Tagarchief: meldkamer

Social Media Quick Scan

Rechercheurs ervaren een informatie-overload bij het gebruiken van social media informatie in politie-onderzoeken. Oorzaken van die informatie-overload zijn o.a. de overvloed aan beschikbare informatie, beperkingen in menselijke verwerkingscapaciteit en problemen in de communicatie tussen de mens en computers. Dit resulteert in een mogelijk verlies van relevante informatie, terwijl die informatie vanaf de eerste minuut na een misdrijf beschikbaar is. De oplossing hiervoor kan gevonden worden door gebruik te maken van de kennis van informatievisualisatie. Dit onderzoeksgebied richt zich speciaal op het inzichtelijk maken van grote hoeveelheden informatie.

Het onderzoek van Annelies Brands heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een Social Media Quick Scan door een prototype van een tool die social media informatie op verschillende manieren visualiseert. Het doel was om te onderzoeken hoe interactieve visualisaties van social media informatie rechercheurs kunnen ondersteunen in hun werk. Hierbij werd extra nadruk gelegd op het ondersteunen van objectief redeneren en mens-machine interactie. Als eerste werd een literatuurstudie gedaan naar hoe social media informatie het beste gevisualiseerd kan worden. Daarna zijn vanuit de interaction design methode requirements voor de tool opgesteld uit resultaten van interviews met politiemedewerkers. Daaruit is een prototype ontwikkeld met gedeeltelijk ge?mplementeerde visualisaties. Dit prototype is vervolgens ge?valueerd met politie-medewerkers.


Het prototype werd positief gewaardeerd op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. De evaluaties resulteerden verder in lijst met suggesties voor verdere ontwikkeling van de tool. Op deze manier zijn de eerste stappen gezet richting een Social Media Quick Scan om rechercheurs te ondersteunen bij het objectief redeneren, het verminderen van informatie-overload en om het zo vroeg mogelijk gebruik maken van beschikbare social media informatie in politie-onderzoeken te stimuleren.

Bekijk hieronder het filmpje dat de werking uitlegt:

Bekijk de presentatie:

[slideshare id=79578221&doc=anneliesbrandscolloquium-170909053536]

Of download het volledige rapport:

[slideshare id=79578201&doc=socialmediaquickscanthesis-170909053354&type=d]

Bronnen: RUG

Real Time Intelligence verbetert politieoptreden

Het is de nachtmerrie van elke ouder: je bent een paar seconden afgeleid en ineens is je peuter verdwenen. De politie is op zo?n moment snel ter plekke. Maar de inschatting van wat er gebeurd kan zijn, is lastig te maken. Hier moet ?Real Time Intelligence? (RTI) uitkomst bieden.

Met RTI breng je relevante kennis en informatie uit verschillende systemen direct samen, en trek je daar conclusies uit om snel de juiste acties te kunnen ondernemen. ?Zo ver zijn we nog niet, maar in het Real Time Intelligence Lab brengen we dit soort innovatieve oplossingen dichterbij?, zegt Christiaan van den Berg, Programmamanager Secure Society van TNO. Het Real Time Intelligence Lab (RTI Lab) is opgezet door TNO in samenwerking met de Nationale Politie en het nationale veiligheidscluster The Hague Security Delta (HSD). Het is een experimenteeromgeving waarin ze samen met bedrijven en kennisinstellingen proeven doen met hardware, software, methoden, modellen, werkwijzen en combinaties daarvan. TNO brengt expertise in over onder meer ICT, modellering, kunstmatige intelligentie en menselijk gedrag.

Doeltreffend handelen met real time informatie

?Real time? betekent dat actuele data zonder vertraging beschikbaar is. Door de data te verrijken met andere bronnen en kennis, ontstaat ?intelligence?. Die moet aan de ene kant compleet zijn, maar ook ontdaan zijn van overbodige gegevens. Real Time Intelligence stelt de politie in staat in uiteenlopende situaties snel de juiste beslissingen te nemen en adequaat te handelen. In het voorbeeld van het verdwenen kind kun je je voorstellen dat er in no time een recente foto beschikbaar moet zijn, die direct via sociale media en met aansprekende hashtags wordt verspreid. Om doeltreffend te kunnen handelen, heeft de agent ?real time? informatie nodig van het kind en over de buurt.

?Je kunt laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje?

Slimme koppelingen voor actuele informatie

?We werken aan systemen die typische gedragingen tonen voor kinderen van de betreffende leeftijd?, zegt Van den Berg. ?Je kunt bijvoorbeeld laten zien op welke plekken een kind logischerwijs in de buurt te vinden kan zijn, zoals in een speelgoedwinkel of een parkje. De ingezette agenten kunnen dan op hun scherm de loop-, fiets- of autoroute er naartoe zien, inclusief eventuele wegopbrekingen. Slimme koppelingen zorgen ervoor dat zo?n systeem ook aangeeft dat er recent een melding was over een buurtbewoner, die verdacht gedrag rond een kind vertoonde. Via de meldkamer kan dan bijvoorbeeld worden gecontroleerd of diens auto in de buurt is.?

Intelligent combineren van databronnen

?Het gaat om het intelligent combineren van uiteenlopende databronnen die samen met de beschikbare kennis handelingsperspectief bieden. Dus geen lange lijst met mogelijkheden waaruit de politiemensen moeten kiezen, maar een die is teruggebracht tot suggesties voor enkele logische handelingsopties. Een systeem kan namelijk op basis van wetenschappelijk onderzoek, computermodellen en actuele informatie de meest waarschijnlijke hypothese berekenen. Er zijn allerlei prachtige technologie?n om gegevens te ontsluiten, maar de kunst is die te combineren tot een bruikbaar instrument voor de politie.?

?In het RTI Lab kunnen we samen in de operatie experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren?

Misdaad voorspellen

In het RTI Lab worden relevante ontwikkelingen wereldwijd gescand en beoordeeld op relevantie voor RTI. Partijen doen er verschillende experimenten, bijvoorbeeld met het kunnen voorspellen van misdaden door de inzet van big data en algoritmes. Verder zijn er in het lab proeven gehouden met ?multitouch tables?, ter ondersteuning van de besluitvorming. Deze werden gebruikt door een co?rdinerende staf, de zogenaamde ?Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden?, die actief is bij een ramp of crisis.

Politiewerk verbeteren

Ge?ntegreerde en actuele informatievoorziening kan leiden tot betere en snellere besluitvorming over effectief optreden. Jan ter Mors, Programmamanager Intelligence van de Nationale Politie: ?Het RTI Lab is voor de politie van waarde omdat we daarin op professionele wijze samen met veiligheidspartners, kennisinstituten en burgers in de operatie kunnen experimenteren met nieuwe toepassingen en concepten, die het politiewerk kunnen verbeteren.?

?We werken samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector?

Experimenten geven inzicht in toepasbaarheid

?RTI is nooit af. Daarom willen we in het RTI Lab voortdurend met elkaar nieuwe dingen uitproberen en aantonen wat wel en niet werkt?, vertelt Van den Berg. ?De experimenten bieden inzicht in de toepasbaarheid van idee?n, werkwijzen of technologie?n voor politie, veiligheidsregio?s, gemeenten of beveiligingsbedrijven.? HSD faciliteert de samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen om tot innovatieve oplossingen te komen. ?Het RTI Lab is hier een mooi voorbeeld van?, zegt Mark Ruijsendaal van HSD. ?Door partijen met specifieke kennis en instrumenten aan elkaar te verbinden, ontstaan nieuwe inzichten in de waarde en toepasbaarheid van innovaties op dit gebied. We bieden partners een betrouwbare innovatiebasis met perspectief op opschaling. Zo werken we samen aan zowel een veiligere wereld als aan groei van de sector.?

Bronnen: TNO Time, HSD RTI Lab

Dark social & webagenten: zo gaat de politie om met social messaging

Politie-social-messaging-1170x350

Hieronder een gastbijdrage van Rick de Haan, met een artikel dat eerder is geplaatst op Frankwatching.?

Als de politie iets geleerd heeft van het experimenteren met social media, is het wel dat het online landschap continu verandert. Hyves kwam op en verdween en Snapchat en Instagram zijn momenteel de beste kanalen om jongeren te bereiken. Was Twitter ooit het beste platform om als politie online interactie aan te gaan met burgers, nu is dat Facebook. Daarna kwam de ontwikkeling van het open online gesprek naar besloten platformen, dark social. Zoals bijvoorbeeld WhatsApp met intussen bijna 7000 buurtpreventiegroepen, waarin burgers gezamenlijk zorgdragen voor leefbaarheid en veiligheid in de buurt.

Voor de politie is social messaging dan ook een onmisbare manier om naast fysiek ook online waakzaam en dienstbaar te kunnen zijn. In dit artikel deel ik de acties en uitdagingen van de politie met social messaging. Ook werp ik een blik op de toekomst, welke rol kunnen chatbots hierbij gaan spelen?

Politie past zich aan

De politieorganisatie is geen start-up die nieuwe innovatieve methoden in een handomdraai kan toepassen, om mee te bewegen in de stroom van technologische ontwikkelingen. In een organisatie met 65.000 medewerkers met de nodige hi?rarchie is dat al lastig, laat staan wanneer je als organisatie te maken hebt met wet- en regelgeving die de privacy van burgers hoog in het vaandel heeft staan.

Zo heeft de politie meer restricties dan pers of burgers als het gaat om het delen van content. De Wet op de Politiegegevens vereist bijvoorbeeld dat we data op een veilige manier opslaan (en vooral niet te lang bewaren). De Wet Bescherming Persoonsgegevens schrijft voor dat de informatie die wij verstrekken in principe niet herleidbaar mag zijn naar betrokken personen.

Het ligt voor de hand om de wijkagent uit te nodigen in WhatsApp-groepen. Maar dit betekent opeens dat van de wijkagent wordt verwacht dat hij of zij 24/7 klaarstaat om te reageren en meldingen door te geven aan de meldkamer. Die verwachting kan niet worden waargemaakt, want de wijkagent draait tijdens het werk ook de nodige uurtjes mee op de noodhulp, neemt aangiftes op, lost burenruzies op, overlegt met verenigingen en lokale overheden en is bovendien ook nog wel eens vrij! Een verdachte situatie in een app-groep melden, zal dus altijd vergezeld moeten worden van een telefoontje aan 112, of de wijkagent nu wel of niet in de WhatsApp-groep zit. En degene die de wijkagent meer op straat wil zien, zal hopelijk begrijpen dat de wijkagent misschien geen tijd heeft om alle appjes in de lokale WhatsApp-groepen door te lezen.

>> Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Overigens stelt WhatsApp de politie voor n?g een dilemma: de privacy van de contacten op de diensttelefoons van de politie. Immers, om WhatsApp te mogen gebruiken deel je al je contactgegevens met moederbedrijf Facebook. Als politieambtenaar heb je naast telefoonnummers van collega?s ook contactgegevens van aangevers, slachtoffers of verdachten op je telefoon staan. Hoewel Facebook nu heeft aangegeven dat WhatsApp-contactgegevens niet worden gebruikt voor vriendschapssuggesties op Facebook, is dat geen uitgangspunt dat tot in lengte van jaren zal worden volgehouden. Facebook verdient geld aan onze data, en geld is niet zelden reden genoeg om bepaalde principes te wijzigen.

Webcare voor de politie

Maar laat ik niet vervallen in het denken in onmogelijkheden. WhatsApp schijnt op dit moment druk bezig te zijn met het openstellen van hun API voor zakelijke toepassingen. Daarop sorteert de politie nu al voor. In de eenheid Zeeland West-Brabant wordt vanuit het Regionaal Servicecentrum (waar normaal gesproken alle lokale telefoontjes naar 0900-8844 worden behandeld) druk gewerkt aan het verbeteren van de webcare. Er loopt onder meer een veelbelovend experiment met een Whatsapp-nummer.

Ook op lokaal niveau experimenteren diverse basisteams met een WhatsApp-nummer of Facebook Messenger om meldingen bij de politie te kunnen doen. Ook die experimenten zijn veelbelovend. Niet in de laatste plaats natuurlijk omdat iedereen op zijn klompen kan aanvoelen dat dit voorziet in een enorme behoefte. Niemand wil minuten in de wacht staan om te melden dat de vuilnisbakken zijn omgetrapt. Een appje sturen en later een antwoord krijgen van de politie via WhatsApp past veel meer in de tijdgeest van vandaag. Dat beschrijft (of bevestigt) ook de publicatie van TNO met de veelzeggende titel: ?Wie belt er nu nog??

< Wil je dit artikel verder lezen? Lees het dan verder op Frankwatching?>

Bronnen: Frankwatching

App112

app112

Binnen twee weken wordt de app 112 gelanceerd, die het onder meer mogelijk maakt de hulpdiensten te bereiken via chat. Dat antwoordde minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) op een schriftelijke vraag van CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh. ?Vanaf eind maart kunnen Belgen de hulpdiensten bereiken via een nieuwe smartphone-app, App112. De app bepaalt via GPS je locatie, zodat hulptroepen weten waar ze moeten zijn. App112 is vooral een oplossing voor doven, slechthorenden en mensen met een spraakprobleem die niet goed in staat zijn om een telefoongesprek te voeren.

Belgische alarmcentrale via App112

Het lijkt misschien een maf idee: een brand of andere noodsituatie melden door te chatten. In zo?n geval pak je toch gewoon de telefoon om 112 te bellen? Maar voor sommige mensen is dat lastig en de Belgen hebben daar nu iets op gevonden. Je kunt op meerdere manieren communiceren met de noodcentrales: via sms, e-mail en chat. Volgens CD&V-Kamerlid Jef Van den Bergh heeft de app voordelen voor iedereen. Binnen het veiligheidscommunicatienetwerk Astrid wordt al langer gewerkt aan een applicatie voor smartphones waarmee iemand in nood in realtime kan chatten met de hulpverleners. Eind vorig jaar werd de technologie ter beschikking gesteld van een testpubliek. De app is niet enkel nuttig voor mensen met een beperking, maar bijvoorbeeld ook in een situatie waarin niet kan worden gepraat, zoals een bankoverval of een inbraak. Via de app kan ook een spraakoproep worden uitgevoerd en dan wordt bijvoorbeeld automatisch de identiteit en de locatie van de oproeper doorgestuurd. In sommige gevallen kent de oproeper immers niet de exacte locatie waar hij zich bevindt of is er verwarring over de plaats waar de hulpdiensten naartoe moeten. Personen met een beperking kunnen daarnaast nog steeds sms’en naar de hulpdiensten.



Als je wilt kun je ook meteen specifieke informatie in de app zetten, zoals bloedgroep of medische achtergrond. De hulpdiensten kunnen dan meteen rekening ermee houden als ze bijvoorbeeld moeten uitrukken voor een hartaanval.

Bronnen: Knack, iCulture,

App: 112 app

112 app vlijmen5

Een ernstige val van een wielrenner in Zuid-Limburg heeft geleid tot een nieuwigheidje bij de hulpverlening: de 112 app (Android).

Bijna iedereen komt weleens ergens zonder te weten waar hij precies is. Zo ook Erik Blaauw uit Vlijmen. Hij wandelde?samen met vriendin Chantal door de Zuid-Limburgse bossen op het moment dat een wielrenner de macht over het stuur verloor en voorover sloeg. De wielrenner lag bloedend op de grond, bewusteloos.

Blaauw belde?112, maar kon?niet vertellen in welke straat hij stond. Kostbare tijd ging voorbij, tot een toevallig passerende automobilist de situatie redt. De situatie spookt na bij Blaauw, die besluit zoiets nooit meer mee te willen maken. Samen met informaticastudent Max Martens ontwikkelt hij daarom een 112-app.

De 112-app kan altijd worden gebruikt, los van op wiens telefoon deze staat. Blaauw: ,,Er is namelijk geen ontgrendelingscode nodig, je kunt de app aanklikken in het beginscherm.” Maar er is toch al een noodoproep? ,,Dat klopt, maar als je via de noodoproep belt, heb je weer geen locatiegegevens bij de hand”, legt Blaauw uit. Iets dat de app wel biedt. De lengte- en breedtegraad verschijnen automatisch op je scherm. De app schakelt ook automatisch over op luidspreker, zodat je de co?rdinaten die je op je scherm leest, hardop kunt voorlezen.

De app is eigenlijk heel simpel. Al kostte het anderhalf jaar voordat het duo klaar was. ?Er zaten een paar lastige dingen in die we uit moesten zoeken?, vertelt Martens. ?Vandaar dat het tijd heeft gekost.?Gek eigenlijk dat zo?n app nodig is. In andere landen, zoals Denemarken, kunnen ze in de alarmcentrale precies zien waar je bent.?Daar is de app helemaal niet nodig.?

In Nederland dus wel. Blaauw: ?We hebben hem zo gebouwd dat iedereen hem kan gebruiken. De 112-app hoeft niet eens op je telefoon te staan, als iemand hem maar heeft.?Er is namelijk geen ontgrendelingscode nodig, je kunt de app aanklikken in het beginscherm.?

112 app vlijmen

Maar er is toch al een knop voor een noodoproep, waarvoor je de telefoon niet hoeft te ontgrendelen? ?Dat klopt, maar als je via de noodoproep belt, heb je weer geen locatiegegevens bij de hand?, legt Blaauw uit. De app biedt dat wel. De lengte- en breedtegraad verschijnen automatisch op je scherm. De app schakelt ook automatisch over op luidspreker, zodat je de co?rdinaten die je op je scherm leest, hardop kunt voorlezen. De lengte- en breedtegraad werken op basis van gps en zijn altijd beschikbaar, gegevens als straatnaam, postcode, plaats en land alleen als er verbinding is met internet. Blaauw: ?Dat is in ieder geval nauwkeuriger dan het peilen van de locatie zoals ze dat bij de meldkamer doen. Die berekenen waar je bent op basis van je signaal ten opzichte van de drie dichtstbijzijnde zendmasten.?

De app werkt voorlopig alleen volledig op Android. Blaauw: ?De iPhone is beter beveiligd, daar kunnen we niet om de ontgrendeling heen werken. We kijken nog of hier een oplossing voor is te vinden. Maar Android heeft een steeds groter marktaandeel.?

Blaauw en Martens willen geen geld verdienen met de app, die inmiddels een paar duizend keer is gedownload. De app is dan ook gratis te verkrijgen in Google Play onder de naam ?112 app? en werkt zonder advertenties. Martens: ?We krijgen er veel goede reacties op. Dat is al leuk. We hoeven er niet rijk van te worden.?

Het zou al mooi zijn als ze er echt mensenlevens mee kunnen redden, zegt Blaauw. ?Het verschil tussen op een paar meter nauwkeurig en ??n zijstraat verder kan het verschil tussen leven en dood betekenen.?

Brabants Dagblad,?1Limburg, Limburger

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

App: Hartslag.nu

HartslagNu is het oproepsysteem dat burgerhulpverleners via een bericht op de mobiele telefoon oproept om ter plaatse te gaan bij een mogelijke reanimatie. Een burgerhulpverlener kan vaak eerder dan de professionele zorg ter plaatse zijn en de reanimatie opstarten.?De app heet HartslagNu en kun je downloaden in de Google Play Store of in de Apple Store.

Ook een geregistreerde AED kan door een burgerhulpverlener worden opgehaald en ingezet bij een mogelijke circulatiestilstand. HartslagNu is onderdeel van Ambulancezorg Nederland (AZN). Via de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) wordt de oproep uitgestuurd.

Een voorbeeld uit de praktijk:

Een ochtendje kleiduiven schieten eindigde vandaag anders dan gedacht. Nog geen drie weken ben ik lid van een landelijk reanimatieteam, met een speciale app die weet waar ik uithang en die rechtstreeks vanuit de meldkamer van de ambulancedienst wordt aangestuurd. Vandaag de eerste keer een oproep gehad… en ik was maar op twee minuten rennen afstand. Gelukt! Pati?nt goed aanspreekbaar mee met de ambulance. De boodschap van dit verhaal: iedereen kan dit. Leer reanimeren en meld je aan via https://www.hartslagnu.nl (PS: ik kreeg wat vragen over privacy. Het getoonde adres is een openbare plek waar het gebeurde, had net zo goed een willekeurige straathoek kunnen zijn. Het adres heeft geen verbinding met betrokkene).

?
Oproep op basis van locatie

Om de app te kunnen gebruiken dient de GPS/locatievoorzieningen altijd ingeschakeld te zijn.?Als je de GPS niet hebt ingeschakeld gaat HartslagNu uit van de laatst bekende locatie: de locatie zijn die bekend was op het moment dat je de GPS uitschakelde. Je wordt dan opgeroepen op basis van een locatie waar je op dat moment hoogstwaarschijnlijk niet meer bent, waardoor je geen hulp kunt verlenen.

Als de GPS uitstaat ?wordt je?niet?opgeroepen op basis van de opgegeven locatie(s) in jouw account en ook niet op basis van de locatie waar je daadwerkelijk bent, omdat deze niet bekend is. Je wordt opgeroepen op basis van de locatie waar je was toen je de GPS uitschakelde.

Beknopte handleiding HartslagNu App

Alarmering per App
Je wordt alleen gealarmeerd als je (1) daadwerkelijk in de buurt van het slachtoffer bent en je (2)?binnen 6 minuten bij het slachtoffer kunt zijn. (3)?De app houdt rekening met de?lokale infrastructuur en toont je de ideale route naar de AED en/of het slachtoffer.

Hoe werkt de HartslagNu App?
De App gebruikt de locatie informatie van je smartphone om jouw locatie te bepalen. Deze data wordt naar de servers gestuurd waar deze informatie wordt gebruikt om die hulpverleners te alarmeren die ook daadwerkelijk binnen 6 minuten bij een reanimatie situatie kunnen zijn.
Bij een oproep wordt een Sms-bericht en een pushbericht (bericht via de App) verzonden, beide vanuit de huidige locatie. Dit vergroot de kans dat je de oproep meteen ontvangt en direct gehoor kunt geven aan de oproep.

Hoe gaat een oproep via de App in zijn werk?
Als je een pushbericht met een oproep hebt ontvangen kun je op dit bericht tikken. Je komt dan in de App terecht waar de routebeschrijving naar de AED en het slachtoffer zichtbaar wordt.
Tevens komt in de App een metronoom beschikbaar. Deze geeft het tempo aan waarin iemand gereanimeerd moet worden.

Wat heb je nodig om de App te kunnen gebruiken?
Voor een goede werking van de app zijn de volgende instellingen van belang:

-????????? de GPS/locatievoorzieningen moet altijd aanstaan op de meest nauwkeurige stand
-????????? internet/WI-FI staan altijd aan
-????????? de app moet toegang hebben tot de GPS/locatievoorzieningen
-????????? de telefooninstelling accubesparing moet uitstaan
-????????? App-optimalisatie of een soortgelijke app dient voor de HartslagNu app uit te staan
-????????? de app mag pushnotificaties ontvangen
-????????? het mediageluid staat aan. Als het toestel op de stille stand staat, zal het geluid van de app hier niet doorheen breken

Heb je een Samsung toestel, dan kan het zijn dat een app op jouw toestel staat die apps afsluit als deze enkele dagen niet zijn gebruikt. Klik op de volgende link om de app uit te zetten voor de HartslagNu app: http://www.hartslagnu.nl/nieuws/192/samsung-en-app-hartslagnu.html

Maak je geen gebruik van de App, dan word je per Sms gealarmeerd op basis van het opgegeven adres (of adressen) in jouw account.

Bronnen: Hartslag.Nu

Geen spoed, wel WhatsApp

400politie-whatsapp

Vanaf vorige?week?is het in de politie eenheid Zeeland-West-Brabant mogelijk om via WhatsApp vragen te stellen of meldingen te doen. Het Politie WhatsApp nummer 06 – 52 52 83 36 is geopend?in het bureau in Roosendaal?waar?Sectorhoofd Wiebe Leverman met het eerste bericht de WhatsApp meldapplicatie. De pilot loopt alleen in de eenheid Zeeland-West-Brabant en niet bij andere politie eenheden in Nederland. Het is ook niet hetzelfde als Buurtpreventie WhatsApp, maar een nieuw kanaal om te melden richting politie.

De politie biedt meerdere manieren om meldingen te doen. Via internet, telefoon en aan het bureau kon al gemeld worden. Deze manieren blijven. Nu komt daar deze manier bij. Het is een proef van 18 maart tot 30 juni. Daarna gaat de politie Zeeland-West-Brabant evalueren of het een goed kanaal is voor meldingen en wordt gekeken of het moet worden doorgezet.

De burger stuurt via telefoonnummer 06 – 52 52 83 36 een WhatsAppbericht met zijn melding. Dat kan zijn over overlast, afspraken, aanrijding materieel, zorgmeldingen etc. De politiemedewerker neemt contact op met melder. In principe eerst via WhatsApp, maar terugbellen of eventueel mailen is ook een optie. De melding wordt zoals gewoonlijk opgenomen in de politiesystemen.

De berichten worden uitgelezen van 07.00 uur tot 22.00 uur, 7 dagen in de week. Het is dus niet bedoeld voor 112 spoedmeldingen.

Uit deze pilot zal moeten blijken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Voordelen zijn natuurlijk dat het aansluit op een groeiende behoefte. Er zijn al 10 miljoen WhatsApp gebruikers in Nederland en zeker onder de jongere generatie is bellen geen tweede natuur meer. SOS Wat doe jij? is zelfs een campagne en app voor jongeren om te leren 112 te bellen.

Een ander groot voordeel is dat in tegenstelling tot andere social media er een telefoonnummer bekend is. Na een app-melding kan er dus altijd nog (terug)gebeld worden. Dat mechanisme zal ook het misbruik wat tegengaan. Als de politie je kan terugbellen of je met je telefoonnummer opsporen

De vraag is echter hoe burgers dit nummer in WhatsApp gaan gebruiken. Als het nummer ineens onderdeel wordt van een WhatsApp buurtgroep krijgt de politie wel erg veel meldingen binnen. De politie zal dus wel enige regie moeten voeren en burgers duidelijk maken hoe om te gaan met het nieuwe kanaal.

Nadelen zitten dus in de hoek van verwachtingsmanagement (hoe snel reageert men, neemt men alle meldingen wel in behandeling?) en wetgeving. Met name privacywetging komt in het geding omdat WhatsApp meldingen voordat ze naar de politie gaan eerst langs computersyststemen in de VS gaan (van WhatsApp en de uiteindelijke eigenaar Facebook). Als je dus gevoelige zaken wilt melden, hoe zit het dan? Hoe zit het met de wet politiegegevens? En er zijn mogelijk vreemde consequenties, zoals reclame in Facebook en zometeen WhatsApp die gebaseerd is op de inhoud van je meldingen.?Kortom, nog genoeg vragen om te onderzoeken, en daar is een pilot ook voor. Het is een mooie eerste stap van de analoge wereld van bellen naar digitaal melden middels data.

Bekijk hieronder het item van RTL Editie NL erover:

Gemeenten

Met?een aantal gemeenten konden burgers ook al contact opnemen via WhatsApp.?Appcare, de nieuwe naam voor webcare via WhatsApp, is hot.?Uit een?jaarlijkse onderzoek naar sociale media en gemeenten blijkt dat 11 procent van de 393 gemeenten WhatsApp gebruikt als extern communicatiekanaal. Met zo’n?10 miljoen?Nederlandse gebruikers is het eigenlijk gek dat WhatsApp niet eerder voet aan de grond kreeg bij de overheid. Iedereen kent en gebruikt het.

Zowel Terneuzen als Lelystad geven aan dagelijks ongeveer 5 ? 10 gesprekken via WhatsApp te voeren. De vragen verschillen volgens hen niet heel erg van die van andere kanalen als telefoon, Twitter of Facebook. Veruit de meeste vragen zijn eenvoudige vragen (openingstijden, aanvraag paspoorten & huwelijken) en door het Klant Contact Centrum (KCC) of Burgerzaken prima te beantwoorden.

De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook. Daar willen andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. Dat het medium niet alleen voor jongeren is, blijkt uit de leeftijdsverdeling van WhatsAppcontacten van de gemeente Terneuzen. Zo appten zij ook al eens met iemand van 80 jaar.

Ervaringen bij WhatsApp als webcarekanaal gemeenten

Van Groningen tot…

Inwoners van Groningen kunnen bijvoorbeeld?via de populaire berichtendienst vragen stellen aan de gemeente.

Wethouder dienstverlening Ton Schroor: ?We willen aansluiten bij de communicatiekanalen die inwoners zelf al gebruiken. En omdat veel mensen al whatsappen, is het een heel laagdrempelige en makkelijke manier om met de gemeente in contact te komen.?

Gesprekken via WhatsApp worden ervaren als persoonlijk, omdat het een ??n-op-??n contact is, in tegenstelling tot Twitter en Facebook, aldus de gemeente. De ervaring van de gemeenten die al met WhatsApp werken is zeer positief, de klanttevredenheid is hoog.

Het is niet mogelijk om naar dit nummer te bellen of een sms te sturen. De gemeente probeert tijdens werkdagen zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 24 uur de WhatsApp-berichten te beantwoorden.?WhatsApp-berichten worden door het Klant Contact Centrum behandeld tijdens de uren waarop de gemeente telefonisch bereikbaar is, van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur.

…Maastricht

Ook de gemeente Maastricht is vanaf vandaag ook via WhatsApp bereikbaar. Naast brief, telefoon, e-mail en publieksbalie was het ook al mogelijk om contact op te nemen via Facebook en Twitter. Met de toevoeging van WhatsApp wil het stadsbestuur inspelen op de toenemende behoefte van inwoners om digitaal in contact te komen met de gemeente. Ook wil de gemeente optimaal bereikbaar zijn voor de groeiende (internationale) studentenpopulatie. Wethouder Aarts, portefeuillehouder dienstverlening: ?We willen het onze inwoners en ondernemers zo makkelijk mogelijk maken. Door meerdere contactmogelijkheden aan te bieden, verlagen we de drempel en komen we tegemoet aan de diversiteit van de stad.? Het voordeel van WhatsApp voor gebruikers is dat ze een bericht kunnen sturen wanneer het hen uitkomt. Zelfs ?s nachts of in het weekend. Met een foto of video kunnen ze hun vraag of melding bovendien verduidelijken. De gemeente kan vervolgens snel antwoorden en waar nodig reageren met een hyperlink, zodat de gebruiker zelf zijn of haar zaken digitaal kan afhandelen. De gemeente beantwoordt alle vragen en meldingen binnen 24 uur, met uitzondering van weekenden.

Laagdrempelige communicatie

Burgemeester Penn-te Strake, portefeuillehouder communicatie: ?Communicatiemiddelen zijn constant in verandering. De afgelopen 10 jaar zijn de communicatiemogelijkheden enorm toegenomen. Wij willen beschikbaar zijn via de middelen waar onze inwoners, zeker studenten, veel gebruik van maken.? Op dit moment hoort de gemeente Maastricht bij een beperkte groep gemeenten die experimenteert met WhatsApp als servicekanaal. De eerste resultaten van andere gemeenten zijn positief.

Op Frankwatching heeft HowAboutYou?een boodschappenlijstje gemaakt om aan de slag te gaan:

  1. Een SIM-kaart met 06-nummer
  2. Een profielfoto die als avatar getoond wordt op de smartphone van de ontvanger
  3. Een goede statusmelding (?Hey there, I?m using WhatsApp? is niet handig, vermelding van webcaretijden wel)
  4. Een duidelijke voicemailmelding die gebruikers de weg wijst naar het juiste telefoonnummer van de gemeente (doorschakelen, maar leidt tot extra gesprekskosten)
  5. Een browser die emoticons ondersteunt (niet alle browsers laten de?Smiley WhatsApp,?Thumbs Up Whatsapp,en Drol met ogen WhatsApp zien)
  6. Je online mediamonitor waarmee je ook je webcare organiseert, inregelen voor WhatsApp (ga vooral niet zelf sleutelen of met een telefoon aan de gang)
  7. Een rapport om de prestaties te volgen (hoeveel, hoe snel, hoeveel in ??n keer beantwoord, etc.)

Bronnen: Roosendaal Op Internet, GIC, Frankwatching

 

 

 

 

 

Nieuwe media, nieuwe melden

melden

Je ligt onder je bed en je kunt 112 niet bellen omdat een indringer in je huis rondloopt. Of je bent slechthorend en verstaat de instructies van de centralist niet. Wat doe je dan? Je post tekst- of beeldberichten op social media. Maar die komen niet terecht bij de meldkamer, omdat de systemen hier niet op zijn ingericht. TNO?er Arnout de Vries ziet het met lede ogen aan. Hij is dan ook razend enthousiast als hem om hulp wordt gevraagd.

“Meldingen die burgers via social media doen, bereiken de meldkamer echter niet”

De Vries is expert op het gebied van social media en veiligheid. Hij heeft via onderzoek aangetoond dat hulpverleners ter plaatse effectiever handelen als zij informatie van social media tot hun beschikking hebben. Vervolgens helpt hij bij de realisatie van real time intelligence centers in de nieuwe 112-meldkamers. Van daaruit worden hulpverleners 24/7 voorzien van real time social media informatie. Meldingen die burgers via social media doen, bereiken de meldkamer echter niet.

Laat staan dat tekst- en beeldberichten direct naar de meldkamer gestuurd kunnen worden; er is geen digitaal loket. De ICT-systemen lopen achter bij de nieuwe mogelijkheden die er zijn. Terwijl burgers verwachten dat dit al lang geregeld is. Die kloof moet overbrugd worden voordat burgers en bedrijven hun eigen meldkamer gaan organiseren. Dat risico is volgens De Vries levensgroot aanwezig.

Modernisering meldproces

De technologische en maatschappelijke ontwikkelingen gaan razendsnel. Dat zet de overheid onder druk. Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de kwartiermakersorganisatie Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) vragen daarom De Vries om hulp. Zij willen weten waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden stelt De Vries een klein multidisciplinair team samen van TNO-collega?s. Zij zijn futuroloog, weten veel van het meldkamerdomein, zijn thuis in strategic business analysis en roadmapping of zijn expert op het gebied van nieuwe ICT-toepassingen en veiligheid. Met elkaar verkennen zij de toekomst. Als eerste kijken zij naar de manier waarop de maatschappij zich de komende jaren ontwikkelt. Vier verschillende leefwerelden worden geschetst, met ieder een andere uitwerking op het meldproces.

Toekomstgerichte scenario’s

Voor De Vries wordt het op dat moment duidelijk dat ?het nieuwe melden? van veiligheidsincidenten niet alleen gevolgen heeft voor de LMO in oprichting, maar ook voor de politie. Op zijn advies wordt de politie daarom mede-opdrachtgever. Vervolgens stelt hij samen met zijn teamgenoten toekomstgerichte scenario?s op en gaat daarover de discussie aan met professionals uit het meldkamer- en politiedomein. Dit is een beproefde methodiek om bouwstenen te krijgen voor de roadmap die De Vries wil opstellen. Maar dat blijkt nog een behoorlijke klus te zijn. Zij lopen namelijk tegen de complexiteit van het meldkamer- en politiedomein aan.

Veel partijen willen meedenken en hun mening geven

Veel partijen willen meedenken en hun mening geven. Door hun jarenlange kennis en ervaring weten De Vries en zijn mensen hiermee om te gaan en het te benutten. Zij worden daarbij geholpen door hun opdrachtgevers, die stelling durven nemen en met andere partijen zaken helder afstemmen.

In de startblokken

De Vries en zijn team leveren als resultaat een visie op ?het nieuwe melden? en een roadmap richting 2025. Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden laat de roadmap zien welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken. De Tweede Kamer zal deze routekaart in ontvangst nemen. De Vries is trots op de resultaten. Samen met zijn team heeft hij opnieuw een aanzet tot verandering gegeven. Maar hij denkt ook al weer verder. Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met het bedrijfsleven. Ook dat pakt De Vries graag op. Energiek heeft hij de eerste stappen alweer gezet?

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met het bedrijfsleven.

Bronnen: TNO Time

Wie belt er nog?

De manier waarop we communiceren verandert. Dit heeft invloed op de manier van het?melden van gebeurtenissen aan politie, brandweer, ambulancezorg en bijvoorbeeld?gemeenten. Als er iets bedreigends gebeurt bel je nu natuurlijk 112 of 0900-8844.?Kan het wachten, dan doe je een melding via het web. Maar hoe ziet ?Het Nieuwe Melden??er in 2025 uit?

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden heeft een team van TNO-experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld. Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken.

Dit boekje dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden schetst een langere termijn visie en roadmap voor het (spoedeisend) melden in?het domein van de openbare orde, veiligheid en ambulanzezorg. Het beschrijft ?Het Nieuwe?Melden? in uiteenlopende toekomstige leefwerelden en stelt de vragen: wie wil je zijn en?wie moet je zijn als overheid in 2025 (visie), welke keuzes maak je dan om burgers te?bedienen in het (nieuwe) meldproces en hoe kom je daar (roadmap)?

Op de weg naar Het Nieuwe Melden voorziet TNO een aantal transities. Deze transities zijn?al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in?dit boekje is daarom geen eindpunt, maar is bedoeld als startpunt voor een discussie over?dienstverlening en het melden in de toekomst, waaraan ?lle overheden, markt- en?ketenpartijen en ook burgers deelnemen. Op naar een toekomst waarin burgers kunnen?blijven bouwen op de dienstverlening van de overheid.

Bronnen: TNO, Tweede Kamer