BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

App: AlertNest – Know Your Nest And Alert The Rest

Zie je iets vreemds in je buurt en wil je dat anderen in de omgeving dat weten? In Las Vegas is er nu een app gelanceerd met de slogan:

“AlertNest: Know Your Nest And Alert The Rest”

“Er zijn veel buurtleden die bereid zijn om te helpen als ze die berichten zien”, zegt Kep Sweeney, de CEO van het in Las Vegas gevestigde bedrijf. Volgens Weeney is de app tot aan de social website AlertNest gericht op het verbeteren van de veiligheid in uw buurt voor u en uw gezin. “Mensen vinden dit belangrijk omdat het drie of vier verschillende applicaties combineert die ze gewend zijn om hun informatie te krijgen en dit is een alles in ??n oplossing,” zei Sweeney. Van actieve misdaden tot verkeersincidenten, het register van zedendelinquenten en zelfs community-evenementen; via de interactieve kaart helpt AlertNest bij een verscheidenheid aan dingen rond uw huis, werkplek of school.

De berichten op de site worden niet alleen gemaakt door de politie, maar ook door inwoners, die ‘chirps’ (tsjilps) worden genoemd. “Mijn favoriete onderdeel is het tonen van de tsjilps,” vertelt Randy Klenosky, een specialist in misdaadpreventie bij de Metropolitan Police Department in Las Vegas. Klenosky werkte met Sweeney aan de ontwikkeling van AlertNest. Als vertegenwoordiger van het grootste dekkingsgebied van LVMPD, zegt Klenosky dat het Northwest Area Command een directe invloed heeft gehad op de buurtwachten die nu gebruik kunnen maken van AlertNest.

Hij zegt dat alleen al vorig jaar 88 procent van de misdaden waar politie op moest reageren plaatsvond in gebieden waar burgers weinig communiceerden of melden. “Er is aangetoond dat criminelen buurten vermijden als buren daar actief en betrokken zijn”, zei Klenosky. “Betrek je buren, we missen de sociale cohesie en connecties die buren met elkaar hebben.?Die vertrouwdheid met je buren en wat er in je buurt gebeurd kan het veiliger maken, omdat bewustzijn de beste vorm van misdaadpreventie is.”

Vanuit je huis tot vanuit het politiebureau, of zelfs je lokale media, waaronder News 3, iedereen kan helpen volgens Sweeney. Het uiteindelijke doel van AlertNest is om ons samen te brengen, en onze veiligheid te verbeteren. “Als u deelneemt aan uw gemeenschap, zult u een sterkere gemeenschap hebben”, zei Sweeney.

Las Vegas is de eerste stad in het land die AlertNest gebruikt, maar het zal binnenkort worden uitgerold in andere staten. De Las Vegas-site en de app zijn nu beschikbaar om je aan te melden.

Bronnen: News3 Las Vegas, AlertNest

Burgers in opsporing

Meer leren over burgeropsporing? Kom 11 april naar het?Nieuwspoort Seminar ?De Veilige Gemeente 2019 ? Burgers in opsporing? georganiseerd door het Haags Congres Bureau.Met o.a. Wim van Amerongen (Nationale Politie), Arnout de Vries (TNO), Eric Bervoets (Bureau Bervoets), Ronald van Steden (VU Amsterdam, SMV) en Marnix Eysink Smeets (Inholland).

De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico’s & randvoorwaarden
Donderdag 11 april 2019

13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag

Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie

Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??

Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.

Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?

Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:

  • Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
  • Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
  • Welke kansen bieden de initiatieven u?
  • Welke juridische kaders moet u kennen?
  • Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?

Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?

Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.

Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing

Kansen, risico?s en randvoorwaarden

13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets

Aan bod komen onder meer:

* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?

* Wat zijn daarbij de uitdagingen?

13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO

* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)

* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen

* Blik in de toekomst

14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie

* Juridisch kader en rechtsbescherming

* Begeleiding en samenwerking

* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief

14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter

15.15 uur?Pauze met koffie en thee

15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV

* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg

* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?

16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland

* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?

* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid

* Burgers komen van Mars, professionals van Venus

* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie

16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter

17.00 uur Afsluiting en borrel

Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.

Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.

Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.

Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.

Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.

Robocop en de snoeppot

Wat betreft technologisering, stelt de politie zich op als een kind dat zijn handen niet uit de snoeppot kan houden, sprak directeur van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom Hans de Zwart. Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie Frank Smilda dacht er anders over: ?De criminele markten zijn enorm in Nederland. ? Als het gaat om het in kaart brengen van die markten dan verdient de samenleving een nog betere politie.?

Op 29 januari discussieerde een volle zaal bij Huis voor Democratie en Rechtsstaat ProDemos over de technologisering van de politie. Thema van dit eerste Tijdschrift voor de Politie Debat: Robocop en de rechtsstaat; wie bewaakt de bewakers? Eerste stelling: in deze digitale wereld mag de politie alle mogelijkheden gebruiken die er zijn. Het debat is boven dit artikel terug te luisteren.

Dode pixels

Inleider Hans de Zwart uitte zijn zorgen: ?De waarborgen zijn niet meegegroeid. Zaken die eerst werden begrenst door, bijvoorbeeld, hoge kosten zijn dankzij technologie vrij toepasbaar. Denk aan drones.? Volgens hem is het tijd dat de politie het ?echte verhaal? vertelt over hoe het burgers in beeld heeft. ?De politie moet eerlijker zijn. Zij doet alsof ze minder zicht heeft op criminaliteit: ?Going dark?. Maar in deze tijd, waarin iedereen een tracking device bezit, leeft ze in een gouden tijd. De politie kijkt naar een heel groot scherm, maar legt de nadruk op een paar dode pixels.? De Zwarts belangrijkste punt: de politie heeft de verantwoordelijkheid om een visie te ontwikkelen op het gebruik van technologie.

Tweede inleider Frank Smilda stelde dat er inderdaad geen spelregels zijn over wat de politie wel of niet mag monitoren en welke technologische mogelijkheden zij wel of niet mag gebruiken. Ook hij zag de noodzaak daarvan in, maar dat neemt volgens Smilda niet weg dat de politie nu wel technologie moet inzetten. ?Jarenlang ging het slecht met de ICT bij de politie. Nu is dat omgekeerd, kunnen we inzicht krijgen in wie welke relatie heeft met een criminele markt. Onderschat die markten niet: zo zijn we eigenlijk een narcostaat; de beste xtc-producent ter wereld.?

Onvrij gevoel
De zaal bleek verdeeld. Mogelijkheden benutten ja, maar wel onder voorwaarden. Een dame van Interpol, net terug uit Singapore: ?In Singapore hangen 80 duizend camera?s. Dat voelt onvrij. In Nederland had ik het gevoel dat ik continu moet oppassen: op mijn tas, wie achter me loopt. Ook onvrij. Ik heb geen antwoord, alleen een gevoel.? De zaal vraagt zich af: is een ethische commissie de oplossing?

Tweede Kamerlid voor GroenLinks Kathalijne Buitenweg leidde de tweede stelling in: gezien de snelheid van de technologische ontwikkelingen moet de politie zijn eigen morele grenzen bepalen. Buitenweg zei al langer te pleiten voor een Kamercommissie die grenzen stelt, waarden borgt, pal staat voor de autonomie van de burger. ?De politiek is de arena waar zulke besluiten moeten worden genomen.? Tegelijk stelde ze dat de samenleving verwachtingen moet bijstellen: ?Ik ben onder de indruk van de politie, maar de toekomst is er niet ??n van overal grip op krijgen en alles voorkomen. We zullen moeten toegeven dat we sommige dingen niet wisten. We kunnen niet alles policen.

Denkkracht nodig
Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Politie en moderator Jaco van Hoorn concludeerde met de zaal dat zowel politiek als politie zelf kaders moet scheppen. Hoogleraar Digital Security Bart Jacobs stelde in een kort vraaggesprek met Van Hoorn een probleem aan de orde: de uit doeners bestaande politie mist op dit terrein organisatie-brede kennis. Hij pleitte voor meer denkkracht bij de politie. ?Er is binnen de overheid een trend geweest om inhoudelijke kennis te outsourcen. Dat leidde tot een ramp van enorme proporties. Daar komen we gelukkig van terug.?

Of de politie verantwoord met haar mogelijkheden omgaat, weet Jacobs zo net nog niet. ?Neem het afluisteren van versleutelde telefoons. Technisch indrukwekkend, petje af. Maar juridisch is dat in een aantal gevallen heel omstreden.? Ter illustratie noemt hij het afluisteren in opdracht van de Verenigde Staten van de Mexicaanse drugsbaron El Chapo. ?Nederland zette de tap vol vertrouwen in, zonder de Amerikanen vragen te stellen: waarom, waarvoor? Dat zou wel moeten.?

Jacobs pleit voor meer ?horizonbepaling?. ?Durf als politiek en politie te experimenteren. Maak een wet om bijvoorbeeld drie jaar iets te doen, dan te evalueren en ervoor te kiezen om ermee te stoppen als het niet werkt of ethische grenzen overschrijdt. Alleen, ik heb nog nooit meegemaakt dat de Eerste of de Tweede Kamer na drie jaar evalueert en een wet schrapt.?

Bron: Website voor de politie

Burgers in het digitale opsporingstijdperk

In het eerste issue van het Nederlands juristenblad 2019 staat het volgende artikel van Eelco Moerman over burgeropsporing:

De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen, is geen sprake. Een dergelijke meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?

Lees hieronder verder:

[slideshare id=128944981&doc=f-8832c-a-c-74300163784d-8b-0873260f-e-5pdf-190123153642&type=d]

Eerder schreef Eelco Moerman een proefschrift over de rol van burgers in opsporing:

In dat onderzoek staat de juridische positie van de burger in de opsporing van strafbare feiten centraal. Als gevolg van handhavingstekorten, nieuwe technologische mogelijkheden en een toegenomen verantwoordelijkheidsgevoel voor de veiligheid is de burger steeds meer een zichtbare rol gaan spelen in de opsporing. Burgers blijken bereid om op eigen initiatief of met actieve bemoeienis van de overheid een bijdrage aan de opsporing te leveren. In het Wetboek van Strafvordering staat echter de overheidstaak tot opsporing centraal. Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe de bijdrage van de burger aan de opsporing zich verhoudt tot de verantwoordelijkheden van de overheid in het kader van de opsporing. Het thema burgers en opsporing wordt in deze studie vanuit verschillende perspectieven belicht. Stilgestaan wordt bij de rol die burgers binnen en buiten de kaders van het Wetboek van Strafvordering vervullen. Onder meer burgerinformanten, burgerinfiltranten, onderzoeksjournalisten en particuliere rechercheurs passeren de revue. Tevens wordt de betekenis van door burgers vergaard bewijs in het strafproces besproken. Aan de hand van deze en andere aspecten wordt inzicht gegeven in de ?inburgering? van derden in de opsporing.

Bron:?Nederlands juristenblad

Dark Markets: De IKEA’s van de cybercrime

Hoe begint en opereert iemand in de cybermisdaad? En wat kunnen we doen om dit tegen te gaan? Dat zijn vragen waar criminoloog Rolf van Wegberg zich aan de TU Delft mee bezig houdt. Hij probeert de verbinding te leggen tussen de technische kant van cybercrime en de meer economische en sociale aspecten. En dat soort mensen zijn er nog niet zo veel.?

Het jaar 2018 stond voor Rolf van Wegberg bijna geheel in het teken van zijn onderzoek naar?commoditization in cybercrime. De promovendus van de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) presenteerde zijn resultaten op de USENIX Security conferentie in het Amerikaanse Baltimore.

Cybercrime is een groeiend misdaadprobleem en kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld creditcardfraude, digitale afpersing en spyware. Onder commoditization van cybercrime verstaan we het aanbieden van vaardigheden en diensten door gespecialiseerde partijen in de ondergrondse economie, die je als gebruiker kant-en-klaar kunt kopen. Dit maakt het voor cybercriminelen mogelijk om zaken uit te besteden, waardoor de belemmeringen om met cybercrime te beginnen, kleiner worden. ?Je koopt een bepaalde dienst in en je hoeft er dus zelf geen verstand van te hebben om aan de slag te gaan. Je kunt dan bij wijze van spreken naar een ?cybercrime-IKEA? gaan om je gewenste pakket te kopen en samen te stellen?, verklaart Van Wegberg.

Misdrijven als digitale afpersing en creditcardfraude worden dus een stuk eenvoudiger als criminelen de daarvoor benodigde?commodities kunnen aanschaffen op ondergrondse markten, het?dark web. Althans, dat is de theorie. Onderzoekers nemen wel een stijgende?commoditization?van cybercrime waar, maar hoe serieus is het probleem nu echt in de praktijk, vroeg Van Wegberg zich af.

?Wij hebben daarom, samen met collega?s van Carnegie Mellon University (CMU) in de VS, bekeken of die gevreesde?commoditization wel echt zo?n vlucht neemt. We bekeken daarvoor de transactiegegevens van zes jaar van acht online anonieme marktplaatsen, van Silk Road tot AlphaBay. Die dekken samen een groot deel van deze markt af. Het is voor het eerst dat een dergelijke grootschalige analyse is gedaan van deze ondergrondse online economie.?

Cash-out

?We zien dan inderdaad aanwijzingen voor?commoditizationvan allerlei producten en diensten, maar zeker niet voor alle. Niet alles is te koop, je moet altijd iets zelf blijven doen als cybercrimineel. Bovendien is de omvang van de handel zeer beperkt, in vergelijking met bijvoorbeeld de omvang van drugshandel op deze markten. Er is wel groei, maar minder dan verwacht. We schatten de totale omzet van?cybercrime commoditiesop online anonieme marktplaatsen rond de 8 miljoen dollar tussen 2011-2017.?

Zogenaamdecash-out services worden het vaakst verhandeld. Onder elk crimineel businessmodel ligt immers de vraag: hoe krijg je het geld van het slachtoffer op ?verantwoorde? wijze weggesluisd? Iedere ?criminele ondernemer? heeft dit nodig en daarom is de vraag logischerwijs groot. Dit gaat om tussenpersonen, geldezels, bankrekeningen, bitcoin-wisseldiensten en dergelijke.

Het probleem van?commoditization lijkt dus vooralsnog volgens Van Wegberg en zijn collega?s mee te vallen. Hoe waren de reacties op de presentatie van deze onderzoeksresultaten? ?In het algemeen waren die heel positief. Heel belangrijk is voor mij dat het ook goed is ontvangen door de politie, waar we nauw mee hebben samengewerkt.?

Ook vakgenoten op de conferentie in Baltimore reageerden positief. ?Het was op zich al heel bijzonder dat we daar in Baltimore als?softe technologen tussen de?die hard?ICT?ers mochten staan. We waren een vreemde eend in de bijt, ik als criminoloog zeker. Veel cybersecurity- onderzoekers richten zich vooral op de technologie, terwijl wij toch meer proberen te letten op de bredere sociale verbanden en economische patronen. Hoe ziet de hele criminele keten eruit, hoe start iemand in de cybercriminaliteit? Maar ons onderzoek werd in Baltimore goed ontvangen.?

Persaandacht

Naast de vakmensen, kwamen er ook reacties in de pers. ?Ja, dat was wel eervol. Het onderzoek haalde bijvoorbeeld de voorpagina van Trouw.? Kreeg Van Wegberg niet het verwijt dat hij de gevaren van cybercrime enigszins bagatelliseert? ?Misschien was dat een beetje het geval, maar dat is volgens mij niet de goede manier om er naar te kijken. Met de uitkomsten van ons onderzoek kun je namelijk veel gerichter kijken naar het probleem en bijvoorbeeld beperkte politionele middelen en capaciteit beter inzetten. Uiteindelijk wil je namelijk proberen om het criminele ecosysteem kapot te maken. En daar heb je dit soort informatie hard voor nodig.?

We hebben in het onderzoek overigens nog een ander fenomeen bekeken. Want naast criminele aanbieders die handelen met andere criminelen, B2B, vonden we ook een significante hoeveelheid retail cybercrime, dus rechtstreeks naar de eindconsument. Dan gaat het bijvoorbeeld om gehackte Netflix- of Spotify-accounts. We schatten de totale omzet van de handel in deze vorm van cybercrime op online anonieme marktplaatsen rond de acht miljoen dollar tussen 2011-2017.? Ook dat lijkt dus ?vooralsnog ? een relatief onschuldig probleem.?

“De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.”

Criminoloog

Rolf van Wegberg is sinds 2015 promovendus aan de faculteit TBM (sectie Organisation & Governance) maar is van oorsprong criminoloog. Hij haalde zijn master in Criminologie (cum laude) in 2011 aan de Universiteit van Leiden met een afstudeeronderzoek naar witwassen van geld en naar het financieren van terrorisme in Nederland.

Na zijn afstuderen, ging hij aan de slag bij de afdeling Criminal Law and Criminology aan de Leidse universiteit, als researcher en docent. Daar richtte hij zich vooral op het Nederlandse beleid tegen financi?le misdaad. In 2013 ging hij naar TNO, waar hij nog steeds werkt als wetenschapper op het gebied van (financi?le) cybercrime en ondergrondse markten. Op dit moment is hij drie dagen per week aan het werk bij de TU Delft en twee dagen per week bij TNO. Zijn research is onderdeel van het MALPAY-project, dat zich focust op?malwaregericht op financi?le instellingen. Van Wegberg onderzoekt specifiek de strategie?n van cybercriminelen en de interactie tussen die strategie?n en het (veiligheids)beleid van financi?le dienstverleners en de politie.

Net als op de conferentie in Baltimore, moet de criminoloog Van Wegberg zich aan de TU Delft wel eens een beetje ?anders? voelen, zou je denken. ?Ik ben inderdaad opgeleid in de conventionele tak van het criminologische onderzoek. Maar die aanpak, met enqu?tes, zelfrapportages en aangiftecijfers, kent uiteindelijk zijn beperkingen, zeker als je cybercrime wilt bestuderen. Daarom ben ik blij dat ik dit soort onderzoek aan een technische universiteit veel breder kan maken. De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.?

?Een ander verschil dat ik hier aan de TU Delft ervaar, is het ?wij?-gevoel. Vanuit mijn studie was ik gewend om ?ik? te zeggen; nu is het veel meer ?wij?. En terecht, want wetenschap is nu eenmaal een teamsport. Het is zonde om maar ??n stel hersens aan een probleem te laten werken.?

Promovendi

In 2019 gaat Van Wegberg zijn promotieonderzoek afronden. ?Daar zal volgend jaar de meeste aandacht en tijd naar toe gaan. Daarnaast geef ik onderwijs, bijvoorbeeld in onze Cyber Security master-opleiding, en begeleid ik masterstudenten bij hun scriptie. Sowieso vind ik het onderwijs, het contact hebben en het samenwerken met studenten, het leukste wat ik hier doe aan de universiteit.?

Maar eerst dus maar eens dat proefschrift afmaken, waar het bovengenoemde onderzoek ook een deel van is. Van Wegberg weet uit ervaring hoe hoog de druk voor promovendi kan zijn en maakt zich daar zorgen over. Hij hield zich bezig met de belangenbehartiging van de promovendi in Nederland en was tot afgelopen zomer voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). ?De positie van promovendi is voor mij echt een belangrijk onderwerp. Niet in het minst omdat die positie naar mijn mening behoorlijk in de knel komt. De arbeidsvoorwaarden staan onder druk en er worden speciale constructies bedacht om toch promovendi te kunnen aanstellen. Aan de TU Delft gaat het gelukkig nog allemaal vrij goed, maar toch moeten we oppassen dat we geen race to the bottom aangaan ten koste van promovendi. In deze hele discussie wordt de stem van de mensen waarom het gaat, te weinig gehoord. Ik ken mijn weg in Den Haag redelijk goed en dus probeerde ik als PNN-voorzitter die stem te laten klinken.?

Bron: TUDelft magazine

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie