Tagarchief: sociale media

Het moderne noaberschap: BUURbook, BUUV, en Wehelpen

Er zijn inmiddels veel participatie initiatieven die moderne media middelen gebruiken om zaken georganiseerd te krijgen. Tijd voor een klein overzicht:

Buurbook noemt zich het dorpsplein voor bewoners en professionals. Het is gestart in Rotterdam, maar de eerste reacties uit andere gemeenten verschijnen.

Maarten van der Velde?(architect) startte BUURbook.nl?na zijn afstudeerscriptie?(zie ook onderaan het blog): ‘Puberen en Loslaten’ een onderzoek naar het effect van social media op de invloed van bewoners op hun leefomgeving. Ook de ervaringen in Oud Krispijn kregen een plaatsje.
“Iedereen heeft het weleens meegemaakt: opeens verandert er iets in jouw buurt waar je niets van wist. Of erger: waar je het niet mee eens bent! Met BUURbook verandert dat en krijg je voortaan meer invloed op je leefomgeving en de leefbaarheid in jouw buurt”, aldus de toelichting op?BUURbook.nl.

Zelf bijdragen

“Staan er geen pinnetjes in jouw buurt? Dan kan het zijn dat er niets gebeurt. Het kan ook zijn dat plannen er nog niet op staan. Weet jij dat er mogelijk iets gaat veranderen of heb jij een idee voor jouw buurt? Aarzel niet en zet het op de kaart.”

BUUV

BUUV is de buurtmarktplaats voor en door bewoners waar vraag en aanbod elkaar vinden. Bij BUUV gaat het om diensten die je als bewoners voor elkaar kan doen zonder dat er iets tegenover staat. In Haarlem, Zaanstad, Amsterdam Zuid en Ijmond zijn er inmiddels dergelijke marktplaatsen.

Logo WeHelpenWehelpen

Ook WeHelpen is een online marktplaats voor het vinden en verbinden, organiseren en delen van hulp. Met wehelpen.nl kun je hulp vragen en aanbieden, maar ook hulp organiseren ? voor jezelf of een ander – binnen een hulpnetwerk van familie en vrienden.?De co?peratie WeHelpen is opgericht door Achmea, BureauVijftig, CZ, Menzis, PGGM, Rabobank, The Caretakers en VitaValley en inmiddels nemen vele andere organisaties deel.

Veconomies

Er zijn ook virtuele economische systemen (Veconomies) om de inzet voor elkaar te organiseren. Zo is er in Rotterdam-Zuid de ruilmunt “zuiderling“. E?n munt is ongeveer een half uur tijd waard. Bewoners kunnen er andere bewoners mee inhuren voor bijvoorbeeld een pianoles of het bereiden van een maaltijd.?In Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en andere plaatsen bestaat al langer een soortgelijk systeem. Daar kunnen diensten en producten worden afgerekend met een?noppes?of met een ster, zoals de munt in Utrecht heet. Ook gaan er geluiden op?voor een ruilmiddel voor humanitaire acties waarin burgers zich gezamenlijk inzetten (oa via social media).

Naast bovenstaande zijn er nog veel meer van dergelijke initiatieven. Kijk ook eens op buurtmarktplaatsen als?Voordebuurt.nl, burenhulpcentrale, burenetnwerk, Buur, Croqqer, Dogether, Hulpinjebuurt, Kopjesuiker, Makkie, Noppes, Tijdvoorelkaar, Peerby, Veur-elkaar, voorelkaarindebuurt, Zoiizo, Zorgvoorelkaar?of op?http://bottomup.ruimtevolk.nl/ voor de (digitale) transformaties?in diverse krimpgebieden.

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

Onrust om Benno L.

Een woordvoerder van de gemeente Leiden bevestigt op zaterdagochtend?15 februari 2014 de vraag van NRC Handelsblad of Leiden sinds kort de nieuwe?woonplaats is van de veroordeelde pedoseksueel Benno L. NRC.nl vult het artikel?later aan met de quote van de burgemeester van Leiden, Henri Lenferink dat ?we?een woonplek voor hem hebben uitgezocht waar hij tot rust kan komen.?. Kort na?het verschijnen van het artikel op NRC.nl volgen andere landelijke, regionale en?lokale media met nieuwsartikelen. De voormalig zwemleraar Benno L. kreeg zes?jaar cel voor misbruik van tientallen gehandicapte meisjes en kwam in juni 2013?voor het eerst voorwaardelijk vrij, maar werd vier maanden daarna weer opgepakt?omdat hij diverse afspraken schond. Eerder probeerde Benno L. woonruimte te?krijgen in Kerkrade. In Leiden kreeg Benno L. een woning in een seniorenflat. Hij is?verplicht een elektronische enkelband te dragen en moet zich regelmatig melden?bij de reclassering. In de dagen na de bekendmaking volgen in Leiden meerdere?demonstraties tegen de huisvesting van de ex-gedetineerde pedoseksueel.
Actievoerders vinden de woonlocatie van Benno L. een gevaar voor de veiligheid van?kinderen en eisen het vertrek van burgemeester Lenferink en Benno L.

Deze analyse, komend uit ?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten? beschrijft de communicatie van alle betrokkenen zoals?geuit op sociale media.

Veelgebruikte woorden op sociale media over Benno L. tussen 15 februari en 2 maart 2014

BennoL1
1 Feitenrelaas en analyse
Gemeente Leiden en burgemeester Lenferink?De gemeente Leiden en burgemeester Henri Lenferink zijn vanaf het begin van de?media-aandacht op zaterdagochtend 15 februari onderdeel van het gesprek over de?huisvesting van Benno L. Volgens NRC Handelsblad heeft de gemeente het nieuws?vrijdagavond 14 februari aan hen bevestigd. Burgemeester Lenferink zegt dat de?woonlocatie van Benno L. uit ?angst voor rompslomp? is stilgehouden. Hij voegt?daaraan toe dat iedere gemeente verantwoordelijkheid moet nemen bij de opvang van?zedendelinquenten na hun straf, maar zegt wel dat hij heeft geworsteld met zijn besluit.

Hij zegt dat in overleg een ruimte is gevonden in een seniorenflat waar Benno L. tot?rust kan komen en hij laat weten blij te zijn met de acceptatie van de flatbewoners?voor het besluit. Die conclusies trekt hij nadat hij de flatbewoners tijdens een speciaal?georganiseerde bijeenkomst heeft gesproken. Op de website van de gemeente Leiden?verschijnt later op de dag ook een verklaring van de burgemeester waarin hij zegt dat?hij de heftige emoties begrijpt, dat hij zijn beslissing zorgvuldig heeft afgewogen, maar?dat hij ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voelt. Op het Twitteraccount?van de gemeente Leiden verschijnt ??n tweet met daarin een link naar de verklaring.

BennoL2

De gemeente Leiden gebruikt haar Twitteraccount actiever vanaf zondag 16 februari?wanneer actievoerders demonstreren tegen de huisvesting. De gemeente gebruikt?Twitter als zendkanaal en kiest voor de woorden als ?huisvesten ontuchtpleger? en??de heer L.? wanneer ze over Benno L. bericht. De politie Leiden retweet ??nmaal een?bericht van de gemeente met de boodschap dat demonstraties in overleg met de?burgemeester georganiseerd moeten worden, maar laat verdere communicatie over?aan de gemeente. De GGD en het Openbaar Ministerie communiceren niet via sociale?media over de huisvesting van Benno L. Han Moraal, landelijk hoofdadvocaat-generaal?van het Openbaar Ministerie, legt wel de herplaatsingsprocedure uit in een interview?in De Telegraaf en zegt daarin de emoties te begrijpen, maar vraagt ook begrip voor?ex-gedetineerden. Op de vraag of huisvesting van ex-gedetineerden altijd tot?problemen leidt, zegt Moraal: ?Meestal gaat het redelijk goed. Alleen bij pedoseksuelen?- zeker die zaken die in de publiciteit zijn geweest en dus een high profile hebben – komt?het regelmatig voor. Ik moet dan leuren bij gemeenten om huisvesting te regelen.?

Burgemeester Lenferink voert namens de gemeente het woord en herhaalt op straat?en in de media geregeld zijn standpunt: ?Benno L. heeft ook recht op een woning en?gemeenten moeten verantwoordelijkheid nemen bij de opvang van zedendelinquenten.?.?Hij communiceert via brieven met omwonenden en gaat in alle openheid op straat?met actievoerders in gesprek. Demonstreren mag, maar liever wel uit de buurt van de?betreffende woning, is de boodschap van de gemeente. Op zondag 17 februari doet?Lenferink een uitspraak die voor vrijwel alle nieuwspartijen aanleiding is voor nieuwe?berichtgeving: ?Als het fout gaat met Benno L., stap ik op?. Op het ultimatum dat Benno?L. zaterdagochtend voor negen uur weg moet zijn, dat actievoerders op maandag?18 februari in de uitzending van Pauw&Witteman stellen, reageert hij in eerste?instantie niet. Maar enkele dagen later (nadat de gemeenteraad op 21 februari heeft
ingestemd dat Benno L. mag blijven) zegt hij tegen Omroep West niet bang te zijn voor?dat ultimatum.

Op dinsdag 19 februari kondigt de gemeente Leiden een samenscholingsverbod aan?voor de wijk waar Benno L. woont. Dit is ?ter bescherming van de buurtbewoners?, aldus?de gemeente op haar website. Via Twitter doet de gemeente actief aan verslaggeving?over het resultaat van de maatregelen: ?De maatregel in de Apollolaan en omgeving?heeft resultaat. De betogers zijn vertrokken en het is weer rustig in de buurt.? Ook is de?raadsvergadering live te volgen via een livestream op de website. Lenferink heeft wel?een Twitteraccount, maar ?de burgemeester heeft ervoor gekozen om vooralsnog niet?te twitteren?, zoals in zijn Twitterbio is te lezen. De communicatie over de huisvesting?van Benno L. door de gemeente en burgemeester neemt af vanaf het raadsbesluit op
21 februari. Op 27 februari verwijst gemeente Leiden op Twitter nog tweemaal naar de?livestream van de extra raadsvergadering over de huisvesting van Benno L.

Traditionele media
Vlak nadat het NRC Handelsblad de woonplaats van Benno L. publiceert, brengen?ook andere lokale, regionale en landelijke nieuwspartijen het nieuws. Op 15 februari?om 07:50 uur is ook op Telegraaf.nl te lezen dat Benno L. in Leiden woont, en dat een?woordvoerder van de gemeente Leiden dat bevestigd heeft aan NRC Handelsblad. Het?artikel bevat onder andere een filmpje uit oktober 2013 waaruit blijkt dat Benno L. na?zijn vrijlating in juni 2013 weer is opgepakt, omdat hij gemaakte afspraken schond.?De meeste mensen delen niet het artikel van NRC.nl (98 keer gedeeld op Facebook?en 31 op Twitter), maar het artikel op Telegraaf.nl: meer dan 3.500 keer op Facebook?en ongeveer 70 keer op Twitter. Vrijwel alle andere nieuwspartijen verwijzen naar
NRC Handelsblad als bron voor de woonplaats van de veroordeelde pedoseksueel?en voegen ook het nieuwsfeit over eerder geschonden afspraken toe aan hun eerste?nieuwsartikel. Vanaf zaterdag 16 februari besteden zij ook aandacht aan de protesten?in de wijk en de maatschappelijke discussie over het huisvesten van pedoseksuelen.?Ook in tv- en radio-uitzendingen neemt de huisvesting van Benno L. en de protesten?daartegen een prominente rol in. Niet alleen in nieuwsprogramma?s, maar ook in?praatprogramma?s als RTL Late Night en Pauw & Witteman is het onderwerp van
gesprek. Met name lokale nieuwssites (bijvoorbeeld Leidsch Dagblad en Leiden?Dichtbij) en Omroep West twitteren en publiceren veel over de kwestie.

BennoL3

Het aantal berichten op Twitter van De Telegraaf en haar journalisten groeit,?vooral vanaf het moment dat demonstraties worden aangekondigd. In totaal?verschijnen vanaf vrijdag 15 februari 2014, 37 nieuwsberichten en 36 tweets over?de demonstraties; de landelijke discussie over huisvesting van pedo?s; een poll op?19 februari waaruit, volgens De Telegraaf, blijkt dat ?de helft van de Leidenaren?bezorgd is?; het raadsbesluit van 21 februari dat Benno L. in Leiden mag blijven; en?de raadsvergadering op 27 februari waarin de burgemeester volledige steun van de
gemeenteraad krijgt voor zijn keuzes.

De berichten zijn op de eerste dag (15 februari) alleen opgebouwd met quotes van?burgemeester Lenferink. De dagen daarna komen ook de advocaat van Benno L., Han?Moraal van het Openbaar Ministerie, Sjef van Gennip van Reclassering Nederland en?andere experts aan het woord, alsook enkele demonstranten. Demonstranten spreken?hun klachten uit in een filmpje dat tijdens ??n van de demonstraties is opgenomen.?Voor de rest bevatten de berichten geen filmpjes, alleen quotes op schrift, veelal?afkomstig van andere media (NRC, ANP, Omroep Brabant en Radio 1). Met uitzondering?van enkele demonstranten, wordt niemand door De Telegraaf zelf ge?nterviewd.?De regionale zender Omroep West interviewt wel betrokkenen en bekijkt het nieuws?vanuit meerdere invalshoeken. Op 15 februari interviewt de omroep burgemeester?Lenferink. Hierin zegt hij dat hij het als zijn verantwoordelijkheid ziet om Benno L. te?huisvesten. Hij zegt rekening te houden met een heksenjacht: ?Dit is in Leiden al eens?eerder gebeurd, maar toen zijn er goede afspraken gemaakt met de politie en dat is?redelijk goed verlopen.? Ook verwacht hij dat justitie niet meer snel bij hem aanklopt?om nog een keer onderdak te verlenen. Verder bestaat het nieuws op Omroep West?ook uit de zorgen van Leidse politieke partijen. Op zaterdag 16 februari interviewt
Omroep West de advocaat van Benno L, Pieter van der Kruijs, die vertelt dat Benno L.??een bang vogeltje? is na de demonstraties van actievoerders. Ook geeft hij aan dat?deze situatie te gek voor woorden is en dat hij het liefst Benno L. naar zijn familie in?Duitsland ziet vertrekken. Van 16 tot en met maandag 18 februari domineren berichten?over demonstraties en onrust. Dit leidt op 18 februari tot een interview met de moeder?van een slachtoffertje van Benno L., die zich zorgen maakt over de enorme media aandacht.??Door de berichtgeving in de media wordt alles voor de getroffen kinderen?weer opgerakeld, en dat is schadelijk voor ze.? Op dinsdag 19 februari reageert een?omwonende actievoerster Monique van Hout in een interview dat slachtoffers van
seksueel misbruik levenslang hebben en daarom pedofielen niet zomaar mogen?terugkeren in de samenleving. Op de vraag van de verslaggever wat zij vindt van de?oproep van de moeder van het slachtoffer om Benno L. minder media-aandacht te?geven, zegt ze dat ?ze het begrijpt maar ook hoopt dat die moeder begrijpt dat dit echt?niet kan?. Op de vraag waar mensen als Benno L. dan wel moeten wonen, antwoordt?ze dat ?zulke mensen? opgenomen moeten worden in een instelling waar ze bewaakt?samen kunnen wonen: ?Dat doen we ook met andere mensen die een gevaar vormen?voor de samenleving, zoals verstandelijk gehandicapten?, aldus de actievoerster.

In de dagen voorafgaand aan 21 februari, de dag van de raadsvergadering waarin?burgemeester Lenferink zegt dat Benno L. definitief in Leiden blijft en de raad de?ingediende motie van wantrouwen door Leefbaar Leiden bespreekt, geeft Omroep?West geregeld een overzicht van wat er de dagen daarvoor allemaal is gebeurd. Op?20 februari publiceren zij net als De Telegraaf een artikel over de poll onder Leidenaren,?maar interpreteren de uitkomst anders: ?Benno L. bij helft van Leidenaren welkom?.?Na de bekendmaking op donderdag 21 februari dat Benno L. in Leiden mag blijven,?interviewt Omroep West burgemeester Lenferink, Han Moraal van het Openbaar?Ministerie en Sjef van Gennip van Reclassering Nederland. Allen geven aan blij te
zijn met dit besluit. Na 21 februari neemt de berichtgeving af. Wel meldt Omroep?West op 25 februari, vooruitlopend op de raadsvergadering op 27 februari, dat een?meerderheid van de Leidse Raad de burgemeester steunt. Het laatste verslag gaat over?de raadsvergadering van 27 februari, die burgemeester Lenferink volgens de omroep??glansrijk overleeft?.

2 Tijdblokken
Het gesprek op sociale media over de huisvesting van Benno L. is in te delen in vier?tijdblokken met elk een dominant thema:
>> 15 februari: de dag dat de nieuwe woonplaats van Benno L. bekend wordt
>> 16 t/m 19 februari: protest domineert; discussie met begripvollen komt op gang
>> 20 t/m 22 februari: begrip en onbegrip komen meer in balans
>> 23 februari t/m 2 maart: de fase waarin emotie afneemt en de aandacht verdampt.

BennoL4

15 februari – Benno L. woont in Leiden: ?Houd je kinderen binnen!?
Op zaterdagmorgen 15 februari bericht NRC Handelsblad rond 08.00 uur dat de?gemeente Leiden Benno L. voortaan huisvest. De eerste twee uur nadien volgen op?Twitter voornamelijk berichten die het nieuws verspreiden; emoties klinken nog weinig?door. Vanaf 10.00 uur neemt het aantal klachten toe. Deze zijn vaak geadresseerd?aan de gemeente Leiden en burgemeester Lenferink in het bijzonder. Meerdere?mensen vullen hun klacht aan met de oproep om kinderen binnen te houden. Rond?14.00 uur richten twee Leidenaren de openbare Facebookpagina ?BENNO L. moet weg
uit Leiden? op. Binnen een kwartier plaatst een persoon daar, in een reactie op een?bericht, het vermoedelijke huisadres van Benno L.: ?Hij woont op de Apollolaan op 4?hoog zeggen ze. […] Hoog genoeg om hem naar beneden te gooien.? Tientallen andere?doodsverwensingen volgen. Ook diskwalificeren velen burgemeester Lenferink, die het?belang van Benno L. boven dat van Leidse kinderen zou stellen. De Facebookpagina?ontvangt meer dan vijfduizend likes en er ontstaat een community van gelijkgestemden?met het statement van de pagina als bindende factor. Op Twitter klinken ook enkele?begripvolle reacties als ?hij moet toch ergens wonen?, maar klachten en onbegrip?domineren.

> Na bekendmaking van de woonplaats volgen waarschuwingen als: ?houd je?kinderen binnen?.
> Klachten over de huisvesting van Benno L. in Leiden en gebrek aan informatie voor?buurtbewoners.
> Oprichting Facebookpagina ?Benno L. moet weg uit Leiden?.
> Negen uur na bekendmaking van woonplaats volgt een eerste bericht over exacte?huisadres van Benno L.
> Meeste klachten en bedreigingen zijn zichtbaar op Facebookpagina en vooral gericht aan?Benno L. en burgemeester Lenferink.
> Op Twitter volgen meer berichten met begrip voor het besluit van burgemeester Lenferink:??hij moet toch ergens wonen? en ?goed dat we nu weten waar hij woont, dan kunnen we hem
in de gaten houden?.
> Eerste berichten over een demonstratie volgen een dag later (16 februari rond 20.00 uur).
> Daarna oproepen via Facebook en Twitter om aan te sluiten bij de demonstratie.

Wanneer landelijke en regionale media aan het begin van zaterdagmiddag (15 februari)?de quote van burgemeester Lenferink overnemen (?de opvang van pedoseksuelen is?een plicht voor burgemeesters?), zorgt dit voor een nieuwe stroom aan berichten. Het?nieuws verspreidt zich daardoor snel. Een andere ex-gedetineerde pedoseksueel,?Sytze van der V., reageert via zijn eigen Twitteraccount cynisch door te stellen dat?het statement van de burgemeester ?niet geldt als je Sytze heet?.?Vlak daarna volgen zowel op Facebook als Twitter klachten over het enkel informeren?van bewoners van de seniorenflat en niet van de buurtbewoners. Vanaf 21.00 uur?verschijnen op de opgerichte Facebookpagina en op Twitter berichten over een
demonstratie in Leiden. Aanleiding daarvoor is een artikel van Hart van Nederland?waarin wordt gemeld dat buurtbewoners een demonstratie voorbereiden. Vlak voor?middernacht plaatst iemand een reactie op de Facebookpagina ?Benno L. moet weg uit?Leiden? dat de protestactie de volgende dag (16 februari) om 14.00 uur begint.

16 t/m 19 februari – Discussie tussen actievoerders en begripvollen
De klachten over het niet of onvolledig informeren van de buurt en het onverantwoord?handelen van de gemeente Leiden herhalen zich de dagen na bekendmaking van?het nieuws. Een nieuwe klacht is dat veel mensen jarenlang moeten wachten op een?woning, ?terwijl Benno L. er zo ??n krijgt toegewezen?. Burgemeester Lenferink is?vaak het mikpunt van kritiek. Op 17 februari wordt zelfs een nieuwe Facebookpagina?opgericht met wederom een heldere titel: ?Lenferink moet opstappen?. Ook verschijnen?enkele andere Facebookpagina?s met vergelijkbare statements. De pagina ?BENNO L.?moet weg uit Leiden? is veruit de grootste. De meer dan vijfduizend likes komen vooral?uit de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar.3 Actievoerders gebruiken de pagina om protesten,
zoals demonstraties en petities, te organiseren. Wel heerst er onduidelijkheid over wie?de organisatoren van de demonstraties zijn. De oprichters van de pagina zeggen dat?zij dat in ieder geval niet zijn en vragen juist om begrip voor de oudere bewoners aan?de Apollolaan, die behoefte hebben aan rust. Overige details over aanvangstijden en?aantal aanwezigen bij het protest, zijn wel op de voet te volgen door de vele reacties?op Facebook en apart aangemaakte Facebookevents voor demonstraties, en door?verslaglegging door journalisten via Twitter. Dat actievoerders het vizier steeds meer?richten op burgemeester Lenferink blijkt onder andere uit reacties waarin zij stellen?dat Benno L. eigenlijk niet in Leiden wil wonen, maar bij zijn familie in Duitsland: ?Pak
de kern van het probleem aan want de grootste viespeuk in dit hele verhaal is onze?burgemeester Achter de rug?. Het beoogde resultaat van de protesten is het opstappen?van Lenferink en het wegsturen van Benno L.

> Groei aantal Facebookpagina?s dat statement afgeeft; pagina ?Benno L. moet weg uit?Leiden? wordt platform voor demonstraties en bedreigingen.
> Kritiek op handelen en communicatie door burgemeester Lenferink.
> Details van demonstraties en protesten in Leiden zijn te volgen via sociale media.
> Nieuw thema doet intrede: Duitsland als alternatief voor Benno L.
> Nieuwe groepen klinken door op sociale media: slachtoffers van seksueel misbruik,?landelijke politiek, reclassering en andere professionals.
> Discussie breidt zich uit – eerst in nieuwsartikelen, daarna op sociale media – naar wat te?doen bij huisvesting van pedoseksuelen in het algemeen.
> Groeiend begrip voor handelen van burgemeester en huisvesting Benno L. als reactie op?vele klachten.
> Groei aantal berichten over ?hersenloze figuren? en ?tokkies? na televisie-uitzendingen?(o.a. Pauw & Witteman) waarin actievoerders een podium krijgen.

Onder invloed van nieuwsartikelen en tv-reportages waarin experts en slachtoffers?van seksueel misbruik begrip tonen voor de keuze van burgemeester Lenferink,?groeit het aantal berichten met een tegengeluid. Dit verbreedt ook de discussie over?de re-integratie van veroordeelde pedofielen in de maatschappij. Wel domineren?de actievoerders tot 19 februari nog steeds het gesprek, maar de discussie tussen?zij die begrip tonen en de actievoerders komt op gang, ook al is het in de vorm van?wederzijdse kritiek. Actievoerders bekritiseren begripvollen met reacties als ?jij?hebt zeker geen kinderen? of ?laat hem aan jouw kind zitten dan?. In tegengestelde?richting klinken ook verwijten: ?niet willen huisvesten Benno L. is intolerant?gedrag? en ?niet willen nadenken over een nationaal probleem is een gebrek aan?verantwoordelijkheidsgevoel?. Bij Pauw & Witteman is advocaat Vlug te gast die in het?verleden meerdere pedoseksuelen juridisch heeft bijgestaan. Zijn uitspraak, dat er?voor Benno L. ook een onmenselijke situatie is ontstaan, wordt door actievoerders met?onbegrip ontvangen, onder andere op Facebook. Foto?s van de brieven die de gemeente
aan omwonenden heeft gestuurd, verschijnen eveneens als screenshot op Facebook?en Twitter.

Door de inmenging van meer begripvollen in het online gesprek ontstaat een?tegengeluid op de reacties van actievoerders. Het tegengeluid klinkt eerst alleen op?Twitter. Op de Facebookpagina?s zijn nog vooral reacties te lezen van mensen die zich?vereenzelvigen met het statement van de pagina, hoewel een enkeling een reactie?plaatst met een afwijzing van geuite bedreigingen. Doordat op Twitter meer begripvolle?reacties op het standpunt van de burgemeester Lenferink verschijnen, verbreedt het?online gesprek zich met de vraag wat de beste oplossing is voor de huisvesting van
vrijgekomen pedoseksuelen. Veel concrete oplossingen worden er niet aangedragen.??Hij moet toch ergens wonen? en ?Kinderarme buurten bestaan bijna niet? zijn de meest?genoemde argumenten.

Parallel aan de uitzendingen van Hart van Nederland, Nieuwsuur en Pauw & Witteman,?waarin de actievoerders aan het woord komen, vormt zich een derde groep mensen die?het denkvermogen en de beschaving van de actievoerders in twijfel trekt. Deze groep?lijkt zich daarna ook in de gesprekken op de Facebookpagina?s van actievoerders te?mengen.

20 t/m 22 februari: Onbegrip en begrip meer in balans
In de ochtend van 20 februari richt dominee Voorberg uit Amsterdam als reactie op?de vele bedreigingen en protesten een nieuwe Facebookpagina op; ?Benno L welkom?in onze straat?. Hij vraagt om likes van mensen die ondanks angstgevoelens na willen?denken over het huisvesten van pedoseksuelen in de eigen woonomgeving. De pagina?ontvangt binnen een dag meer dan duizend likes. Ook verspreidt het initiatief zich?via Twitter. Op de Facebookpagina?s van actievoerders verschijnen eveneens meer?berichten waarin de woede en wraakgevoelens van actievoerders worden afgewezen.?Benno L. is niet meer het dominante onderwerp van gesprek, maar aanleiding voor?een maatschappelijk debat. Velen diskwalificeren de protesten van actievoerders als??volkswoede?.

> Oprichting Facebookpagina ?Benno L. welkom in onze straat?.
> Meer tegengeluid op Facebookpagina?s actievoerende communities.
> Acties op sociale media tegen geweld en volkswoede bereiken ook Facebookpagina?s?actievoerders.
> Nog steeds woede met dezelfde voorgestelde oplossing van probleem: ?Lenferink en?Benno L. moeten weg!?.
> Klachten van actievoerders krijgen abstractere vorm: ?burgemeester luistert niet naar?de burger? en ?autoritaire overheid?.
> Complimenten voor moed van burgemeester Lenferink na beslissing dat Benno L. definitief?mag blijven.

Hoewel het aantal bedreigingen en klachten afneemt, blijven deze onderdeel van het?online gesprek. Ook dominee Voorberg ontvangt bedreigingen, waarbij zijn achtergrond?als dominee gelinkt wordt aan het kindermisbruik binnen de katholieke kerk. Zo?reageert iemand op zijn Facebookpagina: ?Valt wel weer op dat het een geloovig?mensch is die dit soort gelul in de wereld slingert, misschien omdat het misbruiken van?kinderen in de kerk een normaal iets is?? Ook wordt Voorberg zelf van pedofilie beticht.?Hoewel het aantal negatieve berichten nog steeds overheerst, raakt het sentiment voor?en tegen de huisvesting van Benno L. meer in balans.

Het raadsbesluit van vrijdag 21 februari dat Benno L. mag blijven, levert nieuwe klachten?en woede op. Vooral op Facebook reageren mensen geschokt en kondigen actievoerders?nieuwe demonstraties aan. Burgemeester Lenferink is nog steeds het mikpunt van?kritiek en bedreigingen. Zijn vertrek is de enige oplossing, aldus de actievoerders.?Wanneer op zaterdagochtend 22 februari het nieuws volgt dat kerkleden Benno L. gaan?begeleiden, ontstaat nieuw cynisme onder actievoerders: ?Soort zoekt soort?. Ook?kondigen zij aan dat ze blijven demonstreren totdat Benno L. weg is uit Leiden.

23 februari t/m 2 maart – Begripvollen nemen dominante positie op sociale?media over
Het online gesprek wordt na 23 februari vooral gevormd door het delen van?nieuwsartikelen. Vooral de uitspraak van staatssecretaris Teeven dat vijf gemeenten?het verzoek tot huisvesting van Benno L. afwezen, wordt breed verspreid. De?beslissing van burgemeester Lenferink om dat wel te doen, levert hem vooral op?Twitter complimenten op voor zijn moed. Ook wijden enkele mensen een blogpost?aan het handelen van Lenferink, waaruit waardering voor de burgemeester blijkt.

De emotie in de berichten op sociale media neemt af en ook op de Facebookpagina?s?van actievoerders neemt het aantal reacties per dag snel af. Hetzelfde geldt voor de?discussie tussen begripvollen en actievoerders. Het intrekken van de ingediende motie?van wantrouwen door Leefbaar Leiden levert een nieuwe piek in de Twitteractiviteit op.?Het nieuws luidt het einde in van de aandacht op sociale media voor de huisvesting van?Benno L. De kritiek neemt af, maar berichten waarin actievoerders zeggen overtuigd te?zijn, blijven uit.?De activiteit op opgerichte Facebookpagina?s neemt af. De discussie tussen?begripvollen en actievoerders neemt ook af. Vooral verspreiding van nieuwsberichten?zorgt voor activiteit op Twitter. De emotie in berichten minimaliseert.

3 Conclusies

1. Standpunt van personen bepaalde grotendeels wat gedeeld werd en wat niet
Toen de woonplaats van Benno L. openbaar werd, stelden meerdere mensen direct?de vraag wat dan het exacte adres was. Hoewel het zoekproces online niet zichtbaar?is, verscheen op Facebook na enkele uren het adres. Ook screenden veel mensen de?woonlocatie en uitten actievoerders klachten dat Benno L. te dicht in de buurt van?scholen en een zwembad zou wonen. Dezelfde informatiehonger is zichtbaar in de?vele retweets van nieuwsberichten waarin nieuwe nieuwsfeiten werden gedeeld.?Daarbij bleken mensen selectief in wat ze deelden. Nieuws en quotes die bij het eigen?standpunt aansloten, werden gedeeld, tegengeluiden niet.

2. Onbegrip lijkt te zijn gebaseerd op negatieve associaties in plaats van feiten
De reacties van mensen lijken te worden bepaald door associaties. Voor enkelen was?het feit dat een dominee om begrip voor Benno L. vroeg logisch, aangezien hij ?van de?kerk? is. Hiermee werd een associatie gelegd met het seksueel misbruik door leden?van de katholieke kerk, terwijl het in dit geval een protestantse dominee betrof die de?Facebookpagina oprichtte. Zo ook vinden anderen het logisch dat kerkleden Benno L.?wilden begeleiden, want ?soort zoekt soort?. Ook het feit dat de voormalig zwemleraar?in de buurt van een zwembad woont, werd gezien als een bedreiging. De associatie met?het zwembad, vergrootte de risicobeleving. Onder de ?cynische elitairen? was eenzelfde?associatieve reactie te zien. Zij verklaarden de woede van mensen uit hun eigen?beleving van een volkswijk; daar wonen mensen met een geringe intelligentie.

3. Facebookpagina?s vervulden rol als community-platform
Nog voordat het exacte woonadres van Benno L. online stond, ontving de?Facebookpagina ?Benno L. moet weg uit Leiden? vele likes. De pagina vervulde een?duidelijke functie in het afgeven van een statement; een like wordt door media?en Facebookgebruikers ge?nterpreteerd als een stem voor dat statement. De?Facebookpagina was tevens een adres voor het uiten van bedreigingen en er ging?een groot community-gevoel vanuit. Dat gevoel lijkt soms ook een sneeuwbaleffect?te hebben gehad. Door de openbaarheid van de pagina waren de sentimenten en?argumenten van actievoerders goed te volgen; hetzelfde geldt voor de organisatie van?demonstraties. Tegengeluiden waren niet welkom. Om een tegengeluid te laten klinken,?werden aparte pagina?s met een eigen statement in het leven geroepen. Terwijl de?kampen op Twitter met elkaar in discussie gingen, hadden ze op Facebook ieder hun?eigen platform. Berichten die tegen het statement van de Facebookpagina ingingen,?waren slechts sporadisch op de pagina zelf te lezen.

4. Dynamiek van sociale media erg afhankelijk van traditionele media
Omdat in traditionele media vaak als eerste de nieuwe nieuwsfeiten over Benno L.?verschenen, bepaalden deze grotendeels de dynamiek in gespreksthema?s op sociale?media. De mate van emotie die het nieuwe nieuws opriep, bepaalde het aantal?berichten. Voorbeelden zijn de bekendmaking van de nieuwe woonplaats van Benno?L., de diskwalificaties van actievoerders als ?tokkies? na de uitzending van Pauw &?Witteman en het raadsbesluit dat Benno L. in Leiden mocht blijven wonen. Aangezien?experts pas na een aantal dagen in nieuwsartikelen en nieuwsuitzendingen een
podium kregen, bleef hun invloed op sociale media ook lang uit.

5. Begrip en afkeuring van woede als reactie op klachten en bedreigingen
Op de dag van de bekendmaking van de woonlocatie waren klachten en onbegrip?dominant, maar de dagen daarna maakten deze plaats voor protest en bedreigingen.?De protesten en woede-uitingen waren vervolgens voor veel mensen aanleiding voor?een tegengeluid. Dit tegengeluid was enerzijds afkomstig van een groep die begrip en?complimenten uitte voor de handelswijze van de gemeente Leiden, en anderzijds een?groep die de actievoerders diskwalificeerde op basis van intelligentie en uitstraling. De?periode waarin het aantal berichten met begrip en complimenten toenam, volgde op?een periode waarin aan het adres van burgemeester Lenferink, Benno L. en dominee?Voorberg bedreigingen werden geuit. De woordkeuze en het tijdspad wijzen op een
correlatie tussen het moment dat experts in traditionele media aan het woord kwamen?en de toename van begrip. Veel argumenten van experts echoden na op sociale media.

6. Het vertrek van mensen werd als oplossing van probleem gezien
Actievoerders uitten kritiek en bedreigen richting Benno L., burgemeester Lenferink?en later ook dominee Voorberg. De kritiek had een duidelijk patroon, namelijk een?vertrek werd als (deel van) de oplossing gezien: Benno L. moest weg uit Leiden,?burgemeester Lenferink moest opstappen en dominee Voorberg moest wegblijven uit?de discussie. Tegenstanders weerlegden dat als een ?schijnoplossing? en verweten?de actievoerders hersenloosheid en interpreteren de oplossing als een gebrek aan?verantwoordelijkheidsgevoel.

7. Oproep verantwoordelijkheid te nemen werd gemakkelijk weerlegd
Het standpunt van burgemeester Lenferink dat gemeenten verantwoordelijkheid?moeten nemen bij de huisvesting van zedendelinquenten toetsten actievoerders aan?het verantwoordelijkheidsgevoel van Benno L. Tegenstanders verwierpen direct de?moralistische argumenten met het tegenargument dat Benno L. bij zijn daden ook geen?moreel besef of verantwoordelijkheid had getoond. Het legitimeerde het standpunt dat?hij zijn maatschappelijke rechten had verspeeld. Dat Benno L. zijn straf had uitgezeten?deed er niet toe. De veronderstelling dat velen die mening deelden, met de vele likes?van de Facebookpagina?s als bewijs, leek mensen het vertrouwen te geven om die?reactie ook daadwerkelijk op sociale media te uiten.

8. Eerst concrete klachten, daarna abstract protest
In de eerste dagen richtten de klachten van actievoerders zich specifiek op Benno L.?Zo werd zijn aanwezigheid ongewenst gevonden, was de woonlocatie ongeschikt en?handelde de burgemeester niet in het belang van kinderen. Vanaf 21 februari, toen het?besluit was genomen dat Benno L. in Leiden mocht blijven, klonken meer abstracte?klachten over het niet willen luisteren naar de burger zoals: ?Zie je dat ze niet naar het?volk luisteren ze hebben gewoon schijt aan ons? en ?tuurlijk mag die blijven, was of is?al een uitgemaakte zaak, of maak je denk fout dat hun ook maar een sec aan andere?mensen dachten??????? of dat ze serieus luisteren naar stom stemvee?? De kritiek werd?meer een uiting van de algehele malaise die mensen van ?de politiek? ervaren.

Sociale media veranderen het veiligheidsdomein

Boeksocialemediaveiligheidsdomein

Op 26 juni 2014 werd?het boek ‘Sociale media veranderen het veiligheidsdomein? gelanceerd. Tijdens de boekpresentatie hebben Roy Johannink, Arnout de Vries, Wouter Jong, Menno van Duin en?Jocko Rensen, allen deskundig op het gebied van sociale media, vanuit verschillende gezichtspunten de deelnemers een kijkje gegeven in de snel veranderende digitale wereld en ge?llustreerd?wat voor invloed dit heeft binnen het veiligheidsdomein

Met sociale media kunnen gebruikers online of mobiel informatie delen in een?sociale omgeving, waardoor een conversatie kan ontstaan. Het fenomeen sociale media heeft invloed op het veiligheidsdomein; wat en hoe wordt in dit handboek ‘?Sociale media veranderen het veiligheidsdomein’ beschreven.

Het handboek waaraan door diverse auteurs is meegewerkt, is een verdieping van de kennispublicatie van Infopunt Veiligheid (IFV) over Veilig omgaan met sociale media. In 11 hoofdstukken wordt verteld over de toekomstige en blijvende veranderingen van sociale media en wat de mogelijke invloed hiervan is binnen het veiligheidsdomein.
Aansluitend aan de boekpresentatie nam Jocko Rensen -??n van de co-auteurs, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid en nu wethouder van de gemeente Houten- afscheid.

1. Presentatie ?Roy Johannink (VDMMP): Toekomstontwikkelingen bepalend voor het veiligheidsdomein
2. Presentatie Arnout de Vries (TNO): The Good, the Bad & the Ugly. Impact van sociale media op handhaving & opsporing
3. Presentatie Wouter Jong (NGB): Hoe sociale media bijdragen aan de leercurve van crisis-Nederland
4. Presentatie Jocko Rensen (gemeente Houten, voormalig teamleider Infopunt Veiligheid): Hoe je kijkt, maakt wat je ziet!

Het handboek begint met een inleidend hoofdstuk waarin de drie kenmerken en twee functies van sociale media worden uitgelegd. De hoofdstukken twee tot en met vijf behandelen de vier fasen van gebruik van sociale media: luisteren, produceren, reageren en interacteren. Hoofdstuk zes en zeven gaan over het gebruik van sociale media als (crisis)communicatiekanaal en informatiebron.

De wijze waarop organisatieprocessen kunnen veranderen en medewerkers dienen (mee) te veranderen, komen aan de orde in respectievelijk hoofdstuk acht en negen. Hoofdstuk tien belicht vervolgens de juridische kanten van sociale media en agressie. Het handboek sluit af met de visie en blik van een aantal auteurs op de mogelijke invloed van ontwikkelingen van sociale media op het veiligheidsdomein.

Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven kennispublicaties van Infopunt Veiligheid over veilig omgaan met sociale media van 2011, 2012 en 2013. De focus in dit handboek ligt op de blijvende verandering van sociale media in het veiligheidsdomein.

Internetfraude neemt toe

Vorig jaar werden 450.000 mensen slachtoffer van internetfraude, een flinke stijging. Het aantal slachtoffers van skimming (bankpasfraude in de fysieke wereld) nam echter wel af. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Mensen werden vooral vaker slachtoffer bij het aankopen van spullen; goederen die werden besteld en betaald maar nooit werden geleverd. De toegenomen fraude hangt mogelijk samen met de groei van het aantal aankopen via internet. Slechts bij 1 op de 5 gevallen van koop- of verkoopfraude via internet is volgens het statistiekbureau vorig jaar aangifte gedaan bij de politie. Bij identiteitsfraude was dat aandeel met 13 procent nog lager.

Image

In 2013 gaf 3,3 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouders aan dat ze wel eens opgelicht zijn van het kopen of verkopen via internet. Dat komt neer op bijna 450.000 mensen. Ook het aantal slachtoffers van identiteitsfraude steeg echter naar zo’n 1,5 procent.

Wel wordt in bijna 90 procent van de fraude op internet melding gemaakt bij bijvoorbeeld de bank. Bij de politie wordt hiervoor in mindere mate aangeklopt.

Het aantal meldingen van internetfraude was in 1 jaar al verdrievoudigd. In 2013 hebben 28.000 Nederlanders bij de Fraudehelpdesk melding gemaakt van (een poging tot) internetoplichting. Het jaar ervoor (2012) waren dat 9.000 mensen.

Bronnen: CBS, ANP, Nu.nl, NOS, Volkskrant.

Digitalisering politiewerk

ipalogoOnderstaand artikel verscheen eerder in het magazine van?IPA-Nederland:

De digitalisering van de samenleving is een gegeven.?Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is?de opkomst en het gebruik van internet. Een groot?deel van de Nederlandse bevolking en van het Nederlandse?bedrijfsleven is actief op internet. Omdat?de politie als frontlinieorganisatie midden in de samenleving?staat, is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op het gebied van internet?en in te spelen op de kansen die internet biedt.?Aan alles merk je dat het ons als politie ernst is bij?te blijven en onze medewerkers zodanig toe te rusten,?dat ze de burger op een verantwoorde manier?kunnen helpen bij zaken die op de digitale snelweg?spelen. Verderop in het artikel zal ik ontwikkelingen benoemen, die ons daarbij helpen of moeten gaan?helpen.

Social media: het nieuwe dna
Dit is het boek dat Frank Smilda, kwartiermaker van?de Dienst Regionale lnformatie Organisatie van Noord-Nederland schreef met Arnout de Vries van TNO.?Social media zorgen voor een nieuwe revolutie in de opsporing,?zoals DNA dat dertig jaar geleden was. Maar?social media spelen hierin een dubbelrol. Net als DNA?is het een belangrijke informatiebron. Maar het is tevens?het nieuwe platform waarop de ‘digitale’ rechercheur?en de online Sherlock Holmes (samen) werken aan opsporing.?Social media democratiseren de opsporing en?maakt de rol van burgers hierin nog belangrijker. Dit vereist?een verandering van het ‘DNA’ van iedere agent, een?’gamechanger’ in alle facetten van het politiewerk.

ln ons personeelsblad 24/7 was al een artikel te lezen?over het “Speuren op Social Media”. Daarin konden?we lezen dat de korpsleiding heeft ingestemd met een?meerjarig programma dat als doel heeft het gebruik van?social media in te bedden in alle (operationele) politieprocessen.?Dit is een nobel streven, want we kunnen als?politie natuurlijk niet meer om de digitalisering van de?samenleving heen. ln alle politieprocessen speelt de digitalisering?een rol, of dat nu bij lntake, bij Handhaving?of bij Opsporing is. Martine Vis van de Eenheidsleiding?Rotterdam is landelijk verantwoordelijk voor de inbedding?van social media binnen de politie.

Het programma zelf geeft aan dat social media niet?meer weg te denken zijn uit onze maatschappij. Mensen?gebruiken social media om elkaar te betrekken, te?informeren en te be?nvloeden met in hun kielzog de reguliere media. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn:?voor bestuurders, politie, het Openbaar Ministerie, maar?ook voor de burger zelf. Recente voorbeelden zijn de?publieke verontwaardiging over de verdachten van uitgaansgeweld?in Eindhoven (camerabeelden) en een?ogenschijnlijk onschuldige Facebook-uitnodiging die?leidde tot grote ongeregeldheden in Haren (Project X).?Social media brengen nieuwe mogelijkheden met zich?mee, maar ook vele (bestuurlijke) dilemma’s en vragen.?Het proces lijkt soms ongrijpbaar en het is zelfs de vraag?of ‘grip krijgen’ ?berhaupt nog aan de orde is. Veel overheidsorganisaties?worstelen dan ook met de vraag hoe?men moet omgaan met een verschijnsel dat zo snel, invloedrijk?en schijnbaar stuurloos is.

Om de verbinding met de samenleving niet te verliezen,?moet de politie mee gaan in deze ontwikkeling. Social?media bieden de politie daarbij ook nieuwe mogelijkheden?verbinding te maken in de haarvaten van de maatschappij?met online gemeenschappen en individuele?burgers. Korlom, de komst van social media heeft een?nieuwe dimensie aan het politievak toegevoegd.?Het gebruik van sociale media in het politiewerk is een?steeds belangrijker rol gaan spelen. Onderzoek er naar?staat nog slechts in de kinderschoenen. Tegelijkertijd?kunnen we dus ook constateren dat er al veel in gang?is gezet en dat er talloze praktische toepassingen zijn?ontwikkeld. Belangrijk is het om deze initiatieven ook
met elkaar te delen. Ook hierbij kunnen sociale media?een nuttige rol spelen. Met de komst van sociale media?is een dimensie aan het politievak toegevoegd die niet?genegeerd kan en mag worden , maar waar tegelijkertijd?nog een wereld te winnen valt…

Als politie gebruiken we de social media steeds meer?als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de ‘z??r opvallende’?opmars van social media bij de politie afgelopen?jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook?de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen?hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keren
bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door?ons als politie tot een krachtig middel waarvan steeds?meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen?worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van?social media en het betrekken van burgers bij het politie?werk. We beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten?via eigen profielen op Faeebook en?Twitter. Daarnaast plaatsen we op YouTube bewakingsbeelden?van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen?naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie. Het jaar 20’13 liet zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld.

Ontwikkelingen

Buiten de sociale media moeten we?als politie ook op andere gebieden?binnen de digitale wereld thuis raken.?Vanaf 2008 tot 2013 werkte het Programma?Aanpak Cybercrime (PAC)?samen met de toenmalige regio’s die?op het gebied van digitalisering iets?wilden ontwikkelen. Een greep uit?wat er zoal is ontwikkeld en tot stand?gebracht volgt hier onder.

E-learning lntake

Aanleiding
De burger doet steeds meer aangifte?van cybercrime gerelateerde zaken?(zoals hacken, internetfraude, zedendelicten?via MSN).?Het eerste aanspreekpunt van de?burgers hierbij zijn de intakeorganisaties?en de callcenters.?Wanneer Service & lntake en de?Callcenters niet bekend zijn met?deze vormen van criminaliteit, niet?bekend zijn met de terminologie of?niet weten hoe de melding afgehandeld?dient te worden heeft dit twee?grote gevolgen:

  • De burger voelt zich niet geholpen?en blijft wellicht gedupeerd, een?volgende keer zal de burger dan?ook weinig vertrouwen hebben?om weer aangifte te komen doen.
  • Bepaalde (vormen van) criminaliteit?en strafbare feiten worden?niet aangepakt en blijven onopgemerkt.

Maar ook wanneer de melding?geen strafbaar feit betreft zal aan?de burger uitgelegd moeten worden?waarom dat zo is. Burgers en?bedrijven moeten met vragen of advies,?op het gebied van cybercrime?en cybersafety bij de politie terecht?kunnen.

ln een onderzoek van het Lectoraat?Cybersafety van de Noordelijke Hogeschool?in Leeuwarden in 2009?blijkt dat de kennis over computer-?en internetcriminaliteit op grote?schaal ontbreekt bij Service & lntake?eenheden en de Callcenters. Dit?is onwenselijk omdat zij het eerste?contact vormen met de burger (Politie en Cybercrime Intake en Eerste opvolging, Een onderzoek naar de intake van het werkaanbod cybercrime door de?politie – Lectoraat cybersafety, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, 20 maart 2009. Zie het volledige onderzoek onderaan dit blog).

Doelstelling

De doelstelling van dit project is om?alle (toekomstige) medewerkers lntake?en Service (baliemedewerkers,?medewerkers callcenter, etc.) op te?leiden en te voorzien van de kennis?en kunde op het gebied van cybercrime?die voor hun functie nodig is. Zodanig?dat ook het vertrouwen van de?burger en het bedrijfsleven groeien.?ln het district Noord- en Oost- Gelderland?is deze e-learning op grote?schaal aan de medewerkers aangeboden.

Handreiking lntake

De handreiking intake cybercrime,?”Alledaags Politiewerk in een gedigitaliseerde?omgeving” is een praktische?beschrijving van verschillende?facetten die van belang zijn?voor de intake van aangiften cybercrime?door de politie. lntakers van?de politie kunnen de handreiking?gebruiken wanneer zij een aangifte?cybercrime opnemen. De handreiking?richt zicht op algemene kennis.?Het is een informatief boekwerk?en niet normatief. Het boekwerk?geeft geen procedurebeschrijvingen,?schrijft dus niet voor volgens welke?stappen de intake moet verlopen.?De Handreiking is als boekwerk beschikbaar?binnen de Eenheden, maar?is ook te raadplegen op Politiekennisnet.

Open Bronnen

De training Gebruik Open Bronnen?via lnternet (GOBI) stimuleert het?gebruik van open bronnen en bevordert?kennis op het gebied van een?veilig gebruik van internet. Het is?gericht op het opdoen van ervaring?en delen van kennis van het zoeken?binnen open bronnen op internet.?Deze training is in opdracht van politie?Haaglanden en in samenwerking
met het Programma Aanpak Cybercrime?(PAC) ontwikkeld. Doel van de?training is medewerkers binnen alle?processen te faciliteren en te ondersteunen?in hun werk door ze, op?een veilige manier, gebruik te laten?maken van informatie uit open bronnen?op internet in de dagelijkse politiepraktijk.?Tijdens de projectfase in?Haaglanden heeft het project GOBI?geleid tot belangrijke successen.?Een van de successen is dat het gebruik?van informatie uit open bronnen?binnen de projectperiode aan?meer dan 460 zaken een positieve?bijdrage heeft geleverd.?De training is op dit moment beschikbaar?voor het hele land en zal?via het Programma Social Media?verder worden uitgerold.

Vijfdaagse / e-Iearning tactisch?rechercheurs
Vanaf 2009 tot 31 december 2012 is?het Programma Aanpak Cybercrime?actief met stimulering en organisatie?van een opleidingsaanbod voor de?algemene tactische recherche. Dit?aanbod bestaat uit twee trainingen,?namelijk

  • een 5daagse training via contactonderwijs,?die wordt verzorgd?door de Politieacademie en
  • een variant daarop die deels via elearning?plaatsvindt en wordt verzorgd?door de Deloitte Academy.

lnhoudelijk zijn de trainingen vrijwel?gelijk.

Het vijfdaagse trainingsprogramma ‘Digitalisering in de?Opsporingspraktijk’ van de Politieacademie komt voort?uit het Landelijk Project Digitaal Opsporen (LPDO) en is?sinds 2004 in uitvoering. ln opdracht van de Board Opsporing?heeft het PAC in 2008 de training ge?valueerd.?Daaruit bleek de behoefte van de korpsen aan een flexibele?opleidingsvariant. Als antwoord heeft het PAC in?opdracht van de Board Opsporing in 2009 een verkorte,?deels via e-learning te volgen, opleiding voor tactische?rechercheurs en leidinggevenden laten ontwikkelen.?Sinds 1 januari 2010 worden beide opleidingen aan de?korpsen aangeboden.

Compronet
ComProNet – het Community Protection Network – is?een high-tech sensor- en social mediaproject om sneller?hulp te bieden bij incidenten en te zorgen voor meer?heterdaadjes. Het gaat uit van actieve wederkerigheid?(tweerichtingsverkeer).?Binnen ComProNet werken burgers, particuliere en publieke?bedrijven, professionals, politie, brandweer, ambulance?en sensoren samen om criminaliteit terug te?dringen via de smartphone.?De politie is hierin een hulpverlener of ondersteuner en?daarmee nadrukkelijk (net als de burgers) onderdeel van?ComProNet. Hierdoor werken burgers en overheid samen?aan het veiliger maken van de maatschappij. Om?de burger goed te informeren en te betrekken maakt?ComProNet gebruik van slimme software om incidentmeldingen?en aanvullende informatie te ontvangen, te?verwerken en acties uit te zetten. Het systeem bekijkt de?inzetmogelijkheden van deelnemers in de buurt van een incident, die kunnen bijdragen aan de oplossing van het incident en faciliteert de onderlinge communicatie tussen de deelnemers aan een incident.

ComProNetpic

De pilots, die gehouden werden in Groningen, Assen en?op Schipholwaren een groot succes.?Eind 2012 draaide een ComProNet pilot in Assen. Via?de iPhone stonden ondernemers, politie, beveiliging en?gemeente zes weken lang in contact met elkaar, en het?werkte. Het aantal aanhoudingen en boetes steeg, het?gevoel van veiligheid ook. De politie was meestal zeer?snel ter plaatse, gewapend met de juiste informatie, tot?aan foto’s toe. 85% van de heterdaadjes is te danken?aan een burger.?ComProNet is de ideale tool om de opvolging door de?politie te versnellen en te verbeteren. Of ComProNet landelijk?wordt uitgerold is een beslissing die nog door de?nationale politie moet worden genomen. Het PAC heeft?de portefeuillehouder Digitalisering en Cybercrime verzocht?mogelijkheden te zoeken om de functionaliteit van?ComProNet verder te omtwikkelen.?Op dit moment doet de Nationale Politie er nog niets?mee, terwijl het in de uitvoering erg kan helpen heterdaadkracht?te verhogen. Het ligt “op de plank”.?Mochten er vragen bij jullie leven over hetgeen ik in dit?stuk heb uiteengezet dan kunnen jullie me altijd bellen.

Auteur: Bert Veltman,?Ambtelijk secretaris Hoofden Digitale Expertise

Misdaad voorspellen met Twitter

Sociale media zijn h?t middel van nu om foto?s, video?s, verhalen, gedachten en alles wat ons verder bezighoudt te delen met onze medemens. Of we die nu kennen of niet. Al die informatie kan ook voor allerlei andere doeleinden gebruikt worden. Als je in de reclamewereld werkt is alle informatie die vanuit de sociale media is te filteren goud waard. Ook voor de politie zijn sociale media waardevolle kanalen. Niet alleen om bewijsmateriaal bij elkaar te vergaren, maar ook om preventieboodschappen te verspreiden?om te voorkomen dat we slachtoffer worden.?Herman?plaatste op 19 april nog een?lezenswaardige tweet?over het voorkomen en bestrijden van criminaliteit met behulp van sociale media.

geo-afbeelding (Small) Lees verder

De wijk wapent zich met Facebook in een online “posse”

Een reeks?diefstallen en inbraken heeft de?gemeenschap in Waterfront de strijd doen aangaan. Dit keer online.

Terwijl de gemeenschap normaal kan rekenen op?continue?beveiligingspatrouilles en ook ‘off-duty’ politie die samen met burgers nog een oogje in het zeil houdt heeft de community van?6000 inwoners zich nu bewapend met social media. Men gebruikt nu onder andere Facebook om elkaar te waarschuwen.

“We helpen zo?bewoners beter te begrijpen hoe ze zichzelf kunnen beschermen, waar ze een oogje in het zeil moeten houden?en hopelijk hebben we allemaal een oogje op elkaar, zodat we al het mogelijke doen om te voorkomen dat dit soort dingen vaker gebeuren”, zegt Addy Kahele, senior community manager.

Bewoners op Waikele hebben hun eigen versie van de online posse en gebruiken ook e-mail waarschuwingen. “Het begon met 20 mensen”, zegt Malcolm Ching, general manager van de Waikele Community Association, “en nu sturen we het?naar 700 mensen.” Zelfs mensen in de aangrenzende gemeenschappen in Waipahu kunnen lid worden van de posse. “Iedereen kan lid worden van de club, want criminaliteit kan overal plaatsvinden,” zei Ching. “We werken samen met de bewoners in een buurtpreventie programma, en we hopen dat iedereen zal meedoen en actief?wordt,” zei Kahele.

De website van de Honolulu Politie biedt ook een Crime Mapping pagina. Kies een buurt en ontdek het soort misdrijf en de datum waarop het heeft plaatsgevonden. Ook kunnen bewoners?een e-mail alert krijgen.

Bronnen: Khon2, Facebook Waterfront posse,

 

Het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk

District Zuid van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland maakt gering en ongestructureerd gebruik van sociale media. Hierdoor laat het korps veel kansen liggen in de opsporing. Dat is de boodschap van bijgevoegd onderzoeksrapport van Rebacca van Someren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het gebruik van sociale media in de opsporingspraktijk van district Zuid en in de wensen en voorkeuren van de doelgroep, om zo een sociale mediastrategie te ontwikkelen voor district Zuid (onderdeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland). Naast het doen van uitvoerig deskresearch, zijn er interviews afgenomen met twee experts op het gebied van sociale media en politie en met zes politiekorpsen, waarvan vijf Nederlandse korpsen en ??n Brits korps. Daarnaast is er een panelgesprek gehouden onder vier doelgroepleden. Uit het panelgesprek is o.a. gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van het huidige sociale media gebruik onder buurtregisseurs en aan het actief onder de aandacht brengen van het sociale media gebruik van district Zuid onder burgers. Daarnaast gaven de panelleden aan dat zij graag een terugkoppeling ontvangen als zij participeren aan de opsporing. Uit de interviews is o.a. gebleken dat het van belang is dat district Zuid het gebruik van sociale media ten eerste intern in kaart brengt voordat er extern wordt gecommuniceerd. Verder is gebleken dat de best practices effectieve werkwijzen gebruiken in hun opsporingspraktijk en dat het belangrijk is om te anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van sociale media. Aan de hand van deze uitkomsten zijn er conclusies getrokken en is er een advies opgesteld. Dit advies bestaat uit een passende sociale mediastrategie voor district Zuid en concrete aanbevelingen voor de uitvoering ervan in de opsporingspraktijk. De aanbevelingen voor district Zuid bestaan uit de volgende vijf stappen. Deze stappen dienen in chronologische volgorde uitgevoerd te worden.

1. Inventariseren en structureren: Realiseer eenduidigheid binnen het korps wat betreft het gebruik van sociale media. Breng structuur aan in de Twitteraccounts van buurtregisseurs, zodat deze accounts voor burgers inzichtelijk en makkelijk vindbaar zijn.

2. Uitbreiden en intensiveren: Breid het gebruik van Twitter onder buurtregisseurs uit (elke wijk dient vertegenwoordigd te zijn door minstens ??n buurtregisseur) en maak frequenter gebruik van de drie essenti?le sociale media Twitter, YouTube en Facebook.

3. Strategie?n toepassen: Pas de vier manieren van burgerparticipatie effici?nt toe en maak tegelijkertijd gebruik van de mogelijkheid om (sociale) media te combineren en te verbinden. Houd burgers op de hoogte over wat er – naar aanleiding van een tip of melding – met een zaak is gebeurd.

4. Het gebruik ter kennis brengen: Breng het sociale media gebruik actief onder de aandacht van burgers d.m.v. een campagne of “??oude”?? media.

5. Anticiperen op ontwikkelingen: Leer van fouten en deel elkaars tips. Blijf op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van sociale media en pas werkwijzen voortdurend aan op ontwikkelingen, kennis en bekwaamheid.?

Bachelor thesis (2012) van Rebacca van Someren,?Hogeschool van Amsterdam, begeleiders Bas?Naber, Casper?Muller

 

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1