Categoriearchief: Uncategorized

112 bellen als Facebook eruit ligt?

911Toen Facebook in de VS even niet bereikbaar was,?belden?veel mensen bezorgd naar 112. In New York, Los Angeles en andere plaatsen was Facebook tijdelijk uitgevallen. Gebruikers twitterden daarover, hashtag #facebookdown of #FML erbij, en belden voor de zekerheid ook maar met de politie. Maar dan wel naar het noodnummer: 911. Er belden zo veel mensen dat sergeant Burton Brink van de Los Angeles County Sherrif Department zich genoodzaakt zag te twitteren dat Facebook geen zaak voor de politie was. ?Please don?t call us about it being down, we don?t know when FB will be back up!?

Als vitale infrastructuren uitvallen bellen mensen 911. Wat vitaal is, daar verschillen de meningen over. Zo belden mensen eerder 911 toen de televisie ermee ophield. En dat zie je ook terug op social media, daar stroomt het berichten als een traditioneel of modern mediakanaal eruit ligt. Het is niet vreemd dat er veel gebeld wordt. Amerikanen krijgen van jongs af veel te horen over het bekende telefoonnummer. Voorbeelden zijn er te over van grappige en onzinnige telefoontjes waarin mensen oprecht vinden dat ze in nood zitten.

Hoewel de politie niet verantwoordelijk is voor het functioneren van social media, moeten ze wel elke keer in de digitale pen kruipen om er wat van te zeggen en de 911 lijnen te ontlasten. Want social media is een krachtig en effectief middel, weten de meeste korpsen.?Facebook zelf twitterde alleen dat er hard gewerkt werd aan het oplossen van de storing.

Case: Max Schrems en de strijd om je eigen gegevens

In augustus 2014 deden zo’n 800 Nederlanders mee aan een?Europese strafzaak tegen Facebook.?Facebook mag nu zelfs je sms’jes lezen, want de kleine lettertjes van de Messenger-app geven Facebook ?toestemming om je ongezien af te luisteren en te begluren.?Max?Schrems weet uit ervaring hoe de procedures bij?Facebook werken?en eist voor elk van deze deelnemer 500 euro van Facebook, omdat het sociale netwerk de privacy van haar gebruikers zou schenden. Het totale aantal deelnemers staat nu al op meer dan 12 duizend. Wie is Max Schrems en waarom doen mensen dit? Lees er meer over in onderstaand blog.

De gebruikers zijn van die privacyschending niet altijd op de hoogte, zegt directeur Hans de Zwart van Bits of Freedom, dat zich inzet voor digitale privacy.? “Ik denk dat je niet altijd weet hoeveel data je met Facebook deelt zonder dat je het door hebt.”

Tracken door het hele web
De Zwart: “Een van de dingen waar Schrems aandacht aan wil besteden is het feit dat Facebook jou door het hele web?trackt, ook op pagina?s die niet van Facebook zijn. Als jij naar de website van The New York Times gaat, kan Facebook dat zien en je hebt niet per se door dat Facebook weet welke artikelen jij leest.??De directeur van Bits of Freedom denkt dat Facebook vooral ‘een soort winkelcentrum aan het worden is waarin je moet zoeken naar de posts van je vrienden’. ?Ik merk daarbij dat Facebook steeds meer kort door de bocht gaat als het gaat om Europese privacywetgeving. Daar houden ze zich niet altijd aan en dat moet wel gaan gebeuren.”

Deelname aan PRISM
De rechtszaak maakt dan ook een goede kans, is zijn inschatting. ?Omdat Facebook op een aantal punten echt niet voldoet aan de Europese wetgeving. Ze zijn een Europees bedrijf. Ze zijn gevestigd in Ierland. Alle Facebookgebruikers die niet uit de VS komen zijn klant in Ierland. En Facebook houdt zich bijvoorbeeld met de gebruikersvoorwaarden niet aan de wetgeving. Facebook doet mee aan het PRISM-programma van de NSA. Facebook lekt data aan derden via apps: allemaal manieren die niet kunnen.”

Waarom is het erg dat Facebook zoveel van je weet? Sebastiaan van der Lubben beschreef het aardig op zijn blog

Stel: je wordt verdacht van een ernstig misdrijf en opsporingsambtenaren leggen een link tussen daad en?dader?verdachte door gebruik te maken van sociale media. Mag dat? In Amerika is een debat ontstaan over deze zoekmethode. Een verdachte van ontvoering en moord werd herkent door gebruik te maken van profielen die hij aanmaakte op datingsites. Daarop veel foto?s vanuit verschillende hoeken van de dader. Slimme gezichtsherkenning (denk CSI) deed de rest. Dus kopte NextGov:?Feds turn to dating websites and facial recognition tools to catch crooks. Logisch: de zoekmethode gaat een stuk sneller dan het opsporen en overtuigen van (onwillige) getuigen om mee te werken aan het proces. De techniek doet de rest.

Gezichtsherkenning gaat sneller en beter dan vijf, zes jaar geleden. De technologie wordt goedkoper en het aantal foto?s op internet explodeert. Zoeken in online bestanden naar boefjes is een fluitje van een cent. En precies daartegen maken rechtsgeleerden, de?Federal Trade Commission?en het Congres grote bezwaren. De overheid krijgt zo wel heel veel macht om naast verdachten ook een referentiecheck te maken van iedereen in de (directe) omgeving.?Law enforcement goes 2.0?zou je kunnen zeggen, met alle juridische vraagstukken van dien.

Commerci?le bedrijven profileren gebruikers al op basis van data over hun internetgedrag. En dat gaat heel ver. Zo ervaarde Max Schrems, een Oostenrijkse rechtenstudent. Hij leunt op het resultaat van een simpele vraag aan Facebook. Mag ik van u alle persoonlijke gegevens die u van mij heeft opgeslagen? Facebook, officieel gevestigd in Dublin (Ierland) valt onder Europees privacywetgeving. En daarin staat het recht om te weten welke gegevens instanties of bedrijven van individuen opslaan of gebruiken. Het resultaat van Schrems vraag is overigens 1222 pagina?s. En dat is lang niet alles. Facebook houdt, naar eigen zeggen, gegevens achter.

maxschrems2main-420x0
Wie deze grote databestanden over individuen enerzijds combineert met de operationele vraagstukken van het?opsporingsapparaat?stuit al snel op lastige ?vraagstukken in het?recht. Hoogleraar ICT & Rechtstaat?Mireille Hildebrandt?(Radboud Universiteit Nijmegen) hield precies over over dit onderwerp haar oratie, eind vorig jaar. In een interview over die?oratie?[pdf]?stelde zij: ?Wie volledig doorrekenbaar is, kan volledig worden gemanipuleerd. de rechtsstaat bestaat om ons daartegen te beschermen. De burger moet greep krijgen op die onzichtbare doorzoekingen.? Zoals Schrems probeerde bij Facebook.

Haar standpunt is om ??n belangrijke reden relevant. Nu lijkt privacy vooral een?individuele?keus. Ik moet immers zelf weten of ik wil Facebooken, Twitteren, Flickren. Hildebrandt stelt echter dat de (rechts)staat daarin ??k een taak heeft. Zeker als zo ongecontroleerd en ondoorzichtig van die gegevens gebruik kan worden gemaakt. De taak en rol van de staat als behoeder van individuele rechten dreigt nog wel eens onder te sneeuwen in het debat over privacy op internet. En zij zwengelt dat terecht aan. Mocht je twijfelen over het nut en de noodzaak van dat debat, kijk dan even naar het?filmpje?van Max Schrems.

Als “het recht om vergeten te worden” je niet gegund wordt, kun je onderstaande in ieder geval zelf nog doen [infographic]:

Bronnen: Blog Sebastiaan van der Lubben, BNR, Joop.nl

Grooming: 12 is het nieuwe 16 en vaker dan je denkt

Foto Grooming_240Kinderen worden regelmatig seksueel benaderd.?Tijdens een onderzoeksproject voor een van onze opdrachtgevers loggen we in op Habbo-hotel. Tot onze verbazing worden we al snel meerdere keren benaderd met seksueel getinte opmerkingen. Die laten weinig aan de verbeelding over. Daar schrik je van. En het is verontrustend. Vooral omdat dit sociale platform zich richten op kinderen. Hier schuilt het gevaar van grooming.

De seksueel getinte opmerkingen die de avatars van Carlijn Broekman en haar collega?s krijgen, zijn aanleiding voor een nieuw verkennend onderzoek op Habbo-hotel naar de problematiek van grooming: digitaal kinderlokken. ?We maken verschillende avatars aan van meisjes van 13 jaar. Verspreid over meerdere dagen en dagdelen zijn we online. Onze avatars staan stil, in de lobby van het digitale hotel. Ondanks dit passieve gedrag worden we in 7 uur tijd maar liefst 60 keer benaderd! Onze avatars krijgen de vraag of ze willen zoenen, handelingen willen verrichten en hun telefoonnummer willen geven. Reageren we ??n keer, dan wordt er stevig op aangestuurd dat we ons voor de webcam uitkleden. Pijnlijk! De ??n-op-??n-gesprekken worden nauwelijks gecontroleerd. Wel vindt automatische censurering van verboden woorden plaats. Maar die is makkelijk te omzeilen. Als je ziet wat kinderen tussen de 13 en 17 jaar over zich heen krijgen op dit sociale platform… Dit kunnen we toch niet accepteren?!?

12?is het nieuwe 16
?Het is lastig te achterhalen wie zich verschuilt achter een avatar. Is het een kind dat experimenteert en grensoverschrijdend gedrag vertoont? Of gaat het om een volwassene, een pedofiel? Onze verkenning biedt zicht op de vele risico?s die kinderen op internet lopen. Ook laat het zien dat een vertaalslag van gangbare normen en waarden naar het digitale domein achterblijft. Wat we tegenkomen op Habbo-hotel, gebeurt ook op andere sociale platformen. En dit probleem zal naar mijn verwachting alleen maar groter worden. Want steeds meer kinderen maken op jonge leeftijd gebruik van sociale platformen, terwijl ze de gevolgen van hun gedrag nog niet goed kunnen inschatten. In dat kader geldt: 12 is het nieuwe 16. Experimenteergedrag dat bij jongeren van 16 hoort, wordt nu al door kinderen van 12 gedaan, met bijbehorend cognitief vermogen. Daarbij maken ze gebruik van alle mogelijkheden die het internet hen biedt. Met alle risico?s van dien. Want dit gedrag past cognitief nog niet bij een twaalfjarige.

Onbedoeld onveilig

?Pesten en kinderlokken zijn bekende problemen uit de fysieke wereld. Nu vinden ze plaats in een online context die nog relatief nieuw is. In deze omgeving ontbreken gemeenschappelijke normen en waarden. Daarom vind ik het belangrijk dat dit thema op de maatschappelijke agenda komt. En dat er gediscussieerd wordt over hoe we als samenleving met dit fenomeen omgaan. Willen we grenzen stellen, normen en waarden online doorvoeren, toezicht houden en handhaven? Want kinderen stellen zich onbedoeld bloot aan ongewenst en onveilig gedrag, zoals ons onderzoek laat zien. De vraag is welke interventies nodig zijn en hoe je ze effectief maakt. Neem de verschillende lespakketten die als interventie in omloop zijn. Een framework helpt om ze te toetsen op kwaliteit. Over de ontwikkeling daarvan zijn we in gesprek met een aantal belangrijke maatschappelijke stakeholders. Een andere interventie is digigeren: een digitale reactie op onveilig of grensoverschrijdend gedrag van jongeren.?

?Het is een nieuwe methode om online gedrag positief te be?nvloeden. Motiveren, demotiveren, de-escaleren of interveni?ren zijn belangrijke elementen. En daarnaast het verbeteren van de informatiepositie, bijvoorbeeld van de politie. Het gaat om w?e w?t zegt en op welke manier. De inhoud en de afzender van de boodschap moeten daarom met zorg vastgesteld worden. Bij interventies gaan gedragsleer en techniek hand in hand. Techniek stelt ons bijvoorbeeld in staat iemands leeftijd te schatten op basis van zijn chatgesprekken. Dit kan benut worden om ongewenst contact te voorkomen. Een andere mogelijkheid is een avatar te gebruiken die kinderen onverwachts onderwijst als zij persoonlijke informatie met hem delen. Bijvoorbeeld door hen de gevolgen van hun gedrag te laten zien. De techniek kan ons zesde zintuig zijn voor online gevaren. Maar mentale bewustwording, gevaren signaleren en vermijden blijven onverminderd belangrijk als oplossingsrichting.?

Hieronder nog een voorlichtingsfilmpje van de NCRV:

Bronnen: TNO, Nederlands Dagblad

Overheidsdienstverlening verbeteren met Big Data

waakzaamHet onderwerp Big Data is actueel. Big Data kan worden benut om verschillende doelen te bereiken, zoals informatie transparant en bruikbaar maken, ondersteunen bij het nemen van beslissingen, scherper segmenteren en bij product- en dienstinnovaties. Daarbij lijken we momenteel midden in een proces te zitten waarin een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen een overheid die de burger versterkt en ondersteunt door middel van Big Data en bijbehorende maatschappelijke grenzen.?

In onderstaande?verkenning staan 6 bestaande Big Data concepten beschreven, die direct danwel indirect kunnen bijdragen aan een betere dienstverlening naar burgers toe (Profiling, Predictive analytics, Social media monitoring, Omnichannel klantcontact, Semantisch web, Process mining). Voor deze verkenning zijn inspirerende voorbeelden uit het bedrijfsleven en bij gemeenten gebruikt en (ervarings)deskundigen komen hierbij aan het woord. Tevens zijn afwegingen beschreven op maatschappelijk, organisatorisch en technisch gebied.

Ook interessant om na te lezen is het ebook van het Big Data congres voor en van de overheid:

Sherlock Holmes: Elementary

Sherlock Holmes is bekend vanwege zijn ongekende intelligentie en oog voor detail. Deze burgerrechercheur kende een scala aan bijzondere interesses en loste met zijn goede vriend Dr. Watson een hele reeks gecompliceerde zaken op. De kunst van het deduceren, of reduceren van mogelijkheden, is zijn handelsmerk geworden. Geen enkel boekenpersonage is zo vaak in een film of een tv-serie opgedoken. De teller stond 3 jaar geleden op 254 producties, maar daar zijn inmiddels enkele tientallen bijgekomen. Rond de 80 acteurs, van diverse nationaliteiten (zelfs uit Rusland), hebben de rol ge?nterpreteerd.

mrHolmes

In de meest recente film over de Britse detective wordt de eigenzinnige eenling Sherlock Holmes als een hoogbejaarde, enigszins dementerende 93-jarige neergezet.?Het is een nieuwe visie op een onuitputtelijk romanpersonage. Met Sherlock Holmes kun je alle kanten op. De creatie van Sir Arthur Conan Doyle is door zijn mysterieuze karakter een dankbaar object voor schrijvers en filmmakers.?,,Hij is nog nooit zo kwetsbaar voorgesteld”, zegt vertolker Sir Ian McKellen in Berlijn, waar Mr. Holmes in wereldpremi?re ging. ,,Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders dan in andere films. Wij stellen Sherlock voor als een man die wel degelijk kan liefhebben. Ook kampt hij met zijn geheugen.”Hij zit vol met twijfel en is emotioneel heel anders’

sherlockology

Met deze aanpak wijken de makers van Mr. Holmes af van de recente interpretaties van de geniale speurneus die voor acteurs een dankbare kluif is. Een imposante reeks vertolkers hebben zich op hem gestort: Basil Rathbone (een van de eersten), Jeremy Brett (die hem het vaakst in een televisieserie heeft gespeeld), Benedict Cumberbatch (die doorbrak met een eigentijdse BBCserie) en Robert Downey jr. (die binnenkort aan zijn derde speelfilm als Holmes begint).

holmes1

Of de serie Elementary waarin Holmes ook modernere zaken op moest lossen, zoals een ogenschijnlijk onschuldige melkfles in de koelkast wat later een in chemicalien opgelost 3D geprint pistool bleek te zijn. Ook gebruikt hij zeer vaak zijn iPhone in de serie als hij op onderzoek uitgaat.

Elementary_S3_SI_lelementary-video

Waarom is Sherlock Holmes zo aantrekkelijk als filmster?

Daar is zelfs een serieuze studie aan gewijd.?Professor Robert Thompson van Syracuse University heeft zich in de materie verdiept. ,,Sherlock Holmes is voor iedereen op de wereld heel herkenbaar. De kijker weet meteen wie hij is, wat hij kan en wat zijn maatstaven zijn. Toch kunnen de bewerkers zich helemaal op hem uitleven.?Zij hoeven zich niet te houden aan de creatie van Conan Doyle. Holmes is een soort kapstokwaaraan iedereen zijn eigen kleren kan ophangen.
Hij is telkens dezelfde, maar toch ook weer niet.”

Het verhaal bevat meestal onderstaande volgorde en elementen:

3750

3750 (1)

3750 (2)

3750 (3)

3750 (4)

3750 (5)

3750 (6)

3750 (7)

3750 (8)

3750 (9)

3750 (10)

3750 (11)

3750 (12)

3750 (13)

3750 (14)

3750 (15)

3750 (16)

Bronnen: The Guardian

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kracht van bloggen: verhalen van een politieagent

verhalen

Piet Kats, Brigadier noodhulp Politie eenheid Rotterdam, motorrijder en ANPR verkeersco?rdinator heeft al een paar jaar een succesvol blog waarop hij politieverhalen deelt met de wereld. Hij deelt?op een indringende wijze wat politiewerk is vanuit zijn eigen ervaringen en waarom het soms heel bijzonder werk is. Ook schuwt hij niet om in te gaan op de lastige aspecten van het politiewerk waarin hij soms?met asociale burgers moet omgaan die het werk moeilijk maken. Voor Piet is het?bijzondere en leerzame ontwikkeling geweest om deze verhalen te delen. Zo ontdekte hij na een blogpost?waarin hij het hufterige gedrag van weggebruikers maatschappelijk aan de orde wilde stellen. Als motorrijder begeleidde hij langs een file een vader en een moeder naar hun stervende kind. photoPiet vertelt: “Wat ik onderweg meemaakte, was ongekend. Dat heb ik opgeschreven in mijn blog. Het leidde tot duizenden hits. De dag na mijn blog stond de telefoon roodgloeiend en kon ik zowat in ieder TV programma komen opdraven. Mijn blog waarin ik een professioneel dilemma met mensen deelde, had kennelijk een gevoelige snaar geraakt en een discussie op gang gebracht”.

Piet deelt zijn blog?ervaringen graag met collega?s en laat zie hoe de ?kracht van bloggen? kan bijdragen aan de essentie van politiewerk.

Er zijn ook andere collega’s?van Piet die als blogschrijver hun verhalen met de wereld delen, waarvan sommige blogitems gebundeld ook op politie.nl/blogs staan.

blogger-3-hugo-roossink-met-hond

Hugo Roossink (44)?werkt als brigadier in Noord-Nederland, district Fryslan. Al 22 jaar in ’t blauw en sinds 2001?commandant Mobiele Eenheid (ME)?hondenbrigade, surveillance-hondengeleider?en?informatiemanager en co?rdinator bij de Veiligheidsregio Fryslan. Hugo: ‘In de jaren dat ik dienst draai, heb ik genoeg meegemaakt. Omdat je in een tweet maar 140 leestekens kwijt kunt en ik toch inzichtelijk wil maken dat ons werk zoveel meer is dan alleen bonnen schrijven, ben ik blogs gaan schrijven.?De verhalen van de straat.’

In zijn blog vertelt hondengeleider Hugo Roossink bijvoorbeeld over een groep studenten van verschillende nationaliteiten die met elkaar op de vuist gaat omdat de Chinese maaltijd niet beviel. Lees meer verhalen op het blog van Hugo Roossink

photoOok?Han Tummers?schrijft verhalen over wat hij?tijdens zijn politiediensten op straat meemaak, samen met mijn collega’s. Hij vertelt: “Meestal leveren zijn verhalen geen problemen op. Soms, gevoelsmatig wel en dan laat ik dit achterwege uit pi?teit met de nabestaanden, slachtoffers of de impact van de gebeurtenis”.?

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal “Komt een vrouw aan het bureau“…

anita-tejero-goedAnita Tejero Loijens (48 jaar) werkt sinds?2005?bij de politie?regio Zeeland-West-Brabant, district Breda als medewerker Intake & Service. Ze is het eerste aanspreekpunt voor?burgers die met de politie in contact willen komen. Dit contact kan persoonlijk zijn maar er is?ook interactie?via?telefoon, e-mail of?webcam. Anita bemant de balie,?beantwoordt gesprekken via het landelijke telefoonnummer 0900-8844 en neemt?aangiftes op.

Anita: ‘Kort gezegd is mijn werk?”burgers te woord staan”. Het is echter veel meer dan dat. Wij moeten van veel zaken kennis hebben, zowel in de breedte als in de diepte en binnen en buiten de politie, om?burgers te kunnen helpen. Geen dienst is hetzelfde en daardoor blijft?het werk?een mooie uitdaging. Ook binnen het?politiebureau maken we veel mee. Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn werk en al mijn ervaringen. Misschien dat ik dat ooit nog ga doen maar voorlopig blijft het bij het schrijven van blogs‘.

dirk-jan-grootenboer Dirk-Jan Grootenboer is 34 jaar en werkt als hoofdagent bij de noodhulp in Dordrecht en omstreken. Dirk-Jan: ‘Tussen de 112-meldingen door ben ik dichtbij de burger dankzij het gebruik van social media. Op die manier wil ik laten?zien hoe mooi en uitdagend het politievak kan zijn’.

Lees meer van zijn verhalen op?zijn eigen blog.

 

blogger-arthur-van-der-vliesArthur van der Vlies (46) is voormalig politieman met 21 jaar ervaring. Hij werkte bij de surveillancedienst,?bereden brigade en was buurtagent en lid van het bedrijfsopvangteam.?Nu geeft hij lezingen en advies over de impact van het politiewerk en schrijft voor?www.reflectieinblauw.nl. Verder?geeft hij advies aan leidinggevenden binnen de politie en is hij?gesprekspartner voor diverse politie-eenheden.?Arthur: ?Ik schrijf blogs en verhalen omdat ik aan burgers en collega?s wil laten zien dat politiemensen in hun werk veel dingen meemaken. Veel leuke dingen maar ze komen ook regelmatig?voor dilemma?s te staan. Dilemma?s waar velen niet of nooit over na hoeven te denken. Mijn motto is: politiewerk blijft mensenwerk’.

Lees bijvoorbeeld over zijn ervaring?als?jonge ruiter?bij zijn?eerste voetbaldienst bij de Kuip.

andre-besemsAndr? Besems (53)?werkt als brigadier/wijkagent in Barendrecht, eenheid Rotterdam. 25 jaar in de noodhulp, vier jaar bij de recherche en nu al enkele jaren als wijkagent met een sociale insteek.
‘Op mijn?eerste verhaal kwamen zulke leuke reacties dat ik besloot verder te gaan met schrijven. Daarna zijn mijn verhalen in boekvorm uitgegeven. Mijn doel is de lezer midden in het verhaal te laten staan en te laten zien dat politiewerk veel meer is dan het uitschrijven van een bekeuring’.

Lees bijvoorbeeld zijn verhaal?over zijn ervaringen op afgelopen koningsdag.

kevin-van-de-breeKevin van Bree is 35 jaar en werkt als brigadier bij de politie in Delfshaven. Hij vervulde de afgelopen?veertien jaar diverse blauwe functies binnen de eenheid Rotterdam.?Kevin: ‘Ik ben al een paar jaar?ambassadeur voor de politie en vertel mijn verhalen om te laten beleven dat het werk meer is dan wat zichtbaar is. Daar gebruik ik nu sociale media voor zoals Twitter en Facebook. Een aantal van mijn belevenissen heb ik opgeschreven; dat zijn mijn blogs.’ Lees een stuk van hem over zijn?rol als brenger van slecht nieuws en hoe die nooit went.

De blogs zijn te lezen op politie.nl/blogs, maar ook op hun eigen blogsites. En een verzamelplaats voor verhalen van hulpverleners, en gastpublicaties op diverse sites als geweldtegenpolitie. ?Bovenstaand overzicht is verre van volledig, want er zijn gelukkig nog meer bloggende agenten en hopelijk zullen er nog vele volgen om alle facetten van het politievak te delen met het publiek.

Aardbevingsmonitor: slimme analyse van tweets zorgt voor snelle alertering en beeldvorming

Inwoners van de provincie Groningen helpen actief mee om hulpdiensten en ?andere partners binnen Veiligheidsregio Groningen te attenderen op aardbevingen. Door slim gebruik te maken van wat mensen toch al doen, twitteren, wordt de buitenwereld binnengehaald en is het mogelijk om snel in actie te komen. Een geautomatiseerd systeem speurt 24 uur per dag naar tweets van Groningers die een aardbeving hebben gevoeld. Bij een toename van het aantal relevante tweets stuurt het systeem een automatische melding, waardoor hulpdiensten en andere betrokken organisaties snel op de hoogte zijn van een aardbeving. En dus in staat om snel te handelen als dat nodig is. Veiligheidsregio Groningen ?nam de aardbevingsmonitor in 2013 als pilot in gebruik en staat nu op het punt om op dezelfde manier ook andere incidenten te monitoren.

Aardbevingen
In het Groninger project komen verschillende ontwikkelingen samen. Om te beginnen vinden in de provincie Groningen als gevolg van de gaswinning meer en zwaardere aardbevingen plaats. Daarnaast is het delen van informatie voor veel mensen een soort tweede natuur geworden. Informatie is veel sneller beschikbaar dan voorheen. De ervaring leert dat veel inwoners direct na een aardbeving berichten op Twitter plaatsen. Het systeem Twitcident scant Twitter op berichten over aardbevingen en bij een piek in de berichtgeving ontvangen verschillende partijen een alertingsbericht. ?Ook de burgemeester van Loppersum ontvangt een sms-bericht. Door de tweets vervolgens te analyseren kan er een hele snelle beeldvorming plaatsvinden en kunnen de juiste acties worden ontplooid. Inwoners leveren hier door te twitteren een concrete bijdrage aan. In de infographic onder aan deze pagina is goed te zien hoe dat werkt.
Snelheid
Een kenmerk van aardbevingen is dat ze zich op de traditionele manier niet snel laten vaststellen. Er zit altijd wat tijd tussen de aardbeving en de bevestiging van het KNMI over de zwaarte. Niet elke voelbare beving leidt tot een telefonische melding, terwijl de hulpdiensten wel behoefte hebben aan informatie. Daarnaast is het bepalen van het betrokken gebied en de effecten van een beving voor de hulpdiensten een lastig en tijdrovend karwei.
De aardbevingsmonitor verkort de ?ontdekkingstijd? enorm. De monitor ? maar dus eigenlijk de inwoners van de regio – helpt de betrokken organisaties snel een beeld te vormen over de zwaarte van de beving, de locatie ?n de gevolgen daarvan. De hulpverlening kan daardoor sneller op gang komen. Daarnaast kan meteen heel gericht informatie worden verstrekt aan de inwoners van het gebied over wat er is gebeurd en wat ze moeten doen. De burgemeester kan snel duiding geven en zo de zelfredzaamheid van de inwoners vergroten.
Het mooie van dit project is dat de burger met zijn tweets direct bijdraagt aan de beeldvorming van de hulpdiensten. Veiligheidsregio Groningen is dus goed op weg naar ?burger intelligence?. Oftewel: de informatie die in de buitenwereld via burgers beschikbaar is, heel snel bruikbaar en toepasbaar te maken voor de eigen organisatie.
Infographic_Aardbevingsmonitor
Wie kunnen worden gealarmeerd?
  • Medewerkers van:
    • Brandweer
    • Politie
    • GHOR
    • Gemeenten
    • Waterschappen
    • Defensie
    • Openbaar Ministerie
    • Provincie
  • Meldkamer Noord-Nederland
  • Dienstdoende voorlichters van brandweer en politie
  • Medewerkers van de Nederlandse Aardolie Maatschappij
Toekomst
De pilot aardbevingsmonitor draait sinds oktober vorig jaar. Vanaf dat moment heeft het systeem elke voelbare aardbeving opgepikt en een bericht verstuurd naar de betrokken partijen. ?Sinds 1 mei jl. werkt Veiligheidsregio Groningen een half jaar lang aan de verbreding van de pilot zodat de monitor ook ingezet kan worden voor andere incidenten zoals brand, hoog water, gaslekken of incidenten met gevaarlijke stoffen.
Meer weten? (zie ook hieronder)
Infographic over de werking van Twitcident en de toekomstplannen
Animatie?over de functie van Twitcident tijdens een aardbeving

Veiligheidsregio Groningen – Loppersum from Joost Drijver on Vimeo.

?Achtergrondartikel Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing december 2013

Je kunt nu stemmen voor dit mooie initiatief:?Don Berghuijs Award 2014
Wil je meer informatie over het project, neem dan contact op met Hans Coenraads?of?Johan Haasjes

Veiligheidsregio Groningen – Loppersum from Joost Drijver on Vimeo.

Crowdfunding en criminelen

wanted

Onlangs was te lezen dat Nederlandse jihadi’s grijpen naar het middel van crowdfunding om geld bijeen te krijgen voor juridische bijstand van gevangen genomen ‘broeders’. Sympathisanten werden op sociale media opgeroepen geld te storten voor ‘onze gedetineerden’. Het Openbaar Ministerie doet inmiddels strafrechtelijk onderzoek naar ‘enkele tientallen’ Nederlandse jihadisten, ronselaars en anderen die betrokken zijn bij de gewapende strijd in het buitenland.

Crowdfunding wordt voor steeds meer zaken ingezet. Dus?ook voor criminele of zelfs terroristische doeleinden. Het aantal?vormen van crowdfunding door en voor criminelen?neemt toe. Soms worden social media als Facebook gebruikt om iemands borgsom te betalen of zelfs een moordstraf?af te kopen, en soms wordt geld ingezameld om juist de moord te plegen. Geld speelt een cruciale rol bij de financiering van allerlei misdaadvormen en Bitcoins?speelt hierin als nieuw betaalmiddel ook een steeds grotere rol. Criminelen vinden steeds meer creatievere manieren om geld in te zamelen uit een anonieme geldschietende crowd. ?In dit blog enkele vormen zoals die de afgelopen tijd in de media naar voren?zijn gekomen:

Crowdfunding voor hitmen

Sander Duivestein schreef al eerder op Frankwatching over de marktplaats genaamd Assassination Market. Op deze site?meld je een slachtoffer aan voor een dodenlijst (een soort?dead pool). Je vult de naam van de kandidaat in en voorziet deze van een kleine bio. Vervolgens bepalen bezoekers gezamenlijk de prijs van het slachtoffer, door anoniem in?Bitcoins?te doneren. De uiteindelijke moordenaar krijgt de pot wanneer hij bewijsmateriaal kan aanleveren. Dit bewijsmateriaal is de datum waarop de moord heeft plaatsgevonden. De moordenaar moet deze datum voordat de moord plaatsvindt, versleuteld in een Bitcoin, opsturen naar de website.

Strafbaar is het natuurlijk.?Zo heeft een rechtbank in Lausanne (Zwitserland) in hoger beroep een man tot vijf jaar celstraf?veroordeeld?die op Facebook een huurmoordenaar zocht voor zijn aanstaande ex. De man bood 20 duizend frank, omgerekend ruim 16 mille in euro?s. De huurmoordenaar die hij al chattend vond, vertelde het echter aan de vrouw. Volgens de rechtbank wilde de man geen alimentatie betalen omdat zijn nieuwe vlam zwanger was.

De Assassination Market maakt onderdeel uit van het ?deep web? aka ?dark web?, het ?onzichtbare? deel van internet, waarvan de internetpagina?s niet door zoekmachines als Google worden ge?ndexeerd. Kuwabatake Sanjuro (uiteraard een pseudoniem), de maker van de site, heeft ervoor gezorgd dat de site draait met behulp van het anonieme netwerk Tor. Hetgeen ervoor zorgt dat hij niet te traceren is. Ook de gebruikers van de website zijn zodoende niet te achterhalen. Via het Tor-netwerk zijn?meerdere soortgelijke initiatieven?te achterhalen. Voorbeelden zijn Unfriendly Solution en C?thulhu Resume, die jouw probleem in het graf stoppen of het Hitman Network, die iedereen vermoorden behalve kinderen onder de 10 jaar en bekende politici.

Assassination market

Sanjuro hoopt met zijn website alle overheden ter wereld te vernietigen. De wereld wordt er volgens hem een betere plaats door. In?een interview?met Andy Greenberg van Forbes liet hij het volgende weten:

?Thanks to this system, a world without wars, dragnet panopticon-style surveillance, nuclear weapons, armies, repression, money manipulation, and limits to trade is firmly within our grasp for but a few bitcoins per person. I also believe that as soon as a few politicians gets offed and they realize they?ve lost the war on privacy, the killings can stop and we can transition to a phase of peace, privacy and laissez-faire.?

Het idee achter een centrale plek om anoniem te handelen in moorden is niet nieuw. Al in 1992 beschreef Tim May in zijn ?The Crypto Anarchist Manifesto? een toekomst waarin encryptie aan de basis staat van een anarchistische samenleving:

?Just as the technology of printing altered and reduced the power of medieval guilds and the social power structure, so too will cryptologic methods fundamentally alter the nature of corporations and of government interference in economic transactions. Combined with emerging information markets, crypto anarchy will create a liquid market for any and all material which can be put into words and pictures.?

Een paar jaar later, in 1997, werkte Jim Bell het idee van een markt voor moordenaars verder uit in zijn essay ?Assassination Politics?. Deze uitwerking vormt de blauwdruk voor Sanjuro?s website:

?If only 0.1% of the population, or one person in a thousand, was willing to pay $1 to see some government slimeball dead, that would be, in effect, a $250,000 bounty on his head. Further, imagine that anyone considering collecting that bounty could do so with the mathematical certainty that he could not be identified, and could collect the reward without meeting, or even talking to, anybody who could later identify him. Perfect anonymity, perfect secrecy, and perfect security. And that, combined with the ease and security with which these contributions could be collected, would make being an abusive government employee an extremely risky proposition. Chances are good that nobody above the level of county commissioner would even risk staying in office.?

Borgsom betalen met crowdfunding

Maar criminelen of verdachten komen soms ook weer vrij middels crowdfunding. Zo kon een crimineel uit de VS zijn borgsom betalen middels een inzamelingsactie via Facebook. En ook tieners kopen zichzelf het steeds vaker op die manier. Soms zelfs zonder dat hun moeder het hoeft te weten. Hier volgen enkele voorbeelden.

Criminelen in de bak kunnen ook een Facebookpagina hebben. Zo is de moeder van een slachtoffer uit New Mexico het zat om postings te zien op de Facebookpagina van de man die haar zoon vermoorde. ?Normaal gesproken hebben gevangenen in de VS geen toegang tot internet. Ook het hebben of onderhouden van een Facebookpagina voor een gedetineerde is niet toegestaan in de meeste gevangenissen, maar vaak zijn het vrienden of familieleden die het doen. Dergelijke pagina’s zijn niet strafbaar. Het enige dat men kan doen is de toegang tot een bezoekuur ontzeggen. Tegelijkertijd is het ondoenlijk voor de meeste inrichtingen, met soms duizenden gevangenen, om ook het hele web in de gaten te houden.

Een gratis telefoontje?

Geen gratis telefoontje, maar een?berichtje?op Facebook is wat jongeren soms verkiezen als ze gearresteerd zijn en moeten zitten in afwachting van de behandeling van hun zaak.?David White, 19 jaar, verkoos Facebook.?Best vreemd vond?Detective Timothy Hegarty, want wie wil nu zijn arrestatie op Facebook zetten??De verdachte kon ook niemand bereiken en tegenwoordig kennen weinig jongeren nog telefoonnummers uit het hoofd. In het geval van David was de borgsom nog laag: $40 dollar. Maar wellicht doet zijn voorbeeld volgen, of zoals de Beverly PD zei “We are now officialy in a new world”:

BPD

Afkopen van moord en voorkomen van doodstraf

In Teheran (Iran) was de 17 jarige?Safar Anghouti als kind uit een arm gezin veroordeeld voor de moord op een minderjarige. Hij was altijd al behendig geweest met het gooien van messen op grote afstand, maar toen gooide hij er eentje in de nek van een andere jongen (Mehdi Rezai)?met de dood als gevolg. Op moord staat in Iran de doodstraf, ook voor een minderjarig kind. In het Iraanse systeem kunnen veroordeelde criminelen, ook moordenaars, hun vrijheid afkopen bij de familie van het slachtoffer. Dankzij een stroming die de doodstraf voor minderjarigen wil afschaffen en de kracht van social media heeft?Anghouti nu geluk. Hij is inmiddels 24 jaar en had 20 januari ge?xecuteerd moeten worden, maar wist met de hulp van de Imam Ali Society?binnen enkele dagen met een Facebook campagne meer dan 50.000 euro binnen te halen. Meer dan genoeg om hem vrij te krijgen.

Bronnen: New York Times, Forbes, Yahoo, Frankwatching, KRQE.com, CBS Boston

Kunnen social media ons in veiligheid brengen?

NSS2014_main_534_267_s_c1_smart_scale (1)

Door: ? 02 juli 2014 ?@DeboraLaaf

Wat komt er kijken bij de online communicatie van een groot evenement? Hoe kan Twitter je helpen bij het managen van een crisis en onze veiligheid? Zomaar even twee vragen die de revue passeerden tijdens de afgelopen social media club Den Haag (SMC070)-avond. Een kijkje in de online socialmediakeuken van grote events en andere spectaculaire gebeurtenissen. Een uitgebreid verslag.

Nuclear Security Summit

2 dagen. 4 organisaties. 53 landen. 58 wereldleiders. 2000 medewerkers. 3000 journalisten. 5000 delegaties. 1 onderwerp: nucleaire veiligheid.

Het duizelt cijfers als Tanja Jans met haar presentatie?begint over het grootste evenement dat Nederland dit jaar organiseerde: de Nuclear Security Summit 2014. In een duizelingwekkende snelheid leidt ze de bezoekers van de smc070-avond enthousiast langs alle online communicatie tijdens deze wereldtop, afgelopen maart.

Gefaseerde aanpak
Zo?n groots evenement kan natuurlijk niet zonder plan. Tanja vertelt hoe de communicatie systematisch vanuit vier fases is ingericht.

Deze aanpak was de leidraad voor alle online communicatiemiddelen die tijdens de Top zijn ingezet.
?Website?kan natuurlijk niet down gaan?
De website kende ook verschillende fases.

  1. Een fase voorafgaand aan het event. De website werd, naarmate het event dichterbij kwam, uitgebreid. Tijdens deze fase was de site vooral bedoeld om informatie te geven over wat de summit inhield. Bezoekers die kwamen voor bijvoorbeeld informatie over de mogelijke consequenties voor omwonenden, werden omgeleid naar de site van de gemeente Den Haag. De drie kernboodschappen van de NSS waren altijd op de homepage zichtbaar. Te weten: 1)?het verminderen van gevaarlijk nucleair materiaal in de wereld, 2) het verbeteren van de veiligheid van alle nucleaire materialen en radioactieve bronnen en 3) het verbeteren van de internationale samenwerking. Tanja: “We hebben heel bewust gekozen voor een drieslag. En niet een vierslag. Dit omdat je een drieslag beter kunt onthouden en oplepelen. Juist doordat iedereen de drie boodschappen kan dromen, is de communicatie heel consistent en wordt die letterlijk overgenomen.”
  2. In de fase tijdens de NSS was de website vooral gericht op de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk? Levendige content met een?livestream maakte dat mensen een beeld kregen van wat er allemaal gebeurde.
  3. De derde fase is die na het evenement en?de huidige site zoals je die nu nog kunt vinden. Deze fase is bedoeld als archief tot dat er een nieuwe summit in 2016 gehouden is.

De uitdaging bij het opzetten van de site was vooral de beveiliging. De site van zo?n wereldtop, met zo?n onderwerp, kan natuurlijk niet ?down? gaan. “Dat was soms wel wringen”, vertelt Tanja. “Want collega?s van ?cyber security?zeggen: ‘Alles wat online is, kun je hacken’. Dus zij gaan uit van de meest haalbare beveiliging. Maar dat is niet altijd het meest werkbare. Je kunt wel een site bouwen, maar daarmee staat die nog niet. Je moet informatie via het CMS-systeem kunnen toevoegen.”

App voor deelnemers en journalisten
Naast de website wilde de organisatie ook de deelnemers zo goed mogelijk informeren, zowel de delegaties als de journalisten. Daarom ontwikkelden ze een app die als het ware fungeerde als een realtime digitaal programmaboekje. Met push-berichten, een smoelenboek en perspools werden deelnemers en journalisten op de hoogte gehouden.

Tanja: “Los van dat het een innovatieve en duurzame manier was, had het ook nog een ander bijkomstig voordeel. Je was altijd up-to-date. Als er een delegatie gewijzigd werd, konden we dat realtime aanpassen en?hoefden we niet duizend programmaboekjes door de shredder te vernietigen.”

Joli(n)ge tweet
Voorafgaand en tijdens de wereldtop werd Twitter ingezet. Daarbij was de Engelse taal het uitgangspunt, maar werden er ook Nederlandse berichten geplaatst. Veelal met een link naar meer informatie of een foto.

Twitter was voornamelijk het kanaal waarop inhoudelijk met stakeholders werd gecommuniceerd. Tenminste, dat was het streven van Tanja en de organisatie. De meest gelezen NSS2014-tweet bleek echter alles behalve inhoudelijk te zijn:

De organisatie heeft bewust geen promoted tweets ingezet. Het is vooral een kanaal geweest dat op inhoud volgers trok. Uiteindelijk is de wereldtop door 13,5 duizend volgers op Twitter gevolgd.

De belangrijkste uitdaging was de snelheid waarmee het twitterkanaal werd ingezet. Door de inhoudelijkheid was afstemming noodzakelijk. “In het begin moest er nog wat snelheid in afstemming ontwikkeld worden. Directe afstemmingslijntjes hielpen daarbij uiteindelijk heel goed.”
Paardenstaartjes in NSS-kleuren op Facebook waren op het randje
Naast Twitter heeft de organisatie van de NSS2014 ook Facebook ingezet. Dit kanaal had ? anders dan Twitter ? een minder inhoudelijke component. De Facebook-pagina was meer gericht op de organisatie achter de wereldtop. Zeg maar: behind the scenes. Bedoeld om vooral de organisatie een gezicht te geven en zo draagvlak te cre?ren onder de Nederlandse bevolking.

Ook dit was inhoudelijk nog best wel zoeken. Want?wat is leuk als informatie ?behind the scenes? en wat niet? “Zo plaatste ik een foto van mijn collega die met paardenstaartjes in NSS-kleuren op kantoor kwam op Facebook. Ik vond dat leuk om te laten zien”, aldus Tanja. “Maar een andere communicatiepartner had daar toch andere gedachten bij. Dat is een spel waar je elkaar zoekt en vindt en uiteindelijk wel uitkomt.”

Op Facebook was alle content Nederlandstalig en laagdrempelig. Wat komt er allemaal kijken bij zo?n wereldtop, die vraag?stond centraal. 80 procent van alle posts op Facebook bevatte dan ook een foto of een video. “Vanaf maart hebben we wel geadverteerd. Dit omdat je bij Facebook een eerste basis van vrienden moet hebben om het daarna door likes en comments organisch te laten groeien.” aldus Jans. “Dit had wel als nadeel dat we meer negatieve reacties kregen.”

Hier had de organisatie een strakke aanpak voor. Negatieve geluiden mogen geplaatst worden, maar niet honderd keer dezelfde. Tanja: “Zodra er meerdere negatieve reacties kwamen van dezelfde persoon met hetzelfde bericht, heb ik een e-mail gestuurd en alle dubbele posts weggehaald. Over het algemeen werkte dit goed. Een keer bleven er negatieve reacties komen van een en dezelfde persoon. Daar zei ik op een gegeven moment tegen: ‘Joh, zullen we even bellen?’ Na het telefoongesprek was het over.?

Ronkende filmpjes en schattige statements
Video werd ook veelvuldig ingezet. Het kende eigenlijk drie inhoudelijke aspecten van de summit. De uitlegvideo?s, de informatievideo?s en de statementvideo?s van de delegaties.

Dat laatste was vooral bedoeld om de top zelf zo interactief mogelijk te houden. Normaal wordt zo?n summit vooral in beslag genomen door het voorlezen van verschillende statements van alle deelnemende wereldleiders. De summit moest vooral interactief worden. Praten over het voorkomen van nucleaire aanvallen. Door de statements vooraf door de delegaties te laten opsturen, was daar meer ruimte voor. Per land is daar verschillend op gereageerd. De Amerikanen maakten (natuurlijk) een ronkend filmpje, terwijl bijvoorbeeld Nigeria het heel braaf hield bij het voorlezen van het statement op camera.

De Amerikaanse statement-video?

Beeld
Naast video werd er ook veel beeld ingezet. De organisatie richtte een speciale NSS2014Flickr-pagina?in waarop alle foto?s rechtenvrij ? en soms ook in hoge resolutie ? zichtbaar waren. Ook?werd deze ge?mbed?in de site.


Samenwerking en voorbereiding
Al met al was het een enorm project. Waarbij onderlinge samenwerking tussen de NSS2014-organisatie, RVD, Rijksoverheid en de gemeente Den Haag cruciaal was. In die samenwerking is vooraf maanden ge?nvesteerd. Die investering betaalde zich tijdens het event uit in een soepel lopende communicatie.

Daarnaast was de cruciale factor voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Met een gedetailleerd draaiboek is de wereldtop op social media geleid, wat er onder andere voor zorgde dat de wereldtop top was.

Twitcident: sociale veiligheid met social media
Waar Tanja vooral inging op de communicatie bij een groot event, zoals de NSS2014, ging?Richard Stronkman van Twitcident vooral in op de monitoring van social media tijdens events of incidenten.?Zijn verhaal begint met een filmpje.

Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Zover ‘geen nieuws’.?Met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel. Ook dat is ‘geen nieuws’.

Twitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven. En zo incidenten te managen. Het probeert als het ware de ?human senses? van alles en iedereen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Oftewel: ‘geen nieuws’ weet Twitcident te scheiden van ‘echt nieuws’.

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Daarnaast verschilt het taalgebruik op social media met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert dat probleem op te lossen. Dat doen ze samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft.

“We werken als het ware als een olieraffinaderij. Enerzijds gaat er heel veel socialmedia-inhoud in de socialmediaraffinaderij en daar proberen we er ?actionable insights? uit te krijgen. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten”, aldus Richard.

Langs allerlei aansprekende voorbeelden licht Richard Stronkman Twitcident toe. Hij begint bij voorbeelden uit de tijd dat Twitident nog niet bestond.

Events uit het pre-Twitcedent-tijdperk
Het begon allemaal in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. “Hadden we dat niet via social media zien aankomen?”, vroeg Stronkman zich af. “Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?”

Een inhoudelijke analyse liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. De oprichter van Twitcedent: “Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.”

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde incident uit het Groningse?Haren,?Project X. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde de ? achteraf bezien niet serieuze tweet ? een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden en de aandacht niet uitging naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Troonswisseling
30 april 2013. Een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid?

Tijdens de Troonswisseling is er wel gebruikgemaakt van Twitcident.?Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. “Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.”

Het is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met?”Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk” is niet interessant,?10 mensen die tweeten “Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk”?mogelijk wel.

De socialmediaraffinaderij van Twitcident is heel complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Rotterdams carnaval bleef een feest
Een voorbeeld waar Twitcident zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Toch een veilig idee dat social media ons in veiligheid kunnen brengen ? Niet?!

Ik merk dat het een lang verhaal is geworden. Top dat je dit dan ook nog leest. Maar met z??n boeiende @smc070-avond wilde ik jullie zo min mogelijk onthouden. Tot een volgende keer!

Bronnen: Marketing Facts

De data detective: veel data van veel dingen

Misdaden voorspellen

?Big data? zijn grote dataverzamelingen. Door die slim te analyseren kunnen onderzoekers er wetmatigheden in ontdekken en op grond daarvan voorspellingen doen. Wereldwijd kijkt de politie met grote belangstelling naar de mogelijkheden van ?big data?, aldus het nieuwe boek van Smilda en De Vries. Door bijvoorbeeld misdaadgegevens te analyseren kun je misschien voorzien wie, waar je wanneer extra goed in de gaten zou moeten houden, omdat statistische berekeningen uitwijzen dat de kans op een misdrijf of overtreding onder soortgelijke omstandigheden in het verleden relatief groot is gebleken.

In Los Angeles gebruikt de politie bijvoorbeeld speciale software om misdaden te zien aankomen: PredPol. ?Deze software analyseert oude misdaadstatistieken en plot die op een kaart,? schrijven de auteurs. Heel handig, want ?zo kan de politie per gebiedje zien wat er daar allemaal is gebeurd en wat er vermoedelijk gaat gebeuren, waarbij zelfs de weersvoorspellingen worden meegewogen.? In een blinde proef bleek dat PredPol tot betere resultaten leidde dan wanneer agenten gebruik maakten van traditionele ?hotspotkaarten?: papieren stadsplattegronden waarop gekleurde naalden zijn geprikt om de locatie van eerdere misdrijven en overtredingen aan te geven. ?Niet alleen vonden er meer arrestaties plaats, maar er was vooral sprake van dalende misdaadcijfers. In het gebied dat door PredPol in Los Angeles wordt bestreken, daalde de misdaad met dertien procent. In Santa Cruz ging het aantal inbraken zelfs met 27 procent omlaag.? Dat is opmerkelijk, zeker omdat de politie in dat laatste gebied aardig onderbemand is: ?Hier zijn voor 60.000 inwoners ? en 150.000 in het hoogseizoen ? slechts 94 politiemensen beschikbaar, en geld voor meer personeel is er niet.? Het voorspellen van misdaden, ook wel ?predictive policing? genoemd zal volgens Smilda en De Vries daarom groot worden, ?want het scheelt mankracht en het is effectiever. Software als PredPol maakt het eenvoudiger om effici?nt te surveilleren. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat.?

Data verzamelen

Het gebruik van dit soort technieken zal niet tot Amerika beperkt zal blijven. In Nederland experimenteert de politie inmiddels ook met het gebruik van big data. ?De politie van Amsterdam werkt samen met onderzoekers van het Centrum Wiskunde & Informatica en de Vrije Universiteit Amsterdam aan een soortgelijk systeem om te voorspellen welke incidenten waar plaats gaan vinden en hoe laat. En ook TNO is samen met de Amsterdamse politie bezig om het ontwikkelde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) te optimaliseren.?

Om big data te kunnen analyseren, moet je ze natuurlijk wel hebben. ?In New York werkt de politie samen met Microsoft aan een zeer geavanceerde analysetool, het Domain Awareness System. Die analyseert straks de beelden van de meer dan drieduizend politiecamera?s in de stad.? Het doel van deze dataverzameling is niet zozeer om toekomstige misdaden te voorspellen, maar meer om die te kunnen oplossen: ?Gecombineerd met alle databases die de politie tot haar beschikking heeft wordt het bijvoorbeeld precies mogelijk na te gaan waar een verdachte auto in de weken voor een misdrijf is gesignaleerd.?

Aangegeven door Facebook

Volgens Smilda en De Vries kan het gebruik van dit soort voorspellingssoftware verrassende gevolgen hebben. Zeker omdat de politie niet de enige partij is die deze software gebruikt. Allerlei online dienstverleners gebruiken dit soort applicaties namelijk al. Ze houden hun gebruikers angstvallig in de gaten omdat ze liever niet het risico lopen om beschuldigd te worden van het verlenen van medewerking aan criminele praktijken. ?De meeste mensen weten het niet, maar bedrijven als Facebook werken al met big data en algoritmen om hun klanten te screenen. Schrijf je bijvoorbeeld altijd berichtjes aan meisjes van dertien jaar, en gebruik je ook het trefwoord ?seks? een beetje te vaak, dan kan Facebook jou als verdachte aanmerken en de politie waarschuwen.? Is dat zo erg? ?Dat een pedofiel wordt opgepakt zullen we allemaal niet zo erg vinden, maar wat als Facebook straks voorspellingen gaat doen over mogelijk drugsgebruik, of wie er straks allemaal naar alle waarschijnlijkheid mee zullen doen met nieuwe rellen in Londen?? Het punt is bovendien, aldus Smilda en De Vries, dat Facebook geen gerechtelijk bevel nodig heeft om priv?gegevens in te zien, in tegenstelling tot de politie. ?Straks worden we door Facebook bij de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of een priv?detective koopt je data. Of je wordt op grond van de Nederlandse versie van PredPol staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist door een buurt loopt waar statistisch op dat moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit te leggen.? Als we uitgaan van een dergelijk zwart scenario dan wordt het volgens Smilda en de Vries in de toekomst voor burgers opeens heel belangrijk om te weten hoe je kunt voorkomen dat je als ?verdacht? wordt aangemerkt. ?Heeft elke burger straks een app die hem adviseert om maar een blokje om te gaan, op basis van crimemaps met duizenden misdrijven, waarvan de analyses vrijelijk beschikbaar zijn??

Google Glass

Niet alleen big data maar ook technologie?n als Google Glass en verwante producten gaan een grote invloed hebben op ons leven, voorspellen Smilda en De Vries. ?Een Googlebril maakt foto?s en video?s van alles wat je doet, op elk moment.? Dat klinkt leuk, maar ?als iedereen dat gedachteloos doet, dan staat het web straks vol met beelden van mensen die daar helemaal nooit om hebben gevraagd.? Zeker niet omdat we in veel gevallen niet eens zullen weten dat we gefilmd zijn. ?Met Google Glass wordt je ? anders kunnen we het niet zeggen ? stiekem opgenomen. Iedereen wordt dus een wandelende surveillancecamera en alles wat we doen kan zomaar openbaar worden gemaakt, zonder dat we er erg in hebben.? Dat heeft overigens ook voordelen, aldus de auteurs. Zo zullen ooggetuigenverslagen objectiever worden. ?Er is nogal een verschil tussen het opgewonden verhaal van een getuige van een roofoverval en iemand die de video van zijn Google Glass aan de politie stuurt, met een haarscherpe registratie van de roof waarbij de overvallers je niet hebben zien filmen.? Ook zullen dankzij Google Glass onschuldigen in de toekomst misschien minder vaak achter de tralies verdwijnen: ?Omgekeerd zullen mensen Google Glass ook kunnen gebruiken om te bewijzen dat ze ergens waren.?

En wat als de politie zelf massaal Google Glass-achtige producten gaat dragen? ?Stel, je draagt als agent een Google Glass en je ziet iemand lopen waarvan je vermoedt dat hij een crimineel is. Dan roep je snel even alle recente gegevens over deze persoon op en projecteert die in je rechterooghoek.? Agenten krijgen zo niet alleen realtime toegang tot informatie die tot de aanhouding van criminelen kan leiden, ook het verzamelen van bewijs wordt eenvoudiger. Daarnaast kunnen diensten dit soort technologie gebruiken om op afstand een oogje in het zeil te houden: ?Het is een kwestie van tijd voordat andere eenheden mee kunnen kijken met wat een agent ziet op zijn of haar ?personal device?. Ze kunnen vervolgens real-time advies geven.?

Internet of things

Behalve Googlebrillen zullen agenten en burgers volgens Smilda en de Vries in de nabije toekomst ook andere draagbare technologie benutten: ?Draagbare minicomputers breken echt door. Ze zijn als een tweede huid en straks niet meer weg te denken uit het straatbeeld: Applehorloges, Nike+-schoenen en intelligente kleding. Burgers, agenten en criminelen zullen gebruikmaken van deze nieuwe mogelijkheden.? Ook vliegende minicomputers zullen in de toekomst volgens Smilda en De Vries vaker ingezet? worden: ?Minidrones met camera kunnen voor ons bijvoorbeeld kijken wat er om de hoek gebeurt.?

Onze wereld zal meer en meer vergeven worden van kleine apparaatjes met allerlei sensoren die van alles opslaan en online delen. Omdat ze zo handig zijn zullen consumenten ze met graagte gebruiken. Ze zullen daarbij hun best doen om hun privacy te beschermen, maar dat zal steeds ingewikkelder blijken: . Ze zullen niet alles willen delen. ?Veel informatie uit het Internet der Dingen zal echt niet door iedereen publiekelijk worden gedeeld. Niemand heeft er iets mee te maken hoeveel drank je in de koelkast hebt staan. Maar het is wel waarschijnlijk dat mensen deze informatie zullen delen in groepen waar zoiets er wel toe doet: een vriendengroep, de lokale sportclub of het gezin. Aangezien social media-diensten, zoals Facebook, deze meer persoonlijke informatie-uitwisseling ondersteunen, kunnen zij er ook over beschikken. Nu gebruiken ze deze vooral voor commerci?le toepassingen, zoals het relevanter maken van de aangeboden advertenties. Maar wie zegt dat andere toepassingen ? zoals veiligheid ? in de nabije toekomst niet ook mogelijk worden?? Als dat gebeurt zullen politiediensten in de toekomst toegang hebben tot een onwaarschijnlijk hoeveelheid informatie. Ze zullen in de toekomst aan Google of Facebook bijvoorbeeld kunnen vragen: ?Wie was er om acht uur vanochtend in de buurt van een bepaald plaats delict en heeft op dat moment foto?s gemaakt??

Big Brother?

Allerlei technologische ontwikkelingen zullen in de toekomst niet alleen leiden tot verbeterde opsporing, maar ook tot allerlei privacyproblemen. Om dat duidelijk te maken citeren de auteurs de Amerikaanse ict-expert Raj Goel: ?Niet Big Brother, maar een samenleving vol Little Sisters moeten we vrezen. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.?

Bron:??Jolein de Rooij