Auteursarchief: Arnout de Vries

Detectie en duiding bedreigingen via internet

Enige weken geleden een interessant artikel van Roelof Muis,?teamleider Open Source INTelligence van de?Landelijke Eenheid, in het februari nummer van het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

Het is maandagavond. Om 22.00 uur staat de laatste KNVB-zaalvoetbalwedstrijd?van het seizoen gepland. Twee rivalen strijden om de eerste plaats.?Het is een pittig duel waarbij een van de keepers herhaaldelijk wordt belaagd.?Na de vierde lichamelijke confrontatie vallen de keeper en de spits van de?tegenpartij over elkaar heen. De keeper bijt de spits toe: ?de volgende keer?schop ik je kop van je romp, lamxxx!? Het komt die wedstrijd nog een aantal?keren tot hoogoplopende verwensingen. Na het eindsignaal bedanken de?teams elkaar en schudden de beide kemphanen elkaar de hand.

Het langetermijngeheugen van internet

Hans-Spkman-621x328De hierboven beschreven verwensingen in de fysieke wereld verschillen eigenlijk?niet erg van de verwensingen op internet, maar met het grote verschil dat de digitale?uitingen niet ?vervluchtigen en publiekelijk zichtbaar blijven. Recent is PvdA-voorzitter?Hans Spekman een persoonlijke campagne gestart tegen dit soort online bedreigen,?waarbij hij enkele voorbeelden van bedreigingen op zijn Facebookpagina publiceerde.?De teksten liegen er niet om en hij is niet de enige die dit overkomt.

Bedreigingen via internet

De aantallen bedreigingen via internet lopen in de duizenden per dag. Het team?Open Source INTelligence (OSINT) bij de politie werkt aan een aanpak tegen deze?vorm van bedreigingen. De afdeling is onder meer verantwoordelijk voor internetmonitoring?op dreigingen binnen het rijksdomein en neemt deze taak zeer serieus. Elke dreiging op bijvoorbeeld bewindslieden of tijdens nationale evenementen is feitelijk een gevaar voor de democratische rechtsorde. Beslissingen binnen de maatschappij kunnen hierdoor?be?nvloed worden. De Zembla-reportage over ?bedreigde bestuurders? is hiervan een?realistisch voorbeeld.

Strafbare bedreigen

Niet alle bedreigingen zijn strafbaar, maar er kan wel degelijk dreiging van uitgaan.?Het aantal aangiftes is echter zeer laag en er komen nog minder ?auteurs? ter rechtzitting.?Als de politie en het Openbaar Ministerie ?lle (strafbare) bedreigingen zouden onderzoeken en vervolgen, zou daar vermoedelijk alle beschikbare capaciteit voor nodig zijn. Vanwege het volume van de bedreigingen is er behoefte aan een effectievere dreigingsduiding en een gerichtere aanpak jegens de auteurs. Dus effici?nter onderkennen, kwantificeren en kwalificeren waardoor politie-inzet op dreigingen geminimaliseerd kan worden.

Innoveren

In samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Centre for?Language and Speech Technology van de Radboud Universiteit Nijmegen en Tardis?Research is een dreigtweetmonitor in ontwikkeling op basis van een lingu?stische studie van bedreigingen via internet. De dreigtweetmonitor filtert specifieke dreigingen door middel van zoekvragen. Dreigtweets worden naar ernst gerangschikt, waarna handmatig bestudering van?de context plaatsvindt om uiteindelijk de serieuze (strafbare) dreigtweets te duiden. En resultaten uit het verleden bieden zeker garantie voor de toekomst. Zo troffen wij diverse verwijzingen naar ?waxinelichtjeshouders? aan. Tja, mensen zijn creatief, maar scherp blijven is belangrijk. Tijdens de eerste monitoringstest tijdens Prinsjesdag 2012, zijn in negen uur vijftien serieuze en specifieke dreigingen waargenomen en binnen de organisatie in het reguliere werkproces opgepakt. Een ?serieuze dreiging? kan bedoeld zijn als grap of andersom. Dat?hangt af van de context en dus van de beoordeling. De huidige samenwerking tussen overheid, wetenschap en commercie binnen de ontwikkeling van de dreigtweetmonitor, kan daarbij zeer goed helpen.

Twitter wil zelf ook werken aan het tegengaan van bedreigingen. Zo was er enige tijd geleden veel ophef over Twitter in Groot-Brittani?,?nadat vrouwen bedreigd werden met de dood, verkrachting en een bomaanslag. Twitter zou volgens veel Britse gebruikers niks doen om het bedreigen te voorkomen.?Dus nu komt Twitter?met een nieuw?beleid, het bedrijf gaat de inhoud van tweets meer in de gaten houden. Maar hoe???Beluister het radio interview?daarover met Arnout de Vries of beluister het interview met blogger Xaviera Ringeling en social mediadeskundige Robert-Jan Mast die alles weten over de?problemen die mensen kunnen krijgen als ze hun mening uiten en waarom men online uitgesprokener is dan in het openbaar.

doodsbedreiging

Lees er meer over in het rapport:?Dreigtweets


Bronnen: NCTV,?magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing.

Innovatief veiligheidsbeleid vereist diversiteit en continu?teit!

Een interessant artikel van Mark van Staalduinen,?innovatieconsultant bij TNO, over innovatie bij het herkennen digitale informatie in het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing. Dit artikel is aangevuld met de bijbehorende documenten.

Het Internet verandert de wereld razend snel. Wie kon een paar jaar geleden?bedenken dat bijna iedereen in het bezit is van een smartphone en continu?actief is in sociale netwerken? Dat alle TV?s connected zijn en dat wij?voornamelijk online winkelen en betalen? Als gevolg daarvan ontstaan grote?hoeveelheden data in open bronnen, met consequenties voor de veiligheid?van burgers en de maatschappij. Vanuit TNO werken we aan intelligente?tooling, die ondersteuning biedt bij het duiden en interpreteren van die data?binnen de juridische, privacy en ?forensische kaders. Dit noemen we media?mining. De afgelopen twee jaar hebben we in opdracht van de NCTV in?samenwerking met verschillende veiligheidsdiensten gewerkt aan een aantal?innovatieve tools.?Niet elke website is eenvoudig te analyseren, zoals Flash websites. De meeste zijn?zelfs niet doorzoekbaar met Google. Deze webtechnologie?n worden bewust ingezet om informatie te presenteren voor mensen, die onzichtbaar is voor computers. De conclusie leidde tot een slimme ?clickbot?, die als een mens door een website klikt en alle binnenkomende data afvangt. De ontwikkelde testsoftware verzamelt significant meer data dan standaard oplossingen. Diversiteit van mogelijke oplossingen is bereikt door een inspiratielunch, waar?verschillende diensten hun ervaringen konden delen. Daarnaast is een workshop georganiseerd door het Public Services Innovation Center (PSIC), waar studenten samen met domeinexperts hebben meegewerkt. Omdat de oplossing menselijk gedrag vertoont, blijkt het ontwikkelde?mechanisme ook geschikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om honeypots te versterken.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Virtuele Muis

Naast tekst staat het internet vol met foto?s en video?s. Er zijn weinig tools, die de?potentie van dit beeldmateriaal benutten. Binnen het beeldmerkenproject zijn drie?ICT-diensten onderzocht aan de hand van het STOF-model. Dat model stelt dat een?ICT-dienst succesvol kan worden als de geboden dienst (Service) waardevol is, de Technologie werkt, de Organisatie van gebruikers en leveranciers op orde is en de Financi?n passend zijn. Dit verklaart, waarom verschillende projecten niet tot bruikbare tools hebben geleid, omdat veelal op ??n domein wordt gefocust. Drie diensten zijn uitgewerkt: locatieherkenning met?Twitter-foto?s, scannen van nieuwe YouTube video?s en het spotten van trends in ?beeldmateriaal. Conclusie: de operationele kosten zijn van die orde dat zij op nationale?schaal te realiseren moeten zijn.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Beeldmerkherkenning

Sinds 2011 werkt TNO als strategisch kennispartner?mee aan het iRN (Internet Research Network).?Het iRN levert diensten aan ongeveer 6000 gebruikers bij verschillende overheden?die toezicht-, opsporing- en handhavingstaken hebben op het internet. Van politie, Belastingdienst en DNB tot en met gemeenten. Binnen het iRN wordt een innovatieve?dienst ontwikkeld voor de ondersteuning van internetonderzoek: iColumbo. Kortom, innovatie is essentieel voor het iRN, en daarom is de samenwerking met TNO vruchtbaar. Het iRN biedt een landingsplaats en inspiratiebron voor innovatieve oplossingen, waarmee continu?teit ontstaat in de innovatieketen van wetenschappelijk onderzoek tot de nieuwste oplossingen voor?eindgebruikers. Wat maakt innovatie succesvol? Essentieel zijn: diversiteit en continu?teit. Diversiteit in mensen, expertises, organisaties, functies en processen. Diversiteit binnen het projectteam, maar ook in de contacten tussen het team en de dagelijkse praktijk om zoveel?mogelijk goede idee?n door te laten dringen en tunnelvisie te voorkomen. Diversiteit is?essentieel om de juiste oplossing te vinden. Continu?teit is vereist in het projectteam, de?doelstelling en vooral in de innovatieketen richting eindgebruikers. Dit betekent dat?innovatieve oplossingen een landingsplaats vereisen. Niets is frustrerender dan resultaten?boeken, die niet gebruikt worden. Continu?teit is essentieel, zodat een goede?oplossing ook waardevol kan worden.

veiligheidinnovatieEerder publiceerde TNO ook het?boek ?Veiligheid schreeuwt om innovatie? waarin TNO onder meer wil inspireren met visieontwikkeling, praktische handvatten, praktijkvoorbeelden en interviews. Verschillende experts van TNO en een aantal vooraanstaande en relevante partners uit het veiligheidsdomein hebben met veel enthousiasme een bijdrage geleverd, waaronder onze minister van Veiligheid en Justitie, Mr. I.W. Opstelten. Hij was bereid het voorwoord te schrijven. Om zichtbaar te maken dat wij met elkaar daadwerkelijke innovaties in de praktijk brengen, is in het boek een viertal voorbeelden opgenomen: The Hague Security Delta, Museumveiligheid, Twitcident en Beveiliging van de waterkant. De digitale versie van dit boek is hier te downloaden.

Bron: NCTV, magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

Vancouver riots: Stanley Cup 2011

vancouver02

Op 15 juni werd in Vancouver de beslissende wedstrijd voor de Stanley Cup (de ijshockeybeker, vergelijkbaar met de Champions League-finale of de WK-finale in het voetbal) gespeeld. Na deze wedstrijd, die werd verloren door de thuisspelende Vancouver Canucks, braken grote rellen uit in het centrum van Vancouver. De politie werd hier door verrast. Er waren veel meer mensen op de been dan dat de politie had verwacht, de massa bestond uit dronken jonge-mannen, die ook nog eens diep teleurgesteld waren. Voor de wedstrijd waren er geen aanwijzingen dat er rellen zouden uitbreken: dat is ongewoon bij het ijshockey. Er waren geen aanwijzingen binnengekomen vanuit agenten (ook niet van wijkagenten of schoolmedewerkers), geen telefoontjes van burgers, niets van andere publieke partners en er was ook niets voorbij gekomen op social media dat wees op rellen. Bovendien is er geen traditie van rellen: een jaar eerder was bijvoorbeeld de ijshockeyfinale van de Olympische Spelen, ook in Vancouver, probleemloos verlopen. Er waren ??n keer eerder rellen geweest, maar dat was in 1994, dus 17 jaar geleden. Dit leidde er toe dat er veel te weinig politieagenten beschikbaar waren en de agenten die ter plekke waren, waren niet goed uitgerust. Aan het uitbreken van rellen werd meegewerkt door duizenden mensen. Een deel daarvan deed actief mee, een ander deel film-de het met telefoons en juichte het toe. Zij zorgden voor een menselijk schild rondom de kern van de rellen, die een spoor van vernieling achterlieten.

De voorbereiding op communicatiegebied was niet gericht op rellen. Tijdens de eerdere wed-strijden was al duidelijk geworden dat er veel media-aandacht was. Daarom waren er twee ?media officers? fulltime beschikbaar. Zij waren strategisch gepositioneerd op twee plekken waar veel gebeurde. Zij waren verantwoordelijk voor het communiceren met de pers: het ge-ven van interviews, informeren over de veiligheid van het publiek, verkeersmaatregelen, statistieken over bijvoorbeeld het aantal fans, maar ook voor de social media monitoring en communicatie via social media. Twitter, Flickr en Facebook werden tijdens alle wedstrijden gebruikt om te communiceren met het publiek.
Voor de wedstrijd begon, werd al getwitterd door de politie. Het doel van deze tweets was om een positieve boodschap uit te zenden, met een vriendelijke toon, om een veilige viering mogelijk te maken. Bij de start van de wedstrijd werd onmiddellijk getweet dat de locatie waar fans op een groot scherm naar de wedstrijd keken vol was. De toon van de berichten veranderde toen: het bleef optimistisch, maar ook waarschuwend van toon. Die omslag kwam op basis van de grootte van het publiek en het gedrag dat werd gezien op videobeelden van het publiek. Aangegeven werd bijvoorbeeld welke pleinen nog toegankelijk waren en welke straten waren afgesloten vanwege de grote mensenmassa.

Rioters run amok after game 7 of the Stanley Cup finals between the Canucks and the Boston Bruins in Vancouver, June 15, 2011.
Toen de wedstrijd vorderde, kwamen steeds meer meldingen van vandalisme binnen. De spanning onder het publiek nam toe. Toen de eerste auto in brand werd gestoken, realiseerde men zich dat er geen plan was voor social media tijdens onrust in het publiek of tijdens rellen. Er waren wel wat tweets voorbereid, maar deze waren niet geschikt voor de situatie die nu ontstond. Dat zorgde voor vertraging in de berichten over de actuele situatie: tweets moesten worden afgestemd met de aansturing binnen het korps. Besloten werd om Twitter te gebrui-ken om het publiek aan te moedigen om rustig te blijven en om het publiek aan te spreken om de hulpdiensten hun werk te kunnen laten doen. Hierbij werden soms ook berichten geret-weet van bijvoorbeeld de burgemeester.

Bruce Bennett/Getty ImagesMike Carlson/ReutersJason Payne/Postmedia News Service

Veel bizarre foto’s en bekijk er hier nog meer, of bekijk diverse filmpjes, zoals deze montage.

Al snel boden mensen aan om bewijsmateriaal, foto?s en video?s aan te leveren. Gevraagd werd om deze informatie nog even te bewaren, de politie kwam hier in een later stadium op terug. Op dat moment kon men de hoeveelheid informatie niet behappen. Tijdens de rellen werd verder in de tweets gefocust op het geven van informatie aan burgers over wat zij moes-ten doen en hoe zij de binnenstad konden verlaten. Alle tweets werden tientallen keren ge-retweet. Het aantal volgers steeg tijdens de wedstrijd en de daaropvolgende rellen van 10.400 naar 13.170. In de daaropvolgende dagen kwamen er nog 2.000 nieuwe volgers bij.

Bekijk onderstaande politie auto van de Vancouver Police Department (VPD), volgeplakt met post-its waarin steun wordt geuit.

En niet alles was kommer en kwel:

Rich Lam/Getty Images

Bovenstaande foto werd een viral op Twitter en men zocht uit hoe dit kon gebeuren: zie hier?en de verklaring later met het stel.

Opsporing en social media

The bigger picture: Fans are trying to identify themselves from this image, which was made by stitching together 218 different photographs taken over a 15-minute periiod

Om bovenstaande foto in extreem gedetailleerd te bekijken, en wellicht te zien dat je er zelf tussen staat: klik dan?hier!

En enorme zee van fans kwam naar downtown Vancouver voor de laastet wedstrijd in de finale van de Stanley Cup playoffs. Op deze foto lijkt het enorm indrukwekkend, maar het is eigenlijk een slim aan elkaar geplakte foto. De foto bestaat uit 218 verschillende foto’s die in een periode van 15 minuten zijn gemaakt. Deze foto trok natuurlijk de aandacht van vele Canadezen, zeker toen er een campagne voor opsporing werd gestart via Facebook, op zoek naar de relschoppers. Fans van het team, the Canucks, haastten zichzelf om zichzelf te ’taggen’ (identificeren) op de Facebook pagina, wat voor Facebook een ?tagging? record betekende. Het taggen ging middels het in-en uitzoomen op de foto op de social networking website en je kon gezichten die je herkende een naam geven.

Sea of faces: Vancouver Canucks fans mass. Can you see yourself here?

De foto werd meer dan 9,500 keer getagged ? meer dan het record tot dan toe van 7,000 bij het Glastonbury muziek festival in Somerset. De initiatiefnemers hopen op 10,000 tags, om dit record een officieel Guinness record te maken waarbij de elke tag door een unieke gebruiker is gemaakt en de spelregel is dat je alleen jezelf kan taggen. Natuurlijk kijkt de politie mee met het taggen van deze IDs, ook al is het een burgerinitiatief. Zij moeten de rellen onderzoeken en de daders opsporen. Tijdens de rellen sneuvelden winkelruiten. auto’s werden in brand gestoken en er werd geplunderd. Zo’n 100 verdachten werden gearresteerd voor verstoring van de openbare orde of publiek dronkenschap. Toch is het onbekend of deze verdachten in de foto’s voorkwamen van Gigapixel fotografe Ronnie Miranda. Om de foto te maken plakte zij 218 foto’s aan elkaar in een grid van 12 bij 18. Het resultaat was een enorme foto met 2,110 megapixels. De foto is genomen op een moment dat de rellen nog moesten beginnen, zodat de identiteit gekoppeld kan worden. Op deze manier kan de politie handig aansluiten bij een burgerinitiatief. Of had de politie ook zelf zo’n initiatief kunnen ontplooien? Want als daders meedoen in het taggen van deze foto’s (door elkaar aan te wijzen), kan dat de opsporing in zo’n enorme massa behoorlijk versnellen.

Why police may be interested: Hours later, riots began after Vancouver lost the NHL title decider. It may be that some of the fans tagging themselves were those who caused trouble

Een ander burgerinitiatief was?http://www.canucksriot2011.com/. Bekijk hieronder het interview met de oprichter ervan:

Net als de Londonse rellen was er in Vancouver ook een CleanUp project via Facebook om de stad schoon te krijgen en werdern er sticky notes op Politie auto’s geplakt met steunbetuigingen en excuses:

Bronnen: Daily Mail, Twitter voor Crowd Control, en het rapport dat de politie in Vancouver zelf achteraf opmaakte na zeer uit-gebreid onderzoek (o.a. 115 interviews):

De smartphone is het beste spionagemiddel dat ooit is uitgevonden

16 februari 2013 was in de Volkskrant een interessant stuk te lezen “Gevaren op het web – vrees de little sisters” met daarin?Raj Goel, ICT expert, waarin de gevaren van social media duidelijk worden, en waarbij je ook als Nederlander moet nadenken of je geen dingen doet die in andere landen ten strengste verboden zijn. Hieronder de meest interessante quotes en voorbeelden uit dat stuk:

Thai American Joe Gordon Sentenced to Prison for Insulting KingEen Amerikaan die op Facebook een Thais boek in het Engels vertaalde, werd gearresteerd toen hij zijn familie in Bangkok bezocht. Het boek was kritisch over de Thaise koning en dat is volgens de Thaise wet verboden. Het aanbod van de politie: zeg dat je schuldig bent, dan hoef je maar een paar jaar te zitten; pleit je onschuldig dan geven we je 20 jaar. De man zit nu een straf van 2,5 jaar cel uit. Alle Facebookvrienden die de vertaling konden lezen, zijn volgens de Thaise wet medeschuldig aan majesteitsschennis. Voor hen zit een vakantie naar Thailand er niet meer in.?ICT-expert Raj Goel zegt: ‘Maar wat men zich niet realiseert, is dat je blogs, mails, tweets en foto’s als bewijs tegen je kunnen worden gebruikt. En dat tekstjes die in een westerse democratie op internet worden geplaatst, in andere landen soms strafbaar zijn. Internet kent geen grenzen.’

Sir John Sawers pictured on his wife's Facebook pageZo zette de echtgenote van John Sawer, hoofd van de Britse geheime inlichtingendienst MI 6, drie jaar geleden foto’s van haar gezin op Facebook tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Facebookvrienden konden niet alleen de Sawers in hun zwembroek bewonderen, maar via de metadata in de digitale foto’s ook hun – geheime – locatie achterhalen. Het gevolg: het verblijfadres en alle bodyguards op de foto’s moesten worden vervangen, gefotografeerde vrienden kregen beveiliging aangeboden. De operatie heeft de Britse overheid miljoenen aan belastinggeld gekost.

John McAfee Arrested in Guatemala (ABC News)Een andere computermagnaat, John McAfee, oprichter van het gelijknamige antivirussoftwarebedrijf, werd begin januari in Guatemala gearresteerd. Hij was al enkele weken op de vlucht na de verdenking dat hij zijn buurman in Belize zou hebben vermoord. De journalist die McAfee heimelijk in Guatemala interviewde, had foto’s van hem op zijn website geplaatst. Binnen een dag klopte de politie op de deur van McAfees schuilplaats.

De New York Police Department ontdekte in de computer van een pedofiel het complete profiel van een 12-jarig meisje in Pennsylvania, honderden kilometers verderop. Via social media kende hij haar vrienden, klasgenoten, hobby’s, huisdier, cheerleadingteam en favoriete kledingmerk. Hij was onder een alias digitaal niet alleen met het meisje bevriend, maar ook met sommige van haar vrienden. ‘Hij wist meer van haar dan haar ouders en leraar’, zegt Goel. Volgens de recherche had de man een gijzeling en misbruik van de 12-jarige op het oog; in zijn computer was heel nauwkeurig de route in kaart gebracht die ze naar en van school reisde, met details over de plekken en tijdstippen waarop ze onderweg stopte. ‘Hij had dit kunnen vaststellen zonder ook maar ??n keer in haar nabijheid te zijn geweest.’

Afgelopen jaar werd de FBI door een rechtbank teruggefloten wegens het plaatsen van gps-trackers onder voertuigen van verdachten; een ongeoorloofde inbreuk op de privacy, oordeelde de rechter. Toen de FBI vervolgens de gps-gegevens van de mobiele telefoons aan het dossier toevoegde, werd dit w?l als legitiem bewijs geaccepteerd. Waarom? ‘Omdat je zelf niet de beheerder bent van de locatiedata van je telefoon’, zegt Goel. ‘Omdat je provider daarvan de rechtmatige eigenaar is, hoeft de recherche niet eens een rechterlijk bevel te laten zien bij het opvragen ervan. Het wapperen met een insigne is voldoende.’

Hetzelfde gold voor de ontdekking van liefdesbrieven die CIA-voorman David Petraeus in zijn Gmail-account had opgeslagen. Als hij de brieven van zijn minnares via de post had ontvangen, hadden FBI-agenten een doorzoekingsbevel van een rechter-commissaris nodig gehad om ze te vinden, stelt Goel. Nu kostte de toevallige ontdekking van die brieven Petraeus zijn functie.

Paula Broadwell en Generaal David Petraeus die via gmail hun relatie onderhielden.

Goel vindt juist dat de soevereiniteit van de individuele burger al te zeer is aangetast. De Amerikaanse Patriot Act, die na de aanslagen op het World Trade Centre in 2001 van kracht werd, schrijft voor dat elke provider en webwinkel alle data van een computergebruiker aan de politie moet verstrekken als die daarom vraagt. De verstrekker mag de klant daarover vervolgens niet informeren. Google heeft bekendgemaakt dat de zoekmachine annex Gmail-beheerder in 2012 van ruim 54 duizend gebruikers (uit verschillende landen, ook Nederland) gegevens of de personalia achter een IP-adres aan opsporingsdiensten heeft moeten afstaan. Andere social media, als Twitter, Facebook en LinkedIn, en webwinkels als Amazon publiceren die gegevens niet, maar het totale aantal verstrekte gegevens aan de politie zal daarvan een veelvoud zijn.

Niet Big Brother, maar een samenleving vol?Little Sisters?moeten we vrezen‘, stelt Goel. ‘Als ergens iets gebeurt, staat het via smartphonecamera’s en social media onmiddellijk voor de eeuwigheid online. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.’

Bron: De Volkskrant

B – Bezemen

Bezemen is een vorm van cyberpesten. Bezem is straattaal voor hoer. Bezemen is een meisje online afschilderen als een hoer. Meestal minderjarige jongeren halen foto?s van meisjes van social media, monteren die achter elkaar en zetten er vervolgens beledigende of bedreigende seksistische teksten bij in een filmpje. Soms staan naam en toenaam van het meisje in kwestie er ook bij. Een muziekje eronder, uploaden naar YouTube en klaar. De jongeren die dit doen zien er zelf meestal weinig kwaad in, maar voor het slachtoffer begint de ellende dan pas, want dergelijke filmpjes gaan een eigen leven leiden. Ze zijn ook moeilijk van het web te verwijderen. Uit onderzoek onder tieners en jong volwassenen blijkt dat jongeren het slechts zien als digitaal flirten, 39 procent geeft aan dat ze het wel eens gedaan hebben. Maar bezemen kan tot juridische stappen leiden, omdat er sprake kan zijn van smaad en/of laster, belediging en soms zelfs discriminatie of bedreiging. Met het programma Ghostbuster kunnen ouders een account koppelen aan de Twitter- en Facebookprofielen van hun kinderen en krijgen ze een waarschuwing als hun kind foto’s op het web zet of contact heeft met een verdacht profiel.

Bronnen: Vraaghetdepolitie.nl, Wikipedia

Daders inbraak op Youtube gezet door eigenaar pand

Op 9 januari 2013 werd er ingebroken bij een ondernemer in Leek. Bewakingscamera’s hebben de inbraak vastgelegd. De ondernemer zette de beelden gelijk zelf op Youtube. Tevens loofde hij een beloning uit voor de gouden tip: 500 euro beloning. Rond zijn huis heeft de ondernemer camera’s hangen ? opgehangen na een eerdere inbraak ? die de twee inbrekers haarscherp op beeld hebben gezet. Hij heeft de beelden afgestaan aan de politie, maar ook op internet gezet. Om, zegt hij, de pakkans te vergroten.

Politie Groningen bevestigt de inbraak. “Wij begrijpen de actie van de ondernemer heel goed”, zegt Paul Heidanus. “Toch keuren wij het af. Het is geen goede ontwikkeling als burgers zelf beelden naar buiten brengen. Laat dat aan de politie over.”

Politie ontstemd over Youtube-filmpje inbraak… door rtvnoord

Heidanus schetst dat de inbrekers zelfs ? als ze gepakt worden ? aangifte tegen De Vries kunnen doen. “De privacy van deze mannen wordt dan geschonden.”

Bron: DagbladvanhetNoorden, Dumpert.

Getuige van de moord-operatie Osama Bin Laden via Twitter


Op 3 mei 2011 stond een interessant artikel in de Belgische krant de Gazet van Antwerpen. Hier stond het verhaal van de eerste twitter berichten over de aanval op Osama Bin Laden. Hieronder staat het artikel met verwijzingen beschreven.

Sohaib Athar zet het bericht zondagavond op zijn site: ‘Een helikopter hangt boven Abbottabad om 1 uur ’s nachts. En?dat is zeldzaam.’

Athar beseft nog niet dat hij de eerste en – op dat moment – enige getuige is van de moord-operatie op ’s wereld meest?gezochte terrorist, Osama Bin Laden.?Zijn ’tweets’ gaan de wereld rond en in een recordtempo heeft hij bijna 27.000 volgelingen, mensen die zijn berichten?voortdurend lezen.?Acht uur lang houdt hij de wereld op de hoogte van wat hij hoort en ziet. Wie is ingeschreven op Twitter zit op de?eerste rij en is een bevoorrechte getuige.

Geen besef?

Pas als president Barack Obama de dood van Bin Laden aankondigt, beseft Athar wat hij heeft gedaan. “Uh oh, now I’m?the guy who liveblogged the Osama raid without knowing it.’?Vertaald: “O nee, nu ben ik die gast die live verslag heeft uitgebracht van de aanslag op Osama zonder het zelf te?beseffen.”

“Oh shit, en nu kijkt de hele wereld naar mijn site.”

Nieuwsmedium?

Het is niet de eerste keer dat Twitter?zich als nieuwsmedium opwerpt. De speech van president Barack Obama lekte ook?eerst uit op Twitter. Twintig minuten?voordat de president het volk toesprak, werd de dood van Osama al bevestigd op de netwerksite.?Twitter was eerder dit jaar al de belangrijkste nieuwsbron bij de volksopstand in Egypte, Tunesi? en Libi?.

Een grote knal doet de ramen bewegen hier in Abbottabad. Hopelijk niet het begin van iets vervelends. 2.02u: Shit, a family also died in the crash, and one of the helicopter riders got away. Verdorie, een familie is omgekomen bij de crash. Een van de helikopterpiloten is kunnen wegkomen.e_SClB5.42u Osama Bin Laden killed: ISI has confirmed it << Uh oh, there goes the neighborhood… Osama Bin Laden is vermoord: de Pakistaanse inlichtingendienst bevestigt het << O nee, daar gaat de buurt… 6.52u:?O nee, nu ben ik de gast die live verslag heeft uitgebracht van de aanslag op Osama zonder het zelf te beseffen.

Zie hier meer van zijn tweets

Vijf jaar later herdenkt de CIA deze actie met een reeks Tweets alsof het live gebeurde:

Bron: De Gazet van Antwerpen, 3 mei 2011, The Guardian

Killswitch

killswitch

De Britse premier David Cameron overwoog na de Londense rellen een scenario waarbij de overheid sociale media tijdelijk zou kunnen ‘uitzetten’, een zogenaamde killswitch, om georganiseerde rellen te kunnen voorkomen. Daarover werd hevig gediscussieerd, terwijl men deze maatregel daarna ook achter de hand had bij de trouwerij van Kate en William en de Olympische spelen. De korpschef van Manchester, Peter Fahy, was een van de tegenstanders van dat voorstel. Hij was het niet eens met dergelijke drastische maatregelen. ” Twitter heeft juist een positieve rol gespeeld bij de rellen”, zei hij. “Twitter was een heel waardevolle bron van informatie voor de politie.”

De killswitch werd daadwerkelijk uitgevoerd voor de metropolitie in San Francisco.

Het Bay Area Rapid Transport (BART)-metronetwerk ?sloot op 11 augustus 2011?effectief?zijn mobiele netwerk in metro’s en stations af. Aanleiding was een schietincident waarbij metropolitie een messentrekker had doodgeschoten. Daarop vernam de politie dat er plannen waren om het hele metroverkeer lam ?te leggen: demonstranten zouden zich aan metrostellen vastketenen.
Mandingo, (center) and others managed to shut down the Fruitvale BART station, on Wednesday Jan. 7, 2009, in Oakland, Calif., as hundreds protested the shooting death of Oscar Grant by a BART police officer. Photo: Michael Macor, The Chronicle / SF

Om?geco?rdineerde?acties van bij het begin in de kiem te smoren, schakelde BART het netwerk uit waardoor niemand nog kon bellen, SMS’en of internetten. De organisatie kon dat zelfstandig beslissen omdat ze het netwerk zelf beheert.

Net zoals bij het voorstel van premier Cameron veroorzaakte deze actie heel wat commotie en discussies over het Amerikaanse First Amendment (het recht van vrije meningsuiting).

Op het einde van hetzelfde jaar nog keurde het bestuur van BART een policy goed waarin nadrukkelijk werd beschreven hoe en wanneer het netwerk afgesloten mag en kan worden. ” Indien we nog eens geconfronteerd zouden worden met exact dezelfde situatie, dan zouden we het netwerk niet opnieuw afzetten”, verklaarde voorzitter Bob Franklin.

Bron: ” De Nieuwe Politie” van?Steven de Smet

Knifeman Times Square, New York

Times Square knifeman gunned down
In New York werd een 51-jarige man die een aantal lokale politieagenten bedreigde met een mes na een achtervolging te voet doodgeschoten. Het gebeurde na een korte achtervolging waar honderden mensen getuige van waren. Agenten wilden de man aanspreken omdat hij cannabis rookte. Hij raakte daarop ge?rriteerd, haalde een slagersmes tevoorschijn, bond een bandana om zijn hoofd en begon achteruit te lopen.Tientallen politieagenten volgden de man tot een paar straten verderop, gadegeslagen door honderden New Yorkers en toeristen. Uiteindelijk gebruikten agenten pepperspray om hem te overmeesteren, maar de man bleef dreigen met het mes. Toen hij uithaalde naar een agent, werd hij neergeschoten.
In de uren na het incident zijn de nodige foto’s en video’s opdoken die door de vele getuigen werden gemaakt met hun mobiele telefoons. Veel mobiele toestellen werden direct na afloop door de aanwezige politiemacht in beslag genomen, terwijl de live verslaggeving voor een groot deel al op internet te vinden was. De New Yorkse politie wil daar echter niet op reageren. Nu moet je een filmpje nog uploaden naar YouTube, maar de komende generatie mobieltje maakt live streaming standaard mogelijk, zoals met apps als Bambuser nu al kan.?Hieronder kun je een ander filmpje bekijken van het incident. Daarop is goed te zien hoeveel omstanders achter de agenten aan lopen met hun mobiele telefoon in de ‘aanslag’.

Bron: NOS?en MobileCowboys

Slacktivisme: De druk van sociale media op organisaties

socmedEen interessant artikel uit de Volkskrant van journaliste Heleen van Lier. Zij schreef over de macht van sociale media waarin ze voorbeelden noemt van zogenaamde ‘foute’ bedrijven die onder druk worden gezet via websites. Dit fenomeen zie je de laatste tijd ook veel bij de politie. Met name Geenstijl is zeer actief, bijvoorbeeld zoals ze rondom het thema ‘bonnenfabriek bij de politie’ waren. Hieronder is het artikel van Heleen van Lier op een 2.0 wijze samengevat. Tenslotte laten we een aantal politievoorbeelden zien.

Greenpeace actie Nestl?

Actieclubs gebruiken sociale media als Twitter, Hyves, Facebook en YouTube om ‘foute’ bedrijven tot goede en eerlijke producten te bewegen. En zie, het werkt. Honderdduizenden consumenten helpen graag mee. Het voedingsmiddelenconcern Nestl? was in maart het slachtoffer van een sociale-mediacampagne van Greenpeace. De activistische milieuorganisatie beschuldigde Nestl? ervan populaire chocoladeproducten als KitKat te produceren met palmolie van leveranciers die hiervoor regenwoud kapten. Dit zou tot de ondergang van dieren leiden, zoals de Orang Oetan. Greenpeace spoorde mensen via onder andere Facebook en Twitter aan om het bedrijf te mailen met de oproep: stop met palmolie waarvoor regenwoud is verwoest in KitKats.

Het filmpje over de palmolieactie

Nestl? werd bestookt met 300 duizend e-mails van mensen uit de hele wereld. Ook op de Facebook-pagina van het concern stonden woedende reacties van Facebookers. Het bedrijf reageerde op een totaal foute manier: het beriep zich op het auteursrecht en wilde alle uitingen waarin het Nestl?-logo werd gebruikt, laten verwijderen. Ook de Facebook-pagina werd in zijn geheel verwijderd. Hierdoor trok de campagne alleen maar meer aandacht. Uiteindelijk zwichtte het Zwitserse concern voor de actie en zegde de samenwerking met dubieuze palmolieleveranciers op.

Oxfam Novib

De ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Oxfam Novib wist afgelopen winter met een sociale-mediacampagne zeven winkelketens zover te krijgen om meer ‘eerlijke’ chocolade te verkopen, afkomstig van leveranciers die boeren een redelijke prijs voor hun cacao betaten. Met de ‘Groene Sint-actie’ konden Hyvers zelf een actieheld samenstellen, waarmee ze samen met de Groene Sint gingen strijden voor eerlijke chocolade. De deelnemer kon virtuele winkelpuien van ‘foute’ winkels besmeuren met teksten. Dit leverde 150 duizend afbeeldingen van besmeurde winkelpuien op, die weer werden verspreid via sociale netwerken. De consument was er op een leuke manier van op de hoogte gebracht welke chocoladeletters ze vooral niet moesten kopen, en de supermarkten pasten nog tijdens de campagne hun assortiment aan.
Het resultaat van de actie werd geplaatst op de fotowebsite Flickr. Door alle foto’s goed zichtbaar te voorzien van de winkelnamen, kwamen ze hoog terug in Google als er op de naam van de supermarktketen werd gezocht. De winkels waren natuurlijk niet blij met deze prominente negatieve publiciteit, en zeven ketens beloofden nog tijdens de campagne meer eerlijke chocolade te gaan verkopen. Volgens Oxfam zullen in 2012 alleen nog maar eerlijke en duurzame chocoladeletters in Nederland verkrijgbaar zijn. In 2010 krijgt de Groene Sint-campagne een vervolg. Dan richt Oxfam Novib de pijlen op oneerlijke koffie.

Groene Sint actie

Hyves en de Groene Sint actie

Bob Overbeeke van Oxfam Novib weet hoe het werkt met de sociale media. Hij zette als medeverantwoordelijke voor de sociale-media-activiteiten meerdere succesvolle campagnes op. ‘De kunst is om ervoor te zorgen dat mensen je boodschap voor je gaan verspreiden’, zegt Overbeeke. ‘We lokken mensen met entertainment, zoals het maken van je eigen actieheld, en vragen ze dan iets terug te doen’, zegt hij.
Oxfam Novib probeert campagnes altijd zo aantrekkelijk en leuk mogelijk te maken. ‘Ook moet je het zo makkelijk mogelijk maken om dingen te delen met andere sociale netwerkers’, zegt Overbeeke. ‘Alleen zo zorg je ervoor dat mensen het naar elkaar doorsturen.’ Dat is belangrijk, want het overgrote deel van de mensen, volgens Greenpeace zo’n 80 procent, wordt via sociale netwerken bereikt doordat ze door anderen worden uitgenodigd om mee te doen. De honderden miljoenen gebruikers van Facebook, Hyves, Twitter en YouTube zijn genegen dit te doen, dat maakt het makkelijker dan ooit om een goede zaak te steunen. In een economisch ongunstige tijd, als mensen de hand het liefst op de knip houden, kunnen ze toch bijdragen aan een betere wereld. Ze krijgen gratis een goed gevoel en kunnen aan hun vrienden laten zien hoe ge?ngageerd ze zijn.

Goede doelen, Oxfam Novib en Greenpeace voorop, zetten sociale media steeds vaker in om mensen bewust te maken van een probleem, en om druk uit te oefenen op foute bedrijven. Sociale media en goede doelen vormen een logische combinatie. Via sociale media kunnen grote groepen mensen gemobiliseerd worden om hun misgenoegen over kwalijke zaken kenbaar te maken. Sociale-media-acties zijn eigenlijk niet veel meer dan een moderne, snellere, openbare versie van de petitie. ‘De macht van sociale netwerken ligt vooral in de hoeveelheid consumenten die ermee bereikt kunnen worden’, zegt Elroy Bos, hoofd communicatie van Greenpeace. ‘Bedrijven kunnen honderdduizenden consumenten die hun onvrede laten blijken, niet negeren.’ Zij worden hierdoor gedwongen hun beleid aan te passen, hun assortiment te verduurzamen of vervuilende activiteiten te staken.

Greenpeace en Oxfam Novib krijgen ‘foute’ bedrijven met behulp van Facebook, Twitter, Hyves en YouTube succesvol op de knie?n. Zij hebben een voorsprong op organisaties die nog niet weten hoe ze met sociale media moeten omgaan.

Regie

Een nadeel van de kettingreacties is dat sociale media-acties een eigen leven kunnen gaan leiden en de goede doelen organisaties de regie over hun campagnes kwijtraken. Lang nadat campagnes zijn afgelopen, kan de achterban een merk achterna blijven zitten. Zo bleven Facebookers maar anti-Nestl?-pagina’s aanmaken en zich negatief uitlaten op reactiefora, ook al had Greenpeace zijn doel al bereikt.’Sociale media zijn een machtig middel, je hebt er niet altijd controle over’, zegt Bos van Greenpeace.

Zowel Bos als Overbeeke ziet het opzetten van een pressiecampagne via sociale media dan ook als laatste middel. Bos: ‘Pas als we merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, gaan we naar de consumenten. We waarschuwen bedrijven altijd eerst dat we dat van plan zijn.’ Oxfam Novib heeft een code voor zichzelf opgesteld. ‘We passen uitgebreid hoor en wederhoor toe en geven bedrijven altijd de kans om intenties uit te spreken. Pas als we in lobbygesprekken merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, roepen we de hulp in van de consumenten.’

Greenpeace actie Facebook

Greenpeace zet niet alleen sociale netwerken in, maar houdt ze ook kritisch in de gaten. Dat blijkt uit de nieuwste actie. Het datacenter van Facebook, waar de foto’s en andere gegevens van de 500 miljoen Facebookers op servers zijn opgeslagen, draait op de energie van vuile steenkoolcentrales. Voor de internationale milieuorganisatie was dat reden om een Unfriend Coal-actie te beginnen. De actie richt zich tegen Facebook, via Facebook. Greenpeace maakte een tekenfilmpje waarin Facebook-oprichter Mark Zuckerberg wordt opgeroepen om windenergie te gebruiken. De kijkers worden opgeroepen Zuckerberg te ‘unfrienden’ en er via Facebook-pagina’s op aan te dringen dat Facebook schone energie gaat gebruiken. Inmiddels hebben 500 duizend mensen zich aangesloten bij Facebookpagina’s waarop ’s werelds grootste sociale netwerk wordt opgeroepen de servers op duurzame energie te laten draaien. Facebook heeft daar afwijzend op gereageerd. Volgens Facebook heeft het bedrijf geen invloed op de herkomst van de elekticiteit; de onderneming zegt verder dat het datacenter weliswaar relatief veel steenkool gebruikt, maar dat de energie effici?nt wordt benut. De actie loopt nog, en de anti-Facebook Facebookpagina’s bestaan nog steeds.

Greenpeace actie Facebook

Greenpeace actie BP

De olieramp in de Golf van Mexico bezorgt olieconcern BP niet alleen een miljardenrekening, maar ook flinke imagoschade. Het Britse Greenpeace riep mensen op een nieuw logo en een nieuwe slogan voor het bedrijf te bedenken. Dit leverde tweeduizend logo’s op, die werden geplaatst op de fotosite Flickr. Bijna 900 duizend mensen bekeken de nieuwe logo’s bij Flickr, en nog veel meer mensen zagen de logo’s op de websites en kranten die de creatieve uitspattingen hadden overgenomen. Slogans die zoal langskwamen, waren: ‘BP is Big Problem’, ‘BP is Broken Pipes’ en ‘BP is Best Polluter’. In tegenstelling tot de meeste bedrijven onderging BP de campagne niet lijdzaam. Op een eigen Flickr-pagina heeft BP al bijna duizend foto’s geplaatst van schoonmaakploegen die de stranden en het water reinigen. Ook zijn er foto’s van indrukwekkende schookmaakinstallaties, voorlichtingsevenementen en dieren die kerngezond lijken te zijn, ondanks de olie.

Greenpeace oproep nieuwe logo BP

Hieronder hyperlinks van www.geenstijl.nl over enkele politievoorbeelden:

De politiebus die op de A 28 veel te hard reed
bonnenquotum
Fietspolitie
Rubriek politie in de fout
invalidenparkeerplaats
de politie is bezig
7 miljoen onzinboetes

CJIB filmpje

De wereldwoedebank is juist in opkomst

De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger ?tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, ?16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen ?sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm ?van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te ?kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar ?gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de ?betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We ?hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de ?wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden ?en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet ?via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.?Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag ?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een ?wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de ?menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme ?sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, ?zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens ?een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de ?beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie ?van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.

De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is ?groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, 16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.

Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.?Inmiddels zijn er meerdere potenti?le wereldwoedebanken in wording. In Nederland lobbyt de Eerlijke Bankwijzer over maatschappelijk verantwoord bankieren, waarbij hun website consumenten helpt om banken te vergelijken en een persoonlijk overstapadvies in te winnen. Internationaal is het digitale protestnetwerk Avaaz de grootste online campagnevoerder, waarbij een gedeelte van de 19 miljoen leden meebeslist over de doelwitten voor hun woedekanon. Toen mediamagnaat Rupert Murdoch zijn imperium wilde uitbreiden met het Britse satelliettelevisienetwerk BSkyB, kwam Avaaz met een protestcampagne waaraan een miljoen leden meededen. Met succes: de overname werd uitgesteld en van uitstel kwam afstel. De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al gaat het nog met vallen en opstaan. Het bedrijf dat de opmars van de online activist aan zijn laars lapt, kan flink in de kou komen te staan.

Wel bevindt online actievoeren zich nog in een soort wildwesttijdperk, waarin we enerzijds met elkaar leren wat werkt en anderzijds wat wettelijk mag. Neem de online campagne van journalist Jelle Brandt Corstius tegen de bonus van SNS Reaal-topman Sjoerd van Keulen. Brandt Cortius publiceerde Van Keulens e-mailadres en riep tegen zijn digitale achterban op de ex-bankier met berichten te bestoken totdat hij zijn bonus zou teruggeven. Advocaat Gerard Spong noemde de oproep een vorm van kwaadaardige stalking en daarom mogelijk strafbaar. Een spannende affaire: hoewel actievoerders in de fysieke wereld wel vaker de wettelijke grenzen opzoeken, zijn de wettelijke kaders van het digitale Wilde Westen vager. De komende tijd zal blijken of deze manier om massale woede te verbinden en op een doel te richten wettelijk is toegestaan en algemeen geaccepteerd wordt.

JBC2

Wil je meer weten over slacktivisme of e-herding? Dan is o.a. het werk van?David Langley?of Tijs van den Broek van TNO iets om verder op te zoeken. Hier?staat een overzicht van enkele artikelen uit het project over online be?nvloeding van gedrag.

herding

hherding2

Meer info over bovenstaande modellen, lees:?Langley, et al. (2014) Journal of Interactive Marketing

Bronnen: Volkskrant (25 sept 2010), Trouw?(22 feb 2013), NRC (24 sept 2010)