Tagarchief: sociale media

Monitoring en analyse informatie op sociale en online media; van leren naar verbeteren

monitoring roy

Hoe moet de politie omgaan met berichten op sociale media? Hoe serieus moet zij deze nemen, wanneer kan zij hier eveneens via sociale media op reageren en wanneer is meer inzet nodig? Op basis van welke informatie en werkwijzen worden beslissingen hierover genomen? Deze en meer vragen staan centraal in ?het onderzoeksrapport“Monitoring en analyse informatie op sociale en online media”.

[slideshare id=62993415&doc=onderzoeksrapportmonitoringenanalyseinformatiejuni2016-160613054852&type=d]

Het rapport geeft inzicht in de wereld ?chter de website, twitter- en facebookaccounts van de politie. Daar gebeurt veel meer dan wat de gemiddelde sociale mediagebruiker te zien krijgt. Het rapport schetst de ontwikkeling binnen de politie in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe vakgebied en biedt tevens een doorkijk naar de nog te maken slagen op het terrein van verzamelen, analyseren en duiden van berichten op sociale media.

Want dit is en blijft mensenwerk, dat voorlopig niet volledig is over te nemen door geautomatiseerde systemen.

Het onderzoek is hier te lezen en te downloaden.

Veel leesplezier, namens Roy Johannink en?Inge Gorissen.

Bronnen: Linkedin Pulse

Nazi-jagers nagelen rechts-radicalen aan digitale schandpaal

nazi jagers

Op sociale media in Duitsland woedt al een tijdje een oorlog. Links tegen rechts. Voorstanders van de komst van asielzoekers tegen rechts-radicalen, die zich in krasse termen uitspreken tegen buitenlanders.

“Zodra onze identiteit bekend wordt verkeren wij in groot gevaar. Maar we zijn niet bang.”

In de haatberichten duiken Hitlers concentratiekampen, de gaskamers, de ovens en de ‘jodentreinen’ telkens weer op. ‘Ik steek zelf de ovens aan’, ‘In Dachau is nog plaats!’, ‘Snel: meertalige kortingsbonnen voor de gaskamers invoeren!’: het zijn maar enkele voorbeelden. Het nazisme is in sommige Duitse milieu’s een levende ideologie.

Om dergelijke ‘mensenverachtende’ bijdrages aan de kaak te stellen struinen medewerkers van de website ‘Perlen aus Freital‘ het internet af. Christopher en Frederik noemen ze zich. Interviews gaan alleen via e-mail want de beheerders van ‘Perlen aus Freital’ worden massief bedreigd.

Virtuele schandpaal
De twee net-activisten plaatsen screenshots van haatberichten op hun website, die dient als virtuele schandpaal. De namen en profielfoto’s van, zoals zij ze ironisch noemen ‘bezorgde burgers die zich van hun beste kant laten zien’, laten ze staan, evenals links naar de originele bronnen en eventuele links naar werkgevers. Regelmatig worden haataccounts door gebruikers gewist nadat ze door ‘Perlen aus Freital’ zijn ontmaskerd.

‘Pareltjes uit Freital’ verwijst naar recente rellen rond een asielcentrum in het Oost-Duitse Freital. Bijna dagelijks hebben in de Bondsrepubliek aanslagen plaats op vluchtelingenonderkomens. Die worden op extreem-rechtse internetfora met instemming begroet.

Omdat Facebook nauwelijks optreedt tegen haatzaaiers, besloten Christopher en Frederik dit te gaan doen. Zij namen de site over van de oprichter, die zich wegens ernstige bedreigingen terugtrok. ,,Zodra onze identiteit bekend wordt verkeren wij in groot gevaar,” schrijven de twee, die ’tussen de 20 en 30 jaar oud zijn’. ,,Maar we zijn niet bang.”

Ontslag
Er zijn activisten die verder gaan. David bijvoorbeeld – wiens achternaam om veiligheidsrenen eveneens niet wordt genoemd – geeft ‘haters’ aan bij justitie en bij hun werkgevers. Met als gevolg dat sommige auteurs van haatberichten op staande voet werden ontslagen. Tegen een aantal werd aangifte gedaan.

David, die honderden screenshots van Facebook-commentaren en -profielen heeft opgeslagen, ziet dit als een succes. Met vier vrienden speurt hij dagelijks naar racistische uitingen op internet. Hun aangiftes hebben ook voor hen gevolgen. Nadat hij een radio-interview had gegeven over zijn activiteiten, werden Davids autobanden kapot gestoken. Op de muur van zijn huis werd in rode letters het woord ‘Verr?terschwein’ (‘Smerige verrader’) gespoten. ‘De volgende keer snijden we andere dingen open,’ luidde het bericht,. ,,Maar ik laat me niet monddood maken,” zei David tegen de S?ddeutsche Zeitung.

Geen berouw
Juridisch kan door haatzaaiers tegen de ‘virtuele schandpalen’ weinig worden ondernomen. Christopher en Frederik doen zelf geen aangifte ‘omdat we dan niet meer anoniem kunnen blijven’. Maar lezers van hun blog doen dit wel. Dat leidde in een enkel geval zelfs tot een huiszoeking.

Soms voelen Christopher en Frederick zich schuldig over de gevolgen van hun activisme. ,,Maar op ??n geval na heeft niemand berouw getoond. Integendeel, ze dreigen zelfs met aangifte. We ondernemen ook alleen actie als mensen bij voortduring tot geweld oproepen.”

Bronnen: AD

Nextdoor in Nederland

De Amerikaanse startup uit Silicon Valley Nextdoor kiest Nederland als eerste land voor internationale uitbreiding. De buurtapp is gemaakt als laagdrempelig buurtcommunicatieplatform voor alles wat er in de buurt gebeurt. Het wordt het Facebook voor buurten genoemd en is in de VS al erg succesvol.

Aan buurt apps geen gebrek vandaag de dag. Een aantal dagen eerder was indebuurt.nl?al gelanceerd.?Buren weten elkaar inmiddels al voor vanalles in de buurt te vinden, zo lijkt. Van gezellige activiteiten als een buurtborrel, tot nuttige dingen als het lenen van een ladder of verkopen van een kinderfiets, tot belangrijke onderwerpen als buurtpreventie, zorg en veiligheid. Al die sociale verbindingen dragen bij aan een sociaal hechte buurt die stevig in zijn schoenen staat. En daar speelt Nextdoor ook op in, een dienst die in de VS al 4 jaar aan de weg timmert.


In Amerika is al ruim de helft van alle buurten, in totaal ruim 90.000, dagelijks actief op Nextdoor nadat de startup daar vier jaar geleden werd ge?ntroduceerd. Daarnaast zijn er al zo’n 1400 overheidsinstanties aangesloten. Zij kunnen niet in de groepscommunicatie van de buurt kijken, maar wel contact leggen met een groep of individu waardoor het rondom leefbaarheid en veiligheid interessant wordt voor onder andere gemeentes, politie of brandweer.?Nextdoor heeft Nederland aan de hand van CBS-gegevens verdeeld in 12.000 buurten

Elke van den Hout, communicatie-adviseur van de Amsterdamse brandweer, ziet bij voorbeeld mogelijkheden voor preventiecampagnes via de buurtapp. “Het is persoonlijk, lokaal en wijkgericht. En veel groter dan de meeste facebookgroepen.” Maar ze denkt ook aan oproepen om eens even langs te gaan bij de oudere buren. Hebben die een rookmelder, hoe zit het met hun vluchtwegen?
Josien van Cappelle, wethouder van Capelle aan de IJssel, houdt Nextdoor in haar wijk Fascinatio ook goed in de gaten. “Het is een mooie manier om direct in contact te komen met bewoners”, zegt de D66-wethouder. Zij ziet als gemeentebestuurder kansen voor het verspreiden van informatie over wegopbrekingen, afvalscheiding, evenementen etcetera.

In de VS zijn er diverse politiekorpsen die de dienst al succesvol gebruiken voor community policing:

Offici?le lancering vandaag in Amsterdam

Nextdoor zijn buurtapp met een marktwaarde van $1,1 mrd. De zogenoemde unicorn ? een tech start-up met een marktwaarde van minimaal $1 mrd ? wil vanuit Amsterdam komend jaar een groot deel van de 12.000 Nederlandse buurten aan zich binden. Pas daarna wordt gekeken hoe en of er geld kan worden verdiend. Inspiratiebron voor Tolia was een stuk van Robert Putnam: “Bowling Alone” dat analyseert hoe het sociale kapitaal (waaronder sociale cohesie) in veel Amerikaanse communities juist verslechterd en hij vertelt vol passie hoe hij weer terug wil naar hoe het ooit was, omdat de buurten waarin je opgroeit en leeft zo belangrijk zijn. Nextdoor is er voor de kleine hulp tot en met situaties waarin het echt telt. Tolia gaf voorbeelden van het gebruik van Nextdoor bij natuurrampen en crises tot kleine buurtinitiatieven die een groot verschil kunnen maken in iemands leven.

helpful

Nirav Tolia en Tamar van de Paal (rechts).

Verdienmodel

Tolia heeft dezelfde aanpak als Facebook en Google: eerst een community bouwen, zorgen dat mensen bij je terugkomen en daarna pas experimenteren met een verdienmodel. ‘Een community bouwen is echt al heel erg moeilijk’, zegt Tolia. ‘Zeker voor iets wat lokaal is. Dat is lastig schaalbaar te maken. Maar als je succesvol bent, dan heb je een grote markt te pakken. Dan is het ook net als bij Facebook: the winner takes all. De beloning aan het einde van de regenboog is erg groot.’

Investeerders hebben hoog ingezet op die gouden pot met geld. Gebaseerd op de laatste kapitaalinjectie krijgt het bedrijf een marktwaarde van $1,1 mrd. ‘Een van de investeerders is lid van de raad van bestuur van Uber, een ander is de eerste investeerder in Linkedin en Facebook’, zegt Tolia, waarmee hij maar wil aangeven dat het niet de minsten zijn. Zij geloven dat er winst kan worden gemaakt met de buurtapp, hoe precies daar heeft de ceo nog geen pasklaar antwoord op. ‘Daar gaan we in de VS komend jaar mee experimenteren.’

Lokale bedrijvigheid

De kans is groot dat de inkomsten van de lokale ondernemers komen, want de buurtbewoners zullen de app altijd gratis kunnen blijven gebruiken. Of daarmee een significante omzet kan worden gehaald, is lastig te zeggen. De ceo heeft vooral voorbeelden van concurrenten die het niet hebben gered. ‘Toen we in de Verenigde Staten begonnen, waren er zo?n vijftig concurrerende buurtapps. Nu is er niemand meer. Zoiets lokaals opzetten kost veel tijd en geld.’

Maar vooral: gezelligheid

Oprichter Nirav Tolia zegt te kiezen voor ons land, omdat de Nederlanders actief zijn op sociale media, trots zijn op hun buurt ? waar ze vaak al hun hele leven wonen ? en van gezelligheid houden. ‘Wij hebben in Amerika niet eens een vertaling voor dat woord gezelligheid’, zegt Tolia, terwijl hij de harde g uitspreekt als een k.

De app kan qua vorm worden vergeleken met die van Facebook. Met het grote verschil dat alleen buurtgenoten elkaar kunnen uitnodigen. Ook is het de bedoeling dat er alleen nieuws uit de buurt wordt geplaatst, spullen worden verkocht en gedeeld met buren of hulp wordt ingeroepen als een kat of fiets kwijt is. Dat kan overigens ook allemaal met Whatsapp, maar dan is er bij veel buren al snel geen overzicht meer en krijgen ook de buren waarvoor een bericht niet relevant is de appjes binnen. Via Nextdoor kan bovendien iedereen buren via een ander sociaal netwerk of een fysieke postkaart uitnodigen.

In Nederland zien we nu ook een enorm enthousiasme en snelle groei van Nextdoor. Al ruim 80 buurten door heel Nederland zijn actief in de buurtapp en de verwachtingen voor 2016 zijn dan ook veelbelovend.

Het wordt de vraag of Nextdoor een plekje op de markt kan veroveren. Er zijn al?veel buurten die?allang iets dergelijks hebben opgezet in de vorm van een WhatsApp- of Facebook-groep. Zo zijn er in Nederland al meer dan 2000 WhatsApp buurtgroepen actief. Aan de andere kant is er nog veel te ontdekken aan mogelijkheden en is de ene buurt de andere niet.

nextdoor screens

Er waren ook wat leden uit de Nederlandse pilot aanwezig die hun ervaringen met Nextdoor deelden.

nextdoor verhalen

Boeimeer in Breda

Drie jaar geleden was Thijs Willems uit Breda op zoek naar een sociaal netwerk, speciaal voor zijn wijk Boeimeer. Al snel kwam hij uit bij de Amerikaanse app NextDoor, die toen ook in de VS nog in de kinderschoenen stond. ?”Maar toen was dat nog niet mogelijk”, vertelt Willems. “Een paar maanden geleden kreeg ik een mailtje met de vraag of we nog steeds interesse hadden.”

Willems zei onmiddellijk ‘ja’ en sindsdien groeide het NextDoor-netwerk in Boeimeer als kool. Inmiddels zijn ruim 800 inwoners van de buurt lid, dat is bijna een kwart van het totaal aantal inwoners. “En er komen nog steeds elke dag nieuwe leden bij,” vult Willems aan.

Volgens Willems is het in Boeimeer vooral begonnen om de veiligheid in de wijk te verbeteren. “Met waarschuwingen als ‘pas op, er is een inbreker actief’. Of vragen als ‘mijn fiets is gestolen, heeft iemand iets gezien?’ Maar inmiddels wordt er gesproken over allerlei evenementen en worden verschillende diensten en goederen, al dan niet gratis, aangeboden via NextDoor.”
Ook?antiquair Jasper Hooijkaas uit Capelle aan den IJssel zit nu een paar maanden op de buurtapp Nextdoor, en hij kent meer buren van naam, en zwaait vrolijk naar een nieuwe wijkbewoner die zich net heeft gemeld op het burenplatform.?”Absoluut, ik heb meer contact”, zegt de 47-jarige Hooijkaas die in zijn wijk Nextdoor heeft opgezet. ?Op zijn iPad laat de enthousiaste Hooijkaas zien wat zijn medebewoners de laatste dagen allemaal hebben geplaatst. Tips over mechanische ventilatie, een verslag van een gesprek met de beheerder over parkeerproblemen, ergernissen over hardrijders. Maar ook: wie weet een goeie klusjesman, wie heeft een soldeerbout te leen en wat doe je om te ontstressen??Die laatste vraag komt van een ondernemer die reclame wil maken voor zijn handel. Dat kan wel een keertje, zegt Hooijkaas, maar Nextdoor is geen advertentieplatform. Het is een contactpunt voor bewoners. Om elkaar te ontmoeten, spullen te delen, evenementen te organiseren.
Privacy
Zoals bij alle social media diensten zijn er terecht zorgen over de privacy. Want op Nextdoor wordt je naam en e-mail adres ook nog eens geverifieerd en gekoppeld met?je adres, doordat je een aanmeldingsbrief thuisgestuurd krijgt. Nextdoor probeert de?real name policy op deze manier wat verder door te voeren.?Bovendien willen ze graag je interesses, hobbies, functie en andere persoonlijke details weten. Dat gebeurt onder het mom van ?dan weten buren ook wie jij bent?, maar hou er rekening mee dat die gegevens voor Nextdoor ook interessant zijn.

In de privacy-verklaring van Nextdoor staat: ?We delen nooit je gegevens met adverteerders? (maar ze kunnen de data dus wel zelf analyseren).?Verder moet je je realiseren dat Nextdoor een Amerikaans bedrijf is en nergens belooft dat ze hun data op Europese servers zullen opslaan. Als Amerikaanse instanties willen weten met welke buren jij omgaat of welke hobbies jij hebt, dat kunnen ze dat indien nodig geacht achterhalen dankzij de Patriot Act.?Zo?n buurtnetwerk heeft dus iets onschuldigs en sympathieks en je gaat uit van goede bedoelingen van alle deelnemers, maar de standaardinstellingen om te delen zijn nogal ruim. Maak er dus bewust gebruik van.

In?De VS ?beweren ze dat het al positieve effecten heeft op het gebied van sociale interactie:

Bronnen: Nextdoor.nl, Omroep Brabant, EenVandaag, FD, iCulture, Joop, Volkskrant, Bright, Trouw

Meer blauw op digitale straathoek

blauwe hart
,,Sociale media zijn onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden.??

Een reden dat er minder jeugdoverlast op straat is? Kan er mee te maken hebben dat ze tegenwoordig vooral digitaal een beetje rondhangen. Daar moet je als politie dan op inspelen, vindt Rick de Haan. Voor zijn inspanningen om meer blauw op de digitale hangplekken te krijgen, ontving hij onlangs het Blauwe Hart van de eenheid Noord-Holland.

Door [email protected] – 21-1-2016, 21:25?


Het is nog maar ruim een aantal jaren geleden dat de eerste agent van de Nederlandse politie begon te twitteren. Hij inspireerde daarmee Rick de Haan, destijds werkzaam bij de politie in Beverwijk waar hij onder meer de Bazaar en jeugd onder zijn hoede had. ,,Voor ons was Twitter ook in opkomst als middel om met het publiek in contact te komen. En dan niet alleen als zendmiddel – dus om een boodschap over te brengen – maar echt als interactief communicatiemiddel. Met drie wijkagenten zijn we ermee begonnen en toen ging het balletje snel rollen.??

Aanwezig

Rick de Haan kreeg vanuit de eenheidsleiding de taak om vooral wijkagenten en sinds dit jaar ook andere collega?s in de basisteams te trainen in de nieuwe media zoals Twitter en Facebook om daarmee nieuwe informatiebronnen in hun werk aan te boren. Rick de Haan: ,,Via de sociale media is het bijvoorbeeld mogelijk evenementen en publiek te monitoren zonder dat je er zelf fysiek aanwezig bent. Dat kan bij geplande evenementen zoals Bevrijdingspop maar ook bij spontane demonstraties. Sociale media zijn daarbij onmisbare informatiebronnen omdat zich daar vaak de eerste getuigen melden die een rol kunnen spelen in opsporing. We willen meer blauw op straat maar een deel van de straat is gedigitaliseerd. Wij moeten waakzaam en dienstbaar op de plek waar ons publiek is. Als politie kunnen we dus niet om sociale media heen en daarom zijn mensen als ik aangesteld om te kijken hoe we samenhang in het gebruik ervan kunnen bereiken. We weten dat het gebruik van Facebook in alle lagen gebeurt, Instagram richt zich meer op jongeren en op Twitter zie je het vele zakelijk gebruik zoals door journalisten en bestuurders. Soms moet je alle drie gebruiken, soms moet je kiezen en je moet weten wat de do?s en don’ts zijn van elk medium.??

Tandarts

Sociale media kennen hun valkuilen voor nieuwe gebruikers, zoals de Amsterdamse wijkagent die na een belediging en bedreiging twitterde: ?De wijkagent beledigen, zeg het dan recht in mijn gezicht als je een goede tandarts hebt?. Rick de Haan: ,,De gouden regel is: Wat je op straat niet doet moet je ook online niet doen. Bij twijfel even overleggen, maar negentig procent wordt zonder problemen en controle gepubliceerd.??

Sociale media worden ook gebruikt om ongenuanceerd gal te spuwen en azijn te pissen maar de Facebooksites van de politie worden daar nog redelijk van gevrijwaard. Rick de Haan: ,,De reacties zijn genuanceerder dan op krantensites of GeenStijl. Kritiek leveren op de politie mag, als het maar niet beledigend wordt. Daar reageren we op, in principe via een priv?bericht. Soms hoeven we ook niet te reageren. We wachten meestal even en dan wordt er vaak voor ons stelling genomen door andere gebruikers. Er is een zelfreinigend vermogen dat discussies vaak in ons voordeel oplost.??

Het gebruik van sociale media gaat lijnrecht in tegen de hi?rarchische structuur die de politie-organisatie van oudsher kent. Facebook, Instagram en Twitter ontstaan door netwerken waarvan de deelnemers op gelijke hoogte staan. Rick de Haan: ,,Dan merk je dat vooral de wijkagenten, die al met hun foto in het wijkblaadje staan, voor sociale media open staan. Sommige lagen van de organisatie, zoals bij rechercheafdelingen die zich met ondermijningsonderzoeken bezighouden, zijn veel terughoudender. Dat is begrijpelijk maar voor hun spelen de sociale media een andere rol. Elk mens laat online zijn digitale voetafdruk achter, ook criminelen.??

Webcare

Net als bij andere grote dienstverleners en bedrijven zou de politie ook over moeten gaan tot zogenaamde webcare. Rick de Haan: ,,65 Procent van de wijkagenten twittert maar zijn niet zeven dagen in de week en 24 uur per dag in dienst. Dan moet je bellen als je een melding wil doen, maar dan gaat tijd verloren. Mijn voorstel is dat naast de telefonische ook de online bereikbaarheid bij de politie 24/7 gegarandeerd is. Via sociale media bereiken ons persoonlijkere berichten dan via 0900-8844. Daar vinden andere gesprekken plaats. Verder zie ik wel iets in een digitaal vragenuurtje van de wijkagent en het informeren van het publiek via video?s op Facebook.??

Binnen

Op dit moment beschikt de politie al over Realtime Intelligence Centers (RTIC?s) bij de meldkamers. Bij meldingen, bijvoorbeeld van een straatroof, wordt binnen het opgegeven gebied online gerechercheerd op informatie die op sociale media wordt gezet. Rick de Haan: ,,Dan heb je de eerste verklaringen vaak al binnen.??

Bron: Haarlems Dagblad

Protest op sociale media steeds vaker in besloten groepen

Uitingen op Facebook en andere sociale media tegen de komst van asielzoekerscentra liegen er niet om. Voorstanders roeren zich overigens ook volop. Toch kan de politie steeds minder uitwassen volgen, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries in Delft. ?Mensen opereren vaker in besloten groepen.??Zo planden de groep mannen die op 9 oktober een tijdelijke noodopvang voor vluchtelingen in Woerden bestormden alles in een WhatsApp-groep.

?Terugtrappen naar Syri? en hopen dat ze geraakt worden door een Russische clusterbom.? ?Eruit met dat tuig.? ?Genoeg is genoeg. Kom in verzet en mail naar [email protected].? Het zijn slechts enkele uitingen die op Facebookpagina?s zijn te vinden. Openbaar welteverstaan. Gegevens van veel personen die zich op grove wijze uiten tegen asielzoekers zijn vaak eenvoudig te achterhalen.

Pagina?s tegen azc?s worden steevast door veel mensen geliked. Opvallend is de pagina ?Geldermalsen zegt nee tegen AZC?, die maar liefst ruim 4700 vrienden heeft. Er staat een groot aantal berichten op de pagina, met name over de gebeurtenissen in Geldermalsen zelf, maar ook over andere plaatsen. De pagina toont oproepen om te protesteren bij de gemeente, bijvoorbeeld door het schrijven van een brief.

?AZC-Alert? heeft een groot aantal pagina?s. De landelijke site springt er uit, met 2600 vrienden. Ook enkele plaatselijke sites doen het goed, zoals de AZC-Alertpagina van Eindhoven, met bijna 2000 vrienden. In sommige plaatsen is er slechts ??n lid: de beheerder van die pagina zelf.

Ook zijn er tal van sites die voor de komst van azc?s zijn. De Facebookpagina ?Asielzoekers welkom in Geldermalsen?, telt 600 vrienden. ?Gouda zegt JA tegen 500 asielzoekers? heeft 2000 vrienden. Op de pagina staan berichten om asielzoekers te steunen.

TNO-onderzoeker De Vries zegt dat de politie steeds meer moeite heeft om berichten op sociale media te volgen. ?De politie kijkt onder meer op YouTube, Facebook en Twitter. Maar als mensen in besloten groepen te werk gaan, wordt het moeilijker om hen in de gaten te houden.? Wel kan de politie infiltreren in besloten kringen, maar daarvoor is een speciale bevoegdheid nodig.

Een van de redenen dat mensen niet altijd meer vrijuit onder hun eigen naam hun mening verkondigen, is dat steeds meer bedrijven en overheden meekijken. ?Bedrijven kijken of jouw uitingen op sociale media niet schadelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Dat kan ertoe leiden dat mensen worden ontslagen of dat mensen niet worden aangenomen.?

De politie probeert via onder meer monitoringssoftware uit te zoeken of bedreigingen ernstig genoeg zijn om in te grijpen. Toch blijft ook de inzet van mensen nodig, omdat computers niet altijd doorhebben wanneer teksten cynisch bedoeld zijn.

De Vries noemt het een voordeel dat er inmiddels zo?n 2000 twitterende wijkagenten zijn. Zij bekijken de digitale gedragingen van mensen in hun omgeving, maar proberen volgens de onderzoeker ook uitwassen in de kiem te smoren door via Twitter te reageren. Toch zijn er de afgelopen tijd meerdere keren protesten uit de hand gelopen, onder andere tegen azc?s in Geldermalsen en Heesch. De Vries geeft aan dat het niet altijd eenvoudig is om te interpreteren wat er gaat gebeuren. ?Vaak wordt er pas ingegrepen als er al sprake is van een incident. Een incident voorkomen is veel moeilijker.?

Bron: Reformatorisch Dagblad

Agenten twitteren dom?

politie twitter

Linda Duits reageerde in NRC in een artikel “Agent, u twittert zelf ook dom” op (re)acties van de politie op Twitter. Want het digitale politiebeleid hangt van willekeur aan elkaar, zegt?Linda Duits.

Als u op Facebook of Twitter meldt dat u met vakantie bent, is uw inboedelverzekering niet langer van kracht. Dat klinkt raar en bespottelijk, en het is dan ook niet waar. Deze claim werd niet gemaakt in een dubieuze kettingbrief, maar werd in de zomer van 2013 op sociale media verspreid door verschillende politieagenten.

verzekeren

Afgelopen weekend verstuurde het twitterkanaal van de wijkagenten Sint-Michielsgestel een foto waarop een Pegida-aanhanger met een vlaggestok inslaat op een agent. Er stond bij: ?Deze politieman was misschien gisteren bezig aanranders op te sporen. Vandaag overkwam hem dit. Wereld op zijn kop.?

De foto gaat al een tijdje op sociale media rond, maar is een hoax: het is geen Duitse agent en het Pegida-logo is erin gephotoshopt. De oorspronkelijke foto is genomen tijdens rellen in Athene in 2009. De wijkagenten hebben de tweet verwijderd met als ?excuus? dat ze geen boze opzet hadden. Dit weekend liet datzelfde account zich uit over de rechtsstaat: ?Een #advocaat adviseert een verdachte (bijna) altijd zich te beroepen op zwijgrecht. Respect voor slachtoffers is ver te zoeken.? Ook deze tweet is inmiddels verwijderd, maar ditmaal zonder toelichting.

De politie heeft een algemeen twitteraccount en iedere politieregio heeft een eigen twitterkanaal. Daarnaast is er een wildgroei aan lokale accounts. Ze voeren meestal het logo van de politie en in de bio staat vaak vermeld dat het een officieel account betreft. Wijkagenten of -bureaus informeren burgers over van alles en nog wat via zulke kanalen. Ze schrijven over bijzondere gebeurtenissen, geven anti-inbraaktips of laten hun mening horen. Er lijkt daarbij geen enkele sturing of controle van bovenaf te zijn. Het aantal feitelijk onjuiste of ethisch discutabele berichten is inmiddels zo hoog dat er niet meer van incidenten gesproken kan worden. Een ander voorbeeld. Een wijkagent uit een kleine gemeente op de Veluwe twitterde deze zomer een foto van een meisje dat buiten westen op een bankje lag, voorzien van de tekst ?laveloos op straat aangetroffen, 15 jaar, weet wat je kinderen doen zo laat nog op straat?. Het zal ongetwijfeld goed bedoeld zijn, maar het meisje droeg opvallende kleding die door bekenden zeker herkend zou worden. De wijkagent nagelde dus een minderjarige aan de digitale schandpaal. Verschillende twitteraars reageerden vol afschuw en de wijkagent verwijderde de tweet. Excuses of een verklaring zijn nooit gekomen.

In hetzelfde weekend twitterde correspondent Olaf Koens dat hij tijdens zijn bezoek aan Lowlands gefouilleerd was door undercoveragenten. In een bericht erna schreef hij ?ACAB?, een Engelse afkorting die vooral gebezigd wordt in subculturen waar ze het niet zo op de politie hebben. Hij staat voor ?All Cops Are Bastards?, maar om onder rechtsvervolging uit te komen kun je gemakkelijk claimen dat het wat anders betekent. ?Acht Cola, Acht Bier? bijvoorbeeld, en dat was dan ook de reactie van de journalist toen hij online overstelpt werd door boze politiemensen. Zij riepen hun collega?s op massaal aangifte te doen van belediging. Ook zijn vaste opdrachtgever RTL Nieuws werd aangespoord afstand te nemen van Koens? uitspraak.

ACAB Agenten uiten niet alleen online hun woede over beledigingen aan het adres van de politie, ze ondernemen ook offline actie. De politie van Schiedam schreef in augustus triomfantelijk dat ze aan de deur waren geweest bij ?een man die het nodig vond om ons te beledigen via Social Media?. De man, die niet bij naam genoemd werd, heeft de tweet verwijderd en zijn excuses aangeboden. Het is niet duidelijk wat de belediging inhield en of hij direct gericht was aan een specifieke agent. Op Twitter vroegen mensen de politie Schiedam om toelichting. De reactie was simpel: ?Wij tolereren geen beledigingen, ook niet online?.

Agenten in functie mogen online blijkbaar van alles roepen, maar de burger mag dat dus niet. Zijn vrijheid van meningsuiting is in het geding. NRC berichtte woensdag dat de politie huisbezoeken brengt aan burgers die zich op sociale media negatief uitlaten over asielzoekerscentra. De woordvoerder van de Nationale Politie zei in de krant dat hiervoor geen specifieke regels zijn: er wordt steeds een nieuwe inschatting gemaakt. Het is voor de burger zo moeilijk om te weten wat strafbaar is en wat niet. Racistische tweets lijken voor de politie bijvoorbeeld geen reden tot ferm optreden. Burgers die daarvan aangifte doen lopen op tegen een muur van bureaucratie, zoals blijkt uit de ervaringen van kunstenaar Quinsy Gario.

Bovengenoemde voorbeelden zijn indicatief voor een veranderde bedrijfscultuur bij de politie. Antropoloog?Paul Mutsaers promoveerde in juni 2015 aan Tilburg University op de handelingsvrijheid van Nederlandse agenten. Net als bij allerlei andere overheden en commerci?le organisaties is er volgens hem bij de politie sprake van een psychologisering van werkrelaties. Agenten wordt gevraagd hun persoonlijkheid mee naar het werk te nemen. Die cultuur moedigt het aan om vanuit eigen politieke opvattingen keuzes te maken bij arrestaties, of dat nu gaat om ?ongezellige? demonstranten tegen het Koningshuis, een twitteraar die op zijn plek gezet moet worden of een burger die boos is over het opvangbeleid van zijn gemeente. Willekeur en voor rechter spelen liggen op de loer. Er geldt bovendien een ongelijke machtsverhouding. De politieagenten hoeven niet steeds verantwoording af te leggen voor hun blunders en fouten, maar burgers lopen wel het risico opgepakt te worden wegens een uitglijder.

De politie is een organisatie waar een strakke top-down cultuur wenselijk is en waar een individu in diensttijd ondergeschikt is aan zijn publieke rol. Een agent moet op zijn werk niet ?lekker zichzelf zijn?, maar hij moet waakzaam op en dienstbaar zijn aan de waarden van de rechtsstaat. Dat geldt ook voor de digitale werkvloer.
Agent, u twittert zelf ook dom

Bronnen: NRC, Universiteit Tilburg

Social Media Spear Phishing

Geeta_Bijsterbosch_0

Een nepprofiel op Facebook?? Facebook

Facebook-vriend blijkt hacker

Krijg jij de laatste tijd ook steeds vaker vreemde vriendschapsverzoeken op Facebook van knappe vrijgezelle vrouwen of mannen, die jou graag willen leren kennen? Pas dan maar op, want het gaat hier om ‘spear phishing’.

De kans is vrij groot dat die onbekende dame of jongeman op Facebook eigenlijk een crimineel is, die op jouw geld uit is. Internetcriminelen zoeken steeds naar nieuwe manieren om geld te verdienen door ons op te lichten.

Gerichte acties
“De ouderwetse phishingmails en spam werken niet meer”, zegt Pim Takkenberg, cybersecurity-expert van TNO. Daar trappen we niet meer in. Daarom proberen de criminelen het nu met gerichte acties, ‘spear phishing’ genoemd. “Phishing is uit, spear phishing is in.”

“Criminelen sturen mensen nu heel specifiek een mail waarbij software wordt ge?nstalleerd. Die mail is vaak helemaal op jou toegespitst”, zegt Takkenberg. “En op Facebook proberen ze je vriend te worden, zodat ze toegang krijgen tot jouw vriendengroep, wat hen veel info oplevert. Maar ook zodat ze met je kunnen chatten en een link kunnen sturen, waarmee dan weer software wordt ge?nstalleerd.”

Tips
Hoe voorkom je dat de cybercriminelen jou te grazen nemen? “Allereerst door nooit zomaar een vreemd vriendschapsverzoek te accepteren”, zegt socialmedia-expert Jeroen Bertrams. “Ze misbruiken zo’n Facebook-vriendschap vaak voor datingfraude, om producten te verkopen of om een linkje naar je te sturen met schadelijk software.”

Zijn belangrijkste advies is dus: druk niet gelijk op ja als een knappe vrouw of man vrienden wil worden op Facebook. “Kijk eerst goed naar het profiel van zo iemand. Bestaat het profiel al lang? Wordt er Nederlands op zijn of haar profiel gesproken? En: heb je gemeenschappelijke vrienden of is het een totaal onbekende? Trap er niet in!”

Bronnen: RTL Nieuws

Sociale media vaak betrokken bij noodsituaties

Sociale media zijn en blijven een belangrijke informatiebron bij noodsituaties. Whatsapp, Twitter en Facebook zijn nog steeds de belangrijkste kanalen voor informatie, hoewel een klein deel van de Nederlanders vindt dat hulpdiensten ook via Youtube relevante informatie zouden moeten communiceren.

Dat blijkt uit onderzoek van VDMMP (sinds 1 sept?onderdeel van?PBLQ)?in opdracht van het Rode Kruis. Mensen verwachten anno 2015 dat hun hulpvraag in noodsituaties door de betrokken instanties snel wordt beantwoord. Een melding via sociale media zou volgens 40% van de respondenten in 2020 net zo snel opgepakt moeten worden als een melding via 112. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan hulpdiensten via sociale media te benaderen indien het telefoonnetwerk overbelast is.

Persoonlijk contact nog steeds het belangrijkst
Mensen aanwezig bij een noodsituatie halen hun informatie steeds vaker van sociale media. Ook andere media en telefonisch contact met familie en vrienden zijn belangrijk. Respondenten aanwezig bij een noodsituatie hebben vooral via televisie, radio, websites van lokale overheid en de Whatsapp informatie ontvangen. Twitter en Facebook volgen hierna pas.

In dit digitale tijdperk is telefonisch contact nog steeds populairder dan sociale media om familie en vrienden op de hoogte te brengen van de eigen situatie. Minder dan de helft van de respondenten is van plan zelf berichten op sociale media te plaatsen, mochten zij in een noodsituatie verkeren.

Onderzoeker Niek van As van VDMMP: ?Interessant is dat sociale media ??n van middelen is voor informatie, terwijl de bron van informatie zoals familie/vrienden, buurtbewoners, hulpdiensten en media verschillen. De bronnen komen dus bij elkaar op sociale media. De onderzoeken laten door de jaren heen zien dat sociale media vooral worden gebruikt om informatie te ontvangen bij noodsituaties, minder om zelf informatie te delen. Je zag bijvoorbeeld na de ramp met de MH17 op 17 juli 2014 in de Oekra?ne dat iets minder dan de helft (45%) van de respondenten sociale media gebruikt, waarbij 90% het heeft gebruikt voor het verzamelen van informatie.?

MH17 social media

Als het gaat over alerteringen bij noodsituaties, hebben de bestaande alerteringen via bijvoorbeeld NL-Alert de voorkeur (zo?n 60%). Een extra app gebruiken om informatie te ontvangen bij een noodsituatie heeft de voorkeur van ruim 40% van de respondenten. Nieuwe mogelijkheden zien respondenten ook voor YouTube als rampenzender, maar dit gaat voor sommigen nog te ver. Inmiddels zijn halverwege 2015 de (live) streaming apps Periscope en Meerkat door enkele media, zoals RTV Noord en TV West, al omarmd als extra communicatiekanaal.

social media noodsituaties

Werk aan de winkel voor het Rode Kruis
Om familie en vrienden te informeren bij noodsituaties is het ook mogelijk om gebruik te maken van de Rode Kruis website ?ikbenveilig.nl?. Minder dan 5% geeft echter aan de website al te kennen. De website is bedoeld om het grotere sociale netwerk buiten directe familie en vrienden te bereiken in geval van nood.

Het Rode Kruis kan rekenen op veel burgerhulp. Indien het Rode Kruis een oproep zou doen om hulp te verlenen bij een noodsituatie geeft 49% van de respondenten aan dat zij hier gehoor aan wil geven (al dan niet via sociale media). Hun reactie is daarmee vaak dat ze een bijdrage willen leveren aan waar de hulp nodig is. Ruim een derde geeft aan zich te willen aanmelden. Dit kan inmiddels ook bij het netwerk Ready2Help van het Rode Kruis. Overigens geeft zeventig procent aan niet eerder voorlichting of tips over noodsituaties te hebben gezien van het Rode Kruis.

burgerhulp

Samenwerking VDMMP met het Rode Kruis
Het onderzoek ?Sociale media bij noodsituaties? is in 2012 voor het eerst landelijk uitgevoerd door VDMMP. In 2015 is samengewerkt met het Rode Kruis. Het onderzoek is deze keer met een geactualiseerde vragenlijst uitgezet bij een panel, voor een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Ruim duizend respondenten hebben deelgenomen aan het onderzoek.

Lees hier het onderzoeksrapport.

Bronnen: VDMMP, SocialMediaSocialMedia

Online gedragsverandering

online gedrag

Vanaf vandaag is het boek ?De factor gedrag? online beschikbaar. Hierin maakt de lezer kennis met de visies en resultaten uit het Enabling Technology Programme ?Gedrag en Innovatie?, dat dit jaar na vier jaar onderzoek wordt afgerond. Dit boek is interessante kost voor ieder binnen en buiten TNO die meer wil weten over de wisselwerking tussen mens en (technologische) innovatie. Zo ook een reeks onderzoeken naar online gedrag op social media (vanaf pagina 23).

Vier maatschappelijke thema?s
De resultaten van het onderzoeksprogramma zijn beschreven aan de hand van vier maatschappelijke thema?s. Het eerste hoofdstuk van het boek, ?Sleutelen aan een duurzaam systeem?, gaat vooral in op pogingen om op grote schaal duurzame technologie en gedrag ingevoerd te krijgen. Het tweede hoofdstuk ?Participeren door online te communiceren? verkent de contouren van de participatiesamenleving en de rol die technologie daarin speelt. Het derde hoofdstuk ?Een leven lang goed functioneren, presteren en genieten? laat zien hoe je als burger van wieg tot graf gezonder, veiliger, zelfredzamer en productiever kunt leven. Het vierde en laatste hoofdstuk ?De e-burger en de digitale sneeuwbal? gaat, om een link te leggen met de praktijk, in op de risico?s van informatie- en communicatietechnologie en hoe die te voorkomen zijn of in elk geval in te dammen.

Gedragsverandering in de praktijk
Daarnaast worden veel cases beschreven: praktijkvoorbeelden waarin innovatie en gedragsverandering op een geslaagde manier samengaan. Ten slotte maken de projectleiders van het ETP Gedrag en Innovatie je deelgenoot van wat zij tijdens dit programma meemaakten en vertellen zij u wat de samenleving in hun ogen aan de resultaten kan hebben. Door het boek heen wordt, om dat te verduidelijken, een dag beschreven uit het fictieve gezin Dobbelaar. De leden van dit gezin ervaren in hun dagelijks leven de mogelijkheden van de innovaties die onderzocht werden in het ETP Gedrag en Innovatie.

Veel leesplezier, innovatie en gedragsverandering toegewenst!

Lees ?de factor gedrag? hier online: http://issuu.com/ono-ono/docs/tno_digi_issuu/1

Bronnen: TNO

Social Media als theater? – RT to Kill

De grap had zich moeten ontwikkelen aan de hand van drie getwitterde foto?s. Op de eerste was een geweer te zien, op de tweede een bloedend slachtoffer, en op de derde zat een jongen naast een politieauto op de grond.

Op 11 maart stond twitteraar @StillDMC ?s nachts voor een raam in de binnenstad van Los Angeles. Daar maakte hij een foto van zijn geweer. De loop stond gericht op ? wat leek ? een paar voorbijgangers die op een straathoek in de verte stonden. Om iets na middernacht twitterde hij bij de foto dat hij bij honderd retweets een voorbijganger neer zou schieten. Al snel had hij meer dan honderd retweets.
Een half uur later twitterde hij: ?Man down. Mission Completed.? Deze keer met een foto van een jongeman die op de grond lag, met zijn hand op zijn borst. Op de donkere, pixelige foto leek het alsof de man een wond op zijn borst had.
killDMC
De volgende dag werd de twintigjarige Dakkari McAnuff gearresteerd door de politie van Los Angeles. In het politierapport staat dat de rechercheurs afbeeldingen hebben gevonden van een onbekend soort geweer dat op verschillende straten in Los Angeles is gericht. @StillDMC?werd ontmaskerd als McAnuff en zijn verblijfplaats werd bevestigd. Rond het middaguur arriveerde de politie bij het appartementencomplex van de 22-jarige Zain Abbasi, waar McAnuff op dat moment over de vloer was.
Volgens Abbasi werd hij door de congi?rge van het gebouw naar diens kantoor geroepen, waar rechercheurs hem en een andere vriend in de boeien sloegen. Helikopters cirkelden boven het complex, sluipschutters stonden klaar op het gebouw aan de overkant en meerdere politiewagens blokkeerden de parkeerplaats.
De rechercheurs vroegen Abbasi om McAnuff naar beneden te roepen. Op het moment dat McAnuff het appartement uitkwam werd hij aangehouden door tien agenten, die met getrokken wapens op hem lagen te wachten. Ze doorzochten het appartement en vonden het wapen van de twitterfoto: een ongeladen luchtbuks.
De hele groep werd in de boeien geslagen en meegenomen. McAnuff werd gearresteerd ?op verdenking van criminele bedreigingen?. Zijn borgsom bedroeg 50.000 dollar (ongeveer 38.000 euro).
Het was allemaal bedoeld als grap, natuurlijk. Met hun vrienden Moe en RJ vormen McAnuff en Abbasi de groep MAD Pranksters. Het zijn jongens tussen de 19 en 22 jaar oud uit Houston, Texas. Ze zijn allemaal naar LA verhuisd om het te maken in de entertainmentindustrie. Dit was volgens Abbasi hun ontgroeningsstunt: een poging tot een ?social prank?.
Dat het allemaal een grapje was, had duidelijk moeten worden na drie tweets. De eerste tweet was een vage foto van een geweer en een dwingend verzoek. De tweede het bebloede slachtoffer en de laatste, elf uur na de tweede gepost ? een foto van McAnuff met zijn handen op zijn rug geboeid, naast een politiewagen en politieagent. De tekst bij de laatste tweet was:?Last night before I got arrested. SMH. Fuck whoever snitched. And Fuck LAPD!? The MAD Pranksters hoopten natuurlijk dat dit toneelstukje viral zou gaan. Wat dat betreft is ?100 RT?s and I?ll shoot? een hit. De grap werd duizend keer geretweet voordat Twitter McAnuff?s account blokkeerde. De tweets werden zelfs wereldnieuws.
In de media werd McAnuff afgeschilderd als een slapende moordenaar die elk moment kan kon toeslaan, ?f als een roekeloze klootzak. Maar overal werd het feit dat hij een speelgoedgeweer in zijn handen had nogal gebagatelliseerd. De tweet leek een blik op een verontrustende toekomst. Moordenaars in spe zouden worden aangestuurd door vreemden via social media. Moderne gladiatoren zouden strijden in een digitaal Colosseum met een voyeuristisch massapubliek.
De gamificatie van moord
De MAD Pranksters zijn ervan overtuigd dat hun stunt overduidelijk een grap was en dat de LAPD dat al wist voordat McAnuff werd gearresteerd. En als de politie dat niet wist, dan hadden ze dat volgens de Pranksters wel moeten weten. De LAPD beweert dat het de aanwijzingen dat het allemaal een grap was heeft bijgehouden.
?De LAPD heeft alles overdreven. Ze hebben het leven van mijn vrienden en mij in gevaar gebracht en ons dwarsgelegen om ervoor te zorgen dat we geen ?Fuck LAPD? konden twitteren,? schreef Abbasi in een e-mail. ?De politie heeft veel tijd en geld gestoken in deze hele operatie, alleen maar zodat de MAD Pranksters niet van dat recht gebruik konden maken? Ik probeerde mijn vragen over de operatie rondom de Pranksters aan wat rechercheurs van de LAPD te stellen, maar alleen het PRteam was bereid over de zaak te praten.?Het getwitterde plaatje werd gezien als een ernstige dreiging. Daarom werden agenten op onderzoek uitgestuurd,? vertelde een woordvoerster me. ?We hebben agenten die sociale media in de gaten houden. Tijdens hun ochtendroutine vonden ze deze tweet.?
Het verhaal van The MAD Pranksters roept vragen op over hoe de politie moet omgaan met onderzoeken naar dreigingen via internet. Het social media landschap is onbetrouwbaar, luidruchtig en groeit met de dag. Wat zouden politieagenten moeten weten voordat ze hun wapens mogen trekken?
?We hebben geen wetten overtreden, we maakten gewoon een grap,? vertelde McAnuff.
Dat is natuurlijk een behoorlijke juridische discussie. Op dit moment behandelt het Amerikaanse Hooggerechtshof de vraag of en wanneer online bedreigingen als crimineel moeten worden gezien, en wanneer ze onder de vrijheid van meningsuiting zouden moeten vallen. Anthony Elonis uit Pennsylvania schreef bijvoorbeeld een paar supergewelddadige raplyrics en zette ze op Facebook. In de teksten beschreef hij tot in gruwelijke details hoe hij zijn vrouw en vroegere collega?s zou vermoorden. Elonis bracht vervolgens een paar jaar in een cel door voor het schrijven van zijn facebookposts.
Ondertussen worden stunts als die van de Pranksters steeds populairder. De dubieuze online bedreigingen zijn nog steeds relatief nieuw voor justitie. Tot dusver hebben de autoriteiten geprobeerd een balans te zoeken tussen het toelaten van onvermijdelijk, dom en vooral onschadelijk gedrag en het aanpakken van werkelijk gevaar.
?Er is een categorie binnen vrije meningsuitingen, en dat zijn werkelijke bedreigingen? zegt Clay Calvert, een professor aan de Universiteit van Florida. Hij richt zich op media- en communicatievraagstukken. ?Normaal gesproken zou een redelijk persoon een uitspraak kunnen onderscheiden van dreiging of gevaar.? Dat klinkt een beetje dubbelzinnig, en dat is het ook. ?De definitie van een werkelijke dreiging is helaas
niet echt duidelijk,? zei Calvert.
De MAD Pranksters merken op dat ze de agent die die zijn auto aan hen leende als decorstuk voor hun laatste tweet, precies hebben uitgelegd wat ze van plan waren. Het geweer was overduidelijk nep en zo ook de schijnbare moord. In andere woorden: de LAPD had moeten weten dat nooit een echte dreiging is geweest.
Abbasi beweert dat een van de rechercheurs het kantoor binnenliep waar ze werden vastgehouden, vlak voordat zijn vriend McAnuff werd gearresteerd. Daar zag hij Moe, degene die de het lijk speelde, en zei: ?Oh kijk, daar hebben we de dode.? In het dossier van de Pranksters staat dat er meer dan zestien uur was verstreken tussen de eerste tweet en het arrest. Dat lijkt meer dan genoeg tijd om contact op te nemen met de agent die op de foto van de derde tweet staat en om een wapenexpert naar het wapen op de foto te laten kijken. Volgens een agent van de LAPD werd de tweet om half tien ?s ochtends ontdekt. Dus zelfs na het ontdekken van de tweet duurde het nog drie?nhalf uur voor er iemand werd gearresteerd, volgens Abbasi.
De LAPD zag zich blijkbaar wel genoodzaakt om genoeg agenten om een klein drugscartel op te rollen op de Pranksters af te sturen. Volgens Abbasi waren er zelfs helikopters en sluipschutters. Het meest opmerkelijke detail van de hele operatie was inderdaad dat de LAPD de jongens onder schot hield. Op het politiebureau zei een vrouwelijke agent tegen hem: ?Ik had je in mijn vizier. Als je dat balkon op was gelopen met dat speelgoedpistool had ik je kop eraf geknald.?
Deze jongen had dus gedood kunnen worden voor het twitteren van een foto van een luchtbuks.
De woordvoerster van de LAPD zei dat ze me geen details kon geven over de operatie die geleid heeft tot de arrestatie van McAnuff.
Grap of niet, de stunt toont een verontrustende blik op een toekomst waarin moordenaars sociale media gaan gebruiken. Twitter, Facebook en YouTube hebben wereldwijd nu al miljarden gebruikers. Die gebruikers schrikken er niet voor terug om de meest bizarre, verregaande acties te posten om likes en volgers voor zich te winnen. De 22-jarige Elliot Rodger, bijvoorbeeld, die in mei zes mensen doodschoot in Californi?. Ook hij had een behoorlijk publiek op sociale media.
Uit onderzoek is gebleken dat zeker jongeren vatbaar zijn voor online groepsdruk. Dat is waarschijnlijk de reden dat er een video bestaat van een meisje dat haar eigen tampon doorslikt. En een filmpje van een kind dat zijn eigen ontlasting eet met een ijsje. Door onze drang tot realtime zelfpromotie, zou het groeiende aantal mensen dat er alles aan doet om aandacht te krijgen ons niet moeten verbazen. Niemand van deze mensen zal een papiertje ondertekenen waarin staat dat niemand gewond raakt.
McAnuff en zijn vrienden hadden geluk, gezien de omstandigheden. Enkele dagen na zijn vrijlating kreeg hij bericht dat er geen aanklacht werd ingediend. Daarbij is er niemand neergeschoten door scherpschutters van de LAPD.
?Er zullen zeker meer ?chte bedreigingen komen waarbij sociale media zoals Facebook en YouTube een rol spelen,? vertelt Calvert. ?Dit is weer een voorbeeld van de rechtspraak die de technologie moet inhalen.? We moeten bepalen hoe we een grap van een bedreiging kunnen onderscheiden. Dat kost tijd, die nieuwsconsumenten niet altijd hebben. @StillDMC?s grap mag dan roekeloos en gevaarlijk zijn geweest, maar het is maar een voorbode van wat er komen gaat.

?Jurisprudentie

Vorig jaar werd een 20-jarige studente Caleb Clemmons gearresteerd voor het plaatsen van wat hij?experimentele fictie noemde op Tumblr. Hij schreef: “Hallo. mijn naam is irenigg en ik ben van plan op Georgia Southern kapot te schieten. Geef dit door om te zien of het invloed heeft. Om te zien of ik word gearresteerd. “Binnen enkele uren werd Clemmons inderdaad gearresteerd en bracht zes maanden in de gevangenis door voordat hij?zichzelf schuldig pleitte van terroristische dreigingen. De politie doorzocht zijn huis en vond geen wapens of enig verder bewijs van de intentie om kwaad te doen.

Slechts enkele maanden daarvoor, was er een Texaaanse tiener in de gevangenis gezet voor het maken van een (volgens hem) sarcastische opmerking op Facebook in een?discussie over een video game. ‘Oh ja, ik ben echt gek in mijn?hoofd: ik ga een?school vol kinderen kapotschieten en eet hun nog kloppende harten” met de toevoeging van een “LOL ” (Laughing Out Loud). In de gevangenis werd hij zo depressief dat hij op de zelfmoord risicoafdeling geplaatst werd.

Echte dreigingen zijn er natuurlijk ook veel. Zo zijn in het Verenigd Koninkrijk twee mannen gearresteerd voor het maken van herhaalde bedreigingen voor een vrouwelijke journalist op Twitter. Daarop paste Twitter haar eigen beleid aan en bood het meer mogelijkheden om misstanden ook te melden.

Bronnen: VICE, Motherboard, DeStandaard, Joop