Auteursarchief: Arnout de Vries

Scholen in Leiden dicht vanwege een 4Chan bericht

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van hetlectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

Dreiging van een school shooting in Leiden

Menno van Duin, Annet Ponjee

Inleiding

Op zondagavond 21 april 2013 wordt via de media bekendgemaakt dat de middelbare scholen en mbo-scholen in Leiden op maandag 22 april dicht blijven. Dit in verband met een dreigement dat er op een school in Leiden een schietpartij zal plaatsvinden. Het bericht leidt tot consternatie in Leiden en de directe omgeving.
Naast de zorgen die de dreiging van een schietincident teweegbrengt, speelt ook de vraag of deze maatregel, het sluiten van scholen, noodzakelijk is, of dat het een overdreven reactie is op het bericht van ?een idioot?. In dit hoofdstuk staat het dilemma centraal tussen ?niets doen? en ?alles uit de kast halen?. Het hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de beschikbare evaluaties en een gesprek met burgemeester Lenferink van Leiden.


Feitenrelaas

In de nacht van zaterdag 20 op zondag 21 april 2013 neemt de politie in Z?rich (Zwitserland) contact op met de politie in Leiden (regionale eenheid Den Haag), omdat op internet een bericht staat waarin wordt gedreigd in Leiden een school shooting te plegen. Op de website 4Chan is het volgende bericht geplaatst:

4chanthreat

?Tomorrow, I will shoot my Dutch teacher, and as many students as I can. It will be on the news tomorrow. It?s a school in a dutch city called Leiden, and for more proof, I will be using a 9mm Colt Defender. I will be carrying a note with me when I go into the school
which will explain why I did it. If the message of the note will not be published, a friend of mine will post it here on 4chan a day later. Oh, and I?m using a proxy, the police is not gonna find me before tomorrow.?

Door de politie wordt de melding serieus opgepakt. Dezelfde nacht nog zet de politie interne opdrachten uit die tot doel hebben een inschatting
te kunnen maken van de ernst van de melding. De districtchef van Leiden informeert zondagochtend 21 april 2013 de leiding van de politie-eenheid in Den Haag en het gemeentebestuur. Afgesproken wordt dat als aan het begin van de middag nog geen zicht is op het IP-adres of een dader, de politie een zogenaamde Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) zal instellen. Een SGBO is een team van politiemensen dat doorgaans wordt ingesteld voor de aansturing van
het politieoptreden bij ernstige incidenten, calamiteiten of bijzondere activiteiten.

Om 12.00 uur die zondagmiddag hebben de werkzaamheden die tot dan toe zijn ondernomen nog onvoldoende resultaat gehad en dus start de politie, zoals afgesproken, een SGBO. De Algemeen Commandant (AC) van de SGBO is de districtschef van Leiden.
Rond 14.00 uur besluiten de burgemeester van Leiden en de districtschef (c.q. de AC-SGBO) om met de gebiedsofficier van justitie als driehoek bij elkaar te komen. Op zondagmiddag om 15.30 uur vindt het eerste overleg van de driehoek plaats.

Intussen wordt door de SGBO via de landelijke deskundigheidsmakelaar van de Politieacademie een gedragsdeskundige ingeschakeld. Omdat de eerste deskundige in het buitenland zit en onbereikbaar is, wordt pas zondagmiddag laat een andere gedragsdeskundige bereikt. Deze ontvangt het dreigbericht per e-mail en beoordeelt op basis daarvan (en onder tijdsdruk) dat de bedreiging serieus moet worden genomen. Omdat uit het opsporingsonderzoek van de politie nog geen nadere informatie over de zender van het bericht is gebleken, besluit de driehoek nog diezelfde avond een overleg in te plannen met de schooldirecteuren
van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs uit Leiden. Immers, deze scholen kunnen op basis van het bericht (waarin gesproken wordt van een ?leraar Nederlands?) tot de doelgroep van de bedreiging worden gerekend. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren op zondagavond dat hun scholen de volgende dag (22 april) gesloten blijven. Zij informeren hun leerlingen en medewerkers.

Mede doordat het bericht dat scholen gesloten blijven vanwege een dreiging van een schietpartij op de sociale media een grote impact heeft, worden vrijwel alle leerlingen tijdig bereikt. Slechts een enkele leerling blijkt het bericht niet voor maandagochtend te hebben vernomen. Bij alle scholen die gesloten zijn, is zichtbaar politie aanwezig. Onder medewerkers en (ouders van) leerlingen van andere scholen (basisscholen en scholen net buiten Leiden) bestaat enige verwarring waarom hun school niet gesloten is. Sommige ouders nemen geen risico en houden hun kinderen, ook al zitten ze op een andere school,?thuis. Enkele van de schooldirecteuren die niet over de sluiting van de andere scholen ge?nformeerd zijn, besluiten hun scholen eveneens te sluiten.

Rond het middaguur wordt bekend dat er een arrestatie heeft plaatsgevonden in verband met de dreiging van de school shooting. Los daarvan vindt op maandag een nadere analyse plaats van het dreigbericht waarvoor ook andere gedragsdeskundigen worden geconsulteerd. Op basis van hun analyse en nadere informatie uit het opsporingsonderzoek wordt de dreiging die van het bericht uitgaat als minder risicovol beschouwd dan de dag ervoor. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren dat hun scholen dinsdag weer open zullen gaan. Zowel dinsdag als woensdag zullen bij de scholen nog wel politieagenten
aanwezig zijn.

Maandagavond wordt duidelijk dat de aangehouden verdachte niets met de zaak te maken heeft. Het opsporingsonderzoek naar de afzender van het bericht wordt daarom voortgezet. Op woensdagmiddag 24 april blijkt uit het opsporingsonderzoek dat de persoon die het bericht heeft geplaatst, zich niet in Nederland, maar in Costa Rica bevindt. Daarmee komt er een einde aan de dreiging.

Dilemma

Op het eerste gezicht lijkt hier sprake van ??n dilemma: risico?s nemen (het zal wel loos alarm zijn) of risico?s mijden. Een ?duivels dilemma? noemde de Leidse burgemeester Lenferink het: ?Aan de ene kant is er het risico van overreactie. Aan de andere kant het risico dat je niks doet en er vervolgens iets ernstigs gebeurt. Dat wil je niet op je geweten hebben.? De evaluatie beschrijft het als volgt (Driehoek Leiden, 2013, p. 4):

?Het feit dat het in dit geval ging om een dreiging via internet, die niet heel specifiek was over tijd, locatie en personen, maar wel heel concreet in zijn doel, maakte het tot een, zoals de burgemeester steeds omschreef, duivels dilemma. Welke maatregelen te nemen op basis van een dergelijk internetbericht.?

In dit geval koos men voor het vermijden van de mogelijke risico?s. Daarbij speelde zeker ook mee dat men in Leiden en de regio nog niet eerder met een vergelijkbare situatie te maken had. Wordt de casus nauwkeuriger bekeken en ook datgene wat in de media rond deze casus naar voren kwam wordt meegenomen, dan blijkt echter dat een aantal vragen achter dit dilemma schuil gaat, zoals:
? Wanneer wordt door wie de beslissing genomen om de scholen te sluiten?
? Welke scholen worden gesloten?
? Wat wordt er (door wie en wanneer) naar buiten gecommuniceerd?
? Wat gebeurt er met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden (en eventueel in de regio)?
? Hoe verhouden zich de rollen van de burgemeester en het OM?

Beslissen in onzekerheid is de kern van crisisbeheersing. Immers, als je alles weet, is er nauwelijks sprake meer van een crisis. Dat verklaart ook dat achteraf velen het wat overdreven vonden dat men tot deze maatregelen overging, maar achteraf is het altijd zo veel makkelijker te adviseren hoe te beslissen!

Mede naar aanleiding van deze casus is in de bestaande Burgemeestersgame (waarin dilemma?s centraal staan) dit voorbeeld opgenomen. Bij een actieve presentatie van deze nieuwe game (Arnhem, 16 april 2014: Digitale verstoring openbare orde) gaf maar een enkeling (van de tientallen aanwezigen) aan dat zij zouden adviseren scholen te sluiten.

Bgame

Analyse

Wie besliste en wanneer?

De directeuren van Leidse middelbare scholen lieten zich die zondagavond door de driehoek de situatie uitleggen. Sommigen zagen sluiting als de enige optie; anderen twijfelden eerst wat. Toch besloten de directeuren die avond eensgezind op basis van de beschikbare informatie dat het beter was hun scholen maandag te sluiten. Terwijl bij velen het beeld leek te bestaan dat de burgemeester ? gezien zijn optreden in de media ? of de driehoek deze beslissing nam, was het feitelijk anders. Ongetwijfeld speelde de driehoek een cruciale rol, maar de formele beslissing lag bij de scholen zelf. Uiteraard lag een gemeenschappelijk?doel ? de veiligheid op de scholen ? achter deze eensgezindheid.

De vraag wie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen (de gemeente of de schooldirecteuren) is relevant. Wij zien in dergelijke situaties nogal eens dat de gemeente c.q. burgemeester een beslissing neemt, in plaats van de meest betrokken partij. Zo gelastte in 2012 de gemeente Veere vanwege de weersverwachtingen het evenement Concert at Sea af, terwijl de organisatie dat eigenlijk zelf had moeten doen. Boeiend zou het natuurlijk zijn geworden als in dit geval de schooldirecteuren een andere afweging zouden hebben gemaakt. Tegelijkertijd is dat niet zo waarschijnlijk als het OM en het gemeentebestuur?eensgezind zijn.

In het volgende ?jaarboek mini-crises? zal dan ook zeker de casus Pinkpop (2014) worden opgenomen. Hier werd ondanks ?alarmweercode rood? het festival niet afgelast en werden de aanwezigen niet ge?vacueerd. Een nadere analyse is hier op zijn plaats.

Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen de driehoek en de schooldirecteuren als goed is ervaren:

?Er was een duidelijk gemeenschappelijk doel: de veiligheid van scholieren, docenten en overig personeel op de scholen. Het besluitvormingsproces rondom de sluiting van de scholen en de informatievoorziening is als zeer open en transparant ervaren. Hierdoor konden de schooldirecteuren een afgewogen besluit nemen en was er vertrouwen in de genomen maatregelen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 4).

Welke scholen?

leiden scholen

Op grond van de dreigingsanalyse beperkte de driehoek de dreiging tot het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Er werd gesproken over my Dutch teacher wat men vertaalde als mijn leraar Nederlands. Andere scholen ?bleven zo buiten schot?. Die zondagavond kregen de ouders van leerlingen een boodschap: ?wegens omstandigheden zijn morgen alle scholen van Voortgezet Onderwijs en MBO in Leiden gesloten?. Gelet op het dreigement was dit op zich logisch. De dreiging leek eerder gericht op deze scholen dan op bijvoorbeeld een basisschool. Maar of bijvoorbeeld ook het Luzac niet tot de bedreigde scholen?kon behoren, was veel minder zeker. Aanvankelijk was op basis van de dreigingsanalyse een uitzondering gemaakt voor het voortgezet speciaal onderwijs.

?Het besluit van de driehoek om, op basis van de dreigingsinschatting, de focus te leggen op het nemen van maatregelen bij de scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in Leiden had als gevolg dat er geen maatregelen zijn genomen, er geen handelingsperspectief is gegeven en ook niet direct gecommuniceerd is naar andere scholen in Leiden en buurgemeenten? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6).

Welke boodschap en welk medium? Het formuleren van een boodschap naar de buitenwacht levert in gevallen als deze misschien nog wel het lastigste dilemma op. Daarbij gaat het vooral om de mate van transparantie. Uit rampsociologisch onderzoek weten wij dat een goede waarschuwingsboodschap dient te bestaan uit een tweetal aspecten. Ten eerste geeft het aan wat het probleem of het risico is en ten tweede welk handelingsperspectief daarbij wordt aanbevolen of verwacht (Quarantelli & Taylor, 1977). Mensen zullen vaak iets vooral doen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen. In deze casus was aanvankelijk niet al te grote openheid betracht (zie onder: verhouding OM en burgemeester). ?Wegens omstandigheden? ? de opening van de boodschap van scholen aan hun leerlingen ? is natuurlijk geen formulering die tot grote helderheid bij de ontvangers zal leiden. Een andere school gaf de boodschap: ?Maandag 22 april zijn alle VO-scholen gesloten, dus ook onze school! Er zijn geen lessen. Berichten volgen via de site.? Zie bijgaand persbericht.

Persbericht Alle Leidse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen dicht door dreiging De politie heeft zondag 21 april 2013 een melding gekregen over een mogelijke schoolshooting op zeer korte termijn in Leiden. Er is door een nog onbekende persoon een bericht op een internetsite geplaatst. De gemeente, politie en openbaar ministerie nemen de zaak zeer serieus. Er is besloten om alle scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen gesloten te houden. De politie heeft nog niet kunnen achterhalen wie achter het bericht zit. Ook is nog onbekend om welke school en/of locatie het zou kunnen gaan. Gezien de ernst van de dreiging is besloten om geen enkel risico te nemen en blijven alle voortgezet onderwijs en middelbare beroepsonderwijs maandag 22 april dicht. Daartoe is door de scholen in nauw overleg met de burgemeester, de officier van justitie en de leiding van de politie besloten. Maandag 22 april 2013 zullen alle betrokkenen weer bijeenkomen om de situatie nader te beoordelen. De politie zet haar onderzoek onverminderd voort. Leerlingen en hun ouders zijn voor zover mogelijk vanavond reeds ge?nformeerd en zullen via de eigen informatiekanalen op de hoogte worden gehouden. Mensen die over of naar aanleiding van dit bericht informatie hebben voor de politie kunnen bellen met 0900-8844.

Feit is dat de boodschap van de middelbare scholen aan hun leerlingen goed overkwam, ondanks dat de boodschap pas ?s avonds laat werd verspreid. De volgende dag was er nauwelijks een middelbare scholier die naar school ging. Dit toont eens te meer dat traditionele communicatiemodellen (met een zender, een boodschap, een ontvanger en een medium) achterhaald zijn. In dit geval kwamen er al snel verschillende boodschappen en nog veel meer zenders. Ontvangers kregen daardoor waarschijnlijk de boodschap zelden eenmalig, maar (per telefoon en/ of per mail) van onder andere hun school, ouders, medeleerlingen en via de massamedia. De sociale media maken ontvangers vaak tot zenders en vice versa. Er is ook niet meer sprake van ??n medium (een traditionele ?radioboodschap?), maar van verschillende media die naar elkaar verwijzen en elkaar versterken. Een krachtig element in de communicatie naar buiten was dat burgemeester Lenferink het besluit van de schooldirecteuren direct typeerde als een duivels dilemma. Natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten een enorme impact op de Leidse samenleving (maar ook daarbuiten) en kon het goed zijn dat de bedreiger niet de daad bij het woord zou voegen. En natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten het risico in zich dat het ?copycat?-gedrag opriep. Toch woog het alles bij elkaar genomen en met de (beperkte) informatie die voorhanden was niet op tegen de mogelijkheid dat de dreiging wel realistisch was en dat men achteraf had moeten constateren dat men het wel had geweten, maar te weinig had gedaan het te voorkomen. Eigenlijk begreep eenieder dat ? onder deze omstandigheden ? dit het dilemma was en had men ook begrip voor de maatregelen die werden getroffen. Achteraf constateerde de driehoek dat het gemeentelijke proces communicatie te laat (maandagochtend) werd opgeschaald. Dit was mede het gevolg van het feit dat de SGBO-structuur leidend bleef en er geen GRIP-structuur werd gehanteerd. ?Geconcludeerd moet worden dat als gevolg van de impliciete keuze om deze crisis af te handelen binnen de driehoek en de SGBO er niet voldoende aandacht is geweest voor de opschaling c.q. organisatie van de ondersteuning vanuit de gemeentelijke crisisorganisatie. (?) Hierdoor was er intern onduidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en vooral over de verslaglegging (die niet in de driehoek heeft plaatsgevonden). (?) Aanbevolen wordt om ook voor?de crisisbeheersingsstructuur van een driehoek/SGBO een concrete uitwerking te maken binnen het regionaal crisisplan, zodat er meer duidelijkheid bestaat over de gemeentelijke processen en taken, over deze vorm van opschaling in het kader van de crisisbeheersing, naast de bestaande multidisciplinaire GRIP-opschaling? (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). Deze constatering is opvallend, omdat de commissie die het onderzoek naar Haren verrichtte, vrijwel het tegenovergestelde beweerde. Bij Haren?was juist de GRIP-structuur een belemmering; hier was de afwezigheid van een goede koppeling met de crisisbeheersingsstructuur een belemmering. De basisscholen? Een thema dat logisch volgt uit het voorgaande is de vraag hoe met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden moest worden omgegaan. Ouders met bijvoorbeeld kinderen op zowel een middelbare school als een basisschool vroegen zich vanzelfsprekend af: waarom kan mijn ene kind niet naar de middelbare maar mijn andere wel naar de naastgelegen basisschool? Als er dan (volgens het uitgebrachte persbericht) een gefrustreerde schutter is en stel dat die een lege middelbare school aantreft, gaat die dan niet naar de nabij gelegen basisschool? Kunnen de agenten niet juist beter bij die basisscholen?gaan staan? Nadat het persbericht was uitgebracht, vroegen vele ouders zich dergelijke zaken af. Die maandag is een fors deel van de basisschoolleerlingen dan ook niet op school geweest. Hun ouders en ook anderen hadden natuurlijk gelijk dat ook zij ?het zekere voor het onzekere? namen. De casus doet wat dat betreft denken aan de ontdekking van radioactieve straling na Tsjernobyl. Minister Winsemius kondigde een spinazieverbod af. Dat mocht voorlopig niet gegeten worden, maar sla, komkommer en tomaatjes die ernaast stonden, waren geen probleem. De achterliggende gedachte was dat spinazie ? door al die kleine blaadjes ? relatief veel meer radioactieve stof zou opvangen dan een krop sla of tomaten. Alleen wisten en begrepen velen dat niet. Zo was het ook met de basisscholen. Zolang mensen niet wisten dat de schutter het gemunt had op een leraar Nederlands, was de boodschap over wel het ??n maar niet het ander vaag. Er is uiteindelijk niet voldoende rekening gehouden, zo concludeerde ook de driehoek, met de gevoelens van onveiligheid op andere scholen in Leiden. Hen is geen duidelijk handelingsperspectief geboden. ?Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een dreigingsinschatting en de besluitvorming hierover ook de impact op andere onderdelen van de samenleving op te nemen (bron- versus effectgebied) en op basis hiervan handelingsperspectieven aan te reiken, zodat, indien nodig en/of wenselijk, eigen maatregelen kunnen worden genomen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6). Verhouding OM en burgemeester Een klassiek dilemma ? dat ook in deze casus zichtbaar was ? was de mate van transparantie en openheid. Enerzijds was er het brede belang dat de bevolking zo snel en goed mogelijk ge?nformeerd zou worden (?het dempen van sociale onrust?); anderzijds was er een opsporingsen strafrechtelijk belang. Het gaat bij dit dilemma over bevoegdheden, afwegingen, de mate van transparantie en openheid. Deze thema?s komen veelal samen in de vraag: wie communiceert wat en wanneer naar buiten? Omdat de dreiging niet gericht was tegen een concrete school of specifieke docent, was de reactie op de dreiging formeel de verantwoordelijkheid van de burgemeester (openbare orde) en niet van de officier van justitie. Volgens het stelsel ?Bewaken en beveiligen? is immers de burgemeester verantwoordelijk voor zover het de handhaving van de openbare orde betreft; de (hoofd)officier van justitie wanneer het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is ook doorgetrokken in de lijn van de communicatie en woordvoering. Het blijft natuurlijk in dergelijke gevallen lastig om de rollen van bestuur en OM te scheiden. Openbare orde- en de strafrechtelijke handhavingstaken liggen dicht bij elkaar.?Voor een uitvoerig expos? over dit thema zie Van Duin et al., 2012, p. 126-130 De dreiging?was bijvoorbeeld in dit geval dan wel gericht op een docent Nederlands, maar in die school bevinden zich veel meer leerlingen en personeelsleden die direct of indirect ook gevaar kunnen lopen. Wanneer beide aspecten zo verweven zijn, is de lokale driehoek dan ook de plaats waar beide belangen bij elkaar komen en gewogen dienen te worden. De bestuurlijke lijn is in dergelijke gevallen vaak meer gericht op openheid, terwijl de justiti?le lijn zich vooral richt op opsporing, het niet delen van daderinformatie en dus geslotenheid. Een klassiek dilemma. De burgemeester van Leiden voerde de regie over de woordvoering. Hierbij werd in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen woordvoering over openbare orde (verantwoordelijkheid burgemeester) en opsporing (verantwoordelijkheid OM). Dat leidde in het begin tot ??n gevoeligheid. Daarover uit de Volkskrant: ?De gouden tip die naar hem [de verdachte, red.] leidde is waarschijnlijk te danken aan ?een kleine verspreking van mij op maandagavond?, zegt burgemeester Henri Lenferink. ?Ik maakte bekend dat het bericht uit Costa Rica kwam en had dat in het belang van het onderzoek misschien stil moeten houden. Maar het heeft een heleboel tips opgeleverd, waarvan er eentje de gouden was.?? Overigens was de informatie dat het bericht uit Costa Rica kwam op zondagavond al bekend. Tot de laatste persconferentie pakte de afspraak zoveel mogelijk openheid en transparantie te betrachten, goed uit. Bij de laatste persconferentie (woensdag 24 april) ontstond een discussie waarin het belang van het opsporingsonderzoek (OM) en het belang van het beteugelen van sociale onrust (burgemeester) niet met elkaar te verenigen leek. Tijdens deze persconferentie voerde de officier van justitie uitgebreid het woord over opsporingsgerelateerde zaken. ?In de voorbereidingen op deze persconferentie ? waar gezegd zou worden dat de verdachte bekend was, in Costa Rica verbleef en alle maatregelen opgeheven konden worden ? is discussie ontstaan over de inhoud van de persconferentie? (Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Ondanks het feit dat de burgemeester met de hoofdofficier van justitie had afgestemd welke informatie (vrijwel alles met uitzondering van de naam van de verdachte) naar buiten zou worden gebracht, gebeurde dat aanvankelijk tijdens de betreffende persconferentie niet. Uiteindelijk is tijdens de persconferentie ? na een moeilijke start ? alsnog de tot dan toe gehanteerde strategie van maximale transparantie en openheid doorgevoerd (zie Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Deze persconferentie verdiende, mede door dit geharrewar, zeker geen schoonheidsprijs. Het maakte wederom duidelijk dat de spanning tussen het strafrechtelijk belang en het dempen van de sociale onrust een lastig dilemma betreft dat zich de komende jaren zeker in nieuwe, grotere of kleinere, clashes tussen burgemeesters en het OM zal uiten.

Afronding

De politie heeft in totaal 443 mandagen in het onderzoek gestopt; 25 instanties om advies heeft gevraagd; op maandag en dinsdag zeven schoollocaties bewaakt en zowel rechercheurs als een arrestatieteam paraat gehad. Daarbij viel ook op dat in de SGBO geen liaison van het OM aanwezig was, waardoor er onduidelijkheid was over de verhouding tussen de SGBO en het onderzoeksteam onder leiding van de officier van justitie. Hierdoor raakte het OM pas op de hoogte van de casus toen de driehoek werd geactiveerd (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). De interne evaluatie van de politie-eenheid Den Haag leverde dan ook?de nodige lessen op (over dubbelrollen; betrokkenheid van de korpsleiding; een effectiever gebruik van de SGBO e.a., bron:?Politie-eenheid Den Haag, 2013). Vanzelfsprekend hebben ook gemeente, OM, scholen en andere instanties veel tijd aan het dreigbericht besteed.

Hoewel er jaarlijks vele duizenden bedreigingen via internet worden geuit, werd deze dreiging om verschillende redenen (site, specificiteit) aanvankelijk door deskundigen serieus genomen. Op grond daarvan moesten de autoriteiten wel handelen. Dat leidde tot het duivelse dilemma, dat mede door de betrachte transparantie door betrokkenen overwegend goed werd opgevat. Dat aanvankelijk bij de communicatie onvoldoende duidelijk was waarom andere Leidse scholen wel open konden blijven, kan ? gezien de snelheid waarmee de beslissing diende te worden genomen ? als een begrijpelijke schoonheidsfout worden beschouwd.

Frappant is dat een mededeling laat op zondagavond de volgende dag bij alle betrokkenen bekend was. Dat betekent dat het dikwijls gehoorde argument om burgers niet te informeren, omdat er maar geringe (handelings)tijd is (en er dus alleen maar paniek zou uitbreken), echt naar het land der fabelen kan worden verwezen.

Bekijk eventueel nog het?verslag van het liveblog van de NOS?over deze casus.?Er?is al eens eerder een dreigement geplaatst voor een schietpartij op een Nederlandse school.?In maart 2009 dreigde een 18-jarige jongen uit Rijsbergen op die site met een schietpartij op een school in Breda. Na verhoor bekende de jongen. Hij zei dat het een grap was.

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

App: 999Eye

999Eye

De?crisismanagement?smartphone app 999Eye?om live beelden te kunnen streamen?wordt ontwikkeld door de brandweer van West Midlands en is onlangs op de?CCR Summit 2014 nog gepresenteerd.

De West-Midlands Fire Service in het Verenigd Koninkrijk is in 2014 gestart met het uitwerken van een innovatief idee om meer informatie over incidenten op de meldkamer te krijgen. 999EYE maakt gebruik van de camera in de smartphone van de beller om mee te kunnen kijken op de plaats van het incident. 999EYE verwijst naar het alarmnummer in het Verenigd Koninkrijk: 999. Het interessante aan dit concept is dat de centralist de regie houdt over de beelden. Er is geen sprake van een video-oproep door een beller maar wordt door de centralist afhankelijk van de situatie bepaald of beelden van de smartphone van meerwaarde kunnen zijn.

Matthew Wroughton van de West-Midlands Fire Service is de grondlegger van 999EYE. Hij vertelt over de aanleiding van 999EYE: ?Centralisten ontvangen per dag tientallen telefoontjes van burgers in nood, veel oproepen betreffen ?standaard? incidenten met een ?standaard? inzet. Complexere incidenten kunnen soms problematisch zijn: de beller is vaak een leek en belt ook nog eens in een panieksituatie. Het kan dan soms moeilijk zijn om de juiste informatie van de beller te krijgen: waar is het incident precies, wat is er aan de hand en met welke omstandigheden moeten de hulpdiensten rekening houden.?
Deze situatie kan worden verbeterd door gebruik te maken van iets dat de meeste mensen tegenwoordig in hun broekzak met zich meedragen?

Watch more Smartphones videos on Frequency

Ontwikkelingen
In de afgelopen vijf jaar zijn de ontwikkelingen snel gegaan, sinds de introductie van de eerste iPhone in 2008 heeft het gebruik van smartphones een enorme vlucht genomen, naar schatting is inmiddels driekwart van de mobiele telefoons een smartphone met een internetverbinding. Project 999EYE maakt gebruik van dit
gegeven. Door bellers van het alarmnummer met een smartphone een sms te sturen met een link naar een internetapplicatie kan de meldkamercentralist meekijken met de camera van de beller en zo zelf een inschatting maken van de aard en de ernst van de situatie.

Validatie van informatie
Matthew Wroughton: ?In 2013 hadden we te maken met een grote brand bij een groot recycling-bedrijf in Smethwick. Alhoewel we meerdere telefoontjes kregen en veel foto?s rondgingen op social media werd de omvang van de brand pas echt duidelijk toen we ter plaatse waren. Als we toen gebruik hadden kunnen maken van geverifieerde videobeelden via 999EYE, hadden we direct meer voertuigen en manschappen kunnen sturen. Alleen op basis van berichten op social media is dit moeilijk te doen, we kunnen niet alle informatie op Twitter en Facebook binnen korte tijd valideren.?

Pilot
De interesse vanuit meldkamers uit binnen- en buitenland is overweldigend. Na de presentatie op het RB&W jaarcongres publieke veiligheid, de CCR Summit 2014, bleken hulpdiensten uit Nederland, Belgi?, Zweden, Finland en zelfs Canada ge?nteresseerd in het idee. Ook in het Verenigd Koninkrijk is de interesse groot. De eerste pilot start in 2015 met 19 brandweerkorpsen. Als de pilot slaagt ? wanneer 999EYE bijdraagt aan een betere informatievoorziening op de meldkamer ? kan het concept worden uitgerold over de rest van de brandweer en ook de andere hulpdiensten zoals de politie en ambulancediensten.

De dienst is al werkend gedemonstreerd en kan tijdens een noodoproep een?link terugsturen naar een smartphone, waar na de beller beelden live kan streamen en delen met de hulpdiensten ?zodat ze live kunnen meekijken op de plek van het onheil.

20140703-093937-34777752.jpg

image

999Eye gebruikt?deze functie niet op alle oproepen en zal het alleen gebruiken met toestemming van de beller en zodra men gemobiliseerd wordt. 999Eye weidde er?een uitgebreide privacy-studie aan?om aan de?wetgeving voor hulpdiensten te voldoen en ze zetten zich in om dit ook voor andere landen te gaan?waarborgen. 999Eye zorgt ook voor de rechten van het publiek die beelden streamend delen met de hulpdiensten.

image

Je kunt?999Eye volgen op Twitter:?@999eye1 @westmidsfire? @bluelighthinkin?en voor updates ook het 999Eye blog?volgen. 999Eye is op de CCR Summit 2014 gepresenteerd en ook op de?Emergency Services Show.

Bronnen: 999Eye blog, Melding! Magazine, BapcoJournal, Telegraph, Frequency

App: Maak je smartphone Boefproof


Elk uur worden in Nederland zeker drie toestellen gestolen, blijkt uit cijfers van de politie. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie komt daarom met een campagne om diefstal te voorkomen. Opstelten hoopt dat gebruikers van mobiele telefoons?een anti-diefstal-app?plaatsen. Er zijn twee features die handig zijn: de killswitch optie (niet te verwarren met?een algehele netwerk killswitch?voor sociale?media waar we eerder over blogden) en de optie je telefoon weer terug te vinden.

Allereerst de?killswitch-optie, in het Nederlands heractiveringsvergrendeling?genoemd. Deze maakt het mogelijk om kwijtgeraakte of gestolen toestellen op afstand te vergrendelen.?Zodra de killswitch geactiveerd wordt, is het?niet langer meer mogelijk om een?toestel terug te zetten naar de fabrieksinstellingen en zo alsnog toegang tot het apparaat te krijgen.?Dieven zouden er dan weinig meer mee kunnen en zodoende ontmoedigd worden om smartphones te stelen. Wat ook vaak een standaard optie op de telefoon is, maar ook mogelijk met te downloaden apps zoals FindMyiPhone of Prey?en ook mogelijk op tablets, is om het apparaat na diefstal?terug te kunnen vinden met behulp van een kaartje.

Boefproof?is een initiatief van de Nederlandse telecomsector, verenigd in Nederland ICT, in samenwerking met het ministerie van Veiligheid & Justitie.?Op verzoek van het ministerie van?Veiligheid en Justitie heeft Samsung deze eenvoudige toestelblokkering nu ook ingebouwd in de nieuwste typen telefoons.?Nederland is, samen met de Verenigde Staten, het eerste land waar de toestellen met eenvoudige toestelblokkeringen wordt aangeboden.?Hackers en andere experts gaven in gesprekken met de NOS aan dat het onzin is: dat soort apps kunnen professionele criminelen eenvoudig omzeilen.

Zo zet je het aan in de iPhone:

De afgelopen jaren is de diefstal van mobiele telefoons sterk toegenomen. Per week worden ruim 300 telefoons in Nederland gestolen.?Vorig jaar werden ruim 26.000 apparaten als gestolen geregistreerd, ruim een kwart meer dan in 2012. In de eerste helft van dit jaar zijn meer dan 13.000 telefoons in verkeerde handen gekomen. De werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk hoger, omdat in veel gevallen geen aangifte wordt gedaan.

Daling van het aantal straatroven is een belangrijke prioriteit van minister Opstelten. De minister benadrukt dat hij dit niet alleen kan en is daarom blij met de hulp van de producenten. Maar de burger speelt een belangrijke rol. ?Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar in een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven weten dat en ze worden steeds handiger. Ze leggen een krant of jas over het toestel en voor u er erg in hebt, is ?ie verdwenen.

Door het installeren van een telefoonblokkering zijn gestolen toestellen op te sporen en op afstand onbruikbaar te maken. Volgens Opstelten kun je veel doen om diefstal te voorkomen. “Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar van een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven leggen er een krant of jas over en voor je er erg in hebt, is hij verdwenen.”

Mobiel banditisme

BoefproofUit onderzoek van criminoloog Dina Siegel naar mobiel banditisme blijkt dat de dieven uit Oost-Europa gericht op pad gaan. “Deze bendes bestaan niet uit amateurs, maar zijn professionele criminele organisaties”, zegt ze. “Opdrachtgevers zitten onder meer in Polen, Roemeni? en Bulgarije. Vaak geven ze opdrachten voor een specifiek model, zoals de nieuwe iPhone. Vervolgens worden er 300 ? 400 van dat soort telefoons gestolen.”

Siegel ontdekte dat gestolen smartphones ook in ons eigen land worden doorverkocht. “In veel gevallen wordt de buit verhandeld op Nederlandse markten. Ik wil niet ??n bepaalde markt noemen, want het gebeurt overal.” Daarnaast worden de telefoons verkocht in Oost-Europa en?op internet.

Blokkering ook eenvoudig uit te schakelen

De bendes kunnen in Nederland betrekkelijk makkelijk hun slag slaan, zegt Siegel. “De bendes waren eerst vooral actief in Zuid-Europa, maar daar treedt de politie streng op. Daarom zijn ze naar Nederland gekomen. Ze vinden ons na?ef en goedgelovig.”

Tweakers-hoofdredacteur?Wilbert de Vries?zet vraagtekens bij de campagne van Opstelten. Volgens hem zijn het juist criminele bendes die de blokkering kunnen uitschakelen. “Uiteindelijk zijn er altijd clubjes die dit kunnen omzeilen. De gelegenheidsdief, de junk, zul je er wel mee afschrikken.” Verschillende hackers bevestigen dit aan de NOS. Opstelten is het niet met de experts eens. “Het heeft geen zin om het ?berhaupt nog te proberen. Het toestel is waardeloos.” Ook schrikt een toestelblokkering voldoende af volgens de minister. “De dief loopt dan tegen de lamp.”

Domme dieven?

Misschien zijn het alleen de ‘domme’ 1.0 dieven, maar toch zijn er al veel zaken bekend waarin criminelen gevonden zijn met dit soort diensten. Eerder blogden we ook over klopjachten naar telefoondieven waarbij?iPhones en tablets met deze software voor de oplossing zorgden. Onlangs plaatsten we nog?mooi Storify?verslag over zo’n zaak.

En het blijft niet bij telefoons. De app van?het automerk Tesla zorgde er ook voor dat?een gestolen auto is teruggevonden. Bekijk de video van hoe de zoektocht naar deze auto in zijn werk ging:?CBS News 8 – San Diego, CA News Station – KFMB Channel 8

Bronnen: NOS, Boefproof, Rijksoverheid.nl,?TBRNews,?HeraldSun,?Koin

Laboratorium voor Sociale Machines

MIT-Lab-Social-01

Twitter heeft onlangs?aan?MIT’s Media Lab?een bedrag van $10 miljoen dollar beloofd om de komende vijf jaar alle openbare tweets die ooit geproduceerd zijn te gaan analyseren. Allemaal voor een?goed doel: de wetenschap. En uiteindelijk toegepast in de praktijk natuurlijk, want voor veel doeleinden?zal meer kennis over het ‘Social Media DNA’ tot nieuwe doorbraken kunnen leiden. Het nieuwe?MIT project heet ‘Laboratory for Social Machines‘ (LSM) en zal diverse communicatiepatronen op social media bestuderen en Big Data Analytics voor diverse doeleinden gaan inzetten.

De onderzoekers willen voor?de gegevens diverse data visualisatie tools ontwikkelen en deze ook via apps ontsluiten voor het publiek, zodat iedereen diverse patronen inzichtelijk krijgt en ermee kan gaan?spelen. Een?van de belangrijkste onderzoeksvragen?van het project is om te kijken naar de krachten op sociale media die zorgen voor ‘negatieve energie’, ten opzichte van de ‘positieve energie’ op Twitter. Interessant als het gaat om diverse conficten en incidenten uit de wereld die we ook op dit blog hebben beschreven, maar ook om te kijken naar vroegsignalering van risico’s of hoe de teneur van communiceren ineens kan omslaan en?be?nvloed wordt.

Dit is niet de eerste keer dat Twitter heeft de inhoud van haar gebruikers aan onderzoekers aangeboden. In februari lanceerde Twitter het?Data Grants-program, waarin wetenschappers ook al gratis toegang kregen tot de data van Twitter. Wereldwijd zijn slechts zes onderzoeksinstellingen geselecteerd die aan de slag gaan met deze data, die alle tweets omvatten die ooit zijn verstuurd.?Bij TNO heeft Tijs van den Broek?zo’n plan ingediend en gegund gekregen. Twitter kreeg 1300 voorstellen binnen uit 60 landen. De gehonoreerde voorstellen zijn, naast dat van Twente, afkomstig van onderzoeksinstellingen in de Verenigde Staten, Groot-Brittanni?, Japan en Australi?.?Tijs?promoveert momenteel aan?de Universiteit Twente en werd een van de gelukkigen om?aan de slag met zijn onderzoek naar voorlichtingscampagnes over kanker.?Denk hierbij aan de baarmoederhalscampagne, maar ook vergelijking met de ALS #IceBucketChallenge, #Movember waarbij mannen hun snor lieten staan, maar ook de recente #FeelingNuts campagne mbt?teeltbalkanker. Tijs zegt erover: “Twitter wordt vaak ingezet bij campagnes over vroegtijdige opsporing van kanker. Wat zijn de factoren die de verspreiding versnellen? Wat is het effect? Blijven mensen na afloop van een campagne erover praten?”

Onlangs was Tijs nog bij SocialMediaWeek om erover te praten.

Wil je meer weten over dit soort campagnes falen of succes hebben, kijk dan nog eens terug naar de negatieve teneur rondom de baarmoederhalscampagne die in april 2009 startte. Onderstaande documentaire gaat in op de twijfel die jonge meiden hadden bij de inentingen en de invloed die social media toen had (uit 2011).

En over waar RIVM naartoe moest: “RIVM 2.0”

Al langere tijd bedachten veel onderzoekers hun eigen methodes om tweets op te graven, zoals het volgen van aardbevingen te volgen of om erachter te komen welke?restaurants je beter kunt mijden omdat mensen er ziek worden. En als het niet wist, Twitter?verkoopt publieke tweets al een tijdje aan adverteerders en marketeers. Het verschil deze keer is dat Twitter?ook nog eens miljoenen investeert, iets waar MIT’s Media Lab uiteraard blij mee is en een mooie aanvulling is op hun operationele budget van 45 miljoen.

Bronnen: Engadget, MIT, Twitter,

 

Van Sociale Media naar Sociale Politie?

dame edna

Facebook biedt excuses aan

Enkele weken geleden verplichtte Facebook de dragqueens?om hun echte naam te gebruiken zoals deze in het paspoort staat.Bij weigering zouden de profielen geblokkeerd? worden. Facebook?staat artiestennamen wel toe bij pagina?s, maar niet bij individuele profielen.

Een aantal travestieten ontving daarna van Facebook de melding dat hun account was geblokkeerd wegens het gebruik van een valse naam. Dat gaf aanleiding tot een fikse rel.?Een aantal travestieten uit San Francisco dreigden het sociale netwerk te boycotten. Voor veel travestieten is hun artiestennaam een belangrijk deel van hun identiteit, betogen zij. Bovendien heeft het een beschermende functie, bijvoorbeeld tegen stalkers. Het pas opgestarte sociale netwerk Ello (‘Je bent geen product’) profiteerde daar de jongste dagen van door zich in de kijker te werken als de plek waar transgenders w?l zichzelf (of iemand anders) mogen zijn. Heel wat transgenders maakten de jongste dagen de overstap naar Ello.

Volgens Facebook vermijdt het beleid?om echte namen te eisen?heel wat misbruiken zoals fraude en oproepen tot haat. Het is echter ook een sterk commercieel argument: bij Facebook weten adverteerders precies wie hun reclame te zien krijgt. Want aan een alias kun je moeilijker geld verdienen.

Facebook heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan travestieten en transseksuelen na verwijdering van profielen met een pseudoniem. Het sociale medium heeft beloofd het systeem zodanig aan te passen dat het gebruik van een alternatieve naam voortaan is toegestaan.

drag-queens-vs-facebook

Aanvankelijk liet Facebook weten dat er ‘andere manieren’ zijn voor travestieten en transgenders om zich op Facebook te profileren. Ze zouden een aparte facebookpagina kunnen aanmaken die is bedoeld voor bedrijven en publieke figuren. Maar volgens de travestieten zijn die pagina’s te verschillend van gewone profielpagina’s.

Producttopman Chris Cox?heeft nu namens Facebook zijn verontschuldigingen aangeboden. Volgens hem had een specifieke gebruiker de desbetreffende accounts gerapporteerd. Die kwamen tussen alle andere meldingen terecht. Daarvan is 99 procent terecht, aldus Cox. ‘Dat zijn slechte gebruikers die anderen pesten, trollen of bedreigen. We zagen daardoor het patroon niet.’
In een?publieke excuusbrief?richt Facebook zich met name tot de getroffen?LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender) groep?en belooft het sociale netwerk op termijn met een nieuw authenticatiebeleid te komen.

“We hebben begrepen hoe pijnlijk dit moet zijn geweest. Wij zijn jullie een betere service verschuldigd en zullen het beleid aanpassen zodat iedereen Facebook weer kan gebruiken zoals voorheen”, aldus Cox, die uitlegt dat de authenticatie bij Facebook al tien jaar zo werkt dat als een account als nep wordt aangegeven de gebruiker om?een vorm van identificatie?wordt gevraagd.

De real name policy is aangepast: je hoeft niet nu niet meer per se je echte naam te gebruiken, maar dient wel je ‘authentieke’ naam te gebruiken.?Daarmee bedoelt Facebook dat?mensen hun naam gebruiken zoals ze dat in het dagelijks leven doen. Voor Sister Roma is dat Sister Roma. Voor Lil Miss Hot Mess is dat Lil Miss Hot Mess.?Ook werkt Facebook aan betere functies?om dragqueens te identificeren.

Facebook wil dat gebruikers op het sociale netwerk hun eigen naam gebruiken omdat dat de persoonlijke communicatie bevordert, maar ook om misbruik tegen te gaan. Google’s sociale netwerk Google+ liet onlangs de eis om echte namen te gebruiken vallen. Volgens Google werden door die eis ten onrechte mensen buitengesloten.

Grotere gevolgen

Ruben Ramirez interviewde juridisch analisten, Vanessa Soman en Harmonica Sunbeam, een drag performer, op TheStreet om de implicaties van recente verbod Facebook te bespreken.?De beperking die door ’s werelds grootste social media website heeft gevolgen voor het nieuwe talent in de showbizz-industrie. Anders zouden?zij geen fanbase op kunnen bouwen zonder hun ware identiteit prijs te geven. Sommige fans zijn echte ‘die hards’ en zullen je gegevens makkelijk kunnen achterhalen als je je echte naam gebruikt.

Toch is privacy in de VS niet zoals in Europa onderdeel van de grondwettelijke bescherming waar burgers zich op kunnen beroepen.?Gelukkig voor deze en andere groepen die graag onder een alias actief zijn, was wat stampij in de media voldoende om Facebook te laten zwichten.

Bronnen: InsiderMonkey,?NPR, TechCrunch,?BBC, Volkskrant, Standaard

 

App: FireChat

firechatheader

FireChat is een mobiele app van Open Garden?die draadloze ad hoc mesh-netwerken kan gebruiken (via Bluetooth of Wifi) tussen?smartphones om berichten peer-to-peer (direct of via mobiele telefoonhubs) naar elkaar door te sturen. Zonder dat je dat via internet doet. Handig als je onder de radar wilt blijven, of als je weet dat de Chinese regering bepaalde internetdiensten blokkeert.

De app werd gelanceerd in maart 2014 (iTunes, Android) en werd voor het eerst populair in Irak nadat de overheid beperkingen oplegde voor het gebruik van internet. Maar het gebruik van dienst is pas echt onder aandacht gekomen bij de recente protesten in?Hong Kong. De ontwikkelaars zeggen erover: ” Mensen moeten begrijpen dat dit niet een app is die absoluut veilig is om alles in te delen, want er kan nog steeds iemand in het ad-hoc netwerk zitten die berichten afvangt en ze tegen je gebruikt. ” De app is volgens de makers niet expliciet bedoeld?voor?veilige of prive-communicatie, want er wordt (nu) nog niets versleuteld. Wel is het een manier van communiceren die onder de telecom en internetproviders uitkomt, want die heb je niet nodig met deze app.

iPhone Screenshot 3iPhone Screenshot 4iPhone Screenshot 5A screenshot of the Firechat app

Het werd gebruikt tijdens de massale Hong Kong protesten:

Hong Kong protesters

En in Irak was het eerder ook al zeer populair:

Bronnen: VentureBeat, USAToday, BBC, Forbes, IBTimes, Wikipedia, TIME

 

 

 

De moderne Sherlock app: innovatieve ondernemingen gezocht!

Het bruist overal van de?idee?n. En zeker als het gaat om veiligheid, zo blijkt wel uit de vele initiatieven en innovaties?die in de afgelopen tijd op dit blog verzameld zijn. Jaarlijks biedt TNO ook een aantal van haar productidee?n aan in het TNO programma ‘Technologie zoekt Ondernemer’. Hiervoor zoekt TNO?innovatieve ondernemers in het MKB, die perspectiefvolle productidee?n verder willen ontwikkelen en commercialiseren. Deze idee?n zijn gebaseerd op onderzoeksresultaten van TNO en sluiten aan bij een maatschappelijk thema of een economische behoefte.

Op 30 september 2014 heeft?Arnout de Vries het idee voor het Moderne Sherlock Holmes platform gepresenteerd. Het idee is simpel en in lijn met wat in het boek Social Media: het nieuwe DNA is beschreven: betere ondersteuning voor burgers die getuige of slachtoffer geweest zijn van een misdrijf in de vorm van een app en web platform. Er zijn al apps die in de buurt komen waarover we eerder blogden, zoals Self Evident, PhotoFit Me. Maar een complete aanpak waarin de burger meer empowered wordt en goed samenwerkt met de politie middels goede ondersteuning in het opsporingsproces is er nog niet. De app is bedoeld voor diverse delictsoorten en ondersteuning in het gehele proces van Plaats Delict?tot rechtsgang

Een voorproefje in de richting van dit idee gaf hij al tijdens de presentatie bij VINT waarvan hieronder de slides en video ook zijn opgenomen:

Arnout de Vries?from?VINTlabs ? The Sogeti Trendlab?on?Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

De moderne Sherlock Holmes?from?socialmediadna

Het SBIR proces voor ondernemers bestaat uit twee fasen:

1. Een haalbaarheidsstudie rond een productidee: maximale bijdrage van TNO is ? 32.500. Hiervan is ? 7.500 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 4 maanden;
2. De verdere uitontwikkeling van het productidee tot product: maximale bijdrage van TNO is ? 250.000. Hiervan is ? 75.000 renteloos krediet en ? 50.000 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 1,5 jaar.

In de verschillende fasen van dit programma werkt TNO samen met een externe beoordelingscommissie van de Technologiestichting STW. De TNO Raad van Bestuur beslist op basis van het advies van de commissie welke ondernemers (of groepen ondernemers) een opdracht krijgen voor de verdere ontwikkeling. Bij het toekennen van de ondersteuning richten wij ons met name op bedrijven die het product zelf kunnen produceren.

Bronnen: SBIR TNO,?VINT blog,?VINTsymposium2014

Grindr

Houd je identiteit zo goed mogelijk geheim.” Dat advies gaven de makers van gay dating-app Grindr hun Egyptische gebruikers. De politie daar maakt namelijk jacht op homo’s en gebruikt daarvoor sociale media. En in Rusland was het eerder raak met homojagers op VKontakte.?Maar ook apps als?SCRUFF en ?Manjam zijn potentieel gevaarlijk voor homoseksuelen.

Grindr?is een?app?gericht op?homoseksuele?mannen, en ook?de LGBT-gemeenschap (lesbian, gay, bisexual, and transgender)?met de DNR social versie van de app (iOS,?Blackberry OS?(RIM) en?Android). Door het delen van een locatie?kunnen gebruikers van Grindr zien welke mannen zich in de omgeving bevinden met?kleine profielfotootjes, die gerangschikt zijn naar afstand. Door het fotootje van een andere gebruiker aan te klikken, verschijnt een kort profiel en kun je chatten, foto’s versturen of je eigen locatie delen.?Grindr werd op 25 maart?2009?gelanceerd door het Amerikaanse bedrijf Nearby Buddy Finder en werd al snel wereldwijd gebruikt:?4 miljoen gebruikers in 192 landen op en op 18 juni?2012, waarvan 1,1 miljoen dagelijks online?kwamen. Ruim 1,5 miljoen gebruikers bevinden zich in de VS en met 350.000 is Londen de stad met de meeste gebruikers. In Nederland zijn er ca. 15.000 gebruikers. Op 8 september?2011?lanceerde Grindr een vergelijkbare applicatie onder de naam Blendr, die niet beperkt is tot alleen homoseksuele mannen en die ook mogelijkheden biedt voor het aangaan van niet-seksuele contacten.

Egypt

Waarschuwing

De waarschuwing op de app verscheen nadat vorige week zes Egyptische mannen werden veroordeeld tot twee jaar cel en dwangarbeid. Ze hadden via Facebook hun appartement voor 200 dollar aangeboden aan homo’s om daar seks te hebben. AirBnB wordt soms ook voor dergelijke diensten gebruikt overigens. De politie zag het bericht en pakte de mannen op.

Begin september werd voor het eerst bekend dat agenten in Egypte ook Grinder afspeurden. Ze deden zich voor als?ge?nteresseerde jongens, om zo in contact te komen met homo’s. De locatie van de Grindr-gebruikers bleek makkelijk?vast te stellen, dus grepen de makers in. De app houdt de afstand tussen geregistreerde jongens nu?geheim.

Homoseksualiteit is in Egypte niet strafbaar. Toch worden veel homo’s opgepakt en veroordeeld, omdat ze volgens de politie ‘losbandigheid’ of ‘schaamteloos gedrag’ vertonen. Een maand geleden werden in het land al?zeven mannen gearresteerd, omdat ze op een filmpje van een homohuwelijk stonden. Op de video zag je twee mannen ringen uitwisselen en zoenen voor een bruidstaart met hun foto’s erop. E?n van de verdachten zou later hebben gezegd dat het niet om een huwelijk ging, maar om een grap op een verjaardagsfeestje. In april kregen nog eens vier mannen acht jaar cel opgelegd, omdat ze een feest hielden waarbij de gasten vrouwenkleding droegen en make-up ophadden.

A screenshot of the Grindr app

Een campagnevoerder voor de homo gemeenschap die anoniem wil blijven, en op Grindr alleen bekend staat onder de naam Samia A, zegt: ?Sinds oktober 2013 is er echt een klopjacht gaande op homo’s in Egypte.”. Een onderzoek van Pew Research?wijst uit dat 95% van de Egyptische populatie homoseksualiteit niet goedkeurt. Ook toeristenorganisatie geven inmiddels waarschuwingen af voor homostellen. Vele sites (zoals GayEgypt)worden gescand en er worden door undercover agenten valse ontmoetingen gepland?om mensen uit te lokken en te pakken, om ze vervolgens niet alleen vast te zetten, maar er zijn ook veel signalen van mishandelingen en martelingen. Ze worden vervolgens gedwongen namen te noemen van anderen.

Grindr vertelde?The Independent: ?We monitoren en bekijken alle klachten regelmatig, en ook de veiligheid van onze leden. We bekijken bovendien hoe we onze eindgebruikers nog beter kunnen beschermen.?

Bronnen: LGBT Weekly, Independent, USvsTh3m, NOS

 

Crowdsuing

CrowdSuing LogoEr is een nieuwe manier om rechtszaken te kunnen bekostigen:?Crowdsuing.nl. Dit crowdfundingplatform verzamelt donaties van burgers om op die manier maatschappelijk relevante rechtszaken te kunnen voeren. Samen sta je sterk is het idee. Volgens advocaten geen gekke gedachte in tijden van voortschrijdende bezuinigingen en steeds hoger wordende griffierechten.?Met crowdsuing hebben we nu dus ook een moderne variant van het?eeuwenoude volkstribunaal.

Crowdsuing focust zich op het aan het licht brengen van onrechtmatig en oneerlijk gedrag van grote organisaties en hoopt daarmee dat gedrag op een positieve wijze te veranderen. Het platform is opgericht door Robbert Woltering (softwareconsultant), Rick Smets (architect) en Ronald Lenz (mediadeskundige) die zich ?maatschappijkritische professionals? noemen. Zij vinden dat grote organisaties en multinationals steeds meer de dienst uitmaken in onze samenleving. Woltering: ?In de media wordt dagelijks melding gemaakt van situaties waarin heel grote organisaties misbruik maken van hun machtspositie. Denk bijvoorbeeld aan telecombedrijven of banken die opeens hun algemene voorwaarden veranderen. Ze zijn redelijk onaantastbaar geworden. Als individuele burger ben je daar niet tegen opgewassen. Een petitie haalt meestal ook niets uit. Bedrijven komen te makkelijk met slecht gedrag weg. Daar willen wij iets aan doen door mensen een stem te geven waar het volgens ons telt: in de rechtszaal.?

De oprichters zagen consumentenprogramma’s als Kassa en Radar, waar verbolgen wordt?gedaan over vermeende misstanden bij bijvoorbeeld zorgverzekeraars en banken. Dan dachten we vaak, ja?en nu? Dan hoor je zo’n vertegenwoordiger beterschap beloven, maar je weet dat er vervolgens niets?verandert , zegt mede-initiatiefnemer Robbert Woltering.

We zijn niet tegen overleggen, maar grote bedrijven hebben er geen boodschap aan. Handtekeningen?en petities gaan gewoon de versnipperaar in. Consumenten moeten als ze een klacht hebben uren naar een?bandje luisteren, terwijl er niks wordt gedaan. Als een paar duizend mensen hier last van hebben en een?tientje storten, kunnen we bedrijven en organisaties aanspreken op hun verantwoordelijkheden waar het telt:?in de rechtszaal.

Algemeen belang

Crowdsuing.nl?is alleen bedoeld voor rechtszaken die voor iedereen van belang zijn of die een grote groep mensen treffen. Uitgesloten zijn individuele kwesties zoals echtscheidingen of burenruzies. Het moet dus gaan om een algemeen belang en bovendien moet de zaak juridisch haalbaar zijn. De initiatiefnemers zijn geen jurist en werken daarom samen met zes advocatenkantoren waaronder Teurlings & Ellens en Eisenmann & Ravestijn, beide gevestigd in Amsterdam. Een panel van advocaten beoordeelt of er sprake is van een algemeen belang en of de zaak kansrijk is. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, wordt de zaak op de site geplaatst en opengesteld voor donaties. Doneren kan vanaf tien euro. Zes procent van de opbrengst gaat naar het platform zelf.

Als voldoende geld is opgehaald, zal een of meerdere van de betrokken advocaten de zaak behandelen. Hoeveel geld nodig is hangt af van de kwestie en het aantal uren dat de advocaat daarmee verwacht bezig te zijn. In overleg met hem maakt Crowdsuing een inschatting. Daarbij worden de proceskosten van de tegenpartij (voor het geval de zaak wordt verloren) en administratieve kosten opgeteld. Met de samenwerkende advocatenkantoren is een uurtarief van maximaal 250 euro afgesproken. Woltering verwacht voor de minst ingewikkelde rechtszaak circa 20.000 euro nodig te hebben. Hij benadrukt nog dat Crowdsuing niet vast aan bepaalde kantoren verbonden wil zijn. ?We willen het juridische netwerk uitbreiden. Elke ge?nteresseerde advocaat kan zich melden.?

Verdrukking

?Ik zie Crowdsuing als een nieuwe vorm van gefinancierde rechtsbijstand?, zegt advocaat Ronnie Eisenmann. ?We zien dat de overheid zich noodgedwongen steeds verder terugtrekt. Het wordt steeds lastiger om gefinancierde rechtsbijstand te krijgen en de toegang tot de rechter wordt ook beperkter door hoger wordende griffierechten. Het halen van je recht komt meer en meer in de verdrukking. Crowdsuing kan in bepaalde gevallen een oplossing bieden. Ik denk dat zich daarvoor zeker wel tientallen zaken per jaar lenen.?

Advocaat Michiel Ellens sluit zich daarbij aan. ?Door bezuinigingen wordt het soms moeilijker om rechtszaken te kunnen starten en dat zal de komende jaren toenemen. Daarnaast wordt de samenleving complexer en zien mensen zich soms geconfronteerd met grote partijen, waartegen niet op te boksen is, of men durft dat niet aan. Of men laat het zitten omdat het belang relatief beperkt is. Maar voor veel mensen tezamen kan het een groot belang zijn en via Crowdsuing kan daar mogelijk dan wel tegen worden opgekomen. Wij als kantoor willen daar dan ook aan meewerken door op die manier die mensen een stem te geven en zaken door een rechter te laten toetsen.?

Campagne

Vanaf half september kan het publiek nu donaties storten. Een van de eerste Crowdsuing-zaken gaat over het verkopen van betaalgegevens door een bank. Er komt ook een zaak over misleidende labels op voedselproducten. Maar het eerste bedrijf dat via?crowdsuing voor de rechter moet worden gebracht is ABN Amro voor het misbruiken van?persoonsgegevens.?Als 3750 mensen de komende weken een tientje?overmaken kunnen we de zaak starten , zegt privacyvoorvechtster Ancilla Tilia, het boegbeeld van de eerste?inzamelingsactie. De ervaring met andere crowdfundingprojecten leert dat we het geld waarschijnlijk al?binnen twee weken binnen hebben, zodat we binnen zestig dagen een dagvaarding de deur uit kunnen?doen.

Banken gaan zonder toestemming door je betaalgegevens, je meest private bezit. Ze weten precies?waar je bent, wat je doet, wat je hobby’s zijn, van welk eten je houdt. En vervolgens gebruiken ze deze?informatie voor commerci?le doeleinden zonder dat klanten daar bewust toestemming voor geven , zegt ze.

Klanten reageerden maart dit jaar furieus toen ING aankondigde betaalgegevens van klanten te willen?delen met bedrijven. Andere banken, waaronder ABN Amro, ontkenden op dat moment zulke plannen te?ontwikkelen. Groot was dan ook de verbazing toen een klant niet lang daarna ontdekte dat ABN Amro deze?persoonlijke informatie allang gebruikt voor commerci?le doeleinden. Zonder medeweten, laat staan?toestemming, van de klanten , aldus de privacyvoorvechtster, die onder meer werkte bij Bits for Freedom.?De man die de zaak aankaartte, kreeg van een bedrijf in babyspullen een aanbieding voor een buggy?nadat ABN Amro op zijn rekening had gezien dat hij sinds korte tijd kinderbijslag ontving. De bank?bevestigde dat er door derde partijen persoonlijke aanbiedingen worden gedaan op basis van?transactiegegevens.?Individuen of kleine organisaties kunnen het gevoel hebben dat hier niets tegen te doen valt, maar?niets is minder waar , zegt Woltering. Die zegt ook graag Vodafone voor de rechter te willen zien met publiek?geld. Beltegoeden verdwijnen daar wanneer het nieuwe abonnement ingaat, zonder dat dit wordt gemeld.
Of men biedt tweejarige contracten aan die in eerste instantie verboden zijn door Europese wetgeving. En?wat te denken van organisaties die onze privacyafspraken aan hun laars lappen.

Maar daar heeft de overheid toch allerlei controlerende instanties voor in het leven geroepen, zoals het College Bescherming Persoonsgegevens? Of de Autoriteit Financi?le Markten en de Nederlandse Zorgautoriteit? Die instellingen vinden wij g?nant. Die doen amper iets voor burgers. Het zijn meer lobbyorganisaties , vindt Woltering. De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is het onder de aandacht brengen van Crowdsuing bij het publiek, vertelt Woltering. ?In september starten we met een grote campagne. We gaan zorgen dat we op tv komen bij de bekende talkshows en programma?s en zullen veel van ons laten horen via virale marketing zoals Twitter en Facebook.?

Inmiddels zijn de drie oprichters ook al bezig om een Crowdsuingplatform in Amerika op poten te zetten.

Bronnen: Mr-Online,?Thnk.org, Crowdsuing.nl, De Telegraaf (2 oktober 2014)