ClaimJeStraat: Mijn huis, mijn buren, mijn straat!

Veiligheid is belangrijk voor ons allemaal. Een veilige plek om te wonen eindigt niet bij de muren van ons eigen huis: Juist op straat valt veel te winnen! ClaimJeStraat stelt bewoners van straten in Nederland in staat om m??r invloed te hebben op hun directe woon- en leefomgeving. Dit doen we zelf, samen met en geholpen door de overheid.?ClaimJeStraat.nl is de beweging die mensen in staat stelt om van hun straten een prettige en veilige leefomgeving te maken.

Een geclaimde straat herkent u meteen
Inbrekers hebben in een geclaimde straat geen kans, want een geclaimde straat is duidelijk zichtbaar en voelbaar?geclaimd?door haar bewoners. Bewoners zijn trots op hun eigen straat en buren weten elkaar goed te vinden en zijn oplettend en zorgzaam voor elkaar en hun eigen omgeving.

Een nieuwe balans in samenwerking
ClaimeJeStraat gaat over het cre?ren en faciliteren van een nieuwe balans in de samenwerking en de verantwoordelijkheid tussen overheid, bewoners en ondernemers. ClaimJeStraat gaat over het beter benutten van bestaande initiatieven en het cre?ren en het laten ontstaan van nieuwe initiatieven en aanbod vanuit, v??r en m?t een nieuwe doelgroep:de bewoners van de straat.

Lokale impact met een duurzaam karakter
De straat is een kleinschalig en overzichtelijk collectief van bewoners en ondernemers waarmen zich mee identificeert en bij betrokken voelt. In de straat acteren bewoners, overheid en ondernemers zo vanuit hun eigen rol en hun eigen verantwoordelijkheid. ClaimJeStraat is?katalysator voor de transitie?van een overheid die alles ?moet? doen naar een faciliterende overheid die actieve bewoners de ruimte, gelegenheid en middelen biedt om d?t te doen wat ze?zelf?willen en belangrijk vinden.

Aanbod op maat voor de straat
Wat bewoners belangrijk vinden, willen en kunnen is voor elke straat uniek. Voor elke straat bestaat er een combinatie van individuele en collectieve activiteiten die aangeboden en gestimuleerd kan worden, die aansluit bij lokale behoeften en mogelijkheden en die waarde biedt voor iedereen. Of bewoners het nu uit betrokkenheid, hulpvaardigheid of een ander belang willen doen: ClaimJeStraat sluit aan op de straat en prikkelt bewoners op hun eigen drijfveren.

Bewoners, overheid en ondernemers samen in beweging

Voor bewoners en ondernemers
ClaimJeStraat is een platform cre?ren waarin bewoners zelf aan de slag kunnen met hun eigen straat en de hulp in kunnen roepen van de overheid als dat nodig is.?Met ClaimJeStraat geef je aan dat je eigen omgeving en veiligheid belangrijk voor je zijn. Met ClaimJeStraat kun je je gemakkelijk organiseren met je buren, ook als je ze (nog) niet kent.?Als bewoner kun je inloggen op jouw straat en in contact komen met je buurtbewoners. Je kunt eenvoudig activiteiten organiseren of eraan deelnemen. Er staat een “StraatScan” op die jij en je buren in kunnen vullen waardoor je een gezamenlijk straatprofiel ontwikkeld. Daarnaast kun je de hulp van de gemeente of politie inschakelen als dat nodig is.

Voor overheid
In ClaimJeStraat vervult de lokale overheid een ondersteunende faciliterende rol. Met ClaimJeStraat wordt samenwerken met bewoners directer en vraaggericht. ?Vertegenwoordigers van de overheid kunnen door bewoners georganiseerde activiteiten ondersteunen als daar behoefte aan is, bijvoorbeeld door kennis, capaciteit of andere middelen aan te bieden. Daarnaast kunnen nieuwe activiteiten voorgesteld worden aan bewoners om te organiseren.

Dag 2 - Samenwerking van politie, bedrijfsleven en wetenschap

Professionals
ClaimJeStraat is bottom-up gestart door een?netwerk van bevlogen professionals uit overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Zij zetten zich in voor een leefomgeving die veilig is ?n voelt en waarin bewoners op een voor hun prettige, zinvolle en waardevolle manier invloed uit kunnen oefenen.Dit lerende netwerk staat open voor iedereen op?LinkedIn. Maar ook op Twitter @ClaimJeStraat?zijn de activiteiten te volgen. Momenteel is er een besloten testperiode?met pilots. Maar aanmelden of vragen over meer informatie kan via e-mail of telefoon (+31 (0)6 11 78 31 09).?
groeimodel_horizontaal.png

App: Met Self Evident je eigen dossier

selfevidentDe Self Evident app is een voorbeeld van hoe burgers een eigen opsporingsdossier kunnen maken vanaf het plaats incident. Als getuige of slachtoffer kunnen burgers foto’s of video’s toevoegen, een opname maken van hun getuigenverklaring en relevante zaken op een kaartje plotten. Dit dossier kan met een druk op de knop met de politie gedeeld worden.?

Report crime with the Self Evident app

Van honderdduizenden misdaden wordt jaarlijks geen aangifte gedaan. Daar zijn diverse redenen voor, maar het gedoe van aangifte op het bureau of de drempel van een telefoontje naar de politie tellen hierbij mee, aldus de makers. En als van de aangegeven misdaden slechts 20-25% van de misdrijven wordt opgelost, is de motivatie om aangifte te doen niet bij iedereen even hoog. Als burgers iets kunnen bijdragen neemt dat percentage enorm toe. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de misdaden worden opgelost door middel van burgerparticipatie en dat de pakkans groter is als de aangifte snel binnenkomt (de zgn. ‘heterdaadsituatie’). Tijd voor een gratis app moeten de makers?gedacht hebben, waarbij burgers meer mogelijkheden wordt geboden om snel, eenvoudig en doeltreffend aangifte te doen.

Het mini-opsporingsdossier staat op een besloten plaats in de cloud en middels een cocreatieproces wordt het met de politie gedeeld. Of met een verzekeringsmaatschappij. Een getuigenverklaring kan zelfs tot en met de rechtzaal gebruikt worden, omdat het de verklaring van de getuige als audiobestand voor de rechter kan afspelen daar waar een agent aan het bureau nu een getuigeverklaring nog in de computer moet typen wat feitelijk al een vertaling is. De gebruiker kan ook tekst toevoegen of een filmpje maken en toevoegen van verklaringen van eventuele andere getuigen. Ook social media is onderdeel van de app, waarmee je ook anderen kunt informeren over hetgeen gebeurd is.

Burgers kunnen ook zien wanneer hun dossier is geopend of geupdate met informatie vanuit de politie. Ook zouden burgers zelf scenario’s kunnen toevoegen of extra informatie geven mochten zij later nog zaken bedenken. Tevens zit er een feedback mogelijkheid in, om de politie te laten weten wat je over de afhandeling van je zaak vindt. Elk misdaadtype kan worden aangegeven, maar voor noodgevallen dient het noodnummer 112 gebeld te worden dat ook met 1 druk op de knop vanuit de app gedaan kan worden.

Er zit een private partij achter deze dienst, die wat geld vraagt voor het opslaan van deze dossiers die elk zo’n 60MB kunnen bevatten. Daarnaast is de dienst afhankelijk van donaties van onder andere burgers, het Allen Lane Foundation en?Robert Peel Trust?fonds en bijdragen van politiekorpsen. Maar getuigendossiers of slachtofferdossiers die met de politie gedeeld worden zijn (vooralsnog alleen in de UK) gratis. De inkomsten die mogelijk voortvloeien uit politiezaken gaan naar een goed doel tegen misdaad in het gebied waar de incidenten plaatsvonden via het Robert Peel Trust?fonds. Met een credit systeem kopen mensen via PayPal of creditcard dossiers in waarbij deze beveiligd ‘in the cloud’ wordt opgeslagen.

Social Media berichtgeving valideren in het heetst van de strijd #hoax

Sociale media staan er nu eenmaal om bekend dat het waarheidsgehalte van een bericht of een afbeelding niet in ??n oogopslag te bepalen is. De ?vermeende (maar nog niet hard bewezen) click fraude?maakt het niet gemakkelijker, omdat het lijkt alsof zeer veel mensen een bericht bevestigen. Er zijn steeds meer groepen die proberen uit te zoeken hoe onze Filter Bubble gemanipuleerd wordt, zoals bij Facebook het geval lijkt te zijn. Ook komen er steeds meer nieuwe diensten die helpen in validatie van content zoals Rbutr. Een klein voorbeeldje van geruchten bij incidenten uit ons eigen kikkerlandje gaf Roy Johannink onlangs op zijn VDMMP blog?over de onrust in Loppersum begin dit jaar. En eerder schreef hij een rapport over hoe social media van invloed is op onrustsituaties.

Op 17 januari 2014 houdt minister Kamp een persconferentie in Loppersum over het Gaswinningsbesluit. Op sociale media is er veel te vinden over de persconferentie en de toestand in Loppersum. Enkele?foto?s en berichten?zijn wel echt, maar horen niet bij situatie. Van een aantal is niet direct in te schatten of ze waar zijn, zoals het bericht ?Toegangswegen naar #loppersum geblokkeerd.? Maar een bericht over de inzet van kindsoldaten dat zal iedereen als zeer ongeloofwaardig bestempelen.?Politiechef Naomi Hoekstra?laat via Twitter weten: “Jammer, nepberichten over onrust in Loppersum. Zijn archieffoto’s van andere plaatsen, in Loppersum is het rustig!?

De vragen die leven onder communicatieprofessionals, maar ook onder informatie-analisten en leidinggevenden in de besluitvorming zijn voor een ieder herkenbaar. Wie zou een bijdrage willen leveren aan de omgevingsanalyse? Of aan het opsporen van familieleden na een incident. Of een bijdrage aan het communiceren met de buitenwereld? Ook de media en burgers willen snel weten of iets waar is. Velen zetten het nieuws klakkeloos door en sommigen duiken erin op zoek naar een mooi verhaal of de waarheid erachter. En dat kan interessante processen opleveren. Volgens sommigen was 2013 het ?Jaar van de Hoax?, een trend die anderen?in 2014 ook nog wel zien voortduren. Eerder hebben we al de vervelende gevolgen van van geruchten kunnen waarnemen in de analyses van Pukkelpop, Moerdijk of Project X Haren.
twitter_verified_accountHoe valideer je content? Door bijvoorbeeld aan?crowdsourcing?te doen, weten we wie bereidwillig is om vrijwillig een bijdrage te leveren. #Durftevragen, crowdmapping of crisismappig (zoals met Ushahidi) en andere bekende vormen van hulp online is meer dan welkom gebleken. En tools zijn er genoeg. Het Europese project Pheme (naar de Griekse roddelgodin) van werkt ook aan manieren en wil tot een soort leugendetector komen voor social media. Maar kijk bijvoorbeeld ook eens naar de lijst van tools uit het social media digital content verification handbook dat net uit is uitgebracht door het ?European Journalism Center?(EJC). Denk aan?reverse image searches, of aan?Exif of metadata?informatie, maar ook validatie van locaties. Uiteraard zijn er manieren om dit te omzeilen, maar het gros van de geruchten ondervang je hiermee. Een handboek is misschien wat teveel eer voor de publicatie, maar het is een mooi initiatief om deze kennis voor een breder publiek toegankelijk te maken. In deze blog daarom een paar voorbeelden van validatie tijdens crises, maar lees vooral ook het handboek om vele andere voorbeelden te bekijken met soms grote impact tijdens een incident of crisis. Er is voor de overheid en betrokkenen soms niets ergers dan een gerucht dat slim ‘geframed’ en in elkaar gesleuteld is, dat op de juiste tijdstip op social media geslingerd wordt en veel invloed krijgt op allerlei processen. En voor mediapartijen is het bewezen lastig om in een tsunami van informatie waarheid van fictie te onderscheiden, getuige ons blog over de Boston Bombings?waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe diverse vooraanstaande mediapartijen als Reuters en CNN blunderden en de politie Twitter account van de @BostonPolice?zegevierde met gevalideerde informatie. Het zelfreinigend vermogen ook vanuit het publiek in digitale content lijkt steeds beter te worden.

Haaien in Manhattan

Ten tijde van orkaan Irene en een jaar later orkaan Sandy waren een aantal geruchten zeer hardnekkig. Het?FEMA (Federal Emergency Management Agency) heeft daarom nu niet alleen crisis management center, maar zelfs een speciaal Rumor Control Center moeten inrichten om een antwoord te geven op de storm aan geruchten. De geruchten van orkaan Irene gingen in de herhaling bij Sandy en er werden er vele nieuwe toegevoegd omdat grapjassen en internet trollen ook zien dat het invloed heeft.?Lees op de FEMA pagina?welke geruchten zij hebben ontkracht of bevestigd. Wij werken er enkele nader uit, omdat die veel rumoer op Twitter en Facebook hebben veroorzaakt.

FEMA

Allereerst was er (net als bij orkaan Irene) het gerucht van haaien in de straten van New York en andere plaatsen waar de overstromingen heftig waren. Uiteindelijk is dit gerucht, helaas pas in een vrij laat stadium, ontkracht.

Alleen al het?aantal berichten dat mensen maken over haaien in hun straat tijdens een overstroming zorgt voor enige (gezonde) scepsis onder de bevolking. Bovenstaande foto werd als eerste geplaatst door?Kevin McCarty, die wel in Brigantine?lijkt te wonen (waar deze huizen staan). Op Facebook wordt al meteen duidelijk dat deze Kevin vaker complimenten krijgt voor zijn Photoshop skills. Natuurlijk is het nog steeds mogelijk dat deze foto echt is, maar een crowdsourcing proces op jacht naar de echte foto?zorgde ervoor dat mensen uiteindelijk het origineel vonden. Een?Flickr image search laat zien dat het origineel?in 2006 in Zuid Afrika?is genomen.

shark

Ook de haai uit onderstaand plaatje is echt en aan deze foto is geen fotobewerking te pas gekomen. De foto is echter in Mexico genomen, maar geladen met berichten en uit de mond van iemand uit Manhattan leidde het toch tot de nodige onrust.

shark3

Het kan nog gekker:

scubadiver_615.jpg

Natuurlijk krijg je bij deze foto meteen het gevoel: dit is nep. Toch nam Gizmodo de foto over. De metro op de foto van?Jane?geeft al een aanwijzing daarvoor. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de lichten aanstaan in de metro? En is er serieus een fotograaf die de moeite neemt om een dergelijke foto in een crisissituatie te nemen, waarbij de metro ingang afgesloten gebied is? Het blijkt dat?Anna Dorfman, die ook in Dumbo woont, deze foto vlak voor evacuatie genomen heeft. Ze bevestigd zelfs dat zij degene is die hem genomen heeft. Op Instagram geeft Ana Adjelic, ook inwoner van Dumbo, aan dat zij de metro heeft gefotografeerd, maar dan uit een iets andere hoek. De orginelen worden bij elkaar gelegd en de hoax is ontkracht. Journalist Jeff Howe (bekend van het boek over crowdsourcing) bevestigt dat een vriend van hem uit dat gebied soortgelijke foto’s stuurde, en ook hij stimuleert het crowdsourcing proces om tot de waarheid te komen.

En dan deze: de waarheid!

e34thst_615.jpg

Buzzfeed plaatste bovenstaande foto van?Franklin D. Roosevelt (FDR) Drive?dat totaal onderwater was gelopen. De foto was geplaatst op Instagram en social media journalist Chris Heller vond een?YouTube videoclip?die duidelijk laat zien dat de E 34th St exit totaal onder water staat. Ethan Ruttenberg plaatste later een hele serie videos waarin duidelijk werd dat dit geen hoax was. Nog steeds geen perfecte verificatie, maar er waren in dit geval voldoende getuigen die geraadpleegd konden worden over de situatie op straat.

En dan “over the top”:

dayaftertomorrow.jpg

Een foto uit de film?The Day After Tomorrow, die een New York TV logo kreeg om mensen te shockeren. En dat lukte. Hoewel vele Amerikanen (gelukkig) doorhadden dat deze foto niet echt kon zijn, vond men het ronduit smakeloos. Men kwam aan het vrijheidsbeeld. Er kwamen zelfs stemmen op om dit soort ‘grappen’ strafbaar te stellen en een heftige online discussie hierover kwam los. ?New York City raadslid Peter Vallone deed aangifte?tegen de grapjas?Shashank Tripathi (op Twitter?@ComfortablySmug)?die tijdens Sandy een hardnekkig gerucht in gang bracht over een aangekondigde stroomstoring:

FEMA1

Ook tijdens diverse andere incidenten hebben we geruchten geanalyseerd, zoals ten tijde van Project X Haren de geruchten over het dode meisje, de Hells Angels en diverse foto’s die geproduceerd werden. Of de geruchten bij Pukkelpop, De Londense rellen, de aanslag bij de Marathon in Boston. Heeft bijvoorbeeld onderstaande jongen een stoer verhaal over klappen die hij gehad heeft van de ME, of heeft hij simpelweg zijn enkel verzwikt?

enkel

Bronnen: The Atlantic, VDMMP, De Nieuwe Reporter, TechCrunch, TheNextWeb, Slate

Do It Yourself Justice

Hoe kan de politie omgaan met burgeropsporing?

Door:
Dr. A.J. Meijer (projectleider) & Dr. S. Grimmelikhuijsen,?Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO)
Prof. Dr. M Thaens & Drs. P. Siep,?Center for Public Innovation (CPI)
Ir. A. de Vries & Dr. M. van Staalduinen,?TNO

De Nederlandse politie heeft in toenemende mate te maken met burgers die zelf initiatieven?nemen gericht op de opsporing. Burgers wachten lang niet altijd op instructies of verzoeken?van de politie maar gaan zelf aan de slag.. Deze ontwikkeling naar ?Do It Yourself Justice??past in een brede trend in de publieke sector: op allerlei terreinen ondernemen burgers zelf?actie om problemen op te lossen en laten ze het initiatief niet aan de overheid. Deze?(spontane) initiatieven cre?ren nieuwe mogelijkheden om de opsporing tot een succesvol?einde te brengen maar cre?ren ook dilemma?s en risico?s. Zowel de mogelijkheden als de?risico?s zijn reden om de burgeropsporing systematisch te onderzoeken om vervolgens te?bepalen hoe de politie hiermee om kan gaan.?In de kranten hebben het afgelopen jaar allerlei voorbeelden gestaan van burgeropsporing en?daarbij ging het om een brede vari?teit aan initiatieven. Deze initiatieven nemen?verschillende vormen aan:

  • Zoeken van vermiste personen. Een recent voorbeeld hiervan is de zoektocht naar de?twee jongens uit Zeist die waren vermist. In reactie op een bericht van de moeder op?Facebook is een groot aantal burgers in de bossen bij Zeist gaan zoeken naar de?vermiste jongens. De zoekactiviteiten werden onafhankelijk van de politie genomen?en de politie was er bezorgd over dat belangrijke sporen verloren zouden gaan door?dit initiatief. De vele aandacht leidde overigens tot zeker drieduizend tips en het?merendeel daarvan leidde naar de omgeving waar de jongens uiteindelijk werden?gevonden.
  • Opsporen van (vermeende) daders van misdrijven. Onlangs loofde een vader van een?vrouw die bij de TT Assen een fles wijn tegen haar hoofd had gekregen en daarna?werd beroofd op Facebook, een beloning uit voor informatie over de dader: ?2500?euro beloning voor degene die kan vertellen wie het gezicht van mijn dochter?beschadigde voor het leven.? Bij deze oproep plaatste hij foto?s van zijn verminkte?dochter en mede door deze foto?s werd de oproep snel verspreid op Facebook.?Opvallend is dat het bericht eerst op Facebook werd geplaatst en daarna pas aangifte?werd gedaan. De politie gaf aan dat zij hierdoor met een achterstand begon. Wel?benadrukte de politie dat de actie tot veel reacties leidde. Ook gaf de moeder van het?meisje aan dat ze via sociale media de namen heeft gekregen van personen die?betrokken waren bij het ?wijnflesdrama?. De dader is op basis van deze informatie?echter (nog) niet aangehouden.
  • Aanpakken eigenaar mishandelde hond in Nijmegen. De politie in Nijmegen had op?11 mei 2013 een mishandelde hond in het kanaal gevonden en had hiervan een foto?openbaar gemaakt om zo te eigenaar terug te vinden. De oproep en de foto?s werden?verspreid via Twitter (@Dierenpolitiegz / @PolitieGLZ). Buurtbewoners herkende de?eigenaar en gingen direct naar het adres van de vermeende dader om ?verhaal te?halen?. Actueel Nieuws Nederland: ?De vondst zorgde voor boze gezichten en een?heksenjacht op de dader. Op Facebook werd een naam, foto en een adres getoond van?de verdachte en dit werd in totaal 2000 keer gedeeld op Facebook. Tientallen mensen?kwamen verhaal halen en stonden opgesteld voor het huis van de verdachte. De politie?is de hele avond bezig geweest om ervoor te zorgen dat alles rustig bleef zodat de?situatie niet zou escaleren.? Of, zoals GeenStijl stelt: ?Facebook schandpaalt de?Hondendoder van Hatert?. ?De politie moest snel komen om de man te ontzetten en?benadrukte dat zij begrip had voor de emoties maar riep op om niet voor eigen rechter?te spelen. De tips resulteerden in de aanhouding van de man die de hond had?mishandeld.
  • Aanpakken mishandelde jongens in Eindhoven. De politie in Eindhoven maakte een?video openbaar waarop te zien viel hoe een jongen in Eindhoven werd mishandeld.?Aan burgers werd gevraagd om informatie over de personen op de video te geven en?de reaguurders van GeenStijl pikten dit direct op. Zij speurden op Internet en wisten?de namen van de ?acht van Eindhoven? (ook aangeduid als ?kopschoppers?) te?achterhalen. Sommigen gingen direct naar de huizen en soms zelfs scholen van?diegenen toe en bedreigden hen. Daarbij ging het ook om de bedreiging van de?verkeerde persoon met dezelfde naam. De daders werden uiteindelijk veroordeeld?maar vanwege de maatschappelijke commotie kregen zij minder hoge straffen.
  • Opsporen via Facebook van daders mishandeling. Twee Haarlemse meiden waren in?februari 2013 getuigen van een zware mishandeling. Zij besloten zelf in actie te?komen en losten de zaak via Facebook op door de politie naar drie jongens te leiden?die schuldig waren aan de mishandeling. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto?te achterhalen van de dader, maar ook twee andere mannen kwamen tijdens het surfen?in beeld. Met dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden?foto’s en de daders werden door hen opnieuw herkend. De verdediging betwistte het?bewijs maar de rechter kon zich wel vinden in deze vorm van burgeropsporing: ‘Dit is?het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs?aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.’

Individuele burgers zijn al langer betrokken bij de opsporingen. Men kan zeggen dat een?oplettende burger die de politie attendeert op een inbraak ook burgerinitiatief toont. Cruciaal?aan de nieuwe burgerinitiatieven zijn de volgende elementen:

  • Burgers doen meer dan hen is gevraagd door de politie. In de laatste twee casus werd?burgers gevraagd informatie te geven aan de politie maar sommigen van hen besloten?direct op te treden tegen de vermeende daders. In het geval van de zoektocht naar de?jongens uit Zeist zochten burgers op veel plaatsen en nauwelijks onder co?rdinatie?van de politie. En in het geval van de TT in Assen werd zelfs eerst actie via sociale?media ondernomen voordat aangifte werd gedaan bij de politie.
  • Burgers treden niet alleen op maar werken samen met anderen. Typerend aan de?bovenstaande gevallen is dat het steeds gaat om (grote) aantallen burgers die?gezamenlijk in actie komen om informatie te verzamelen of op te treden tegen?vermeende daders of om hen te zoeken.
  • Sociale media spelen een belangrijke rol in de samenwerking. In alle bovenstaande?gevallen zien we dat burgers sociale media gebruiken om gezamenlijk informatie te?verzamelen of op te treden tegen vermeende daders. Sociale media stellen burgers in?staat snel en goedkoop te communiceren en zo processen van mobilisatie op gang te?brengen (Bekkers et al., 2011).

Deze elementen maken de nieuwe vormen van opsporing tot een ?pop-up? opsporing (Van?der Steen et al., 2013): spontane vormen van samenwerking tussen burgers ontstaan rondom?een specifieke opsporing. Het gaat niet om langdurige vormen van organisatie ? zoals?burgerwachten in buurten ? maar veeleer om burgers die zich allemaal opwinden over een?specifiek geval en hier gezamenlijk iets aan willen doen. Deze spontane vormen van?samenwerking worden gefaciliteerd door de nieuwe, sociale media die het mogelijk maken?om in een ?flits? groepen te informeren en te mobiliseren.?Burgeropsporing kan snel en direct belangrijke informatie voor de politie opleveren zoals te?zien was bij de informatie over de mishandelde jongens in Eindhoven. Tegelijkertijd kunnen?deze initiatieven echter ook resulteren in desinformatie of ze kunnen de politieopsporing?hinderen zoals in enige mate te zien viel bij de vermiste jongens uit Zeist. Ook aan dezelfde?dynamiek die resulteert in belangrijke informatie ook leiden tot een situatie waarin burgers?denken het recht in eigen hand te moeten nemen. Een ander gevolg van eigenstandig optreden?van burgers op basis van sociale media, is dat dit in de latere strafzaak kan leiden tot lagere?straffen (zie de zaak in Eindhoven). In al deze gevallen staat de politie voor de uitdaging om?burgerinitiatieven zo te kanaliseren dat deze een nuttige bijdrage leveren aan de opsporing
maar niet resulteren in excessen.

In alle vijf de gevallen die in de inleiding zijn?beschreven is er sprake van een vorm van ?coproductie? tussen burgers en politie:

  • In Eindhoven gaf de politie de informatie. Burgers gaven ook informatie maar wilden?ook al een sanctie gaan toepassen. De politie beoogde een coproductie in de?informatieproductie maar er ontstond ook een (ongewenste) coproductie in de?sanctietoepassing.
  • In Nijmegen was dit vergelijkbaar. Ook hier was de politie uit op een coproductie in?de informatieverwerking en deze bleek inderdaad succesvol. Daarnaast ontstond?echter een ongewenste coproductie in de sanctietoepassing.
  • In Roden ging het ook om het zoeken naar informatie met als doel dit door te geven?aan de politie. Opvallend is dat in dit geval het initiatief tot coproductie niet uitging?van de politie maar van de betreffende burger.
  • Ook in Zeist ging het om het zoeken naar informatie. Nu vonden de?informatieprocessen van politie en burgers voor een deel parallel plaats en stonden?politie en burgers voor de vraag hoe deze konden worden afgestemd.
  • In Haarlem lag het initiatief bij de meiden die de mishandeling had gezien maar zij?gaven het verzamelde bewijsmateriaal uiteindelijk aan de politie en die hield op basis?daarvan de verdachten aan.

Het verschil met vormen van coproductie die in eerder onderzoek aan de orde zijn gekomen?(Meijer et al., 2013) is dat nu het initiatief bij burgers ligt. Bekkers & Meijer (2010) hebben?eerder de participatieladder van Arnstein (1969) uitgeklapt en aan de hand van deze?uitgeklapte ladder kunnen de beschreven burgerinitiatieven worden getypeerd:

bp

Figuur: Cocreatie startend bij burgers of overheden

Belangrijk aan dit figuur is dat het laat zien dat het initiatief voor cocreatie niet hoeft te?liggen bij de overheid. Burgers kunnen zelf ook initiatieven nemen en overheden daar wel of?niet bij betrekken. In het geval van het wijnflesincident in Assen zien we dat de politie hier?pas in tweede instantie, na het uitloven van de beloning op Facebook, bij wordt betrokken.?Ook het initiatief voor het zoeken naar de jongens in Zeist ligt bij burgers (na een oproep op?Facebook van de moeder). In de gevallen van de Nijmeegse hond en de Acht van Eindhoven?zien we dat het initiatief wel bij de politie ligt maar dat daarna burgers dit overnemen en naar?de verdachten toegaan om ?verhaal te halen?. Dit laat zien dat het ook van belang is de?ontwikkeling van coproductie als dynamisch proces te analyseren.
Een opsporingsproces bestaat uit een informatieproces ? het verzamelen en verwerken van?informatie opdat de gezochte personen kunnen worden gevonden ? maar ook uit een?interventieproces ? waarbij de gezochte personen worden ingerekend ? en daarna uit een?sanctieproces ? waarbij na een uitspraak van een rechter de veroordeelde een boete of celstraf?wordt opgelegd. In al deze fasen kunnen burgers zelf met initiatieven komen of met?initiatieven van de politie aan de haal gaan.?In de literatuur ligt sterk het accent op de wenselijkheid van coproductie. Centraal staat steeds?de vraag op welke manieren burgers kunnen worden betrokken zodat de kwaliteit van de?coproductie verbetert (Bovaird, 2007; Alford, 2009). Opvallend is dat er nauwelijks aandacht?wordt besteed aan onwenselijkheid van bepaalde vormen van coproductie en de noodzaak om?deze, of hiermee samenhangende risico?s, te voorkomen.

Eerder?onderzoek naar burgerparticipatie (Kuijvenhoven, 2005; Cornelissens en Ferwerda, 2010)?focust nu specifiek op burgeropsporing. Siep & Kool (2013: 60) constateren in hun?onderzoek voor Politie & Wetenschap dat meerdere mensen bij de politie het?zorgelijk vinden dat burgers in toenemende mate zelf beelden verspreiden die gerelateerd zijn?aan misdrijven. De onvoorspelbaarheid van deze dynamieken maakt het lastig om met?standaardprocedures voor de omgang met burgeropsporing te komen. Toch is het belangrijk?om zicht te hebben op de oorzaken, vormen en effecten van deze dynamieken om op een
weloverwogen wijze hierop te kunnen reageren. Daarbij is het van groot belang meer inzicht?te hebben in de groepsdynamieken die hierbij een rol spelen en de wijzen waarop de politie?deze dynamieken kan be?nvloeden.

De Nationale Politie worstelt met de vraag hoe zij kan en moet reageren op initiatieven van?burgeropsporing. De politie wordt vaak verrast door deze initiatieven. De kracht en de?mogelijkheden ervan worden onderkend maar tegelijkertijd gaat er een gevaarlijke kracht?vanuit. Met name wanneer burgers zelf besluiten het recht in eigen hand te nemen ontstaan er?gevaarlijke situaties. De vraag is hoe de kracht van deze initiatieven en de betrokkenheid van?burgers bij de opsporing kan worden benut zonder dat dit tot onwenselijke situaties.

Het terrein van Do It Yourself Justice is juridisch al wel onderzocht ? wanneer mag?men wel of niet optreden tegen een inbreker ? maar het ontbreekt veelal aan inzichten in het?hoe en waarom van het onderliggende gedrag.?Meer?systematische bestuderen van praktijkgevallen zou de politie en maatschappij kunnen helpen meer inzicht te krijgen ingroepsdynamieken van burgers rondom de opsporing.

Referenties

App: Kidswatcher

Met de Kidswatcher kunnen ouders hun kinderen veilig laten spelen is het idee. De Kidswatcher bestaat uit 2 onderdelen: de Parent app, en een het Kidswatcher horloge.In het horloge zit locatiebepaling en het communiceert via het mobiele netwerk. Ouders en verzorgers ontvangen de berichten via een app op hun smartphone. Op die manier kunnen ze altijd de locatie van hun kind inzien. Een smart horloge voor kids en een slimme?app voor ouders dus, zo lijkt.?Maar is het nou wel zo’n vooruitgang om op elk moment van de dag te weten waar je kinderen zijn? Want tieners vinden het maar wat fijn als hun ouders niet altijd weten waar ze zijn en wat ze doen. Maar juist ook jongere kinderen behoren tot de doelgroep.

Vorig jaar heeft de politie 284 keer een bericht uitgestuurd omdat een kind langer dan een paar uur kwijt was. Uitvinder Eric Recter ontwikkelde het horloge nadat zijn nichtje tijdens de wintersport anderhalf uur lang onvindbaar was. Zo biedt?het horloge uitkomst op bijvoorbeeld?het strand. Daar kunnen ouders hun spelende kinderen – zeker als het druk is – makkelijk uit het oog verliezen. Door 3 seconden op een knop te drukken stuurt?het kind naar de ouder(s) een locatiebericht. Over de doelgroep zegt Eric Recter: ‘Ouders met kinderen in de leeftijd van vijf tot 10 jaar. Die hebben nog geen horloge, maar ouders willen natuurlijk wel contact met ze houden. Voor de oudere kinderen hebben we sinds vorige week trouwens een app, die dezelfde functie heeft als het horloge. In Nederland blijkt 95 procent van de kinderen ouder dan 12 al een smartphone te bezitten! We richten ons op landen in het Midden-Oosten, India, Rusland en Zuid-Amerika. Nederland wordt de testmarkt, maar in landen waar de verschillen tussen rijk en arm groot zijn en de angst groot is dat er iets met kinderen gebeurt, is de vraag het grootst.’

Volwassenen slaan er soms veel te ver in door, vindt hoofdredacteur Phaedra Werkhoven van J/M Magazine. “Ouders zijn steeds banger dat hun kind iets overkomt. Dat merken we aan alles. Ook via de telefoon worden kinderen al met gps opgespoord.” Dat kan namelijk ook met FindMy iPhone en andere locatiegebaseerde diensten. En ook KPN lanceerde eerder zelfs speciale telefoons voor kinderen, zoals de Talkie Kids en de I-kids. Echte successen waren dit niet, want kinderen moeten dan wel een (vrij grote) telefoon bij zich dragen. Ook zijn er?diverse apparaten die je om je nek kunt hangen of in je kleding wegstopt, zoals de SpotX. Met een handig horloge kan het binnenkort dus ook. Nu is het nog een kickstarter project, en het idee won al eerder?prijzen?maar?is nog niet op de markt. In juni krijgen 40 kinderen het als test om. Het horloge verwacht Recter te kunnen leveren voor 129 euro. Gebruikers nemen een abonnement van 6 euro per maand voor Europadekking, werelddekking kost 8 euro per maand.

Update: Kidwatcher wordt KiGO

Mobiele nummers op de arm schrijven, leger tags aan halskettinkjes of armbandjes met adresgegevens is pass?. Moeders anno 2016 kopen een KiGO. KiGO is het kleinste, lichtste ?n sterkste locatiehorloge voor kinderen, het werkt wereldwijd, ouders kunnen altijd zien waar hun kind uithangt. Hierdoor kun je je kroost met gerust gevoel de wereld laten ontdekken. ?Mama, mag ik buitenspelen?? Het is een vraag die ouders vaak in dubio brengt. Een mobieltje meegeven is voor veel jonge kinderen nog geen oplossing. Dat raakt kwijt, gaat kapot of wordt vergeten in de jas die ze net hebben uitgetrokken tijdens het voetballen.

CEO Erik Recter: ?Wij geloven dat dit waterdichte GPS horloge wel eens de zomerhit van 2016 kan worden. Wereldwijd zijn er al meer dan 100.000 KiGO?s gereserveerd, dus de vraag naar een dergelijk product is enorm. Ouders zijn is er nu klaar voor, het taboe op locatie tracking is eindelijk doorbroken.?

Bekijk onderstaand filmpje eens uit?RTL4’s EditieNL

Bronnen: WRBL, EditieNL, KidsWatcher, KickStarter, Sprout

App: Civilant

civilant2Beveiligingsbranche lanceert Civilant-app?

De beveiligingsbranche werpt een nieuw wapen in de strijd tegen alsmaar toenemende inbraken in woningen en andere veel voorkomende criminaliteit in woonwijken.?Dankzij een speciale gratis app op smartphones of tablets (iPhone of Android), die deze week wordt ge?ntroduceerd, kunnen buurtbewoners en politie elkaar waarschuwen voor gevaar.? Deze ‘digitale buurtwacht’ lijkt een uitgebreidere versie van al bestaande groepchats van wijkbewoners via whatsapp. Eerder was er ook al de SafeCity app (gebaseerd op de Bambuser) en de ?Heterdaad App die in Gemeente Rotterdam werd gelanceerd waar ook Rijnmond Veilig via de Yazula app ontsloten wordt.?

Via de zogenoemde Civilant-app worden de telefoons of tablets van deelnemer binnen een straal van ongeveer een kilometer met elkaar verbonden. Buurtbewoners kunnen op de app zelf melding maken van bijvoorbeeld een gestolen fiets, een inbraak, verdachte personen of vandalisme. Bij het bericht kan ook een foto worden geplaatst.?Gebruikers van de app kunnen ook ‘volglocaties’ activeren, zoals de school van de kinderen, de eigen woning of het bedrijf. Ze krijgen dan automatisch alle meldingen die andere gebruikers doen over onveilige situaties. Ook berichten van hulpverleners als brandweer en politie worden automatisch doorgestuurd naar de gebruikers van de app.?Civilant werkt twee kanten op: de app ontvangt ? automatisch- ook alle meldingen van de hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulance, die respectievelijk direct over vermissingen en noodsituaties alarmeren. Daarnaast kunnen de gebruikers van de app via hun digitale buurtwacht met een knop ook rechtstreeks contact maken met deze hulpdiensten.

Via een speciale link kan in noodsituaties rechtstreeks verbinding worden gemaakt met de 112-centrale van politie, ambulance of brandweer. De centrale kan dankzij de ingeschakelde? volglocatie dan direct zien waar het toestel zich bevindt. Je krijgt zelfs?inzicht van alle activiteiten die hulpdiensten in jouw buurt uitvoeren. Zo kun je hier rekening mee houden of zelfs belangrijke informatie verstrekken aan de hulpverleners.
De eerste proef met de Civilant-app, die is ontwikkeld door een beveiligingsbedrijf uit Huizen, start vandaag in Barneveld. Volgens oud-politieman en woordvoerder van Civilant Klaas Wilting zijn de eerste geluiden van deelnemers positief. “De groepsapp is een goed middel om de saamhorigheid en de sociale samenhang binnen buurten en wijken te vergroten. Het elkaar tijdig informeren en alarmeren over al die zaken die eigen buurt en wijk leefbaarder maken. Niet langs elkaar maar met elkaar. Zo?n nieuwe groepsapp is ook een uitermate belangrijk middel om in de wijk de extra oren en ogen van politie en gemeente te zijn.” aldus Wilting.

De bewoners van de Haagse wijk het Bezuidenhout nemen eind november 2014?de buurtwacht-app Civilant in gebruik om de buurtveiligheid te vergroten en het aantal inbraken te verminderen. De 15.000 deelnemende Hagenaars en de politie waarschuwen elkaar bij onraad.

In de wijk zijn tal van overheidsinstanties gevestigd, waaronder het ministerie van Economische Zaken en de Sociaal Economische Raad. Het voormalige woonpaleis van prinses Beatrix Huis ten Bosch, grenst aan het Bezuidenhout. Op initiatief van het buurtpreventieteam wordt een proef met de digitale buurtwacht gestart. De wijk heeft al 35 actieve buurtpreventiemedewerkers van vlees en bloed.
De gratis app is een belangrijke mobiele innovatie voor het vergroten van de veiligheid in de wijk en om de sociale samenhang te verbeteren. De ?digitale buurtwacht? in de vorm van een geavanceerde groepsapp op de smartphone werkt even simpel als doeltreffend.

Linken van buren
Bewoners die de gratis Civilant-app op hun mobiele telefoon?zetten, worden in een straal van circa duizend meter met elkaar verbonden (?gelinkt?). Ze kunnen nu zelf melding maken van bijvoorbeeld een gestolen fiets, een inbraak, verdachte personen of vandalisme. De melding kan worden voorzien van een foto.
Eerder werd de gratis app uitvoerig getest in een wijk in Barneveld. De veiligheidsco?rdinator van de gemeente Barneveld en de inwoners van de wijk zijn enthousiast. Recent is op verzoek van de inwoners gestart in een tweede wijk in Barneveld en de verwachting is dat alle wijken van de gemeente Barneveld de app Civilant gaan gebruiken.

Extra alert door meldingen
Bij het gebruiken van de gratis app krijgen bewoners een zogenaamde ?volglocatie?. De bewoners kunnen ook meerdere ?volglocaties? activeren. Bijvoorbeeld: de school van de kinderen, de eigen woning of het bedrijf. De gebruiker van de app ontvangt automatisch alle meldingen die betrekking hebben op de betreffende ?volglocaties? op zijn smartphone.
Zodra een melding is gedaan, zijn buurtbewoners meteen gealarmeerd en kunnen tijdig hun maatregelen treffen door bijvoorbeeld deuren en ramen goed af te sluiten of hun kinderen in veiligheid te brengen bij verdachte personen in de buurt. Zo kunnen burgers op een snelle en eenvoudige manier bijdragen aan een veiligere buurt.

Noodsituaties van hulpdiensten
Civilant werkt twee kanten op: de app ontvangt automatisch ook alle meldingen van hulpdiensten als politie, brandweer en ambulance, die direct over vermissingen en noodsituaties alarmeren. Daarnaast kunnen de gebruikers van de app via hun digitale buurtwacht met ??n druk op de knop rechtstreeks contact maken met deze hulpdiensten.
Civilant is het antwoord op de trend dat burgers via groeps-WhatsApps en social media misdaad in de buurt aanpakken. Na een eerste introductie in februari heeft Civilant circa 5000 beoordelingen ontvangen van smartphonegebruikers die de app hadden ge?nstalleerd. Op basis van deze beoordelingen is de app verder verbeterd en nog beter afgestemd op de wensen van de gebruikers. Vanuit vele plaatsen in het land is interesse getoond om zo snel mogelijk met de groepsapp te gaan werken.
Klaas Wilting van Civilant: ?De groepsapp is een goed middel om de saamhorigheid en de sociale samenhang binnen buurten en wijken te vergroten. Het elkaar tijdig informeren en alarmeren over al die zaken die eigen buurt en wijk leefbaarder maken. Niet langs elkaar, maar met elkaar. Zo’n nieuwe groepsapp is ook een uitermate belangrijk middel om in de wijk de extra oren en ogen van politie en gemeente te zijn.?

Bronnen:?De Telegraaf,?Emerce,?Roxelane,?Civilant,?Radio1, Hart van Nederland

#Neknomination

Neknomination binge drinking game

Skulling, downing, chugging, binging. Dat kennen we nu allemaal wel. Maar Neknomination is weer een nieuw drankspelletje onder jongeren, omdat het binging op social media brengt en men elkaar stimuleert met filmpjes om het steeds gekker te maken. Er is zelfs een website die filmpjes verzameld, waaruit blijkt dat het zeker niet zonder gevaar is. Zo werkt het: je post een video waarin je een halve liter bier (of een sterker drankje) in een keer achterover slaat. Daarna nomineer je een vriend die binnen 24 uur hetzelfde moet doen. En dat het liefst zo spectaculair mogelijk.

Of volgens het motto dat op internet rondgaat:?Neck your drink. Nominate another. Don’t break the chain, don’t be a dick. The social drinking game for social media! #neknominate. Drink Responsibly.

Vanuit Engeland #NekandNominate naar de andere kant van de aardbol (Australi?) en zo de hele wereld over met als hashtag #neknominate.?Op Facebook werd een neknomination pagina gesloten nadat een Ierse jongen Johny Byrne (19) zichzelf de dood in dronk. Mensen hadden hem na het spelen van een spelletje neknominate het water zien ingaan.?Zijn vader roept nu op?een einde?te maken aan het drankspel. “Ik vraag alle jongeren goed na te denken waar ze mee bezig zijn. Het heeft mijn zoon z’n leven gekost.”?Volgens de?Britse krant Metro?vertelde zijn broer Patrick aan de BBC dat het spelletje een soort pesten is geworden; als je niet meedoet, word je online belachelijk gemaakt. Een paar dagen geleden overleed ook een andere Ier. Zijn dood wordt ook in verband gebracht met het drankspel. Onderstaande Zuid-Afrikaan laat overigens zien dat het?ook anders kan: hij hoopt met neknominate armoede uit de wereld te helpen.

Op misdaad ABC staan voorbeelden?van hoe de politie social media gebruikt om op te treden tegen alcoholmisbruik.

Bronnen: NOS, Guardian, BBC, Metro, IrishMirror

De moderne agent: mobiel effectiever op straat

MEOS2Scan een rijbewijs, controleer de identiteit en antecedenten van een bestuurder,?een bekeuring in en stuur deze direct toe. Binnenkort kan het allemaal op straat op de smartphone. Op het bureau is er vooral koffie, geen administratie.

De huidige minister Ivo Opstelten wil vooral meer blauw op straat. Maatregelen als meer ZSM zaken en het Programma Informatievoorziening Strafrechtketen (PROGIS) moeten ervoor zorgen dat politiewerk effici?nter wordt. Via zijn smartphone kan de agent op straat de identiteit en antecedenten van een verdachte vaststellen. Van nieuwe nog onbekende personen wordend e verplicht getoonde wettige identiteitsbewijzen gescand en opgeslagen, samen met vingerafdrukken en een foto.

De introductie van de mobiele werkplek waarmee het werken op straat dynamisch wordt ondersteund. Informatie is snel beschikbaar, compleet en automatisch herbruikbaar voor vervolghandelingen. 25.000 collega’s werkend in “toezicht en handhaving” gaan via apps op een telefoon, scannen, identificeren, integraal bevragen en een bon schrijven. Het programma Mobiel Effectiever Op Straat (MEOS): meer kwaliteit, betere informatiepositie, verhoging veiligheid, blauw meer op straat, overal en altijd beschikbaar. Bedacht door, ontwikkeld met en ingevoerd voor “Blauw”.

Een aantal politie-eenheden raadplegen al mobiel op straat politie-informatiesystemen via BVI-B, maar anderen doen het nog altijd via de porto. Maar het initiatief MEOS ging nog een stap verder. Want ook het uitschrijven van bonnen op straat (met de nodige na-administratie aan het bureau) zou verleden tijd zijn.

In de tweede helft van 2014 moet MEOS technisch klaar zijn. Een voorbeeld. Een agent kan zometeen op afstand een kenteken met de smartphone scannen, net als een politieauto dat met ANPR kan (Automatic Number Plate Recognition). Het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer)?wordt onmiddellijk geraadpleegd en vermeld of het een gestolen voertuig betreft. Ook of de eigenaar van de auto vuurwapengevaarlijk is kan op het scherm verschijnen. Ook als het een andere bestuurder betreft kan diens rijbewijs gescand worden (het nieuwe model rijbewijs heeft zelfs een chip) om te zien of het document geldig is. De gegevens verschijnen in het scherm en kunnen komen uit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie), BVH (Basis Voorziening Handhaving) of HKS (Herkenningsdienstsystemen dat gegevens over verdachten registreert). Als de persoon ergens van verdacht wordt is dit direct zichtbaar.?Als de bestuurder geen gordel aan had kan direct een bekeuring worden uitgegeven. De locatie van de bekeuring wordt vastgelegd en er kan eventueel een foto worden toegevoegd van de situatie. ?De agent selecteert uit de top 10 van feitcodes ‘HELMGRAS’ simpelweg ‘Gordel’ en alle elementen komen in beeld. Tijdstip en gegevens van de persoon en voertuig worden gebundeld en de agent handelt de bekeuring ter plekke af. Automatisch ligt de bekeruing binnen vijf dagen op de mat van de bestuurder.

“Dit is lik-op-stuk op zijn best”zegt Ciska de Vogel, brigadier in Oost-Nederland die momenteel met MEOS werkt. Het opstellen van een digitale bon is pas de eerste stap in een proces van verregaande digitalisering van de politieadministratie vertelt Edwin Delwel, landelijk programmamanager MEOS en landelijk programmaleider Digitaal Werken in de Strafrechtketen (DWS). “De snelle en correcte bon is niet de grootste winst. De echte winst is dat we nu razendsnel over alle informatie kunnen beschikken en dat die informatie beter geverifieerd is. Bij een vechtpartij zou je ter plekke een foto kunnen maken van het letsel, een korte gesproken verklaring van de aangever opnemen en een gesproken getuigenverklaring van de portier. Alle identiteiten stel je vast met de scanner van de smartphone. Met al deze informatie kan al een beslissing genomen worden voordat de verdachte op het bureau is en beschik je al over een groot deel van de gegevens voor je digitale dossier. Zo ver zijn we nog niet, maar het is een kwestie van tijd.”

Agenten kunnen nu al filmen op straat, maar er ontbreken op de meeste bureau’s nog altijd computers die de beelden met geluid kunnen afspelen. “Het papier gaat eruit. De smartphone wordt de voornaamste werkplek van de politieagent” aldus Delwel, die vervolgt: ?”Dat betekent dat justitie en de rechterlijke macht dezelfde inhaalslag moeten maken als de politie. Er moet ??n digitale strafrechtketen komen, waarin iedereen kan werken. Voor mobiel werken moeten we niet meer alleen in apps denken. Apps hebben het risico dat we het politieproces gaan versnipperen. Ik wil een diender geen zestien apps op zijn telefoon geven voor zestien processen. De oplossing ligt in een goed en volledig processysteem, ondersteund door moderne technologie. Daar maken we nog lang niet voldoende gebruik van.”

MEOS

Bronnen: artikel Blauw januari 2014: “Bureau op straat”en VKA.nl, Ministerie VenJ, Leertuin Mobiel Werken Vreemdelingenpolitie

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

Bestuurlijke digitale dilemma’s en digitaal leiderschap

TNO heeft in 2012 de ontwikkeling van de ?Burgemeestersgame?, om serious gaming te benutten in het veiligheidsdomein, afgerond waaraan samen met Thales/T-Xchange,?en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht is gewerkt. Het NGB ondersteunt sinds 5 jaar burgemeesters bij crises. Op basis van deze ervaring heeft het NGB scenario?s geschreven, die gebruikt worden in de Burgemeestersgame, waarin de dilemma?s van een burgemeester in crisistijd worden nagebootst. Het belangrijkste doel van de game is burgemeesters (maar ook andere bestuurders) de mogelijkheid te bieden laagdrempelig te oefenen met bestuurlijke dilemma?s. Via een computer krijgen burgemeesters een dilemma voorgeschoteld dat zich tijdens incidenten en crises kan voordoen.

Bgame

In vijftien minuten moeten deelnemers individueel beslissingen nemen over acht dilemma?s. Net als in het echt kunnen de leden van het crisisteam worden gevraagd om advies. Deze leden zijn o.a. vertegenwoordigers van de politie, het OM, een veiligheidsambtenaar en een communicatie adviseur. Laverend door positieve en afwijzende adviezen zoekt de burgemeester zijn weg door het openbare orde incident of crisis.

AANLEIDING

Op verzoek van diverse bestuurders en ook vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft TNO besloten de game als middel te benutten om bij te dragen aan het verbeteren van de digitale leiderschapskwaliteiten die op bestuurlijk niveau gevraagd wordt. Halverwege 2013 is naar aanleiding van het onderzoeksrapport van Commissie Cohen naar het incident ?Project X Haren? onder andere ook een opleiding??Digitaal Leiderschap??(bron: Binnenlands Bestuur)? gestart door het aan de RUG gelieerde bedrijf AOG School of management met als kerndocent Jan van Dijk, hoogleraar communicatiewetenschappen en lid van de onderzoekscommissie Cohen. Er is in de pers veel commotie ontstaan over deze opleiding (onder andere de vorm en kosten). TNO heeft gemeend een aanvullende vorm aan te bieden voor bestuurders door een scenario te ontwikkelen voor de Burgemeestergame.

Door het spelen van het scenario wordt de deelnemer uitgedaagd zichzelf af te vragen wat hij/zij zou doen als dit dilemma werkelijk zou plaatsvinden. Hoewel het om een fictieve situatie gaat, dragen de game en de manier waarop het dilemma wordt voorgelegd bij aan het betrekken van de deelnemer in het scenario. Serious games worden ontwikkeld om deelnemers een ervaring te geven die (bijna) echt aan voelt. Anders dan na het horen van een presentatie of lezen van een document, spreek je na het spelen van de game over je eigen ervaring en wat er zich in je hoofd heeft afgespeeld toen je voor het dilemma werd gesteld. Omdat de dilemma?s re?el zijn, je kunt je goed voorstellen dat je zo?n dilemma op een dag echt op je bord krijgt, kun je wat je leert vertalen naar je dagelijkse praktijk. Het geeft je de gelegenheid zelf uit te vinden hoe jij denkt te handelen in zo?n situatie. Door de nabespreking aan de hand van de dilemma?s bespreek je niet alleen ?je eigen ervaring?, maar luister je ook naar ?ervaringen? van anderen. Omdat het relateert aan je eigen werkelijkheid, maak je dus gebruik van kennis die je al hebt, ervaring die je eerder hebt opgedaan ?en wordt je uitgedaagd om deze ervaring te ?toetsen in nieuwe situaties. Zo ontstaat de gelegenheid om ?iets? te leren van een game.

In de Burgemeestergame zitten sceanrio?s als ?een gezinsdrama, stroomstoring, terugkeer van een zedendelinquent, geruchtmakende moord en een neo-nazi bijeenkomst. Een scenario met dilemma?s die voortkomen uit een samensmelting van de online wereld en de offline wereld waarin de maatschappelijke veiligheid in het geding komt is ?echter nog niet ontwikkeld.

AANPAK

Er is in samenspraak met het NGB een scenario ontwikkeld dat dilemma?s voorlegt waarmee bestuurders te maken krijgen bij maatschappelijke onrust door misbruik van sociale media. Hoewel de toestanden in Haren natuurlijk meteen in gedachten springen, zijn er veel meer gebeurtenissen waaruit te putten is . Bij een ?dergelijk scenario moeten ?tot en met het bestuurlijke niveau vaak beslissingen gemaakt ?worden. Incidenten als de ?kopschoppers van Eindhoven? met dilemma?s ten aanzien van burgeropsporing via internet en het sluiten van de scholen in Leiden na een dreigbericht op 4Chan, zijn ook inspiratie geweest om een nieuw scenario samen te stellen.

Het scenario kan op aanvraag gespeeld worden door een groep van bestuurders die hierbij ?begeleid worden door een inhoudelijk deskundige die naast het stellen van de juiste vragen aan bestuurders ook meteen handelingsperspectief kan bieden.

KENNISOVERDRACHT VIA TRAIN- DE- TRAINER NAAR BESTUURDERS

Het Instituut ?Fysieke Veiligheid (IFV) heeft een train-de-trainer cursus ontwikkeld voor begeleiders samen met TNO en het NGB. Begeleiders leren hierin hoe ze Burgemeestersgame kunnen inzetten (voorbereiding, uitvoering, nabespreking) met het nieuwe scenario. Van de begeleiders wordt gevraagd dat zij kunnen omgaan met burgemeesters (vertrouwensrelatie), ervaring hebben met groepsdynamica en het geven van trainingen (cre?ren van een veilige leeromgeving en deelnemers laten reflecteren), kennis hebben over incidenten (en wat er in een dergelijk incident van een burgemeester verwacht wordt) en kennis hebben over de regio (regiospecifieke informatie).? Van hen wordt gevraagd deel te nemen in een community die zich richt op verdere competentieontwikkeling van bestuurders.

Via een ticketsysteem kan de game gespeeld worden. De ?ticketinkomsten worden gebruikt om de administratieve en technische kosten (onder meer helpdesk) te dekken. Vanaf 2014 komen er een ?aantal nieuwe scenario?s beschikbaar, waaronder het scenario ?digitale verstoring openbare orde? met ‘digitale dilemma’s’. De innovatieve aanpak wordt dus doorontwikkeld en de Burgemeestergame is nu een volwaardig operationeel middel dat al door vele bestuurders is gebruikt.

CONGRES

Op woensdagmiddag 16 april 2014 vindt bij het IFV een congres plaats met als thema ?digitale verstoring van de openbare orde?. Inhoudelijk zal op een aantal interessante thema?s worden ingegaan en het ?nieuw ontwikkelde scenario voor de Burgemeestergame worden toegelicht. Dit nieuwe scenario is grotendeels gebaseerd op ervaringen met ProjectX en de Facebookrellen in Haren, maar ook online ervaringen na de aanslagen op de marathon van Boston, internetpesten en online opsporing komen aan bod. Sprekers zoals Rob Bats, oud-burgemeester van Haren, delen ervaringen hierover met u. Binnenkort kunt u zich voor dit congres aanmelden op de website van het IFV. Meer informatie? Stuur een mail naar?Deborah Bakker

Bronnen:??Binnenlands Bestuur (16 augustus, 2013) ?13 Duizend Euro voor cursus ?Digitaal leiderschap?? ,??TNO (7 maart 2012),??Burgemeesters kunnen serieus aan de slag met gaming?,?NGB Burgemeestersgame:?acht dilemma?s in 15 minuten,?IFV (infopunt veiligheid), ?Train de trainerscursus Burgemeestersgame?,??COT ?Goed voorbereid op alle bestuurlijke rollen bij crisis?