heel schimmig. Je volgt het?maakproces op?het?account?@followme.doc. Daar probeert Nicolaas Veul alle tips en trucs om aan populariteit te winnen, toont hij?interviews en reflecteert hij op zijn bevindingen.?Deze VPRO documentaire is ook te zien op?IGTV.

In #followme vraagt Nicolaas Veul zich?af?wie de winnaars en wie de verliezers zijn in deze nieuwe industrie. Hoe voer je de strijd tegen het algoritme? Hij praat met verschillende influencers en met het Amsterdamse?Agency for Digital Influencer Marketing: IMA.?Als geen ander weten zij hoe de Instagram industrie in elkaar steekt. Daarnaast reist hij naar Rusland waar aan huis gebonden jonge moeders?comments?schrijven op bestelling, Vervolgens gaat hij naar Amerika waar?social media software?ontwikkelaar Dovetale een instrument ontwikkelde om nepvolgers en bots te herkennen. Travel influencer Sara Melotti doet in Milaan verslag van haar -naar eigen zeggen- gewelddadige relatie met het medium.?En een groothandelaar?in nepvolgers doet anoniem een boekje open over fraude op Instagram. Er lijken geen regels te gelden?in deze nieuwe economie: welkom in het Wilde Westen?dat?Instagram heet.


Achter de mooie plaatjes op Instagram schuilt een schimmige economie waarin niets meer echt is, merkte Nicolaas Veul. ?Ik heb bekende Nederlanders en bedrijfjes gevonden die de boel echt keihard besodemieteren.?

Hoe lijk je met weinig geld toch zo rijk als een Russische oligarch? Huur het interieur van een priv?jet! Nicolaas Veul ging naar Moskou waar een Russische influencer hem alles vertelde over de neppe rijkdom op Instagram. Je kan voor je Instafoto’s naast nagemaakte priv?jets ook volledige appartementen huren, doosjes van de nieuwste iPhone en lege champagneflessen van een duur merk.

Instagram is momenteel het invloedrijkste sociale medium. Wie denkt dat het gewoon een leuke plaatjes-app is om doorheen te scrollen op een verveel?moment, ziet veel over het hoofd. Instagram heeft ruim een miljard gebruikers en die besteden gemiddeld maar liefst een halfuur per dag aan de app. De alomtegenwoordigheid van Instagram is de reden waarom winkels en restaurants tegenwoordig allemaal felgekleurde muren hebben (want leuke achtergrond voor foto?s), waarom grote logo?s in de mode zijn (zo is het merk goed zichtbaar op de foto), waarom meisjes allemaal lang los haar of een knot op hun hoofd hebben (naar achteren gekamd haar ziet er raar uit op een selfie) en waarom?fitboys?en –girls?zich uren in het zweet werken voor stevige billen en een keihard sixpack.

Mensen baseren de keuze voor hun outfits, maaltijden en vakantiebestemmingen op wat ze op Instagram hebben gezien. Daarom is groot worden op het platform voor veel mensen en bedrijven ontzettend belangrijk. Onlineberoemdheden met veel volgers, de zogenaamde?influencers, maken de dienst uit. Zij worden door bedrijven betaald om hun merken te promoten in de foto?s uit hun dagelijks leven. Het zijn wandelende reclameborden, maar vanwege de roem en het geld is?influencer?onder jonge mensen een van de benijdenswaardigste beroepen. Ook bn?ers hebben de sociale media ontdekt als marketing?kanaal: Katja Schuurman maakt op Instagram reclame voor chocolade en Arie Boomsma voor luiers.

Programmamaker?Nicolaas Veul?is zelf ook fervent gebruiker van de app. ?Ik houd ervan en ik haat het,? zegt hij. Hij was nieuwsgierig naar de economische mechanismen die erachter schuilgaan, en daarom maakte hij de documentaire?#followme. ?Sinds Facebook de app heeft overgenomen en zelf minder populair wordt, is Instagram steeds commerci?ler geworden. Professionele instagrammers verdienen er geld mee en gewone mensen ontlenen er status aan. Een geheim algoritme bepaalt welk bericht de gebruikers als eerste te zien krijgen. Het aantal volgers, likes en reacties is daar van invloed op, daarom is er een levendige handel in volgers en likes.?

Bots

Instagramvolgers zijn gewoon online te koop. Voor een paar euro heb je er zo honderden volgers bij en ook likes op je berichten kun je grootschalig inkopen. Veul reisde naar Amerika en Rusland om onderzoek te doen naar de mensen en mechanismen hierachter. ?Die handel is niet illegaal, maar wel heel schimmig. Minstens tien procent van de volgers op Instagram is nep. Dat zijn voornamelijk bots, door de computer aangemaakte accounts met willekeurige namen en foto?s. De meesten komen uit Rusland en India, daar staan de servers te draaien.?

Instagrammers kunnen zich door hun wachtwoord te geven aansluiten bij netwerken waar onbekenden elkaar automatisch volgen en likes geven. Of ze geven een handige tiener een opdracht. Veul: ?We hebben een jongen van vijftien gesproken die op Marktplaats accounts met volgers verkoopt. Vroeger brandde je cd?tjes, nu verkoop je Instagramaccounts.?
Maar omdat inmiddels wel bekend is dat volgers te koop zijn, zijn ze ook niet zo
essentieel meer. ?Het draait nu vooral om?engagement,? zegt Veul. ?Dat betekent hoeveel likes en reacties je krijgt kort nadat je een foto hebt geplaatst.?
Grote groepen mensen zitten met zijn allen in een soort whatsappgroep, maar dan op communicatie-app Telegram. Ze spreken samen af dat ze allemaal likes en reacties bij elkaar plaatsen. ?Dan schiet je omhoog in het algoritme. Dit doen bekende influencers echt. Zo zijn ze beter zichtbaar en kunnen ze betere deals sluiten met de merken die ze sponsoren. Ik heb het zelf geprobeerd en het werkt inderdaad heel goed.?

Fraude

Nu Veul zich erin verdiept, ziet hij pas goed hoe de kluit belazerd wordt. ?Er wordt op grote schaal gefraudeerd. Als je groter wilt worden op Instagram, moet je wel meedoen aan deze praktijken, anders val je niet meer op. Influencers worden heel erg vertrouwd door hun volgers en dat is voor merken bijzonder interessant. Hoe meer volgers, hoe meer een gesponsord bericht waard is. Maar van sommige mensen is twintig procent van hun volgers nep. Ik heb bekende Nederlanders en bedrijfjes gevonden die de boel echt keihard besodemieteren.?
Zanger Dotan viel dit voorjaar genadeloos door de mand toen bleek dat hij zelf allerlei nepfans had verzonnen. ?Bij hem ging het wel erg ver, maar ik weet dat mensen voorzichtiger zijn geworden na dat schandaal,? zegt Veul.

Het probleem zit echter dieper dan een paar adverteerders die worden genept en artiesten die zich populairder voordoen dan ze zijn, vindt de programmamaker. ?Mensen kijken op Instagram om beslissingen te nemen en hun mening te vormen. Voor sommige jongeren is Instagram echt hun leven, ze groeien op in die wereld en ontlenen hun identiteit eraan. Maar je weet niet wat echt en wat nep is. Ik vind dat zorgwekkend. Gebruikers zien niet de werkelijkheid, want alles kan gekocht zijn. Ook idee?n die verspreid worden,?fake news?dus. Politici kunnen net zo goed het systeem hacken en zich populairder voordoen dan ze zijn.?

Echt nieuw zijn dat soort praktijken niet, geeft Veul toe. ?Artiesten kochten vroeger ook hun eigen singles. Maar nu kunnen we allemaal een artiest zijn die zijn eigen singles koopt. Dat levert een totaalinflatie op. Het is volstrekt onduidelijk wat nu werkelijk waarde heeft en wat niet. Ik denk dat dit ook iets doet met onze normen en waarden. Dat iedereen commercieel is, heeft ook invloed op de maatschappij. Het is nu bijvoorbeeld heel erg cool om met merken geassocieerd te worden.?

Liegen

Onder andere een influencermarketingbedrijf, een?fashion influencer, een groothandelaar in volgers en likes en een hacker die bots opspoort, komen in de documentaire aan bod. Maar bij Instagram zelf kreeg Veul niemand te spreken. ?Ze werken niet mee, reageren niet eens op interviewverzoeken. Natuurlijk zijn ze van deze praktijken op de hoogte, maar zij hebben er vooral baat bij dat hun platform groeit en dat mensen er zo veel mogelijk tijd op doorbrengen. Ze doen er niets aan en dat is totaal onethisch. Aan de andere kant kun je het medium Instagram niet de schuld geven. Wij, de gebruikers, vinden blijkbaar dat we moeten liegen, uit ijdelheid en voor het geld.?
Opvallend genoeg wordt?#followme?een dag voor de uitzending op televisie al uitgezonden op IGTV, het videokanaal van Instagram. Ondanks de kritische toon denkt Veul niet dat daar problemen door zullen ontstaan. ?Er werken daar niet zo veel mensen, het meeste gaat automatisch. Ik denk niet dat ze het eraf zullen halen, hoogstens komen we helemaal achteraan te staan.?

Veul wil de Instagramgebruikers met?#followme?een spiegel voorhouden. ?Sociale media en de grote techgiganten houden ons al veel meer in hun greep dan we zouden willen. Als je alle manieren waarop we op Instagram gefopt worden afzonderlijk bekijkt, zijn ze misschien niet zo erg. Maar als je ze allemaal met elkaar verbindt, dan zie je opeens wat voor wereld dit is en denk je:?holy shit, zijn we al zo ver??

Bronnen: VPRO

Eerste Hulp Bij Opsporing: burgerhulp bij sporenonderzoek

Het komt geregeld voor dat opsporingszaken vastlopen, bijvoorbeeld omdat de politie de mankracht mist om het onderzoek voort te zetten of dat er te weinig opsporingsindicaties zijn. Of een simpele zaak wordt niet behandeld, omdat de prioriteit van de politie ergens anders ligt. Dit hoeft niet het einde van een onderzoek te zijn. Door de hulp in te schakelen van burgers kunnen nieuwe aanknopingspunten worden gevonden. Helaas is burgeropsporing niet altijd zo succesvol en behulpzaam. Meer dan eens denken de burgers voor eigen rechter te kunnen spelen.?In Arnhem wordt een dader van een woninginbraak doodgereden door slachtoffers van een woninginbraak. Wat er precies gebeurt is, is deels onduidelijk (De Telegraaf, 2017). Maar het is wel duidelijk dat er voor de burgeropsporing kansen liggen. Echter er zijn duidelijke richtlijnen, handleidingen en soms adequaat optreden nodig van politie of OM zodat het niet uit de hand loopt. Momenteel ontbreken deze spelregels en is het onduidelijk hoe de politie sporen die door burgers zijn waargenomen, effectiever veilig gesteld kunnen worden. Kortom: handelingsperspectief voor burgers die iets meemaken.

TNO deed samen met de politie en experts uit de forensische opsporing en forensic science een verkenning “Eerste Hulp Bij Opsporing: Burgers betere mogelijkheden bieden om aan forensische opsporing bij te dragen”. Eerder berichtten we al over het interactief Plaats Delict, waar burgers voorlichting kregen over hoe om te gaan met sporen.

?Misschien heeft iedereen dan wel een mini NFI-hulptasje in de metenkast hangen. Het ideale plaatje is dat alle burgers weten wat er gedaan moet worden om forensische sporen te beschermen tot de Forensische Opsporing is geweest. Dat iedere burger weet wat er wel en niet gedaan moet worden als er een delict is gepleegd. De politie moet veel meer ogen en oren krijgen voor wat de burger kan/wil en burgers zoveel mogelijk bij de opsporing betrokken worden. Daarnaast zou de politie meer voorlichtingen moeten gaan geven aan de burgers over het hoe en wat.?

Een van de resultaten van dit onderzoek is een infographic voor burgers nadat zij slachtoffer zijn geworden van een woninginbraak. Woninginbraak is gekozen omdat er gemiddeld per jaar een kleine 100.000 woninginbraken zijn en omdat een goede bijdrage van burgers de kans op goede opsporing kan verbeteren en daardoor ook kan meewerken aan het versterken van het onveiligheidsgevoel van de burger en betere preventie. Betere preventie kan ontstaan omdat burgers meer betrokken zijn bij opsporing en beter bewust raken van de manier waarop inbrekers werken (modus operandus) en daarmee ook beter zichzelf en hun buurtgenoten kunnen waarschuwen.

[slideshare id=104943955&doc=tnoehbwoninginbraaka4-180709104336&type=d]

Na een misdrijf zijn er op de plaats delict verschillende forensische sporen te vinden. De opsporingsmethodes voor deze forensische sporen verschillen per soort spoor. Zo worden er andere opsporingsmethodes gebruikt voor een digitaal spoor dan voor een DNA-spoor. Op dezelfde manier verschillen ook de methodes van veiligstellen. Alle verschillende opsporingmethodes en methodes voor veiligstellen staan vast in de Forensisch Technische normen samengesteld door het Nederland Forensisch Instituut (NFI) (NFI & Justitie, 2007). Binnen dit onderzoek wordt er voornamelijk gekeken naar het veiligstellen van forensische sporen.

Wat quotes uit het onderzoek, waarin voor-en nadelen blijken:

?De burger heeft een feilloos gevoel voor wat normaal is in de buurt en wat niet.?

?Vooral bij de heterdaadkracht kan dit leiden tot een verhoogd succes van de opsporing.?

?Als burgers zelf dingen gaan doen, kunnen forensische sporen beschadigen.?

?Het verhaal zal; niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid, omdat het de beleving is van een burger.?

?De forensisch experts hebben ervoor gestudeerd. De politie zou het moeten weten, maar doet het soms ook al fout. Bij de burger is de kans op contaminatie maar ook fraude alleen nog maar groter.?

“In hoeverre is de burger objectief genoeg om dit aan te kunnen??

Forensische wetenschap

De definitie van forensische wetenschap is het toepassen van voornamelijk technische en (natuur) wetenschappelijke methoden en technieken ten behoeve van de waarheidsvinding in de rechtspleging. Daarnaast zijn er ook een aantal andere disciplines, zoals rechtspsychologie en forensische accountancy. De nadruk ligt bij forensische wetenschap voornamelijk op het recht. De wetenschap is slechts een hulpmiddel dat het recht in staat stelt haar doeleinden optimaal te bereiken (A. P. A. Broeder, 2008).

Forensische sporen

Biologische sporen ontstaan wanneer een persoon lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma of speeksel) of haren achterlaat op een plaats delict. Het onderzoek aan deze sporen wordt voornamelijk uitgevoerd om achter de identiteit van het persoon te komen die dit heeft achtergelaten. De sporen worden veiliggesteld op de plaats delict en daarna behandeld in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium. Om de aard van het biologische spoor te bepalen zijn er diverse biochemische en immunologische methoden beschikbaar. Om het DNA vast te stellen zijn er speciale DNA-technologi?n. Biologische sporen zijn de belangrijkste sporen, maar niet altijd zijn deze bruikbaar. Dan worden er naar andere sporen gekeken; zoals vingersporen, schoensporen, inbraaksporen of digitale sporen. Schoensporen ontstaan wanneer er een indruk of een afdruk van een schoenzool wordt achter gelaten. Inbraaksporen ontstaan wanneer er met een werktuig geprobeerd worden om een raam of een deur open te krijgen. Dit laat een identieke indruk achter van het werktuig dat gebruikt is. Digitale sporen ontstaan wanneer informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebruikt wordt. Tegenwoordig ligt bijna elke handeling binnen de ICT ergens vastgelegd en opgeslagen. Cybercrime ontstaat wanneer ICT gebruikt wordt als hulpmiddel of als doel bij het plegen van misdrijven. Wanneer ICT als hulpmiddel wordt gebruikt, gaat het vaak om een klassiek delict zoals woninginbraak. Alleen dit keer worden Google Maps en Facebook gebruikt om het potenti?le slachtoffer uit te zoeken. Dit laat digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden voor de digitale opsporing. Als ICT gebruikt wordt als alleen het doel, is er sprake van een serie nieuwe delicten. Voorbeelden hiervan zijn: hacken, malware/ransomware, phishing, internetoplichting, DDoS-aanvallen. Deze delicten bevinden zich in het zogenoemde Cyberspace, een niet-fysieke omgeving met een sociale structuur dat vergelijkbaar is met de sociale structuur van de offline wereld, en waar afstand en tijd geen belangrijke rol spelen. (A. P. A. Broeder, 2008) (E. R. Leukfeldt, 2012).?Op dit moment is het veiligstellen van forensische sporen alleen weggelegd voor de Forensische Opsporing (FO). De FT-normen, waarin staat beschreven hoe een spoor veiliggesteld moet worden, zijn niet openbaar in te zien.

Burgeropsporing/-participatie
De politie is vaak afhankelijk van de medewerking van de burger. Burgerparticipatie is van alle jaren, maar tegenwoordig is de manier waarop de burger bij de opsporing betrokken wordt, aan het veranderen. Door het gebruik van digitale technieken en mediakanalen zijn er veel meer burgers tegelijk te bereiken en kunnen zij makkelijker de informant van de politie zijn. Toch blijft er een belangrijk verschil tussen burgerparticipatie en burgeropsporing. Bij de participatie blijft de regie in de handen van de politie. De burger krijgt alleen de gelegenheid om mee te kijken en mee te denken. Bij de opsporing wordt de opsporing geheel door de burger uitgevoerd (L. G. Moor, 2011).

Eigenrichting
Over het algemeen wordt er onder ?eigenrichting? het volgende verstaan: iemand heeft het recht in eigenhanden genomen door geweld tegen een dader van een misdrijf te gebruiken dan nodig was geweest in de situatie. Eigenrichting is een van de gevolgen van een niet-gereguleerde burgeropsporing (L. G. Moor, 2011).