Tagarchief: recherche

Moderne Sherlock zit in ons allemaal

Het aantal erkende detectivebureaus vertienvoudigde tussen 2000 en 2012, tot ruim 400. Ze worden ingezet bij bedrijfsfraude en diefstal, maar ook bij overspel gaan priv?detectives op pad. Hoe leer je zo’n?vak? Martin Kuiper van het?Parool ging op?pad met cursisten die de felbegeerde ‘gele pas’ willen bemachtigen, en deed verslag.

mr-holmes2

Gespannen volgt priv?detective Hans de Zeeuw (48) de grijze Peugeot 206 die voor hem rijdt. De Peugeot heeft haast en is onderweg naar een ‘deal’ waar De Zeeuw graag bij wil zijn, maar dan mag hij hem niet uit het oog verliezen. Via de portofoon houdt de detective contact met zijn collega die achter hem rijdt. “De verdachte neemt de rotonde rechtdoor, ik sla hier af. Neem jij het over?”

Het is zaterdagmiddag, iets na twaalven; in Zuid-Limburg valt de regen met bakken uit de hemel. Boomtoppen zwiepen heen en weer, afgebroken takken liggen op de gladde wegen. Op ??n van die wegen rijdt Hans de Zeeuw, gevolgd door collega Ymke Bos (26), achter een man aan die verdacht wordt van diefstal van decoupeerzagen, boormachines en hogedrukspuiten. De detectives werken in opdracht van de bouwmarkt Hubo, de werkgever van de verdachte, die meer inzicht wil krijgen in het duistere handeltje van zijn werknemer.

Nou ja, in opdracht van: ze doen eigenlijk alsof. Want De Zeeuw en Bos zijn (nog) geen echte detectives. En ook de achtervolging is in sc?ne gezet, die is onderdeel van de ‘waarnemingsoefening’. De twee cursisten volgen een achtdaagse cursus die opleidt tot priv?detective. Normaal wordt de cursus gegeven in Amsterdam, maar voor de praktijkopdracht is de groep uitgeweken naar Limburg.

Cursisten leren waarnemen en schaduwen, het wetboek interpreteren, sporen onderzoeken, verdachten interviewen. Doel: de felbegeerde ‘gele pas’. Die pas geeft het recht aan de slag te gaan als particulier onderzoeker en werd in 2014 aan 200 Nederlanders uitgereikt, blijkt uit cijfers van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB).

Dat verrast niet. De branche van Nederlandse recherchebureaus zit sinds jaren in de lift. Tussen 2000 en 2012 vertienvoudigde het aantal erkende detectivebureaus van ongeveer 40 tot ruim 400. De meeste bureaus houden zich bezig met bedrijfsfraude en diefstal, maar ook bij overspel gaat de detective op pad. In 2015 staat de teller op 442, volgens cijfers van het ministerie voor Veiligheid en Justitie. Of de toename een positieve goede ontwikkeling is? Een woordvoerder van Veiligheid en Justitie: “Het is niet aan de overheid om daarover te oordelen. Het voorziet blijkbaar in een behoefte.”

De groei komt volgens strafrechtjurist Sven Brinkhoff ‘doordat de Nederlandse politie steeds vaker recherchewerk laat liggen’. Brinkhoff: “Wat je ziet is dat burgers daardoor steeds vaker bij detectivebureaus aankloppen. En door alle media-aandacht neemt ook de interesse voor de opleiding toe.”

Sherlock Holmes
In Amsterdam worden de lessen gegeven door een lange man met een Limburgs accent: Bert (50), hij wil om privacy redenen niet met zijn echte naam in de krant). Zijn benadering is informeel. Enthousiast. Grappig ook. Een kruising tussen de ouderwetse leraar die mensen aanspreekt bij hun achternaam en Sherlock Holmes. Geen gortdroge stof, maar het Wetboek van Strafrecht in vogelvlucht met sappige anekdotes: “Als leerlingen plezier hebben, gaat het leren vanzelf.”

De lessen hebben een vaste opzet. Eerst de ‘minder leuke tak van sport’: het theoretische gedeelte. In rap tempo raast hij met behulp van dia’s door de Nederlandse Grondwet heen. Met controlerende vragen als: wanneer mag je camera’s ophangen voor een onderzoek? Hoe ver mag je gaan met een observatie? probeert hij de wetsartikelen tot leven te brengen. “Zo onthouden de cursisten ze beter.”

Daarna steekt hij door naar het ‘spannende’ praktijkgedeelte: waarnemen en rapportage. Zoals schaduwen (‘Mannen moeten geen roze polo dragen, dat is een dominante kleur’), sporenonderzoek (‘hoe stel je die veilig?’). En het verhoor dus, waarbij je de verdachte op de plaats van het delict moet zien te krijgen met een dichtgetimmerd verhaal.

Dat ‘dichtgetimmerde verhaal’ wordt vanmiddag geoefend in het NOB-hoofdkwartier in Wessem. De verdachte, een lange man in een Adidas-sportjasje en een spijkerbroek, wordt ge?nterviewd door detectives in spe Ruben Brand (24) en Ymke Bos. De andere cursisten volgen het gesprek in een andere kamer op een groot beeldscherm.

“Leent u uw Peugeot 206 wel eens uit?” gaat Brand voortvarend van start.

“Heel af en toe aan mijn broer,” reageert de verdachte laconiek.

Brand: “En bent u vanochtend ook nog met de auto weggeweest?”

“Neuh, ik heb uitgeslapen.”

“Oh?” reageert Bos verbaasd. “Wij hebben namelijk een foto van u op een carpoolstrook. En een vrouw die zegt dat u haar spullen heeft verkocht. Hoe verklaart u dat?”

De man kijkt bedenkelijk, schuttert even, en duikt dan in elkaar. Lang verhaal kort: de man bekent de diefstal.

Open vragen
De docent is tevreden over het interview. De verdachte heeft bekend en ook de vragen waren prima. Maar er zijn ook ‘leermomenten’, vindt Bert. “Pas op met opmerkingen die voor weerstand zorgen bij de verdachte. Het is heel belangrijk dat je een band opbouwt met degene die je verhoort.” En: “Denk er om: stel open vragen, dan moet het antwoord uit de geest van de verdachte komen.” Ook op de achtervolging heeft hij hij nog wat aan te merken. “Houd afstand als je iemand volgt, des te meer tijd heb je om zelf na te denken. En vergeet niet je lichten uit te doen als je vanuit de auto iemand in de gaten houdt. En denk erom dat samenwerken heel belangrijk is tijdens een onderzoek.”

Ymke Bos vond het een leerzame middag. Het lijkt haar leuk in de toekomst naast haar huidige werk ook als priv?detective aan de slag te gaan. De Zeeuw – jaren werkzaam bij de GGZ, maar tegenwoordig sporthaluitbater en klusjesman – is daar nog niet zo zeker van: “Ik vind het heel leuk, maar of ik hier echt in verder ga? Ik weet het nog niet.”

Bos vindt de kleinschaligheid (maximaal acht cursisten per klas) fijn. “Je wordt echt gehoord. Als ik een vraag heb, wordt die binnen een minuut beantwoord.”

Of de tien lessen genoeg handvatten bieden om in de toekomst zelfstandig aan de slag te gaan als particulier onderzoeker? Een kleine civiele zaak afhandelen is ??n ding; het oplossen van een grote strafrechtelijke zaak, zoals die van het zestienjarige meisje in Valkenburg (zie kader), is een heel ander verhaal.

Strafrechtjurist Brinkhoff is sceptisch. “Veel pas geschoolde priv?detectives doen onderzoek op een onwetmatige manier. Ze zetten de verdachte te zwaar onder druk, tappen telefoongesprekken af en leveren schimmig bewijsmateriaal in rechtszaken. Ze begeven zich te veel op het terrein van de politie en de overheid. Maar waar die twee aan regeltjes en wetten gebonden zijn, worden particuliere onderzoekers door niemand gecontroleerd.” Daar is de woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie het niet mee eens: “Via een groot onderzoek screenen we tegenwoordig de recherchebureaus.”

Brinkhoff: “Oud-politiemensen die als priv?detective werken, hebben kaas gegeten van het vak; die weten hoe ze onderzoek moeten doen. Bij andere groepen speelt vaak het belang van de klant een te grote rol. De klant is koning, daarom gaan detectives zo ver als nodig is om hun klus te klaren.”

Bert hoort het commentaar gelaten aan. Zijn cursisten en pas opgeleide detectives gedragen zich altijd ‘binnen de kaders van de wet’, zegt hij. “Het is als autorijden: als je net je rijbewijs hebt, gaat het nog wat moeizaam, maar na een poosje gaat het vanzelf. Als je net je gele pas hebt gehaald, heb je een goede basis voor kleinere zaken zoals een diefstalletje. Grotere zaken zijn voor later. Daar komt bij dat we na de cursus contact houden met onze cursisten. Er zijn ’terugkomdagen’ waarop we de lesstof herhalen en oud-cursisten ondersteunen bij hun eerste opdrachten. We gooien ze heus niet in het diepe.”

Opleidingsinstituut
Opleidingsinstituut NOB is opgericht door Nederlands bekendste priv?detective: Ben Zuidema. Hij is gespecialiseerd in het opsporen van gestolen kunst en maakte eind jaren tachtig faam met de Noortman-zaak. Het leek een grote kunstroof, maar de Maastrichtse galeriehouder Noortman bleek negen vermiste schilderijen, met een totale waarde van vijf miljoen euro, zelf verduisterd te hebben. Een aantal van Zuidema’s zaken zijn gepubliceerd in boekvorm; een tv-serie is in de planning.

Zedenzaak valkenburg
Ook de ouders van het vermiste meisje uit Heerlen maakten voor de opsporing van hun dochter gebruik van de diensten van een priv?detective van het NOB. Ze werd gevonden nadat de detective haar telefoonsignaal had laten uitlezen. Het meisje – in de media Kimberley genoemd – werd aangetroffen in een hotelkamer in Valkenburg, waar ze onder druk van een loverboy seks had met mogelijk tachtig mannen. Een deel van hen is inmiddels veroordeeld tot werkstraffen en korte celstraffen. De loverboy kreeg een celstraf van twee jaar.

Afluisteren – mag dat?
Een priv?detective mag, in tegenstelling tot de politie, geen gesprek aftappen. Gesprekken heimelijk opnemen mag wel, maar alleen als de detective zelf deel-neemt aan het gesprek. Ook mag de priv?detective een gesprek opnemen in opdracht van een opdrachtgever, maar dan moet het belang van het onderzoek zwaarder wegen dan de privacy.

Bronnen: Het parool (29 juli 2015),

App: Field Contact

Field Contact: handig kladblokje voor de (burger)agent

iPhone Screenshot 2

Met deze app kun je iets of iemand vastleggen. Je kunt foto’s nemen of formulieren invullen over een ooggetuige of verdachte. Maar omdat het een vrijgegeven app is, kunnen burgers het ook. Het vervangt eigenlijk het ouderwetse kladblokje van de agent of rechercheur en heeft goede zoekmogelijkheden als je al een tijdje bezig bent geweest om diverse zaken vast te leggen.

Bronnen: FieldContact

Symposium eDiscovery focust op impact online media

De rol van digitaal bewijs bij opsporing wordt steeds groter. Over dat onderwerp wordt op donderdag 23 april gesproken tijdens het Symposium E-Discovery, georganiseerd door het gelijknamige HvA-lectoraat. Op het symposium zijn gebruikers en makers van E-Discoverytechnieken aan het woord.

Verslag van?Jos Willemsen?? 28 april 2015

Het is alweer de zesde keer dat het Symposium E-Discovery plaatsvindt. ?Vijf jaar geleden begonnen deze symposia als mijn openbare les, ik wilde E-Discovery op de kaart zetten,? vertelde E-Discovery lector Hans Henseler
?vorig jaar?tijdens de Lustrum-editie. Dat E-Discovery inmiddels op de kaart staat, is te merken aan de opkomst. Het Benno Premselahuis is ingeruild voor Pakhuis de Zwijger. Henseler organiseerde met zijn lectoraat daar vorig jaar al mede de?DFRWS conferentie.

Ook tijdens dit symposium volgt weer het onderwerp waar het lectoraat E-Discovery voor staat: het verkrijgen en verwerken van digitaal materiaal voor opsporing. ?Dit jaar kijken we terug naar The Decade of Discovery en kijken we vooruit naar de impact van online media op het verzamelen, verwerken en zoeken naar digitaal bewijs?, legt Henseler uit.


Social media
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van Arnout de Vries. Arnout werkt bij onderzoeksorganisatie TNO en is de tweede van zeven sprekers die op het programma staan. Hij neemt ons mee in de wereld van opsporing via sociale media; door Arnout ook wel de ?moderne Sherlock Holmes? genoemd. ?Sociale media zorgen voor een revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden deed,? zegt Arnout. ?Er is bijna geen misdaadsoort waarbij sociale media niet betrokken zijn.?


Als voorbeeld wordt de Britse burgerjournalist Eliot Higgins aangehaald, die door sociale media met bewijs kwam in de zaak van de MH17. Higgins werd zelfs als getuige opgeroepen bij het proces, terwijl hij zijn appartement niet uit was geweest. ?Social media is een gamechanger in alle facetten van het politiewerk?, concludeert Arnout de Vries.
Of via YouTube:

En bijbehorende slides:


Informatiemarkt
Wie de grote zaal van Pakhuis de Zwijger verlaat, komt terecht op de informatiemarkt. Daar heeft een aantal data- en digitale opsporingsbedrijven een kraam. De markt fungeert bovendien als netwerkmogelijkheid, waarbij professionals met elkaar praten over de laatste stand van de techniek. Hans Henseler: ?Door deze informatiemarkt luister je niet alleen naar verhalen over de theorie van E-discovery, maar kun je ook leren wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.?
Bronnen: HvA

Verslag Seminar De Moderne Sherlock

Door: Matthijs Hogendoorn

Op 10 februari jl. organiseerde Reed Business Education samen met TNO een seminar over online burgeropsporing. Locatie: PIT, Almere. Dagvoorzitter: Diederik Greive, hoofdofficier bij het OM en onder meer portefeuillehouder Opsporingsberichtgeving. Voor een publiek van circa 100 mensen werd aan de orde gesteld: hoe pakt men het in de opsporing aan, gegeven de ontwikkelingen in social media en maatschappelijke betrokkenheid en bemoeienis? Wat staat de ?gevestigde? partijen op dat gebied te doen en te wachten?

Weliswaar waren alle aanwezigen het er over eens dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden en nog gaande is in de mate waarin de burger betrokken is bij veiligheids- en opsporingsvraagstukken, maar de nuanceverschillen in de benadering waren interessant.

Burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere introduceerde het gemeentebeleid met een kort filmpje over de Veiligheidsaanpak 2015-2018.

De gemeente heeft de inbreng van burgers steeds intensiever proberen te initi?ren. Want: ?Wij overschatten als gemeente stelselmatig hoe goed wij onze burgers bereiken. En dat is wel het doel: dat we kunnen gaan spreken van overheidsparticipatie,? aldus Jorritsma.

Waar de burgemeester het nog vooral had over de informatievoorziening tussen burgers en overheid over en weer, vervolgde hoofd recherche Midden-Nederland Henk Bril met de praktijk van de opsporing. Die wordt be?nvloed door die informatievoorziening en dat gaat op heel veel manieren. Bril illustreerde dat met een aantal sprekende voorbeelden.

Hbril

Zoals bij de zaak Ruben en Julian: ?een Twitterbom die ontplofte? en burgers die zelf een bos gingen doorzoeken. Na de verdwijning van Lisanne Froon en Kris Kremers: de actieve houding van betrokken familie. Na de dood van Els Borst: de ?actieve betrokkenheid vanuit de politiek?. En bij de afpersing van John en Linda de Mol veel diverse reacties en bemoeienissen. Koppel daaraan een vaak zeer actieve ?mediakaravaan? en de eventuele rol van de ?zelfbenoemde expert? en je ziet de ontwikkeling zoals Bril hem noemde: ?Van burger en opsporing naar burgeropsporing.?

Dat levert heel veel verschillende informatie en situaties op, die soms absoluut maar ook niet altijd bevorderlijk zijn voor de opsporing. Hoe moet je al die info vooraf duiden? Is ze betrouwbaar? Bruikbaar voor beleid, co?rdinatie of uitvoering? Daarom alleen al is voor de politie een goede afdeling communicatie onontbeerlijk, stelde Bril. Want je kunt niet anders dan meegaan met wat de maatschappij van je vraagt, maar wel binnen grenzen.

Bril: ?Uiteindelijk gaat het om waarheidsvinding en de deugdelijkheid van het onderzoek: hypothesen, scenario?s, verifi?ren en falsificeren. Dus het klassieke rechercheren blijven we doen, naast de modernere mogelijkheden.?

Henk Bril benadrukte daarmee de kern van de middag: in hoeverre gaan de klassieke instituties mee met de ontwikkelingen, in welke mate is het gewenst dat ze dat doen en hebben ze daar eigenlijk nog enige zeggenschap in? Bril vond dat er al veel gebeurde om de burger te betrekken.

Nieuwe inrichting

Hoofdofficier van justitie in Midden-Nederland Johan Bac maakte als volgende spreker de vergelijking met de huisarts van tegenwoordig. Die ontvangt een veel beter ge?nformeerde pati?nt dan vroeger in de spreekkamer, zeker bij de eenvoudige aandoeningen. Naarmate de klacht medisch gecompliceerder is, neemt de huisarts of uiteindelijk de specialist het meer over van de pati?nt.

JBac

Bac: ?Hier gaan we ook naar toe in de opsporing. Er zullen eenvoudige zaken zijn, waarbij de politie kan kijken naar wat de burger zelf al heeft gedaan. Van het maken van een foto tot het opnemen van een verklaring of het invullen van een aangifte. De politie zal daarin ondersteunend zijn. En dan hebben we het over 80% van de criminaliteit.?

Maar dat houdt dus ook in dat de rollen worden omgedraaid. Van Opsporing verzocht naar Opvolging gezocht, zoals Bac het formuleerde. De burger reageert niet meer, maar initieert. Dat zal uiteindelijk resulteren in eigen verantwoordelijkheden. Bac: ?Denk aan de eigen belastingaangifte met een verklaring dat je die naar waarheid hebt opgemaakt, iets dergelijks.?

Bac erkende dat die situatie totaal nieuw zou zijn en een totaal nieuwe inrichting van het strafproces zou betekenen. Hij maakte een kanttekening: ?In de analogie met de medische wereld, ook wij hebben ons specialistische werk. En zware zaken zijn vaak onzichtbaar. Daar moet wel capaciteit voor blijven.?

Daarnaast wees hij op de rechtsstatelijke belangen: ?Wij als OM zijn niet alleen doorgeefluik. We hebben ook onze procesnormen en die zijn er niet voor niets.?

Geen flexibiliteit

Daarna werd het grovere geschut in stelling gebracht in de persoon van Maurice de Hond, naast opiniepeiler onder meer bekend van zijn optreden in de Deventer moordzaak. Hij waste als verwacht de strafrechtsketen stevig de oren met tal van ongerijmdheden uit het onderzoek naar de moord op de weduwe Wittenberg. Bij uitstek maakte hij gebruik van ?burgerdeskundigen? om de bevindingen van onder meer het NFI onderuit te halen. De Hond: ?Het begon als crowdsourcing avant la lettre met een blog dat ik schreef. Dat groeide uit tot een gezamenlijke expertise van heel veel mensen.?

MHond

De Hond is behoorlijk gedesillusioneerd geraakt in de kwaliteit van het opsporingsproces. Het gaat er hem niet om dat ??n partij het standaard bij het verkeerde eind zou hebben. ?Ik trok met mijn website over de zaak ook gekken aan die onzin uitkraamden.? Maar het schokte hem vooral dat de keten zo afwijzend reageerde. Er was geen enkele flexibiliteit te bespeuren.

De Hond: ?Het gaat dan toch, zoals Henk Bril zei, inderdaad om de waarheidsvinding? Waarom wordt die aantoonbare expertise van zovelen niet eens meegenomen?? De conclusie van De Hond was dat de ?crowd? die de instituties binnen het strafproces voor zich zien, nog steeds ?intern? is. Er wordt nog te hi?rarchisch gedacht.

Doodeng

In de discussie tussen de panelleden (zonder Jorritsma) en met de zaal onder leiding van Diederik Greive werden de bovenstaande posities nader uitgewerkt. Daarbij behield Henk Bril (?Er gebeurt al veel?) zijn wat behoudender stelling, was De Hond het meest radicaal (?De instituties kunnen niet volgen?) en nam Bac de middenpositie in (?We lopen er achteraan, maar misschien is dat onze rol ook wel?).

panel

publiekMaurice de Hond leek de zaal voor zich gewonnen te hebben. Belgisch oud-hoofdcommissaris Steven de Smet: ?We werken met de kaders uit het industri?le tijdperk.? Interessant was het diverse blikveld op privacy: waar politie en OM duidelijk ook die waarden in hun afweging willen meenemen, sprak De Hond zich duidelijk uit: ?We bestaan niet meer als individu. We houden het niet tegen. Het enige wat ons rest is de kwaliteit van ons werk zo hoog mogelijk te houden.?

Dat de expertise van de burger moet worden ingezet, daar was iedereen het wel over eens. En ook dat je het niet redt met het openstellen van ?een extra kanaal?. Anders loopt het het systeem uiteindelijk over de schoenen. Dus incorporeren is het devies.

Uit de zaal kwam Arnout de Vries, co-auteur van Social Media, het nieuwe DNA, met de hamvraag: hoe organiseer je het dan? Daar bleef het nog even stil op, behalve dat de betrokkenheid van jongeren (Bac: ?Ik ben met mijn 45 jaar stokoud.?) en in een vroeger stadium faciliteren van burgers nuttig kunnen zijn. En blijven communiceren: ?Als je op een scheldpartij inhoudelijk antwoordt, blijkt het in negen van de tien gevallen om heel nette en serieuze mensen te gaan,? zei De Hond.

Johan Bac: ?We moeten vooruit, ook al weet ik op 1000 vragen geen antwoord. Dat maakt het tegelijkertijd doodeng.?

publiek2

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

Wouter Jong, Michel D?ckers, Jorien Holsappel 8.1 Inleiding Op dinsdagochtend 7 mei 2013 wordt in het recreatiegebied het Doornse?Gat het lichaam van een 38-jarige man uit Vleuten aangetroffen. Het?blijkt de vader te zijn van de 9-jarige Ruben en de 7-jarige Julian uit?Zeist. De jongens zijn een dag eerder voor het laatst gezien in gezelschap?van hun vader. Hun ouders zijn gescheiden. Omdat elk spoor?van de kinderen ontbreekt, roept de moeder via haar Facebookpagina?de hulp in van het publiek. Wat volgt is een zoektocht van bijna twee?weken die de gemoederen landelijk, en zelfs in het buitenland, flink?bezighoudt. In dit hoofdstuk staat zowel de zoektocht naar de verdwenen jongens?als de nasleep centraal. Het mysterie rondom de vermissing, de?bezorgdheid over het lot van de kinderen en de uiteindelijke, trieste ontknoping?maken de casus tot een drama voor alle direct betrokkenen.?Dat dit drama daarnaast een buitengewoon sterke collectieve dimensie?kreeg, plaatste het openbaar bestuur verschillende momenten voor?afwegingen tussen individuele en collectieve belangen, tussen betrokkenheid?en veiligheid. Op deze afwegingen wordt in dit hoofdstuk uitvoerig ingegaan. Het hoofdstuk is gebaseerd op gesprekken met enkele?politiefunctionarissen en informatie uit diverse media. 8.2 Feitenrelaas Het is dinsdagavond 7 mei 2013 wanneer de moeder van Ruben en?Julian op haar Facebookpagina foto?s plaatst van haar zoontjes. iris_ruben_julian_zeist_doorn_vermist_broers Ze schrijft: ?Alsjeblieft, wil iedereen uitkijken naar mijn kleine mannetjes,?ze worden sinds gisterochtend vermist.? Het is voor de buitenwereld?het eerste signaal dat er iets bijzonders aan de hand is. Twee jongens?van 7 en 9 jaar die al bijna twee hele dagen worden vermist, is nieuws?dat de aandacht trekt. Die avond en de daarop volgende nacht wordt het Facebookbericht 17.000 keer gedeeld. Ook op Twitter vindt het bericht?alras zijn weg. In de loop van dinsdagavond wordt ook de context van de vermissing?duidelijk. De vader van Ruben en Julian is ?s ochtends dood aangetroffen?in het Doornse Gat, een recreatiegebied halverwege Doorn?en Leersum. Hij blijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Als de?politie in de loop van de dag de nabestaanden informeert, wordt duidelijk?dat de kinderen hun vakantie bij hem zouden doorbrengen. Van de?kinderen ontbreekt op dat moment elk spoor. In het bos vindt een grote?zoekactie plaats, met honden, politiehelikopter en bijstand van mariniers?van de in Doorn gelegen Van Braam Houckgeestkazerne. Om?01.13 uur ?s nachts wordt een Amber Alert uitgegeven, waarin wordt?opgeroepen naar de jongens uit te kijken. In de dagen die volgen blijft de politie zoeken naar informatie over?waar de vader van Ruben en Julian de laatste uren met zijn zoons is?geweest. Op woensdag 8 mei blijkt uit camerabeelden van een tankstation?bij het Limburgse Neerbeek dat de vader daar maandagavond?nog heeft getankt. Op de beelden is niet te zien of de jongens op dat?moment in de auto zaten. Voor het onderzoek is het een complicerende?factor, omdat hiermee in principe het hele gebied tussen het Doornse?Gat en het 180 kilometer verderop gelegen Neerbeek potentieel zoekgebied?is. De politie start die avond een zoekactie in het Bunderbos nabij?Elsloo, maar ook daar wordt geen spoor van de kinderen gevonden. twitter Ondertussen gebeurt tevens het nodige online. Nadat bekend is geworden?dat twee jongens worden vermist, helpen diverse mensen om de?zaak onder de aandacht te brengen. Een van hen is Hans Huizinga,?een betrokken burger die via het twitteraccount @JulianRubenNL informatie?verzamelt en filtert. De familie van de broertjes is door hem?over zijn initiatief ge?nformeerd. Uiteindelijk groeit zijn initiatief uit?tot een team van elf personen dat de klok rond online de informatievoorziening?over de vermissing ter harte neemt. Ook beheren zij een?Facebookpagina?en worden als spin-off Duitse en Belgische twitteraccounts?aangemaakt.

De reguliere media storten zich mede naar aanleiding van het?Amber Alert eveneens op de vermissingszaak. De directeur van de?basisschool van de broertjes staat de media na de meivakantie te woord?en laat weten dat de school probeert om de lessen zo gewoon mogelijk?door te laten gaan. Ook Jeugdzorg wordt bevraagd. Die bevestigt dat?het gebroken gezin bij de instantie bekend was, maar wil verder niet?inhoudelijk op de zaak ingaan.

Op donderdag 9 mei verschijnt op Facebook voor het eerst een oproep?van een inwoner uit Utrecht om te helpen zoeken in het Doornse Gat.?Om acht uur ?s avonds melden zich daar tientallen mensen. Zij worden?begeleid door de politie en een boswachter die het gebied goed kent. De??burgerzoektochten? nemen in de dagen daarop een hoge vlucht. Her?en der ontstaan groepen burgers die tips natrekken en in de bossen op?zoek gaan naar sporen die de zaak tot een oplossing kunnen brengen.

Vermissing-Ruben-en-Julian

In sommige gevallen melden zich zo?n honderd mensen die ? soms?met kinderen ? de bossen in trekken. De politie speelt hier in eerste?instantie ad hoc op in, maar onderkent al snel de noodzaak om de initiatieven?te kanaliseren. Met onder meer de hulp van medewerkers die?zijn aangesloten bij de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers?worden de burgers begeleid en wordt bepaald welke zoekgebieden voor?hen worden opengesteld.

Het programma Opsporing Verzocht besteedt op dinsdag 14 mei?aandacht aan de zaak. Enkele dagen later, aan het begin van het?Pinksterweekend, laat de politie weten dat het totaal aantal tips in
de zaak op bijna 3000 staat. De doorbraak in het onderzoek komt op?Eerste Pinksterdag, zondag 19 mei 2013. Om 17.15 uur maakt de politie?bekend dat een voorbijganger in het buitengebied van het Utrechtse?dorp Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede) twee lichamen heeft aangetroffen.?Ook zijn daar de spanbanden aangetroffen waar de politie?naar op zoek was. Het versterkt het vermoeden dat het om de twee vermiste?jongens gaat. Alle wegen richting de plaats delict en een deel van?het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal worden afgezet. ?s Avonds om?23.00 uur vindt op het hoofdbureau van de politie in Utrecht een persconferentie?plaats.

Persconferentie over de gevonden lichaampjes van Ruben en Julian:

Burgemeester Janssen, hoofdofficier van justitie Bac?en korpschef Barendse bevestigen het nieuws waar heel Nederland op?dat moment al ernstig rekening mee houdt: de lichamen zijn naar alle?waarschijnlijkheid van de vermiste broertjes. Er kan op dat moment?echter nog geen definitief uitsluitsel worden gegeven, omdat de lichamen?lange tijd in het water hebben gelegen. Een nadere analyse op?basis van DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zal?moeten uitwijzen of het inderdaad om de broertjes gaat.

Tijdens de persconferentie betuigt vervolgens burgemeester?Janssen zijn medeleven met de familie van de vermiste jongens en?dankt, mede namens de familie, iedereen die heeft meegewerkt aan
de zoektocht. Ook bedankt hij de media voor de manier waarop zij over?de vermissing hebben bericht. Tot slot kondigt hij aan dat de gemeente?zich met maatschappelijke organisaties zal buigen over de manier?waarop de verwerking de komende dagen zal worden vormgegeven.

De volgende dag, maandag 20 mei, opent in Zeist de St. Jozefkerk?haar deuren voor gebed en bezinning. In Cothen wordt een minuut stilte?gehouden bij de Trekkertrek, die traditioneel op Tweede Pinksterdag?plaatsvindt. Op dinsdag 21 mei komt de politie met de bevestiging dat?de lichamen volgens het NFI inderdaad die van Ruben en Julian zijn.?In de gemeentehuizen van Zeist en Wijk bij Duurstede worden condoleanceregisters?geopend; ook online verschijnen condoleanceregisters.

De moeder van de overleden broertjes ontvangt persoonlijke brieven?van koning Willem-Alexander, premier Rutte, de commissaris van?de Koning en enkele ministers. De gemeente Zeist overlegt met haar,?de school, de voetbalclub en andere betrokkenen over de wijze van herdenken.?Uiteindelijk wordt besloten geen stille tocht te organiseren,?maar voor een alternatief te kiezen. De nabestaanden doen een oproep?om zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur een kaarsje aan te steken?en thuis voor het raam te zetten.

Op 27 mei 2013 vindt in Zeist de begrafenis plaats van Ruben en?Julian. De stoet gaat langs de school, waar kinderen een afscheidsgroet?geven met rode en blauwe lintjes, de lievelingskleuren van Ruben en?Julian. In een legervoertuig worden de lichamen overgebracht naar?de begraafplaats in Zeist. De begrafenis vindt vervolgens in besloten?kring plaats.

8.3 Dilemma

In Nederland vinden met enige regelmaat gezinsdrama?s plaats. Het?zijn tragische geschiedenissen die afbreuk doen aan ons beeld van?het gezin als veilige omgeving. In de meeste gevallen zijn dergelijke?incidenten slechts kort in het nieuws en blijft de impact beperkt tot de?naaste omgeving. In het geval van de moord op Ruben en Julian was?dat anders. Door de lange periode van vermissing, de vele vraagtekens?rond hun verdwijning en de grote media-aandacht toonde Nederland?een ongekende betrokkenheid. De ?explosie? op Facebook en Twitter?was een uiting van medeleven, die vervolgens tot concrete acties leidde.?Burgers mobiliseerden zich en startten her en der zoekacties. Het?plaatste gemeente en hulpdiensten voor nieuwe uitdagingen. Want?enerzijds kon de politie baat hebben bij de hulp van het publiek, anderzijds?zouden ongeco?rdineerde zoektochten het opsporingsonderzoek?juist kunnen verstoren en zelfs schaden. Daarnaast is er de fundamentele?vraag over wederkerigheid, die vaker gesteld kan worden ten?aanzien van burgerparticipatie, en in de nasleep van deze gebeurtenis?kwam nog een ander dilemma naar voren. De balans tussen de belangen?van de directe nabestaanden en de collectieve vormen van rouw?elders in het land. Ook hier gaan we in de analyse nader op in.

image-3815632

4 Analyse

4.1 Online en offline impact

De publieke betrokkenheid was groot vanaf het moment dat de moeder?van Ruben en Julian haar oproep via Facebook de wereld in stuurde.?De attentiewaarde bleef gedurende de hele vermissing hoog; vanaf het?eerste bericht tot en met het nieuws over de vondst van de lichamen in?Cothen. Dat het nieuws van de vermissing verder ging dan de reguliere?kring van nabije vrienden en dorpsgenoten is drieledig te verklaren.?Het nieuws was mediageniek, de vermissing hield lang aan en het?raakte, in potentie, een groot deel van het land.

Allereerst de mediagenieke elementen. De raadselachtige verdwijning?van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van?het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem
voor speculatie.

Daarbij speelde mee dat verdwijningen van kinderen?tot de verbeelding spreken. Denk aan de media-impact van de vermissingen?van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly?Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast?zullen velen zich hebben herkend in de aanleiding van het verhaal:?twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over
het lot van de kinderen. In combinatie met de radeloosheid die uit het?eerste Facebookbericht van de moeder sprak, vormde dat een ?ergst?denkbare nachtmerrie?.

Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield,?waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen?dood. De tijdslijn van de route die de vader die bewuste nacht had afgelegd, bevatte gaten. Het werd een puzzel die onopgelost bleef. Het?bevatte ingredi?nten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van?Malaysia Airlines in 2014. In de huidige casus versterkte de lange duur?van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere?verdwijning op Nederlandse bodem heeft recent geleid tot een vergelijkbare?onrust. Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot?deel van het land uitstrekte. Alles tussen het Doornse Gat en Neerbeek?werd potentieel zoekgebied. Daarmee kwam de casus voor veel mensen?letterlijk ?heel dichtbij?. Want mogelijk was de vader langs hun huis?gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het?voedde als het ware op grote schaal een gevoel van betrokkenheid.

Amber Alert

Op de avond van het Facebookbericht was er online de nodige aandacht?voor de vermissing, mede vanwege het mediagenieke karakter van het?nieuws: het was een ?bijzonder verhaal?. Alle scenario?s stonden die?avond nog open; onbekend was welk strafbaar feit achter de vermissing?schuilging. De kinderen konden op een onbekende locatie zijn ondergebracht,?maar ook zijn omgebracht. Het nachtelijke Amber Alert?bracht de vermissing breder onder de aandacht. Het zorgde ervoor dat?de reguliere media de vermissing de volgende ochtend in de journaals?meenamen. Daarmee werden ook de mensen bereikt die niet op sociale?media actief zijn of het nieuws de avond ervoor hadden gemist. Volgens?de inzetcriteria is een Amber Alert gewenst als wordt gevreesd voor het?leven van of voor ernstig letsel bij de vermiste minderjarige(n). Voor?een Amber Alert is toestemming nodig van de ouder(s) of wettelijk?vertegenwoordiger van de vermiste minderjarige(n). In deze casus?werd aan beide criteria voldaan (zie de?criteria van Amber Alert). Alles werd uit de kast gehaald om de?broertjes te vinden, al leert de ervaring dat een Amber Alert de grootste?toegevoegde waarde heeft in een periode tot enkele uren na de vermissing.?Die eerste uren waren in deze casus reeds verstreken, omdat pas?aan het einde van de middag duidelijk werd dat de twee jongens aan de
zorg van hun vader waren toevertrouwd ten tijde van zijn zelfmoord en?sinds het aantreffen van zijn lichaam al bijna 18 uur verstreken waren?toen het Amber Alert uitging. Mogelijk viel er op dat moment weinig?meer van te verwachten. In een eigen evaluatie gaf de politie aan dat?toch is besloten het Amber Alert uit te geven, omdat voor het leven van?de jongens werd gevreesd.

4.2 Burgerzoektochten

Mobilisatiekracht van het volk

Al op dinsdagavond 7 mei dienden de eerste burgers zich aan bij het?Doornse Gat om daar te helpen zoeken naar de twee vermiste broertjes.?Deze zoektochten namen in de dagen en weken erna een hoge?vlucht. Via de online media werden zoektochten georganiseerd, die her?en der honderden mensen op de been brachten om bospercelen uit te?kammen. Soms gingen hele gezinnen het bos in om te helpen zoeken.?Dergelijke burgerhulp bij vermissingen was geen nieuw fenomeen. Zo?leidde een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest in?februari 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Toen bleef?de zoektocht echter beperkt tot de dorpsbewoners. Een paar maanden?later startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort uit Goirle?een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten?van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden,?nabij de plek waar zij voor het laatst waren gezien.

In dit geval was de massaliteit waarmee werd gezocht een onderscheidende?factor ten opzichte van eerdere zoekacties. Het potenti?le?zoekgebied was ook groter dan bij voorgaande vermissingen en?daardoor konden burgers op meerdere plekken in het land hun hulp?aanbieden.

Voor sommigen werd het zelfs een bijzondere besteding?van de meivakantie (wat niets afdoet aan de oprechtheid waarmee werd?gezocht).?Wanda van den Bovenkamp ? een vriendin van de moeder ? was?een van de initiatiefneemsters die via haar Facebookpagina voor de?Utrechtse Heuvelrug op de eerste avond een impulsieve oproep deed?om te komen helpen. Er kwamen zestig mensen op af. In Nieuwe Revu (?Mijn bos is mijn bos niet meer?, 21 mei 2013) vertelde zij erover:

?Ik kwam er meteen achter dat het allemaal niet zo makkelijk is. Er?stond een mediacircus voor mijn neus. Ik moet met dingen rekening?houden waar ik nooit aan had gedacht. Wild dat wordt opgejaagd,?allerlei priv?percelen in het bos, de techniek van het uitlijnen, boswachters?die niet zo blij zijn (red.: het ging hier om een rookverbod in?het bos en de tijdsblokken waarin gezocht mocht worden). Het ging?met vallen en opstaan.?

Het perspectief van de politie

De burgerzoektochten wierpen bij de autoriteiten nieuwe vragen op:?Hoe kunnen de goede intenties van burgers worden gekanaliseerd als?zij en masse op meerdere locaties willen helpen? De politie zocht naar?een passend antwoord. Het was niet dat bij voorbaat afwijzend op de?zoekacties werd gereageerd, maar voor de politie waren de forensische?afwegingen leidend. Waar het publiek mogelijk denkt ?baat het niet,?dan schaadt het niet?, gelden er vanuit forensisch belang andere afwegingen.?Wat in dat opzicht schadelijk is, is voor het publiek niet altijd?evident. Om een situatie volgens de forensische normen af te handelen,?wordt bij voorkeur eerst de eigen mobiele eenheid (ME) ingezet.?De ME heeft voldoende capaciteit om percelen te doorzoeken, is ervoor
opgeleid en weet wat te doen als er mogelijke sporen worden aangetroffen.?Ook kunnen ? zoals ook is gebeurd ? gespecialiseerde eenheden?van Defensie worden ingezet. Daarnaast zijn er bij een zoekstrategie?soms operationele afwegingen die de politie niet altijd met het publiek?zal willen delen. Mogelijk is er sprake van een medeverdachte of zijn?andere scenario?s denkbaar en komen grote zoekacties van burgers?op een bepaalde plek of tijd slecht uit. De inzet van lijkenhonden is bijvoorbeeld?pas optimaal als het ontbindingsproces op gang is gekomen.?Het is onkies om dergelijke informatie tijdens een grootscheepse?zoektocht te delen, terwijl de afwegingen om dit type speurhonden?direct na een vermissing in te zetten, legitiem kunnen zijn. Tot slot?spelen soms ethische aspecten mee. In dit geval was het twijfelachtig of?mensen beseften wat zij mogelijk zouden kunnen aantreffen. Maar in?hoeverre moeten mensen op de eventuele consequenties van hun zoektocht?worden geattendeerd? De boodschap dat men zich moest realiseren?dat meezoekende kinderen stoffelijk overschotten zouden kunnen?aantreffen, kon betuttelend overkomen, terwijl de deelnemers aan de?zoekacties?? zeker in het begin ? lang niet altijd leken te beseffen dat hier een gerede kans toe bestond. Ouders met kinderen maakten er een?alternatief ?dagje uit? van.

Samenwerking tussen burger en politie

Voor de politie was het duidelijk dat de spontaan aangeboden hulp ?niet?te stoppen? was. Het negeren van de burgerhulp zou bij het publiek niet?in goede aarde vallen, ook al had de politie zijn eigen afwegingen om er?terughoudend mee om te gaan. Er werd gezocht naar een middenweg,?waarin de publieke acties werden begeleid door ervaren politieagenten?die enige structuur aanbrachten in de zoekacties. Hierin was een?belangrijke rol weggelegd voor de politievrijwilligers. Maar net als voor?de burgers was het ook voor de politie een proces van vallen en opstaan.
Zo zijn de politievrijwilligers soms zonder stafkaarten met grote groepen?mensen op pad gestuurd, in gebieden waarvan later bleek dat die?eerder al door de ME en mariniers waren doorzocht. In de teams kregen?politievrijwilligers te maken met zoekers van allerlei pluimage;?van ervaren Afghanistanveteranen tot huisvrouwen en studenten. Ze?structureerden de zoekacties door vooraf een briefing te geven, waarin?zij uitleg gaven hoe het zoeken in zijn werk zou gaan. Ook werd afgesproken?om tijdens het zoeken geen foto?s op sociale media te plaatsen,?om te voorkomen dat de moeder en familieleden van Ruben en Julian?eventueel via de sociale media nieuws zouden vernemen.

Na een wat rommelige start kwam er gaandeweg meer structuur?in de samenwerking tussen burgers en politie. De initiatiefnemers?stemden zoekacties af met de politie, om te voorkomen dat het rechercheonderzoek?in de wielen werd gereden. Er is ook nadrukkelijk ontmoedigd?om op eigen houtje te gaan zoeken. Het twitteraccount en?de Facebookpagina van @JulianRubenNL speelden hierbij een steeds?grotere?co?rdinerende rol. De kracht van de burger deed daarmee?online en offline zijn werk; de offline burgerhulp werd door medeburgers?via sociale media gekanaliseerd. Er ontstond uiteindelijk een?modus waarin burgers, na overleg met de politie, de ruimte kregen om?her en der in het land zoekacties op touw te zetten.

Het dilemma van de wederkerigheid

In het verlengde van de burgerzoektochten ontwaren we een interessante?kwestie: wederkerigheid. Burgers ondersteunden het zoekproces,?maar wat kregen ze daarvoor terug? Een terugkomsessie voor iedereen?die had geholpen, op de hoogte gehouden worden over de voortgang,?een dankbrief of een lintje? Verwachtingen blijven vaak onuitgesproken,?maar er zullen verschillende motivaties een rol gespeeld hebben,?zoals het uiten van meeleven, de kans om onderdeel van iets groters?te zijn, een spannend uitstapje, of de hoop op meer informatie over de?stand van zaken, of waardering. Hoe dan ook, mensen zijn bereid om?het risico te nemen. Daarin ligt voor de overheid een dilemma: een?overheid die actief het belang van zelfredzaamheid en burgerparticipatie?belijdt, draagt onverminderd een verantwoordelijkheid voor de?redzamen die (uiteindelijk) niet veerkrachtig blijken. De reciprociteit?omvat in wezen dat de burger capaciteit aanbiedt, maar er daarbij impliciet
van uit gaat dat hij of zij op de overheid kan terugvallen wanneer?hij of zij schade ondervindt. In dit geval houdt de wederkerigheid in dat?de overheid garant moet kunnen staan voor passende nazorg, mocht?dit nodig blijken. Inzet vanuit Slachtofferhulp Nederland, veelal geactiveerd?vanuit de blauwe kolom, behoort tot het standaardrepertoire.?De Nederlandse samenleving kent bovendien een zorgsysteem dat is?ingericht op het faciliteren van die reciprociteit (ook al wordt de term?wederkerigheid traditioneel niet gebruikt in combinatie met de grondwettelijke
plicht van overheden om de ?gezondheid der ingezetenen? te?bevorderen). Mochten mensen problemen ontwikkelen tijdens het verlenen?van burgerparticipatie die zij niet op eigen kracht ? dus ook niet?binnen eigen sociale kring ? kunnen oplossen, dan bestaat er een vangnet?in de vorm van professionele hulp- en zorgverleners. Het is niet?zozeer paternalistisch dan wel verstandig om mensen die inderdaad?worden blootgesteld aan een schokkende omstandigheid (het aantreffen?van kinderlichamen valt daar zeker onder, maar misschien ook het?niet vinden, hoop houden en vervolgens erachter komen dat ze tientallen?kilometers verderop liggen) te informeren over mogelijke reacties,?met de toevoeging dat die overwegend vanzelf verdwijnen. Voor de vinders?van de lichamen ligt dat vermoedelijk meer voor de hand dan voor?specifieke groepen vrijwillige zoekers. Hoe het ook zij, gedragstips hoe?met een schokkende gebeurtenis om te gaan, ook als eigen kinderen?zijn blootgesteld, kunnen eenvoudig worden verstrekt (helemaal als de?zoektocht onder co?rdinatie plaatsvindt). Mochten reacties na ongeveer?een maand niet minder worden, is een bezoek aan de huisarts aan te?bevelen. En als dat ontoereikend is, voert de verwijslijn verder.?De hier geschetste redenering is verder uitgewerkt in de ?Multidisciplinaire richtlijn psychosociale?hulp bij rampen en crises? (Impact, 2014).

3 Nafase

De ontknoping

Toen de politie op zondagmiddag 19 mei 2013 bekend maakte dat in het?buitengebied van Cothen twee lichamen waren aangetroffen, barstte?het speculatiecircus los. Het duurde uiteindelijk tot 23.00 uur ?s avonds?voordat de driehoek (de burgemeester van Zeist, de hoofdofficier?van justitie en de chef van de politie-eenheid Midden-Nederland)?in Utrecht toelichtte dat het ? zoals iedereen op dat moment al vermoedde?? hoogstwaarschijnlijk ging om de lichamen van Ruben en?Julian. Dat het niet met zekerheid kon worden gesteld, kwam doordat?de lichamen lange tijd in het water hadden gelegen en in staat van ontbinding?waren. Op basis van DNA-onderzoek werd de identiteit later?bevestigd. In de persconferentie stond hoofdofficier Bac stil bij de vraag?of de autoriteiten niet eerder op de avond naar buiten hadden kunnen?komen. Hij stelde dat een zorgvuldig (en tijdrovend) onderzoek nodig?was om de toedracht te kunnen achterhalen, mede in het licht van het
feit dat de vermoedelijke dader zelfmoord had gepleegd.

Fragment ?Eerste identificatie op basis van gevonden kleding? uit het NOS Journaal?van maandag 20 mei 2013, 00.09 uur:

Na de ontknoping van de vermissingszaak pakte de gemeente Zeist?de regie op de nafase. De aandacht ging in de eerste plaats uit naar?de binnenste cirkels van betrokkenen: de moeder, de grootouders, de school en de voetbalclub, de vriendin van de vader. Gedurende de?periode?van vermissing waren echter steeds meer mensen in Nederland?zich gaan rekenen tot de binnencirkel. Via sociale media verspreidden?zich plannen voor een stille tocht of een herdenking in Zeist of?zelfs bij Cothen, waar de jongens gevonden waren. In Limburg, waar?ook groepen mensen hadden meegezocht, werd een herdenkmoment?gehouden bij Stein, en in Kerkrade kwam een vrouw met een plan voor?een herdenking met duizend witte heliumballonnen. Dat zelfs even de?vraag rees of de Trekkertrek, die op Tweede Pinksterdag in Cothen zou?plaatsvinden, moest worden afgelast, geeft wel aan dat de impact als??groot? werd ingeschat.

Rouwen en herdenken in Zeist

Tijdens de persconferentie gaf de burgemeester van Zeist aan dat hij?zich met betrokkenen en maatschappelijke organisaties zou bezinnen?op het verder vormgeven van de verwerking. Waar gewoonlijk initiatieven?van burgers voor een stille tocht gefaciliteerd worden, was nu niet?in te schatten hoeveel mensen erop af zouden komen. Een grote toeloop?zou kunnen betekenen dat de gemeente de openbare orde en veiligheid?niet zou kunnen waarborgen. Mede om die reden werd gezocht?naar een alternatief dat wel uitdrukking gaf aan de collectieve beleving,?maar waarbij die verbondenheid niet door plaats, maar door moment?tot stand zou komen.

In overleg met de moeder werd besloten om iedereen die de jongens?wilde gedenken op te roepen om op zondag tussen 19.00 en 20.00?uur twee brandende kaarsjes in de vensterbank te plaatsen. Hiermee?werd een verbinding gelegd met Wereldlichtjesdag, die altijd op de?tweede zondag in december plaatsvindt voor kinderen die slachtoffer?zijn van geweld. Op deze manier werd tevens de aandacht wat afgeleid?van het priv?domein; niet de eigenheid van de jongens stond centraal,?maar hun positie als slachtoffer. Door een kaarsje te laten branden,?werden ze voor de buitenwereld tot een symbool gemaakt en hoefden?de moeder en andere intimi hun persoonlijke herinneringen en rouwbeleving?niet te delen met de rest van Nederland. Zodra de keuze voor?de kaarsjes bekend was gemaakt, luwde ook de storm van particuliere?initiatieven. Iedereen sloot zich aan bij de beslissing; de ballonnen in?Kerkrade werden afgeblazen. Daarnaast werden duidelijke afspraken
gemaakt om ook bij andere gedenkmomenten publiek en priv? goed?te scheiden. De uitvaart zou besloten zijn, met langs de rouwstoet???n plek waar de media foto?s mochten maken. Via de gemeente was de?afspraak gemaakt dat alleen het ANP een interview zou afnemen met?een woordvoerder van de familie. Door de sociale media goed te volgen,?werd het voor de gemeente duidelijk dat ze geen maatregelen hoefde te?treffen voor eventuele spontane stille tochten. Net als bij de zoektochten?bleek dat de snelheid waarmee het bericht zich verspreidde hielp?om de betrokkenheid binnen de samenleving te kanaliseren.

De school

Ook op de Kerckeboschschool in Zeist werd stilgestaan bij het overlijden?van de broertjes. De herdenking op school was alleen voor de kinderen,?leerkrachten en ouders toegankelijk, maar na afloop waren het?schoolhoofd en de burgemeester beschikbaar voor een kort interview.?Door op deze manier duidelijke grenzen te trekken, werd zowel aan?de direct betrokkenen als aan de kringen daarom heen proportioneel?ruimte geboden voor rouw.

Rouwen en herdenken in Wijk bij Duurstede

Niet alleen in Zeist, maar ook in Wijk bij Duurstede werd gerouwd, de?plaats waar de vader opgroeide en de kinderen regelmatig bij hun opa?en oma op bezoek kwamen. De verbijstering was er minstens zo groot?als in Zeist. Er werd een condoleanceregister geopend en de burgemeester?bracht een bezoek aan de ouders van de vader. Zij hadden immers?drie dierbaren verloren; hun zoon, die zelfmoord had gepleegd, en hun?twee kleinkinderen met wie ze een sterke band hadden. Hun verdriet?was heftig en heel dubbel, aldus de burgemeester voor RTV Utrecht:

?Bij de ouders overheerst onbegrip en ongeloof. Hun betrokkenheid?bij hun kleinkinderen is enorm. Wat hun verdriet nog complexer?maakt, is dat ze natuurlijk treuren om de zelfgekozen dood van hun?zoon en tegelijkertijd part noch deel hebben gehad aan wat hij zeer?waarschijnlijk heeft gedaan.?

5 Afronding

Dit hoofdstuk draaide om een vermissingszaak die Nederland bijna?twee weken lang in zijn greep hield. De betrokkenheid was verklaarbaar.?Anders dan een gezinsmoord waarbij het publiek vrij snel duidelijkheid?krijgt over wat er is gebeurd, was dit een drama met lange tijd?een open einde. Naarmate de onzekerheid voortduurde, werden de vragen?eerder groter dan kleiner. De online buzz over de vermissing leidde?ertoe dat de media al vanaf de eerste avond de zaak nauwgezet volgden.?Maar de vraag is of de maatschappelijke impact zonder sociale media?minder groot zou zijn geweest. Het valt te betwijfelen. De wekenlange?vermissing van Nicole van den Hurk in 1995 bijvoorbeeld (die uiteindelijk?eveneens vermoord bleek), vond plaats in de periode voordat sociale
media bestonden en ook hier was sprake van maatschappelijke onrust.?De sociale media hebben er bij deze casus wel voor gezorgd dat de vermissing?van Ruben en Julian snel in het nieuws kwam en de ontwikkelingen?(bijvoorbeeld via @JulianRubenNL) nauwgezet konden worden?gevolgd. Maar de maatschappelijke impact gedurende de weken van de?vermissing zou volgens ons ook zonder sociale media waarschijnlijk?van vergelijkbare grootte zijn geweest. De casus had voldoende componenten?in zich om ook zonder Facebook en Twitter een landelijke?impact te krijgen. De drijvende kracht achter de voortdurende aandacht?zien we in de vraag ?waar zijn de vermiste kinderen gebleven???De behoefte van burgers om te helpen een antwoord op deze vraag te
vinden, doet zich vaker voor. Het waren nu vooral de lange duur vande vermissing, de omvang van het zoekgebied en (mede daardoor) de?massaliteit van de zoekacties die deze casus extra bijzonder maakten.

Toch werden de sociale media wel een onlosmakelijk onderdeel?van de aanpak. Via de sociale media werden mensen opgeroepen om?te komen helpen en werden de zoekacties over het land gereguleerd.?Net zoals bij de verdwijning van Steve Fosset (in 2007) gebruik werd?gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te?vinden, zijn ook hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen?van goedwillende burgers te co?rdineren. Bij Steve Fosset was het?een centrale website, bij Ruben en Julian werden Facebook en Twitter?de centrale platformen. Daarnaast klonk via Facebook en Twitter ook?het collectieve medeleven door. Alles wijst erop dat de moeder zich?hierdoor erg gesteund heeft gevoeld; zij heeft herhaaldelijk haar dank?daarvoor uitgesproken.

In de kern van de zaak zien we een vader die kennelijk geen andere?uitweg zag dan zichzelf en zijn kinderen het leven te ontnemen. Op dat?aspect wijkt deze casus niet af van gezinsdrama?s die zich, hoe vreselijk?ook, vaker in Nederland voltrekken. Wat er gebeurde tijdens de eerste?uren van de vermissing en de laatste uren van beide kinderen zal een?raadsel blijven, net zoals de exacte aanleiding. Het is eerst en vooral een?drama voor de directe betrokkenen en hun omgeving. Het is dan ook?de kunst om in dergelijke situaties op een betrokken en nabije manier?de situatie te managen, zonder partij te kiezen of uitspraken te doen?over de aanleiding. In deze casus stond dat voorop en is ondanks alle?media-aandacht steeds de insteek geweest om het klein te houden en er?te zijn voor de direct betrokkenen.

DocU van RTV Utrecht over Ruben en Julian, “Twee weken tussen hoop en vrees” van zondag 18 mei 2014, met daarin oa Henk Bril aan het woord.?Henk Bril (49) loopt al wat jaren mee als hoofd recherche van de politie Midden-Nederland en zag een heleboel gezinsdrama?s voorbijkomen. Maar de kindermoord op Ruben en Julian, gepleegd door vader Jeroen Denis (38), was in alle opzichten uniek en zal tot in lengte van dagen in zijn geheugen gegrift staan. ?Bij een familiedrama vind je doorgaans heel snel alle slachtoffers bij elkaar. Nu waren wekenlang twee jongetjes zoek en kon het alle kanten opgaan. Waren ze achtergelaten zonder eten en drinken, ontvoerd? Was er misschien nog iemand anders in het spel??:

De docu is een eerbetoon aan Ruben en Julian:

Moeder Iris schreef een bedankbrief in de Telegraaf en bedankt iedereen die heeft geholpen bij het zoeken naar haar jongens.

Wouter Jong schreef eerder ook een blog over de rol van social media bij de vermissing in deze zaak en er verscheen ook een artikel in Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing over het Twitteraccount @JulianRubenNL, dat Wouter schreef samen met Jeroen Jacobs van?SocialMediaGrip?schreef, de club die zich online belangeloos inzette voor zoektocht Julian en Ruben.

De moderne Sherlock app: innovatieve ondernemingen gezocht!

Het bruist overal van de?idee?n. En zeker als het gaat om veiligheid, zo blijkt wel uit de vele initiatieven en innovaties?die in de afgelopen tijd op dit blog verzameld zijn. Jaarlijks biedt TNO ook een aantal van haar productidee?n aan in het TNO programma ‘Technologie zoekt Ondernemer’. Hiervoor zoekt TNO?innovatieve ondernemers in het MKB, die perspectiefvolle productidee?n verder willen ontwikkelen en commercialiseren. Deze idee?n zijn gebaseerd op onderzoeksresultaten van TNO en sluiten aan bij een maatschappelijk thema of een economische behoefte.

Op 30 september 2014 heeft?Arnout de Vries het idee voor het Moderne Sherlock Holmes platform gepresenteerd. Het idee is simpel en in lijn met wat in het boek Social Media: het nieuwe DNA is beschreven: betere ondersteuning voor burgers die getuige of slachtoffer geweest zijn van een misdrijf in de vorm van een app en web platform. Er zijn al apps die in de buurt komen waarover we eerder blogden, zoals Self Evident, PhotoFit Me. Maar een complete aanpak waarin de burger meer empowered wordt en goed samenwerkt met de politie middels goede ondersteuning in het opsporingsproces is er nog niet. De app is bedoeld voor diverse delictsoorten en ondersteuning in het gehele proces van Plaats Delict?tot rechtsgang

Een voorproefje in de richting van dit idee gaf hij al tijdens de presentatie bij VINT waarvan hieronder de slides en video ook zijn opgenomen:

Arnout de Vries?from?VINTlabs ? The Sogeti Trendlab?on?Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

De moderne Sherlock Holmes?from?socialmediadna

Het SBIR proces voor ondernemers bestaat uit twee fasen:

1. Een haalbaarheidsstudie rond een productidee: maximale bijdrage van TNO is ? 32.500. Hiervan is ? 7.500 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 4 maanden;
2. De verdere uitontwikkeling van het productidee tot product: maximale bijdrage van TNO is ? 250.000. Hiervan is ? 75.000 renteloos krediet en ? 50.000 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 1,5 jaar.

In de verschillende fasen van dit programma werkt TNO samen met een externe beoordelingscommissie van de Technologiestichting STW. De TNO Raad van Bestuur beslist op basis van het advies van de commissie welke ondernemers (of groepen ondernemers) een opdracht krijgen voor de verdere ontwikkeling. Bij het toekennen van de ondersteuning richten wij ons met name op bedrijven die het product zelf kunnen produceren.

Bronnen: SBIR TNO,?VINT blog,?VINTsymposium2014

Sherlock Holmes: Elementary

Sherlock Holmes is bekend vanwege zijn ongekende intelligentie en oog voor detail. Deze burgerrechercheur kende een scala aan bijzondere interesses en loste met zijn goede vriend Dr. Watson een hele reeks gecompliceerde zaken op. De kunst van het deduceren, of reduceren van mogelijkheden, is zijn handelsmerk geworden. Geen enkel boekenpersonage is zo vaak in een film of een tv-serie opgedoken. De teller stond 3 jaar geleden op 254 producties, maar daar zijn inmiddels enkele tientallen bijgekomen. Rond de 80 acteurs, van diverse nationaliteiten (zelfs uit Rusland), hebben de rol ge?nterpreteerd.

mrHolmes

In de meest recente film over de Britse detective wordt de eigenzinnige eenling Sherlock Holmes als een hoogbejaarde, enigszins dementerende 93-jarige neergezet.?Het is een nieuwe visie op een onuitputtelijk romanpersonage. Met Sherlock Holmes kun je alle kanten op. De creatie van Sir Arthur Conan Doyle is door zijn mysterieuze karakter een dankbaar object voor schrijvers en filmmakers.?,,Hij is nog nooit zo kwetsbaar voorgesteld”, zegt vertolker Sir Ian McKellen in Berlijn, waar Mr. Holmes in wereldpremi?re ging. ,,Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders dan in andere films. Wij stellen Sherlock voor als een man die wel degelijk kan liefhebben. Ook kampt hij met zijn geheugen.”Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders’

sherlockology

Met deze aanpak wijken de makers van Mr. Holmes af van de recente interpretaties van de geniale speurneus die voor acteurs een dankbare kluif is. Een imposante reeks vertolkers hebben zich op hem gestort: Basil Rathbone (een van de eersten), Jeremy Brett (die hem het vaakst in een televisieserie heeft gespeeld), Benedict Cumberbatch (die doorbrak met een eigentijdse BBCserie) en Robert Downey jr. (die binnenkort aan zijn derde speelfilm als Holmes begint).

holmes1

Of de serie Elementary waarin Holmes ook modernere zaken op moest lossen, zoals een ogenschijnlijk onschuldige melkfles in de koelkast wat later een in chemicalien opgelost 3D geprint pistool bleek te zijn. Ook gebruikt hij zeer vaak zijn iPhone in de serie als hij op onderzoek uitgaat.

Elementary_S3_SI_lelementary-video

Waarom is Sherlock Holmes zo aantrekkelijk als filmster?

Daar is zelfs een serieuze studie aan gewijd.?Professor Robert Thompson van Syracuse University heeft zich in de materie verdiept. ,,Sherlock Holmes is voor iedereen op de wereld heel herkenbaar. De kijker weet meteen wie hij is, wat hij kan en wat zijn maatstaven zijn. Toch kunnen de bewerkers zich helemaal op hem uitleven.?Zij hoeven zich niet te houden aan de creatie van Conan Doyle. Holmes is een soort kapstokwaaraan iedereen zijn eigen kleren kan ophangen.
Hij is telkens dezelfde, maar toch ook weer niet.”

Het verhaal bevat meestal onderstaande volgorde en elementen:

3750

3750 (1)

3750 (2)

3750 (3)

3750 (4)

3750 (5)

3750 (6)

3750 (7)

3750 (8)

3750 (9)

3750 (10)

3750 (11)

3750 (12)

3750 (13)

3750 (14)

3750 (15)

3750 (16)

Bronnen: The Guardian

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De recherche game

Burgers willen heel graag met de politie meedenken, zeker over een geruchtmakende?zaak. Daarom werkte de politie in samenwerking met Nederlandse organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek?(TNO) aan een recherchegame (de Social Media Recherchegame), die?bedoeld is om het publiek een actievere rol te geven in de opsporing. Een?uniek en veelbelovend concept. Gaming dringt op dit moment overal door,?bijvoorbeeld in het onderwijs. Logisch ook, want een interactief scherm?biedt nu eenmaal veel meer mogelijkheden dan de bladzijden van een?leerboek. In de recherchegame ? nu nog een pilotproject ? kunnen burgers?met hun eigen (echte) cold case aan de slag. Wat is er gebeurd? Welke sporen?zie ik?

recherchegame3

Door op de plaats delict (PD) op onderzoek te gaan, verzamelen spelers?feitenmateriaal in een casefolder, inclusief eigen notities. Wil een speler iets?nader illustreren, dan kan hij afbeeldingen uploaden in de casefolder of een?video maken en op YouTube plaatsen. Als hij genoeg informatie heeft verzameld,?is het tijd voor een reconstructie en opent hij het reconstructiescherm.

recherchegame4

Het reconstructiescherm is het belangrijkste onderdeel van het spel. Hier?komt alles samen wat er tijdens het onderzoek en de gesprekken met medespelers?is verzameld. Feitenmateriaal, notities, foto?s, betrokkenen en dergelijke?krijgen allemaal een plek in de tijdlijn om aan te geven wanneer bepaalde?belangrijke gebeurtenissen rondom het misdrijf hebben plaatsgevonden.?Spelers kunnen hier dus aangeven hoe zij denken dat het misdrijf gepleegd?is en wie er op welke manier bij betrokken zijn. Via de vriendentab kunnen?spelers zien hoe ver hun vrienden zijn met de game en ook commentaar bij?hun bevindingen zetten. Wil een speler de case van iemand anders inzien,?dan moet hij een bod doen. Het blijft een game, dus een competitie. Is een?speler tevreden over de reconstructie, dan dient hij deze in.

De game werd ontwikkeld omdat het in de praktijk voor de politie niet eenvoudig?is om burgers bij een zaak betrokken te houden. Op de een of andere?manier lijken websurfers een korte aandachtsspanne te hebben. Ze hebben ?voortdurend nieuwe prikkels en uitdagingen nodig, en die krijgen ze in deze?game.

Wat dit spel uniek maakt, is dat het gewoon op Facebook kan worden?gespeeld, door meerdere spelers tegelijk. Is er nu sprake van een zwaar?misdrijf dat snel moet worden opgelost, dan is het mogelijk om die case in?de recherchegame in te brengen en aan het publiek voor te leggen. In feite?is dit een conceptuele doorontwikkeling van het initiatief van de politie?Groningen om het publiek op een andere manier in te schakelen bij de?Zuiderdiepmoord, door burgers te laten meedenken over mogelijke scenario?s.?De ultieme ambitie van de game is om de (kwaliteit van de) input bij?opsporingsonderzoeken te vergroten. Met andere woorden: dit is weer een?handige extra tool om tunnelvisie bij de recherche te helpen voorkomen.

Een bijkomend voordeel van deze game is dat deze ook bijdraagt aan de?digitalisering van de politie. Nieuwe werkwijzen worden altijd met argwaan?bekeken, maar in de toekomst zal de politie veel vaker digitaal moeten werken.

Ten slotte is de game goed voor het imago van de politie en voor het vertrouwen?van de burgers in de politie. Door zware zaken met het publiek te?delen laat de politie niet alleen zien dat ze actief met een zaak bezig is, maar?ook dat ze bereid is informatie met de burgers te delen en ook echt iets doet?met de oplossing die die burgers hebben aangedragen.?De ontwikkeling van de game is momenteel stopgezet, maar is nog wel ?door TNO getest aan de hand van een cold case, de zaak van de duivenmelker. ?Het betreft de onopgeloste moord op Henk Gerritsen, gepleegd op 30 maart 1998?in Apeldoorn. Deze zaak is ook aan de orde geweest in diverse TV programma’s, zoals het Zesde Zintuig waar enkele burgers ook aan meededen:

Een internetgame spelen en daarmee de politie helpen een misdrijf op te lossen. Het idee is ge?nt op de zogeheten ?social games? als Farmville en Maffiawars.?Dat zijn relatief eenvoudige spelprogramma?s binnen sociale netwerken als Facebook die in de afgelopen paar jaar razendsnel aan populariteit hebben gewonnen en – bijzonder – spelers uit alle lagen van de bevolking aanspreken. Elma Bos, detijds?plaatsvervangend divisiechef recherche?van de politie Noord-Oost Gelderland?denkt dat dergelijke games ondersteunend kunnen zijn bij politie-onderzoek:

,,Je moet je voorstellen dat we in zo?n spel elementen aanbrengen die te maken hebben met lopende onderzoeken in de realiteit. Dat kan op diverse manieren. De spelers van het spel krijgen scenario?s voorgeschoteld en moeten daar conclusies uit trekken. Of zelf scenario?s ontwikkelen op basis van omstandigheden op een plaats delict. Achterhalen waar de jutezak vandaan komt waarin delen van een lichaam zijn aangetroffen. Of wat de meest waarschijnlijke route is geweest van een dader van A naar B.?Feitelijk doen we zo een beroep op de creativiteit, de denkkracht en de kennis van een potentieel heel grote groep spelers. Het kan ons aan inzichten en informatie helpen, waar we anders van verstoken waren gebleven. Het hoeft trouwens niet alleen te gaan om het zoeken naar daders. Je kunt spelers ook mee laten denken over alternatieve scenario?s voor bijvoorbeeld de aanpak van drugszaken.?

Zoals gezegd is verdere ontwikkeling en lancering van de game stopgezet, maar wie weet staan dit soort zaken straks op deze manier op het web. Het blijft een interessant idee.

Bronnen: artikel uit De Stentor, vrijdag 12 november 2010.

Digitale recherche en profiling: TNO ging op zoek in 32.272 mails

FBpolice

In de Volkskrant verscheen een artikel van een klein onderzoekje dat TNO deed op de mailbox van een journalist van de Volkskrant Bard van de Weijer. De titel “Wie ben ik? TNO?ging op zoek in?mijn 32.272 mails”.?Veel reacties op het Amerikaanse spionageprogramma?Prism komen neer op: ik heb niks te verbergen. Echt?niet? Ook niet als digitale experts eens goed snu?elen?”

Dat deden TNO-ers in de mailbox van Bard, om te kijken wat ze van hem te weten zouden komen met de nieuwste data mining technieken.

Hieronder het artikel (zoals eerder ook online te lezen hier en hier).

Ook Volkskrant-datajournalist Sybren?Kooistra heeft een analyse gemaakt?van Bards uitingen op Twitter en?Facebook. Daaruit kwam het?volgende naar voren:

Twitter

Wiskundemeisje
– Ionica Smeets
? wetenschapcollega?s
– Martijn van Calmthout
– Maarten Keulemans
? Andere journalisten
– Toine Heijmans
– Peter Vandermeersch

– (Elektrische) auto?s
– Ruimtevaart
– Technologie
– volgt David Pogue,
– Elon Musk

Facebook

Houdt van jazz en motown
? Valt op mannen* en vrouwen
? Interesse in Eerste Wereldoorlog/
ruimtevaart/koken
? Is op het werk actiever op FB dan thuis,
vooral op donderdag
? Vriendin is niet de moeder van de kinderen*
? Actief op Facebook sinds 6 dec 2009
? Woont in Oude Diemen*
? Jarig op 29 september

* Klopt niet over mij

De zaak Snowden als game

Nederlandse gamemakers hebben een ? enigszins melige – online-game ontwikkeld?over de zaak-Snowden. Daarbij kruipt de gamer in de huid van klokkenluider Edward?Snowden, die usb-sticks laadt met gevoelige informatie, om deze uit het raam van?het NSA-gebouw te werpen zonder te worden betrapt door beveiligers en camera?s.

TGO game

Recherchegame maakt valkuilen in opsporingsproces zichtbaar

Het gebruik van serious games kan rechercheteams helpen om mogelijke valkuilen in het opsporingsproces zichtbaar te maken en trainen hiermee om te gaan. Dat concluderen onderzoekers van Crisislab op basis van een?onderzoek?waarin gekeken is hoe leidinggevenden van Teams Grootschalige Opsporing (TGO’s) in een serious game omgaan met onder andere tunnelvisie. TGO’s zijn rechercheteams die zich bezighouden met zwaardere misdrijven. In de serious game werd het gevaar van tunnelvisie dermate goed onderkend dat eerder het omgekeerde effect optrad: de rechercheteams waren geneigd te weinig focus aan te brengen in het opsporingsonderzoek en teveel opties door te rechercheren. Voor andere, waarschijnlijk mindere bekende, valkuilen bleek de opsporingspraktijk nog wel vatbaar, zo bleek uit de serious game. Zo zochten de teams overwegend naar bekrachtigend bewijs, werd er vaak onbewust gebruik gemaakt van ingesleten vuistregels en was er sprake van ‘informatiezucht’ Deze valkuilen werden door de serious game goed zichtbaar.

Het afgelopen decennium is binnen de Nederlandse opsporingspraktijk veel aandacht besteed aan het beter kunnen onderkennen en voorkomen van tunnelvisie, met name bij de maatschappelijk ‘zwaarder’ ervaren misdrijven. Aanleiding hiervoor was onder meer het onderzoek van de commissie Posthumus uit 2005 naar de oorzaken van een onterechte veroordeling in de Schiedammerparkzaak. Naar aanleiding hiervan is voor de politie het Programma Versterking Opsporing opgestart dat de kwaliteit van de opsporing moet vergroten door onder andere tunnelvisie aan te pakken.

Op basis van interviews en tien serious games, waarin Teams Grootschalige Opsporing in hun gebruikelijke werkomgeving en onder realistische omstandigheden een moordzaak moesten oplossen, concluderen de onderzoekers dat het gevaar voor tunnelvisie breeduit herkend en onderkend wordt. De keerzijde is echter wel dat men uit angst om te ’tunnelen’ onderzoekscapaciteit verspilde tijdens het spelen van de serious game. In zeer beperkte mate werd namelijk focus aangebracht in het opsporingsonderzoek. Op basis van de serious game concluderen de onderzoekers bovendien dat de opsporing voor andere procesvalkuilen vatbaar lijkt. Zo was tijdens het spelen van de game een zekere vorm van informatiezucht zichtbaar, werd veel impliciet besloten op basis van vuistregels en stereotypen en werd er niet actief gezocht naar ontkrachtend bewijs.
De onderzoekers menen dat serious games bruikbaar zijn voor onderzoek naar besluitvormingsprocessen door leidinggevenden van TGO’s. Daarnaast wordt geconcludeerd dat het gebruik van deze games een nuttige bijdrage kan leveren aan rechercheopleiding- en training: het maakt procesmatige valkuilen bij het opsporingsonderzoek voor rechercheurs inzichtelijk op een leuke, goedkope en arbeidsextensieve manier en levert bovendien waardevolle inzichten op om onderwijs en training verder te verbeteren.

Bronnen:?Perssupport?(in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap), ANP, NOS