Tagarchief: social media

Blogs: Between The Bars

between bars

Eerder schreven we al over bloggende gevangenisbewaarders. Maar?Between the Bars is een blogging platform voor gevangenen, een initiatief?van het?MIT Center for Civic Media. Internetverbindingen in gevangenissen zijn vaak beperkt of zelfs verboden. Between the Bars scant de?handgeschreven brieven van gevangenen, laat het door vrijwilligers corrigeren?om ze vervolgens online te zetten. Als lezers reacties achterlaten, worden die weer per brief gestuurd aan de gevangenen.

Vuurwerk monitoring: Jacht op hinder

Met een geluiddectieysysteem, het monitoren van Twitter en Facebook en een mobiel vuurwerkteam dat surveilleert door de stad, moet de vuurwerkoverlast dit jaar worden teruggedrongen. De gemeente Utrecht zet alles op alles om vuurwerkhinder een halt toe te roepen. Dat blijkt na een dagje meedraaien in de meldkamer en een avond op de fiets nog lastig genoeg.

Anil, Mandy en Joeri staan te wachten voor een rood stoplicht in de Van Hoornekade, Zuilen. Het is tot nu toe een rustige dienst voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente Utrecht. Het trio is samen met een ander team deze avond op pad in Utrecht om te surveilleren en op overlastmeldingen af te gaan.Het licht is nog steeds rood als plots, aan de overkant van de drukke Marnixlaan, een harde knal klinkt. Onmiddellijk spieden de drie met hun ogen de overkant af. Waar is de afsteker heen? Hoe groot is de rookwolk die ervan afkomt? Is dat illegaal vuurwerk? Omdat de boa’s zich aan de verkeersregels moeten houden is dat het enige, dat ze kunnen doen. Als het licht op groen springt, schieten de drie weg, als ware de Tour de France voor heel even terug is in de stad.boa

De opsporingsambtenaren Anil, Mandy en Joeri overleggen met teamleader Geurts over het plan van aanpak.?

Helaas, een ‘heterdaadje’ zit er niet meer in. De bikers zijn te laat. Wat de drie nog kunnen doen, is een melding maken die zowel bij de gemeente meldkamer als bij de politie voorbijkomt. ,,Het kan zijn dat op basis daarvan de politie hier nog even langs komt en bij een paar woningen aanbelt. Dat maakt hopelijk genoeg indruk op die jochies, zodat ze niet nog een keer met vuurwerk gooien,” zegt Joeri.

De melding die het vuurwerkteam net heeft gemaakt komt binnen in de meldkamer op de dertiende verdieping van het Stadskantoor. Daar zitten drie operators te turen naar een aantal schermen, waarop kaarten van de stad zijn geprojecteerd.

media_l_3486358
Op de centrale in het Stadskantoor komen alle meldingen binnen en worden de vuurwerkteams aangestuurd.

Aansturen
Op die kaarten is goed te zien waar de vuurwerkoverlast zich concentreert. ,,Op die manier kunnen we onze mensen op straat goed en snel aansturen,” zegt teamleider Alex Geurts.

,,We hebben vooraf een aantal locaties aanegewezen waar op basis van eerdere meldingen de meeste overlast valt te verwachten. Dat zijn de hotspots. Op de kaarten kunnen we zien of de overlast zich verplaatst van die hotspots naar andere plekken in de stad. En als dat gebeurt kunnen we daar ook onze inzet op straat meteen op aanpassen.”

Dagelijks komen de mannen en vrouwen, die de vuurwerkoverlast tegen moeten gaan, bij elkaar voor een korte briefing. Daarin worden ze – iedere dag opnieuw – bijgepraat over de gevaren van vuurwerk en wat te doen als ze op een grote partij illegaal vuurwerk stuiten. Tassen gevuld met legaal vuurwerk tot 25 kilo mogen de boa’s zelf vervoeren, grotere partijen en illegaal vuurwerk zijn voor de politie. ,,We blijven het erin stampen, want de veiligheid van onze mensen is erg belangrijk,” zegt Geurts. ,,Iedere dag opnieuw het zelfde praatje.”

In de briefing komen ook de resultaten en de meldingen van de voorgaande dagen voorbij. Samenmet de mensen die de straat opgaan wordt besproken welke plekken in de stad nog eens extra bezocht kunnen worden.

“Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn” -?Teamleider Alex Geurts

Geluiddetectie
Ook maakt de gemeente dit jaar voor het eerst gebruik van een geluiddectiesysteem. Op verschillende plekken in de stad zijn er microfoons geplaatst die harde knallen opnemen. ,,Het systeem meet hoe hard die knal is. En als het echt hard is, duidt dat vaak op illegaal vuurwerk. Omdat onze mensen via een gps-systeem perfect te volgen zijn, kunnen we in de meldkamer meteen zien welk team het snelst ter plekke kan zijn,” zegt teamleider Geurts. Waar die microfoons hangen wil de gemeente om tactische redenen niet kwijt.Daarbij komt dit jaar dat ook social media zoals Facebook, Twitter en Instagram nadrukkelijk worden afgezocht.Abdullah Pehlivan, die daarmee is belast, vertelt dat er via een groot aantal zoektermen gezocht kan worden op welke plekken mensen overlast ervaren. Ook zijn er jongeren die er foto’s en filmpjes plaatsen van ontploffend vuurwerk. ,,Het is een experiment en het kan ondersteunend werken aan alles wat we hier al doen,” aldus Pehlivan.

Terug naar de straat, waar Anil, Mandy en Joeri inmiddels door Overvecht fietsen. Dit is een van de wijken die vooraf als hotspot is aangemerkt en waar veel overlast verwacht wordt. Er is geen steegje of pleintje dat de bikers overslaan. En stuiten ze op een groepje hangjongeren, dan gaan ze een praatje aan.

,,Het is belangrijk dat we ons even laten zien,” verduidelijkt Mandy, terwijl ze stevig doortrapt. ,,Sinds 10 december zijn we iedere middag en avond op straat te vinden. Ze weten dat ze in de gaten gehouden worden.”

?”We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten” -?Opsporingsambtenaar Joeri

Nooit op tijd
Is de aanpak succesvol? Dat moet nog blijken, oudejaarsdag is pas over ruim een week. En hoewel de bikers strak worden aangestuurd en snel kunnen reageren, zijn ze vrijwel nooit op tijd en zijn de daders alweer weg.

Bovendien zijn er slechts zes bikers actief, op een stad die ruim 300.000 inwoners kent. ,,Dat is wel eens frustrerend,” zegt Joeri. ,,We kunnen niet op alle plekken tegelijk zijn, maar we doen ons best. Bovendien is het signaal ook belangrijk. We laten zien dat we er bovenop zitten.”

,,En”, zegt hij, ,,het is goed voor de conditie. ,,We fietsen zo’n 45 kilometer per dag.”

Bronnen: AD, TaxiPrijzenUtrecht

 

Social Media Spear Phishing

Geeta_Bijsterbosch_0

Een nepprofiel op Facebook?? Facebook

Facebook-vriend blijkt hacker

Krijg jij de laatste tijd ook steeds vaker vreemde vriendschapsverzoeken op Facebook van knappe vrijgezelle vrouwen of mannen, die jou graag willen leren kennen? Pas dan maar op, want het gaat hier om ‘spear phishing’.

De kans is vrij groot dat die onbekende dame of jongeman op Facebook eigenlijk een crimineel is, die op jouw geld uit is. Internetcriminelen zoeken steeds naar nieuwe manieren om geld te verdienen door ons op te lichten.

Gerichte acties
“De ouderwetse phishingmails en spam werken niet meer”, zegt Pim Takkenberg, cybersecurity-expert van TNO. Daar trappen we niet meer in. Daarom proberen de criminelen het nu met gerichte acties, ‘spear phishing’ genoemd. “Phishing is uit, spear phishing is in.”

“Criminelen sturen mensen nu heel specifiek een mail waarbij software wordt ge?nstalleerd. Die mail is vaak helemaal op jou toegespitst”, zegt Takkenberg. “En op Facebook proberen ze je vriend te worden, zodat ze toegang krijgen tot jouw vriendengroep, wat hen veel info oplevert. Maar ook zodat ze met je kunnen chatten en een link kunnen sturen, waarmee dan weer software wordt ge?nstalleerd.”

Tips
Hoe voorkom je dat de cybercriminelen jou te grazen nemen? “Allereerst door nooit zomaar een vreemd vriendschapsverzoek te accepteren”, zegt socialmedia-expert Jeroen Bertrams. “Ze misbruiken zo’n Facebook-vriendschap vaak voor datingfraude, om producten te verkopen of om een linkje naar je te sturen met schadelijk software.”

Zijn belangrijkste advies is dus: druk niet gelijk op ja als een knappe vrouw of man vrienden wil worden op Facebook. “Kijk eerst goed naar het profiel van zo iemand. Bestaat het profiel al lang? Wordt er Nederlands op zijn of haar profiel gesproken? En: heb je gemeenschappelijke vrienden of is het een totaal onbekende? Trap er niet in!”

Bronnen: RTL Nieuws

Terrorisme voorspellen met big data: handlezen voor gevorderden

?knmi
In Vrij Nederland het volgende?artikel?van Gerard Janssen over big data en de voorspelmogelijkheden van terrorisme.
Als je veel data slim gebruikt, kun je tegenwoordig ?voorspellen wie wat gaat doen en wat waar gebeuren gaat. Terrorismebestrijders kunnen daar hun voordeel mee doen. Maar er schuilen ook gevaren: het is program, or be programmed.

Donderdagmorgen 11 maart 2004 parkeert een gestolen witte Renault Kangoo in de Calle Infantado in Alcal? de Henares. De straat ligt langs het metrostation dat het stadje verbindt met Madrid. Aan de andere kant van een witte blinde muur liggen de rails. Jonge mannen springen uit het busje. Uit de bagageruimte trekken ze rugzakken en sporttassen. De tassen en rugzakken zijn zwaar. Ze staan bol van spijkers, schroeven en 10 kg Goma 2 ECO ? een vloeibaar explosief dat mijnbouwers gebruiken. Koperdraad koppelt de industri?le ontstekers aan mobiele telefoons. De mannen laten dertien rugzakken en tassen achter in verschillende treinstellen van vier verschillende treinen. Tussen 7.37 en 7.40 uur, als de treinen richting station Atocha in Madrid rijden, brengen de terroristen de bommen tot ontploffing. Tien van de dertien gaan af. Het resultaat: 191 doden en 1.824 gewonden.

Meteen begon een klopjacht op de daders. De sleutel is een blauwe sporttas die is gevonden in het Azor?npark, met naast de explosieven een intacte mobiele telefoon, een Mitsubishi Trium T-110. Via het simkaartje in die telefoon weet de politie verschillende terroristen op te sporen. Uiteindelijk eindigt de achtervolging op 3 april 2004 bij een appartement in het zuiden van Madrid. Tussen half zes en half zeven arriveert een zwaar bewapende speciale eenheid. De politie sluit het gebied af en speciale eenheden richten een veldhospitaal in. Vanaf de eerste verdieping klinken Arabische gezangen. De speciale eenheden bestormen het pand en schieten rookbommen naar binnen. De terroristen bellen hun geliefden en gaan in een kring op de grond zitten. Drie minuten over negen blazen ze zichzelf en het pand op. Ook een lid van de speciale eenheid komt daarbij om.

Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal.

Diep morele zielen

Iedere terroristische aanslag is te vertellen als een verhaal. Vanuit een neutraal perspectief is het een donkere tragedie. Maar vanuit het perspectief van een terrorist een hero?sch verhaal. ?De ogen van de terrorist zijn niet leeg,? schrijft de antropoloog Scott Atran in zijn boek Talking to the Enemy, waarvoor hij tientallen extremisten uit Afghanistan, Indonesi? en Marokko interviewde. ?Hun voldoening ligt niet in de rustige anticipatie van maagden in de hemel. Het is lichamelijk als bloed en verscheurd vlees. Terroristen zijn geen nihilisten, wreed of onzeker, maar vaak diep morele zielen met een gruwelijk misplaatst gevoel van rechtvaardigheid.?

Een terrorist is in zijn eigen ogen een klassieke held die zijn leven op het spel zet om een monster te overwinnen. Het is het verhaal dat in iedere cultuur opduikt. David tegen Goliath. De strijd van de rebellen tegen de Galactic Empire. Een onmogelijke opdracht, maar de held heeft een geheim wapen, en de ster des doods heeft een achilleshiel.
Het is geen toeval dat het een filmmaker was die zich realiseerde dat dit een vruchtbaar perspectief is om een terroristische aanslag uit te analyseren. Peter de Kock (48) maakte in 2006 de veel geprezen documentaire De handen van Che Guevara. Een zoektocht naar de handen van Che Guevara, die van zijn lijk waren afgehakt en opdoken in een pot met water en formaldehyde. In 2008 maakte de filmmaker de overstap naar de politie. Een overstap die kleiner is dan die lijkt. De Kock zag de overeenkomst tussen het plannen van filmopnamen, het opdelen van een verhaal in elementaire bouwblokjes en het voorbereiden van een liquidatie of terroristische aanslag. Net als een terrorist maak je als filmmaker een scenario van iets wat nog moet gaan gebeuren.

Zeven lagen diep

De Kock begon in Tilburg aan een promotieonderzoek. Met behulp van databases die vrij op internet staan, zoals de Global Terrorism Database en WikiLeaks wist De Kock 35.000 terroristische aanslagen bij elkaar te schrapen. Hij bedacht een methode om iedere aanslag als een patholoog anatoom uit elkaar te snijden en de organen naast elkaar op de snijtafel te leggen: een held, een vijand, een symbolisch doelwit, een wapen en een valse aanwijzing: ?the red herring?.

Toen De Kock vlak na de aanslag op de marathon van Boston zijn database raadpleegde, rolde eruit dat de verdachten waarschijnlijk uit Tsjetsjeni? kwamen. Daar waren al eerder aanslagen met snelkookpannen gepleegd. Hij realiseerde zich dat hij wat goeds had bedacht en vroeg een patent aan op zijn idee. 10 september 2014 promoveerde De Kock. Nog in rokkostuum zat hij aan tafel bij De Wereld Draait Door. ?En in de weken na mijn promotie belden veiligheidsdiensten, overheidsinstanties en softwarebedrijven me helemaal suf. En dan moest ik zeggen, ja, ik heb alleen maar een schets gemaakt. Maar er belden ook bedrijven die zeiden: wij kunnen van jouw idee werkelijkheid maken. We kunnen de software in no time voor je bouwen. In de afgelopen maanden is alles bij elkaar gekomen. Het is nu niet meer alleen maar Peter die een plannetje heeft.? In Elst, Gelderland hangt nu op een bedrijventerrein, tussen verfgroothandels en smederijen een bordje met ?Pandora Intelligence?.

?Introducing the human dimension in big data?, staat als ondertitel op de website. De Kock: ?We hebben inmiddels een enorme dataset van meer dan 500.000 terroristische incidenten die zijn opgebouwd uit twaalf verhaalcomponenten met onderliggende subcomponenten. Een verhaalcomponent is ?het middel?. Een middel kan een schoen zijn. Als de Amerikaanse president een persconferentie geeft en iemand gooit een schoen naar zijn hoofd, dan kun je dat zien als een terroristische aanslag. Een middel kan natuurlijk ook een vuurwapen zijn. Dat kun je weer een laag dieper onderverdelen in een vuistvuurwapen of automatisch vuurwapen. En vuistvuurwapen kun je weer een niveau lager onderverdelen in revolver of pistool. Zo heb je een hele taxonomie, een verdere vertakking die onder die twaalf basiscomponenten ligt. De tweede laag heeft 198 componenten, de derde laag meer dan zestienhonderd. Het model is zeven lagen diep. We hebben waanzinnig veel subcomponenten en al die subcomponenten zijn onderling met elkaar verbonden. Dat kun je visualiseren als een soort koolstofatoom: allemaal grote en kleine bolletjes die op verschillende afstanden van elkaar liggen. Een driedimensionale puntenwolk; het dna van een aanslag. Op deze manier hebben we van die 500.000 incidenten automatisch dna-structuren gemaakt.?

?Creativiteit? in het model

De Kock heeft nu een verzameling van honderdduizenden enorme puntenwolken die allemaal een terroristische aanslag representeren. ?Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken dat er gelijkenis is in de molecuulstructuur van de aanslagen op Anna Lindh en de aanslagen in Dubai.?

En De Kock ging verder. Hij voegde ook romans en computerspellen aan zijn database toe. Het idee hierachter is dat aanslagen soms eerder beschreven zijn in fictie. De ?Oklahoma-bomber? Timothy McVeigh haalde het idee voor zijn aanslag uit de romanThe Turner Diaries van William Luther Pierce. Tom Clancy beschreef in de jaren negentig al een gekaapt vliegtuig dat het Capitool in vloog. De acties van Anders Breivik zijn exact na te spelen op het computerspel GTA. ?Elk spel van Modern Warfare en GTA dat gespeeld wordt, kun je zien als een terroristische aanslag. En de scenario?s uit deAnarchist Cookbook staan natuurlijk ook in de database. Elke aanslag is uniek, maar je ziet ook dat er overeenkomsten zijn. Bovendien wordt hiermee ?creativiteit? in het model ge?ntroduceerd. Gegevens uit aanslagen die eerder bedacht zijn maar nog niet uitgevoerd, worden in het model gekoppeld aan daadwerkelijk gebeurde aanslagen.?

Illustratie: Zenk One

De Kock legt uit wat je hier in de praktijk aan hebt: ?Neem bijvoorbeeld de schietpartij in de Thalys. Het Franse persbureau AFP maakte die schietpartij als eerste bekend, ook voor de veiligheidsdiensten: ?Schietpartij Thalys?. Ons model gaat dan vanzelf lopen, want dat triggert op woorden als ?schietpartij?. Het model zet zichzelf aan en begint te analyseren: ?schietpartij betekent een vuurwapen?, en ?de Thalys is een strategisch object dat rijdt?. Dus op dat moment zegt het model: denk aan de aanslagen in Madrid, of: denk aan de aanslagen op het openbaar vervoer van 2007 in Londen. Maar daar heb je nog weinig aan. Op het moment dat er sprake is van een kalasjnikov ? die informatie kwam als eerste via Twitter binnen ? wordt het aantal scenario?s weer kleiner. Dat duidt erop dat er een criminele organisatie bezig is of dat er sprake is van terrorisme.?

Op de wc

Het model van De Kock voorspelt op basis van een paar feiten die via de persbureaus of social media binnenkomen hoe de hele wolk aan punten er naar verwachting uit gaat zien. Terwijl de rechercheurs nog op weg zijn, geeft het model zo verschillende scenario?s waar de politie rekening mee kan houden. Als een schaakprogramma dat voorspelt wat de volgende zet van een schaker zou kunnen zijn, op basis van honderdduizenden schaakpartijen die eerder zijn gespeeld.

De Kock: ?Dit is wat we de adapt-fase noemen. Het aanpassen aan een situatie die zich ontwikkelt.?

Toen een jongen zich opsloot op de wc van een Thalys in Rotterdam Centraal, moest iedereen meteen aan de schietpartij in de Thalys denken, maar het model van De Kock zag meteen dat het een heel ander verhaal was. Iemand die zich opsloot in een wc om daar een uur te blijven zitten, dat was nooit eerder gebeurd bij een terroristische aanslag.

Een ander doel waar analisten het programma voor kunnen gebruiken, is anticipatie. De Kock: ?Op een dag als Prinsjesdag weten we veel. We weten waar en wanneer politici aanwezig zijn en we weten ook uit welke hoek die politici bedreigd worden. Zo kan het model berekeningen maken van scenario?s waar we op Prinsjesdag mogelijk rekening moeten houden. Hier kunnen we de beveiliging van politici of leden van het koningshuis op afstemmen.?

Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, oefenen met computerspellen.

Het model werkt beter dan iedereen verwachtte. ?De eerste voorzichtige conclusie die we nu trekken is dat terroristen vaker de kunst volgen dan we dachten. Het lijkt erop dat terroristen zich veel meer door fictie, computerspellen en andere aanslagen laten inspireren dan tot nu toe werd verondersteld.? Een andere voorzichtige conclusie is dat veel hedendaagse terroristen veel gamen, of net als Anders Breivik, oefenen met computerspellen.

Interessant is dat dergelijke conclusies moeilijk te bewijzen zijn. Het model van De Kock werkt niet op basis van analytische logica, maar met machine learning of deep learning. Dit lijkt misschien een onbelangrijk detail, maar is kenmerkend voor een stormachtige ontwikkeling in de wereld van ?big data?. Het model van Peter de Kock vergelijkt niet analytisch de verschillende datawolkjes met elkaar om er razendsnel verbanden tussen te vinden. De computer simuleert een machine die zijn eigen bedradingen en schakelingen steeds opnieuw verandert, net zoals een brein dat doet. Als een voorspelling uitkomt, dan is de machine tevreden en zal hij zichzelf maar weinig aanpassen, heeft hij het fout gedaan, dan verandert hij meer aan zichzelf, net zolang tot de gesimuleerde machine bij een bepaalde input een output geeft die dicht bij de werkelijkheid ligt. Het resultaat is een voor mensen ondoorgrondelijke algoritme dat soms verrassend goed presteert.

Verboden gebied

Het principe is al oud en gebaseerd op een idee van computerwetenschapper Arthur Samuel. Al in 1956 leerde hij een computer schaken door het partijen tegen zichzelf te laten spelen. Hij programmeerde welke zetten de stukken mochten zetten en definieerde een gewenste uitkomst (winst) en een ongewenste uitkomst (verlies). Het programma speelde steeds weer andere partijen tegen zichzelf. Achter de zet van de computer zat geen gedachte en leek geen logica schuil te gaan, maar de computer leerde de zetten die niet tot winst leidden te vermijden. Het resultaat was dat de computer beter leerde schaken dan Arthur Samuel. Het was de eerste weerlegging van het argument dat computers nooit slimmer zullen worden dan mensen omdat mensen de computers programmeren.

Het idee van Samuel is in de loop van de jaren verfijnd. En de laatste jaren zijn computers zo krachtig dat de principes van deep learning zijn toe te passen op enorme databases. Op dit moment speelt zich daarom een revolutie af in de wereld van beeldherkenning en automatische vertaalprogramma?s.

?Het is niet meer zo dat als je in de programmatuur kijkt, dat er dan iets logisch te zien is,? zegt Selmar Smit van TNO, ?het is niet ?als dit dan dat?. Een uitkomst ?is? er gewoon.?

Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in.

De computerwetenschapper zit in een soort klein schoollokaaltje samen met collega Arnout de Vries achter een tafel. Dertigers in overhemd. De onderzoekers werken in ?verboden gebied? in een kantoorgebouw aan de rand van het natuurgebied Meijendel aan digitale opsporingstechnieken voor de politie. Telefoontjes moeten in een deurtjeskluis buiten de sluisdeur. Voor de deur pakt een man in duur pak een slick James Bond-achtig reiskoffertje in. Ook in de wereld van de veiligheidsdiensten lijkt werkelijkheid be?nvloed door fictie.

TNO onderzoekt de big data mogelijkheden voor de AIVD, de MIVD en werkt samen met bedrijven als AGT, het internationale beveiligingsbedrijf waarvan prins Pieter-Christiaan in Nederland de baas is.

Smit: ?Op een gegeven moment heeft het model verzonnen dat bepaalde input ertoe doet, en dat leidt tot een output met een onbegrijpelijke complexe formule. Als je die zou uitschrijven, zou je kilometers papier nodig hebben. Het is net als bij onze hersenen. Als je ze opensnijdt, kun je zien dat er iets gebeurt, maar je weet niet wat. Tot vijf jaar geleden kon je weinig data slim gebruiken of heel veel data dom gebruiken. Dat is nu anders. Nu kun je heel veel data heel slim gebruiken. Ik werk nu zelf ook met zo?npredictive policing algoritme waarbij ik zelf niet meer begrijp waarop de voorspelling gebaseerd is. Het is een model dat brandhaarden voorspelt. Ik stop er data in en het model voorspelt vrij accuraat wat potenti?le brandhaarden zijn. Maar het model is zo complex dat ik het zelf niet kan lezen of begrijpen.?

Bij het voorspellen van brandhaarden is dit niet zo?n probleem. Bij het voorspellen van aanslagen wordt het al iets dubieuzer. ?Met het model van De Kock kun je voorkomen dat er een delict gepleegd wordt en daar zijn we allemaal heel blij mee,? zegt strafjurist Ybo Buruma, ?juridisch gezien kun je iemand niet in de gevangenis stoppen op basis van zo?n programma. Maar de inlichtingendienst en de politie kunnen verstoren. Dat wil zeggen dat ze een aanslag kunnen voorkomen, terwijl de terrorist vrijuit zal gaan omdat die nog niks heeft gedaan. Die afweging is, denk ik, in het verleden ook wel gemaakt door de AIVD. Sindsdien zijn er nieuwe anti-terrorismewetten gekomen die ook het voorbereiden van aanslagen strafbaar maken. Omdat die wetten heel ruim zijn, moeten we wel oppassen dat we niet in de verleiding komen de programma?s van De Kock te gebruiken om mensen te veroordelen voordat ze iets gedaan hebben ? dat zou net zoiets zijn als dat Amazon me alvast boeken stuurt omdat ik die vast heel mooi zal gaan vinden, maar dan erger.?

Fout positieven

Helemaal griezelig wordt het als dergelijke algoritmes gebruikt worden om te voorspellen of iemand een aanslag gaat plegen. Zoals iedere aanslag een verhaal is, zo is het leven van iedere terrorist te beschrijven als biografie. Het is niet ondenkbaar dat een model dat gevoed wordt met levensverhalen zoals mensen zelf via Facebook en Instagram schrijven, goede voorspellingen kan doen. Om nog maar te zwijgen over de data die scholen bijhouden. Misschien dat zo?n model redelijk kan voorspellen of iemand radicaliseert of het criminele pad op gaat. Net als dat Amazon nu al redelijk kan voorspellen welk boek je leuk gaat vinden. Dit gaat op de film Minority Report lijken. Wat moet je met een deep learning algoritme dat het opmerkelijk goed doet, en dat als output geeft dat een jongen met 90 procent zekerheid iets gevaarlijks gaat doen? Zonder dat iemand begrijpt waarom.

Buruma: ?Je kunt het het gevaar van ?digitale vooroordelen? noemen. Het menselijk brein heeft ook vooroordelen ? ?Noord-Afrikaan met lange baard zal wel fundamentalist zijn en dus terrorist? ? waar de computer misschien juist niet intrapt. Maar door foute input of verouderde gegevens kunnen ook verkeerde verbanden worden gelegd. Ik heb bij Amazon gezocht naar een titel van Plato en daarbij heel veel verschillende zoektermen ingetikt: nu denkt die computer van Amazon dat ik geweldig ge?nteresseerd ben in klassieke filosofie. Ik ben blij dat ze mij niet alvast de nieuwste wetenschappelijke teksten over Plato toesturen. Een winkel wil mij niet boos maken, maar als ik door de politie ?fout-positief? als terrorist wordt aangewezen, nemen ze denk ik al gauw het zekere voor het onzekere. Waar ik bezorgd over ben, is dat we ons over een jaar of vijf realiseren dat die neurale netwerken heel erg veel hebben opgeleverd, maar dat we te weinig de nadelen ervan hebben gezien. Ik denk dat we dankzij programma?s als die van Peter de Kock steeds beter de groep ?fout negatieven? ? mensen van wie we nu nog ten onrechte niet zien dat het terroristen of boeven zijn ? kleiner kunnen maken. Het gevaar is dat de techniek ook een grotere groep ?fout positieven? oplevert ? mensen van wie ten onrechte wordt gedacht dat het terroristen of boeven zijn. Dat zijn onschuldige mensen die er niks mee te maken hebben, maar bij wie wel het arrestatieteam binnenstormt.?

Veiligheidsbutler

Arnout de Vries van TNO is het helemaal met Buruma eens. Maar hij ziet ook dat bedrijven minder terughoudend zijn. De overheid kan en mag volgens De Vries niet achterblijven bij deze bedrijven. En dat is wel wat er nu gebeurt. Om de eenvoudige reden dat ?alle big sisters? zoals Google en Facebook meer mogen dan de overheid en veel grotere innovatiebudgetten hebben. Google kocht begin 2014 het vijftig man tellende bedrijf Deep Mind voor vierhonderd miljoen dollar en haalde daarmee een groot deel van de beste deep learning wetenschappers binnen.

De Vries: ?Verschillende bedrijven willen het KNMI van de terrorismevoorspelling worden. Juist omdat de data die je buiten de politie om kunt krijgen, steeds rijker worden. Waar ik me echt zorgen over maak, is dat de overheid buitenspel komt te staan. Dat de bedrijven de burgers en de criminelen het allemaal wel zelf kunnen. Dan leven we echt in het wilde westen. Ik ben zeker geen voorstander van een grote overheid, maar er moet wel een bepaalde balans zijn.?

Op dit moment rijdt in Silicon Valley al de Knightscope rond, een R2D2-achtige robot. De Vries: ?Hij heeft 360-graden camera?s, kan in het donker kijken en heeft ook voorspellende software, scant social media, is volledig geautomatiseerd. Dat ding kost nu nog een paar duizend dollar. Maar straks zit dat in de grasmaaier in je voortuin, als een veiligheidsbutler. De straat is dan veilig en het kost niks. Maar als we zo?n ding zelflerend maken en toestaan om iemand te taseren, dan kom je in een wereld waar sciencefiction schrijvers over schrijven. Is het erg als het werkt en iedereen zich daardoor juist veiliger voelt? En is het dan erg als er een bedrijf als Google achter zit??
Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Het is program, or be programmed.

Het zijn vragen waar nu over nagedacht moet worden. De snelheid waarmee deep learning de laatste paar jaar beter wordt, lijkt de mensen die weten wat nu in de onderzoekslaboratoria ontwikkeld wordt, angst aan te jagen. Elon Musk en Bill Gates hebben onafhankelijk van elkaar hun grote zorg uitgesproken over de snelle ontwikkelingen. Musk investeerde 10 miljoen dollar in onderzoek naar de veiligheid en juridische consequenties van kunstmatig intelligente systemen.

De intelligente computer HAL uit 2001: A Space Odyssey begint langzaam maar zeker realiteit te worden. Denk aan een zelflerende schoonmaakrobot die je de opdracht geeft om het huis zo effici?nt mogelijk schoon te houden, een robot die in contact staat met de cloud en andere schoonmaakrobots. Zo?n robot leert misschien dat het huis het beste schoon blijft als hij mensen buiten de deur houdt.

?Wij proberen nu uit te vinden hoe de techniek goed gebruikt kan worden. Maar kun je specificeren wat goed is?? zegt De Vries van TNO. ?Werken wij mee aan de nieuwe atoombom? Tja. Als je er niet door overvallen wilt worden, moet je zelf achter het stuur gaan zitten. Het is program, or be programmed. Als wij niks doen, weten we zeker dat het voor het slechte gebruikt gaat worden.?

Bron: Vrij Nederland

Bloedlink krijgt Hein Roethofprijs

De jury van de Hein Roethofprijs heeft dit jaar voor het eerst in de 29-jarige geschiedenis van de prijs twee projecten beloond. Minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur reikte op maandag 26 oktober de prijs uit aan?zowel?BuurTent uit Tilburg en Bloedlink uit Utrecht.

De Hein Roethofprijs is in het leven geroepen door het ministerie van Veiligheid en Justitie. De bedoeling van de prijs is om nationale bekendheid te geven aan projecten die resultaten bereiken met de preventie van criminaliteit. De organisatie van de Hein Roethofprijs is in handen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Het project Bloedlink kenmerkt zich door de vooruitstrevende en sympathieke aanpak en het brengt het gesprek over taboeonderwerpen als sexting en grooming op gang tussen jongeren en hun ouders.?De andere winnaar is Buurtent, een Tilburgse samenwerking waarbij na woninginbraak een tent wordt neergezet van waaruit voorlichting wordt gegeven over de betreffende inbraak en inbraakpreventie in het algemeen.

Bloedlink

Het zijn vooral Turkse en Marokkaanse meisjes rond dertien en zestien jaar die slachtoffer worden van sexting en grooming. Online komen zij in contact met (jonge) mannen die ze paaien, overhalen zich naakt voor de webcam te tonen of seks met hen te hebben. Daarbij worden foto?s of filmpjes gemaakt. Naderhand dreigt het ‘vriendje’ die online te verspreiden als het meisje niet doet wat hij wil. De eer, angst en schaamte van de meisjes verschaft hem een machtspositie.

Bloedlink is een project van de Utrechtse politie,?Pretty Woman?en?JoU (Jongerenwerk Utrecht), om het taboeonderwerp seksualiteit in de brugklas en de moskee bespreekbaar te maken met jongeren uit niet-westerse culturen. Bij het project is een islamitisch geestelijk werker betrokken. Tevens zijn er voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders. Positief bijeffect is dat veel islamitische ouders aan het denken worden gezet over opvoeden in 2015.

?Echt positief dat samenwerking zoiets kan opleveren,? reageert Bregje Spaans, teamleider van Pretty Woman.

Indruk

Bloedlink is onder regie van de gemeente Utrecht als pilot gestart in Overvecht. Zowel meiden als jongens worden (in aparte groepen) getraind in gezond seksueel contact maken. Doel is het veranderen van attitude en seksueel gedrag van zowel daders als slachtoffers. De participatie van de politie tijdens de trainingen heeft duidelijk meerwaarde. De politie wordt serieus genomen en maakt indruk. Daarnaast is het goed dat de politie vanuit haar rol benoemt dat bepaald gedrag strafbaar is. Pretty Woman met haar expertise op het gebied van relaties en seksualiteit benadrukt de sociaal emotionele kant in de voorlichting.

De samenwerking tussen hulpverlening en de politie maakt de voorlichting zeer krachtig. ?De scholen waar we voorlichting hebben gegeven, vertelden dat door die voorlichting er echt een mentaliteitsverandering is geweest, vertelt Nora el Abdouni, hulpverleenster bij Pretty Woman. ?Er ging bijvoorbeeld een filmpje rond van een leerling die orale seks had met een jongen. Zij wist niet dat ze gefilmd was. Ze werd niet gepest zoals we zouden verwachten, maar juist gesteund door haar klasgenoten.?

Taboe

Cijfers wijzen uit dat alle meiden, onafhankelijk van hun opleidingsniveau, slachtoffer kunnen worden van ?sexting? (het versturen van naaktfilmpjes) en ?grooming? (iemand inpalmen). Verschil is echter dat sommige meiden van Turkse en Marokkaanse afkomst extra kwetsbaar zijn omdat het onderwerp vanwege hun culturele achtergrond taboe is.? Binnen het gezin van herkomst wordt niet over seks gepraat. Slachtoffers zijn chantabel doordat daders dreigen hun ouders te informeren over het onzedelijke gedrag van hun dochter. Om deze reden wordt ook migrantenorganisatie Al Amal ingezet om ouders voor te lichten. Deze voorlichtingen worden aangeboden in de moskee. Bloedlink zorgt er op deze manier voor dat ouders met elkaar en met hun kinderen in gesprek raken over sexting.

Toekomst

Omdat in Overvecht goede resultaten zijn geboekt is het de bedoeling dat de aanpak ook wordt ge?mplementeerd in andere wijken van Utrecht. Onder regie van de gemeente wordt een platform opgericht op het thema seksualiteit en internet binnen het domein school en veiligheid. Binnen dit platform wordt de vraag vanuit de scholen gekoppeld aan aanbod van diverse partijen die actief zijn binnen dit thema. Op grond van de vraag van de school wordt gekeken welke partij of partijen het best ingezet kunnen worden. Het platform is gericht op samenwerken, elkaar aanvullen en versterken.

beeldje_bloedlink_klein

Bronnen: CCV, Pretty Woman Utrecht

Twitterende drugsbaronnen

Secondant?berichtte onlangs over de toenemende aanwezigheid van de?georganiseerde criminaliteit op sociale media. Over de machtigste drugsbaron Joaquin Guzman, ofwel El Chapo van het Sinal?a?cartel, die op zijn hoogtepunt 50 miljoen euro per dag (!) verdiende,?hebben we onlangs nog gepost. Maar ook andere beruchte criminele organisaties zijn populair op social media en digitale activisten vechten terug. Hieronder het artikel van Secondant, aangevuld met wat achtergrond informatie.

ms13

Mara Salvatrucha 13 (MS-13) raast als een plaag over Amerika. Deze bende bestaat uit gemarginaliseerde hispanics (bewoners die een etnische, historische of culturele band hebben met Latijns Amerika). ?Mara? staat voor jeugdbende, ?salvatrucha? verwijst naar de guerilla?s in El Salvador en 13 staat voor de 13th Street in Los Angeles. Vanaf de jaren 80 is MS-13 uitgegroeid tot een internationale criminele organisatie, gevestigd in 33 Amerikaanse staten en 6 landen in Noord- en Midden-Amerika. In de USA telt MS-13 zo?n 60.000 leden en geldt voor de FBI als een van de gevaarlijkste bendes van Noord-Amerika. MS-13 heeft 41.000 volgers op Facebook.

In Mexico huist het Sinal?a kartel, een van ?s werelds meest meedogenloze drugskartels. Sinal?a heeft ?49.000 volgers op twitter. De leider van Sinal?a,?El Chapo, promoot zijn muziek en leefstijl via sociale media. Hij heeft 167.000 twittervolgers en uitspraken als ?Soms ben ik God. Als ik zeg dat iemand sterft, dan gaat hij nog diezelfde dag dood’.

Bekijk onderstaande video “El Chapo, the CEO of Crime”:

Traditioneel gedijt de georganiseerde misdaad in het verborgene. Maar internet verandert dat, constateert het World Economic Forum. Via het wereldwijde web dwingen Latijns-Amerikaanse drugskartels respect af en ze zaaien er angst door terreur, net als terroristische organisaties zoals IS. De websites van de kartels zijn voorspelbaar: schaars geklede dames, snelle auto?s en wapens. Ze verheerlijken criminaliteit en agressie. Online verkopen ze hun producten, bedreigen rivalen en werven nieuwe leden. Op YouTube staan tal van ?narcovideo?s?, met onder meer toespraken van kartelleiders en muziekclips.

Via de digitale snelweg weten kartels en bendes hun macht, prestige en winst uit te breiden. Bloggers, verklikkers en concurrenten moeten goed over hun schouders kijken. In Brazili?, Colombia, El Salvador en Mexico zijn enorme aantallen mensen actief op Facebook, met een klik op de knop valt de massa af te persen. Softwareprogrammeurs worden ontvoerd om de digitale mogelijkheden van de georganiseerde criminaliteit te verfijnen. Journalisten in Midden-Amerika zijn hun leven niet zeker, alleen al in Mexico werden er in de afgelopen 10 jaar meer dan 30 vermoord. Lees bijvoorbeeld?het schokkende?verhaal over?Mar?a del Rosario Fuentes Rubio.

kartel

Burgers vechten terug, zowel online als offline. Digitale activisten vormen zelforganiserende virtuele gemeenschappen die informatie verspreiden. Uit onderzoek blijkt dat 1,5 procent van alle Mexicanen heeft getweet over de drugsoorlog, dat is 5 procent van de onlinepopulatie. Ook mengen militie-organisaties ? burgers die (para)militaire taken op zich hebben genomen ? zich in de strijd tegen de oprukkende kartels. Valor por Michoac?n?bijvoorbeeld, kan worden beschouwd als een digitale schandpaal voor drugsbaronnen. De groepering telt 43.000 twittervolgers en 18.000 likes op Facebook. Daar worden foto?s van een gedode crimineel zonder pardon online geplaatst. Bloedend en ontzield. Zoals de Panter, leider van een Mexicaanse regio, die werd neergeschoten door de federale politie. Volgens de begeleidende tekst was de Panter verantwoordelijk voor honderden moorden. Naast de foto?s van de dode, tientallen likes: ?Dood aan de lafaards?.

Bronnen: Secondant

De kracht van de wijkagent

wilco

Maak kennis met de wijkagent. Op de omslagfoto zie je een automatische reflex van Wilco Berenschot, omdat hij onmiddellijk iets wil betekenen voor het kind. Dit zijn ?kleine? momenten die dagelijks voorkomen en niet terug te vinden zijn in de misdaadstatistieken.

Het is echter wel belangrijk, contact maken en relaties opbouwen waardoor vertrouwen wordt gewonnen. Deze situatie was niet ingestudeerd, maar kwam uit het hart van de wijkagent. Deze politiemensen zorgen ervoor dat de maatschappij niet uit elkaar valt. Dat is de kracht van de wijkagent. In De kracht van de wijkagent?? de opvolger van De magische wereld van de wijkagent ? is op een aansprekende wijze de cruciale rol ge?llustreerd die de Nederlandse wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Op een eerlijke en persoonlijke wijze vertelt de auteur over situaties van alledag in het leven van een wijkagent.

Als je meer te weten wilt komen over het werk van wijkagenten en mensen die in een wijkteam ?werken, dan heb je met deze publicatie?het goede boek te pakken. Waargebeurde verhalen over politiemensen die dagelijks op pad zijn en hun werk doen met hart voor de zaak en passie voor de burger.

De kracht van de wijkagent

WEP?interviewde?Bennie Beuvink in het oosten van het land en ging terug naar Doorn met de gedachte: ?de wijkagent for president!?.? Een wijkagent, daar kun je zowat elke oorlog mee winnen. Dat is de stellige overtuiging van Bennie Beuvink, zelf wijkagent ?n schrijver. Zijn tweede boek, ?De kracht van de wijkagent? is nu uit. Hierin illustreert hij op aansprekende en overtuigende wijze de belangrijke rol die de wijkagent speelt in de lokale veiligheidszorg. Of het nu gaat om overlast door een kraaiende haan of een uit de hand gelopen ruzie, de wijkagent zorgt ervoor dat de partijen elkaar vinden en de rust wederkeert.

Na het succes van zijn eerste boek, ?De magische wereld van de wijkagent?, is er nu een tweede verhalenbundel. Met grappige, ontroerende en ook wel spannende belevenissen van hemzelf in zijn wijk in Enschede en van collega?s elders in het land. Collega?s die hun werk met ziel en zaligheid doen, maar daarover niet opscheppen of zo nodig op de voorgrond willen treden. Op de cover van het boek staat de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot, inmiddels beroemd om zijn opklaptafeltje op straat, waar hij spreekuur houdt. Voor Beuvink is Wilco een typisch voorbeeld van een wijkagent met passie. ?Zelf zal hij dat niet zeggen, die doet ?gewoon z?n werk?, maar hij kan heel goed situaties inschatten en oplossingen bedenken. Alles wat hij aanraakt is een 10. Ik vind Wilco een betekenisvolle gebeurtenis.?

Hoor en wederhoor
Een goede wijkagent heeft niet alleen passie voor zijn vak, maar past hoor en wederhoor toe, meent Beuvink. ?Dat is het mooie van politieman zijn. Je kunt meteen in een situatie een oplossing vinden. Zoals de leider van het A-Team altijd zei: I love it when a plan comes together! Als je maar goed luistert, kijkt en alle partijen aan het woord laat. En pas dan een oordeel vellen en in actie komen. Met liefde en oplossingsgericht.? Het beroep van wijkagent heeft volgens Bennie iets ?magisch?. ?Er wordt door veel mensen een beetje tegenop gekeken, bewust of onbewust. Net als de pastoor, de arts of de leraar. Het mooie is ook: de wijkagent komt overal, in de moskee, de kerk, in buurthuizen, op scholen en bij mensen thuis. Hij is overal welkom.?

Spiegel
Beuvink houdt de lezer in het boek een spiegel voor en vraagt: wat zou jij doen in deze situatie? Hij hoopt dat niet alleen collega?s, maar ook bijvoorbeeld wijkraadvoorzitters het boek gaan lezen. ?Dan kunnen ze zien hoe zij de wijkagent kunnen gebruiken. Die kent de buurtbewoners, de scholen, de bedrijven en organisaties en heeft dus de contacten.? Volgens Beuvink wordt er vaak te ingewikkeld gedaan bij problemen en conflicten. ?Ik geef een voorbeeld: onlangs werd in Amsterdam het Maagdenhuis bezet door studenten. Een hele toestand. Wie zou jij erop af sturen als politie? Toch niet de hoogste chef van de eenheid, hoe goed die ook is? Natuurlijk niet! De wijkagent. Het klinkt simpel, maar je moet het ook niet te ingewikkeld maken. De wijkagent weet wat er speelt, kan praten, kan luisteren. Die moet je vaker om advies vragen, daar win je bij wijze van spreken elke oorlog mee. Als de situatie erom vraagt en het echt uit de hand loopt kun je tot de hoogste politiechef opschalen.?

Protocollen
Beuvink vindt het jammer dat collega?s tegenwoordig onder toenemende tijdsdruk moeten werken. ?Om je goed in een buurt in te werken, heb je wel twee jaar nodig, fulltime. Dat is nu vaak lastig omdat je ook in de noodhulp meedraait. En je ziet dat mensen opgesloten zitten in een systeem en protocollen. Het individu verzuipt een beetje in de organisatie en dat is jammer. Die protocollisering trekt overigens over de hele beroepsbevolking, niet alleen over de politie.? Volgens Beuvink worden politiemensen goed opgeleid. Maar: ?Ze zouden tijdens de opleiding vaker de praktijk in moeten. Ga bijvoorbeeld mee met een wijkteam als er onrust is. Zie hoe je in de praktijk, door te luisteren en creatief te zijn, zonder direct het strafrecht erbij te betrekken, tot oplossingen kunt komen. Dat leer je niet alleen in het klaslokaal.?

Groot succes
Beuvink fungeert inmiddels als coach voor menig collega. De aanpak wijkgericht werken werd een groot succes in ?zijn? wijk Velve-Lindenhof in Enschede, een zogenaamde Vogelaarwijk. ?Daar hebben we een duurzame oplossing gevonden die de bewoners van de wijk zelf hebben bedacht.? De bewoners het vertrekpunt laten zijn, luisteren en samenwerken leidt tot succes, is de overtuiging. ?Ik mocht mijn opvolgers inwerken en het is fijn om te zien dat binnenkort een multifunctioneel wijkcentrum wordt geopend.?

De succesvolle aanpak in de Enschedese wijk werd ook internationaal gezien. Beuvink mocht erover vertellen op een congres in Spanje. Hij is trots: ?In het buitenland zie je nog wel eens een afstand tussen burgers en de politie, een gereserveerdheid. Die zie je bij ons niet. Van Harlingen tot Roermond, de wijkagent heeft hier iets magisch.?

Uitspraken
Bennie Beuvink wil graag mensen aan het denken zetten. Tot slot daarom nog enkele uitspraken van Bennie!

?Als je nooit tijd hebt kun je er niet mee omgaan?

?Gevoel is de belangrijkste navigator in jezelf.?

?Je kunt wel alles protocolliseren, maar dat wil niet zeggen dat het goed voelt.?

?Ik zeg tegen leidinggevenden: ga weg uit de cijfers, want daarmee doe je jezelf tekort.?

?Je krijgt geen burnout als je authentiek bent.?

?Ze zeggen: blijf van onze hulpverleners af. Maar je wordt alleen aangevallen als je onbekend bent. Zorg dus dat je gekend wordt.?

?Laat het vanuit de gemeenschap komen. Overal waar je dit doet, werkt het.?

?We doen onszelf tekort door onvoldoende te genieten van de ontmoeting.?

?Zonder afstemming met burgers/bestuur geen handhaving?

De kracht van de wijkagent_COVER

Bennie Beuvink (1957) die het boekje samenstelde is sinds 2015 operationeel expert wijk Nationale Politie, Eenheid Oost, basisteam Enschede.

Bronnen: Reed Business, WEP

App: Refunite

REFUNITE_LOGO-TAGLINE_CMYK-01

De app Refunite brengt met een enorme database familieleden die elkaar kwijtraakten nadat ze huis en haard achter lieten weer bij elkaar.

Tijdens het maken van een documentaire ontmoetten de Deense broers David en Christopher Mikkelsen een 17-jarige Afghaanse vluchteling, die zijn familie was kwijtgeraakt. In een poging om hem te helpen spraken de broers met een paar vluchtelingen-organisaties en ze ontdekten dat er geen digitale toepassing was om al die instanties en gegevens aan elkaar te linken.

Dat moest worden geregeld, dus in 2008 lanceerden ze Refunite: een gratis mobiel platform waarop data van vermiste personen worden gematcht aan familieleden. Ze werken hiervoor samen met onder meer het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk.

Het werkt zo: wie zich registreert, krijgt een paar vragen over de vermiste persoon: woonplaats, geboortejaar, school, et cetera. Die worden door de anonieme database van Refunite gehaald (zo’n 400.000 registraties) en de gebruiker krijgt sms’jes, kan een gratis hotline bellen of de site bezoeken voor informatie over mogelijke matches.

refunite

Het is moeilijk te zeggen hoeveel precies, maar zo?n 1500 vluchtelingen zijn al herenigd met hun geliefden. En daar komen iedere maand 100 tot 150 bij.

Refunite is in veertien Afrikaanse en Midden-Oosterse landen actief, waaronder Kenya, Uganda, Somali?, and Egypte.






Bronnen: Bright, Refunite

Sociale media vaak betrokken bij noodsituaties

Sociale media zijn en blijven een belangrijke informatiebron bij noodsituaties. Whatsapp, Twitter en Facebook zijn nog steeds de belangrijkste kanalen voor informatie, hoewel een klein deel van de Nederlanders vindt dat hulpdiensten ook via Youtube relevante informatie zouden moeten communiceren.

Dat blijkt uit onderzoek van VDMMP (sinds 1 sept?onderdeel van?PBLQ)?in opdracht van het Rode Kruis. Mensen verwachten anno 2015 dat hun hulpvraag in noodsituaties door de betrokken instanties snel wordt beantwoord. Een melding via sociale media zou volgens 40% van de respondenten in 2020 net zo snel opgepakt moeten worden als een melding via 112. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan hulpdiensten via sociale media te benaderen indien het telefoonnetwerk overbelast is.

Persoonlijk contact nog steeds het belangrijkst
Mensen aanwezig bij een noodsituatie halen hun informatie steeds vaker van sociale media. Ook andere media en telefonisch contact met familie en vrienden zijn belangrijk. Respondenten aanwezig bij een noodsituatie hebben vooral via televisie, radio, websites van lokale overheid en de Whatsapp informatie ontvangen. Twitter en Facebook volgen hierna pas.

In dit digitale tijdperk is telefonisch contact nog steeds populairder dan sociale media om familie en vrienden op de hoogte te brengen van de eigen situatie. Minder dan de helft van de respondenten is van plan zelf berichten op sociale media te plaatsen, mochten zij in een noodsituatie verkeren.

Onderzoeker Niek van As van VDMMP: ?Interessant is dat sociale media ??n van middelen is voor informatie, terwijl de bron van informatie zoals familie/vrienden, buurtbewoners, hulpdiensten en media verschillen. De bronnen komen dus bij elkaar op sociale media. De onderzoeken laten door de jaren heen zien dat sociale media vooral worden gebruikt om informatie te ontvangen bij noodsituaties, minder om zelf informatie te delen. Je zag bijvoorbeeld na de ramp met de MH17 op 17 juli 2014 in de Oekra?ne dat iets minder dan de helft (45%) van de respondenten sociale media gebruikt, waarbij 90% het heeft gebruikt voor het verzamelen van informatie.?

MH17 social media

Als het gaat over alerteringen bij noodsituaties, hebben de bestaande alerteringen via bijvoorbeeld NL-Alert de voorkeur (zo?n 60%). Een extra app gebruiken om informatie te ontvangen bij een noodsituatie heeft de voorkeur van ruim 40% van de respondenten. Nieuwe mogelijkheden zien respondenten ook voor YouTube als rampenzender, maar dit gaat voor sommigen nog te ver. Inmiddels zijn halverwege 2015 de (live) streaming apps Periscope en Meerkat door enkele media, zoals RTV Noord en TV West, al omarmd als extra communicatiekanaal.

social media noodsituaties

Werk aan de winkel voor het Rode Kruis
Om familie en vrienden te informeren bij noodsituaties is het ook mogelijk om gebruik te maken van de Rode Kruis website ?ikbenveilig.nl?. Minder dan 5% geeft echter aan de website al te kennen. De website is bedoeld om het grotere sociale netwerk buiten directe familie en vrienden te bereiken in geval van nood.

Het Rode Kruis kan rekenen op veel burgerhulp. Indien het Rode Kruis een oproep zou doen om hulp te verlenen bij een noodsituatie geeft 49% van de respondenten aan dat zij hier gehoor aan wil geven (al dan niet via sociale media). Hun reactie is daarmee vaak dat ze een bijdrage willen leveren aan waar de hulp nodig is. Ruim een derde geeft aan zich te willen aanmelden. Dit kan inmiddels ook bij het netwerk Ready2Help van het Rode Kruis. Overigens geeft zeventig procent aan niet eerder voorlichting of tips over noodsituaties te hebben gezien van het Rode Kruis.

burgerhulp

Samenwerking VDMMP met het Rode Kruis
Het onderzoek ?Sociale media bij noodsituaties? is in 2012 voor het eerst landelijk uitgevoerd door VDMMP. In 2015 is samengewerkt met het Rode Kruis. Het onderzoek is deze keer met een geactualiseerde vragenlijst uitgezet bij een panel, voor een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Ruim duizend respondenten hebben deelgenomen aan het onderzoek.

Lees hier het onderzoeksrapport.

Bronnen: VDMMP, SocialMediaSocialMedia

Trends in vroegtijdig signaleren afwijkend gedrag

crowd

Het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag biedt kansen om incidenten te voorkomen of te verstoren, of om daders op heterdaad te betrappen. In dit artikel wordt ingegaan op de gesignaleerde trends in het gebruik van kennis over afwijkend gedrag.

Door: Rick van der Kleij, Dianne van Hemert, Arnout de Vries, Jeroen van Rest (TNO)

Veiligheid staat in Nederland hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. De politiek stelt dat straten, wijken en openbare ruimten veiliger moeten worden. De overheid wil straatterreur, overlast, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit daadkrachtig aanpakken. Bovendien moet terrorisme zo veel mogelijk worden voorkomen, bijvoorbeeld in de voor terroristische aanslagen kwetsbare openbare vervoersector.

Veiligheid is mede afhankelijk van het vermogen om vroegtijdig te beoordelen of er sprake is van een incident, vergrijp of delict. Het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag biedt kansen om incidenten te voorkomen of te verstoren, of om daders op heterdaad te betrappen. Wij defini?ren afwijkend gedrag in dit artikel als het gedrag van personen met kwade intentie dat voorafgaat en gerelateerd is aan criminele of terroristische activiteiten.

Afwijkend gedrag

Het toepassen van kennis van afwijkend gedrag is geen gemakkelijke taak. Om de complexiteit hanteerbaar te maken wordt vaak gekeken vanuit verschillende perspectieven naar relevante vraagstukken binnen de openbare orde- en veiligheidssector. Binnen het TNO-onderzoeksprogramma Veilige Maatschappij is gekozen voor de perspectieven mens, omgeving, techniek en organisatie, die allen samen een stempel drukken op de kwaliteit van het toezicht. Zo wordt het succes van toezicht op afwijkend gedrag wordt niet alleen bepaald door de kwaliteiten van de veiligheidsprofessional, ofwel de mens, maar ook door de specifieke omgeving waarin het werk wordt uitgevoerd. Een onoverzichtelijke en drukke openbare ruimte maakt het volgen en terugvinden van verdachte personen een lastige taak. Ook de kwaliteit van de techniek die het werk van deze professionals ondersteunen, zoals (intelligente) camera?s, en de manier waarop deze technische systemen worden ingezet, bepalen in belangrijke mate de effectiviteit van toezicht. Tenslotte drukt de manier waarop het toezicht is georganiseerd, ofwel de organisatie van het toezicht, een stempel op de kwaliteit. Een goede onderlinge afstemming van activiteiten en een actief beleid gericht op het delen van relevante informatie tussen verschillende partijen onderling leveren aanzienlijk meer winst op in termen van effectiviteit dan een veelvoud van partijen die onafhankelijk van elkaar opereren in de(zelfde) ruimte. Hoewel een integrale benadering dus te prefereren is bij het toepassen van kennis van afwijkend gedrag, hanteren we ook hieronder, omwille van de eenvoud, de vier verschillende perspectieven als kapstok voor het bespreken van trends in het gebruik van kennis van afwijkend gedrag.

Toekomst

De toekomst van toezicht op afwijkend gedrag wordt volgens ons door een aantal trends bepaald. Deze ontwikkelingen liggen op elk van de vier eerder genoemde perspectieven op toezicht, namelijk mens, omgeving, techniek en organisatie. Ten eerste, door technologische innovaties die de veiligheidsprofessional inzicht kunnen geven in zijn of haar eigen psychofysiologische toestand, zien wij een toegenomen aandacht voor de toezichthouder als mens. Ten tweede, als we naar de omgeving kijken, zien we nieuwe dreigingen die zich online manifesteren, zoals bijvoorbeeld op social media. Ten derde, op het gebied van techniek zien we de toepassing van intelligente gedragscamera?s verschuiven van de laboratoria naar de praktijk. Ten vierde, vanuit de organisatie zien we een toegenomen aandacht voor het zorgvuldig gebruik van het huidige beste empirische bewijsmateriaal bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen, oftewel de implementatie van onderzoeksresultaten in de praktijk. Hieronder bespreken wij deze vier trends.

Trend 1: Hernieuwde aandacht voor de veiligheidsprofessional

De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar het beter identificeren van afwijkend gedrag van criminelen zoals terroristen. In diverse studies worden fysieke grootheden geobserveerd of zelfs gemeten om daarmee iets te zeggen over gedrag, zoals kledingkeuze, gesproken woord, houding, gebaren, looppatroon, kijkrichting, zweten, lichaamstemperatuur, gelaatsuitdrukking (incl. micro-expressie), hartslag en neurologische signalen (Burghouts, Den Hollander, Schutte, Marck, Landsmeer & Den Breejen, 2011; Poh, McDuff, & Picard, 2011).

Sensoren

Door nieuwe sensoren, die gemakkelijk op het lichaam, in kleding of in andere toepassingen kunnen worden bevestigd, denk aan Google Glass of aan ?slimme? horloges, zal het in de toekomst ook mogelijk worden om nauwkeurig, objectief en uitgebreid metingen te verrichten, niet alleen aan burgers, maar ook aan de veiligheidsprofessional zelf. Het functioneren van de professional kan met behulp van psychofysiologische metingen en gedrags- en bewegingsmetingen gedurende langere perioden in kaart worden gebracht. Veiligheidsprofessionals kunnen hierdoor niet alleen meer informatie over zichzelf maar misschien ook indirect over anderen verkrijgen. Subtiele gedragsafwijkingen van personen met kwade intentie kunnen bijvoorbeeld onbewust een psychofysiologische reactie oproepen bij de veiligheidsprofessional. Het zichtbaar maken van deze reactie kan de professional bewust maken van de eigen vooroordelen of denkfouten of juist helpen bij het interpreteren van het gedrag van anderen. Ook kunnen sensoren de veiligheidsprofessional suggesties doen voor rusttijden op basis van indicaties van vermoeidheid of afgenomen alertheid (zie Oken, Salinsky, & Elsas, 2006). Het slim combineren van technische kennis op het gebied van metingen op de persoon met, ten eerste, sociaalwetenschappelijke expertise op het gebied van psychofysiologie en, ten tweede, domeinkennis over veiligheid kan antwoord geven op nieuwe vragen omtrent de effectiviteit van veiligheidsprofessionals. Deze beweging, ook wel quantified self genoemd, wordt gefaciliteerd door snelle ontwikkelingen in het omgaan met grote hoeveelheden data. Meer sensoren betekenen een toenemende hoeveelheid beschikbare data voor veiligheidsorganisaties. Onze verwachting is dat de grote hoeveelheid data en analyse hierop zal leiden tot nieuwe inzichten en innovaties, ofwel tot data driven innovation.

Trend 2: Online afwijkend gedrag

Technische en sociale wetenschappen hebben zich sinds een aantal jaren gestort op het beter analyseren en begrijpen van online gedrag. Met de komst van Internet en meer specifiek met de komst van verschillende sociale netwerken zoals Twitter en Facebook, heeft de invloed van social media op ons gedrag terrein gewonnen. Ook sociale be?nvloeding manifesteert zich online. Pestgedrag, criminaliteit, protesten en zelfs revoluties vinden steeds vaker online plaats.

Media

De invloed van social media op ons gedrag is groot en wordt bepaald door een (ijs)berg aan factoren. Online afwijkend gedrag kan zich openbaren via plotse afwijkingen in het volume of frequentie van berichten, maar ook het aantal of type accounts dat actief wordt, of bijzondere trending topics die opkomen. Onderzoek toont aan hoe afwijkingen kunnen opbouwen tot signalen die gaan van cyberpesten of meningsverschillen en kunnen uitmonden in geweld, of over dreigingen en toenemende onrust dat kan omslaan in protesten (De Vries & Smilda, 2014). Aanbieders van social media diensten, zoals Twitter en Facebook, doen zelf al steeds meer aan het detecteren van ongewenst afwijkend gedrag. Zo vangt Twitter vreemde gedragingen af bij het aanmaken van accounts, bijvoorbeeld als iemand op een computer binnen een paar minuten meerdere accounts aanmaakt of daarbij onwenselijke namen gebruikt (zoals de naam van een terroristische groepering). Ook Facebook controleert op afwijkend gedrag. Zo gaat er een ?lampje branden? als twee gebruikers elkaar niet kennen en toch telefoonnummers uitwisselen, waarbij het leeftijdsverschil groot is. Misschien is het opa die een bericht stuurt aan zijn kleindochter, maar toch kijkt een medewerker van Facebook naar online afwijkend gedrag en doet deze melding bij de politie als er indicaties van pedofilie zichtbaar zijn. Dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie blijkt uit het rapport van een Britse parlementaire commissie die de omstandigheden rond de moord onderzocht op de Engelse militair Lee Rigby (Brandhorst, 2014). Facebook wordt hierin verweten te weinig te hebben gedaan om de ?overduidelijk extremistische? chats van een van de twee verdachten te melden aan de geheime diensten.

Toch is er meer nodig. Het ontbreekt de politie en veel andere organisaties aan beproefde mogelijkheden om ongewenst digitaal gedrag te detecteren, consistent te duiden en er tegen op te treden. Zo mag de politie zich bijvoorbeeld niet voordoen als een minderjarige om een online pedofiel te kunnen pakken (Lensink, 2014). Aanvullende methoden zijn nodig die de politie helpt bij haar werk in de digitale samenleving.

Trend 3: Intelligente gedragscamera?s

Camerabeelden leveren een groeiende bijdrage aan de veiligheid (La Vigne, Lowry, Markman, & Dwyer, 2011). De Koninklijke Marechaussee (KMar), politie, gemeenten en beheerders van kritieke infrastructuur ondervinden echter een stortvloed aan beelden, zowel in live toezichtruimtes, als in opsporing. Bovendien is er een toenemende druk op de kosten van het uitkijken en doorzoeken van deze beelden. Het tijdig vinden van relevante informatie in deze beelden wordt hierdoor steeds moeilijker waardoor de effectiviteit van toezichthouders vermindert. Tegelijkertijd is de wens van de Nederlandse overheid en maatschappij om steeds meer zaken te kunnen aanpakken en bij die zaken zo veel mogelijk naar de ?voorkant? van een incident te komen. Dat wil zeggen van opsporing naar heterdaad, en van heterdaad naar preventie (Van der Kamp, Van ?t Hooft, & Zwier, 2014).

Het Ministerie van BZK heeft in het kader van het programma Veiligheid door innovatie in december 2010 een roadmap voor beeldtechnologie in het veiligheidsdomein laten opstellen (Flight & Hulshof, 2010). In het rapport wordt gesteld dat het indammen van de groei van beeldmateriaal geen optie is. Dit komt overigens vooral doordat er door diverse organisaties voor allerlei doeleinden sensoren worden geplaatst. Als de data er dan toch is, dan cre?ert dat de verplichting voor de politie en andere veiligheidsorganisaties om daar ook iets mee te doen om incidenten te voorkomen, of althans incidenten te stoppen of op te lossen. De enige manier om werkelijk vooruitgang te boeken is dan ook om beter te worden in het vinden van relevante beelden in de totale beeldenstroom.

Algoritme

Ontwikkelingen in sensoren, rekenkracht, opslag- en netwerkcapaciteit en algoritmes zorgen voor nieuwe mogelijkheden in het vinden van relevante beelden. De intelligente gedragscamera is het archetypische voorbeeld van een innovatie van toezicht op afwijkend gedrag. Intelligente gedragscamera?s zijn camera?s die in combinatie met specifieke software geautomatiseerd afwijkend gedrag kunnen herkennen. Verwacht wordt dat intelligente gedragscamera?s leiden tot verhoogde effici?ntie en effectiviteit voor zowel proactief cameratoezicht als opsporing (Van der Kamp, Van ?t Hooft, & Zwier, 2014).

De intelligente gedragscamera is het laboratorium inmiddels ontgroeid. Op dit moment lopen er een aantal initiatieven om intelligente gedragscamera?s in de praktijk te beproeven, zoals bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol. De veelheid en diversiteit aan gedrag in een real-life setting maakt een accurate herkenning van gedrag een technische uitdaging. De grootste uitdaging komt voort uit het feit dat het interessante gedrag maar heel weinig voorkomt. Het overgrote deel van het gedrag is volkomen normaal en heeft niets te maken met incidenten of ongewenste situaties. Het is zoeken naar de speld in de hooiberg zonder daarbij teveel onterechte alarmen te genereren. Onze verwachting is dat deze proeven succesvol worden doorlopen en leiden tot invoering van de technologie in de praktijk ter ondersteuning van de veiligheidsprofessional in het algemeen en de cameratoezichtoperator in het bijzonder.

Trend 4: Implementatie van empirisch onderzoek in de praktijk

Er zijn diverse veiligheidsmaatregelen beschikbaar om afwijkend gedrag vroegtijdig te signaleren, zoals mediacampagnes gericht op burgers (bijvoorbeeld ?overvaller in beeld?), zelfbeschermingscursussen, bedrijfstrainingen, speciaal getraind surveillancepersoneel, cameratoezicht, slimme sensoren, data mining en behaviour profiling. De effectiviteit van deze maatregelen is het vermogen om een incident te voorkomen, verstoren of om iemand op heterdaad te betrappen. Op basis van empirische resultaten over de impact van genomen veiligheidsmaatregelen kan een partij binnen het veiligheidsdomein beslissingen nemen over mogelijke aanpassingen in de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd.

Resultaat

Nog te vaak worden veiligheidsmaatregelen genomen zonder enige kennis van het empirische resultaat. Maatregelen worden veelal op basis van een enkele mening of niet onderbouwde theorie ge?mplementeerd of soms zelfs klakkeloos overgenomen uit landen met een goed imago als het gaat om veiligheidsmaatregelen zoals Isra?l of Amerika, maar veelal zonder een vertaling naar de lokale situatie. Een wetenschappelijke methode helpt om de effectiviteit, of ?berhaupt de voortgang aan te tonen van genomen maatregelen. Het belang hiervan toont het volgende voorbeeld: Een belangrijke reden dat het SPOT- programma van de Transportation Security Administration (TSA) momenteel onder vuur ligt van de Amerikaanse rekenkamer is dat het programma onvoldoende in staat is gebleken om de impact van predictive behavior profiling, ofwel het gebruik van kennis van afwijkend gedrag, onomstotelijk vast te stellen (Tennant, 2013).

Budget

Het gevolg is dat het budget waarmee het programma wordt gefinancierd onder druk is komen te staan. De rekenkamer heeft het congres aanbevolen om toekomstige financi?le bijdrage te beperken totdat de TSA kan aantonen dat het SPOT-programma bewezen effectief is (United States Government Accountability Office, 2013). Mede hierdoor lopen er momenteel diverse initiatieven, ook in Nederland, gericht op het opstellen van solide evaluatieprogramma?s voor het vaststellen van de empirische effectiviteit van predictive behavior profiling als middel om de veiligheid op luchthavens en aan boord van vliegtuigen te vergroten. Dit is in onze ogen een goede ontwikkeling. Door het opstellen van een wetenschappelijk verantwoord evaluatieprogramma draagt een uitvoerende instantie namelijk bij aan het vergroten van het draagvlak voor beveiligingsmaatregelen. Immers, beveiligingsmaatregelen worden sneller ingevoerd als kan worden aangetoond dat ze een positief effect hebben op de veiligheid.

Meer trends?

Op elk van de vier koppelvlakken, mens, omgeving, techniek en organisatie, zijn voorbeelden beschreven van trends die de toekomst van toezicht gaan bepalen. Er zijn uiteraard meer trends. Zonder daar in al te veel detail op in te gaan, willen wij er toch nog enkele kort benoemen. Een eerste die wij zien is het toegenomen belang van legitimiteit bij het nemen van veiligheidsmaatregelen. Recent onderzoek laat zien hoe mensen de veiligheid en de legitimiteit van veiligheidsmaatregelen ervaren in de context van servicekwaliteit (Van der Kleij, Roelofs, & Van Hemert, 2014). Niet alleen laat het onderzoek zien dat de relatie tussen veiligheid en service meer uitgesproken wordt voor hogere waarden van veiligheid, ook legitimiteit blijkt een sleutelvariabele met betrekking tot de relatie tussen beide variabelen. De ervaren veiligheid komt bijzonder ten goede aan de servicebeleving wanneer de veiligheidsmaatregelen als legitiem worden ervaren. Het is voor exploitanten dus van belang om te zorgen dat getroffen veiligheidsmaatregelen in de ogen van bezoekers legitiem zijn. De uitdaging voor de komende tijd ligt in het ontwikkelen van veiligheidsmaatregelen die niet alleen het publiek niet hinderen, maar ook als legitiem worden ervaren. Interessant in dit opzicht is hoe ?onzichtbare? veiligheidsmaatregelen worden ervaren, zoals security questioning, waarbij contact wordt gelegd met bezoekers en klanten vanuit een servicegedachte door het stellen van slimme en onverwachte vragen, waarop criminelen zich niet hebben kunnen voorbereiden (zie Van Pel, Verhagen, & Wijn, 2012).

Wapenen

Een andere trend is dat criminelen en terroristen zich beter ?wapenen? tegen toezicht op afwijkend gedrag. Het wordt verondersteld dat terroristen trainen op het tegengaan van stresssignalen die hen kunnen verraden in de aanloop naar een actie. Het is de vraag in welke mate trainen effectief is, en hoe daarop is te anticiperen. Bovendien is steeds meer informatie voorhanden waarmee personen met kwade intentie hun voordeel kunnen doen, zoals recentelijk nog een handboek is ?ontdekt? dat opgesteld zou zijn door IS-aanhangers, dat tips geeft over hoe jihadgangers veilig het ?kalifaat? kunnen bereiken (Atasever, 2015).

Mobiele sensoren

Ten slotte is de intrede van mobiele sensoren een belangrijke trend. We zijn op weg naar een tijdperk waar de loodgieter de dakgoot met een onbemand luchtvaartuig inspecteert en waar fervente hobbyisten voor de kick nachtelijke vluchten maken boven belangrijke gebouwen en kritieke infrastructuur. Wat betekent dit voor de handhaving in het lage luchtruim? Interessant zijn de ontwikkelingen in Amerika waar onlangs, na het neerstorten van een onbemand luchtvaartuig in de achtertuin van het Witte Huis, in overeenstemming met de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, een belangrijke fabrikant een zogenaamde firmware update heeft uitgevoerd bij haar luchtvaartuigen waardoor deze niet meer kunnen vliegen in een deel van Washington (Bouwma, 2015). Ook zijn er ontwikkelingen die het onmogelijk maken voor onbemande luchtvaartuigen om landsgrenzen te overschrijden. Hiermee kan mogelijk drugshandel worden voorkomen. In dit tijdperk zullen veiligheidsorganisaties niet alleen moeten handhaven in het lage luchtruim, maar ook daar kansen moeten grijpen die door de intrede van deze nieuwe technologie ontstaan. Onbemande luchtvaartuigen kunnen helpen om een plaats-delict snel en effici?nt in beeld te brengen, maar in de toekomst wellicht ook om minder invasieve interventies te plegen. Een achtervolging van een overvaller kan bijvoorbeeld wellicht veiliger met een onbemand luchtvaartuig dan met een politieauto.

Veilige maatschappij

Heeft het onderzoeksprogramma naar het vroegtijdig signaleren van afwijkend gedrag geleid tot een veiliger maatschappij? Binnen dit onderzoeksprogramma hebben we tientallen projecten uitgevoerd voor en met partijen binnen de publieke en private veiligheid, zoals politie, Douane, KMar, Ministerie van Defensie, gemeenten, particuliere beveiligingsorganisaties, videosurveillance systeemintegrators, beheerders van kritieke infrastructuur en inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Met de uitkomsten van deze projecten hebben deze partijen ieder op hun eigen wijze bijgedragen aan een veiliger maatschappij. Maar deze toekomstverkenning laat zien dat het werk nog niet is gedaan. Onze maatschappij is constant aan verandering onderhevig en zo ook de veiligheidsrisico?s. Veranderingen lijken elkaar bovendien steeds sneller op te volgen, gelijk aan de wet van Moore. De Nederlandse openbare orde en veiligheidsmarkt moet zich aanpassen aan veranderende omstandigheden om te ?overleven? en criminaliteit de baas te blijven. In dit kader is innovatie cruciaal om criminaliteit een stap voor te blijven. Zicht op toekomstige ontwikkelingen is onontbeerlijk om te komen tot innovatie. Dit paper en de daarin beschreven trends kan partijen binnen de publieke en private veiligheid helpen om lijnen voor kennisontwikkeling en daarmee innovatiekansen, te detecteren. De auteurs roepen organisaties dan ook op om innovaties niet te schuwen, maar te omarmen, zodat ook zij straks optimaal kunnen blijven bijdragen aan het realiseren van een veiliger maatschappij.

  • Dit onderzoek is deels gefinancierd door de Rijksoverheid en uitgevoerd binnen het TNO vraaggestuurd programma Veilige Maatschappij, Topic 1: Afwijkend gedrag.
  • Correspondentie over dit artikel kan worden geadresseerd aan dr. Rick van der Kleij, TNO Earth, Life, and Social Sciences, Kampweg 5, Postbus 23, 3769 ZG Soesterberg; E-mail: [email protected].
  • De auteurs zijn Maaike Lousberg en Remco Wijn dankbaar voor hun bijdragen aan dit artikel.

Literatuur

  • Atasever, H. (2015, 23 maart). IS-handboek voor westerse jihadgangers. Zaman vandaag. Geraadpleegd op 25 maart 2015, van http://www.zamanvandaag.nl/nieuws/turkije/8378/handboek-voor-westerse-jihadgangers
  • Bouwma, R. (2015, 28 januari). Firmware-update houdt drones bij Obama vandaan. PCM. Geraadpleegd op 12 maart 2015, van http://www.pcmweb.nl/nieuws/firmware-update-houdt-drones-bij-obama-vandaan.html
  • Brandhorst, C. (2014, 26 november). Facebook had slachtpartij soldaat kunnen voorkomen. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd op 2 december 2014, van http://www.ad.nl/ad/nl/13424/Terreuraanval-Woolwich/article/detail/3798596/2014/11/26/Facebook-had-slachtpartij-soldaat-kunnen-voorkomen.dhtml
  • Burghouts, G. J., Den Hollander, R., Schutte, K., Marck, J.W., Landsmeer, S., & Den Breejen, E. (2011). Increasing the security at vital infrastructures : Automated detection of deviant behaviors. Proceedings of SPIE, Vol. 8019. doi: 10.1117/12.884579.
  • De Vries, A., & Smilda, F. (2014). Social Media. Het Nieuwe DNA. Elsevier Reed Business.
  • Flight, S., & Hulshof, P. (2010). Roadmap beeldtechnologie veiligheidsdomein. DSP-groep.
  • La Vigne, N.G., Lowry, S.S., Markman, J.A., & Dwyer, A.M. (2011). Evaluating the use of public surveillance cameras for crime control and prevention. Technical Report 412403. Urban Institute. Washington, DC. US.
  • Lensink, H. (2014, 19 april). Plaats delict: social media: Hoe de politie surveilleert op internet. Vrij Nederland. Geraadpleegd op 13 november 2014, van http://www.vn.nl/Archief/Justitie/Artikel-Justitie/Plaats-delict-social-media.htm
  • Oken, B.S., Salinsky, M.C., & Elsas, S.M. (2006). Vigilance, alertness, or sustained attention: Physiological basis and measurement. Clinical Neurophysiology, 117 (9), 1885-1901. doi: 10.1016/j.clinph.2006.01.017.
  • Poh, M.Z., McDuff, D.J., & Picard, R.W. (2011). Advancements in noncontact, multiparameter physiological measurements using a webcam. Biomedical Engineering, IEEE Transactions on, 58(1), 7-11.
  • Tennant, M. (2013, 29 november). SPOT-ted $900 million, TSA program hasn?t caught one terrorist. The New American Magazine. Geraadpleegd op 24 november 2014, van http://bit.ly/1xd3RJ3
  • United States Government Accountability Office (2013). Aviation security. TSA should limit future funding for behavior detection activities. Report to Congressional Requesters. GAO-14-159.
  • Van der Kamp, R., Van ?t Hooft, W., & Zwier, E. (2014). Projectplan HARVEST: Human activity recognition in video streams. Van reactief naar proactief cameratoezicht. Versie 3.0. NCTV.
  • Van der Kleij, R., Roelofs, M., & Van Hemert, D. (2014). Gaan veiligheidsmaatregelen ten koste van de dienstverlening? Tijdschrift voor Veiligheid, (13) 4, 3-19.
  • Van Pel, B., Verhagen, B., & Wijn, R. (2012). Predictive profiling of proactief beveiligen: Security questioning & prikkelen. Security Management, 9, 40-43.

Bron: Security management