Tagarchief: internet

Online sociale be?nvloeding #MH17

Faceboomanipulation

Social media zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie. Het nieuws is instant en onderzoek naar de achtergronden grijpt om zich heen, omdat velen hier?door de nieuwe interactieve media ingezogen worden. Niet alleen door?alle mediakanalen tegelijk maar ook door miljoenen individuele afzenders. Iedereen op Social Media wordt ?zelf-made? rampenjournalist en DIY detective. Nooit eerder kregen we de beelden van een Nederlandse ramp zo snel, ongefilterd en rauw binnen, als bij de aanslag op MH17. Al een half uur na het neerschieten, vlogen de eerste ontluisterende foto?s van lichamen en herkenbare paspoorten over het wereldwijde internet.

Al die berichten te samen vormen wel een nieuwe realiteit, cre?ren een opruiende stemming die snel in kracht kan toenemen. Vooral als de traditionele nieuwsmedia die social media berichten in hun nieuwsrubrieken en op hun voorpagina?s sterk uitvergroot gaan overnemen.

Menno van Duin, lector Crisisbeheersing bij het?NIFV?en de Polititeacademie?schrijft in zijn?blog: “Altijd vinden wij het lang duren alvorens de lijsten met de namen slachtoffers beschikbaar komen. Veel speculaties over nationaliteiten. Onduidelijkheden wie nu uiteindelijk wel en wie niet aan boord zat. Waarschijnlijk is nooit eerder zo snel al zoveel informatie beschikbaar geweest.”

Frans Timmermans

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekra?ne. Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de ‘valse sentimenten’ van de minister van Buitenlandse Zaken.?Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Jan Melissen, hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, kan dat gezien worden als een poging “de rauwe werkelijkheid” in abstracte discussies over VN – resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. “Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties.”
Dus zou het best kunnen dat ze ’trols’ het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep.
Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekra?ne.

China
Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.
Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.
“Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet”, constateert Melissen. “Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie.”

Military_Facebook

Westerse landen
Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. “Dat neemt enorme vormen aan.”

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.?Daar moet SMISCS dan de ‘waarheid’ tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Melissen wijst erop dat deze vorm van ‘strategische communicatie’ in militaire kringen om zich heen grijpt. “Het is propaganda om het internationale debat te be?nvloeden.”

facebook-old-like-button

Terroristische organisaties
Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.?”De video?s van al-Qaida zien er gelikt uit.” De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat ’trollen’ op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt? “Nou”, zegt Mark Vos van NuJij en Nufoto, “het is op zijn minst niet chique om je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub.”

“En digitaal ramptoerisme faciliteren met beeldmateriaal, dat doet het internet inderdaad. Maar er is geen enkele aanleiding daar over te janken.” zegt GeenStijl, om te vervolgen: “Kijk, in de New York Times een ooggetuigenverslag, waarin tekstueel zeer gedetailleerd enkele lijken worden beschreven. Oh, het is tekst, het is de NYT, dus is de correcte vorm van ramptoerisme, in tegenstelling tot foto’s van exact dezelfde omgekomen mensen…. Zie hier het internet…. Want het is psychisch natuurlijk veel beter dat nabestaanden er via offici?le kanalen achterkomen dat hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. In plaats van via social media. Via social media komt de klap veel harder aan. Of zoiets….Bepalen dat de ?ne manier, via offici?le instanties, de correcte is en de andere manier, via social media, de incorrecte. Dat is vreemd.”

Mediadeskundige Wim Westera zegt erover: “Op Twitter gaat het er rauwer aan toe dan in de kranten en op televisie. Er zitten mensen tussen die ongegeneerd alles posten zonder te denken aan de impact.” Hij adviseert mensen daarom hun eigen grenzen te stellen. “Als je merkt dat je het moeilijk vindt, kan je jezelf er beter voor afsluiten.”

Toch moedigt Westera het aan dat mensen hun bevindingen plaatsen. “We moeten de mensen dankbaar zijn dat ze de informatie beschikbaar stellen, want het is goede nieuwsvoorziening. Wel is het jammer dat veel van hen niet in staat zijn om vast te stellen wat wel of geen nieuwswaarde heeft. Iemand die een schoen of een knuffelbeer plaatst, kan denken ‘ik laat even de rotzooi hier zien’, zonder te beseffen wat voor emoties dat oproept bij de nabestaanden.”

Hoaxes en complottheorie?n?

Ondertussen verschijnen er op Russische websites steeds meer complottheorie?n over de ramp. Zo zou het vliegtuig vol hebben gezeten met lijken en zou het zijn afgeweken van zijn normale route. Ook wordt beweerd dat alles een vooropgezette actie van Amerika was om Rusland te provoceren tot oorlog.

Waar veel Nederlanders er van uit gaan dat de MH17 door separatisten uit de lucht is geschoten, horen de Russen een heel ander verhaal in een documentaire van een klein half uur, gemaakt door de Russische nieuwszender Ruptly.

Misschien nog wel de meest bizarre theorie is dat MH17 eigenlijk het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines was. De MH370 zou gestald zijn op een Amerikaanse militaire basis en naar Nederland zijn gebracht. Het werd niet bestuurd door echte piloten, maar stond op de automatische piloot en werd boven Oekra?ne opgeblazen.

Er is een dunne scheidslijn tussen ramptoerisme en medeleven,?schrijft Haro Kraak in De Volkskrant, naar aanleiding van het vele getwitter over #MH17. Veel mensen moeten inderdaad nog wennen aan de nieuwe wereld, waarin ?nieuwe media? ons op ?indringende wijze? verslag doen van wat er aan de hand is. ?Geintjes worden wrang, pi?teit jegens de doden ontbreekt?, schrijft Kraak die zich afvraagt of het nieuwsgierigheid is, dan wel ?onze instinctieve neiging tot voyeurisme?. Maar anno 2014 is iedereen zijn/haar eigen nieuwsbron, iedereen zoekt zelf het eigen nieuws, iedereen levert daar commentaar op, iedereen fotografeert en filmt. Dus ook het meisje dat, een paar uur voor ze overleed, schreef hoe blij ze was naar Maleisi? te vliegen. De tweet werd duizenden keren geretweet, door ?doodgewone mensen? die zich, stelt Kraak, met het retweeten schuldig maken aan sensatiezucht, of ?aan de hijgerigheid die sociale media kan kenmerken?.

Enfin, het is al vaker gebeurt: tijdens rampen tonen sociale media zich van hun beste ?n hun slechtste kant. Geweldig dat we een uur later beelden en ooggetuigeverslagen kunnen zien, minder leuk als er persoonlijke details getoond worden. Dat veel foto?s gemanipuleerd zijn, lijkt een zorg voor later. We willen er allemaal als eerste bij zijn, allemaal als eerste een mening hebben, allemaal als eerste geliked of geshared worden ? ?de virtuele opperbeleving van het nu?, aldus Kraak.

En dat heeft perverse gevolgen, soms. Zoals?wat er gebeurde bij de bomaanslag in Boston?waarover we blogden en?onschuldigen naar ?het cyberschavot? werden geleid. Of?de foto van het paspoort van de Nederlandse vrouw op vlucht MH17 ? duizend retweets, soms naar tienduizenden volgers. En?de streaming beelden van Russische tv-zenders als L!feNews dat van een paar meter afstand de lijken filmde.

Traditionele media, zoals kranten, ?hebben daar nog steeds moeite mee, zegt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij ?wil niet dat nabestaanden aan de kleren hun omgekomen familieleden of vrienden herkennen? en spreekt van een precaire balans. Daar zijn krantenmakers volgens hem wel aan gewend, maar twitteraars niet ? die sturen van alles maar door en rond. Zoals de foto van ?Cor Pan?, de Volendammer die vlak voor vertrek nog een foto (?Mocht ie verdwijnen, zo ziet hij er uit?) van het vliegtuig nam. Het bericht werd 25 duizend keer gedeeld.

Tot slot voor de liefhebbers een aantal onderzoeksrapporten over online sociale?be?nvloeding

Hieronder de reactie van Darpa op het controversi?le Facebook onderzoek waarin emoties van Facebook gebruikers werden gemanipuleerd, en daarna het betreffende onderzoek dat inmiddels ook is aangepast:

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

Meme: Pussycat Riots

pussycat_poster_4

Een online protest als campagne tegen internet censuur in landen als Rusland en China heeft op social media vorm gekregen onder de naam?#ThePussycatRiot, op zowel Twitter, Facebook, YouTube en andere platformen.

Op de site van The Pussycat Riot staat te lezen waarom deze metafoor gebruikten:

Katten staan bekend om hun rare capriolen en eindeloze LOL’s en legioenen van fans, maar vijf van werelds meest bekende internet katten hebben hun gebruikelijke gemauw tijdelijk opzij gezet voor iets waar ze hun klauwen in wilden zetten: internet censuur wereldwijd stoppen met #ThePussycatRiot. Plaatjes en video’s van katten zijn extreem populair op internet en Internet Service Provider HideMyAss hoopt op deze manier aandacht te krijgen voor dit doel via www.thepussycatriot.org:

“Het is absoluut noodzakelijk dat we de krachten die internet censuur toepassen herkennen en bestrijden die niet alleen toegang tot grappige plaatjes van katten toestaan, maar informatie in brede zin,” staat er op ?de website van Internet Service Provider HideMyAss:

Freedom is knowledge. Knowledge is power. Cats know everything.
From the very heart of the Internet we raise our banner with #ThePussycatRiot: a new protest movement to unite the cats of the world and their owners in opposition to cyber censorship. We aim to raise awareness of the oppressive regimes preventing people from freely enjoying the boundless wealth of mankind?s innovation and creativity… And cat videos.”

Join the fight! And watch this space Oliver, Nubia, Snowball and Mao will join these celebreties shortly.

HideMyAss.com is trots een rol te hebben gespeeld in het bijstaan ??van belangrijke gebeurtenissen?in de hele wereld, zoals de Arabische Lente, en meer recentelijk het?Turkse YouTube en Twitter verbod – waarin duizenden stemmen gehoord werden via onze diensten die anders door controles van hun regimes de mond gesnoerd werden’.

Bronnen:?HideMyAss,?Katzenworld,?Consumer Affairs

Meme: #FireChallenge. Spelen met vuur.

FireChallenge

Na memes ‘neknominaties‘, checknominating en?’een nat pak halen‘ is er weer een nieuwe nominatie meme overgewaaid. Honderden jongeren staken zichzelf in de fik en zetten de beelden hiervan op sociale media, in de hoop zo enkele minuten roem te verwerven. Letterlijk en figuurlijk met vuur spelen. De #FireChallenge heeft al tientallen jongeren in het ziekenhuis doen belanden. Een moeder werd zelfs gearresteerd toen ze haar zoon hielp bij een dergelijk filmpje.

‘De rage is niet nieuw, maar heeft de afgelopen week een enorme vlucht genomen’, meldt de site?Daily Dot. Op YouTube, Vine en Instagram zijn veel gekken te vinden met?dergelijke filmpjes. Want, het zal niemand verbazen dat het niet altijd goed afloopt. In Lexington, in de staat Kentucky, liep een 15-jarige jongen tweedegraads brandwonden op nadat hij alcohol op zijn borst had gesmeerd en zich in brand had gestoken. Hij noch zijn vrienden slaagden erin het vuur te doven, ook al stond hij in de douche. ‘Ik was niet echt bij mijn volle verstand toen ik dat deed’, verklaarde de kerel tegenover WKYT-TV.

Het ziekenhuis van de universiteit van Kansas vertelde KCTV5 dat er wekelijks een tiental pati?nten met brandwonden binnenkomt als gevolg van de nieuwe rage. ‘Ze steken hier vooral hun benen in brand, en dat resulteert in derdegraads brandwonden waarna we huidtransplantaties moeten verrichten’, verklaarde dokter Dhaval Bhasvar. ‘Die jongeren zijn zich niet bewust van de mogelijke gevolgen. Dit gaat verder dan een grapje op YouTube, dit kan resulteren in permanente verwondingen’, stelt de brandweer van Overland Park in Kansas. Veel brandweerkorpsen zijn dan ook?een tegenbeweging gestart met (online) campagnes, om deze gekte te stoppen.

Bronnen: AD,?Daily Dot,?KCTV5,?WKYT-TV

Gesprek met de digitale wijkagent

boudewijnBoudewijn Mayeur werkt sinds 2011 als digitale wijkagent bij de Limburgse politie. Zijn werkterrein beslaat internet, sociale media als Facebook en Twitter, maar ook een politiebureau in?Habbo?Hotel. Over Habbo Hotel hebben we reeds een uitgebreid blog geschreven waar Boudewijns rol duidelijk is geworden. Maar hij doet uiteraard meer, dus werd het tijd om wat nader in te gaan op de gedreven digi-cop. Onlangs had De Limburger een gesprek met hem:

Ik wil dat jongeren ook online veilig zijn. Dus moet ik actief zijn in hun wereld. En daar hoort ook internet bij. Dus speurt Boudewijn Mayeur (42) op het web naar signalen van misdrijven en misdragingen. Internet is voor hem ook een middel om in contact te komen met jongeren.

De internetspeurder is een gedreven prater. De ICT’er van oorsprong strooit kwistig met computerbegrippen, zoals over het feit dat hij geen `analoge wijk’ heeft en over mannen die meisjes benaderen voor `analoge seks’. Vol vuur vertelt hij hoe mooi het is dat politiejunioren hem helpen (`dat is toch prachtig!?’) en jongeren geregeld met tips komen. Ze willen de politie helpen. Daar moeten we gebruik van maken. In de chatsessies die Mayeur wekelijks heeft met rond de honderd jongeren, komen tientallen vragen op hem af. Maar er zijn ook heftige zaken, die in een priv?-chat naar voren komen. Een meisje vertelde me dat haar vader vaak bij haar in bed kruipt. Dat is heftig. Maar kinderen zijn ook loyaal aan hun ouders. Toen ik zei: `Daar moeten we iets aan doen,’ reageerde ze: `Haal hem niet uit huis!’

Soms zijn problemen te voorkomen. Zoals die keer dat zich een soort Project X dreigde te gaan afspelen, ergens in Limburg. Mayeur kreeg signalen dat er veel mensen heen dreigden te gaan. Hij wil er niet al te veel over kwijt, maar stelt wel dat door duidelijk te maken dat de politie de zaak in de gaten had en door op tijd in te grijpen incidenten zijn voorkomen. Maar dat lukt niet altijd. Ik kreeg signalen dat ergens huiselijk geweld speelde. In het gesprek met de ouders kwamen we er niet uit. Daar voelde ik me niet goed bij. Toen ik de deur achter me dicht trok, dacht ik: krijgt ze nu klappen omdat wij hier zijn geweest? Online krijgt Mayeur geregeld signalen over huiselijk geweld. Een meisje meldde: `Ik word geslagen. Mijn ouders liggen in scheiding en hebben steeds ruzie.’ Dat is triest. Maar Mayeur neemt problemen niet mee naar huis. Hij probeert wel te helpen, maar is geen hulpverlener.

Hij moet zaken onderzoeken, maar mag zijn bevoegdheden pas gebruiken als er aanwijzingen zijn voor strafbare feiten. Hij vindt dat de politie wel wat meer bevoegdheden zou mogen krijgen, want de regels zijn niet afgestemd op internet. Soms gaat hij tot het randje om iemand te helpen. Zoals die keer dat een jonge man dreigde naaktfoto’s van een meisje op internet te zetten als ze niet verder zou gaan met seksuele handelingen voor de webcam. Mayeur benaderde hem en waarschuwde dat zijn gedrag strafbaar was en hij in de gaten werd gehouden. Dat hielp. Het stopte.

Zo nodig kan de politie de gegevens van iemand achter een Facebook- of Twitter-account opvragen. En via speciale zoekmethoden en beveiligde verbinding kan hij als internetrechercheur achter de identiteit van anonieme dreigers komen. Maar ook van hulpvragers. Toen een meisje dat misbruikt was door een familielid aangaf dat ze het leven niet meer zag zitten, seinde hij de politie in, die een inval deed. Dat vond ze niet leuk. Maar ik deed het in haar belang. Mayeur weet hoe kwetsbaar jongeren zijn voor misbruik op internet. Ouders hebben vaak geen idee wat hun kind online doet.Waar jongeren zijn, zijn ook pedofielen. Ik krijg bijvoorbeeld soms signalen van jongeren dat in?Habbo?Hotel iemand jongens van zestien benadert met de vraag of ze seks willen. Dat is niet strafbaar, maar ik hou hem wel in de gaten en geef het door. Bij de afdeling zeden was hij nog niet bekend. Daar kunnen ze ook een oogje in het zeil houden. Als hij bijvoorbeeld bij een kinderboerderij wil gaan werken, kun je je afvragen: is dat wel zo handig? Ik volg sommige pedofielen preventief online. Er ligt overigens een wetsvoorstel voor het intensiever volgen van veroordeelde zedendelinquenten.

Maar ik volg ook slachtoffers. Zodat iedereen ziet dat ik ze in de gaten houd. Overigens zijn niet alle pedofielen slecht, weet Mayeur. Ik moet objectief zijn en me van een oordeel onthouden. Maar een klein percentage van de pedofielen gaat over tot misbruik. Ze kunnen getrouwd zijn, maar wel seksuele gevoelens voor kinderen hebben waar ze nooit iets mee doen. Een enkeling praat daarover in de chat. Ook al wordt hij dan uitgescholden. Dat vind ik wel moedig.

Taken digitale wijkagent

Boudewijn Mayeur houdt digitaal spreekuur in zijn virtuele politiebureau in?Habbo Hotel. Daarnaast chat hij twee keer per week met jongeren. De digitale wijkagent geeft ook voorlichting over de gevaren van internet aan ouders, scholen en jongeren. Hij moet ook collega’s bewust maken van de mogelijkheden om sociale media in te zetten en online onderzoek te doen. Mayeur maakt agenten ook bewust van nieuwe gedragingen als stalken, online bedreigen en pesten. Digitaal pesten heeft grote gevolgen. Digitaal pesten is niet strafbaar, maar als ik zie dat het gebeurt, geef ik het wel door aan scholen. Die zeggen vaak: het gebeurt niet hier. Maar het heeft vaak wel gevolgen voor de school. Ik kende bijvoorbeeld een meisje dat niet meer naar school ging omdat een foto waarop ze deels ontkleed te zien is, rondgestuurd is.

Bron: Limburger?

 

Anoniem internetmeldpunt

anoniemHet anonieme meldpunt op het internet, een alternatief voor Meld Misdaad Anoniem via de telefoon, is zo anoniem nog niet. Technisch is anonimiteit niet te waarborgen, zeggen onderzoekers.

De anonimiteit van melders van misdaden via een internetmeldpunt is niet te garanderen. Technisch moeilijk uitvoerbaar, organisatorisch een uitdaging en er zijn mogelijke schadelijke neveneffecten. Dat staat in?een onderzoek naar een dergelijke meldpunt?door Privacy & Identity lab in samenwerking met de Radboud Universiteit.

Bang voor misbruik data

“In een klimaat waarin politiebestanden op tamelijk intransparante wijze ook voor andere doeleinden dan opsporing worden ingezet, is het belangrijk om terughoudend te zijn met het voeden van dergelijke databanken met ongecontroleerde informatie. Dit pleit voor terughoudendheid bij het faciliteren van anonieme meldingen.”

De onderzoekers pleiten voor “een brede reflectie” op deze ontwikkelingen, “die zouden moeten leiden tot het opstellen van een proportionaliteitstoets voor anonieme meldpunten.”

Technisch en organisatorisch moeilijk

De quickscan is gedaan in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie om de haalbaarheid van een anoniem internetmeldpunt in kaart te brengen,?een wens van de VVD. Daarbij is gekeken naar de technische en organisatorische uitvoerbaarheid en het juridisch perspectief. Met name de eerste twee aspecten bieden obstakels.

Om het meldpunt technisch zo anoniem mogelijk in te richten en toch een dialoog tussen melder en steunpunt mogelijk te maken, denken de onderzoekers dat een app voor de smartphone of een webgebaseerde chat het beste is. Maar, zo zeggen ze, die kennen weer technische beperkingen. “Vanwege de complexiteit verwachten wij dat de kosten van het inrichten van zo’n meldpunt hoog zijn. Nader onderzoek naar die inrichting is gewenst.”

De onderzoekers hebben het kort over anonimiseringsinrichtingen, zoals Tor. “Echter, voor een normale gebruiker is het niet eenvoudig om Tor correct op te zetten en te gebruiken. Daarnaast is de aanwezigheid en het gebruik van Tor op zichzelf mogelijk verdacht.”

Beginnen met een pilot

De technische uitdagingen maakt het organisatorisch ook moeilijk. Daarnaast moet het kennisniveau van de medewerkers omhoog en hogere eisen worden gesteld aan het beheer. Regelmatig moeten audits worden gehouden om de anonimiteit van de melders te blijven garanderen. Vanwege de onzekerheid over het aantal meldingen dat gaat binnenkomen, adviseren de onderzoekers een gefaseerde invoering, te beginnen met een pilot en een nulmeting.

Bronnen: Webwereld, WODC

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij

Internet: vrijheid, anarchie of eigendom van grootmachten?

Enige tijd geleden was er weer een interessant artikel?in Gizmodo over de toekomst van netneutraliteit, waarin wederom duidelijk wordt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het internet zomaar ‘van iedereen’ en ‘niemand’ tegelijk is. Overheden en grote bedrijven maken het steeds moeilijker.

‘Als een bevolking kan beschikken over moderne media, dan maakt ze dit eerder passief dan opstandig’, zo zegt?Evgeny Morozov. Hij komt uit Wit-Rusland ? een land dat momenteel ook wel de enig overgebleven dictatuur in Europa wordt genoemd. En in Wit-Rusland is het niet heel anders dan indertijd in Oost-Duitsland; ondanks dat internet nu bestaat, en er ook massaal gebruikt wordt.?De Oost-Duitsers die de West-Duitse televisie konden ontvangen gingen daardoor niet ineens hun toestand vergelijken met wat ze op het beeld zagen. In plaats daarvan bleven ze juist opvallend veel passiever onder de wandaden van de politiestaat waarin ze leefden dan hun landgenoten die de West-Duitse TV niet ontvingen.

Wie de mogelijkheden heeft om het internet alle mogelijke vragen te stellen, zoekt veel eerder om tips om af te vallen, of hoe het met Justin Bieber is, dan om te vragen wat mensenrechten precies zijn.?Tegenwoordig komt daar nog het niet geringe voordeel van internet bij dat overheden daarmee nauwgezet het gedrag van hun onderdanen kunnen vastleggen. U betaalt uw internetprovider opdat deze voor de Staat vastlegt met welke adressen u mailt, en welke webadressen u bezocht heeft.

Wie iets wil, in een land met een restrictief regime, zal er wel voor waken dat anderen daar achter kunnen komen.?Bovendien, zo schrijft Morozov, drijft internetgebruik op het werk van grote bedrijven, die allereerst geld willen verdienen, en zich pas om moraal bekommeren als ze rechtstreeks op hun ethiek worden aangesproken. Google trok zich weliswaar ooit, even, met veel misbaar terug uit China vanwege de gedwongen filtering van zoekopdrachten door Chinese overheid. Tegelijk had het die filtering vier jaar daarvoor klakkeloos aanvaardt, om marktaandeel te kunnen veroveren in het land.

Facebook net zo goed als Google hebben allereerst ten doel hun omzet te laten groeien, of op zijn minst te laten voortbestaan. Zij zullen zich schikken naar welke eisen tot filtering of censuur ook, als dit betekent dat ze in een land kunnen blijven functioneren.

Overigens toonde alle gedoe?rond WikiLeaks?dit jaar niet anders aan. Hoewel er geen strafklacht tegen deze website geformuleerd is, en dit ook moeilijk kan, maken vele bedrijven, zoals PayPal, zoals de creditcardmaatschappijen, het onmogelijk aan sympathisanten om WikiLeaks financieel te ondersteunen.

Morozov biedt kortom een noodzakelijk tegenwicht voor alle overspannen verwachtingen die er de laatste twintig jaar over internet gegroeid zijn. Maar, hoewel dit boek me veel bood, vooral aan recente geschiedenis, en de invloed van technologie daarin, ben ik het toch niet met het pessimisme eens van de auteur.

Volgens Evgeny Morozov betekent die afwijzing dat ik denk dat heel de wereld als ik is. Kosmopolitisch, vrijdenkend, en progressief. En dat dit me blind zou maken voor de slechte kanten van het net, daar waar Nazi?s, pedofielen, en ander schoftentuig zich vinden en samenscholen. Alleen is dat bezwaar me veel te simpel.

Tot de kansen die mensen door internet, of betere communicatie krijgen, reken ik ook economische kansen. Voorbeelden genoeg in ontwikkelingslanden waar boeren, dank zij een beetje meer informatie over wat hun waren elders opbrachten, een beter bestaan kregen.

Vooruitgang, in sommige opzichten, blijft absoluut mogelijk. Net als oude gevaren groter kunnen groeien dan ze waren, en nieuwe problemen zullen ontstaan.

Het beeld is niet eenduidig. Maar, zwart-wit zijn alleen de wereldbeelden van religies.

Morozov maakt korte metten met cyberutopisten

Evgeny Morozov is kritisch over het gedrag van zo ongeveer alle spelers die bij zogenaamde internetrevoluties betrokken zijn: NGO?s, de leiders van de digitale revolutie, bedrijven en de media.?In zijn boek ‘The Net Delusion. The Dark Side of Internet Freedom’ (2011) krijgen ze er allemaal van langs. Morozov verdiept zich in opstanden zoals die in Iran in 2009. Zijn boek verscheen net voor de Arabische Lente en zijn commentaar daarop verscheen in verschillende artikelen en opiniestukken.

Morozov was vroeger overtuigd ?cyberutopist?: hij geloofde dat online communicatie een bevrijdende werking op mensen had, zonder dat hij hiervan de keerzijde onder ogen wilde zien. Zo werd hij leidinggevende van de nieuwe media afdeling vanTransition Online, een Westerse NGO. Deze organisatie probeerde met behulp van nieuwe media democratisering in de voormalige Sovjet-Unie te bevorderen. Na vele ontmoetingen met bloggers en activisten verloor Morozov uiteindelijk zijn enthousiasme voor de democratiserende werking van nieuwe media. Nu probeert hij de wereld te attenderen op het negatieve effect dat cyberutopisme heeft op democratisering.

Waarom is het volgens Morozov nodig om de wereld te waarschuwen en op welk gedrag spreekt hij NGO?s, de leiders van de digitale revoluties, internetbedrijven en de media aan?

Morozov doet een poging om NGO?s zoals zijn voormalige werkgever?Transition Online?te waarschuwen. Hij heeft het dan met name over NGO?s die internet als middel inzetten om hun democratische idealen te verwezenlijken. De gedachte dat?Internet freedom?leidt tot democratisering is met name populair in het Westen. Zo ondersteunt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s die internetvrijheid bevorderen. Voorbeelden van NGO?s en non-profit organisaties in dit netwerk zijn?Human Rights in China,?Movements.org?en?Human Rights First.

Volgens Morozov gaan met name Westerse beleidsmakers er van uit dat democratisering onvermijdbaar is zolang er maar genoeg computers zijn die onderling met elkaar verbonden zijn. Door zo veel mogelijk landen online te krijgen en door de mensen te leren wat blogs en sociale netwerken zijn, zal de democratie zegevieren. Daarnaast is internet een relatief goedkoop middel en daarom een laagdrempelig medium om in te participeren. Er wordt vanuit gegaan dat als burgers uit deze landen internet gebruiken, zij zich gaan informeren over democratisering, mensenrechten en de beginselen van een rechtsstaat en dat zij deze kennis vervolgens delen binnen hun digitale netwerken.

Maar Morozov kwam erachter dat internet eerder voor amusement gebruikt wordt dan voor democratische doeleinden. Je kunt volgens hem niet alle autocratische regimes over ??n kam scheren en dus ook niet bij iedere dictatuur met dezelfde oplossing aankomen. Er zou rekening gehouden moeten worden met culturele identiteit en het politieke klimaat van het autoritaire land in kwestie.

Het achterliggende probleem is volgens Morozov dat we de huidige toepassing van internet verwarren met waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Als voorbeeld noemt hij de radio, ook een medium dat informatie kan verspreiden, zij het op eenzijdige manier. De radio heeft een positieve rol gespeeld bij het?uiteenvallen van de Sovjet-Unie, maar had een negatieve rol bij het ontstaan van de genocide in Rwanda. Zowel radio als internet zijn communicatiemiddelen, maar geen van beide zijn in staat om een revolutie tot stand te brengen.

?Zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van ?sociale media? is vergelijkbaar met zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van de telefoon.?-?Evgeny Morozov

Leiders van de digitale revolutie

Image Hillary Clinton legde in haar?Internet Freedom Speech?uit 2010 een causaal verband tussen internet en democratisering. De informatierevolutie zou een positief effect hebben op de democratisering van autoritaire landen.

?Het streven naar Internet vrijheid is geen onderdeel van de strategie die democratische ontwikkeling ondersteunt. Maar dat zou het wel moeten zijn?.-?Hillary Clinton

Morozov verzet zich tegen dit idee. Het zijn de cyberutopisten die geloven dat de jeugd zich heeft ontworsteld aan hersenspoeling door de dictatuur waarin zij leven en met hun mobiele telefoons en laptops democratische hervormingen tot stand willen brengen. Morozov noemt deze utopisten?Ipod liberalists. Hij laat in zijn boek zien hoe het Amerikaanse buitenlandbeleid ten aanzien vanInternet Freedom\op deze cyberutopische aannames berust. De Verenigde Staten kunnen soms goede intenties hebben, maar dat dat niets afdoet aan de ongunstige consequenties dat hun democratiseringsbeleid in het buitenland kan hebben, aldus Morozov. Morozov zegt dat na de ?Facebook-revoluties? Egypte en Tunesi? door een gebrek aan hi?rarchie in de revolutionaire bewegingen niet goed kunnen functioneren. Het machtsvacu?m dat is ontstaan zal opgevuld moeten worden, en volgens Morozov zijn de leiders van de digitale revolutie daartoe niet goed uitgerust.

Image Niet iedereen deelt deze mening. Internettechnoloog en journalist?Ben Hammersley?zegt dat bestaande hi?rarchische machtsstructuren het onderspit zullen delven, omdat ze niet bestand zijn tegen de kracht van online en offline netwerken. Generaties die zijn opgegroeid na het einde van de Koude Oorlog zijn al gewend aan meer horizontale structuren, vergelijkbaar met omgangsvormen in de sociale media.

Dat leiders van de digitale revolutie niet voorbereid zijn op de periode na de revolutie, meent Morozov waar te nemen in Tunesi? en Egypte. In Tunesi? worden opnieuw websites geblokkeerd. In Egypte is het leger nog steeds aan de macht en is de noodtoestand nog van kracht. De 32-jarige Esraa Abdel Fattah pleit ervoor, zolang de noodtoestand nog niet is opgeheven, dat de internationale aandacht voor haar land niet moet verdwijnen. Zij staat bekend als het ?Egyptische Facebookmeisje?: in 2008 bracht Abdel Fattah met behulp van haar Facebookpagina mensen op de been voor de eerste massale protestbijeenkomst. Zij verloor hierdoor haar baan, moest een tijd in de gevangenis zitten en werd uiteindelijk fulltime activiste. Zij denkt dat er misschien wel jaren voor nodig zijn om het corrupte systeem dat diep in de samenleving is geworteld, te hervormen. De toekomst zal uitwijzen of de jeugd in Egypte erin zal slagen om zonder de traditionele machtsstructuur een nieuwe samenleving op te bouwen.

Terwijl Morozov?s kritiek op de censuurwetgeving in Tunesi?, zijn daar momenteel ook andere ontwikkelingen gaande. Op 23 oktober 2011 gaan zeven bloggers deelnemen aan de?verkiezingen in Tunesi?. Sinds de val van het regime worden volksvertegenwoordigers gekozen die gaan meeschrijven aan een nieuwe grondwet. Een van de bloggers die zich verkiesbaar heeft gesteld is Yassine Ayari . Hij werd in mei 2010 samen met Slim Amamou – een voor westerse media bekende Tunesische dissidente blogger – nog vastgehouden en verhoord voor het plannen van protesten tegen de censuur van het regime van zijn land. In zijn eigen blog nuanceert hij het beeld dat mensen van hem hebben.

?Ik ben geen blogger, ik ben een jonge Tunesi?r, die denkt dat hij interessante dingen te zeggen heeft en wat wil doen en die actief wil deelnemen aan het opbouwen van een beter Tunesi?. […] Ik kijk er reikhalzend naar uit om een publiek persoon te worden die een blog heeft in plaats van een blogger te zijn die aan de politiek wil deelnemen.?-?Yassine Ayari

Volgens Morozov kan het internet geen revoluties veroorzaken maar ze alleen versnellen. En we moeten ons realiseren dat internet ook een keerzijde heeft en vaak precies het tegenovergestelde doet van wat de cyberutopisten veronderstellen. Het verschaft overheden meer controle over haar burgers, wiegt mensen in slaap met porno en amusement en het biedt een extra platform voor het maken van overheidspropaganda en voor slimme op de persoon toegespitste reclame.

Overheden

De bijdrage die digitale sociale netwerken hebben geleverd aan het bespoedigen van de revolutie in Tunesi? die vervolgens leidde tot het aftreden van de 23 jaar heersende dictator Zine el-Abidine Ben Ali, heeft de rest van de Arabische wereld ge?nspireerd. Het succes van Tunesi? bevestigde een opvatting die al langer populair was, namelijk dat internet een ware plaag is voor autoritaire regimes. Maar Morozov denkt hier duidelijk anders over: iedereen die er vanuit gaat dat internet en sociale netwerken een positieve invloed hebben op democratisering, vergist zich. Internet beperkt vaker wel dan niet democratische vrijheden. Volgens Morozov is het een mythe dat autoritaire leiders de ontwikkeling van internet vrezen. Veel autoritaire regimes tolereren juist het gebruik van internet omdat de bevolking hen daarmee vrijwillig informatie geeft over de problemen die zij op lokaal niveau ervaren. Door deze lokale problematiek aan te pakken versterken autoriteiten hun legitimiteit, wordt de onvrede gesust en het verlangen democratische hervormingen door burgers geremd.

Autocratische regimes zoals bijvoorbeeld China en Rusland hebben zich dit digitale trucje snel eigen weten te maken en gebruiken de sociale media in hun voordeel. Het zijn dezelfde redenen waarom sociale mediasites als Twitter en Facebook zo?n commercieel succes zijn en zo aantrekkelijk voor de veiligheidsdiensten van deze regimes. Veiligheidsdiensten kunnen er via deze weg snel en effectief achter komen wat dissidenten dagelijks bezighoudt, welke politieke ideologie?n zij aanhangen, wie hun bondgenoten zijn en in welke netwerken zij opereren. Morozov geeft aan dat dit informatie is waarvoor vroeger mensen gemarteld werden. Nu wordt er ingebroken in de computers van dissidenten, zonder dat ze dit doorhebben en worden websites met cyberattacks aangevallen.

Verder wijst Morozov erop dat autoritaire machthebbers zeer creatief zijn in het gebruikmaken van online instrumenten. Het Kremlin financiert pornosites om de Russen te vermaken en daarmee de groeiende onvrede af te remmen. In China bestaat een groep van bijna 300.000 bloggers die met elkaar politiek correcte discussies voeren en die voor elke reactie die zij ontvangen krijgen zij 50 cent van de staat krijgen. Met ironie worden zij de?Fifty Cent Party in China?genoemd. Met deze nieuwe vorm van propaganda probeert China haar burgers zoet te houden. Autoritaire regimes, zo stelt Morozov, gooien alles in de strijd om de bevolking met online middelen in hun internetvrijheid te belemmeren. Omdat de bevolking op de voorgrond met kleine zoethoudertjes wordt beziggehouden worden werkelijke democratische veranderingen aan de aandacht onttrokken.

Image

Morozov beschuldigt niet alleen autocratische regimes maar ook democratische overheden van het plegen van cyberaanvallen. Toen Hillary Clinton in haar Internet Freedom speech zei dat ?landen of individuen die zich bezighouden met cyberaanvallen de consequenties en de internationale veroordeling zouden moeten dragen,? vergat ze voor het gemak volgens Morozov te zeggen dat Amerikaanse hackers regelmatig cyberaanvallen op websites van andere overheden plegen. In 2008 dachten de Amerikanen dat een netwerk van jihadisten uit Saoedi-Arabi? het gemunt had op een Amerikaans doelwit in Irak. Dit leidde ertoe dat de Verenigde Staten een cyberaanval lanceerden op een islamitisch internetforum waar deze jihadisten regelmatig bijeen kwamen. Dit willen de Amerikanen volgens Morozov nog weleens achterwege laten.

Internetbedrijven

Een ander probleem dat Morozov signaleert is dat cyberutopisten – de mensen die geloven in de democratiserende werking van internet – de positieve bijdrage van internetbedrijven aan Internet freedom overschatten. Bedrijven als Google, Twitter en Facebook worden gezien als voorvechters van de rechten van de mens en als wapens tegen de autoritaire regimes in de wereld. Dit fenomeen wordt door MorozovThe Google Doctrine?genoemd.

Image

Toen Google China verliet werd dit niet gezien als een zakelijke beslissing, maar als een morele afweging tegen de opgelegde censuur. Twitter stelde haar updates uit op verzoek van de Amerikanen zodat de Iraanse twitteraars tijdens de Groene Revolutie ononderbroken konden twitteren. En Facebook wordt vaak gezien als een van meest effectieve middelen om democratisering te bevorderen. Het probleem is dat de utopisten in hun enthousiasme al deze bedrijven op een hoop gooien en als een groep beoordelen. Hierdoor vervagen de grenzen tussen individuele prestaties van bedrijven voor de rechten van de mens, en kunnen alle bedrijven van dit positieve imago meeprofiteren zonder daar verantwoording voor af te leggen. Twitter en Facebook kozen er volgens Morozov voor om niet te participeren in het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s dat internetvrijheid bevordert en de mensenrechten onderschrijft. Facebook gaf hiervoor als reden dat zij niet genoeg geld hadden om deel te nemen. ?Opmerkelijk?, aldus Morozov.

In autoritaire regimes zijn het niet alleen de overheden die ?webcontent? censureren. Internetbedrijven censureren vaak zonder dat dit specifiek door het autoritaire regime wordt opgelegd. Hoe meer vrijheid bedrijven krijgen in het interpreteren van censuurwetgeving , hoe onzekerder ze worden over wat wel of niet te censureren. Morozov meent dat dit kan leiden tot een strengere vorm van censuur.

Daarnaast maken internetbedrijven zich ook op een indirecte manier schuldig aan censuur. Westerse internetbedrijven leveren software aan autoritaire landen waarmee zij hun burgers censureren. De?Open Net Initiative, een organisatie die zich verdiept in internetcensuur, heeft een?rapport?geschreven waaruit naar voren komt dat autoritaire regimes software van westerse bedrijven aankopen om te bepalen welke informatie binnen de staatsgrenzen geschikt is voor hun burgers. Saudi Arabi?, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Bahrain, Oman en Tunesi? gebruiken allemaal?Smartfilter. Met deze software is het mogelijk om websites te blokkeren. Smartfilter wordt gemaakt door Amerikaanse bedrijf McAfee, maar de virusscanners en firewall van McAfee wordt ook in het westen gebruikt, al is het niet om te censureren. Het is lastig om in dit geval een oordeel te vellen, omdat je McAfee niet kwalijk kunt nemen dat software voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het ontworpen is. Maar het leveren van software aan deze regimes, is wellicht wel kwalijk.

Ook maakt Morozov zich zorgen over de hoeveelheid persoonlijke informatie die internetbedrijven van individuele gebruikers krijgen. Van wie is deze informatie? Van de bedrijven of van de gebruikers? En wordt deze informatie wel voldoende beschermd? Bedrijven maken volgens Morozov gebruik van het groeiende sociale karakter van internet. Veel individuen, activisten, NGO?s en organisaties maken tegelijkertijd gebruik van meerdere toepassingen van Google. Google?s systeem, waar je met een account toegang krijgt tot email, documenten, agenda?s, budgetten en meer, wordt steeds meer gebruikt. De centralisatie van informatie onder ??n noemer, wat veel gebeurd bij Google, vergroot productiviteit en effici?ntie, maar heeft zijn weerslag op de veiligheid van informatie. Stel dat een wachtwoord van een dissident of NGO in een autoritair regime wordt gekraakt dan heeft dit consequenties voor zijn veiligheid.

Google kwam in juni 2011 naar buiten met het nieuws dat honderden Gmail?inlognamen en wachtwoorden van hoge Amerikaanse overheidsfunctionarissen, Chinese politieke activisten en journalisten niet meer veilig waren. De hack bleek uit China afkomstig te zijn. De accounts waren gehackt met een methode die?phishing?heet, een hack waarbij de slachtoffers worden verleid om informatie bloot te geven zonder dat ze daar erg in hebben.

Een paar maanden later, eind augustus 2011, werd bekend dat het Nederlandse Diginotar, verschaffer van digitale veiligheidscertificaat, gehackt was. Google moest aan?300.000 Irani?rs?mededelen dat deze hack ook de toegang had vrijgegeven tot hun Google accounts. Bedrijven als Google, Microsoft en Mozilla namen vrijwel meteen actie door veiligheidscertificaten van Diginotar te blokkeren. Apple wachtte af, waardoor individuele gebruikers uit eigen beweging een soort ?doe het zelf sites? uit de grond stampten om persoonlijke gegevens te beschermen. Uiteindelijk kwam ook Apple met een software update om Diginotar te blokkeren.

Morozov stoort zich eraan dat bedrijven zoals Google en Apple te weinig aan banden worden gelegd. Internetbedrijven worden door de politiek nauwelijks op hun verantwoordelijkheden gewezen, maar worden vaak wel onterecht de hemel in geprezen voor hun aandeel in het cre?ren van?Internet freedom?in autoritaire landen, aldus Morozov.

Media

Tenslotte heeft Morozov ook nog een appeltje te schillen met de westerse media: als het gaat over autoritaire regimes en het sentiment van de bevolking daarover rapporteren media zoals CNN en de BCC het liefst over de opkomende macht van een liberale bloggergemeenschap. Het is opvallend, volgens Morozov, dat het nieuws vooral bloggers laat zien die in goed verstaanbaar Engels vechten voor liberale en democratische waarden. Bloggers die hier anders over denken, zullen niet in de rij staan bij de meer liberale westerse media om hun verhaal te vertellen. Morozov geeft het voorbeeld van Iran, waar tijdens de Groene Revolutie in 2009 de revolutionaire bloggers en twitteraars in de westerse media centraal stonden. De media waren vergeten te vertellen dat het aantal conservatieve bloggers ook was toegenomen en dat zij inmiddels een machtige groep vormden binnen de bloggergemeenschap. Uit een?onderzoek van Harvard University?uit 2008 bleek al dat conservatieve bloggers uit Iran veel actiever waren dan aanvankelijk gedacht werd. Ook zouden conservatieve bloggers meestal links gebruiken die verwezen naar Iraanse websites, waar progressieve bloggers linken naar westerse mediasites. In feite, zegt Morozov, het beeld dat bij de kijker blijft hangen niet is representatief voor het werkelijke sentiment dat bij de bevolking van autoritaire regimes leeft.

Image

Toen in juni 2011 duidelijk werd dat een bij de media populaire Syrische lesbische blogger een 40-jarige getrouwde man uit Schotland bleek te zijn, stonden de westerse media even in hun hemd. Aanvankelijk leek het waarschijnlijk een prachtige vondst: een dappere lesbische die haar ervaringen onder de Syrische dictatuur met de rest van de wereld wilde delen. In de blog?A gay girl in Damascus, schreef de zogenaamde Amina, over hoe ze deelnam in straatprotesten en hoe ze in het geheim een lesbische romance had. Toen op 6 juni 2011 de ?nicht? van Amina op haar blog schreef dat zij door gewapende mannen was ontvoerd, werden meteen verschillende internetcampagnes opgezet om haar te vrij te krijgen.

Gelijktijdig begonnen Syrische activisten te twijfelen aan de authenticiteit van Amina. Het bleek dat er niemand was die ooit met de blogster had gesproken en dat belangrijke details over haar niet bevestigd konden worden. Uiteindelijk werden IP-adressen en e-mails getraceerd naar servers van de Universiteit van Edinburgh, waar de vrouw van de 40-jarige man werkte. Toen het bewijsmateriaal zich bleef opstapelen, besloot de man zelf met zijn verhaal naar de Britse krant?The Guardian?te stappen, die de hoax onthulde. In de krant zei hij: “Deze ervaring heeft jammer genoeg mijn gevoelens over de vaak oppervlakkige verslaggeving over het Midden Oosten en over de aanwezigheid van nieuwe vormen van liberaal Orientalisme, alleen maar bevestigd.?

Deze kritiek over de verslaggeving over het Midden Oosten sluit aan bij de kritiek die Morozov heeft over hoe westerse media verzuimen een representatief beeld te geven van bloggers. De informatie uit?A gay girl in Damascus?blog werd vrij klakkeloos overgenomen en verspreid. De media lijken zo graag te willen geloven dat deze bloggers bestaan dat ze verzuimen om de authenticiteit te checken.

Morozov lijkt pessimistisch te zijn over internet, maar ontkent niet dat internet ook een positief effect kan hebben op democratisering. Je moet je er alleen niet blind op staren. Hij doet een poging om cyberutopisten duidelijk te maken hoe zij autoritaire regimes in de hand spelen. Morozov wijst deze na?eve enthousiastelingen erop dat hun kokervisie op internetvrijheid onbedoeld kan leiden tot internetcensuur, propaganda en cyberaanvallen door autoritaire regimes. Zijn boodschap lijkt geland te zijn. Inmiddels is Europese wetgeving aangenomen die het doorverkopen van afluisterapparatuur een stuk lastiger maakt. Het is weliswaar nog maar een begin, maar het na?eve lijkt eraf te zijn.

Het Internet als bevrijdende kracht richting democratie. Evgeny Morozov, schrijver van ?The Net Delusion? vindt dit een valse voorstelling van zaken. Hij neemt plaats in een visuele arena met twaalf schermen, waarin hij wordt gebombardeerd met beelden en quotes.

Sinds de Arabische revoluties wordt aan de bevrijdende rol van het Internet een grote rol toegekend. Sociale media worden gezien als het nieuwe wapen bij het omverwerpen van dictaturen. Evgeny Morozov, de 27-jarige Wit-Russische schrijver van “The Net Delusion”, bestrijdt dit ongebreidelde cyber-utopisme en laat zien dat autoritaire regimes het Internet juist gebruiken om verzet de kop in te drukken.

Opmerkelijk is dat Morozov voorheen zelf het internet inzette ter verspreiding van democratische idealen, met name in de Oost-Europese landen. Maar hij raakte diep teleurgesteld en ontpopte zich als ??n van de meest vooraanstaande critici van de interneteuforie. Net als overal gebruiken de meeste mensen onder een dictatuur het internet niet om de samenleving te veranderen of om idee?n rond democratie te verspreiden, maar juist om hun moeilijke bestaan te ontvluchten en online spelletjes te spelen of porno te bekijken, aldus Morozov.

Tegenlicht geeft deze dwarse visie ruimte. We vroegen de jonge Wit-Rus om plaats te nemen in een arena waarin hij wordt omringd door videoschermen. In deze setting – die hij zelf omschrijft als een panopticum – wordt hij gebombardeerd met quotes en beelden uit eerdere uitzendingen. Er zijn onder meer fragmenten van de onlangs in China opgepakte en vrijgelaten kunstenaar Ai Weiwei, de toespraak over Internetvrijheid van Hillary Clinton, de jonge Egyptische activiste Farida Makar en WikiLeaks-voorman Julian Assange. Morozovs reactie op de aan hem gepresenteerde dilemma?s leidt tot een levendige dialoog tussen beeld en inhoud, waarin hij ons meeneemt in zijn strijd tegen het blinde cyber-utopisme.

Evgeny Morozov over “The End of Cyber Utopia” in VPRO’s Tegenlicht:

Het internet is an sich democratisch

Oud-collega Erik Huizer vertelt dat het internet gebaseerd is op open protocollen en open samenwerking tussen netwerken: ?Maar dat gaat niet vanzelf. Voordat TCP- en HTTP-protocollen ge?mplementeerd kunnen worden door partijen als Microsoft zijn er bottom-up organisaties die ze ontwikkelen en onderhouden. Zo ook Huizer, en met een goede reden: ?Ik ben ermee bevlogen dat het internet open en toegankelijk blijft, zodat iedereen met een website evenveel kans op succes heeft.?

Maar er zijn bedreigingen

Er liggen echter gevaren op de loer. Huizer noemt drie bedreigingen voor het democratische internet dat hij voor ogen heeft. Allereerst zijn dat de muziek- en entertainmentindustrie, die met hun filters en beperkingen een deel van het internet blokkeren. Ten tweede is er het sociale netwerk Facebook, een gesloten infrastructuur dat meer en meer terrein van het open internet wint. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Google, dat veel goede dingen biedt maar ook een imperium aan het worden is, waar altijd duistere kanten aan zitten. Overheden van Rusland en Afrikaanse landen vormen samen de derde bedreiging. Zij zijn bezig controlecampagnes op te zetten die ten koste gaan van open telecommunicatie.

To do: het internet robuust maken

Om deze bedreigingen te overwinnen en het internet houdbaar te maken moet nog een hoop werk verricht worden. De grootste uitdaging daarbij is volgens Huizer het robuuster maken van de digitale infrastructuur: ?Wanneer een ADSL-verbinding nu uitvalt, ben je ontmand. De huidige enkele uitvoeringen zijn dan wel goedkoop voor de consument, maar we zijn er nu wel erg afhankelijk van. Het internet moet in de toekomst beschikbaarder en veiliger worden, zodat het vertrouwen erin groter wordt.?

Huizer werkt eraan: ?Ik ben nu bezig om samen met onder andere Google een andere infrastructuur te ontwerpen dat ?open flow? heet. In plaats van afzonderlijke datapakketjes die hun weg in het virtuele verkeer zoeken, kijken we hoe een flow van grote datastromen bijvoorbeeld voorrang kan krijgen boven afzonderlijke data.? En zo zal Huizer blijven strijden voor een open en eerlijk internet.

Ook Marleen Stikker, enthousiasteling van het eerste uur op De Digitale Stad (DDS) vindt dat het internet nu “kapot” is als ze het vergelijkt met de begintijd:

Bronnen: FastMovingTarget,?Boeklog,?VPRO Tegenlicht, Net Delusion, Gizmodo, FastMovingTargets

De kracht van online opsporing

De kracht van online opsporing; Een onderzoek naar het gebruik van Twitter binnen de opsporing.

wordcloudZoeyPlanjer

?- Masterscriptie Zoey Planjer,?Universiteit Utrecht

??Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen ??n andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen??.

Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen ??n man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.

Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto?s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto?s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ?? Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken???. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.

De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.

Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?

Centrale vraag in deze masterscriptie is ??Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”?