Tagarchief: social media

Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Social Media censuur als antwoord op terrorisme?

In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Sch?fer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek ?Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production? verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder?zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend?als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie.?Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren.?Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of?Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste?reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren?op zijn zachtst gezegd g?nant (Hoorn). In het ergste geval waren?ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen?over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete?oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld?om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs?vestigen hoop op een ?notice and take down? procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is?hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende?(jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ?vrijwillige gedragscode? die internetbedrijven?moet stimuleren om ?radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische?content? te verwijderen. Het gebruik van het woord ?vrijwillig? in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg?van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen,?zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te cre?ren?wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend.?Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij?politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het?gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de?goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische?groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle?partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn?te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve?van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America?s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus ? de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen ? geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning?moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse?stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om?elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt?met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur ? en?dit is waar het verwijderen van content op neerkomt ? zou moeten?controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het?censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd?zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat?nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse?diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers,?die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze?bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken ge?nformeerd.?Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd?over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of?parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om?ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten?verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde?schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China,?Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen effici?nt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het?lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ?70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde?censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de?ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al?nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder?zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social?media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar?ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze?diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media?niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische?groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet?Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van?media die moeilijker te traceren communicatievormen voor?gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel?bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te?installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford?Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de?100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media?en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine?percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed?ge?nformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van?interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal?rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare?handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich?met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de?politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De?censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien?gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende?content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal ? en in Nederland ? spelen het internet en?sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering.?De jihadistische content biedt een platform om de?gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en?draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van?nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn?rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben?sociale media de jihadistische beweging in Nederland?gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal?verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van?enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van?velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van?vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de?propaganda een groter bereik en meer impact heeft.?Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en?makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media?spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische?radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die?Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de?strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is?onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda?vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse?websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online?dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak?Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda?met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid?en toegankelijkheid van jihadistische propaganda.?Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media?bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc.?die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien?worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek?met sociale media bedrijven, internet service providers en?hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun?bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan?het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV?ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media?bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet?service providers en hosting partijen denken mee over het?verbeteren van bestaande (juridische) procedures.

Digitale dialoog. De sociale media-almanak voor gemeenten

digiloog

Gemeenten zetten stappen bij het inzetten van sociale media. Ten opzichte van 2013 luisteren gemeenten in 2014 beter naar de berichten op sociale media. Vragen worden ook beter beantwoord. Gemeenten begrijpen steeds beter dat sociale media serieus genomen moeten worden en zien het belang ervan in.

We zijn er echter nog niet. Samen met een groep experts uit gemeenten, ontwikkelden David Kok en HowAboutYou daarom een ?groeimodel sociale media voor gemeenten?. In Digitale Dialoog, sociale media-almanak voor gemeenten, wordt het groeimodel in de verschillende hoofdstukken uitgewerkt en het boek biedt zo ambtenaren en bestuurders inspiratie hoe sociale media in te zetten.

Digitale Dialoog is na Sociaal kapitaal en Sociale gemeenten het derde boek dat David Kok samenstelde. De hoofdstukken zijn geschreven door ambtenaren, bestuurders, sociale media-adviseurs, mensen uit het bedrijfsleven en uit het wetenschappelijk onderwijs. Hierdoor wordt het gebruik van sociale media door gemeenten vanuit vele verschillende invalshoeken belicht.

David Kok werkt sinds 1 juli 2013 bij de gemeente Almere als social media manager van de gemeenteraad. Daarvoor werkte hij elf jaar in verschillende functies binnen de gemeente Amsterdam. Het redactiewerk van dit boek doet hij op persoonlijke titel.

Sinds 2012 werkt hij samen met HowAboutYou aan Gemeentebuzz.nl. Gemeentebuzz.nl brengt de inspanningen van gemeenten op sociale media in kaart. HowAboutYou ondersteunt overheden bij het benutten van de kansen die sociale media bieden. HowAboutYou heeft dit jaar het onderzoek naar het gebruik van sociale media door gemeenten uitgevoerd en geholpen bij de realisatie van dit boek.

Het boek is ingedeeld naar de fasen van het groeimodel dat Ewoud de Voogd en Coen G?ebel onlangs hebben gepresenteerd op Frankwatching. In het hoofdstuk In stappen groeien naar de netwerkende gemeente dat in het eerste gedeelte is opgenomen, is het groeimodel tevens nader toegelicht. Tevens is per fase een toelichtend hoofdstuk opgenomen. De hoofdstukken uit de vorige boeken zijn tevens ingedeeld naar het groeimodel.

Voorwoord: op zoek naar een goede wisselwerking tussen overheid en burger ? Bas Eenhoorn
Inleiding: tijd voor de volgende stap online ? Ewoud de Voogd & David Kok

Sociale media en gemeenten: stand van zaken 2014

Sociale media, de laatste cijfers ? David Kok
Maar wat wil die burger nou? ? David Kok
Burgers twitteren niet met de gemeente ? Peter Joosten
Gemeenten en sociale media 2014, van claxoneren naar converseren ? Niels Loeffen, Ewoud de Voogd & David Kok

In stappen groeien naar de netwerkende gemeente ? Coen G?ebel, Niels Loeffen & Ewoud de Voogd
De raadsgriffie en sociale media: op zoek naar content ? David Kok

> Fase 1: introductie

Van ranking the stars naar ranking the ambtenaar ? Lieke en Richard Lamb
De digitale kloof dichten ? Hans Versteegh
welke kansen bieden internet en sociale media (niet)? ? Chris Aalberts
De Nationale Postcode Loterij als social business ? Selma Hetharia
De gemeentetweet ? het sociale netwerk met twee gedaanten ? Piet Bakker
Waarom alle ambtenaren moeten twitteren (of niet) ? ruim 200 tweets van ongeveer 35 deelnemers aan een tweetup, uitgeschreven door @davidkok
De business case voor sociale media bij gemeenten ? Boyd Hendriks
Interactie en participatie: het wiel is al uitgevonden! ? Ronilla Snellen
Externe ondersteuning bij het opstarten van sociale media ? Niels van Laatum
Interactief communiceren voor politici werkt ? Sanne Kruikemeier

> Fase 2: introductie

Bijblijven op de digitale snelweg ? Coen G?ebel
Want een film zegt eigenlijk veel meer dan een pak papier ? Merel van Kessel
Webinars: vraag het de burgemeester! ? Nico Verspaget & Joris Kok
Netwerken op LinkedIn ? Jan Willem Alphenaar
De kracht van LinkedIn voor de afdeling HR ? Jacco Valkenburg
Webcare: hoe gaat het gemeenten werkelijk af? ? Oliver de Leeuw
De basis van webcare ? Jeroen ?s-Gravendijk
Intern online communiceren: naar slimmer werken ? Huib Koeleman
De kracht van interne sociale media ? Hilda Boerma & Koen Wemmenhove
Organiseren zonder e-mail ? Kim Spinder
Hoe schrijft u een bericht van waarde ? Pieter Flieringa
Webrichtlijnen: waarom ook alweer? ? Gerrit Berkouwer
In een modern archief past ook sociale media ? John Jansen
Hoe om te gaan met privacy van burgers ? Tinga Kleefman
Hoe vrijblijvend is het gebruik van sociale media ? Roy Johannink, Eveline Heijna & Miranda Brummel
Paringsdans van twitterende raadsleden tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ? Niels Loeffen & Aart Paardekooper
Raad uit de spagaat ? Pascale Georgopoulou
Communiceren vanuit de raadsgriffie ? Pascale Georgopoulou & David Kok

> Fase 3: introductie

Utrecht en de ontwikkeling van social ? Peter-Paul Hellings
Bijzondere mensenwerk ? webcare bij de gemeente Rotterdam ? Petra Berrevoets
Co-creatie: bezint eer ge begint ? Joyce van Dijk
Cocreatie met netwerken: samen bereik je meer! ? Abdul Advany & Martijn van der Weijden
?Mensen willen best meehelpen aan het verbeteren van hun buurt, maar van de gemeente willen ze vooral zo min mogelijk last hebben.? ? David Kok in gesprek met Willem Dudok
Doen en duiden in de Doe-Democratie ? portaal voor participatie ? Jens Steensma
Gemeente Eersel voorstander WhatsAppgroepen voor buurtpreventie ? Nicky Fischer-van de Vliert & Michiel Oldenhof
Gemeentelijke ?communiticatie? ? gebruik bestaande buurtcommunities ? Lex de Jong
Heeft het buurtinitiatief toekomst ? Linda Commandeur
De opkomst van online burenhulp platformen ? Roosmarijn Busch
De Open Buurtbegroting: voor participatie en transparantie ? Jeroen van Spijk
Praktijk met digitale en interactieve Planning en Control ? Mark van Dam & Herrie Geuzendam
De (digitale) toekomst van de gezonde wijk ? Janine van Oosten-Bake & Gerco Buijk-Dijkstra
?Luisteren, duiden, doen? in de praktijk ? Aart Paardekooper
Passende communicatie (met Factor-C) ? Carola de Vree-van Wagtendonk
Content is koning, strategie de keizer ? David Kok in gesprek met Xaviera Ringeling
(Be)sturen en verbinden in Losser ? Michael Sijbom & Irma Nadorp
Sociale media voor de wethouder ? Kees Telder

> Fase 4: introductie

Kanteldenken over sociale media bij de overheid ? Nynke Schaaf
Het hernieuwde maakbaarheidsgeloof ? David Kok in gesprek met Dimitri Tokmetzis
Government follows Technology: Online. Altijd. Overal. ? Ger Baron
Een beter imago begint bij jezelf ? David Kok in gesprek met Thomas Marzano
De Online Communicatie Architect ? Annemarie van Campen
Van monitoren naar anders handelen ? Renata Verloop & Marije van den Berg
De burger is koning. Je medewerker superheld! ? Sofie Verhalle & Elien Vanhaesebroeck
Organisatie/gemeente overstijgend samenwerken, hoe doe je dat? ? Robin Albregt
De toekomst van digitaal; hoe ga je om met mobiel, draagbare technologie en het ?internet van dingen? ? Brechtje de Leij

infographic onderzoek sociale media en gemeenten

Social Media als theater? – RT to Kill

De grap had zich moeten ontwikkelen aan de hand van drie getwitterde foto?s. Op de eerste was een geweer te zien, op de tweede een bloedend slachtoffer, en op de derde zat een jongen naast een politieauto op de grond.

Op 11 maart stond twitteraar @StillDMC ?s nachts voor een raam in de binnenstad van Los Angeles. Daar maakte hij een foto van zijn geweer. De loop stond gericht op ? wat leek ? een paar voorbijgangers die op een straathoek in de verte stonden. Om iets na middernacht twitterde hij bij de foto dat hij bij honderd retweets een voorbijganger neer zou schieten. Al snel had hij meer dan honderd retweets.
Een half uur later twitterde hij: ?Man down. Mission Completed.? Deze keer met een foto van een jongeman die op de grond lag, met zijn hand op zijn borst. Op de donkere, pixelige foto leek het alsof de man een wond op zijn borst had.
killDMC
De volgende dag werd de twintigjarige Dakkari McAnuff gearresteerd door de politie van Los Angeles. In het politierapport staat dat de rechercheurs afbeeldingen hebben gevonden van een onbekend soort geweer dat op verschillende straten in Los Angeles is gericht. @StillDMC?werd ontmaskerd als McAnuff en zijn verblijfplaats werd bevestigd. Rond het middaguur arriveerde de politie bij het appartementencomplex van de 22-jarige Zain Abbasi, waar McAnuff op dat moment over de vloer was.
Volgens Abbasi werd hij door de congi?rge van het gebouw naar diens kantoor geroepen, waar rechercheurs hem en een andere vriend in de boeien sloegen. Helikopters cirkelden boven het complex, sluipschutters stonden klaar op het gebouw aan de overkant en meerdere politiewagens blokkeerden de parkeerplaats.
De rechercheurs vroegen Abbasi om McAnuff naar beneden te roepen. Op het moment dat McAnuff het appartement uitkwam werd hij aangehouden door tien agenten, die met getrokken wapens op hem lagen te wachten. Ze doorzochten het appartement en vonden het wapen van de twitterfoto: een ongeladen luchtbuks.
De hele groep werd in de boeien geslagen en meegenomen. McAnuff werd gearresteerd ?op verdenking van criminele bedreigingen?. Zijn borgsom bedroeg 50.000 dollar (ongeveer 38.000 euro).
Het was allemaal bedoeld als grap, natuurlijk. Met hun vrienden Moe en RJ vormen McAnuff en Abbasi de groep MAD Pranksters. Het zijn jongens tussen de 19 en 22 jaar oud uit Houston, Texas. Ze zijn allemaal naar LA verhuisd om het te maken in de entertainmentindustrie. Dit was volgens Abbasi hun ontgroeningsstunt: een poging tot een ?social prank?.
Dat het allemaal een grapje was, had duidelijk moeten worden na drie tweets. De eerste tweet was een vage foto van een geweer en een dwingend verzoek. De tweede het bebloede slachtoffer en de laatste, elf uur na de tweede gepost ? een foto van McAnuff met zijn handen op zijn rug geboeid, naast een politiewagen en politieagent. De tekst bij de laatste tweet was:?Last night before I got arrested. SMH. Fuck whoever snitched. And Fuck LAPD!? The MAD Pranksters hoopten natuurlijk dat dit toneelstukje viral zou gaan. Wat dat betreft is ?100 RT?s and I?ll shoot? een hit. De grap werd duizend keer geretweet voordat Twitter McAnuff?s account blokkeerde. De tweets werden zelfs wereldnieuws.
In de media werd McAnuff afgeschilderd als een slapende moordenaar die elk moment kan kon toeslaan, ?f als een roekeloze klootzak. Maar overal werd het feit dat hij een speelgoedgeweer in zijn handen had nogal gebagatelliseerd. De tweet leek een blik op een verontrustende toekomst. Moordenaars in spe zouden worden aangestuurd door vreemden via social media. Moderne gladiatoren zouden strijden in een digitaal Colosseum met een voyeuristisch massapubliek.
De gamificatie van moord
De MAD Pranksters zijn ervan overtuigd dat hun stunt overduidelijk een grap was en dat de LAPD dat al wist voordat McAnuff werd gearresteerd. En als de politie dat niet wist, dan hadden ze dat volgens de Pranksters wel moeten weten. De LAPD beweert dat het de aanwijzingen dat het allemaal een grap was heeft bijgehouden.
?De LAPD heeft alles overdreven. Ze hebben het leven van mijn vrienden en mij in gevaar gebracht en ons dwarsgelegen om ervoor te zorgen dat we geen ?Fuck LAPD? konden twitteren,? schreef Abbasi in een e-mail. ?De politie heeft veel tijd en geld gestoken in deze hele operatie, alleen maar zodat de MAD Pranksters niet van dat recht gebruik konden maken? Ik probeerde mijn vragen over de operatie rondom de Pranksters aan wat rechercheurs van de LAPD te stellen, maar alleen het PRteam was bereid over de zaak te praten.?Het getwitterde plaatje werd gezien als een ernstige dreiging. Daarom werden agenten op onderzoek uitgestuurd,? vertelde een woordvoerster me. ?We hebben agenten die sociale media in de gaten houden. Tijdens hun ochtendroutine vonden ze deze tweet.?
Het verhaal van The MAD Pranksters roept vragen op over hoe de politie moet omgaan met onderzoeken naar dreigingen via internet. Het social media landschap is onbetrouwbaar, luidruchtig en groeit met de dag. Wat zouden politieagenten moeten weten voordat ze hun wapens mogen trekken?
?We hebben geen wetten overtreden, we maakten gewoon een grap,? vertelde McAnuff.
Dat is natuurlijk een behoorlijke juridische discussie. Op dit moment behandelt het Amerikaanse Hooggerechtshof de vraag of en wanneer online bedreigingen als crimineel moeten worden gezien, en wanneer ze onder de vrijheid van meningsuiting zouden moeten vallen. Anthony Elonis uit Pennsylvania schreef bijvoorbeeld een paar supergewelddadige raplyrics en zette ze op Facebook. In de teksten beschreef hij tot in gruwelijke details hoe hij zijn vrouw en vroegere collega?s zou vermoorden. Elonis bracht vervolgens een paar jaar in een cel door voor het schrijven van zijn facebookposts.
Ondertussen worden stunts als die van de Pranksters steeds populairder. De dubieuze online bedreigingen zijn nog steeds relatief nieuw voor justitie. Tot dusver hebben de autoriteiten geprobeerd een balans te zoeken tussen het toelaten van onvermijdelijk, dom en vooral onschadelijk gedrag en het aanpakken van werkelijk gevaar.
?Er is een categorie binnen vrije meningsuitingen, en dat zijn werkelijke bedreigingen? zegt Clay Calvert, een professor aan de Universiteit van Florida. Hij richt zich op media- en communicatievraagstukken. ?Normaal gesproken zou een redelijk persoon een uitspraak kunnen onderscheiden van dreiging of gevaar.? Dat klinkt een beetje dubbelzinnig, en dat is het ook. ?De definitie van een werkelijke dreiging is helaas
niet echt duidelijk,? zei Calvert.
De MAD Pranksters merken op dat ze de agent die die zijn auto aan hen leende als decorstuk voor hun laatste tweet, precies hebben uitgelegd wat ze van plan waren. Het geweer was overduidelijk nep en zo ook de schijnbare moord. In andere woorden: de LAPD had moeten weten dat nooit een echte dreiging is geweest.
Abbasi beweert dat een van de rechercheurs het kantoor binnenliep waar ze werden vastgehouden, vlak voordat zijn vriend McAnuff werd gearresteerd. Daar zag hij Moe, degene die de het lijk speelde, en zei: ?Oh kijk, daar hebben we de dode.? In het dossier van de Pranksters staat dat er meer dan zestien uur was verstreken tussen de eerste tweet en het arrest. Dat lijkt meer dan genoeg tijd om contact op te nemen met de agent die op de foto van de derde tweet staat en om een wapenexpert naar het wapen op de foto te laten kijken. Volgens een agent van de LAPD werd de tweet om half tien ?s ochtends ontdekt. Dus zelfs na het ontdekken van de tweet duurde het nog drie?nhalf uur voor er iemand werd gearresteerd, volgens Abbasi.
De LAPD zag zich blijkbaar wel genoodzaakt om genoeg agenten om een klein drugscartel op te rollen op de Pranksters af te sturen. Volgens Abbasi waren er zelfs helikopters en sluipschutters. Het meest opmerkelijke detail van de hele operatie was inderdaad dat de LAPD de jongens onder schot hield. Op het politiebureau zei een vrouwelijke agent tegen hem: ?Ik had je in mijn vizier. Als je dat balkon op was gelopen met dat speelgoedpistool had ik je kop eraf geknald.?
Deze jongen had dus gedood kunnen worden voor het twitteren van een foto van een luchtbuks.
De woordvoerster van de LAPD zei dat ze me geen details kon geven over de operatie die geleid heeft tot de arrestatie van McAnuff.
Grap of niet, de stunt toont een verontrustende blik op een toekomst waarin moordenaars sociale media gaan gebruiken. Twitter, Facebook en YouTube hebben wereldwijd nu al miljarden gebruikers. Die gebruikers schrikken er niet voor terug om de meest bizarre, verregaande acties te posten om likes en volgers voor zich te winnen. De 22-jarige Elliot Rodger, bijvoorbeeld, die in mei zes mensen doodschoot in Californi?. Ook hij had een behoorlijk publiek op sociale media.
Uit onderzoek is gebleken dat zeker jongeren vatbaar zijn voor online groepsdruk. Dat is waarschijnlijk de reden dat er een video bestaat van een meisje dat haar eigen tampon doorslikt. En een filmpje van een kind dat zijn eigen ontlasting eet met een ijsje. Door onze drang tot realtime zelfpromotie, zou het groeiende aantal mensen dat er alles aan doet om aandacht te krijgen ons niet moeten verbazen. Niemand van deze mensen zal een papiertje ondertekenen waarin staat dat niemand gewond raakt.
McAnuff en zijn vrienden hadden geluk, gezien de omstandigheden. Enkele dagen na zijn vrijlating kreeg hij bericht dat er geen aanklacht werd ingediend. Daarbij is er niemand neergeschoten door scherpschutters van de LAPD.
?Er zullen zeker meer ?chte bedreigingen komen waarbij sociale media zoals Facebook en YouTube een rol spelen,? vertelt Calvert. ?Dit is weer een voorbeeld van de rechtspraak die de technologie moet inhalen.? We moeten bepalen hoe we een grap van een bedreiging kunnen onderscheiden. Dat kost tijd, die nieuwsconsumenten niet altijd hebben. @StillDMC?s grap mag dan roekeloos en gevaarlijk zijn geweest, maar het is maar een voorbode van wat er komen gaat.

?Jurisprudentie

Vorig jaar werd een 20-jarige studente Caleb Clemmons gearresteerd voor het plaatsen van wat hij?experimentele fictie noemde op Tumblr. Hij schreef: “Hallo. mijn naam is irenigg en ik ben van plan op Georgia Southern kapot te schieten. Geef dit door om te zien of het invloed heeft. Om te zien of ik word gearresteerd. “Binnen enkele uren werd Clemmons inderdaad gearresteerd en bracht zes maanden in de gevangenis door voordat hij?zichzelf schuldig pleitte van terroristische dreigingen. De politie doorzocht zijn huis en vond geen wapens of enig verder bewijs van de intentie om kwaad te doen.

Slechts enkele maanden daarvoor, was er een Texaaanse tiener in de gevangenis gezet voor het maken van een (volgens hem) sarcastische opmerking op Facebook in een?discussie over een video game. ‘Oh ja, ik ben echt gek in mijn?hoofd: ik ga een?school vol kinderen kapotschieten en eet hun nog kloppende harten” met de toevoeging van een “LOL ” (Laughing Out Loud). In de gevangenis werd hij zo depressief dat hij op de zelfmoord risicoafdeling geplaatst werd.

Echte dreigingen zijn er natuurlijk ook veel. Zo zijn in het Verenigd Koninkrijk twee mannen gearresteerd voor het maken van herhaalde bedreigingen voor een vrouwelijke journalist op Twitter. Daarop paste Twitter haar eigen beleid aan en bood het meer mogelijkheden om misstanden ook te melden.

Bronnen: VICE, Motherboard, DeStandaard, Joop

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van pedofielen leidt tot hetze

Wat doe je als sociale media een gerucht verspreiden dat niet klopt maar waardoor wel een woedende massa wordt gemobiliseerd, zoals bij de Deventer pedo-protesten? Dat is ??n van de de vragen die voorliggen in Lessen uit crises en mini-crises 2013.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid, had samen met collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs de redactie over?het boek dat onlangsuitkwam. De auteurs sommen samen met anderen voorbeelden op van gebeurtenissen waarbij sociale media als Twitter en Facebook een rol hebben gespeeld zoals bij de ‘kopschoppers van Eindhoven‘, de vermissing van de broertjes Ruben en Julian en de scholen in Leiden die sloten vanwege een bericht op 4Chan. De Deventer pedo-protesten passen in dit rijtje:

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van?pedofielen leidt tot hetze

Auteurs: Renate den Elzen, Dick van Gooswilligen

1 Inleiding

Van 28 augustus tot en met 4 september 2013 was er in en rond?Deventer veel maatschappelijke onrust, omdat het verhaal de ronde?deed dat Marthijn Uittenboogaard, de voormalige spreekbuis van Pedofielenvereniging Martijn, zich zou gaan vestigen in deze stad; iets wat hij helemaal niet van plan was. Wel was hij op verschillende plaatsen in de stad gezien. Ondanks tegenwerpingen vanuit de gemeente en politie bleef zijn vermeende voornemen zich in Deventer te vestigen een hardnekkig gerucht, dat via de sociale media leidde tot een lokale hetze die in de media werd omschreven als ?een heksenjacht op pedo?s?. De onrust die ontstond was natuurlijk een op zich begrijpelijke menselijke reactie. Een van de grootst denkbare nachtmerries van iedere ouder is dat je kind slachtoffer wordt van een pedoseksueel. Geruchtmakende zedenzaken als Marc Dutroux, Robert M. en Benno L. zijn zo enkele voorbeelden die de stoppen in de samenleving deden doorslaan. Nuance en verdraagzaamheid zijn dan ver te zoeken. Vanwege de steeds verder aanzwellende onrust in Deventer, werd vanaf?donderdag 29 augustus de hulp van het Crisiscommunicatieteam (CCT) van de nationale politie ingeroepen. Aan de hand van omgevingsanalyses en mediascans is toen de buitenwereld ?naar binnen? gehaald en werd een basis gelegd voor communicatieadviezen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe ?niets uitgroeide tot iets?. We beginnen met het feitenrelaas, waarna we een aantal dilemma?s benoemen en beschrijven. In de afronding doen we, mede op basis van een gesprek met recherchekundige Van Lier, werkzaam als operationeel specialist Zeden, en met Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, enkele aanbevelingen voor de toekomst.

2 Feitenrelaas

Zelfverklaard pedofiel Ricardo Hunefeld is eind augustus 2013 samen met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de pedofielenvereniging Martijn, in Deventer. Het argument om daar te zijn is ?om een verslaafde vriend die al dagen op straat zwierf, te helpen.? Wanneer Hunefeld in het bijzijn van Uittenbogaard door het publiek wordt herkend, worden zij ? tot twee keer toe ? belaagd en bedreigd. De eerste keer is woensdagavond 28 augustus. Nadat zij worden gezien in een supermarkt aan de Beestenmarkt, worden ze door een groep jongeren bedreigd en achtervolgd. Vooral Uittenbogaard is het mikpunt van verwensingen. Van woensdag op donderdag overnachten de twee mannen in Deventer. De volgende dag worden ze opnieuw in de stad gezien, nu in een ijssalon aan de Brink. Via sociale media wordt de locatie bekendgemaakt en dat zorgt voor een razendsnelle toeloop. Het tweetal vlucht de ijssalon in en de politie moet erbij komen om het tweetal van hun belagers te ontzetten.

Een woedende menigte verzamelde zich eerder dit jaar bij de Parkzichtflat in Deventer. Daar zouden de twee pedofielen uithangen.

?Geen bal op tv?

Nadien gaat het gerucht dat de twee zich bevinden in de flat Parkzicht?in de doorgaans rustige Oranjewijk. Een woedende menigte verzamelt?zich die donderdag voor de flat die door sommigen de ?Pedofielenflat??of het ?PedofielenHotel? wordt genoemd (bron: ?Bijnaam pedofielenflat. Dat wil je toch niet?, De Stentor, 2 september 2013). De realiteit is echter dat het?tweetal met een taxi Deventer is ontvlucht. Desondanks vindt er, mede?door mobilisering via sociale media, een anti-pedodemonstratie bij?de flat plaats. Vooral twintigers en dertigers zien het als een verzetje, meldt dagblad de Stentor: ?Er is geen bal op TV en ?t is mooi weer? (?Woedende Deventenaren twee avonden voor flat op Wezenland?, De Stentor, 31 augustus 2013).?Agenten maken de betogers duidelijk dat het tweetal zich niet in de flat bevindt en de rest van de avond verloopt rustig. De volgende avond, vrijdag 30 augustus, vindt er wederom een demonstratie plaats. Rond de 100 tot 200 mensen, voor een deel ?reltoeristen?, komen op de protestactie af (bron: ?Reltoeristen?, De Stentor, 2 september 2013). Hoewel de politie, net als donderdagavond, herhaaldelijk duidelijk maakt dat de mannen niet in de flat zijn, weigert een deel van de betogers te vertrekken. Ze geloven niet dat het tweetal daar niet is en geven geen gehoor aan het verzoek van de agenten om het gebied te verlaten. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en naar agenten gegooid die de sfeer als bedreigend en grimmig ervaren. Nadat er bovendien ruzie ontstaat tussen betogers en bewoners van de flat die overlast ondervinden, grijpt de Mobiele Eenheid (ME) in en veegt het plein en de straten rond de flat schoon. Er wordt een arrestatie verricht. Er raakt niemand gewond. Rond half twee ?s nachts keert de rust in de wijk terug.

?Doodstraf voor pedo?s?

Zaterdagmiddag 31 augustus bezoekt burgemeester Heidema de flat?Parkzicht en spreekt met verontruste bewoners, zo meldt de NOS op Radio 1. Op de regionale omroep RTV Oost uit Heidema zich als volgt: ?Het gedonderjaag moet afgelopen zijn. We houden met alles rekening.?Als er toch mensen zijn die het idee hebben om vanavond weer?gezellig naar de flat te komen, zullen ze ontdekken dat het echt niet?gezellig is.?

De zaterdagavond en -nacht verlopen rustig, constateert politiewoordvoerder?Nijman in de loop van de zondag. Op woensdagmiddag?4 september?lopen echter toch nog ruim 150 mensen mee in een?anti-pedodemonstratie. Op Facebook was een oproep gedaan om te?demonstreren. De demonstranten (waarvan velen hun (klein)kinderen?hebben meegenomen) lopen rustig naar het Stadhuis en dragen?spandoeken met de tekst: ?Wij trekken een grens, een pedo is geen?mens!? Burgemeester Heidema spreekt de demonstranten toe en?noemt pedofilie?een ?open zenuw? in de samenleving. ?Ik deel jullie?weerzin tegen pedofilie; ik ben ook vader en opa.? Maar hij pleit er ook?voor onderscheid te maken tussen pedofielen en pedoseksuelen. De?oproep tot nuance en verdraagzaamheid wordt door de demonstranten?niet gewaardeerd. Zij zijn fel in hun bewoordingen en ?willen niet dat?er eerst een kind misbruikt wordt, voor er actie wordt ondernomen.? De?demonstratie verloopt verder zonder problemen.?Die avond zit een aantal demonstranten, merendeels vrouwen, in?de studio bij Pauw en Witteman, waar het ?Pedoprotest in Deventer??aan de orde komt. Ze zijn woedend en eisen onder meer de doodstraf?voor pedo?s, ?ook als ze zich niet aan een kind hebben vergrepen.?

3 Dilemma?s

In deze casus kunnen we een aantal dilemma?s ontwaren:
1. Ten eerste vindt via sociale media snelle en real-time verspreiding?van (onjuiste) informatie plaats, die ertoe leidt dat mensen in actie?komen en demonstreren bij een flat waar de twee pedofielen zich?niet bevinden. Het zelfreinigend vermogen van sociale media werkt?niet altijd optimaal; geruchten worden ?feiten? die maar moeilijk te?weerleggen zijn.

2. De (sociale) media bereiken ook ?buitenstaanders? en mobiliseren?niet alleen direct betrokkenen, zoals flatbewoners of inwoners van?Deventer, maar een brede groep van anti-pedodemonstranten. Dit?leidt er toe dat op vrijdagavond een andere groep betogers dan op de?eerste demonstratieavond actie voert.

3. Overheden en reguliere media worden niet geloofd. Terwijl de politie?en de media aangeven dat het tweetal niet meer in Deventer is,?vinden er toch demonstraties plaats. De sociale media vergroten het?wantrouwen jegens overheden en media.

4. Ten vierde speelt een privacydilemma. Door meer informatie?te geven over bijvoorbeeld de daadwerkelijke verblijfplaats van?Hunefeld en Uittenbogaard zou de rust in de gemeente Deventer
kunnen terugkeren, maar dit is niet mogelijk, omdat dit de privacy?van het duo schaadt, en niet handig, omdat het kan leiden tot?demonstraties op andere plaatsen.

5. Ook ligt een dilemma besloten in het vinden van een balans tussen?enerzijds het beschermen van de bevolking tegen pedofielen en?anderzijds de bescherming van personen (inclusief het duo) tegen
de betogers.

6. Ten slotte speelt de subjectieve risicoperceptie van de maatschappij?een rol in deze casus. De maatschappelijke inschatting van?het risico op misbruik van kinderen, wijkt af van het wetenschappelijk?ingeschatte risico. Daarbij is de maatschappij zich minder?bewust van het risico op andere vormen van kindermisbruik, zoals?grooming.

Hieronder volgt een verdere toelichting bij de dilemma?s.

4 Analyse

Dat Uittenbogaard en Hunefeld op woensdagavond 28 augustus in een?supermarkt in Deventer werden gespot, kwam door berichten op de?sociale media. Hierdoor kwamen veel mensen naar de Beestenmarkt?toe. De volgende dag herhaalde dit zich, nadat het tweetal bij een ijssalon?werd gezien. Dit keer werd via sociale media bekend dat zij zich?in de buurt van de Brink bevonden. Daar werden ze vervolgens beledigd?en bespuugd. Ze vluchtten de ijssalon in, in afwachting van de?politie die hen een veilige aftocht bood. Volgens De Stentor kregen zij?van de lokale overheid het advies om niet meer naar Deventer toe te?komen om herhaling te voorkomen (bron: ?Agenten bieden aangeslagen tweetal veilige aftocht?, De Stentor, 30 augustus 2013). Enerzijds een begrijpelijk advies.
De gemoederen waren inmiddels flink opgelopen en de kans dat het?tweetal opnieuw zou worden belaagd was groot. Anderzijds hadden?Uittenbogaard en Hunefeld niets misdaan; ze hebben geen strafblad?en zijn nooit veroordeeld. Ze zouden wat dat betreft vrij moeten zijn om?te gaan en staan waar ze willen.

In strafwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen pedofilie (het??verlangen naar seksueel contact? met kinderen) en pedoseksualiteit (het??daadwerkelijk hebben van seks? met kinderen). Slechts seksueel contact?met kinderen, het produceren en in bezit hebben van kinderporno?zijn strafbaar; het verlangen en fantaseren niet. Dit onderscheid wordt echter in maatschappelijke discussies niet gemaakt. Pedoseksualiteit en pedofilie worden veelal over een kam geschoren, omdat het ?verlangen naar? de eerste aanzet kan zijn tot het daadwerkelijk hebben van seks met kinderen. Dit zorgt ervoor dat emoties hoog op kunnen lopen.

Omgevingsanalyses

Naar aanleiding van de onrust in Deventer heeft het Crisiscommunicatieteam?van de politie omgevingsanalyses (ook wel?media-analyses genoemd), verzorgd. Het team werkt volgens het proces
van ? Analyse ? Advies ? Aanpak ? Effectmeting.

Door berichten in zowel de traditionele media als op sociale media?te analyseren, is in kaart gebracht wat het sentiment en de informatiebehoefte??in de buitenwereld? was: wat zijn de meest prangende?vragen, wie zijn de belangrijkste actoren en welke duiding wordt er?aan het incident gegeven? De berichten van dagbladen en omroepen?zijn voor de analyse vaak minder van belang dan de reacties van lezers?daarop. Zo kun je door het scannen van reacties op bijvoorbeeld een?bericht van RTV Oost snel ontdekken welke sentimenten er leven.?Zijn mensen bang, boos of vinden ze het vermakelijk. Deze reacties?worden aangevuld met reacties op Facebook, Twitter of andere?sociale?media-platforms waarop mensen actief over het incident hun?mening geven en discussi?ren. Analyses worden gecompleteerd met?bijvoorbeeld vragen die binnenkomen bij het algemene politienummer?0900-8844 of bij de wijkagent, zo ontstaat een redelijk beeld van het?heersende sentiment en dit vormt de basis voor de communicatiestrategie.?De uitvoering van de communicatiestrategie wordt vervolgens in?een nieuwe analyse gemeten: de zogeheten effectmeting. En zo start?het proces van meet af aan. Dit proces kan desgewenst ieder uur doorlopen?worden, waardoor de afdeling communicatie snel kan inspelen?op nieuwe ontwikkelingen.

Ook in deze casus vormden de analyses de basis voor de communicatiestrategie.?Uit de analyses kwam naar voren op welke doelgroep en?prangende vragen de communicatie zich moest richten; welke geruchten?moesten worden ontkracht; hoeveel mensen er mogelijk op een?demonstratie afkwamen en hoe groot de onrust daadwerkelijk was. De?analyses en adviezen werden via de communicatieadviseur van de politie-eenheid Oost in het gemeentelijk beleidsteam ingebracht.

Politie:

Ruimte voor tegengeluid

Er werden in deze zaak twee Facebookpagina?s opgericht die een grote?rol speelden in de mobilisatie van demonstranten: de Facebookpagina??Weg met Martijn uit Deventer? en een pedo-protestpagina. De?Facebookpagina?s bleken populair, want het aantal ?likes? groeide snel.?Vlak na de oprichting van de pagina ?Weg met Martijn uit Deventer???liken? duizenden mensen de pagina en gaven daarbij aan met de?demonstratie op woensdagmiddag 4 september mee te willen lopen.?Deze middag was bewust gekozen, zodat ook veel kinderen konden?meelopen. Vermoedelijk is niet alleen Facebook gebruikt om mensen?te mobiliseren, maar ook WhatsApp en sms. De politie en de gemeente?stonden voor een dilemma. De boodschap dat het duo Hunefeld en?Uittenbogaard niet in de flat Parkzicht verbleef, werd nog steeds niet?geloofd. Enerzijds wenste de gemeente de bewoners van de flat te?beschermen die zich onveilig voelden omdat er kennelijk een pedofiel?zou wonen, maar ook last ondervonden van de demonstraties en?de relschoppers. Aan de andere kant was het begrijpelijk dat ouders?met kinderen zich minder veilig voelden en wilde de gemeente ruimte
geven voor tegengeluid.

Alleen donderjagen

Op de demonstratie vrijdagavond bij het flatgebouw Parkzicht kwam?een groot aantal demonstranten en relschoppers af. Dit keer niet alleen?uit Deventer, maar ook uit omringende steden. Er werd zwaar vuurwerk?afgestoken en naar agenten gegooid. Uiteindelijk was die avond?inzet van de ME nodig nadat betogers ruzie hadden gekregen met?bewoners. Jongelui zouden onrust hebben veroorzaakt toen ze over de?galerijen van de flat zwierven op zoek naar Uittenbogaard en Hunefeld.?Dit terwijl het duo vanaf donderdag al niet meer in Deventer was en?dit ook regelmatig was gecommuniceerd. Deze boodschap landde niet.?Burgemeester Heidema reageerde hier in de media als volgt op: ?Dan?ben je doof of stom, of ben je er alleen om te donderjagen. Het heeft
niets meer te maken met bezorgdheid over pedofilie, maar met rotzooischoppen.? (bron: ?Geweld bij betoging tegen ex-Martijnlid?, NRC Handelsblad, 2 september 2013). De demonstranten waren dan veelal ook geen ongeruste?inwoners van de flat, zo gaf een journalist van De Stentor aan:

?Wat opviel was dat er van heinde en verre vooral veel nieuwsgierige??reltoeristen? op de schermutselingen afkwamen. Snel ge?nformeerd?via vooral de sociale media kwamen ze in auto?s en op scooters en?fietsen naar de flat Parkzicht.? (bron: ?Reltoerisme?, De Stentor, 2 september 2013).

Om er voor te zorgen dat er zaterdagavond niet opnieuw onrust zou?ontstaan, ondernam de gemeente na vrijdagavond actie en legde contact?met de oprichters van de Facebookpagina?s. Nadat de gemeente?hen had verteld dat eventuele schade die door volgende demonstraties?zou ontstaan, op hen zou worden verhaald, werden de pagina?s offline?gehaald (bron: ?Tweede Facebookpagina die was gewijd aan anti-pedodemonstratie in Deventer ook verwijderd?,?De Stentor, 3 september 2013).

Het recht op vrije meningsuiting werd op deze manier niet?geschaad, maar de keuze werd bij de initiatiefnemers van de pagina?s?neergelegd: stoppen of instaan voor de (financi?le) gevolgen. De Facebookpagina?voor de demonstratie op woensdagmiddag 4 september?werd na het weekend weer online gezet, nadat de initiatiefneemster?zich bij de gemeente had gemeld als aanspreekpunt voor de protestactie.?Op de protestactie kwamen ongeveer 150 mensen af (bron: ?Protest tegen pedofielen ? ?open zenuw??, De Stentor, 5 september 2013).

De demonstratieverliep rustig.

deventer

Geruchten worden feiten

Sociale media hebben een grote rol gespeeld bij het verspreiden van?onjuiste berichten. Terwijl sociale media ook een groot zelfreinigend?vermogen kunnen hebben ? omdat mensen elkaar verbeteren of een?discussie aangaan ? was dat in deze casus niet het geval. Onder andere?de politie en de media hebben vanaf donderdag steeds benadrukt dat?Uittenbogaard en Hunefeld niet in de flat woonden. Ook op Facebook?en via Twitter was dit door de gemeente en politie gemeld. Het bericht?werd echter niet geloofd. Donderdagavond lieten betogers zich bij de?flat nog overtuigen door agenten en gingen ze naar huis. Vrijdagavond?was dat niet meer het geval en moest de ME worden ingezet. Een van?de betogers op vrijdagavond, zo schrijft de Stentor, is een ?opgewonden?knaap?. In discussie met een agent zegt hij: ?We willen zelf beoordelen?of die lui in die flat aanwezig zijn. Bovendien, waarom is hier dan nog zoveel politie aanwezig als die pedofielen er volgens jullie niet zijn??

Het wantrouwen naar de politie en media werd versterkt door een foto?die online werd gedeeld. Op deze foto is een man te zien op een balkon?van de flat Parkzicht. De man lijkt van een afstand op Uittenbogaard,?maar hij is het niet. Mensen waren er echter van overtuigd dat hij?nog steeds in Deventer was. Voor de boodschap ?hij is hier niet? die?ook online (Facebook en Twitter) door de politie (@PolitieIJS) en de?gemeente (?GemeenteDeventer? op Facebook) werd gemeld, stond men?niet open. Mogelijk had het beter gewerkt als men dit meer expliciet en?vaker via sociale media had aangegeven. De vraag of herhaling in deze?meer effect heeft, zou het waard zijn te onderzoeken.

Manhunting

Foutieve informatie die niet wordt ontkracht of kan worden ontkracht,?kan schadelijke gevolgen hebben. De laatste jaren hebben we tal van?voorbeelden gezien waarbij mensen zelf voor rechter dreigden te gaan?spelen. Na de aanslag op de Koningin in Apeldoorn in 2009 plaatste?het Algemeen Dagblad op de voorpagina een foto van de vermoedelijke?dader. Dit bleek echter niet de dader te zijn, maar iemand met dezelfde?achternaam. Deze man werd vervolgens bedreigd en lastig gevallen.?Hetzelfde gebeurde bij de identificatie van de ?kopschoppers? in de?zaak van de ernstige mishandeling in Eindhoven. De?namen van de verdachten werden op de website van GeenStijl gepubliceerd?waarmee de ?reaguurders? een man hunt organiseerden. Een?van de verdachten had een naamgenoot (dezelfde voor- en achternaam)?die werd lastiggevallen, bedreigd en beledigd. Ook zijn er voorbeelden?van zogenaamde ?pedojagers? die de mist in zijn gegaan. Begin november
2013 drongen in Harderwijk vier ?pedojagers? al schreeuwend een?woning binnen. Ze dachten dat daar een man woonde die via Facebook?een jong meisje een oneerbaar voorstel zou hebben gedaan. Toen ze?ontdekten dat ze op het verkeerde adres waren, gingen ze ervandoor.?Het gemak waarmee informatie op sociale media als waarheid wordt?beschouwd, is dan ook zeker een dilemma. Zeker wanneer het tegengeluid?van overheden niet wordt geloofd.

Kans op recidive door isolement

Eigenrichting is in feite een negatieve vorm van burgerparticipatie.?Bij het grote publiek bestaat veel begrip voor dergelijke particuliere?initiatieven richting pedo?s, vooral van ouders van misbruikte kinderen.?Toch zien we dikwijls ook positieve vormen van burgerparticipatie,?zelfs bij de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving. Uit?onderzoek is gebleken dat een sociaal isolement van een pedoseksueel?de kans op recidive vergroot (Boone, Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).?Reclassering Nederland heeft daarom het project COSA (Cirkels voor?Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) omarmd, waarbij?veroordeelde pedoseksuelen na het uitzitten van hun straf in hun?woonomgeving worden bijgestaan door getrainde vrijwilligers en professionals.?In het buitenland is bewezen dat COSA het recidivegevaar?met 80 procent terugdringt. Tijdens de terugkeer van pedoseksueel?Benno L., de oud-zwemleraar uit Den Bosch die vast heeft gezeten voor
kindermisbruik, was er vanuit de bevolking veel weerstand tegen zijn?komst naar de gemeente Leiden. Toch was hier ook een ander geluid?te horen. COSA-vrijwilligers lieten weten Benno L. te gaan begeleiden?en dit zorgde voor relatieve rust. De casus Benno L. dient inmiddels als?voorbeeld hoe maatschappelijke onrust rond dit thema door maatwerk?valt te beteugelen.

Naming and shaming

Op sociale media werd niet alleen verkeerde informatie gedeeld, maar?ook privacy gevoelige gegevens. Naming and shaming (alles met naam?en toenaam noemen en personen aan de schandpaal nagelen) is tegenwoordig?op sociale media volledig ingeburgerd. De volledige namen?van Uittenbogaard en Hunefeld, hun vermoedelijke verblijfplaatsen,?foto?s en video?s werden gedeeld. Mensen laten zich kennelijk niet?weerhouden van het delen van privacygevoelige informatie, terwijl dit?niet zomaar is toegestaan. De overheid heeft zich uiteraard aan deze?regels te houden. Het geven van meer informatie over bijvoorbeeld de?verblijfplaats van Hunefeld en Uittenbogaard had wellicht kunnen leiden?tot meer rust, maar uit privacyoverwegingen konden zowel politie?als gemeente deze informatie niet zomaar vrijgeven. Het geven van?extra informatie over de feitelijke verblijfplaats garandeert bovendien?niet dat het probleem dan is opgelost; de kans dat de onrust zich verplaatst
of juist aanzwelt is aanwezig.

In een recent onderzoek van Boone, Van de Bunt en Siegel (2014, zie onderaan dit blog)?wordt dit privacy-dilemma ook opgemerkt. De onderzoekers bestudeerden?negen zaken waarin maatschappelijk onrust ontstond rond?een zedendelinquent. Daaruit blijkt dat burgemeesters al snel te veel?priv?-informatie over delinquenten delen. In eerste instantie vertellen
bestuurders het liefst zo weinig mogelijk om onrust te voorkomen,?maar als eenmaal bekend is dat er een zedendelinquent in de gemeente?komt wonen / woont, dan willen zij ter geruststelling en in het kader?van openheid en transparantie zoveel mogelijk vertellen, bijvoorbeeld?over de kans op recidive of de psychische toestand. Maar dit is wettelijk
niet toegestaan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat ?de burgemeester?soms met gebonden handen op de barricaden staat? (Boone,?Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).

Risicoperceptie

Burgers hebben niet altijd een re?le risicoperceptie. Uit angst voor?herhaling, reageren burgers soms fel op de komst van een pedofiel in?hun woonomgeving, maar het risico dat een pedofiel via het wereldwijde?web kinderen verleidt is feitelijk veel groter. Men is zich daar?over het algemeen weinig van bewust. Tegenwoordig zijn pedofielen?en pedoseksuelen steeds vaker actief op het internet. Dit digitale kinderlokken?noemen we grooming (inkapselen). Een groomer doet zich?voor als iemand anders en neemt bij het eerste contact ? bijvoorbeeld?via een chatforum ? de leeftijd van het potenti?le slachtoffer aan en?maakt daarbij gebruik van fictieve profielfoto?s. De groomer probeert?het vertrouwen van de minderjarige te winnen door aan te sluiten op de?belevingswereld en een luisterend oor te bieden. Dat gaat heel subtiel.?Vervolgens gaat de groomer over op meer dwingende methoden die?ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer zich bijvoorbeeld uitkleedt voor
de webcam. Deze beelden of chatberichten worden vaak gebruikt als?chantagemiddel richting klasgenoten of ouders. In sommige gevallen?leidt het contact tot een daadwerkelijke ontmoeting met de groomer.?Een groomer richt zich niet op een of enkele slachtoffers, maar vaak op?tientallen of honderden tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat 15 procent van?de Nederlandse middelbare scholieren (13-16 jaar) via internet weleens?het verzoek heeft gehad tot het hebben van seksueel contact. Volgens?Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, zullen we ook of?juist grooming moeten voorkomen, en ligt daar een taak voor iedereen:??We moeten meer investeren in de bewustwording van de risico?s van?grooming bij ouders, opvoeders, leerkrachten en uiteraard de jongeren?zelf.?

5 Afronding

De terugkeer van een (veroordeelde) zedendelinquent lijkt vaak voor?maatschappelijke onrust te zorgen. Volgens recherchekundige Van?Lier, operationeel specialist Zeden, is echter het tegendeel waar. Er?keren per jaar honderden zedendelinquenten terug in de maatschappij?en meestal ontstaat er helemaal geen onrust. Dat betekent volgens?Van Lier niet dat we niets moeten doen.
?Het allerbelangrijkste is dat zoveel mogelijk wordt gedaan om te?voorkomen dat de zedenpleger opnieuw in de fout gaat, zoals behandeling?en adequaat toezicht door de reclassering in samenwerking
met de gemeente en de politie.??Een proactieve, integrale aanpak en gebruikmaken van de ervaringen?die inmiddels met zedenzaken zijn opgedaan (zie bijvoorbeeld Vollenbroek,?2003), lijken de sleutel tot succes. En als er toch onrust ontstaat,?is maatwerk noodzakelijk, aldus Van Lier:

?Het kan gaan om diverse aanjagers van onrust: slachtoffers, buurtbewoners,?pedojagers of relschoppers. Naast huisvesting en hulpverlening?is daarom het communicatietraject belangrijk. De aanpak
is afhankelijk van het type aanjager en van de mate en de aard van de?onrust. Waar bij ongeruste buurtbewoners persoonlijke aandacht en?betekenisgeving goed werken, heeft dit bij pedojagers en relschoppers?een averechts effect.?

Ook Van Kleef meent dat het een kwestie is van communicatief maatwerk.

?Beleg niet direct bij het eerste bericht of gerucht een voorlichtingsavond,?terwijl je weet dat je dan voor een zaal staat zonder antwoord?te kunnen geven op de meest prangende vragen. Dat vergroot alleen?maar de onrust. Het vergt een afweging tussen openheid, snelheid?en zorgvuldigheid.?

Om maatwerk te kunnen leveren, is het van belang om goed op de?hoogte te zijn van wat er in de maatschappij leeft. Omgevingsanalyses?zijn daarvoor een goed instrument en tegenwoordig vrijwel onmisbaar.

Harde les of hardleers? Twee jaar na Project X Haren

Hieronder een blog van Gilbert Sewnandan dat op Ambtenaar 2.0 gepost werd twee jaar na dato terugkijkt op Project X Haren met daarin zijn eigen rol en de mening van een aantal experts.

Alweer 2 jaar geleden kreeg de gemeente Haren te maken met de rellen van ProjectX. Een oproep op de sociale netwerksite Facebook om naar het ‘sweet 16’ verjaardagsfeestje van een meisje uit het dorp te komen, liep volledig uit de hand. Met vernielingen, plundering, alcoholmisbruik en een open zenuw in het Groningse villadorp als resultaat. Een half jaar later trad Burgemeester Bats af nadat de onderzoekscommissie Cohen haar bevindingen presenteerde. E?n van die bevindingen was dat overheidsinstanties niet goed voorbereid waren op het fenomeen ‘sociale media’ als trigger in een crisis. De ‘Facebook rellen’ noopten Cohen tot de aanbeveling om het kennisniveau bij overheidsdienaren van ‘sociale media’ snel op niveau te brengen.

2 jaar na dato
En hoe ver zijn gemeenten, politie en bestuurders nu met sociale media? Zijn sociale media opgenomen in reguliere communicatie(strategie) van overheden? En hoe zit het met webmonitoring : het luisteren op internet? Zijn ambtenaren inmiddels voldoende opgeleid en getraind? Verschilt het gebruik van sociale media door wijkagenten en buurtwerkers van dat van bestuurders? Vinden we nog steeds zelf het wiel uit of bundelen we landelijke kennis en ervaring?

Experts aan het woord

Arnout de Vries is senior innovator bij TNO, schreef diverse artikelen en gaf presentaties over ProjectX Haren. Over de mate waarop de politie nu preventief het internet monitort zegt hij: “de indruk die Minister Opstelten geeft van ‘ga rustig slapen, we schuimen nu 24 uur/dag het internet af’, is een schijnzekerheid.” Er komen steeds alternatieve internetplatformen bij. Jongeren en criminelen bewegen zich van de grotere platformen af op zoek naar nieuwe, minder gemakkelijk te monitoren netwerken. We moeten eraan wennen, zegt Arnout: de overheid loopt altijd achter de digitale feiten aan. Ook de afstemming tussen overheden over de inzet van monitoringtools kan beter. Over het actief aanwezig zijn op sociale media is hij positiever: “Nederland telt zo’n 1.800 twitterende wijkagenten. Dat lokale niveau maakt het persoonlijk; op twitter volg je m?nsen, niet organisaties.” Maar aanwezig zijn op sociale media heeft ook een keerzijde. Handhavers en hulpverleners krijgen steeds meer te maken met digitale agressie. En dat leidt weer tot terughoudendheid in het gebruik van sociale media bij deze ambtenaren.

Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en begeleidde burgemeester Bats tijdens en na de rellen op 21 september 2012. Hij wijst erop dat ‘sociale media’ niet enkel een communicatietaak is. “Communicatiemensen hebben de neiging dat naar zich toe te trekken, maar zoals in Haren kwam er ook intelligence bij kijken. De politie, niet de communicatieafdeling moet inschatten wie de smaakmakers zijn, wat ze van plan zijn, of het tot openbare orde problemen gaat leiden of niet. Het is niet alleen het speeltje van de afdeling communicatie.” In reguliere omstandigheden pikken bestuurders de kansen en bedreigingen van sociale media snel op, is zijn ervaring. ?Vaak ook sneller dan de ambtelijke organisatie?, vindt Wouter. “Om de kansen en bedreigingen te ervaren, moet de overheid vooral v??l vlieguren maken op de sociale media.” Iets dergelijks als ProjectX Haren zal Nederlandse gemeenten niet snel meer overkomen: “Haren was een ‘perfect storm’: alle onheil kwam tegelijk. Er was geen houden meer aan.”

Ina Strating is specialist crisiscommunicatie/nazorg bij Howaboutyou dat zich richt op webcare en social media monitoring. Ina merkt zeker dat gemeenten meer bewust zijn van de invloed van sociale media. “Maar tussen ‘intentie om’ en ‘daadwerkelijke inzet’ van sociale media zit een gat. De overheid onderschat hoe hard de ontwikkelingen in de ‘buitenwereld’ gaan.” M??r nog dan opleiden en trainen van ambtenaren is er organisatieverandering bij overheden nodig om openheid en transparantie te bewerkstelligen, vindt Ina. Wat crisiscommunicatie betreft ziet Ina mooie dingen op lokaal niveau gebeuren. Maar op niveau van de Veiligheidsregio en hoger (ministeries) is het voornamelijk zenden op sociale media.

Conclusie?
Omdat ik zelf ook betrokken was bij de communicatie rond ProjectX – zie links naar mijn blogs hieronder – heb ik in de afgelopen twee jaar de ontwikkelingen op sociale media gebied bij de overheid proberen te volgen. Zeker, er zal geen gemeentelijke communicatieafdeling zijn voor wie sociale media onontgonnen gebied zijn. Steeds meer communicatiemensen en andere gemeenteambtenaren worden opgeleid en/of doen praktijkervaring op. Bij grote evenementen in de stad Groningen werken we tegenwoordig schouder en schouder met de collega’s van de politie bij het monitoren van het web. Ook zijn er gesprekken gaande over afstemming op regionaal niveau van de Veiligheidsregio. Maar de overheid moet v??l meer vlieguren moet maken op sociale media vanuit een organisatie die open en transparant is. Dat betekent risico lopen, kennis uitwisselen en (blijven) experimenteren. En de realiteit is dat we als overheid altijd achter de ontwikkelingen en nieuwe technieken zullen aanlopen. Dat geeft niets maar betekent des te meer dat we innovatieve technieken moeten omarmen en uitproberen. “If at first you don’t succeed, try try again!”

Links naar eerdere blogs:

de invloed van social media tijdens de slag om Haren
En wat doen we na Cohen?

Meer over?achtergrond ProjectX Haren?

Bronnen: Ambtenaar 2.0

Memes: Cold Water Challenge en Ice Bucket Challenge

In Duitsland is een man (34, uit Isselburg, Noordrijn-Westfalen) omgekomen?toen hij aan een Facebook-spelletje meedeed. Het gaat om de zgn. Cold Water Challenge, waarbij je door vrienden wordt uitgedaagd om vanaf de kant of een brug in koud water te lopen of te springen. Soms volstaat een emmer water in de tuin. Wie succesvol is en het bewijs levert, een filmpje op Facebook natuurlijk, mag drie anderen nomineren. In Duitsland ging het daarbij goed mis toen een stel mannen onder de schepbak van een kraan ging staan. De bak was met tweeduizend liter water, de kraan viel om door het gewicht, zes mannen raakten gewond. Een man, net vader geworden van zijn derde kind, overleed ter plekke. Het stadje is in diepe rouw, aldus krantenartikelen. Op de Facebookpagina Mein Isselburg wordt opgeroepen af te zien van nieuwe challenges en volgens het gemeentebestuur ?zijn wij ook schuldig?.

De Ice Bucket Challenge in de strijd tegen ALS is daarentegen over het algemeen een stuk onschuldiger. Er zijn inmiddels meer dan 25 miljoen videos op Facebook gedeeld. Toch is ook de Ice Bucket Challenge niet overal zonder problemen verlopen. Zo kwam een Schots eiland zonder water te staan door de vele emmers die op ludieke wijzen werden weggespoeld, terwijl ze in de Gaza strook?bij gebrek aan water maar wat rotzooi in een emmer deden en over zich heen gooiden. Politici kwamen ook in de problemen. Aan de ene kant waren er veel prominente oud gedienden, zoals George W. Bush, die graag meededen en aan populariteit wonnen. ?Maar er was ook kritiek op de huidige politici?die meededen en hypocriet genoemd werden. Ze hadden in de VS namelijk net bezuinigd hadden op gezondheidszorg en zelf ingestemd op deze maatregelen, waarbij burgers het nu feitelijk zelf moesten gaan betalen via een social media?donatie.?Ambassadeurs en andere hooggeplaatste medewerkers van Buitenlandse Zaken mogen niet aan de social media?viral?meedoen omdat het hun?reputatie zou schaden.?”Het beschadigt de?federale ethiek als ambtenaren publieke middelen voor priv?-uitingen gebruiken”, luidt de boodschap in een brief aan de medewerkers. Ook?Pamela Anderson weigert mee te doen zolang ALS dieren gebruikt tijdens hun proeven. ?

Voortvluchtige opgepakt door Ice Bucket Challenge

Maandenlang was de politie in Omaha, Nebraska op zoek naar de voortvluchtige Jesean Morris (20). Die hield zich goed schuil. Maar Morris kon uiteindelijk een ?nominatie? voor de Ice Bucket Challenge niet weerstaan. Enkele uren nadat hij de emmer ijswater over zijn hoofd gooide, werd hij?opgepakt. Op het Facebookfilmpje niet alleen hij?herkend, maar ook het pand op de achtergrond. Een tipgever belde de politie.

Maar het kan ook anders misgaan. Een brandweerman uit Kentucky werd samen met 3 anderen geelectrocuteerd toen hij de ijskoude emmer water over zich heen kreeg. Hij overleed enige tijd later.

En onderstaande man werd ook gearresteerd nalv zijn Ice Bucket Video. Hij stal geld uit d ekerk en werd betrapt doordat zijn auto in de achtergrond van de ICe Bucket Video dezelfde was als op de beelden bij de kerk.

Bronnen: AD, Huffington Post, Nu.nl, PA

Tweets voor tweet openbare orde

Police badge

Tweet helpt bij?waarschuwingen van de politie voor discriminerende t-shirts

De Rotterdamse politie heeft zondag rond de bekerfinale tussen Ajax en FC Twente 47 mensen aangehouden. Het ging om zaken als baldadigheid, vernieling en belediging, laat een politiewoordvoerder weten.?Uit Amsterdam kwamen 138 bussen en vijf treinen. Tijdens het vertrek uit Amsterdam bleek een aantal supporters shirts met een discriminerende tekst of afbeelding te dragen.?Na overleg met het Openbaar Ministerie werd besloten dat als de supporters deze shirts voor aankomst in Rotterdam zouden uittrekken, er geen boetes zouden worden opgelegd. Dit werd onder andere ook via Twitter gecommuniceerd. In Rotterdam is uiteindelijk geen discriminerend T-shirt aangetroffen. In het verleden?waren er ook al veroordelingen?geweest rondom dergelijke t-shirts, waaronder het politielogo stond met de opdruk ‘corrupt’ of ACAB.

Tweet helpt het tij keren bij sociale onrust?en verontwaardiging

Een met een moker en vuurwapen gewapende man die op de Hellendaalstraat een agent aanviel, is door diezelfde agent in zijn been geschoten. Er gingen op social media al snel geruchten rond dat de man door de politie zou zijn doodgeschoten.

Bewoners van een woning aan de Hellendaalstraat belden rond 13.00 uur de politie dat er een man voor de deur stond die zich verdacht gedroeg. Een agent die ter plaatse kwam werd vrijwel direct door de man aangevallen met een moker. De agent werd hierbij geraakt op zijn arm en hoofd, maar wist zijn aanvaller uit te schakelen door hem in zijn been te schieten. Naast hem werd op de grond een vuurwapen aangetroffen. De gewonde agent is met letsel aan zijn arm en hoofd overgebracht naar een ziekenhuis en kon na een korte behandeling weer weg. Ook de aangehouden verdachte, een 32-jarige man uit Eindhoven, is voor behandeling naar een ziekenhuis vervoerd. De politie onderzoekt zijn motieven. Zoals gebruikelijk in gevallen waarbij de politie schiet, stelt de Rijksrecherche ook een onderzoek in.

Rond 05.00 uur kwam een groep mensen naar buiten en werden agenten erop gewezen dat een van hen een vuurwapen bij zich had. Toen de agenten hem wilden aanhouden, probeerde hij zich daaraan te onttrekken. Daarop voelde de politie zich genoodzaakt hem neer te schieten.

 

Tweet bezorgt Politie Portland veel credits terwijl zij Pizza bezorgen

Twee agenten in de Amerikaanse stad Portland hebben de taak van een pizzakoerier overgenomen nadat de jongen een ongeluk met zijn auto had gehad. Met gezwinde spoed leverden zij alsnog de Pizza’s Hawaii af die de koerier bij zich had. Dat meldt de website van het lokale station Koin6 woensdag. Steve Huckins snapped the photo of the two officers delivering the pizza to him and his wife, Sept. 22, 2014. (KOIN 6)

Steve Huckins snapped the photo of the two officers delivering the pizza to him and his wife, Sept. 22, 2014

De politiemannen kwamen af op de oproep van een auto-ongeluk waarbij de pizzabezorger gewond was geraakt. Toen de jongen, die zijn nek en rug had bezeerd, zijn baas wilde bellen dat hij zijn bestelling niet kon afleveren, boden agenten Filbert en Curstiss hun hulp aan. Steve Huckins uit Portland schrok wel toen de agenten voor zijn deur stonden. Maar toen de pizzafan er achter kwam wat de dienders kwamen doen, stond hij erop een foto te maken omdat niemand hem anders zou geloven. Die verspreidde de politie van Portland vervolgens dinsdag zelf via Twitter. De pizzakoerier herstelt overigens voorspoedig van zijn onfortuinlijke ongeluk.

?I wanted these officers to get a little recognition because these officers went above and beyond,? Huckins said.

Bronnen: Social Media Week Rotterdam, Nu.nl, Koin6, Nu.nl

 

 

Social Media Sentimenten #MH17

MH17-Dag-van-Nationale-RouwDe hashtag #bringthemhome werd al snel?in het leven geroepen. Die wordt vergezeld door een zwarte avatar, waarmee mensen willen aangeven dat de regering hun uiterste best moet doen om onze mensen terug naar huis te brengen. Maar de?hashtag werd ook gebruikt als een oproep aan de rebellen om de lichamen van de slachtoffers vrij te geven, wat zij volgen ook Twitter, zo bleek. De hashtag werd al snel internationaal trending op Twitter en werd ook veel?gebruikt in Australi?, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten; alle landen die burgers verloren bij MH17.

Social media worden veelal gebruikt door mensen om hun ontzetting te laten zien en hun medeleven te betuigen. Dat?is zeker de eerste 24 uur heel erg sterk. Daarna komt het nieuws via offici?lere bronnen naar buiten en wordt dat weer besproken. Social media en traditionele media zijn een katalisator van elkaar in dit proces. 23 juli werd een?dag van nationale rouw?en later werd 10 november aangeduid als nationale herdenkingsdag.

Het is in feite een dorpsplein waar iedereen bespreekt wat er gebeurt. “Zeker in de loop van het weekend, en met name na de reacties van premier Rutte, is er steeds meer ongeloof over zijn wat zwakke optreden en zijn niet erg duidelijke uitspraken richting Rusland over wat er nu moet gebeuren. John van ?t Schip vindt dat de KNVB het WK 2018?moet boycotten.?Zeker bij een aantal influencers, mensen met een hoop volgers en een sterk bereik, zie je dat er zware oproepen voor komen. Derk Sauer bijvoorbeeld, die zegt dat Rutte echt actie moet ondernemen.”

Maar ook kritiek op de media is er, die niet altijd rekening houden met deze delicate zaak:

Veel Nederlanders rouwen via internet om de slachtoffers van de vliegramp in Oekra?ne. In de afgelopen paar dagen veranderden veel mensen hun Twitterprofiel of Facebookfoto in een zwart vlak, een foto van een vlag die halfstok hangt of een zwart lintje tegen een witte achtergrond. Het online condoleanceregister werd massaal getekend.

De trend van een zwart internetprofiel is volgens de?BBC?ontstaan op Facebook. Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken was ??n van de eersten om zijn profielfoto op Facebook te veranderen in een zwart vlak.

Facebook gaat zwart

Bovenstaand de Facebookpagina van Minister Timmermans. Hij gebruikt?Facebook om z?n boodschap te verspreiden?en?veranderde zijn coverfoto in een zwart vlak.


Tussen de vliegramp en de speech van Timmermans was het sentiment rondom het kabinet (inclusief Frans Timmermans) negatief. Het ongeduld veranderde daarna vrij snel in respect voor de inzet.

Online condoleanceregister

Nederlanders hebben ook de mogelijkheid een online condoleanceregister te tekenen. Hier kunnen zij hun medeleven betuigen aan de nabestaanden van de slachtoffers. Het condoleanceregister is inmiddels50 duizend keer?getekend.

Lintje als tatoeage

Tatoe?erder Peter Maas (midden) zette gratis herdenkingstatoeages voor de MH17. Links Mandy Claessens uit Budel; zij heeft de sterfdatum van haar opa in het lint laten zetten. Rechts Annet Meulendijk.Tatoe?erder Peter Maas uit Maarheeze bracht zo’n 30 tatoeages aan, op zo’n 30 verschillende mensen: ter herdenking van de vliegramp in Oekra?ne. Afbeeldingen van een rouwlintje met daarbij MH17, het vluchtnummer van het toestel dat op 17 juli werd neergeschoten. Hij?deed het voor niks. “Omdat de slachtoffers niet vergeten mogen worden.”?Via Facebook kondigde Maas zijn actie aan. Tot uit Apeldoorn kwamen er mensen op af.?Zelf zette Maas eenrouwlint?op zijn?linkeronderbeen.?”Een normale ramp, daar kun je mee leven. Maar dit vliegtuig is neergeschoten terwijl dat helemaal niet nodig was. Ik denk dat je over drie, vier jaar niks meer over deze ramp hoort, daarom heb ik mijn actie opgezet”, legt Maas uit.

Schorsing medewerker

De gemeente Den Bosch heeft?aangifte gedaan tegen een medewerker van een sociale werkplaats. Die zou op Facebook een kwetsende opmerking hebben gemaakt over de slachtoffers van MH17: ?280 Hollanders minder?, inclusief smiley. De man, die zich voordeed als gemeentemedewerker, plaatste wel zijn foto bij de account. Daardoor kwam de gemeente hem op het spoor. De politie doet onderzoek.

Scriptie naar de rol van social media

Jesse van de Ven schreef?zijn?studeerscriptie over de rol van social media bij de berichtgeving rond vliegramp met de MH17.?Op zijn site staat ?De vliegramp met vlucht MH17 zal voorlopig nog wel in het collectief geheugen van Nederland blijven zitten. We waren geschokt, diep bedroefd en boos. Deze emoties blijven tegenwoordig niet hangen rond de keukentafel of in de kerk. Nee, we delen onze emoties met heel de wereld via social media. We bereiken zo met groot gemak al onze vrienden en verre kennissen en zelfs onbekenden. In de kranten was een sterk sentiment zichtbaar. Dit kent meerdere oorzaken. Hier zal in het theoretisch kader kort op in worden gegaan, maar in deze scriptie zal louter onderzocht worden in hoeverre social media hierin een rol hebben gespeeld.?

[slideshare id=63128517&doc=mh17-scriptie-jesse-van-de-ven-160616085947&type=d]

Bronnen: BNR, Volkskrant, Coosto, Eindhovens Dagblad

Online sociale be?nvloeding #MH17

Faceboomanipulation

Social media zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie. Het nieuws is instant en onderzoek naar de achtergronden grijpt om zich heen, omdat velen hier?door de nieuwe interactieve media ingezogen worden. Niet alleen door?alle mediakanalen tegelijk maar ook door miljoenen individuele afzenders. Iedereen op Social Media wordt ?zelf-made? rampenjournalist en DIY detective. Nooit eerder kregen we de beelden van een Nederlandse ramp zo snel, ongefilterd en rauw binnen, als bij de aanslag op MH17. Al een half uur na het neerschieten, vlogen de eerste ontluisterende foto?s van lichamen en herkenbare paspoorten over het wereldwijde internet.

Al die berichten te samen vormen wel een nieuwe realiteit, cre?ren een opruiende stemming die snel in kracht kan toenemen. Vooral als de traditionele nieuwsmedia die social media berichten in hun nieuwsrubrieken en op hun voorpagina?s sterk uitvergroot gaan overnemen.

Menno van Duin, lector Crisisbeheersing bij het?NIFV?en de Polititeacademie?schrijft in zijn?blog: “Altijd vinden wij het lang duren alvorens de lijsten met de namen slachtoffers beschikbaar komen. Veel speculaties over nationaliteiten. Onduidelijkheden wie nu uiteindelijk wel en wie niet aan boord zat. Waarschijnlijk is nooit eerder zo snel al zoveel informatie beschikbaar geweest.”

Frans Timmermans

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekra?ne. Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de ‘valse sentimenten’ van de minister van Buitenlandse Zaken.?Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Jan Melissen, hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, kan dat gezien worden als een poging “de rauwe werkelijkheid” in abstracte discussies over VN – resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. “Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties.”
Dus zou het best kunnen dat ze ’trols’ het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep.
Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekra?ne.

China
Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.
Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.
“Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet”, constateert Melissen. “Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie.”

Military_Facebook

Westerse landen
Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. “Dat neemt enorme vormen aan.”

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.?Daar moet SMISCS dan de ‘waarheid’ tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Melissen wijst erop dat deze vorm van ‘strategische communicatie’ in militaire kringen om zich heen grijpt. “Het is propaganda om het internationale debat te be?nvloeden.”

facebook-old-like-button

Terroristische organisaties
Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.?”De video?s van al-Qaida zien er gelikt uit.” De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat ’trollen’ op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt? “Nou”, zegt Mark Vos van NuJij en Nufoto, “het is op zijn minst niet chique om je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub.”

“En digitaal ramptoerisme faciliteren met beeldmateriaal, dat doet het internet inderdaad. Maar er is geen enkele aanleiding daar over te janken.” zegt GeenStijl, om te vervolgen: “Kijk, in de New York Times een ooggetuigenverslag, waarin tekstueel zeer gedetailleerd enkele lijken worden beschreven. Oh, het is tekst, het is de NYT, dus is de correcte vorm van ramptoerisme, in tegenstelling tot foto’s van exact dezelfde omgekomen mensen…. Zie hier het internet…. Want het is psychisch natuurlijk veel beter dat nabestaanden er via offici?le kanalen achterkomen dat hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. In plaats van via social media. Via social media komt de klap veel harder aan. Of zoiets….Bepalen dat de ?ne manier, via offici?le instanties, de correcte is en de andere manier, via social media, de incorrecte. Dat is vreemd.”

Mediadeskundige Wim Westera zegt erover: “Op Twitter gaat het er rauwer aan toe dan in de kranten en op televisie. Er zitten mensen tussen die ongegeneerd alles posten zonder te denken aan de impact.” Hij adviseert mensen daarom hun eigen grenzen te stellen. “Als je merkt dat je het moeilijk vindt, kan je jezelf er beter voor afsluiten.”

Toch moedigt Westera het aan dat mensen hun bevindingen plaatsen. “We moeten de mensen dankbaar zijn dat ze de informatie beschikbaar stellen, want het is goede nieuwsvoorziening. Wel is het jammer dat veel van hen niet in staat zijn om vast te stellen wat wel of geen nieuwswaarde heeft. Iemand die een schoen of een knuffelbeer plaatst, kan denken ‘ik laat even de rotzooi hier zien’, zonder te beseffen wat voor emoties dat oproept bij de nabestaanden.”

Hoaxes en complottheorie?n?

Ondertussen verschijnen er op Russische websites steeds meer complottheorie?n over de ramp. Zo zou het vliegtuig vol hebben gezeten met lijken en zou het zijn afgeweken van zijn normale route. Ook wordt beweerd dat alles een vooropgezette actie van Amerika was om Rusland te provoceren tot oorlog.

Waar veel Nederlanders er van uit gaan dat de MH17 door separatisten uit de lucht is geschoten, horen de Russen een heel ander verhaal in een documentaire van een klein half uur, gemaakt door de Russische nieuwszender Ruptly.

Misschien nog wel de meest bizarre theorie is dat MH17 eigenlijk het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines was. De MH370 zou gestald zijn op een Amerikaanse militaire basis en naar Nederland zijn gebracht. Het werd niet bestuurd door echte piloten, maar stond op de automatische piloot en werd boven Oekra?ne opgeblazen.

Er is een dunne scheidslijn tussen ramptoerisme en medeleven,?schrijft Haro Kraak in De Volkskrant, naar aanleiding van het vele getwitter over #MH17. Veel mensen moeten inderdaad nog wennen aan de nieuwe wereld, waarin ?nieuwe media? ons op ?indringende wijze? verslag doen van wat er aan de hand is. ?Geintjes worden wrang, pi?teit jegens de doden ontbreekt?, schrijft Kraak die zich afvraagt of het nieuwsgierigheid is, dan wel ?onze instinctieve neiging tot voyeurisme?. Maar anno 2014 is iedereen zijn/haar eigen nieuwsbron, iedereen zoekt zelf het eigen nieuws, iedereen levert daar commentaar op, iedereen fotografeert en filmt. Dus ook het meisje dat, een paar uur voor ze overleed, schreef hoe blij ze was naar Maleisi? te vliegen. De tweet werd duizenden keren geretweet, door ?doodgewone mensen? die zich, stelt Kraak, met het retweeten schuldig maken aan sensatiezucht, of ?aan de hijgerigheid die sociale media kan kenmerken?.

Enfin, het is al vaker gebeurt: tijdens rampen tonen sociale media zich van hun beste ?n hun slechtste kant. Geweldig dat we een uur later beelden en ooggetuigeverslagen kunnen zien, minder leuk als er persoonlijke details getoond worden. Dat veel foto?s gemanipuleerd zijn, lijkt een zorg voor later. We willen er allemaal als eerste bij zijn, allemaal als eerste een mening hebben, allemaal als eerste geliked of geshared worden ? ?de virtuele opperbeleving van het nu?, aldus Kraak.

En dat heeft perverse gevolgen, soms. Zoals?wat er gebeurde bij de bomaanslag in Boston?waarover we blogden en?onschuldigen naar ?het cyberschavot? werden geleid. Of?de foto van het paspoort van de Nederlandse vrouw op vlucht MH17 ? duizend retweets, soms naar tienduizenden volgers. En?de streaming beelden van Russische tv-zenders als L!feNews dat van een paar meter afstand de lijken filmde.

Traditionele media, zoals kranten, ?hebben daar nog steeds moeite mee, zegt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij ?wil niet dat nabestaanden aan de kleren hun omgekomen familieleden of vrienden herkennen? en spreekt van een precaire balans. Daar zijn krantenmakers volgens hem wel aan gewend, maar twitteraars niet ? die sturen van alles maar door en rond. Zoals de foto van ?Cor Pan?, de Volendammer die vlak voor vertrek nog een foto (?Mocht ie verdwijnen, zo ziet hij er uit?) van het vliegtuig nam. Het bericht werd 25 duizend keer gedeeld.

Tot slot voor de liefhebbers een aantal onderzoeksrapporten over online sociale?be?nvloeding

Hieronder de reactie van Darpa op het controversi?le Facebook onderzoek waarin emoties van Facebook gebruikers werden gemanipuleerd, en daarna het betreffende onderzoek dat inmiddels ook is aangepast: