SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Automobilisten die schade rijden, hebben geregeld moeite om alle gegevens van het Europees schadeformulier goed in te vullen. Een nieuwe versie van de MobielSchadeMelden-app?(Android, iOS) moet ongemakken wegnemen ?n de ongevalsregistratie een impuls geven.
Een op de drie autobezitters stelt na een schade dat ze het formulier gebruiksonvriendelijk vindt. Eenzelfde percentage stelt dat het ingevulde formulier niet goed leesbaar is, zo blijkt uit onderzoek van GfK onder ruim 700 autobezitters die het afgelopen jaar schade hebben gehad .De ondervraagde schaderijders die niet in staat waren om alle gegevens op het schadeformulier in te vullen, leggen de oorzaak vooral bij de ongemakken van het formulier. Zo begreep een op de drie niet alle instructies op het formulier, had vijftien procent van de ondervraagden op het ongevalsmoment niet de juiste papieren bij zich en bij nogmaals vijftien procent ontbraken gegevens van de tegenpartij. De mobiele applicatie moet dit ondervangen.
Eenvoudiger en sneller
De nieuwe versie van de MobielSchadeMelden-app die het Verbond van Verzekeraars, de Politie en verkeerskundig itc-bureau VIA samen lanceren, maakt het voor gebruikers eenvoudiger en sneller om schade te melden. Daarnaast is het met de lancering van de nieuwe versie mogelijk om alle soorten aanrijdingen te registreren. Zo kunnen nu ook fietsers en voetgangers schade melden en kan er melding worden gemaakt als er gewonden zijn (letselschade).
Ambitie
Het Verbond van Verzekeraars, de Politie en VIA hebben ? samen met andere belangengroepen ? de ambitie uitgesproken om alle ongevallen altijd volledig en correct geregistreerd te krijgen, waaronder ook schade bij fietsers en voetgangers. Door alle ongevallen altijd in kaart te brengen, kunnen hulpdiensten en overheden ? van beleid tot wegbeheer ? een slag slaan om het aantal verkeersdoden en ?gewonden verder terug te brengen. De succesvolle Nederlandse aanpak van verkeersveiligheid komt namelijk in gevaar als goede ongevalscijfers uitblijven.
Initiatief
Het Verbond, de Politie en VIA zijn de initiatiefnemers van het STAR-project (Smart Traffic Accident Reporting) dat een einde moet maken aan de onderregistratie van ongevallen. De lancering van de vernieuwde MobielSchadeMelden-app maakt hiervan onderdeel uit. Partijen die ook deel uitmaken van STAR zijn Rijkswaterstaat, het Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, VeiligheidNL, Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, Fietsersbond, TeamAlert, Blijf Veilig Mobiel, Unie van Waterschappen en Veilig Verkeer Nederland.
Vanaf vorige?week?is het in de politie eenheid Zeeland-West-Brabant mogelijk om via WhatsApp vragen te stellen of meldingen te doen. Het Politie WhatsApp nummer 06 – 52 52 83 36 is geopend?in het bureau in Roosendaal?waar?Sectorhoofd Wiebe Leverman met het eerste bericht de WhatsApp meldapplicatie. De pilot loopt alleen in de eenheid Zeeland-West-Brabant en niet bij andere politie eenheden in Nederland. Het is ook niet hetzelfde als Buurtpreventie WhatsApp, maar een nieuw kanaal om te melden richting politie.
De politie biedt meerdere manieren om meldingen te doen. Via internet, telefoon en aan het bureau kon al gemeld worden. Deze manieren blijven. Nu komt daar deze manier bij. Het is een proef van 18 maart tot 30 juni. Daarna gaat de politie Zeeland-West-Brabant evalueren of het een goed kanaal is voor meldingen en wordt gekeken of het moet worden doorgezet.
De burger stuurt via telefoonnummer 06 – 52 52 83 36 een WhatsAppbericht met zijn melding. Dat kan zijn over overlast, afspraken, aanrijding materieel, zorgmeldingen etc. De politiemedewerker neemt contact op met melder. In principe eerst via WhatsApp, maar terugbellen of eventueel mailen is ook een optie. De melding wordt zoals gewoonlijk opgenomen in de politiesystemen.
De berichten worden uitgelezen van 07.00 uur tot 22.00 uur, 7 dagen in de week. Het is dus niet bedoeld voor 112 spoedmeldingen.
Uit deze pilot zal moeten blijken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Voordelen zijn natuurlijk dat het aansluit op een groeiende behoefte. Er zijn al 10 miljoen WhatsApp gebruikers in Nederland en zeker onder de jongere generatie is bellen geen tweede natuur meer. SOS Wat doe jij? is zelfs een campagne en app voor jongeren om te leren 112 te bellen.
Een ander groot voordeel is dat in tegenstelling tot andere social media er een telefoonnummer bekend is. Na een app-melding kan er dus altijd nog (terug)gebeld worden. Dat mechanisme zal ook het misbruik wat tegengaan. Als de politie je kan terugbellen of je met je telefoonnummer opsporen
De vraag is echter hoe burgers dit nummer in WhatsApp gaan gebruiken. Als het nummer ineens onderdeel wordt van een WhatsApp buurtgroep krijgt de politie wel erg veel meldingen binnen. De politie zal dus wel enige regie moeten voeren en burgers duidelijk maken hoe om te gaan met het nieuwe kanaal.
Nadelen zitten dus in de hoek van verwachtingsmanagement (hoe snel reageert men, neemt men alle meldingen wel in behandeling?) en wetgeving. Met name privacywetging komt in het geding omdat WhatsApp meldingen voordat ze naar de politie gaan eerst langs computersyststemen in de VS gaan (van WhatsApp en de uiteindelijke eigenaar Facebook). Als je dus gevoelige zaken wilt melden, hoe zit het dan? Hoe zit het met de wet politiegegevens? En er zijn mogelijk vreemde consequenties, zoals reclame in Facebook en zometeen WhatsApp die gebaseerd is op de inhoud van je meldingen.?Kortom, nog genoeg vragen om te onderzoeken, en daar is een pilot ook voor. Het is een mooie eerste stap van de analoge wereld van bellen naar digitaal melden middels data.
Bekijk hieronder het item van RTL Editie NL erover:
Gemeenten
Met?een aantal gemeenten konden burgers ook al contact opnemen via WhatsApp.?Appcare, de nieuwe naam voor webcare via WhatsApp, is hot.?Uit een?jaarlijkse onderzoek naar sociale media en gemeenten blijkt dat 11 procent van de 393 gemeenten WhatsApp gebruikt als extern communicatiekanaal. Met zo’n?10 miljoen?Nederlandse gebruikers is het eigenlijk gek dat WhatsApp niet eerder voet aan de grond kreeg bij de overheid. Iedereen kent en gebruikt het.
Zowel Terneuzen als Lelystad geven aan dagelijks ongeveer 5 ? 10 gesprekken via WhatsApp te voeren. De vragen verschillen volgens hen niet heel erg van die van andere kanalen als telefoon, Twitter of Facebook. Veruit de meeste vragen zijn eenvoudige vragen (openingstijden, aanvraag paspoorten & huwelijken) en door het Klant Contact Centrum (KCC) of Burgerzaken prima te beantwoorden.
De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook. Daar willen andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. Dat het medium niet alleen voor jongeren is, blijkt uit de leeftijdsverdeling van WhatsAppcontacten van de gemeente Terneuzen. Zo appten zij ook al eens met iemand van 80 jaar.
Van Groningen tot…
Inwoners van Groningen kunnen bijvoorbeeld?via de populaire berichtendienst vragen stellen aan de gemeente.
Wethouder dienstverlening Ton Schroor: ?We willen aansluiten bij de communicatiekanalen die inwoners zelf al gebruiken. En omdat veel mensen al whatsappen, is het een heel laagdrempelige en makkelijke manier om met de gemeente in contact te komen.?
Gesprekken via WhatsApp worden ervaren als persoonlijk, omdat het een ??n-op-??n contact is, in tegenstelling tot Twitter en Facebook, aldus de gemeente. De ervaring van de gemeenten die al met WhatsApp werken is zeer positief, de klanttevredenheid is hoog.
Het is niet mogelijk om naar dit nummer te bellen of een sms te sturen. De gemeente probeert tijdens werkdagen zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 24 uur de WhatsApp-berichten te beantwoorden.?WhatsApp-berichten worden door het Klant Contact Centrum behandeld tijdens de uren waarop de gemeente telefonisch bereikbaar is, van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur.
…Maastricht
Ook de gemeente Maastricht is vanaf vandaag ook via WhatsApp bereikbaar. Naast brief, telefoon, e-mail en publieksbalie was het ook al mogelijk om contact op te nemen via Facebook en Twitter. Met de toevoeging van WhatsApp wil het stadsbestuur inspelen op de toenemende behoefte van inwoners om digitaal in contact te komen met de gemeente. Ook wil de gemeente optimaal bereikbaar zijn voor de groeiende (internationale) studentenpopulatie. Wethouder Aarts, portefeuillehouder dienstverlening: ?We willen het onze inwoners en ondernemers zo makkelijk mogelijk maken. Door meerdere contactmogelijkheden aan te bieden, verlagen we de drempel en komen we tegemoet aan de diversiteit van de stad.? Het voordeel van WhatsApp voor gebruikers is dat ze een bericht kunnen sturen wanneer het hen uitkomt. Zelfs ?s nachts of in het weekend. Met een foto of video kunnen ze hun vraag of melding bovendien verduidelijken. De gemeente kan vervolgens snel antwoorden en waar nodig reageren met een hyperlink, zodat de gebruiker zelf zijn of haar zaken digitaal kan afhandelen. De gemeente beantwoordt alle vragen en meldingen binnen 24 uur, met uitzondering van weekenden.
Laagdrempelige communicatie
Burgemeester Penn-te Strake, portefeuillehouder communicatie: ?Communicatiemiddelen zijn constant in verandering. De afgelopen 10 jaar zijn de communicatiemogelijkheden enorm toegenomen. Wij willen beschikbaar zijn via de middelen waar onze inwoners, zeker studenten, veel gebruik van maken.? Op dit moment hoort de gemeente Maastricht bij een beperkte groep gemeenten die experimenteert met WhatsApp als servicekanaal. De eerste resultaten van andere gemeenten zijn positief.
Op Frankwatching heeft HowAboutYou?een boodschappenlijstje gemaakt om aan de slag te gaan:
Een SIM-kaart met 06-nummer
Een profielfoto die als avatar getoond wordt op de smartphone van de ontvanger
Een goede statusmelding (?Hey there, I?m using WhatsApp? is niet handig, vermelding van webcaretijden wel)
Een duidelijke voicemailmelding die gebruikers de weg wijst naar het juiste telefoonnummer van de gemeente (doorschakelen, maar leidt tot extra gesprekskosten)
Een browser die emoticons ondersteunt (niet alle browsers laten de?,?,en zien)
Je online mediamonitor waarmee je ook je webcare organiseert, inregelen voor WhatsApp (ga vooral niet zelf sleutelen of met een telefoon aan de gang)
Een rapport om de prestaties te volgen (hoeveel, hoe snel, hoeveel in ??n keer beantwoord, etc.)
De manier waarop we communiceren verandert. Dit heeft invloed op de manier van het?melden van gebeurtenissen aan politie, brandweer, ambulancezorg en bijvoorbeeld?gemeenten. Als er iets bedreigends gebeurt bel je nu natuurlijk 112 of 0900-8844.?Kan het wachten, dan doe je een melding via het web. Maar hoe ziet ?Het Nieuwe Melden??er in 2025 uit?
Het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er nu al en welke gaan er in de toekomst ontstaan? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? Om deze vragen te beantwoorden heeft een team van TNO-experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld. Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken.
Dit boekje dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden schetst een langere termijn visie en roadmap voor het (spoedeisend) melden in?het domein van de openbare orde, veiligheid en ambulanzezorg. Het beschrijft ?Het Nieuwe?Melden? in uiteenlopende toekomstige leefwerelden en stelt de vragen: wie wil je zijn en?wie moet je zijn als overheid in 2025 (visie), welke keuzes maak je dan om burgers te?bedienen in het (nieuwe) meldproces en hoe kom je daar (roadmap)?
Op de weg naar Het Nieuwe Melden voorziet TNO een aantal transities. Deze transities zijn?al in gang gezet, maar er is nog een innovatieve weg te gaan. De toekomstverkenning in?dit boekje is daarom geen eindpunt, maar is bedoeld als startpunt voor een discussie over?dienstverlening en het melden in de toekomst, waaraan ?lle overheden, markt- en?ketenpartijen en ook burgers deelnemen. Op naar een toekomst waarin burgers kunnen?blijven bouwen op de dienstverlening van de overheid.
De Amerikaanse startup uit Silicon Valley Nextdoor kiest Nederland als eerste land voor internationale uitbreiding. De buurtapp is gemaakt als laagdrempelig buurtcommunicatieplatform voor alles wat er in de buurt gebeurt. Het wordt het Facebook voor buurten genoemd en is in de VS al erg succesvol.
Aan buurt apps geen gebrek vandaag de dag. Een aantal dagen eerder was indebuurt.nl?al gelanceerd.?Buren weten elkaar inmiddels al voor vanalles in de buurt te vinden, zo lijkt. Van gezellige activiteiten als een buurtborrel, tot nuttige dingen als het lenen van een ladder of verkopen van een kinderfiets, tot belangrijke onderwerpen als buurtpreventie, zorg en veiligheid. Al die sociale verbindingen dragen bij aan een sociaal hechte buurt die stevig in zijn schoenen staat. En daar speelt Nextdoor ook op in, een dienst die in de VS al 4 jaar aan de weg timmert.
Wat Facebook is voor het sociale leven en LinkedIn voor het professionele, wil Nextdoor worden voor het lokale leven https://t.co/Knrap5wuMS
In Amerika is al ruim de helft van alle buurten, in totaal ruim 90.000, dagelijks actief op Nextdoor nadat de startup daar vier jaar geleden werd ge?ntroduceerd. Daarnaast zijn er al zo’n 1400 overheidsinstanties aangesloten. Zij kunnen niet in de groepscommunicatie van de buurt kijken, maar wel contact leggen met een groep of individu waardoor het rondom leefbaarheid en veiligheid interessant wordt voor onder andere gemeentes, politie of brandweer.?Nextdoor heeft Nederland aan de hand van CBS-gegevens verdeeld in 12.000 buurten
Elke van den Hout, communicatie-adviseur van de Amsterdamse brandweer, ziet bij voorbeeld mogelijkheden voor preventiecampagnes via de buurtapp. “Het is persoonlijk, lokaal en wijkgericht. En veel groter dan de meeste facebookgroepen.” Maar ze denkt ook aan oproepen om eens even langs te gaan bij de oudere buren. Hebben die een rookmelder, hoe zit het met hun vluchtwegen?
Josien van Cappelle, wethouder van Capelle aan de IJssel, houdt Nextdoor in haar wijk Fascinatio ook goed in de gaten. “Het is een mooie manier om direct in contact te komen met bewoners”, zegt de D66-wethouder. Zij ziet als gemeentebestuurder kansen voor het verspreiden van informatie over wegopbrekingen, afvalscheiding, evenementen etcetera.
In de VS zijn er diverse politiekorpsen die de dienst al succesvol gebruiken voor community policing:
Offici?le lancering vandaag in Amsterdam
Nextdoor zijn buurtapp met een marktwaarde van $1,1 mrd. De zogenoemde unicorn ? een tech start-up met een marktwaarde van minimaal $1 mrd ? wil vanuit Amsterdam komend jaar een groot deel van de 12.000 Nederlandse buurten aan zich binden. Pas daarna wordt gekeken hoe en of er geld kan worden verdiend. Inspiratiebron voor Tolia was een stuk van Robert Putnam: “Bowling Alone” dat analyseert hoe het sociale kapitaal (waaronder sociale cohesie) in veel Amerikaanse communities juist verslechterd en hij vertelt vol passie hoe hij weer terug wil naar hoe het ooit was, omdat de buurten waarin je opgroeit en leeft zo belangrijk zijn. Nextdoor is er voor de kleine hulp tot en met situaties waarin het echt telt. Tolia gaf voorbeelden van het gebruik van Nextdoor bij natuurrampen en crises tot kleine buurtinitiatieven die een groot verschil kunnen maken in iemands leven.
Nirav Tolia en Tamar van de Paal (rechts).
Verdienmodel
Tolia heeft dezelfde aanpak als Facebook en Google: eerst een community bouwen, zorgen dat mensen bij je terugkomen en daarna pas experimenteren met een verdienmodel. ‘Een community bouwen is echt al heel erg moeilijk’, zegt Tolia. ‘Zeker voor iets wat lokaal is. Dat is lastig schaalbaar te maken. Maar als je succesvol bent, dan heb je een grote markt te pakken. Dan is het ook net als bij Facebook: the winner takes all. De beloning aan het einde van de regenboog is erg groot.’
Investeerders hebben hoog ingezet op die gouden pot met geld. Gebaseerd op de laatste kapitaalinjectie krijgt het bedrijf een marktwaarde van $1,1 mrd. ‘Een van de investeerders is lid van de raad van bestuur van Uber, een ander is de eerste investeerder in Linkedin en Facebook’, zegt Tolia, waarmee hij maar wil aangeven dat het niet de minsten zijn. Zij geloven dat er winst kan worden gemaakt met de buurtapp, hoe precies daar heeft de ceo nog geen pasklaar antwoord op. ‘Daar gaan we in de VS komend jaar mee experimenteren.’
Lokale bedrijvigheid
De kans is groot dat de inkomsten van de lokale ondernemers komen, want de buurtbewoners zullen de app altijd gratis kunnen blijven gebruiken. Of daarmee een significante omzet kan worden gehaald, is lastig te zeggen. De ceo heeft vooral voorbeelden van concurrenten die het niet hebben gered. ‘Toen we in de Verenigde Staten begonnen, waren er zo?n vijftig concurrerende buurtapps. Nu is er niemand meer. Zoiets lokaals opzetten kost veel tijd en geld.’
Maar vooral: gezelligheid
Oprichter Nirav Tolia zegt te kiezen voor ons land, omdat de Nederlanders actief zijn op sociale media, trots zijn op hun buurt ? waar ze vaak al hun hele leven wonen ? en van gezelligheid houden. ‘Wij hebben in Amerika niet eens een vertaling voor dat woord gezelligheid’, zegt Tolia, terwijl hij de harde g uitspreekt als een k.
De app kan qua vorm worden vergeleken met die van Facebook. Met het grote verschil dat alleen buurtgenoten elkaar kunnen uitnodigen. Ook is het de bedoeling dat er alleen nieuws uit de buurt wordt geplaatst, spullen worden verkocht en gedeeld met buren of hulp wordt ingeroepen als een kat of fiets kwijt is. Dat kan overigens ook allemaal met Whatsapp, maar dan is er bij veel buren al snel geen overzicht meer en krijgen ook de buren waarvoor een bericht niet relevant is de appjes binnen. Via Nextdoor kan bovendien iedereen buren via een ander sociaal netwerk of een fysieke postkaart uitnodigen.
In Nederland zien we nu ook een enorm enthousiasme en snelle groei van Nextdoor. Al ruim 80 buurten door heel Nederland zijn actief in de buurtapp en de verwachtingen voor 2016 zijn dan ook veelbelovend.
In Nederland lanceert vandaag @NextdoorNL en groeit nu al explosiever dan in VS oa vanwege 60% meer mobiel gebruik
Het wordt de vraag of Nextdoor een plekje op de markt kan veroveren. Er zijn al?veel buurten die?allang iets dergelijks hebben opgezet in de vorm van een WhatsApp- of Facebook-groep. Zo zijn er in Nederland al meer dan 2000 WhatsApp buurtgroepen actief. Aan de andere kant is er nog veel te ontdekken aan mogelijkheden en is de ene buurt de andere niet.
Er waren ook wat leden uit de Nederlandse pilot aanwezig die hun ervaringen met Nextdoor deelden.
In mijn eigen pilot-buurtje in #Haarlem ging t met #Nextdoor razendsnel. 350 leden in een goeie 2 maanden.
Drie jaar geleden was Thijs Willems uit Breda op zoek naar een sociaal netwerk, speciaal voor zijn wijk Boeimeer. Al snel kwam hij uit bij de Amerikaanse app NextDoor, die toen ook in de VS nog in de kinderschoenen stond. ?”Maar toen was dat nog niet mogelijk”, vertelt Willems. “Een paar maanden geleden kreeg ik een mailtje met de vraag of we nog steeds interesse hadden.”
Willems zei onmiddellijk ‘ja’ en sindsdien groeide het NextDoor-netwerk in Boeimeer als kool. Inmiddels zijn ruim 800 inwoners van de buurt lid, dat is bijna een kwart van het totaal aantal inwoners. “En er komen nog steeds elke dag nieuwe leden bij,” vult Willems aan.
Volgens Willems is het in Boeimeer vooral begonnen om de veiligheid in de wijk te verbeteren. “Met waarschuwingen als ‘pas op, er is een inbreker actief’. Of vragen als ‘mijn fiets is gestolen, heeft iemand iets gezien?’ Maar inmiddels wordt er gesproken over allerlei evenementen en worden verschillende diensten en goederen, al dan niet gratis, aangeboden via NextDoor.”
Ook?antiquair Jasper Hooijkaas uit Capelle aan den IJssel zit nu een paar maanden op de buurtapp Nextdoor, en hij kent meer buren van naam, en zwaait vrolijk naar een nieuwe wijkbewoner die zich net heeft gemeld op het burenplatform.?”Absoluut, ik heb meer contact”, zegt de 47-jarige Hooijkaas die in zijn wijk Nextdoor heeft opgezet. ?Op zijn iPad laat de enthousiaste Hooijkaas zien wat zijn medebewoners de laatste dagen allemaal hebben geplaatst. Tips over mechanische ventilatie, een verslag van een gesprek met de beheerder over parkeerproblemen, ergernissen over hardrijders. Maar ook: wie weet een goeie klusjesman, wie heeft een soldeerbout te leen en wat doe je om te ontstressen??Die laatste vraag komt van een ondernemer die reclame wil maken voor zijn handel. Dat kan wel een keertje, zegt Hooijkaas, maar Nextdoor is geen advertentieplatform. Het is een contactpunt voor bewoners. Om elkaar te ontmoeten, spullen te delen, evenementen te organiseren.
Privacy
Zoals bij alle social media diensten zijn er terecht zorgen over de privacy. Want op Nextdoor wordt je naam en e-mail adres ook nog eens geverifieerd en gekoppeld met?je adres, doordat je een aanmeldingsbrief thuisgestuurd krijgt. Nextdoor probeert de?real name policy op deze manier wat verder door te voeren.?Bovendien willen ze graag je interesses, hobbies, functie en andere persoonlijke details weten. Dat gebeurt onder het mom van ?dan weten buren ook wie jij bent?, maar hou er rekening mee dat die gegevens voor Nextdoor ook interessant zijn.
In de privacy-verklaring van Nextdoor staat: ?We delen nooit je gegevens met adverteerders? (maar ze kunnen de data dus wel zelf analyseren).?Verder moet je je realiseren dat Nextdoor een Amerikaans bedrijf is en nergens belooft dat ze hun data op Europese servers zullen opslaan. Als Amerikaanse instanties willen weten met welke buren jij omgaat of welke hobbies jij hebt, dat kunnen ze dat indien nodig geacht achterhalen dankzij de Patriot Act.?Zo?n buurtnetwerk heeft dus iets onschuldigs en sympathieks en je gaat uit van goede bedoelingen van alle deelnemers, maar de standaardinstellingen om te delen zijn nogal ruim. Maak er dus bewust gebruik van.
In?De VS ?beweren ze dat het al positieve effecten heeft op het gebied van sociale interactie:
Voor informatie die burgers via social media naar buiten brengen bestaat vanuit opsporingsinstanties veel belangstelling. Het gebruik van deze informatie door de opsporing moet plaatsvinden binnen wettelijke kaders, en van het bestaande wettelijke kader is niet altijd duidelijk hoe het moet worden toegepast in een online-omgeving. Op grond van de taakomschrijving van de politie in art. 3 Politiewet mag de politie bepaalde opsporingshandelingen verrichten. De vraag is wanneer de inbreuk op de privacy die dat onderzoek veroorzaakt zodanig is dat een eigenstandige legitimering in de wet noodzakelijk is.
In dit onderzoek van Marnix Oosterhoff staat de vraag centraal of de bijzondere opsporingsbevoegdheden stelselmatige observatie en stelselmatige informatie-inwinning voldoende mogelijkheden bieden om binnen de grenzen van het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel op rechtmatige en verantwoorde wijze online opsporingswerkzaamheden uit te voeren. Door empirisch onderzoek is nagegaan hoe de politie omgaat met opsporingsbevoegdheden op social media. O.b.v. literatuur en ontwikkelingen in de maatschappij is vastgesteld welke definitie van privacy gehanteerd kan worden in een online omgeving en hoe het recht op privacy is gecodificeerd. Van de bijzondere opsporingsbevoegdheden is aangetoond dat stelselmatige informatie-inwinning (126j) onder voorwaarden toepasbaar is op de opsporing op social media.?De auteur neemt het standpunt in?van een smalle definitie van stelselmatige observatie (126g) en dat dit artikel afvalt bij opsporing op social media omdat dit artikel gaat over?het waarnemen van gedrag en niet?de resultaten daarvan. Bij opsporing op social media gaat het over het verzamelen van informatie.
Gelet op verschillende knelpunten rondom de toepassing van artikel 126j en het feit dat niet volledig helder is op welke wijze dit artikel moet worden toegepast bij informatie-inwinning in een niet-fysieke omgeving verdient het aanbeveling om een aparte bevoegdheid voor online informatievergaring in het leven te beroepen, bijvoorbeeld als onderdeel van het lopende traject van herziening van het wetboek van strafvordering. Deze bevoegdheid zal dan wel technologie-onafhankelijk geformuleerd moeten worden.
Inbreuk op privacy?
Door een subjectief privacybegrip is het moeilijker om te bepalen wanneer er sprake is van een inbreuk op het recht op privacy. Immers, als de beoordeling van de inbreuk wordt overgelaten aan het subjectieve oordeel van de betrokken persoon, kan bij overigens gelijkblijvende omstandigheden een bepaalde handeling door de ene persoon wel en door een andere persoon niet als inbreuk op de privacy worden beschouwd. Toegepast op social media: de ene persoon zal er geen moeite mee hebben dat de politie zijn openbare berichten op Facebook leest, terwijl een andere persoon dat als ongepast zal beschouwen omdat hij het niet met dat doel op Facebook heeft geplaatst. De overheid zal in dat geval niet anders kunnen dan een voorzichtige houding aannemen en dan al snel het in het kader van de opsporing verzamelen van informatie op social media als inbreuk op het recht op privacy moeten beschouwen. Door middel van een voortdurende maatschappelijke discussie en eventuele proefprocessen zal moeten worden vastgesteld wat passend is en wat niet.
Op basis van haar algemene bevoegdheid mag de politie inbreuk maken op de rechten van burgers, dus ook op het recht op privacy. Echter, als die inbreuk meer dan gering is, vormt art. 3 PolW onvoldoende basis, en zijn aanvullende bevoegdheden noodzakelijk. De bevoegdheid kan gevonden worden in de BOB-wetgeving, maar dan moet wel aan de daarin opgenomen voorwaarden zijn voldaan.
Onderdeel van de eisen die art. 8 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) stelt aan een inbreuk is dat deze voorzienbaar moet zijn. Ten aanzien van de opsporing op social media betekent dat, dat de burger op de hoogte moet zijn van het feit dat de politie ook op social media opsporingshandelingen uitvoert. Alleen dan kan de burger op een adequate manier afwegen of hij informatie op social media wil publiceren, welke informatie en op welke wijze. Dit gaat echter niet zo ver dat de politie moet aangeven op welke wijze die opsporing plaatsvindt. Dat zou een te grote beperking betekenen voor de uitvoering van de opsporingstaak.
De vraag wanneer de inbreuk op de privacy door bepaalde opsporingshandelingen meer dan gering is is niet exact te beantwoorden. In dit onderzoek zijn wel factoren ge?dentificeerd die de mate van inbreuk be?nvloeden. Dat zijn: de duur van de onderzoekshandeling, de plaats waar de informatie verzameld wordt, de intensiteit waarmee de informatieverzameling plaatsvindt, de gevoelige aard van de gegevens, het doel van de onderzoekshandeling, het al dan niet toepassen van een technisch hulpmiddel, het al of niet opslaan van de gevonden gegevens en de proportionaliteit. De uiteindelijke weging van deze factoren is geen exacte wetenschap: de professionele inschatting van de politieambtenaar en de uiteindelijke rechterlijke toetsing daarvan, blijfven, net als bij de toepassing van ?gewone? bevoegdheden, belangrijk gegevens.
Rechtmatigheid
Om de rechtmatigheid van de opsporingshandelingen op social media te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk dat in het procesdossier wordt verantwoord op welke wijze dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Uit het veldwerk is gebleken dat in de reguliere opsporing deze verantwoording vaak beperkt is tot zinnen als ?Uit onderzoek op social media is gebleken dat ?.?. Het is zeer de vraag of de rechter en de verdediging hierdoor in staat zijn te beoordelen of dit onderzoek op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. Het zou daarom goed zijn als politie en Openbaar Ministerie hier meer aandacht voor zouden hebben en de uitgevoerde onderzoekshandelingen uitgebreider zouden verantwoorden.
Een man speelt ‘Tumpas Teroris‘ (Vernietig?Terroristen), een spel door de Indonesische politie is gelanceerd in de morele strijd tegen terroristen. Het spel door is ontwikkeld door Adjie Pratama, om?jongeren meer bewust te maken van de gevaren en gevolgen van radicalisatie en terrorisme in de nasleep van de recente aanslagen in Jakarta op 14 januari waarin acht mensen gedood werden.
In het spel kun je met?stenen uit een katapult schieten op willekeurige terroristische doelwitten. Het spel speelt zich af op?herkenbare plaatsen in Jakarta en?bevat boodschappen als? “terrorisme is niet de jihad, terrorisme heeft niets te maken met?religie”.
In het spel wordt bijvoorbeeld?Sunakim (alias Afif) getoond, de inmiddels beruchte terrorist met petje?en DJ Tiesto t-shirt die op de politie schoot voordat hij zelf werd doodgeschoten.
Game-ontwikkelaar Adjie Pratama, die eerder de smartphone?game #MelawanAsap (#GevechtInDeMist) ontwikkelde na de bosbranden op Sumatra en Kalimantan van vorig jaar, zei dat hij Afif in het spel gebruikt, omdat hij een soort van held leek te worden.?”Ik gebruikte Afif omdat ik de haat en woede in de richting van terroristen wilde aanmoedigen. Ik wil niet dat jongere generaties sympathie tegenover terroristen ontwikkelen”, zei hij tijdens een persconferentie op het hoofdkantoor van de nationale politie in Zuid-Jakarta.
Adjie denkt?dat het spel kan helpen om de antiterreur boodschap te verspreiden, omdat?kinderen vooral?met spelletjes bezig zijn.?De app (Android en BlackBerry) is ook beschikbaar in het Engels.
De Nationale Politie heeft?Adjie nu ook opdracht gegeven om?smartphone app?te maken die “Stop Terrorisme” moet gaan heten, die mensen kunnen gebruiken om meldingen over vermoedelijke terroristen of terroristische activiteiten met?de politie te delen. Er zal ook een noodknop in komen die je verbind met het dichtstbijzijnde politiebureau, maar er komt ook een koppeling met Twitter in waarin mensen een bericht kunnen delen dat voorzien wordt van de hashtag?#KamiTidakTakut (#WijZijnNietBang)
911?bellen vond men bij Bluelight?toch niet eenvoudig genoeg. Gesprekken worden gerouteerd en dat alleen al kost luttele seconden, die in echte nood kostbaar zijn. Bluelight ontwikkelde daarom een app (Android, iOS). Ze geven als voorbeeld een bewoner van Oakland,?Californi?,?die na het bellen van 911 dan wordt doorgeschakeld?met de ‘California Highway Patrol’ in Vallejo, ongeveer 25 mijl verderop, waar een operator die informatie terugstuurt naar een ambulancedienst in Oakland.?Duur:?ongeveer 45 seconden.
Of u kunt het lokale?10-cijferige nummer bellen waar je de lokale ambulancepost aan de lijn krijgt uit Oakland die u vervolgens vraagt ??waar u bent, wat soms moeilijk te beantwoorden is als je in paniek bent.?BlueLight wilde hier een derde optie aan toevoegen: voor $20 per jaar hoeven bewoners van Oakland vanaf februari 2016 ?alleen maar een knop op een app in te drukken die lokale hulpdiensten op de hoogte stelt, inclusief locatiegegevens. Dat duurt ongeveer 10 seconden (minus de tijd die het kost om de app te vinden en openen).
Preet Anand, CEO van BlueLight, zegt dat?innovatie al een tijd broodnodig is in de hulpverlening.?”Het is niet alleen zo dat de localisatie van?911 niet altijd werkt, zoals ook in veel andere steden” vertelt Anand aan?Tech Insider. “In Oakland wordt je vaak niet eens goed doorverbonden.”
Het probleem dat in?Oakland bestaat doet zich ook op andere plaatsen voor en heeft te maken met hoe de routering technologie werkt in het telecomnetwerk. Als je met je mobiele telefoon belt straal je niet altijd de dichstbijzijnde mast aan en dat zorgt voor problemen. Een vaste lijn is zo mogelijk nog erger, want als je daarmee?belt moet je altijd eerst vertellen waar je bent.
Volgens onderzoek van de FCC sterven er per jaar 10.000 mensen als gevolg van slechte routering en?slechte responstijden.
Op de campus de MIT universiteit in Cambridge, Massachusetts, is?de 911 routering zo slecht dat studenten aangeven geen 911 meer te bellen. Ze bellen liever het?10-cijferige nummer van de lokale?MIT campuspolitie. BlueLight wil een oplossing bieden voor het routeringsprobleem van mobiele telecomproviders.
Anand geeft toe dat Blue Light’s business model vreemd over kan komen. Want mensen die vaak hulp nodig hebben, kunnen deze dienst misschien niet eens betalen.
“Sommige mensen hebben kritiek dat er?geen universele dienst is”, zegt hij. “Ons standpunt is dat we nu beginnen met een deel van de oplossing en een verschil willen maken.”
In Oakland?zijn?particuliere beveiligingsbedrijven ook al begonnen met het vervangen van de politie in de rijkere buurten. Dat cre?ert meer ongelijkheid.?Idealiter zou BlueLight ge?ntegreerd worden met de lokale hulpverleningsdiensten, zegt Anand. Hij hoopt dat een stad als Oakland deze dienst als een tijdelijke oplossing gratis aanbiedt voor haar bewoners, tot er robuustere systemen zijn. Anand krijgt ook kritiek van telecom providers, maar hij vergelijkt die kritiek met innovaties van apps als WhatsApp die inkomsten van SMS verkeer drukten.
Op universiteiten zal?BlueLight de?responstijden met ongeveer 40% reduceren, zegt Anand. Als alles volgens plan verloopt, zal het experiment in Oakland soortgelijke resultaten laten zien, maar dan zal de dienst eerst een aantal maanden gebruikt moeten worden.
De politie heeft foto?s online gezet van mensen die betrokken waren bij gewelddadige protesten tegen de komst van een azc in Geldermalsen. Op de foto?s zijn de gezichten van tien relschoppers onherkenbaar gemaakt in de hoop dat de mensen zichzelf bij de politie aangeven.?”Op deze foto’s hebben we de gezichten onherkenbaar gemaakt, maar de kleding niet”, zegt een woordvoerder van de politie. “We willen mensen die zichzelf herkennen de kans geven zich alsnog bij ons te melden. Gebeurt dat niet, dan gaan we de foto’s op woensdag 27 januari ongecensureerd laten zien in het opsoringsprogramma Bureau GLD op Omroep Gelderland.”
De protestgroep ‘Geldermalsen Zeg nee tegen azc‘ keert zich?op zijn Facebookpagina tegen het publiceren van de foto’s. “Het is de omgekeerde wereld hier in Nederland”, schrijft de groep, die de?vraag stelt waarom er dan geen beelden van het politie-optreden online worden gezet.
Ruim een maand geleden bestormde een menigte?het gemeentehuis waarop de vergadering over de bouw van een azc?moest worden gestaakt.?Terwijl buiten de politie werd bekogeld met flessen, stenen en vuurwerk en agenten waarschuwingsschoten losten, werden de mensen binnen in?de raadszaal gesommeerd om naar boven te gaan?voor hun eigen veiligheid. De burgemeester toonde zich naderhand?geschokt door de gebeurtenissen.?Zo’n tachtig mensen keerden zich die avond tegen de politie. Er werden toen?veertien mensen aangehouden.
De politie wil mensen de kans geven zichzelf te melden (Video afspelen)
Het rechercheteam dat na de rellen?werd geformeerd, heeft inmiddels ‘enkele tientallen’ echte relschoppers in beeld. De?politie is naar eigen zeggen geholpen door omstanders die foto’s en filmpjes instuurden. “Het bestuderen van de vele beelden was een tijdrovend karwei. Maar we zijn erin geslaagd om het kaf van het koren te scheiden.”
“Het is een eerste stap om aan te geven dat het ons menens is”, zegt Frank de Valk van de politie Oost-Nederland. “Mensen die zichzelf herkennen krijgen zo de gelegenheid om zich vrijwillig te melden, zodat ze later als verdachte kunnen worden gehoord.”
De foto’s van verdachten die zich nu melden, worden meteen offline gehaald, zegt De Valk. “Dat voorkomt ellende in hun omgeving. De mensen op de foto’s zullen zichzelf wel?herkennen, bijvoorbeeld aan de kleding of de manier waarop je staat.”
Het is niet de eerste keer dat de politie zo?n actie onderneemt. In 2005 was het ook raak bij de rellen tussen Ajax- en Feyenoordsupporters. En in 2011 werden foto?s van rellende Feyenoordsupporters getoond op billboards in het centrum van Rotterdam. Toen heeft een aantal mensen zichzelf aangegeven.
Een nadeel van deze actie is dat het stigmatiserend werkt. Dit beeld zal altijd op internet terug te vinden zijn.
Als de daders zich niet melden, zal de politie de actie uitbreiden. Dan worden de foto?s volgende week ongecensureerd naar buiten gebracht via sociale media, regionale omroepen en uiteindelijk via het programma Opsporing Verzocht.
Steeds meer winkeliers zijn winkeldieven zo beu, dat ze camerabeelden online zetten waar de dieven herkenbaar opstaan. Dat mogen ze niet: het is een vorm van eigen rechter spelen. Toch laat het Openbaar Ministerie de winkeliers hun gang gaan.
Winkeldief betaalt alsnog: uit angst of uit spijt?
Was het haar geweten? Of was het de angst gepakt te worden? Hoe dan ook kreeg kinderkledingwinkel MOOS Kids in Deventer alsnog het geld van een winkeldief. En er zat een briefje bij.
?Ik zit hier enorm mee. Kan er niet van slapen?, schrijft de winkeldief, die bekent de week ervoor een dure?aankleedkussenhoes te hebben gestolen. In de enveloppe zat behalve het excuus-briefje ook zestig euro.
De vraag is natuurlijk of het echt het geweten van moeder was, zoals ze zelf schrijft, of dat domweg de grond te heet onder haar voeten werd.
Nog geen 24 uur eerder had winkeleigenaresse Monika van den Beld namelijk nog op Facebook gezet dat de diefstal op camera stond ?n dat ze de dief had herkend. De foto?s van de dader had ze er bewust niet bij gezet, vertelt ze tegen RTV Oost. “Nu ben ik blij dat we het niet hebben gedaan, maar er is zeker over nagedacht.”
Steeds meer burgers melden zich aan voor een BuurtWhatsApp. Via speciale groepen in de berichtendienst WhatsApp waarschuwen ze elkaar als ze iets verdachts zien. Wordt de buurt daar echt veiliger van? Over succesverhalen, kinderziektes en commotie.
Steeds meer burgers delen verdachte situaties digitaal. Dat gebeurt vooral via de berichtendienst WhatsApp. Op de website website www.wabp.nl?kunnen mensen hun zogenaamde BuurtWhatsApp registreren en bijhouden.?Bij het schrijven van dit artikel staan er meer dan duizend?op de site. Via Google zijn allerlei groepen te vinden die zich daar niet hebben geregistreerd, en er zijn ook gemeenten waarin een BuurtWhatsApp gaat starten. Het aantal deelnemers wisselt sterk. In mening gemeente doen honderden bewoners mee.
Dat zoveel burgers een BuurtWhatsApp starten is volkomen logisch, zegt Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur bij TNO op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid.??Iedere burger wil in een veilige buurt wonen. En de techniek gaat razendsnel. Aangezien ruim de helft van alle Nederlanders WhatsApp gebruikt, kon je die opmars zien aankomen.?
Het internet staat dan ook vol met succesverhalen. Een kop als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? staat in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Volgens De Vries kan een BuurtWhatsApp zeker helpen de buurt veiliger te maken. ?Dit is nu goede burgerparticipatie in de praktijk. Het is een uitstekende toevoeging aan de opsporing van criminelen. Er komen meer ogen en oren op straat.?
Beginnen met een BuurtWhatsApp is heel simpel. Een nieuwe groep aanmaken, mensen verzamelen die mee willen doen, en delen maar. Een BuurtWhatsApp goed beheren is echter een stuk complexer, benadrukt De Vries.
Een BuurtWhatsApp kan een verkeerde werking hebben. Zoals recent in de gemeente Aalburg. Een verslaggever van Omroep Brabant meldde zich aan bij de groep, en kwam in september met een verhaal terug over Oost-Europeanen die gestigmatiseerd zouden worden.?Hier de berichten over de?oprichting?van de groep in februari 2015 ?en daarna diverse berichten (1, 2, 3) over de commotie tot de uiteindelijke?opheffing van de groep in september 2015.?Twee voorbeelden: ‘Er houdt zich een Pools of Roemeens obscuur persoon verdacht op bij de boekenwinkel’ en ‘Er rijden twee busjes met Pools kenteken op een verdachte manier in het dorp Veen, politie wordt gebeld’. Volgens Omroep Brabant zou het slechts?om een kleine selectie te gaan.
In het Brabants Dagblad reageerden diverse raadsleden kritisch. De meesten benadrukten wel dat een WhatsApp-groep een belangrijke meerwaarde kan zijn. Volgens de twee beheerders van de buurtapp in Aalburg, die gestart naar aanleiding van een inbraakgolf, zagen zij wel degelijk strikt toe op de berichten. ?En wij vertellen het gewoon zoals het is, net als Opsporing Verzocht doet.? Inmiddels zijn de beheerders gestopt. Inhoudelijk wil de gemeente voorlopig niet reageren. Burgemeester Fons Naterop zei in het Brabants Dagblad voorstander te zijn van digitale buurtpreventie, en graag mee te denken over een alternatief.
Ook De Vries weet dat het fout kan gaan. Een sterke beheerder noemt hij essentieel. ?Ik heb ook groepen uit elkaar zien vallen door burenruzies. Als beheerder ben je niet te benijden. Je moet de berichten streng scannen, mensen durven aan te spreken op hun taalgebruik en ze desnoods uit de groep durven gooien. Maar groepen die zo?n sterke beheerder hebben kunnen dan ook echt veel betekenen voor de buurt’.
BuurtWhatsApp Vlaardingen
In Vlaardingen doen inmiddels ruim 2.500 inwoners mee aan de BuurtWhatsApp. Kor de Jong en Josette Hogewoning beheren de groepen. De Jong is ook wijkagent in Vlaardingen, maar benadrukt dat hij zijn beheertaken uitvoert als burger. ‘Er is een kort lijntje me de politie, dus dat helpt. Maar we maken deelnemers duidelijk dat wij geen vervanging zijn van de politie. Onze belangrijkste spelregel is: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen.’
‘Dankzij de BuurtWhatsApp zijn al diverse inbrekers opgepakt’, zegt Hogewoning. ‘Dankzij oplettende buurtbewoners zijn ook verdachten aangehouden voor autobranden en fietsen stelen. En er zijn hondjes teruggevonden. Minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn.’
Succesverhalen genoeg, maar bij het beheren komt wel veel kijken, merken ook De Jong en Hogewoning. Problemen zoals in Aalburg kun je volgens hen alleen voorkomen als je als beheerder meteen vanaf het begin helder bent. ‘Iedere nieuwe deelnemer weet bij ons meteen waar hij aan toe is. Houd je je niet aan de regels, gooien we je uit de groep. Dat betekent: niet discrimineren, niet kwetsen, en ook geen zogenaamd grappige acties. Een voorbeeld van dat laatste: de politie zocht een verwarde vrouw, waarop iemand een foto postte van een vrouw in alleen een regenjas. Dat pikken wij dus niet.”
Onderstaande spelregels voor een BuurtWhatsApp komen van de website www.buurtwhatsapp.nl:
Een minimumleeftijd van 18 jaar;
Momenteel kunnen via WhatsApp maximaal 100 deelnemers in ??n groep;
Wijkagent laten meelezen. Onderzoeker Arnout de Vries raadt dit vooralsnog af, oa vanwege (privacy en politie)wetgeving. Hij pleit voor een aparte overleggroep met beheerders, politie en andere partners;
Nooit voor eigen rechter spelen;
Bij 112 bellen dit ook melden aan de groep, zodat de politie geen vijftig telefoontjes krijgt;
Terughoudend zijn met delen van foto’s van personen;
Geen overbodige berichten. Voor gezelligheid eventueel een aparte groep openen.
Dienend
?Een groep moet bovenal dienend zijn aan de politie. Dus niet voor eigen rechter spelen, maar puur signalen met elkaar delen. Ziet u een inbreker of denkt u dat er iets verdachts gebeurt, dan 112 bellen. ? Een lastige vraag die altijd om de hoek komt kijken: moet de politie ook meedoen in zo?n groep, of juist niet? De Vries merkt dat bepaalde buurten dat nadrukkelijk niet willen, terwijl anderen de wijkagent juist zelf vragen om mee te kijken.
?Mijn advies is om de wijkagent niet in de groep te laten meekijken. Daar heb ik een aantal redenen voor. Als een wijkagent meekijkt in de groep kan dat te hoge verwachtingen cre?ren. Zo?n groep draait 24/7, maar een wijkagent kan niet overal tegelijk zijn. Ook vanwege de privacy is het af te raden. Bij WhatsApp ziet iedereen je mobiele nummer en de politie heeft die gegevens dan dus ook. Wettelijk gezien kan dat problemen geven. De Wet bescherming persoonsgegevens zegt wel iets over gegevens digitaal delen, maar er is in dit geval nog geen jurisprudentie.?
Korte lijntjes met de politie zijn echter wel heel belangrijk. Daarom stelt De Vries andere varianten voor. ?Laat de beheerders van zo?n BuurtWhatsApp bijvoorbeeld in een aparte WhatsApp-groep overleggen met bijvoorbeeld politie, gemeente, ondernemers en wijkteams. En overleg alleen als je echt moet opschalen. Bijvoorbeeld na een inbraak. Je zit dan nog steeds met de privacy, maar het delen wordt al overzichtelijker.?
Sociale cohesie
De BuurtWhatsApp past in een bredere beweging van digitaal informatie delen. Aan die beweging kunnen professionals in zorg en welzijn ook veel hebben, denkt De Vries. ?Er zijn talloze voorbeelden van effectieve apps en websites die de sociale cohesie versterken. Op de website wehelpen.nl kunnen mensen hulp zoeken en aanbieden in de buurt. Via de app Peerby kunnen buren spullen van elkaar lenen.? Net nieuw is de app Aware, waarmee alleenstaande ouderen aan familie en vrienden kunnen laten weten hoe het met ze gaat. Handig, want als het niet goed gaat kunnen die snel helpen. Het is nog allemaal experimenteren, maar burgers vinden elkaar digitaal toch wel, dus als overheid en als professional kun je maar beter aansluiting zoeken.?
Een sociaal wijkteam zou bijvoorbeeld ook een eigen WhatsApp-groep kunnen beginnen. De initiatiefnemers van de BuurtWhatsApp in Vlaardingen bekijken momenteel of zo?n groep meerwaarde heeft. De Vries verwacht zelf ook veel van de samenwerking met ondernemers. ?Taxichauffeurs en horecapersoneel zien heel veel, dus zij kunnen ook helpen de buurt veiliger te maken. Wij onderzoeken momenteel wat er nodig is om social media effectiever in te zetten. Hoe kun je de informatie die er is nog beter kanaliseren? Welke aanpassingen in de wet zijn nodig, en welke systemen kunnen we het beste gebruiken?? Hij geeft?professionals mee dat zij extra alert moeten zijn op wat burgers doen. ?Bij burgers zit namelijk enorm veel kennis. Cre?er dus mogelijkheden om die kennis effectief te delen en let vervolgens goed op.?
?Archives + Absences,? een app (iOS) die je een notificatie stuurt als een agent iemand in de VS doodschiet. De app laat het aantal dodelijke schietincidenten van de afgelopen tijd ook zien, en afgelopen week waren er weer acht slachtoffers.?De app is zeer minimalistisch, want er staat niets over de omstandigheden van de dood. Er is wel een kaart, maar links naar overige nieuwsberichten over het incident ontbreken. Je krijgt alleen een naam op je scherm te zien, zoals??Jim Redmond? of??Timothy Albert?. Je kent deze mensen eigenlijk niet, maar je weet ??n ding: ze leven niet meer.
De app werd gemaakt door Josh Begley, een data-kunstenaar en onderzoeksjournalist bij The Intercept.?Begley staat erom bekend controversi?le programmaatjes te maken. Zijn “Dronestream” app, die drone aanvallen van de VS over de hele wereld laat zien, werd verwijderd uit Apple’s App Store omdat het (volgens Apple) “overdreven ruw of aanstootgevende inhoud” had.
De schaarse feedback van gebruikers op iTunes is een een of vijf-sterren recensie. “Iedere burger van de VS zou deze app moeten hebben”, schrijft een reviewer. Een ander klaagt: “Wat dacht je van een app die elke keer een agent toont die wordt gedood door deze?misdadigers“.
Na een paar zoektermen in Google?ontdekken we dat Jim bravis Redmond Jr. op 19 januari een Harvey’s supermarkt beroofde in Hahira, Ga., een zeer kleine stad 215 mijl ten zuiden van Atlanta.
“Volgens voorlopige getuigenverklaringen liet de man zijn wapen niet laten vallen voordat er op hem geschoten werd,” zei Jamy Steinberg van het Georgia Bureau of Investigation.?Redmond werd ook nog?gezocht door het Amerikaanse leger?omdat hij niet meer kwam opdagen. Hij was gelegerd in Fort Bragg, N.C.
Een inmiddels verwijderde Facebook-pagina laat via een opgeslagen cache Missing Jim bravis Redmond?zien dat het?foto’s en berichten over Redmond bevatte. Het lijkt te zijn geschreven door zijn ex-vriendin en moeder van zijn kind.?”Jim verdween in november met een vrouw, Crystal Griffin,” staat in een bericht van 27 december “Ik ben verontrust door zijn mogelijke betrokkenheid, ik ken Jim sinds de zevende klas en?probeer hem nu te vinden en zou graag hulp willen vragen. Hij is de vader van mijn kind, en ik ben een alleenstaande moeder met beperkte middelen. Hij werd laatst gezien met Crystal Griffin.”
Een website genaamd USFallenwarriors.com heeft een overlijdensbericht?onder het kopje ?”vredestijd Slachtoffers” voor een (ogenschijnlijk) andere Jim bravis Redmond. Deze sergeant van het Amerikaanse leger werd in 1967 geboren in Louisiana en stierf 9 november 1996 op de leeftijd van 29. Onder zijn beroep staat “Intelligence Analyst.” Bij het incident type staat?”Niet-vijandige dood”. Bij oorzaak staat?” Zelf toegebracht “.?De zeven agenten?die betrokken waren bij de schietpartij van Jim bravis Redmond Jr. hebben verlof gekregen, terwijl de politie onderzoek doet naar het toeval.
Om dodelijke schietpartijen te voorkomen en hopelijk?verminderen zijn sommige politiekorpsen inmiddels?bezig met aangepaste?opleidingsprogramma’s en worden protocollen opnieuw tegen het licht gehouden: