Auteursarchief: Arnout de Vries

‘Social Media: Het Nieuwe DNA’ bijzonder goed ontvangen

Onlangs verscheen bij uitgeverij Reed Business Education ‘Social media: het nieuwe DNA’. In dit boek van Arnout de Vries (TNO) en Frank Smilda (Nationale Politie) laten de auteurs zien hoe social media de opsporing fundamenteel verandert, een revolutie in opsporing. Een ontwikkeling die zich politiebreed zal doen voelen.

Recensent Gerard Blonk, voormalig officier van justitie, strafrechter en directeur van de rechercheschool, is nu forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten. Zijn indruk: een overrompelend en intrigerend boek dat bovendien zeer toegankelijk is geschreven. Een topper dus. Dat komt mede doordat de auteurs gebruik hebben gemaakt van recente voorbeelden, zoals de Facebook-moord en de Kopschoppers van Eindhoven. Ze laten overtuigend zien hoe web 1.0 plaats maakt voor web 2.0 en burgerparticipatie meer en meer opschuift richting burgeropsporing. De burger is niet langer slechts consument van informatie, maar verlangt een actieve rol. De politie zal hierop moeten inspelen, omdat het gevaar van eigen richting bestaat. Bovendien is het lang niet altijd zo dat de opsporing gemakkelijker wordt als iedere burger alles via social media te weten komt.

Praktisch handboek

Naast de 8 Gouden W?s (wie, wat, waar, wanneer, welke wijze, waarom, waarmee, wetenschap) van opsporing gekoppeld aan social media schetsen de auteurs tevens een helder beeld van de dilemma?s waar iedere opsporingsambtenaar mee te maken krijgt zodra hij of zij besluit social media in de eigen portfolio op te nemen. Daarmee is het boek een praktische leidraad geworden voor de politie als het gaat om het gebruik van social media. Een social media-ABC en een misdaad-ABC besluiten het boek. Lezers die zowel de in het boek beschreven zaken als nog actuelere gebeurtenissen willen volgen kunnen dit doen op het blog van de auteurs van het boek, dat hierop voortbouwt: socialmediadna.nl.?U kunt het boek vinden bij uitgeverij Reed Business Education.

leestips

Secondant van het CCV geeft ook 4 leestips waarin het boek is opgenomen:

Sociale media voor veiligheid

De digitale rechercheur is de nieuwe Sherlock Holmes. En dat komt door de groeiende invloed van sociale media op de opsporingspraktijk, zeggen Arnout de Vries en Frank Smilda. Want in de virtuele werelden van Twitter, Facebook, YouTube en andere sociale media ontstaan nieuwe mogelijkheden voor misdaadbestrijding ? en voor burgerparticipatie.

Social media. Het nieuwe DNA?laat zien hoe sociale media zich hebben ontwikkeld, wat dit betekent voor de politie en haar veiligheidspartners, en welke ontwikkelingen nog te verwachten zijn. Daarbij stellen de auteurs dat de sociale media nu ? net als het DNA-onderzoek 30 jaar geleden ? een revolutie in de opsporing veroorzaken. De open, interactieve, laagdrempelige internettechnologie biedt nieuwe gelegenheden voor criminaliteit. Maar ook voor informatievergaring en voor samenwerking tussen veiligheidsprofessionals en burgers. En daarmee kunnen de pakkans en heterdaadkracht verbeteren.

“Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop”

De Vries en Smilda geven voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en delen kennis uit de wetenschap. Lezers krijgen uitleg over bijvoorbeeld prosourcing, grid computing, profiling, misdaadkaarten en de Wet van Zuckerberg. Ook misdaadfenomenen zoals bezemen, sexting?en Pleaserobme.com komen aan bod. Daarnaast bespreekt Social media. Het nieuwe DNA?10 dilemma?s over het gebruik van sociale media in de lokale veiligheidspraktijk. En een stappenplan helpt politiemedewerkers en burgers om sociale media in te zetten om Nederland veiliger te maken.

Waarom lezen?

Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop. Omdat dit soort ontwikkelingen niet stilstaat, is Social media. Het nieuwe DNA?gekoppeld aan een Twitter-account en blog. Op Socialmediadna.nl staan recente voorbeelden die zijn voorzien van achtergrondfilms, rapporten, en analyses van experts. Zodat iedereen kan volgen of de voorspelde opmars van Google Glass en predictive policing?nabij is.

Seminar

Om over de onderwerpen?uit het boek verder te discussi?ren?wordt op 10 februari 2015 het seminar ‘De Moderne Sherlock’ gehouden over (online) burgeropsporing. Dit vindt plaats in het Veiligheidsmuseum P!T te Almere.

Bronnen: TNO, Secondant

Digitale dialoog. De sociale media-almanak voor gemeenten

digiloog

Gemeenten zetten stappen bij het inzetten van sociale media. Ten opzichte van 2013 luisteren gemeenten in 2014 beter naar de berichten op sociale media. Vragen worden ook beter beantwoord. Gemeenten begrijpen steeds beter dat sociale media serieus genomen moeten worden en zien het belang ervan in.

We zijn er echter nog niet. Samen met een groep experts uit gemeenten, ontwikkelden David Kok en HowAboutYou daarom een ?groeimodel sociale media voor gemeenten?. In Digitale Dialoog, sociale media-almanak voor gemeenten, wordt het groeimodel in de verschillende hoofdstukken uitgewerkt en het boek biedt zo ambtenaren en bestuurders inspiratie hoe sociale media in te zetten.

Digitale Dialoog is na Sociaal kapitaal en Sociale gemeenten het derde boek dat David Kok samenstelde. De hoofdstukken zijn geschreven door ambtenaren, bestuurders, sociale media-adviseurs, mensen uit het bedrijfsleven en uit het wetenschappelijk onderwijs. Hierdoor wordt het gebruik van sociale media door gemeenten vanuit vele verschillende invalshoeken belicht.

David Kok werkt sinds 1 juli 2013 bij de gemeente Almere als social media manager van de gemeenteraad. Daarvoor werkte hij elf jaar in verschillende functies binnen de gemeente Amsterdam. Het redactiewerk van dit boek doet hij op persoonlijke titel.

Sinds 2012 werkt hij samen met HowAboutYou aan Gemeentebuzz.nl. Gemeentebuzz.nl brengt de inspanningen van gemeenten op sociale media in kaart. HowAboutYou ondersteunt overheden bij het benutten van de kansen die sociale media bieden. HowAboutYou heeft dit jaar het onderzoek naar het gebruik van sociale media door gemeenten uitgevoerd en geholpen bij de realisatie van dit boek.

Het boek is ingedeeld naar de fasen van het groeimodel dat Ewoud de Voogd en Coen G?ebel onlangs hebben gepresenteerd op Frankwatching. In het hoofdstuk In stappen groeien naar de netwerkende gemeente dat in het eerste gedeelte is opgenomen, is het groeimodel tevens nader toegelicht. Tevens is per fase een toelichtend hoofdstuk opgenomen. De hoofdstukken uit de vorige boeken zijn tevens ingedeeld naar het groeimodel.

Voorwoord: op zoek naar een goede wisselwerking tussen overheid en burger ? Bas Eenhoorn
Inleiding: tijd voor de volgende stap online ? Ewoud de Voogd & David Kok

Sociale media en gemeenten: stand van zaken 2014

Sociale media, de laatste cijfers ? David Kok
Maar wat wil die burger nou? ? David Kok
Burgers twitteren niet met de gemeente ? Peter Joosten
Gemeenten en sociale media 2014, van claxoneren naar converseren ? Niels Loeffen, Ewoud de Voogd & David Kok

In stappen groeien naar de netwerkende gemeente ? Coen G?ebel, Niels Loeffen & Ewoud de Voogd
De raadsgriffie en sociale media: op zoek naar content ? David Kok

> Fase 1: introductie

Van ranking the stars naar ranking the ambtenaar ? Lieke en Richard Lamb
De digitale kloof dichten ? Hans Versteegh
welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? ? Chris Aalberts
De Nationale Postcode Loterij als social business ? Selma Hetharia
De gemeentetweet ? het sociale netwerk met twee gedaanten ? Piet Bakker
Waarom alle ambtenaren moeten twitteren (of niet) ? ruim 200 tweets van ongeveer 35 deelnemers aan een tweetup, uitgeschreven door @davidkok
De business case voor sociale media bij gemeenten ? Boyd Hendriks
Interactie en participatie: het wiel is al uitgevonden! ? Ronilla Snellen
Externe ondersteuning bij het opstarten van sociale media ? Niels van Laatum
Interactief communiceren voor politici werkt ? Sanne Kruikemeier

> Fase 2: introductie

Bijblijven op de digitale snelweg ? Coen G?ebel
Want een film zegt eigenlijk veel meer dan een pak papier ? Merel van Kessel
Webinars: vraag het de burgemeester! ? Nico Verspaget & Joris Kok
Netwerken op LinkedIn ? Jan Willem Alphenaar
De kracht van LinkedIn voor de afdeling HR ? Jacco Valkenburg
Webcare: hoe gaat het gemeenten werkelijk af? ? Oliver de Leeuw
De basis van webcare ? Jeroen ?s-Gravendijk
Intern online communiceren: naar slimmer werken ? Huib Koeleman
De kracht van interne sociale media ? Hilda Boerma & Koen Wemmenhove
Organiseren zonder e-mail ? Kim Spinder
Hoe schrijft u een bericht van waarde ? Pieter Flieringa
Webrichtlijnen: waarom ook alweer? ? Gerrit Berkouwer
In een modern archief past ook sociale media ? John Jansen
Hoe om te gaan met privacy van burgers ? Tinga Kleefman
Hoe vrijblijvend is het gebruik van sociale media ? Roy Johannink, Eveline Heijna & Miranda Brummel
Paringsdans van twitterende raadsleden tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ? Niels Loeffen & Aart Paardekooper
Raad uit de spagaat ? Pascale Georgopoulou
Communiceren vanuit de raadsgriffie ? Pascale Georgopoulou & David Kok

> Fase 3: introductie

Utrecht en de ontwikkeling van social ? Peter-Paul Hellings
Bijzondere mensenwerk ? webcare bij de gemeente Rotterdam ? Petra Berrevoets
Co-creatie: bezint eer ge begint ? Joyce van Dijk
Cocreatie met netwerken: samen bereik je meer! ? Abdul Advany & Martijn van der Weijden
?Mensen willen best meehelpen aan het verbeteren van hun buurt, maar van de gemeente willen ze vooral zo min mogelijk last hebben.? ? David Kok in gesprek met Willem Dudok
Doen en duiden in de Doe-Democratie ? portaal voor participatie ? Jens Steensma
Gemeente Eersel voorstander WhatsAppgroepen voor buurtpreventie ? Nicky Fischer-van de Vliert & Michiel Oldenhof
Gemeentelijke ?communiticatie? ? gebruik bestaande buurtcommunities ? Lex de Jong
Heeft het buurtinitiatief toekomst ? Linda Commandeur
De opkomst van online burenhulp platformen ? Roosmarijn Busch
De Open Buurtbegroting: voor participatie en transparantie ? Jeroen van Spijk
Praktijk met digitale en interactieve Planning en Control ? Mark van Dam & Herrie Geuzendam
De (digitale) toekomst van de gezonde wijk ? Janine van Oosten-Bake & Gerco Buijk-Dijkstra
?Luisteren, duiden, doen? in de praktijk ? Aart Paardekooper
Passende communicatie (met Factor-C) ? Carola de Vree-van Wagtendonk
Content is koning, strategie de keizer ? David Kok in gesprek met Xaviera Ringeling
(Be)sturen en verbinden in Losser ? Michael Sijbom & Irma Nadorp
Sociale media voor de wethouder ? Kees Telder

> Fase 4: introductie

Kanteldenken over sociale media bij de overheid ? Nynke Schaaf
Het hernieuwde maakbaarheidsgeloof ? David Kok in gesprek met Dimitri Tokmetzis
Government follows Technology: Online. Altijd. Overal. ? Ger Baron
Een beter imago begint bij jezelf ? David Kok in gesprek met Thomas Marzano
De Online Communicatie Architect ? Annemarie van Campen
Van monitoren naar anders handelen ? Renata Verloop & Marije van den Berg
De burger is koning. Je medewerker superheld! ? Sofie Verhalle & Elien Vanhaesebroeck
Organisatie/gemeente overstijgend samenwerken, hoe doe je dat? ? Robin Albregt
De toekomst van digitaal; hoe ga je om met mobiel, draagbare technologie en het ?internet van dingen? ? Brechtje de Leij

infographic onderzoek sociale media en gemeenten

Activiste twitterde over drugskartels, kartels twitterden over haar moord

kartel

‘Vrienden en familie, vandaag komt er een einde aan mijn leven.’ Het is een van de laatste tweets van Mar?a del Rosario Fuentes Rubio, een vrouw die onder haar alias Felina berichtte over het aanhoudende drugsgeweld in Noord-Mexico.

,,Pas op Felina, we komen steeds dichterbij.” Deze waarschuwing ontving een Mexicaanse burgerjournaliste twee weken geleden via Twitter. Maria Fuentes Rubio, die medeburgers via Twitter en Facebook waarschuwde voor bendegeweld, kon toen nog niet vermoeden hoe dichtbij de drugskartels al waren.

Haar duizenden Twitter-volgers kregen de schrik van hun leven toen er vanaf haar account plotseling een afschuwelijke boodschap werd verstuurd. Daarbij werd voor het eerst ook haar echte naam onthuld; Felina was alleen haar schuilnaam. ,,Vrienden en familie, mijn echte naam is Maria del Rosario Fuentes Rubio, ik ben arts en vandaag is aan mijn leven een einde gekomen”, is wat haar volgers op Twitter lazen. Daarna volgden vanaf haar account waarschuwingen aan andere twitteraars die, net als Fuentes Rubio, online verslag deden van de misdaden van drugskartels in de Mexicaanse staat Tamaulipas.

Vorige week woensdag ontvoerde een groep gewapende mannen Mar?a del Rosario Fuentes Rubio voor de deur van het Mexicaanse ziekenhuis waarin zij werkte. Een dag later werd zij vermoedelijk vermoord.?Nu was het natuurlijk nog mogelijk dat hackers het account van Fuentes Rubio hadden gekaapt en haar volgers slechts schrik aanjoegen. Al snel bleek het niet alleen om intimidatie te gaan. Bij de laatste tweet waren ook twee foto’s gevoegd. Een van Fuentes Rubio die gelaten in de camera kijkt. En een tweede waarop ze met bebloed gezicht en aan elkaar gebonden handen op de grond ligt. Dat beeld laat niets te raden over, ook al is haar lichaam nu – ruim een week later – nog altijd niet gevonden.

Het is een daad die normaal gesproken weinig aandacht zou krijgen in een land waar sinds 2006 tienduizenden drugsdoden vielen. Het is vooral de onheilspellende wijze waarop haar dood naar buiten is gebracht die nu de aandacht trekt. Deze?ontvoering van Fuentes Rubio is daarmee meer dan een voetnoot in de?onbarmhartige nieuwsstroom van het land, vooral vanwege het Twitter alter ego dat de vrouwelijke arts erop na hield.

17 vermoorde journalisten sinds 2006

 Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid.
Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid. ? epa

Fuentes Rubio was in haar vrije tijd een van de personen achter ‘Valor por Tamaulipas’ (Moed voor Tamaulipas), een van de grootste burgerjournalistieke initiatieven van Mexico met meer dan 100 duizend digitale volgers op Facebook en Twitter. Onder haar alias Felina berichtte ze over aanslagen, ontvoeringen en andersoortig drugsgeweld. ‘Sinds 12:25 uur zijn er explosies en vuurgevechten in Ca?ada/Fuentes. Pickups rijden met hoge snelheid door de straat’, aldus een van haar berichten. Of: ‘In Balcones, op de hoek van de Evereststraat, staan twee witte Fords met drie gewapende mannen eromheen.’ Ook vroeg ze slachtoffers om via haar medium hun verhaal te delen.

Twitteraars als Felina zijn in het noorden van Mexico populair omdat nieuws over drugsgerelateerd geweld daar lang niet altijd de lokale en regionale media haalt. Volgens de Committee to Protect Journalists, een Amerikaanse non-profitorganisatie, komt dat mede omdat er sinds 2006 al 17 Mexicaanse journalisten werden vermoord die zich ooit kritisch uitlieten over drugskartels. Andere organisaties noemen veel hogere aantallen, doordat verschillende definities van journalisten worden gehanteerd. Kranten in het gewelddadige Tamaulipas, grenzend aan de VS waar de drugs worden afgezet, durven al lang niet meer over de kartels te schrijven. Een gevolg is dat burgers voor wat betreft lokaal nieuws vrijwel volledig afhankelijk zijn van vaak anonieme burgerjournalisten, zoals Felina.

 De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten
De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten ? Twitter
Mexico Violence
Demonstraties worden gehouden door docenten en anderen als protest tegen het verdwijnen van 43 studenten uit?Isidro Burgos op 17 oktober 2014. Onlangs werd door rechercheurs een massa graf gevonden met 28 lichamen. (AP Photo/Eduardo Verdugo)

Lange tijd was Fuentes Rubio actief op de Facebook-pagina Valor por Tamaulipas, oftewel Moed voor Tamaulipas. Daar verschijnen foto’s van gevonden lichamen, berichten over vermiste personen en waarschuwingen om gebieden te mijden als er vuurgevechten zijn. Die laatste berichten kwamen lange tijd vaak van Fuentes Rubio, die daarvoor over een netwerk van contacten leek te beschikken.
Een betrekkelijk onschuldige bezigheid zou je zeggen. Bedoeld om medeburgers te beschermen tegen bendegeweld. De twee kartels die in Tamaulipas de dienst uitmaken, het Golfkartel en de Zetas, denken daar anders over. De anonieme beheerder van de Facebook-pagina zei vorig jaar tegen het Duitse blad Der Spiegel dat medewerkers al jaren werden bedreigd. De kartels vinden dat de site te veel nadruk legt op hun activiteiten, terwijl er te weinig aandacht zou zijn voor misdaden door de politie en corruptie binnen de overheid.

Valor por Tamaulipas bei Twitter: "Die Zeit wird zeigen, was mit mir passiert."

Het liefst leggen de kartels de bevolking volledig het zwijgen op. ,,De georganiseerde misdaad bepaalt alles wat er in mijn staat gebeurt. Wie zich tegen de maffia uitspreekt, wordt bedreigd, geslagen en ge?xecuteerd”, zei de beheerder tegen Der Spiegel. Op haar eigen Twitter-account zou Fuentis Rubio zich kritischer over de kartels hebben uitgelaten dan Valor por Tamaulipas verstandig achtte.
Door Fuentis Rubio uit te schakelen, hopen de kartels waarschijnlijk ook andere kritische burgers te intimideren. De lokale activist Eduardo Cantu, die het afgelopen mei nog aandurfde om in de havenstad Tampico een vredesdemonstratie te organiseren, zei tegen AP te verwachten dat de dood van Fuentis Rubio inderdaad gevolgen zal hebben. Cantu: ,,Ik denk dat veel mensen na gaan denken of ze hun werk op sociale media willen voortzetten. Als het waarschuwen van andere burgers voor gewelddadigheden al een reden is om je te vermoorden, dan staat het er slecht voor.”

35 duizend euro beloning

Een gegeven dat tot grote onvrede bij de plaatselijke kartels leidt, blijkt wel uit de ongeveer 35 duizend euro die anderhalf jaar geleden beschikbaar werden gesteld in ruil voor de ware identiteit van Felina en haar collega’s bij ‘Valor por Tamaulipas‘.

Maar ondanks de prijs op haar hoofd en aanhoudende bedreigingen bleef haar echte naam altijd geheim, totdat ze vorige week woensdag – volgens Mexicaanse websites bij toeval – werd ontvoerd samen met twee andere artsen. Toen haar kidnappers vervolgens op haar telefoon keken, zagen ze met wie zij eigenlijk te maken hadden, waarna ze besloten een punt te maken.

cartel

‘We zijn dichterbij dan jullie denken’

Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.

Een van de laatste tweets van Felina

Een dag later werd via haar telefoon een reeks tweets de wereld ingestuurd. ‘Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.’ ‘Vandaag ontmoet ik de dood, terwijl er niets is veranderd. @Bandolera7 @civilarmado_mx @ValorTamaulipas, sluit jullie accounts. Speel niet met je eigen veiligheid en die van je familie, zoals ik dat deed.’ En tot slot: ‘We zijn dichterbij dan jullie denken’, gevolgd door de twee foto’s met op de laatste een vermoedelijk dode Fuentes Rubio.

Hoewel alles wijst op een moord, bevestigt het Mexicaanse Openbaar Ministerie vooralsnog alleen haar ontvoering omdat er nog geen lichaam is gevonden. De twitteraccount van activiste Felina werd uren na haar laatste reeks berichten in ieder geval definitief afgesloten.

Bronnen: Volkskrant, The DailyBeast, Nola, NRC Next (25 okt 2014), Der Spiegel, Latin Post

Lessen uit crises en mini-crises 2013

mini crises 2013

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.

In het NRC stond een artikel naar aanleiding van de verschijning van het boek met als titel “De politie weet zich nog altijd geen raad met likes, tweets en sharen; Het zorgde voor heksenjachten”. Autoriteiten snappen het belang, maar worstelen social media.

Mosterdgas

Er ligt mosterdgas in het appartement en de kelderbox van een overleden scheikundeleraar, zo vertelt zijn broer aan de brandweer. Hulpdiensten treffen het mosterdgas aan in goed afgesloten potten. De burgemeester besluit tot snelle verwijdering, het is inmiddels avond. Hulpdiensten evacueren het appartementencomplex. De bewoners, ruim honderd in getal en veelal oud, horen dat zij waarschijnlijk rond middernacht kunnen terugkeren naar hun woning. Die boodschap blijkt te optimistisch: pas om half vijf ’s ochtends zijn de stoffen verwijderd. De bewoners moeten de nacht elders doorbrengen.

Vanwaar de haast van de hulpdiensten? Die potten waren toch goed afgesloten? Waarom begonnen ze in de avond met hun actie, en niet de volgende ochtend, zodat ze meer marge zouden hebben v??r evacuatie nodig zou zijn?

Antwoord: de autoriteiten vreesden voor onrust en verontwaardiging onder de bevolking. Mosterdgas in een wooncomplex! En de hulpdiensten wachten een hele nacht voor ze aan het werk gaan! Sociale media zouden het nieuws vliegensvlug verspreiden, heel Nederland zou er wat van vinden. En dus kozen de autoriteiten voor een snelle operatie en weinig voorbereidingstijd. Met een plots nachtje weg voor honderd Nederlanders als gevolg.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), en zijn collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs hebben de eindredactie van het boek?boek Lessen uit crises en mini-crises 2013, dat onlangs?verscheen. Daarnaast staan er nog zeventien optredens van overheid en hulpdiensten bij crises en belichten daarbij ook de rol van sociale media. Die hebben grote invloed op crisismanagement, zo blijkt keer op keer uit het boek.

Autoriteiten worstelen met de sociale media.
Zijn overheid en hulpdiensten daar dan nog niet van doordrongen? Jawel, zegt Van Duin. ,,Maar w?ten dat sociale media belangrijk zijn, is iets anders dan er adequaat mee omspringen.”
Dat bleek ook in Eindhoven. Een aantal jongens uit een groep van acht schopte een student vorig jaar op een avond tegen het hoofd. De politie liet de beelden van bewakingscamera’s zien via Omroep Brabant. Sociale media namen het filmpje over. De onderbuik van Nederland deed de rest: foto’s van alle acht jongens verschenen online, hun namen, telefoonnummers en adressen ook. Allen werden bedreigd. Een negende jongen ook, met toevallig dezelfde voor- en achternaam als een van de acht.

De rechter veroordeelde drie van de acht tot ruim een half jaar jeugddetentie. Maar hij paste een strafvermindering van enkele maanden toe wegens de online heksenjacht. Een tik op de vingers voor het Openbaar Ministerie. In deze casus had justitie de kracht van sociale media juist weer onderschat. Van Duin: ,,Justitie had kunnen volstaan met het tonen van stills van de bewakingsbeelden.” Ook effectief. En zulke stilstaande beelden hadden voor minder opwinding gezorgd.

Bij de vermissing van de broertjes Ruben en Julian, in mei 2013, zorgden sociale media voor een razendsnelle mobilisatie van hulptroepen. Honderden burgers gingen meezoeken in bossen. De politie had haar bedenkingen, schrijven Van Duin en Wijkhuijs. ,,Een dergelijke massale ‘sporenvernietigingsoperatie’ werd niet echt op prijs gesteld.”
Tegenhouden van de goedbedoelende hulptroepen was echter geen optie – ze waren te talrijk. De politie besloot de burgerzoektochten te laten begeleiden door politievrijwilligers, en dat ging met ‘vallen en opstaan’.

Politievrijwilligers werden op pad gestuurd ,,met grote groepen mensen” maar ,,zonder stafkaarten” en in gebieden ,,waarvan later bleek dat die eerder al door de Mobiele Eenheid en mariniers waren doorzocht”. Later verliep de samenwerking tussen politie en burgers overigens beter – meer overleg, meer afstemming.
Sociale media deden zich ook gelden in Deventer, augustus vorig jaar. Twee pedofielen – onder wie Marthijn Uittenbogaard, bekend van pedofielenvereniging Martijn – waren voor een paar dagen in de stad. Naar eigen zeggen om een ,,verslaafde vriend” te helpen.

Maar al snel ging het gerucht dat de twee zich in Deventer wilden vestigen. Sociale media verspreidden en versterkten het gerucht. Er kwam er een bij: ze zouden zich in de flat Parkzicht bevinden.
Opnieuw onwaar. De twee waren de stad inmiddels uitgevlucht. Maar de geruchten hielden aan en sociale media trommelden de demonstranten op. En zo schoolde een woedende menigte samen voor een flat waarin de twee hoofdpersonen zich niet bevonden. Agenten zeiden dat herhaaldelijk tegen de demonstranten, maar ze werden niet geloofd. Toen betogers vervolgens ook nog ruzie met flatbewoners gingen maken greep de politie in en keerde de rust terug. Volgens Van Duin waren veel van de demonstraten ,,rabiate activisten tegen pedofilie”. ,,Die mensen zijn nauwelijks te overtuigen, zo sterk geloven ze in de rechtvaardigheid van hun acties.”

Volgens Van Duin moeten overheid en hulpdiensten blijven nadenken over de manier waarop ze met sociale media moeten omgaan, want ,,de invloed wordt alleen maar groter”. Maar, benadrukt hij: de overheid kan niet ?lles oplossen. Zie de ,,zotte situatie” in Deventer, zegt Van Duin. ,,Er was niks aan de hand, maar er was wel een probleem. Dat is een beangstigend aspect van de sociale media.”

Bronnen:?NRC next, 8 oktober 2014 en Politieacademie

Social Media als theater? – RT to Kill

De grap had zich moeten ontwikkelen aan de hand van drie getwitterde foto?s. Op de eerste was een geweer te zien, op de tweede een bloedend slachtoffer, en op de derde zat een jongen naast een politieauto op de grond.

Op 11 maart stond twitteraar @StillDMC ?s nachts voor een raam in de binnenstad van Los Angeles. Daar maakte hij een foto van zijn geweer. De loop stond gericht op ? wat leek ? een paar voorbijgangers die op een straathoek in de verte stonden. Om iets na middernacht twitterde hij bij de foto dat hij bij honderd retweets een voorbijganger neer zou schieten. Al snel had hij meer dan honderd retweets.
Een half uur later twitterde hij: ?Man down. Mission Completed.? Deze keer met een foto van een jongeman die op de grond lag, met zijn hand op zijn borst. Op de donkere, pixelige foto leek het alsof de man een wond op zijn borst had.
killDMC
De volgende dag werd de twintigjarige Dakkari McAnuff gearresteerd door de politie van Los Angeles. In het politierapport staat dat de rechercheurs afbeeldingen hebben gevonden van een onbekend soort geweer dat op verschillende straten in Los Angeles is gericht. @StillDMC?werd ontmaskerd als McAnuff en zijn verblijfplaats werd bevestigd. Rond het middaguur arriveerde de politie bij het appartementencomplex van de 22-jarige Zain Abbasi, waar McAnuff op dat moment over de vloer was.
Volgens Abbasi werd hij door de congi?rge van het gebouw naar diens kantoor geroepen, waar rechercheurs hem en een andere vriend in de boeien sloegen. Helikopters cirkelden boven het complex, sluipschutters stonden klaar op het gebouw aan de overkant en meerdere politiewagens blokkeerden de parkeerplaats.
De rechercheurs vroegen Abbasi om McAnuff naar beneden te roepen. Op het moment dat McAnuff het appartement uitkwam werd hij aangehouden door tien agenten, die met getrokken wapens op hem lagen te wachten. Ze doorzochten het appartement en vonden het wapen van de twitterfoto: een ongeladen luchtbuks.
De hele groep werd in de boeien geslagen en meegenomen. McAnuff werd gearresteerd ?op verdenking van criminele bedreigingen?. Zijn borgsom bedroeg 50.000 dollar (ongeveer 38.000 euro).
Het was allemaal bedoeld als grap, natuurlijk. Met hun vrienden Moe en RJ vormen McAnuff en Abbasi de groep MAD Pranksters. Het zijn jongens tussen de 19 en 22 jaar oud uit Houston, Texas. Ze zijn allemaal naar LA verhuisd om het te maken in de entertainmentindustrie. Dit was volgens Abbasi hun ontgroeningsstunt: een poging tot een ?social prank?.
Dat het allemaal een grapje was, had duidelijk moeten worden na drie tweets. De eerste tweet was een vage foto van een geweer en een dwingend verzoek. De tweede het bebloede slachtoffer en de laatste, elf uur na de tweede gepost ? een foto van McAnuff met zijn handen op zijn rug geboeid, naast een politiewagen en politieagent. De tekst bij de laatste tweet was:?Last night before I got arrested. SMH. Fuck whoever snitched. And Fuck LAPD!? The MAD Pranksters hoopten natuurlijk dat dit toneelstukje viral zou gaan. Wat dat betreft is ?100 RT?s and I?ll shoot? een hit. De grap werd duizend keer geretweet voordat Twitter McAnuff?s account blokkeerde. De tweets werden zelfs wereldnieuws.
In de media werd McAnuff afgeschilderd als een slapende moordenaar die elk moment kan kon toeslaan, ?f als een roekeloze klootzak. Maar overal werd het feit dat hij een speelgoedgeweer in zijn handen had nogal gebagatelliseerd. De tweet leek een blik op een verontrustende toekomst. Moordenaars in spe zouden worden aangestuurd door vreemden via social media. Moderne gladiatoren zouden strijden in een digitaal Colosseum met een voyeuristisch massapubliek.
De gamificatie van moord
De MAD Pranksters zijn ervan overtuigd dat hun stunt overduidelijk een grap was en dat de LAPD dat al wist voordat McAnuff werd gearresteerd. En als de politie dat niet wist, dan hadden ze dat volgens de Pranksters wel moeten weten. De LAPD beweert dat het de aanwijzingen dat het allemaal een grap was heeft bijgehouden.
?De LAPD heeft alles overdreven. Ze hebben het leven van mijn vrienden en mij in gevaar gebracht en ons dwarsgelegen om ervoor te zorgen dat we geen ?Fuck LAPD? konden twitteren,? schreef Abbasi in een e-mail. ?De politie heeft veel tijd en geld gestoken in deze hele operatie, alleen maar zodat de MAD Pranksters niet van dat recht gebruik konden maken? Ik probeerde mijn vragen over de operatie rondom de Pranksters aan wat rechercheurs van de LAPD te stellen, maar alleen het PRteam was bereid over de zaak te praten.?Het getwitterde plaatje werd gezien als een ernstige dreiging. Daarom werden agenten op onderzoek uitgestuurd,? vertelde een woordvoerster me. ?We hebben agenten die sociale media in de gaten houden. Tijdens hun ochtendroutine vonden ze deze tweet.?
Het verhaal van The MAD Pranksters roept vragen op over hoe de politie moet omgaan met onderzoeken naar dreigingen via internet. Het social media landschap is onbetrouwbaar, luidruchtig en groeit met de dag. Wat zouden politieagenten moeten weten voordat ze hun wapens mogen trekken?
?We hebben geen wetten overtreden, we maakten gewoon een grap,? vertelde McAnuff.
Dat is natuurlijk een behoorlijke juridische discussie. Op dit moment behandelt het Amerikaanse Hooggerechtshof de vraag of en wanneer online bedreigingen als crimineel moeten worden gezien, en wanneer ze onder de vrijheid van meningsuiting zouden moeten vallen. Anthony Elonis uit Pennsylvania schreef bijvoorbeeld een paar supergewelddadige raplyrics en zette ze op Facebook. In de teksten beschreef hij tot in gruwelijke details hoe hij zijn vrouw en vroegere collega?s zou vermoorden. Elonis bracht vervolgens een paar jaar in een cel door voor het schrijven van zijn facebookposts.
Ondertussen worden stunts als die van de Pranksters steeds populairder. De dubieuze online bedreigingen zijn nog steeds relatief nieuw voor justitie. Tot dusver hebben de autoriteiten geprobeerd een balans te zoeken tussen het toelaten van onvermijdelijk, dom en vooral onschadelijk gedrag en het aanpakken van werkelijk gevaar.
?Er is een categorie binnen vrije meningsuitingen, en dat zijn werkelijke bedreigingen? zegt Clay Calvert, een professor aan de Universiteit van Florida. Hij richt zich op media- en communicatievraagstukken. ?Normaal gesproken zou een redelijk persoon een uitspraak kunnen onderscheiden van dreiging of gevaar.? Dat klinkt een beetje dubbelzinnig, en dat is het ook. ?De definitie van een werkelijke dreiging is helaas
niet echt duidelijk,? zei Calvert.
De MAD Pranksters merken op dat ze de agent die die zijn auto aan hen leende als decorstuk voor hun laatste tweet, precies hebben uitgelegd wat ze van plan waren. Het geweer was overduidelijk nep en zo ook de schijnbare moord. In andere woorden: de LAPD had moeten weten dat nooit een echte dreiging is geweest.
Abbasi beweert dat een van de rechercheurs het kantoor binnenliep waar ze werden vastgehouden, vlak voordat zijn vriend McAnuff werd gearresteerd. Daar zag hij Moe, degene die de het lijk speelde, en zei: ?Oh kijk, daar hebben we de dode.? In het dossier van de Pranksters staat dat er meer dan zestien uur was verstreken tussen de eerste tweet en het arrest. Dat lijkt meer dan genoeg tijd om contact op te nemen met de agent die op de foto van de derde tweet staat en om een wapenexpert naar het wapen op de foto te laten kijken. Volgens een agent van de LAPD werd de tweet om half tien ?s ochtends ontdekt. Dus zelfs na het ontdekken van de tweet duurde het nog drie?nhalf uur voor er iemand werd gearresteerd, volgens Abbasi.
De LAPD zag zich blijkbaar wel genoodzaakt om genoeg agenten om een klein drugscartel op te rollen op de Pranksters af te sturen. Volgens Abbasi waren er zelfs helikopters en sluipschutters. Het meest opmerkelijke detail van de hele operatie was inderdaad dat de LAPD de jongens onder schot hield. Op het politiebureau zei een vrouwelijke agent tegen hem: ?Ik had je in mijn vizier. Als je dat balkon op was gelopen met dat speelgoedpistool had ik je kop eraf geknald.?
Deze jongen had dus gedood kunnen worden voor het twitteren van een foto van een luchtbuks.
De woordvoerster van de LAPD zei dat ze me geen details kon geven over de operatie die geleid heeft tot de arrestatie van McAnuff.
Grap of niet, de stunt toont een verontrustende blik op een toekomst waarin moordenaars sociale media gaan gebruiken. Twitter, Facebook en YouTube hebben wereldwijd nu al miljarden gebruikers. Die gebruikers schrikken er niet voor terug om de meest bizarre, verregaande acties te posten om likes en volgers voor zich te winnen. De 22-jarige Elliot Rodger, bijvoorbeeld, die in mei zes mensen doodschoot in Californi?. Ook hij had een behoorlijk publiek op sociale media.
Uit onderzoek is gebleken dat zeker jongeren vatbaar zijn voor online groepsdruk. Dat is waarschijnlijk de reden dat er een video bestaat van een meisje dat haar eigen tampon doorslikt. En een filmpje van een kind dat zijn eigen ontlasting eet met een ijsje. Door onze drang tot realtime zelfpromotie, zou het groeiende aantal mensen dat er alles aan doet om aandacht te krijgen ons niet moeten verbazen. Niemand van deze mensen zal een papiertje ondertekenen waarin staat dat niemand gewond raakt.
McAnuff en zijn vrienden hadden geluk, gezien de omstandigheden. Enkele dagen na zijn vrijlating kreeg hij bericht dat er geen aanklacht werd ingediend. Daarbij is er niemand neergeschoten door scherpschutters van de LAPD.
?Er zullen zeker meer ?chte bedreigingen komen waarbij sociale media zoals Facebook en YouTube een rol spelen,? vertelt Calvert. ?Dit is weer een voorbeeld van de rechtspraak die de technologie moet inhalen.? We moeten bepalen hoe we een grap van een bedreiging kunnen onderscheiden. Dat kost tijd, die nieuwsconsumenten niet altijd hebben. @StillDMC?s grap mag dan roekeloos en gevaarlijk zijn geweest, maar het is maar een voorbode van wat er komen gaat.

?Jurisprudentie

Vorig jaar werd een 20-jarige studente Caleb Clemmons gearresteerd voor het plaatsen van wat hij?experimentele fictie noemde op Tumblr. Hij schreef: “Hallo. mijn naam is irenigg en ik ben van plan op Georgia Southern kapot te schieten. Geef dit door om te zien of het invloed heeft. Om te zien of ik word gearresteerd. “Binnen enkele uren werd Clemmons inderdaad gearresteerd en bracht zes maanden in de gevangenis door voordat hij?zichzelf schuldig pleitte van terroristische dreigingen. De politie doorzocht zijn huis en vond geen wapens of enig verder bewijs van de intentie om kwaad te doen.

Slechts enkele maanden daarvoor, was er een Texaaanse tiener in de gevangenis gezet voor het maken van een (volgens hem) sarcastische opmerking op Facebook in een?discussie over een video game. ‘Oh ja, ik ben echt gek in mijn?hoofd: ik ga een?school vol kinderen kapotschieten en eet hun nog kloppende harten” met de toevoeging van een “LOL ” (Laughing Out Loud). In de gevangenis werd hij zo depressief dat hij op de zelfmoord risicoafdeling geplaatst werd.

Echte dreigingen zijn er natuurlijk ook veel. Zo zijn in het Verenigd Koninkrijk twee mannen gearresteerd voor het maken van herhaalde bedreigingen voor een vrouwelijke journalist op Twitter. Daarop paste Twitter haar eigen beleid aan en bood het meer mogelijkheden om misstanden ook te melden.

Bronnen: VICE, Motherboard, DeStandaard, Joop

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van pedofielen leidt tot hetze

Wat doe je als sociale media een gerucht verspreiden dat niet klopt maar waardoor wel een woedende massa wordt gemobiliseerd, zoals bij de Deventer pedo-protesten? Dat is ??n van de de vragen die voorliggen in Lessen uit crises en mini-crises 2013.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid, had samen met collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs de redactie over?het boek dat onlangsuitkwam. De auteurs sommen samen met anderen voorbeelden op van gebeurtenissen waarbij sociale media als Twitter en Facebook een rol hebben gespeeld zoals bij de ‘kopschoppers van Eindhoven‘, de vermissing van de broertjes Ruben en Julian en de scholen in Leiden die sloten vanwege een bericht op 4Chan. De Deventer pedo-protesten passen in dit rijtje:

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van?pedofielen leidt tot hetze

Auteurs: Renate den Elzen, Dick van Gooswilligen

1 Inleiding

Van 28 augustus tot en met 4 september 2013 was er in en rond?Deventer veel maatschappelijke onrust, omdat het verhaal de ronde?deed dat Marthijn Uittenboogaard, de voormalige spreekbuis van Pedofielenvereniging Martijn, zich zou gaan vestigen in deze stad; iets wat hij helemaal niet van plan was. Wel was hij op verschillende plaatsen in de stad gezien. Ondanks tegenwerpingen vanuit de gemeente en politie bleef zijn vermeende voornemen zich in Deventer te vestigen een hardnekkig gerucht, dat via de sociale media leidde tot een lokale hetze die in de media werd omschreven als ?een heksenjacht op pedo?s?. De onrust die ontstond was natuurlijk een op zich begrijpelijke menselijke reactie. Een van de grootst denkbare nachtmerries van iedere ouder is dat je kind slachtoffer wordt van een pedoseksueel. Geruchtmakende zedenzaken als Marc Dutroux, Robert M. en Benno L. zijn zo enkele voorbeelden die de stoppen in de samenleving deden doorslaan. Nuance en verdraagzaamheid zijn dan ver te zoeken. Vanwege de steeds verder aanzwellende onrust in Deventer, werd vanaf?donderdag 29 augustus de hulp van het Crisiscommunicatieteam (CCT) van de nationale politie ingeroepen. Aan de hand van omgevingsanalyses en mediascans is toen de buitenwereld ?naar binnen? gehaald en werd een basis gelegd voor communicatieadviezen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe ?niets uitgroeide tot iets?. We beginnen met het feitenrelaas, waarna we een aantal dilemma?s benoemen en beschrijven. In de afronding doen we, mede op basis van een gesprek met recherchekundige Van Lier, werkzaam als operationeel specialist Zeden, en met Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, enkele aanbevelingen voor de toekomst.

2 Feitenrelaas

Zelfverklaard pedofiel Ricardo Hunefeld is eind augustus 2013 samen met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de pedofielenvereniging Martijn, in Deventer. Het argument om daar te zijn is ?om een verslaafde vriend die al dagen op straat zwierf, te helpen.? Wanneer Hunefeld in het bijzijn van Uittenbogaard door het publiek wordt herkend, worden zij ? tot twee keer toe ? belaagd en bedreigd. De eerste keer is woensdagavond 28 augustus. Nadat zij worden gezien in een supermarkt aan de Beestenmarkt, worden ze door een groep jongeren bedreigd en achtervolgd. Vooral Uittenbogaard is het mikpunt van verwensingen. Van woensdag op donderdag overnachten de twee mannen in Deventer. De volgende dag worden ze opnieuw in de stad gezien, nu in een ijssalon aan de Brink. Via sociale media wordt de locatie bekendgemaakt en dat zorgt voor een razendsnelle toeloop. Het tweetal vlucht de ijssalon in en de politie moet erbij komen om het tweetal van hun belagers te ontzetten.

Een woedende menigte verzamelde zich eerder dit jaar bij de Parkzichtflat in Deventer. Daar zouden de twee pedofielen uithangen.

?Geen bal op tv?

Nadien gaat het gerucht dat de twee zich bevinden in de flat Parkzicht?in de doorgaans rustige Oranjewijk. Een woedende menigte verzamelt?zich die donderdag voor de flat die door sommigen de ?Pedofielenflat??of het ?PedofielenHotel? wordt genoemd (bron: ?Bijnaam pedofielenflat. Dat wil je toch niet?, De Stentor, 2 september 2013). De realiteit is echter dat het?tweetal met een taxi Deventer is ontvlucht. Desondanks vindt er, mede?door mobilisering via sociale media, een anti-pedodemonstratie bij?de flat plaats. Vooral twintigers en dertigers zien het als een verzetje, meldt dagblad de Stentor: ?Er is geen bal op TV en ?t is mooi weer? (?Woedende Deventenaren twee avonden voor flat op Wezenland?, De Stentor, 31 augustus 2013).?Agenten maken de betogers duidelijk dat het tweetal zich niet in de flat bevindt en de rest van de avond verloopt rustig. De volgende avond, vrijdag 30 augustus, vindt er wederom een demonstratie plaats. Rond de 100 tot 200 mensen, voor een deel ?reltoeristen?, komen op de protestactie af (bron: ?Reltoeristen?, De Stentor, 2 september 2013). Hoewel de politie, net als donderdagavond, herhaaldelijk duidelijk maakt dat de mannen niet in de flat zijn, weigert een deel van de betogers te vertrekken. Ze geloven niet dat het tweetal daar niet is en geven geen gehoor aan het verzoek van de agenten om het gebied te verlaten. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en naar agenten gegooid die de sfeer als bedreigend en grimmig ervaren. Nadat er bovendien ruzie ontstaat tussen betogers en bewoners van de flat die overlast ondervinden, grijpt de Mobiele Eenheid (ME) in en veegt het plein en de straten rond de flat schoon. Er wordt een arrestatie verricht. Er raakt niemand gewond. Rond half twee ?s nachts keert de rust in de wijk terug.

?Doodstraf voor pedo?s?

Zaterdagmiddag 31 augustus bezoekt burgemeester Heidema de flat?Parkzicht en spreekt met verontruste bewoners, zo meldt de NOS op Radio 1. Op de regionale omroep RTV Oost uit Heidema zich als volgt: ?Het gedonderjaag moet afgelopen zijn. We houden met alles rekening.?Als er toch mensen zijn die het idee hebben om vanavond weer?gezellig naar de flat te komen, zullen ze ontdekken dat het echt niet?gezellig is.?

De zaterdagavond en -nacht verlopen rustig, constateert politiewoordvoerder?Nijman in de loop van de zondag. Op woensdagmiddag?4 september?lopen echter toch nog ruim 150 mensen mee in een?anti-pedodemonstratie. Op Facebook was een oproep gedaan om te?demonstreren. De demonstranten (waarvan velen hun (klein)kinderen?hebben meegenomen) lopen rustig naar het Stadhuis en dragen?spandoeken met de tekst: ?Wij trekken een grens, een pedo is geen?mens!? Burgemeester Heidema spreekt de demonstranten toe en?noemt pedofilie?een ?open zenuw? in de samenleving. ?Ik deel jullie?weerzin tegen pedofilie; ik ben ook vader en opa.? Maar hij pleit er ook?voor onderscheid te maken tussen pedofielen en pedoseksuelen. De?oproep tot nuance en verdraagzaamheid wordt door de demonstranten?niet gewaardeerd. Zij zijn fel in hun bewoordingen en ?willen niet dat?er eerst een kind misbruikt wordt, voor er actie wordt ondernomen.? De?demonstratie verloopt verder zonder problemen.?Die avond zit een aantal demonstranten, merendeels vrouwen, in?de studio bij Pauw en Witteman, waar het ?Pedoprotest in Deventer??aan de orde komt. Ze zijn woedend en eisen onder meer de doodstraf?voor pedo?s, ?ook als ze zich niet aan een kind hebben vergrepen.?

3 Dilemma?s

In deze casus kunnen we een aantal dilemma?s ontwaren:
1. Ten eerste vindt via sociale media snelle en real-time verspreiding?van (onjuiste) informatie plaats, die ertoe leidt dat mensen in actie?komen en demonstreren bij een flat waar de twee pedofielen zich?niet bevinden. Het zelfreinigend vermogen van sociale media werkt?niet altijd optimaal; geruchten worden ?feiten? die maar moeilijk te?weerleggen zijn.

2. De (sociale) media bereiken ook ?buitenstaanders? en mobiliseren?niet alleen direct betrokkenen, zoals flatbewoners of inwoners van?Deventer, maar een brede groep van anti-pedodemonstranten. Dit?leidt er toe dat op vrijdagavond een andere groep betogers dan op de?eerste demonstratieavond actie voert.

3. Overheden en reguliere media worden niet geloofd. Terwijl de politie?en de media aangeven dat het tweetal niet meer in Deventer is,?vinden er toch demonstraties plaats. De sociale media vergroten het?wantrouwen jegens overheden en media.

4. Ten vierde speelt een privacydilemma. Door meer informatie?te geven over bijvoorbeeld de daadwerkelijke verblijfplaats van?Hunefeld en Uittenbogaard zou de rust in de gemeente Deventer
kunnen terugkeren, maar dit is niet mogelijk, omdat dit de privacy?van het duo schaadt, en niet handig, omdat het kan leiden tot?demonstraties op andere plaatsen.

5. Ook ligt een dilemma besloten in het vinden van een balans tussen?enerzijds het beschermen van de bevolking tegen pedofielen en?anderzijds de bescherming van personen (inclusief het duo) tegen
de betogers.

6. Ten slotte speelt de subjectieve risicoperceptie van de maatschappij?een rol in deze casus. De maatschappelijke inschatting van?het risico op misbruik van kinderen, wijkt af van het wetenschappelijk?ingeschatte risico. Daarbij is de maatschappij zich minder?bewust van het risico op andere vormen van kindermisbruik, zoals?grooming.

Hieronder volgt een verdere toelichting bij de dilemma?s.

4 Analyse

Dat Uittenbogaard en Hunefeld op woensdagavond 28 augustus in een?supermarkt in Deventer werden gespot, kwam door berichten op de?sociale media. Hierdoor kwamen veel mensen naar de Beestenmarkt?toe. De volgende dag herhaalde dit zich, nadat het tweetal bij een ijssalon?werd gezien. Dit keer werd via sociale media bekend dat zij zich?in de buurt van de Brink bevonden. Daar werden ze vervolgens beledigd?en bespuugd. Ze vluchtten de ijssalon in, in afwachting van de?politie die hen een veilige aftocht bood. Volgens De Stentor kregen zij?van de lokale overheid het advies om niet meer naar Deventer toe te?komen om herhaling te voorkomen (bron: ?Agenten bieden aangeslagen tweetal veilige aftocht?, De Stentor, 30 augustus 2013). Enerzijds een begrijpelijk advies.
De gemoederen waren inmiddels flink opgelopen en de kans dat het?tweetal opnieuw zou worden belaagd was groot. Anderzijds hadden?Uittenbogaard en Hunefeld niets misdaan; ze hebben geen strafblad?en zijn nooit veroordeeld. Ze zouden wat dat betreft vrij moeten zijn om?te gaan en staan waar ze willen.

In strafwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen pedofilie (het??verlangen naar seksueel contact? met kinderen) en pedoseksualiteit (het??daadwerkelijk hebben van seks? met kinderen). Slechts seksueel contact?met kinderen, het produceren en in bezit hebben van kinderporno?zijn strafbaar; het verlangen en fantaseren niet. Dit onderscheid wordt echter in maatschappelijke discussies niet gemaakt. Pedoseksualiteit en pedofilie worden veelal over een kam geschoren, omdat het ?verlangen naar? de eerste aanzet kan zijn tot het daadwerkelijk hebben van seks met kinderen. Dit zorgt ervoor dat emoties hoog op kunnen lopen.

Omgevingsanalyses

Naar aanleiding van de onrust in Deventer heeft het Crisiscommunicatieteam?van de politie omgevingsanalyses (ook wel?media-analyses genoemd), verzorgd. Het team werkt volgens het proces
van ? Analyse ? Advies ? Aanpak ? Effectmeting.

Door berichten in zowel de traditionele media als op sociale media?te analyseren, is in kaart gebracht wat het sentiment en de informatiebehoefte??in de buitenwereld? was: wat zijn de meest prangende?vragen, wie zijn de belangrijkste actoren en welke duiding wordt er?aan het incident gegeven? De berichten van dagbladen en omroepen?zijn voor de analyse vaak minder van belang dan de reacties van lezers?daarop. Zo kun je door het scannen van reacties op bijvoorbeeld een?bericht van RTV Oost snel ontdekken welke sentimenten er leven.?Zijn mensen bang, boos of vinden ze het vermakelijk. Deze reacties?worden aangevuld met reacties op Facebook, Twitter of andere?sociale?media-platforms waarop mensen actief over het incident hun?mening geven en discussi?ren. Analyses worden gecompleteerd met?bijvoorbeeld vragen die binnenkomen bij het algemene politienummer?0900-8844 of bij de wijkagent, zo ontstaat een redelijk beeld van het?heersende sentiment en dit vormt de basis voor de communicatiestrategie.?De uitvoering van de communicatiestrategie wordt vervolgens in?een nieuwe analyse gemeten: de zogeheten effectmeting. En zo start?het proces van meet af aan. Dit proces kan desgewenst ieder uur doorlopen?worden, waardoor de afdeling communicatie snel kan inspelen?op nieuwe ontwikkelingen.

Ook in deze casus vormden de analyses de basis voor de communicatiestrategie.?Uit de analyses kwam naar voren op welke doelgroep en?prangende vragen de communicatie zich moest richten; welke geruchten?moesten worden ontkracht; hoeveel mensen er mogelijk op een?demonstratie afkwamen en hoe groot de onrust daadwerkelijk was. De?analyses en adviezen werden via de communicatieadviseur van de politie-eenheid Oost in het gemeentelijk beleidsteam ingebracht.

Politie:

Ruimte voor tegengeluid

Er werden in deze zaak twee Facebookpagina?s opgericht die een grote?rol speelden in de mobilisatie van demonstranten: de Facebookpagina??Weg met Martijn uit Deventer? en een pedo-protestpagina. De?Facebookpagina?s bleken populair, want het aantal ?likes? groeide snel.?Vlak na de oprichting van de pagina ?Weg met Martijn uit Deventer???liken? duizenden mensen de pagina en gaven daarbij aan met de?demonstratie op woensdagmiddag 4 september mee te willen lopen.?Deze middag was bewust gekozen, zodat ook veel kinderen konden?meelopen. Vermoedelijk is niet alleen Facebook gebruikt om mensen?te mobiliseren, maar ook WhatsApp en sms. De politie en de gemeente?stonden voor een dilemma. De boodschap dat het duo Hunefeld en?Uittenbogaard niet in de flat Parkzicht verbleef, werd nog steeds niet?geloofd. Enerzijds wenste de gemeente de bewoners van de flat te?beschermen die zich onveilig voelden omdat er kennelijk een pedofiel?zou wonen, maar ook last ondervonden van de demonstraties en?de relschoppers. Aan de andere kant was het begrijpelijk dat ouders?met kinderen zich minder veilig voelden en wilde de gemeente ruimte
geven voor tegengeluid.

Alleen donderjagen

Op de demonstratie vrijdagavond bij het flatgebouw Parkzicht kwam?een groot aantal demonstranten en relschoppers af. Dit keer niet alleen?uit Deventer, maar ook uit omringende steden. Er werd zwaar vuurwerk?afgestoken en naar agenten gegooid. Uiteindelijk was die avond?inzet van de ME nodig nadat betogers ruzie hadden gekregen met?bewoners. Jongelui zouden onrust hebben veroorzaakt toen ze over de?galerijen van de flat zwierven op zoek naar Uittenbogaard en Hunefeld.?Dit terwijl het duo vanaf donderdag al niet meer in Deventer was en?dit ook regelmatig was gecommuniceerd. Deze boodschap landde niet.?Burgemeester Heidema reageerde hier in de media als volgt op: ?Dan?ben je doof of stom, of ben je er alleen om te donderjagen. Het heeft
niets meer te maken met bezorgdheid over pedofilie, maar met rotzooischoppen.? (bron: ?Geweld bij betoging tegen ex-Martijnlid?, NRC Handelsblad, 2 september 2013). De demonstranten waren dan veelal ook geen ongeruste?inwoners van de flat, zo gaf een journalist van De Stentor aan:

?Wat opviel was dat er van heinde en verre vooral veel nieuwsgierige??reltoeristen? op de schermutselingen afkwamen. Snel ge?nformeerd?via vooral de sociale media kwamen ze in auto?s en op scooters en?fietsen naar de flat Parkzicht.? (bron: ?Reltoerisme?, De Stentor, 2 september 2013).

Om er voor te zorgen dat er zaterdagavond niet opnieuw onrust zou?ontstaan, ondernam de gemeente na vrijdagavond actie en legde contact?met de oprichters van de Facebookpagina?s. Nadat de gemeente?hen had verteld dat eventuele schade die door volgende demonstraties?zou ontstaan, op hen zou worden verhaald, werden de pagina?s offline?gehaald (bron: ?Tweede Facebookpagina die was gewijd aan anti-pedodemonstratie in Deventer ook verwijderd?,?De Stentor, 3 september 2013).

Het recht op vrije meningsuiting werd op deze manier niet?geschaad, maar de keuze werd bij de initiatiefnemers van de pagina?s?neergelegd: stoppen of instaan voor de (financi?le) gevolgen. De Facebookpagina?voor de demonstratie op woensdagmiddag 4 september?werd na het weekend weer online gezet, nadat de initiatiefneemster?zich bij de gemeente had gemeld als aanspreekpunt voor de protestactie.?Op de protestactie kwamen ongeveer 150 mensen af (bron: ?Protest tegen pedofielen ? ?open zenuw??, De Stentor, 5 september 2013).

De demonstratieverliep rustig.

deventer

Geruchten worden feiten

Sociale media hebben een grote rol gespeeld bij het verspreiden van?onjuiste berichten. Terwijl sociale media ook een groot zelfreinigend?vermogen kunnen hebben ? omdat mensen elkaar verbeteren of een?discussie aangaan ? was dat in deze casus niet het geval. Onder andere?de politie en de media hebben vanaf donderdag steeds benadrukt dat?Uittenbogaard en Hunefeld niet in de flat woonden. Ook op Facebook?en via Twitter was dit door de gemeente en politie gemeld. Het bericht?werd echter niet geloofd. Donderdagavond lieten betogers zich bij de?flat nog overtuigen door agenten en gingen ze naar huis. Vrijdagavond?was dat niet meer het geval en moest de ME worden ingezet. Een van?de betogers op vrijdagavond, zo schrijft de Stentor, is een ?opgewonden?knaap?. In discussie met een agent zegt hij: ?We willen zelf beoordelen?of die lui in die flat aanwezig zijn. Bovendien, waarom is hier dan nog zoveel politie aanwezig als die pedofielen er volgens jullie niet zijn??

Het wantrouwen naar de politie en media werd versterkt door een foto?die online werd gedeeld. Op deze foto is een man te zien op een balkon?van de flat Parkzicht. De man lijkt van een afstand op Uittenbogaard,?maar hij is het niet. Mensen waren er echter van overtuigd dat hij?nog steeds in Deventer was. Voor de boodschap ?hij is hier niet? die?ook online (Facebook en Twitter) door de politie (@PolitieIJS) en de?gemeente (?GemeenteDeventer? op Facebook) werd gemeld, stond men?niet open. Mogelijk had het beter gewerkt als men dit meer expliciet en?vaker via sociale media had aangegeven. De vraag of herhaling in deze?meer effect heeft, zou het waard zijn te onderzoeken.

Manhunting

Foutieve informatie die niet wordt ontkracht of kan worden ontkracht,?kan schadelijke gevolgen hebben. De laatste jaren hebben we tal van?voorbeelden gezien waarbij mensen zelf voor rechter dreigden te gaan?spelen. Na de aanslag op de Koningin in Apeldoorn in 2009 plaatste?het Algemeen Dagblad op de voorpagina een foto van de vermoedelijke?dader. Dit bleek echter niet de dader te zijn, maar iemand met dezelfde?achternaam. Deze man werd vervolgens bedreigd en lastig gevallen.?Hetzelfde gebeurde bij de identificatie van de ?kopschoppers? in de?zaak van de ernstige mishandeling in Eindhoven. De?namen van de verdachten werden op de website van GeenStijl gepubliceerd?waarmee de ?reaguurders? een man hunt organiseerden. Een?van de verdachten had een naamgenoot (dezelfde voor- en achternaam)?die werd lastiggevallen, bedreigd en beledigd. Ook zijn er voorbeelden?van zogenaamde ?pedojagers? die de mist in zijn gegaan. Begin november
2013 drongen in Harderwijk vier ?pedojagers? al schreeuwend een?woning binnen. Ze dachten dat daar een man woonde die via Facebook?een jong meisje een oneerbaar voorstel zou hebben gedaan. Toen ze?ontdekten dat ze op het verkeerde adres waren, gingen ze ervandoor.?Het gemak waarmee informatie op sociale media als waarheid wordt?beschouwd, is dan ook zeker een dilemma. Zeker wanneer het tegengeluid?van overheden niet wordt geloofd.

Kans op recidive door isolement

Eigenrichting is in feite een negatieve vorm van burgerparticipatie.?Bij het grote publiek bestaat veel begrip voor dergelijke particuliere?initiatieven richting pedo?s, vooral van ouders van misbruikte kinderen.?Toch zien we dikwijls ook positieve vormen van burgerparticipatie,?zelfs bij de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving. Uit?onderzoek is gebleken dat een sociaal isolement van een pedoseksueel?de kans op recidive vergroot (Boone, Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).?Reclassering Nederland heeft daarom het project COSA (Cirkels voor?Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) omarmd, waarbij?veroordeelde pedoseksuelen na het uitzitten van hun straf in hun?woonomgeving worden bijgestaan door getrainde vrijwilligers en professionals.?In het buitenland is bewezen dat COSA het recidivegevaar?met 80 procent terugdringt. Tijdens de terugkeer van pedoseksueel?Benno L., de oud-zwemleraar uit Den Bosch die vast heeft gezeten voor
kindermisbruik, was er vanuit de bevolking veel weerstand tegen zijn?komst naar de gemeente Leiden. Toch was hier ook een ander geluid?te horen. COSA-vrijwilligers lieten weten Benno L. te gaan begeleiden?en dit zorgde voor relatieve rust. De casus Benno L. dient inmiddels als?voorbeeld hoe maatschappelijke onrust rond dit thema door maatwerk?valt te beteugelen.

Naming and shaming

Op sociale media werd niet alleen verkeerde informatie gedeeld, maar?ook privacy gevoelige gegevens. Naming and shaming (alles met naam?en toenaam noemen en personen aan de schandpaal nagelen) is tegenwoordig?op sociale media volledig ingeburgerd. De volledige namen?van Uittenbogaard en Hunefeld, hun vermoedelijke verblijfplaatsen,?foto?s en video?s werden gedeeld. Mensen laten zich kennelijk niet?weerhouden van het delen van privacygevoelige informatie, terwijl dit?niet zomaar is toegestaan. De overheid heeft zich uiteraard aan deze?regels te houden. Het geven van meer informatie over bijvoorbeeld de?verblijfplaats van Hunefeld en Uittenbogaard had wellicht kunnen leiden?tot meer rust, maar uit privacyoverwegingen konden zowel politie?als gemeente deze informatie niet zomaar vrijgeven. Het geven van?extra informatie over de feitelijke verblijfplaats garandeert bovendien?niet dat het probleem dan is opgelost; de kans dat de onrust zich verplaatst
of juist aanzwelt is aanwezig.

In een recent onderzoek van Boone, Van de Bunt en Siegel (2014, zie onderaan dit blog)?wordt dit privacy-dilemma ook opgemerkt. De onderzoekers bestudeerden?negen zaken waarin maatschappelijk onrust ontstond rond?een zedendelinquent. Daaruit blijkt dat burgemeesters al snel te veel?priv?-informatie over delinquenten delen. In eerste instantie vertellen
bestuurders het liefst zo weinig mogelijk om onrust te voorkomen,?maar als eenmaal bekend is dat er een zedendelinquent in de gemeente?komt wonen / woont, dan willen zij ter geruststelling en in het kader?van openheid en transparantie zoveel mogelijk vertellen, bijvoorbeeld?over de kans op recidive of de psychische toestand. Maar dit is wettelijk
niet toegestaan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat ?de burgemeester?soms met gebonden handen op de barricaden staat? (Boone,?Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).

Risicoperceptie

Burgers hebben niet altijd een re?le risicoperceptie. Uit angst voor?herhaling, reageren burgers soms fel op de komst van een pedofiel in?hun woonomgeving, maar het risico dat een pedofiel via het wereldwijde?web kinderen verleidt is feitelijk veel groter. Men is zich daar?over het algemeen weinig van bewust. Tegenwoordig zijn pedofielen?en pedoseksuelen steeds vaker actief op het internet. Dit digitale kinderlokken?noemen we grooming (inkapselen). Een groomer doet zich?voor als iemand anders en neemt bij het eerste contact ? bijvoorbeeld?via een chatforum ? de leeftijd van het potenti?le slachtoffer aan en?maakt daarbij gebruik van fictieve profielfoto?s. De groomer probeert?het vertrouwen van de minderjarige te winnen door aan te sluiten op de?belevingswereld en een luisterend oor te bieden. Dat gaat heel subtiel.?Vervolgens gaat de groomer over op meer dwingende methoden die?ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer zich bijvoorbeeld uitkleedt voor
de webcam. Deze beelden of chatberichten worden vaak gebruikt als?chantagemiddel richting klasgenoten of ouders. In sommige gevallen?leidt het contact tot een daadwerkelijke ontmoeting met de groomer.?Een groomer richt zich niet op een of enkele slachtoffers, maar vaak op?tientallen of honderden tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat 15 procent van?de Nederlandse middelbare scholieren (13-16 jaar) via internet weleens?het verzoek heeft gehad tot het hebben van seksueel contact. Volgens?Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, zullen we ook of?juist grooming moeten voorkomen, en ligt daar een taak voor iedereen:??We moeten meer investeren in de bewustwording van de risico?s van?grooming bij ouders, opvoeders, leerkrachten en uiteraard de jongeren?zelf.?

5 Afronding

De terugkeer van een (veroordeelde) zedendelinquent lijkt vaak voor?maatschappelijke onrust te zorgen. Volgens recherchekundige Van?Lier, operationeel specialist Zeden, is echter het tegendeel waar. Er?keren per jaar honderden zedendelinquenten terug in de maatschappij?en meestal ontstaat er helemaal geen onrust. Dat betekent volgens?Van Lier niet dat we niets moeten doen.
?Het allerbelangrijkste is dat zoveel mogelijk wordt gedaan om te?voorkomen dat de zedenpleger opnieuw in de fout gaat, zoals behandeling?en adequaat toezicht door de reclassering in samenwerking
met de gemeente en de politie.??Een proactieve, integrale aanpak en gebruikmaken van de ervaringen?die inmiddels met zedenzaken zijn opgedaan (zie bijvoorbeeld Vollenbroek,?2003), lijken de sleutel tot succes. En als er toch onrust ontstaat,?is maatwerk noodzakelijk, aldus Van Lier:

?Het kan gaan om diverse aanjagers van onrust: slachtoffers, buurtbewoners,?pedojagers of relschoppers. Naast huisvesting en hulpverlening?is daarom het communicatietraject belangrijk. De aanpak
is afhankelijk van het type aanjager en van de mate en de aard van de?onrust. Waar bij ongeruste buurtbewoners persoonlijke aandacht en?betekenisgeving goed werken, heeft dit bij pedojagers en relschoppers?een averechts effect.?

Ook Van Kleef meent dat het een kwestie is van communicatief maatwerk.

?Beleg niet direct bij het eerste bericht of gerucht een voorlichtingsavond,?terwijl je weet dat je dan voor een zaal staat zonder antwoord?te kunnen geven op de meest prangende vragen. Dat vergroot alleen?maar de onrust. Het vergt een afweging tussen openheid, snelheid?en zorgvuldigheid.?

Om maatwerk te kunnen leveren, is het van belang om goed op de?hoogte te zijn van wat er in de maatschappij leeft. Omgevingsanalyses?zijn daarvoor een goed instrument en tegenwoordig vrijwel onmisbaar.

Social Media Status: pronken met de buit

Dom of niet: opscheppen op sociale media over je misdaad. Het verhoogt in ieder geval w?l je status.

Sta je op internet met je pipa (pistool) of met veel doekoe (geld), dan ben je de shit (de man). Dat de politie je zo ziet? Gewoon negeren. Het respect en het aanzien dat je ermee verkrijgt, is belangrijker dan het risico dat de scotoe (politie) je oppakt.
Criminele jongeren hebben sociale media nodig om hun publiek te bereiken. Ze moeten juist vindbaar zijn op internet om status te behalen. Dat is een van de constateringen van de Rotterdamse criminoloog Jeroen van den Broek. Hij deed onderzoek naar het gebruik van sociale media door jongeren binnen de straatcultuur en won er de Scriptieprijs 2014 mee. De jury van hoogleraren en beleidsmakers sprak over een ‘heel gedegen’ onderzoek dat ‘las als een spannende misdaadroman’.

Van den Broek onderzocht hoe Rotterdamse jongeren uit de wijk Spangen binnen de straatcultuur zich op sociale media presenteren. Ze laten zich graag afbeelden in merkkleding, met dure auto’s en met stapels geld aan hun oor (een zogenaamde stackphone).
Op Youtube is bijvoorbeeld de rapgroep Terrorniggerz te zien met hun video Copkillers waarin jongeren poseren met wapens, gouden sieraden en dure auto’s. “Wat me opviel is dat ze niet eens de moeite namen om zichzelf onherkenbaar te maken of de kentekens van die auto’s af te plakken. Zo is het wel erg eenvoudig om ze op te sporen.”

De getoonde stapels geld in filmpjes en op talloze afbeeldingen op sociale media zijn waarschijnlijk ‘verdiend’ met pinpasfraude en drugsgerelateerde criminaliteit, vermoedt Van den Broek, die daarnaar voor zijn scriptie geen onderzoek deed.

Iedereen wil waardering en erkenning, ook de jongeren die op een andere manier aan hun geld komen. Van den Broek: “Vaak zijn het jongeren die thuis geen vaderfiguur hebben. Erkenning en waardering halen ze bij hun eigen groep. Daar geldt: hoe crimineler je bent, hoe meer straatrespect je krijgt.”
De mogelijkheden om criminele jongeren die hun illegale praktijken openlijk tentoonspreiden op deze manier op te pakken, zijn groot. De politie kan informatie over de herkomst van filmpjes, foto’s of tweets op internet zien. “Ze kunnen op een website achter het slotje kijken en toch wordt er heel weinig gebruik van gemaakt”, merkte Van den Broek tot zijn verbazing na het schrijven van zijn scriptie. “Het risico voor die jongeren om gepakt te worden, is daardoor erg klein.”
Een agent moet daarvoor de mogelijkheid krijgen een uurtje per dag achter een beveiligde computer te kruipen, vindt Van den Broek. “Vaak weten agenten al wel een beetje wie de jongeren zijn, maar het ontbreekt ze aan tijd om verbanden te kunnen leggen. Wie gaat met wie om? Waar hangen ze rond op internet? De werkvloer wil dat graag onderzoeken, maar van hogerhand wordt dat te weinig gefaciliteerd.”

Van den Broek startte na zijn scriptie een bedrijf om justitie, gemeenten en politie te wijzen op de mogelijkheden die sociale media hen bieden. “Het doel is niet de politie te helpen met de opsporing, maar de slagkracht van hen, en van ambtenaren en jongerenwerkers vergroten.”

Van den Broek wordt daarom ook ingehuurd door gemeenten om probleemjongeren in kaart te brengen. “Door te graven in een groep ga je verbanden zien. Als je het profiel van een van die jongeren kent, kun je via zijn vriendenlijst zien wie die groep vormen.”

Albert Meijer, hoogleraar technologie in de publieke sector, constateert dat de politie steeds vaker de daders grijpt naar aanleiding van filmpjes op sociale media. Al kan hij geen cijfers noemen, omdat de politie die niet bijhoudt. Het Openbaar Ministerie wijst de politiekorpsen niet expliciet op de mogelijkheid tot digitaal rechercheren. “Het gebeurt nu alleen waar het onderzoek dat rechtvaardigt”, zegt woordvoerster Judith de Valk. “Bij een beperkte capaciteit zul je afwegingen moeten maken waar je wel en niet op rechercheert. We hebben belangstelling voor het onderwerp, maar er geen beleid op geformuleerd.”
Als de politie sociale media gebruikt in een onderzoek naar een dader, is dat vaak in geval van een mishandeling. “Zware criminele jongeren zetten dit soort filmpjes nooit op internet”, zegt criminoloog Jeroen van den Broek. “Ze weten dat het risico om voor een relatief licht vergrijp als een mishandelingetje gepakt te worden heel groot is.”

Bronnen: BN De Stem (9 okt 2014),?De Stentor/ Deventer Dagblad (9 okt 2014).

Facebook Safety Check

safetycheck

 

Tijdens een ramp speelt sociale media vaak een grote rol. Het verstrekt informatie maar kan ook voor veel chaos en paniek zorgen. Facebook introduceert daarom een programma waarmee je op een simpele manier vrienden en familie kunt laten weten of je veilig bent tijdens een ramp. Je hebt er natuurlijk wel internetverbinding voor nodig en een smartphone.

‘Safety Check’ zoekt waar een ramp heeft plaatsgevonden en lokaliseert aan de hand van Facebook wie zich in het getroffen gebied bevindt. Als jij je in het gebied bevindt, krijg je een bericht van Facebook om te vragen of je veilig bent. Je kan dan de ‘I’m safe’ knop induwen en er wordt automatisch een bericht op je wall gepost.

Facebook gebruikt hierbij de informatie die je aan Facebook zelf hebt opgegeven, zoals je woonplaats en land. Maar ook met de internetverbinding die je gebruikt, zoals de 3G- of 4G-mast en Wifi-netwerk waarmee je verbonden bent wordt jouw locatie achterhaald. Vervolgens weet Facebook of jij je in een rampgebied bevind. Als er een ramp plaatsvindt in een locatie waar jij bent zal Facebook een bericht sturen om te vragen of alles goed met je gaat. Je kunt dan ook aangeven dat je je niet in het getroffen gebied vindt. ‘Safety Check’ toont ook een lijst van alle check-ins in het gebied, zodat je?kunt controleren welke vrienden zich in het rampgebied bevinden en of zij wel veilig zijn.

FBsafetycheck

Facebook-CEO Mark Zuckerberg introduceerde de tool in Japan, een land dat nog volop aan het herstellen is van de tsunami in 2011. Toen al werd een soortgelijk systeem opgesteld door Japanse Facebook-ingenieurs, het Disaster Message Board, om de communicatie te vergemakkelijken. Volgens het?Japanse Rode Kruis?ondervonden ongeveer?12.5 miljoen mensen op een of andere manier schade aan deze ramp?en werden meer dan 400.000 mensen ge?vacueerd. Social media zoals Facebook speelde een enorme rol om elkaar daarin op de hoogte te houden.

Facebook legt uit waarom ze de noodknop hebben ingevoerd. “Bij een ramp of crisis kijken mensen toch eerst op Facebook om een update te krijgen van vrienden die misschien zijn getroffen. Communicatie is op zo’n moment erg belangrijk. Voor de mensen in het rampgebied, en voor familie en geliefden.”

Facebook heeft nu besloten?het project uit te breiden tot een permanente tool. ‘Safety Check’ wordt nu?alleen nog geactiveerd tijdens natuurrampen, zoals aardbevingen en overstromingen. In Nederland komt dit niet zo vaak voor. In Groningen vinden regelmatig aardbevingen plaats als gevolg van de gaswinning. Vaak zijn deze aardbevingen onder nummer 5 op de schaal van Richter, het is dus maar de vraag of het team van Facebook deze als een natuurramp beschouwt. In elk geval zal de app wel?in Nederland en Belgi? aangeboden worden, zegt Facebook tegen weblog iCulture. De functie wordt op korte termijn beschikbaar voor de iPhone- en Android-app en op de site van het vriendennetwerk.

Bronnen: Facebook, Elsevier,?XGN, Newsmonkey

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

Wouter Jong, Michel D?ckers, Jorien Holsappel 8.1 Inleiding Op dinsdagochtend 7 mei 2013 wordt in het recreatiegebied het Doornse?Gat het lichaam van een 38-jarige man uit Vleuten aangetroffen. Het?blijkt de vader te zijn van de 9-jarige Ruben en de 7-jarige Julian uit?Zeist. De jongens zijn een dag eerder voor het laatst gezien in gezelschap?van hun vader. Hun ouders zijn gescheiden. Omdat elk spoor?van de kinderen ontbreekt, roept de moeder via haar Facebookpagina?de hulp in van het publiek. Wat volgt is een zoektocht van bijna twee?weken die de gemoederen landelijk, en zelfs in het buitenland, flink?bezighoudt. In dit hoofdstuk staat zowel de zoektocht naar de verdwenen jongens?als de nasleep centraal. Het mysterie rondom de vermissing, de?bezorgdheid over het lot van de kinderen en de uiteindelijke, trieste ontknoping?maken de casus tot een drama voor alle direct betrokkenen.?Dat dit drama daarnaast een buitengewoon sterke collectieve dimensie?kreeg, plaatste het openbaar bestuur verschillende momenten voor?afwegingen tussen individuele en collectieve belangen, tussen betrokkenheid?en veiligheid. Op deze afwegingen wordt in dit hoofdstuk uitvoerig ingegaan. Het hoofdstuk is gebaseerd op gesprekken met enkele?politiefunctionarissen en informatie uit diverse media. 8.2 Feitenrelaas Het is dinsdagavond 7 mei 2013 wanneer de moeder van Ruben en?Julian op haar Facebookpagina foto?s plaatst van haar zoontjes. iris_ruben_julian_zeist_doorn_vermist_broers Ze schrijft: ?Alsjeblieft, wil iedereen uitkijken naar mijn kleine mannetjes,?ze worden sinds gisterochtend vermist.? Het is voor de buitenwereld?het eerste signaal dat er iets bijzonders aan de hand is. Twee jongens?van 7 en 9 jaar die al bijna twee hele dagen worden vermist, is nieuws?dat de aandacht trekt. Die avond en de daarop volgende nacht wordt het Facebookbericht 17.000 keer gedeeld. Ook op Twitter vindt het bericht?alras zijn weg. In de loop van dinsdagavond wordt ook de context van de vermissing?duidelijk. De vader van Ruben en Julian is ?s ochtends dood aangetroffen?in het Doornse Gat, een recreatiegebied halverwege Doorn?en Leersum. Hij blijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Als de?politie in de loop van de dag de nabestaanden informeert, wordt duidelijk?dat de kinderen hun vakantie bij hem zouden doorbrengen. Van de?kinderen ontbreekt op dat moment elk spoor. In het bos vindt een grote?zoekactie plaats, met honden, politiehelikopter en bijstand van mariniers?van de in Doorn gelegen Van Braam Houckgeestkazerne. Om?01.13 uur ?s nachts wordt een Amber Alert uitgegeven, waarin wordt?opgeroepen naar de jongens uit te kijken. In de dagen die volgen blijft de politie zoeken naar informatie over?waar de vader van Ruben en Julian de laatste uren met zijn zoons is?geweest. Op woensdag 8 mei blijkt uit camerabeelden van een tankstation?bij het Limburgse Neerbeek dat de vader daar maandagavond?nog heeft getankt. Op de beelden is niet te zien of de jongens op dat?moment in de auto zaten. Voor het onderzoek is het een complicerende?factor, omdat hiermee in principe het hele gebied tussen het Doornse?Gat en het 180 kilometer verderop gelegen Neerbeek potentieel zoekgebied?is. De politie start die avond een zoekactie in het Bunderbos nabij?Elsloo, maar ook daar wordt geen spoor van de kinderen gevonden. twitter Ondertussen gebeurt tevens het nodige online. Nadat bekend is geworden?dat twee jongens worden vermist, helpen diverse mensen om de?zaak onder de aandacht te brengen. Een van hen is Hans Huizinga,?een betrokken burger die via het twitteraccount @JulianRubenNL informatie?verzamelt en filtert. De familie van de broertjes is door hem?over zijn initiatief ge?nformeerd. Uiteindelijk groeit zijn initiatief uit?tot een team van elf personen dat de klok rond online de informatievoorziening?over de vermissing ter harte neemt. Ook beheren zij een?Facebookpagina?en worden als spin-off Duitse en Belgische twitteraccounts?aangemaakt.

De reguliere media storten zich mede naar aanleiding van het?Amber Alert eveneens op de vermissingszaak. De directeur van de?basisschool van de broertjes staat de media na de meivakantie te woord?en laat weten dat de school probeert om de lessen zo gewoon mogelijk?door te laten gaan. Ook Jeugdzorg wordt bevraagd. Die bevestigt dat?het gebroken gezin bij de instantie bekend was, maar wil verder niet?inhoudelijk op de zaak ingaan.

Op donderdag 9 mei verschijnt op Facebook voor het eerst een oproep?van een inwoner uit Utrecht om te helpen zoeken in het Doornse Gat.?Om acht uur ?s avonds melden zich daar tientallen mensen. Zij worden?begeleid door de politie en een boswachter die het gebied goed kent. De??burgerzoektochten? nemen in de dagen daarop een hoge vlucht. Her?en der ontstaan groepen burgers die tips natrekken en in de bossen op?zoek gaan naar sporen die de zaak tot een oplossing kunnen brengen.

Vermissing-Ruben-en-Julian

In sommige gevallen melden zich zo?n honderd mensen die ? soms?met kinderen ? de bossen in trekken. De politie speelt hier in eerste?instantie ad hoc op in, maar onderkent al snel de noodzaak om de initiatieven?te kanaliseren. Met onder meer de hulp van medewerkers die?zijn aangesloten bij de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers?worden de burgers begeleid en wordt bepaald welke zoekgebieden voor?hen worden opengesteld.

Het programma Opsporing Verzocht besteedt op dinsdag 14 mei?aandacht aan de zaak. Enkele dagen later, aan het begin van het?Pinksterweekend, laat de politie weten dat het totaal aantal tips in
de zaak op bijna 3000 staat. De doorbraak in het onderzoek komt op?Eerste Pinksterdag, zondag 19 mei 2013. Om 17.15 uur maakt de politie?bekend dat een voorbijganger in het buitengebied van het Utrechtse?dorp Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede) twee lichamen heeft aangetroffen.?Ook zijn daar de spanbanden aangetroffen waar de politie?naar op zoek was. Het versterkt het vermoeden dat het om de twee vermiste?jongens gaat. Alle wegen richting de plaats delict en een deel van?het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal worden afgezet. ?s Avonds om?23.00 uur vindt op het hoofdbureau van de politie in Utrecht een persconferentie?plaats.

Persconferentie over de gevonden lichaampjes van Ruben en Julian:

Burgemeester Janssen, hoofdofficier van justitie Bac?en korpschef Barendse bevestigen het nieuws waar heel Nederland op?dat moment al ernstig rekening mee houdt: de lichamen zijn naar alle?waarschijnlijkheid van de vermiste broertjes. Er kan op dat moment?echter nog geen definitief uitsluitsel worden gegeven, omdat de lichamen?lange tijd in het water hebben gelegen. Een nadere analyse op?basis van DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zal?moeten uitwijzen of het inderdaad om de broertjes gaat.

Tijdens de persconferentie betuigt vervolgens burgemeester?Janssen zijn medeleven met de familie van de vermiste jongens en?dankt, mede namens de familie, iedereen die heeft meegewerkt aan
de zoektocht. Ook bedankt hij de media voor de manier waarop zij over?de vermissing hebben bericht. Tot slot kondigt hij aan dat de gemeente?zich met maatschappelijke organisaties zal buigen over de manier?waarop de verwerking de komende dagen zal worden vormgegeven.

De volgende dag, maandag 20 mei, opent in Zeist de St. Jozefkerk?haar deuren voor gebed en bezinning. In Cothen wordt een minuut stilte?gehouden bij de Trekkertrek, die traditioneel op Tweede Pinksterdag?plaatsvindt. Op dinsdag 21 mei komt de politie met de bevestiging dat?de lichamen volgens het NFI inderdaad die van Ruben en Julian zijn.?In de gemeentehuizen van Zeist en Wijk bij Duurstede worden condoleanceregisters?geopend; ook online verschijnen condoleanceregisters.

De moeder van de overleden broertjes ontvangt persoonlijke brieven?van koning Willem-Alexander, premier Rutte, de commissaris van?de Koning en enkele ministers. De gemeente Zeist overlegt met haar,?de school, de voetbalclub en andere betrokkenen over de wijze van herdenken.?Uiteindelijk wordt besloten geen stille tocht te organiseren,?maar voor een alternatief te kiezen. De nabestaanden doen een oproep?om zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur een kaarsje aan te steken?en thuis voor het raam te zetten.

Op 27 mei 2013 vindt in Zeist de begrafenis plaats van Ruben en?Julian. De stoet gaat langs de school, waar kinderen een afscheidsgroet?geven met rode en blauwe lintjes, de lievelingskleuren van Ruben en?Julian. In een legervoertuig worden de lichamen overgebracht naar?de begraafplaats in Zeist. De begrafenis vindt vervolgens in besloten?kring plaats.

8.3 Dilemma

In Nederland vinden met enige regelmaat gezinsdrama?s plaats. Het?zijn tragische geschiedenissen die afbreuk doen aan ons beeld van?het gezin als veilige omgeving. In de meeste gevallen zijn dergelijke?incidenten slechts kort in het nieuws en blijft de impact beperkt tot de?naaste omgeving. In het geval van de moord op Ruben en Julian was?dat anders. Door de lange periode van vermissing, de vele vraagtekens?rond hun verdwijning en de grote media-aandacht toonde Nederland?een ongekende betrokkenheid. De ?explosie? op Facebook en Twitter?was een uiting van medeleven, die vervolgens tot concrete acties leidde.?Burgers mobiliseerden zich en startten her en der zoekacties. Het?plaatste gemeente en hulpdiensten voor nieuwe uitdagingen. Want?enerzijds kon de politie baat hebben bij de hulp van het publiek, anderzijds?zouden ongeco?rdineerde zoektochten het opsporingsonderzoek?juist kunnen verstoren en zelfs schaden. Daarnaast is er de fundamentele?vraag over wederkerigheid, die vaker gesteld kan worden ten?aanzien van burgerparticipatie, en in de nasleep van deze gebeurtenis?kwam nog een ander dilemma naar voren. De balans tussen de belangen?van de directe nabestaanden en de collectieve vormen van rouw?elders in het land. Ook hier gaan we in de analyse nader op in.

image-3815632

4 Analyse

4.1 Online en offline impact

De publieke betrokkenheid was groot vanaf het moment dat de moeder?van Ruben en Julian haar oproep via Facebook de wereld in stuurde.?De attentiewaarde bleef gedurende de hele vermissing hoog; vanaf het?eerste bericht tot en met het nieuws over de vondst van de lichamen in?Cothen. Dat het nieuws van de vermissing verder ging dan de reguliere?kring van nabije vrienden en dorpsgenoten is drieledig te verklaren.?Het nieuws was mediageniek, de vermissing hield lang aan en het?raakte, in potentie, een groot deel van het land.

Allereerst de mediagenieke elementen. De raadselachtige verdwijning?van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van?het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem
voor speculatie.

Daarbij speelde mee dat verdwijningen van kinderen?tot de verbeelding spreken. Denk aan de media-impact van de vermissingen?van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly?Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast?zullen velen zich hebben herkend in de aanleiding van het verhaal:?twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over
het lot van de kinderen. In combinatie met de radeloosheid die uit het?eerste Facebookbericht van de moeder sprak, vormde dat een ?ergst?denkbare nachtmerrie?.

Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield,?waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen?dood. De tijdslijn van de route die de vader die bewuste nacht had afgelegd, bevatte gaten. Het werd een puzzel die onopgelost bleef. Het?bevatte ingredi?nten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van?Malaysia Airlines in 2014. In de huidige casus versterkte de lange duur?van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere?verdwijning op Nederlandse bodem heeft recent geleid tot een vergelijkbare?onrust. Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot?deel van het land uitstrekte. Alles tussen het Doornse Gat en Neerbeek?werd potentieel zoekgebied. Daarmee kwam de casus voor veel mensen?letterlijk ?heel dichtbij?. Want mogelijk was de vader langs hun huis?gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het?voedde als het ware op grote schaal een gevoel van betrokkenheid.

Amber Alert

Op de avond van het Facebookbericht was er online de nodige aandacht?voor de vermissing, mede vanwege het mediagenieke karakter van het?nieuws: het was een ?bijzonder verhaal?. Alle scenario?s stonden die?avond nog open; onbekend was welk strafbaar feit achter de vermissing?schuilging. De kinderen konden op een onbekende locatie zijn ondergebracht,?maar ook zijn omgebracht. Het nachtelijke Amber Alert?bracht de vermissing breder onder de aandacht. Het zorgde ervoor dat?de reguliere media de vermissing de volgende ochtend in de journaals?meenamen. Daarmee werden ook de mensen bereikt die niet op sociale?media actief zijn of het nieuws de avond ervoor hadden gemist. Volgens?de inzetcriteria is een Amber Alert gewenst als wordt gevreesd voor het?leven van of voor ernstig letsel bij de vermiste minderjarige(n). Voor?een Amber Alert is toestemming nodig van de ouder(s) of wettelijk?vertegenwoordiger van de vermiste minderjarige(n). In deze casus?werd aan beide criteria voldaan (zie de?criteria van Amber Alert). Alles werd uit de kast gehaald om de?broertjes te vinden, al leert de ervaring dat een Amber Alert de grootste?toegevoegde waarde heeft in een periode tot enkele uren na de vermissing.?Die eerste uren waren in deze casus reeds verstreken, omdat pas?aan het einde van de middag duidelijk werd dat de twee jongens aan de
zorg van hun vader waren toevertrouwd ten tijde van zijn zelfmoord en?sinds het aantreffen van zijn lichaam al bijna 18 uur verstreken waren?toen het Amber Alert uitging. Mogelijk viel er op dat moment weinig?meer van te verwachten. In een eigen evaluatie gaf de politie aan dat?toch is besloten het Amber Alert uit te geven, omdat voor het leven van?de jongens werd gevreesd.

4.2 Burgerzoektochten

Mobilisatiekracht van het volk

Al op dinsdagavond 7 mei dienden de eerste burgers zich aan bij het?Doornse Gat om daar te helpen zoeken naar de twee vermiste broertjes.?Deze zoektochten namen in de dagen en weken erna een hoge?vlucht. Via de online media werden zoektochten georganiseerd, die her?en der honderden mensen op de been brachten om bospercelen uit te?kammen. Soms gingen hele gezinnen het bos in om te helpen zoeken.?Dergelijke burgerhulp bij vermissingen was geen nieuw fenomeen. Zo?leidde een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest in?februari 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Toen bleef?de zoektocht echter beperkt tot de dorpsbewoners. Een paar maanden?later startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort uit Goirle?een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten?van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden,?nabij de plek waar zij voor het laatst waren gezien.

In dit geval was de massaliteit waarmee werd gezocht een onderscheidende?factor ten opzichte van eerdere zoekacties. Het potenti?le?zoekgebied was ook groter dan bij voorgaande vermissingen en?daardoor konden burgers op meerdere plekken in het land hun hulp?aanbieden.

Voor sommigen werd het zelfs een bijzondere besteding?van de meivakantie (wat niets afdoet aan de oprechtheid waarmee werd?gezocht).?Wanda van den Bovenkamp ? een vriendin van de moeder ? was?een van de initiatiefneemsters die via haar Facebookpagina voor de?Utrechtse Heuvelrug op de eerste avond een impulsieve oproep deed?om te komen helpen. Er kwamen zestig mensen op af. In Nieuwe Revu (?Mijn bos is mijn bos niet meer?, 21 mei 2013) vertelde zij erover:

?Ik kwam er meteen achter dat het allemaal niet zo makkelijk is. Er?stond een mediacircus voor mijn neus. Ik moet met dingen rekening?houden waar ik nooit aan had gedacht. Wild dat wordt opgejaagd,?allerlei priv?percelen in het bos, de techniek van het uitlijnen, boswachters?die niet zo blij zijn (red.: het ging hier om een rookverbod in?het bos en de tijdsblokken waarin gezocht mocht worden). Het ging?met vallen en opstaan.?

Het perspectief van de politie

De burgerzoektochten wierpen bij de autoriteiten nieuwe vragen op:?Hoe kunnen de goede intenties van burgers worden gekanaliseerd als?zij en masse op meerdere locaties willen helpen? De politie zocht naar?een passend antwoord. Het was niet dat bij voorbaat afwijzend op de?zoekacties werd gereageerd, maar voor de politie waren de forensische?afwegingen leidend. Waar het publiek mogelijk denkt ?baat het niet,?dan schaadt het niet?, gelden er vanuit forensisch belang andere afwegingen.?Wat in dat opzicht schadelijk is, is voor het publiek niet altijd?evident. Om een situatie volgens de forensische normen af te handelen,?wordt bij voorkeur eerst de eigen mobiele eenheid (ME) ingezet.?De ME heeft voldoende capaciteit om percelen te doorzoeken, is ervoor
opgeleid en weet wat te doen als er mogelijke sporen worden aangetroffen.?Ook kunnen ? zoals ook is gebeurd ? gespecialiseerde eenheden?van Defensie worden ingezet. Daarnaast zijn er bij een zoekstrategie?soms operationele afwegingen die de politie niet altijd met het publiek?zal willen delen. Mogelijk is er sprake van een medeverdachte of zijn?andere scenario?s denkbaar en komen grote zoekacties van burgers?op een bepaalde plek of tijd slecht uit. De inzet van lijkenhonden is bijvoorbeeld?pas optimaal als het ontbindingsproces op gang is gekomen.?Het is onkies om dergelijke informatie tijdens een grootscheepse?zoektocht te delen, terwijl de afwegingen om dit type speurhonden?direct na een vermissing in te zetten, legitiem kunnen zijn. Tot slot?spelen soms ethische aspecten mee. In dit geval was het twijfelachtig of?mensen beseften wat zij mogelijk zouden kunnen aantreffen. Maar in?hoeverre moeten mensen op de eventuele consequenties van hun zoektocht?worden geattendeerd? De boodschap dat men zich moest realiseren?dat meezoekende kinderen stoffelijk overschotten zouden kunnen?aantreffen, kon betuttelend overkomen, terwijl de deelnemers aan de?zoekacties?? zeker in het begin ? lang niet altijd leken te beseffen dat hier een gerede kans toe bestond. Ouders met kinderen maakten er een?alternatief ?dagje uit? van.

Samenwerking tussen burger en politie

Voor de politie was het duidelijk dat de spontaan aangeboden hulp ?niet?te stoppen? was. Het negeren van de burgerhulp zou bij het publiek niet?in goede aarde vallen, ook al had de politie zijn eigen afwegingen om er?terughoudend mee om te gaan. Er werd gezocht naar een middenweg,?waarin de publieke acties werden begeleid door ervaren politieagenten?die enige structuur aanbrachten in de zoekacties. Hierin was een?belangrijke rol weggelegd voor de politievrijwilligers. Maar net als voor?de burgers was het ook voor de politie een proces van vallen en opstaan.
Zo zijn de politievrijwilligers soms zonder stafkaarten met grote groepen?mensen op pad gestuurd, in gebieden waarvan later bleek dat die?eerder al door de ME en mariniers waren doorzocht. In de teams kregen?politievrijwilligers te maken met zoekers van allerlei pluimage;?van ervaren Afghanistanveteranen tot huisvrouwen en studenten. Ze?structureerden de zoekacties door vooraf een briefing te geven, waarin?zij uitleg gaven hoe het zoeken in zijn werk zou gaan. Ook werd afgesproken?om tijdens het zoeken geen foto?s op sociale media te plaatsen,?om te voorkomen dat de moeder en familieleden van Ruben en Julian?eventueel via de sociale media nieuws zouden vernemen.

Na een wat rommelige start kwam er gaandeweg meer structuur?in de samenwerking tussen burgers en politie. De initiatiefnemers?stemden zoekacties af met de politie, om te voorkomen dat het rechercheonderzoek?in de wielen werd gereden. Er is ook nadrukkelijk ontmoedigd?om op eigen houtje te gaan zoeken. Het twitteraccount en?de Facebookpagina van @JulianRubenNL speelden hierbij een steeds?grotere?co?rdinerende rol. De kracht van de burger deed daarmee?online en offline zijn werk; de offline burgerhulp werd door medeburgers?via sociale media gekanaliseerd. Er ontstond uiteindelijk een?modus waarin burgers, na overleg met de politie, de ruimte kregen om?her en der in het land zoekacties op touw te zetten.

Het dilemma van de wederkerigheid

In het verlengde van de burgerzoektochten ontwaren we een interessante?kwestie: wederkerigheid. Burgers ondersteunden het zoekproces,?maar wat kregen ze daarvoor terug? Een terugkomsessie voor iedereen?die had geholpen, op de hoogte gehouden worden over de voortgang,?een dankbrief of een lintje? Verwachtingen blijven vaak onuitgesproken,?maar er zullen verschillende motivaties een rol gespeeld hebben,?zoals het uiten van meeleven, de kans om onderdeel van iets groters?te zijn, een spannend uitstapje, of de hoop op meer informatie over de?stand van zaken, of waardering. Hoe dan ook, mensen zijn bereid om?het risico te nemen. Daarin ligt voor de overheid een dilemma: een?overheid die actief het belang van zelfredzaamheid en burgerparticipatie?belijdt, draagt onverminderd een verantwoordelijkheid voor de?redzamen die (uiteindelijk) niet veerkrachtig blijken. De reciprociteit?omvat in wezen dat de burger capaciteit aanbiedt, maar er daarbij impliciet
van uit gaat dat hij of zij op de overheid kan terugvallen wanneer?hij of zij schade ondervindt. In dit geval houdt de wederkerigheid in dat?de overheid garant moet kunnen staan voor passende nazorg, mocht?dit nodig blijken. Inzet vanuit Slachtofferhulp Nederland, veelal geactiveerd?vanuit de blauwe kolom, behoort tot het standaardrepertoire.?De Nederlandse samenleving kent bovendien een zorgsysteem dat is?ingericht op het faciliteren van die reciprociteit (ook al wordt de term?wederkerigheid traditioneel niet gebruikt in combinatie met de grondwettelijke
plicht van overheden om de ?gezondheid der ingezetenen? te?bevorderen). Mochten mensen problemen ontwikkelen tijdens het verlenen?van burgerparticipatie die zij niet op eigen kracht ? dus ook niet?binnen eigen sociale kring ? kunnen oplossen, dan bestaat er een vangnet?in de vorm van professionele hulp- en zorgverleners. Het is niet?zozeer paternalistisch dan wel verstandig om mensen die inderdaad?worden blootgesteld aan een schokkende omstandigheid (het aantreffen?van kinderlichamen valt daar zeker onder, maar misschien ook het?niet vinden, hoop houden en vervolgens erachter komen dat ze tientallen?kilometers verderop liggen) te informeren over mogelijke reacties,?met de toevoeging dat die overwegend vanzelf verdwijnen. Voor de vinders?van de lichamen ligt dat vermoedelijk meer voor de hand dan voor?specifieke groepen vrijwillige zoekers. Hoe het ook zij, gedragstips hoe?met een schokkende gebeurtenis om te gaan, ook als eigen kinderen?zijn blootgesteld, kunnen eenvoudig worden verstrekt (helemaal als de?zoektocht onder co?rdinatie plaatsvindt). Mochten reacties na ongeveer?een maand niet minder worden, is een bezoek aan de huisarts aan te?bevelen. En als dat ontoereikend is, voert de verwijslijn verder.?De hier geschetste redenering is verder uitgewerkt in de ?Multidisciplinaire richtlijn psychosociale?hulp bij rampen en crises? (Impact, 2014).

3 Nafase

De ontknoping

Toen de politie op zondagmiddag 19 mei 2013 bekend maakte dat in het?buitengebied van Cothen twee lichamen waren aangetroffen, barstte?het speculatiecircus los. Het duurde uiteindelijk tot 23.00 uur ?s avonds?voordat de driehoek (de burgemeester van Zeist, de hoofdofficier?van justitie en de chef van de politie-eenheid Midden-Nederland)?in Utrecht toelichtte dat het ? zoals iedereen op dat moment al vermoedde?? hoogstwaarschijnlijk ging om de lichamen van Ruben en?Julian. Dat het niet met zekerheid kon worden gesteld, kwam doordat?de lichamen lange tijd in het water hadden gelegen en in staat van ontbinding?waren. Op basis van DNA-onderzoek werd de identiteit later?bevestigd. In de persconferentie stond hoofdofficier Bac stil bij de vraag?of de autoriteiten niet eerder op de avond naar buiten hadden kunnen?komen. Hij stelde dat een zorgvuldig (en tijdrovend) onderzoek nodig?was om de toedracht te kunnen achterhalen, mede in het licht van het
feit dat de vermoedelijke dader zelfmoord had gepleegd.

Fragment ?Eerste identificatie op basis van gevonden kleding? uit het NOS Journaal?van maandag 20 mei 2013, 00.09 uur:

Na de ontknoping van de vermissingszaak pakte de gemeente Zeist?de regie op de nafase. De aandacht ging in de eerste plaats uit naar?de binnenste cirkels van betrokkenen: de moeder, de grootouders, de school en de voetbalclub, de vriendin van de vader. Gedurende de?periode?van vermissing waren echter steeds meer mensen in Nederland?zich gaan rekenen tot de binnencirkel. Via sociale media verspreidden?zich plannen voor een stille tocht of een herdenking in Zeist of?zelfs bij Cothen, waar de jongens gevonden waren. In Limburg, waar?ook groepen mensen hadden meegezocht, werd een herdenkmoment?gehouden bij Stein, en in Kerkrade kwam een vrouw met een plan voor?een herdenking met duizend witte heliumballonnen. Dat zelfs even de?vraag rees of de Trekkertrek, die op Tweede Pinksterdag in Cothen zou?plaatsvinden, moest worden afgelast, geeft wel aan dat de impact als??groot? werd ingeschat.

Rouwen en herdenken in Zeist

Tijdens de persconferentie gaf de burgemeester van Zeist aan dat hij?zich met betrokkenen en maatschappelijke organisaties zou bezinnen?op het verder vormgeven van de verwerking. Waar gewoonlijk initiatieven?van burgers voor een stille tocht gefaciliteerd worden, was nu niet?in te schatten hoeveel mensen erop af zouden komen. Een grote toeloop?zou kunnen betekenen dat de gemeente de openbare orde en veiligheid?niet zou kunnen waarborgen. Mede om die reden werd gezocht?naar een alternatief dat wel uitdrukking gaf aan de collectieve beleving,?maar waarbij die verbondenheid niet door plaats, maar door moment?tot stand zou komen.

In overleg met de moeder werd besloten om iedereen die de jongens?wilde gedenken op te roepen om op zondag tussen 19.00 en 20.00?uur twee brandende kaarsjes in de vensterbank te plaatsen. Hiermee?werd een verbinding gelegd met Wereldlichtjesdag, die altijd op de?tweede zondag in december plaatsvindt voor kinderen die slachtoffer?zijn van geweld. Op deze manier werd tevens de aandacht wat afgeleid?van het priv?domein; niet de eigenheid van de jongens stond centraal,?maar hun positie als slachtoffer. Door een kaarsje te laten branden,?werden ze voor de buitenwereld tot een symbool gemaakt en hoefden?de moeder en andere intimi hun persoonlijke herinneringen en rouwbeleving?niet te delen met de rest van Nederland. Zodra de keuze voor?de kaarsjes bekend was gemaakt, luwde ook de storm van particuliere?initiatieven. Iedereen sloot zich aan bij de beslissing; de ballonnen in?Kerkrade werden afgeblazen. Daarnaast werden duidelijke afspraken
gemaakt om ook bij andere gedenkmomenten publiek en priv? goed?te scheiden. De uitvaart zou besloten zijn, met langs de rouwstoet???n plek waar de media foto?s mochten maken. Via de gemeente was de?afspraak gemaakt dat alleen het ANP een interview zou afnemen met?een woordvoerder van de familie. Door de sociale media goed te volgen,?werd het voor de gemeente duidelijk dat ze geen maatregelen hoefde te?treffen voor eventuele spontane stille tochten. Net als bij de zoektochten?bleek dat de snelheid waarmee het bericht zich verspreidde hielp?om de betrokkenheid binnen de samenleving te kanaliseren.

De school

Ook op de Kerckeboschschool in Zeist werd stilgestaan bij het overlijden?van de broertjes. De herdenking op school was alleen voor de kinderen,?leerkrachten en ouders toegankelijk, maar na afloop waren het?schoolhoofd en de burgemeester beschikbaar voor een kort interview.?Door op deze manier duidelijke grenzen te trekken, werd zowel aan?de direct betrokkenen als aan de kringen daarom heen proportioneel?ruimte geboden voor rouw.

Rouwen en herdenken in Wijk bij Duurstede

Niet alleen in Zeist, maar ook in Wijk bij Duurstede werd gerouwd, de?plaats waar de vader opgroeide en de kinderen regelmatig bij hun opa?en oma op bezoek kwamen. De verbijstering was er minstens zo groot?als in Zeist. Er werd een condoleanceregister geopend en de burgemeester?bracht een bezoek aan de ouders van de vader. Zij hadden immers?drie dierbaren verloren; hun zoon, die zelfmoord had gepleegd, en hun?twee kleinkinderen met wie ze een sterke band hadden. Hun verdriet?was heftig en heel dubbel, aldus de burgemeester voor RTV Utrecht:

?Bij de ouders overheerst onbegrip en ongeloof. Hun betrokkenheid?bij hun kleinkinderen is enorm. Wat hun verdriet nog complexer?maakt, is dat ze natuurlijk treuren om de zelfgekozen dood van hun?zoon en tegelijkertijd part noch deel hebben gehad aan wat hij zeer?waarschijnlijk heeft gedaan.?

5 Afronding

Dit hoofdstuk draaide om een vermissingszaak die Nederland bijna?twee weken lang in zijn greep hield. De betrokkenheid was verklaarbaar.?Anders dan een gezinsmoord waarbij het publiek vrij snel duidelijkheid?krijgt over wat er is gebeurd, was dit een drama met lange tijd?een open einde. Naarmate de onzekerheid voortduurde, werden de vragen?eerder groter dan kleiner. De online buzz over de vermissing leidde?ertoe dat de media al vanaf de eerste avond de zaak nauwgezet volgden.?Maar de vraag is of de maatschappelijke impact zonder sociale media?minder groot zou zijn geweest. Het valt te betwijfelen. De wekenlange?vermissing van Nicole van den Hurk in 1995 bijvoorbeeld (die uiteindelijk?eveneens vermoord bleek), vond plaats in de periode voordat sociale
media bestonden en ook hier was sprake van maatschappelijke onrust.?De sociale media hebben er bij deze casus wel voor gezorgd dat de vermissing?van Ruben en Julian snel in het nieuws kwam en de ontwikkelingen?(bijvoorbeeld via @JulianRubenNL) nauwgezet konden worden?gevolgd. Maar de maatschappelijke impact gedurende de weken van de?vermissing zou volgens ons ook zonder sociale media waarschijnlijk?van vergelijkbare grootte zijn geweest. De casus had voldoende componenten?in zich om ook zonder Facebook en Twitter een landelijke?impact te krijgen. De drijvende kracht achter de voortdurende aandacht?zien we in de vraag ?waar zijn de vermiste kinderen gebleven???De behoefte van burgers om te helpen een antwoord op deze vraag te
vinden, doet zich vaker voor. Het waren nu vooral de lange duur vande vermissing, de omvang van het zoekgebied en (mede daardoor) de?massaliteit van de zoekacties die deze casus extra bijzonder maakten.

Toch werden de sociale media wel een onlosmakelijk onderdeel?van de aanpak. Via de sociale media werden mensen opgeroepen om?te komen helpen en werden de zoekacties over het land gereguleerd.?Net zoals bij de verdwijning van Steve Fosset (in 2007) gebruik werd?gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te?vinden, zijn ook hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen?van goedwillende burgers te co?rdineren. Bij Steve Fosset was het?een centrale website, bij Ruben en Julian werden Facebook en Twitter?de centrale platformen. Daarnaast klonk via Facebook en Twitter ook?het collectieve medeleven door. Alles wijst erop dat de moeder zich?hierdoor erg gesteund heeft gevoeld; zij heeft herhaaldelijk haar dank?daarvoor uitgesproken.

In de kern van de zaak zien we een vader die kennelijk geen andere?uitweg zag dan zichzelf en zijn kinderen het leven te ontnemen. Op dat?aspect wijkt deze casus niet af van gezinsdrama?s die zich, hoe vreselijk?ook, vaker in Nederland voltrekken. Wat er gebeurde tijdens de eerste?uren van de vermissing en de laatste uren van beide kinderen zal een?raadsel blijven, net zoals de exacte aanleiding. Het is eerst en vooral een?drama voor de directe betrokkenen en hun omgeving. Het is dan ook?de kunst om in dergelijke situaties op een betrokken en nabije manier?de situatie te managen, zonder partij te kiezen of uitspraken te doen?over de aanleiding. In deze casus stond dat voorop en is ondanks alle?media-aandacht steeds de insteek geweest om het klein te houden en er?te zijn voor de direct betrokkenen.

DocU van RTV Utrecht over Ruben en Julian, “Twee weken tussen hoop en vrees” van zondag 18 mei 2014, met daarin oa Henk Bril aan het woord.?Henk Bril (49) loopt al wat jaren mee als hoofd recherche van de politie Midden-Nederland en zag een heleboel gezinsdrama?s voorbijkomen. Maar de kindermoord op Ruben en Julian, gepleegd door vader Jeroen Denis (38), was in alle opzichten uniek en zal tot in lengte van dagen in zijn geheugen gegrift staan. ?Bij een familiedrama vind je doorgaans heel snel alle slachtoffers bij elkaar. Nu waren wekenlang twee jongetjes zoek en kon het alle kanten opgaan. Waren ze achtergelaten zonder eten en drinken, ontvoerd? Was er misschien nog iemand anders in het spel??:

De docu is een eerbetoon aan Ruben en Julian:

Moeder Iris schreef een bedankbrief in de Telegraaf en bedankt iedereen die heeft geholpen bij het zoeken naar haar jongens.

Wouter Jong schreef eerder ook een blog over de rol van social media bij de vermissing in deze zaak en er verscheen ook een artikel in Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing over het Twitteraccount @JulianRubenNL, dat Wouter schreef samen met Jeroen Jacobs van?SocialMediaGrip?schreef, de club die zich online belangeloos inzette voor zoektocht Julian en Ruben.

Moderne Sherlock op De Ondernemers Club

Sherlock Holmes, wie kent hem niet? Als het aan TNO ligt zijn we binnenkort allemaal collega?s van deze speurneus.

Afgelopen zondag was ?De OndernemersClub? te gast in Den Haag bij The Hague Security Delta. TNO-er?Erik Ham liet in deze zevende editie zien hoe we als burgers binnenkort, gewapend met een app op onze telefoon, de politie kunnen voorzien van relevante, onmisbare informatie over een misdrijf.
TNO op RTL7 afgelopen zondag: effici?ntere opsporing van verdachten en de burger als rechercheur
Ook lichtte Erik de TNO-technologie toe waarmee n?g effici?nter verdachten van bijvoorbeeld een winkeldiefstal opgespoord en gevolgd kunnen worden.

Uitzending gemist?
Onderstaand kun je het TNO-item van afgelopen, als ook van alle voorgaande uitzendingen terugzien. Op RTLXL kun je de gehele uitzendingen terugzien.

Inspiratie voor ondernemers
De Ondernemersclub is een combinatie van een televisieprogramma ?n een ondernemersevent, gericht op groei en innovatie. Met het programma leggen initiatiefnemers TNO, ONL voor Ondernemers, EY, het Ministerie van Economische Zaken en de Kamer van Koophandel de verbinding tussen overheden, regionale overheden, kennisinstellingen, dienstverleners en ondernemers. De presentatie is in handen van Hans Biesheuvel (ONL voor Ondernemers) en Annette Wassenaar (Yellow Walnut). Dit programma is een inspiratiebron voor ondernemers: kennis opdoen, netwerken en sparren met partners.