SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Samen met TNO heeft het INTERPOL Global Complex for Innovation (IGCI) een specialistische training ontwikkeld die inzicht geeft in criminele cyberactiviteiten. In de training leren de deelnemers om methoden en strategie?n die criminelen en criminele netwerken op het darknet gebruiken te identificeren.
Voor deze unieke training bouwde het Cyber Research Lab van INTERPOL een eigen darknet, compleet met cryptovaluta en gesimuleerde marktplaats. Deze gesimuleerde omgeving lijkt sterk op de ‘ondergrondse’ virtuele netwerken die criminelen gebruiken om onopgemerkt te blijven. Professor Pieter Hartel van TNO werd bij INTERPOL gedetacheerd om te helpen bij het opzetten van de training en het lab.
Samenwerking TNO en Interpol
Tijdens de vijfdaagse training (27-31 juli) namen de cursisten de rol op zich van verkoper, koper of administrator om zo de technische infrastructuur van de hidden services op een TOR-netwerk, de structuur van een illegale marktplaats en de werking van cryptovaluta’s beter te leren begrijpen. Onder de oefeningen waren ook live politieacties waarbij geprobeerd werd de gesimuleerde marktplaatsen uit te schakelen. “Wat ons betreft is dit niet alleen het begin van een intensieve en langdurige samenwerking tussen TNO en INTERPOL, maar ook met aangesloten politieorganisaties om samen kennis en middelen op te bouwen voor een veilige samenleving”, aldus Annemarie Zielstra, Directeur Cyber Security & Resilience bij TNO. De specialistische training van INTERPOL geeft agenten de kennis en hulpmiddelen die ze nodig hebben om ook in de virtuele wereld de strijd aan te gaan met criminelen. ?Deze unieke cursus onderstreept tevens de toegevoegde waarde van het Global Complex for Innovation van INTERPOL. Het helpt de lidstaten om deze nieuwe misdaaddreiging het hoofd te bieden?, aldus de heer Oberoi, directeur van de Cyber Innovation and Outreach unit van INTERPOL.
De door TNO en INTERPOL samen ontwikkelde cursus behandelde ook de penetratietest als methode om te bepalen of een marktplaats op een darknetinfrastructuur met succes kan worden aangevallen. 21 cursisten uit Australi?, Finland, Frankrijk, Ghana, Hong Kong, Indonesi?, Japan, Nederland, Singapore, Sri Lanka, Turkije en Zweden namen deel aan deze eerste training. Een tweede cursus staat gepland voor november in Brussel, waar ook een aparte training wordt gegeven voor hooggeplaatste opsporingsambtenaren om het bewustzijn over nieuwe dreigingen te vergroten in alle lagen van de politieorganisatie. Er zal ook een verkorte versie van de training worden ontwikkeld specifiek bedoeld voor management, beleidsmakers en anderen die de basis willen leren van het Darkweb.
Beluister het radio interview op BNR met Pim Takkenberg en Mark van Staalduinen. Of het item met prof. dr. Pieter Hartel:
?Vergeet de overlast veroorzakende dealer op de hoek?, de handel in drugs is verplaatst naar internet. Onderzoeksjournalist Mick van Wely schrijft in Dagblad van het Noorden over de ?Drugs Online BV??waar je ?vanuit je luie stoel steengoede drugs en wapens? koopt. Van Wely schrijft naar aanleiding van de zaak tegen ?sinterklaas? uit Emmen, oftewel Theo van G. (63) die met enkele compagnons vanaf 2009 via internet in xtc handelde. De pillen werden verstuurd in dvd?s met hoesjes van kerkmuziek, die in Duitsland werden verstuurd; naar adressen over de gehele wereld. Theo en zijn bendeleden zijn november 2012 de eerste Nederlanders die worden opgepakt op verdenking van drugsverkoop via de ondergrondse website Silk Road. Dat was geheel nieuw, zegt woordvoerster Manon Hoiting van het OM. ?We vonden een usb-stick bij de doorzoeking van de woning van ??n van de verdachten. Daar stonden bitcoins op? en daar hadden toen nog maar weinigen bij het OM van gehoord. Het oprollen van Silk Road heeft weinig opgeleverd. Van G. is uiteindelijk veroordeeld tot dertig maanden, waar het OM acht jaar had ge?ist.
De online drugshanden heeft veel voordelen,?schrijft?Van Wely verder. De koper blijft anoniem, hoeft niet met louche types op straat te onderhandelen en kan in recensies lezen hoe goed het spul is. ?Zou alle drugshandel online gaan, dan zou het fenomeen drugsoverlast in woonwijken voor een groot deel verleden tijd zijn?, veronderstelt Van Wely. Volgens woordvoerder Wim de Bruin van het landelijk parket heeft online drugshandel ?zeker onze prioriteit?. Handel in drugs is strafbaar, online of niet. Maar online kost het meer tijd en capaciteit. Van Wely schrijft ook over ict-specialist ?Maikel? S. (21, uit Woerden) die onder het alias Super Trips rijk werd met online drugshandel via tor-netwerken. Als hij per ongeluk een keer niet op tor werkt, loopt hij tegen de lamp. De FBI blijkt hem al maanden te volgen. Hij wordt opgepakt op het vliegveld van Miami waar hij zijn netbestelde Lamborghini wil ophalen. Volgens berekeningen van de FBI verdiende S. in een anderhalf jaar tijd ongeveer vijf miljoen euro. Er wordt veertig jaar celstraf tegen S. ge?ist maar hij bekent en krijgt nu waarschijnlijk vijftien jaar. De FBI riep na de arrestatie van S. dat de online drugshandel gestopt was, maar niets is minder waar. Nieuwe websites schieten als paddenstoelen uit de grond, aldus het artikel: Silk Road 2 (15 duizend drugstransacties sinds de lancering), Evolution, Agora, Pandora, Blue Sky, Cloud Nine, Tor Bazaar, Cannabis Garden en Alcapa ? allemaal sites die beter beveiligd zijn en hun eigen specialiteiten hebben. En uit het Global Drugs Survey bleek begin 2014 dat 22% van de drugsgebruikers al eens online drugs kocht. De helft daarvan deed dat voor het eerst na het oprollen van Silk Road, wat Van Wely doet concluderen dat de ?Drugs Online BV? springlevend is.
Alles wat je digitaal doet, laat sporen na. En dus zijn drugsdealers die op online marktplaatsen actief zijn, soms simpel?op te sporen?aan de hand van de zogeheten exif-data in de foto?s van hun handelswaar. Deze?Exchangeable image file format data?bevat behalve datum en tijd van de foto en gegevens over de camera, vaak ook de naam van de eigenaar ?n gps-gegevens. ?Veel leveranciers hadden de Exif-data nog steeds in hun foto?s staan?,?schrijft?een gebruiker op Reddit.
In dit vierde en laatste deel van de boekbespreking Future Crimes?van Marc Goodman?behandelen we nog wat cybercrime fenomenen?die vandaag de dag al voorkomen, maar?zich exponentieel zullen doorontwikkelen (de rode draad van zijn hele boek).?
Cloud crime
Technologie?blijft maar schalen.?Neem?bijvoorbeeld de opslag van data. In 2014 kostte een harde schijf van 6 TB op Amazon.com zo’n $300 dollar. Dat is genoeg om alle muziek die ooit door de mens is uitgebracht op te slaan! Marc vraagt zich vervolgens af: Als data werkelijk de nieuwe olie is, waarom beschermen we die dan niet net zo? We laten toch ook niet 100 miljoen olievaten gewoon op straat staan? Toch is dat wel wat we doen met onze data.
Opslag en rekenkracht heb je tegenwoordig niet meer thuis staan, maar ‘in de cloud’ en met 1 muisklik toegankelijk gemaakt.?Cloud crime en bijvoorbeeld cloud cracking wordt daarmee ook prominenter. Met een dienst als CloudCraker kun je een wachtwoord met ‘brute force‘ technieken kraken: 300 miljoen variaties uitproberen in 20 minuten servertijd op Amazon kost je $17 dollar. Aangezien?90% van alle passwords in de wereld binnen enkele uren te kraken zijn kan dit lucratieve business zijn. De gemiddelde versleuteling van bijvoorbeeld een WiFi netwerk valt binnen 6 minuten te kraken wat je omgerekend $1.68 dollar in de cloud kost. Met krachtige machines in de cloud kunnen inbrekers vandaag de dag hun slijptol of zwaarder materiaal dus thuislaten. Marc Goodman noemt dit Crime as a Service (CaaS, als variant op SaaS, Software as a Service).
En testen hoe goed?je nieuwe crimeware?is kan ook in de cloud. Bijvoorbeeld op?avcheck.ru of Scan4You.net, waarmee je kunt zien of je?de 18 populairste virusscanners verslaat. Er is zelfs een RankMyHack.com awards site waarin de ware helden zich kunnen onderscheiden van de wannabes. Wedstrijdjes doen het ook goed. Zoals iemand van de Chaos Computer Club die in 1 dag een peperdure?innovatie van Apple (de Touch ID) hackte toen er $20.000 dollar werd uitgeloofd op IsTouchIDHackedYet.com.
Micro misdaad
De long tail van Chris Anderson is ook ontdekt door criminelen. Als je op heel veel plekken tegelijk?een heel klein beetje schade aanricht, blijf je onder de radar. Minder stelen van meer mensen zorgt voor een stabiele rustige stroom van inkomsten, iedereen vindt zijn eigen niche wel op de wereldwijde marktplaats.
Deep Web en Dark Web
Volgens Nature ziet Google?maar 16% van het web en mist het alles van het Deep Web. Het Deep Web is 500 keer groter dan het internet van Google waar je elke dag in zoekt. Elke Google zoekopdracht mist zelfs zo’n 99 procent van wat het hele internet bevat. Logisch ook want veel is beschikbaar?in verborgen databases die niet eenvoudig ontsloten worden en bijvoorbeeld achter een wachtwoord staan.
Diep verborgen in de spelonken van het Deep Web, of zoals je wilt, als een Russisch Matroesjka poppetje, is het Dark Web?een onderdeel van het Deep Web met plekken die soms moeilijk vindbaar zijn. Ze komen en gaan of zijn in P2P netwerken verweven en soms moeilijker te vinden. Zo is de DarkMarket een volledig decentrale marktplaats zonder ??n centrale beheerder en vaak is iedereen anoniem door gebruik van?TOR technologie. Moeilijk om op te rollen dus, want je kunt geen leider of eigenaar arresteren (als je al zou weten wie het is). Op het Dark Web staan vele marktplaatsen als Agora, Evolution, CarderPlanet?en een heuse IAACA (International Association for the Advancement of Criminal Activity). Maar ook specialistische sites waar je bijvoorbeeld huurmoordenaars kunt vinden, elk met hun eigen mores met bijvoorbeeld de wervende tekst “permanent solutions to common problems“. De ??n?heeft een strikt “geen minderjarigen” beleid, en de ander doet geen politieke aanslagen. Natuurlijk zijn er wel aanbieders, zoals bijvoorbeeld het gecrowdfunde Assassination Market, waar Geert Wilders jaren op stond, maar ook? Charb,?het voornaamste doelwit uit?de Charlie Hebdo aanslag in Parijs.
Prijzen starten van?$20.000 tot $100.000 voor een politieagent. De diensten vragen om een?recente foto, adresgegevens, en andere relevante?informatie. Bitcoin is het betaalmiddel en bewijs van de klus zit bij de prijs inbegrepen.
Op het Dark Web kun je ook hackers inschakelen voor diverse digitale diensten, maar je vindt er ook diverse onzedelijke diensten, waarin zelfs live gestreamd wordt op verzoek van de klantengroepen. Er zijn marktplaatsen waar wapens, organen en zelfs mensen worden verhandeld. Maar ook radicaliserende groepen als al-Mujahideen?maken YouTube filmpjes waarin ze uitleggen hoe je met TOR in deze online onderwereld terecht kunt komen.
De?(eerste) Silk Road?marktplaats is een bekend voorbeeld. Het groeide exponentieel en in de ruim 2 jaar?dat deze marktplaats?actief was had het zo’n 950.000 accounts met 600.000 berichten per maand. Van aanbieders als?DealioInThe312 kon je zien dat deze al 6400 coca?ne verkopen op hun naam had staan tot 97% tevredenheid van de klanten. Het Dark Web is namelijk volledig anoniem. Als je handelt en je er ook als crimineel niet achter kunt komen met wie je van doen hebt, is een reputatiesysteem zoals eBay dat ook gebruikt handig. Je verscheept eerst een kleine zending en als zowel koper als verkoper tevreden is wordt de handel uitgebreid. Dat principe is onveranderd gebleven. Tot het oprollen van deze eerste?Silk Road?werd er voor 1.2 miljard verhandeld wat de beheerder?van deze marktplaats, de 29 jarige Ross Ulbricht (beter bekend als Dread Pirate Roberts), zo’n 80 miljoen opleverde. Niet slecht voor een criminele start-up. Volgens het blad Addiction?verkreeg?zo’n 20% van alle drugsgebruikers in de VS zijn spul onder andere via Silk Road. Silk Road kreeg nog een opvolger Silk Road 2?(die ook werd opgedoekt) en binnen een dag was er?alweer?een Silk Road 3. Er zijn?een inmiddels een aantal films gemaakt van het verhaal van Ross Ulbricht en is er een interessante?discussie ontstaan over de?jurisprudentie van?de zaak:
Er staan op het Dark Web hele wikipedia’s vol met informatie, zoals handleidingen om allerlei narigheid uit te halen. Noem het een?Penozepedia. Omdat Google er niet wil zoeken, hebben criminelen er zelf eentje gemaakt: Grams. In Grams is ook het Ad Words model overgenomen, dus er zijn ook handige jongens?die hun geld?verdienen met de advertenties van andere criminelen. Grams heeft zelfs een “I’m Feeling Lucky” knop. Sommige marktplaatsen kennen hogere toegangseisen, zoals anderen die voor je in moeten staan en je als lid voordragen. Ook zijn er marktplaatsen waar je eerst criminele handelingen moet verrichten om lid te worden (zoals het inbrengen van kinderporno). De meeste Dark Web marktplaatsen bevatten alles wat we in de moderne wereld gewend zijn: winkelkarretjes, kassa’s, coupons, geld-terug garanties, klantenservice chats, pandjesbazen?en wat al niet meer zij.
Op het Dark Web besteed men alle onderdelen van de handel uit aan specialisten. Zo zijn er mensen die handig zijn om de douane te omzeilen, en zijn er mensen die ideale verstopplekken weten om de goederen op af te leveren (zgn. dead drops). Van deze?plekken krijgen?kopers na succesvolle transactie dan een GPS co?rdinaat.
Mobiele spion
Marc Goodman noemt onze smartphones “snitches in our pockets“, hij quote ook schrijver?Evgeny Morozov:?”Mobile phones are one of the most insecure devices that were ever available, so they’re very easy to trace and they’re very easy to tap.” en security expert Raj Goel noemde de?smartphone het beste spionagemiddel?dat ooit is uitgevonden.
Een interessant voorbeeld van spionage via een mobieltje is de vermissingszaak van de 13 jarige?Milly Dowler?uit 2002. Milly?belde haar vader om door te geven dat ze wat later zou komen. Ze kwam helaas niet meer thuis die dag en al snel volgde een massale zoekactie. Het lukte?de Britse politie van Surrey via het telecombedrijf om haar voicemail af te luisteren, naarstig op zoek naar sporen. Ze kwamen erachter dat haar voicemail 5 dagen na de vermissing nog was uitgeluisterd, waardoor men sterk vermoedde dat ze nog in leven kon zijn. Terwijl het onderzoek die weken erna flink werd opgeschaald, zag men dat ook nieuwe voicemails uitgeluisterd bleven worden. Een scenario dat waarschijnlijker werd, was dat ze misschien toch gewoon was weggelopen…
Helaas voor de familie bleek dat?ze niet was weggelopen maar was ontvoerd. Haar lichaam werd 6 maanden later zo’n 25 kilometer verderop gevonden. De recherche vervolgde het onderzoek in deze zaak, wat nu een?moordzaak was, en maakte meer werk van de voicemails. Was het misschien de dader die de berichten had afgeluisterd? Was het een jaloers vriendje? Haar eigen ouders? Het zou bijna?10 jaar duren voordat men daar achter kwam…
In een uitgebreid artikel in Guardian viel te lezen hoe de telefoon van Milly niet door een crimineel was uitgelezen, maar dat dit was gebeurd in opdracht van journalisten. De krant?News of the World (eigendom van?miljardair Rupert Murdoch) was de schuldige en dit werd?bekend als een van de grootste schandalen in de Brits pers ooit: Hackgate. Vooral voor de familie Dowler was dit natuurlijk zuur nieuws, en ook de politie realiseerde zich hoeveel mankracht ze hadden verspild.
Er werd bekend dat de krant?priv?-detectives had ingehuurd, en niet alleen bij Milly Dowler. Ook veel bekende Britse kopstukken waren vermoedelijk slachtoffer van dergelijke praktijken. Zelfs de communicatie van slachtoffers van de Londense aanslag?uit 2005 en ook?familieleden van?gesneuvelde Britse soldaten werden op deze manier afgeluisterd. News of the World kon na haar 168 jaar bestaan de tent sluiten, gepaard met?vele arrestaties op de redactie.
Onze mobieltjes zijn al jaren kwetsbaar gebleken. Begin 2014 bleek hoe Snapchat miljoenen iPhone gebruikers in gevaar kon brengen.?Door de hack waren?tienduizenden foto’s (waarvan vele pikante), waarvan de gebruikers dachten dat ze vluchtig waren, ineens over het internet verspreid, zoals op?Instagram en wraakporno sites als MyEx.com. Onderzoek?uit 2013 toonde al aan?dat?82% van de iPhone gebruikers na 5 maanden wel een update gedaan had naar de nieuwste iOS versie, maar bij Android gebruikers bleef dit ver achter met?zo’n 4% van de gebruikers die de laatste versie draaide. Terwijl het onderzoek er op wees dat 77% van alle ellende niet zou plaatsvinden met de?laatste update van het besturingssysteem.
Updates of niet, met social media op je mobieltje is het uitkijken. Het Social Media handboek van het Amerikaanse leger vraagt niet voor niets aan hun soldaten: “Is een badge of check-in op Foursquare echt je leven waard?”.?De protestgroepen in Kiev?gericht tegen voormalig president Viktor Yanukovich van Oekra?ne?keken verbaasd op toen hun mobieltjes ineens piepten en er een waarschuwing op stond:?”Dear subscriber, you are registered as a participant in a mass disturbance.” Of de protestgangers in HongKong. Die dachten slim te zijn en maakten gebruik van de?app FireChat,?die op een?p2p netwerk via Wifi draait om zo de Chinese telecomgiganten te omzeilen. Ze konden berichten uitwisselen over hun plannen zonder dat de staat meekeek. Dachten ze… Later bleek dat veel van hun telefoontjes malware hadden ontvangen, waardoor de staat alsnog?mee kon kijken.
Swatting
Verveelde hackers?of?internet trollen vinden het leuk om grote bedrijven of de overheid te testen en pesten. Zo is bijvoorbeeld het fenomeen swattingin zwang geraakt dat misbruik maakt van de noodhulpdiensten. En dat zal het nog wel even blijven met aankomende nieuwe technologie?n. Het is niet heel moeilijk gebleken (onder andere via gehackte mobieltjes en middels?spoofing) om anonieme valse meldingen te doen van incidenten en criminaliteit. Een geintje is nog tot daaraan toe (hoewel dat ook strafbaar is), maar het kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Marc geeft een voorbeeldscenario van een 911 melding waarna een vrouw schreeuwend is te horen in de meldkamer (via een bandje dat wordt afgespeeld): “My husband shot my mother and baby, and now’s he’s holding me hostage… PLEASE come quick…. He’s got a shotgun and an AK-47…. Hurry… he’s crazy!” Met daarna wat schoten op de achtergrond voor een geloofwaardig?effect. Stel je nu voor dat jij rustig met je gezinnetje TV zit te kijken, en er is een SWAT team onderweg naar je huis met deze melding. Of erger: je ligt in bed te slapen, het SWAT team heeft inmiddels positie ingenomen rond je huis en je hoort ze buiten niet roepen met een ultimatum. Je wordt misschien wel half wakker omdat je stemmen hoort, denkt aan inbrekers en besluit met je eigen schietwapen een kijkje te gaan nemen. Zo’n scenario kan in de VS bijzonder slecht eindigen leert de ervaring.
Vroeger gingen?deze geintjes hooguit over pizza’s die op je huisadres door anderen besteld werden. Tegenwoordig zijn deze grappen heftiger geworden, onder andere omdat?de pakkans zeer klein is en je in volledige anonimiteit kan blijven bij dergelijke acties.
Grote hoeveelheden smartphone gebruikers in de maling nemen kan natuurlijk ook. Zo hackten studenten uit Isra?l?de veel gebruikte?navigatie app?Waze (nu eigendom van?Google) om een niet bestaande file te cre?ren (met GPS spoofing). Zo kun je eenvoudig een hele groep mensen letterlijk om de tuin leiden. En mobiele diensten hoef je niet eens te hacken. Creatief gebruik volstaat ook. Zo bleek dat?Nicole Gibson een real-time ‘text a getaway driver‘ toepassing van Uber?had gemaakt om inbrekers?snel weg te laten komen. Ook het populaire?AirBnB wordt graag door escort services en prostitutie gebruikt, omdat ze dan niet op de beveiligingscamera’s voorkomen die bij hotels staan. Het is volgens deze?sector nog een stuk goedkoper ook.
Internetdingen
De ontwikkeling van het ‘internet der dingen’ is een goed voorbeeld van de exponenti?le dreiging die er aan komt. Marc Goodman?houdt in zijn hele boek erg van?parafraseren en?leent een uitspraak van?Notorious B.I.G. om duidelijk te maken dat wij ons altijd via onze beeldschermen laten foppen: “Mo’ Screens, Mo’ ?Problems” (afgeleid van Mo’ Money, Mo’ Problems).
Exponentieel meer dingen online (volgens Cisco zo’n 50 miljard in 2020) betekent ook meer digitale?adressen. Toen men doorkreeg dat het aantal internetadressen voor computers en randapparatuur opraakte (IPv4) moest men iets nieuws uitvinden.?IPv6 is inmiddels?een feit en maakt 2 tot de macht 128 apparaten mogelijk. Moeilijk voor te stellen hoeveel dat is, maar het biedt meer aansluitingen?dan alle zandkorrels van alle stranden op aarde tezamen.?Zelfs elk atoom op onze aarde zou een uniek IP adres kunnen krijgen, met genoeg plek voor de maan en andere planeten. Tel daarbij op dat een webserver nu op een chip ter grootte van een vingertopje past (en minder dan $1 dollar kost) en niets is meer te gek.?Dingen, mensen, dieren, planten: alles komt online, gewoon een kwestie van tijd.?In Australi? zijn er al?twitterende haaien, die de mensen kunnen waarschuwen als ze te dichtbij komen. Maar ook?PetLink?koppelt baasje en huisdier online?aan elkaar, zodat ze elkaar nooit meer kwijt kunnen raken. Voorbeelden zijn er te over en criminele mogelijkheden zijn er dus ook:
Auto’s bijvoorbeeld hebben vandaag de dag al gemiddeld honderd boordcomputers en 100 miljoen regels code waar ze op rijden. Dat groeit met Tesla of Google auto’s alleen nog maar exponentieel door. In je huis verlopen die ontwikkelingen niet anders: je thermostaat, slimme energiemeter en een bulk aan andere sensoren en actuatoren (bijv. alle knopjes in je huis) worden binnen afzienbare tijd?allemaal aangesloten. En?daarna is je lichaam aan de beurt. Er zijn al mensen met een microchip in hun lijf of een computer als pacemaker. Biotechnologie, volgens sommigen de nieuwe grote revolutie na internet, groeit (nu nog wat onder de radar) intussen ook exponentieel snel.
De bionische mens of de huidige exoskeletten maakt van ons halve robots (cyborgs) en medische implantaten vervangen of verbeteren ons lichaam, of houden het simpelweg in de gaten. Deze biometrische sensoren en ook biotechnologie kennen ons als geen ander en dat zal onze nieuwe unieke online identiteit ook worden; weer een nieuwe DNA revolutie! Maar misschien leven we dan nauwelijks?meer in de fysieke wereld, want die singularity wereld zal ook voor een deel door robots worden ingevuld voor het harde fysieke werk. Misschien leven we vrijwel volledig in een?immersieve virtual reality die al onze zintuigen optimaal bedient, zoals in de film The Matrix. De Oculus Rift is er al een kleine voorbode van. En in?die virtuele wereld doen smart agents, slimme zelflerende algorimes (artificial intelligence) ook nog eens het meeste denkwerk. Dat betekent dat het criminele brein ook alleen maar krachtiger wordt. Marc Goodman gaat zelfs nog verder door over nano en quantum technologie, inclusief replicators uit Star Trek dat verder gaat dan 3D printers, dus er is nog ruim?genoeg over na dit vierde artikel om verder te lezen?in dit geweldige?boek. Een musthave voor iedereen die zich met veiligheid bezig houdt.
Crime busters
De georganiseerde misdaad is?nu al goed?voor 15 tot 20% van het Bruto Nationaal Product (BNP/GDP). Bestaande georganiseerde criminele netwerken als de Italiaanse Cosa Nostra, Japanse Yakuza, Chinese Triads of Russische of Nigeriaanse maffia hebben allemaal groeiende cybercrime afdelingen. De pakkans is laag, echte veroordelingen zeldzaam. Waar de meeste cybercriminelen vroeger nog freelancers waren, maakt?80% nu onderdeel uit van georganiseerde misdaad. De fysieke en online wereld kruisen elkaar en dat geeft (nu nog af en toe) vuurwerk. Marc Goodman vergelijkt het met een sc?ne?uit Ghostbusters waarin de hoofdrolspelers bewapend met “proton packs” spoken aanvallen en een van hen de anderen waarschuwt: “There’s something very important I forgot to tell you… Don’t cross the streams of your weapons… It would be bad.“, waarop Bill Murray vraagt: “How bad?” en als antwoord krijgt “Try to imagine all life as you know it stopping instantaneously and every molecule in your body exploding at the speed of light.“, waarop Bill Murray reageert: “Okay, that’s bad. Thanks for the important safety tip.”
Vroeger reden agenten nog op paarden, terwijl gangsters uit bijvoorbeeld Chicago?allang auto’s hadden ontdekt om mee weg te komen. Toen elke agent een revolver kreeg, gebruikte George “Machine Gun” Kelly allang automatische vuurwapens. Drugsdealers waren (na artsen) de eersten om pagers te adopteren, en?hadden allang mobiele telefoons voordat politiemensen die ontdekten.?Criminelen zijn altijd early adopters geweest. Met een smartphone in de hand kunnen ze nu ter plaatse hun inlichtingen inwinnen (net als de terroristen al in 2008 in Mumbai deden). Een simpel voorbeeldje. Op een willekeurige luchthaven staat?een chauffeur met het naambordje van Mr. Jackson van Goldman Sachs in de hand staat te wachten. Even Googlen of LinkedIn checken en de crimineel kiest het bordje met de grootste afpersingsmogelijkheden (de grootste dollartekens). Hij intimideert?de chauffeur en neemt?zijn nietsvermoedende doelwit mee. Het enige dat hij hoefde te ‘hacken’ is het ophouden van een?kartonnen bordje: ‘Mo screens, mo problems‘.
Crime sourcing
Het gebruik van een flash rob?(als variant op?een flash mob) was een aantal jaren geleden al?een?creatieve manier van crime sourcing. In Washington D.C. raasden 30 overvallers een G-Star Raw winkel binnen en liepen naar buiten met $20.000 dollar. Ze hadden zich georganiseerd?via social media. Het nadeel voor?de politie was dat de meesten?elkaar niet kenden, zodat ze ook niet over elkaar konden klikken. Of neem de bankovervaller die in Seattle de Bank of America beroofde met een listige crime sourcing methode. Hij riep via een online marktplaats (Craigslist) werklui op om aan de weg te komen werken en vroeg mensen specifieke kleding aan te doen: een geel vestje, blauw short, stofkapje en veiligheidsbril. Zo’n 300 mensen kwamen op de?afgesproken plek en tijd opdraven, want ze wilden graag zo’n betaalde klus,?maar tot hun verbazing werden ze niet aan het werk gezet. De bank werd op dat moment overvallen en alle werkers voldeden vervolgens aan het signalement van de dader. Niemand had enig idee wie de dader?kon zijn, de hadden alleen een online alias van hem.
Hackersgroep LulzSec?had crime sourcing ook ontdekt en vroeg op Twitter aan de massa wat hun volgende target zou moeten zijn. Ze hadden zelfs een telefoonlijn waarop het antwoordapparaat met Frans accent zei: “We are not available right now as we are busy raping the Internet” om vervolgens na de piep de mogelijkheid te geven een leuk kraakidee?in te spreken.
En sommige criminelen zijn ronduit lui. Om illegaal in te loggen op diverse sites moeten ze vaak eerst langs die lastige Captcha’s. Om dat handwerk te omzeilen hebben ze scriptjes geschreven die zo’n captcha plaatje kopieert en op een andere site aan onschuldige mensen aanbiedt die dan gewillig de juiste karakters voor ze?intikken. Meestal bieden ze die captcha kopie?n aan op de vele pornosites die ze in beheer hebben, waardoor het voor die bezoekers best logisch lijkt dat ze een?captcha moeten oplossen om aan te tonen dat ze ouder dan 18 zijn. En captcha’s kunnen breder ingezet worden. Criminelen zouden net als Google het gebruikt voor tekstherkenning van ingescande boeken, mensen fragmenten van bijvoorbeeld?gezellige dinerfoto’s met daarop zichtbare?creditcards laten ontcijferen.
Crowdsourcing Law enforcement
Het crowdsourcen van politiewerk blijft volgems Marc?alleen?gigantisch achter. In 1865 stond John Wilkes Booth als eerste op een Wanted poster nadat hij president Lincoln vermoorde.?Nu, zo’n 150 jaar later, is er niet heel veel verandert in de manier waarop de politie een opsporingsbericht naar buiten brengt. We benaderen nu weliswaar via nieuwe kanalen als TV zenders en internet, maar doen het op precies dezelfde manier: “Heb je iets gezien? Contacteer?ons”.?Clay Shirky bijvoorbeeld schreef over ‘cognitive surplus‘ (sociale overwaarde) dat beschrijft hoe honderden, duizenden mensen vrijwillig samenwerken (zelfs op wereldschaal) om problemen op te lossen. In de crisisbeheersing zien we het al wel (zie onze?blogs over Digital Humanitarians), waarom?crowdsourced de politie de aanpak van misdaad niet als criminelen het andersom wel doen? Kleine voorbeelden zijn er?wel. Zo liet een professor op de Alabama universiteit zijn klas meedenken in een FBI cybercrime zaak waar zo’n $70 miljoen mee gemoeid was. De ‘crowdvestigation‘ van deze studenten leverde vele verdachten op die een Zeus Trojan in de bancaire sector hadden losgelaten. Mensen maken namelijk altijd wel fouten en zijn dus vindbaar. Volgens een IBM onderzoek is 95% van alle security incidenten te wijten aan een menselijke fout. Zo zijn wij kwetsbaar, maar criminelen?dus ook. De?crowdvestigation?was een leuk initiatief, maar van geborgde en continue samenwerking is absoluut geen?sprake. In 2011 heeft de Britse politie wel een poging daartoe gedaan, en ook schreven we eerder over?Jim Gamble,?voormalig directeur van het Britse Child Exploitation and Online Protection Centre (CEOP), die een klein legertje cyber volunteers wilde inzetten op een fenomeen als online pedofilie. En sinds kort is ook?DHS?er voorzichtig mee begonnen.
Marc vraagt zich ook af of gamification heen oplossing kan bieden. Waarom benutten we de 3 miljard uren aan gaming tijd niet met het oplossen van zaken? MalariaSpot en Foldit zijn goede voorbeelden uit de medische hoek. In Nederland ligt de recherchegame?hiervoor nog?op de plank. En als criminelen een rad van fortuin hebben, waarom is dat andersom dan niet vaker zo? Marc Goodman stelt een XPRIZE Challenge?of zelfs een Manhattan project?nodig hebben voor cyber security om snel een grote inhaalslag te kunnen maken. Een?treffende quote hierover: “Our public safety and security are just too important to leave to the professionals“. Dus wanneer beginnen we?
Big data, big hairy problems
Vele landen hebben niet eens cyber-crime wetten, en als ze er zijn staat effectieve toepassing ervan nog in de kinderschoenen. Cybercrime is een wereldwijd probleem, maar?met een totaalbudget van $90 miljoen dat Interpol nu heeft (voor alle misdaadsoorten)?wordt het erg moeilijk om veel meer te kunnen doen. Ter vergelijk: alleen al de NYPD heeft een budget van $4.9 miljard dollar, maar zij kunnen alleen gebiedsgebonden opereren (jurisdictie). Zet daar de Mexicaanse?drugsbaron?’El Chapo‘ tegenover die 200 miljoen aan cash had liggen toen de politie zijn huis binnenviel, en je vermoed al?waar de grootste exponenti?le groei momenteel plaatsvindt. Want waar moderne criminele hun algoritmes laten werken, reageert de politie op misdaad met een heleboel handwerk. Marc Goodman roept dan ook op om bij de FBI een groep ‘Mad Scientists‘ toe te voegen, white hat hackers en cyber volunteers. Met nieuwe werkmodellen zoals die van Google om 20% van je tijd aan nieuwe dingen te besteden, zoals een nieuwe vorm van aanpak of nieuwe community policing programma’s in cyberspace.
Maar hoeveel we ook besteden aan de politie, daar gaan we het lang niet mee redden. Vint Cerf?vraagt zich bijvoorbeeld af waar de cyber brandweer is, en?waar is eigenlijk de World Cyber Health Organisation? De problemen van de 21e?eeuw kunnen we niet met organisaties uit de vorige eeuw oplossen. En oplossingen moeten natuurlijk uit de bredere?maatschappij komen. Ook bedrijfsleven zou, vergelijkbaar met Alcoholics Anonymous, veel vaker taboe’s moeten doorbreken en met elkaar moeten praten over hun cyberproblemen. Iets dat in een aantal sectoren gelukkig steeds vaker gebeurt. En het is nu ook weer niet zo dat onze overheid onmachtig is, want wie bracht er het internet? Wie bracht ons naar de maan? Of wie hielp in het ontcijferen van het menselijk genoom? Gelukkig zijn er in onder andere de VS al?organisaties ontstaan zoals ‘Code for America‘, GovLab, of het OS Fund onder leiding van Bryan Johnson dat?zelfs nadenkt over een nieuw ‘OS’ voor onze maatschappij. Maar het is lang niet genoeg: dus hoe kun jij bijdragen?
Dit is deel 4 en daarmee het laatste deel van de boekbespreking van Future Crimes van Marc Goodman. Heb je artikel 1,?2?en 3 al gelezen, of heb je het boek zelf gelezen? Misschien wil je dan je idee?n erover?hieronder delen?
Dit is het?tweede, en laatste deel van onze boekbespreking??Digital Humanitarians ? How Big Data is changing the face of humanitarian response? geschreven door?Patrick Meier. Het boek is werkelijk een?aanrader voor elke crisisbeheersingsprofessional of humanitaire hulpverlener, maar ook elke amateur (of Pro-Am) die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises?waar ook ter wereld. Veel van de principes die wij ook al tijden aanhangen worden besproken, zij het in een iets andere?context van humanitaire hulp en crisisbeheersing. Maar zeer veel is toepasbaar voor opsporing en misdaadbestrijding. Daarom een uitgebreid blog met geleerde lessen.
We bespreken kort een tiental?interessante cases waarin duidelijk wordt wat de kracht van open informatie, tools en kennis van velen kan brengen om misstanden aan de kaak te stellen en crises in kaart te brengen. Hoe het kan werken als marktplaats waarin vraag en aanbod slim wordt gekoppeld, maar ook hoe lastig het kan zijn om grote hoeveelheden data goed?te vinden, valideren en verwerken.
Tenslotte ronden we af met de boodschap die Patrick wil meegeven om er in de toekomst beter mee om te gaan: een slimme combinatie van computers en mensen (crowd-computing), tezamen met vooruitstrevend beleid en leiderschap van organisaties tot effectieve en effici?nte hulpverlening kan helpen. Naar onze bescheiden mening geldt dit voor Big Crisis Data, maar ook voor Big Crime Data.
Case 1: Wapeneigenaren in kaart gebracht
Op 23 december 2012 plaatste de New Yorkse krant The Journal News een kaart online met daarop alle wapeneigenaren uit het grootstedelijke New York (zo?n 33 duizend mensen) met naam, adres en woonplaats. Het idee voor de Gun Owner Next Door ontstond na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Newtown, Connecticut van een paar weken eerder. De informatie op de kaart was publieke informatie en werd in een paar weken miljoenen keren bekeken. Maar de kritiek die volgde werd enorm.
E?n van de problemen was dat je op de kaart ook de adressen kon vinden van politieagenten of gevangenisbewaarders. Criminelen gebruikten deze kaart dan ook om hen te bedreigen. Ook het plannen van overvallen of inbraken werd hiermee een stuk eenvoudiger: je kon eenvoudig adressen uitzoeken waar je niet het risico liep om neergeschoten te worden of je was juist op zoek naar een wapen (met een straatwaarde van enkele honderden euro?s). Maar er waren meer redenen. Ook burgers die geen wapen hadden voelden zich extra kwetsbaar door het delen van de kaart. Iemand zei het treffend: ? Ik heb nooit een wapen gehad, maar nu heb ik geen keus meer?. Ik ben onderkend als iemand die geen wapen in huis heeft, en ik zal alles, echt alles, doen om mijn familie te beschermen?.
Ook de journalisten die de kaart hadden gedeeld werden met de dood bedreigd en kregen (bewapende) bewaking. Zo werd er ook een kaart gemaakt met de NAW gegevens van deze journalisten en wat achtergronden van ze, zoals waar hun kinderen op school zaten. Er kwamen veel verdachte pakketjes met poeder binnen op de nieuwsredactie (gelukkig allemaal onschuldig).
Na een paar weken haalde de krant de kaart van het internet die, naar later bleek, ontzettend veel fouten bevatte omdat?de gegevens van de wapenregistratie deels onjuist waren.?Deze journalisten deden niets illegaals, omdat ze gebruik maakten van publiek beschikbare data. Toch laat de casus laat zien dat er ook een ethische norm is, er misbruik gemaakt kan worden van data, en het (soms onverwachte) vervelende gevolgen kan hebben.
Case 2: Grote branden en verkiezingen in Rusland
Slechts 4% van de Russen zegt de staatsmedia te vertrouwen. Nieuwsgaring is daardoor lastig en vaak niet te vertrouwen. Tijdens de grote branden in Rusland wilde Gregory Asmolov een soort Match.com kaart maken waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld werd. Meer dan 100.000 unieke gebruikers hielpen met de kaart die een kwart miljoen kijkers trok. Op een Russisch blog stond: ” Zonder opdracht, zonder echte stimulans en niet voor de roem, gingen mensen de taken van de staat overnemen…. Er?werd duidelijk?dat de combinatie van actieve mensen, de nieuwste technologie?n van gedistribueerd werken, het gebrek aan formele restricties en onuitputbare hoeveelheid kennis op het internet met een relatief kleine groep tot geweldige impact kan leiden voor een enorm groot gebied.” Het initiatief?kreeg er de Russische Internet Oscar voor en ze mochten bij president Putin op bezoek.
Tijdens de verkiezingen van 2011 in Rusland is ook een crowdmap online gezet om de fraude in kaart te brengen. Nu weet iedereen wel dat er fraude gepleegd wordt tijdens dergelijke verkiezingen, maar een poging om het structureel in kaart te brengen was nog niet gedaan, iets wat samen met verkiezingswaakhond?GOLOS werd gerealiseerd.
Pro-Kremlin activisten vonden de kaart een doorn in het oog “de rode puntjes op de kaart zijn als een ziekte op het gezicht van moeder Rusland”.?Het GOLOS initiatief kreeg zelfs een boete van $1000 van het Russische gerechtshof (met een zojuist aangenomen wet) en er waren verwoede pogingen om de kaart illegaal te verklaren.
Case 3:?Opstanden in?Libi??
Er valt veel meer over deze indrukwekkende casus te vertellen, vooral omdat het een hele lange periode besloeg. Bijzonder was ook dat deze keer een crisiskaart in samenwerking met de VN werd gelanceerd. Het betrof een publieke?crisiskaart waarin mensen mee konden helpen om de situatie van Libi? en omringende gebieden op een betrouwbare manier ?in kaart te brengen.?Binnen 72 uur hadden zich 18.000 mensen gemeld en waren er 50.000 kijkers uit 65 landen. Een kernteam van zo’n 300 mensen van de Standby Task Force (SBTF) toonden hun kunsten als ‘mapsters’ en ‘crowdsourcerers’ en rapporteerden meer dan 1400 belangrijke wetenswaardigheden afkomstig uit meer dan 100 social media bronnen in slechts een paar weken. De?Standby Task Force groeide uit tot meer dan 1000 vrijwilligers uit zo’n 80 landen.
Werving van betrouwbare mensen
Het werven van crisismappers en microtaskers komt nauw, zeker bij crises waarin de belangen van het volk niet worden gediend. De situatie in Libi? was er zo een. Hoe kom je dan aan betrouwbare mensen? Om dit enigszins te kunnen bepalen had het SBTF de ” Ik ben Gaddafi niet” test gemaakt. Hieronder de uitleg in het Engels:
“As you know, the situation in Libya is intense, and there are security challenges in creating a crisis map of a hostile environment. So please don’t take it personally that we ask about your background, we just need to make sure you’re not Gaddafi! So the more official information you can share about yourself, the faster we’ll be able to give you access to the crisis map. We promise that none of your information you share with us will ever be made public. We are not Facebook! 🙂 We promise we won’t ask any more questions after you’ve passed the ‘I’m not Gaddafi’ test!”
In een kort formulier vroegen ze nieuwe?vrijwilligers om hun professionele of academische mailadressen (geen Gmail of Yahoo adres dus) en ook social media referenties, zoals je Twitter, Facebook of LinkedIn account. Maar ook als je een blog hebt of andere aanwijzingen kunt geven dat je een betrouwbare kracht bent. het is natuurlijk geen waterdicht systeem, maar ook start-ups zoals AirBnB gebruiken dergelijke mechanismen waarmee huiseigenaren de vreemden kunnen bekijken die ze in hun huis toelaten.
Betrouwbare systemen waren ook wel nodig. Zo werd?bijvoorbeeld IntaFeen.com gebruikt als een soort Foursquare om te laten weten waar je was. Veel transportroutes naar en vanaf Tripoli werden op deze manier handig gemanaged met gratis digitale platformen.
Trouwe vrijwilligers
Iedereen was zeer actief. Bijvoorbeeld?Justine Mackinnon, die werkte als incident- en crisismanager op de luchthaven Heathrow van Londen. Nadat haar werk erop zat en het laatste vliegtuig midden in de nacht succesvol de lucht in was, dook ze op Skype om te helpen. Of Melissa Elliott, die haar kinderen elke dag?van school moest halen?aan de andere kant van de stad, en haar auto vaak aan de kant zette?om wat Tweets een goede plek op de kaart van Libi? te geven. Een?vrijwilliger uit Egypte excuseerde zichzelf dat ze haar gebruikelijke bijdrage die dag niet kon doen, waarna bleek dat zij die dag op het Tahir plein gearresteerd en een paar uur vast had gezeten na een protestmars.
Omdat de vrijwilligers van de?Standby Task Force in vrijwel elke tijdszone van de wereld zaten, werd het klokje rond gewerkt en kon de crisiskaart van Libi? 24/7 bijgehouden worden.
De crisiskaart van Libi?:
Case 4: De tyfonen in de Filippijnen
Tijdens tyfoon Pablo en ook anderen die volgden werden weer nieuwe tools ingezet, zoals die van?CrowdCrafting.?Hierin werden weer burgers centraal gezet in de hulpverlening online en gevraagd berichtgeving nader te duiden.
Andrej Verity (werkzaam bij OCHA) maakte met hulp van vele anderen daar onderstaande kaart van:
MicroMappers
Enkele maanden voor de allergrootste orkaan?op aarde, Yolanda (Haiyan) die op 8 november 2013 aan land kwam, werd MicroMappers gestart. Door Yolanda waren zo’n 2 miljoen mensen dakloos geworden en meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht. Er vielen zo’n 6000 doden en na een jaar waren er nog steeds 20.000 vermist. In de stad Tacloban was 90% van alle gebouwen zwaar beschadigd of compleet verwoest.
Slechts een jaar daarvoor was tijdens orkaan Pablo het?Digital Humanitarian Network (DHN) ingezet om de schade en behoefte aan hulp in kaart te brengen. Toen lukte het de vrijwilligers om binnen 72 uur een kwart miljoen tweets, zo goed mogelijk gevalideerd, op de kaart te zetten.
Het initiatief MicroMappers (dat nog maar voor 30% voorbereid?was) maakte redelijk onvoorbereid gebruik van nieuwe tools als de ImageClicker en de TweetClicker (zie plaatjes hieronder) om de berichten onder grote groepen te valideren om vervolgens via de GeoClicker?tool gecheckt en wel op de kaart te verschijnen.?Per bericht was 1 reactie niet genoeg. pas als een grotere groep aangaf wat er op een foto stond werd dit overgenomen. Zo’n 5000 foto’s stonden klaar (door technische problemen waren slechts 1200 foto’s verwerkt) en 250.000 tweets, waarvan 55.000 unieke tweets. Binnen 72 uur werden er 30.000 tweets verwerkt waarvan 3.800 als relevant werden bestempeld en er 600 met redelijke zekerheid voorzien werden van een locatie zodat ze op de kaart geplot konden worden. Van alle binnengehaalde tweets was dus maar 0.3% relevant, wat maar weer aangeeft dat je op zoek bent naar een speld?in de hooiberg. Hoewel?Patrick Meier het liever niet over een hooiberg heeft, want een hooiberg is nog een bij elkaar geharkte berg naalden, wat op enige vorm van organisatie zou duiden. Hij heeft het liever over een willekeurig (wild) veld vol met spelden.
Je kunt jezelf ook aanmelden voor MicroMappers via hun website. Er is geen ervaring vereist en ook geen donaties. Alleen in de vorm van wat tijd. Maar ook het?Humanitarian Open StreetMap Team (HOT) was actief met?online?werkzaamheden?tijdens deze orkaan en zoekt nog extra vrijwilligers. Of bekijk?het resultaat van de MicroMappers na?orkaan Ruby in onderstaande infographic:
Trushar Barot van de?UGC Hub zegt erover: “Mensen zijn zeer verbaasd als ze ontdekken dat we geen high-tech team, CSI?team zijn”.?Zijn chef Chris Hamilton springt bij “Het verifi?ren en ontkrachten van informatie uit het publiek leunt veel meer op journalistieke ingevingen dan op geavanceerde technologie”.
Maar ook dit team valt soms bijna voor de valse berichtgeving. Zo vonden ze in 2013?bijvoorbeeld een heftig filmpje van een Syrische soldaat die ogenschijnlijk levend begraven werd. De video was uniek en de soldaten spraken inderdaad de juiste taal, Alawiet een etnische groepering uit de juiste regio. Toch voelde er iets niet goed aan de video. De gymschoenen die ze droegen waren een dood spoor want deze schoenen werden inderdaad veel gedragen in deze regio. Maar hoe kon het dat de stem van de man die begraven werd zo duidelijk te verstaan was? Zou hij misschien een microfoontje gedragen hebben? En waarom eindigde de video precies toen zijn hoofd begraven werd? Was dit een acteur? Ze besloten de video toch af te keuren, omdat er teveel zaken niet klopten.
De UGC Hub gebruikt nu als criteria dat als ze de persoon die de berichtgeving de wereld in geholpen heeft niet kunnen spreken, ze in de meeste gevallen twijfelen aan het bericht.
Zo blijkt maar weer dat je geen Hollywood studio (zoals de film Wag the Dog) nodig hebt om zelfs de beste journalisten als collectief op het verkeerde been te zetten. En je hebt in dit geval niet veel?aan een IT expert op het gebied van?information forensics, maar moet vooral goede journalistieke vragen stellen.
Het is ongelooflijk waartoe we als mensen met moderne middelen van het internet toe in staat zijn, ook al maken deze middelen het (ook) mogelijk zand in het systeem te gooien. De bekende journalist Craig Silvermanzei erover: “Never before in the history of journalism – or society – have more people and organisations been engaged in fact checking and verification. Never has it been so easy to expose an error, check a fact, crowdsource and bring technology to bear in service of verification”
Claire Wardt, social media verificatie expert van het Tow Center van Digitale Journalistiek van de Columbia universiteit valt deze groep bij. Ook zij weet dat 100 uur YouTube materiaal dat elke minuut online komt,?en 2 miljoen berichten op Facebook per minuut, niet door mensen te verwerken zijn. Aan de andere kant zegt ze ook “No technology can automatically verify a piece of UGC with 100 percent certainty. However the human eye or traditional investigations aren’t enough either. It’s the combination of the two” .
Een andere mooie quote (bron) die de complexiteit van dit soort informatieprocessen weergeeft is:
“It’s an illusion to believe that anyone has perfectly accurate information in mass emergency and disaster situations to account for the whole event. Of someone di, then the situation would not be a disaster or crisis” .
En de tijdsfactor is ook nog eens van belang (waarbij het adagium ‘roughly right or precisely wrong’?de afweging weergeeft):
“If you have ‘accurate’ info that is hours old, you don’t have accurate info in the social media world” – @TheFireTracker2#TechAtState
Als de BBC ??n of twee nieuwsberichten mist is er geen man over boord, want voor een?gerenommeerd nieuwsmedium als BBC geldt de gouden regel?”being right is more important than being first“. Maar voor crisisbeheersing is geen informatie misschien nog wel kwalijker als onbetrouwbare informatie. Deze afweging moet dus gemaakt worden, ook bij het inzetten van informatievalidatie middels crowdsourcing.
Verily
De dienst Veri.ly is een zeer relevante ontwikkeling in dit kader. Deze dienst richt zich op tijd-kritische crowdsourcing voor het verzamelen en valideren van bewijsmateriaal, maar vereist ook wat van het kritisch denkvermogen en probeert dit in het crowdsourcing proces mee te nemen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hieronder een voorbeeldje van hoe het werkt:
Veri.ly gaat verder dan?bijvoorbeeld Reddit, die laten zien dat het platform niet geschikt was om het kritische denkvermogen van de massa effici?nt in te zetten bij de aanslag tijdens Boston Marathon, omdat het group think?(algehele tunnelvisie) juist in de hand werkte. Reddit werkt overigens wel aan verbeteringen na dat incident, maar het platform heeft niet als voornaamste focus om informatie te valideren.
Case 5: Kyrgyzstan, juni 2010
Het geweld in de regio’s Osh en Jalal-Abad zorgden voor een algehele noodsituatie in dat gebied. Berichten over het aantal doden varieerden van 200 tot 2000 en schatting over het aantal vluchtelingen liepen uiteen van 100.000 tot 400.000.
Tattu Mambetalieva, een vrouw die een eigen NGO opgericht had onder de naam Civil Initiative for Internet Policy, startte een Skype groep en had binnen 2 uur zo’n 2000 mensen door het hele land aan de lijn in een groepchat. Meer kan een Skype groepchat ook niet aan overigens, waardoor ze later moesten overstappen naar een ander online platform om hun speurwerk te doen. Ook zij had een zgn.’trusted referral‘ systeem. m.a.w. je moest instaan voor de persoon die je aandroeg, omdat dit een gesloten systeem was, zgn. ‘bounded crowdsourcing’, of ‘ prosourcing’.
De groep was sterk in het valideren van berichten. Zelfs SMS berichten konden gevalideerd worden met hulp van locale telecom operators. De telecombedrijven konden daarna op hun beurt de geruchten dan weer via SMS broadcast heel gericht ontkrachten.
Case 6: Crowdsearching van Vlucht MH370, 8 maart 2014
Het Tomnod microtasking platform focust zich inmiddels al een aantal jaren volledig op satellietbeelden. Na het verdwijnen van vlucht 370 op 8 maart 2014 riep Tomnod op tot online actie om te helpen in het zoeken naar het vermiste vliegtuig op de verzamelde satellietbeelden die gezamenlijk meer dan 1 miljoen vierkante kilometer (!) besloegen. In slechts een paar dagen kregen ze de hulp van 8 miljoen vrijwilligers (meer dan de totale populatie van een land als Oostenrijk) die gezamenlijk in de eerste vier dagen 15 miljoen points of interest?aanwezen op de kaart waar hulpdiensten verder naar konden kijken. Op een gegeven moment waren op het platform (dat robuust bleef) zo’n half miljoen mensen tegelijkertijd aan het speuren op de kaart. Het kostte Tomnod wel een slordige $80.000 om te investeren in servers. Toch is dat een schijntje vergeleken met alleen al de dagelijkse kosten voor de inzet van het Australische marineschip van $550.000. De Amerikaanse en Japanse overheid besteedden ook nog eens 15 miljoen aan de zoekactie.
DigitalGlobe (dat Tomnod overkocht) had al wat ervaring opgebouwd met online crowdsourcing van satellietbeelden toen in 2007 rond Nevada een kleiner vliegtuig vermist werd met daarin Amerikaanse zakenman Steve Fosset. Zoekacties uit de ?lucht in de gigantische woestijn?leverden niets op. DigitalGlobe zette de beelden op Mechanical Turk van Amazon en 50.000 vrijwilligers speurden in zo’n 300.000 satellietbeeldjes. Helaas werd hij pas een jaar later gevonden toen een wandelaar een portemonnee vond. Toch heeft helaas nog niemand gepoogd te onderzoeken of die locatie nu?over het hoofd gezien is tijdens deze massale poging.
Middels hun CrowdRank algoritme bepaalde Tomnod welke van de 15 miljoen aanwijzingen als eerste met beeldexperts van DigitalGlobe gedeeld moesten worden voor nadere analyse. CrowdRank bepaald wie de meest betrouwbare taggers zijn voor de verzamelde beelden op basis van hoe anderen de beelden waarderen. De top 1% van de beste speurders kan Tomnod dan weer vragen voor moeilijkere taken. Luke Barrington van Tomnod?noemt het wel het crowdsourcen van crowdsourcing.
Het werd de grootste zoekactie ooit, waarin deze digitale manier van werken?onmiskenbaar gewaardeerd werd. Deze speld in het veld (niet een hooiberg) was nog lastiger te vinden, omdat het veld continu bewoog: de oceanische stromingen zorgen dat het vliegtuig kan afdrijven en natuurlijk ook zinken. Het werd een nauwkeurig proces van uitsluitsel (vergelijkbaar met de klassieke Sherlock Holmes) waarin de nieuwe werkwijze van microtasking misschien niet perfect was, maar wel redelijk snel grote hoeveelheden beelden aankon. Perfect waren de professionele hulpdiensten immers ook niet. Zo dacht een Chinese analist dat hij het vliegtuig had gevonden op een van hun eigen satellietbeelden.
Case 7: Genghis Khan?Somali?
Vanuit je luie stoel archeoloog spelen. Dat was het idee van het?Valley of the Khans Project?gesteund door National Geographic en geleid door Dr. Albert Yu-Min Lin die als moderne Indiana Jones op zoek was naar de gouden graal: de tombe van?Genghis Khan in Somali?. De uitdaging? Meer dan?2 miljoen vierkante kilometer afstruinen middels satellietbeelden met een resolutie van 50 centimeter. Pierre Izard van DigitalGlobe noemt het “een Big Data probleem dat nu nog massale menselijke hulp nodig heeft totdat software hier echt iets serieus in kan betekenen. De wervingstekst deed het echter goed:
Hello fellow explorers!
The entire Valley of the Khans team is very excited to begin the expedition to Mongolia but, for me, the adventure begins today. By enlisting the help of thousands of “virtual explorers” like you, we can start to uncover the mysteries of the Valley of the Khans right now!
The area that we will be exploring has been untouched for more than 800 years. There are no maps, no roadsigns and no one to ask for directions. But we’ve scanned the landscape with super high-resolution satellite imagery. By participating in the online exploration on this site, YOU can join our team by examining these satellite images and searching for clues that will guide our quest to discover the lost tomb of Genghis Khan. Maybe you’ll map out roads and rivers that our expedition can follow to make our way through this inhospitable territory. Perhaps you can identify traces of a nomad’s ger that might be a good place for us to camp. Or maybe you’ll see the buried outline of an ancient tomb that could be the clue we’re searching for…
Het idee was dus om je computer niet op zichzelf naar buitenaardse wezens te laten zoeken, zoals in het jarenlange Seti@Home crowdcomputing onderzoek, maar om nu zelf als mens via je computer op avontuur te gaan, met het comfort en veiligheid van je luie stoel. Meer dan 10.000 vrijwilligers gingen door honderdduizenden beelden.
In Somali? werd overigens ook gezocht naar een kwart miljoen vluchtelingen nadat geweld in dat land uitbrak. Helaas door slechts 160 digitale vrijwilligers. Een groot contrast als je bedenkt dat in?de zoektocht naar Malaysian Airlines vlucht 370 een land zo groot als Oostenrijk (met 8 miljoen inwoners) samen zochten naar 120 passagiers.
Case 8: 10 rode weerballonnen
In 2009 loofde DARPA (Defense Advanced Research Project Agency) een beloning uit van $40.000 dollar voor diegene die het snelst 10 losgelaten weerballonnen kon vinden, die verspreid waren over de hele VS. Riley Crane van MIT kreeg wel een idee: dit lukt je niet alleen. ?Na een nachtje doorwerken had hij een online crowdsearching?platform gebouwd waarin hij een soort omgekeerde crowdfunding toepaste om het prijzengeld te verdelen onder de vele deelnemers die hij hoopte te vinden. Voor hun moeite kreeg de vinder van elke ballon $2000 dollar, maar degene die deze persoon had aangedragen (middels een referral) kreeg $1000 dollar, degene die hem had aangedragen $500 dollar enzovoorts. Het platform was dus ingericht om met grote groepen mensen te gaan zoeken, deze mensen te rekruteren en ze ook nog eens te belonen.
Het team won met glans. Het duurde geen weken, ook geen dagen maar om precies te zijn 8 uur en 4 minuten om alle ballonnen in een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer uit te kammen, zonder dat het team uit hun stoel hoefde te komen. En het kon nog veel sneller, aldus de reactie van Riley: “De reden dat het zo lang duurde is dat we allerlei valse berichten van concurrerende teams slim moesten uitfilteren, en het verifi?ren van deze valse aanwijzingen heeft ons meer tijd gekost dan we dachten”. ?Toch werden alle ballonnen feilloos gevonden, ondanks dat notoir onbetrouwbare bronnen als Twitter werden toegepast.
Case 9: Syri??en de langstlopende crisiskaart tot nu toe
Op de online crisiskaart van Syri??zijn zo’n 4.000 ooggetuigenverslagen geplot op de kaarten zo’n 160.000 nieuwsberichten gecheckt en in kaart gebracht. Het is een indrukwekkend geschiedenisboek geworden, met enorme hoeveelheid detail dat middels een tijdsfilter stap voor stap teruggekeken kan worden. New Scientist noemde het “de meest nauwkeurige schatting van het aantal doden tijdens de opstand in Syri?… en het zou weleens de meest krachtige manier kunnen zijn om de menselijke schade van oorlog en rampen in kaart te kunnen brengen.”
10: Overige cases
Overstromingen in Queensland
De overstromingen in Queensland, Australi? uit 2010 en 2011 zorgden voor veel schade in een gebied dat bijna twee keer zo groot was als Engeland. Om Social Media berichtgeving te kanaliseren gebruikte de Queensland Police Service Media Unit diverse hashtags. Zo gebruikten ze #mythbuster om geruchten en valse informatie de wereld uit te helpen. Hieronder enkele voorbeelden van deze berichten die zeer effectief bleken:
Vanwege het succes gebruikt de politie van Queensland gebruikt deze hashtag vandaag de dag nog steeds om geruchten te ontkrachten.
Ebola in kaart
Maar bijvoorbeeld ook Ebola wordt op dergelijke manieren in kaart gebracht middels het?Health Map Crisis platform:
Het platform bracht bijvoorbeeld 90% van het geweld in kaart met alleen maar vrijwilligers. En New Scientist voegt nog toe?dat “de data ook de regering en andere leiders ook verantwoordelijk kan houden voor hun daden’, kortom het DNA van deze inbreuk op de mensenrechten is digitaal vastgelegd en misschien iets dat het Haagse internationale gerechtshof in de toekomst zal kunnen gebruiken.
“We use Facebook to schedule our protests, Twitter to coordinate and YouTube to tell the world.” zei een digitale activist tijdens de opstanden van 2011 in Egypte.
De kracht en de last van beelden
Instagram is een mooi voorbeeld van hoeveel beelden er geproduceerd worden tijdens rampen. Tijdens orkaan Sandy bijvoorbeeld werden 1.3 miljoen plaatjes gedeeld, met pieken van 10 plaatjes per seconde die vrijwilligers moeten verwerken. Ook 1 uit de 4 tweets hadden links naar foto’s of video’s gerelateerd aan de orkaan (bron). En UAV’s schieten tegenwoordig ook veel beelden. Slechts 1% van alle gefabriceerde drones en UAV’s?worden voor militaire doeleinden ingezet. Democratisch gebruik ervan (zoals de Ebee) lijkt?dus niet meer te stoppen. ?Bekijk hoe men er al mee begon bij de ramp in Ha?ti:
Planet Four
Het Zooniverse team lanceerde bijvoorbeeld het project?PlanetFour (een verwijzing naar de rode planeet Mars) kreeg 15.000 bezoekers binnen 60 seconden na de aankondiging via de Britse BBC. Meer dan 2 miljoen beelden van de planeet Mars werden in maar liefst 48 uur getagged, om de planeet te verkennen op diverse bijzonderheden (bron). Dat terwijl de site niet crashte!
Snap Shot Serengeti
In een ander project zochten vrijwilligers in de Serengeti naar wilde dieren die met 225 automatische bewegingscamera’s waren vastgelegd. De vrijwilligers vonden het zo leuk om te doen dat ze klaagden toen de beelden op waren.
Planetary Response Network
NASA en vele anderen partijen kijken tegenwoordig naar de mogelijkheden om de massa in te zetten bij het zoeken naar details in beelden. Er zelfs een heus Planetary Response Network dat klaarstaat om bij te springen.
Militaire inlichtingen crowdsourcen
Er is zelfs een poging gedaan om militaire inlichtingen te crowdsourcen, in de Exploration Challenge waarin men militaire voertuigen moest spotten op satellietbeelden. Later bleek het gewoon een testje van Tomnod, en maar goed ook, want er werden diverse?kritische kanttekeningen geplaatst?over de ethische kant hiervan. Want als je als crowdsearcher niet weet wat je precies doet met welk doel, is dit dan wel verantwoord? Toch is vanuit Bellingcat inmiddels een soortgelijk project gestart om de verplaatsingen van militaire voertuigen in Oekra?ne in kaart te brengen.
Rode kruis
Wendy Harman en haar team van vrijwilligers zit ook altijd klaar in het Digital Operations Centre van Washington D.C. Tijdens de tornado?die over Oklahoma stad heen ging op 20 mei 2013 was ook zij met haar team in de weer om social media berichtgeving te vangen, duiden en in kaart te brengen. Normaal heeft het team een vaste bezetting van 3 mensen, die op een normale dag alleen al 4.000 berichten via Twitter naar hun hoofd geslingerd krijgen. Dus wat de digitale storm is tijdens een incident als de Oklahoma tornado kun je je voorstellen.?Ze zoeken onder andere ook naar tekenen van angst en emotionele stress tijdens de nafase van een ramp en bieden nazorg aan.
AIDR: Artificial Intelligence for Disaster Response platform
Crowdsourcen van honderden classifiers die benut kunnen worden om tweets beter te filteren en eventueel in eerste slag kunnen duiden. Tijdens de tyfoon Yolanda bracht deze techniek meer dan 250.000 terug tot 55.000 relevante tweets die handmatig bekeken moesten worden. Bij de aardbeving van Chili op 27 februari 2010 (met de grootste beving ooit gemeten op aarde van 8.8 op de schaal van Richter) werd uit meer dan een half miljoen tweets een selectie van 20.000 aangeboden waarvan maar 1000 handmatig getagged hoefden te worden (bron).
Onderzoek naar 5 miljoen tweets die tijdens deze ramp werden gepost, toont aan dat 95% van de tweets valide informatie weergaf. Slechts 0.03% van de tweets trokken deze bulk van twets in twijfel. Andersom gaf het onderzoek ook aan dat het aantal tweets dat andere tweets in twijfel trekt veel groter is bij een gerucht (soms werd zelfs de helft van de valse geruchten meteen in twijfel getrokken). De wijsheid van de massa en het zelfcorrigerend vermogen is sterk. En het wordt nog beter, want onderzoek?toonde ook aan dat twitteraars wiens tweets in twijfel worden getrokken voortaan beter opletten met het produceren en delen van informatie (een reductie van 150% in onbetrouwbare tweets). Toch kan je zomaar als crisisproferssional of burger in?de verkeerde hoek kijken. Technologische ondersteuning kan hierin gelukkig steeds beter helpen.
Met de hulp van Andy Carvin (eerst werkzaam bij de National Public Radio) lukte het steeds beter om semi-automatisch tweets op relevantie te filteren. Computers kunnen namelijk leren waar mensen ook op letten, en Andy leerde de computer zijn journalistieke skills om betrouwbare berichten te onderscheiden van onzin. Zo bleek dat?tweets met BREAKING NEWS en veel uitroeptekens die niet van journalisten afkomstig waren meestal niet erg betrouwbaar waren.
Andy weet als geen ander dat de meeste mensen met hun informatie je niet proberen te misleiden. Er zitten vaak maar een paar rotte appels tussen.
“The vast majority of folks that are posting information, their hearts are in the right place but sometimes the fog of war affects them just as it would any other journalist” (bron).
Betrouwbaarheid automatisch herkennen
Onder andere?Carlos Castillo?(nu collega van Patrick Meier bij QCRI) maakte op technisch?vlak mooie stappen middels zijn paper Predicting Information Credibility in Time-Sensitive Social Media. Hij maakte een classifier waarmee computers de waarheid van een tweet beter konden inschatten, op basis van geleerde eigenschappen uit diverse datasets. Iemand is betrouwbaarder als hij meer volgers heeft, URL’s in de tweets gebruikt en langere berichten plaatst. Hij stelde als eerste 16 eigenschappen vast die betrouwbare tweets onderscheiden van onbetrouwbare tweets:
??Average number of tweets posted by authors of the tweets on the topic in past.
??Average number of followees of authors posting these tweets.
? ?Fraction of tweets having a positive sentiment.
? ?Fraction of tweets having a negative sentiment.
? ?Fraction of tweets containing a URL that contain most frequent URL.
? ?Fraction of tweets containing a URL.
? ?Fraction of URLs pointing to a domain among top 10,000 most visited ones.
? ?Fraction of tweets containing a user mention.
? ?Average length of the tweets.
? ?Fraction of tweets containing a question mark.
? ?Fraction of tweets containing an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a question or an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a ?smiling? emoticons.
? ?Fraction of tweets containing a ?rst-person pronoun.
? ?Fraction of tweets containing a third-person pronoun.
? ?Maximum depth of the propagation trees.
Hij kwam met deze methode al tot een 86% betrouwbare voorspelling. Annotaties van datasets, gedaan door betrouwbare vrijwilligers zouden in de loop van de tijd deze eigenschappen nog verder verfijnen. Inmiddels kan TweetCred?(een plugin voor Google Chrome) zo’n 45 eigenschappen onderkennen en wordt al toegepast om zgn rumor bombs te herkennen. Een mooi voorbeeld van hoe artificial intelligence door crowdsourcing gevoed wordt (computers die iteratief leren van mensen). En ook het Twitter leugen detector project Pheme, of het EU project Social Sensor met hun alethiometer (Alethia is Grieks voor waarheid) is wat dit betreft interessant om te volgen. Naast de verzamelde lessen in het Content Validation handboek natuurlijk waarover we al eerder blogden.
Deze technologie kan van pas komen, zeker als geruchten machines prominent zijn.
Tijdens de Boston Marathon bleek uit onderzoek van 8 miljoen (unieke) tweets van 3.7 miljoen accounts, dat 29% van de berichten die viral gingen een gerucht betrof. En 51% van de berichten waren algemene meningen en commentaar, niet per se relevant voor hulpinstanties. De overgebleven 20% was echt relevant te noemen. Deze geruchten waren deels afkomstig van 32.000 Twitter accounts die nog tijdens de ramp aangemaakt werden. Zo’n 20% daarvan werd enige tijd later door Twitter opgedoekt, en naar later bleek dat 99% van deze accounts het woord “Boston” in het account staan. Toch zijn veel van deze accounts zeer invloedrijk geweest in hun berichtgeving. Toch worden er lessen getrokken die in algoritmes te vangen zijn. Zo bleek onder andere dat deze accounts specifiek gedrag vertoonden en vaak ook met elkaar communiceerden. Maar of dergelijk gedrag te generaliseren is naar andere incidenten blijft de vraag.
Een vervolgstudie naar maar liefst veertien grote gebeurtenissen (oa de Londense rellen, aardbeving Virginia, de opstanden in Libi? en orkaan Irene) Credibility Ranking of Tweets during High Impact Events uit 2011 onderzocht 35 miljoen tweets. Daaruit bleek dat zo’n 30% van de tweets waardevolle informatie ten behoeve van omgevingsanalyse bracht en 14% echt spam was. Zo’n 17% van de totale informatie was niet allen relevant, maar ook aantoonbaar betrouwbaar. Deze technologie werd deels ook toegepast om de vele beelden die bij orkaan Sandy langskwamen te beoordelen en het bleek dat het algoritme tot 90% betrouwbaarheid kon komen. Sterker nog, de computer leek beter in het bepalen van de betrouwbaarheid op basis van de eigenschappen van de tweet dan de eigenschappen van het twitteraccount. Ook bij Sandy bleek weer dat er een kleine kerngroep verantwoordelijk was voor het produceren of retweeten van alle valse geruchten (zo’n 30 Twitter accounts was verantwoordelijk voor 90% van de retweets van deze berichten).
In andere situaties heeft de digitale respons echter niet alleen te maken van Big Crisis Data en Big False Data, maar ook met Big Brother. Normale rampen schieten niet terug, maar in sommige landen is informatievalidatie een gevaarlijk proces. Denk aan het werk in Rusland, Libi? of Syri? waar het verzet op die manier ook handig in kaart wordt gebracht, of denk aan wat?Bellingcat?in het MH17 onderzoek?deed waarin Rusland actief haar propagandamachine verdedigd.
Momenteel zoekt ook een onderzoeksgroep in Japan uit of tweets tijdens een ramp kunnen laten zien aan welke producten een tekort is in het gebied. En in Jakarta proberen onderzoekers via tweets te monitoren?wat er gebeurt tijdens een overstroming.
Nieuw geschiedenisboek
Terugkijkend bieden deze crisismapping voorbeelden allen een interessant kijkje op deze incidenten. De kaart geeft je bovendien de mogelijkheid om in je eigen helikopter te stappen en eenvoudig in-en uit te zoomen en chronologisch door de gebeurtenis te wandelen.?Deze tekstberichten zijn vereeuwigd. Stel dat we de stemmen uit het verleden op deze manier hadden kunnen horen, bijvoorbeeld ten tijde van de tweede wereldoorlog of andere belangrijke historische gebeurtenissen.
De open werkwijze van deze grote groepen maakt dat ondemocratische leiders het steeds moeilijker krijgen, terwijl de massa haar kennis (door collectieve waarheidsvinding) en mogelijkheden of rechten alleen maar verder uitbreidt. ?De massa media be?nvloedt niet het standpunt van mensen. Politieke verandering is een twee traps raket, waarin?pas in tweede instantie politieke opinies worden gevormd juist door interactie via social media (aldus ook Clay Shirky). Pas als men gezamenlijk een kaart maakt van de situatie met honderden, duizenden aanwijzingen ziet men gezamenlijk het grotere plaatje en voelt men zich gesteund om een verandering in te gaan.?James Scott noemt dit het delen van het hidden transcript, iets dat onderhuids in de maatschappij al zacht borrelde.
Twee weken na de aardbeving in Ha?ti gaf Hillary Clinton een gedenkwaardige speech over de revolutie die tijdens die ramp duidelijk werd en zei: “The technology community has set up interactive maps to help identify needs and target resources. And on Monday, a 7-year-old girl and two women were pulled from the rubble of a collapsed supermarket by an American search and rescue team after they sent a text message calling for help.”
en ze vervolgde haar betoog met een verwijzing naar andere landen en vrije internettoegang:
“By relying on mobile phones, mapping applications, and other new tools, we can empower citizens. So let me close by asking you to remember this little girl who was pulled from the rubble on Monday in Port-au-Prince. She’s alive, she was reunited with her family, she will have the chance to grow up because these networks took a voice that was buried and spread it to the world. No nation, no group, no individual should stay buried in the rubble of oppression. We cannot stand by while people are seperated from the human family by walls of censorship. And we cannot be silent about these issues simply because we cannot hear the cries.”
Terwijl Patrick Meier een lans breekt voor de?democratische overheden die ook ‘data filantropie‘ meer zouden moeten stimuleren. Data donoren, data DJ’s, er zijn allerlei rollen denkbaar vanuit het publiek. Als je toch al geld overmaakt om voedsel of water te sturen, waarom dan niet helpen met data?
Met grote dank aan Patrick Meier voor de bundeling van deze?waardevolle kennis. En als het smaakt naar meer: volg zijn blog iRevolution?want daar is?het meeste van bovenstaande (en meer) nog uitgebreider na te lezen.
Het boek start met zijn persoonlijke verhaal dat begon bij de ramp in Ha?ti, januari 2010. Patrick studeerde nog in Boston en zijn vrouw werkte op dat moment pecies?in het gebied waar de aardbeving in Port-au-Prince toesloeg. Gelukkig overleefde zij de ramp, maar hij raakte online betrokken bij de hulpverlening waarin duidelijk werd hoe honderden mensen over de hele wereld digitale hulp boden en waarin onder andere een Ha?ti Crisis Map ontstond waarop informatie van social media (en ook SMS via telecom provider Digicel) werd gevalideerd en geplot op een kaart om met iedereen te delen wat er aan de hand was.
Zo begon crisismapping in 2010 in de studentenkamer van Patrick Meier met de crisiskaart van Ha?ti (zie hieronder het aanvullende initiatief van OpenStreetMap).?
Het boek start met overtuigende argumenten voor het gebruik van social media (er zijn namelijk nog steeds crisis professionals?die redenen hebben om er niets mee te doen). Daarna gaat het boek verder in op hoe de evolutie zich ontvouwde die Patrick Meier van case naar case zag en waarin hij deels ook zelf veel nieuwe initiatieven ontplooide. We kunnen niet alles kwijt in deze blogpost, dus het inkijkje in de toekomst en wat andere voorbeelden en inzichten bewaren we voor het tweede deel.
Interessant is de ontwikkeling van de sociale en technologische innovaties die dit boek op een rijtje zet. Van crowdsourcing naar microtasking en van het zoeken, filteren en valideren van tweets (eerst handmatig daarna steeds meer?deels automatisch) naar het gebruik van beelden van satellieten en drones. De informatie?(Big Crisis Data noemt Patrick het)?wordt er niet minder op, en het feit dat het gebruik ervan zo ontwikkeld geeft in zichzelf al aan dat er veel behoefte naar is.
Tsunami aan informatie, maar ook een leger aan mogelijke?hulptroepen
Wereldwijd zijn er naar schatting een half miljard mensen die?WhatsApp gebruiken en een miljard Facebook gebruikers. Er worden vandaag de dag meet WhatsApp berichten verstuur dan SMSjes (meer dan 50 miljard per dag). Tel daar elke minuut 100 uur aan YouTube video materiaal en vele miljoenen foto’s op alle platformen en er is duidelijk sprake van een Tsunami aan informatie, maar ook sprake van een enorm netwerk aan mensen dat in tijden van nood kan helpen met deze informatie. Door het te verschaffen, of?door te helpen in het filteren en duiden ervan.
En degenen die de berichten plaatsen zijn ook niet onbelangrijk.?Anand Giridharadas van The New York Times zei het treffend:” These crowds are not only collectively witnessing our world in real time, but their digital footprints are also creating the first draft of history. ” (bron)
Hoewel de meerderheid van de aardse bevolking nog niet op social media zit, zit de social media adoptie globaal gezien toch nog steeds flink in de lift. Daarnaast zijn er steeds meer ‘dingen’ die aan het internet hangen en als sensor informatie produceren. Patrick gaat bijvoorbeeld in op de kracht van drones en haarscherpe beelden vanuit de lucht.
Hieronder volgen een paar voorbeeld cases uit het boek, maar ook interessante vraagstukken die spelen op dit onderwerp. Ook hebben we natuurlijk al uitgebreidere blogs geschreven over de meeste cases (zoals bijvoorbeeld de aanslag tijdens de Boston Marathon of Orkaan Sandy).
Relevantie van social media?
Maar hoeveel van die gigantische hoeveelheid aan?informatie is eigenlijk relevant? Het antwoord verschilt nogal. Bij de Joplin tornado die in 2011 in Missouri langskwam wees onderzoek uit dat zo’n 10% van de tweets die gepost werden relevant geacht werden en voldoende informatiewaarde hadden voor crisismanagement organisaties. Bij de Australische branden uit 2009 werden zelfs 65% van de tweets belangrijk gezien (bron). Toegegeven, dit lijken hele hoge percentages, maar als maar 0.001% van alle 20 miljoen tweets van orkaan Sandy relevant zou zijn, en de helft daarvan enigszins betrouwbaar was, waren het nog steeds 15.000 woorden ofwel 30 pagina’s vol met relevante, real-time?informatie geweest die gewoon gratis voor het oppikken?op straat liggen.
Maar percentages zeggen niets. E?n berichtje?kan genoeg zijn om een leven te redden en daar wordt in het boek een goed voorbeeld bij gegeven.?Het gaat dan om het?verhaal?van?Naoko, die op 11 maart 2011 samen met honderden mensen op de daken klom tijdens de tsunami in noord Japan. Ze kon niet bellen of SMS met haar telefoon, maar kwam erachter dat e-mail nog werkte. Ze mailde naar haar man, die op zijn beurt hun zoon in Londen weer op de hoogte stelde. Naoko’s zoon stuurde de vice-gouverneur van Tokyo een priv? tweet (DM) met de hulpvraag. Deze las het bericht en belde de brandweer brigade van Tokyo met het verzoek?voor reddingsactie per helikopter. Kort daarna was de hele groep op de daken gered.
Toch hebben de meeste mensen dit geluk niet gehad. Niet iedereen weet (evt via een aantal schakels) hulptroepen op de hoogte stellen of te organiseren. Bedenk ook dat dit vandaag de dag een enorme uitzondering is. Op de dag na de beving van 2011 in Japan zijn er meer dan 1,77 miljoen tweets verstuurd over?dat incident. ?Dat komt neer op een gemiddelde van 2000 tweets per seconde!
Informatie overload
Een ander veel gehoorde kritiek op social media is: waar halen we in godsnaam de tijd vandaan om hiermee te werken? “Forget it” is ook wel de reactie als men?de hoeveelheid informatie ziet. Patrick Meier vergelijkt deze reactie met een?ouderwetse bibliotheek. Die bevatten ook veel te veel informatie. Natuurlijk is het lastig om net dat ene boek te vinden waar je naar op zoek bent, maar in het geval van social media kan het levens redden. We worden er steeds beter in om ongestructureerde informatie te structureren en als je maar met genoeg mensen bent en slimme tools gebruikt lukt ons dat steeds beter.
De crisisbeheersingsexperts van vandaag noemt hij daarom ook “informatie DJ’s”. Ze verzamelen informatie van traditionele en nieuwe bronnen en doen hun best om er een redelijk omgevingsbeeld uit te halen (soms slechts?met?samples natuurlijk) en op een prettige manier voor te schotelen voor alle betrokkenen.
Valse meldingen: telefoon?vs social media
Een veelgehoord argument is dat social media toch zeker geen vervanging van de bestaande noodkanalen zal dienen, en dat die huidige kanalen (zoals 112) toch veel beter functioneren omdat ze betrouwbaarder zijn.
Het eerste noodnummer ontstond in de zomer van 1937 en werd in London gelanceerd onder het nummer 999, zoals het vandaag de dag in Engeland nog steeds wordt gebruikt. In die eerste week werden 1.336 noodoproepen gedaan. Van deze meldingen waren er toen 1.073 echte noodoproepen, 171 bellers wilde gewoon een operator aan de lijn om doorverbonden te worden en 91 waren grappen of valse meldingen (bron). Toen was 10% van de binnenkomende meldingen dus bewust een valse melding. Ter vergelijk bevatte?tijdens orkaan Sandy slechts 0.5% van alle tweets valse foto’s.
Vandaag de dag ligt het anders: minder dan een kwart van alle noodoproepen in Engeland een serieuze melding. Er zitten zeer veel valse meldingen bij, grappenmakers of gewoon onzinnige zaken die geen nood behoeven (bron). Dat betekent dat er per jaar meer dan 5 miljoen valse meldingen zijn; ofwel gemiddeld meer dan 13.000 onnodige telefonische meldingen per dag. Alleen al in New York krijgt de meldkamer 10.000 valse meldingen per dag binnen (bron). Patrick rekent even voor: als we aannemen dat het 5 seconden duurt voor de centralist om zo’n melding af te handelen, verspillen centralisten dus elke dag 14 uur aan dergelijke onzin. Dat is meer dan 5.000 uur op jaarbasis (ofwel 200 dagen onzinnig werk).??De cijfers in Europa zijn absoluut niet beter. Onderzoek laat zien dat zelfs de helft van de telefoontjes vals of onzin zijn. De Griekse meldkamers spannen de kroon met wel 99% valse meldingen! (bron). Toch hebben overheden het crowdsourcen onder burgers, ofwel het ontvangen van tips en telefonische meldingen, niet losgelaten. Men?blijft het een belangrijke informatielijn vinden, een levenslijn zelfs omdat het levens kan redden. Je kunt je dus afvragen waarom social media niet ook een levensredder kan zijn.
De Londense brandweer brigade is daarom ook, 80 jaar na de introductie van de telefonische hulplijn uit 1935, een noodhulplijn gestart via Twitter.
Het Rode Kruis onderzocht ook dat driekwart van de bevolking in Amerika ook niet anders verwacht: hulpverleners dienen te reageren op noodhulp verzoeken via social media, en men verwacht actie binnen een uur na het posten ervan. VDMMP?herhaalde dit onderzoek, zij het?kleinschaliger, in Nederland en kwam tot een soortgelijke conclusie. Social Media?vervangt 112 niet, het is slechts een extra noodkanaal. Denk hierbij ook aan de aanslag op het Noorse eiland Ut?ya, waar de getroffenen 112 niet eens konden bereiken doordat alle lijnen overbelast waren na de aanslag in Oslo, en de jongeren weinig anders konden doen dan hun noodkreten twitteren. Dat terwijl de?Noorse overheid in die tijd totaal niet voorbereid?was om iets met social media te doen.
De VN was in hun rapport?van 2013 ook glashelder over de rol van social media: “Het bewijs is er nu dat nieuwe informatiebronnen (zoals social media) niet minder representatief of betrouwbaar zijn dan traditionele informatiebronnen, die ook in crisissituaties verre van perfect zijn”.
Hoeveel tweets zijn genoeg?
Slechts ??n goede foto van een ingestorte brug is voldoende om bijvoorbeeld infrastructurele schade duidelijk te maken na een storm of tsunami, zelfs als alle andere getuigen nog nooit van Twitter gehoord hebben. Onderzoek laat zien?dat zogenaamde ‘micro-crises’ zoals auto ongelukken, zelfs automatisch op Twitter gedetecteerd kunnen worden, ook al gaat het om een zeer beperkt aantal berichten (bron). Studenten van Harvard ontdekten ook dat met de analyse van Twitter zij in Ha?ti cholera eerder konden ontdekken dan de overheid dat deed (bron). Zelfs als de informatie veel ‘bias’?en valse berichten bevat kan het nog steeds van grote waarde zijn. Zo toonde een onderzoek?uit Indonesi? aan dat tweets geschikt waren voor het voorspellen van de voedselprijzen in het land, ondanks speculaties en foutieve berichten (bron). In Ierland bleek dat Twitter analyses de zorgen en werkgerelateerde stress een uitstekende voorspelling van werkeloosheid mogelijk maakte (bron). Ander onderzoek uit Egypte liet zien hoe het geweld aldaar verband hield met bepaald soort inhoud van berichten op Twitter (bron).
Trollen
Helaas is social media niet alleen zonnekleur en maneschijn. Ondanks zorgvuldige selectie van berichten, komen er ook berichten door die toch vals blijken te zijn.?Tijdens de aardbeving in Santiago, Chili werd bijvoorbeeld de volgende tweet gepost:
#chile please help, I am buried under the rubble in my home [address removed for privacy] Santiago, Chile #chile my phone doesn’t work about 10 hours…
Deze tweet bleek een valse melding te zijn toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen, en de twitteraar (oftwel twitter trol) ?plaatste nog enkele soortgelijke berichten, die helaas ook op de Chile Crisis Map werd overgenomen:
plz send help to [address removed for privacy] Santiagoi, Chile, i’m stuck under building with my child. #hitsunami #chile we have no supplies.
Ook hier ging de politie tevergeefs op af. Patrick vraagt zich dan ook af of het in de toekomst misschien illegaal zal worden om dergelijke informatie te produceren, net als dat nu voor de telefonische noodlijn geldt.
Fouten zijn menselijk
Op de crisiskaarten die met user generated content gevuld worden is dus helaas niet alles waarheidsgetrouw, ondanks alle pogingen voor een zorgvuldig selectie en validatieproces. Patrick Meier verdedigd zich door te stellen dat burgerjournalisten fouten maken, maar ook professionals dit doen. Hij vergelijkt het met The New York Times, een van de meest vooraanstaande kranten van de wereld die hun naam hoog te houden hebben met het beste van het beste. Toch moeten ook zij zo’n 7000 rectificaties per jaar aanbrengen in hun nieuws (bron). De gouden standaard, het hoogst haalbare, lijkt ineens niet meer zo foutloos als je zo’n getal hoort. In dat?onderzoek werd ook duidelijk dat 60 procent van alle krantenartikelen uit een gemiddelde selectie van 14 kranten fouten bevatte. Als je terugdenkt aan de mediaverslaggeving van de Boston marathon zul je niet verbaasd zijn over dergelijke cijfers. Daar was de mediastrijd om de eerste te zijn met berichtgeving zo heftig en gebaseerd op niet gevalideerde social media berichten dat veel journalisten te snel conclusies trokken met zeer ernstige gevolgen.
Voorlopige conclusie
Hoewel dit?digitale zenuwstelsel van onze maatschappij (zoals Patrick het noemt) nog erg sterk in ontwikkeling, soms zelfs?prematuur, is geeft deze digitale hartslag wel al belangrijke aanwijzingen en maakt het grove diagnoses mogelijk. In het tweede deel van ons?blog over zijn boek gaan we dieper in op de digitale speurneuzen, hoe zij werkten in deze voorbeelden en wat de huidige en nieuw te verwachten ontwikkelingen zijn die Patrick beschrijft.
Achtergrond: onderzoek naar de relevantie van tweets tijdens incidenten en crises:
Oud-Google werknemer Pierre Lebeau is een crowdfundingcampagne gestart voor Keecker, een robot op wieltjes die met zijn ingebouwde projector alle andere schermen in huis overbodig wil maken.
Keecker is draadloos te besturen met een Android en iOS-app, maar kan ook zelf de omgeving scannen. Eens je huis in kaart is gebracht, kan de robot uit zichzelf naar aangewezen kamers toerollen. Daarna zijn ‘bijna alle’ Android-apps ermee op je muur, plafond of vloer te projecteren.
De projector zorgt samen met diens surround sound-systeem voor een portable entertainmentsysteem, zodat je niet meer omkomt in de draden. Maar dankzij diens ingebouwde camera is de robot ook in te zetten als digitale waakhond.
Inbrekers
Zo kan Keecker een waarschuwingssignaal naar je smartphone sturen zodra er bewegingen worden gedetecteerd in je huis, wanneer je er zelf niet bent. Vervolgens kun je via de app door de lens kijken of er iets niet pluis is. De camera is in combinatie met de speakers ook te gebruiken voor leukere doeleinden, zoals videochatten.
Er blijkt inmiddels al genoeg interesse in de robot om het project te verwezenlijken. Op?Kickstarter is het doel van 100.000 dollar al binnen enkele dagen behaald, en de campagne loopt nog een dikke maand. Keecker gaat omgerekend zo’n 3000 euro kosten, wanneer de robot lanceert in april van 2015.
Project X Haren blijft een hardnekkig fenomeen. 2015, 2016 en 2017 lijken niet van gevrijwaard van deze?internet meme. Op Facebook doet de meme goed dienst voor wat lol over een feestje bij de komende huishoudbeurs, maar het blijft allemaal onschuldig; het virtuele miltvuur zoals Ritzo ten Cate het destijds noemde blijft uit en gelukkig maar, want virtueel miltvuur zien we al genoeg in de vorm van?Jihad 3.0. Toch even een kleine opsomming?van de storm in het bekende?glaasje water?dat de Nederlandse jeugd nu probeert te cre?ren, waarbij de politie zich genoodzaakt voelt het allemaal toch maar in de gaten te houden, hoe druk ze het ook hebben met belangrijkere zaken.
2015
Duizenden Facebookers trollen de eventpage van de Huishoudbeurs: ‘Dreft Punk’ treedt op en bij wiens moeder is de afterparty? Als het aan een grote groep jongeren ligt, wordt de doorgaans oerdegelijke Huishoudbeurs stukken spannender. Denk aan dj’s en flink wat drugs. De Facebookpagina van de welbekende beurs telt een eindeloze stroom grappige berichten en gephotoshopte afbeeldingen. De ‘Huis House Beurs’ is geboren. Diverse flauwe grappen, maar allemaal toch aardig uitgewerkt met mooie plaatjes op diverse social media platformen. Zoals eerder gezegd: laat het promotiemateriaal maar over aan de jeugd van tegenwoordig, daar kan de huishoudbeurs al niet meer aan tippen.
Er zingen plannen rond voor een pre- en afterparty. ,,Waarschuwing! De samples Robijn Wasverzachter kunnen mogelijk witte hero?ne bevatten” en ,,Special guests gelekt: Zac Magnetron, Bleek Lively, Britney Spiritus en Brad Kookpit!” zijn slechts een greep uit de stortvloed aan creatieve grappen.Even was de organisatie van de Huishoudbeurs bang voor Project X-praktijken, toen enkele media kopten over jongeren die de Huishoudbeurs zouden willen ‘slopen’. Maar de beurs kan om de grappen lachen, zegt beursmanager Nicole Mengerink. ,,We worden op de hak genomen, maar we hebben ons vooral kostelijk vermaakt. De reacties worden steeds grappiger.”
Honderden berichten over dj-sets van ‘Paul Antikalkbrenner’ en ‘Joris Voornuis’, waarschuwingen voor ongeteste vaatwaspillen, afterparty’s bij moeders thuis, etc. De?Facebook-page van de Huishoudbeurs 2015?is sinds woensdag overspoeld door trollen, die h?t huisvrouwenevenement van het jaar omtoveren tot een technofeest.
En een oude bekende flashmobber Renzo Engwerda (Project X, Harlem Shake) doet natuurlijk ook weer mee in de voorpret:
Inmiddels hebben zevenduizend mensen zich aangemeld op de pagina. De organisatie van de Huishoudbeurs, vanaf 21 februari in de RAI, lijkt het sportief op te vatten en belooft ‘VIP-kaarten voor de beste grap’.
Overigens Facebook greep wel in, mogelijk om te voorkomen dat dit in het echt een soort Project X wordt. Je kan momenteel niet meer zien hoeveel mensen er komen en wie van je vrienden aanwezig zijn. Een Utrechtse bar haakte in met een Huishoudbeurs Pre-party,?waar al 1300 man zich voor heeft aangemeld.
Tot slot, de ’timetable’ van Huishoudbeurs 2015:
?
Beste grap
Daarom geeft de beurs vandaag een prijs aan de beste grappenmaker. Dat is dan toch Jim van Leeuwen, zegt Mengerink. Hij plaatste een filmpje met een dj die achter een gasstel staat, met de tekst ,,Dreft Punk”, refererend aan het wereldberoemde houseduo Daft Punk. Van Leeuwen krijgt vip-tickets, waarmee hij over een rode loper binnenkomt, tijdens de beurs artiesten zal ontmoeten en verwend wordt met hapjes en drankjes en een massage.Is het niet allemaal ??n grote publiciteitsstunt van de huishoudbeurs? Nee, zegt Mengerink. ,,Als we het zelf hadden bedacht, dan was het waarschijnlijk niet zo gegaan.” Mochten er veel jonge houseliefhebbers op de beurs afkomen, dan hoeven ze zich niet te vervelen. ,,We hebben de eerste twee dagen het Beauty Fashion Friends Event, bedoeld voor meiden tot en met 25 jaar. Daar komen echt geen mensen binnen die ouder zijn dan 25.”Voorbereidingen
Als het echt stormloopt met feestgangers, dan overweegt Mengerink zelfs om dj’s in te huren. Op dat idee kwam ze nadat jongerenradiostation SLAM!FM aandacht besteedde aan de hype rondom de Huishoudbeurs. Maar Mengerink gaat daar alleen tot over als er ook echt veel jongeren komen opdagen. ,,Als die jongeren komen, dan gaan we dj’s proberen te regelen. Maar als we dat vooraf doen, dan is het niet grappig meer. We moeten het niet te veel uitbuiten.”In het geval dat er mensen met slechte bedoelingen komen, zoals tijdens Project X in september 2012 in Haren, dan is de organisatie daar ook op voorbereid, zegt Mengerink. De Huishoudbeurs verwacht dit jaar zo’n 250.000 bezoekers, evenveel als de laatste paar jaren. De beurs vindt plaats van 21 februari tot en met 1 maart.
De bekendmaking van de leukste Huishoudbeursgrap. ? Facebook.
2016
Trek de agenda voor 2016 alvast ook maar, want het is weer zo ver: er is ook voor dat jaar een nieuwe Project X Haren Facebooksite in de lucht sinds 31 december 2014. Hij groeide snel. Het ?aantal deelnemers stond vlot?boven de 7000, terwijl er 28.000 mensen zijn uitgenodigd. De site zegt op 21 september 2016 een feest te willen houden, in de traditie van Project X. Alleen zou het allemaal legaal moeten, dit keer. Op het moment dat het vier jaar geleden is: 21 september 2016. Met de opbrengst zou de schade van de vorige keer moeten worden vergoed. Zie ook de webpagina erover.
Op 30 december vorig jaar haalde Julius Heijer een Project X Haren 2017 van Facebook. Het ging daarbij om een oude site uit 2012 die toevallig weer was gaan groeien. Hij wilde er niets meer mee te maken hebben.
Sommige?inwoners van Haren hebben trauma?s overgehouden aan het vorige Project X Haren feest. De toen zeventienjarige Frank uit Veendam kaapte toen het verjaardagsfeestje van een zestienjarig meisje uit Haren en maakte er een groot evenement van, waar duizenden jongeren op af kwamen. Lees de hele reconstructie die we deden in dit drieluik.
De politie kon er weinig aan stoppen want Frank had zich achter een vals Facebookprofiel verstopt. Hij werd nooit door de politie achterhaald. Jongeren hebben andere herinneringen aan Project X Haren 2012. Onder de nieuwe aanmeldingen voor 2016 zitten opvallend veel deelnemers van 2012, al zijn er ook veel jongeren die afkeurend reageren.
Legaal
Dit keer zou het legaal moeten. En veel jongeren voelen daar voor. De teller staat nu al boven de zevenduizend deelnemers.
?Bedankt voor alle leuke reacties die we tot nu toe hebben mogen ontvangen. We hebben veel vragen gekregen en willen graag een stukje duidelijkheid scheppen?.
Er is nu ook een zelfstandige website bij gemaakt. Daarop is te lezen:
?Het doel is om in 2016 een Project X feest met toestemming te organiseren. Om dit te kunnen doen hebben we daar jullie hulp bij nodig. We zoeken mensen die dingen kunnen regelen.?
Vals profiel
Organisator is een Harry van Assen (geboren in 1988?). Probleem echter: ook dit lijkt een vals Facebookprofiel te zijn. Dus gaat het hier wel om iemand die te goeder trouw handelt?
Maatregelen
In ieder geval hebben politiek en politie nu nog ruim de tijd om maatregelen te nemen. Een herhaling van 21 september 2012 zal zich niet voordoen. En als de ondernemersvereniging in Haren handig is, maken ze er inderdaad een legaal knalfeest van, dat Haren in ??n keer weer op de kaart zet. En het toenmalig zestienjarig meisje? Die zit tegenwoordig in de Verenigde Staten.
2017
En we gaan nog een jaar verder in de tijd. Het lijkt Back to the future wel. Duizenden mensen hebben afgelopen namelijk ook?gereageerd op een uitnodiging op Facebook voor een nieuw project X in Haren, in 2017. ?Merthe haar 21ste verjaardag tien keer groter dan haar 16de’, luidde de tekst.
Toen de eigenaar merkte dat het bericht viraal ging, zette hij die pagina echter offline. Oproepen tot een nieuw project X is nooit zijn bedoeling geweest.
Het is opvallend dat het evenement ineens zoveel aandacht trok. Onderaan de Facebookpagina was te zien dat het evenement al in september 2012 was aangemaakt. Op 31 mei 2014 werd de naam en tijd van het evenement veranderd in Project X Haren Merthe 21, donderdag 21 september 2017. Pas sinds afgelopen maandagavond vloog het aantal aanmeldingen omhoog. Dinsdagavond om zeven uur gaven ruim 2600 mensen aan te komen, een half uur later waren het er al 3200. Ook hier waren niet alle reacties op de Facebookactie positief, er was ook een aantal mensen dat de actie veroordeelde.
In aanloop naar de seminar over burgeropsporing?van 10 februari waar aandacht zal zijn voor meerdere ontwikkelingen heb ik afgelopen week een interessant interview gehad met Eliot Higgins. Achter de schermen was er al langer contact, maar het werd hoog tijd om meer te delen over zijn initiatief Bellingcat, en Elliot vertelt zelf over wat hij doet, denkt en droomt.
Bellingcat is een exemplarisch?voorbeeld van de moderne Sherlock die online speurt en zaken probeert op te lossen. Bellingcat wil?bovendien deze lessen en tools graag delen met anderen om iedereen te leren hoe zij ook een moderne Sherlock kunnen worden. En dat zoeken ze breed: onder burgers, media, bedrijven of overheid. Eliot?was al eerder in de Nederlandse media geweest, onder andere vanwege zijn werk in relatie tot MH17, waarover eerder ook een blog op deze site?is gemaakt.
Het is ongelooflijk leerzaam om te zien hoe hij zaken onderzoekt, daarin samenwerkt en informatie valideert, zoals bij de MH17 waar Rusland veel propaganda lijkt te produceren, maar ook in de strijd in Syri? waarin ISIS zeer actief is op social media. Ik vroeg hem naar successen, valkuilen en zijn manier van werken en hoe zich dit ontwikkeld heeft maar ook zal gaan ontwikkelen.
Dit interview kijkt iets breder naar de activiteiten van Bellingcat, en vooral daar waar het politie en justitie raakt. Zo heeft de Britse politie Eliot ook al gevonden om te kijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Bellingcat houdt zich namelijk niet meer uitsluitend met oorlogsmidaden bezig, maar ook met andere soorten nationale en internationale misdaad.
Bekijk de hele playlist hieronder of bekijk het fragment naar je keuze. De vragen die ik hem stelde zijn hopelijk duidelijk door de titel van elk?filmfragmentje:
Bellingcat rapport ook in Nederlands!
Op 8 november bracht Bellingcat het een rapport uit met daarin bewijs dat de Buk-lanceerinstallatie, die in verband wordt gebracht met het neerhalen van MH17 in Oekra?ne, afkomstig was van het Russische leger en eind juni vertrokken was naar de Oekra?ense grens. Met het onderzoeken van bewijs uit openbare bronnen was het Bellingcat MH17 onderzoeksteam erin geslaagd om de verplaatsingen van de Buk-lanceerinstallatie op 17 juli, in door separatisten gecontroleerd gebied, in kaart te brengen. Dit geldt ook voor de route van de Buk toen deze deel uitmaakte van een konvooi, dat in de periode 23 juni – 25 juni in Rusland was vetrokken van Koersk naar Millerovo, nabij de grens met Oekra?ne.
Aan de hand van het bewijs verzameld door het Bellingcat MH17 onderzoeksteam is duidelijk geworden dat het Russische leger de Buk-lanceerinstallatie, die op 17 juli werd gefilmd en gefotografeerd in Oekra?ne, heeft geleverd.
Het Bellingcat MH17 onderzoeksteam bestaat uit leden afkomstig uit verschillende landen, waaronder Nederland, Finland, Rusland, het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten en blijft doorgaan met het onderzoeken van andere kwesties met betrekking tot het conflict in Oekra?ne.
Voor meer informatie over Bellingcat en zijn werkzaamheden kan contact opgenomen met Eliot Higgins via?eliothiggins@bellingcat.com
We zijn benieuwd wat je vind van zijn werk, welke vragen het nog oproept of welke suggesties je zou willen meegeven voor zijn initiatieven. En misschien beweegt het je tot deelname in een van de Bellingcat initiatieven, want Bellingcat verwelkomt alle hulp!
SKUP 2015
Enige tijd later presenteerde Eliot Higgins ook op SKUP, de Noorse stichting voor vrije onderzoeksjournalistiek?(SKUP = Stiftelsen for en Kritisk og Unders?kende Presse). Bekijk hieronder zijn bijdrage:
Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.
Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.
Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.
U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock
Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!
Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:
Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:
Met het openbaar vervoer
Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Met de auto
Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *
Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *
* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.
Parkeren
Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.
We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.
Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.
Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.
Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:
Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
Er goede opvang en nazorg geboden is.
De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.
Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:
1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.
2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.
3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?
4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.
5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.
6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.
7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?
8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.
Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.
Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.
9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.