App: Mentor

Wat huiverig om de eigen auto mee te geven aan zoon of dochter? Wellicht biedt de app ?Mentor? van autofabrikant Seat binnenkort uitkomst. Met de app, te bedienen met de eigen smartphone, kun je onder meer de snelheid van de auto begrenzen en bepalen in welk gebied de auto mag komen.

Hoe de ?Mentor App Assistent? werkt, werd deze week gedemonstreerd op de Smart City Expo in Barcelona. De toepassing werkt nu al in de Seat Cristobal, een studiemodel dat is ontwikkeld met het oog op maximale veiligheid. In Mentor kun je met een eenvoudige handbeweging in Google Maps bijvoorbeeld bepalen dat de auto alleen in en rond de eigen woonplaats mag rijden. De Mentor-app is enigszins vergelijkbaar met de MyKey-toepassing die Ford al eerder introduceerde. Daarbij kan de bestuurder de reservesleutel programmeren.

Contact

De Seat Cristobal heeft 5G-technologie aan boord, waarmee de auto bijvoorbeeld contact kan maken (en ?om de hoek? kan kijken) met voetgangers, straten en gebouwen in de directe omgeving. Andere slimme toepassingen zijn onder meer een ?uitstapassistent?: wie een portier wil openen, wordt met lichtsignalen in de buitenspiegel gewaarschuwd als er beweging (bijvoorbeeld een naderende fietser) achter de auto wordt gedetecteerd. De uitstapassistent is vrijwel klaar voor serieproductie, aldus Seat. Dat geldt ook voor de toepassing ?Advanced ACC?, die de snelheid altijd begrenst tot het wettelijke maximum. Ook een slimme display-spiegel met achteruitkijkcamera die de dode hoek opheft, is bijna rijp voor productie. Deze toepassingen zijn overigens deels al bekend uit het topsegment van andere fabrikanten.

Slim

In Barcelona, de thuishaven van Seat, profileert de Spaanse fabrikant zich als voorloper op het gebied van slimme mobiliteit en veiligheid. De Cristobal, die vorig jaar in een eerste versie werd gepresenteerd, is daarbij het paradepaardje. Zo is de auto uitgerust met een eyetracker, die aan de oogbewegingen ziet wanneer de bestuurder vermoeid raakt. De bestuurder krijgt vervolgens het dringende advies om te pauzeren. Veel dwingender is het ingebouwde alcoholslot: wie niet slaagt voor de ademtest ? een procedure van 40 seconden ? krijgt de Cristobal niet aan de praat. En via een ?zwarte doos? ? ge?ntegreerd in de dashcam, is bij ongelukken te achterhalen wat er precies is gebeurd. Overigens is het gebruik van de gegevens van de black box niet in alle landen wettelijk toegestaan.

Meekijken

Met de Mentor-app krijgt de auto dus een hoog Big Brother-gehalte, en daar zal niet iedere consument van gediend zijn. Maar een app die op afstand kan ?meekijken? met de bestuurder is niet alleen interessant voor ongeruste ouders, verwacht Seat: ook bijvoorbeeld autoverhuurders volgen deze ontwikkeling op de voet.

Seat verwacht dat verhuurbedrijven de app zullen gebruiken en de auto bijvoorbeeld op 120 km per uur zullen begrenzen. Daarmee zal niet alleen het aantal ongevallen verminderen, zo werd in Barcelona voorspeld. Omdat het aantal schadegevallen vermindert, kunnen op termijn ook de huurprijzen omlaag, denken de ontwikkelaars. Daarbij wijst de fabrikant ook op het psychologisch effect van de black box, die bestuurders zal manen tot meer voorzichtigheid.

Sociaal wenselijke routes

Verder werkt Seat samen met het lokale gezag aan een nieuwe fase van de routeapp Waze, die vanaf je smartphone direct op het display van de auto te toveren is. Barcelona stelt verkeersdata ter beschikking die wordt verrijkt met kunstmatige intelligentie (AI). Daarmee kunnen autobestuurders in de Waze-app kiezen voor de snelste of ?sociaal wenselijke? route. Bijvoorbeeld bij grote evenementen kan het beter zijn om te kiezen voor een alternatieve route die het centrum ontlast. Als de bestuurder de sociaal wenselijke route kiest, krijgt hij een of meer punten. Met een aantal punten krijg je vervolgens korting op producten of een gratis product, zo is de bedoeling.

Bron: AD

App: Jachtseizoen

Weet jij te ontsnappen?
Reallife GPS actiespel Jachtseizoen (iOS,?Android) is gebaseerd op de succesvolle StukTV serie ‘Het Jachtseizoen’.

https://www.youtube.com/watch?v=g4tc8GP1-V4

In ‘Het Jachtseizoen’ stel je je eigen team samen dat op jacht gaat naar ??n ontsnapte boef. De boef krijgt een aantal minuten voorsprong op
de jagers. Daarna wordt de GPS locatie van de boef doorgegeven en mogen de jagers hun zoektocht beginnen. Iedere X aantal minuten
wordt de GPS locatie van de boef weer openbaar gemaakt. Lukt het de boef om tijdens de duur van het spel uit handen te blijven, of wordt
hij gepakt?

In de populaire Youtube-serie ‘Het Jachtseizoen’ jagen de jongens van StukTV elke week op een andere bekende Nederlander. Met twintig minuten voorsprong moet de BN-er, vier uur lang, uit de handen van StukTV blijven. Jagers Stefan, Giel en Thomas krijgen echter elke tien minuten een live update. Met een snelle bus, uitgerust met de laatste high tech gadgets, zitten de jongens iedereen al gauw op de hielen. De serie is immens populair en scoort elke week zo ? n miljoen kijkers.

Je kunt spelen in vier verschillende spel-modussen:
– EASY (15 minuten speeltijd, 2 minuten voorsprong voor de boef, GPS-locatie iedere 2 minuten)
– NORMAL (1 uur speeltijd, 5 minuten voorsprong voor de boef, GPS-locatie iedere 5 minuten)
– HARD (2 uur speeltijd, 10 minuten voorsprong voor de boef, GPS-locatie iedere 10 minuten)
– STUKTV-modus (4 uur speeltijd, 20 minuten voorsprong voor de boef, GPS-locatie iedere 10 minuten)

In de app van?‘Het Jachtseizoen’?stel je je eigen team samen dat op jacht gaat naar ??n ontsnapte boef. De boef krijgt een aantal minuten voorsprong op de jagers. Daarna wordt de GPS locatie van de boef doorgegeven en mogen de jagers hun zoektocht beginnen. Er zijn vier spel-modussen die bepalen hoeveel minuten voorsprong de boef krijgt, hoe lang de speeltijd is en hoe vaak de GPS-locatie wordt gedeeld. In de ? easy ? modus speel je vijftien minuten, heeft de boef twee minuten voorsprong en wordt zijn of haar locatie elke twee minuten gedeeld. In de ? normal ? modus is de speeltijd een uur, is er een voorsprong van vijf minuten en GPS-updates elke vijf minuten. In ? hard ? speel je twee uur, kan de boef tien minuten vrijuit lopen en krijg je elke tien minuten locatie updates. Maar de echte die-hards zullen natuurlijk gaan voor de StukTV-modus: vier uur speeltijd, twintig minuten voorsprong en een GPS-update iedere tien minuten!

Naast de speelfunctie kan je in de app van ‘Het Jachtseizoen’ ook terecht voor de leukste 360 graden video ?s achter de schermen. Zo zie je de befaamde, snelle bus met alle gadgets of de gesprekken met de ontsnapte boeven uit de Youtube-serie.

Bronnen: Samsung

App: Ondermijning

Meld een Vermoeden heeft in samenwerking met het RIEC de gratis bewustwordings app voor Ondermijning ontwikkeld voor professionals en burgers. De app heet, hoe toepasselijk ook, “Ondermijning” en is vanaf vandaag te downloaden voor zowel iOS als Android op www.ondermijningapp.nl (iOS, Android)

Herken jij de onderwereld in de bovenwereld? Met de app Ondermijning test en vergroot je je kennis over ondermijnende criminaliteit. Download de app en test door middel van een spel of jij antwoord kan geven op vragen als: Welk land is de grootste producent van synthetische drugs? Wat kost ondermijning de samenleving per jaar? Waar kun je anoniem vermoedens van criminaliteit melden?

Heb je geen idee? Geen probleem, door het spel te spelen kan iedereen zijn/haar kennis op het gebied van ondermijning testen en vergroten. De verschillende typen vragen over (actuele) onderwerpen geven jou als speler een steeds beter en completer beeld over ondermijning en de maatschappelijke effecten hiervan. Het resultaat is inzicht in de impact, risico’s en de gevaren van ondermijning. En weten wat je met deze informatie kunt doen.

Met het spel test en vergroot je je kennis en bewustwording op het gebied van ondermijning, de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld.

Meld een Vermoeden, het centrale meldpunt voor signalen over ondermijning door professionals, is trots op de publiek-private samenwerking met het RIEC.

 

Bron: Ondermijningapp.nl

Parents Against Predators Nationwide (PAPN)

De groep achter recente seksuele video’s van vermeende pedofielen hoorde dat hun zaken nooit naar de rechter zullen gaan. Het Amerikaanse Parents Against Predators Nationwide (PAP) filmde vijf mannen die minderjarigen wilden ontmoeten, maar werd verrast met een ontmoeting met PAP-leden. In hun videobewijs zeggen ze gesprekken te hebben gevoerd en vastgelegd die geleid hebben tot bekentenissen, die ook zijn vastgelegd. Toch zal geen van de mannen worden vervolgd.

Agenten van het Sheriff’s Office van de Hamilton County bevestigen dat ze er geen zaak van gaan maken omdat de mannen geen wetten hebben overtreden. Verdachten moeten ofwel praten met een echte minderjarige of met een agent om de wet te overtreden, legt Sgt. David Ausdenmoore uit.

“Dit is walgelijk,” zei PAP-organisator Kelle Cook in een reactie. “Ik vind het erg omdat deze acties ons veel tijd kostte en we het voor de kinderen, tieners en ouders doen.” De groep probeert nu met een online petitie de wet in Ohio te veranderen.

Als het aan Ausdenmoore ligt wordt de wet niet veranderd. Dit soort gevoelig en gevaarlijk werk zou volgens hem beter overgelaten kunnen worden aan rechercheurs die de juiste opleiding hebben gevolgd en die onschuldige getuigen niet in gevaar brengen. “Deze verdachten denken dat ze niets te verliezen hebben als ze beseffen wat er gebeurt,” legt hij uit,?”Niets zal hen er van weerhouden om een ??vuurwapen te gebruiken, iemand kan gewond raken en het kan iemand zijn van PAP.”

Maar de PAP groep wordt hier niet door afgeschrikt. “We hebben een levensverzekering,” zei Cook. “Dat is risico zijn we bereid te nemen.”

Bronnen: Fox19

The Regulators

De Penticton-groep, bekend als The Regulators, doet het wat rustiger aan met hun buurtschouw na de aankondiging van de stad dat het een beleid gaat voeren van zero tolerance ten aanzien van misdadig gedrag in de stad, toen een meth-feest in een Okanagan Lake Park compleet uit de hand liep.

Een groep lokale burgers maakte zich druk over het gebruik van illegale drugs in Penticton. Peter Docherty en andere Regulators zeggen dat ze drie dagen onafgebroken rondes hebben geleid, maar nu hebben besloten daarmee te stoppen. “Met de veronderstelling dat we vigilanten zijn, hebben we besloten uit de schijnwerpers te stappen en te kijken wat de stad en de politie gaan doen,” zegt Docherty. De groep gebruikte tactieken zoals het sproeien van water om de oppervlakken te bevochtigen op plaatsen waar drugs gebruikt zijn, zoals bij de kerk Penticton United op Main Street en een nabijgelegen school. “Het leek er niet op dat de stad er iets aan wilde doen,” zegt hij. “Mensen noemen ons burgerwachten, maar we hebben hier dagelijks last van. Het lijkt erop dat de boodschap nu op meerdere niveaus van de overheid is neergedaald. ”

Eind vorige week zei dominee Laura Turnbull van de United kerk dat ze geen verbodsborden op hun kerkeigendom zouden plaatsen waarmee de politie de bevoegdheid zou kunnen krijgen om mensen mee te nemen.

Commandant Supt. Ted De Jager van de Penticton politie zegt dat hij The Regulators-groep kent. Hij zegt in een verklaring per e-mail dat de tactiek van de groep niet effectief was in het aanpakken van de diepere oorzaken waarmee daklozen en verslaafden kampen en dat dit het probleem van overlast niet zou oplossen. Hij zegt dat vigilante groepen zoals The Regulators op gespannen voet staan ??met de inspanningen om sociale problemen in de gemeenschap op te lossen. “We verwelkomen extra ogen en oren op straat in programma’s als Block Watch en Citizens on Patrol. Ik zou deze groep willen aanmoedigen om met ons samen te werken om een ??deel van de oplossing te worden in plaats van muren te bouwen tegen de mensen die we proberen te helpen”, zegt De Jager.

Docherty zegt dat ze ‘gewoon bezorgde ouders zijn’. Hij zegt dat de naam The Regulators een grap was, net als sommige T-shirts die de groep heeft. “Het is moeilijk voor ons om te doen wat we doen met alle aandacht op social media. Mensen denken dat ze ons kennen, maar dat doen ze niet, “zegt Docherty. Hij hoopt dat de stad voldoet aan de beloften die het heeft gemaakt over het zero tolerance beleid ten aanzien van illegale activiteiten in de stad.

Bronnen: Infotel

App: LanguageLine

De Nassau County Police Department begon onlangs met de uitrol van “LanguageLine” -vertalingsdiensten in patrouillevoertuigen en plant een uitbreiding van het programma naar andere agenten en eenheden. De vertaaldienst is al beschikbaar in diverse politiezones, hoofdkantoren en andere plekken. De toevoeging aan de patrouillediensten stelt agenten in de wijken in staat om met bewoners in hun moedertaal te praten. “This is community policing on stero?ds,” zegt politicommissaris Patrick Ryder in een persconferentie op het hoofdkantoor van Mineola. “Wanneer een agent op straat is, heeft hij niet de beschikking over een vertaler.”

De LanguageLine is een app waar agenten audio- of videogesprekken kunnen voeren met vertaaldiensten in meer dan 350 talen, waaronder de Amerikaanse gebarentaal. Het programma kost ongeveer $ 350.000 over drie jaar. Er zullen uiteindelijk meer dan 650 mobiele telefoons worden uitgerust met deze toepassing zegt woordvoerder Det. Lt. Richard LeBrun.

De 177 patrouillevoertuigen van de politie krijgen als eerste deze mobiele telefoons, onmiddellijk gevolgd door agenten in speciale eenheden en het administratief personeel – inclusief Ryder zelf.

“Het is een andere manier waarop we laten zien dat elke persoon in Nassau County, dat in toenemende mate een diversere regio wordt, zal worden gerespecteerd en zal worden beschermd,” vertelt Curran. Volgens Ryder moeten agenten meestal communiceren met inwoners die Spaans en Ha?tiaans Creools spreken.?”We hebben meer dan een miljoen keer per jaar contact met het publiek”, zegt hij. “Het ondersteund hen op een comfortabel niveau in de communicatie.” De commissaris vertelt dat de app vooral belangrijk is omdat politie bendes op Long Island bestrijdt, met name MS-13, waar de slachtoffers zich vaak comfortabeler voelen om in het Spaans te praten. “Je kunt je de frustratie van de politieofficier en het slachtoffer voorstellen” als ze niet konden communiceren, zegt hij. De audio- en videoclips in de vertaling worden opgeslagen voor toekomstig gebruik, voegt hij eraan toe.

De politie van Suffolk County had al een pilotprogramma waarin agenten tablets hadden met toegang tot een vertaalster, volgens een rapport van het ministerie van Justitie dat eerder deze maand is uitgegeven als onderdeel van een initiatief dat was gestart na de moord op een Ecuadoraanse immigrant bijna 10 jaar geleden. Suffolk politie is sindsdien ge?valueerd op hun interacties met Latino’s en in het laatste federale onderzoek was al te zien dat zij aanzienlijke vooruitgang geboekt hadden op bepaalde gebieden. Het is echter onduidelijk of ook deze tablets over de hele politie verder verspreid gaan worden.

Travis de translator

Eerder dit jaar kreeg de vertaaldienst Travis?de Translator van Nederlandse bodem een flinke financi?le impuls via IndieGoGo. Travis is ook een voice-vertaler in zakformaat. Met behulp van artificial intelligence en spraakherkenningstechnologie breekt het taalbarri?res door en geeft internationale reizigers en professionals de kans om moeiteloos met iedereen te communiceren.

?We hebben Travis zodanig ontworpen dat je het kunt gebruiken zonder er naar te kijken. Op deze manier, zoals Travis je stem vertaalt, kunt je je concentreren op het gesprek, oogcontact behouden en lichaamstaal gebruiken. Communicatie gaat uiteindelijk om het menselijk contact. ?zegt Lennart van der Ziel, CEO van Travis.

Bron: Police One

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

Studenten Windesheim helpen politie bij opsporen illegaal vuurwerk op Instagram

In de Stentor een bericht over Windesheim-studenten die de politie Oost-Nederland hielp om honderden handelaren in illegaal vuurwerk op te sporen. ?Waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Het verbaasde politieman Remco Aagtjes niet, dat onderzoek op het sociale netwerk Instagram binnen enkele weken leidde tot?bijna 1000 handelaren?in illegaal vuurwerk:??Je ziet overal om je heen hoe sociale media tegenwoordig vervlochten zijn met onze levens. In die zin sta ik niet te kijken van het aantal handelaren. Je weet dat er veel vraag is naar illegaal vuurwerk. En waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Wat Aagtjes wel verbaasde was de openheid waarmee de verkopers te werk gingen. Zo waren veel profielen niet afgeschermd en daardoor voor iedereen zichtbaar. En vaak stond de herkomst van de verkoper in de gebruikersnaam.

In kaart brengen

Om de Instagram-handelaren op te sporen werkte de politie samen met studenten van hogeschool Windesheim. Een van de onderzoekers is Justin Kuiper (22) uit Onna, derdejaars student ict.??Samen met een groep studenten struinden we vier dagen per week Instagram af en brachten we alle accounts in kaart. In veel gevallen niet moeilijk, want op alleen de zoekwoorden ?vuurwerk? en ?handel? kwam al een hele lijst gebruikers naar boven.?

Om geen argwaan te wekken gebruikten de onderzoekers tientallen accounts met fictieve gebruikersnamen. ?Als we maar ??n account zouden hebben gebruikt, zouden we snel zijn opgevallen?, zegt Aagtjes. Gisteren veranderden de profielnamen van alle politie-accounts in ?Vuurwerk Politie?, waardoor de handelaren merkten dat ze erbij waren.

Geen strafbaar gedrag op Instagram

De accounts van de vuurwerkhandelaren worden voor het einde van de week?offline?gehaald, beloofde Instagram aan de politie. Aagtjes: ?In de algemene voorwaarden staat dat Instagram geen strafbaar gedrag tolereert. Daarover hebben we met ze gesproken en ze gewezen op al deze accounts. Die worden weggehaald.?

Verkopers die denken slim te zijn door zelf hun account te verwijderen zijn te laat, zegt de politie: hun gegevens zijn al vastgelegd en een profiel wissen heeft geen zin.?Student Kuiper begrijpt wel dat de politie digitale opsporing inzet in de strijd tegen illegaal vuurwerk. ?Alles tegenhouden aan de grens lukt nooit, daar is geen beginnen aan. Dan kun je natuurlijk gebruikers van illegaal vuurwerk bestraffen, maar de handelaren opsporen is veel effici?nter. En zeker op Instagram, waar het vaak redelijk eenvoudig te vinden was.?

Aagtjes is vooral blij dat het lijkt te zijn gelukt om de verkoop van veel vuurwerk te voorkomen. ?Het spul dat we tegenwoordig aantreffen heeft echt een gigantische kracht. Vier cobra?s (zwaar knalvuurwerk, red.) hebben samen de kracht van een handgranaat. En we zien dozen van twintig stuks gewoon in huizen of schuurtjes liggen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als dat ontploft.?

Drukste tijd van het jaar

Het onderzoek van de politie is met het openbaar maken niet gestopt, zegt Kuiper. ?We zitten nu natuurlijk in de drukste tijd voor de verkoop van vuurwerk. Daarom gaan we nog door tot en met januari. Want ik verwacht dat handelaren toch zullen proberen om van hun spullen af te komen. Maar niet meer via Instagram, als het aan ons ligt.?

Bron: De Stentor

?Facebookvrienden worden met de verdachte.? Over online undercover operaties op internet

In het?themanummer?van Justiti?le Verkenningen over ?De digitalisering van georganiseerde misdaad? is een artikel van Jan-Jaap Oerlemans over online undercover operaties verschenen. In het?artikel?(.pdf) legt hij uit wat?online?undercover operaties zo uniek en aantrekkelijk maken voor de opsporing en welke regels gelden voor de politi?le undercover bevoegdheden.

In het kader van zijn proefschrift (?Investigating Cybercrime?) heeft hij zich al eerder met het onderwerp bezig gehouden. Door recente jurisprudentie over de?accountovername en de?breed uitgelichte online undercover operatie over de darknet market ?Hansa??vond hij het tijd hier nog een artikel over te schrijven. Het artikel is een uitvloeisel van een paper die hij had geschreven voor het NVC-congres van afgelopen zomer.

Wat online undercover operaties zo aantrekkelijk maakt voor de opsporing

In cybercrimezaken kunnen online undercoveroperaties een effectief opsporingsmiddel zijn om bewijs te verzamelen met een online handle als digitaal spoor, zoals een nickname, e-mailadres of profiel op sociale media. Onder de omstandigheid dat verdachten consistent gebruik maken van anonimiseringstechnieken die het IP-adres verhullen van het netwerk waar zij gebruik van maken, is de toepassing van online undercover opsporingsmethoden ??n van de weinige middelen om bewijs te verzamelen in opsporingsonderzoeken met betrekking tot cybercriminaliteit.

Een bijkomende voordeel van de?online?toepassing van undercover opsporingsbevoegdheden, is dat opsporingsambtenaren net zo anoniem kunnen communiceren als de betrokken van het opsporingsonderzoek, zonder (direct) lijflijk risico en zonder de bureaustoel te hoeven verlaten met een wereldwijd bereik van de opsporingsmethode. Bij een accountovername kunnen opsporingsambtenaren zelfs door de bril van een crimineel of een persoon met toegang tot besloten omgevingen meekijken en bewijs verzamelen voor een opsporingsonderzoek. In reguliere opsporingsonderzoeken (geen cybercrime) waarbij verdachten online actief zijn, biedt de toepassing van online undercoverbevoegdheden additionele mogelijkheden ten opzichte van de bevoegdheden die in de fysieke wereld kunnen worden toegepast.

?BOB? gaat digitaal

Dezelfde regels gelden voor de toepassing van undercover bevoegdheden als 20 jaar geleden, zoals die in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) zijn geformuleerd. Toch is de context waarbinnen de bevoegdheden worden toegepast stevig verandert. Dat levert de vraag op of de huidige regeling nieuwe toepassingen nog ?dekt?. In verband met het legaliteitsbeginsel staat namelijk in de wet welke indringende opsporingsmethoden opsporingsinstanties mogen gebruiken. Door de techniekonafhankelijke formulering van de bevoegdheden zijn de BOB-bevoegdheden prima toepasbaar in een online context. Mijn artikel laat zien aan welke toepassingen je in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld moet denken.

Jurisdictie

Het wereldwijde bereik van online undercover opsporingsmethoden levert echter wel een flink jurisdictievraagstuk op. In het artikel ga ik daar kort op in. Daarbij herhaal ik het standpunt dat ik in mijn dissertatie heb ingenomen, namelijk dat unilaterale online opsporing onder dekmantel onder omstandigheden moet worden toegestaan. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de situatie dat verdachten anonimiseringsmaatregelen nemen en de fysieke locatie van de verdachte redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het artikel sluit ik af met een betoog dat de stormachtige ontwikkeling van cybercriminaliteit en de noodzakelijke inzet van digitale opsporingsbevoegdheden om bewijs te verzamelen staten er toe dwingt om afspraken met elkaar te maken onder welke omstandigheden grensoverschrijdende online undercover operaties zijn toegestaan.

Lees het artikel hier:

[slideshare id=123392438&doc=j-181119091946&type=d]

Bron: OerlemansBlog